CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-045 Bijlage 2 Nota van Antwoord Dijkversterking Tiel-Waardenburg.pdf

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 19: Instemmen nota van zienswijze en gewijzigd vaststellen bestemmingsplan “Dijkversterking Tiel-Waardenburg”55.708 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

tekst en kaarten ppww + bp Tiel

23

4

Zennewijne DV 8, n TG039

Aanvullend kunnen wij aangeven dat de constructies stalen damwanden, palenwanden of combiwanden kunnen betreffen. ja De omgevingsvergunning die is ingediend, is niet voorzien van gedetailleerde bouwtekeningen. Daar is inziens de indieners niet aan voldaan. Hierdoor is het niet mogelijk Deze kunnen drukkend of trillend worden aangebracht. Dat hangt af van de specifieke situatie. Dit wordt door de aannemer in detail uitgewerkt per situatie en is vooral afhankelijk van de ondergrond en de situatie met betrekking tot nabij liggende de impact van de constructies in te schatten. Tevens wordt gevraagd de omgevingsvergunning niet toe te kennen zolang het bestemmingsplan niet onherroepelijk is. woningen. Voor de constructie is de begrenzing als zone aangeduid en daarmee in de lengte en de locatie begrensd. Dit is Het bestemmingsplan is immers niet in lijn met de zienswijze op de beheerstrook. Het college gedaan om de aannemer ruimte te geven om, mede in belang van aanwonenden, ervoor te zorgen dat de uitvoering geen van Dijkgraaf en Heemraden heeft in de vergadering van 15-12-2020 besloten: 'ter plaatse schade zal veroorzaken. Daarbuiten is het plaatsen van een constructie niet toegestaan. De constructie wordt zodanig in de van de Hermoesestraat op het te versterken dijktraject Tiel-Waardenburg uit te gaan van een grond geplaatst dat deze niet zichtbaar is.

Het ontwerp vindt plaats van grof naar fijn. In het uitvoeringsontwerp dijkvak zonder beheerstrook'. wordt daarom op basis van meer gedetailleerde berekeningen bepaald wat voor de constructie precies nodig is en wat de exacte locatie van de constructie wordt. Daarover zal ook overleg gepleegd worden met omwonenden en dus ook met de indiener van de zienswijze. Als er een definitieve keuze is gemaakt dan wordt dat voorgelegd ter goedkeuring aan de gemeente zoals in de voorschriften van de vergunning is opgenomen. Pas na een akkoord kan de uitvoering starten. Voorafgaande aan de werkzaamheden worden vooropnames uitgevoerd bij panden dicht bij de dijk en waar aanleiding is voor monitoring. Dit wordt gedaan volgens bestaande richtlijnen. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden worden panden gemonitord met o.a. meetbouten en trillingsmetingen. Hierdoor kan er snel worden geanticipeerd om te voorkomen dat er werkelijk schade ontstaat. De keuze van de aanleg methode wordt afgestemd op de lokale situatie, wanneer uit het monitoringsplan blijkt dat panden kwetsbaar zijn voor trillingen zullen andere inbreng methoden worden gebruikt. Met dit samenstel van maatregelen wordt in overeenstemming gehandeld met hoofdstuk 8 van het Bouwbesluit 2012, waarin voorschriften zijn opgenomen over de uitvoering van bouwwerkzaamheden.

Het bouwplan voor de constructies is in overeenstemming met zowel het geldende bestemmingsplan “Buitengebied” alsmede het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied – Dijkversterking Tiel-Waardenburg”. Gelet hierop is er geen verplichting om de aanvraag om de omgevingsvergunning aan te houden totdat het bestemmingsplan “Buitengebied – Dijkversterking TielWaardenburg” van de gemeente Tiel onherroepelijk van kracht is. De omgevingsvergunning, het bestemmingsplan en het projectplan doorlopen gelijktijdig de procedure, nu de voorbereiding van deze besluiten wordt gecoördineerd door gedeputeerde staten van de provincie. Conform de beslissing van het CDH van 15 december 2020 is het ontwerpprojectplan aangepast, in die zin dat daarin nu niet langer wordt uitgegaan van een beheerstrook. Ook het ontwerpbestemmingsplan is hierop aangepast.

tekst en kaarten ppww + bp Tiel

24

1

Heesselt

DV 26, TG135

Door de binnenwaartse versterking zal de duiker onder de oprit iets langer moeten worden om de verbinding met de Indieners willen bevestigd zien dat de verlenging van de duiker ter plaatse van de de toerit geen nadelig effect heeft op perceel en woning van indieners. Afstromend water van de dijk verschoven watergang te kunnen maken. De opbouw onder de oprit zal bestaan uit een doorlatend zandig materiaal waardoor regenwater vanaf de oprit zal infiltreren in de bodem en dan via een drain worden afgevoerd naar de watergang. (en de toerit) moet op een goede wijze de weg naar de A-watergang vinden. In het overleg d.d. 2-9-2020 is er gesproken in verband met de waterhuishouding rondom de woning en met Op het perceel is al een drainage tussen de woning en dijk aanwezig. Deze zal worden aangepast. name voor de gesteldheid van de aanwezig kelderruimte onder het huis. Daar is de waterdoorlatendheid sinds de vorige dijkverzwaring (dempen A-watergang) sterk toegenomen.

nee

24

2

Heesselt

DV 26, TG135

Uit de visualisatie en bijbehorende legenda van de Basiskaart Vergunningenontwerp constateren indieners dat de aanleg van de glasvezel kabel ontbreekt. Indieners gaan er vanuit dat de aanleg van de glasvezel kabel wordt meegenomen in het totale kabels- en leidingenplan.

De nadere uitwerking en aanlegmethode wordt door de aannemer bepaald. Hierover zal overleg met u plaatsvinden.

nee

24

3

Heesselt

DV 26, TG135

Uit de visualisatie van de Basiskaart Vergunningenontwerp blijkt dat de werkstrook over aangelegde drainagebuizen van indieners loopt. Deze zullen dan ook in de aanlegfase plat gereden worden. Indieners gaan er dan ook vanuit dat dit in de aanleg fase hersteld wordt.

Aannemer zal met indiener in gesprek gaan over de werkzaamheden voor de dijkversterking op diens perceel en zaken als bereikbaarheid afstemmen. Zorgen over schade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan kan indiener bespreken met aannemer.

nee

24

4

Heesselt

DV 26, TG135

Op pagina 81 (paragraaf 6.3.3, dijkvak 26, landschappelijke inpassing van het Ontwerprapport In principe wordt er teruggebracht wat er wordt weggehaald. De huidige bestrating is in klinkers. Indien asfalt is gewenst Heesselt Uiterwaarden) wordt gesteld dat de erf- en perceelstoegang naar de Kromakker en kan dat worden besproken met de taxateur of de aannemer met eventueel aanvullende kosten. Waalbandijk 94 en 98 worden aangepast en dat het asfalt wordt vervangen door betonstraatsteen. Dit komt niet overeen met de afspraak die indiener heeft met het waterschap (gespreksverslag 2-9-2020), waarin is toegezegd dat de toerit wordt uitgevoerd in asfalt.

nee

24

5

Heesselt

DV 26, TG135

Het waterschap zal zorgen voor een fundering van de toerit die geschikt is voor het onderhoudsmaterieel van het Uit de overzichtstekening blijkt dat toerit van indieners gebruikt gaat worden door waterschap. Indien toch schade aan de toerit zou ontstaan door materieel van het waterschap, kan indiener die schade bij onderhoudsmaterieel van WSRL voor het onderhoud aan het dijklichaam en voor het het waterschap melden. onderhoud van de A-watergang. Uit de stukken blijkt niet dat hier een speciale voorziening voor gemaakt gaat worden. Dit is echter wel besproken zie bijlage: gespreksverslag 2-9-2020. Indieners zien dit graag opgenomen in het ontwerp.

nee

24

6

Heesselt

DV 26, TG135

Uit het profiel TG133 op pagina 49 (Landschapsplan Deeluitwerking 8) is werkstrook Het waterschap dankt u voor de opmerkzaamheid. Het betreft hier een beheerstrook, die niet kan functioneren als er gesitueerd langs het perceel van indieners. In het Landschapsplan op pagina 50 wordt deze midden in de beheerstrook een transformatorstation staat. Vanwege de beperkte lengte van de beheerstrook op deze strook echter ook onderbroken op de plek waar nu het transformatorstation middenspanning locatie, tussen twee op-/afritten en de ligging van het transformatorstation daar midden in, zal de beheerstrook op die staat. Indieners gaan er vanuit dat de ligging van de werkstrook niet verandert. Indieners locatie moeten komen te vervallen. Dit wordt op de tekeningen aangepast. verwachten dan ook geen verder nadelig effect op onze tuin.

