RV2021-106 Bijlage Toelichting Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt.pdf
Tekst van het document
Op deze locatie wordt middels het plan enkel de bestemming op het gehele perceel omgezet naar een woonbestemming. De woning zal na de bestemmingswijziging niet meer in gebruik worden genomen als bedrijfswoning. Bij de woning mag een bijgebouw van 150 m2 bij de woning opgericht worden. Op deze locatie worden geen wooneenheden toegevoegd. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de structuurvisie de ontwikkeling op deze locatie niet in de weg staat. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de structuurvisie van de voormalige gemeente Neerijnen.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
35
4.4.2 Gemeentelijk woningbouwprogramma Per 1 januari 2019 maken de vier deelgebieden onderdeel uit van de gemeente West Betuwe na de fusie van de gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal. Bij de fusie zijn de drie woningbouwprogramma’s van deze gemeenten samengevoegd tot één woningbouwprogramma. Het gemeentelijk woningbouwprogramma is een nadere detaillering van het Regionaal woningbouwprogramma. Het gemeentelijk woningbouwprogramma wordt jaarlijks geëvalueerd. Voor de korte termijn (3 jaar) wordt een uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld. Hierin wordt opgenomen welke opleveringen van woningen voor de komende periode worden verwacht. Uit het Regionaal Woningbouwprogramma vloeit voort dat in het grondgebied van de huidige gemeente West Betuwe in de periode 2015 tot 2025 ruimte is voor 2.005 nieuwe woningen. In de periode 2015 tot 2017 zijn op het grondgebied van West Betuwe 572 woningen toegevoegd. Als het gemiddelde aantal toevoegingen van de periode 2010-2017 wordt gebruikt voor de jaren 2018 en 2019 en wordt verdubbeld (vanwege de woningbouwrecessie in de periode 2010-2017) komt het aantal toevoegingen op 716 in de periode 2018-2018. Per saldo wordt het aantal toegevoegde woningen tot en met 2019 geschat op 1.288 toevoegingen. Hiermee voorziet de opgave voor de periode 2020-2025 in het toevoegen van 717 woningen in de gemeente West Betuwe.
Geconcludeerd kan worden dat het toevoegen van 10 woningen past binnen het woningbouwprogramma van de gemeente West Betuwe tot 2025.
4.5 Conclusie Op basis van hoofdstuk 4 ‘Beleidskader’ kan worden geconcludeerd dat: • De woningen worden op een passende en verantwoorde wijze landschappelijk ingepast. Middels het plan wordt verpaupering van de kassen en voormalige agrarische bebouwing en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen; • Vanuit jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’, waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is; • De toevoeging van 10 woningen past binnen het woningbouwprogramma; • Het plan past verder binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; • Het plan is strijdig met het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017’.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
36
5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING 5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In de Wet Milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek Aan de hand van voornoemde bestemmingswijziging ten behoeve van het saneren van glastuinbouw, het realiseren van woningen en het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming op de vier deelgebieden zal hierna de vraag beantwoord worden of een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Voor de beantwoording van de vraag of er een m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat voor de ruimtelijke ontwikkeling is allereerst het bepaalde in het Besluit m.e.r. van belang. De verplichting tot het opstellen van een m.e.r. is opgenomen in artikel 7.2 Wet milieubeheer (Wm). Dit artikel vormt een omzetting van de EG-m.e.r.-richtlijnen. Voor de beantwoording van de vraag of voor een concreet plan een m.e.r.
dient te worden doorlopen, dient primair te worden beoordeeld of de activiteit valt binnen de onderdelen C en D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. Onderdeel C geeft aan wanneer sprake is van een m.e.r.-plicht. Een onderscheid dient te worden gemaakt tussen een plan-m.e.r. (kolom 3 van onderdeel C) en een besluit-m.e.r (kolom 4 van onderdeel C). Onderdeel D geeft de activiteiten en gevallen aan waarin sprake is van een m.e.r.- beoordelingsplicht (dan moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van significante milieugevolgen en als deze aan de orde zijn dient een m.e.r. plaats te vinden). Voor het plan kan gesteld worden dat er geen directe m.e.r.-plicht vanuit de wet milieubeheer en vanuit het besluit m.e.r. geldt op grond van Bijlage C. De activiteiten/bouw welke middels onderhavig bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt valt binnen de in de bijlage D bij het Besluit m.e.r. (D11.2). Hierdoor volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Conform artikel 7.16 lid 2 en 3 van de Wet milieubeheer dient in de vormvrije m.e.r.-beoordeling een beschrijving van het plan, de ligging van het plangebied en de potentiële effecten van het plan op het milieu plaats te vinden. Kenmerken activiteiten en samenhang andere activiteiten ter plaatse De kenmerken van het plan worden in hoofdstuk 3 van deze toelichting beschreven.
Gezien het plan voorziet in het saneren van glastuinbouw, nieuwvestiging van agrarische bedrijven uitsluit en het realiseren van woningen, zijn de effecten van het plan op de omgeving beperkt. Van cumulatie met andere projecten is geen sprake, het plan kan gezien worden als een opzichzelfstaande ontwikkeling. De ligging in het buitengebied maakt het niet aannemelijk dat in de omgeving andere ontwikkelingen uitgevoerd zullen worden in de toekomst. Plaats waar de activiteiten plaatsvinden Karnheuvelsestraat 16 te Est Het deelgebied in Est maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura2000, Belangrijk Weidevogelgebied of het Natuurnetwerk Nederland. Het deelgebied in Est is gelegen op een afstand van 0,5 km tot het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van 2,7 km is het Natura2000-gebied Rijntakken gelegen.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
37
Buitenweg 48 te Haaften Het deelgebied in Haaften maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura2000, Belangrijk Weidevogelgebied of het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van circa 1,5 km en meer zijn enkele Natura2000-gebieden gelegen. Het deelgebied in Haaften is gelegen op 0,3 km tot het Natuurnetwerk Nederland. Gerestraat 3 te Heesselt Het deelgebied in Heesselt maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura2000, Belangrijk Weidevogelgebied of het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van circa 0,6 km en meer zijn enkele Natura2000-gebieden gelegen. Het deelgebied in Heesselt is gelegen op 0,5 km tot het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van circa 0,6 km is het Natura2000-gebied Rijntakken gelegen. Bouwing 1 te Tuil Het deelgebied in Tuil maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000, Belangrijk Weidevogelgebied of Natuurnetwerk Nederland. Het deelgebied in Est is gelegen op een afstand van 90 m tot het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van 1,0 km is het Natura2000-gebied Rijntakken gelegen. Kenmerken belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu In hoofdstuk 4 van deze toelichting is in aanvulling op het voorgaande de belangrijkste milieuaspecten waaronder geluidhinder, bodem, externe veiligheid, ecologie en externe veiligheid in beeld gebracht.
