CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-045 Bijlage 1 Dijkversterking Tiel - Waardenburg_Bijlagen bij de toelichting.pdf

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 19: Instemmen nota van zienswijze en gewijzigd vaststellen bestemmingsplan “Dijkversterking Tiel-Waardenburg”28.150 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Aangezien er geen veranderingen zullen zijn in de verkeerssituatie, zullen er geen effecten zijn op de luchtkwaliteit. De beoordeling is neutraal (0).

25 (400)

Luchtkwaliteit tijdens aanleg: Effecten op de luchtkwaliteit worden niet verwacht. De emissies van uitlaatgassen vanuit vrachtwagens en machines zijn relatief beperkt. Bovendien vinden de werkzaamheden zowel in tijd als plaats verspreid plaats in een groot gebied. Hierdoor verwaaien de emissies snel en is er geen verhoging van de concentraties stikstofdioxide en fijnstof te verwachten. De beoordeling is neutraal (0). Duurzaamheid en toekomstbestendigheid Door het toepassen van duurzame maatregelen wordt bijgedragen aan duurzaamheid en negatieve effecten op de omgeving verminderd.

26 (400)

Tabel S-4. Beoordelingstabel Thema

Aspect

Criteria

Beoordeling voor de gehele dijk ++

Rivierkunde

Rivierkunde

+

Verandering maatgevende hoogwaterstand in rivieras en op uiterwaarden (bovenstrooms en benedenstrooms)

0/+

Mate van dwarsstroming in de vaargeul (hinder scheepvaart)

Ecologie

0

Effect op kwelstromen en grondwaterstanden binnendijks

Waterkwaliteit

Effect op (grond) waterkwaliteit

Beschermde gebieden

Effect op Natura 2000 gebieden (areaal)

0

Effect op Natura 2000-gebieden (N-depositie, verstoring geluid en tijdelijk ruimtebeslag tijdens aanlegfase)

0

Effect op overige beschermde gebieden Gelders Natuurnetwerk (GNN) en (GO) Groene Ontwikkelingszones) eindsituatie

0

Effect op GNN/GO (verstoring in aanlegfase)

0

Beschermde soorten

0/+ + 0

Effecten op KRW-doelen

0/+

Effect op beschermde flora en fauna (eindsituatie)

0

Effect op beschermde flora en fauna (verstoring tijdens aanleg)) Bodem

-

0

Waterkwantiteit

Effect op het regionale oppervlaktewatersysteem

0/-

0/+

Morfologie: Mate van sedimentatie in de Waal (baggerwerk, hinder) en rivierverruiming (beheer en onderhoud) Water

0

0

Bodemkwaliteit

Effect op (water)bodemkwaliteit

Grondbalans

Mate van vrijkomende (grond en grondbalans aan te voeren grond

-

Aardkundige waarden

Effect op aardkundige waarden

-

+

27 (400)

--

Thema

Aspect

Criteria

Beoordeling voor de gehele dijk ++

Landschap en ruimtelijk e kwaliteit, cultuurhistorie en archeologie

Landschap

Ruimtegebruik

+

0/+

0

Effect op landschappelijke waarden Effect op cultuurhistorische waarden: · Historisch bouwkundige (beschermde) waarden · geografische waarden (inclusief ensemblewaarde)

Archeologie

Effect op archeologische waarden: · archeologische verwachtingswaarde · archeologische beschermde waarden

Woonfunctie

Effect op woningen amoveren en maatregelen om bebouwing te handhaven/te herbouwen

0 0/-

-

0/-

Effect op woonpercelen Werkfunctie

Woon- en leefmilieu

-

Effect op bedrijfsgebouwen

0

Effect op werkpercelen behoudens landbouw)

0

Recreatiefunctie

Effect op bestaande recreatieve functies

0

Landbouwfunctie

Verandering areaal landbouwgrond

Scheepvaart

Hinder door werkzaamheden (aanleg)

Verkeer

Effect op verkeersafwikkeling eindsituatie Effect op verkeersveiligheid eindsituatie

0/-

0 0 0/+

Afwikkeling en verkeersveiligheid aanlegfase Geluid en luchtkwaliteit

-

0/-

Effect op visuele kwaliteit Cultuurhistorie

0/-

0/-

Effect op geluidsbelasting eindsituatie

0

Effect op geluidbelasting aanlegfase

0/-

Luchtkwaliteit eindsituatie

0

Luchtkwaliteit aanlegfase

0

28 (400)

