CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-132 Bijlage 7 PlanMER buitengebied Geldermalsen.pdf

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 12: Voorstel tot vaststelling zienswijzennota en gewijzigde vaststelling Ontwerp Bestemmingsplan “Buitengebied Geldermalsen 2018”28.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Derhalve zijn effecten door oppervlakteverlies, versnippering of mechanische effecten op beschermde natuurgebieden op voorhand uitgesloten. Fysiek aantasting van beschermde soorten buiten de natuurgebieden is wel mogelijk en wordt nader besproken. In onderstaande tabel is een overzicht van de overgebleven storingsfactoren opgenomen. De effecten hiervan worden nader beschreven, achtereenvolgens voor Natura 2000, GNN en GO, en overige natuur.

20

De ‘effectenindicator Natura 2000-gebieden’ is een hulpmiddel voor het verkennen van effecten op Natura 2000-gebieden. Het biedt algemene informatie over hoe gevoelig deze gebieden zijn voor de onderscheiden storingsfactoren. Omdat de effectenindicator algemene informatie biedt is het altijd nodig om aanvullende onderzoeken uit te voeren om te bepalen of er sprake is van een negatief effect vanwege de activiteiten. http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&t ab=2

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

Tabel. Overzicht van de in deze planMER nader behandelde storingsfactoren (bron: ‘effectenindicator Natura 2000-gebieden’). Effect (storingsfactor) 3. verzuring door stikstof uit de lucht 4. vermesting door stikstof uit de lucht 7. verontreiniging 8. verdroging 13. verstoring door geluid 14. verstoring door licht 15. verstoring door trilling 16. optische verstoring 17. mechanische effecten/fysieke aantasting (alleen buiten beschermde natuurgebieden)

Sub 1 Effecten op Natura 2000-gebieden Deze subparagraaf is geschreven als voortoets in het kader van de Wnb. Het begrip 'voortoets' komt niet als zodanig voor in de Wnb. Het begrip wordt in de praktijk echter veel gebruikt als naam voor een globale toetsing waarmee een indicatie wordt verkregen van de mogelijke negatieve gevolgen van een activiteit op beschermde Natura 2000-gebieden in het kader van de Wnb. Door een voortoets uit te voeren, wordt de vraag beantwoord of er een kans bestaat dat de activiteit verslechtering en/of significante gevolgen met zich meebrengt. VERZURING EN VERMESTING DOOR MEST EN AMMONIAK (STORINGSFACTOREN 3 EN 4) Binnen het voornemen is alleen ruimte voor ontwikkelingen waarbij geen extra ammoniakdepositie plaatsvindt. Door de nabije ligging is uitbreiding van veehouderijen met de nu toegepaste stalsystemen en techniek niet mogelijk. Dit is alleen mogelijk in combinatie met toepassing van emissiearme technieken (zie Hoofdstuk 5). Duidelijk is dat het voornemen geen significant effect (0) heeft op stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Er is een berekening gemaakt voor een alternatief waarbij aan de uitbreiding van veehouderijbedrijven geen beperking van stikstofuitstoot wordt gesteld , dit in tegenstelling tot hetgeen het voornemen toelaat. Dit alternatief wordt afzonderlijk besproken in hoofdstuk 6.2.

VERONTREINIGING EN VERDROGING (STORINGSFACTOREN 7 EN 8) Het voornemen maakt geen grote verandering in de waterhuishouding mogelijk. Echter de mogelijkheid van bouwkavelvergroting en toepassen van intensieve teelttechnieken kan leiden tot aanleggen van diepe drainage, diepe grondbewerking zoals diepploegen, het wijzigen van het greppel- en slotenpatroon. Dit kan hooguit lokaal leiden tot verdroging of verontreiniging. Afhankelijk van de situatie ter plaatse, bodemopbouw en dergelijke treden effecten van verdroging gewoonlijk op over een afstand van maximaal 0 tot 2.000 m.

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

Indien oppervlakte- of grondwaterstromen naar het Natura 2000 gebied voeren kunnen effecten van verontreiniging optreden tot ca. 10 km afstand. Directe hydrologische relaties ontbreken met de omliggende Natura 2000-gebieden Rijntakken, Loevestein, Pompveld en Kornsche Boezem en Zouwe Boezem. Alleen Natura 2000-gebied Lingegebied en Diefdijk-Zuid ligt binnen de invloedszone van 2.000 m. Volgens het Beheerplan voor dit gebied

21

wordt de waterhuishouding in het

buitendijkse deel sterk beïnvloed door de Linge. De beïnvloeding wordt vooral bepaald wordt door ingrepen binnen het gebied, zoals het aanpassen van peilen, kades en dijken. Er is geen negatief effect van agrarisch grondgebruik en kleine wateronttrekkingen zoals die nu plaatsvinden, en de maatregelen die in het beheerplan zijn opgenomen, zijn afdoende om eventuele effecten op te heffen. Bijzondere aandacht vergt een bufferzone tegen verdroging in het deelgebied Nieuwe Zuider Lingedijk, buiten het plangebied. Voor het overige is volgens het Beheerplan de beïnvloeding door activiteiten beperkt. Het voornemen voorziet niet in ingrepen buitendijks, en ook de activiteiten binnendijks zijn hooguit kleinschalig en lokaal. De effecten op verdroging van het Natura 2000-gebied zijn daarmee verwaarloosbaar klein (0). 20

Voor verontreiniging via water vermeldt het Beheerplan :

21

Natura 2000-beheerplan Lingegebied & Diefdijk-Zuid (70). RVO, december 2016.

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

Omdat de oppervlaktewaterkwaliteit voornamelijk door de kwaliteit van het Rijnwater wordt bepaald, is er geen directe relatie tussen de kwaliteit van het oppervlaktewater en landbouwkundig gebruik in dit gebied. Dit wil overigens niet zeggen dat er geen lokaal tijdelijk een effect kan optreden. Voor grondwater geldt dat de huidige metingen van het grondwater laten zien dat uitspoeling van meststoffen nu geen probleem vormt. Vooralsnog is in de knelpuntenanalyse de waterkwaliteit niet als knelpunt voor de habitatsoorten of habitattypen genoemd. Effecten zijn niet uit te sluiten maar op basis van de huidige kennis zijn geen significante effecten bekend en worden ook niet verwacht (expert judgement). Weliswaar kan uitbreiding van bouwvlakken en teeltondersteunende maatregelen leiden tot enige intensivering van de landbouw, tegelijkertijd zullen de bedrijven moeten blijven voldoen aan de eisen die de Meststoffenwet en regelgeving over gewasbescherming stellen. Het beheerplan maakt een voorbehoud dat voor berging van vervuilde specie vanuit de milieuwetgeving afwijkende normen gelden. Het voornemen staat opslag van baggerspecie in weilanddepots niet toe in het GNN en Groene ontwikkelingszone, noch in de uiterwaarden. Daardoor zijn effecten van verontreiniging naar Natura 2000-gebied ook uitgesloten.

Samengevat zijn effecten van het voornemen op verontreiniging van het Natura 2000-gebied uitgesloten (0). De conclusie is dat het effect van het voornemen op verdroging en verontreiniging beide nul (0) is EFFECTEN VAN GELUID, TRILLINGEN EN LICHT (STORINGSFACTOREN 13, 14 EN15) Geluid, trillingen en licht kunnen negatieve effecten veroorzaken op verstoringsgevoelige fauna. Deze effecten treden op beperkte schaal op tot maximaal 4 km. Vanwege de afstand is alleen effect mogelijk op het Natura 2000-gebied Lingegebied en Diefdijk-Zuid. De hier voorkomende habitats zijn niet gevoelig voor deze effecten (zie effectindicator), wel de vissoorten die doelsoort zijn. Het voornemen voorziet echter niet in ontwikkelingen die een grote toename van geluid en licht mogelijk maken. Uitbreiding van geluid en licht kan alleen optreden ten gevolge van een beperkte uitbreiding van bestaande bouwvlakken, van al bestaande glastuinbouwlocaties. Elk bestaand agrarisch bedrijf veroorzaakt een bepaalde vorm van geluidsbelasting naar de omgeving, onder meer ten gevolge van laden en lossen van vrachtwagens en het rijden met agrarische voertuigen. Alleen ten gevolge van het uitbreiden van een bouwperceel mag worden verwacht dat bestaande geluidszones kunnen verschuiven en iets verder het landelijk gebied in reiken.

