RV2021-132 Bijlage 1 Nota van zienswijzen eindversie voor de raad.pdf
Tekst van het document
Reactie gemeente 1. Het betreft enkel een verschuiving van het bouwvlak zonder gevolgen voor de directe omgeving. De gevraagde aanpassing kan worden verwerkt. Tegen deze beperkte aanpassing van het bouwvlak bestaan geen ruimtelijke beletselen en kan dus worden doorgevoerd. 2. Het betreft hier ook slechts een beperkte aanpassing van het bouwvlak zonder directe gevolgen voor de omgeving. De gevraagde aanpassing wordt doorgevoerd. Aanpassing bestemmingsplan • Het bouwvlak aan de Leerdamseweg 23 wordt aangepast door het bouwvlak gedeeltelijk met ± 10 meter in noordoostelijke richting op te schuiven tot aan de insteek van de naastgelegen watergang. Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
19
•
Het bouwvlak aan de Leerdamseweg 31 wordt met 20 meter in zuidwestelijke richting verschoven.
3.1.16 Brugsteeg 1 Tricht, zaaknr. 2801 Samenvatting reactie Verzocht wordt het toegekende agrarisch bouwvlak aan te passen aan de op 5-2-2018 verleende omgevingsvergunning voor het oprichten van een melkgeitenstal. Verzocht wordt om ook de erfverharding op te nemen in het bouwvlak (een voorstel is bijgevoegd). Reactie gemeente Nadere controle van het toegekende bouwvlak gaf aan dat het vlak vooral aan de zuidzijde iets te krap is toegekend. Het bouwvlak zal aan die zijde iets verlegd worden (naar de watergang). Om de verharding aan de achterzijde (westzijde) in het bouwvlak te plaatsen zal de grens ook aan die zijde verlegd worden. Ter compensatie zal de grens aan de oostzijde (richting Brugsteeg) iets worden teruggelegd. Aanpassingen bestemmingsplan Het agrarisch bouwvlak Brugsteeg 1 Tricht zal worden aangepast waardoor nieuw vergunde bedrijfsbebouwing in het bouwvlak komt te liggen. Aanvullend zal vormgeving worden aangepast in verband met aanwezige verharding. 3.1.17 Brugsteeg 3 Tricht, zaaknr. 2803 Samenvatting reactie Niet ingestemd kan worden met enkele wijzigingen in het ontwerpplan (ten opzichte van het voorontwerpplan) die een feitelijke realisatie van een melkgeitenhouderij ter plaatse gaat beletten, ook als de provincie Gelderland het tijdelijk verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van de geitenhouderij afschaft.
Gewezen wordt op passages in artikel 3.2.1 onder a, artikel 3.8.1 onder a. en k. .Een en ander wordt als tegenstrijdig gezien in het licht van het besluit van het college om in het bestemmingsplan geen beperking op te nemen wat betreft de geitenhouderij. Dit heeft geleid tot het schrappen van een gebruiksbepaling over de geitenhouderij (artikel 32.4) uit het voorontwerpplan. Reactie gemeente Het klopt dat de gemeente bij het opstellen van het ontwerpplan heeft besloten zelf geen verbodsbepaling voor de geitenhouderij meer op te nemen in het bestemmingsplan (zie hiervoor ook de overwegingen bij reactie 3.1.3 onder a. in de nota van inspraak en vooroverleg). De gemeente heeft tot uiterlijk 1 januari 2024 om een partiële herziening vast te stellen waarin het verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van een geitenhouderij is opgenomen (artikel 2.34 Omgevingsverordening Gelderland). Dit zal dan voor het gehele buitengebied van de gemeente West Betuwe dienen te gebeuren en niet enkel voor het plangebied van dit bestemmingsplan. De overige genoemde bepalingen gaan in bredere zin over de uitbreidingsmogelijkheden van “nietgrondgebonden veehouderijen”. Voor deze bedrijven zat in het voorontwerpbestemmingsplan al Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
20
bepalingen om hun uitbreidingsmogelijkheden te beperken. Deze bedrijven konden volgens het voorontwerp maximaal ééns in de 5 jaar met maximaal 500 m² uitbreiden. Uit het vooroverleg is gebleken dat ook deze beperkte uitbreiding in strijd is met het zgn. Plussenbeleid uit de Omgevingsverordening Gelderland (zie ook overwegingen bij reactie 2.1 onder a. in de nota van inspraak en vooroverleg). De regels zijn daarom in het ontwerpplan in overeenstemming gebracht met de provinciale verordening (artikel 2.31: instructieregel bestemmingsplan Plussenbeleid). Op het moment dat de gemeente West Betuwe beleidsregels zoals bedoeld de provinciale verordening heeft vastgesteld ontstaat er onder voorwaarden ruimte voor uitbreidingen bij nietgrondgebonden veehouderijen. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.1.18 Molendijk 12 Rumpt, zaaknr. 2859 Samenvatting reactie Verzocht wordt een agrarisch bouwvlak toe te kennen aan het perceel Molendijk 12 Rumpt. In tegenstelling tot wat de gemeente in de nota vooroverleg en inspraak aangeeft is hier nog wel sprake van een agrarisch bedrijf. Het gaat dan primair om een volwaardig akkerbouwbedrijf. De familie beschikt in de directe omgeving 32 ha grond.
Reactie gemeente Op 11 mei 2021 is een tijdelijke vergunning (kruimelbeleid) verleend voor de verbouw en uitbreiding van de dijkwoning, als zijnde burgerwoning aan Molendijk 12 te Rumpt, anticiperend op de woonbestemming in het bestemmingsplan Buitengebied 2018. Appellant heeft inmiddels een verzoek ingediend voor toepassing van het VAB-beleid om de agrarische schuren te slopen in ruil voor één extra burgerwoning. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een agrarisch bedrijf, maar van een burgerwoning. De woonbestemming wordt gehandhaafd. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.1.19 Hardekampweg 3 Rumpt, zaaknr. 2909 Samenvatting reactie 1. Niet ingestemd kan worden met de toekenning van de bestemming “Natuur” aan een naastgelegen bosperceel. Afgelopen twee jaar is er een broedplaats voor vogels ontstaan. Hierdoor ontstaat bedrijfsschade aan het fruitteeltbedrijf. Ook bevat het bosperceel prunussen die loodglans kunnen verspreiden. 2. Niet ingestemd kan worden met de beperkingen die voortvloeien uit de dubbelbestemmingen archeologie 2 en 3. Met name het niet mogen roeren van gronden dieper dan 0,3 meter wordt nodeloos beperkend gevonden. De bodems zijn op die diepte door ploegen, spitten, aanleggen drainages e.d. al vele malen geroerd. Verzocht wordt de diepte aan te passen naar 0,5-0,6 meter.
Ook wordt gevraagd naar de status van het archeologiebeleid. 3. Verzocht wordt de grens van de bestemming archeologie 2 te verkleinen tot de perceelgrens van het kadastrale perceel 703. Afgevraagd wordt waar die grenzen vandaan komen. 4. Verzocht wordt de mogelijkheid van nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven rechtstreeks mogelijk te maken in plaats van een vergunningsplicht via artikel 4.6.2. 5. Verzocht wordt om de mogelijkheid om een boom en heesterkwekerij te beginnen weer toe te voegen (zoals in het voorontwerp). 6. Verzocht wordt het bouwvlak ter plaatse van de woning 6 meter te verleggen om bijvoorbeeld een serre mogelijk te maken. Reactie gemeente 1. Het bosperceel is in het verleden aangelegd als compensatie voor de verbreiding van de rijksweg A2. In het bestemmingsplan “Buitengebied, eerste herziening” heeft het perceel als gevolg Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
21
2.
