RV2021-132 Bijlage 1 Nota van zienswijzen eindversie voor de raad.pdf
Tekst van het document
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
1
Inhoudsopgave
blz. 1. Inleiding 2. Zienswijzen van andere (overheids-) instanties 3. Overige zienswijzen 3.1. Thema land- en tuinbouw 3.2. Thema niet-agrarische bedrijven 3.3. Thema wonen 3.4. Thema natuur, landschap en cultuurhistorie 3.5. Thema recreatie 3.6. Thema landgoederen 3.7. Overige onderwerpen 4. Ambtshalve wijzigingen 5. Overzicht aanpassingen aan het ontwerpplan
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
3 4 5 5 23 38 47 51 59 60 62 70
2
1.
Inleiding
Op 21 december 2018 is het ontwerp van het bestemmingsplan “Buitengebied 2018” van de voormalige gemeente Geldermalsen voor zes weken ter inzage gelegd (tot en met 31 januari 2019). Het bestemmingsplan is een integrale herziening van diverse bestemmingsplannen die op dit moment van toepassing zijn binnen het betrokken plangebied. De eisen die van toepassing zijn voor een bestemmingsplanprocedure zijn vastgelegd in artikel 3.8 (voorbereidingsprocedure) van de Wet ruimtelijke ordening. Daarin wordt onder meer verwezen naar artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De terinzagelegging is onder meer aangekondigd op de website van de gemeente, in het Nieuwsblad Geldermalsen en in de Staatscourant. De provincie Gelderland en het waterschap zijn aanvullend rechtstreeks geïnformeerd over de mogelijkheid om te reageren op het ontwerp. In deze nota wordt verslag gedaan van de ontvangen zienswijzen. In hoofdstuk 2 zijn de zienswijzen opgenomen die zijn ingebracht door andere formele (overheids-)instanties. In hoofdstuk 3 zijn de overige particuliere zienswijzen bij elkaar gezet. Daarbij zitten ook enkele reacties van belangenorganisatie. Hoewel de zienswijzen zijn samengevat moet daarbij worden opgemerkt dat kennis is genomen van de gehele ontvangen reactie en dat ook de gehele reactie is beoordeeld. In hoofdstuk 4 worden (ambtshalve) aanpassingen aan het ontwerp beschreven.
Het gaat hierbij om wijzigingen aan het bestemmingsplan die niet rechtstreeks voortkomen uit ontvangen zienswijzen. Hoofdstuk 5 omvat een uitputtende opsomming van alle wijzigingen die bij vaststelling van het bestemmingsplan worden aangebracht aan het ontwerpplan.
Om privacyoverwegingen zijn bij alle particuliere zienswijzen geen namen genoemd. Dit is vereist omdat overheidsstukken die uiteindelijk op het internet geplaatst zullen worden geen namen van privépersonen mogen staan. Om binding te houden met de officieel ontvangen documenten wordt wel telkens het postregistratienummer (= zaaknummer) vermeld. In de samenvatting van de ontvangen reacties én in de gemeentelijke beantwoording, wordt regelmatig verwezen naar een specifieke artikel van de regels van het bestemmingsplan “Buitengebied 2018”. Daarbij gaat het altijd om een verwijzing naar het ontwerpplan. Door aanpassingen aan het ontwerp kan het zijn dat in het vastgestelde plan dezelfde regel een ander artikelnummer krijgt.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
3
2.
Zienswijzen van andere (overheids-) instanties
Hierna worden de ontvangen zienswijzen van officiële (overheids-)instanties behandeld 2.1
Waterschap Rivierenland, Postbus 599, 4000 AN Tiel (zaaknr.: 2275)
Samenvatting reactie 1. Op de verbeelding is het winterbed van de Linge/Korne niet geheel correct opgenomen. Verzocht wordt dit aan te passen. 2. Bij de Diefdijk is een deel van de kernzone niet op de verbeelding opgenomen. Verzocht wordt dit aan te passen. 3. Niet alle A-watergangen zijn als zodanig bestemd. Verzocht wordt onder meer om A-watergangen langs doorgaande infrastructuurlijnen ( A15, A2 en spoorlijn Geldermalsen-Dordrecht) niet binnen de hoofdbestemming “Verkeer” te houden maar apart als “Water” te bestemmen. Verder wordt op een tweetal genoemde locaties (De Paay 2 en Tielerweg 33a) een A-watergang met een lange duiker ten onrechte binnen de hoofdbestemming “Wonen” gebracht. Los van genoemde locaties wordt in zijn algemeenheid verzocht om geen A-watergangen onder de bestemming “Wonen” te houden. Reactie Gemeente 1. Het winterbed zoals opgenomen op de verbeelding zal worden aangepast. 2. De gehele kernzone van de Diefdijk, voor zover gelegen in het plangebied, zal worden overgenomen. 3. De A-watergangen zullen worden nagelopen en waar mogelijk onder de hoofdbestemming “Water” worden gebracht. Aanpassingen bestemmingsplan • Op de verbeelding wordt het winterbed van Linge/Korne in overeenstemming gebracht met de Keur van het waterschap. • De kernzone van de Diefdijk komt in het geheel op de verbeelding te staan.
• Diverse delen van A-watergangen zullen alsnog onder de bestemming “Water” worden gebracht.
2.2
Gasunie, Postbus 181, 9700 AD Groningen (zaaknr.: 2294)
Samenvatting reactie Op een plek naast de A15 ter hoogte van de Boutensteinseweg ligt een op de verbeelding opgenomen gastransportleiding niet centraal in de opgenomen belemmeringenstrook. Aan weerszijden van de hartlijn van de leiding dient een strook van 4 meter te liggen. Op de genoemde locatie is dat echter niet het geval. Reactie Gemeente De verbeelding zal worden aangepast zodat de leiding correct in de belemmeringenstrook ligt. Aanpassingen bestemmingsplan Ter hoogte van de Boutensteinseweg zal de gastransportleiding, zoals opgenomen op de verbeelding, centraal in de belemmeringenstrook worden geplaatst.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
4
3.
Overige zienswijzen
In dit hoofdstuk staan de overige ontvangen zienswijzen. De reacties zijn zo veel mogelijk per thema gebundeld: land- en tuinbouw (par. 3.1), niet-agrarische bedrijven (par. 3.2), wonen (par. 3.3), natuur, landschap en cultuurhistorie (par. 3.4), recreatie (par. 3.5), landgoederen (par. 3.6) en overige onderwerpen (par. 3.7). De plaatsing per thema wordt bepaald door het “zwaartepunt” van de reactie. Per thema zijn vervolgens eerst de reacties van enkele belangenorganisaties weergegeven (LTO, Vereniging tot Behoud van het Lingelandschap en Vereniging van eigenaren en gebruikers “de Breeknap”). Daarna volgen de meer particuliere reacties. Van alle zienswijzen wordt eerst een korte samenvatting van de essentie van de reactie weergegeven. Na de samenvatting staat het standpunt van de gemeente. Telkens wordt indien (een deel van) de zienswijze wordt overgenomen onder het kopje “aanpassingen bestemmingsplan” afsluitend beschreven welke aanpassingen aan de planstukken (ontwerpplan) zullen worden doorgevoerd. Aanpassingen die bij een eerder behandelde zienswijze (waarnaar wordt verwezen) al zijn genoemd worden later niet herhaald.