Tezamen met de overige hoofdstukken vormen deze paragrafen, in het kader van het Besluit m.e.r., de zogenaamde m.e.r.-aanmeldnotitie. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een onevenredige invloed heeft op het milieu. Tevens zorgt het onderhavige plan niet in stikstofdepositie op Natura2000gebieden (zie paragraaf 5.7). Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De milieuonderzoeken welke zijn uitgevoerd door externe adviesbureaus geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit plan. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. Conclusie Op basis van deze toelichting, welke gezien kan worden als de m.e.r.aanmeldnotitie, kan geconcludeerd worden dat een m.e.r.-beoordeling niet is vereist. Er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In het kader van de vormvrije m.e.r. kan worden volstaan met een onderbouwing van de diverse milieuaspecten in de voorliggende toelichting van het bestemmingsplan. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
38
5.2 Geluidhinder Beleidskader In het kader van de Wet geluidhinder dient voor de ontwikkeling van geluidsgevoelige functies een akoestisch onderzoek te worden verricht. De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: 1. Woningen, 2. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal), 3. Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. De Wet geluidhinder (Wgh) stelt grenzen aan de geluidsbelasting waaraan woningen en andere geluidsgevoelige functies en terreinen mogen worden blootgesteld. De gestelde eisen verschillen per geluidsbron (industrie, spoorwegen, wegverkeer) en per belast object of terrein (bijvoorbeeld woning, school, etc.). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige objecten en aanwezige geluidsbronnen en nieuwe objecten en nieuwe geluidsbronnen.
Cumulatie geluidsbronnen Wanneer voor een geluidgevoelige bestemming die in de zone van meerdere geluidsbronnen (wegverkeer, spoorwegverkeer of industrielawaai) ligt en waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld, dient inzichtelijk te worden gemaakt hoe hoog de gecumuleerde geluidbelasting is. De gecumuleerde geluidbelasting wordt berekend met de rekenmethode die in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is vastgelegd, rekening houdend met de dosiseffect relaties van de verschillende bronsoorten. Het bevoegd gezag moet dan een oordeel vellen over de hoogte van deze geluidbelasting. Een wettelijke toetsing aan een grenswaarde voor deze gecumuleerde geluidbelasting is niet aan de orde. Onderzoek Het plan voorziet in het realiseren van nieuwe woningen. In het kader van de Wgh is hiermee sprake van toevoeging van geluidsgevoelige functies. De geplande woningen aan de Karnheuvelsestraat 16 te Est en Buitenweg 48 te Haaften zijn gelegen binnen de invloedsfeer van enkele wegen. Op de overige locaties worden geen geluidsgevoelige functies gerealiseerd, waardoor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek op deze locaties niet vereist dan wel noodzakelijk is en derhalve achterwege gelaten kunnen worden.
De deellocaties in Est en Haaften zijn niet gelegen binnen de invloedsfeer van enig spoorwegtraject en/of een gezoneerd bedrijventerrein, waardoor deze geluidsbronnen buiten beschouwing gelaten kunnen worden. Om de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai op de geplande woningen in kaart te brengen is door Voortman Ingenieurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek luiden: Karnheuvelsestraat 16, Est ‘Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat: • De berekende geluidbelasting ter plaatse van de oostgrens van het plangebied ten gevolge van Het Nieuwe Achterom ten hoogste 52 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt. Deze geluidbelasting is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor wegverkeerslawaai voor woningen in buitenstedelijk gebied;
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
39
•
De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen (incl. 30 km/h wegen) ten hoogste 52 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt; • De woningen beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte, waarmee aan het gemeentelijk beleid wordt voldaan. Een verzoek tot vaststelling voor de hogere waarden dient ingediend te worden bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe.’ Gesteld kan worden dat de geluidbelasting de maximale ontheffingswaarde niet overschrijd. Voor de vijf oostelijk gelegen woningen wordt een hogere geluidgrenswaarden vastgesteld. Buitenweg 48, Haaften ‘Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat: • De berekende geluidbelasting op de randen van het bouwvlak van woning W1 ten gevolge van de Graaf Reinaldaweg ten hoogste 50 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt. Deze geluidbelasting is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor wegverkeerslawaai voor woningen in buitenstedelijk gebied; • Voor woning W2 de voorkeursgrenswaarde op de randen van het bouwvlak niet wordt overschreden; • De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen (incl. 30 km/h wegen) ten hoogste 52 dB, incl.
aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt; • De woningen beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte, waarmee aan het gemeentelijk beleid wordt voldaan. Een verzoek tot vaststelling voor de hogere waarden voor de oostelijk gelegen woning dient ingediend te worden bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe. Voor woningen waarvoor een hogere grenswaarde wordt aangevraagd dient voor de bouwaanvraag een aanvullend onderzoek geluidwering gevels uitgevoerd te worden om de karakteristieke geluidwering van de gevel te bepalen en te toetsen aan de wettelijke eisen uit het Bouwbesluit.’
Woning waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld
W1
W2
Afbeelding 36: Woning met hogere grenswaarden Haaften
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
40
Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect geluidhinder geen belemmeringen. Een verzoek tot vaststelling voor de hogere waarden dient ingediend te worden bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
41
5.3 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Bij realisering van nieuwe hindergevoelige functies (woningen) dient te worden onderzocht of er zich in de omgeving bedrijfsactiviteiten bevinden die relevante milieuhinder kunnen veroorzaken. Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Voor een goede ruimtelijke ordening wordt in het algemeen gebruik gemaakt van het VNG-Handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Deze publicatie is bedoeld voor het ruimtelijk scheiden van bedrijven in relatie tot woningen en omgekeerd, zodat in geen van beide situaties een belemmering voor één van beiden optreedt. In de publicatie staan richtafstanden vermeld voor geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen rustige woonwijk en rustig buitengebied. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Het is wel aan te bevelen eventuele afwijkingen te benoemen en te motiveren.
Onderzoek Milieugevoelige functies Als onderdeel van het plan worden woningen gerealiseerd na het saneren van agrarische opstallen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient gekeken te worden naar de eventuele beperking van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven/instellingen als gevolg van de toevoeging van de milieugevoelige functies en of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Het plan is getoetst aan de richtafstanden van het VNG-Handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Omdat op de locaties in Heesselt en Tuil geen milieugevoelige objecten worden gewijzigd of worden toegevoegd, zijn deze locaties buiten beschouwen gelaten. In de omgeving van de deelgebieden is sprake van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Naast woningen zijn andere functies als agrarische bedrijven en kleinschalige bedrijvigheid aanwezig. Hierdoor kunnen gereduceerde richtafstanden voor geur, stof en geluid worden gerechtvaardigd. De richtafstanden voor gemengde gebieden mogen één afstandstrap worden verlaagd ten opzichte van de omgevingstypen rustige woonwijk en rustig buitengebied.
