RV2021-107 Bijlage OW01_GDMmeersteeg13.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Meersteeg 13
Documenttitel: Bestemmingsplan Meersteeg 13 Status: ontwerp Datum: 25 maart 2021 Projectnaam: MCC Geldermalsen Projectnummer: BH5610 Opdrachtgever: gemeente West Betuwe Referentie: Auteur(s): Luitzen Jager, Jan-Willem Geuke Collegiale toets: Jan-Willem Geuke Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: Mark Groen Datum/paraaf vrijgave:
Meersteeg 13
Meersteeg 13
Inhoudsopgave
T oelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4
7 7 7 9
Aanleiding en doel Plangebied Vigerend planologisch regime Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Beleidskader
11
2.1 2.2 2.3
Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
11 12 13
Hoofdstuk 3 Legalisering huidige situatie
15
3.1 3.2 3.3
15 17 17
Huidige situatie Plan Ruimtelijk ontwerp
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
19
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
19 19 20 25 27 28 30 32 34 37
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) Bedrijven en milieuzonering Geluid Natuurbescherming Landschap Archeologie en cultuurhistorie Bodemkwaliteit Water Externe veiligheid Luchtkwaliteit
Hoofdstuk 5 Toelichting op het juridische plangedeelte
39
5.1 5.2
39 39
Plansystematiek Toelichting op de planregels
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
43
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45
7.1 7.2 7.3 7.4
45 45 45 45
Burgerparticipatie Inspraak Vooroverleg Zienswijzen
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Meersteeg 13
47 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Akoestisch onderzoek Quickscan Wet natuurbescherming Milieuhygiënisch vooronderzoek Externe veiligheidsonderzoek Reactie watertoets Reactie provincie Gelderland Reactie Avri
49 63 357 371 381 409 411 413
2
Planregels
417
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
419
Artikel 1 Artikel 2
419 422
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
423
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
423 424 426 427 428 430
Groen Sport - motorcrossterrein Verkeer - Verblijfsgebied Water Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 5
Hoofdstuk 3 Algemene regels
433
Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
433 434 435
Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
437
Artikel 12 Artikel 13
437 438
Meersteeg 13
Overgangsrecht Slotregel
3
Meersteeg 13
4
Toelichting
Meersteeg 13
5
Meersteeg 13
6
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Motorcrossclub (MCC) Geldermalsen maakt voor motorcrosstrainingen en -wedstrijden gebruik van een terrein aan de zuidzijde van Geldermalsen. Dit gebruik vindt al plaats sinds 1979, maar is tot nu toe niet geregeld in een bestemmingsplan. De gemeente wil dit bestaande gebruik legaliseren door middel van een bestemmingsplan voor het crossterrein. Uitgangspunt voor dit bestemmingsplan zijn de huidige gebruiksintensiteit en de huidige bebouwde oppervlakte, die circa 400 m² bedraagt.
1.2
Plangebied
Het plangebied voor het motorcrossterrein Geldermalsen ligt aan de Plettenburglaan ten zuiden van Geldermalsen (zie afbeelding 1.1). Het terrein wordt aan de zuidzijde begrensd door de Betuweroute en de A15. Ten oosten van het plangebied ligt het terrein van Grondstoffenpark Rivierenland en windpark Avri. Ten westen ligt het bedrijventerrein Hondsgemet Zuid. Ten noorden van het plangebied ligt de spoorwegverbinding Geldermalsen - Tiel (Betuwelijn).
Afbeelding 1.1: het plangebied MCC Geldermalsen is met de rode lijn globaal aangegeven. Ter verduidelijking zijn de windturbines van het naastgelegen Windpark Avri met gele cirkels ingetekend. In de ruimere omgeving zijn enkele woonclusters gelegen, zoals Geldermalsen op 1,8 kilometer ten noordwesten, Est en Hucht op 1,2 kilometer ten zuiden van de A15, en de woonwijk De Plantage op 1,7 kilometer ten westen van het plangebied. Daarnaast bevindt zich langs onder andere de Tielerweg, de Bommelweg, de Meersteeg en de Zeekade verspreid liggende woonbebouwing.
1.3
Vigerend planologisch regime
Ter plaatse van het plangebied van dit bestemmingsplan gelden, tot de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan Meersteeg 13, de volgende bestaande bestemmingsplannen: Ter plaatse van het oostelijk deel van het motorcrossterrein: het bestemmingsplan 'Vuilstortplaats Meersteeg 1992' gemeente Geldermalsen (vastgesteld 19 mei 1992, (gedeeltelijk) goedgekeurd 24
Meersteeg 13
7
december 1992, Koninklijk Besluit 17 augustus 1995); Ter plaatse van het westelijk deel van het motorcrossterrein: het bestemmingsplan 'Buitengebied 1984', gemeente Geldermalsen (vastgesteld 20 mei 1985, goedgekeurd 26 juni 1986); Midden over het motorcrossterrein: het bestemmingsplan 'Windpark Avri' gemeente Geldermalsen (vastgesteld 27 juni 2017). Afbeelding 1.2 toont de ligging van het plangebied binnen de vigerende bestemmingsplannen. Onder meer het bestemmingsplan 'Windpark Avri', ten oosten van het plangebied, is hierop weergegeven. De bestemmingsplannen 'Vuilstortplaats Meersteeg 1992' en 'Buitengebied 1984' zijn, gezien hun leeftijd, niet digitaal beschikbaar en daarom niet weergegeven in onderstaande figuur.
Afbeelding 1.2: ligging plangebied binnen vigerende plannen (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Bestemmingsplannen Buitengebied 1984 en Vuilstortplaats Meersteeg 1992 Binnen de bestemmingsplannen Buitengebied 1984 en Vuilstortplaats Meersteeg 1992 is het plangebied bestemd voor productiebos en agrarische grond. Deze bestemmingen voorzien niet in het gebruik als motorcrossterrein en vormen mede de aanleiding voor het voorliggende bestemmingsplan. Bestemmingsplan Windpark Avri Het bestemmingsplan 'Windpark Avri maakt de aanleg van drie windturbines mogelijk op het terrein van Avri (Grondstoffenpark Rivierenland). Dit bestemmingsplan kent per windturbine een vrijwaringszone (maximale PR 10-5/jaar risicocontour) waarbinnen de overslag van rotorbladen is toegestaan en de bouw van kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten niet is toegestaan. Deze vrijwaringszone valt voor een klein deel binnen het plangebied voor het motorcrossterrein. Daarnaast valt een deel van de veiligheidszone (maximale PR 10-6/jaar risicocontour) van de meest westelijk gelegen turbine als gebiedsaanduiding over het plangebied voor het motorcrossterrein te liggen. In het kader van de veiligheid zijn ter plaatse van deze zones geen kwetsbare functies toegestaan. Ter plaatse van de vrijwaringszone zijn daarnaast geen beperkt kwetsbare objecten toegestaan.