3.1
Thema land- en tuinbouw
3.1.1
LTO-Noord, Postbus 240, 8000 AE Zwolle, zaaknr. 2312
Samenvatting reactie LTO Noord heeft namens de afdeling West Betuwe en mede namens de NFO (Nederlandse Fruittelers) de zienswijze ingediend. Hoewel de gemeente voor de bestaande grondgebonden agrarische bedrijven goede ruimtelijke randvoorwaarden wil scheppen worden nog te veel activiteiten onder het omgevingsvergunningsplicht gebracht. Dit wordt vervolgens met de volgende specifieke zaken uitgewerkt. 1. Het begrip “teeltondersteuning” zoals geformuleerd in artikel 1.61 zorgt voor verwarring. Ten onrechte worden geen mogelijkheden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen geboden. Gewezen wordt op tafelstellingen in de aardbeienteelt. Permanente containervelden en het acrylaat doek moeten ook expliciet worden genoemd. 2. De regeling voor overnachtingsmogelijkheden voor tijdelijke arbeidskrachten in de fruitteelt wordt te beperkt gevonden. De oppervlakte van 200 m² is ondanks de opgenomen afwijkingsbevoegdheid onnodig beperkend. Ook is er ruimte buiten het oogstseizoen noodzakelijk. In artikel 3.6.4 onder f. zou daarom een afwijkingsbevoegdheid moeten worden opgenomen. 3. De onder 3.1 onder h. genoemde oppervlakte van 50 m² dient aangepast te worden aan de in de reactienota genoemde afwijkingsmogelijkheid. 4. Verzocht wordt om de bouwhoogte van fruitloodsen te verhogen naar 12 meter.
Dit maakt het (mede in combinatie met de goothoogte) efficiënter om de kuub kisten te stapelen. 5. Verzocht wordt om bij de regeling voor mestvergisters het toe te staan dat tot maximaal 75% mest van derde bedrijven wordt aangevoerd en dat de opgewekte energie aan het net kan worden geleverd. Er is geen sprake van een toename van overlast omdat als afwijkingsvoorwaarde is opgenomen dat de omliggende waarden niet onevenredig mogen worden aangetast. 6. Niet ingestemd kan worden met het in artikel 3.5.1 genoemde strijdig gebruik in de vorm van teeltondersteunende voorzieningen. Genoemde bepaling kan bij nieuwe fruitteelt onnodig verwarring opleveren. Ook zou mestopslag buiten het bouwvlak mogelijk moeten zijn. 7. Fruitteelt zou ook in het gebied met de aanduiding “overige zone-open landschap” moeten zijn toegestaan mits kan worden aangetoond dat de teelt geen onevenredige afbreuk doet aan het landschap. Ook de in artikel 3.6.3 onder b genoemde 5 ha wordt als beperkend ervaren. 8. In artikel 3.6.4 (huisvesting seizoenarbeiders) wordt in lid d. ook gesproken over mobiele woonunits. De tijdelijkheid van genoemde units wordt mede in relatie op wat in artikel 3.6.4 onder c. als onnodig beperkend ervaren. Naast de permanente huisvesting is het voor de fruitteelt noodzakelijk dat er mogelijkheden zijn om mobiele units te plaatsen. Dit is nodig voor de
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
5
oogstperiode van hard- en zachtfruit. Verwezen wordt aanvullend naar een keurmerk van de gezamenlijke LTO-organisaties en NFO. 9. De vereiste van een omgevingsvergunning (artikel 3.7) voor het aanleggen van drainages of de aanleg van kavelpaden wordt als zeer beperkend ervaren. Het behoort tot de normale agrarische activiteiten. Er zijn hierbij geen belangen van omwonenden of natuurgebieden in het geding. 10. De wijzigingsbevoegdheid voor het vergroten of veranderen van een agrarische bouwvlak (artikel 3.8.1) wordt onnodig begrensd tot 2 ha (lid d.) De provinciale omgevingsvisie stelt geen bovengrens aan het bouwvlak voor de melkveehouderij. Verzocht wordt om de provincie te volgen om zo, uitbreiding die ten goede komt aan dierwelzijn en milieueisen, niet onnodig te beperken. 11. De in artikel 4.1 genoemde afstand van 40 meter kan worden verkleind naar 35 meter. Het Activiteitenbesluit is met ingang van 1 januari 2018 zodanig gewijzigd dat een driftreductie van 75% wordt bereikt. De afstand kan naar 35 meter worden verkleind als gebruik wordt gemaakt van moderne technieken en/of driftarme spuitdoppen en/of de plaatsing van dubbele windschermen. 12. Bovengenoemde opmerkingen zijn, voor zover van toepassing, zowel gericht tegen de hoofdbestemming “Agrarisch” (artikel 3) als tegen de hoofdbestemming “Agrarisch met waardenlandschapswaarden” (artikel 4). Reactie Gemeente 1.
In de bestemmingsomschrijving en de bouwregels van de agrarische bestemmingen is bepaald of teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan. Buiten het bouwvlak zijn tevens permanente verankerde palen en constructies ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen toegestaan (artikel 3.2.1 en 4.2.1 onder c). Dit dient aan het begrip ‘teeltondersteuning’ te worden toegevoegd. Onder teeltondersteuning wordt begrepen het plaatsen of geplaatst houden van teeltondersteunende voorzieningen in de periode april tot en met oktober voor de oogst van vollegrondsteeltproducten, Containervelden en tafelstellingen vallen niet onder ‘vollegrondsteeltproducten’. In de definitie wordt een aantal voorbeelden genoemd: wandelkappen, lage kappen en aardbeienkappen, regenkappen, hagelnetten, schaduwhallen, vogelnetten en luisvrije tunnels en hallen. Deze opsomming is niet limitatief. Indiener verzoekt om permanente containervelden, acrylaat doek en tafelstellingen expliciet te benoemen. Dit zijn vormen van voorzieningen die kunnen worden ingezet voor intensieve teelt. Bestaande containerteelt is aangeduid als ‘specifieke vorm van agrarisch – containerveld’. Voor bestaande intensieve aardbeienteelt op tafels is nog niet in een regeling voorzien. Deze worden aangeduid op de verbeelding als ‘specifieke vorm van agrarisch – aardbeienteelt’.
Het betreft percelen Kampsedijk te Enspijk en Meersteeg te Tricht. Binnen dit bestemmingsplan staan wij geen nieuwe intensieve teelten toe vanwege de ruimtelijke impact van deze voorzieningen op het landelijk gebied. Indien gevraagd, zal het gemeentebestuur per individueel geval een ruimtelijke afweging moeten maken, aan de hand van een ruimtelijke/milieu-hygiënische onderbouwing. Het bestemmingsplan voorziet dan ook niet in een regeling om permanente containervelden, acrylaat doek en tafelstellingen mogelijk te maken. 2. In de agrarische bestemmingen zijn overnachtingsmogelijkheden en verblijfsruimten voor tijdelijke arbeidskrachten toegestaan. Hiervoor gelden de voorwaarden dat ze alleen in de periode van 1 april tot en met 31 oktober als zodanig gebruik mogen worden én gerealiseerd dienen te worden binnen de bedrijfsgebouwen tot een maximum vloeroppervlakte van 200 m2. Het bestemmingsplan bevat een afwijkingsbevoegdheid om van deze voorwaarden af te wijken. Het college van burgemeester en wethouders dient te oordelen of voldaan wordt aan de afwijkingsvoorwaarden, bijvoorbeeld of de behoefte is aangetoond. Op 25 mei 2021 is het Beleidsplan Huisvesting Arbeidsmigranten West Betuwe vastgesteld. In het beleidsplan van de gemeente worden randvoorwaarden en kwaliteitseisen gesteld voor nieuwe initiatieven van short stay en mid stay huisvesting (uitbreiding en aanpassing).
De randvoorwaarden die worden gesteld voor huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten dienen te worden vastgelegd in de afwijkingsbevoegdheid voor huisvesting van seizoensarbeiders. Zie ook hoofdstuk 4 nr. 27. 3. In de agrarische bestemmingen is de verkoop van agrarische streekproducten toegestaan tot een maximale oppervlakte van 50 m2. Zoals aangegeven in de Nota van inspraak en vooroverleg kan er toepassing worden gegeven aan de afwijkingsbevoegdheid in artikel 3.6.2 om hiervan af te wijken. De totale gezamenlijke oppervlakte van nevenactiviteiten, bed and breakfast en verkoop van agrarische streekproducten mag maximaal 25% van de oppervlakte van de aanwezige Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
6
4.
5.
6.
7.