ja

24

7

Heesselt

DV 26, TG135

In het landschapsplan op pagina 50 is de huidige opstand van notenbomen niet opgenomen. Bomen die gekapt moeten worden ten behoeve van de dijkversterking, staan inderdaad niet op pagina 50 in het Dit komt niet overeen met de eerdere afspraak (zie gespreksverslag 2-9-2020) Landschapsplan Heesselt opgenomen. Een eventuele wens ten aanzien van het herplanten van bomen kunt u met de taxateur bespreken. De openstaande wensen worden niet opgenomen in het PPWW. De wensen worden gedeeld met de aannemer. In het geval met indiener gesprekken plaatsvinden in het kader van grondverwerving, kan de wens in die gesprekken worden meegenomen.

nee

24

8

Heesselt

DV 26, TG135

In het landschapsplan op pagina 50 is de huidige bank op de dijk, naast de toerit, niet opgenomen. Dit komt niet overeen met de eerdere afspraak (zie gespreksverslag 2-9-2020)

In de totale inventarisatie van recreatief meubilair op de dijk is deze bank opgenomen. Bankjes langs de dijk komen terug, in nee het Landschapsplan Heesselt staat de bank inderdaad niet op de figuur op pagina 50, maar wel genoemd in de tekst op pagina 51. Bankjes staan niet opgenomen in de tekeningen in bijlage 2 van het PPWW, maar worden opgenomen in het uitvoeringsontwerp dat de aannemer zal opstellen. T.a.v. de terugbrengen van bijvoorbeeld banken geldt de lijn dat deze in een vergelijkbare kwaliteit worden teruggeplaatst.

24

9

Heesselt

DV 26, TG135

Het waterschap schrijft voor aan de aannemer om de percelen tijdens de uitvoering bereikbaar te houden. De wijze waarop nee dat gebeurt, bespreekt de aannemer met indiener.

24

10

Heesselt

DV 26, TG135

Tijdens de vorige dijkverzwaring was het zeer moeilijk op bij de woning te raken omdat het midden in een werkvak ligt. Indieners willen graag aandacht voor de bereikbaarheid middels een auto en voor hulpdiensten. Tijdens de aanlegfase zal de in plaats van asfaltverharding gereden moeten worden over zand of halfverharding. Dit leidt tot extra slijtage aan de auto (en lak i.c.m. modder en steenslag). Indiener wil weten welke compensatie hier tegenover staat.

24

11

Heesselt

DV 26, TG135

24

12

Heesselt

25

1

Ophemert

DV 26, TG135 DV 9, TG052

Indiener mist in het ontwerp de voorzieningen die teruggeplaatst zullen worden. Indiener verzoekt om de bushalte boven aan de dijk ter hoogte van Waalbandijk 94 te Heesselt op te nemen. Indiener verzoekt om op gevaarlijke locaties openbare verlichting terug te laten komen, met name in scherpe bochten en nabij kruisende wegen/afritten. Via buurman is vernomen dat er gereageerd kan worden op de plannen. Indieners hebben hier nooit bericht over gehad. Indieners geven aan dat zij sowieso nooit iets van het waterschap horen, gedurende de gevolgen van de dijkverzwaring voor de woning van indieners. Er ligt een rapport van 4000 pagina's met onbegrijpelijke taal voor de meeste mensen.

De lijn binnen de dijkversterking is dat alle voorzieningen zoveel mogelijk worden teruggebracht. Dat geldt ook voor nee bushaltes wanneer dat de busmaatschappij geen andere wensen heeft. De bushalte zal in dit geval worden teruggeplaatst. De aannemer zal deze opnemen in het uitvoeringsontwerp. Het wel of niet aanbrengen van verlichting is aan de gemeenten, zij zijn daarvoor verantwoordelijk. Buiten de bebouwde nee kom zal er geen verlichting aangebracht worden, alleen bij gevaarlijke locaties en kruisingen. Het waterschap heeft in verschillende dijkgesprekken het dijkontwerp toegelicht. In september 2020 is er een brief per nee email verstuurd met daarin de laatste stand van zaken met uitleg over het vergunningenontwerp. Ten aanzien van voorzien van informatie wordt de nieuwsbrief van Project Tiel-Waardenburg toegezonden. Een mogelijkheid tot gesprek is altijd aanwezig. De informatie wordt digitaal verzonden naar hetzelfde emailadres als waar indiener de zienswijze mee heeft ingediend.

25

2

Ophemert

DV 9, TG052

Indieners willen weten hoe de afrit naar de woning op Waalbandijk 55 (woning van indieners) De aansluiting van de op-/afrit op de dijk is zo ontworpen dat er ook van en naar Varik gereden kan worden. In feite is de komt te lopen. In het bijzonder de kromming richting Varik. Indiener wil tevens weten of de huidige situatie van de ontsluiting in de plannen overgenomen en zal de afrit in de huidige materialisatie worden afrit wordt uitgevoerd in klinkers zoals nu het geval is en indieners graag voortgezet willen teruggebracht. zien of asfalt zoals genoemd in de plannen.

nee

25

3

Ophemert

DV 9, TG052

nee

25

4

Ophemert

DV 9, TG052

Indiener wil weten waarom geen gehoor wordt gegeven aan het verzoek voor een eigen afrit Vanuit waterschapsbeleid ten aanzien van beheer en onderhoud zijn zo min mogelijk op- en afritten gewenst. Naar het perceel is reeds een bestaande afrit. Er zal geen nieuwe afrit worden toegevoegd. Ook gemeente West Betuwe staat geen nieuwe op-/afrit toe als er al een aanwezig is. Indiener wil weten waar de helling van de talud voor de woning van indiener komt te lopen Het PPWW heeft niet het detailniveau dat nodig is om uw vraag nu te beantwoorden. In algemene zin kunnen op de en wat dit betekent voor het huidige en ruime parkeerterrein. Indiener wil weten waar zij steunberm parkeerplekken worden gerealiseerd, buiten de beheerstrook. Wij zullen gedurende de komende fase van straks hun auto's moeten parkeren. detaillering door de aannemer, in overleg met u, komen tot een voorstel.

25

5

Ophemert

25

6

Ophemert

25

7

Ophemert

DV 9, TG052 DV 9, TG052 DV 9, TG052

Indiener vraagt waar het talud eindigt op 0 meter op het maaiveld voor de woning van de indiener. Indiener vraagt zich af waarom het onderhoud van de op- en afritten van particuliere woningen bij de eigenaren ligt en waarom dit zo is? Indiener zou het op prijs stellen als iemand van het waterschap langs komt en bij voorkeur met piketpaaltjes te laten zien hoe de toekomstige dijk komt te lopen. Dit lijkt indiener niet teveel gevraagd indachtig de talloze malen dat er op het perceel van indiener om welke reden dan ook boringen werden uitgevoerd.

