RV2021-132 Bijlage 7 PlanMER buitengebied Geldermalsen.pdf
Tekst van het document
Binnen de bestemming Agrarisch is uitsluitend de bestaande fruitteelt in de vorm van boomgaarden en bestaande boom- en heesterkwekerijen toegestaan. Bij afwijking zijn echter nieuwe fruitboomgaarden toegelaten, met een maximum van 5 ha. In de komgebieden zullen gezien de grondslag en waterstanden deze ontwikkelingen minder voor de hand liggen. Als dat wel het geval is zal een negatief ruimtelijk effect ontstaan door verdichting van het karakteristieke open landschap van de Tielerwaard en in iets mindere mate in de kom van de Regulieren en de Diefdijk. Delen van het noordelijk komgebied zijn nader aangeduid als “open landschap”, in verband met de status waardevol open gebied op basis van de Omgevingsverordening Gelderland. In het gebied ‘open landschap’ kunnen geen nieuwe boomgaarden komen.
MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019
Teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak zijn gekoppeld aan aanwezige boomgaarden en zullen daardoor geen significant extra effecten op het landschap hebben. Een zonnepark binnen het bouwvlak of direct aansluitend aan het bouwvlak, van maximaal een 0,5 ha kent een verplichte landschappelijke inpassing. Ondanks de kleinschaligheid van de zonnevelden en de noodzaak om bij te dragen aan de energietransitie kunnen deze zonneparken invloed uit oefenen op het (half)open karakter van het landschap van de kom. Door de grootschaligheid van de polder en voorzien van een passende landschappelijke inpassing is de landschappelijke en ruimtelijke impact van een zonneveld met dergelijke oppervlakte een geringe verslechtering. Als alle genoemde ontwikkelingen tegelijkertijd bij een erf of woning gerealiseerd worden, dan kan heeft dat een licht negatief effect op de landschappelijke kwaliteit van het landschapstype Komgebieden. Zonneparken dienen landschappelijk ingepast te worden evenals minicampings. Dit kan als effect hebben dat de volumes van de erven (bebouwing en beplanting) toenemen en ruimtelijke impact hebben op het open karakter van het Komgebied. Door de relatief grote afstanden tussen de erven is de kans relatief klein dat er doorzichten verdwijnen en de openheid van de Komgebieden op grote schaal aangetast wordt.
Het totale effect wordt als een geringe verslechtering beoordeeld. Voor het voornemen wordt de effectbeoordeling voor het landschapstype Kommen als een geringe verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie beoordeeld (0/-).
Figuur 17. Categorieën beschermde landschappen
MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019
4.3.3 Beoordeling van de milieueffecten In de hiernavolgende tabel is de beoordeling weergegeven. Tabel. Overzicht beoordeling effecten Voornemen Effecten op de kernkwaliteiten van het landschap per landschapstype: Rivier de Linge en de uiterwaarden
-
Oeverwallen en stroomruggen
0/-
Komgebieden
0/-
Totaalscore
-
Betekenis symbolen: zeer negatief (--), negatief (-), neutraal (0), positief (+), zeer positief (++)
4.3.4 Maatregelen Bij afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden voor het vergroten van agrarische bedrijven kunnen eisen gesteld worden aan de landschappelijke inpassing van het erf. Daarmee wordt de schaalvergroting beter ingepast en wordt het negatieve effect afgezwakt. Per landschapstype kunnen landschappelijke maatregelen aan de orde zijn voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing van ontwikkelingen. Hiervoor wordt verwezen naar de richtlijnen uit het Landschapsontwikkelingsplan. 4.3.5 Leemten in de kennis Er is geen sprake van een leemte in kennis die de besluitvorming kan beïnvloeden.