8.
gebouwen bedragen tot een maximum van 350 m2. Het college van burgemeester en wethouders dient te oordelen of voldaan wordt aan deze en andere afwijkingsvoorwaarden. Appellant verzoekt de verruiming uit de afwijkingsbevoegdheid bij recht toe te staan. De noodzaak van verruiming is niet onderbouwd. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Appellant heeft onderbouwd dat het voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is om de bouwhoogte van fruitloodsen te verhogen naar 12 m. In de agrarische bestemmingen wordt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het verhogen van de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen van fruitteeltbedrijven. Het college van burgemeester en wethouders kan dan per individueel geval oordelen of onder andere sprake is van een aanvaardbaar landschapsbeeld. In artikel 37.3 (algemene afwijkingsbevoegdheid) wordt als voorwaarde opgenomen dat er niet eerder toepassing mag zijn gegeven aan een afwijkingsbevoegdheid ten behoeve van het overschrijden van de maximale toegestane goot- en bouwhoogten. De gevraagde verruiming past niet binnen de beoogde regeling om kleinschalige mogelijkheden te bieden bij afwijkingsbevoegdheid: het bouwen van kleinschalige mestvergisters tot maximaal 10 m hoog waarbij uitsluitend mest van het eigen bedrijf wordt vergist.
Daarnaast kan de aanvoer van 75% mest van derde bedrijven er toe leiden dat de overlast voor de omgeving toeneemt, vanwege de verkeersaantrekkende werking. Deze hinder wordt niet weggenomen door de voorwaarde dat omliggende waarden niet onevenredig mogen worden aangetast, zoals indiener stelt. Het is daarom niet gewenst om door derde bedrijven voortgebrachte mest aan te voeren. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In artikel 3.5.1 is opgenomen dat teeltondersteunende voorzieningen uitsluitend zijn toegestaan bij bestaande fruitteelt in de vorm van boomgaarden. Van deze bepaling kan worden afgeweken. In de planregels is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om nieuwe fruitteelt in de vorm van boomgaarden en de daarbij benodigde teeltondersteunende voorzieningen mogelijk te maken (artikel 3.6.3). Om te voorkomen dat verwarring ontstaat over nieuwe teeltondersteunende voorzieningen wordt in de aanhef van artikel 3.6.3 verwezen naar artikel 3.5.1. In artikel 3.5.1 is tevens bepaald dat de opslag van mest niet is toegestaan buiten het bouwvlak. Deze regel is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Vanuit landschappelijk oogpunt is het ongewenst om mest buiten het bouwvlak op te slaan. De opslag van mest hoort feitelijk op het erf thuis. Appellant motiveert niet waarom buitenopslag ook buiten het bouwvlak mogelijk moet zijn.
Deze reactie van appellant leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. In artikel 3.6.3 is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor nieuwe fruitteelt in de vorm van boomgaarden. Dit is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – open landschap’. Deze aanduiding is van toepassing op de door provincie aangewezen ‘waardevolle open gebieden’. Dit gebied betreft het gebied waar grootschalige openheid als kernkwaliteit geldt. Daarom geldt als uitgangspunt dat ruimtelijke ingrepen die de openheid aantasten niet zijn toegestaan. Boomgaarden bevinden zich van oudsher voornamelijk op de oeverwallen en direct aansluitende gronden. Om landschappelijke reden is het gewenst om fruitteelt niet in open gebied mogelijk te maken. In de afwijkingsbevoegdheid is als voorwaarde opgenomen dat de oppervlakte van de fruitteelt in de vorm van boomgaarden niet meer mag bedragen dan 5 ha. Met deze regeling blijft sturing over het toelaten van nieuwe boomgaarden in de uiterwaarden mogelijk. De norm van 5 ha biedt de fruitteler voldoende mogelijkheid om een bedrijfstechnisch relevante oppervlakte in gebruik te nemen. Een verruiming verandert het natuurlijke karakter van het gebied te veel. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
In artikel 3.6.4 is de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om huisvesting van seizoensarbeiders mogelijk te maken. De voorkeur gaat uit naar permanente voorzieningen in bedrijfsgebouwen. In sub c wordt daarom de mogelijkheid geboden om uitbreiding van bestaande bedrijfsgebouwen en/of nieuwe vrijstaande bedrijfsgebouwen te bouwen voor huisvesting. Als deze mogelijkheid ontbreekt kunnen er in de periode van 1 april tot en met 31 oktober binnen het bouwvlak mobiele woonunits voor tijdelijke huisvesting mogelijk worden gemaakt. De mobiele units worden mogelijk gemaakt om piekperiodes (vooral de pluktijd) in de huisvesting op te vangen. De plukperiode vindt plaats tussen 1 april en 31 oktober. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de afwijkingsregeling.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
7
9. In de agrarische bestemmingen is een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Voor het aanleggen van drainage, niet zijnde vervanging van bestaande drainage, geldt een vergunningplicht. Deze werkzaamheden kunnen ingrijpend van aard zijn en van invloed zijn op de functies en waarden in het gebied. De vergunning wordt niet verleend indien verdroging plaatsvindt van een leefgebied met natte dooradering. Deze regeling is opgenomen om verdroging tegen te gaan in een leefgebied met natte dooradering. De effecten van verdroging op de locatie van de activiteit betreffen gezien de beperkingen een geringe oppervlakte. Echter afhankelijk van de situatie ter plaatse, bodemopbouw en dergelijke kunnen effecten van verdroging optreden over een afstand van 100 tot 1.000 m. Verdroging kan rechtstreeks leiden tot het verdwijnen van aan natte omstandigheden gebonden planten of dieren en leiden tot verruiging van gebieden waardoor indirect beschermde soorten bedreigd worden. Dit betreft vooral, maar niet uitsluitend, de door de provincie aangewezen leefgebieden natte dooradering rond de Diefdijk, Regulieren en het daartussenin gelegen Lage Veld.
Om het instrument omgevingsvergunning gerichter in te zetten voor de gebieden waar verdroging door aanleg van drainage nadelig kan uitpakken voor de natuurwaarden, wordt het aanlegverbod voor drainage gekoppeld aan leefgebieden natte dooradering en naastgelegen gebieden tot een afstand van 1.000 m. De gebieden worden op de verbeelding aangeduid. Ook wordt er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee de begrenzing van het aanduidingsvlak kan worden gewijzigd. De regeling voor de aanleg van paden (waaronder kavelpaden) is nodig ter bescherming van het landschap en omwonenden die door het gebruik van een nabijgelegen kavelpad hinder kunnen ondervinden. Het is dus niet onredelijk om aan de realisatie van een dergelijke voorziening de vereiste van een omgevingsvergunning te koppelen. Voor voorzieningen van ondergeschikte betekenis is geen omgevingsvergunning nodig. Ook in het huidige bestemmingsplan is een dergelijke bepaling opgenomen. De regeling wordt gehandhaafd. 10. De wijzigingsbevoegdheid voor het vergroten of veranderen van een agrarische bouwvlak is aan voorwaarden verbonden. Een van de voorwaarden is dat de oppervlakte van het bouwvlak niet groter mag zijn dan 2 ha. Het klopt dat de provincie geen bovengrens stelt voor de oppervlakte van het bouwvlak. Hierin heeft de gemeente dan ook beleidsvrijheid.
Wij achten het noodzakelijk om een bovengrens op te nemen, zoals ook in het vigerende bestemmingsplan is gedaan. De bovengrens is inmiddels verruimd van 1,5 ha naar 2 ha. Het overnemen van een bovengrens draagt bij aan de rechtszekerheid voor omwonenden. Daarnaast gaan er bij uitbreiding van een bouwvlak groter dan 2 ha meer omgevingsaspecten een rol spelen, die dienen te worden afgewogen. Denk bijvoorbeeld aan milieuhygiënische en landschappelijke aspecten. Als er een aanvraag wordt ingediend voor een bouwvlak groter dan 2 ha, dan wordt dat specifiek afgewogen en kan een zelfstandige planologische procedure worden gevolgd. 11. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar H.4 Amtshalve wijzigingen onder 12. 12. Bij de beantwoording is rekening gehouden met het feit dat de zienswijzen betrekking hebben op de bestemming Agrarisch en Agrarisch met waarden – Landschapswaarden. Aanpassingen bestemmingsplan • Aan het begrip ‘teeltondersteuning’ wordt toegevoegd: “met daarbij behorende verankerde palen en constructies”. •
Bestaande locaties met intensieve aardbeienteelt op tafels aan de Kampsedijk te Enspijk (perceel kadastraal bekend gemeente Deil sectie M nr. 7) en aan de Meersteeg te Tricht (perceel kadastraal bekend gemeente Buurmalsen sectie G nr. 238 ged.) worden op de verbeelding aangeduid als ‘specifieke vorm van agrarisch – aardbeienteelt’. In de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ wordt toegevoegd dat intensieve aardbeienteelt op tafels uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – aardbeienteelt’.
