RV2021-132 Bijlage 1 Nota van zienswijzen eindversie voor de raad.pdf
Tekst van het document
Het enige dat wordt bereikt is dat het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006 van kracht blijft. Dit is gelet op de gewenste actualisatie (vervanging) van dat bestemmingsplan ongewenst. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.3.6
Limesstraat 7 Tiel, zaaknr. 1807
Samenvatting reactie Verzocht wordt het perceel kadastraal bekend gemeente Buurmalsen sectie D 2061 uit het bestemmingsplan te houden en toe te voegen aan de bebouwde kom van Buurmalsen. Reactie gemeente Het betreffende perceel van ± 3.3 ha groot gelegen aan de Groeneweg te Buurmalsen kent een agrarisch gebruik. Het perceel vormt een van de doorkijken vanuit de Groeneweg naar het achterliggende agrarisch gebied. Het perceel maakt mede gelet op het feitelijke gebruik van oudsher deel uit van het plangebied van het bestemmingsplan “Buitengebied”. Bij de laatste herziening van het bestemmingsplan voor de bebouwde kom van Buurmalsen (kern Buurmalsen 2013) is dit perceel ook weer buiten het plangebied van dat bestemmingsplan gebleven. Er is geen concrete aanleiding om dit perceel nu buiten het bestemmingsplan “Buitengebied” te houden. Het huidige agrarische gebruik kan worden voortgezet. Aanvullend komt daarbij dat het perceel niet automatisch onderdeel wordt van het bestemmingsplan voor de kern Buurmalsen door het buiten dit bestemmingsplan te laten. Het enige dat wordt bereikt is dat het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006 van kracht blijft. Dit is gelet op de gewenste actualisatie (vervanging) van dat bestemmingsplan ongewenst. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.3.7
Pr. Julianaweg 28 Geldermalsen, zaaknr. 2093
Samenvatting reactie Niet ingestemd kan worden met het toegekende bestemmingsvlak voor de woning Tielerweg 51 te Geldermalsen. Dit bestemmingsvlak ligt op 20 meter van de boomgaard van de appellant. Verwezen wordt naar de situatie dat heeft geleid tot de bouwvergunning van 24-4-2008. Toen is de woning al tegen de zin van de appellanten richting de boomgaard verplaatst. Naar aanleiding hiervan is er een kwalitatieve verplichting op het perceel van de woning gelegd. De oppervlakte van het nu toegekende Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
40
bestemmingsvlak is aanzienlijk groter dan het verbale bouwperceel van 750 m² uit het bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006. Gesteld wordt dat de belangen van de appellant hierdoor worden geschaad. Reactie gemeente De woning Tielerweg 51 is een bestaande woning waarvoor in 2008 een bouwvergunning op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006 is verleend. Aan de woning dient daarom ook in dit bestemmingsplan een positieve bestemming te worden toegekend. Dit is gedaan middels het toekennen van een bestemmingsvlak “Wonen”. Bij de begrenzing van dit vlak is niet onnodig de nabijheid van de naastgelegen boomgaard opgezocht. Aanvankelijk (in het voorontwerpplan) lag de grens meer naar het oosten maar dit is al op verzoek van de bewoners van de woning gecorrigeerd. Daarbij werd onder meer gewezen op het belang van de boomgaard. Zie hiervoor ook paragraaf 3.3.6 van de nota van inspraak en vooroverleg. De oostelijke grens van het bestemmingsvlak ligt nu dicht naast de bestaande woning, en is vervolgens evenwijdig aan de perceelgrenzen naar voren en achteren gelegd. De naastgelegen boomgaard kan daarbij normaal worden geëxploiteerd ook wat betreft het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De boomgaard wordt daarbij planologisch beschermd door de definitie voor bestaande boomgaarden (begripsbepalingen: artikel 1.17).
Overigens moet worden opgemerkt dat bij de planmethodiek voor de woningen in het bestemmingsplan Buitengebied 2006 sprake was van een gebruiksruimte voor wonen in de vorm van een denkbeeldige rechthoek van maximaal 1.500 m² (dan wel zo veel meer als bestaand) en niet de door de appellant genoemde 750 m². Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.3.8
Jeugdlaan 2a Beesd, zaaknr. 2223
Samenvatting reactie Verzocht wordt het in eigendom van de gemeente West Betuwe zijnde perceel kadastraal bekend gemeente Beesd sectie E nr. 3785, grenzend aan de Schuttersweg, een (toekomstige) woonbestemming te geven. Aangegeven wordt dat voor de uitvoering van de bouwplannen (met name voor starters en senioren) een vereniging voor “Collectief Particulier Opdrachtgeverschap” zal worden opgericht. Dit alles om te voorzien in de aangetoonde behoefte aan woningbouw (vooral door stilleggen plannen voor nieuwbouwwijk De Garstkampen). Door het perceel nu al een woonbestemming te geven is straks geen bestemmingsplanprocedure meer nodig als de plannen in overleg met de gemeente concreter zijn geworden. Reactie gemeente Het perceel kadastraal bekend gemeente Beesd sectie E nummer 2785 is bestemd als “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”. Het bestemmingsplan “Buitengebied 2018” is in essentie conserverend van aard. In het bestemmingsplan wordt ruimte geboden voor kleinschalige ontwikkelingen. In dit geval gaat het om het voorsorteren om een nog te bouwen woonwijk. Dit is niet meer aan te merken als een kleinschalige ontwikkeling. Zoals eerder is opgemerkt (zie 3.1.5 onder 6) zal de planvorming voor de uitbreiding van Beesd via een separate procedure gaan plaatsvinden. De reactie van appellant leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.3.9
Burgemeester R. van der Venlaan 25 Geldermalsen, zaaknr. 2331
Samenvatting reactie Verzocht wordt om aan het gehele in eigendom zijnde perceel de bestemming “Wonen” toe te kennen. Het perceel is ingericht en in gebruik als tuin. Verwezen wordt naar de naastgelegen woningen nr. 21 Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
41
en 23 waarbij wel het hele perceel als “Wonen” is bestemd. De deels toegekende agrarische bestemming kent geen enkele te motiveren ruimtelijke doelstelling. Reactie gemeente Het woonperceel aan Burgemeester R. van der Venlaan 25 is voor een groot deel als “Wonen” bestemd. In tegenstelling tot de naastgelegen percelen is het achtererf van Burg. R. van der Venlaan 25 niet als “Wonen” bestemd. De gronden buiten het bestemmingsvlak zijn deels verhard en in gebruik als erf bij de woning. Dit gedeelte van het perceel kan alsnog aan het bestemmingsvlak “Wonen” worden toegevoegd. Daarbij dient een afstand van ca. 30 m tot de eerste bomenrij van de achtergelegen boomgaard worden aangehouden, vergelijkbaar met de afstand die wordt aangehouden bij het adres Burg. R. van der Venlaan 23. Dit betekent dat een klein deel van het perceel, het gedeelte dat niet is verhard en als siertuin is ingericht, buiten het bestemmingsvlak “Wonen” blijft. Aanpassing Een deel van het achtererf van Burg. R. van der Venlaan 25 wordt bestemd als “Wonen”, zie onderstaande afbeelding.
3.3.10 Kooiweg 1 en 1a Enspijk, zaaknr. 2333 Samenvatting reactie 1. Verzocht wordt de aanwezige kooikerswoning (nr. 1a) als bijgebouw binnen de bestemming “Wonen” te brengen zodat de gebruiksmogelijkheden ook overeenstemmen met de planregels voor bijgebouwen onder “Wonen”. Het feit dat het bijgebouw ondergebracht is binnen de bestemming “Natuur” zou tot beperkingen leiden. 2. Grotendeels kan ingestemd worden met de afhandeling van een eerder ingebrachte inspraakreactie wat betreft het bestemmen van enkele percelen. Alleen voor het meest westelijke perceel wordt verzocht een agrarische bestemming toe te kennen (i.p.v. bestemming “Natuur”). De aanwezigheid van boompjes alleen rechtvaardigt niet de bestemming “Natuur”. Het perceelsgedeelte maakt onderdeel uit van de exploitatie van het agrarisch bedrijf. Reactie gemeente 1. Het voormalige kooikerhuisje is naar aanleiding van de inspraakreactie bestemd als bijgebouw in de bestemming “Natuur”. In de bestemmingsomschrijving is opgenomen dat het gebouw kan worden gebruikt als bijgebouw bij de woning aan Kooiweg 1 te Enspijk. Met deze wijziging is de feitelijke situatie ter plaatse vastgelegd in het bestemmingsplan. Het omzetten van de bestemming “Natuur” naar “Wonen” is niet nodig en is niet wenselijk gelet op de ligging in het natuurgebied. 2.