3.
4.
5.
6.
hiervan de bestemming “Natuur – en bosgebied “ gekregen. De Raad van State heeft in haar uitspraak op 20 januari 2020 de bestemming in stand gelaten. De bestemming is logischerwijs omgezet naar de bestemming “Natuur”. De reactie van appellant leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De regels in de archeologische dubbelbestemmingen sluiten aan bij de uitgangspunten in de beleidsnota Archeologie in de gemeente Geldermalsen (2015). De beleidsnota Archeologie is op 24 november 2015 vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Geldermalsen. Op 28 september 2021 heeft de gemeente West Betuwe weliswaar de Beleidsnota Erfgoed West Betuwe vastgesteld. Maar voor het onderdeel archeologie is deze nota vooral een beleidsneutrale harmonisatie van eerder voor de herindeling vastgesteld archeologisch beleid. De archeologische verwachtingen van het gebied zijn niet gewijzigd en ook niet de maximaal toegestane verstoringsdiepten (30 cm). Alle locaties waarvan vastgesteld is dat er (mogelijk) waardevolle cultuurhistorische resten bovengronds en ondergronds aanwezig zijn (of in potentie in de bodem bewaard zijn gebleven), zijn opgenomen op de archeologische beleidskaart.
Uit de archeologische beleidskaart volgt niet dat er reeds archeologisch onderzoek voor het perceel Hardekampweg 3 is uitgevoerd, waaruit blijkt dat kan worden afgeweken van de regels ter bescherming van de archeologische waarden ter plaatse. De reactie van appellant leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De archeologische beleidskaart is geïntegreerd in het bestemmingsplan. Op de kaart wordt onderscheid gemaakt tussen de archeologische verwachtingswaarden. De grenzen van de archeologische dubbelbestemmingen op de verbeelding worden bepaald door de grenzen van archeologische verwachtingswaarden op de beleidskaart. Er is geen aanleiding om de begrenzing van bestemming “Waarde – Archeologie 2” op het perceel aan te passen. De reactie van appellant leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Voor het toestaan van nevenactiviteiten is van belang dat er geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de belangen en natuur- en landschapswaarden van de naburige percelen en gronden. Het college dient te beoordelen of hier wel of geen sprake van is. De reactie van appellant leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden” zijn bestaande boom- en heesterkwekerijen toegestaan. Voor nieuwvestiging van een boom- en heesterkwekerij dient de gemeente een juridisch-planologische afweging te maken.
Deze regeling is in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” (2006). De reactie van appellant leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan biedt ruimte aan kleinschalige ontwikkelingsmogelijkheden. De bouw van een serre bij de bestaande bedrijfswoning wordt mogelijk gemaakt door de vorm van het bouwvlak te wijzigen, Aan de achterkant komt een strook bouwvlak te vervallen en aan de zijkant komt een strook bouwvlak er tot bijna aan de perceelsgrens bij.
Aanpassingen bestemmingsplan Het agrarische bouwvlak aan Hardekampweg 3 te Rumpt wordt aangepast ten behoeve van de bouw van een serre bij de bestaande bedrijfswoning.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
22
3.2
Thema niet-agrarische bedrijven
Hieronder volgen de reacties die betrekking op de niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. Het kan gaan om (reacties op) bedrijven die al een bedrijfsbestemming hebben of om verzoeken om alsnog een bedrijfsbestemming te krijgen. 3.2.1
Deilsedijk 62, 64-66 Deil, zaaknr. 2655
Samenvatting reactie De zienswijze richt zich met name tegen de wijze waarop een aan de overzijde van de Linge gelegen solitair bedrijf is geregeld in het ontwerpbestemmingsplan. De appellant woont zelf al aan de Linge en is als huidige eigenaar bezig om de bestaande scheepswerf om te zetten naar een woningbouwlocatie voor een viertal extra woningen. Hiervoor is op 19 november 2019 een wijzigingsplan door het college van B en W vastgesteld. Zorgen zijn er over het toekomstig woon- en leefklimaat voor de (toekomstige) bewoners van de woningen aan de Deilsedijk in Deil door een mogelijke functiewijziging bij het bedrijf aan de overzijde van de Linge. Het bedrijf gelegen aan de Steenoven 2 aan de overzijde van de Linge betreft een categorie 3.2 bedrijf (onderhoud, ontwerp en installatie van leidingen) . Met name de ingebouwde flexibiliteit in artikel 5 (Bedrijf) wordt bezwaarlijk gevonden. De redactie van artikel 5.1 onder b. maakt het mogelijk dat alle bedrijven zijn toegestaan, mits niet zwaarder dan de in bijlage 2 van de regels aangegeven milieucategorie. Gevreesd wordt daarom voor overlast als het bestaande bedrijf zou plaatsmaken voor een ander categorie 3.2 bedrijf. Bijvoorbeeld een bedrijf dat in milieucategorie 3.2 is ingedeeld vanwege geurhinder in plaats van geluidhinder.
Ten opzichte van de bestaande regelgeving uit het bestemmingsplan “Buitengebied” 2006 betreft het een verruiming van de gebruiksmogelijkheden. In dat bestemmingplan worden ook de bestaande bedrijfsactiviteiten, zoals beschreven in een bijlagelijst, vastgelegd en niet alleen de milieucategorie. In de toelichting wordt alleen melding gemaakt van kleinschalige ontwikkelingsmogelijkheden. In de toelichting wordt vermeld dat het plan niet voorziet in (ingrijpende) nieuwe ontwikkelingen/functies. De verruiming van gebruiksmogelijkheden is niet zorgvuldig voorbereid. Gekeken zal moeten worden naar de maximale planologische maatregelen van het bestemmingsplan. In dit specifieke geval liggen er al meerdere woningen binnen de richtafstand die de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering voorschrijft voor categorie 3.2 bedrijven. Mogelijk speelt dat ook bij andere solitaire bedrijven in het buitengebied. Er is verder geen m.e.r.-(beoordelings) procedure doorlopen. De verruiming van gebruiksmogelijkheden wordt afsluitend omschreven als ruimtelijk onaanvaardbaar en bovendien onwenselijk met het oog op andere ontwikkelingen die de gemeente voor ogen heeft. Beter is het om de huidige systematiek te handhaven en voor de gewenste flexibiliteit gebruik te maken van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid.