•
Aan de afwijkingsbevoegdheid voor huisvesting seizoenarbeiders worden de volgende voorwaarden toegevoegd:
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
8
-
-
er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en het landschapsbeeld van het gebied; parkeervoorzieningen mogen slechts binnen het bouwvlak worden gerealiseerd; er dient ten minste 0,8 parkeerplaats per bewoner te worden aangelegd, met dien verstande dat bij huisvesting van meer dan 30 personen bij een bedrijf 0,5 parkeerplaats per bewoner wordt aangelegd; de buitenruimte bij de huisvesting mag niet worden gebruikt voor bij het bedrijf behorende buitenopslag en parkeervoorzieningen; ter plaatse van de huisvesting sprake is van een goed woon- en leefklimaat, waaronder in elk geval wordt verstaan dat dient te worden voldaan aan de wettelijke eisen ten aanzien van de milieuaspecten geluidhinder, geurhinder en luchtkwaliteit.
•
Aan de regels ‘Afwijken van de bouwregels’ wordt de afwijkingsbevoegdheid ‘Verhogen bouwhoogte bedrijfsgebouwen fruitteeltbedrijven’ toegevoegd. De afwijkingsbevoegdheid luidt: Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid X sublid X ten behoeve van het verhogen van de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen van fruitteeltbedrijven, met dien verstande dat: • de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 12 m; • een grotere goot- en bouwhoogte stedenbouwkundig aanvaardbaar is; • er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: i. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; ii. het bebouwings- en landschapsbeeld; iii. de verkeersveiligheid.
•
Aan artikel 37.3 (algemene afwijkingsbevoegdheid) wordt als voorwaarde toegevoegd: er niet eerder toepassing is gegeven aan een afwijkingsbevoegdheid ten behoeve van het overschrijden van de maximale toegestane goot- en bouwhoogten.
•
In de aanhef van artikel 3.6.3 wordt tevens verwezen naar artikel 3.5.1.
•
Artikel 3.7 onder a sub 7 en 4.7 onder a sub 8 wordt opgesplitst in tweeën, waarbij het deel voor drainage in een aparte sub komt en als volgt komt te luiden; “de aanleg van drainage ongeacht de diepte ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone - beschermingszone leefgebied natte dooradering’, tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage;”.
•
De leefgebieden natte dooradering, zoals opgenomen in het provinciale natuurbeheerplan en naastgelegen gebieden tot een afstand van 1.000 m, worden op de verbeelding aangeduid als ‘milieuzone – beschermingszone leefgebied natte dooradering’. Ook wordt er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die als volgt komt te luiden: “Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit plan te wijzigen door de aanduiding ‘milieuzone – beschermingszone leefgebied natte dooradering’ geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van onderzoek is aangetoond dat de natuurwaarden van het leefgebied natte dooradering niet meer aanwezig zijn.
3.1.2
Kleine Steeg 10 Rhenoy, zaaknr. 1167
Samenvatting reactie Verzocht wordt het bedrijf (geitenhouderij) aan de Kleine Steeg 10 de aanduiding “nietgrondgebonden veehouderij” te geven zoals ook naar aanleiding van inspraakreactie was besloten. Reactie gemeente Dit onderwerp was ook al aangekaart tijdens de inspraakfase (voorontwerpbestemmingsplan). Besloten was toen het bouwvlak te voorzien van de aanduiding “niet-grondgebonden veehouderij”. Voor de overwegingen zie bijlage 4 van de toelichting, reactie 3.1.5 punt e. Ten onrechte is dit besluit niet verwerkt in het ontwerpplan. Deze omissie wordt alsnog gecorrigeerd.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
9
Aanpassingen bestemmingsplan Het bouwvlak van het agrarisch bedrijf Kleine Steeg 10 Rhenoy krijgt de aanduiding “nietgrondgebonden veehouderij”. 3.1.3
Rijksstraatweg 61c Buurmalsen, zaaknr. 1987
Samenvatting reactie Melding wordt gemaakt dat het pluimveebedrijf op 6 juli 2017 een omgevingsvergunning heeft gekregen voor de bouw van enkele stallen (nadat oude bedrijfsgebouwen door brand zijn verwoest). Voor een verdere vergroting van het bedrijf is op 13 december 2018 een ontwerpwijzigingsplan ter inzage gelegd. In de al gerealiseerde bedrijfsgebouwen is een publieke ontvangstruimte (195 m²) met verkoopruimte van eigen en streekproducten opgenomen. Aangegeven wordt verder dat het bedrijf voornemens is een klein terras met ijsverkoop te realiseren. Verzocht wordt de nieuwe bebouwing met bestaande winkel en voorgenomen ijsverkoop (met terras) positief te bestemmen in het bestemmingsplan. Reactie gemeente Het betreffende pluimveebedrijf maakte geen onderdeel meer uit van het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan. Dit alles omdat er op 13 december 2018 een wijzigingsplan in procedure is gebracht waarmee nog gebruik kon worden gemaakt van de uitbreidingsmogelijkheden voor nietgrondgebonden veehouderijbedrijven op basis van het bestemmingsplan Buitengebied 2006. Anders had het bedrijf uiteindelijk te maken gekregen met het Plussenbeleid zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland. Het wijzigingsplan is op 26 maart 2019 vastgesteld. Het wijzigingsplan wordt opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2018.
Binnen de bestemming Agrarisch is de verkoop van agrarische streekproducten bij recht toegestaan tot een oppervlakte van 50 m². Voor een grotere oppervlakte van de verkoopruimte, en voor de gevraagde verkoop van ijs e.d., kan gebruik worden gemaakt van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid (artikel 3.6.2) voor nevenactiviteiten op het agrarische bedrijf. De totale gezamenlijke oppervlakte van de nevenactiviteiten én de verkoop van agrarische streekproducenten mag maximaal 25% van de oppervlakte van de aanwezige gebouwen zijn tot een maximum van 350 m². Initiatiefnemer dient aan te tonen dan er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen en natuur- en landschapswaarden van de naburige percelen en gronden. Aanpassingen bestemmingsplan Het wijzigingsplan Rijksstraatweg 61c Buurmalsen wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Het perceel Rijksstraatweg 61c krijgt de bestemming Agrarisch en de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – niet grondgebonden veehouderij’. De regels uit het wijzigingsplan worden opgenomen in het bestemmingsplan. 3.1.4
Rijksstraatweg 62 Buurmalsen, zaaknr. 2102
Samenvatting reactie Niet ingestemd kan worden met de redactie van de regels voor de huisvesting van tijdelijke arbeidskrachten die werkzaam zijn in de agrarische sector (o.a. artikel 4.1). De regel wordt te ruim ervaren waardoor een vrijstaat voor huisvesting ontstaat. Daarnaast schiet de controle op naleving van de regels te kort.. Er ontbreekt de vereiste dat alleen overnacht mag worden door mensen die in het betreffende agrarische bedrijf werken. Uit ervaring wordt gewezen op het gebruik van een naastgelegen schuur. Daarin vindt ook overnachting plaats door mensen die werkzaam zijn in andere, niet-agrarische bedrijfssectoren (o.a. bouwvakkers). Ook in de kleine kernen worden huizen en schuren omgebouwd voor huisvesting buitenlandse medewerkers. Dit gaat ten koste van de leefbaarheid. Verzocht wordt de bepaling te beperken tot het verblijven van mensen die ook bij het bedrijf werken (en dit vervolgens ook te controleren).