Dit betekent dat het crossparcours in de huidige en de toekomstige situatie niet binnen deze contour
Meersteeg 13
8
gesitueerd mag worden.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft het relevante beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente West Betuwe. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens de huidige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 4 geeft een nadere beschrijving van het voorgenomen plan. Hoofdstuk 5 gaat in op de voor de voorgenomen ontwikkeling relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 6 wordt het juridisch plangedeelte toegelicht. Tenslotte wordt in de hoofdstukken 7 en 8 ingegaan op respectievelijk de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Meersteeg 13
9
Meersteeg 13
10
Hoofdstuk 2
2.1
Beleidskader
Nationaal beleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Daarmee is de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Met de SVIR stelt het Rijk heldere ambities voor Nederland in 2040, die inspelen op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven bepalen richting 2040. Het Rijk zet het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeente) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen, die nader zijn uitgewerkt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening: 1.
een excellent ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren; 2. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterland-verbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7. het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; 9. ruimte voor waterveiligheden duurzame zoetwatervoorzieningen en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora en faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13.
zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor het motorcrossterrein zijn met name de opgaven met betrekking tot de bescherming tegen geluidoverlast (nationaal belang 8) en ruimte voor het behoud van het nationale natuurnetwerk en het ontwikkelen van flora en fauna van belang (nationaal belang 11). Binnen de door het Rijk gestelde kaders begrenzen, beschermen en onderhouden de provincies een natuurwerk met de juiste ruimtelijke, water- en milieucondities voor kenmerkende ecosystemen van (inter)nationaal belang. Dit provinciale en landsgrensoverschrijdende natuurnetwerk is de herijkte nationale Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De provincies geven bij de inzet van middelen voor inrichting en beheer prioriteit aan internationale verplichtingen voortvloeiend uit Natura 2000, Kaderrichtlijn Water en soortenbescherming. Uitsluitend wanneer sprake is van nalatigheid van de provincies zal het Rijk de provincies aanspreken op het niet realiseren van de internationale verplichtingen.
Meersteeg 13
11
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit bestemmingsplan raakt geen relevante regels uit het Barro. Conclusie nationaal beleid Dit bestemmingsplan raakt geen nationale belangen. Dit geldt ook ten aanzien van de opvolger van de SVIR, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) die op 11 september 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd.
2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland De Gelderse Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (geconsolideerd 1 maart 2021) is een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. Bij de Omgevingsvisie Gelderland zijn regels gesteld in de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd 1 maart 2021). De provincie kiest om vanuit de volgende twee hoofddoelen bij te dragen aan de gemeenschappelijke opgaven: een duurzame economische structuur; het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Motorcrossterrein Geldermalsen ligt hemelsbreed op zo'n 1,2 kilometer afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN, voorheen EHS) en Groene Ontwikkelingszone (GO) en op zo'n 4 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Rijntakken. De GO bestaat uit gebieden met andere bestemmingen dan natuur binnen de begrenzing van de GNN alsmede weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen. De GO is ruimtelijk verweven met het GNN en hangt daar functioneel mee samen. In de GO wordt ingezet op versterking van de samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden.
Gezien de ligging van het motorcrossterrein ten opzichte van deze gebieden en de voortzetting van het huidige gebruik is valt negatieve invloed op het Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000-gebied Rijntakken niet te verwachten. In Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten, paragrafen 4.4 Natuurbescherming en 4.10 Luchtkwaliteit wordt de ontwikkeling van het motorcrossterrein nader getoetst met betrekking tot een ontwikkeling nabij het Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000-gebied. Daarnaast is het plangebied voor motorcrossterrein Geldermalsen gelegen in een gebied dat in de Omgevingsvisie staat aangemerkt als intrekgebied. Binnen deze gebieden wordt grondwater als bron voor de drinkwatervoorziening beschermd. De provincie heeft in de Omgevingsverordening regels gesteld voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning. De provincie wil in de gebieden die in de verordening zijn aangewezen niet dat fossiele energie (aardgas, aardolie, schaliegas of steenkoolgas) gewonnen wordt in de intrekgebieden voor de drinkwatervoorziening. Voor een effectieve en duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening maakt de provincie onder andere gebruik van regelgeving en vergunningverlening.
Met voorliggend bestemmingsplan wordt geen bestemming mogelijk gemaakt die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt. De kwaliteit van het grondwater en de veiligstelling van de drinkwaterwinning is hiermee niet in het geding. Conclusie provinciaal beleid Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciale beleid.
Meersteeg 13
12
2.3
Gemeentelijk beleid
Tijdens het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is de gemeente Geldermalsen, met de gemeenten Neerijnen en Lingewaal gefuseerd tot de gemeent West Betuwe. Deze fusie heeft geen impact op het gemeentelijke beleidskader, aangezien deze kaders eerder al gezamenlijk door deze gemeenten zijn opgesteld. Nota Lek ker leven langs de Linge (2010) In 1999 heeft de toenmalige gemeenteraad van Geldermalsen de 'Structuurvisie 2000 - 2015' vastgesteld. Door veranderde inzichten is een aanpassing en aanvulling op deze Structuurvisie nodig gebleken. Deze aanvulling is vastgelegd in de notitie 'Wikken en wegen'. De Structuurvisie 2000 - 2015 en de notitie 'Wikken en wegen' vormen gezamenlijk de ruimtelijke visie voor de gemeente Geldermalsen waaraan projecten en plannen worden getoetst. De gemeenteraad heeft in februari 2010 de notitie 'Lekker leven langs de Linge' vastgesteld, een samenhangend document dat beide voorgaande beleidsstukken vervangt. De notitie 'Lekker leven langs de Linge' is tevens opgesteld om als gemeente te voldoen aan de vereisten voor structuurvisies, gesteld in de Wet ruimtelijke ordening. Voor dit bestemmingsplan vormt de notitie 'Lekker leven langs de Linge' het leidende ruimtelijke beleidskader van de gemeente Geldermalsen.
Het ruimtelijk beleid zoals beschreven in 'Lekker leven langs de Linge' stoelt op drie kernkwaliteiten: landschapskwaliteit als drager van ruimtelijke kwaliteit; knooppuntenkwaliteit zorgt voor economische en infrastructurele ontwikkeling; kernenkwaliteit: 'eenheid in verscheidenheid'. Het plangebied van dit bestemmingsplan is in de Nota niet aangegeven als zone waar ander beleid wordt voorgestaan dan met dit bestemmingsplan wordt gerealiseerd. Sportaccommodatiebeleid Geldermalsen De gemeente Geldermalsen voert sinds 1987 een beleid waarbij veel aan private partijen wordt overgelaten. Een aanzienlijk deel van de binnen de gemeente aanwezige sportaccommodaties wordt dan ook door verenigingen of stichtingen geëxploiteerd. In 1990 is dit beleid verder doorgevoerd en is het reguliere onderhoud van de velden volledig bij de verenigingen komen te liggen, met een jaarlijkse subsidie. Sindsdien hoeven de verenigingen niet langer huur te betalen voor de velden. Lange tijd heeft de gemeente Geldermalsen geen actueel beleidskader gehad voor sportaccommodatiebeleid, waardoor er weinig actieve betrokkenheid was bij de exploitatie en het beheer van de sportaccommodaties. Sinds 2015 heeft de gemeente Geldermalsen sportaccommodatiebeleid.