--

Thema

Aspect

Criteria

Beoordeling voor de gehele dijk ++

Aanleghinder

+

0/+

0

Tijdelijk ruimtebeslag voor zover niet meegenomen in voorgaande criteria

0/-

Verminderde bereikbaarheid/toegankelijkheid

0/-

Risico op schade aan eigendommen Duurzaamheid en toekomst bestendigheid

Duurzaamheid Toekomstbestendigheid

0/-

0/-

Energie

0

Materiaalgebruik/ materialen

0

Mate waarin maatregelen robuust zijn

++

Mate waarin maatregelen aanpasbaar zijn

0

Beheer en onderhoud

Beheer en onderhoud

De mate van beheerbaarheid dijken en constructies en watersysteem

Overige effecten

Externe veiligheid

Externe veiligheid o.b.v. QuickScan

0

Kabels en leidingen

Kabels en leidingen

0

Niet gesprongen explosieven

Niet gesprongen explosieven

0

+

29 (400)

-

--

1

Inleiding

1.1 Aanleiding project De dijk tussen Tiel en Waardenburg voldoet niet aan de (nieuwe) veiligheidsnormering zoals opgenomen in de Waterwet (2017). Voor Nederland is sinds 1 januari 2017 een nieuwe veiligheidsbenadering van kracht die gebaseerd is op een risicobenadering. Daarmee wordt de beoordeling van de veiligheid van de primaire keringen gebaseerd op de overstromingskans. Daarbij wordt gekeken naar de overstromingskans bij hoogwater en de gevolgen daarvan. Voorheen werd alleen gekeken naar het optreden van een maatgevende waterstand.

Figuur 1-1: Ligging van het dijkversterkingsproject Tiel – Waardenburg, de noordelijke Waaldijk, in zijn omgeving

30 (400)

Op basis van de Waterwet is het verplicht om de dijken in zogenoemde ’toetsrondes’ periodiek te keuren om te beoordelen of ze aan de veiligheidsnormen voldoen. In de derde toetsronde (2006 – 2011) in het kader van het HWBP is in totaal 12,5 km van de dijk tussen Tiel en Waardenburg afgekeurd. Na uitvoering van de derde toetsronde zijn er landelijk nieuwe inzichten ontstaan over het economisch belang van het gebied, de kans op verdrinking door toenemende bevolkingsdruk en manieren waarop dijken kunnen bezwijken tijdens hoogwater. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd en zijn nieuwe normen voor de beoordeling van waterkeringen van kracht geworden. Deze ontwikkelingen zijn de aanleiding geweest om een (nadere) veiligheidsanalyse uit te voeren. Op basis van deze (nadere) veiligheidsanalyse is later de volledige dijk tussen Tiel en Waardenburg (19,3 km) op basis van meerdere faalmechanismen afgekeurd. Hiervoor bestaat een versterkingsopgave (versterkingsopgave uitgaande van een planperiode van 50 jaar (zichtjaar 2075) conform Ontwerpuitgangspunten voor primaire waterkeringen (OPW, WSRL, april 2016)): · De gehele dijk tussen Tiel en Waardenburg heeft een hoogteopgave. De hoogteopgave bedraagt gemiddeld 0,4 meter ontwerphoogte. · Vrijwel de gehele dijk tussen Tiel en Waardenburg voldoet niet aan de gestelde eisen m.b.t.

(macro)stabiliteit aan de binnen- en de buitenzijde, hetgeen betekent dat de dijk tijdens of na situaties met hoge waterstanden op de rivier kan bezwijken. · Delen van de gehele dijk voldoen niet aan de gestelde eisen t.a.v. piping. Dat betekent dat als gevolg van grondwaterstroming door zandbanen in de ondergrond zand uitspoelt waardoor de dijk wordt ondermijnd. · Ook de bekleding aan de buitenzijde van de dijk op delen waar de afstand tot de rivier relatief kort is, voldoet niet overal aan de norm. De HWBP-verkenning Tiel-Waardenburg was tot juni 2018 geïntegreerd in de MIRTVerkenning Varik Heesselt. In deze verkenning is door Waterschap Rivierenland, provincie Gelderland, gemeente Neerijnen3, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming onderzocht. Dijkversterking is in ieder geval nodig. In de verkenning stond centraal of naast dijkversterking ook rivierverruiming met een hoogwatergeul tussen Varik en Heesselt onderdeel van de oplossing diende te zijn om aan de nieuwe normen van de waterveiligheid te voldoen. Hier maakt de Waal een scherpe bocht die belemmerend werkt in de waterafvoer. Gestreefd werd naar een waterstandsdaling van 40 cm. Ook zijn waterstandsverlagende maatregelen in de uiterwaarden onderzocht als onderdeel van de oplossing.

