RV2021-107 Bijlage OW01_GDMmeersteeg13.pdf
Tekst van het document
4.7
Bodemkwaliteit
Wettelijk kader In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dient onderzoek verricht te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe bestemming mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daar waar sprake is van herbestemmen van bestaande situaties kan een diepgaand inzicht in de bodemsituatie vooraf doorgaans achterwege blijven. Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem benodigd. Bouw kan pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom dient bij een nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit in beeld te worden gebracht. Onderzoek Voor de legalisatie van de bestaande situatie moet inzicht worden gegeven in de huidige bodemkwaliteit. Om inzicht te krijgen in de huidige bodemkwaliteit is een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd (Royal HaskoningDHV, 11 oktober 2018). Dit vooronderzoek is opgenomen in Bijlage 4 Milieuhygiënisch vooronderzoek. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie. De verzamelde informatie leidt tot een beeld van de milieukundige bodemkwaliteit.
Daarnaast vormen de resultaten de basis voor de verantwoording van de keuze voor de onderzoeksstrategie en de te hanteren onderzoeksinspanning van het verkennend- of nader bodemonderzoek, indien van toepassing. Resultaten Het maaiveld van het terrein ligt globaal op 2,5 -3,5 m +NAP. De deklaag bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit rivierklei en loopt tot aan het eerste watervoerende pakket op circa 4,3 m –NAP. Het motorcrossterrein is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Op historisch kaartmateriaal wordt zichtbaar dat het terrein, voor de komst van het motorcrossterrein, als agrarisch gebied in gebruik is geweest. Dit betrof veelal grasland, maar vanaf circa 1870 heeft op verschillende percelen op het terrein fruitteelt plaatsgevonden. Het onderzoeksgebied is voor de bouw van het clubhuis van de motorcrossvereniging nooit bebouwd geweest. Voor de aanleg van de crossbaan is zand op het terrein opgebracht. De Regio Rivierenland heeft een bodemkwaliteitskaart en een bijbehorende bodembeheernota opgesteld. De bodemkwaliteitskaart is een kaart waarop de diffuse bodemkwaliteit (de achtergrondkwaliteit) binnen een gedefinieerd gebied op het niveau van bodemkwaliteitszones is aangegeven. Het gehele plangebied valt volgens de bodemkwaliteitskaart in de zone “Boomgaarden
Meersteeg 13
30
stedelijk gebied”, waar het gebied in de kaart met fruitteeltgebieden gespecificeerd wordt als “Boomgaard (1940-1970)”. Dit houdt verband met de te verwachten bodemverontreiniging met bestrijdingsmiddelen op voormalige fruitteeltgebieden. Zowel de boven- als de ondergrond van het plangebied worden ingedeeld in de ontgravingsklasse en de toepassingsklasse “Achtergrondwaarde”. In de bodembeheernota wordt beschreven hoe grond en bagger kan worden hergebruikt. Daarop aanvullend heeft de regio ook een bodemfunctieklassenkaart, die een rol speelt bij het op landbodem, volgens het generieke kader, toepassen van partijen grond of bagger. Hierbij is een van de uitgangspunten dat de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen partij grond of bagger geschikt moet zijn voor het gebruik van de ontvangende bodem (de bodemfunctieklasse). In de bodemfunctieklassenkaart valt het plangebied onder de klasse Industrie. Op locatie van het motorcrossterrein zijn geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de directe omgeving van het motorcrossterrein is echter een aantal onderzoeken zijn uitgevoerd. Twee historische onderzoeken zijn uitgevoerd (in 1999 en 2000) voor de locatie van de stortplaats ten oosten van het motorcrossterrein.
Voor het onderzoek uitgevoerd in 1999 wordt geconcludeerd dat op de locatie een nader onderzoek moet worden uitgevoerd om de omvang en ernst van de vastgestelde verontreiniging te bepalen. Conclusie van het onderzoek dat uitgevoerd is in 2000 is dat er geen aanleiding was om aanvullend onderzoek uit te voeren. In 2011 is daarnaast een nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een destijds nieuw in te richten depotruimte en ruimte voor compostverwerking op het terrein van Avri. Bij dit onderzoek is zeer plaatselijk in een zandige toplaag met asfaltbrokken een matige verhoging aan minerale olie aangetoond, die is veroorzaakt door de bijmenging aan asfaltbrokken. Derhalve kan worden aangenomen dat de verontreiniging zeer lokaal is en de minimale norm voor een geval van ernstige bodemverontreiniging van 25m³ sterk verontreinigde grond niet gehaald zal worden. Voor het overige zijn hooguit lichte verhogingen aangetroffen. Dit betekende dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk werd geacht en er milieukundig gezien geen belemmeringen waren voor de inrichting van de locatie als depotruimte en ruimte voor compostverwerking. Uit bovenstaande onderzoeken in de omgeving blijkt dat er geen belangrijke verontreinigingen zijn geconstateerd.
Het gebruik als motorcrossterrein kan mogelijk tot lichte verontreiniging leiden, maar het is weliswaar niet aannemelijk dat het hier om grootschalige verontreiniging gaat. Daarbij komt dat het gebruik als motorcrossterrein dat tot eventuele verontreiniging van de bodem heeft geleid, met voorliggend bestemmingsplan wordt gelegaliseerd. Het gebruik als motorcrossterrein betreft overigens geen milieugevoelige functie. Gezien de historie van de locatie, de activiteiten in de omgeving en het reeds jarenlange gebruik van het terrein voor motorcross, is het niet onaannemelijk dat bodemverontreiniging aanwezig kan zijn. Derhalve is geadviseerd een verkennend bodemonderzoek uit te voeren om de bodemkwaliteit vast te stellen. Dit onderzoek kan ook dienstdoen als nulsituatie-onderzoek aangezien de activiteiten behorende bij het gebruik van het terrein voor motorcross kunnen worden aangemerkt als bodembedreigend. Aanvullend bodemonderzoek Door de Omgevingsdienst Rivierenland is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat de bovengrond van het crossterrein (0-0,5 m-mv) lokaal licht verontreinigd is met enkele zware metalen, minerale olie en PAK. De ondergrond (0,5-2 m-mv) is niet verontreinigd. De boven- en ondergrond ter plaatse van het aggregaat en de brandstofopslag is niet verontreinigd.
In de puinhoudende grond zijn geen asbestverdachte materialen en/of asbest aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met Barium, een verschijnsel dat vaker voorkomt in Rivierenland. Het grondwater bij het aggregaat en de brandstofopslag is licht verontreinigd met Barium en Naftaleen; Op het terrein is geen geluidwal aangelegd (zoals eerder wel het plan was). Er is klasse Industriegrond (licht verontreinigd) toegepast, maar deze grond is waarschijnlijk vermengd geraakt met de oorspronkelijke bodem en kan deels de oorzaak zijn van de lichte verontreinigingen en de puinbijmengingen die lokaal zijn aangetroffen. De aangetroffen verontreinigingen vormen geen belemmering voor het gebruik van het terrein als
Meersteeg 13
31
motorcrossterrein. Er is geen noodzaak tot vervolgonderzoek of saneringsmaatregelen. Conclusie Het voorgenomen plan is uitvoerbaar voor wat betreft het aspect bodemkwaliteit.