Appellant verzoekt het perceel kadastraal bekend gemeente Deil sectie M nummer 720 te bestemmen als “Agrarisch”. Het betreft een langwerpig perceel van ± 1,8 ha. evenwijdig aan de Betuweroute. Het perceel wordt aan de zuid- en westzijde begrensd door een watergang. Het perceel maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006 maar was grotendeels opgenomen in het op 29 mei 2001 vastgestelde bestemmingsplan “Betuweroute”. Dit Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
42
bestemmingsplan is opgesteld voor de aanleg van de Betuweroute incl. bijhorende (groen)voorzieningen. In de koopakte uit 2005 is opgenomen dat een strook grond ten noorden van de toen afgeronde aanleg van de Betuweroute verkocht is door Prorail aan appellant. Het gehele perceel langs de Betuweroute is als landschappelijke inrichting/natuurterrein verkocht. Het perceel kadastraal bekend gemeente Deil sectie M nummers 720 dient bestemd te worden als “Natuur”. Daarnaast dient de natuurbestemming in oostelijke richting te worden uitgebreid net als in het voorontwerp bestemmingsplan “Buitengebied 2018”. Aanpassingen bestemmingsplan Het gehele perceel kadastraal bekend gemeente Deil sectie M nummer 720 wordt bestemd als “Natuur”. 3.3.11 Blankertseweg 11 Meteren, zaaknr. 2404 Samenvatting reactie 1. Allereerst wordt afgevraagd waarom het perceel geen agrarische bestemming heeft gekregen zoals dit het geval was in het bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006. 2. Gewezen wordt op de aanwezigheid van een loods op het achtererf. Renovatie van deze loods is gewenst om het vervolgens te gebruiken voor de stalling van enkele fruitsorteermachines als onderdeel van een handelsonderneming. Mocht dit volgens de toegekende bestemming niet mogelijk zijn dan wordt verzocht de bestemming zodanig aan te passen dat dit wel is toegestaan. Reactie gemeente 1.
Aanleiding voor de omzetting naar “Wonen” heeft vooral te maken met de plicht uit de Wro aan te sluiten bij de eisen IMRO2012 SVBP2012, digitaal gepubliceerd IMRO2012 STRI2012. Het bestemmingsplan is functiegericht. In het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006 heeft het perceel aan de Blankertseweg 11 te Meteren de bestemming Landelijk Gebied II met de nadere aanduiding ‘woning’. Het was daardoor al bestemd als een woonfunctie en niet als een agrarisch bouwperceel. In het bestemmingsplan “Buitengebied 2018” heeft het perceel wederom de bestemming “Wonen” gekregen. De bestemming “Wonen” past bij de bestaande hoofdfunctie op het perceel. Dit volgt uit de inventarisatiegegevens. Er is geen agrarisch bedrijf gevestigd. 2. De loods op het woonperceel is toegestaan als zijnde ‘bijgebouw’ bij de woning. Appellant kan gebruik maken van de afwijkingsbevoegdheid (artikel 21.5.3) om een aan huis verbonden bedrijf uit te oefenen. Het vloeroppervlak van de bedrijfsactiviteit mag niet groter zijn dan 75 m² en bij sloop van bestaande gebouwen kan dit worden vergroot tot maximaal 200 m² (artikel 21.3.5). Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.3.12 Middelweg 49 Tricht, zaaknr. 2461 Samenvatting reactie Verzocht wordt aan het perceel Middelweg 49 een woonbestemming toe te kennen.
Reactie gemeente Het perceel aan Middelweg 49 te Tricht is bestemd als “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden” met een agrarisch bouwvlak in het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied 2018”. Op het perceel was een bloemkwekerij gevestigd. De bedrijfsvoerders van de voormalige bloemkwekerij zijn verhuisd. De agrarische bedrijvigheid op het perceel is komen te vervallen. De bestemming wordt conform het feitelijke gebruik gewijzigd naar “Wonen”, conform het verzoek van de appellant. Aanpassingen bestemmingsplan Het perceel Middelweg 49 te Tricht wordt bestemd als “Wonen”. Het bestemmingsvlak “Wonen” is gelijk aan het huidige bouwvlak binnen de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”. Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
43
3.3.13 Lingedijk 32 Buurmalsen, zaaknr. 2609 Samenvatting reactie Verzocht wordt aan het pand ‘Ravenstein” gelegen aan de Lingedijk 32 een gemengde bestemming wonen én kantoorfunctie toe te kennen. Het kantoordeel dat zich in het souterrain bevindt is een afzonderlijke bedrijfsunit van ± 200 m² met eigen entree. Verwezen wordt daarbij naar eerdere gesprekken met de gemeente n.a.v. verkoop woning. Reactie gemeente Op het perceel Lingedijk 32 is een woning aanwezig. Een deel van het pand (200 m²) is in gebruik als kantoor. Op 13 januari 2020 is een omgevingsvergunning verleend op basis van het kruimelbeleid (ander gebruik in bebouwde kom) voor 12-14 werkplekken voor het bedrijf in de souterrain van de woning. Het betreft 150 m² aan kantoor en aanvullend ruimte voor hal en sanitair. Deze ondergeschikte kantoorfunctie wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. Aanpassingen bestemmingsplan Op het perceel Lingedijk 32 wordt ter hoogte van het souterrain een aanduiding ‘kantoor’ opgenomen. Aan de bestemmingsomschrijving wordt toegevoegd dan ondergeschikte kantoor is toegestaan tot een maximale bruto vloeroppervlakte van 200 m², uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘kantoor’. 3.3.14 Lingedijk 85 Rhenoy, zaaknr. 2693 Samenvatting reactie Verzocht wordt het in eigendom zijnde perceel dat bij de woning hoort in het geheel als tuin te bestemmen.
De woning zelf is gelegen in het bestemmingsplan voor de kern Rhenoy. Reactie gemeente De woning aan Lingedijk 85 te Rhenoy ligt op het perceel kadastraal bekend gemeente Beesd sectie F nummer 1732. Het oostelijke deel van het perceel ligt in de uiterwaarden van de Linge. Nieuwbouw is planologisch niet wenselijk in de uiterwaarden. Het perceel is overwegend landelijk zonder aanwezigheid van bebouwing. Gelet op de kwetsbaarheid van het landschap aan de Linge is het onwenselijk het perceel te bestemmen als tuin (Wonen). Voorkomen moet worden dat er ruimte ontstaat voor aanlegwerkzaamheden zoals een siertuin met verhardingen. Er kan een aanduiding op het perceel gelegd worden die in andere delen van de uiterwaarden wordt gebruikt, namelijk 'specifieke vorm van recreatie - recreatielandjes'. Hierdoor blijft de openheid van de uiterwaarden wel gewaarborgd, maar is het dagrecreatieve gebruik door de eigenaar toegelaten. Deze aanduiding komt ook voor in het bestemmingsplan “Kern Rhenoy 2013” voor de “overtuinen” van de binnendijks gelegen woningen aan de Lingedijk. Aanpassingen bestemmingsplan Het perceel kadastraal bekend gemeente Beesd sectie F nummer 1732 aan Lingedijk 85 wordt aangeduid als 'specifieke vorm van recreatie - recreatielandjes'. 3.3.15 Lageveldweg 1 Rumpt, zaaknr.