Reactie gemeente Deze zienswijze en overeenkomstige zienswijzen genoemd onder 3.2.2 tot en met 3.2.19 richten zich op de aanwezigheid van een bedrijf aan de overzijde van de Linge. Dit bedrijf gelegen aan de Steenoven 2 is volgens bijlage 2 van de regels aan te merken als een categorie 3.2 bedrijf zoals bedoeld in de VNG publicatie “Bedrijven en Milieuzonering”. In deze publicatie zijn richtafstanden opgenomen die in eerste instantie aangehouden dienen te worden tussen de milieubelastende functie (in dit geval het bedrijf aan de Steenoven) en de milieugevoelige functies (in dit geval woningen aan de Deilsedijk te Deil). Uitgaande van de gebiedscategorie “rustige woonwijk” is een richtafstand van 100 meter van toepassing bij een categorie 3.2 bedrijf. Die afstand is nu niet aanwezig. De woningen aan de Deilsedijk (en bijhorende bouwvlakken conform ter plaatse geldende bestemmingsplannen) liggen op een afstand tussen de 50 en 100 meter van de bestemmingsgrens “Bedrijf” van het bedrijf Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
23
aan de Steenoven. Daarbij gaat het met name om de buitendijks gelegen woningen grenzend aan de Linge (allen even huisnummer). Nader onderzoek ten behoeve van de bouw van een viertal extra woningen op de plaats van een te slopen scheepswerf (zie wijzigingsplan “Deilsedijk 64”) heeft aangetoond dat in de huidige situatie het bedrijf aan de Steenoven geen beletsel vormde voor de bouw van de woningen. Vooral het onderdeel “geluid” is daarbij bepalend. Eerdere akoestische berekeningen toonden aan dat de geluidbelasting op de gevels naar het noorden toe afnam van de Deilsedijk 36 (41 dB(A)) naar Deilsedijk 58 (33dB(A)). Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de vanuit de gemeente gewenste maximale waarden van 45 D(B(A)). Het positief bestemmen van het bestaande bedrijf staat dan ook niet ter discussie. De vraag is of bij een eventuele uitplaatsing van het bestaande bedrijf aan de Steenoven het zonder meer vanzelfsprekend is dat een ander bedrijf in de milieucategorie 3.2 zich kan gaan vestigen. Opgemerkt is al dat hiervoor in de eerste aanleg benodigde afstand van ten minste 100 meter niet voorhanden is. Via maatwerkregeling is het daarentegen op voorhand ook weer niet uit te sluiten dat een andere categorie 3.2 bedrijf met inachtneming van de omgevingsbelangen er zich nooit zou kunnen vestigen.
Bij een maatwerkoplossing hoort planologisch gezien een binnenplanse afwijkingsregel in plaats van een rechtstreeks recht zoals geformuleerd in het ontwerpplan. Volgens bijlage 2 van de regels zijn er in het plangebied in totaal 6 bedrijven in de milieucategorie 3.2 of hoger (één bedrijf heeft milieucategorie 4.2). Omdat bij deze bedrijven sprake is van een richtafstand van 100 meter of meer (300 meter voor de categorie 4.2 bedrijf) is het verdedigbaar om voor deze categorie bedrijven alsnog een binnenplanse afwijking op te nemen waarmee een nieuwvestiging van een bedrijf in de bestaande milieucategorie alleen mogelijk is als onder meer wordt aangetoond dat er geen sprake zal zijn van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en gebouwen. Een nieuwvestiging tot en met een categorie 3.1 bedrijf blijft daarbij wel als basisrecht behouden. De veelal solitaire ligging van de bedrijven in het dun bevolkte buitengebied, mede in relatie tot een beperkte richtafstand van maximaal 50 meter maakt de aanwezigheid van dit soort bedrijven ruimtelijk aanvaardbaar. Aanvullend levert de milieuregelgeving voor nieuwvestiging van bedrijven voldoende waarborgen op om eventuele overlast voor de omgeving in te dammen.
Aanpassingen bestemmingsplan Artikel 5 (Bedrijf) zal zo worden aangepast dat op de locaties waar een bedrijf met een milieucategorie 3.2 of hoger zit, niet bij recht een nieuw bedrijf met een milieucategorie 3.2 of hoger zich kan vestigen. Hiervoor zal artikel 5.1 onder a. en b. worden gewijzigd. Nieuwvestiging in dezelfde milieucategorie blijft beperkt tot de locaties waar nu een bedrijf in de milieucategorie tot maximaal 3.1 zit. In die gevallen waar nu al een zwaardere milieucategorie zit blijft nieuwvestiging tot maximaal milieucategorie 3.1 mogelijk. Een zwaardere milieucategorie (tot maximaal de bestaande milieucategorie) kan alleen als na toepassing van een toe te voegen afwijkingsregel is aangetoond dat de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden en gebouwen niet onevenredig worden aangetast en dit milieu-hygiënisch aanvaardbaar is. 3.2.2
Deilsedijk 2 Deil, zaaknr. 2429
Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze zoals beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
24
3.2.3
Deilsedijk 56 Deil, zaaknr. 2607
Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.4
Deilsedijk 42-A Deil, zaaknr. 2612
Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.5
Deilsedijk 50 A Deil, zaaknr. 2627
Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.6
Deilsedijk 58 Deil, zaaknr. 2629
Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
25
3.2.7
Deilsedijk 32 Deil, zaaknr. 2630
Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.8
Deilsedijk 54 Deil, zaaknr. 2637
Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.9
Deilsedijk 48 Deil, zaaknr. 2641
Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.10 Deilsedijk 50 Deil, zaaknr. 2643 Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
26
3.2.11 Deilsedijk 33 Deil, zaaknr. 2645 Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.12 Deilsedijk 13 Deil, zaaknr. 2651 Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.13 Deilsedijk 60 Deil, zaaknr. 2653 Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.14 Deilsedijk 24 Deil, zaaknr.
2659 Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
27
3.2.15 Deilsedijk 52 Deil, zaaknr. 2746 Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.16 Deilsedijk 40 Deil, zaaknr. 2900 Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.17 Deilsedijk 50C Deil, zaaknr. 2902 Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.18 Deilsedijk 35 Deil, zaaknr.
2904 Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
28
3.2.19 Deilsedijk 61 Deil, zaaknr. 3028 Samenvatting reactie Deze zienswijze is inhoudelijk gelijk aan de zienswijze beschreven onder 3.2.1. Voor de samenvatting wordt dan ook verwezen naar die paragraaf. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.20 Dorpsstraat 20a Aalst, zaaknr. 1637 Samenvatting reactie De reactie heeft betrekking op het bedrijfsperceel Parkweg 92 en 92a te Beesd. Het volgende wordt opgemerkt. 1. Op het adres Parkweg 92 zit geen landbouwmechanisatiebedrijf meer maar een autobedrijf. De voormalige bedrijfswoning Parkweg 92A is in verband met de verbreding van Rijksweg A2 gewijzigd in de bestemming kantoor. 2. Om toekomstige leegstand te voorkomen wordt verzocht de regelgeving te versoepelen zodat een bedrijvenverzamelgebouw mogelijk wordt. Er zijn bouwplannen voor de Parkweg 92A in ontwikkeling om de bebouwing te moderniseren (voor showroom en kantoren). Hiervoor moet de in bijlage 2 van de regels genoemde “landbouwmechanisatiebedrijf” worden verwijderd. Ook het adres Parkweg 92A moet worden toegevoegd. Reactie gemeente 1. De laatste jaren werd het pand Parkweg 92 gebruikt door een garagebedrijf.