Deze geringe uitbreiding van geluid en licht is niet van invloed op enige afstand in de waterbiotopen van de gevoelige vissoorten. Toenemend vrachtverkeer en heiwerkzaamheden, bij bouw van nieuwe bedrijfsgebouwen, kunnen trillingen veroorzaken. De ecologische effecten van trillingen

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

reiken veel minder ver dan geluidseffecten van dezelfde activiteit (Van der Vegte 22

et al. 2011 ), waardoor de ecologische effectafstand van trillingen in het niet valt bij die van geluidstrillingen. Tot slot maakt het voornemen het realiseren van voorzieningen voor kleinschalig kamperen op agrarische bouwvlakken mogelijk. Als kleinschalig kamperen agrarische activiteit vervangt, zullen effecten van geluid en licht eerder afnemen dan toenemen. Op basis hiervan is de conclusie dat significant negatieve effecten ten gevolge van geluid, trillingen en licht kunnen worden uitgesloten voor het voornemen (0). OPTISCHE VERSTORING, STORINGSFACTOR 16 Directe optische verstoring van Natura 2000-gebied door uitbreiding en nieuwe activiteiten van agrarische bedrijven is uitgesloten, daar deze op basis van de Wnb niet mogen plaatsvinden in het Natura 2000-gebied zelf. Er liggen wel drie agrarische bouwvlakken direct grenzend aan het Natura 2000- gebied. Hieronder worden enkele mogelijke indirecte effecten nader toegelicht. Een aantal habitats en doelsoorten die zeer gevoelig zijn voor optische verstoring zijn niet aan de orde in het Natura 2000 gebied Lingegebied en Diefdijk-Zuid. Wel zijn er enkele matig gevoelig, dit betreft de habitats “ruigten en zomen”, en “kalkmoerassen”, en drie soorten vissen. Optische verstoring kan optreden door bedrijfsmatige activiteiten en verkeer op het erf en door aanwezigheid van recreanten in geval kleinschalig kamperen plaatsvindt.

Rond agrarische bedrijven en wegen is nu al veel verstoring aanwezig is vanwege bedrijfsmatige activiteiten en verkeer, en daarmee dus ook langs enkele randen van het Natura 2000-gebied. Vergroting van bouwkavels tot maximaal 2 ha leidt tot hooguit zeer geringe extra verstoring op enkele punten aan de rand van het Natura 2000-gebied. Vervanging van agrarische activiteit door kleinschalig kamperen levert geen grote verstoring vanaf het erf op dan de daarvoor aanwezige agrarische activiteit. Dit kan wel leiden tot toename van het aantal recreanten in het plangebied (zie 2.2.1). Uitgaande van ongeveer 104 bouwvlakken in de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ (bron ontwerpbestemmingsplan), gaat het in een worstcasescenario om maximaal 104 minicampings die kunnen worden opgericht, verspreid over de voormalige gemeente Geldermalsen, met elk een maximum aantal kampeermiddelen van 25. Wanneer ook de afwijkingsbevoegdheid

22

11. Van der Vegte, F.G., R. Bruins Slot, D. Lagas, M. Poos, 2011. Onderbouwing effectafstanden bestaande handelingen Natura 2000 gebieden in Overijssel. Arcadis Nederland BV.

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

voor minicampings bij burgerwoningen wordt mee gerekend, dan komen daar ongeveer 355 woonbestemmingsvlakken bij. De enige verstoring die denkbaar is, is door toenemende dagrecreatie in Natura 2000-gebied in de buurt. Het aantal recreanten op 459 minicampings kan geschat worden op maximaal (459 x 25 kampeerplaatsen x 2,1 persoon =) 24.098 aanwezigen tegelijkertijd. Naar verwachting zal slechts een klein deel hiervan een specifiek Natura 2000-gebied bezoeken. In het gebied gelden toegankelijkheidsregels die erop zijn gericht schade aan de doelhabitats en doelsoorten te voorkomen. Daarmee is de kans op negatieve effecten op verstoringsgevoelige fauna verwaarloosbaar. Optische verstoring van het natura 2000-gebied Lingegebied en Diefdijk-Zuid is dus niet of nauwelijks te verwachten. De conclusie is dat het effect van optische verstoring verwaarloosbaar klein (0) is. De conclusie is dat ten gevolge van het voornemen geen significant negatief effect optreedt op Natura 2000-gebieden. Op basis hiervan hoeft geen Passende Beoordeling te worden uitgevoerd. Sub 2. Effecten op GNN en GO Bij de effectbeoordeling gaat het om de vraag of er sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN en GO. De wezenlijke kenmerken en waarden worden in de provinciale beleidsdocumenten als kernkwaliteiten omschreven (paragraaf 4.2.3).

De ontwikkelingsmogelijkheden in het ontwerpbestemmingsplan zijn niet toegestaan binnen de bestemming natuur (GNN). Daarmee zijn directe effecten op het 23

GNN uitgesloten. Enkele bouwkavels liggen in GO. . Indirecte effecten van bouwkavels buiten GO zijn mogelijk door effecten van vermesting, verontreiniging en verdroging. VERZURING EN VERMESTING DOOR MEST EN AMMONIAK (STORINGSFACTOREN 3 EN 4) Ten aanzien van vermesting zijn voor GNN en GO gebieden buiten Natura 2000 gebied geen expliciete kritische depositiewaarden stikstof vastgesteld, maar de hier voorkomende natuurgraslanden en natuurlijke wateren zijn ook gevoelig voor depositie. Stikstofdepositie wordt in belangrijke mate bepaald door bronnen in een wijde omgeving. In het voornemen geldt als voorwaarde voor uitbreiding dat geen extra stikstofemissie optreedt. Het effect van het voornemen op N-depositie is daarmee neutraal (0). Er is een berekening uitgevoerd voor de situatie dat er geen beperking in het bestemmingsplan zou zijn opgenomen voor de uitstoot van stikstof. De effecten daarvan zijn sterk negatief, onder ander op het Natura 2000-gebied

23

Omgevingsverordening Gelderland, vastgesteld januari 2018, Artikel 2.7.2.2

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

Lingegebied & Diefdijk-Zuid, dat tevens deel uitmaakt van het GNN. Effecten op andere GNN gebieden in de omgeving zijn niet gekwantificeerd maar zijn zeer waarschijnlijk vanwege en aantal stikstofgevoelige natuurtypen en gezien de hoge achtergronddepositie in de voormalige gemeente Geldermalsen tussen 1.500 en 2.000 mol N/ha/jaar, en op enkele plaatsen tot maximaal 2.630 mol N/ha/jaar. De uitbreiding van veehouderijbedrijven, die het voornemen mogelijk maakt zou ook kunnen leiden tot verontreiniging van natuurterrein met fosfaat en nitraat via grond- en oppervlaktewater. De plaatsingsmogelijkheden van mest worden echter bepaald door de landelijke mestbeleid (zie paragraaf 3.2). Verhoging van de mestgift per ha is niet mogelijk binnen het huidige beleid. Als er meer mest wordt geproduceerd op bedrijven, dan zal dat volgens de geldende regels moeten worden verwerkt en afgevoerd. Uitbreiding van bouwblokken van andere typen bedrijven leidt om dezelfde reden als bij veehouderij niet tot verhoging van mestgiften op de percelen, en vanaf de bouwblokken vindt geen extra emissie van nutriënten plaats. Effect ten gevolge van het voornemen is neutraal (0) ten aanzien van verontreiniging van natuurterrein met fosfaat en nitraat via gronden oppervlaktewater Samengevat is heeft het voornemen neutraal effect (0) op GNN-gebieden.