In juni 2018 heeft de minister de voorkeursbeslissing genomen: ‘Dijkversterking met natuur- en watercompensatie in de uiterwaarden’. Daarmee viel de aanleg van een hoogwatergeul in het gebied af als oplossing voor de waterveiligheid. Bij de samenstelling van het dijkontwerp is de inbreng van bewoners waar mogelijk en relevant voor de keuze van de dijkversterking meegenomen. Veel opmerkingen en vragen van bewoners en belanghebbenden zijn bij de nadere detaillering in de planuitwerking betrokken.

3 Na herindeling sinds 1 januari 2019 gemeente West Betuwe

31 (400)

1.2 M.e.r.-procedure Tiel-Waardenburg In 2016 is een m.e.r.-procedure voor dijkversterking Tiel-Waardenburg en rivierverruiming Varik-Heesselt gestart met een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is aangegeven dat voor het project is gekozen voor een MER in twee delen: een PlanMER (voor dit project een Globaal MER genoemd) in de Verkenningsfase ten behoeve van de Voorkeursbeslissing en een ProjectMER (voor dit project een Specifiek MER genoemd) in de Planuitwerkingsfase bij de te nemen besluiten. Voor beide delen van het MER is in de NRD een beoordelingskader opgenomen. Onderhavig Specifiek MER en te nemen besluiten Het onderhavige Specifiek MER wordt opgesteld ten behoeve van het Goedkeuringsbesluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland ten aanzien van het Projectplan Waterwet en de besluiten van gemeenten West Betuwe en Tiel over de bestemmingsplannen. Naast het Projectplan Waterwet op grond van de Waterwet (WSRL, vaststelling; provincie Gelderland, goedkeuring) worden de volgende besluiten gelijktijdig in de coördinatie in procedure gebracht: Vergunning Projectplan Waterwet (incl. MER) Bestemmingsplan Tiel (incl. MER) Bestemmingsplan West Betuwe (incl.

MER) Omgevingsvergunning Monumenten Omgevingsvergunning Bouw Omgevingsvergunning Bomen Omgevingsvergunning strijdigheid Omgevingsvergunning Monumenten Omgevingsvergunning Bouw Ontheffing soorten Wet natuurbescherming Vergunning beschermde gebieden Wet natuurbescherming

Bevoegd gezag

Provincie Gelderland Gemeente Tiel Gemeente West Betuwe Gemeente West Betuwe Gemeente West Betuwe Gemeente West Betuwe Gemeente West Betuwe Gemeente Tiel Gemeente Tiel Provincie Gelderland Provincie Gelderland

Stappen in de tijd In 2017 is door Sweco in de Verkenningsfase voor het op orde brengen van de hoogwaterveiligheid (via dijkversterking met of zonder rivierverruiming) beschreven in de Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO). Uit de oplossingsrichtingen uit het NKO zijn drie alternatieven c.q. 6 varianten overgebleven, die zijn beoordeeld in het Globaal MER (2018) dat voor de dijkversterking en rivierverruiming is opgesteld. Dit Globaal MER is voor advies aan de Commissie voor de m.e.r. (Cie-m.e.r.) voorgelegd. In mei 2018 heeft de Cie-m.e.r. haar toetsingsadvies gegeven. Ook zijn toen een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse en een Verkenningenrapport opgesteld. Deze stukken hebben destijds ter inzage gelegen. Vervolgens is in het najaar van 2018 de rapportage Effectenstudie voor de dijk opgesteld, die kan worden gezien als een tussenstap in de m.e.r.-procedure, waarin nader gefocust is op milieueffecten door een dijkversterking (een binnenwaartse of een buitenwaartse variant). Op basis van de Nota Voorkeursvariant (met de Effectenstudie als onderlegger) is