De ruimtelijke uitstraling daarbij is vergelijkbaar met die van een landbouwmechanisatiebedrijf. De ‘Aard bedrijfsactiviteiten’ in Bijlage 2 wordt gewijzigd conform de feitelijke en vergunde situatie. 2. Op 2 oktober 2020 is een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een autoshowroom op het adres Parkweg 92a in Beesd. Dit ten behoeve van een garagebedrijf (met autoshowroom) en zelfstandige kantooractiviteiten. Dit geeft aanleiding om bijlage 2 te actualiseren (voor locatie Parkweg 92/92a) alsmede de functie-aanduiding ter plaatse te wijzigen in “specifieke vorm van bedrijf-niet aan het buitengebied gebonden”. Aanpassingen bestemmingsplan In bijlage 2 van de regels (lijst met toegestane bedrijfsactiviteiten) wordt het adres verruimd naar ‘Parkweg 92/92a. Voor het adres Parkweg 92/92a zal de bedrijfsomschrijving worden gewijzigd in garagebedrijf (met autoshowroom) en zelfstandige kantoren. De bijbehorende milieucategorie wordt gewijzigd naar 2. De functie-aanduiding op de verbeelding zal worden gewijzigd in “specifieke vorm van bedrijf-niet aan het buitengebied gebonden”. 3.2.21 Hooiweg 18 Deil, zaaknr. 2073 Samenvatting reactie De appellant heeft aan de Hooiweg 18 een pluimveebedrijf. De zienswijze richt zich tegen de in het bestemmingsplan opgenomen forse uitbreidingsruimte voor een naast het pluimveebedrijf gelegen Fruithandelsbedrijf op het perceel Hooiweg 16/16a.
1. De bedrijfsvoering van het pluimveebedrijf ondervindt onevenredige hinder en overlast van het naastgelegen bedrijf. De overlast betreft de volgende zaken: • Door transportbewegingen direct grenzend aan het perceel van de appellant ontstaat geluidshinder. Dit heeft tot gevolg dat het pluimvee constant wordt opgeschrikt, wat uitval en
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
29
productievermindering tot gevolg heeft. Door de laatste uitbreiding in 2009 (opslagloods) aan de achterzijde van het perceel is deze overlast alleen maar toegenomen. • Op de perceelsgrens wordt door het fruithandelsbedrijf fust bakken opgeslagen. Het is meerdere keren voorgekomen dat de bakken zijn omgevallen en op het perceel van de appellant zijn gevallen. Omdat hier dieren (schapen) grazen en ook onderhoud gepleegd moet worden kan dit leiden tot levensgevaarlijke situaties. Een deel van de uitbreiding uit 2009 en de buitenopslag bevinden zich op gronden met een agrarische bestemming. 2. In diverse bestemmingsplannen is steeds meer ruimte aan het fruithandelsbedrijf geboden. Sinds het op 28-11-2006 vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied” (tot en met het ontwerp van dit bestemmingsplan) gaat het om een toename van 1.590 m² aan gebouwen. Daarnaast zit het plan nog een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor maximaal 350 m². De beoogde uitbreiding van het bedrijf wordt niet onderbouwd. Dat het terrein al stapje voor stapje in gebruik is genomen mag geen reden zijn om een onderbouwing achterwege te laten. De uitbreiding wordt niet getoetst aan het provinciale beleid voor solitaire bedrijvigheid in het buitengebied. Niet wordt aangegeven of wordt voldaan aan de voorwaarden zoals die zijn opgenomen in artikel 2.3.5 lid 3 van de provinciale verordening. 3.
De aanduiding “specifieke vorm van bedrijf-niet aan het buitengebied gebonden” ontbreekt op de achterzijde van het bestemmingsvlak. De aanduiding moet ook aan dit deel van het perceel worden toegekend. 4. Niet ingestemd kan worden met de wijze waarop de groenzone is bestemd. Verzocht wordt de strook de hoofdbestemming “Groen” te geven in plaats van een functieaanduiding “Groen” binnen de hoofdbestemming “Bedrijf”. Verwacht wordt dat de strook grond anders door het bedrijf wordt gebruikt voor zijn bedrijfsvoering. 5. Het fruithandelsbedrijf wordt aangemerkt als een categorie 3.1 volgens de VNG brochure “Bedrijven en milieuzonering” (2009). In het vigerende bestemmingsplan is sprake van een milieucategorie 2. Volgens de planregels van het bestemmingsplan is het niet toegestaan de milieucategorie te wijzigen dan wel aan te passen naar een zwaardere milieucategorie. De normafstand van 50 meter (aspect gevaar) die van toepassing is voor een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype) wordt hier niet gehaald. De daadwerkelijke afstand tussen het bedrijfsperceel Hooiweg 16/16a en die van het pluimveebedrijf bedraagt 6-7 meter. Op geen enkele wijze wordt gemotiveerd dat als gevolg van de beoogde uitbreiding/wijziging van het fruithandelsbedrijf kan worden voldaan aan de geldende richtafstanden. In dat verband wordt gewezen op het lopende handhavingsdossier. 6.
Gewezen wordt op de toename van vrachtverkeer op de Hooiweg door de uitbreiding van het bedrijf. Op basis van eigen tellingen (november 2018) bleek dat ca. 93% van het vrachtverkeer, bestemmingsverkeer betrof voor de Hooiweg16/16a. Deze weg (maximaal 4,5 meter breed incl. suggestiestroken fietspaden) is niet geschikt voor dit vrachtverkeer. De verkeersveiligheid kan niet worden gegarandeerd en op verschillende plekken is de rijweg als gevolg van het zware vrachtverkeer kapot gereden. Wat de gevolgen van een verdere planologische uitbreiding van het bedrijf zijn voor de verkeersontwikkeling is niet uitgewerkt. Afsluitend wordt verzocht het bedrijfsperceel Hooiweg 16/16a terug te brengen naar de vergunde situatie zoals binnen het vigerende bestemmingsplan mogelijk was. Reactie gemeente 1. Op het perceel aan Hooiweg 16a wordt meer bouwruimte geboden aan de gevestigde groothandel in groente en fruit. De toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen is verhoogd met 1.000 m2. Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
30
2.
3.
4.
5.
De toegestane oppervlakte van 5.470 m2 in het bestemmingsplan “Buitengebied, eerste herziening” is verhoogd naar 6.470 m2. Ook is het bestemmingsvlak “Bedrijf” aan de noordzijde vergroot overeenkomstig het bestaande gebruikte opslagterrein aan de achterzijde van het bedrijf. De gemeente heeft maatwerkvoorschriften (geluid) opgelegd aan het bedrijf Fruitpartners Blom. Het aantal enkelvoudige vrachtbewegingen tussen 19:00 en 7:00 (avond- en nachtperiode) wordt hiermee beperkt tot 4. Dit om de binnenwaarde van 35 dB(A) van de naastgelegen bedrijfswoning van appellant niet te laten overschrijden. De maatwerkvoorschriften zorgen ervoor dat het geluidniveau bij de naastgelegen bedrijfswoning aan de wettelijke geluidsnormen voldoet. Het aspect geluid levert geen belemmering op voor het project. Een zone van circa 15 meter breed van het bedrijfsterrein grenzend aan het westelijk gelegen pluimveebedrijf is op de verbeelding aangeduid als ‘specifieke vorm van bedrijf – buitenopslag uitgesloten’. Op de perceelsgrens is geen buitenopslag toegestaan. Hiermee dient te worden voorkomen dat appellant overlast ondervindt van opslag op de perceelsgrens. Voor de uitbreiding is een principeverzoek ingediend. Het college heeft op 21 september 2017 besloten medewerking te verlenen aan de ontwikkeling.