Aanleidingen voor het ontwikkelen van dit beleid waren onder andere: het verschil in tarieven bij verenigingen voor de vergoedingen voor recht van erfpacht en opstal; de behoefte aan duidelijkheid in hoeverre de gemeente mee moet werken aan verzoeken voor gronduitgifte voor sport; de behoefte aan inzicht in verschillende binnensporttarieven en de mogelijkheden om deze te harmoniseren; de behoefte aan inzicht in de kwaliteit van de opstallen in de buitensport; en de behoefte aan een eerste vergelijking van het sportaccommodatiebeleid van Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal. Met name het erfpachtbeleid voor sportaccommodaties is in het voorliggende geval relevant. Motorcrossclub (MCC) Geldermalsen heeft het motorcrossterrein in de huidige gedoogsituatie in bruikleen. Het motorcrossterrein in Geldermalsen is specifiek opgenomen in hoofdstuk 3.3 van het sportaccommodatiebeleid Geldermalsen, zie onderstaand fragment: "Sinds 1979 is de MotorCrossClub (MCC) Geldermalsen gevestigd op een perceel gelegen aan de Meersteeg in Geldermalsen. Het crossterrein is deels op gemeentegrond en deels op het terrein van de Avri gelegen. Een formele juridisch-planologische status heeft de crossclub tot op heden niet. De gemeente is in overleg met de vereniging om te bezien of de vereniging op de huidige locatie
Meersteeg 13
13
gelegaliseerd kan worden. Het gaat bij de MCC dus niet om een nieuw verzoek om grond, maar om de vraag of de huidige situatie kan worden gelegaliseerd. Het voorliggend bestemmingsplan geeft invulling aan deze doelstelling uit het sportaccommodatiebeleid Geldermalsen. Conclusie gemeentelijk beleid Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het gemeentelijke beleid.
Meersteeg 13
14
Hoofdstuk 3
3.1
Legalisering huidige situatie
Huidige situatie
Het huidige motorcrossterrein Geldermalsen bestaat uit twee onverharde motorcrossbanen met bijbehorend clubgebouw en parkeerterrein. Aan de randen van en in de lengterichting van het terrein zijn stroken aanwezig met bomen en groen. Verder wordt het terrein omringd door een aantal waterlopen, waar het terrein tevens op afwatert. Het motorcrossterrein is niet direct grenzend aan het buitengebied, omdat de A15 en de Betuweroute aan de zuidzijde een fysieke barrière naar het buitengebied vormen. Het plangebied heeft een totaal oppervlak van circa 4,75 hectare. Het motorcrossterrein bestaat in de huidige situatie uit de volgende onderdelen: Motorcrossparcours (onverhard) met een lengte van circa 1.800 meter; Minibaan voor jeugdleden (onverhard) met een lengte van circa 400 meter; Parkeerterrein (onverhard) met een oppervlak van circa 1.400 m2; Clubgebouw met kantine en sanitair met een oppervlak van circa 239 m2; Bergruimte voor onderhoudsmateriaal met een oppervlak van circa 40 m2. Afbeelding 3.1 toont de ruimtelijke indeling van het motorcrossterrein in de huidige situatie.
Afbeelding 3.1: ruimtelijke indeling motorcrossterrein in huidige situatie Afbeelding 3.2 toont het zuidelijke deel van het plangebied, waar het crossparcours gelegen is in de huidige situatie. Rechts op de foto is het ten oosten van het plangebied gelegen talud van het Avri terrein met de daarop gelegen zonnepanelen zichtbaar.
Meersteeg 13
15
Afbeelding 3.2: zuidzijde van het motorcrossterrein in de huidige situatie Afbeelding 3.3 toont het noordelijke deel van het plangebied in de huidige situatie. Op dit deel van het crossterrein ligt een minibaan voor gebruik door jeugdleden en de parkeerlocatie voor bezoekers van het motorcrossterrein, ter plaatse van de aansluiting van het terrein met de Plettenburglaan.
Afbeelding 3.3: noordzijde van het motorcrossterrein in de huidige situatie Het circuit is niet zoneplichtig in het kader van de Wet geluidhinder. In de huidige situatie geldt een beperking van het aantal uren voor het gebruik van het motorcrossterrein. Deze beperking heeft betrekking op het maximaal aantal motoren dat gelijktijdig is toegestaan en het maximale geluidniveau als gevolg van de motorcrossactiviteiten. Het circuit is minder dan 8 uur per week opengesteld voor de beoefening van motorcross en niet vaker dan 3 weekenden per jaar voor wedstrijden (of het voorbereiden van wedstrijden).
Meersteeg 13
16
3.2
Plan
Het voornaamste doel van voorliggend bestemmingsplan is het planologisch-juridisch legaliseren van het motorcrossterrein op deze locatie. Uitgangspunten voor dit bestemmingsplan zijn (het formaliseren van) het bestaande gebruik en de bestaande terreininrichting, alsmede een beperkte uitbreiding van de oppervlakte van het bestaande clubgebouw met 20%. Openstelling De motorcrossvereniging Geldermalsen stelt de baan open voor trainingen en kleinere wedstrijden op woensdagen van 15:00 tot 19:00 en op zaterdagen van 13:00 tot 17:00, of voor trainingen op zaterdag van 11:00 tot 17:00 indien de woensdag ervoor niet is gereden, en clubwedstrijden op zaterdag van 9:00 tot 17:00 indien de woensdag ervoor niet is gereden. Eén tot drie maal per jaar wordt een zogenaamde clubcross (wedstrijd) gehouden tijdens de reguliere openingstijden. Maximaal 3 keer per jaar wordt afgeweken van de reguliere openstelling voor het houden van nationale crosswedstrijden. Buiten deze weekenden is de baan minder dan 8 uur per week opengesteld. Verkeer en parkeren Aangezien het motorcrossterein aan een ontsluitingsweg voor bedrijven ligt waar geen woningen aan gelegen zijn volgt hier een kwalitatieve beoordeling van de verkeersaantrekkende werking.
Het motorcrossterrein kent een beperkte verkeersaantrekkende werking die vanwege de beperkte openstelling voornamelijk in de vroege avonduren en weekenden optreedt. Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid dient het parkeren voor het motorcrossterrein plaats te vinden op het eigen terrein. De gemeente West Betuwe hanteert hiervoor de maximale invulling van de CROW-normen. Deze CROW-normen (27 parkeerplaatsen per ha.) geven aan dat het motorcrosscircuit (ca. 2,7 ha binnen de bebouwde kom) ruimte moet kunnen bieden aan zeker 73 voertuigen. Op basis van gegevens van de motorcrossvereniging blijkt dat het crossterrein jaarlijks circa 3.000 bezoekers trekt. Gemiddeld komt dit neer op zo'n 60 voertuigen die wekelijks het motorcrossterrein bezoeken. Deze 60 voertuigen zijn als volgt onderverdeeld: 20 auto's + aanhanger; 20 busjes; 5 camper-vrachtwagens; 5 auto's (toeschouwers). Voor het gemiddelde aantal van 60 voertuigen bestaat in de huidige situatie ruim voldoende parkeergelegenheid op het eigen terrein van de motorcrossvereniging. Het motorcrossterrein biedt voldoende parkeergelegenheid voor 73 voertuigen, zoals de CROW- normering voorschrijft. Door de legalisatie van de bestaande situatie verandert het aantal bezoekers niet, waarmee ook niet verwacht mag worden dat de verkeersaantrekkende werking van het motorcrossterrein significant wijzigt.
In de planregels bij dit bestemmingsplan is met een specifieke gebruiksregel verzekerd dat het parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Hiermee wordt in de nieuwe situatie aan de CROW-normen voor parkeren voldaan.