32 (400)

een voorkeursalternatief voor de dijk gekozen door het Waterschap. Deze rapporten zijn in de bijlagen bij onderhavig MER opgenomen. Het Voorkeursalternatief (VKA) is daarna verder ontwikkeld via een Concept Vergunningen Ontwerp (CVO, najaar 2019) naar het Vergunningenontwerp (VO) zoals dat ook is opgenomen in het Projectplan Waterwet voor dijkversterking Tiel-Waardenburg. In onderhavig Specifiek MER wordt het Vergunningenontwerp (VO) beoordeeld. Besluit m.e.r. D3.2 Op de voorgenomen dijkversterking is de Wet Milieubeheer van toepassing. In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven in welke gevallen een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. De dijkversterking Tiel-Waardenburg valt onder de volgend m.e.rcategorie: Categorie D3.2: de goedkeuring van een Projectplan Waterwet dat de activiteit aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken mogelijk maakt. Voor project dijkversterking Tiel-Waardenburg wordt een Project-m.e.r.-procedure in twee stappen doorlopen. Dit MER is het resultaat van de tweede stap.

Passende beoordeling Aangezien negatieve effecten door ruimtebeslag en/of stikstofdepositie (aanlegfase) op Natura 2000-gebieden langs de dijk op voorhand niet zijn uit te sluiten, geldt de noodzaak tot het opstellen van een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming (in het kader van het Specifiek MER). Op basis van Art. 7.2a, eerste lid, Wet milieubeheer zijn plannen die op grond van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht zijn, en waarvoor een passende beoordeling moet worden opgesteld, Planm.e.r.-plichtig. Onder dergelijke plannen wordt o.a. het bestemmingsplan geschaard. Wanneer een bestemmingplanwijziging wordt gemaakt in het geval er een Projectplan Waterwettraject doorlopen wordt, is dat op zichzelf geen reden om een Planm.e.r.procedure te doorlopen voor een passende beoordeling. Het opstellen van een passende beoordeling leidt dan niet tot een plicht tot het opstellen van een planMER (als bedoeld in art. 7.2a, Wm), omdat een Projectplan Waterwet geen plan is in de zin van de Wet milieubeheer maar een besluit (kolom 4 van het Besluit m.e.r.)4. Hierdoor is art. 7.2a, eerste lid, Wm voor het Projectplan Waterwet niet relevant. Daarnaast is het Projectplan Waterwet ProjectMER-plichtig waardoor een zwaardere m.e.r.toets wordt uitgevoerd dan wanneer er een PlanMER zou worden opgesteld. Besluit m.e.r.

D9 In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en de Verkenningsfase van het project was nog sprake van een eventuele hoogwatergeul Varik-Heesselt (zie ook par. 1.1.). Omdat van een hoogwatergeul in het project nu geen sprake meer is, is categorie D9 ‘landinrichting’ als genoemd in het Besluit m.e.r. enkel nog van toepassing in de vorm van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Ten gevolge van de dijkversterking is er namelijk maar een beperkte – minder dan 125 ha - functiewijziging van water (verlegging watergangen langs de dijk), natuur en landbouw. Deze beoordeling is integraal meegenomen in onderhavig Specifiek MER.

4 https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-

uitspraak.html?id=75784&summary_only= NB. Jurisprudentie betreft een zaak m.b.t. een m.e.r.-beoordeling, geen ProjectMER

33 (400)

Voor het project zijn bestemmingsplanwijzigingen nodig. Daarmee zijn de bestemmingsplanwijziging in feite dienend voor het op te stellen Projectplan Waterwet. Dit betekent echter niet automatisch dat – gelet op het feit dat een passende beoordeling moet worden opgesteld – via de lijn van artikel 7.2a Wet milieubeheer alsnog een plan-m.e.r.procedure moet worden doorlopen5. Hierbij zijn een aantal zaken van belang: · Voor Dijkversterking Tiel-Waardenburg wordt reeds een ProjectMER (onderhavig Specifiek MER) opgesteld; · De bestemmingsplan wijziging heeft alleen betrekking op het planologisch mogelijk maken van de in het projectplan Waterwet voorziene maatregelen. Voor de bestemmingsplannen zijn gemeenten West Betuwe en Tiel bevoegd gezag. 1.3