Omdat het hier gaat om een historisch gegroeide situatie is het college bereid nog eenmaal een uitbreiding toe te staan. Voor de ontwikkeling is een goede ruimtelijke onderbouwing opgesteld op basis waarvan de uitbreiding kan worden meegenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2018. De goede ruimtelijke onderbouwing wordt toegevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. Het initiatief wordt in de ruimtelijke onderbouwing getoetst aan de regels voor uitbreiding van solitaire bedrijvigheid in het buitengebied (artikel 2.12 Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021)). Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de provinciale verordening. De aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – niet aan het buitengebied gebonden’ is per abuis niet toegevoegd aan de achterzijde van het bedrijfsperceel. De aanduiding wordt opgenomen op het gehele bestemmingsvlak “Bedrijf”. De groenzone is aangeduid als ‘groen’ binnen de bestemming “Bedrijf”. Om te verzekeren dat de gronden worden ingericht met groenvoorzieningen, worden ze bestemd als “Groen”. Ten behoeve van de bedrijfsuitbreiding is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. In de bestemming “Bedrijf” wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee wordt verzekerd dat de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast.
Op het perceel aan Hooiweg 16a is sinds jaar en dag een groothandel in groen en fruit gevestigd, waar verwerkingsactiviteiten plaatsvinden. In het bestemmingsplan “Buitengebied” (2006) kent het bedrijf milieucategorie 2 op basis van de SBI code 5131 uit de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering 1993. Zie ook onderstaande afbeelding uit het bestemmingsplan “Buitengebied” (2006).
Inmiddels is sbi-code 5131 omhoog gegaan naar categorie 3.1 in de VNG- Handreiking Bedrijven en milieuzonering. In 2008 is de VNG publicatie herzien en kent een groothandel in fruit en groenten (SBI code 4631) milieucategorie 3.1.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
31
Door andere indelingen kan een milieucategorie in de loop van de tijd wijzigen, dat is buiten de invloed van het bedrijf. Dit is geen reden om beide bedrijven niet meer conform de bedrijfsactiviteiten/-categorieën te bestemmen. 6. Aan Hooiweg 16a wordt een extra hal gebouwd voor het inpandig opslaan van fruitkisten. Het aantal transportbewegingen neemt niet toe. Door de bouw van een extra hal aan Hooiweg 16a kunnen de bedrijfsactiviteiten in de hal aan Boonakkerweg 7 worden beëindigd. Hierdoor zijn er geen pendelbewegingen meer tussen de twee in gebruik zijnde bedrijfslocaties (Hooiweg 16a en Boonakkerweg 7) over de Hooiweg. Ook biedt de efficiëntere inrichting van de productie de mogelijkheid om de vrachtwagens optimaal te beladen, waardoor er per vrachtwagen meer vracht geladen kan worden. Hierdoor leidt het bouwplan niet tot toename van de verkeersbewegingen. In de vergunning zijn maatwerkvoorschriften voor geluid vastgelegd voor transport in de nacht. Verwezen wordt naar de beantwoording onder 1. Aanpassingen bestemmingsplan • De goede ruimtelijke onderbouwing wordt toegevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. • De aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – niet aan het buitengebied gebonden’ wordt opgenomen op het gehele bestemmingsvlak “Bedrijf”. • De gronden met de aanduiding ‘groen’ worden bestemd als “Groen”. In de bestemming “Bedrijf”.
wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin de landschappelijke inrichting conform het landschappelijk inpassingsplan is verzekerd. 3.2.22 Hooiweg 9 Deil, zaaknr. 2076 Samenvatting reactie Als bewoner van een dicht op de Hooiweg gelegen woning kan niet worden ingestemd met de beoogde uitbreiding van het fruithandelsbedrijf aan de Hooiweg 16/16a. Verwacht wordt dat er nog meer overlast zal ontstaan. Genoemd worden geluidsoverlast en de verkeersveiligheid. De bestaande weg is ongeschikt voor vrachtverkeer. De verkeersveiligheid kan niet worden gegarandeerd en op verschillende plaatsen is de rijweg als gevolg van het zware wegverkeer reeds kapot gereden. Het vrachtverkeer heeft geleid tot scheuren in de gevel van de woning van de appellant. Verzocht wordt om onderzoek te doen naar wegverkeerslawaai/trillingen als gevolg van de planologische uitbreiding op de locatie Hooiweg 16/16a. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken dat er nog steeds sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Niet begrepen wordt waarom een bedrijfsuitbreiding bij een bedrijf mag plaatsvinden waarvan geldt dat de bedrijfsactiviteiten behoren tot een niet aan het buitengebied gebonden bedrijf. Afsluitend wordt verzocht het bedrijfsperceel Hooiweg 16/16a terug te brengen naar de vergunde situatie zoals binnen het vigerende bestemmingsplan mogelijk was.
Mogelijk kan een extra ontsluitingsweg achterop het perceel uitkomst bieden om de verkeersdruk te verlagen en de verkeersveiligheid van de Hooiweg te verhogen. Reactie gemeente Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.21 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. Aanpassingen bestemmingsplan Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.21 voor de aanpassingen naar aanleiding van een vergelijkbare zienswijze. 3.2.23 Bommelweg 8 Meteren, zaaknr. 2308 Samenvatting reactie
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
32
Verzocht wordt het sinds 2002 aanwezige bedrijf aan de Bommelweg 8 te Meteren een bedrijfsbestemming (met de nadere aanduiding twee bedrijfswoningen) te geven, in plaats van de bestemming “Wonen”. Het betreft een aannemingsbedrijf dat zich bezig houdt met wegenbouw, het aanleggen van infrastructurele werken in de gww-sector (grond, weg, waterbouw) en het beschikbaar stellen van arbeidskrachten in deze sector. Melding wordt gemaakt van een brief van 20 juni 2002 van de voormalige gemeente Geldermalsen waarmee toestemming is gegeven om het bedrijf te plaatse te vestigen. Nadien is ten behoeve van de bedrijfsvoering een melding gedaan op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De melding is geaccepteerd op 22 december 2004. De bedrijfsactiviteiten zijn onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan “Buitengebied” 2006 komen te vallen. Uit een oogpunt van rechtszekerheid is er nu alle reden om mee te liften en een bedrijfsbestemming te krijgen in het nieuwe bestemmingsplan. Niet ingestemd kan dan ook worden met de wijze waarop dit verzoek in de inspraaknota is afgehandeld. Verwijzing naar de mogelijkheden voor het functieveranderingsbeleid wordt afgewezen. Er is al sprake van een gebruik dat onder het overgangsrecht valt. Opgemerkt wordt dat men niet voornemens is om het bedrijf binnen de planhorizon te beëindigen of naar elders te verplaatsen.