2740 Samenvatting reactie De eerder tegen het voorontwerpplan ingediende reactie wordt nu als zienswijze/vragen opnieuw ingebracht. Gesteld wordt dat er in het verleden door de gemeente Geldermalsen niet is gereageerd op de toen ingebrachte inspraakreactie. Reactie gemeente De inspraakreactie is wel door de gemeente beantwoord in paragraaf 3.3.14 van de Nota van inspraak en vooroverleg. De nota is ingevoegd als bijlage 4 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
44
“Buitengebied 2018”. Het bestemmingsplan is raadpleegbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor de beantwoording wordt daarnaar verwezen. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.3.16 Polderdijk 4a Rumpt, zaaknr. 2870 Samenvatting reactie Verzocht wordt de maximale afstand van een te bouwen berging ten opzichte van een woonschip te verruimen van 5 meter naar 20 meter. Hiermee kan de berging op eigen terrein worden gebouwd en een viertal grote waardevolle bomen behouden blijven. Reactie gemeente Op het adres Polderdijk 4a te Rumpt is een woonschip aanwezig. Bij het woonschip is een berging op de gronden met de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden” toegestaan. De afstand tussen de berging en het woonschip mag maximaal 5 meter bedragen. Appellant wenst de berging te bouwen op de braakliggende gronden van het perceel kadastraal bekend gemeente Deil sectie N nummer 110. Hiermee kunnen de bomen in stand blijven. De gemeente is bereid mee te werken aan deze ondergeschikte wijziging om appellant de ruimte te bieden een bijgebouw te realiseren zonder de bomen ter plaatse te moeten kappen. In dit geval is daarom maatwerk wenselijk. In artikel 20.2.onder a sub 5 wordt toegevoegd dat op deze locatie een afstand van maximaal 20 meter mag worden gehanteerd.
Om de afstand te beperken wordt een aanduidingsvlak opgenomen waarbinnen de bijbehorende bouwwerken gerealiseerd dienen te worden. In de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden” ontbreken bouwregels voor bergingen bij woonschepen. De regels over het bouwen van een berging in de bestemming “Water” worden overgenomen in de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”. Aanpassingen bestemmingsplan In artikel 20.2.a.5 wordt toegevoegd dat op deze locatie een afstand van maximaal 20 m mag worden gehanteerd. De locatie wordt aangeduid als ‘specifieke vorm van agrarisch – berging’. In de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden” worden de bouwregels voor het bouwen van bergingen bij woonschepen overgenomen uit de bestemming “Water”.
3.3.17 Banweg 2 Beesd, zaaknr. 43690 Samenvatting reactie Niet ingestemd kan worden met het niet toekennen van een woonbestemming aan een boot gelegen in de Linge nabij de Molendijk te Beesd. Sinds 1978 wordt hier permanent gewoond uitgezonderd in de vakantie.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
45
Reactie gemeente Appellant verzoekt om de boot gelegen aan de Linge te bestemmen als “Wonen”. De boot is niet eerder bestemd als woonboot. Omdat de boot van appellant op het water ligt kan de bestemming niet worden gewijzigd naar “Wonen”. Afgewogen dient te worden of de boot kan worden bestemd als woonschip. Voor deze afweging is van belang dat de boot van appellant een varend object betreft, die zo nu en dan aanlegt. Een vaarschip is niet bedoeld om ter plaatse als woning te functioneren. De boot van appellant wordt niet bestemd als woonschip. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
46
3.4
Thema natuur, landschap en cultuurhistorie
3.4.1
Vereniging tot Behoud van het Lingelandschap, Postbus 131, 4190 CC Geldermalsen, zaaknr. 2808
Samenvatting reactie De Vereniging tot Behoud van het Lingelandschap (hierna: de VBL) vraagt vooral aandacht voor de bescherming van natuur- en landschapswaarden in de uiterwaarden van de Linge. Dit wordt uitgewerkt in drie onderdelen: 1. De VBL betreurt het dat de uiterwaarden geen hogere landschapsbescherming krijgen dan “agrarisch gebied ”en “agrarisch gebied met waarden”. Als ecologische verbindingszone (provinciale Omgevingsvisie) en als belangrijkste trekpleister voor recreanten, toeristen en voor eigen bewoners is een hogere bescherming van het gebied gewenst. Landschap in dit gebied is dus niet alleen een welzijnsfactor voor de eigen inwoners maar ook een cruciale economische factor voor toerisme en recreatie. Gevraagd wordt daarom om een aparte bescherming ten behoeve van natuur en landschap. 2. De aanwezigheid van boomgaarden in de uiterwaarden hoeft niet altijd bezwaarlijk te zijn. Wel wordt in verband met de functie ecologische verbindingszone gevraagd om een vrije zone langs de oevers van de Linge van ten minste 15 meter. Verder wordt gevraagd om de ontheffingscriteria voor nieuwe boomgaarden verder uit te werken. Onduidelijk is onder welke voorwaarden een dergelijke ontheffing wordt verleend (waaraan wordt getoetst). En kan na verlening eerste ontheffing meteen een tweede worden aangevraagd? 3.
Verzocht wordt voor teeltondersteunende voorzieningen (TOV) in de uiterwaarden een meer specifieke regeling te maken. Omdat TOV nu bij recht zijn toegestaan kan bij elke boomgaard in de uiterwaarden dergelijke voorzieningen komen. Zij hebben een grote impact op het landschap. Ook in de periode buiten het oogstseizoen waarin palen en frames van TOV wel permanent mogen blijven staan. Wanneer er geen specifieke regeling kan worden gemaakt wordt verzocht de bestaande beperking tot 0,5 ha TOV in het nu geldende bestemmingsplan te handhaven. Reactie gemeente 1. De VBL betreurt het dat de uiterwaarden geen hogere landschapsbescherming krijgen dan de bestemming “Agrarisch gebied ”en “Agrarisch gebied met waarden - Landschapswaarden”. De uiterwaarden zijn bestemd als “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”. Daarnaast zijn ze voorzien van een aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – uiterwaard’. In de planregels zijn bepalingen gekoppeld aan deze aanduiding. Zo zijn de gronden in de uiterwaarden bestemd voor de instandhouding van de landschappelijke- en natuurwaarden van de uiterwaarden en gelden er verschillende bouw- en gebruiksverboden. Ook is er een aanlegvergunningstelsel opgenomen voor werkzaamheden zoals het vellen of rooien van bos en het verlagen of ophogen van de bodem. Een specifieke bestemming “Uiterwaarden” maakt dit juridisch niet anders.
Bovendien ligt er op de natuurgronden binnen de uiterwaarden reeds de bestemming “Natuur”. De bestemming/aanduiding van de uiterwaarden hoeft daardoor niet te worden aangepast. 2. Bestaande boomgaarden in de uiterwaarden zijn toegestaan. Het voorstel van een vrije zone langs de oevers van de Linge acht de gemeente ook wenselijk ten behoeve van het behoud van de natuurwaarden, met uitzondering van bestaande bouwwerken en gebruik. Een zone van 15 m acht de gemeente echter aan de forse kant. Voor onderhoud van A-watergangen hanteert het waterschap een zone van 5 m langs de watergang. Wij achten het voldoende als naast deze strook nog een strook van 5 m vrij gehouden wordt, bij nieuwe boomgaarden (bij afwijking mogelijk), voor behoud en ontwikkeling van ecologische waarden. Voor fruitteelt in de vorm van nieuwe boomgaarden is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen (artikel 4.6.3). Het bevoegd gezag dient af te wegen of er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van natuur- en landschapswaarden van de naburige percelen en gronden. Daarnaast mag de oppervlakte van de fruitteelt in de vorm van nieuwe boomgaarden niet meer bedragen dan 5 ha. Hieraan wordt toegevoegd dat het de ‘totale’ oppervlakte van fruitteelt in de vorm van boomgaarden ‘per bedrijf’ betreft, waarbij in totaal maximaal 5 ha mag
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
47
worden aangevraagd per bedrijf, na vaststelling van dit bestemmingsplan. Cumulatie van extra nieuwe boomgaarden is daarmee niet aan de orde. 3. In de agrarische bestemmingen zijn teeltondersteunende voorzieningen uitsluitend toegestaan bij bestaande fruitteelt in de vorm van boomgaarden. Dit is opgenomen omdat teeltondersteunende voorzieningen onderdeel zijn van de huidige bedrijfsvoering van fruitteeltbedrijven. Afschaffing van de teeltondersteunende voorzieningen, of beperking tot 0,5 ha, is daarom niet aan de orde in dit bestemmingsplan. Vanwege de natuurwaarden van de uiterwaarden, achten wij verlaging van de maximale hoogte wel wenselijk. In de bouwregels wordt de toegestane bouwhoogte van palen en constructies van teeltondersteunende voorzieningen in de uiterwaarden verlaagd van 10 meter naar 6 meter. Aanpassingen bestemmingsplan • De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor nieuwe boomgaarden in de bestemming “Agrarisch gebied met waarden – Landschapswaarden” wordt aangepast. De voorwaarde ten aanzien van de toegestane oppervlakte wordt als volgt aangepast: “de totale oppervlakte van de fruitteelt in de vorm van boomgaarden van aanvragen na vaststelling van dit plan per bedrijf niet meer bedraagt dan 5 ha”. Daarnaast wordt onder sub a de voorwaarde toegevoegd dat fruitteelt in de vorm van boomgaarden niet is toegestaan binnen een zone van 10 m vanaf de Linge.