4.4
Cultuurhistorie en archeologie
4.4.1 Referentiesituatie Cultuurhistorie RAAP Archeologisch Adviesbureau en Monumenten Advies Bureau (MAB) hebben voor het gehele grondgebied van de gemeente een cultuurhistorische gebieds-beschrijving en een cultuurhistorische inventarisatie en waardering opgesteld. Aan deze inventarisatie en waardering hebben ook de lokale erfgoedverenigingen en lokale historici een bijdrage geleverd. Het resultaat is een actueel overzicht van het cultuurhistorisch erfgoed van de voormalige gemeente Geldermalsen. Op het gebied van cultuurlandschap en gebouwd erfgoed kent de voormalige gemeente Geldermalsen bijzondere kwaliteiten, die sterk verbonden zijn met de landbouw en de strijd tegen en met het water. Dit heeft er onder andere toe geleid dat een groot deel van de voormalige gemeente Geldermalsen als Natio-
MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019
naal Landschap Rivierengebied en Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie is aangemerkt. In het rapport staat uitvoerig beschreven dat “De Linge met daarlangs de oeverwallen een structurerend element vormt voor een groot deel van de historischlandschappelijke ontwikkelingen binnen de voormalige gemeente Geldermalsen. Door de afdamming van de Linge in de Late Middeleeuwen is een unieke situatie ontstaan: de rivierloop is in de afgelopen 700 jaar nauwelijks gewijzigd. Langs de rivier bevinden zich de historische kernen, de middeleeuwse Linge-dijken en historische boomgaarden. De historische kernen hebben een opzet die zeer karakteristiek is voor de nederzettingen langs de Linge en die vaak nog zeer gaaf is. Dit komt tot uitdrukking in een hoge dichtheid van waardevolle historische bebouwing, een gaaf historisch wegenpatroon en de aanwezigheid van historische kasteelterreinen. Samen met de Linge vormen de historische kernen een snoer van cultuurhistorische parels dat van oost naar west door de gemeente loopt. De oeverwallen worden aan de Lingezijde begrensd door de Lingedijk. Hier komen de elementen die samenhangen met de waterstaatkundige geschiedenis samen in de vorm van onder andere wielen, overlaten, weteringen en uitwateringssluizen. Op de oeverwallen komen cultuurlandschappelijk zeer waardevolle gebieden voor, zoals het gebied rondom landgoed Mariënwaerdt.
Verder van de Linge af gaat het landschap over in de komgebieden, waar de agrarische en waterstaatkundige geschiedenis nadrukkelijk aanwezig is. Dit komt tot uitdrukking in de verkavelingsstructuur, de aanwezigheid van weteringen, historisch landgebruik in de vorm van grienden en eendenkooien en de aanwezigheid van imposante woonheuvels. Het meest noordelijke komgebied, waarbinnen het natuurgebied de Regulieren en het gebied ten noorden van landgoed Mariënwaerdt vallen, vertegenwoordigt een zeer hoge cultuurhistorische waarde. Landschappelijke ingrepen in de tweede helft van de 20e eeuw hebben de hoofdstructuur van de komgebieden veelal onaangetast gelaten. De aanleg van grote infrastructurele werken, de snelwegen A2 en A15 en de Betuweroute, hebben wel grote invloed gehad op het historische landschap en enkele historische kernen. Belangrijke structuren zijn hierdoor onderbroken, de historische ruimtelijke maat van de komgebieden is aangetast en enkele historische dorpsgezichten zijn ingrijpend veranderd. Vrijwel de gehele westelijke helft van de gemeente viel binnen de invloedssfeer van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Gelet op het belang van de bescherming van deze linie is verderop in deze notitie hieraan nader aandacht besteed.
MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019
Figuur 18A: Cultuurhistorische inventarisatiekaart (voormalige) Gemeente Geldermalsen, RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. oktober 2014
MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019
Figuur 18b: Cultuurhistorische waarderingskaart (voormalige) Gemeente Geldermalsen, RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. oktober 2014 MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019
Figuur 18a: Legenda bij Cultuurhistorische waarderingskaart
MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019
Figuur 18b: Legenda bij Cultuurhistorische inventarisatiekaart
In de tweede helft van de 20e eeuw is een groot deel van het landschap binnen de voormalige gemeente Geldermalsen opnieuw ingericht. Aanleiding waren de achterstand in agrarische ontwikkelingen in de komgebieden en de waterproblematiek. Dorpspolders werden samengevoegd, ontwateringssystemen opgeschaald, percelen samengevoegd en in de komgebieden verschenen nieuwe boerderijen. Zeer karakteristiek voor deze nieuwe landschappelijke ontwikkeling waren de gestandaardiseerde boerderijtypen, de erfindeling en de wegbeplanting. Gezamenlijk hebben zij zorg gedragen voor een relatief nieuw en zeer herkenbaar landschap in de komgebieden.” (bron: Cultuurhistorie in de gemeente Geldermalsen: een beschrijving, inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw, RAAB en MAB, 31 oktober 2014). De uitkomsten van deze cultuurhistorische inventarisatie kunnen aanleiding geven specifieke waarden beter via het bestemmingsplan te beschermen. De Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) De NHW is duidelijk aanwezig in het komgebied van de Regulieren en de Diefdijk. De Diefdijk als hoofdverdedigingslijn van de NHW is een waardevol element. Deze slaperdijk hield het water buiten het gewest Holland.