Reactie gemeente Appellant verzoekt het perceel aan Bommelweg 8 te Meteren te bestemmen als ‘Bedrijf’ en verwijst naar een brief van de gemeente Geldermalsen d.d. 20 juni 2002. In de brief zoals bijgevoegd bij de zienswijze geeft de gemeente aan bereid te zijn een persoonsgebonden toestemming te verlenen om perceel te gebruiken voor de opslag van twee graafmachines in de bestaande bebouwing of op het terrein tijdens de vakantieperiodes en een enkel weekend. Een van de voorwaarden is dat de bestemming van het perceel Agrarisch blijft met een bouwperceel, voor een of meer vormen van agrarisch grondgebruik. Uit de brief kan niet worden geconcludeerd dat de gemeente toestemming heeft gegeven voor bedrijfsmatig gebruik van het gehele perceel. Uit de inventarisatie naar het feitelijk gebruik van het perceel blijkt dat er een aannemings- en verhuurbedrijf (in branche wegenbouw) gevestigd is. Het bedrijf van appellant kan daarom worden voorzien van een bestemming “Bedrijf”. De toegestane oppervlakte bedrijfsgebouwen bedraagt 350 m² conform het VAB beleid. In het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat de bedrijfswoningen aaneengebouwd dienen te zijn. Het is niet de bedoeling dat de bebouwing wordt uitgebreid. In de huidige situatie staan aan de achterzijde van het perceel geen gebouwen.
Dit wordt vastgelegd in het bestemmingsplan, waardoor op het achterperceel geen gebouwen kunnen worden gerealiseerd. Aanpassingen bestemmingsplan Het perceel aan Bommelweg 8 te Meteren krijgt de bestemming “Bedrijf” en de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - niet aan het buitengebied gebonden'. Zie ook onderstaande afbeelding.
Het adres wordt toegevoegd aan Bijlage 2 ‘Lijst met toegestane bedrijfsactiviteiten’ van de regels. De aard van de bedrijfsactiviteiten luidt ‘Aanneming- en verhuur (grond-, weg- en waterbouw)’. Het bedrijf Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
33
heeft milieucategorie 2 en de toegestane oppervlakte bedrijfsgebouwen bedraagt 350 m². Op de verbeelding en in de bouwregels voor bedrijfswoningen wordt vastgelegd dat de bedrijfswoningen uitsluitend aaneen mogen worden gebouwd. Op de verbeelding en in de regels wordt vastgelegd dat op het achterperceel geen gebouwen mogen worden gebouwd. 3.2.24 Lingedijk 6a Gellicum, zaaknr. 2631 Samenvatting reactie Verzocht wordt om het aan het bedrijf toegekende bouwvlak aan te passen. Verwezen wordt naar gevoerd overleg van de gemeente met het bedrijf en de directe buren en een hiervoor opgesteld landschappelijk inpassingsplan. Het bouwvlak ligt nu te veel naar het westen waardoor een deel van het bedrijfsterrein geen bestemming heeft. Hierdoor kan de beoogde bouw van een schuur op de rand van het bedrijfsterrein niet plaatsvinden. Melding wordt nog gemaakt dat de woning Lingedijk 4 in eigendom is gekomen van een medewerker en toekomstig directielid van het bedrijf. Als alternatief voor het opschuiven van het bouwblok wordt voorgesteld om in het geheel geen bouwblok toe te wijzen zoals dit het geval is met andere bedrijfsterreinen. Reactie gemeente De gemeente heeft besloten medewerking te verlenen aan de extra bedrijfshal van circa 750 m2 op het perceel aan Lingedijk 6a te Gellicum. Het bouwvlak moet aan de oostzijde achter de woningen aan de Lingedijk worden uitgebreid.
Voor de uitbreiding is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Aan de oostzijde van het bedrijfsperceel is de ‘jonkheersingel’ op de verbeelding van het bestemmingsplan aangeduid als ‘groen’. Hiermee wordt een groene buffer gecreëerd tussen het bedrijf en naastgelegen woning. Aanpassingen bestemmingsplan Het bouwvlak wordt aan de oostzijde van het perceel vergroot.
3.2.25 Nieuwendijk 5 Rumpt, zaaknr. 2890 Samenvatting reactie Verzocht wordt om een bedrijfsbestemming op te nemen voor het hoveniersbedrijf. Het bedrijf is reeds sinds 10 maart 1995 ter plaatse gevestigd en ingeschreven. Niet ingestemd kan worden met de wijze waarop dit verzoek eerder als inspraakreactie is afgehandeld. Gewezen wordt op rechtsongelijkheid daarbij verwijzend naar een tweetal andere gevallen (nr. 3.2.5 en 3.1.28 uit de inspraaknota). In algemene zin zou er geen beleidsmatige bezwaren zijn tegen de vestiging van “hoveniers-, loon- en grondverzetbedrijven” in het buitengebied. Melding wordt gemaakt van een historisch gegroeide situatie waarbij de appellant als zoon/neef van de eigenaren van het ter plaatse aanwezige agrarisch bedrijf een hoveniersbedrijf is gestart. In eerste instantie als een legaal toegestane nevenactiviteit van het agrarische bedrijf. Maar hiervan reeds jaren Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
34
geleden om bedrijfseconomische redenen afgesplitst. Naast een juridische is ook sprake van een duidelijke visuele scheiding tussen het agrarische bedrijf en het hoveniersbedrijf. Niet ingezien wordt waarom gewacht moet worden op de toekomst van het “agrarisch” resterende perceel. Reactie gemeente De gemeente sluit nieuwvestiging van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied in principe uit. Solitaire bedrijvigheid hoort volgens de huidige planologische inzichten wat betreft de ruimtelijke aanvaardbaarheid thuis op een bedrijventerrein. Alleen via toepassing van het beleidskader voor vrijkomende agrarische bebouwing is een niet-agrarisch bedrijf onder voorwaarden toegestaan. Dit sluit aan bij de Omgevingsverordening Gelderland (2021). Nieuwvestiging is uitsluitend toegestaan indien sprake is van functieverandering of het vigerende Regionale programma werklocaties hierover afspraken bevat. Functieverandering betreft een ontwikkeling die leidt tot hergebruik van bestaande bebouwing, zorgt voor een kwaliteitsverbetering in het gebied dat daar qua aard, schaal en functie past. Appellant verzoekt om het hoveniersbedrijf op het perceel Nieuwendijk 5 te bestemmen als “Bedrijf”. Hiervoor zou beroep gedaan kunnen worden op het beleidskader voor vrijkomende agrarische bebouwing, zoals vastgelegd in de wijzigingsbevoegdheid voor functie verandering (artikel 38.1 van de planregels).
In het vigerende bestemmingsplan is het perceel niet als “Bedrijf” bestemd. In tegenstelling tot genoemde inspraakreacties is hier geen sprake van de beëindiging van het agrarische bedrijf. Het toekennen van de bestemming “Bedrijf” aan het hoveniersbedrijf is niet mogelijk, omdat er twee bedrijven ontstaan, namelijk het agrarische bedrijf en het hoveniersbedrijf. Bovendien blijkt uit de reactie van appellant niet of er voldaan wordt aan de relevante voorwaarden, zoals kwaliteitsverbetering van het landschap. De reactie van appellant leidt wel tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Het hoveniersbedrijf kan als nevenactiviteit worden voortgezet. Voor nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven geldt dat de totale gezamenlijke oppervlakte van nevenactiviteiten, bed and breakfast en verkoop van agrarische streekproducten niet meer mag bedragen dan 25% van de oppervlakte van de aanwezige gebouwen tot een maximum van 350 m². Voor de uitoefening van de nevenactiviteit zijn (inpandige) bouwkundige aanpassingen van gebouwen toegestaan. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de belangen en natuur- en landschapswaarden van de naburige percelen en gronden. In dit geval staat er achter het woonhuis een tweetal gebouwen, waarvan het op de achterzijde gelegen gebouw met een oppervlakte van ± 500 m² het meest duidelijk als bedrijfsgebouw is aan merken.