4.8
Water
Wettelijk kader Om waterbeheer en ruimtelijke ordening goed op elkaar af te stemmen is de watertoets ontwikkeld. Door deze (wettelijk verplichte) watertoets moet duidelijkheid worden geboden welke randvoorwaarden gelden voor ruimtelijke en/of stedenbouwkundige aanpassingen ten opzichte van het oppervlakte- en grondwater in het plangebied en omgeving (art. 3.1.6 lid b Bro). Onderdeel van deze watertoets is het inwinnen van advies bij de waterbeheerder van het gebied, in dit geval het Waterschap Rivierenland (art. 3.1.1 Bro). Beleid Waterschap Rivierenland Als leidend beleidsdocument voor de waterhuishouding geldt het Waterbeheerprogramma 2016-2021 "Koers houden, kansen benutten". Dit plan, dat in 2015 is vastgesteld, is bepalend voor het waterbeleid en gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied. Het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels.
Beleid gemeente West Betuwe De gemeente Geldermalsen (nu gemeente West Betuwe) heeft in 2010, samen met het waterschap, een stedelijk waterplan vastgesteld. Het waterplan geeft vorm aan het gezamenlijk beleid op het gebied van water voor de betrokken gemeenten en geeft richting aan alle activiteiten met betrekking tot het water binnen de gemeenten en het Rivierenland. Het doel van het waterplan is het oplossen van knelpunten en het verzilveren van kansen die zich voordoen ten aanzien van het (toekomstige) waterbeheer tegen verantwoorde maatschappelijke kosten. Uitgangspunt hierbij is het streven naar een watersysteem van voldoende kwaliteit, dat mogelijkheden biedt voor recreatie en beleving. Daarnaast mogen toekomstige ontwikkelingen niet leiden tot een toename van wateroverlast. Voor het binnendijks gelegen deel van het gebied gelden de volgende principes: Voorkomen wateroverlastsituaties; Vasthouden – bergen – afvoeren; Schoon houden – scheiden – zuiveren; Duurzaam omgaan met hemelwater (waaronder afkoppelen); Ruimte voor water; Meervoudig ruimtegebruik; Toepassen van duurzame (= niet uitloogbare) materialen en duurzaam terreinbeheer. Bij nieuwe plannen en initiatieven is water een medeordenend principe en dient er rekening te worden gehouden met water als onderdeel van het planproces.
Per plan wordt de toegenomen afvoer van water zoveel mogelijk binnen het plangebied gecompenseerd. Waterneutraal bouwen is bij nieuwe (bouw)ontwikkelingen het uitgangspunt. Om de doelen te verwezenlijken worden in een uitvoeringsprogramma concrete maatregelen beschreven die zijn onder te verdelen in: Maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit (bijvoorbeeld rioleringswerkzaamheden en aanleg van natuurvriendelijke oevers); Maatregelen betreffende de waterkwantiteit (aanleg van nieuwe of vergroten van bestaande wateroppervlakken en het verruimen van duikers).
Meersteeg 13
32
Deze concrete maatregelen worden vervolgens via de beheerplannen naar vermogen gefaseerd gerealiseerd. Voor zover noodzakelijk en mogelijk zal hiervoor binnen ruimtelijke plannen de planologische ruimte worden geboden. Onderzoek Bestaande situatie In de bestaande situatie is het plangebied vrijwel geheel onverhard. Het huidige motorcrossterrein biedt voldoende mogelijkheid voor het oppervlakkig afvoeren en vrij infiltreren van hemelwater. Het motorcrossterrein is omgeven met watergangen die het overschot aan water afvoeren. Op basis van de legger van waterschap Rivierenland kan worden vastgesteld dat het aan de zuidwestzijde gaat om een A-watergang, aan de zuid-, oost- en noordzijde om een B-watergang en aan de noordwestzijde om een C-watergang. Daarnaast ligt in het noordelijke deel van het plangebied in de lengterichting een C-watergang. Naast de A- en B-watergangen is een beschermingszone gelegen van respectievelijk 4 en 1 meter vanuit de insteek. Voorliggend bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen binnen deze zones mogelijk. Het maaiveld ligt op circa 3 meter boven NAP. De ondergrond van het terrein bestaat hoofdzakelijk uit klei. Het plangebied is gelegen binnen het deelstroomgebied Tielerwaard en binnen het peilgebied TLW001 met een zomerpeil van NAP +2,2 meter en een winterpeil van NAP +2 meter.
Afvalwater/rioolaansluiting Binnen het plangebied ligt een gemengd rioolstelsel, waarop het bestaande cludgebouw is aangesloten. Afgezien van de beperkte uitbreidingsmogelijkheid van dit clubgebouw worden met voorliggend bestemmingsplan geen andere ontwikkelingen mogelijk gemaakt die moeten worden aangesloten op de riolering. Daarmee is aangetoond dat gebruik kan worden gemaakt van de bestaande riolering. Daarnaast vormt de beperkte uitbreidingsmogelijkheid geen knelpunt voor de capaciteit van de reeds in het plangebied aanwezige riolering. Bij eventuele uitbreiding van het clubgebouw worden maatregelen getroffen om het nieuwe dakoppervlak en het omringend verhard oppervlak af te koppelen en via een oever- of bodempassage richting het oppervlaktewater af te voeren (bijvoorbeeld een wadi of zaksloot). Uiteraard wordt dan ook de mogelijkheid bezien om alle (schoon) hemelwater op die manier af te koppelen en af te voeren. Verontreinigd afvalwater dat onstaat bij het ter plaatse werken aan motoren wordt niet geloosd op het riool of open water, maar wordt opgevangen door middel van een zogeheten milieumat. Waterberging en hemelwater De aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen en/of riolering. Om te voorkomen dat door toename van verhard oppervlak wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging mogelijk van belang.
Hiermee wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. Het waterschap Rivierenland hecht groot belang aan het zoveel mogelijk instandhouden van en compenseren in open water als onderdeel van het watersysteem. Voor plannen die voorzien in een toename van verharding is compenserende waterberging nodig. Wel geldt voor dit plangebied een - eenmalig te gebruiken - vrijstelling van 500 m² voor plannen gelegen binnen de bebouwde kom. Met het vaststellen van voorliggend bestemmingsplan ontstaat uitsluitend de mogelijkheid voor de aanleg van nieuw verhard oppervlak in de vorm van een beperkte uitbreiding van het bestaande clubgebouw. Op het reeds bestaande motorcrossterrein ontstaan geen mogelijkheden voor een toename van het verhard oppervlak. Per saldo betekent dit dat de toename van het verhard oppervlak binnen het plangebied zal toenemen, maar dat de toename binnen de hiervoor genoemde vrijstelling blijft. Dit betekent dat er geen ruimte gereserveerd hoeft te worden binnen het plangebied voor compensatie in de vorm van waterberging. Het gemeentelijk beleid echter kent genoemde vrijstelling overigens niet. De gemeente zal daarom met de crossclub de mogelijkheden nagaan om alsnog compenserende berging te realiseren voor toename
Meersteeg 13
33
verharding en hiervoor zo nodig vergunningvoorschriften opleggen. Hierbij sluit de gemeente aan bij hetgeen het Waterschap heeft opgemerkt inzake de wijze van watercompensatie: "Voor watercompensatie heeft het graven van nieuw oppervlaktewater de voorkeur boven het vergroten van bestaand water. Bij gebruik van bestaande watergangen gaat de voorkeur uit naar B-watergangen boven A-watergangen. Compensatie in C-water kan niet, tenzij deze na compensatie kan worden opgewaardeerd tot B-watergang." Inzake het afkoppelen van schoon hemelwater bij uitbreiding van het clubgebouw is hiervoor o Grondwater Voorliggend bestemmingsplan maakt geen grondwerkzaamheden mogelijk, waarmee er geen invloed is op grondwater. Zie ook het vermelde onder het kopje Afvalwater/rioolaansluiting inzake het omgaan met vuil water vanwege het werken aan de motoren. (Grond)waterkwaliteit Het vaststellen van voorliggend bestemmingsplan heeft geen invloed op de (grond)waterkwaliteit. Beheer en onderhoud In de huidige situatie is er voldoende ruimte voor het beheer en onderhoud van de watergangen die in en rondom het plangebied gelegen zijn. Met het vaststellen van voorliggend bestemmingsplan blijven de obstakelvrije zones gehandhaafd, waarmee de situatie voor wat betreft beheer en onderhoud niet negatief wordt beïnvloed.