De meest westelijk gelegen polders hebben een hoge cultuurhistorische waarde omdat deze gebruikt konden worden voor de inundatie, net zoals de inundatiesluizen, weteringen en kanalen. De meest zichtbare elementen bevinden zich langs de westgrens rondom de Diefdijk. Het werk op de spoordijk bij de Diefdijk, de betonnen veldwerken en relicten van veldstellingen hebben een hoge cultuur-historische waarde. Hoewel de Diefdijk net buiten de gemeentegrenzen ligt, is dit lijnelement van grote waarde voor de genese van de landschappelijke structuur van het westelijk deel van de voormalige gemeente Geldermalsen. De NHW krijgt mogelijk de status van werelderfgoed (Unesco). De gemeente draagt daarom bijzondere verantwoordelijkheid voor het behoud van de kern-waarden van de NHW. Samen met de bij de waterlinie betrokken gemeenten en de provincie is inmiddels een stelsel van planregels uitgewerkt ter bescherming van de kernwaarden van de NHW. Vertrekpunt voor deze uitwerking is het op 13 februari 2014 ondertekende 'Pact van Loevestein, de bestuursovereenkomst 'Nieuwe Hollandse Waterlinie'' met de overige betrokken gemeenten en de provincie Gelderland. Het doel van deze bestuursovereenkomst is te komen tot vaststelling van uniforme bestemmingsplanregels die het behoud en de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van de NHW waarborgen.
Het stelsel van planregels wordt in het bestemmingsplan zichtbaar gemaakt in een dubbelbestemming 'Waarde - Nieuwe Hollandse Waterlinie'. Met behulp van gebiedsaanduidingen is deze zonering op de verbeelding nader weergegeven. De zonering is een afgeleide van de verschillende functies die in de waterlinie zijn te onderscheiden. Voor de totale NHW worden de volgende vier zoneringen gehanteerd: 1.
de verdichtingsvelden: deze zone ligt aan de 'veilige zijde' van de linie. Het betreft de gebieden achter de hoofdverdedigingslijn. Deze gebieden zijn in het algemeen meer besloten van karakter en kennen meer beplanting en bebouwing dan de gebieden aan de andere zijde van de hoofdverdedigingslijn. Overigens komen er in het plangebied geen verdichtingsvelden voor;
MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019
96
2.
de kernzone: deze zone bestaat uit de hoofdverdedigingslijn en de daarin gelegen forten, batterijen en andere objecten. In deze zone liggen de meeste en meest zichtbare werken met als oorspronkelijk doel de vijand te beschieten. Voor dit doel horen ook de schootsvelden (verboden kringen) rondom de forten en batterijen tot deze zone. Deze schootsvelden konden van bebouwing en beplanting zijn voorzien, maar er golden wel specifieke regels om de openheid van deze zone te waarborgen. De forten nemen een aparte positie in binnen de kernzone. Deze objecten en hun samenhangende terrein zijn grotendeels bebouwd en kennen al dan niet een samenhangende beplanting. Het zijn de enige grotere bouwwerken binnen de linie en spelen in die zin dan ook een rol voor eventueel hergebruik;
3.
de inundatiekommen: deze zone bestaat uit het onder water te zetten gebied. Het betreft een groot gebied van soms wel enkele kilometers breed. In het algemeen bestaan de inundatiekommen uit de lagere gebieden in het landschap, omdat deze het gemakkelijkst onder water te zetten zijn. Deze gebieden hebben over het algemeen een open karakter, maar er kan ook opgaande beplanting aanwezig zijn als onderdeel van karakteristieke (cultuurhistorische) landschapspatronen;
4.
de accessen: deze zone bestaat uit hogere gronden of (infrastructurele) doorbraken die de kernzone en de inundatievelden doorsnijden en niet zijn te inunderen. De forten en batterijen liggen juist op die locaties waar de accessen de hoofdverdedigingslijn raken. Accessen ontstaan ook door infrastructurele werken, zoals spoorwegen en snelwegen. Indien deze al geruime tijd aanwezig zijn, zijn ze voorzien van forten en werken. Gaat het om relatief nieuwe snel- of spoorwegen, dan ontbreken deze verdedigingswerken.
Archeologie De Monumentenwet 1988 verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de bodem aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Dit is in lijn met het Europese Verdrag van Malta. Archeologische waarden zijn in Nederland veelal onzichtbaar, omdat ze grotendeels verborgen liggen in de bodem, waardoor ze niet eenvoudig te karteren zijn. Voor de onbekende waarden heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) opgesteld. In 2006 heeft de gemeente een eigen nota vastgesteld; de Beleidsnota Archeologische Monumenten25
zorg . Het beleidsplan heeft enkele specifieke doelstellingen, namelijk: 1.