Tabel 1: Richtafstanden per milieucategorie Milieucategorie Rustige woonwijk 1 10 meter 2 30 meter 3.1 50 meter 3.2 100 meter 4.1 200 meter 4.2 300 meter 5.1 500 meter 5.2 700 meter 5.3 1.000 meter 6 1.500 meter
Gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter
In het onderzoek is uitgegaan van de maximale invulling van het geldend bestemmingsplan.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
42
Karnheuvelsestraat 16, Est In de directe omgeving van het deelgebied aan de Karnheuvelsestraat staat het geldend bestemmingsplan de volgende zwaarste bedrijven toe. Tabel 2: Omliggende bedrijven locatie Est Adres Functie (categorie)
Wethouder van Akenstraat 26a Karnheuvelsestr. 1 Karnheuvelsestr. 18 Karnheuvelsestr. 20 Het Nieuwe Achterom 1a
Aannemersbedrijf b.o. > 1000 m² (3.1) Transportbedrijf (3.2) Agrarisch bedrijf (3.2) Agrarisch bedrijf (3.2) Agrarisch bedrijf (3.2)
Zwaarste richtafstand (gecorrigeerd) 30 meter
Werkelijke afstand
50 meter 50 meter 50 meter 50 meter
68 meter 54 meter 152 meter 60 meter
91 meter
Karnheuvelsestr. 20: 152 meter
Weth. van Akenstr. 26a: 34 meter
Karnheuvelsestr. 18: 54 meter Het Nieuwe Achterom 1a: 60 meter
Karnheuvelsestr. 1: 34 meter Afbeelding 37: Afstanden plangebied t.o.v. omliggende bedrijven locatie Est
Buitenweg 48, Haaften In de directe omgeving van de Buitenweg 48 staat het geldend bestemmingsplan de volgende zwaarste bedrijven toe. Voor het pompvermogen van de waterzuiveringsinstallatie wordt uitgegaan van de zwaarste categorie (meer dan 15 megawatt – categorie 4.1). Tabel 3: Omliggende bedrijven locatie Haaften Adres Functie (categorie)
Graaf Reinaldweg 1a Hertog Karelweg Hertog Karelweg
Waterzuiveringsinstallatie > 15 MW Max. categorie 3.2 Max. categorie 4.1
Zwaarste richtafstand (gecorrigeerd) 100 meter
Werkelijke afstand
50 meter 100 meter
133 meter 185 meter
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
122 meter
43
Graaf Reinaldweg 1a: 185 meter
Hertog Karelweg (cat. 3.2): 133 meter
Hertog Karelweg (cat. 4.1): 185 meter
Afbeelding 38: Afstanden plangebied t.o.v. omliggende bedrijven locatie Haaften
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en dat de omliggende bedrijven niet verder in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect bedrijven- en milieuhinder geen belemmeringen.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
44
5.4 Bodem Beleidskader Het beleid is erop gericht zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor het geplande gebruik. Hiervoor is het bij nieuwe ontwikkelingen verplicht een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen tenminste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Om de kwaliteit van de bodem in kaart te brengen voor het beoogde woongebruik (op alle deellocaties) is door Linge Milieu een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek luiden: Karnheuvelsestraat 16, Est ‘De bodem ter plaatse bestaat uit siltige klei, overgaand in zand op 1.5 á 2.5 m-mv. In één boring is puin waargenomen. Dit is in de bovengrond van een boring aan de voorzijde van de loods. Deze grond is separaat geanalyseerd op het NEN 5740pakket. Asbestverdachte materialen zoals plaatjes of scherven zijn nergens aangetroffen. Grond In de bovengrond van de locatie aan de Karnheuvelsestraat zijn cadmium en nikkel licht verhoogd.
In de twee ondergrond-mengmonsters is voor geen van de stoffen uit het NEN 5740-pakket een Achtergrondwaarde overschreden. De kool- en puinhoudende bovengrond van de boring aan de voorzijde van de loods is licht verontreinigd met olie en enkele metalen. De kwaliteit van deze grond wijkt nauwelijks af van de overige grond. De aanwezigheid van het puin resulteert dus niet in daadwerkelijke verontreiniging. Van de bestrijdingsmiddelen zijn DDD, DDE en DDT meetbaar aanwezig in de bovengrond, maar de gehaltes liggen onder de Achtergrondwaarde. Zintuiglijk zijn geen sporen van olie gevonden in de boven- of ondergrond ter plaatse van de dieseltank naast de loods. Bij het eerdere onderzoek van Verhoeve Milieu BV op deze locatie was de grond ter plaatse van de tank analytisch schoon. Asbest Voor het asbest-onderzoek zijn drie mengmonsters samengesteld. Dat is er één van de puinhoudende grond aan de voorzijde van de loods en twee van de toplaag van de contour van de gesloopte kas. Zowel visueel als analytisch is asbest niet aantoonbaar in deze grond. Grondwater De peilbuis staat direct naast de bovengrondse dieseltank. In het grondwater wordt voor geen van de stoffen uit het NEN 5740-pakket een streefwaarde overschreden, ook niet voor olie en aromaten. Conclusie De kwaliteit van grond en grondwater zijn sinds het bodemonderzoek van Verhoeve Milieu BV in mei 2007 niet veranderd.
De algemene bodemkwaliteit is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van het terrein.’ Buitenweg 48, Haaften ‘De bodem ter plaatse bestaat uit siltige klei, overgaand in zandige klei op 2.0 mmv. In meerdere boringen zijn roest-sporen waargenomen, vanaf 0.8 m-mv. In twee boringen is puin geconstateerd, tot een diepte van 0.8 m-mv. Deze staat ten Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
45
zuiden van de kas. Het gehalte is als licht gekwalificeerd. Asbestverdachte materialen zoals plaatsjes of scherven zijn nergens aangetroffen. Grond In de bovengrond van het terrein zijn PCB’s en enkele metalen licht verhoogd. In de ondergrond is alleen voor nikkel de achtergrondwaarde overschreden. Dit metaal is typerend voor de klei-ondergrond in het rivierengebied. De licht puinhoudende bovengrond van de twee boringen ten zuiden van de kas is licht verontreinigd met cadmium, kobalt en olie. De kwaliteit van de grond wijkt nauwelijks af van de overige grond. Van de bestrijdingsmiddelen zijn DDD, DDE en DDT meetbaar aanwezig in de bovengrond, maar de gehaltes liggen onder de achtergrondwaarden. Voor chloordaan wordt in één van de twee mengmonsters die op bestrijdingsmiddelen zijn geanalyseerd de achtergrondwaarde overschreden. Olie, voormalige dieseltank Zintuigelijk is een licht oliereactie waargenomen in boring 10 aan de voorzijde van het terrein. Op deze locatie heeft in het verleden een bovengrondse dieseltank gestaan. Olie blijkt met 93 mg/kg ds niet boven de achtergrondwaarde verhoogd in deze grond. Asbest Asbest is zowel visueel als analytisch niet aantoonbaar in de grond ter plaatse van de kas aan de Buitenweg. Grondwater De peilbuis staat op de locatie van de voormalige dieseltank. In het grondwater wordt alleen voor barium de streefwaarde overschreden.