Inspreken en informatie

Inspreken Dit MER ligt vanaf de kennisgeving minimaal 6 weken ter inzage op de in de kennisgeving aangegeven locaties, gelijktijdig met: Vergunning Projectplan Waterwet (incl. MER) Bestemmingsplan Tiel (incl. MER) Bestemmingsplan West Betuwe (incl. MER) Omgevingsvergunning Monumenten Omgevingsvergunning Bouw Omgevingsvergunning Bomen Omgevingsvergunning strijdigheid Omgevingsvergunning Monumenten Omgevingsvergunning Bouw Ontheffing soorten Wet natuurbescherming Vergunning beschermde gebieden Wet natuurbescherming Gedurende deze periode kan iedereen reageren op het MER. Waterschap Rivierenland - de dijkversterking De initiatiefnemer voor de dijkversterking Tiel-Waardenburg is de dijkbeheerder Waterschap Rivierenland (WSRL). Na eventuele aanpassingen naar aanleiding van de zienswijzen, of ambtelijke wijzigingen, stelt WSRL het definitieve Projectplan Waterwet vast. Bevoegde gezagen in het kader van het MER Na vaststelling van het Projectplan Waterwet door Waterschap Rivierenland (WSRL) dient Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Gelderland het Projectplan Waterwet goed te keuren. De bestemmingsplannen worden vastgesteld door de gemeente West Betuwe respectievelijk de gemeente Tiel.

Commissie voor de milieueffectrapportage (Cie-m.e.r.) De hierboven genoemde bevoegde gezagen (provincie Gelderland en de gemeenten West Betuwe en Tiel) laten zich in hun besluitvorming adviseren door de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Cie-m.e.r.).

34 (400)

De Cie-m.e.r. heeft op 30 september 2016 advies gegeven over de reikwijdte en het detailniveau van het MER (https://www.commissiemer.nl/adviezen/3137). Op 29 mei 2018 heeft de Cie-m.e.r. een advies uitgebracht over het Globaal MER. De Cie-m.e.r. zal tevens het bevoegde gezag adviseren over de juistheid en volledigheid van dit Specifieke MER. Daarvoor toetst de Cie-m.e.r. het MER aan de door het bevoegd gezag vastgestelde eisen ten aanzien van reikwijdte en detailniveau van het MER. Wettelijke adviseurs Naast de Cie-m.e.r. wordt onder andere wettelijke adviseurs zoals Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) gevraagd advies te geven over het MER. 1.4 Coördinatie en overige besluiten Op grond van de Waterwet (artikel 5.5) coördineert Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland (GS) de voorbereiding van de besluiten die nodig zijn ter uitvoering van het Projectplan Waterwet. De coördinatie heeft tot doel de voorbereiding en bekendmaking van de besluiten voor het project tussen de betrokken bevoegde gezagen af te stemmen en gelijktijdig te laten plaatshebben. GS kunnen zo nodig van de betrokken bestuursorganen de medewerking vorderen die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Het College van Dijkgraaf en Heemraden (CDH) van WSRL stelt het ontwerp-Projectplan Waterwet vast en verstuurt dit naar GS.

GS besluit het ontwerp-Projectplan Waterwet gedurende minimaal 6 weken ter inzage te leggen waarbij een ieder een zienswijze kan indienen. Eventueel binnengekomen zienswijzen, of beperkte ambtelijke wijzigingen, kunnen mogelijk nog leiden tot aanpassingen. Vervolgens stelt het Algemeen Bestuur van WSRL het definitieve Projectplan Waterwet vast. Het vastgestelde Projectplan Waterwet wordt ter goedkeuring voorgelegd aan Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. Tegen het goedkeurinsgbesluit van Gedeputeerde Staten van de Provincie kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 1.5 Hoe verloopt de m.e.r.-procedure? De m.e.r.-procedure bestaat uit verschillende stappen waarbij per stap verschillende partijen een rol spelen. Hieronder volgt een toelichting op de stappen. In de m.e.r.-procedure van dijkversterking Tiel-Waardenburg zijn de stappen 1, 2 reeds in 2016 doorlopen. Voor het Globaal MER (Plan MER) zijn stap 3 en 4 in 2018 al doorlopen. Voor onderhavig Specifiek MER (Project MER) is met onderhavig MER stap 3 uitgevoerd en worden stap 4 t/m 6 doorlopen. STAP 1: OPENBARE KENNISGEVING VAN DE M.E.R.-PROCEDURE. Het voornemen om een m.e.r.-plichtige activiteit te ondernemen en hiervoor de m.e.r.procedure te doorlopen is door het bevoegd gezag openbaar aangekondigd.