3.3
Ruimtelijk ontwerp
De huidige ruimtelijke inrichting van het motorcrossterrein wordt grotedeels voortgezet. Er wordt alleen een mogelijkheid geschapen voor een beperkte uitbreiding van het clubgebouw. Ook wordt het crossparcours aangepast als gevolg van de vrijwaringszones en veiligheidszones van de nabijgelegen windturbines. Met de nieuwe ruimtelijke inrichting van het motorcrossterrein wordt rekening gehouden met de beperkingen als gevolg van de veiligheidszone uit het vastgestelde bestemmingsplan voor windpark Avri (zie paragraaf 1.3 Vigerend planologisch regime). Ter plaatse van de 10-5 veiligheidszone zijn geen
Meersteeg 13
17
beperkt kwetsbare objecten toegestaan, wat betekent dat het crosscircuit en het terrein voor toeschouwers buiten deze contour gesitueerd dienen te worden. Inmiddels is het parcours dusdanig aangepast zodat er geen strijdige activiteiten binnen deze risicocontour plaatsvinden.
Meersteeg 13
18
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.)
Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. Op grond van artikel 2, lid 5 Besluit m.e.r. dient, voor activiteiten die onder de drempelwaarden van onderdeel D blijven, evenwel een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' te worden gemaakt om te bezien of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling, dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. Voor het voorliggende project moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan, omdat de activiteit in het Besluit m.e.r. staat onder D.43: de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente race- en testbanen voor gemotoriseerde voertuigen. Vormvrij, omdat het project niet de bijbehorende drempelwaarden overschrijdt (oppervlakte maximaal 5 hectare of openstelling maximaal 8 uur per week).
In Bijlage 1 is de vormvrije m.e.r.-beoordeling c.q. aanmeldnotitie met betrekking tot dit bestemmingsplan opgenomen. Uit deze vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat dit bestemmingsplan niet als MER-plichtig hoeft te worden aangemerkt.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Wettelijk kader Op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) dient te worden beoordeeld of de in het plangebied te realiseren activiteiten een belemmering betekenen of van invloed zijn op gevoelige functies, zoals wonen, in (de omgeving van) het plangebied. Onderzoek en resultaten Om te voorkomen dat bedrijven milieubelastend zijn ten opzichte van gevoelige functies en daarmee de leefbaarheid en woonkwaliteit verslechteren, wordt gebruik gemaakt van een milieuzonering. Door het hanteren van afstandsmaten wordt de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. De afstandsmaten volgen onder andere uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in type bedrijvigheid en soort overlast (geluid, stank). De hierin weergegeven maten zijn richtinggevend. Een afwijking is in beginsel mogelijk met dien verstande dat de afwijking dient te worden gemotiveerd. Indien gevoelige objecten binnen de contouren gelegen zijn, betekent dit dat overlast kan ontstaan vanuit de bedrijvigheid op die gevoelige functie of dat het betreffende bedrijf kan worden beperkt in de bedrijfsvoering door die gevoelige functie.
Tabel 4.1 - richtafstanden motorcrossterreinen (VNG-publicatie, 2009) Omschrijving Afstanden in meters Categorie geur stof geluid gevaar grootste afstand Autocircuits, motorcrossterreinen e.d., 100 50 700 50 700 5.2 < 8 uur/week in gebruik Uit de toepassing van Bedrijven en Milieuzonering vloeit voort dat het motorcrossterrein voldoet aan alle richtafstanden zoals weergegeven in tabel 4.1, behalve voor het aspect geluid. De motorcross valt onder milieucategorie 5.2. Op basis van de omgevingskenmerken (ligging nabij de A15 en bedrijvigheid rondom) mag de milieucategorie een stap worden verlaagd en bedraagt de richtafstand tussen de motorcross en woonbebouwing 500 meter (zie tabel 4.2).
Meersteeg 13
19
Tabel 4.2 - richtafstanden en omgevingstype (VNG-publicatie, 2009)
Op 400 meter van het motorcrossterrein ligt de meest nabijgelegen woning (Meersteeg 14). Aan de zuidzijde bevindt zich de meest nabijgelegen woning op een afstand van meer dan 600 meter (Zeekade 2 Geldermalsen). Daarom is een separaat geluidonderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 4.3 en Bijlage 2 Akoestisch onderzoek. Daarbij is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening een ruime selectie gemaakt van geluidgevoelige objecten in de omgeving. Stofhinder Bedrijven en Milieuzonering geeft ook richtafstanden ter beperking van stofhinder. Ook dit aspect (en de bijbehorende richtafstanden) heeft als oogmerk de bescherming van gevoelige functies. In die zin bekeken is het aspect hier niet van toepassing. Maar de crossbaan ligt naast het terrein van Avri, waar inmiddels grootschalig zonne-energie wordt opgewekt. Stof dat door crossende motoren wordt opgestoven kan neerslaan op de zonnepanelen op het terrein van Avri. Hierover zijn privaatrechtelijke afspraken gemaakt tussen Avri en de motorcrossclub. Ervan uitgaande dat deze afspraken wederzijds worden nagekomen levert dit geen belemmering op voor vaststelling van dit bestemmingsplan. Conclusie Het motorcrossterrein voldoet aan alle aspecten, behalve op het aspect geluid. Daarom is voor geluid een separaat onderzoek uitgevoerd, waarmee de uitvoerbaarheid op dit gebied is aangetoond.
Hiermee is het legaliseren van de bestaande situatie vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering uitvoerbaar.
4.3
Geluid
Inleiding Het motorcrosscircuit is niet zoneplichtig in het kader van de Wet geluidhinder. Dit betekent dat beoordeling van geluid plaats vindt vanuit Bedrijven en milieuzonering (zie hoofdstuk 4.2 Bedrijven en milieuzonering), indien nodig aangevuld met specifiek akoestisch onderzoek. In het kader van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidimmissie in de omgeving van het motorcrosscircuit te Geldermalsen (Akoestisch onderzoek MCC Geldermalsen, 20 september, Royal HaskoningDHV). Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 2 Akoestisch onderzoek. In deze paragraaf is een samenvatting opgenomen van dit onderzoek opgenomen. Verhouding tussen bestemmingsplan en omgevingsvergunning voor milieu De resultaten van het onderzoek dienen ter motivering van het bestemmingsplan op het aspect geluid en vormen daarnaast de basis voor de geluidvoorschriften van de aan te vragen omgevingsvergunning voor milieu. In de regels van het bestemmingsplan is uitsluitend de duur van het gebruik opgenomen, waarbij is uitgegaan van redelijk, algemeen gebruik. Deze komt overeen met het huidige gebruik. Het maximale geluidsniveau en de maximale invulling (maximaal aantal rijders) wordt vervolgens vastgelegd in de omgevingsvergunning voor milieu. De handhaving daarvan wordt eveneens in het vergunningspoor geregeld.
In het bestemmingsplan moet alleen worden aangetoond dat - via het vergunningspoor - een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving haalbaar is (en indien nodig juridische waarborgen worden gesteld).
Meersteeg 13
20
Onderzoek Uitgangspunten Afbeelding 4.1 toont de in de omgeving gelegen (bedrijfs)woonbestemmingen. Deze bestemmingen zijn gelegen aan de Meersteeg (meest nabijgelegen woning op 400 meter)* en de Zeekade (meest nabijgelegen woning op 600 meter) in Geldermalsen en aan de Bommelweg en de Blankertseweg in Meteren.