Het in zijn geheel voorkomen van hinder en overlast tijdens de uitvoering is helaas niet mogelijk, de aannemer zal proberen nee dit zoveel mogelijk te beperken. De door u genoemde zorg is het waterschap bekend en nemen wij mee in de voorbereidende gesprekken met de aannemers. Het waterschap daagt de aannemer uit om in zijn aanbieding met een zo goed mogelijk plan te komen waarbij de lokale hinder en overlast zoveel mogelijk wordt beperkt. De aannemer zal voorafgaand aan de uitvoering de bereikbaarheid tijdens de uitvoering evenals de duur van de werkzaamheden met u bespreken. Mocht er schade optreden n.a.v. de dijkversterking dan kunt u gebruik maken van de schaderegelingen van waterschap Rivierenland.

nee

Zie de rode stippellijn op de figuur in bijlage 2 bij deze Nota van Antwoord. De rode stippellijn geeft weer waar de steunberm nee het huidige maaiveld zal raken. Opritten die ten dienste zijn van particulier gebruik en niet-openbaar zijn voor eigen (particulier) beheer en onderhoud. nee Openbare wegen en opritten/onderwegen zijn openbaar terrein en daarom in beheer en onderhoud bij de gemeenten. De toekomstige dijk wordt niet met paaltjes uitgezet. Bijgevoegde tekening in bijlage 2 van deze Nota van Antwoord (n.a.v. nee zienswijze 25-5) geeft een beeld van de toekomstige situatie. Wanneer indiener toch een nadere verduidelijking wenst, kan daarvoor contact worden opgenomen met het waterschap.

kaarten ppww

26

1

Zennewijne DV 8, n TG040

Ter hoogte van Waalbandijk nr. 8 is een manege/paardenhouderij gevestigd met onder andere een trainingsfaciliteit pal aan ja Indieners geven aan dat de in het OPPW opgenomen binnendijkse beheerstrook aan de Hermoesestraat 8 te Zennewijnen, tussen de stoep Hermoesestraat en de stoep Bredestraat de dijk. Vanwege de impact van het eerdere ontwerp op onder meer de met de paardenhouderij verbonden activiteiten en niet aangelegd dient te worden om bedrijfsmatige redenen (paardenhouderij en pensionstal) het ontbreken van voldoende ruimte voor een goede alternatieve inpassing, heeft is besloten dat het ontwerpprojectplan en i.v.m. vermindering van de cultureel/historische en recreatieve waarde van het ensemble aldus zodanig wordt aangepast dat hier zal worden afgezien van een beheerstrook en daarmee de trainingsfaciliteiten in zijn Zennewijnen. Daarnaast zijn indieners van mening dat een onderhoudsstrook direct aan het huidige vorm en locatie behouden kunnen blijven. Aan weerszijden van deze locatie zou dan slechts nog een beperkte lengte erf de privacy aantast en zij zien mogelijkheden voor bestaande en toekomstige innovatieve aan beheerstrook resteren. Dat zou niet alleen de wijze van beheer weinig efficiënt maken, maar is ook vanuit ruimtelijk methoden voor onderhoud van moeilijke hellingen. Indieners stellen dat de aanleg van de oogpunt (ontbreken van eenheid) minder gewenst.

Op grond hiervan en in aansluiting op deze zienswijze is in het beheerstrook in strijd is met het vastgestelde beleid van het waterschap om bedrijfsmatige projectplan nu alsnog ervoor gekozen om op dit traject langs de Hermoesestraat af te zien van een beheerstrook en het activiteiten te ontzien in de afweging bij het wel of niet aanleggen van beheerstroken. ontwerp hierop aan te passen. Voor de veiligheid van de dijk is nog wel een strook van 1 meter vanaf de teen van de dijk Indieners stellen daarom concluderend dat nut en noodzaak van de beheerstrook niet nodig ten behoeve van de klei-inpassing voor de dijkveiligheid en tevens ten behoeve van inspectie. opwegen tegen de nadelen voor indieners en de ensemble Zennewijnen. Zij verzoeken dan ook de paardenfaciliteiten te ontzien door de aanleg van een beheerstrook aan de Hermoesestraat in het PPWW te laten vervallen en het defintieve plan aan te passen conform het besluit van het DB Waterschap d.d. 15 december 2020.

27

1

Zennewijne DV 5-6, n TG028035

Indiener geeft aan beter op de hoogte gesteld te worden van de ruimtebesparende De gemaakte opmerking is bij het waterschap bekend en het is aan de aannemer om hier in de planning van de oplossingen ter hoogte van de steenfabriek in Zennewijnen. Indiener geeft aan dat zij vanuit werkzaamheden rekening mee te houden. hun omgevingswet diverse inrichtingsverplichtingen hebben naar de omgeving toe en dat zij te maken hebben met de loop van hun nutsvoorzieningen. Indiener geeft aan dat de nutsvoorzieningen tijdens de realisatie van het project absoluut niet onderbroken mogen worden.

27

2

Zennewijne DV 5-6, n TG028035

Indiener geeft aan dat in par. 5.4 van het hoofdplan wordt genoemd dat de kade van de steenfabriek ingezet kan worden als laad- losvoorziening en omdat deze kade in een vergunning van indiener is opgenomen, deze niet zonder meer in gebruik genomen kan worden voor overige projecten. Indiener verzoekt hierover contact op te nemen.

Over de mogelijkheid de loswal van de steenfabriek voor de dijkversterking te gebruiken, heeft het waterschap eerder al nee contact met de steenfabriek gehad. Dat er beperkingen zijn aan het gebruik van de loswal, vanuit de vergunning die hier voor geldt, is al aan het waterschap kenbaar gemaakt. Over eventueel gebruik maken van de loswal van de steenfabriek zal de aannemer t.z.t. contact met indiener kunnen opnemen om nadere afspraken te maken.

27

3

Zennewijne DV 5-6, n TG028035

Indiener geeft aan dat het bedrijf een 24 uurs bedrijf betreft dat altijd bereikbaar moet blijven. Indiener heeft in par. 10.4 gelezen dat hier mee rekening wordt gehouden bij een verkeersplan en verzoekt hierbij om hier vroegtijdig bij betrokken te worden.

De aannemer moet de bereikbaarheid van de percelen tijdens de uitvoering garanderen (eis) en moet daarover in overleg nee treden met de perceeleigenaren. Naast bereikbaarheid moet de aannemer ook komen met een voorstel gericht op de leefbaarheid en veiligheid tijdens de dijkversterking. Ook hier moet hij aan eisen voldoen. De aannemer is verantwoordelijk voor de bouwcommunicatie wat inhoudt dat hij tijdig en accuraat de belanghebbenden informeert over de planning en duur van de werkzaamheden.

27

4

27

5

27

6

27

7

Zennewijne DV 5-6, n TG028035 Zennewijne DV 5-6, n TG028035 Zennewijne DV 5-6, n TG028035 Zennewijne DV 5-6, n TG028035

Indiener geeft aan dat in het landschapsplan wordt genoemd dat er overleg heeft plaatsgevonden over het verlengen van de toerit van de fabriek naar de hogere dijk en geeft aan dat dit nog niet heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft indiener enkele opmerkingen t.a.v. het ontwerpbestemmingsplan voor Tiel: Indiener geeft aan dat in het nieuwe plan de industriële bestemming op zijn gehele terrein/kadastrale perceel niet is overgenomen. Indiener heeft een kaart meegestuurd en daarbij aangegeven dat de bestemming natuur op Indieners terrein zoals nu weergegeven in het ontwerpbestemmingsplan voor Tiel dient te vervallen. Indiener geeft aan dat de begrenzing van de bestemming “Vrijwaringszone dijk 2” licht is gewijzigd op Indieners gronden, maar dat het onduidelijk is wat die bestemming precies inhoudt. Indiener geeft aan dat in het vigerende bestemmingsplan er ook een vrijwaringszone dijk bestaat, welke zo ongeveer over zijn gehele terrein loopt. Indiener geeft aan dat in het nieuwe ontwerpbestemmingsplan deze zone “vrijwaringszone – dijk 2” wordt genoemd, maar dat in het ontwerpbestemmingsplan er aan deze vrijwaringszone geen verboden of ontheffingen zijn gekoppeld. Indiener wil hierbij melden dat zij minimaal dezelfde rechten willen behouden als in de vigerende situatie.

Het dijkontwerp is afgelopen jaren enkele malen besproken met medewerkers van de steenfabriek. De verlenging van de nee toerit naar de fabriek, door de dijkverhoging, is daar ook in besproken. Het waterschap staat er uiteraard wel voor open het ontwerp aan indiener en de andere contactpersoon bij de steenfabriek (digitaal) toe te lichten. De huidige bestemming 'Bedrijf - Steenfabriek' blijft behouden. Alleen gronden die wijzigen door de dijkversterking zijn nee meegenomen in het bestemmingsplan, voor overige gronden blijft het vigerend bestemmingsplan geldig. De bestemming van de steenfabriek wijzigt niet, vandaar dat de bestemming niet is meegenomen op de verbeelding. Voor de verbeelding van het bestemmingsplan is voor het gehele traject het ontwerp gevolg, met op het buitentalud van de ja dijk de bestemming 'Natuur'. Ter plaatse van de inrit van het perceel van indieners kan de natuurbestemming komen te vervallen. Dit is gewijzigd. De vrijwaringszones komen overeen met de beschermingszone in de legger. Deze wijzigen als gevolg van de dijkversterking. nee De vrijwaringszone - 2 die op het perceel van indiener ligt, kent geen belemmeringen in het bestemmingsplan, maar is opgenomen als attenderingsfunctie. In het bestemmingsplan zijn hier geen regels over opgenomen. Uit de legger volgt dat voor deze zone voor afgravingen een vergunning nodig is.