Olie en aromaten zijn niet meetbaar verhoogd in het grondwater. Conclusie De kwaliteit van grond en grondwater zijn geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van het terrein.’ Gerestraat 3, Heesselt ‘De bodem van het perceel bestaat uit geroerde lichte klei, overgaand in zandige en donkergrijze klei op 1.0 á 1.5 m-mv. In de meeste boringen is licht puin in de bovengrond aangetroffen. Dit bestaat uit steenachtig, onverdacht materiaal. Er zijn visueel nergens asbestverdachte materialen als plaatjes in de grond waargenomen. Grond, grondwater algemeen In de kleiige bovengrond van het terrein aan de Gerestraat zijn PAK, cadmium en lood boven de achtergrondwaarde verhoogd. Van de bestrijdingsmiddelen zijn DDD, DDE en DDT licht verhoogd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Olie, ernst en omvang In boring 101, op de locatie van de voormalige tank, is olie geconstateerd. De zintuigelijk sterkst verontreinigde grondlaag is met 3.800 mg/kg ds (1.0-1.5 m-mv) matig verontreinigd met olie. In juni 2015 is op deze locatie 13.000 mg/kg ds olie gemeten op een diepte van 0.4 tot 0.9 m-mv. De olie bestaat uit de fractie C12-20. Tot deze fractie wordt onder andere diesel en gasolie gerekend. De olie is zowel bij onderhavig onderzoek als het onderzoek in juni 2015 afgeperkt. Het oppervlak van de sterke verontreiniging is geschat op maximaal 25 m2.
De interventiewaarde-contour is in juni 2015 verticaal afgeperkt op 1.0 m-mv. De hoogste gehaltes bevinden zich dus in de laag net boven het grondwater. Bij een oppervlak van 25 m2 komt het volume van de sterke verontreiniging op 15 m3.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
46
In het grondwater is olie met 26.000 μgl/l sterk verhoogd. Bij het onderzoek in juni 2015 is in het grondwater een gehalte gemeten van 2.900 μgl/l. De peilbuis is in tegenstelling tot 2015 nu snijdend geplaatst. Waarschijnlijk is dat de oorzaak voor het hogere oliegehalte. De olie vormt geen Geval van Ernstige bodemverontreiniging. Het criterium daarvoor is tenminste 25 m3 sterk verontreinigde grond. Voor het grondwater is het criterium een bodemvolume van tenminste 100 m3 aan sterk verontreinigde grondwater. Asbest Asbest is plaatselijk wel meetbaar aanwezig in de bovengrond, maar nergens wordt de tussenwaarde van 50 mg/kg ds overschreden. Conclusie De conclusies van het bodemonderzoek aan de Gerestraat 3 kunnen als volgt worden samengevat. In de grond en het grondwater van het terrein wordt met uitzondering van olie voor geen van de stoffen uit het NEN 5740-pakket of bestrijdingsmiddelen een tussenwaarde overschreden. Bij de ontwikkeling van het terrein hoeft geen rekening gehouden te worden met eventuele verontreiniging met asbest. De olie vormt in zowel grond als grondwater geen Geval van Ernstige bodemverontreiniging. De olie vormt een belemmering voor de ontwikkeling van het terrein. Sanering is dus noodzakelijk. Dit zal door een BRL-7000-erkend bedrijf uitgevoerd moeten worden. Voor sanering zal een Plan van aanpak opgesteld moeten worden.
Omdat de verontreiniging als Niet Ernstig is aangemerkt is een BUS-melding niet van toepassing.’ Bouwing 1, Tuil ‘De bodem ter plaatse bestaat uit bruingrijze klei, overgaand in lichtgrijs, matig grof zand op 1,8 m-mv. De klei in de ondergrond is siltig, zandig en licht grijsbruin van kleur. In geen van de boringen is puin van betekenis waargenomen. Asbestverdachte materialen zoals plaatjes of scherven zijn dus ook nergens aangetroffen. Grond In de bovengrond van de locatie zijn olie, PCB’s en PAK licht verhoogd. In de kleiige ondergrond wordt alleen voor nikkel de achtergrondwaarde overschreden. Dat metaal is typerend voor de ondergrond-klei in het gebied. Van de bestrijdingsmiddelen zijn drins, DDD, DDE en DDT licht verhoogd in de bovengrond. De gehaltes liggen onder de tussenwaarde. Zintuiglijk zijn geen sporen van olie gevonden in de boven- of ondergrond op de locatie van de (voormalige) tank. Metalen, bovengrond In een mengmonster van de bovengrond van vier boringen rond de paardenbak is de tussenwaarde overschreden voor cadmium, koper en zink. Naar aanleiding daarvan zijn de vier grondmonsters individueel geanalyseerd op metalen. In twee van de vier boringen zijn één of meerdere metalen boven de tussenwaarde verhoogd. In één boring wordt voor koper de interventiewaarde overschreden. Dit is een boring in het gras achter de paardenbak.
Het is de enige interventiewaardeoverschrijding in de vier grondmonsters. Over de mogelijk oorzaak, ernst en omvang van de verontreiniging kan het volgende worden opgemerkt: • De verontreiniging met metalen is niet te relateren aan puin of puinhoudende grond. • Met de huidige eigenaar is overlegd over een mogelijke bron van de metalen. Een deel van de grond rond de paardenbak is afkomstig van de
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
47
• •
achterzijde van het terrein. De grond is verplaatst om het terrein te egaliseren. De grond van het achterterrein wijkt echter niet af van die aan de voorkant en is net zo onverdacht als de grond aan de voorzijde van de locatie; Er zijn geen meldingen bij Omgevingsdienst Rivierenland bekend over grondverzet of het toepassen van grond op de locatie; Het criterium voor een ernstig geval van bodemverontreiniging is minimaal 25 m3 min of meer aaneengesloten sterk verontreinigde grond. Op basis van de beschikbare gegevens kan niet worden geconcludeerd of er op het terrein aan de Bouwing een ernstig geval van verontreiniging aanwezig is. Daar is nog een ronde onderzoek voor nodig.
Asbest Voor het asbestonderzoek zijn twee mengmonsters samengesteld. Zowel visueel als analytisch is asbest niet aantoonbaar in de grond rond de kas Grondwater De peilbuis staat direct op de locatie van de (voormalig) hbo-tank. In het grondwater wordt met uitzondering van naftaleen voor geen van de stoffen uit het NEN 5740-pakket een streefwaarde overschreden, ook niet voor zink of olie. Het naftaleen-gehalte is licht verhoogd. Conclusie Op het terrein rond de paardenbak, waar de grond lokaal sterk verontreinigd is met koper, is bij de herontwikkeling van de locatie geen graafwerk gepland. Alleen de kas direct ten noorden van de bak wordt gesloopt. In het kader van de procedure is het vermoedelijk wel wenselijk te weten of er op het terrein sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Daar is nog één ronde bodemonderzoek voor nodig. Bevoegd gezag bij de beoordeling van onderhavig rapport en eventuele grondverzet voor de ontwikkeling is Omgevingsdienst Rivierenland, namens de gemeente Neerijnen.’ Naar aanleiding van de conclusie van het verkennend bodemonderzoek is door Linge Milieu een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. De conclusies van dit onderzoek luiden: ‘De bodem ter plaatse bestaat uit bruingrijze klei, overgaand in lichtgrijs, matig grof zand op 1.8 m-mv. De klei in de ondergrond is siltig, zandig en licht grijsbruin van kleur.