• In de bestemming “Agrarisch gebied met waarden – Landschapswaarden” wordt de toegestane maximale bouwhoogte van palen en constructies buiten het bouwvlak verlaagd naar 6 meter voor zover wordt gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – uiterwaard’.
3.4.2
Kooiweg West 9 Culemborg, zaaknr. 1746
Samenvatting reactie Verzocht wordt om een boomgaard gelegen aan de Kooiweg-West een agrarische bestemming te geven, in plaats van de bestemming “Natuur”. Het perceel, kadastraal bekend gemeente Beesd sectie A nr. 697 is altijd als boomgaard in gebruik geweest. Ook bij de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied uit 2006 is ten onrechte aan het perceel de bestemming “Natuur- en Bosgebied” toegekend. Reactie gemeente Het perceel is gelegen achter Kooiweg West 91 te Beesd en kadastraal bekend gemeente Beesd sectie A nummer 697. Het perceel is bestemd als “Natuur”, maar in gebruik als boomgaard. In het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied, eerste herziening” is het perceel in 2011 feitelijk bestemd als “Natuur- en bosgebied”. De provincie Gelderland heeft bevestigd dat hier echter geen sprake is van bos, maar van een boomgaard. Het perceel dient daarom bestemd te worden als “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”. Aanpassingen bestemmingsplan Het perceel kadastraal bekend gemeente Beesd sectie A nr. 697 krijgt de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”. 3.4.3
Meersteeg 47 Tricht, zaaknr. 1985
Samenvatting reactie Verzocht wordt om (een gedeelte van) een perceel (kadastraal bekend gemeente Buurmalsen, sectie G nr. 100), gelegen tegenover de locatie Meersteeg 51, te bestemmen als agrarisch. Ten onrechte zou aan deze weilanden met houtopstanden (enkele bomen) de bestemming “Natuur” zijn toegekend. Het betreffende graslandperceel is na verwerving in 1971 altijd in gebruik geweest ten behoeve van het beweiden van vee. Ook bij de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006 is ten onrechte aan het perceel een natuurbestemming toegekend. Reactie gemeente Een deel van het perceel kadastraal bekend gemeente Buurmalsen sectie G nummer 100 is bestemd als “Natuur”. Het perceel bevat houtopstanden en grenst aan de Hooglandsche Wetering. In het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied, eerste herziening” is het perceel bestemd als “Natuur- en Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
48
bosgebied”. Daarvoor was er ook al in het voorgaande bestemmingsplan “Buitengebied 1984” sprake van een bosbestemming. Het perceel is bekend bij de provincie in het kader van de Boswet. De provincie heeft eerder controle uitgevoerd over de houtopstanden. Het perceel dient bestemd te blijven als “Natuur”. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.4.4
Mark 34 Meteren, zaaknr. 2339
Samenvatting reactie 1. Bezwaar wordt gemaakt tegen de dubbelbestemming “archeologie 3” dit om de mogelijke beperkingen voor de agrarische bedrijfsvoering (drainages of uitbreiding boomgaard). 2. Ook wordt bezwaar gemaakt tegen de landschapswaarde dit om de mogelijke beperking voor aanleg zonneweide. Reactie gemeente 1. Ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden dient een bestemmingsplan beschermende regels te bevatten (zie ook paragraaf 4.3.2 van bijlage 1 van de toelichting). Bij de gemeentelijke reactie in paragraaf 3.1.19 onder punt 2 wordt ook nader ingegaan op het gemeentelijke archeologiebeleid. Afhankelijk van de verwachtingswaarde ter plaatse verschillen de regels. In gebieden met de hoogste verwachtingswaarde moet bij een verstoringsoppervlakte (dieper dan 30 cm) van boven de 10 m² een archeologisch vooronderzoek plaatsvinden. In gebieden met de dubbelbestemming archeologie 3 gaat het daarbij om een oppervlakte van meer dan 500 m². Deze planmethodiek is ook al aanwezig in het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006. Mits voldaan wordt aan de vereisten van het vergunningstelsel (o.a. artikel 28.4) is de aanleg van boomgaarden of het aanbrengen van drainages niet uitgesloten. Er is gelet op het voorgaande geen aanleiding de regels te wijzigen. 2.
In tegenstelling tot de bestemming “Agrarisch” (zie artikel 3.4.2) kent de bestemming “Agrarisch met waarden-Landschapswaarden” geen binnenplanse afwijking voor het mogelijk maken van kleinschalige (maximaal 0,5 ha) bedrijfsgebonden zonnepark. De bestemming “Agrarisch met waarden-Landschapswaarden” is vooral van toepassing op voormalige oeverwallen van de Linge met een veelal kleinschalig karakter. Ter bescherming van de algemene ruimtelijke kwaliteiten is besloten om in deze gebieden de bebouwing buiten de toegekende bouwvlakken zo veel mogelijk te beperken. Uiteraard blijft het mogelijk om bijvoorbeeld op de bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak zonnepanelen aan te brengen (zie verder ook zienswijze 3.7.2). Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.4.5
Minstraat 27 Asperen, zaaknr. 2911
Samenvatting reactie 1. Niet ingestemd kan worden dat het perceel kadastraal bekend gemeente Beesd sectie L nr. 227 onder meer als kernzone waterlinie is aangemerkt. Gesteld wordt dat het mogelijk moet zijn om zonder vergunningen nieuwe fruitteelt te beginnen. 2. Verder wordt in zijn algemeenheid afstand genomen van de hoeveelheid regelgeving in Nederland en de hoge kosten van adviesbureaus. Reactie gemeente 1. Het genoemde perceel (± 1,6 ha) is gelegen aan de Kerkweg te Acquoy. Dit in nabijheid van Fort Asperen. Het perceel is als geheel gelegen in het als “kernzone” aangeduide gebied binnen de dubbelbestemming “waarde-Nieuwe Hollandse Waterlinie”. Met deze bestemming wordt recht gedaan aan de benodigde bescherming van het voormalige militaire verdedigingsstelsel. Dit in
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
49
overeenstemming met het bepaalde in artikel 2.58 van de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd december 2018). Voor een adequate bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn eerder in overleg met de betrokken gemeenten binnen de provincie Gelderland en de provincie zelf afspraken gemaakt over de implementatie van beschermende regels. De voormalige gemeente Geldermalsen heeft daarmee gewacht tot de procedure voor de actualisatie van het bestemmingsplan Buitengebied uit 2006. De gemeente Lingewaal (nu ook onderdeel van de gemeente West Betuwe) heeft daarentegen dezelfde regels al eerder middels een op 10-12-2015 vastgestelde paraplubestemmingsplan ingevoerd. Binnen de regelgeving is de aanleg van een nieuwe boomgaard niet op voorhand uitgesloten. Wel zal bij de beoordeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning gekeken moeten worden naar de te behouden kernkwaliteiten. 2. Het standpunt van de appellant over de regeldruk in Nederland en de kosten van het maken van plannen wordt verder voor kennisgeving aangenomen. De opmerkingen hebben niet direct betrekking op dit bestemmingsplan. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
50
3.5
Thema recreatie
Hierna volgen de inspraakreacties die raakvlakken met het onderwerp recreatie. In eerste instantie worden de reacties behandeld die betrekking hebben op de particuliere recreatieperceeltjes langs de Linge. Daarna komen de overige reacties aan bod. 3.5.1 Vereniging van eigenaren- en gebruikers ‘de Breeknap’, Graaf van Gelrestraat 11, 6691 Gendt, zaaknr. 2096 Samenvatting reactie Namens de aangesloten leden (40) van eigenaren en gebruikers van recreatielandjes in het gebied “De Breeknap” (nabij Rhenoy) wordt verzocht om de recreatielandjes ook te mogen gebruiken voor seizoensgebonden overnachting en het stallen en gestald houden van boottrailers. Voor de verblijfsrecreatie wordt voorgesteld om dit 3x24 uur mogelijk te maken. Dit komt de algemene sociale controle en veiligheid ten goede. Het zou ongewenste nachtelijke bezoekers en de daarmee gepaard gaande overlast (zwerfafval, verstoring dier en milieu) voorkomen. Omdat de landjes vanaf de waterweg niet zichtbaar zijn zou ook de stalling van trailers geen probleem hoeven te zijn. Reactie gemeente Op de recreatielandjes is uitsluitend recreatie in de vorm van extensieve dagrecreatie toegestaan. Appellant stelt voor om 3 x 24 uur kampeermiddelen en stacaravans mogelijk te maken. Dit voorstel is niet handhaafbaar en wordt daarom niet overgenomen.