27

8

Zennewijne DV 5-6, n TG028035

Indiener geeft aan in de plannen te lezen dat er specifiek contact zal worden gezocht indien er leidingtracé's of kabels verlegd moeten worden en geeft aan daarover nog geen contact gehad te hebben. Daarnaast geeft indiener enkele specificaties mee t.a.v. enkele van haar kabels/leidingen, waaronder een verzoek haar gasleiding te voorzien van een beschermingslaag. Deze gasleiding komt nu soms met laag water bloot te liggen geeft indiener aan.

Contacten met bewoners of bedrijven over het verleggen van de kabels en leidingen volgen pas, nadat de aannemer is nee geselecteerd. Onderdeel van de aannemer is het coördineren van de verleggingen van leidingen van Liander en de wat kleinere kabels en leidingen (categorie 3). Eventuele aanpassingen van de bestaande leidingen die niet worden verlegd, dienen bij het betreffende nutsbedrijf worden aangemeld. Het waterschap adviseert indiener dan ook contact op te nemen met Liander.

tekst en kaarten ppww + bp Tiel

nee

bp Tiel

28

1

Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Indieners geven aan dat nut en noodzaak van de beheerstrook in de huidige specifieke Ter hoogte van Waalbandijk nr. 8 is een manege/paardenhouderij gevestigd met onder andere een trainingsfaciliteit pal aan ja omstandigheden op dit dijkvak tussen de (beperkte omvang, een bedrijfslocatie, de dijk. Vanwege de impact van het eerdere ontwerp op onder meer de met de paardenhouderij verbonden activiteiten en gemeentelijke en rijksmonumenten) niet opwegen tegen de nadelen voor aanwonenden. Het het ontbreken van voldoende ruimte voor een goede alternatieve inpassing, heeft is besloten dat het ontwerpprojectplan aanleggen van de beheerstrook gaat, ter plekke van de paardenhouderij, tegen het beleid in aldus zodanig wordt aangepast dat hier zal worden afgezien van een beheerstrook en daarmee de trainingsfaciliteiten in zijn van het Waterschap om bedrijven te ontzien. Bij rijksmonumenten dient eveneens rekening huidige vorm en locatie behouden kunnen blijven. Aan weerszijden van deze locatie zou dan slechts nog een beperkte lengte gehouden te worden met de rest van het perceel en de karakteristiek (door het Waterschap) aan beheerstrook resteren. Dat zou niet alleen de wijze van beheer weinig efficiënt maken, maar is ook vanuit ruimtelijk aangelegde tuin. Het Waterschap wordt gevraagd een maatwerkoplossing te kiezen vanwege oogpunt (ontbreken van eenheid) minder gewenst.

Op grond hiervan en in aansluiting op deze zienswijze is in het de specifieke omstandigheden, waaronder de unieke cultuurhistorische en landschappelijke projectplan nu alsnog ervoor gekozen om op dit traject langs de Hermoesestraat af te zien van een beheerstrook en het ontwerp hierop aan te passen. Voor de veiligheid van de dijk is nog wel een strook van 1 meter vanaf de teen van de dijk waarden van dit deel van Zennewijnen, de bedrijfsmatige activiteiten en de andere nodig ten behoeve van de klei-inpassing voor de dijkveiligheid en tevens ten behoeve van inspectie. genoemde bijzondere omstandigheden, zodat de beheerstrook (met op-/afritten) komt te vervallen in het definitieve Projectplan Waterwet.

28

2

Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Indieners vragen het Waterschap Rivierenland zorg te dragen dat aanwonenden tijdig en Voorafgaand en tijdens de uitvoering van de dijkversterking zullen het waterschap en de aannemer contact hebben met adequaat betrokken worden bij de uitwerking van het definitieve ontwerp van de dijk bewoners over de nadere invulling van de constructiezone. alsmede bij de uitvoering en de voorbereidingen daarvan, zodat verstoringen in de communicatie niet weer optreden en aanwonenden gedurende het proces op de hoogte zijn van de ontwikkelingen en met het waterschap en/of de aannemer kunnen communiceren om dergelijke problemen op te voorkomen.

28

3

Indieners verzoeken het Waterschap de kadastrale inmeting op zo kort mogelijke termijn, in aanwezigheid van de aanwonenden, uit te voeren.

28

4

Zennewijne DV 7-9, n TG037046 Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Nu het dijkvak zonder beheerstrook wordt uitgevoerd, wijzigen de eigendomsgrenzen tot 1 meter uit de teen van de dijk en nee dient het projectplan hierop te worden aangepast en daarmee de grondverwerving voor zover deze van toepassing is, worden gestart. Dat is ook het moment waarop de kadastrale inmeting kan plaatsvinden. Indieners geven aan dat er geen gebruikt gemaakt zou hoeven te worden van het perceel van Het talud van de stoep is eerder geoptimaliseerd om de percelen van 83 en 85 zo veel als mogelijk te ontzien. Voor uitvoer nee Waalbandijk 83 en 85 om het talud van de stoep aan de Hermoesestraat (met een helling van de werkzaamheden is wel een beperkte tijdelijke werkstrook nodig. De werkstrook is een strook van één meter die de gelijk aan de huidige) aan te leggen. Verzocht wordt de percelen te sparen. aannemer tijdelijk in gebruik kan nemen ten behoeve van de werkzaamheden. Binnen die werkstrook gelden voor de aannemer beperkingen t.a.v. het aantasten van omgevingswaarden: aanwezige bomen blijven indien mogelijk behouden.

28

5

Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Indieners verzoeken de helling van de stoepen van de Hermoesestraat en de Bredestraat dezelfde (of kleinere) steilheid, respectievelijk 10% en 12%, voor het verkeer te hebben omdat landbouwverkeer of verkeer met aanhanger moeite heeft de helling te nemen en veilig de dijk op te draaien.

Het uitgangspunt is dat steilheid van de stoepen op basis van de ontwerphoogte niet groter wordt. Verflauwen van de nee stoepen is hier niet mogelijk omdat o.a. de rivier buitendijks dicht bij de dijk ligt, en buitenwaartse verlegging van de dijk grote effecten heeft op de doorstroming van de rivier. Uitgaande van het dijkontwerp zal, bij een verflauwing van de stoep, de impact op naastgelegen percelen groter zijn.

28

6

Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Indieners geven aan dat de taludhelling van 1:3 ter hoogte van Waalbandijk 77 een te grote aanslag op de waarde en gebruiksplezier van de tuin en de waarde van de woning doet. De voordelen voor het Waterschap wegen hierbij niet op tegen de nadelen voor de aanwonende. Gepleit wordt om hier een helling van 1:2.5 te realiseren zoals in het naastgelegen dijkvak richting het noorden.

De helling van het talud is op deze locatie in de huidige situatie 1:3. Die helling blijft ongewijzigd en zal dus ook na de nee dijkversterking 1:3 zijn. Het waterschap maakt het talud niet steiler omdat hiermee een verslechtering van de dijkstabiliteit optreedt. Ook uit oogpunt van beheer is het van belang om het talud van 1:3 te handhaven. Ter plaatse ontbreekt namelijk een beheerstrook en die voegt het waterschap in de nieuwe situatie ook niet toe vanwege de op korte afstand gelegen woning aan de Waalbandijk 77. Er is sprake van een andere situatie (beperktere ruimte, steiler talud en grotere impact op bedrijfsmatige activiteit) ten opzichte van de situatie in het naastgelegen dijkvak waar indiener naar verwijst. Evenmin bestaat vanuit ruimtelijk oogpunt aanleiding om de helling aan te passen.