In geen van de boringen is puin van betekenis waargenomen. Metalen De aanvullende boringen zijn op een enkele meter afstand van de verontreinigde boringen 1 en 3 van het verkennend bodemonderzoek geplaatst. Er zijn totaal acht separate grondmonsters op metalen geanalyseerd. De conclusies van het aanvullend onderzoek kunnen als volgt worden samengevat: • In geen van de aanvullende boringen wordt een tussenwaarde overschreden voor metalen in de boven- of ondergrond. • Sterk en matig verhoogde gehaltes aan metalen zijn dus niet reproduceerbaar in de directe omgeving van de boringen 1 en 3 van het onderzoek van mei 2018. • De sterke verontreiniging met koper en het matig verhoogde cadmiumgehalte worden als zogenaamde puntbron beschouwd, niet representatief voor de algemene kwaliteit van de grond van het perceel aan de Bouwing. • Er is geen sprake van een ernstig geval van verontreiniging wat betreft metalen. Het criterium daarvoor is een volume aan sterk verontreinigde grond van tenminste 25 m³.’
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
48
Conclusie De locaties in Est, Haaften en Tuil ondervinden voor wat betreft het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen. Voor de locatie in Heesselt dient de olieverontreiniging gesaneerd te worden door een BRL-7000-erkend bedrijf. Voor de sanering zal een Plan van aanpak opgesteld moeten worden. De sanering zal uitgevoerd moeten worden voorafgaand aan de sloop- en/of bouwwerkzaamheden.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
49
5.5 Archeologische en cultuurhistorische waarden Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient er volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Archeologische beleids- en advieskaart Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft in 2008 opdracht van de voormalige gemeente Neerijnen alle beschikbare informatie omtrent archeologie samengebracht, geïnventariseerd en geanalyseerd en zijn zo gekomen tot een archeologische beleidsadvieskaart voor het gehele gemeentelijk grondgebied. Tezamen met de kaart is een tekstuele onderbouwing op de advieskaart opgesteld, waarin uitleg wordt gegeven wanneer bij een ontwikkeling archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Daarnaast zijn regels opgesteld, welke kunnen worden overgenomen in nieuwe bestemmingsplannen. De advieskaart gaat uit van zes gradaties op het gebied van archeologische waarden en verwachtingen. Wanneer een plangebied is gelegen op gronden met een lage of zonder archeologische verwachting zal in de meeste gevallen een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk zijn.
Hierdoor hoeft enkel een archeologisch onderzoek plaats te vinden wanneer daadwerkelijk verwacht wordt dat archeologische resten in de grond verstoord kunnen worden in plaats dat voor elk plan an sich een archeologisch onderzoek zal moeten plaatsvinden. Nota cultuurhistorisch beleid Cultuurhistorie is de drager van de identiteit van de gemeente en daarmee de basis voor ontwikkelingen op het grondgebied van de gemeente. De gemeente houdt daarom rekening met cultuurhistorie bij ruimtelijke plannen. Cultuurhistorie wordt ingezet, ontzien, onderzocht en omschreven. Onderzoek dient zich te beperken tot uitzonderlijke cultuurhistorische waarden om kostbare onderzoeken zo veel mogelijk te voorkomen. De gemeente verstaat onder cultuurhistorie: 1. Archeologische waarden waarmee rekening gehouden dient te worden op grond van de Archeologische waarden- en beleidskaart voor het grondgebied van de gemeente zoals deze door de raad is vastgesteld; 2. Panden en objecten die beschermd zijn, of zijn geweest, op grond van de Monumentenwet of de gemeentelijke erfgoedverordening; 3. Objecten en structuren binnen het beschermd dorpsgezicht Neerijnen – Waardenburg; 4. Wegen en structuren en gebouwen die gebouwd of aangelegd zijn voor 1826, het moment dat de eerste kadastrale kaart voor de gemeente getekend is; 5.
Bouwwerken uit de periode 1940 – 1965 die gebouwd zijn binnen het kader van de wederopbouw. Een ruimtelijke ontwikkeling dient zoveel mogelijk gericht te zijn op het behoud van eventuele cultuurhistorische waarden. Onderzoek Karnheuvelsestraat 16, Est Archeologie Op de archeologische beleids- en advieskaart van de gemeente is te zien dat deelgebied 1 is gelegen op gronden met een hoge verwachting (oranje). Bij ingrepen groter dan of gelijk aan 100 m2 en dieper dan 50 cm is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
50
Locatie woningbouw deelgebied 1
Afbeelding 39: Uitsnede archeologische beleids- en advieskaart (deelgebied 1)
De ontwikkeling op deelgebied 1 voorziet in ingrepen groter dan 100 m 2, waardoor het uitvoeren van archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Door ADC ArcheoProjecten is een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een booronderzoek uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek luiden: Het plangebied ligt op de stroomrug van Est. Op de bedding- en oeverafzettingen worden archeologische resten uit de IJzertijd en met name, vanwege omliggende vindplaatsen, uit de Romeinse tijd verwacht. Op basis van nabijgelegen onderzoek kunnen resten al vanaf 20 cm onder maaiveld tevoorschijn komen. Het verkennend booronderzoek heeft uitgewezen dat de stroomgordel van Est inderdaad in het plangebied heeft gestroomd (vanwege aangetroffen beddingzand in het noordelijk deel). In de rest van het plangebied zijn aanwijzingen voor een restgeul gevonden (in de vorm van gelaagd siltig tot zandig pakket met humeuze klei). Bovenop dit pakket zijn oeverafzettingen van de Est stroomgordel afgezet (dikte varieert tussen 15 en 55 cm) waarvan de top door de aanwezige kassen of door verploeging is verstoord. Lokaal (ter hoogte van boringen 2 en 3) valt de verstoring mee (maximaal bouwvoor tot ca 35 cm) en is wellicht sprake van een intacte vegetatiehorizont. Het is mogelijk dat hier nog intacte archeologische resten aan het licht komen.
Aan het maaiveld zijn in het zuidwestelijke deel aardewerkfragmenten daterend uit de Romeinse tijd gevonden. Het advies van het onderzoeksbureau luidt om in het noordoostelijke deel archeologische begeleiding te laten plaatsvinden tussen 5 en 35 cm onder maaiveld vanwege de ondiepe ligging van de intacte bodem en de vegetatiehorizont waaronder in het naastgelegen terrein een vindplaats ligt. Bij diepere verstoring wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Voor de rest van het plangebied zullen intacte vindplaatsen vanaf 70 cm onder maaiveld verwacht worden. Met inachtneming van een bufferzone van 30 cm dient bij verstoring vanaf 40 cm onder maaiveld eveneens rekening gehouden te worden met archeologische begeleiding. Bij diepere verstoring dan 70 cm onder maaiveld wordt hier eveneens een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Selectiebesluit gemeente Gemeente West Betuwe heeft op advies van regioarcheoloog Rivierenland besloten dat vanwege de aanzienlijke verstoring binnen het plangebied en de beperkte meerwaarde voor kenniswinst van het resterende perceel de archeologische resten niet als zodanig behoudenswaardig zijn. Daarmee is het plangebied vrijgesteld van aanvullend professioneel archeologisch onderzoek. Als voorwaarde van dit negatieve selectiebesluit worden lokale amateurarcheologen in de gelegenheid gesteld delen van het plangebied nader te laten onderzoeken.