Het gebruiken van gronden ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen en stacaravans is al in het bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006 aangemerkt als een strijdig gebruik. Slechts op enkele nader omschreven percelen was het wel toegestaan. Mede uit landschappelijke overwegingen houdt de gemeente vast aan dit beleid. Ook voor boottrailers geldt dat deze vanuit landschappelijk oogpunt niet gewenst zijn. De gemeente wenst het natuurlijk aanzicht van de landjes te behouden. De reactie van appellant leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.5.2
Kastanjestraat 21 Utrecht, zaaknr. 331
Samenvatting reactie Aangegeven wordt eigenaar te zijn van een recreatieperceel nabij Beesd. Verzocht wordt enkele aanpassingen door te voeren in de bouwregelgeving voor de recreatiepercelen: 1. In plaats van verschillende oppervlaktes voor gebouwen te hanteren (bijlage 1) wordt voorgesteld een uniforme oppervlaktemaat te nemen. Dat kan door de maat over te nemen van het grootste gebouw in een strook óf door te werken met één bouwpercentage (genoemd wordt een voorbeeld van 2%). Door deze aanpassing zouden perceelseigenaren meer vrijheid kunnen krijgen om in dit prachtige natuurgebied beter passende gebouwen (zoals houten tuinhuisjes en blokhutten) te kunnen plaatsen in plaats van caravans. 2. Appellant verzoekt ín artikel 4.2.5 onder b ‘opbergkist’ te wijzigen naar ‘opbergruimte’. De maximale bouwhoogte van de opbergkist zou van 1,5 meter naar 2,5 meter verhoogd dienen te worden. Hierdoor zou bijvoorbeeld een zitmaaier in de opbergkist geplaatst kunnen worden. Door een minimale afstand tot de Linge aan te houden (bijvoorbeeld 10 meter) hoeft deze maatregel geen negatief effect te hebben op het aanzicht. 3. Voorgesteld wordt om een extra gebouw (maximaal 1 m²) voor een toilet op te nemen in de regels. Een dergelijke voorziening is voor dagverblijf noodzakelijk. Reactie gemeente 1. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 3.5.1.
Het voorstel van appellant zal per saldo leiden tot een toename van bebouwing, vooral op de recreatielandjes waar nu nog geen Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
51
gebouwen staan. Uitgangspunt van het beleid voor recreatielandjes is een vorm van stand-still voor wat betreft gebruik en bebouwing. Bestaande bebouwing mag niet toenemen. De regeling wordt niet aangepast. 2. De bouwhoogte van de opbergkist bedraagt maximaal 1,5 m. Deze regeling is afkomstig uit het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006. Het voorstel van appellant om in plaats van een opbergkist, een opbergruimte van 2,5 m hoog en gelegen op een afstand van 10 m tot de Linge, mogelijk te maken, is vanuit landschappelijk oogpunt niet aanvaardbaar. Het algemene uitgangspunt is om niet meer gebouwen (voor een mens toegankelijke ruimte, dus met stahoogte) toe te staan. Als alternatief is daarom gekozen voor de mogelijkheid van een (lagere) opbergkist om materiaal zoals zitmeubilair tijdelijk op te slaan. Dit komt het uiterlijk van de landjes ten goede (minder verstorende objecten in het landschap). 3. De regeling is gebaseerd op het geldende bestemmingsplan “Buitengebied”. Vanwege de waarden van het gebied worden de bouwmogelijkheden niet uitgebreid, maar beperkt tot de huidige regeling voor bouwwerken en gebouwen. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.5.3
Sjersestraat 2a Almkerk, zaaknr. 2233
Samenvatting reactie 1. Verzocht wordt een positieve bestemming te geven aan het legale drijvende object (recreatiewoning) op het perceel kadastraal bekend gemeente Deil sectie N nr. 490. Sinds 15 juli 2017 ligt in de insteekhaven een kleine ark (afmetingen 12.2 meter lang, 4 meter breed en 2,6 meter hoog). De ark dient als recreatief verblijf. Gesteld wordt dat de ark op grond van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten op 1 januari 2018 van rechtswege (automatisch) een omgevingsvergunning heeft verkregen. Hierdoor is sprake van een legale en vergunde situatie die als zodanig, en overeenkomstig de verleende omgevingsvergunning, moet worden ingepast in het nieuwe bestemmingsplan. Voorgesteld wordt het perceel de bestemming “RecreatieVerblijfsrecreatie” met de aanduiding ‘recreatiewoning” te geven (= artikel 15 van de planregels). Het verzoek wordt verder onderbouwd met verwijzing naar de genoemde Wet en bijhorende artikelen. Gewezen wordt in dat verband op de inhoud van het overgangsrechtelijke artikel 8.2a lid 2 Wabo waarin gesproken wordt over een “woonboot of een ander drijvend object…”. Genoemde ark is als drijvend object aan te merken. De overgangsregeling moet ruim worden uitgelegd, in die zin dat de bepaling ziet op zowel de bouw- als gebruiksregels van het bestemmingsplan.
Verwezen wordt naar een uitspraak van de Raad van State van 1 augustus 2018 (zaaknummer 201704028/1/A1). De ark was aanwezig voor 1 januari 2018. Dit wordt onder meer aangetoond door een controlerapport van de ODR. De wijze waarop dit verzoek is afgewezen in de inspraaknota (paragraaf 3.5.3) wordt als feitelijk onjuist aangemerkt. Er is sprake van een drijvend object welke is bedoeld (als hoofdgebruik) om ter plaatse als recreatiewoning te functioneren. De ark is net zoals bij woonarken plaatsgebonden en verankerd door middel van stalen beugels aan de waterbodem. Deze afmeerconstructie leidt er toe dat het geen varend schip is. De ark is verder vast aangesloten op de riolering. Elke vergelijking met een (varend)schip dat wordt gebruikt voor de beroep zeil- en motor chartervaart e.d. gaat totaal niet op. Ten slotte gaat een verwijzing naar de Omgevingsverordening Gelderland (onderdeel solitaire recreatiewoning) niet op omdat er van rechtswege een vergunning is verkregen. Dit recht wordt ook door genoemde omgevingsverordening gerespecteerd. 2. In een later in 2021 ingezonden aanvullende zienswijze wordt verzocht erfafscheidingen tot 2 meter toe te staan en positief te bestemmen. Binnen de bestemming “Recreatie – Verblijfsrecreatie” met de aanduiding ‘recreatiewoning’ zijn erfafscheidingen tot 2 meter toegestaan.