VERONTREINIGING EN VERDROGING (STORINGSFACTOREN 7 EN 8) De mogelijkheid van bouwkavelvergroting en toepassen van intensieve teelttechnieken kan leiden tot aanleggen van diepe drainage, diepe grondbewerking zoals diepploegen, het wijzigen van het greppel- en slotenpatroon. Dit kan hooguit lokaal leiden tot verdroging of verontreiniging. Afhankelijk van de situatie ter plaatse, bodemopbouw en dergelijke treden effecten van verdroging gewoonlijk op over een afstand van maximaal 0 tot 2.000 m. Gezien de verspreide ligging van zowel bouwkavels als GNN- en GO-gebieden in grote delen van het plangebied, veel gebieden ook binnendijks, met veel natte natuurdoeltypen zoals vochtig hooiland en vochtig loofbos is negatief effect (-) niet uitgesloten. EFFECTEN VAN GELUID, TRILLINGEN EN LICHT (STORINGSFACTOREN 13, 14 EN 15) Het voornemen voorziet niet in ontwikkelingen die een grote toename van geluid, trillingen en licht mogelijk maken. Effecten hiervan op GNN en GO zijn vergelijkbaar met die op Natura 2000-gebied en zijn verwaarloosbaar klein. Daarbij geldt voor bouwvlakken die binnen het GO liggen, dat de Omgevingsverordening van de provincie hier alleen ruimte biedt voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aan-

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

grenzende en inliggende natuurgebieden. Dit betreft slechts enkele (5?) bouwvlakken. Alleen de nu al aanwezige glastuinbouwbedrijven mogen hun glasopstand binnen de aanduiding ‘glastuinbouw’ in de bestemming Agrarisch met waarden – landschapswaarden. Dit betreft slechts drie bedrijven, waarbij de vergroting niet meer mag bedragen dan 20% van de bestaande glasopstand. Het effect hiervan op GNN is verwaarloosbaar klein. De conclusie is dat significant negatieve effecten ten gevolge van geluid, trillingen en licht kunnen worden uitgesloten (0). OPTISCHE VERSTORING, STORINGSFACTOR 16 Directe optische verstoring van GNN door uitbreiding en nieuwe activiteiten van agrarische bedrijven is uitgesloten. Indirecte verstoring is mogelijk indien de ontwikkeling in de nabijheid van GNN en GO plaatsvindt. Effecten hiervan op GNN en GO zijn vergelijk baar met die op Natura 2000-gebied en treden en zijn verwaarloosbaar klein. Daarbij geldt voor bouwvlakken die binnen het GO liggen, dat de Omgevingsverordening van de provincie hier alleen ruimte biedt voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. Dit betreft slechts enkele bouwvlakken. De conclusie is dat significant negatieve effecten ten gevolge van optische verstoring kan worden uitgesloten (0).

Sub 3 Beschermde soorten Er komen ook beschermde soorten dieren en planten voor buiten het GNN en GO. Het gaat hier om halfnatuurlijke graslanden met waarden voor weidevogels, maar ook om de natte en droge dooradering en leefgebieden voor vogels, amfibieën, vissen en zoogdieren. Hier kan een aanzienlijk deel van de beschermde soorten die bekend zijn van het plangebied voorkomen. In welke mate en op welke locaties deze soorten voorkomen is niet exact bekend. Met een extensiever agrarisch beheer kunnen deze gebieden wel in waarde toenemen. De effecten van de ontwikkelingsmogelijkheden worden hieronder nader beschreven. De in het bestemmingsplan mogelijk te maken activiteiten vinden uitsluitend plaats in het agrarisch gebied. Dit betreft uitbreiding van bouwkavels en gebouwen hierop, en de mogelijkheid opslag van baggerspecie in (tijdelijke) weilanddepots. Deze activiteiten kunnen direct effect hebben op natuur in het agrarisch gebied, door vermesting, verzuring (voornamelijk door stikstof) en door verdroging en/of verontreiniging. Daarnaast kunnen activiteiten indirect leiden tot aantasting van natuur binnen het agrarisch gebied. Dit betreft met name verstoring door licht, geluid of trillingen, optische verstoring of fysieke aantasting door

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

bouwvlakvergroting, intensivering van teelten, aanleg van baggerdepots en ontwikkelen van voorzieningen voor kleinschalig kamperen. VERZURING EN VERMESTING DOOR STIKSTOF EN BESCHERMDE SOORTEN Voor beschermde soorten buiten de natuurgebieden kan een toename van stikstof vooral indirect negatieve effecten op de waterkwaliteit. Daarvan kunnen beschermde amfibieën (zoals kamsalamander en heikikker) negatieve gevolgen ondervinden. Dit loopt onder meer via verzuring van de eieren en beïnvloeding van de prooien. Ook soorten van kruiden- en faunarijk grasland hebben te lijden onder vermesting. Op de meeste andere beschermde soorten heeft stikstof weinig effect, al kan het aanbod van insecten of waardplanten veranderen, waardoor bepaalde vogelsoorten en vleermuizen die van deze soorten als voedselbron afhankelijk zijn afnemen. Het voornemen beperkt de uitbreiding van veehouderijen door de voorwaarde dat de N-depositie in het nabije Natura 2000-gebied niet meer dan 0,05 mol N/ha/jaar mag toenemen. Daarnaast stelt de Rijksoverheid regels over het gebruik van de hoeveelheid mest en de wijze en het tijdstip van aanwending, waardoor een toename van bemesting per perceel vrijwel is uitgesloten (zie 3.2). Daardoor is het negatief effect van het voornemen ten gevolge van verzuring en vermesting door stikstof verwaarloosbaar (effect 0).

VERDROGING EN VERONTREINIGING De mogelijkheid van bouwkavelvergroting en toepassen van intensieve teelttechnieken kan leiden tot aanleggen van diepe drainage, diepe grondbewerking zoals diepploegen en het wijzigen van het greppel- en slotenpatroon. Dit kan een verdrogend en vervuilend effect hebben op nabijgelegen wateren en kleine natuur- en landschapselementen. De mogelijkheid voor deze activiteiten zijn ingeperkt door beperkte toename van de bouwkavelgrootte en beperking van de oppervlakte van teeltondersteunende voorzieningen. De effecten van verdroging op de locatie van de activiteit betreffen gezien de beperkingen een geringe oppervlakte. Echter afhankelijk van de situatie ter plaatse, bodemopbouw en dergelijke kunnen effecten van verdroging optreden over een afstand van 100 tot 1.000 m. Verdroging kan rechtsreeks leiden tot het verdwijnen van aan natte omstandigheden gebonden planten of dieren en leiden tot verruiging van gebieden waardoor indirect beschermde soorten bedreigd worden. Gevoelige soorten zijn met name weidevogels, dagvlinders en amfibieen. In het agrarisch gebied kan dit effect hebben op de hier voorkomende beschermde soorten amfibieënsoorten zoals heikikker en poelkikker, en ook de ringslang.

Dit betreft vooral, maar niet uitsluitend, de door de provincie aangewezen leefgebieden natte dooradering rond de Diefdijk, Regulieren en het daartussenin gelegen Lage Veld (hier is op vrijwillige basis agrarisch natuurbeheer mogelijk).

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

Een bijkomend effect van verdroging is dat de bestaande vuillast in veel wateren minder worden verdund, waardoor er ook sprake is van een toenemende watervervuiling. Ook dit is negatief (-)voor onder andere beschermde amfibieën. Het voornemen om bij afwijking opslag van baggerspecie in weilanddepots toe te staan, buiten GNN en Groene Ontwikkelingszone, en buiten de uiterwaarden, kan leiden tot verontreiniging van omringende wateren. De bagger is per definitie zeer nat en slibrijk, en bevat relatief hoge gehaltes aan nutriënten en eventueel andere verontreinigingen. Een deel van het vocht zal inzijgen in het ondiepe grondwater, en kan vandaar ook weer omringende oppervlaktewateren bereiken. Dit heeft negatief effect op de waterkwaliteit, en daarmee ook op leefgebieden natte dooradering en amfibieën. De conclusie is dat een negatief effect (-) ten gevolge van verdroging en verontreiniging niet is uit te sluiten, met name voor beschermde soorten amfibieën, en met name in het leefgebied natte dooradering. EFFECTEN VAN GELUID, TRILLINGEN EN LICHT (STORINGSFACTOREN 13, 14 EN 15) Het voornemen voorziet niet in ontwikkelingen die een grote toename van geluid, trillingen en licht mogelijk maken (zie ook effecten bij Natura 2000). De bedrijvigheid zal hooguit tot geringe toename van geluid of trilling leiden.