Watertoets Aangezien voorliggend bestemmingsplan geen betrekking heeft op een ruimtelijke ontwikkeling, maar op het vastleggen en daarmee legaliseren van een bestaande situatie, is deze waterparagraaf op basis van de huidige situatie opgesteld en ingevoegd in het bestemmingsplan. Deze paragraaf wordt vervolgens in het kader van het vooroverleg aan waterschap Rivierenland voorgelegd. Op 4 november 2020 heeft het waterschap schriftelijk gereageerd op de wijze waarop het aspect water is opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. De reactie is opgenomen in Bijlage 6 van deze toelichting. De opmerkingen van het wateschap zijn in dit plan (en met name in deze paragraaf) verwerkt. Voor wat betreft de opmerking in zake C-watergang heeft het waterschap op 25 januari 2021 aanvullend gereageerd met de opmerking dat de watergang al langere tijd niet meer bestaat en dat het daarom niet nodig is om de watergang te herstellen. Conclusie Het voorgenomen plan is uitvoerbaar voor wat betreft het aspect water. De watertoets is doorlopen.
4.9
Externe veiligheid
Inleiding Om te bepalen of vaststelling van dit bestemmingsplan aanvaardbaar is uit het oogpunt van externe veiligheid, is onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is het planvoornemen getoetst aan de normen die volgen uit wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. De resultaten van het onderzoek zijn beschreven in de rapportage "Onderzoek externe veiligheid Motorcrossterrein Geldermalsen" (Royal HaskoningDHV, 19 maart 2020. De rapportage is opgenomen in Bijlage 5 van deze toelichting. In de rapportage worden de volgende vragen beantwoord: Welke risicobronnen zijn relevant voor het mogelijk maken van het plan voor externe veiligheid? Wat is de hoogte van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de relevante risicobronnen? Wordt voldaan aan de normen die volgen uit wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid? Voor welke risicobronnen moet het groepsrisico (beperkt) worden verantwoord? Wat zijn mogelijk te treffen maatregelen in relatie tot het groepsrisico van de relevante risicobronnen en wat zijn de mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en rampenbestrijding (verantwoording van het groepsrisico)?
Meersteeg 13
34
Voor wat betreft het het toetsingskader externe veiligheid en de onderzoeksmethodiek wordt naar de rapportage verwezen. In de rapportage wordt uitvoerig op deze aspecten ingegaan. Hieronder wordt een samenvatting van de rapportage gegeven inzake de inventarisatie van risicobronnen, de toetsingsresultaten en de verantwoording van het groepsrisico. Onderzoek Uitgangssituatie Het motorcrossterrein kan worden beschouwd als een recreatieterrein. Conform artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is een recreatieterrein een beperkt kwetsbaar object, mits hier niet meer dan 50 personen meerdere aaneengesloten dagen aanwezig zijn. De motorcrossbaan is op basis van de definitie beschouwd als een beperkt kwetsbaar object. De beoogde bestemming van het terrein wordt daarom als relevant beschouwd voor externe veiligheid. Het bestemmingsplan maakt geen risicobronnen mogelijk. In de huidige situatie zijn ook geen risicobronnen aanwezig. Mogelijke risicobronnen Op basis van de risicokaart (afbeelding 4.3) en de omliggende bestemmingsplannen is onderzocht en beoordeeld welke risicobronnen relevant (kunnen) zijn voor het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn de volgende risicobronnen aanwezig: 1. PGS 15 - Landelijk distributiecentrum Geldermalsen AH. 2. PGS 15 - Flexpak Transparant Verpakkingsindustrie B.V. 3. Aardgastransportleiding Gasunie W-527-01. 4.
Transport gevaarlijke stoffen spoorlijn Meteren - Utrecht. 5. Transport gevaarlijke stoffen Betuweroute. 6. Transport gevaarlijke stoffen Rijksweg A15. 7. Transport gevaarlijke stoffen N327. 8. Windturbinepark Avri.
Afbeelding 4.3: uitsnede risicokaart Geldermalsen met de geïnventariseerde risicobronnen (geraadpleegd 7 februari 2020) Relevante risicobronnen
Meersteeg 13
35
Van de in de nabijheid van het plangebied aanwezige risicobronnen zijn op basis van wettelijke risiconormen de volgende bronnen relevant: 4. Transport gevaarlijke stoffen spoorlijn Utrecht - Meteren. 5. Transport gevaarlijke stoffen Betuweroute. 5. Transport gevaarlijke stoffen Rijksweg A15. 7. Windturbinepark Avri. Beoordeling relevante risicobronnen Uit de inventarisatie blijkt dat het transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Utrecht - Meteren, de Betuweroute en de A15 en één van de windturbines van het Windpark Avri relevant zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Transport gevaarlijke stoffen spoorlijn Utrecht - Meteren Ten aanzien van de spoorlijn Utrecht - Den Bosch wordt conform het Bevt inzicht gegeven in de mogelijkheden voor de rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Transport gevaarlijke stoffen Betuweroute Voor deze transportrouteroute zijn het Plaatsgebonden risico, het Plasbrandaandachtsgebied en het Groepsrisico zijn getoetst aan het Bevt, met het volgende resultaat: Plaatsgebonden risico: Het plangebied ligt buiten de PR10-6 contour. Het PR vormt geen beperking voor de planontwikkeling. Plasbrandaandachtsgebied: Het plangebied valt buiten het PAG en geeft derhalve geen beperkingen voor de planontwikkeling. Dit geldt voor de huidige en voor de toekomstige situatie.