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
10
Reactie gemeente Voor de agrarische sector in algemene zin, en binnen de gemeente West Betuwe met name de fruitteelt, is de inzet van buitenlandse medewerkers van cruciaal belang. Daarbij is het vanuit een goed werkgeverschap gewenst dat er voldoende overnachtingsmogelijkheden zijn. Het ontbreken hiervan leidt er toe dat er onvoldoende personeel beschikbaar is en/of dat de huisvesting op minder geschikte locaties ontstaan. Bijvoorbeeld in de woonkernen. Door de gemeenteraad is 25 mei 2021 het Beleidsplan Huisvesting Arbeidsmigranten West Betuwe vastgesteld. Hierin wordt het belang van goede huisvesting onder meer bij agrarische bedrijven onderschreven. De huidige basisregel om voor een afgebakende periode (1 april-31 oktober) maximaal vloeroppervlakte 200 m² te mogen gebruiken voor huisvesting tijdelijke arbeidskrachten in de agrarische sector komt ook voor in het bestemmingsplan Buitengebied 2006. De gemaximaliseerde oppervlakte, de afgebakende periode én begrensde doelgroep (werkzaam in de agrarische sector) geven in de basis voldoende zekerheid dat er geen ruimtelijke onaanvaardbare situaties ontstaan. Daarbij liggen agrarische bedrijven veelal op enige afstand van woningen van derden. De regelgeving is daarbij ook controleerbaar. Door de basisregel te koppelen aan alle agrarische bedrijven, en niet te beperken tot de eigen medewerkers, is er flexibiliteit in de regeling.
Hierdoor is het ook financieel aantrekkelijker om te investeren in goede voorzieningen. Zo kan bijvoorbeeld een fruitteler op zijn bedrijf voorzieningen treffen waarvan ook andere fruittelers kunnen profiteren. Die hoeven dan niet zelf (of minder) voorzieningen te treffen. Voor elke regeling uit het bestemmingsplan geldt dat bij overtreding hiervan verzocht kan worden om handhaving. Een vrees voor overtreding van regels is op zich echter geen argument om die regels niet in het bestemmingsplan op te nemen. In dit geval zijn genoemde regels objectief gezien goed handhaafbaar. De zienswijze geeft afsluitend geen aanleiding de planstukken aan te passen. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.1.5
Dr. A. Kuyperweg 70 Beesd, zaaknr. 2304
Samenvatting reactie 1. Niet ingestemd kan worden met de regelgeving rondom de hanteren spuitzones. Door de nieuwste spuittechnieken kan een reductie van bijna 90% van de drift van spuitmiddelen naar de omgeving worden bereikt. In het advies van SPA-WNP dat ten grondslag ligt aan de planregels wordt daarmee ten onrechte geen rekening gehouden waardoor de regels voor de fruitteelt onnodig beperkend zijn. 2. Niet ingestemd kan worden met het verbod van kassen en teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak en het uitsluiten van die voorzieningen in gebieden met de aanduiding “uiterwaard”. Ook zouden hagelnetten in bestaande boomgaarden in buitendijks gebied mogelijk moet zijn (ook meer dan 0,5 ha). 3. Bij bestaande boomgaarden moet geen onderscheid zijn in het toelaten van teeltondersteunende voorzieningen. Nu wordt dit in het deelgebied Uiterwaarden alleen per ontheffing (beperkt tot 0,5 ha) toegestaan. En in Landelijk Gebied II bij recht. Voor dit onderscheid is geen dringende reden. De belangen van de fruitteelt zijn hierbij niet meegewogen dan wel ondergeschikt gemaakt. 4. Niet ingestemd kan worden met het verbod van buitenopslag buiten het bouwvlak. Dit is al een jarenlange bestaande situatie. De betreffende ondernemers moeten vanaf nu kunnen aantonen dat dit gebruik onder het overgangsrecht valt.
Van een adequate inventarisatie van bestaande, jarenlange aanwezige opslag is geen sprake. Het plaatsen van fust (kisten) op het erf is vaak niet mogelijk omdat daarvoor het bouwvlak onvoldoende ruimte is. 5. Opgemerkt dat vorige zienswijzen zijn ingegeven door de wens om de verkoopwaarde van hun fruitteeltbedrijf in tact te laten. Op het bedrijf zijn nu geen bedrijfsopvolgers aanwezig. 6. Opgemerkt wordt dat in 2009 bedrijfsgronden zijn verkocht ten behoeve van de te ontwikkelen woonwijk De Garstkampen. Dit wordt nu betreurt aangezien de woonwijk niet is gerealiseerd maar wel sprake is van inkomstenderving. Ook zou bij de verkooponderhandelingen zijn voorgehouden dat men ter compensatie de mogelijkheid zou krijgen enkele woningen te bouwen. Daarbij zou ook Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
11
een deel van de bestaande bedrijfsbebouwing worden gesloopt en de ondergrond aan de gemeente worden verkocht. Verzocht wordt het plan gewijzigd vast te stellen zodat alsnog een drietal woningen kunnen worden gebouwd. Reactie gemeente 1. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt verwezen naar H.4 Amtshalve wijzigingen onder 12. 2. Kassen zijn slechts toegestaan in de bestemming Agrarisch met waarden – Landschapswaarden ter plaatse van de aanduiding ‘glastuinbouw’, mits gelegen binnen het bouwvlak. Kassen zijn gebouwen en dienen vanwege landschappelijk oogpunt binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Van een glastuinbouwbedrijf is op het adres Dr. A. Kuyperweg 70 te Beesd overigens geen sprake, aanpassing van het bouwvlak is geen optie. De uiterwaarden zijn bestemd voor waterbeheersing en waterkering. Het bouwen van kassen past niet binnen deze bestemming. Voor zover de teeltondersteunende voorzieningen gebouwen zijn, mogen deze vanwege de bescherming van landschappelijke waarden, ook slechts binnen het bouwvlak worden gebouwd. Mede vanuit landschappelijk oogpunt is het ongewenst om nieuwe fruitteelt en bijbehorende voorzieningen in de uiterwaarden bij recht toe te staan. De uiterwaarden zijn van oudsher deels door de natte omstandigheden minder geschikt.
In de regels is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om ook nieuwe fruitteelt in de vorm van boomgaarden met teeltondersteunende voorzieningen in de uiterwaard mogelijk te maken. Het college behoudt zo de bevoegdheid om per individueel geval afwegen of aan de opgenomen afwijkingsvoorwaarden wordt voldaan. Dit ter bescherming van de belangen en natuur- en landschapswaarden van de naburige percelen en gronden. De maximale oppervlakte van fruitteelt in de vorm van nieuwe boomgaarden bedraagt 5 ha. De maximale oppervlakte van teeltondersteunende voorzieningen is per ontheffing niet meer beperkt tot 0,5 ha. Zie ook paragraaf 3.4.1 wat betreft boomgaarden en teeltondersteunende voorzieningen in de uiterwaarden. 3. Verwezen wordt naar paragraaf 3.1.5 onder 2 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. 4. In de agrarisch bestemmingen is buitenopslag buiten het bouwvlak niet toegestaan. Zoals eerder vermeld acht de gemeente het vanuit landschappelijk oogpunt ongewenst dat buiten het bouwvlak allerlei zaken permanent worden opgeslagen die feitelijk in bedrijfsgebouwen of op het erf thuishoren. Tijdelijke agrarische opslag van materiaal, behorend bij de agrarische bedrijfsactiviteiten is daarentegen wel toegestaan. Dit kan bijvoorbeeld het plaatsen van fust (kisten e.c.) in de boomgaard tijdens de plukperiode zijn. De regeling wordt hierop aangepast. 5.