28

7

Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Indieners geven aan dat zij van mening zijn dat plaatse van de boomgaard van Waalbandijk De helling van het talud loopt hier in het dijkontwerp vanaf de siertuin van de woning langs de boomgaard van 1:2,5 af naar nee 83 de talud helling van 1:3 meer nadelen oplevert voor de aanwonenden dan voordelen voor 1:3. Het waterschap maakt het talud niet steiler omdat hiermee een verslechtering van de dijkstabiliteit optreedt. Ook uit het Waterschap en omdat het opmerkelijk is dat twee verschillende hellingshoeken worden oogpunt van beheer is het van belang om het talud van 1:3 te handhaven. Ter plaatse ontbreekt namelijk een beheerstrook gehanteerd wordt het Waterschap verzocht om ter plekke van de boomgaard een helling van en die voegt het waterschap in de nieuwe situatie ook niet toe vanwege de op korte afstand gelegen woning aan de het talud van 1:2.5 aan te brengen. Waalbandijk 77. Er is geen reden om hier dezelfde helling te realiseren als bij het naastgelegen dijkvak. Er is daar sprake van een andere situatie (beperktere ruimte, steiler talud en grotere impact op bedrijfsmatige activiteit) ten opzichte van de situatie in het naastgelegen dijkvak waar indiener naar verwijst. Evenmin bestaat vanuit ruimtelijk oogpunt aanleiding om de helling aan te passen: beide dijkgedeelten zijn van elkaar gescheiden door de stoep Hermoesestraat.

nee

tekst en kaarten ppww + bp Tiel

28

8

Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Indieners geven aan dat het soort constructie en de precieze plaats in het dijktalud Aanvullend kunnen wij aangeven dat de constructies stalen damwanden, palenwanden of combiwanden kunnen betreffen. nee onvoldoende zijn gespecificeerd om een goed beeld te krijgen van de potentiële impact op de Deze kunnen drukkend of trillend worden aangebracht. Dat hangt af van de specifieke situatie. Dit wordt door de aannemer directe omgeving en zijn onvoldoende gespecificeerd om een heel concrete zienswijze in te in detail uitgewerkt per situatie en is vooral afhankelijk van de ondergrond en de situatie met betrekking tot nabij liggende dienen m.b.t. de constructie. Wij houden ons het recht voor deze zienswijze op enig moment woningen. Voor de constructie is de begrenzing als zone aangeduid en daarmee in de lengte en de locatie begrensd. Dit is gedaan om de aannemer ruimte te geven om, mede in belang van aanwonenden, ervoor te zorgen dat de uitvoering geen aan te vullen. schade zal veroorzaken. Daarbuiten is het plaatsen van een constructie niet toegestaan. De constructie wordt zodanig in de grond geplaatst dat deze niet zichtbaar is. Het ontwerp vindt plaats van grof naar fijn. In het uitvoeringsontwerp wordt daarom op basis van meer gedetailleerde berekeningen bepaald wat voor de constructie precies nodig is en wat de exacte locatie van de constructie wordt.

Daarover zal ook overleg gepleegd worden met omwonenden en dus ook met de indiener van de zienswijze. Als er een definitieve keuze is gemaakt dan wordt dat voorgelegd ter goedkeuring aan de gemeente zoals in de voorschriften van de vergunning is opgenomen. Pas na een akkoord kan de uitvoering starten. Voorafgaande aan de werkzaamheden worden vooropnames uitgevoerd bij panden dicht bij de dijk en waar aanleiding is voor monitoring. Dit wordt gedaan volgens bestaande richtlijnen. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden worden panden gemonitord met o.a. meetbouten en trillingsmetingen. Hierdoor kan er snel worden geanticipeerd om te voorkomen dat er werkelijk schade ontstaat. De keuze van de aanleg methode wordt afgestemd op de lokale situatie, wanneer uit het monitoringsplan blijkt dat panden kwetsbaar zijn voor trillingen zullen andere inbreng methoden worden gebruikt. Met dit samenstel van maatregelen wordt in overeenstemming gehandeld met hoofdstuk 8 van het Bouwbesluit 2012, waarin voorschriften zijn opgenomen over de uitvoering van bouwwerkzaamheden. Het bouwplan voor de constructies is in overeenstemming met zowel het geldende bestemmingsplan “Buitengebied” alsmede het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied – Dijkversterking Tiel-Waardenburg”.

Gelet hierop is er geen verplichting om de aanvraag om de omgevingsvergunning aan te houden totdat het bestemmingsplan “Buitengebied – Dijkversterking TielWaardenburg” van de gemeente Tiel onherroepelijk van kracht is. De omgevingsvergunning, het bestemmingsplan en het projectplan doorlopen gelijktijdig de procedure, nu de voorbereiding van deze besluiten wordt gecoördineerd door gedeputeerde staten van de provincie.

28

9

Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Indieners geven aan dat het Projectplan onvoldoende duidelijkheid geeft welke maatregelen De aannemer krijgt de opdracht om de werkzaamheden schadebeperkend uit te voeren. En tijdens de werkzaamheden te nee er genomen worden om schade aan woningen en opstallen te voorkomen en hoe schades die monitoren m.b.t. het gevaar op schade. Maar dat wil niet zeggen dat er geen schade zal ontstaan. Er zal nog een schade optreden op de korte termijn (tot einde project) en op de lange termijn (20 jaar) worden protocol worden opgesteld, zodra dit er is (vlak voor start uitvoering) zal hierover worden gecommuniceerd met de vastgesteld en gecompenseerd. Het projectplan dient volgens indieners hiermee te worden omgeving. In dit protocol wordt onder meer het proces beschreven van schademelding tot en met de afhandeling. Wettelijk is het aan de schadelijdende partij om aan te tonen dat een schade veroorzaakt is als gevolg van de aangevuld. dijkversterking. Immers alleen schade met een causaal verband tot de dijkversterkingswerkzaamheden zijn toe te rekenen aan het project en komen vanuit het project voor schadeloosstelling in aanmerking.

Aangezien het voor omwonenden vaak moeilijk is om dit verband aan te tonen, helpt het waterschap hier bij onder meer door: - Vóór de start van de werkzaamheden wordt in opdracht en op kosten van het Waterschap van de opstallen binnen een afstand van 50 meter van het werk, een bouwkundige vooropname gemaakt. Deze opname wordt vastgelegd in een digitale (foto)rapportage. Van de rapportage ontvangt de grondeigenaar een kopie. Tijdens of na de werkzaamheden worden alleen opnames gemaakt indien daar aanleiding toe is. Indien er schade a.g.v.de dijkversterking is, kan aan de hand van de rapportage worden aangetoond dat de schade er voor de dijkversterkingswerkzaamheden niet was.; - Vóór de start van de werkzaamheden worden er in opdracht en op kosten van het Waterschap in opstallen binnen de invloedsfeer van het werk, meetboutjes geplaatst. Wat hierbij de bijbehorende afstand tot het werk is moet nog worden bepaald aan de hand van de nadere engineering. Deze boutjes zullen om de zoveel tijd worden opgemeten tot het einde van de uitvoering van de werkzaamheden. Dit is onderdeel van de monitoring van opstallen in de nabijheid van het werk.

28

10

Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Indieners zijn van mening dat validatie van de gebruikte modellen voor de voorspelling van grondwaterstandwijzigingen ontbreekt. Effecten op de constructieve integriteit van woningen op de korte en lange termijn moeten onderzocht worden voordat de uitvoering begint.

Er is op twee schaalniveaus gekeken naar de effecten van de dijkversterking op het grondwaterregime: nee Regionaal: O p regionale schaal is gekeken naar effecten van de dijkversterking op de polder Tielerwaard. Dit is gedaan met een reeds bestaand grondwatermodel (MORIA). De uitkomst is dat de dijkverzwaring inclusief de plaatsing van damwanden voor de stabiliteit op regionale schaal geen effect heeft op het grondwaterregime. Aan de ondergrond en het riviersysteem (de wijze waarop de rivier invloed uitoefent op de polder) verandert namelijk niet of nauwelijks iets. Het MORIA model wordt continu doorontwikkeld op basis van de meest recente ondergrondgegevens en inzichten. Voor aanvang van de uitwerking van het dijkontwerp is een update van het model doorgevoerd voor Tielerwaard, inclusief validatie en kalibratie. Deze update bevatte onder andere de peilen uit het nieuwe peilbesluit voor de Tielerwaard, maar ook een specifieke kalibratieslag van de invloed van de Waal op de polder. Bij dergelijke updates wordt het model opnieuw gekalibreerd en gevalideerd. Er is dus gerekend met de meest up-to-date versie van het model, dat op dat moment voor handen was. Lokaal: O p lokale schaal is gebruik gemaakt van specifieke analyses. Het regionale grondwatermodel is namelijk minder geschikt om kleinschalige effecten op perceelniveau voldoende nauwkeurig in beeld te brengen.