Afbeelding 4.1: ligging (bedrijfs)woonbestemmingen (blauw omlijnd) en plangebied (rood omlijnd) * De woning aan de Meersteeg 14 is binnen voorliggend geluidrapport geclassificeerd als bedrijfswoning. Het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied 1984' voorziet niet expliciet in de woonbestemming en kent geen bouwvlak dat bebouwing mogelijk maakt. De bedrijfswoning valt hiermee onder het overgangsrecht van het vigerende bestemmingsplan. Op moment van schrijven is Meersteeg 14 in gebruik als bedrijfswoning bij een transportbedrijf. De gemeente Geldermalsen (nu West Betuwe) heeft deze percelen opgekocht en is voornemens deze op te nemen in het te ontwikkelen bedrijventerrein, waarmee het overgangsrecht komt te vervallen. Wettelijk kader Voorliggende situatie is dermate specifiek en concreet, dat voor de planologische beoordeling het beoordelingskader voor vergunningverlening is gehanteerd. In dit geval is dan het Activiteitenbesluit aan de orde. Conform het Activiteitenbesluit valt het motorcrossterrein onder inrichtingen type-C. Voor dit type inrichtingen is de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (1998) van toepassing. De handreiking maakt onderscheid in burger- en bedrijfswoningen en (bedrijfs-)woningen op en buiten (geluidgezoneerde) bedrijventerreinen.
In geval van een oprichtingsvergunning (MCC) geldt bij een woning, niet gelegen op een bedrijventerrein, een ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 50 dB(A). Voor een (bedrijfs-)woning op een bedrijventerrein dient gestreefd te worden naar 55 dB(A) en is 65 dB(A) ten hoogst toelaatbaar. Legaliseren bestaande situatie De geluidrelevante activiteit bestaat uit motorcross voor jeugd en volwassenen op gescheiden banen. Deze activiteit vindt uitsluitend in de dagperiode plaats. Voor de geluidimmissie in de omgeving is het rijden op de baan voor volwassen maatgevend (door de langere duur van het rijden en het hogere geluidvermogen van de crossmachines). De verkeersaantrekkende werking als gevolg van het motorcrossterrein (zie hoofdstuk 3.2 Plan) is bij de berekeningen buiten beschouwing gelaten. Gezien de beperkte omvang en het tijdelijke voorkomen van het bestemmingsverkeer is het geluidniveau hiervan
Meersteeg 13
21
niet relevant bij het aantonen van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Onderstaande gegevens zijn afkomstig van de motorcrossvereniging Geldermalsen en zijn gebaseerd op het huidige gebruik, wat als uitgangspunt voor het toekomstig gebruik is gehanteerd in het geluidonderzoek. Motorcrossvereniging Geldermalsen stelt de baan open voor trainingen en kleinere wedstrijden op woensdagen van 15:00 tot 19:00 en op zaterdagen van 13:00 tot 17:00, of voor trainingen op zaterdag van 11:00 tot 17:00 indien de woensdag ervoor niet is gereden, en clubwedstrijden op zaterdag van 9:00 tot 17:00 indien de woensdag ervoor niet is gereden. Eén tot drie maal per jaar wordt een zogenaamde clubcross (wedstrijd) gehouden tijdens de reguliere openingstijden. Maximaal 3 keer per jaar wordt afgeweken van de reguliere openstelling voor het houden van nationale crosswedstrijden. Buiten deze weekenden is de baan minder dan 8 uur per week opengesteld. Deze openstelling is als uitgangspunt gehanteerd voor de uitgevoerde geluidberekeningen. Dit betekent dat het circuit minder dan 8 uur per week is opengesteld voor de beoefening van motorcross en niet vaker dan 3 weekenden per jaar voor wedstrijden (of de voorbereiding daarvan). Het motorcrossterrein hoeft daarmee niet aan worden aangemerkt als "grote lawaaimaker" zoals bedoeld in artikel 19.2 uit bijlage 1 van het Besluit Omgevingsrecht (Bor).
De ontsluiting van het crossterrein vindt plaats via de Plettenburglaan. Van het motorcrossterrein wordt minder dan 8 uren per week gebruik gemaakt, waardoor het aantal verkeersbewegingen beperkt blijft. Door het ontbreken van woningen en de voor meerdere bedrijven functionele ontsluitingsroute, is er geen aanleiding de verkeersaantrekkende werking nader te beschouwen. Bedrijfssituatie Vanuit het oogpunt van geluid bestaat een belangrijk onderscheid tussen: openstelling voor trainingsuren, met daarbinnen de mogelijkheid voor kleinere (club-)wedstrijden; weekendopenstelling voor wedstrijden. Het geluidprofiel is op trainingsdagen meer gelijkmatig dan op wedstrijddagen. Op wedstrijddagen is sprake van piekgeluiden bij de start van een wedstrijd, maar zijn er ook momenten tussen wedstrijden waarop geen geluidbelasting plaatsvindt. Onderstaande gegevens zijn afkomstig van de motorcrossvereniging Geldermalsen en zijn gebaseerd op het huidige gebruik, wat als uitgangspunt voor het toekomstig gebruik is gehanteerd in het geluidonderzoek. Tijdens trainingen bevinden zich maximaal 25 motorcrossfietsen in de hoofdbaan. Wanneer de baan op woensdag én op zaterdag geopend is, is er geen onderscheid in het maximaal aantal crossuren (45)*. Wanneer op woensdag niet gereden is, kan op zaterdag 2 uur langer op de baan gereden worden.
Het aantal crossuren is voor een dergelijke zaterdag naar rato vergroot (67,5). Het rijden door jeugd tijdens de trainingsdagen (10 crossuren op woensdag en 15 crossuren op zaterdag) op de baan voor de minicross is hierbij meegenomen. Tijdens clubcross en wedstrijddagen is het rijden op de minibaan van ondergeschikt belang. Gedurende 3 weekenden (totaal 6 dagen) per jaar zal worden afgeweken van deze geluidnormen in verband met (inter)nationale motorcrosswedstrijden. Ook bij wedstrijden rijden er maximaal 25 motorcrossfietsen en bedraagt het aantal crossuren niet meer dan 175 (inclusief training). Het gemiddelde geluidniveau tijdens wedstrijdcross ligt 2 tot 4 dB(A) hoger dan tijdens trainingen. Bij kleine clubwedstijden wordt door maximaal hetzelfde aantal personen, op dezelfde motoren, gedurende dezelfde tijden gereden als tijdens de trainingen. Motorcrossvereniging Geldermalsen hanteert het uitgangspunt dat iedere motorcrossfiets die komt trainen moet voldoen aan een geluideis van maximaal 94 dB(A) op 7,5 meter. Door middel van steekproefsgewijze metingen langs de baan wordt gecontroleerd of de motoren aan deze immissie-eis voldoen. Dit uitgangspunt wordt tevens als voorwaarde opgenomen in de omgevingsvergunning.