De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. 6. De planvorming van woonwijk De Garstkampen wordt opgepakt. De komende jaren wordt gewerkt aan de nieuwe woonwijk aan de noordzijde van Beesd. Dit heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan Buitengebied 2018. Voor de nieuwe woonwijk zal een separate planologische procedure worden gevolgd. Aanpassingen bestemmingsplan In de specifieke gebruiksregels wordt onder het kopje ‘Strijdig gebruik’ toegevoegd dat tijdelijke buitenopslag van materiaal dat gerelateerd is aan de uitoefening van het agrarisch bedrijf toegestaan is. In de begrippen wordt het begrip ‘tijdelijke buitenopslag’ toegevoegd: “het in de open lucht opslaan van goederen en materialen en grondstoffen ten behoeve van de bedrijfsvoering op het perceel;”. 3.1.6
Lingedijk 32 Wadenoijen, zaaknr. 2320
Samenvatting reactie Verzocht wordt om bij het agrarisch bedrijf (fruitteelt) aan de Bommelweg 2b te Meteren rechtstreeks de mogelijkheid te bieden een bedrijfswoning te bouwen. Deze woning is nodig voor toezicht (veiligheid en waakzaamheid) en het verhogen van het bedrijfseconomisch rendement. Het is de bedoeling dat een zoon van de appellant de bedrijfsvoering gaat doen, dit met 12,5 ha grond.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
12
Reactie gemeente Het bouwvlak Bommelweg 2b Meteren kent de functieaanduiding “bedrijfswoning uitgesloten”. Dit betekent overigens niet dat er nooit een bedrijfswoning kan komen. In het bestemmingsplan zit een binnenplanse afwijking voor het mogelijk maken van onder meer een 1e bedrijfswoning. Het gaat hierbij om artikel 4.6.1. Volgens de toetsingscriteria moet onder meer sprake zijn van een duurzaam volwaardig eenmansbedrijf. Voor de beoordeling hiervan moet advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige organisatie. Omdat in het bestemmingsplan Buitengebied 2006 ook een dergelijke bepaling zat is er al eerder advies ingewonnen voor een bedrijfswoning aan de Bommelweg 2b te Meteren. Dit heeft geleid tot een negatief eindadvies. Namens het bedrijf kan als de omstandigheden zijn gewijzigd elk moment een nieuw advies worden gevraagd. Het op voorhand bij recht toekennen van extra bedrijfswoningen is niet conform het beleid om terughoudend om te gaan met woningen in het buitengebied. De zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van de planstukken. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.1.7
Tielerweg 45a Geldermalsen, zaaknr. 2326
Samenvatting reactie Verzocht wordt het toegekende bouwvlak zodanig te wijzigen dat die aan de zuidoostzijde van de bedrijfswoning meer naar de Tielerweg komt te liggen. Dit om een voorgenomen bedrijfsloods te kunnen bouwen. Ook denkt men er over om in de toekomst de verkoopactiviteiten naar die zijde toe te plaatsen. Daarvoor moet een klein gebouw aan de voorzijde gebouwd kunnen worden. Verzocht wordt daarom de grens van het bouwvlak gelijk te trekken met de voorzijde van de woning. Ter compensatie kan zo nodig aan de westzijde een deel van het bouwvlak worden verwijderd. Reactie gemeente Appellant verzoekt om het bouwvlak naast de bedrijfswoning aan Tielerweg 45a te vergroten/van vorm te veranderen ten behoeve van de bouw van een nieuwe loods en de mogelijke bouw van een klein gebouw voor huisverkoop. De gemeente acht een kleine verschuiving van het bouwvlak richting de Tielerweg ruimtelijk aanvaardbaar. Het open, groene karakter van de Tielerweg ontstaat met name doordat de diverse bedrijfsbebouwing ruim achter de woningen is gelegen en doordat de woningen op geruime afstand van elkaar en van de openbare weg staan. De ruimte rondom de woningen is veelal groen aangelegd, wat de Tielerweg een kenmerkende kwaliteit geeft. Het wat naar voren plaatsen van het bouwvlak is acceptabel.
De grens van het bouwvlak komt in lijn te liggen met de denkbeeldige lijn tussen de achterzijdes van de woningen Tielerweg 45a en 47. Hierdoor blijven beide woningen voldoende vrij staan ten opzichte van de mogelijke nieuwe bedrijfsbebouwing. Aanpassingen bestemmingsplan Het bouwvlak aan Tielerweg 45a wordt verschoven naar de noordzijde conform onderstaande tekening.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
13
3.1.8
Achtermonde 4 Rumpt, zaaknr. 2433
Samenvatting reactie Verzocht wordt om aan de Rijsakkerweg te Rumpt een agrarisch bouwperceel met nadere aanduiding “glastuinbouw” op te nemen. Dit om een biologisch tuinbouwbedrijf (voornamelijk bloemen en groenten) te kunnen uitoefenen. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met de mogelijkheid ter plaatse educatieve activiteiten uit te oefenen. Gewezen wordt op de voorgeschiedenis ter plaatse. In 1972 is vergunning verkregen voor bouw kassen en een bedrijfswoning. Hiervan staan nog restanten op het betreffende perceel. Door allerlei tegenslagen in de familie is de bedrijfsvoering op dit moment zeer beperkt. Een nieuwe generatie binnen de familie wil het bedrijf een doorstart geven. Reactie gemeente Het perceel aan de Rijsakkerweg is vanaf 1984 in gebruik geweest als tuinbouwbedrijf en had een agrarisch bouwvlak. Vanwege omstandigheden zijn de bedrijfsactiviteiten grotendeels beeïndigd. In het bestemmingsplan Buitengebied 2006 is daarom geen agrarisch bouwperceel meer opgenomen. Appellant is voornemens op het perceel een kleinschalige tuinderij te vestigen. Op 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders in principe medewerking toegezegd aan vestiging van een agrarisch bouwperceel aan de Rijsakkerweg in Rumpt. Het besluit is genomen op basis van het ingediende bouwplan waarin het gewenste bouwvlak is ingetekend.
Ook is door appellant een bedrijfsplan bijgevoegd. Het perceel aan Rijsakkerweg te Rumpt krijgt een agrarisch bouwvlak voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf. Voor de herbouw van kassen kan gebruik worden gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid in artikel 4.4.4 van het bestemmingsplan Buitengebied 2018 (max. 2500 m2 kassen). Om het bouwen van kassen mogelijk te maken dient appellant aan te tonen dat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. In 1975 is een bouwvergunning afgegeven voor de bouw van een bedrijfswoning op het perceel. Deze is echter nimmer afgebouwd. In het bestemmingsplan Buitengebied 2018 wordt geen ‘bedrijfswoning’ toegevoegd. Appellant kan een verzoek in dienen om via een binnenplanse afwijking (artikel 4.6.1) een bedrijfswoning toe te staan als het bedrijf in de toekomst voldoende is ontwikkeld. Appellant verzoekt om rekening te houden met de mogelijkheid om ter plaatse educatieve activiteiten uit te oefenen. Appellant kan gebruik maken van de afwijkingsbevoegdheid (artikel 4.6.2) ten behoeve van educatie als zijnde nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf. Aanpassingen bestemmingsplan Het perceel van appellant aan Rijsakkerweg te Rumpt krijgt een bouwvlak conform onderstaande tekening. Verder wordt de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ toegevoegd aan het bouwperceel.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
14
3.1.9
Neerijnense Mark 6b Neerijnen, zaaknr. 2647
Samenvatting reactie Aangegeven wordt een fruitteeltbedrijf buiten het plangebied van dit bestemmingsplan te hebben (grondgebied voormalige gemeente Neerijnen). De publicatiedatum van het ontwerpplan net voor de start van de nieuwe gemeente West Betuwe (per 1-1-2019) wordt verwarrend gevonden. In algemene zin wordt aandacht gevraagd voor de belangen van de fruitsector. Gewezen wordt op te verwachten veranderingen in de sector (op het gebied van teelt, bewaring, op & overslag en distributie). De gemeente wordt afsluitend succes en wijsheid toegewenst. Reactie gemeente De procedure tot herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2006 van de voormalige gemeente Geldermalsen is nog in gang gezet door de gemeente Geldermalsen. Dat betreft ook de start van terinzagelegging van het ontwerpplan. Uiteindelijk is het de gemeenteraad van West Betuwe die het bestemmingsplan voor vaststelling zal behandelen. Dit is een logisch gevolg van de herindeling. Het bestemmingsplan biedt binnen kaders ook mogelijkheden voor doorontwikkeling van de fruitteeltsector. De reactie wordt verder voor kennisgeving aangenomen en geeft geen aanleiding tot aanpassing van de planstukken. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.1.10 Busterweg 13 Beesd, zaaknr.