Appellant geeft aan tegen het onderdeel ‘erfafscheidingen’ in het besluit van 23 juli Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
52
2020 beroep te hebben ingesteld bij de Rechtbank Gelderland. Dit beroepschrift moet als herhaald en ingelast worden beschouwd. Op ten minste 27 Lingelandjes en percelen met dezelfde bestemming komen erfafscheidingen van 2 m voor. Appellant wijst er tevens op dat de huidige erfafscheidingen op zijn perceel opgaan in het landschap. Reactie gemeente 1. In de insteekhaven van het Lingelandje op het perceel kadastraal bekend gemeente Deil sectie N nummer 490 is sinds 2017 een ark aanwezig. Op basis van inventarisatiegegevens blijkt dat de ark ter plaatse wordt gebruikt voor recreatief nachtverblijf. De ark kan worden aangemerkt als “drijvend object” dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor “verblijf”, als bedoeld in de zin van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten. Voor het bouwen of gebruiken van de ark was voor inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten geen vergunning vereist. De ark kan sinds inwerkingtreding van deze wet op grond van artikel 8.2a Wabo gelijkgesteld worden met een bouwwerk waarvoor van rechtswege een vergunning is verleend voor het bouwen en planologisch strijdig gebruik. Uit de uitspraak van de Afdeling d.d.
1 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2577) volgt dat de overgangsregeling in artikel 8.2a Wabo niet alleen strijdigheid met de bouwregels in het bestemmingsplan legaliseert, maar ook het met het bestemmingsplan strijdige gebruik. Voor onderhavige situatie kan worden geconcludeerd dat de ark als zijnde bouwwerk én het gebruik daarvan voor recreatief nachtverblijf legaal aanwezig is. De ark wordt positief bestemd in het bestemmingsplan. Het perceel heeft al net als de andere Lingelandjes gelegen binnen de hoofdbestemming “Agrarisch met waarden-Landschapswaarden” de functieaanduiding “specifieke vorm van agrarisch-recreatielandjes”. Dit zal worden aangevuld met een extra functieaanduiding om verblijfsrecreatie toe te staan. In de regels wordt opgenomen dat uitsluitend de bestaande ark is toegestaan en de ark mag worden gebruikt voor verblijfsrecreatie. 2. De gemeente gaat niet mee in de verhoging van de bouwhoogte van erfafscheidingen naar 2 meter. Hogere schuttingen (hoger dan 1 meter) passen niet in het landschapsbeeld. Gelet op het algemene beleid voor de Lingelandjes staan wij geen hogere schuttingen toe. Het verkrijgen van meer privacy via gebiedseigen groen heeft nadrukkelijk de voorkeur boven het plaatsen van hoge schuttingen. Aanpassing bestemmingsplan De woonark op het perceel kadastraal bekend gemeente Deil sectie N nummer 490 krijgt de aanduiding ‘verblijfsrecreatie’.
In de bestemmingsomschrijving wordt opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘verblijfsrecreatie’ recreatieverblijf in de vorm van een bestaande ark is toegestaan. Aan bijlage 1 bij de regels wordt de volgende regel toegevoegd: Kadastraal nummer Gebouwen Bijzonderheden Deil N 490 Tevens woonark van 50 m² en een hoogte van 2,6 m 3.5.4
Prins Willem Alexandersingel 54 Beesd, zaaknr. 2318
Samenvatting reactie Niet ingestemd kan worden met het feit dat voor het betreffende recreatieperceel aan de Linge (kadastraal bekend gemeente Deil sectie M nr. 323) in bijlage 1 geen bebouwing is opgenomen. Van oudsher heeft op het perceel een schuur met douche gestaan. Deze bebouwing zou bij de oorspronkelijke inventarisatie van de bebouwing op de recreatielandjes over het hoofd zijn gezien. De aanwezigheid van het gebouw wordt door diverse personen (waaronder vorige eigenaren en omwonenden) bevestigd. Daarbij wordt gewezen op het feit bij een andere perceel (inspraakreactie 3.5.7) alsnog bebouwing is toegevoegd op de bijlagelijst. Dit terwijl hier ook geen bebouwing stond vermeld op de oorspronkelijke bijlagelijst van het bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
53
Reactie gemeente Hoewel in de zienswijze geen maten worden genoemd is uit een recentere inventarisatie (2013) ten dienste van de algehele handhaving van bebouwing op de lingelandjes gebleken dat er op het perceel naast een “tentgeraamte een “gebouwtje” stond. Hierover is in dat jaar naar de eigenaren van het perceel een brief gestuurd waarin melding werd gemaakt van een overtreding van de regels van het bestemmingsplan. In genoemde brief is aangegeven dat de ingemeten maat van het gebouwtje 2.2x5.1x2,8 meter betrof oftewel afgerond een oppervlakte van 11,5 m² en een maximale hoogte van 2,8 meter. Bij de beoordeling van deze zienswijze is dit gegeven gelegd tegen de eerdere basisinventarisatie uit 2001/2002 die ten grondslag heeft gelegen aan de in het bestemmingsplan “Buitengebied” (2006) in bijlage 3 gegeven overzicht aan gebouwen op de Recreatielandjes. Dit geeft aanleiding tot de volgende overwegingen. Uit de gemaakte fotobeelden en het inventarisatierapport blijkt dat er toen geen gebouw op het perceel aanwezig was. Zie ook onderstaande foto en passages uit de inventarisatie.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
54
Het gaat hier om een overzichtelijk perceel met weinig begroeiing. Bij de inventarisatie (in de winterperiode) zijn ook op het perceel metingen gedaan (zie terras en bestrating). Het is dus niet aannemelijk dat de door de appellant benoemde bebouwing over het hoofd is gezien. Gelet op de uitgangspunten bij het opstellen van bijlage 1 (overzicht recreatielandjes) van de regels (stand-still wat betreft gebouwen, zie ook zienswijze 3.5.2) is er geen aanleiding de bebouwing alsnog op te nemen in bijlage 1 lijst. Aanpassing bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.5.5
A. Kraalweg 40 Beesd, zaaknr. 1743
Samenvatting reactie De zienswijze heeft betrekking op recreatieterrein het BetuweStrand. Opgemerkt wordt dat men zich in hoofdlijnen kan vinden in de regels voor de stacaravans en bedrijfswoningen. Maar met name wordt meer ruimte gevraagd voor nieuwe attracties en innovaties. Hoewel nu niet bekend is welke ontwikkelingen er precies gaan komen vraagt ondernemerschap ruimte om snel in te kunnen spelen op wat gasten willen. Met dat in gedachten worden enkele concrete voorstellen gedaan: 1. Bij de bestemming “Horeca” zouden ook sport- & speelvoorzieningen mogelijk moeten zijn net zoals bij de bestemming die van toepassing is voor de camping. 2. De maximale hoogte voor “bouwwerken geen gebouwen zijnde” in de bestemming “Horeca” zou verruimd moeten worden. Om meer spectaculairdere dingen mogelijk te maken is een hoogte van in ieder geval 10 meter gewenst. 3. Er is behoefte aan recreatievoorzieningen voor het verblijven van enkele gezinnen of vriendengroepen. Verzocht wordt daarom een mogelijkheid tot het oprichten van groepsaccommodaties in het bestemmingsplan. Genoemd worden maximaal 10 accommodaties van 150 m² met een goothoogte van 5 meter en een nokhoogte van 8 meter. Op een bijgeleverde kaart is een zone voor groepsaccommodaties ingetekend. 4. De genoemde maximale hoogte van stacaravans van 5 meter lijkt niet nodig (3,5 meter is voldoende).