Meersteeg 13
22
* In het rekenmodel is uitgegaan van activiteitenuren die zich gedurende de hierboven benoemde openingstijden voordoen. Bijvoorbeeld: als tijdens trainingen 45 motoren elk 1 uur op de hoofdbaan rijden dan is er sprake van 45 maal 1 uur = 45 crossuren. Beoordelingsmethode De geluidimmissie door de activiteiten op het crossterrein is afgezet tegen het heersend geluidniveau in de omgeving. Bij de beoordeling van de geluidimmissie op woningen in de omgeving vanwege de activiteiten op het crossterrein speelt de aard van de woonomgeving een rol (het heersende (achtergrond)geluidniveau). Met name de A15 en het windpark Avri zijn bepalend voor het heersende (achtergrond)geluidniveau. Daarnaast is het effect van de gecumuleerde geluidbelasting bij de omliggende woningen inzichtelijk gemaakt, met en zonder de geluidbijdrage als gevolg van de activiteiten op het motorcrossterrein. Om de gecumuleerde geluidbelasting te kunnen bepalen is tevens op de omliggende woningen het geluidniveau vanwege het Grondstoffenpark Rivierenland, de snelweg A15, railverkeer en windpark Avri bepaald. Rekenmodel De genoemde activiteitenuren en geluidvermogens vormen de basis van het rekenmodel voor het bepalen van de geluidniveaus in de omgeving. De geluidoverdracht wordt verder bepaald door een aantal andere factoren, zoals absorberende en reflecterende bodemvlakken en bebouwing.
De bodem en de omgeving ter plaatse van de crossbaan zijn akoestisch zacht verondersteld. Met behulp van het rekenmodel is vervolgens de geluidimmissie in de omgeving van het circuit berekend. Resultaten Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus In geval van geluid met een tonaal karakter (geluid met pieken in het geluidspectrum) dient er op het berekende langtijdgemiddelde deelgeluidniveau een toeslag van 5 dB(A) in rekening te worden gebracht. De toeslag wordt alleen toegepast voor dat deel van de beoordelingsperiode dat er sprake is van tonaal geluid. Met name bij het rijden van wedstrijden waarbij uitsluitend 2-takt motoren in de baan zijn, is er mogelijk sprake van tonaal geluid. Bij trainingen waarbij een relatief klein aandeel 2-takt motoren in de baan is, is er geen sprake van tonaal geluid. Op het motorcrossterrein Geldermalsen is ongeveer 20% van de crossmotoren van het 2-takt type en de overige 80% van het type 4-takt. Op basis van deze verhouding is bij wedstrijddagen, wanneer 2-taktmotoren van dezelfde klasse gelijktijdig in de baan zijn, een toeslag voor de tonaliteit van 1,6 dB(A) gehanteerd. De resultaten van de overdrachtsberekeningen vanwege de voorgenomen activiteiten zijn in de vorm van langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bij nabijgelegen woningen voor de representatieve bedrijfssituaties opgenomen in tabel 4.3.
Tabel 4.3 - langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bij woningen in dB(A)
Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbijdrage vanwege het crossen relatief laag is. Tijdens zowel trainingsdagen als bij clubcrosswedstrijden is de geluidbelasting op gevels van omliggende geluidgevoelige bestemmingen niet hoger dan 50 dB(A). Tijdens trainingen bedraagt de geluidbelasting
Meersteeg 13
23
bij de meest nabijgelegen woning Meersteeg 14 ten hoogste 46 dB(A). Dat is op de momenten dat er op zaterdag langer gereden wordt (van 11u tot 17u). Op trainingsdagen waarbij ten hoogste 4 uur wordt gereden, bedraagt het geluidniveau 44 dB(A). Op dagen dat een clubcross wordt gehouden bedraagt het geluidniveau 50 dB(A) bij deze woning. Bij nationale wedstrijden is dat 55 dB(A). Maximale geluidniveaus De maximale geluidniveaus ten tijde van trainingen en wedstrijden zijn berekend bij de meest nabijgelegen woningen. De start van een wedstrijd is het luidste van alle activiteiten. Hierbij is uitgegaan van het gelijktijdig starten van 25 motorfietsen. Tijdens trainingen is geen sprake van het gelijktijdig starten van crossmotoren, hierbij is aangenomen dat vijf motoren gelijktijdig maximale geluidniveaus veroorzaken. De resultaten van deze berekeningen zijn in tabel 4.4 weergegeven. Tabel 4.4 - maximale geluidniveaus in dB(A)
Alleen de woning aan de Meersteeg 14 ligt op minder dan de richtafstand van 500 meter (conform de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' ) van de crossbaan. Bij geen van de woningen bedraagt het maximale geluidniveau echter meer dan 60 dB(A). Met de berekende geluidniveaus wordt daarmee aan de beoordelingskaders uit de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening (1998) voldaan. De berekende geluidniveaus sluiten aan bij de bevindingen zoals die volgen uit de VNG-publicatie. Gecumuleerde geluidbelasting Er is bij de woningen in de omgeving sprake van een geluidbelasting door meerdere bronnen. Voor deze bronnen is de gecumuleerde geluidbelasting bepaald, uitgedrukt als eenheid voor motorcrossgeluid, rekening houdend met de dosis-effect relaties (de relatie tussen de geluidbelasting en de ervaren geluidhinder) van de verschillende geluidsbronnen. Deze berekende gecumuleerde geluidsbelasting kan worden vergeleken met de voor de motorcross van toepassing zijnde normering. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat de normen zijn gesteld voor toetsing van een bron afzonderlijk, zodat letterlijke toepassing van de normen bij de beoordeling van cumulatie niet aan de orde is. De omgerekende geluidsbelastingen zijn in tabel 4.5 weergegeven.
Allereerst zijn in de eerste kolommen de geluidniveaus vanwege de verschillende bronnen omgerekend naar de éénheid 'wegverkeerslawaai', zodat deze onderling vergelijkbaar worden (L*-waarden). Daarna zijn de L*-waarden energetisch gesommeerd en omgerekend naar de eenheid LiL voor de motorcross. Tabel 4.5 - Resultaten gecumuleerde geluidbelasting (uitgedrukt in dB)
Meersteeg 13
24
Uit tabel 4.5 valt af te leiden dat met name het windpark en de snelweg A15 bepalend zijn voor de gecumuleerde geluidbelasting in de omgeving. In vrijwel geen van de situaties is er sprake van een relevante geluidsbijdrage vanwege de motorcross (geluidbijdrage bij woningen lager dan de voorkeursgrenswaarde). Alleen tijdens nationale crosswedstrijden is de toename van de gecumuleerde geluidbelasting 2 dB(A) hoger dan de referentiesituatie en heeft de motorcross een relevante bijdrage in de gecumuleerde geluidsbelasting. Alleen bij wedstrijden is er op de locatie Meersteeg 14 een toename van de gecumuleerde geluidsbelasting ten opzichte van de referentiesituatie. De toename bedraagt 2 dB(A) ten opzichte van de gecumuleerde geluidsbelasting in de referentiesituatie (van 56 dB naar 58 dB). In de overige situaties is de geluidbijdrage vanwege de motorcross lager dan de voorkeursgrenswaarde. Het Reken- en meetvoorschrift 2012 stelt dat er in het kader van de vaststelling van de gecumuleerde geluidsbelasting geen sprake is van een relevante blootstelling. Bij de beschouwing van de gecumuleerde geluidbelasting moet worden bedacht dat de activiteiten op het motorcrossterrein niet dagelijks plaatsvinden, maar beperkt zijn tot twee dagen (dagdelen) per week en dan alleen in de dagperiode.
's Avonds en 's nachts is er geen geluidbijdrage vanwege de motorcross, terwijl dit voor de overige bronnen juist de maatgevende perioden zijn. Met de systematiek uit het Reken en meetvoorschrift 2012 wordt de gecumuleerde geluidsbelasting uitgedrukt in een (jaargemiddelde) etmaalwaarde. Bij de bepaling van de gecumuleerde geluidbelasting is overigens geen rekening gehouden met het feit dat de motorcross niet alle dagen in de week plaatsvindt. Conclusie Met de berekende geluidniveaus wordt aan de beoordelingskaders uit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening (1998) voldaan. Hiermee is het legaliseren van de bestaande situatie vanuit het aspect geluid uitvoerbaar.