De bijbehorende randvoorwaarden zijn bij het selectiebesluit opgesteld.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
51
Cultuurhistorie Op de locatie in Est zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig waar rekening mee gehouden dient te worden. Buitenweg 48, Haaften Archeologie Op de archeologische beleids- en advieskaart van de gemeente is te zien dat deelgebied 2 is gelegen op gronden met een lage verwachting (groen). Bij ingrepen groter dan of gelijk aan 10.000 m2 is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Locatie woningbouw deelgebied 2
Afbeelding 40: Uitsnede archeologische beleids- en advieskaart (deelgebied 2)
De ontwikkelingen op de locatie Buitenweg 48 voorzien niet in ingrepen groter dan 10.000 m2. Een archeologisch onderzoek is daarmee niet noodzakelijk en kan derhalve achterwege gelaten worden. Cultuurhistorie Op de locatie in Haaften zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig waar rekening mee gehouden dient te worden. Gerestraat 3, Heesselt Archeologie Op de archeologische beleids- en advieskaart van de gemeente is te zien dat deelgebied 2 is gelegen op gronden met een lage verwachting (groen). Bij ingrepen groter dan of gelijk aan 10.000 m2 is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Deelgebied 3
Afbeelding 41: Uitsnede archeologische beleids- en advieskaart (deelgebied 3)
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
52
Op de locatie Heesselt worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die voorziet in bodemingrepen groter dan 10.000 m². Hierdoor is archeologisch onderzoek op deze locatie niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Het boerderijgebouw op het perceel is aangewezen als gemeentelijk monument. Uit deze aanwijzing blijkt dat het gebouw een hoge cultuurhistorische waarde heeft. Er vinden geen fysieke werkzaamheden plaats aan het gemeentelijk monument. De cultuurhistorie is hiermee niet in het geding. Bouwing 1, Tuil Archeologie Volgens de archeologische beleids- en advieskaart van de gemeente is deelgebied 4 gelegen op gronden met een gemiddelde verwachting (geel). Archeologisch onderzoek kan achterwege worden gelaten wanneer ontwikkelingen plaatsvinden welke kleiner dan 5.000 m2.
Locatie nieuwe loods
Afbeelding 42: Uitsnede archeologische beleids- en advieskaart (deelgebied 4)
Op de locatie Bouwing 1 wordt een loods gerealiseerd van 300 m2. Hiermee voorziet deze ontwikkeling niet in een bodemingreep groter dan 5.000 m2, waardoor archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Cultuurhistorie Op de locatie in Tuil zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig waar rekening mee gehouden dient te worden. Conclusie Archeologie Voor de locaties in Haaften, Heesselt en Tuil vormt het aspect archeologie geen belemmeringen. Gemeente West Betuwe heeft op advies van regioarcheoloog Rivierenland besloten dat vanwege de aanzienlijke verstoring binnen de locatie Est en de beperkte meerwaarde voor kenniswinst van het resterende perceel de archeologische resten niet als zodanig behoudenswaardig zijn. Daarmee is het plangebied vrijgesteld van aanvullend professioneel archeologisch onderzoek. Als voorwaarde van dit negatieve selectiebesluit worden lokale amateurarcheologen in de gelegenheid gesteld delen van het plangebied nader te laten onderzoeken. De bijbehorende randvoorwaarden zijn bij het selectiebesluit opgesteld.Conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet dient de uitvoerder van het grondwerk eventuele archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag. Cultuurhistorie De cultuurhistorie is op alle vier de locaties niet in het geding. Het plan ondervindt hierdoor voor wat betreft het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
53
5.6 Watertoets Het Waterschap Rivierenland is beheerder van de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder, de vaarwegbeheerder, de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen en beheerder van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Beleidskader Waterschapsbeleid Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 ‘Koers houden, kansen benutten’ bepalend voor het waterbeleid. Met dit programma blijft het Waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om afvalwater effectief te zuiveren. De speerpunten hierin zijn: • Een veilig rivierengebied. Verbeteren en versterken dijken en boezemkades. Met daarnaast oog voor oplossingen door een aangepast ruimtelijke inrichting en door risicobeheersing (bijv. evacuatie); • Anticiperen op klimaatveranderingen. Een robuust en ecologisch gezond watersysteem dat voldoende water van goede kwaliteit biedt aan landbouw, natuur, stedelijk gebied en recreatie; • Het duurzaam en doelmatig zuiveren van afvalwater door o.a. centralisatie van zuiveringen en van slibverwerkingen. Verordening ‘de Keur’ Het Waterschap Rivierenland heeft als regelgeving haar verordening de Keur.
Deze verordening is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging. In de verordening de Keur is geregeld dat langs A- en B-waterlopen een beschermingszone in acht dient te worden genomen. De beschermingszone is een obstakelvrije onderhoudsstrook die in de legger is aangewezen. Met deze zone wordt handmatig en/of machinaal onderhoud van de watergang vanaf de kant mogelijk gemaakt. Binnen de beschermingszone van een A- of B-waterloop mogen niet zonder toestemming van het Waterschap Rivierenland werkzaamheden plaatsvinden die schade kunnen aanbrengen aan de waterloop. Voor een A-watergang geldt in de Tielerwaard een beschermingszone van 4 meter en voor een B-watergang 1 meter. Werkzaamheden in de watergang of de bijbehorende beschermingszone zijn vergunning- en of meldingsplichtig, omdat deze invloed hebben op de aan- en afvoer van water, de waterberging of het onderhoud. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Het onderhoud en de toestand van de waterlopen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Onderzoek Waterberging en compensatie Het realiseren van nieuwbouw op niet verharde grond heeft effecten voor de waterhuishouding.