De kennisgeving gaf tevens aan wie advies is gevraagd over de inhoud van het MER. Bij de kennisgeving is een startdocument gestuurd waarin de initiatiefnemer de reikwijdte en detailniveau van zijn onderzoek presenteert. STAP 2: RAADPLEGING, ZIENSWIJZEN EN STARTNOTITIE. Het bevoegd gezag heeft de adviseurs en andere bestuursorganen geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen milieueffectrapport.

35 (400)

Hiervoor heeft het bevoegd gezag de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) van 21 juli 2016 t/m 2 september 2016 ter inzage gelegd. Gedurende deze periode heeft iedereen kunnen reageren op het voornemen. Er is in die periode ook een informatieavond gehouden. De Commissie voor de milieueffectrapportage (Cie-m.e.r.) is gevraagd advies te geven over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. De Cie-m.e.r. heeft op 30 september 2016 het advies uitgebracht. De NRD is vervolgens in november 2016 vastgesteld door Rijk en Regio. STAP 3: OPSTELLEN VAN HET MER (MILIEUEFFECTRAPPORT). De initiatiefnemer stelt het milieueffectrapport op, maar daarvoor is een Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen opgesteld, die de kansrijkheid van verschillende oplossingsrichtingen voor dijkversterking én waterstandsverlaging beoordeelde. Na vaststelling van de NRD hebben belanghebbenden en betrokkenen namelijk de mogelijkheid gehad om oplossingsrichtingen aan te dragen. Doel van de analysefase is om een brede set aan oplossingsrichtingen te genereren en deze globaal en kwalitatief te beoordelen. Uiteindelijk heeft dit geleid tot 18 oplossingsrichtingen die in het voorjaar van 2017 zijn beoordeeld op hun doelbereik, haalbaarheid en maakbaarheid in de Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO). Uit de brede set aan oplossingsrichtingen zijn 3 kansrijke alternatieven geselecteerd.

De NKO, met daarbij de keuze voor de drie alternatieven, is bestuurlijk vastgesteld in mei 2017. Op 12 mei 2017 is tussentijds advies uitgebracht door de Cie-m.e.r. naar aanleiding van de Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (https://www.commissiemer.nl/adviezen/3137). De drie alternatieven zijn daarna beschreven en beoordeeld in een Globaal MER. In 2017 en 2018 is een Globaal MER opgesteld met alternatieven met en zonder hoogwatergeul en waterstandsverlagende maatregelen in de uiterwaarden. In 2018 heeft het Globaal MER ter inzage gelegen van 15 maart 2018 t/m 25 april 2018. Hierover heeft de Cie-m.e.r. op 29 mei 2018 advies uitgebracht. Hoofdconclusie uit het toetsingsadvies van de Cie-m.e.r. was hierbij: “Het gebied heeft een kenmerkend landschap met beschermde natuur, zoals de uiterwaarden. Uit het globale rapport blijkt dat een forse dijkversterking sowieso nodig is, en dat dit negatieve effecten op natuur zal hebben. Uit het rapport blijkt nu nog niet of en hoe schade aan deze natuur voorkomen kan worden. Daarom moet nog onderzoek gedaan worden in het project MER naar de effecten op de natuur van zowel een ruimtebesparende dijk en als een brede dijk. Ook de positieve effecten op de natuur van geulen in de uiterwaarden moeten nog verder worden onderzocht.

Daarna is pas een goed onderbouwde keuze mogelijk over de uitvoering van de dijkversterking.” Onderhavig Specifiek MER is opgesteld voor het Projectplan Waterwet. Bestemmingsplannen voor de gemeenten West Betuwe en Tiel en vergunningaanvragen. STAP 4: KENNISGEVING, ZIENSWIJZEN EN ADVIES COMMISSIE VOOR DE M.E.R. Gedeputeerde Staten leg het ontwerp Projectplan Waterwet samen met de hoofdvergunningen gecoördineerd ter inzage, waarbij een ieder een zienswijze kan indienen op de besluiten. Het bevoegd gezag wint advies in over de juistheid en compleetheid van het MER bij de Cie-m.e.r. Het MER ligt tegelijkertijd met de ontwerpbesluiten ter inzage. STAP 5: BESLUIT, MOTIVERING, BEKENDMAKING EN MEDEDELING. De besluiten worden na het verwerken van de zienswijzen in een Nota van Beantwoording vastgesteld door de betreffende bevoegd gezagen. In de besluiten wordt gemotiveerd op