4.4
Natuurbescherming
Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Per 1 januari 2017 is de nieuwe natuurwet “Wet natuurbescherming” (Wnb) in werking getreden. In deze nieuwe wet is de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en Boswet in één wet geïntegreerd waarmee de afzonderlijke wetten zijn komen te vervallen. De belangrijke wijzigingen zijn de verwijdering van de beschermde natuurmonumenten uit de wet, wijzigingen in de lijst van beschermde soorten van de Flora- en faunawet en verschuiving van verantwoordelijkheden van het Rijk naar de provincie. Gebiedsbescherming Door middel van de regels voor gebiedsbescherming in de Wnb wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale
Meersteeg 13
25
beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), beschermde natuurmonumenten en staatsnatuurmonumenten. Soortenbescherming Het doel van de Wnb is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Er bestaan drie beschermingsregimes voor drie verschillende groepen van beschermde soorten. Voor de algemeen beschermde soorten geldt een algemene ontheffing voor ruimtelijke ingrepen. Ook voor de overige beschermde soorten is ontheffing mogelijk, mits wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor strikt beschermde soorten kan enkel afgeweken worden na een uitgebreide toetsing. Onderzoek In het kader van de voorliggende bestemmingsplanwijziging is een toets nodig, om te bepalen of het planvoornemen haalbaar is in het licht van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor wat betreft soorten- en gebiedsbescherming.
Hiervoor is een quickscan Wnb uitgevoerd (Royal Haskoning, 8 mei 2018) die voorziet in een toets aan het soortenbeschermingsdeel van de Wnb aan de hand van een bureaustudie en een habitatgeschiktheidsanalyse. Deze quickscan is opgenomen in Bijlage 3 Quickscan Wet natuurbescherming. Ten aanzien van gebiedsbescherming geldt dat aan de daarin opgenomen toetsing aan de drempelwaarde van 0,05 mol/ha/jr op grond van recente jurisprudentie geen betekenis meer toekomt, gelet op ontwikkelingen in jurisprudentie sindsdien. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden. Wel ligt het plangebied hemelsbreed op circa 4 kilometer van verschillende deelgebieden van Natura 2000-gebied Rijntakken (zie afbeelding 2.2). Dit betreft een stikstofgevoelig natuurgebied. Op grond van deze constatering ligt de vraag voor in hoeverre dit plan een toename van stikstofemissies als gevolg kan hebben, ten opzichte van de feitelijke referentiesituatie. In dit geval is sprake van langdurig bestaand gebruik als crossterrein gedurende ruim 40 jaar. Dit gebruik is gedurende deze periode passief gedoogd door de gemeente. Voor bepaling van de referentiesituatie ligt het daarom niet in de rede uit te gaan van het gebruik, zoals dat bestond dan wel rechtens was toegelaten vóór het gebruik van het terrein voor crossactiviteiten.
De intensiteit van de crossactiviteiten is door de jaren heen niet wezenlijk veranderd. De limieten uit het Activiteitenbesluit zijn jarenlang gevolgd. Ze vormen ook de basis vormen voor het in dit plan toegelaten gebruik. Geconcludeerd kan worden dat voor wat betreft de referentiesituatie en de te bestemmen situatie kan worden uitgegaan van (min of meer) gelijkblijvende stikstofemissies. Hierdoor heeft het plan geen schadelijke gevolgen ten aanzien van gebiedsbescherming en is geen Wnb-vergunning nodig. Ten aanzien van de ligging van het plangebied ten opzichte van het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) of Gelders Natuurnetwerk (GNN) (zie afbeelding 2.1) zijn geen effecten te verwachten. Externe werking is geen onderdeel van het toetsingskader van de provincie Gelderland ten aanzien van het NNN/GNN. Soortenbescherming Op basis van raadpleging van verspreidingsgegevens en overige beschikbare bronnen is een beeld gevormd van de in de regio voorkomende soorten. De habitatgeschiktheid van het plangebied en directe omgeving voor deze soorten is bepaald middels een oriënterend veldbezoek.
Geconcludeerd is dat de volgende (streng) beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn: Vleermuissoorten Het is aannemelijk dat er vleermuizen voorkomen in (de directe omgeving van) het plangebied, omdat er (zij het in beperkte mate) watergangen, houtsingels en gebouwen in en rond het plangebied aanwezig zijn. Hiermee is het plangebied potentieel geschikt als jachtgebied voor in de omgeving voorkomende vleermuissoorten, bijvoorbeeld gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Aanwezige bomen met holtes zouden kunnen voorzien in paar- en verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis en watervleermuis. Op
Meersteeg 13
26
basis hiervan mag geconcludeerd worden dat de aanwezigheid van foerageergebieden en vaste paar- en verblijfplaatsen van vleermuizen mogelijk aan de orde is. Rugstreeppad Het plangebied is ongeschikt als landhabitat voor de meeste beschermde reptielen- en amfibieënsoorten. Enerzijds ontbreekt het aan geschikte voortplantingswateren voor de meeste soorten en anderzijds is het plangebied ongeschikt als landhabitat voor de meeste amfibieën, vanwege het intensieve gebruik en beperkte aanwezigheid van extensief beheerd groen. Dit geldt echter niet voor de streng beschermde rugstreeppad, die juist wel gedijt in een omgeving met veel dynamiek, waar grond continu wordt omgewoeld of vergraven wordt. Op basis hiervan mag geconcludeerd worden dat de aanwezigheid van leefgebied van de rugstreeppad mogelijk aan de orde is. Algemene broedvogels met een beperkte verstoringsgevoeligheid Het plangebied is ongeschikt voor de meeste broedvogels, met uitzondering van opportunistische soorten die relatief snel kunnen wennen aan voorspelbare verstoring, zoals zwarte kraai en houtduif. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten is niet aan de orde vanwege het behoorlijk intensieve gebruik van het terrein en de daarmee gepaard gaande geluidsproductie. Aanvullend wordt opgemerkt dat het terrein mogelijk geschikt is voor hermelijn, wezel en bunzing.
Dit is van belang aangezien deze soorten na gereedkoming van het onderzoek beschermd zijn op grond van de Wnb. Nadere overweging soortenbescherming Het plangebied is sinds 1979 in gebruik als motorcrossterrein. Daarmee is er met voorliggend bestemmingsplan sprake van bestendig beheer en gebruik dat in principe niet limiterend is voor de actuele potentiële habitatgeschiktheid van (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna. Aangezien het bestemmingsplan een reeds tientallen jaren bestaande situatie beoogt te legaliseren, is de kans op aanvullende negatieve effecten feitelijk niet aan de orde, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan die zijn gericht op behoud en versterking van aanwezige ecologische waarden en potenties. Gelet op de terreingesteldheid sinds het gebruik als motorcrossterrein, is aanvullend onderzoek daarmee niet aan de orde. Het bestemmingsplan maakt geen wijziging mogelijk ten opzichte van gedoogde situatie. Dit betekent dat de beschermde soorten, indien en voor zover aanwezig, door het legaliseren van de feitelijke situatie niet worden geschaad. Een uitzondering hierop vormt de mogelijkheid tot de beperkte uitbreiding van het clubgebouw, maar hiervoor zal te zijner tijd een nieuwe natuurtoets plaatsvinden in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen.