De mogelijkheden van afkoppelen dienen zoveel mogelijk benut te worden. Schoon dak- en terreinwater (mits geen uitlogende materialen worden toegepast) kan direct naar het oppervlaktewater afgevoerd worden om belasting van de afvalwaterzuivering te verminderen. Indien er een toename van het bestaande verhard oppervlak (bebouwing, bestrating, e.d.) plaatsvindt, dient compensatie in het kader van waterberging plaats te vinden. Voor gebieden in het landelijk gebied is compensatie noodzakelijk indien het verhard oppervlak toeneemt. Om te berekenen welke hoeveelheid watercompensatie noodzakelijk is heeft het Waterschap Rivierenland voor dit gebied de vuistregel dat er 436 m3 waterberging moet worden gerealiseerd bij een toename van het verhard oppervlak van 10.000 m2. Eventueel kan gebruik worden gemaakt van een Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
54
eenmalige vrijstelling voor particulieren. In het landelijk gebied geldt een eenmalige particuliere vrijstelling van 1.500 m². Tabel 4: Oppervlaktebalans verharding Bestaande situatie Karnheuvelsestraat 16 te Est Glastuinbebouwing Verharding
Oppervlakte 14.883 m2 234 m2
Buitenweg 48 te Haaften Glastuinbebouwing
7.241 m2
Gerestraat 3 te Heesselt Bedrijfswoning Agrarische bebouwing
170 m2 690 m2
Bouwing 1 te Tuil Bedrijfswoning Glastuinbebouwing
124 m2 4.559 m2 27.901 m2
Totaal bestaande situatie Nieuwe situatie Karnheuvelsestraat 16 te Est Bebouwing Tuinverharding (30% van de kavels) Terreinverharding
1.370 m2 1.928,1 m2 2.534 m2
Buitenweg 48 te Haaften 2 vrijstaande woningen Verharding (20% van de kavels)
160 m2 240 m2
Gerestraat 3 te Heesselt Woning Verharding (20% van de kavel + bijgebouw)
170 m2 402 m2
Bouwing 1 te Tuil Woning Verharding (20% van de kavel) Loods
124 m2 300 m2 300 m2 Totaal nieuwe situatie
7.528,1 m2
Verschil
20.372,9 m2 afname
Het plan resulteert in een aanzienlijke afname aan verharding. Op basis hiervan zijn watercompenserende maatregelen niet noodzakelijk. Desondanks zal in het kader van een goede landschappelijke inrichting extra oppervlaktewater worden gegraven. Voor het graven van de watergangen dient een watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Rivierenland. Hemelwater- en vuilwaterafvoer Het beleid van het Waterschap Rivierenland is erop gericht om hemelwater van dak- en wegoppervlakken af te koppelen van de riolering en af te voeren naar het oppervlaktewater. Hierbij mogen geen uitlogende bouwmaterialen worden gebruikt. Met de inwerkingtreding van het Besluit lozen buiten inrichtingen per 1 juli 2011, worden door het waterschap geen voorschriften meer gesteld voor het zuiveren van afvloeiend hemelwater. Conform artikel 3.3 en 3.4 van dit besluit is het lozen van hemelwater op het oppervlaktewater toegestaan. Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
55
In de deelgebieden wordt ervan uitgegaan dat het hemelwater zal worden geloosd op het omliggende oppervlaktewater. In de directe omgeving van alle deelgebieden is voldoende oppervlaktewater aanwezig om het hemelwater naar af te kunnen voeren. Vuil water wordt afgevoerd via het bestaande gescheiden rioleringsstelsel (DWA). De nieuwe woningen worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. Het rioleringsstelsel valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente West Betuwe. In het plangebied is geen rioolwaterpersleiding gelegen van het Waterschap Rivierenland. Wegbeheer De gemeente is beheerder van de wegen in de Tielerwaard. Alle vier de deelgebieden worden thans ontsloten middels een enkele oprit op de openbare weg. In de nieuwe situatie zal dit, behoudens op de locatie Buitenweg 48 te Haaften, behouden blijven. Op de locatie Buitenweg 48 wordt een ontsluiting toegevoegd op de Buitenweg ten behoeve van een vrijstaande woning. Voor het toevoegen van een inrit dient een watervergunning aangevraagd te worden bij het Waterschap Rivierenland. Karnheuvelsestraat 16, Est Peilgebied Voor de locatie in Est is de digitale watertoets doorlopen (dossiercode 201803219-17395). De uitkomsten van de digitale watertoets zijn verder in dit hoofdstuk uitgewerkt. Het plangebied is gelegen binnen de peilgebieden TLW056 en TLW096.
Het peilgebied TLW056 heeft een zomerpeil van 2,6 m NAP en een winterpeil van 2,4 m NAP. Het peilgebied TLW086 heeft een zomerpeil van 2,2 m NAP en een winterpeil van 1,8 m NAP. Ten aanzien van de drooglegging geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,7 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,0 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen.
Deelgebied 1
Afbeelding 43: Uitsnede peilgebiedenkaart Tielerwaard
Watergangen In de directe omgeving van deelgebied 1 zijn twee watergangen gelegen. Langs het westen van het deelgebied loopt de A-watergang 004380 en ten oosten de Bwatergang 124352. Op deze locatie vinden geen sloopwerkzaamheden meer plaats, gezien de kas thans al gesaneerd is. De initiatiefnemer is voornemens het plangebied op een passende en verantwoorde wijze landschappelijke in te richten. Hierbij is sprake van het graven van nieuwe watergangen. Ten oosten van het deelgebied en ten noorden van de woningbouw worden nieuwe watergangen gegraven. De watergangen worden aangesloten op de omliggende watergangen zodat doodlopend water wordt Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
56
voorkomen. De nieuwe watergangen doorsnijden geen peilgebieden. Voor het graven van de watergangen dient een watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Rivierenland.
B-watergang 124352
A-watergang 004380
Afbeelding 44: Uitsnede legger Wateren
Te realiseren watergangen
Afbeelding 45: Schets met de nieuw te realiseren watergangen
Waterkering Deelgebied 1 is niet gelegen in de kern- en/of beschermingszone van een regionale of primaire waterkering. Daarnaast is door Adcim een waterparagraaf opgesteld voor de locatie Karnheuvelsestraat 16 te Est. De conclusie van dit onderzoek luidt: ‘Plangebied Het plangebied bevindt zich binnen de beheergrenzen van waterschap Rivierenland en de gemeentegrenzen van gemeente West Betuwe. Aan de oostzijde is het plangebied begrensd door de weg ‘Het Nieuwe Achterom’ Aan de noord- en westzijde van het plangebied wordt het gebied begrensd door oppervlaktewater. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrenst door de Karnheuvelsestraat. Oppervlakteanalyse
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
57
Op basis van de ontwerptekeningen en de tekeningen van de bestaande situatie is een oppervlakkenbalans opgesteld. De afname van verharding bedraagt ca. 9.285 m2 en de toename van oppervlaktewater bedraagt 1.349 m2. Bij een compensatienorm van 436 m3/ha en 0,30 m maximale peilstijging, is er geen compensatie nodig, maar is er een overschot van 4.059 m2 aan oppervlaktewater in het plan. Tabel 5: Overzicht toe- en afname verhard oppervlak locatie Est Onderdeel Oppervlak Oppervlak bestaand nieuw (m2) (m2) Bebouwing 14.883 1.370 Tuin verhard 0 1.928,1 (30%) Verharding 234 2.534 Totaal verharding
Water
15.117
3.373
5.832,1
6.083
Saldo verharding (m2) Compensatienorm (m3/ha) Toegestane peilsteiging (m) Benodigde compensatie (m2) Balans graven/dempen plangebied (m2) Waterbalans (positief getal is overschot) (m2)
Onverhard Tuin onverhard (70%)
18.732 0
20.808 4.498,9
Totaal
37.222
37.222
Saldo onverhard (m2)
-9.284,9 436 0,3 -1.349,41 2710
4.059,405
2.076
Watersysteem Binnen het plangebied liggen diverse watergangen met de A- en B-status. De huidige A watergangen blijven gehandhaafd. Dwars door het plangebied loopt een peilscheiding. Binnen het nieuwe plan dient hier rekening mee gehouden te worden.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
58
Afbeelding 46: Watersysteem in en rond het plangebied
Waterkering In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen waterkeringen waar rekening mee gehouden dient te worden. Hemel- en afvalwater Het hemelwater wordt waar mogelijk rechtstreeks afgevoerd op het omliggende oppervlaktewater. Voor de rijbaan wordt een verzamelriool aangebracht, welke afvoert op het oppervlaktewater. Om de nieuwe woningen aan te sluiten op het gemengde systeem van de gemeente wordt gebruik gemaakt van een minigemaal. De DWA productie vanuit het plangebied is 0,27 m3/uur.