De intentie van de gemeente om op een werkbare en doelmatige manier zorg te dragen voor het archeologisch erfgoed dat volwaardig deel moet uitmaken van de ruimtelijke ordening.
2.
Het recreatief en educatief ontsluiten van archeologie (verbreding van het maatschappelijke draagvlak voor het archeologisch erfgoed en vermarkting van archeologie).
25
(voormalige) Gemeente Geldermalsen. Beleidsnota Archeologische Monumentenzorg. Naar een realistische en duurzame omgang met het archeologisch erfgoed (2006).
MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019
97
3.
Samenwerking met buurgemeenten om tot een adequate, consistente en financieel haalbare regionale Archeologische Monumenten Zorg te komen.
4.
Zoveel mogelijk streven naar een gebiedsgerichte benadering; archeologie als onderdeel van de cultuurhistorie.
De archeologische beleidskaart vormt de archeologische onderlegger bij het opstellen van een bestemmingsplan. Deze beleidskaart is in 2015 geactualiseerd. Beleidsmatig is er niets veranderd. Wel is de verwachtingswaardekaart aangepast op basis van uitgevoerde archeologische onderzoeken sinds 2006. Op de kaart wordt onderscheid gemaakt tussen de archeologische verwachtingswaarde, die in termen aangegeven zijn als hoog, middelmatig, laag en onbekend. Daarnaast zijn archeologisch waardevolle gebieden aangegeven (archeologisch monument, historische dorpskernen en oude woongronden). Op deze onderdelen is het volgende beleid van toepassing: –
terreinen met status (archeologisch monument): Archeologisch onderzoek verplicht als opper2
vlak van de ingreep groter is dan 100 m en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm Mv; –
terreinen zonder status (puntlocaties met rondom een attentiezone van 50 m): Archeologisch 2
onderzoek verplicht als oppervlak van de ingreep groter is dan 100 m en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv; –
historische dorpskernen: Archeologisch onderzoek verplicht als oppervlak van de ingreep 2
groter is dan 100 m en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv; –
oude woongronden: Archeologisch onderzoek verplicht als oppervlak van de ingreep groter is 2
dan 100 m en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv; –
hoge archeologische verwachtingswaarde: Archeologisch onderzoek verplicht als oppervlak 2
van de ingreep groter is dan 500 m en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv; –
middelmatige archeologische verwachtingswaarde: Archeologisch onderzoek verplicht als 2
oppervlak van de ingreep groter is dan 1.000 m en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm -Mv; –
lage archeologische verwachtingswaarde: Geen archeologisch onderzoek bij ruimtelijke ontwikkelingen;
–
onbekende archeologische verwachtingswaarde: Archeologisch onderzoek verplicht als opper2
vlak van de ingreep groter is dan 2.500 m en de diepte van de ingreep dieper reikt dan 3,0 m Mv.
MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019
98
Figuur 19. (voormalige) gemeente Geldermalsen en archeologie rood=hoge
verwachtingswaarde;
geel=middelmatige
verwachtingswaarde;
groen=lage
verwachtingswaarde
grijs=onbekende verwachtingswaarde; oranje=terrein met status; donkerrood=dorpskern; bruin=oude woongrond
4.4.2 Omschrijving van de milieueffecten Beoordelingskader In deze paragraaf wordt beschreven wat het voornemen betekent voor landschap. De resultaten zijn vooral gebaseerd op een kwalitatief deskundigenoordeel. De volgende voornemens worden getoetst op de onderscheiden landschapseenheden (zie afbeelding). De volgende uitgangspunten worden verder uitgewerkt: 1.
De agrarische bouwvlakken van agrarische bedrijven worden vergroot bij wijziging tot 2 ha. Dit is niet toegestaan voor een glastuinbouwbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘glastuinbouw’ of een niet-grondgebonden veehouderij, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - niet grondgebonden veehouderij'.
2.
Glastuinbouwbedrijven mogen eenmalig uitbreiden binnen het bouwvlak, binnen de aanduiding ‘glastuinbouw’, waarbij de vergroting mag niet meer bedragen dan 20% van de bestaande glasopstand.
3.
Bij zowel burgerwoningen als agrarische bedrijven binnen de bestemming ‘agrarisch met waarden’ is kleinschalig kamperen toegestaan.
De volgende criteria worden daarbij gehanteerd:
MER bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen - 4 oktober 2019
99