Groepsrisico: Het groepsrisico ligt op 0,25 maal de oriëntatiewaarde in zowel de huidige als de toekomstige situatie. Het groepsrisico neemt niet toe ten gevolge van het plangebied. Conform het Bevt dient enkel ingegaan te worden op de rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Hierbij dient de gemeente advies te vragen aan de veiligheidsregio. Zie hierna onder het kopje Verantwoording groepsrisico Conform de Beleidsvisie externe veiligheid West Betuwe 2019 - 2023 dient toepassing gegeven te worden aan artikel 7: het toepassen van bronmaatregelen; het toepassen van omgevingsmaatregelen (maatregelen in het overdrachtsgebied) en/of het organiseren van aanvullende risicocommunicatie. Transport gevaarlijke stoffen Rijksweg A15 Voor deze transportrouteroute zijn het Plaatsgebonden risico, het Plasbrandaandachtsgebied en het Groepsrisico zijn getoetst aan het Bevt, met het volgende resultaat: Plaatsgebonden risico: Het plan ligt buiten de PR 10-6. Het PR vormt geen beperking voor de planontwikkeling. Plasbrandaandachtsgebied: Het plan ligt buiten het PAG en vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. Groepsrisico: Het groepsrisico veroorzaakt door de rijksweg A15 ligt onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Dit geldt voor de huidige en de toekomstige situatie.
Conform het Bevt dient enkel gekeken te worden naar rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Hierbij dient de gemeente advies te vragen aan de veiligheidsregio. Zie hierna onder het kopje Verantwoording groepsrisico. Conform de Beleidsvisie externe veiligheid West Betuwe 2019 - 2023 dient toepassing gegeven te worden aan artikel 7. Windturbinepark Avri Voor de windturbine geldt dat er in het bestemmingsplan rekening moet worden gehouden dat er geen kwetsbare objecten conform Artikel 1 Bevi binnen de PR10-6/jaar contour gerealiseerd worden.
Meersteeg 13
36
Verantwoording groepsrisico In hoofdstuk 6 van Bijlage 5 is een uitvoerige verantwoording van het groepsrisico opgenomen, op basis van het advies van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Op basis van maatgevende scenario's (zijnde incidenten op het spoor en op de weg) wordt inzicht gegeven in de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Op basis van de aanvraag bestemmingsplan Meersteeg 13 heeft de Veiligheidsregio Gelderland- Zuid geen inhoudelijke bezwaren/opmerkingen inzake het onderwerp externe Veiligheid. De Veiligheidsregio adviseert organisatorische maatregelen om de zelfredzaamheid te vergroten. Conclusie Resultaten risico-analyse Voor het aspect externe veiligheid zijn drie risicobronnen relevant: de Betuweroute, de Rijksweg A15 en de spoorlijn Meteren-Utrecht. Het plaatsgebonden risico van de relevante risicobronnen vormt geen beperking voor de beoogde bestemming. Het plasbrandaandachtsgebied van de relevante risicobronnen vormt geen beperking voor de beoogde bestemming. Het groepsrisico blijft onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor de Rijksweg A15 en op 0,25 maal de oriëntatiewaarde voor de Betuweroute. Het groepsrisico neemt niet toe door het plangebied. Voorw wat betreft de windturbine, deze vormt geen beperking nu in het plan een veiligheidszone wordt opgenomen met bijbehorende gebruiksbeperkingen in de regels.
Verantwoording groepsrisico De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid geeft aan geen inhoudelijke bezwaren te hebben tegen het planvoornemen. De Veiligheidsregio adviseert organisatorische maatregelen om de zelfredzaamheid te vergroten. Het handelingsperspectief bij een giftige wolk dient opgenomen te worden in het calamiteitenplan. Verdere voorzieningen zijn de schuilmogelijkheden in het clubgebouw en afsluitbare ventilatie. Conclusie Gelet op het voorgaande is het bestemmingsplan op het aspect externe veiligheid aanvaardbaar.
4.10
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader De Wet milieubeheer biedt de volgende grondslagen voor de onderbouwing dat een plan voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit: 1. het project leidt niet tot overschrijding van grenswaarden (art. 5.16 lid 1 sub a); 2. het plan draagt "Niet In Betekenende Mate" bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 5.16 lid 1 sub c); 3. er worden grenswaarden overschreden, maar ten gevolge van het project is er per saldo sprake van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of blijft de concentratie gelijk (art. 5.16 lid 1 sub b onder 1); 4. er worden grenswaarden overschreden, maar ten gevolge van een door het project optredend effect of een met het plan samenhangende maatregel is er per saldo sprake van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of blijft de concentratie gelijk (art. 5.16 lid 1 sub b onder 2); 5. het project is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of is in elk geval niet strijdig met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (art. 5.16 lid 1 sub d). Wanneer een plan voldoet aan één van bovenstaande grondslagen, kan het planvoornemen vanuit het aspect luchtkwaliteit doorgang vinden. Onderzoek Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet langer te
Meersteeg 13
37
worden getoetst aan de grenswaarden. In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen' zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven tenzij er al sprake is van een overschrijding. Indien er geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden hoeft er ook niet aan de luchtkwaliteitseisen getoetst te worden. Het voorliggende bestemmingsplan strekt ter legalisatie van de bestaande situatie. Hierbij staat vast dat het aantal wedstrijddagen en hiermee het aantal cross- en verkeerbewegingen, niet verder toeneemt. Daarnaast is er per saldo geen sprake van nieuwe ontwikkelingen die van significante invloed kunnen zijn op de luchtkwaliteit. Een gedetailleerd luchtkwaliteitsonderzoek is daarom niet nodig. Conclusie Het voorgenomen plan is uitvoerbaar voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit.
Meersteeg 13
38
Hoofdstuk 5
5.1
T oelichting op het juridische plangedeelte
Plansystematiek
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. Alleen de regels en de verbeelding zijn juridisch bindend. De plantoelichting bevat de achtergronden, onderzoeken en motieven van het plan. De toelichting is enerzijds voor de besluitvorming van belang, maar kan daarnaast van belang zijn bij het interpreteren van de regels of de verbeelding. Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. De juridische planopzet en de inhoud van de toegekende bestemmingen worden in dit hoofdstuk toegelicht. Dit bestemmingsplan is opgezet conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voortvloeiende uit de Wro is het plan mede gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP). Op de verbeelding zijn bestemmingen toegekend aan de geplande functies. Bij het opstellen van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN) en de kadastrale kaart.
5.2
Toelichting op de planregels
Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Hierin zijn regels opgenomen over onder andere de indeling van de planregels en de naamgeving van bestemmingen. De planregels kennen standaard vier hoofdstukken. Om het plangebied van de bestemmingsplanherziening voor het motorcrossterrein Geldermalsen te laten aansluiten bij het naastgelegen bestemmingsplan Bedrijventerrein Hondsgemet-Zuid 2017 (zie afbeelding 1.2 in paragraaf 1.3 Vigerend planologisch regime) zijn tevens een verkeers- (noordzijde) en groenbestemming (zuidzijde) opgenomen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begrippen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 4 Sport - motorcrossterrein Binnen de bestemming 'Sport - motorcrossterrein' zijn de activiteiten die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt ruimtelijk geregeld.
Binnen deze bestemming wordt de activiteit motorcross, binnen kaders, mogelijk gemaakt. Binnen deze bestemming zijn tevens gebouwen, werken, groenvoorzieningen, ondergeschikte horecavoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Voor het bestaande clubgebouw is een bouwvlak opgenomen. Daarnaast is een specifieke gebruiksregel opgenomen die gebruik van het motorcrossterrein pas mogelijk maakt mits op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid is voorzien.