Maatvoering is daarentegen niet hinderlijk. 5. Verzocht wordt om een ruimere berging bij een stacaravan (12 m² in plaats van 6 m²) zonder dat de totale oppervlakte aan bebouwing hoeft te worden verhoogd. Wel zou de bouwhoogte naar 3 meter verhoogd dienen te worden. 6. Verzocht wordt de oppervlakte voor een trekkershut te verruimen naar 45 m². Dit hoewel de huidige trekkershutten de 30 m² niet halen, maar bij collega-bedrijven hebben alternatieve trekkershutten een grotere oppervlakte.. 7. Bij de maatvoering voor overige gebouwen zou de goothoogte naar 5 meter moeten (o.a. voor overheaddeur) en de bouwhoogte naar 8 meter. 8. De bouwregels voor de waterskibaan dienen te worden aangepast. Gevraagd wordt om een bouwhoogte van 4,5 meter en een maximaal bebouwd oppervlakte van 400 m². 9. De bouwhoogte voor bouwwerken geen gebouwen zijnde komen niet overeen met de vergunde waterskibaan. De bouwhoogte van deze masten is 11 meter. Voor de overige bouwwerken wordt om een hoogte van maximaal 10 meter gevraagd.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
55
10. Inmiddels is een stuk agrarische grond verworven om een groenbuffer tussen de camping en het omliggende gebied te creëren. Verzocht wordt deze grond als “recreatie-verblijfsrecreatie 2” aan te merken. 11. Afgevraagd wordt of de bedrijfswoning aan de Doctor A. Kuyperweg ook zodanig kan worden bestemd dat deze voor normale bewoning gebruikt kan worden. 12. In artikel 16.4.1.b moet verwezen worden naar f. Reactie gemeente 1. De functie ‘sport- en speelvoorzieningen’ past bij de functie ‘horeca’. Er is daarom geen planologisch bezwaar om deze voorzieningen ook mogelijk te maken in de bestemming “Horeca”. 2. In de bestemming “Horeca” zijn overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een maximale hoogte van 3 m toegestaan, dan wel de bestaande bouwhoogte. Deze bouwhoogte biedt onvoldoende ruimte voor het realiseren van bijzondere bouwwerken. De regels in de bestemming “Horeca” worden overeenkomstig de bestemming “Recreatie – Verblijfsrecreatie 2” als volgt aangepast. De toegestane maximale bouwhoogte van palen en masten en bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt vastgelegd op 8 meter. 3. Er is geen planologisch bezwaar om tien groepsaccommodaties ter plaatse toe te staan. De ruimtelijke impact is zeer beperkt, gelet op de bestaande inrichting van de locatie en het omliggende terrein. Er wordt medewerking verleend aan het verzoek van de appellant. 4.
De toegestane bouwhoogte van een stacaravan bedraagt 5 meter. De toegestane hoogte is niet onredelijk. De reactie van appellant leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 5. Per perceel is een bergruimte toegestaan waarvan de oppervlakte en de bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 6 m2 en 2,5 meter. Het vergroten van de maximaal toegestane oppervlakte en bouwhoogte naar 12 m2 respectievelijk 3 meter, is ruimtelijk gezien ongewenst. De verruiming kan leiden tot verrommeling op het terrein en wordt niet aanvaardbaar geacht. 6. De vloeroppervlakte van een trekkershut mag niet meer bedragen dan 30 m². Een maatvoering van 30 m² is redelijk en passend voor een trekkershut. Een groter oppervlakte voor recreatief verblijf is aan de orde bij een recreatiewoning. 7. De toegestane goot- en bouwhoogte van overige gebouwen ten behoeve van opslag en beheer bedraagt 4 meter respectievelijk 7 meter. Het ophogen van de maatvoering met 1 meter is acceptabel, en de bedrijfsmatige noodzaak is aangegeven in de zienswijze. 8. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van de waterskibaan geldt dat de oppervlakte van gebouwen niet meer mag bedragen dan de bestaande oppervlakte vermeerderd met 10%. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte.
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals in de zienswijze genoemde platvorm/steiger, geldt overigens geen oppervlaktebeperking. 9. In artikel 16.2.2 is bepaald dat de bouwhoogte van palen en masten, glijbanen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van sport en spel niet meer mag bedragen dan 8 meter. In het water zijn voorzieningen toelaatbaar, daar wordt ruimte voor geboden in het plan. De bouwhoogte wordt verhoogt conform de vergunde en feitelijke situatie. De bouwhoogte van palen en masten wordt verhoogd naar 11 meter. De bouwhoogte van glijbanen en speelvoorzieningen wordt verhoogd naar 10 meter. Er geldt geen oppervlaktemaat, dit hoeft niet te worden vastgelegd. 10. Het perceel kadastraal bekend gemeente Beesd sectie E nummer 3699 dient bestemd te worden als ”Recreatie – Verblijfsrecreatie 2” met de aanduiding ‘groen’ ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Hiermee kan het recreatiebedrijf een robuustere landschappelijke inpassing realisaren. Hiertegen bestaan geen ruimtelijke bezwaren. 11. Op het recreatieterrein Betuwestrand zijn 2 bedrijfswoningen toegestaan. Aan de Doctor A. Kuyperweg is een bedrijfswoning gelegen. Het is niet toegestaan de bedrijfswoning te gebruiken als burgerwoning. Appellant vraagt of het mogelijk is de bedrijfswoning in gebruik te nemen als burgerwoning. Een afsplitsing van de bedrijfswoning ligt niet voor de hand.
Recreatieterrein Betuwestrand is groot van omvang, een tweede bedrijfswoning is passend. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat er geen twee bedrijfswoningen nodig zijn. Daarnaast is het wenselijk dat het pand een eenheid blijft met de camping. 12. De kruisverwijzing in artikel 16.4.1 onder b dient te worden aangepast naar artikel 16.2.1 onder f.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
56
Aanpassingen bestemmingsplan • De functie ‘sport- en speelvoorzieningen’ wordt toegevoegd onder het kopje ‘met de daarbij behorende’ in de bestemmingsomschrijving van de bestemming “Horeca”. • Aan de bestemmingsomschrijving “Recreatie – Verblijfsrecreatie 2” wordt onder a sub 2 toegevoegd: “niet meer dan 10 groepsaccommodaties zijn toegestaan” en “groepsaccommodaties uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie groepsaccommodaties;”. De zone wordt aangeduid op de verbeelding. In de bouwregels voor gebouwen wordt onder sub b toegevoegd dan maximaal 10 groepsaccommodaties zijn toegestaan met een maximale goot- en bouwhoogte van 5 meter respectievelijk 8 meter en een maximale oppervlakte per groepsaccommodatie van 150 m². • De toegestane goot- en bouwhoogte van overige gebouwen ten behoeve van opslag en beheer ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ wordt verhoogd naar 5 meter respectievelijk 7 meter. • In artikel 16.2.2 wordt bepaald dat de bouwhoogte van palen en masten ter plaatse van de aanduiding ‘water’ niet meer mag bedragen dan 11 meter. Daarnaast wordt bepaald dat de bouwhoogte van glijbanen en speelvoorzieningen ter plaatse van de aanduiding ‘water’ niet meer mag bedragen dan 10 meter.