Aanvullend zal hierop zal een deel van het direct achter de woning gelegen bijgebouw (140 m²) meegerekend worden voor zover het de standaard 75 m² voor bijgebouwen bij bedrijfswoningen overschrijdt. In dit geval dus 65 m². In totaal gaat het dan om 565 m² aan bedrijfsgebouwen ten dienste van het hoveniersbedrijf. Ten aanzien van inspraakreactie 3.1.28 (Lageveldweg 9 Gellicum), deze is niet vergelijkbaar. Hier is het agrarisch bedrijf verkocht aan een hoveniersbedrijf. In geval van Nieuwendijk 5 blijft het agrarische bedrijf gehandhaafd, en komt het hoveniersbedrijf erbij. Ingeval van inspraakreactie nr. 3.2.5 (Blankertseweg 15a Meteren) was sprake van een afgesplitste bedrijfswoning. In dit bestemmingsplan hebben wij afgesplitste bedrijfswoningen bestemd als “Wonen”. Er is geen sprake van bestemming van een hoveniersbedrijf. Het feitelijk gebruik van het perceel bestaat vooral uit wonen. Er wordt een geringe aanpassing van het agrarisch bouwvlak doorgevoerd. Het bouwvlak wordt rechtgetrokken met de kavelgrens (aan de oostzijde wijkt de grens iets af van de kavelgrens). Aanpassingen bestemmingsplan Het hoveniersbedrijf wordt op de verbeelding aangeduid als ‘specifieke vorm van agrarisch – nevenactiviteit hovenier’. In de bestemming Agrarisch wordt opgenomen dat ter plaatse van de Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
35
aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – nevenactiviteit hovenier’ tevens een hoveniersbedrijf als nevenactiviteit is toegestaan, met een maximum vloeroppervlakte van 565 m². Het bouwvlak wordt aan de oostzijde aangepast conform de kavelgrens. 3.2.26 Tiendweg 2 Rhenoy, zaaknr. 2898 Samenvatting reactie Verzocht wordt aan het perceel Tiendweg 2 te Rhenoy een niet-agrarische bedrijfsbestemming te geven in het kader van de mogelijkheden van het functieveranderingsbeleid. Het perceel is verworven na verkrijging van informatie van de gemeente. Er zou al sprake zijn van een industriefunctie ter plaatse (hertenhouderij met slachterij) in plaats van een grondgebonden agrarische bestemming. De huidige activiteiten ter plaatse bestaan uit een boomverzorgingsbedrijf en boomrooierij met houthandel en houtverwerking (zal in toekomst in belang toenemen). Daarnaast worden er ook activiteiten uitgevoerd op het gebied van hovenierswerk en (agrarisch) loonwerk alsmede overige werkzaamheden in natuur en landschap. Reactie gemeente Het agrarisch gebruik is op het perceel Tiendweg 2 beëindigd. Het bedrijf wordt ingepast in het bestemmingsplan door het toekennen van een bedrijfsbestemming. Het perceel is gelegen in de Hollandse Waterlinie. Voor de functieverandering wordt rekening gehouden met ruimte voor landschappelijke inpassing, met name aan de oost- en westzijde van het perceel.
De zuidzijde blijft open om verbinding met het opengebied te houden. Het bouwvlak wordt aangepast overeenkomstig de bestaande bebouwing. Aanpassingen bestemmingsplan De gronden met gebouwen en terreinverharding op het perceel Tiendweg 2 krijgen de bestemming “Bedrijf” en de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – aan het buitengebied gebonden’, zie onderstaande afbeelding.
Aan Bijlage 2 bij de regels wordt toegevoegd: Tiendweg 2
Boomverzorgingsbedrijf, boomrooijerij met houthandel en houtverwerking Hoveniersbedrijf (agrarisch) loonwerk en werkzaamheden in natuur en landschap.
Sba – abg
3.2
950 m²
3.2.27 Lingedijk 16 Rhenoy, zaaknr. 3708 Samenvatting reactie Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
36
In verband met plannen voor de renovatie van bestaande opstallen op het buitendijkse terras van restaurant “Rust Wat” wordt verzocht de toegestane oppervlakte aan gebouwen te verruimen van 55 m² naar 84 m². Deze verruiming is nodig om te kunnen voldoen aan eisen op het vlak van haccp (hygiënecode) en arbo, overdekte en gescheiden vuilopslag, realiseren van invalide sanitair e.d.. Reactie gemeente Appellant verzoekt de toegestane oppervlakte gebouwen die buitendijks aanwezig mogen zijn te verhogen van 55 m² naar 84 m². Appellant heeft geen aanvraag omgevingsvergunning bij de gemeente ingediend. Omdat er geen concreet plan is ingediend wordt de maximale toegestane oppervlakte gebouwen niet aangepast. Appellant kan gebruik maken van de mogelijkheden in het kruimelbeleid voor het onderdeel ‘bijbehorend bouwwerk’ op basis van een concreet plan. Daarnaast kan binnendijks in de bestemming Horeca de bouwruimte tot max. 270 m² aan gebouwen worden benut. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.2.28 Katijdeweg 8 Beesd, zaaknr. 5592 Samenvatting reactie Verzocht wordt het toegekende bestemmingsvlak nabij de woning iets te verruimen (1 meter naar voren) waardoor er ruimte ontstaat om die woning te vergroten.
Reactie gemeente Er zijn geen planologische beletselen om het bestemmingsvlak ter plaatse van de bedrijfswoning iets aan te passen. Aanpassingen bestemmingsplan Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ wordt ter plaatse van de bedrijfswoning met 1 m verschoven.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
37
3.3
Thema wonen
3.3.1
Oude Waag 61 Beesd, zaaknr. 365
Samenvatting reactie Verzocht wordt het perceel kadastraal bekend gemeente Beesd, sectie D nr. 2122 bij het huisperceel te betrekken en te bestemmen als “Wonen”. Het perceel (voormalig eigendom gemeente Geldermalsen) was al lang als zodanig in gebruik en is door verjaring in eigendom gekomen van de appellant. Reactie gemeente Het betreffende perceel is op 12 juli 2018 notarieel overgegaan naar de appelanten. Het perceel maakt verder onderdeel van het als zodanig ingerichte huisperceel. Aanpassing van de begrenzing van de bestemming “Wonen” behorende bij het perceel Oude Waag 61 is daarom te rechtvaardigen. De verbeelding zal daarom worden aangepast. Aanpassingen bestemmingsplan Het perceel kadastraal bekend gemeente Beesd sectie D nr. 2122 zal worden toegevoegd bij het bestemmingsvlak “Wonen” behorende bij het adres Oude Waag 61 Beesd. 3.3.2
Rijsakkerweg 3 Rumpt, zaaknr. 914
Samenvatting reactie 1. Verzocht wordt het toegekende bestemmingsvlak “Wonen” in zuidwestelijke richting uit te breiden waardoor de aldaar gelegen onderdelen van het woonerf (oprit, parkeerplaatsen e.d.) in het bestemmingsvlak komen te liggen. Ter overweging wordt ook de optie voorgelegd op de naastgelegen paardenbak in het bestemmingsvlak op te nemen. 2. Verzocht wordt de aanwezige oppervlakte aan bijgebouwen (265 m²) in de regels op te nemen in plaats van de genoemde maximale oppervlakte van 75 m². De bebouwing staat er vanaf de jaren 80 van de vorige eeuw. 3. Gevraagd wordt of het hobbymatig houden van landbouwhuisdieren binnen de bestemming is toegestaan. Reactie gemeente 1. Het bestemmingsvlak is gelet op het huidige gebruik voor de Rijsakkerweg te krap toegekend. Aan de zuidwestzijde zal het vlak daarom verlegd worden tot aan de naastgelegen paardenbak. De paardenbak zelf is een voorziening die niet binnen de bestemming “Wonen” hoeft te liggen. Volgens het bepaalde in artikel 35.2 is een paardenbak bij een woning toegestaan tot op een afstand van maximaal 40 meter van de woning. In dit geval ligt de paardenbak op nog geen 10 meter. Om verdere uitwaaiering van bebouwing over de percelen te voorkomen worden de bestemmingsvlakken voor “Wonen” niet onnodig groot gemaakt.