Meersteeg 13
39
Artikel 3 Groen De bestemming 'Groen' is opgenomen met het oog op een logische planbegrenzing. Binnen deze bestemming zijn de (reeds aanwezige) openbare groene ruimten geregeld. Deze groenvoorzieningen vormen de groene dragers van het plangebied. Binnen de bestemming zijn tevens water, waterhuishoudkundige voorzieningen, toegestaan. De activiteit motorcross is nadrukkelijk niet toegestaan binnen deze bestemming. Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied Deze bestemming is opgenomen met het oog op een logische planbegrenzing. De reeds aangelegde verkeerstructuur is opgenomen binnen de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Dit betreft een deel van de randweg, alsmede de reeds aangelegde interne verkeersontsluiting. Artikel 6 Water Deze bestemming is opgenomen met het oog op een logische planbegrenzing en omvat een klein gedeelte open water. Naast de sloten en waterpartijen die mogelijk zijn op grond van de andere terreinbestemmingen, voorziet de bestemming water in een regeling voor het water dat direct, voor wat betreft de situering en omvang van belang is in het kader van de waterhuishouding en als blusvoorziening. Binnen de bestemming zijn tevens de bijbehorende bermen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers geregeld. Voorts is het mogelijk, om binnen de bestemming in- en uitritten te realiseren voor perceelsontsluitingen.
Bouwwerken zijn beperkt mogelijk ten dienste van de bestemming. Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 en Artikel 8 Waarde - Archeologie 5 De archeologische dubbelbestemmingen dienen ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in de grond. In principe mogen alleen bouwwerken worden opgericht ten dienste van de bestemming. Bouwwerken ten dienste van de andere voorkomende bestemming(en) zijn pas toegestaan nadat is voldaan aan de voorwaarden zoals die binnen de betreffende archeologische dubbelbestemmingen zijn opgenomen. Eveneens is het verboden zonder omgevingsvergunning bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren. In de dubbelbestemmingen is opgenomen voor welke werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning vereist is. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 10 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregels regelen welke vormen van gebruik expliciet verboden zijn.
De algemene gebruiksbepalingen dragen bij aan het voorkomen van rechtsonzekerheid. Uiteraard zijn ook andere vormen van gebruik, die niet in overeenstemming zijn met de bestemmingsbepalingen, niet toegestaan. Artikel 11 Algemene aanduidingsregels Voor de gronden gelegen binnen de 10-5 per jaar PR-contour geldt een verbod voor het bouwen c.q. gebruiken van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Voor deze gronden is de aanduiding 'vrijwaringszone - windturbine' opgenomen. Binnen deze zone is tevens de wiekoverslag van de rotorbladen van de windturbines toegestaan. De activiteit motorcross is binnen deze aanduiding niet toegestaan. Voor de gronden gelegen binnen de 10-6 per jaar PR-contour geldt een verbod voor het bouwen c.q. gebruiken van kwetsbare objecten (dus beperkt kwetsbare objecten zijn hier wél toegestaan). Voor deze gronden is de aanduiding 'veiligheidszone - windturbine' opgenomen. Hoofdstuk 4 Slotregels
Meersteeg 13
40
Artikel 12 Overgangsrecht Het overgangsrecht regelt de verhouding tussen de rechtssituatie die met de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is ontstaan en de voordien geldende rechtssituatie. De bepalingen van het overgangsrecht in dit plan is vastgelegd conform de eisen uit het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 13 Slotregel In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
Meersteeg 13
41
Meersteeg 13
42
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient de toelichting van een bestemmingsplan inzicht te geven over de economische uitvoerbaarheid van het plan. Kostenverhaal grondexploitatie Volgens de Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal op een andere wijze is gegarandeerd. Van een dergelijk bouwplan (artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening) is in dit geval geen sprake. Bovendien draagt de gemeente West Betuwe de plankosten en zijn er geen andere kosten te verhalen. Dat betekent dat er geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld en geen anterieure overeenkomst hoeft te worden afgesloten. Financiële uitvoerbaarheid De gemeente West Betuwe is initiatiefnemer voor dit bestemmingsplan. Er is geen sprake van bijzondere plan- of uitvoeringskosten. De bestemmingen zijn reeds verwezenlijkt. Het bestemmingsplan is daarom financieel uitvoerbaar.
Meersteeg 13
43
Meersteeg 13
44
Hoofdstuk 7
7.1
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Burgerparticipatie
Gezien het doel van het plan, voortzetting en formele begrenzing van het bestaande gebruik, is geen participatieprocedure gevolgd.
7.2
Inspraak
Gezien het doel van het plan, voortzetting en formele begrenzing van het bestaande gebruik, is geen inspraakprocedure gevolgd.
7.3
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is een inhoudelijke reactie ontvangen van het Waterschap Rivierenland. Deze reactie is opgenomen in bijlage 6 van deze toelichting. De inhoudelijke punten zijn, waar nodig - verwerkt in dit plan. De provincie Gelderland heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben over het plan. Deze reactie is opgenomen in bijlage 7. Daarnaast is het concept-ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan (en besproken met) Avri, die direct naast het crossterrein is gevestigd. De reactie van Avri is in bijlage 8 van deze toelichting opgenomen. Na overleg met Avri is het plan op enkele punten aangepast. Het verzoek inzake het opnemen van een juridische regel die de aanleg van een sproei-installatie vereist, is niet opgenomen. Uit overleg is gebleken dat een privaatrechtelijke overeenkomst tussen Avri en MCC reeds een bepaling bevat die tot hetzelfde doel strekt. Van overige aangeschreven instanties is geen of geen inhoudelijke reactie ontvangen.
7.4
Zienswijzen
PM
Meersteeg 13
45
Meersteeg 13
46
Bijlagen
Meersteeg 13
47
Meersteeg 13
48
Bijlage 1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Meersteeg 13
49
RAPPORT Vormvrije m.e.r.-beoordeling Motorcrossterrein Geldermalsen, Meersteeg 13 Klant:
gemeente West Betuwe
Referentie: BE7807TPRP2003300906 Status:
S0/P01.02
Datum:
30-3-2020
Alleen voor intern gebruik
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Koggelaan 21 8017 JN ZWOLLE Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 65 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Ondertitel: vormvrije m.e.r.-beoordeling MCC Geldermalsen Referentie: BE7807TPRP2003300906 Status: P01.02/S0 Datum: 30-3-2020 Projectnaam: MCC Geldermalsen Projectnummer: BE7807 Auteur(s): Luitzen Jager
Opgesteld door: Luitzen Jager Gecontroleerd door: Jan-Willem Geuke Datum/paraaf: Goedgekeurd door: Mark Groen Datum/paraaf:
Classificatie Alleen voor intern gebruik
Disclaimer Niets uit deze specificaties/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van HaskoningDHV Nederland B.V.; noch mogen zij zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor deze specificaties/drukwerk ten opzichte van anderen dan de personen door wie zij in opdracht is gegeven en zoals deze zijn vastgesteld in het kader van deze Opdracht. Het geïntegreerde QHSE-managementsysteem van HaskoningDHV Nederland B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 en ISO 45001:2018. 30-3-2020
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MCC GELDERMALSEN
BE7807TPRP2003300906
i
Alleen voor intern gebruik
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding en doel van deze notitie
1
1.2
Doel van deze notitie
2
1.3
Intitiatiefnemer en bevoegd gezag
2
1.4
Opbouw van deze notitie
2
2
m.e.r. (-beoordelings)plicht
3
2.1
Wanneer is een activiteit m.e.r. (-beoordelings)plichtig?