Afbeelding 47: Schematische werking HWA afvoer in nieuwe situatie
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
59
Afbeelding 48: Schematische werking DWA afvoer in nieuwe situatie
Kwel Zowel in de bestaande als in de nieuwe situatie worden geen problemen met kwel verwacht. Grondwater Het grondwater bevindt zich in de bestaande situatie ca. 0,40-0,80 m onder maaiveld. Voor een ontwikkeling waarbij woningen gerealiseerd worden is dit onvoldoende. Omdat het plangebied omringd is met water, is het oppervlaktewaterpeil maatgevend voor de grondwaterstand. Op basis van het zomerpeil (2,60 m + NAP) dienen de volgende minimale peilen binnen het plangebied gehanteerd te worden: - as weg 3,60 m – NAP > droogligging 1,00 m - bouwpeil 3,80 m – NAP > droogligging 1,20 m’
Afbeelding 49: Grondwatertrappen rondom plangebied
Conclusie Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse indien aan bovenstaande wordt voldaan.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
60
Buitenweg 48, Haaften Peilgebied Voor het deelgebied is Haaften is de digitale watertoets doorlopen (dossiercode 20180321-9-17397). De uitkomsten van de digitale watertoets zijn verder in dit hoofdstuk uitgewerkt. Het plangebied is gelegen binnen het peilgebied TLW082. Het peilgebied TLW082 heeft een zomerpeil van 1,1 m NAP en een winterpeil van 0,9 m NAP. Ten aanzien van de drooglegging geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,7 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,0 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen.
Deelgebied 2
Afbeelding 50: Uitsnede peilgebiedenkaart Tielerwaard
Watergangen In de directe omgeving van deelgebied 2 zijn meerdere watergangen gelegen. Langs het noordoosten van het deelgebied loopt de A-watergang 004637 en ten westen de B-watergang 028092. De sloopwerkzaamheden zullen plaatsvinden binnen de beschermingszone van de A-watergang. Voor de sloopwerkzaamheden dient hierdoor een watervergunning aangevraagd te worden bij het Waterschap Rivierenland.
B-watergang 028092
A-watergang 004637
Afbeelding 51: Uitsnede legger Wateren
Waterkering Het plangebied is gelegen binnen de beschermings- en buitenbeschermingszone van een primaire waterkering. De Waalbandijk en de zogeheten beschermingszones aan weerszijden van de dijk zijn door de verordening Keur beschermd. In principe geldt dat er geen bebouwing op de waterkering aanwezig mag zijn. Binnen Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
61
de beschermingszone van de waterkering geldt een bouwprincipe van ‘ja, mits er geen nadelige gevolgen zijn voor de waterkering’. Binnen de buitenbeschermingszone geldt dat de volgende zaken niet zijn toegestaan zonder vergunning: afgravingen en seismische onderzoeken, werken met een overdruk van 10 bar en explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen. Onder de noemer afgravingen worden diepe ontgravingen verstaan en daaronder valt ook ondergronds bouwen. Uitgangspunt hierbij is dat de ontgrondingen geen nadelige invloed mogen hebben op de functie van de waterkering, alsmede de waterhuishouding.
Afbeelding 52: Uitsnede legger Waterkeringen
In het plan is geen sprake van bouw- en sloopwerkzaamheden welke nadelige gevolgen kunnen hebben voor de primaire waterkering. De sloop- en bouwwerkzaamheden vinden plaats binnen de binnen- en buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. Het plan voorziet niet in afgravingen en seismische onderzoeken, werken met een overdruk van 10 bar en explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen. Het aanvragen van een watervergunning bij het waterschap Rivierenland is noodzakelijk voor de sloopwerkzaamheden in de beschermingszone van de primaire waterkering. Op basis van het Barro (2012) wordt de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ en de gebiedsaanduidingen ‘vrijwaringszone – dijk – 1 en 2’ opgenomen. Deze worden overgenomen uit het meest recente legger van het Waterschap. Gerestraat 3, Heesselt Peilgebied Voor het deelgebied is Heesselt is de digitale watertoets doorlopen (dossiercode 20180321-9-17398). De uitkomsten van de digitale watertoets zijn verder in dit hoofdstuk uitgewerkt. Het plangebied is gelegen binnen het peilgebied TLW017. Het peilgebied TLW017 heeft een zomerpeil van 3,1 m NAP en een winterpeil van 2,8 m NAP. Ten aanzien van de drooglegging geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,7 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,0 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter.
Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
62
Deelgebied 3
Afbeelding 53: Uitsnede peilgebiedenkaart Tielerwaard
Watergangen In de directe omgeving van deelgebied 3 zijn meerdere watergangen gelegen. Langs het noordwesten van het deelgebied loopt de A-watergang 005548 en ten oosten de C-watergang 080072. De sloopwerkzaamheden zullen plaatsvinden buiten een beschermingszone van een watergang. Voor het slopen van de agrarische bebouwing hoeft geen watervergunning aangevraagd te worden bij het Waterschap Rivierenland.
A-watergang 005548
C-watergang 080072
Afbeelding 54: Uitsnede legger Wateren
Waterkering Het deelgebied is niet gelegen in de kern- en/of beschermingszone van een regionale of primaire waterkering. Bouwing 1, Tuil Peilgebied Voor de locatie in Tuil is de digitale watertoets doorlopen (dossiercode 201803219-17400). De uitkomsten van de digitale watertoets zijn verder in dit hoofdstuk uitgewerkt. Het plangebied is gelegen binnen het peilgebied TLW017. Het peilgebied TLW085 heeft een zomerpeil van 1,2 m NAP en een winterpeil van 1,1 m NAP. Ten aanzien van de drooglegging geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,7 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,0 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen.
Bestemmingsplan ‘Herontwikkelingsplan Est-Tuil-Haaften-Heesselt’
63
Deelgebied 4 Afbeelding 55: Uitsnede peilgebiedenkaart Tielerwaard
Watergangen In de directe omgeving van deelgebied 4 zijn meerdere watergangen gelegen. Langs de oostzijde van het deelgebied lopen de C-watergangen 079066, 079069 en 079070 en ten zuidwesten de C-watergang 079095. Voor C-watergangen zijn geen beschermingszone vastgesteld, waardoor de bouw- en sloopwerkzaamheden ook niet binnen een dergelijke zone vallen. Het aanvragen van een watervergunning voor de sloop- en bouwwerkzaamheden zijn hiermee niet noodzakelijk. C-watergang 079066