De verlichting kan lokaal sterker toenemen door de uitbreiding van stallen, kassen en kampeervoorzieningen. De beschermde soorten in het landelijk gebeid zijn over het algemeen niet erg gevoelig voor geluid of trillingen. Nachtelijk actieve dieren op en rond de erven, zoals uilen en vleermuizen, kunnen wel gevoelig zijn voor verstoring door licht. Van vleermuissoorten zijn gewone grootoorvleermuis, water- en meervleermuis het meest gevoelig voor licht, maar deze soorten zijn minder nabij bebouwing te verwachten. Voor andere soorten kan een licht negatief effect optreden. De conclusie is dat significant negatieve effecten ten gevolge van geluid en trillingen kunnen worden uitgesloten (0). Ten gevolge van licht treedt een licht negatief effect (0/-) op. OPTISCHE VERSTORING, STORINGSFACTOR 16 Directe optische verstoring van beschermde soorten kan mogelijk optreden door uitbreiding en nieuwe activiteiten van agrarische bedrijven. Echter de meeste activiteiten vinden plaats op al bestaande bouwkavels. Hier levende diersoorten zijn al aangepast aan menselijke activiteit en ondervinden hiervan weinig hinder. Negatieve effecten ten gevolge van optische verstoring zijn verwaarloosbaar klein (dus 0).

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

FYSIEKE AANTASTING Het voornemen kan via bouwvlakvergroting en uitbreiding van teeltondersteunende maatregelen op verschillende manieren leiden tot fysieke aantasting van natuurwaarde binnen het agrarisch gebied: door schaalvergroting, door intensivering en door effecten van de bouwkavel zelf. Dit geldt ook voor grondgebonden veehouderijbedrijven. Deze kunnen uitbreiden of intensiveren door toepassing van emissiearme technieken of door de interne saldering. Het voornemen om kleinschalig kamperen op agrarische bouwvlakken mogelijk te maken kan eveneens effecten op het bouwperceel zelf hebben. Ook aanleg van baggerdepots op weilanden kan leiden tot fysieke aantasting. Deze effecten kunnen overal optreden in het agrarisch gebied, en deels ook in of direct grenzend aan de door de provincie aangegeven leefgebieden. SCHAALVERGROTING GRONDGEBONDEN LANDBOUW Vergroting van bouwkavels en hiermee gepaard gaande verdere schaalvergroting van de grondgebonden landbouw zal leiden tot een doelmatiger gebruik van de agrarische productiepercelen, waardoor een verdere kavelvergroting en uniformering van de percelen kan plaatsvinden. Grotere aaneengesloten kavels betekenen een afname van het kleinschalig landschap en daarmee het verlies van leefgebied voor de beschermde soorten van het agrarisch gebied (-).

Verbeterde ontwatering en daarmee verdroging van natuurwaarden is hiermee onlosmakelijk verbonden. In dat geval zal de aanwezige soortenrijkdom in het agrarisch gebied afnemen. Dit kan negatief effect hebben op alle beschermde soorten in het agrarisch gebied. INTENSIVERING GLASTUINBOUW EN FRUITTEELT De uitbreiding van solitaire glastuinbouwbedrijven, en van permanente of tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen tasten leefgebied van met name vogelen zoogdierensoorten aan. Hoewel dit type bedrijven voornamelijk buiten de leefgebieden liggen, zijn het wel gebieden waar veel zangvogels en beschermde vleermuissoorten voorkomen, zowel in fruitpercelen als op en rond erven. Ook soorten die vaak broeden op erven, zoals steenuil en kerkuil, zoeken hun voedsel op het erf en omringende fruitpercelen. Door beperking van de mogelijkheid van vergroting van de bouwkavel, van glastuinbouw en van de oppervlakte van teeltondersteunende voorzieningen wordt de aantasting beperkt, maar zal toch licht negatief (0/-) zijn. De conclusie is dat vogels, zoogdieren en amfibieën gebonden aan agrarisch gebied door deze intensivering licht negatief (0/-) wordt beïnvloed en de staat van instandhouding verder kan verslechteren.

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

EFFECT VAN DE BOUWKAVELVERGROTING ZELF Voor de ontwikkeling van zowel grondgebonden bedrijven waarbij het bouwvlak wordt vergroot, als glastuinbouwbedrijven die kunnen uitbreiden binnen het bouwvlak, is herinrichting van het bouwvlak meestal nodig. Dit geldt eveneens bij de ontwikkeling van voorzieningen voor kleinschalig kamperen. De werkzaamheden die hierbij een effect op Wnb-soorten kunnen hebben zijn: -

Het verwijderen van bestaande bomen en struiken. Bij de herinrichting van het bouwvlak staan de bestaande bomen en struiken die gebruikt werden voor de landschappelijke inpassing vaak niet op de juiste plaats. Voor de goede inrichting van het bouwvlak is dan ook het verwijderen van de bestaande bomen en struiken soms nodig. Om de goede landschappelijke inpassing van het nieuwe bedrijf te waarborgen, is ook het aanbrengen van nieuwe bomen en struiken nodig.

-

Het dempen van bestaande watergangen. Ook de bestaande watergangen om een agrarisch bedrijf liggen bij de herinrichting van het bouwvlak vaak niet op de juiste plaats. Het dempen van deze watergangen is dan ook soms nodig voor de goede inrichting van het erf. Om een goede waterhuishoudkundige situatie te waarborgen is ook de aanleg van nieuwe watergangen om het vergrote bouwvlak nodig.

-

De sloop van bestaande stalgebouwen. De sloop van de bestaande stalgebouwen is soms nodig voor een efficiëntere inrichting van het erf of voor interne saldering in het alternatief ‘Ontwerpbestemmingsplanplafond’.

-

Daarbij neemt door het vergroten van het bouwvlak de verstoringszone om het bedrijf toe. Ook het ontwikkelen van voorzieningen voor kleinschalig kamperen bij agrarische bedrijven en burgerwoningen kan leiden tot een grotere verstoringszone.

VERWIJDEREN VAN BOMEN EN STRUIKEN In met name opgaande bomen en struiken kunnen nest- en verblijfplaatsen voorkomen van verschillende soorten vogels. Wanneer het verwijderen van bomen en struiken buiten het broedseizoen plaatsvindt en herinplant in het kader van landschappelijke inpassing, wordt het effect op de meeste soorten beperkt. Er kunnen echter ook soorten voorkomen met jaarrond beschermde nesten, zoals buizerd, sperwer en ransuil. Als bomen met nesten van deze soorten worden verwijderd of verstoord heeft dit een negatief effect. Ook verblijfplaatsen van kleine marterachtigen zoals bunzing, hermelijn en wezel kunnen zich bevinden op de minder gebruikte hoeken van het erf, en deze kunnen juist bij uitbreiding van de bebouwing vernietigd worden. Mogelijk worden ook verblijfplaatsen vernietigd of enkele exemplaren gedood van amfibieën en muizen. Dit betreft voornamelijk vrijgestelde soorten, over het

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

algemeen bieden de agrarische erven geen optimaal biotoop voor nietvrijgestelde beschermde soorten als kamsalamander en heikikker. Door het verwijderen van bomen en struiken bij een agrarisch bedrijf kunnen vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen worden verstoord, en leefgebied van struweelvogels, amfibieën en kleine zoogdiersoorten. In de meeste gevallen zal een goede landschappelijke inpassing worden gevraagd, waarbij het aanbrengen van nieuwe bomen en struiken nodig is. Hierdoor is er ten hoogste sprake van een tijdelijk verstorend effect. Het uiteindelijk effect is beperkt tot enkele soorten en daarmee licht negatief (0/-). DEMPEN VAN WATERGANGEN In de watergangen om de agrarische bedrijven kunnen beschermde amfibieën zoals de heikikker of kamsalamander voorkomen. In taluds met ruigere begroeiing kunnen ook kleine marterachtigen zoals wezel, hermelijn en bunzing verblijven. Het dempen van watergangen ten behoeve van de uit te breiden agrarische bedrijven kan een negatief effect hebben op deze soorten, en daarnaast op vrijgestelde soorten. De in verhouding, beperkte grootte van de te dempen watergangen in overweging nemende, alsmede de kans dat beschermde soorten rondom het erf voorkomen klein is, is de verwachting dat het effect hooguit licht negatief (0/-) is.