3
2.2
Toets voornemen aan artikel 7.2 lid 2 Wet milieubeheer ('gesloten spoor')
3
2.3
Procedure en inhoudelijke criteria m.e.r.-beoordeling
3
3
Kenmerken en plaats van de activiteit
5
3.1
Kenmerken van motorcrossterrein Geldermalsen
5
3.2
Voornemen
5
3.3
Bedrijfssituatie
5
3.4
Productie van afvalstoffen
5
3.5
Bijzondere gebieden in plangebied of omgeving
5
3.6
Cumulatieve effecten
6
4
Kenmerken van de mogelijke effecten
7
4.1
Inleiding
7
4.2
Geluid
7
4.3
Ecologie
7
4.4
Landschap
8
4.5
Archeologie en cultuurhistorie
8
4.6
Water en bodem
8
4.7
Externe veiligheid
9
4.8
Luchtkwaliteit
9
5
Conclusie
10
Bijlagen -
30-3-2020
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MCC GELDERMALSEN
BE7807TPRP2003300906
ii
Alleen voor intern gebruik
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel van deze notitie
Motorcrossclub Geldermalsen maakt al zo'n vier decennia gebruik van een motorcrossterrein ten zuidoosten van Geldermalsen (zie figuur 5.1). Het gebruik als motorcrossterrein is echter strijdig met het geldende planologische kader, waarin het terrein is bestemd voor productiebos en agrarische grond. Gedurende de afgelopen 40 jaar heeft de gemeente Geldermalsen (nu gemeente West Betuwe) het gebruik van het terrein door de motorcrossclub gedoogd. Aan deze gedoogsituatie wil de gemeente nu een einde maken. De bestaande situatie moet daarom gelegaliseerd worden middels een bestemmingsplanherziening.
Figuur 5.1 - ligging plangebied motorcrossterrein Geldermalsen M.e.r.-(beoordelings)plicht Het planologisch-juridisch legaliseren van het motorcrossterrein kan mogelijk leiden tot nadelige milieueffecten. Onder voorwaarden kan het verplicht zijn om voor een besluit met mogelijke aanzienlijke milieueffecten een milieueffectrapport (MER) op te stellen (m.e.r.-plicht), of een aanmeldingsnotitie op te stellen (m.e.r.-beoordelingsplicht). Voor de laatste vorm geldt een 'nee, tenzij…principe'. Het uitgangspunt van een m.e.r.-beoordeling is dat er geen m.e.r.-procedure behoeft te worden doorlopen, tenzij een plan of project dusdanige kenmerken heeft (omvang, ligging, cumulatie), waardoor het kan leiden tot dusdanige negatieve effecten op het milieu dat een m.e.r.-procedure alsnog noodzakelijk wordt geacht.
30-3-2020
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MCC GELDERMALSEN
BE7807TPRP2003300906
1
Alleen voor intern gebruik
1.2
Doel van deze notitie
Voorliggende notitie beantwoordt de vraag of voor de herziening van het bestemmingsplan voor het motorcrossterrein een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Voorliggende notitie beschrijft de te verwachten milieueffecten als gevolg van het legaliseren van het motorcrossterrein. Mede op basis van deze informatie neemt het bevoegd gezag een besluit over een eventuele m.e.r.-plicht.
1.3
Intitiatiefnemer en bevoegd gezag
Voor het legaliseren van de bestaande situatie treedt de gemeente West Betuwe op als initiatiefnemer. De gemeenteraad van de gemeente West Betuwe is het bevoegd gezag voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
1.4
Opbouw van deze notitie
In voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling komen achtereenvolgens aan de orde: De m.e.r.-(beoordelings)plicht en de inhoudelijke en procedurele vereisten (hoofdstuk 2); Beoordeling aan de hand van de kenmerken en de plaats van de activiteit (hoofdstuk 3); Beoordeling aan de hand van de kenmerken van de milieugevolgen (hoofdstuk 4); Conclusie (hoofdstuk 5).
30-3-2020
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MCC GELDERMALSEN
BE7807TPRP2003300906
2
Alleen voor intern gebruik
2
m.e.r. (-beoordelings)plicht
2.1
Wanneer is een activiteit m.e.r. (-beoordelings)plichtig?
Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen, een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. Op grond van artikel 2, lid 5 Besluit m.e.r. dient, voor activiteiten die onder de drempelwaarden van onderdeel D blijven, evenwel een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' te worden gemaakt om te bezien of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling, dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r.
2.2
Toets voornemen aan artikel 7.2 lid 2 Wet milieubeheer ('gesloten spoor')
Voor het voorliggende project moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan, omdat de activiteit in het Besluit m.e.r. staat onder D.43: de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente race- en testbanen voor gemotoriseerde voertuigen. Vormvrij, omdat het project niet de bijbehorende drempelwaarden overschrijdt (oppervlakte maximaal 5 hectare of openstelling maximaal 8 uur per week).
2.3
Procedure en inhoudelijke criteria m.e.r.-beoordeling
Een m.e.r.-beoordeling of een vormvrije m.e.r.-beoordeling verschillen in de praktijk qua opzet en procedure niet van elkaar. Hierna wordt derhalve gesproken over een m.e.r. beoordeling. Een m.e.r.beoordeling kent weinig procedurevereisten. De m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden in een zo vroeg mogelijk stadium van de voorbereiding van het besluit dat genomen dient te worden. In dit geval betreft het besluit de vaststelling van het (ontwerp) bestemmingsplan. De m.e.r.-beoordeling vindt plaats voor de ter inzagelegging van het ontwerp. Op basis van voorliggende notitie beoordeelt het bevoegd gezag (gemeente West Betuwe) of er sprake is van een m.e.r.-plicht. De beslissing om al dan niet een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen wordt verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan en wordt daardoor ook meteen ter inzage gelegd. Ook deze notitie is onderdeel van de bestemmingsplanstukken en vatbaar voor zienswijzen (en later beroep). Voor een m.e.r. beoordeling bestaan er bepaalde inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen (bijlage III van de Europese richtlijn inzake milieueffectbeoordeling (2014/52/EU)). In deze richtlijn staan drie aspecten waaraan de voorgenomen activiteiten in een m.e.r.-beoordeling getoetst dienen te worden: 1.
de kenmerken van het project: omvang, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, risico van ongevallen (met name door gebruikte stoffen of technologieën); 2. de plaats van het project (kwetsbaarheid van het omliggende milieu): bestaande grondgebruik, rijkdom, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen, opnamevermogen van het natuurlijke milieu (met name aandacht voor gebieden als wetlands, reservaten en natuurparken, speciale beschermingszones, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang);
30-3-2020
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MCC GELDERMALSEN
BE7807TPRP2003300906
3
Alleen voor intern gebruik
3. de kenmerken van de potentiële effecten in samenhang met de kenmerken en plaats van het project: het bereik / de omvang van het effect (afstand en getroffen bevolking), grensoverschrijdende effecten, complexiteit, waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. De kenmerken en plaats van de activiteit (criteria 1 en 2) worden in hoofdstuk 3 beschreven. De (kenmerken van de) potentiële milieueffecten worden in hoofdstuk 4 beschreven. Op basis daarvan wordt vervolgens bepaald of belangrijke nadelige milieugevolgen uit zijn te sluiten in hoofdstuk 5.