Daarom zijn er lokaal nadere analyses gedaan. Een analyse voor de lokale impact van (stabiliteits)damwanden op het grondwaterregime en een analyse naar de aanwezige drainages en ontwerpcriteria voor nieuwe drainage. De te verwachten effecten van het plaatsen van een damwand in de dijk op het grondwaterregime voor en achter de dijk/damwand zijn met een analyse in beeld gebracht. Hiervoor is op basis van de bodemopbouw en ontwerp dijkprofielen gekeken wat de bandbreedte aan effecten kan zijn. Conclusie is dat aan de zijde van de woningen de situatie verbetert. Tijdens natte omstandigheden (hoogwaters) komt er minder kwelwater door de dijk, waardoor de hoogste grondwaterstanden lager worden. Dit verkleint de kans op vocht in de woning. Tijdens droge omstandigheden (zeer lage rivierstand i.c.m. droogte) zakt er minder grondwater richting de rivier, waardoor de laagste grondwaterstanden juist hoger worden. Dit verkleint de kans op zettingen en funderingsschade aan de woning. Daarnaast is in beeld gebracht waar de huidige drainage is gelegen en wat de ontwerpeisen moeten zijn aan nieuwe drainages. Langs de Hermoesestraat en Waalbandijk in Zennewijnen zijn een aantal drainagestrengen aanwezig. Uitgangspunt in het dijkontwerp is, dat wanneer oude drainage zijn functie verliest (wordt geraakt, verwijderd of in de dijk komt te liggen) dat deze, indien nodig, wordt teruggebracht.

Hiervoor zijn ontwerpeisen opgenomen in de opdracht naar de uitvoerend aannemer, waarbij deze moet aantonen dat de werking van de nieuwe drainage wordt aangetoond in het uitvoeringsontwerp. Hierbij mag het ontwerp geen verslechtering betekenen t.o.v. de huidige situatie. Het ontwerp voor drainages is nog niet op woningniveau uitgewerkt, maar maakt deel uit van de opdracht richting de uitvoerend aannemer. De aannemer moet voor realisatie aantonen dat zijn oplossing c.q. ontwerp voldoet.

28

11

Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Indieners missen een heldere bilaterale overeenkomst tussen het Waterschap Rivierenland en de individuele aanwonenden hoe schade aan de woning wordt vastgesteld en vergoed alsmede welke procedures worden gevolgd ontbreekt. De vaststelling dient door een onafhankelijke partij te gebeuren. Voorkomen moet worden dat de aanwonenden hun schade bij de aannemer moeten zien te verhalen.

Zie ook het antwoord bij zienswijze 28-9. De aannemer zal een schademelding in ontvangst nemen en volgens een vooraf vastgesteld protocol afhandelen. Het waterschap is eindverantwoordelijk. Een bilaterale overeenkomst is door het waterschap toegezegd tussen het waterschap en indieners, dus die zal worden opgesteld.

28

12

Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Het wegvallen van de beheerstrook betekent niet ook automatisch dat de zoneringen wijzigen. Zoneringen geven het Indieners geven aan dat bij het vervallen van de beheerstrook (zie zienswijze 28 sub 1) waterschap ook de mogelijkheid tot betreding in het geval van calamiteiten en herstelwerkzaamheden aan de dijk. minder ruimte nodig zal zijn voor de Dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering. Deze dubbelbestemming zal dan niet meer hoeven te gelden binnen de kadastrale grenzen van de percelen van de aanwonenden. Derhalve zal de genoemde dubbelbestemming minder ruimte nodig hebben gezien vanaf de dijk. Gevraagd wordt het definitieve bestemmingsplan volledig te laten aansluiten op het definitieve Projectplan in die zin dat er geen dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering op de percelen van de aanwonenden komt te rusten: Waalbandijk 87, Hermoesestraat 6, Hermoesestraat 8 en Hermoesestraat 12.

nee

28

13

Zennewijne DV 7-9, n TG037046

Indieners zijn van mening dat de omgevingsvergunning dijkversterking Tiel-Waardenburg niet Het bouwplan voor de constructies is in overeenstemming met zowel het geldende bestemmingsplan “Buitengebied” verleend dient te worden zolang het Bestemmingsplan Buitengebied Dijkversterking Tielalsmede het ontwerp-bestemmingsplan “Buitengebied – Dijkversterking Tiel-Waardenburg”. Gelet hierop is er geen Waardenburg van de gemeente Tiel niet onherroepelijk is. verplichting om de aanvraag om de omgevingsvergunning aan te houden totdat het bestemmingsplan “Buitengebied – Dijkversterking Tiel-Waardenburg” van de gemeente Tiel onherroepelijk van kracht is.

nee

29

1

DV 21b, TG113

Indiener is het niet eens met de voorgestelde steunberm in zijn tuin. Indieners is het er niet mee eens dat zijn schuur 3,5 meter hoger zou moeten komen te staan om buiten het profiel van vrije ruimte te komen staan. Daarnaast is indiener van mening dat de waarde van zijn huis door deze plannen zal dalen. Ook geeft indiender aan dat het een aantasting van het woongenot is.

Het dijkversterkingsontwerp is voor de genoemde locatie nogmaals beoordeeld in het licht van de ingebrachte zienswijzen. Dit heeft er toe geleid dat het waterschap heeft geoordeeld voor deze locatie toch een constructie in de dijk te moeten toepassen. Het ontwerp is hierop aangepast.

ja

tekst en kaarten ppww + bp WB + vergunning bouwen WB

29

2

DV 21b, TG113

Het dijkversterkingsontwerp is voor de genoemde locatie nogmaals beoordeeld in het licht van de ingebrachte zienswijzen. Indiener geeft aan het concept ontwerp uit 2018 veel aantrekkelijker te vinden: Dit heeft er toe geleid dat het waterschap heeft geoordeeld voor deze locatie toch een constructie in de dijk te moeten https://www.gelderlander.nl/neerijnen/inspraak-redt-arbeidersbuurtje-inheesselt~aaaae1a50/ Het gaat om het plaatsen van een damwand óm onze tuinen heen. Nog toepassen. Het ontwerp is hierop aangepast. geen 500 meter bij ons vandaan word de dijk zelfs naar buiten uitgebreid, waarom kan dat hier dan niet? Er is genoeg ruimte aan de andere kant van de dijk. Donkerstraat 29 tot en met 55 heeft allemaal last van deze situatie, en we willen dus terug naar het plan 2018, een damwand om onze tuinen. Want een tuin hebben waar je niks mee kan en mag, kan nooit de bedoeling zijn lijkt me.

ja

tekst en kaarten ppww + bp WB + vergunning bouwen WB

nee

30

1

Zennewijne DV 7, n TG037

Indiener geeft aan zich aan te sluiten bij zienswijze nr. 16 Kruisstraat-collectief

In de gesprekken met de eigenaren van onroerende zaken aan de Kruisstraat is gebleken dat over de onderdelen aanheling ja van het talud en aanbrengen van een leeflaag niet voldoende duidelijk is gecommuniceerd en dat op grond daarvan mogelijk bepaalde verwachtingen zijn gewekt. Bewoners hebben zich hiermee tot het dagelijks bestuur (CDH) van het waterschap gewend en hun situatie toegelicht. Vanwege deze situatie en de afweging dat op basis van de gevoerde communicatie met eigenaren een toezegging van het waterschap kan worden afgeleid, is besloten dat dit in het ontwerpprojectplan alsnog zal worden aangepast. De desbetreffende bewoners is meegedeeld dat aan hun verzoek tegemoet zal worden gekomen. Over deze beslissing zijn eigenaren per email en brief geïnformeerd. Het projectplan, zoals dat ter besluitvorming aan het algemeen bestuur wordt voorgelegd, is daarom aldus aangepast dat op genoemde locatie aan de Kruisstraat nu is voorzien in een talud van 1:10 met een leeflaag.