SLOOP VAN GEBOUWEN Bij de sloop is het vernietigen van verblijfplaatsen van kleine marterachtigen (steenmarter en bunzing), vleermuizen en vogels (huismus en kerkuil) mogelijk. Het effect hiervan is voor een klein aantal soorten negatief (-). TOENAME VAN DE VERSTORINGSZONE Bij het vergroten van een bouwperceel en aanleg van voorzieningen voor kleinschalig kamperen schuift ook de verstoringszone wat op. Omdat er om de bestaande agrarische bedrijven en burgerwoningen al een verstoringszone aanwezig is en veel verblijfplaatsen vooral in besloten kleine bosjes voorkomen, is de verstoring echter erg klein. Concluderend zijn de effecten van bouwkavelvergroting licht negatief (0/-). Dit effect treedt ook op bi uitbreiding van glastuinbouw. De impact van kleinschalig kamperen is veel geringer, omdat deze activiteit een groen karakter (grasveldjes met bomen en struiken) blijft vereisen. CONCLUSIE FYSIEKE AANTASTING De conclusie is dat het effect door fysieke aantasting van het voornemen licht negatief (0/-) voor flora en fauna. Dit effect voor beschermde soorten flora en fauna treedt voornamelijk op door de schaalvergroting en intensivering die mo-

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

gelijk wordt, maar ook door fysieke aantasting. Dit effect treedt op bij zowel het vergroten van het bouwvlak, het uitbreiden van permanente teeltondersteunende voorzieningen als uitbreiding van glastuinbouw. Het effect van voorzieningen voor kleinschalig kamperen op Wnb-beschermde soorten is veel geringer. 4.2.9 Beoordeling van de milieueffecten In de volgende tabel is de beoordeling weergegeven. Tabel. Overzicht beoordeling effecten Voornemen Effecten op Natura 2000-gebieden t.a.v. verzuring en vermesting

0

Effecten op Natura 2000-gebieden t.a.v. verdroging en verontreiniging

0

Effecten op Natura 2000-gebieden t.a.v. geluid, licht en trilling

0

Effecten op Natura 2000-gebieden t.a.v. optische verstoring

0

Effecten op GNN-gebieden t.a.v. verzuring en vermesting

0

Effecten op GNN-gebieden t.a.v. verdroging en verontreiniging

-

Effecten op GNN-gebieden t.a.v. geluid, licht en trilling

0

Effecten op GNN-gebieden t.a.v. optische verstoring

0

Effecten van verzuring en vermesting op flora en fauna, met name gericht op

0

beschermde soorten Effecten van verdroging en verontreiniging op flora en fauna, met name gericht

-

op beschermde soorten Effecten van geluid, trilling en optische verstoring op flora en fauna, met name

0

gericht op beschermde soorten Effecten van licht op flora en fauna, met name gericht op beschermde soorten

0/-

Effecten van fysieke aantasting op flora en fauna, met name gericht op be-

0/-

schermde soorten Betekenis symbolen: zeer negatief (--), negatief (-), neutraal (0), positief (+), zeer positief (++)

Nb. Als in voornemen geen regeling ter beperking van stikstof zou zijn opgenomen, dan zouden de effecten t.a.v. verzuring en vermesting op Natura 2000gebieden en GNN zeer negatief en op beschermde soorten negatief uitvallen (zie hoofdstuk 6.2). Gezien de ligging van Natura 2000 gebied binnen de plangrenzen is deze stikstofregulering reeds opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. 4.2.10 Maatregelen Deze effecten zijn te voorkomen met de volgende maatregelen: –

Beschermde soorten Het vóórkomen van beschermde soorten binnen het agrarisch gebied is onvoldoende bekend. Dit betreft met name zoogdiersoorten, vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en amfibieën. Van de beschermde soorten zijn nest- en verblijfplaatsen beschermd inclusief de functionele omgeving (met name foerageergebied). Dat betekent dat bij een concrete nieuwe ontwikkeling in het kader van een afwijking of wijzigingsvoorstel

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

vooraf aanvullend onderzoek op grond van de Wet natuurbescherming nodig is. Dit geldt zowel voor ontwikkelingen binnen als buiten het bouwvlak, inclusief aanleg van tijdelijke baggerdepots. Uit dit onderzoek kan blijken dat compenserende maatregelen nodig zijn. Op grond daarvan is het effect op de beschermde soorten dan nul (0). De negatieve effecten zijn te voorkomen door in het bestemmingsplan de regel op te nemen dat aanvullend onderzoek op grond van de Wet natuurbescherming nodig is. Overigens is dit reeds een wettelijk vereiste en geeft deze regel in het bestemmingsplan geen extra bescherming, maar heeft een signaleringsfunctie. –

Verdroging Verdroging dient te worden tegen gegaan. Geadviseerd wordt in het bestemmingsplan een regeling op te nemen die verdroging tegen gaat. Deze regeling ziet op een verbod op verdergaande begreppeling, drainage in een leefgebied met natte dooradering. In de ‘Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden’ is opgenomen: het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand is verboden zonder een omgevingsvergunning. Hieraan wordt de voorwaarde verbonden dat de vergunning niet verleend wordt als verdroging plaats vindt van een leefgebied met natte dooradering.

–

Verlichting Het negatieve effect op beschermde soorten als gevolg van verlichting kan worden voorkomen door in het bestemmingsplan de volgende regel op te nemen: Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ten behoeve van het bouwen van bedrijfsbebouwing zoals bedoeld in lid 3.2 staat vast dat de verlichting van bedrijfsbebouwing niet uitstraalt buiten de directe omgeving van gebouwen en verharding, dan wel niet naar houtige beplantingen in de omgeving, om negatieve effecten op vleermuizen te voorkomen.

–

Groene ontwikkelingszone Indien de vergroting van het bouwvlak plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone', dan moet worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van de groene ontwikkelingszone.

4.2.11 Leemten in de kennis Vanwege de aard van een bestemmingsplan, op grond waarvan in het algemeen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt (of juist niet mogelijk wor-

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

den gemaakt), is een beoordeling van de milieueffecten alleen op hoofdlijnen mogelijk. Dit in overweging nemende zijn er voor het beoordelen van de milieueffecten op de natuur geen belangrijke leemten in de kennis vastgesteld.

4.3

Landschap

4.3.1 Referentiesituatie De voormalige gemeente Geldermalsen maakt onderdeel uit van het rivierenland. Een landschap waarin de rivieren nadrukkelijk hun sporen hebben achtergelaten en in grote mate de huidige verschijningsvorm bepaald hebben. Het landschapsontwikkelingsplan

24

onderscheidt vijf landschapsensembles voor de

voormalige gemeente Geldermalsen (zie onderstaande kaart): 1.

De kom van de Regulieren en de Diefdijk

2.

De Lingedorpen van Buurmalsen naar Acquoy

3.

Het rustieke hart van de Tielerwaard

4.

Het knoopsgat Deil

5.

De dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften

Figuur 12. de voormalige gemeente Geldermalsen en eigentijdse landschapsensembles

Deze landschapsensembles zijn terug te brengen tot drie karakteristieke landschapstypen en worden hieronder nader toegelicht (zie ook figuur 13 reliëfkaart): -

de rivier de Linge en de uiterwaarden (blauwe lijn);

-

de oeverwallen en stroomruggen (deelgebied 1);

-

de komgebieden (deelgebied 2).

24

Nieuwe stromen door het landschap. Landschapsontwikkelingsplan Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen (2008).

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

Figuur 13. Reliëfkaart met de Linge en de hogere oeverwallen (groen) en de lager gelegen komgebieden (blauw). Rode stippellijnen zijn indicatieve begrenzingen van het komgebied.

1. DE RIVIER DE LINGE EN UITERWAARDEN Ontwikkeling De Linge benedenstrooms van Tiel is op een natuurlijke wijze ontstaan. Door de rivierloop is de richting van het gebied sterk oost-west georiënteerd. De uiterwaarden rondom deze Beneden-Linge wordt in verband met de vereiste waterstand op het Merwedekanaal gebruikt voor tijdelijke berging van overtollig water. Huidige karakteristiek De Linge is een lange, kronkelige rivier met een kleinschalig, natuurlijk en rustig karakter. De recreatieve aantrekkingskracht is daardoor hoog. De uiterwaarden zijn zeer gevarieerd met een afwisseling in smalle oevers en natuurlijke, agrarische of recreatieve bestemmingen. Samenvatting landschapswaarden -

natuurlijke (meanderende) loop van de Linge;

-

gevarieerde invulling van de uiterwaarden;

-

grienden;

-

fruitboomgaarden;

-

natte natuur.

2. DE OEVERWALLEN EN STROOMRUGGEN Ontwikkeling De opbouw van het oeverwallen- (hoog) en kommensysteem (laag) is een gevolg van het afzettingsmechanisme van de meanderende Linge. De Linge heeft ge-

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

zorgd voor een brede oeverwal aan weerszijden van haar waterloop. Naar het westen toe worden de oeverwallen smaller. De oeverwallen met de dorpen, akkers en boomgaarden volgen de rivier en hebben daardoor een sterke oostwest richting. Een dicht geslibte bedding met oeverwallen wordt een stroomrug genoemd. Op de oeverwallen en stroomruggen (hogere gronden) vestigden zich de bewoners van het rivierengebied. Niet voor niets zijn vele kernen op de stroomruggen (o.a. Meteren) en op de oeverwallen rondom de Linge gelegen: de dijkdorpen. Vanwege de vruchtbare ondergrond zijn op de oeverwallen vele boomgaarden en akkers te vinden. Huidige karakteristiek Het oeverwallenlandschap rondom de Linge is een kleinschalig landschap met een slingerende dijk, pittoreske kleine dijkdorpen en een afwisseling van boomgaarden, akkers en weilanden. De landgoederen Mariënwaerdt en Noordenhoek geven een meer besloten beeld. In de kernen is sprake van fraaie beplantingen in de vorm van laanbomen, (monumentale) erfbomen, treur- en leibomen en hagen. Samenvatting landschapswaarden -

kleinschaligheid van het landschap;

-

grillige verkaveling en wegenpatroon;

-

waardevolle akkercomplexen met kromakkers en (meidoorn)hagen;

-

zichtlijnen naar de uiterwaarden en komgebieden;

-

(hoogstam) fruitboomgaarden;

-

windsingels;

-

oude erven met monumentale erfbomen (zoals walnoot, linde en beuk);

-

landgoederen (Mariënwaerdt en Noordenhoek).

3. DE KOMGEBIEDEN Ontwikkeling De kommen zijn vrij laat ontgonnen en vanwege hun lage ligging en natte omstandigheden veelal in gebruik genomen als weide- en hooiland. Op de meest moerassige plekken brachten eendenkooien en grienden nog enig profijt. Huidige karakteristiek In tegenstelling tot de meeste komgebieden, is de kom van de Regulieren en de Diefdijk niet overwegend open, maar heeft deze plaatselijk een zeer besloten karakter door rietlanden, eendenkooien, broekbossen en grienden. Vanwege de grote hoeveelheid beplanting heeft het gebied een half-open uitstraling met een afwisseling in open en besloten ruimten. Er lopen weinig wegen door het gebied en de bebouwing is beperkt. De wegen zijn kaarsrecht en de bebouwing is in

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

linten aan deze wegen gelegen. In het komgebied komen voornamelijk noordzuid georiënteerde bomenlanen voor. Ten zuiden van de Linge is de kom Tielerwaard gelegen. In tegenstelling tot het half-open landschap van de Regulieren en de Diefdijk is hier sprake van een groot open komgebied. De rechte wegen lopen hier zowel noord-zuid als oostwest. De bebouwing is verspreid in het gebied gelegen aan de ontginningslinten. Er is sprake van een grote weidsheid met af en toe een eendenkooi of broekbosje. Aan de wegen is veelal begeleidende beplanting aanwezig in de vorm van essen. Samenvatting landschapswaarden –

openheid van de Tielerwaard;

–

afwisseling van besloten- en openheid van de kom de Regulieren en de Diefdijk;

–

rechtlijnige verkaveling en wegenpatroon;

–

natte karakter en bijbehorende natuurontwikkeling;

–

patroon van weteringen en sloten (inclusief betekenis voor inundatie);

–

eendenkooien;

–

grienden;

–

bomenlanen;

–

broekbossen.

BESTAANDE SITUATIE Het deelgebied van de rivier de Linge en de uiterwaarden zal voornamelijk in het teken staan van waterberging (seizoensberging in verbrede waterlopen) en natuurontwikkeling. Daarnaast kunnen recreatie en toerisme een rol spelen (zoals de Lingeslingers uit het LOP). De oeverwallen en stroomruggen ontlenen sterk hun identiteit aan kleinschaligheid en het historische karakter. Binnen de kleine kernen is ruimte voor recreeren, wonen en nieuwe bewoners met hobbydieren als paarden en geiten. De landbouw richt zich sterk op de fruitteelt en verbrede nevenactiviteiten. Er wordt ingezet op een kleinschalig en groen karakter door behoud en versterking van de historische landschapselementen, conform de voorstellen uit het LOP. De landbouw in de open kom van de Tielerwaard blijft een stuwende kracht waarbij sprake kan zijn van nieuwe teelten of verbrede activiteiten. De landbouw is de beste garantie voor het behoud van de karakteristieke openheid en de weidevogelbiotoop. Vermeld dient te worden dat deze gebieden voor sommige weidevogels nog wel van belang zijn, al heeft het provinciaal gezien niet meer de status als weidevogelgebied. In het komgebied van de Regulieren en de Diefdijk bestaat een grote behoefte aan een koppeling van de cultuurhistorische recrea-

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

tie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aan natuurontwikkeling en recreatie in de rust van de natuur. Wanneer in de komgebieden nieuwe agrarische bedrijfsuitbreidingen plaatsvinden, zal dit achter de bestaande bebouwing moeten gebeuren, waardoor het open zicht zo min mogelijk wordt aangetast. Bij forse uitbreidingen zal inpassing moeten plaatsvinden door langszij populierenbos of een fijnstofsingel aan de noordoostzijde aan te leggen. Als een stevig netwerk zullen zijkaden, meidijken en achterkaden worden hersteld en beplant om een aantrekkelijk recreatief netwerk te vormen en de polder te compartimenteren. Bestemmingsplan Vanwege de aanwezigheid van verschillende actuele landschappelijke waarden in de gebieden is een gedifferentieerde regeling in het geldend bestemmingsplan opgenomen.

Deze

regeling

is

overgenomen

in

het

(voor)ontwerpbestemmingsplan.

Figuur 14. Ligging agrarische bestemmingen

De ligging van de beide agrarische bestemmingen is in bovenstaand kaartje weergegeven. In onderstaande tabel zijn de verschillende landschapswaarden per bestemming opgenomen.