30-3-2020
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MCC GELDERMALSEN
BE7807TPRP2003300906
4
Alleen voor intern gebruik
3
Kenmerken en plaats van de activiteit
3.1
Kenmerken van motorcrossterrein Geldermalsen
Het plangebied voor het motorcrossterrein Geldermalsen ligt aan de Plettenburglaan ten zuiden van Geldermalsen. Het terrein wordt aan de zuidzijde begrensd door de Betuwelijn en de A15. Ten oosten van het plangebied ligt het terrein van afvalverwerkingsbedrijf Avri. Ten westen ligt het bedrijventerrein Hondsgemet Zuid. Ten noorden van het plangebied ligt de spoorwegverbinding Geldermalsen - Tiel. Het motorcrossterrein Geldermalsen bestaat uit twee onverharde motorcrossbanen met bijbehorend clubgebouw en parkeerterrein. Aan de randen van en in de lengterichting van het terrein zijn stroken aanwezig met bomen en groen. Verder wordt het terrein omringd door een aantal waterlopen, waar het terrein tevens op afwatert.
3.2
Voornemen
Het voornaamste doel van de bestemmingsplanherziening is het planologisch-juridisch legaliseren van het motorcrossterrein op deze locatie. Het huidige gebruik en de inrichting van het terrein blijven in de toekomstige situatie bestaan.
3.3
Bedrijfssituatie
De motorcrossclub Geldermalsen stelt de baan open voor trainingen en kleinere wedstrijden op woensdagen van 15:00 tot 19:00 en op zaterdagen van 13:00 tot 17:00, of voor trainingen op zaterdag van 11:00 tot 17:00 indien de woensdag ervoor niet is gereden, en clubwedstrijden op zaterdag van 9:00 tot 17:00 indien de woensdag ervoor niet is gereden. Eén tot drie maal per jaar wordt een zogenaamde clubcross (wedstrijd) gehouden tijdens de reguliere openingstijden. Maximaal 3 keer per jaar wordt afgeweken van de reguliere openstelling voor het houden van nationale crosswedstrijden. Buiten deze weekenden is de baan niet meer dan 8 uur per week opengesteld.
3.4
Productie van afvalstoffen
Tijdens de aanleg of bij het gebruik van de weg vindt er geen productie van stoffen plaats die zijn te kenmerken als afvalstoffen in de zin van de Wet milieubeheer.
3.5
Bijzondere gebieden in plangebied of omgeving
Natura 2000 Het plangebied ligt op circa 4 kilometer van verschillende deelgebieden van Natura 2000-gebied Rijntakken. Voor het Natura 2000-gebied Rijntakken worden geen waarneembare geluiden vanwege trainingen en wedstrijden verwacht. Voor wat betreft eventuele toename van de stikstofdepositie is het van belang in te gaan op de feitelijke referentiesituatie. In dit geval is sprake van langdurig bestaand gebruik als crossterrein gedurende ruim 40 jaar. Dit gebruik is gedurende deze periode passief gedoogd door de gemeente. Voor bepaling van de referentiesituatie ligt het daarom niet in de rede uit te gaan van het gebruik, zoals dat bestond dan wel rechtens was toegelaten vóór het gebruik van het terrein voor crossactiviteiten. De intensiteit van de crossactiviteiten is door de jaren heen niet wezenlijk veranderd. De limieten uit het Activiteitenbesluit zijn jarenlang gevolgd. Ze vormen ook de basis vormen voor het in dit plan toegelaten gebruik. 30-3-2020
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MCC GELDERMALSEN
BE7807TPRP2003300906
5
Alleen voor intern gebruik
Geconcludeerd kan worden dat voor wat betreft de referentiesituatie en de te bestemmen situatie kan worden uitgegaan van (min of meer) gelijkblijvende stikstofemissies. Hierdoor heeft het plan geen schadelijke gevolgen ten aanzien van gebiedsbescherming en is geen Wnb-vergunning nodig. Natuurnetwerk Ten aanzien van de ligging van het plangebied ten opzichte van het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) of Gelders Natuurnetwerk (GNN) zijn geen effecten te verwachten.
3.6
Cumulatieve effecten
Activiteiten in het kader van andere projecten kunnen door middel van externe werking invloed hebben op het project en de daar aanwezige natuur- en omgevingswaarden. Rondom het plangebied zijn toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen geïnventariseerd die mogelijke cumulatieve effecten kunnen hebben met het voorliggend project. In dit kader is het vastgestelde bestemmingsplan voor windpark Avri als zodanig meegenomen in de milieueffecten voor geluid en externe veiligheid. Daarnaast zijn nabijgelegen geluidbronnen zoals de spoorverbinding, Betuwelijn en A15 meegenomen in de effectbepaling voor de gecumuleerde geluidbelasting.
30-3-2020
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MCC GELDERMALSEN
BE7807TPRP2003300906
6
Alleen voor intern gebruik
4
Kenmerken van de mogelijke effecten
4.1
Inleiding
Om de kenmerken van de mogelijke effecten van het voornemen in te schatten, is een beoordeling uitgevoerd van de effecten voor de volgende thema's: Geluid; Ecologie; Landschap; Archeologie en cultuurhistorie; Water en bodem; Externe veiligheid; Luchtkwaliteit. De effecten zijn op basis van expert judgement beoordeeld ten opzichte van de huidige situatie.
4.2
Geluid
Het motorcrosscircuit is niet zoneplichtig in het kader van de Wet geluidhinder. Het terrein valt onder milieucategorie 5.1 conform de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering. Op basis van de omgevingskenmerken (ligging nabij de A15) bedraagt de richtafstand tussen de motorcross en woonbebouwing 500 meter. Alleen de woning aan de Meersteeg 14 ligt op minder dan 500 meter afstand van de crossbaan. Uit geluidberekeningen blijkt dat de geluidbijdrage vanwege het crossen relatief laag is. Tijdens zowel trainingsdagen als bij clubcrosswedstrijden is de geluidbelasting op gevels van omliggende geluidgevoelige bestemmingen niet hoger dan 50 dB(A). Tijdens trainingen bedraagt de geluidbelasting bij de meest nabij gelegen woning Meersteeg 14 ten hoogste 46 dB(A). Dat is op de momenten dat er op zaterdag langer gereden wordt (van 11u tot 17u). Op trainingsdagen waarbij ten hoogste 4 uur wordt gereden, bedraagt het geluidniveau 44 dB(A). Op dagen dat een clubcross wordt gehouden bedraagt het geluidniveau 50 dB(A) bij deze woning. Bij nationale wedstrijden is dat 55 dB(A). Bij geen van de woningen bedraagt het maximale geluidniveau meer dan 60 dB(A). Met de berekende geluidniveaus wordt aan de beoordelingskaders uit de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening (1998) voldaan.