In het onderzoek worden, mede daarom aanbevelingen, gedaan om de habitatgeschiktheid van het plangebied te optimaliseren, zoals het behoud van groenstructuren, het plaatsen van vleermuiskasten en de gefaseerde aanplant van nieuwe bomen. Aangezien er vanuit de crossclub draagvlak bestaat voor de bescherming en versterking van de aanwezige flora en fauna, zijn deze aanbevelingen aan de crossclub meegegeven. Conclusie Het bestemmingsplan is uit oogpunt van natuurbescherming aanvaardbaar.
4.5
Landschap
Wettelijk kader In de Nota Lekker leven langs de Linge (2010) (zie 2.3 Gemeentelijk beleid) wordt door de gemeente Geldermalsen (nu gemeente West Betuwe) landschapskwaliteit als drager van ruimtelijke kwaliteit aangemerkt. De gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerrijnen hebben gezamenlijk in 2008 het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) "Nieuwe stromen door het landschap" vastgesteld. Dit LOP biedt deze gemeenten de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit te versterken en toch ruimte
Meersteeg 13
27
te bieden aan nieuwe ontwikkelingen. Onderzoek en resultaten Het LOP bevat een kaart met daarop de waardevolle en karakteristieke landschapselementen in de gemeenten Geldermalsen. Voor het plangebied voor het motorcrossterrein staan op deze kaart geen landschappelijk waardevolle elementen. Het motorcrossterrein ligt op het bedrijventerrein Hondsgemet en is landschappelijk ingesloten tussen de infrastructuuraders A15, de Betuweroute en de spoorwegverbinding Geldermalsen - Tiel. Het terrein kent daarnaast verschillende voor het landschap kenmerkende groenstructuren. Aangezien de inrichting van het motorcrossterrein met vaststelling van voorliggend bestemmingsplan ongewijzigd blijft is de landschappelijke impact van dit terrein verwaarloosbaar. Conclusie Het voorgenomen plan is vanuit het aspect landschap uitvoerbaar.
4.6
Archeologie en cultuurhistorie
Wettelijk kader Ter implementatie van het Verdrag van Malta is op 1 september 2007 de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. In deze wet is vastgelegd dat gemeenten in het kader van ruimtelijke ordening ook rekening dienen te houden met het archeologisch erfgoed. In dat kader dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan inventariserend archeologisch onderzoek te worden gedaan, zodat in het plan - indien nodig - een passende regeling kan worden getroffen om aanwezige archeologische waarden te beschermen. In het kader van de modernisering van de Monumentenwet is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat in een bestemmingsplan niet alleen een beschrijving moet staan op welke wijze rekening gehouden wordt met aanwezige of te verwachten monumenten in de grond (archeologie), maar ook met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Wet op de Archeologische Monumentenzorg In de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) zijn de uitgangspunten van het in 1992 ondertekende Europese Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Uitgangspunt van de WAMZ is om archeologische waarden te beschermen, zonder meer maatschappelijke last te veroorzaken dan nodig is. Wat er moet gebeuren, verschilt per gebied en regio, dus niet alle activiteiten zijn even ingrijpend.
De WAMZ heeft vier belangrijke pijlers: archeologische waarden moeten zo veel mogelijk in de bodem (in situ) worden bewaard, omdat de bodem de beste conserveringsomgeving is; archeologie moet tijdig worden meegenomen in de procedures van ruimtelijke planvorming; de verstoorder van het bodemarchief betaalt de kosten van archeologisch vooronderzoek en noodzakelijke volwaardige opgravingen, voorzover die kosten redelijkerwijs kunnen worden toegerekend aan de verstoorder; gemeenten en provincies krijgen een belangrijke rol in de verankering van archeologie in hun ruimtelijke plannen en vergunningen; zij krijgen de ruimte om vergunningvoorwaarden genuanceerd in te vullen. Gemeente Geldermalsen - Beleidsnota Archeologische Monumentenzorg Om archeologie en cultuurhistorie vroegtijdig en volwaardig te laten meedoen in ruimtelijke planprocessen, heeft de gemeente Geldermalsen in 2006 haar eigen archeologische beleid vastgesteld. Dit beleid dient om tot een goede afweging te komen ten aanzien van archeologie. De bij deze beleidsnota behorende archeologische en cultuurhistorische beleidskaarten is in 2016 geactualiseerd. Onderzoek en resultaten Op basis van het beleid op het gebied van archeologie en cultuurhistorie is beoordeeld onder welke voorwaarden gelden voor de planologisch-juridische legalisatie van het motorcrossterrein.
Meersteeg 13
28
Archeologie Afbeelding 4.2 toont een uitsnede van de Archeologische beleidskaart van de gemeente Geldermalsen (nu gemeente West Betuwe).
Afbeelding 4.2: ligging plangebied op Archeologische Beleidskaart Geldermalsen Op basis van de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Geldermalsen geldt voor het overgrote deel van het motorcrossterrein de Waarde-Archeologie 5. Deze waarde is toegekend aan gebieden met een middelmatige verwachte dichtheid aan archeologische resten. Dit betekent dat de gemeente in het kader van een vergunningtraject of medewerking in verband met planrealisatie bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter onder maaiveld en groter dan 1.000 m² vroegtijdig waardestellend archeologisch vooronderzoek verplicht stelt. De Archeologische Beleidskaart toont tevens dat in de zuidwestelijke hoek van het motorcrossterrein voor een gebied de Waarde-Archeologie 2 geldt. Deze waarde is toegekend aan het gebied als attentiezone van 50 meter rond een historische waarnemingslocatie met archeologische resten. Gebieden met deze archeologische waarden zijn tevens opgenomen op de archeologische monumentenkaart Gelderland. Voor deze categorie geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter onder maaiveld en groter dan 100 vierkante meter de gemeente in het kader van een vergunningtraject of medewerking in verband met planrealisatie vroegtijdig waardestellend archeologisch vooronderzoek eist. Voorliggend bestemmingsplan strekt uitsluitend ter legalisatie van de bestaande situatie.
Het bestaande gebruik als motorcrossterrein wordt hierbij voortgezet. Er is geen sprake van het uitvoeren van substantiële grondwerkzaamheden over een bepaalde oppervlakte. Er wordt uitsluitend grond
Meersteeg 13
29
opgebracht ter plaatse van het bestaande crossparcours. Ten aanzien van het bouwen van gebouwen voorziet het plan in de mogelijkheid om het bestaande clubgebouw te vervangen op ongeveer dezelfde locatie, met ongeveer dezelfde afmetingen. Ter bescherming van de archeologische waarden zijn in de planregels bij dit bestemmingsplan archeologische dubbelbestemmingen met daarin een omgevingsvergunningplicht opgenomen, waaraan een onderzoeksplicht is verbonden. Cultuurhistorie Het motorcrossterrein Geldermalsen is op de Cultuurhistorische kaart van de gemeente Geldermalsen (nu gemeente West Betuwe) niet aangemerkt als cultuuhistorisch waardevol gebied. Conclusie Het voorgenomen plan is, met inachtneming van de voorwaarden vanuit gemeentelijk beleid, uitvoerbaar voor wat betreft het aspect archeologie en cultuurhistorie.