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

Agrarisch

Onder het doel 'behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de landschappelijke en natuurwaarden' is de instandhouding begrepen van de landschappelijke - en natuurwaarden behorend tot de volgende

landschapstypering:

- de landbouwgronden in de gebieden welke zijn voorzien van de dubbelbestemming

'Waarde

-

Nieuwe

Hollandse

Waterlinie'.

- de landbouwgronden in het grootschalige komgebied met de openheid, de vochtige graslandgebieden ter bescherming van het waardevolle leefgebied voor weidevogels en de beplantingselementen zoals houtwallen, houtsingels, hagen, bosjes, boomgroepen, solitaire monumentale en waardevolle bomen, weg- en erfbeplanting. Agrarisch met waar- Onder het doel 'behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het den

-

Landschaps- herstel

waarden

van

de

landschappelijke

en

natuurwaarden':

- is de instandhouding begrepen van de landschappelijke - en natuurwaarden

behorend

tot

de

volgende

landschapstyperingen:

* rivier de Linge en uiterwaarden met de natuurlijke (meanderende) loop van de Linge en de gevarieerde invulling van de uiterwaarden, de grienden,

de

fruitboomgaarden

en

natte

natuur;

* de oeverwallen en stroomruggen met de kleinschaligheid van het landschap, de grillige verkaveling en wegenpatroon, de waardevolle akkercomplexen met kromakkers en (meidoorn)hagen, de zichtlijnen naar de uiterwaarden en komgebieden, de (hoogstam) fruitboomgaarden, de windsingels, de oude erven met monumentale erfbomen (zoals walnoot, linde en beuk) en de landgoederen (Mariënwaerdt en Noordenhoek); * het noordelijk komgebied met de openheid van de Culemborgerwaard, de afwisseling van besloten- en openheid van de kom de Regulieren en de Diefdijk, de rechtlijnige verkaveling en het wegenpatroon, het natte karakter en bijbehorende natuurontwikkeling, het patroon van weteringen en sloten (inclusief betekenis voor inundatie), eendenkooien, de grienden,

bomenlanen

en

broekbossen.

- zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied 'Lingegebied

en

Diefdijk-Zuid'

mede

begrepen.

4.3.2 Omschrijving van de milieueffecten Beoordelingskader In deze paragraaf wordt beschreven wat het voornemen betekent voor landschap. De resultaten zijn vooral gebaseerd op een kwalitatief deskundigenoordeel. De volgende onderdelen van het voornemen worden getoetst op de effecten op het landschap: -

De agrarische bouwvlakken van grondgebonden agrarische bedrijven hebben een omvang van ca 1 ha en mogen worden vergroot bij wijziging tot 2 ha. Dit is niet toegestaan voor een glastuinbouwbedrijf ter plaatse

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

van de aanduiding ‘glastuinbouw’ of een niet-grondgebonden veehouderij, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - niet grondgebonden veehouderij'. -

Niet-grondgebonden veehouderijen zijn alleen toegestaan daar waar aangeduid. Gebouwen zijn toegelaten binnen het bouwvlak, dat eveneens 1 ha is. Het oppervlak aan bebouwing mag niet worden vergroot. Ook het bouwvlak mag niet worden vergroot.

-

Glastuinbouwbedrijven mogen uitbreiden binnen het bouwvlak, binnen de aanduiding ‘glastuinbouw’. Er mag eenmalig worden uitgebreid, waarbij de vergroting niet meer mag bedragen dan 20% van de bestaande glasopstand.

-

Bij zowel burgerwoningen als agrarische bedrijven binnen de bestemming agrarisch met waarden is kleinschalig kamperen toegestaan tot 25 kampeermiddelen.

-

Boomkwekerijen en fruitteelt zijn toegelaten: a. Binnen Agrarisch met waarden zijn bestaande en nieuwe boom- en heesterkwekerij en fruitteelt toegestaan. Onder voorwaarden is fruitteelt middels afwijking ook binnen uiterwaarden toegelaten. b. Binnen de bestemming Agrarisch zijn bij recht uitsluitend de bestaande fruitteelt in de vorm van boomgaarden en bestaande boom- en heesterkwekerijen toegestaan. Bij afwijking kunnen fruitboomgaarden tot 5 ha worden toegelaten.

-

Teeltondersteunende voorzieningen a. teeltondersteunende voorzieningen zijn toegelaten binnen het bouwvlak. b. teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak waarbij de vastverankerde palen en constructies van die voorzieningen het hele jaar rond aanwezig mogen blijven en de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de aanwezige boomgaard, tot maximaal 10 m hoog. c.

kassen zijn niet toegestaan binnen de bestemming Agrarisch en binnen de bestemming Agrarisch met waarden – landschap uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘glastuinbouw’.

-

Bij afwijking is de bouw van schuilstallen en veestallen ten behoeve van een agrarisch bedrijf buiten het bouwvlak, waarbij de inhoud oppervlakte van de stal niet meer bedraagt dan 100 m³ en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m.

-

bij afwijking is de bouw van zonneparken mogelijk binnen het bouwvlak of direct aansluitend aan het bouwvlak, waarbij de oppervlakte van het zonnepark niet meer mag bedragen dan 0,5 ha.

-

Bij een (bedrijfs)woning is een paardenbak toegestaan.

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

De volgende criteria worden bij de beoordeling van effecten op het landschap gehanteerd: Tabel. Beoordelingskader Criterium

Methode

Landschap -

Effecten op kernkwaliteiten landschap;

Kwalitatief

Bij de beoordeling van de effecten wordt onderscheid gemaakt in permanent verlies van waarden en in versnippering/verstoring van landschappelijke eenheden. Wanneer waarden verloren gaan, wordt zowel de omvang (kwantiteit), als het belang ervan (kwaliteit) meegewogen. Ontwikkelingen die bijdragen aan landschapsontwikkeling kunnen ook een positief effect hebben. Per deelgebied kan sprake zijn van verschillende effecten van een alternatief. Dit betekent dat de effecten van de alternatieven niet altijd voorkomen in het gehele buitengebied en niet overal even zwaar wegen. Voor de drie landschapstypen worden de effecten op landschap hierna beschreven: -

de rivier de Linge en de uiterwaarden (blauwe lijn);

-

de oeverwallen en stroomruggen (deelgebied 1);

-

de komgebieden (deelgebied 2).

Figuur 15. Overzicht landschapstypen

In het bestemmingsplan zijn hiervoor twee agrarische bestemmingen opgenomen: Agrarisch en Agrarisch met waarden - Landschapswaarden. In onderstaan-

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

de afbeelding zijn de bestemmingen zichtbaar, evenals de agrarische bouwvlakken.

Figuur 16. Bestemmingen en bouwvlakken

Rivier de Linge en de uiterwaarden Binnen het landschapstype Linge en uiterwaarden zijn relatief weinig agrarische bedrijven en geen niet-grondgebonden veehouderijen of glastuinbouwbedrijven gelegen. Een vergroting van een agrarische bouwvlak van agrarische bedrijven tot maximaal 2 ha en de bouw van stallen en loodsen zullen een ruimtelijke impact hebben op het gevarieerde en soms kleinschalige landschap van de uiterwaarden. De karakteristiek van smalle oevers, grienden, natte natuur, fruitboomgaarden met kenmerkende doorzichten vanaf de dijk naar de Linge en andersom komt onder druk te staan. Dergelijke grote en rationele bouwvlakken voegen zich minder goed in de meanderende en waaiervormige verkavelingsstructuur. Het laat daarnaast ook minder ruimte over voor het behoud en het introduceren van landschapselementen. Vergroting van percelen voor mini-campings bij agrarische bedrijven en woningen kan enerzijds door landschappelijke inpassing een vergroening van de uiterwaarden betekenen. Anderzijds kan het de plek innemen van de eerder genoemde karakteristieke landschapselementen en doorzichten gaan belemmeren.

Schuilstallen en veestallen ten behoeve van een agrarisch bedrijf buiten het bouwvlak (met een maximale inhoud van 100 m3 en maximale bouwhoogte van 3 m) hebben door de relatief kleine omvang een verwaarloosbaar landschappelijk effect (mede gezien het lage aantal bedrijven binnen dit landschapstype).