30

2

Zennewijne DV 7, n TG037

Aanvullend geeft indiener aan dat voor het agrarische perceel een leeflaag over de berm met Volledige doortrekking van de leeflaag over het hele 1:10 talud is niet nodig. De leeflaag wordt over de lengte van het medegebruik en een flauw talud (1:10) niet voldoende is om dezelfde aanbermtalud afgebouwd, beginnend met 0,5 m. bij de aansluiting van het talud op de berm en vervolgens geleidelijk benuttingsmogelijkheden te hebben als in de huidige situatie. Indiener verzoekt i.v.m. het afbouwend naar 0,0 m, zodanig dat de agrarische benuttingsmogelijkheden volledig gewaarborgd zijn. behoud van de huidige agr.benuttingsmogelijkheden, en het voorkomen van extra overlast door afstromend hemelwater door hoogteverschillen van het naastgelegen perceel, de leeflaag tot aan het eind van de beschermingszone door te trekken en af te sluiten met het 1:10 talud. In dit geval zal het pereel Tiel K-1512 met een nieuw te realiseren dijkwoning zo beter aansluiten op het perceel van Indiener. Indien dit niet wordt gedaan, geeft indiener aan, zal een strook van ca. 6x40 meter onbruikbaar worden.

30

3

31

1

Zennewijne DV 7, n TG037 Varik DV 15, TG078

31

2

Varik

DV 15, TG078

Indiener geeft aan dat de aanpassingen o.b.v. het 'Voorstel: aanpassingen PPWW TIWA, Deze constatering is juist. De reden daarvoor is dat het genoemde voorstel is genomen ten tijde van de ter inzage legging. nee Hermoesestraat en Kruisstraat' nog niet zijn uitgewerkt in voorliggend projectplan. Indiener geeft aan dat er voldoende aandacht moet zijn voor GEEN verlichting op de dijk en Het wel of niet aanbrengen van verlichting is aan de gemeenten, zij zijn daarvoor verantwoordelijk. Buiten de bebouwde nee pleit voor behoud van de huidige situatie zonder lantaarnpalen op de dijk om lichtvervuiling kom zal er geen verlichting aangebracht worden, alleen bij gevaarlijke locaties en kruisingen. tegen te gaan. Indiener pleit daarnaast voor toegankelijkheid van de dijk. Buitendijks is enkel een lang talud, In de zienswijze wijst indiener op de recreatieve functie van de waterkering. Bij het landschappelijk ontwerp is hier expliciet nee geeft indiener aan, en is niet, zoals binnendijks bij een dijk met een steunberm een vlak rekening mee gehouden. gedeelte dijk/berm halverwege. Indiener geeft aan dat het daarom in de nieuwe situatie aan Voor de buitendijkse recreatie kan over grote delen, en tevens voor uw woning, gebruik gemaakt worden van de te de rivierzijde lastig wordt om er af te lopen en is er minder ruimte voor recreatie. realiseren beheerpaden.

De bereikbaarheid wordt gewaarborgd door beheerafritten die op verschillende locaties worden toegevoegd, waaronder één ter hoogte van uw woning.

32

1

Ophemert

DV 15, TG078

Indiener geeft aan dat in het ontwerpbestemmingsplan de woonbestemming niet juist is opgenomen en verzoekt correctie

Het bestemmingsplan ziet toe op wijzigingen die nodig zijn ten behoeve van de dijkversterking. De correctie waarop het verzoek zich richt, hoeft niet gewijzigd te worden voor de dijkversterking en is geen onderdeel van het bestemmingsplan voor de dijkversterking. De woonbestemming wordt daarom niet gecorrigeerd in dit bestemmingsplan.

nee

32

2

Ophemert

DV 15, TG078

Indiener verzoek de thans aanwezige vier parkeerplaatsen, zoals die volgens vigerend bestemmingsplan zijn toegestaan, terug op te nemen in het bestemmingsplan.

Het is niet geheel duidelijk welke vier parkeerplaatsen bedoeld worden. Parkeren wordt planologisch niet onmogelijk gemaakt op het kadastrale perceelnr. 683. De groenbestemming staat parkeren hier toe. Indien indiener het kadastraal perceelnr. 877 bedoelt, hier was parkeren al niet toegestaan (bestemming Agrarisch). Ook in de toekomst wordt dit niet planologisch mogelijk gemaakt.

nee

32

3

Ophemert

DV 15, TG078

Het is indiener niet duidelijk hoe breed de beheerstrook aan de binnenzijde zal worden en of Ter plaatse van het perceel van indieners komt geen beheerstrook. Er komt wel een werkstrook, dat is een strook van 1 deze 1, 3, of 5 meter breed wordt. Ook is het indiener onduidelijk wat de mogelijkheden c.q. meter die tijdelijk wordt gebruikt t.b.v. de uitvoering van het werk. beperkingen van deze strook zijn. Indiener verzoekt in deze een strook van 1 meter zonder beperkingen, gezien de korte afstand tussen de voorgevel van de woning en de dijk.

nee

33

1

Varik

DV 16a, TG083

Indiener geeft aan de woning i.v.m. de dijkversterking te slopen en herbouwen en verzoekt de ligging van de nieuwe op/afrit (aftakking van de al bestaande op/afrit) zo te situeren dat deze rechtstreeks aansluit op de toekomstige garage aan de noordzijde van de nieuw te bouwen woning.

Vanaf de bestaande op-/afrit van de dijk kan een aftakking naar de toekomstige garage van indiener meegenomen worden in de schadeloosstelling voor de sloop van de huidige woning van indiener. Op de dijk wordt geen extra op-/afrit gerealiseerd, wanneer er al een op-/afrit naar een lokatie aanwezig is.

nee

34

1

Opijnen

DV 34-35, Indiener geeft aan verschillende verzoeken terug te zien in de plannen. Daarnaast geeft Ten zuiden van de visplas, bij dijkpaal TG171 wordt extra parkeervoorziening gerealiseerd. Parkeervoorzieningen worden TG175indiener aan dat er op enkele momenten parkeerproblemen ontstaan wanneer visser en niet gedimensioneerd voor piekdagen. Parkeren op de dijk is en blijft toegestaan, dus wanneer de parkeerplaatsen vol zijn, 180 recreaten allen tegelijk nabij Opijnen willen parkeren en verzoekt daarom de voorgestelde op piekdagen, kan er op de dijk geparkeerd worden. parkeerlocatie aan de buitenteen van de dijk (dijkvak 31) uit te breiden tot een parkeerterrein voor min. 20 plaatsen. Indiener verzoek daarbij een zelfde inrichting als bij de recreatieve toegang bij de Esterweg (TG143, dijkvak 27).

nee

34

2

Opijnen

DV 34-35, Indiener geeft aan dat de dijkvakken 33 en 34 in het Landschapsplan Opijnen worden TG175beschreven, maar in het OPPW onder cluster Rijswaard, wat de leesbaarheid van de toch al 180 zeer omvangrijke stukken niet bevordert.

nee

34

3

Opijnen

DV 34-35, Indiener leest verschillen in de stukken t.a.v. het wel of niet raken van de oever van de visplas De teksten en beelden in het PPWW-rapport en de kaarten in bijlage 2 bij het PPWW geven de leidende ontwerpen weer. In nee en verzoekt bevestiging dat alle visvlonders bij dijkvak 34 en 35 die worden geraakt door de de Landschapsplannen staat een indicatie voor de inrichting van de locatie weergegeven. Indien visvlonders worden TG175dijkversterking of werkzaamheden in de oever van de visplas zullen worden hersteld door het verwijderd voor de werkzaamheden in het kader van de dijkversterking, zullen deze worden teruggebracht. 180 waterschap.

Onze excuses voor deze onduidelijkheid.

nee

tekst en kaarten ppww

34

4

Opijnen

DV 34-35, Indiener verzoekt een dijktrap t.o. de voorm. directeurswoning in dijkvak 34, die is verdwenen na de vorige dijkversterking in 1996, alsnog terug te brengen. Dit sluit nl. aan op TG175een pad langs de vislplas richting een aantal visvlonders. 180

nee De toegang naar visplas is in het dijkontwerp al verbeterd ten opzichte van de huidige situatie met parkeerplaatsen bij TG171. Daarnaast komt er een beheerstrook langs de dijk, die ook bijdraagt aan een verbetering van de bereikbaarheid van de visplas. Er wordt vanuit het dijkversterkingsproject op deze locatie geen dijktrap aangebracht.

34

5

Opijnen

DV 34-35, Indiener geeft aan dat ter hoogte van TG175+75 een pad naar een hekwerk met twee TG175poorten gaat. Wanneer dit hek met poorten en/of het pad wordt geraakt door de 180 buitenwaarse asverschuiving, verzoekt indiener deze terug te plaatsen.

Indien door de werkzaamheden in het kader van de dijkversterking het hekwerk wordt verwijderd, zal die door het waterschap worden teruggebracht.