Ook voor de gebruiksmogelijkheden van omliggende agrarische percelen is het niet wenselijk de bestemmingsvlakken te groot te maken. In dit geval ontstaat er met de genoemde aanpassing een bestemmingsvlak van ruim 2000 m². 2. Voor boventallige bijgebouwen (boven de standaard norm van 75 m²) zijn in eerste instantie de overgangsbepalingen van kracht. Daarmee kunnen de gebouwen in de huidige vormgeving in stand worden gehouden. De bouwmogelijkheden voor bijgebouwen bij woningen worden wel met een ambtshalve aanpassing verruimd tot een oppervlakte van maximaal 100 m². Verwezen wordt naar H.4 Ambtshalve wijzigingen. Wanneer gedacht wordt aan van vervangende nieuwbouw dan wordt artikel 21.3.5 (surplusregeling) bepalend. Nieuwbouw is mogelijk mits een deel van de boventallige bebouwing wordt gesloopt. Deze regeling komt voort uit regionale afspraken voor voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Doel is van deze regeling is nieuwe functies te geven aan voormalige bedrijfsgebouwen en tegelijkertijd de hoeveelheid bebouwing terug te dringen.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
38
3. Het hobbymatig houden van landbouwhuisdieren bij een woonbestemming is vanuit het bestemmingsplan gezien geen strijdige activiteit. Zo lang er geen agrarisch bedrijf ontstaat is er niets aan de hand. Binnen de bestemming voor de agrarische gronden is verder telkens in de doeleindenomschrijving aangegeven dat “hobbymatig agrarisch gebruik” is toegestaan. Aanpassingen bestemmingsplan Het bestemmingsvlak “Wonen” voor het perceel Rijsakkerweg 3 Rumpt zal aan de zuidwestzijde worden uitgebreid tot aan de naastgelegen paardenbak. 3.3.3
Achterweg 33 Rumpt, zaaknr. 1468
Samenvatting reactie Appellant geeft aan eerder een verzoek te hebben ingediend voor de realisatie van een twee onder een kap woning met mantelzorgvoorzieningen ter vervanging van de bestaande woning Achterweg 33 in Rumpt. Voor de realisatie van dat plan is mogelijk een deel van het naastgelegen perceel nodig dat onderdeel uitmaakt van het plangebied van dit bestemmingsplan Buitengebied. Verzocht wordt om hun bouwwensen via dit bestemmingsplan mogelijk te maken dan wel het perceel uit dit bestemmingsplan te halen en het toe te voegen aan het bestemmingsplan dat de bouw van een nieuwe woonwijk op de hoek Achterweg-Kerkweg mogelijk gaat maken. Reactie gemeente Het perceel Achterweg 33 (935 m²) maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Kern Rumpt 2013”. Dit bestemmingsplan laat ter plaatse één woning toe. De gemeente heeft op hoofdlijnen medewerking toegezegd aan het nieuwe bouwplan van een dubbele woning op het perceel aan Achterweg 33 te Rumpt. Het perceel valt buiten het plangebied van het bestemmingsplan “Buitengebied 2018”. Voor het nieuwbouwplan dient een zelfstandige planologische procedure gevolgd te worden. Dit in eerste instantie door een herziening van het bestemmingsplan ‘Kern Rumpt 2013’. Het toevoegen van het plangebied aan het bestemmingsplan voor de nieuwe woonwijk ligt niet voor de hand. Voor die woonwijk is de bestemmingsplanprocedure inmiddels afgerond.
De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan “Achterweg ong. te Rumpt” op 29 juni 2021 vastgesteld. De wijk ligt aan de andere kant van de Kerkweg en vormt een afgerond plangebied. Dit gebied zal uit het plangebied van dit bestemmingsplan Buitengebied worden gehaald (zie ook hoofdstuk 4: ambtshalve aanpassingen). Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.3.4
Rijksstraatweg 62 Buurmalsen, zaaknr. 1573
Samenvatting reactie Verzocht wordt het bestemmingsvlak het bestemmingsplan “Wonen” te verkleinen waardoor een tweetal schuren op het naastgelegen kadastrale perceel er buiten komen te liggen. Deze schuren zijn in agrarisch gebruik bij de zoon van de appellant. Reactie gemeente Het toegekende bestemmingsvlak was te ruim waardoor ten onrechte twee naastgelegen veldschuren in het bestemmingsvlak kwamen te leggen. Het bestemmingsvlak “Wonen” zal daarom worden aangepast. Aanpassingen bestemmingsplan Het bestemmingsvlak “Wonen” voor het perceel Rijksstraatweg 62 Buurmalsen wordt naar binnen toe verlegd waardoor de zuidoostelijke grens samenvalt met die van het kadastrale perceel gemeente Geldermalsen sectie M nr. 459.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
39
3.3.5
Huigenstraat 23 Acquoy, zaaknr. 1741
Samenvatting reactie Verzocht wordt het perceel kadastraal bekend gemeente Beesd sectie G nr. 1312 uit het bestemmingplan te houden en onder de werkingssfeer van het bestemmingsplan voor de bebouwde kom van Acquoy te brengen. Het perceel is in eigendom van de appellant. Het is in gebruik voor het weiden van schapen. Op het perceel staat een schuur van 40 m² waardoor het geen landelijk karakter heeft. Bij het opstellen van het bestemmingsplan “Buitengebied” uit 2006 is het oorspronkelijk ook buiten het plangebied gehouden maar is het n.a.v. een reactie van de appellant aan het buitengebied toegevoegd. Verzocht wordt die situatie weer terug te draaien. Reactie gemeente In het bestemmingsplan “Buitengebied” (2006) is het perceel, kadastraal bekend gemeente Beesd sectie G nummer 1312, bestemd als Landelijk Gebied II. In het bestemmingsplan “Buitengebied 2018” is het perceel bestemd als “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”. Op het perceel is het hobbymatig agrarisch gebruik toegestaan. De bestaande schuur is tevens toegestaan, voor zover de bestaande goot-, bouwhoogte en oppervlakte niet worden vergroot. Er bestaat geen noodzaak het plangebied aan het bestemmingsplan Acquoy 2009 toe te voegen. Het huidige gebruik kan worden voortgezet. Aanvullend komt daarbij dat het perceel niet automatisch onderdeel wordt van het bestemmingsplan Acquoy 2009.