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

Bij een (bedrijfs)woning is een paardenbak toegestaan. Dit wordt bij recht toegelaten, zonder eisen aan landschappelijke inpassing. Wel dient de paardenbak aangrenzend aan het bouwvlak te worden gerealiseerd. Gezien de beperkte hoeveelheid bouwvlakken in dit deelgebied, zal dit nauwelijks effect hebben. Binnen de bestemming Agrarisch met waarden zijn in de uiterwaarden bestaande en nieuwe boom- en heesterkwekerij en fruitteelt toegestaan, onder voorwaarden (met een maximale oppervlakte van 5 ha). Nieuwe boom- en heesterkwekerijen kunnen de plaats innemen van gebiedseigen landschapselementen en doorzichten gaan belemmeren. Deze verdichting heeft een negatief ruimtelijk effect. Teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak zijn gekoppeld aan aanwezige boomgaarden en zullen daardoor geen extra significant extra effecten op het landschap hebben. Een zonnepark is binnen dit deelgebied niet mogelijk. Voor dit deelgebied geldt namelijk alleen de bestemming Agrarisch met waarden. Daarmee zijn ze niet mogelijk op de oeverwallen en de uiterwaarden van de Linge en heeft dit geen invloed op het landschap. Als alle genoemde ontwikkelingen tegelijkertijd bij een erf of woning gerealiseerd worden, dan kan heeft dat een negatief effect op de landschappelijke kwaliteit van het landschapstype Rivier de Linge en de uiterwaarden.

Ondanks dat zonneparken binnen dit deelgebied niet mogelijk zijn zullen de gecombineerde ontwikkelingen het kleinschalige karakter beïnvloeden. Daar staat tegenover dat er binnen dit landschapstype relatief weinig plekken voorkomen waar dit mogelijk is. Het totale effect wordt als een verslechtering beoordeeld.

Voor het voornemen wordt de effectbeoordeling voor het landschapstype Linge en uiterwaarden als een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie beoordeeld (-). Oeverwallen en stroomruggen Binnen het oeverwallen- en stroomruggenlandschap rondom de Linge zijn de eerste bewoningsvormen ontstaan en in de huidige situatie bevinden zich hier ook vele agrarische bedrijven. Een vergroting van een agrarisch bouwvlak van agrarische bedrijven tot maximaal 2 ha en de bouw van stallen en loodsen en kassen zullen een ruimtelijke impact hebben op de kleinschaligheid van het landschap, het reliëf en het grillige verkavelings- en wegenpatroon. Verder staan daardoor de waardevolle akkercomplexen, omzoomd door (meidoorn)hagen en de zichtlijnen naar de uiterwaarden en komgebieden onder druk. Vergroting van percelen voor mini-campings bij agrarische bedrijven en woningen kan enerzijds een vergroening, passend binnen het oeverwallen en stroom-

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

ruggenlandschap betekenen. Anderzijds kan het de plek innemen van karakteristieke elementen zoals (hoogstam) fruitboomgaarden, windsingels, en kromakkers en doorzichten gaan belemmeren. Schuilstallen en veestallen ten behoeve van een agrarisch bedrijf buiten het bouwvlak (met een maximale inhoud van 100 m3 en maximale bouwhoogte van 3 m) hebben door de relatief kleine omvang een verwaarloosbaar landschappelijk effect. Bij een (bedrijfs)woning is een paardenbak toegestaan. Dit wordt bij recht toegelaten, zonder eisen aan landschappelijke inpassing. Wel dient de paardenbak aangrenzend aan het bouwvlak te worden gerealiseerd. Ook hiervoor geldt dat het grillige verkavelingspatroon kan verstoren en het kan de plek innemen van karakteristieke landschapselementen. Binnen de bestemming Agrarisch met waarden is bestaande en nieuwe fruitteelt toegestaan en de bestaande boomen heesterkwekerijen. Verder zijn binnen de bestemming Agrarisch de bestaande fruitteelt in de vorm van boomgaarden en bestaande boom- en heesterkwekerijen toegestaan. Voor nieuwe fruitteelt in de vorm van boomgaarden tot 5ha is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Evenals bij het landschapstype Linge en uiterwaarden kunnen nieuwe boom- en heesterkwekerijen de plaats innemen van gebiedseigen landschapselementen en doorzichten gaan belemmeren. Deze verdichting heeft een negatief ruimtelijk effect.

Teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak zijn gekoppeld aan aanwezige boomgaarden en zullen daardoor geen significant extra effecten op het landschap hebben. Een zonnepark is binnen dit deelgebied niet mogelijk. Voor dit deelgebied geldt namelijk alleen de bestemming Agrarisch met waarden. Als alle genoemde ontwikkelingen tegelijkertijd bij een erf of woning gerealiseerd worden, dan kan heeft dat een negatief effect op de landschappelijke kwaliteit van het landschapstype Oeverwallen en stroomruggen. Ondanks dat zonneparken binnen dit deelgebied niet mogelijk zijn zullen de gecombineerde ontwikkelingen de plaats innemen van gebiedseigen landschapselementen en mogelijke doorzichten gaan belemmeren. Omdat er in het gehele gebied van dit landschapstype relatief weinig plekken voorkomen waar dit kan, wordt het totale effect als een geringe verslechtering beoordeeld. Voor het voornemen wordt de effectbeoordeling voor het landschapstype Linge en uiterwaarden als een geringe verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie beoordeeld (0/-). Komgebieden Nieuwe grote stallen of kassen c.q. uitbreiding van erven in de kom van de Regulieren en de Diefdijk (grondgebonden agrarische bedrijven kunnen groeien tot 2

MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019

ha) kunnen zich door het halfopen en plaatselijk zeer besloten karakter redelijk goed voegen in het landschap. Het opstellen van een goed (erf)beplantingsplan is daarbij verplicht. Dit kan op een aantal plekken de afwisseling tussen open en besloten ruimten versterken en vergroenen. Door de bouw van nieuwe grote stallen of kassen c.q. uitbreiding van erven, waarbij grondgebonden agrarische bedrijven kunnen groeien tot maximaal 2 ha, kunnen erven ruimtelijk gezien impact hebben op de kenmerkende grootschalige openheid van de Tielerwaard. Vergroting van de bouwvlakken betekent ook een vergroting van de ‘groene eilanden’ van erfbeplantingen in de open ruimte, waardoor deze meer in het oog gaan springen. De rechte wegen met begeleidende beplanting en geordende lintbebouwingen zorgen hierbij voor enige landschappelijke

inpassing.

Schaalvergroting

van

het

erf

kan

ook

een

schaalvergroting van de percelen betekenen, waardoor opgaande beplanting op het erf deels verdwijnt. Het risico bestaat dat het open karakter verandert en minder open wordt. Het bestemmingsplan maakt daarnaast bij agrarische bedrijven en woningen een minicamping mogelijk binnen de bestemming Agrarisch met waarden. Deze bestemming is slechts voor een deel van de kommen van toepassing (een deelgebied in het noordelijk komgebied). Doordat deze campings aansluitend op het bouwvlak gerealiseerd moeten worden zal dit door het halfopen tot besloten landschap van de kom van de Regulieren en de Diefdijk relatief weinig effect hebben. Schuilstallen en veestallen ten behoeve van een agrarisch bedrijf buiten het bouwvlak (met een maximale inhoud van 100 m3 en maximale bouwhoogte van 3 m) hebben door de relatief kleine omvang een verwaarloosbaar landschappelijk effect (mede gezien het lage aantal bedrijven binnen dit landschapstype). Bij een (bedrijfs)woning is een paardenbak toegestaan. Dit wordt bij recht toegelaten, zonder eisen aan landschappelijke inpassing. Wel dient de paardenbak aangrenzend aan het bouwvlak te worden gerealiseerd. Het risico bestaat dat het open karakter door paardenbakken verandert en minder open wordt. Voor de kommen geldt voornamelijk de bestemming Agrarisch.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/349/documents/8843