34

6

Opijnen

35

1

Heesselt

35

2

Heesselt

DV 34-35, Indiener verzoek parkeermogelijkheden te realiseren buitendijks onderaan de dijk bij de Aan dit verzoek wordt geen gehoor gegeven, zie ook het antwoord op zienswijze 34-1. nee TG175visplas in zowel dijkvak 34 bij TG175+75 als dijkvak 35 bij TG180. 180 DV 23b, Indiener geeft aan naar tevredenheid met het waterschap over de dijkversterking te hebben Het waterschap dankt u voor het compliment. Gedurende de uitvoering zal er nauwe samenwerking zijn tussen het nee TG121 gesproken en verzoekt te worden betrokken bij de uitwerking van de uitvoering. waterschap en de aannemende partij, die ook de communicatie met de omgeving op zich neemt. DV 23b, Daarnaast verzoekt indiener om de toegankelijkheid intact te houden en ook de aansluitingen In de eindsituatie zal de bestaande perceelontsluiting gehandhaafd blijven. nee TG121 (gas, electra en water). Voor aanlevering van o.a. gas moet een tankwagen over de dijk bij de Voor aanvang van de uitvoeringsfase zal de aannemer met een logistiek plan komen waarin afspraken zijn opgenomen hoe gastank van indiener kunnen komen. de bereikbaarheid van panden in de verschillende fasen zal zijn. Daarbij is de insteek dat panden altijd bereikbaar zullen zijn. T.a.v. uw gastank zullen afzonderlijk afspraken gemaakt worden om levering mogelijk te maken.

35

3

Heesselt

DV 23b, TG121

Ook verzoekt indiener te zorgen voor een deskundige aanspreekpersoon voor de uitvoering om event. knelpunten samen te bespreken.

Gedurende de uitvoering zal er nauwe samenwerking zijn tussen het waterschap en de aannemende partij, die ook de communicatie met de omgeving op zich neemt. De aannemer en het waterschap zullen contactpersonen benoemen die benaderd kunnen worden door bewoners. De informatie daarover ontvangt u zodra de aannemer is gekozen en de voorbereidingen voor uitvoering zijn gestart.

nee

36

1

Varik

DV 15, TG78

Het wel of niet aanbrengen van verlichting is aan de gemeenten, zij zijn daarvoor verantwoordelijk. Buiten de bebouwde kom zal er geen verlichting aangebracht worden, alleen bij gevaarlijke locaties en kruisingen.

nee

36

2

Varik

DV 15, TG78

Indiener geeft aan dat er voldoende aandacht moet zijn voor GEEN verlichting op de dijk en pleit voor behoud van de huidige situatie zonder lantaarnpalen op de dijk om lichtvervuiling tegen te gaan. Daarnaast pleit indiener voor een kleinschalige inrichting van de de weg op de dijk; met voorkeur voor smal, minder onderhoud en bochten om te voorkomen dat het een snelweg wordt, waar later allerlei aanvullende maatregelen op moeten worden genomen (drempels, sluisjes, e.d.).

37a 1

Ophemert

DV 10, TG054

Indiener meldt bezwaar te hebben tegen de voorgenomen aanberming met een vrij steile hellingshoek aan de dijk ter plaatse van perceel nr. 625 aan de Molenstraat, waardoor bewerking met de huidige fruitteeltmachines volgens indiener onmogelijk wordt.

In overleg met indieners is er voor gekozen het talud van de steunberm aan te passen naar een talud van 1:3 zonder ja overhoogte. In het kader van het uitvoeringsontwerp zal door de aannemer bepaald worden of en welke voorziening aan de teen van de dijk nodig geacht wordt t.b.v. de afwatering.

37a 2

Ophemert

DV 10, TG054

Indiener wil daarbij wel nadrukkelijk opmerken absoluut voorstander te zijn van het uitvoeren van dijkverzwaringen om het binnenland verder te beschermen tegen extreem hoge rivierwaterstanden en geven aan daaraan zoveel mogelijk te willen meewerken onder gezamenlijk nader overeen te komen voorwaarden en bedingen, op voor beide partijen acceptabele wijze.

Het waterschap dankt indiener voor de positieve reactie.

37a 3

Ophemert

DV 10, TG054

Indieners geven aan de zienswijze als een eerste indiening te beschouwen, waarop definitieve indiening c.q. aanvullingen volgen binnen de verlengde reactietermijn

Dit betreft een pro forma zienswijze. Indiener heeft uitstel gekregen voor de aanvulling op de zienswijze van 10 werkdagen. nee

37b 4

Ophemert

DV 10, TG054

In overleg met indieners is er voor gekozen het talud van de steunberm aan te passen naar een talud van 1:3 zonder Indieners maken op grond van een drietal argumenten bezwaar tegen het ontwerp van de dijkverzwaring op perceel H no. 625; 1. Voor wat betreft de berm houdt het voorstel van het overhoogte. In het kader van het uitvoeringsontwerp zal door de aannemer bepaald worden of, en welke, voorziening aan waterschap geen rekening met het continueren van de exploitatie van een boomgaard met de teen van de dijk nodig geacht wordt t.b.v. de afwatering. de huidige machines. De helling is te steil. De huidige machines van indiener kunnen aldaar niet rijden. 2. Volgens het dwarsprofiel is de overgang tussen berm en het horizontale veld nogal abrupt. Hierdoor ontstaan problemen met de waterafvoer ter hoogte van de knik (plasvorming). De huidige machines kunnen op drassig terrein niet rijden. 3. Bij een langgerekt perceel zijn de grondverliezen aan de zijkanten aanzienlijk. Zeker in verhouding tot meer vierkante percelen. Dit perceel is langgerekt. Het nog smaller maken zal ertoe leiden dat de opbrengsten lager dan de kosten zullen zijn.

37c 5

Ophemert

DV 10, TG054

Het bestemmingsplan is opgesteld om de dijkversterking zoals voorgesteld in het projectplan Waterwet mogelijk te maken. nee Indieners geven aanvullend aan dat aan de westzijde van dit perceel op dit moment de aanvraag voor de oprichting van een nieuwe woning is gedaan, welk aanvraagdossier Voor het initiatief van indiener dient een separate procedure te worden gevolgd. inmiddels door de gemeente West Betuwe in behandeling is genomen en de gemeente onder voorbehoud rechten van derden medewerking wil verlenen aan de uitvoering van de bouw van de betreffende woning. Daar in het huidig bestemmingsplan de kavel nog niet is ingetekend, willen wij u verzoeken in het volgende ontwerp de intekening wel op te willen nemen opdat dit in één procedure kan verlopen. Derhalve verzoeken wij u deze intekening alsnog op te willen nemen.

nee

Bij de inrichting van de Gastvrije Waaldijk wordt rekening gehouden met het gebruik van de dijk voor verkeer waaronder nee ook doorgaand verkeer en wordt door de inrichting van de weg de snelheid van het verkeer geremd en tevens een veiligere situatie gerealiseerd. Voor de invulling van de weg hebben de provincie en gemeenten in overleg met het waterschap de keuze gemaakt om tot een gelijkvormig wegprofiel te komen genaamd Gastvrije Waaldijk. Dat ontwerp heeft de insteek om meer aandacht te geven aan verschillende gebruikers van de weg. Momenteel wordt dit nog nader uitgewerkt en het waterschap zal dat ontwerp dan in de uitvoering meenemen. kaarten ppww

nee

ja

kaarten ppww

38a 1

Heesselt

nee De woonbestemming van het perceel van de indiener blijft grotendeels behouden. Dit is niet opgenomen in het Indiener dient een zienswijze in op het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied West DV 25, TG132 en Betuwe. Het is indiener uit hetgeen ter inzage ligt niet duidelijk wat er met de bestemmingen bestemmingsplan. Alleen gronden die wijzigen door de dijkversterking zijn meegenomen in het bestemmingsplan. Een klein gebeurd. Indiener begrijpt uit het plan dat de bestemming woning blijft gehandhaafd, maar hoekje van de woonbestemming was omgezet in een groenbestemming als gevolg van het dijkontwerp. DV 27, dan als dubbelbestemming. Indiener haalt ook niet rechtstreeks uit het plan (de kaart en de TG145 regels) of er al dan niet beperkingen voor indiener aan de orde zijn in het geval het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/329/documents/6913