2681 Samenvatting reactie Verzocht wordt de aanduiding “niet grondgebonden veehouderij” toe te kennen aan het agrarische bedrijf. Dit verzoek was al eerder als inspraakreactie op het voorontwerpplan neergelegd. Gesteld wordt dat hier sprake is van een bedrijf met 99 melkkoeien, 20 stuks jongvee, 10.700 vleeseenden en 10.700 opfokvleeseenden. De eenden krijgen alleen samengesteld krachtvoer en eten geen ruwvoer dat afkomstig is van eigen grond. Op 7 september 2006 is een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een vleeseendenstal. Dit is nog gedaan op basis van het bestemmingsplan Buitengebied 1984 van de voormalige gemeente Geldermalsen. Gesteld wordt dan ook dat het bedrijf eigenlijk al in het bestemmingsplan Buitengebied 2006 de aanduiding “intensieve veehouderij” had moeten hebben. In het betoog van de appellant wordt melding gemaakt van het feit dat de begripsomschrijving voor een “niet-grondgebonden veehouderij” (artikel 1.46) afwijkt van die uit de Omgevingsverordening Gelderland. Melding wordt gemaakt van het feit dat bij de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) is ingediend voor het houden opfokgeiten.
Bij de ODR is tevens een aanmeldnotitie milieueffectrapportage ingediend voor het uitbreiden van het aantal stuks melkvee, het starten van een geitenhouderij en het verminderen van het aantal vleeseenden (via een drietal opties). De ODR heeft hierop op 15 mei 2018 aangegeven dat er geen Milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. In 2017 waren op enig moment 503 opfokgeiten aanwezig. Deze zijn in verband met een last onder dwangsom door de bedrijfsvoerder verwijderd. Crux van het betoog is dat er volgens de appellant het houden van geiten niet in strijd is met de Omgevingsverordening Gelderland (want aantoonbaar aanwezig voor peildatum 30 augustus 2017) en het vigerende bestemmingsplan. Reactie gemeente Centraal staat de vraag of hier sprake van een wel of niet grondgebonden veehouderij zoals bedoeld in Omgevingsverordening Gelderland. Allereerst moet bij die beoordeling worden geconstateerd dat het ontwerpbestemmingsplan niet de actuele omschrijving van dat begrip uit de verordening heeft Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
15
overgenomen. Dit geeft op zich al aanleiding de planstukken aan te passen zodat de omschrijvingen voor de rechtszekerheid overeen komen. De vraag is of aannemelijk is gemaakt dat dit bedrijf voor de aanlevering van “voer voor de landbouwhuisdieren” (dus voor zowel melkvee als de eenden gezamenlijk) in hoofdzaak (volgens Omgevingsverordening Gelderland) wel of niet zelfvoorzienend is. Verder onderzoek op dit punt heeft geleid tot het volgende. Op verzoek is namens de appellant op 22-4-2020 (mail) aanvullende informatie verstrekt. Hieruit blijkt meer dan de helft van de voedselbehoefte van het bedrijf afkomstig is van elders en dat het perceel inderdaad ten onrechte niet bestemd is als ‘niet - grondgebonden veehouderij’. Aanpassingen bestemmingsplan De begripsomschrijvingen van de begrippen (niet)grondgebonden veehouderij wordt afgestemd op die in de Omgevingsverordening Gelderland. Het perceel krijgt de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - niet grondgebonden veehouderij'. 3.1.11 Breezij 19 Rhenoy, zaaknrs. 2683/2864 Samenvatting reactie Namens deze appellant zijn afzonderlijk van elkaar door een tweetal adviesdiensten twee nagenoeg identieke zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen worden hierna in samenhang met elkaar behandeld. 1. Verzocht wordt het toegekende agrarisch bouwvlak uit te breiden.
In beide zienswijzen wordt gewezen op een op 7-10-2010 verleende bouwvergunning voor herbouw van een afgebrande loods en de nieuwbouw van een loods/werktuigenberging. De nieuwe loods is nog niet gerealiseerd maar het voornemen bestaat om dit alsnog te doen. De plek van die loods ligt nu buiten het toegekende bouwvlak. Gevraagd wordt dan ook het bouwvlak aan de achterzijde (noordwestzijde) uit te breiden. In de andere zienswijze wordt aanvullend ook gevraagd om het bouwvlak aan de straatzijde uit te breiden. Waarbij de bestemmingsgrens doorgetrokken wordt evenwijdig aan de voorzijdes van beide bedrijfswoningen. Hierdoor ontstaat er ruimte voor het bouwen van een bijgebouw bij de woningen (of voor een uitbreiding van de woningen). 2. Gewezen wordt op het feit dat er twee functies ter plaatse zijn. Het agrarische bedrijf en als neventak een loon- en grondverzet bedrijf. Deze neventak is niet opgenomen in de planopzet. Verzocht wordt om deze activiteit positief te bestemmen (bijvoorbeeld via een aanduiding). De neventak wordt al lang uitgeoefend. Dit zelfstandig van de broer van de appellant die in het verleden op deze locatie ook die activiteit uitoefende maar nadien met zijn bedrijf is verhuisd naar een nieuwe bedrijfslocatie aan de Nieuwe Steeg ten westen van Rhenoy. Reactie gemeente 1.
Er is in 2010 een vergunning verleend voor het gedeeltelijk vernieuwen/vergroten van een werktuigenberging aan Breezij 19. Er is tevens een vergunning verleend voor de uitbreiding van de werktuigenloods naar achteren (noordwesten). Het bouwvlak zal hierop worden aangepast. Voor het overige is er geen het bouwvlak te vergroten. Voor een uitbreiding van de bedrijfswoning kan het bouwvlak enigszins worden overschreden. Verder is het bouwvlak groot genoeg voor de bijgebouwen bij de bedrijfswoningen. 2. Op het perceel Breezij 19 te Rhenoy is als neventak een loon- en grondverzetbedrijf gevestigd. Gelet op de aanzienlijke omvang van deze activiteit wordt dit bedrijfsgedeelte positief bestemd. De oppervlakte van gebouwen wordt in het bestemmingsplan vastgelegd conform de verleende omgevingsvergunning (2010). Het gaat hierbij om een totale oppervlakte van 2650 m² aan gebouwen voor opslag/stalling werktuigen (deels al bestaand en deels nog te realiseren) Aanpassingen bestemmingsplan • Het bouwvlak wordt aangepast voor de uitbreiding van de werktuigenloods in noordwestelijke richting, zie onderstaande tekening.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
16
•
De neventak ‘loon- en grondverzetbedrijf’ wordt op de verbeelding aangeduid als ‘specifieke vorm van agrarisch – loon- en grondverzetbedrijf’. In de bestemming ‘Agrarisch’ wordt opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – nevenactiviteit loon- en grondverzetbedrijf’ tevens een loon- en grondverzetbedrijf als nevenactiviteit is toegestaan, met een maximum vloeroppervlakte van 2650 m².
3.1.12 Acquoysemeer 26 Acquoy, zaaknr. 2689 Samenvatting reactie Middels een pro-forma zienswijze wordt tijd gevraagd om te bezien of het toegekende bouwvlak toekomstbestendig is. Bekeken wordt, mede naar aanleiding van wijzigingen in de maatschap, in hoeverre het bouwvlak bruikbaar is. Mocht dat niet het geval zijn dan zal verzocht worden om een aanpassing. Reactie gemeente De gemeente heeft appellant de gelegenheid gegeven de pro forma ingediende zienswijze aan te vullen. Hier is geen gebruik van gemaakt. De zienswijze wordt door de gemeente niet-ontvankelijk verklaard. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.1.13 Voetakkerweg 2 Meteren, zaaknr. 2695 Samenvatting reactie 1. Voor de locatie Hooiweg 8 Deil wordt verzocht het toegekende agrarisch bouwvlak aan te passen aan een eerder verleende omgevingsvergunning voor de bouw van bedrijfsgebouwen op deze locatie. Met verlening van die vergunning is ontheffing verleend voor een bouwvlak van 80x160 meter. Het nu toegewezen bouwvlak is aanzienlijk kleiner. Verzocht wordt deze omissie te herstellen. 2. Voor de locatie Voetakkerweg 2 Meteren wordt niet ingezien waarom de naastgelegen woning Voetakkerweg 2a in het bouwvlak is opgenomen. Weliswaar is de woning in privé aangekocht. Maar de woning is nog steeds niet geleverd.