Maatgevend voor de gecumuleerde geluidsbelasting bij de woningen zijn met name de snelweg A15 en het geluid vanwege de windpark Avri. In vrijwel geen van de situaties is er sprake van een relevante geluidsbijdrage vanwege de motorcross (geluidbijdrage bij woningen lager dan de voorkeursgrenswaarde). Alleen tijdens nationale crosswedstrijden is de toename van de gecumuleerde geluidbelasting 2 dB(A) hoger dan in de referentiesituatie.
4.3
Ecologie
In de Wet natuurbescherming zijn 160 soorten opgenomen, die zijn opgedeeld naar bescherming conform de Europese Vogelrichtlijn (VR art 3.1-3.4) en Habitatrichtlijn (HR art 3.5-3.9) en overige inheemse soorten (art. 3.10) waarin een groot aantal soorten van de rode lijst zijn opgenomen. Binnen het plangebied van het motorcrossterrein komen mogelijk wettelijk beschermde soorten voor. Op basis van raadpleging van verspreidingsgegevens en overige beschikbare bronnen is een beeld gevormd van de in de regio voorkomende soorten. De habitatgeschiktheid van het plangebied en directe omgeving voor deze soorten is bepaald middels een oriënterend veldbezoek. Geconcludeerd is dat de volgende 30-3-2020
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MCC GELDERMALSEN
BE7807TPRP2003300906
7
Alleen voor intern gebruik
(streng) beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn: vleermuissoorten, rugstreeppad, wezel, hermelijn en bunzing en algemene broedvogels met een beperkte verstoringsgevoeligheid. Het plangebied is sinds de jaren '80 in gebruik als motorcrossterrein. Daarmee is er sprake van bestendig beheer en gebruik dat in principe niet limiterend is voor de actuele potentiële habitatgeschiktheid van (mogelijk) aanwezige flora en fauna. Aangezien het bestemmingsplan een situatie legaliseert die reeds tientallen jaren aan de orde is, is de kans op aanvullende negatieve effecten feitelijk niet aan de orde, mits aan een aantal voorwaarden voldaan wordt gericht op behoud en versterking van aanwezige ecologische waarden en potenties.
4.4
Landschap
Het motorcrossterrein ligt op het bedrijventerrein Hondsgemet en is landschappelijk ingesloten tussen de infrastructuuraders A15, de Betuwelijn en de spoorwegverbinding Geldermalsen - Tiel. Het terrein kent daarnaast verschillende voor het landschap kenmerkende groenstructuren. Aangezien de inrichting van het motorcrossterrein met vaststelling van voorliggend bestemmingsplan ongewijzigd blijft is de landschappelijke impact van dit terrein verwaarloosbaar.
4.5
Archeologie en cultuurhistorie
Op basis van de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Geldermalsen (nu West Betuwe) is het overgrote deel van het motorcrossterrein aangemerkt als gebied met een middelmatige verwachte dichtheid aan archeologische resten. Dit betekent dat bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter onder maaiveld en groter dan 1000 vierkante meter vroegtijdig waardestellend archeologisch vooronderzoek verplicht is. De Archeologische Beleidskaart toont tevens dat aan de zuidwestelijke hoek van het motorcrossterrein een archeologische waarde is toegekend als attentiezone van 50 meter rond een historische waarnemingslocatie met archeologische resten. Voor deze categorie geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter onder maaiveld en groter dan 100 vierkante meter vroegtijdig waardestellend archeologisch vooronderzoek vereist is. Het motorcrossterrein Geldermalsen is op de Cultuurhistorische kaart van de gemeente Geldermalsen (nu West Betuwe) niet aangemerkt als cultuuhistorisch waardevol gebied.
4.6
Water en bodem
Verharding In de bestaande situatie is het plangebied vrijwel geheel onverhard. Het huidige motorcrossterrein biedt voldoende mogelijkheid voor het oppervlakkig afvoeren en vrij infiltreren van hemelwater. Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor een significante toename van het verhard oppervlak. In de nieuwe situatie vindt de afvoer van hemelwater op dezelfde wijze plaats als in de uitgangssituatie. Grondwater Met voorliggend project worden geen grondwerkzaamheden mogelijk gemaakt. Hierdoor is geen invloed op het grondwater te verwachten. (Grond)waterkwaliteit Het vaststellen van voorliggend bestemmingsplan heeft geen invloed op de (grond)waterkwaliteit.
30-3-2020
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MCC GELDERMALSEN
BE7807TPRP2003300906
8
Alleen voor intern gebruik
Beschermingsgebieden Het motorcrossterrein Geldermalsen ligt in een gebied dat staat aangemerkt als intrekgebied. Binnen deze gebieden wordt grondwater als bron voor de drinkwatervoorziening beschermd. Voor deze gebieden zijn regels gesteld voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning. Hier is het niet toegestaan dat fossiele energie (aardgas, aardolie, schaliegas of steenkoolgas) gewonnen worden. Met voorliggend project wordt de winning van fossiele energie niet mogelijk gemaakt. De kwaliteit van het grondwater en de veiligstelling van de drinkwaterwinning is hiermee niet in het geding. Bodem Gezien de historie van de locatie (onder meer fruitteelt), de activiteiten in de omgeving (bijvoorbeeld stortplaats Avri) en het reeds jarenlange gebruik van het terrein voor motorcross, is het niet onaannemelijk dat bodemverontreiniging aanwezig kan zijn. Uit eerder uitgevoerde onderzoeken in de omgeving blijkt dat er geen belangrijke verontreinigingen zijn geconstateerd. Het gebruik als motorcrossterrein kan mogelijk tot lichte verontreiniging leiden, maar het is weliswaar niet aannemelijk dat het hier om grootschalige verontreiniging gaat. Daarbij komt dat het gebruik als motorcrossterrein dat tot eventuele verontreiniging van de bodem heeft geleid, met voorliggend bestemmingsplan wordt gelegaliseerd.
Het gebruik als motorcrossterrein betreft overigens geen milieugevoelige functie.
4.7
Externe veiligheid
Het transport van gevaarlijke stoffen over de Betuwelijn en de A15 en één van de windturbines van het Windpark Avri zijn relevante risicobronnen vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Het plaatsgebonden risico en de plasbrandaandachtsgebieden leggen geen beperkingen op voor het planologisch-juridisch legaliseren van het motorcrossterrein. Het groepsrisico dient voor beide transportroutes te worden verantwoord (op basis van artikel 7 en 8 van het Bevt). Op basis van het activiteitenbesluit is geconcludeerd dat de voor beperkt kwetsbare objecten maatgevende 10-5/jaar risicocontour van het windpark Avri over de motorcrossbaan ligt. Alle activiteiten binnen deze contour dienen te worden gestaakt aangezien binnen de PR10-5/jaar contour beperkt kwetsbare objecten niet zijn toegestaan. Plangebied als risicobron In het plangebied worden geen risicobronnen ruimtelijk mogelijk gemaakt. Dit betekent dat het plangebied geen risico vormt voor de omgeving.
4.8
Luchtkwaliteit
Het voorliggende bestemmingsplan strekt ter legalisatie van de bestaande situatie. Hierbij staat vast dat het aantal wedstrijddagen en hiermee het aantal cross- en verkeerbewegingen, niet verder toeneemt. Daarnaast is er per saldo geen sprake van nieuwe ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op significante verslechtering van de luchtkwaliteit.
30-3-2020
VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING MCC GELDERMALSEN