• Het perceel kadastraal bekend gemeente Beesd sectie E nummer 3699 wordt bestemd als “Recreatie – Verblijfsrecreatie 2” met de aanduiding ‘groen’. • In artikel 16.4.1 onder b wordt de verwijzing naar 16.2.1 onder d gewijzigd naar 16.2.1 onder f. 3.5.6
Middelweg 49 Tricht, zaaknr. 2448
Samenvatting reactie Niet ingestemd kan worden met verruiming van de activiteiten op het naastgelegen bedrijf (de Hoenderik). De bestaande eerder vergunde nevenactiviteiten moeten worden gehandhaafd om overlast tegen te gaan. In dat verband wordt verzocht de dwangsom van € 1000,- per overtreding te laten bestaan. Het rondrijden met de pluktrein zal definitief gestopt moeten worden. De huisvesting voor seizoenarbeiders zal moeten verdwijnen, dit heeft niets met recreatie te maken. Reactie gemeente Het bedrijf ‘De Hoenderik’ is gelegen aan Lingedijk 180 te Tricht. Het perceel is bestemd als “Recreatie – Verblijfsrecreatie”. Er zijn geen agrarische activiteiten meer als hoofdgebruik, waardoor een agrarisch bestemming geen juiste bestemming meer is. Het bedrijf de Hoenderik is al vele jaren aanwezig. De bestemming in onderhavig plan is conform de aanwezige recreatieve activiteiten die nu de hoofdfunctie van de locatie omvatten. Het agrarische gebruik is inmiddels als een ondergeschikte activiteit aan te merken. De wijziging van de bestemming leidt ook niet tot een wezenlijke andere uitstraling naar de omgeving toe en is passend op deze locatie. Het rijden met een pluktrein door de boomgaarden valt onder recreatief medegebruik van het buitengebied. De huisvesting van seizoenarbeiders is alleen toegestaan ten behoeve van het ondergeschikte agrarisch gebruik (fruitteeltbedrijf).
Overigens is een van de ondertekenaars inmiddels verhuisd, de nieuwe bewoners (sinds 2 jaar) hebben de zienswijze eveneens ondertekend. De nieuwe bewoners hebben bij zienswijze 3.3.12 een wijziging van de agrarische bestemming naar een woonbestemming (Middelweg 49, Tricht) gevraagd. Aan deze zienswijze wordt medewerking ‘verleend’, verwezen wordt naar 3.3.12. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.5.7
Lingedijk 180 Tricht, zaaknr. 2633
Samenvatting reactie Verzocht wordt een regeling in het bestemmingsplan op te nemen waarmee de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen op het perceel aan de Lingedijk 180 (= de Hoenderik) kan worden uitgebreid. Verwezen wordt in dat verband naar artikel 14.3.1 van de planregels waarmee de oppervlakte aan
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
57
gebouwen met maximaal 25% kan worden uitgebreid. Met deze bepaling kan worden voorkomen dat bij een eventuele toekomstige uitbreiding geen lange en dure bestemmingsplanprocedure nodig is.
Reactie gemeente Het perceel aan Lingedijk 180 is naar aanleiding van de inspraakreactie bestemd als “Recreatie – Verblijfsrecreatie” met de aanduidingen ‘horeca’ en ‘bed & breakfast’. Appellant verzoekt om een regeling op te nemen zodat voor een beperkt ontwikkelingsplan met nieuwbouw binnenplanse mogelijkheden zijn. Op het perceel is fruitteelt aanwezig. Dit is toegestaan als ‘ondergeschikt agrarisch gebruik’ op basis van de bestemmingsregels. Voor deze functie zijn opstallen nodig. Voor deze agrarische functie/agrarische opslag, mag dan bij afwijkingsbevoegdheid een uitbreiding van oppervlakte plaatsvinden (bestaand + 25%). Als er andere uitbreidingswensen zijn, dan wordt dat apart afgewogen, buiten het bestemmingsplan buitengebied. In de bestemmingsomschrijving wordt opgenomen dat de bestaande oppervlakte aan gebouwen is toegestaan. In de bestemming “Recreatie – Verblijfsrecreatie” wordt een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het vergroten met 25% van de bestaande oppervlakte die in gebruik is voor de agrarische functie. Aanpassingen bestemmingsplan In de bestemmingsomschrijving van de bestemming “Recreatie – Verblijfsrecreatie” wordt opgenomen dat de bestaande oppervlakte aan gebouwen voor agrarisch gebruik is toegestaan. Er wordt een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het vergroten met 25% van de bestaande oppervlakte die in gebruik is voor de agrarische functie.
3.5.8
Huigenstraat 47 Acquoy, zaaknr. 2916
Samenvatting reactie Verzocht wordt om bij de manege aan de Huigenstraat 47 ook de mogelijkheid tot overnachten op te nemen. Klanten die over meerdere dagen een training volgen kunnen dan ter plaatse overnachten. Opgemerkt wordt dan bij andere bestemmingen (“Wonen” en “Agrarisch”) een regeling voor “Bed and breakfast” bestaat maar dat dit niet het geval is bij de bestemming “Bedrijf”. Als voorbeelden voor een dergelijke regeling zijn passages uit het ontwerpbestemmingsplan meegestuurd (artikel 3.5.3 en 15.1 van de planregels). Reactie gemeente Op het adres Huigenstraat 47 is een bedrijf met milieucategorie 3.1 toegestaan, in dit geval een manege. Het aanbieden van nachtverblijf voor cursisten wordt in het ontwerpplan niet expliciet toegestaan. In het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006 is binnen de bestemming “Bedrijven” wel een vrijstellingsbevoegdheid voor “bed and breakfast” opgenomen. Het is wenselijk om deze optie alsnog toe te voegen aan dit bestemmingsplan. In de bestemming “Bedrijf” wordt daarom een regeling voor “bed and breakfast” opgenomen. Aanpassingen bestemmingsplan Aan de bestemmingsomschrijving van de bestemming “Bedrijf” wordt toegevoegd dat bij het wonen behorende bed and breakfast is toegestaan. In de specifieke gebruiksregels wordt opgenomen dat bed and breakfast is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.
voorzieningen voor bed & breakfast zijn uitsluitend toegestaan binnen de bestaande bebouwing; b. de exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de bedrijfswoning; c. per bedrijfswoning is sprake van niet meer dan 3 bed & breakfast eenheden tot een oppervlakte van maximaal 50 m²; d. de woonfunctie van de bedrijfswoning blijft behouden; e. parkeren geschiedt op eigen terrein.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
58
3.6
Thema landgoederen
3.6.1
’t Klooster 5 Beesd, zaaknr. 2896
Samenvatting reactie Niet ingestemd kan worden met het feit dat de uitbreiding van het agrarisch bouwperceel St. Janssteeg 4-6 de voorwaarde is verbonden dat de agrarische bouwpercelen St. Janssteeg 3 en 5 niet meer voor de grondgebonden veehouderij beschikbaar zijn. Voor de bedrijfsvoering van het gehele landgoed blijft het gewenst dat ook in de toekomst op genoemde locaties vee gehouden kan blijven worden. St. Janssteeg 3 wordt bijvoorbeeld gebruikt als overlooplocatie voor het veehouderij bedrijf aan de St. Janssteeg 1. Reactie gemeente Hoewel in de inspraaknota (paragraaf 3.6.2) gesproken wordt over het verwijderen van de aanduiding “grondgebonden veehouderij” op de locaties St. Janssteeg 3 en 5 te Beesd is dat voornemen uiteindelijk niet verwerkt in het ontwerpplan. Mede gelet op de nu ingebrachte zienswijze waarin het belang van het kunnen stallen van vee op genoemde locaties wordt aangestipt is besloten om het ontwerpplan niet alsnog aan te passen. De aanduiding “grondgebonden veehouderij” blijft gehandhaafd. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
59
3.7
Overige onderwerpen
3.7.1
Nieuwendijk 3 Rumpt en Hoevenseweg 4 Enspijk, zaaknr. 1653
Samenvatting reactie Door appellant is eerder een principeverzoek ingediend voor de aanleg van een tweetal zonneparken. Niet ingestemd kan worden met de mededeling dat de gemeente eerst beleid wil maken voor de zonneparken, voordat het verzoek in behandeling wordt genomen. In het ontwerpplan zijn de kaders voor zonneparken omschreven. Hiertegen wordt bezwaar gemaakt. Reactie gemeente Voor de gehele gemeente West Betuwe is in 2020 beleid opgesteld voor de toetsing van initiatieven voor de aanleg van zonneparken. Daarin is ook vastgelegd dat voor die parken waaraan medewerking wordt verleend een separate planologische procedure zal worden gevoerd. In dit bestemmingsplan is alleen ruimte opgenomen voor kleinschalige grondgebonden zonneparken ten behoeve van het nabijgelegen agrarisch bedrijf. Zie verder ook zienswijze 3.7.2. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.7.2