Het is de bedoeling deze woning te transporteren aan een derde met een in de akte opgenomen “monddoodclausule”. Die clausule strekt er toe dat toekomstige bewoners de bedrijfsbelangen op het naburige perceel blijvend respecteren en afzien van eventueel bestuursrechtelijke of civielrechtelijke acties. Opgemerkt wordt dat het bouwplan voor de nog te bouwen nieuwe bedrijfsloodsen zodanig is gewijzigd dat de laad- en losvoorzieningen op grotere afstand (8-10 meter) en inpandig wordt uitgevoerd. Zodat voor geluidsoverlast en aantasting van het woon- en leefgenot niet behoeft te worden gevreesd. Afsluitend wordt verzocht de woning Voetakkerweg 2a te voorzien van de bestemming “Wonen”. 3. In algemene zin wordt gesteld dat de ingebrachte inspraakreacties voor beide hiervoor genoemde locaties in stand blijven. Specifiek wordt op de volgende onderdelen nog nader ingegaan:
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
17
a. Verzocht wordt nogmaals om de algemene bouwhoogte voor fruitloodsen te verhogen naar 12 meter. Hierdoor kan efficiënter inpandig worden gestapeld waardoor er minder op het erf hoeft te staan. Bovendien levert dit minder transportbewegingen op. b. In reacties op de beantwoording van de eerder ingediende inspraakreactie op het onderdeel draineren wordt gesteld dat door de toenemende droogte meer drainages in de boomgaard nodig zijn. Dit om de bomen van water te kunnen voorzien. Drainages zijn m.a.w. niet specifiek te verwachten in de nattere gebieden. 4. Afgevraagd wordt wat de betekenis is van de “blauwe bolletjes lijn” die om het bouwvlak ligt. Hetzelfde wordt afgevraagd voor de “zwarte bolletjes lijn” aan de noodoostzijde van het bouwvlak. Reactie gemeente 1. Op het adres Hooiweg 8 Deil is in het ontwerpplan nog een agrarisch bouwvlak opgenomen. Het agrarisch bouwvlak komt in het geheel te vervallen. Het perceel krijgt een woonbestemming. Voor de overwegingen wordt verwezen naar H.4 Ambtshalve wijzigingen onderdeel 11 “Wijziging bestemming Hooiweg 8 te Deil”. 2. Voor de uitbreiding van het fruitteeltbedrijf aan de Voetakkerweg 2b te Meteren met nieuwe bedrijfsgebouwen én de vervanging van de bestaande bedrijfswoning is een uitgebreide buitenplanse afwijkingsprocedure gevoerd.
Dit heeft geleid tot een om 24-1-2019 verleende omgevingsvergunning op basis van een namens het bedrijf aangeleverde ruimtelijke onderbouwing (zie ook punt 4). Uit de ruimtelijke onderbouwing is gebleken dat de naastgelegen woning Voetakkerweg 2a niet als burgerwoning kon blijven bestaan. Er wordt niet voldaan aan de minimale afstanden in het kader van bedrijven en milieuzonering. In de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning is toen ook aangegeven dat de genoemde woning als tweede bedrijfswoning in het bouwvlak zal worden opgenomen. De woning is conform de omgevingsvergunning bestemd als bedrijfswoning. Het bestemmen van de woning als reguliere burgerwoning behoort daardoor niet tot de mogelijkheden. 3. a. Verwezen wordt naar paragraaf 3.1.1 onder 4 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze; b. Verwezen wordt naar paragraaf 3.1.1 onder 9 voor de beantwoording van een vergelijkbare zienswijze. 4. De ‘blauwe bolletjes lijn’ geeft de plangrens van de omgevingsvergunning ‘Meteren, Voetakkerweg 2b, Wellner’ weer. De ‘zwarte bolletjes lijn’ die het bouwvlak doorsnijdt betreft de plangrens van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied. De spoorlijn maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan Buitengebied, maar wel van het bestemmingsplan Buitengebied 2018. Aanpassingen bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
3.1.14 Maasstraat 35 Enspijk, zaaknr. 2754 Samenvatting reactie De appellant geeft aan een veldschuur aan de Kampsedijk te hebben. Dit als onderdeel van de aardbeienteelt ter plaatse. Aangegeven wordt dat de bestaande schuur een (te) lage goothoogte heeft van slechts 2,25 meter. Dit wordt voor de hedendaagse bedrijfsvoering als te laag beschouwd. Verzocht wordt daarom om de regelgeving voor bestaande veldschuren zodanig aan te passen dat het ook mogelijk wordt een schuur te bouwen met een hogere goothoogte dan die in de bestaande situatie. In dit geval wordt verzocht om een goothoogte van tenminste 3,5 meter. Reactie gemeente In de regels is bij de relevante agrarische hoofdbestemming (agrarisch met waarden) een afwijking opgenomen om bij nieuw- of verbouw van bestaande veldschuren onder meer de goot- en nokhoogte met 25% te verhogen (zie artikel 4.4.2 : agrarische veldschuren). In deze situatie zou dus bij nieuwbouw maximaal een goothoogte van 2,25+56= 2,81 meter mogelijk worden. Dit is beneden de gevraagde 3,5 meter. In zijn algemeenheid is de ruimtelijke impact van de goothoogte bij de veelal vrijstaande veldschuren lager dan de nokhoogte en oppervlakte (meer bepalend voor de bouwmassa). Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018”
18
Daarnaast is voor opslag van materieel e.d. een te lage goothoogte niet efficiënt. Daarom zal in de regels bij genoemde afwijking zo worden aangevuld dat in aanvulling op de 25% regeling goothoogtes tot maximaal 3,50 meter mogen worden verhoogd. Deze aanvulling is vooral relevant bij schuren die in de huidige situatie een relatief lage goothoogte hebben. Bij de beoordeling van deze zienswijze is geconstateerd dat genoemde afwijking (artikel 4.4.2) niet aanwezig is in de andere agrarische hoofdbestemming (agrarisch). Omdat ook in deze bestemming agrarische veldschuren staan zal genoemde flexibiliteitsbepaling alsnog worden toegevoegd aan artikel 3 (Agrarisch). Aanpassingen bestemmingsplan • Artikel 4.4.2 (veldschuren) zal zodanig worden aangepast dat bij nieuw- of verbouw van bestaande veldschuren in ieder geval een goothoogte van maximaal 3,50 meter mogelijk zou moeten kunnen worden; • In artikel 3 (agrarisch) zal alsnog een afwijking worden opgenomen om de goot-nokhoogte en oppervlakte van bestaande veldschuren bij nieuw-verbouw met maximaal 25% te verhogen, met dien verstande dat in ieder geval een goothoogte van maximaal 3,50 mogelijk zou moeten kunnen worden. 3.1.15 Leerdamseweg 23 en 31 Acquoy, zaaknr.
2783 Samenvatting reactie In de zienswijze (en latere aanvulling) wordt voor zowel de locatie Leerdamsweg 23 en 31 te Acquoy verzocht om het toegekende bouwvlak iets aan te passen. 1. Voor de locatie Leerdamseweg 31 wordt gevraagd het bouwvlak ± 20 meter in zuidwestelijke richting te verschuiven waardoor een efficiëntere bedrijfsvoering mogelijk wordt. 2. In het aanvullend verzoek (28-10-2021) wordt verzocht het bouwvlak voor het adres Leerdamseweg 23 anders aan te passen dan eerst werd verzocht. Nu wordt gevraagd om de grens van een gedeelte van het bouwvlak in noordoostelijke richting met ongeveer 10 meter te verleggen tot de insteek van de watergang. Een en zoals in onderstaande afbeelding is weergegeven.