36 (400)

welke wijze rekening is gehouden met de inhoud van het MER. De besluiten worden openbaar gemaakt. STAP 6: EVALUATIE MILIEUEFFECTEN NA UITVOERING. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor een evaluatie van de milieueffecten na realisatie van het voornemen. Het bevoegd gezag neemt zo nodig aanvullende maatregelen om de gevolgen voor het milieu te beperken. 1.6 Leeswijzer In dit eerste hoofdstuk van het Specifiek MER wordt een inleiding op het project gegeven. Hoofdstuk 2 gaat in op de aanleiding van de dijkversterking en de opgave daarvan. In hoofdstuk 3 wordt globaal ingegaan op de huidige situatie, het plangebied van het project en worden de autonome ontwikkelingen in en nabij het plangebied omschreven. Hoofdstuk 4 geeft een weergave van de genomen en de voor de dijkversterking te nemen besluiten. Waarna in hoofdstuk 5 nog wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van het project; de verkenningsfase waarin aanvullend is onderzocht of waterstandsverlagende maatregelen onderdeel van het project moeten zijn, en zo ja, op welke wijze. In die fase is de voorloper van onderhavig Specifiek MER, het Globaal MER ook opgesteld. Hoofdstuk 6 gaat in op het Vergunningenontwerp, het ontwerp voor de dijk. In hoofdstuk 7 worden de toetsingscriteria voor onderhavig Specifiek MER en hoe daar toe is gekomen, toegelicht.

Hoofdstuk 8 t/m 19 zijn de hoofdstukken waar wordt ingegaan op de verschillende te beoordelen milieuthema’s. Per thema wordt in dat hoofdstuk ingegaan op de huidige situatie en eventueel specifiek voor dat thema autonome ontwikkeling. De effecten op het milieuthema door de dijkversterking worden beschreven en beoordeeld en wanneer die er nog zijn, wordt ook ingegaan op mitigerende maatregelen. Daarna volgt in hoofdstuk 20 de totaaltabel met effectbeoordelingen en worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Het Specifiek MER sluit af met de leemten in kennis en het evaluatievoorstel, als vast onderdeel van een MER.

37 (400)

2

Opgave en uitgangspunten

2.1 Waterkering afgekeurd Op basis van de Waterwet is het verplicht om de dijken in zogenoemde ’toetsrondes’ periodiek te keuren om te beoordelen of ze aan de veiligheidsnormen voldoen. Zoals in hoofdstuk 1 al is aangegeven, is een dijkversterking noodzakelijk, omdat de dijk in de toetsronde is afgekeurd. In de derde toetsronde (2006 – 2011) in het kader van het HWBP is in totaal 12,5 km van de dijk tussen Tiel en Waardenburg afgekeurd. De invoering van de nieuwe veiligheidsnormen in de Waterwet (2017) is aanleiding geweest om een nadere veiligheidsanalyse uit te voeren. Op basis van deze analyse is de volledige dijk tussen Tiel en Waardenburg afgekeurd, op basis van één of meerdere faalmechanismen. Dit betekent dat de hele dijk versterkt moet worden, zodat hij volgens huidige inzichten na de versterking weer voor de ontwerplevensduur voldoet aan de norm. De dijk moet op de volgende onderdelen worden versterkt: • De gehele dijk tussen Tiel en Waardenburg heeft een hoogtetekort, waardoor bij extreem hoge rivierafvoeren het water over de dijk kan komen (via overloop of overslag). De dijk moet in de eindsituatie met gemiddeld 0,5 meter worden verhoogd. Na aanleg is de dijk tijdelijk hoger, ter compensatie van de bodemdaling en restzetting die nog optreedt. De dijk kan worden verhoogd door extra grond aan te brengen. Daarbij wordt de dijk ook breder dan hij nu is.

• Vrijwel de gehele dijk tussen Tiel en Waardenburg voldoet niet aan de eisen met betrekking tot binnenwaartse (macro)stabiliteit. Dit betekent dat de dijk in situaties met extreem hoge waterstanden op de rivier door de waterdruk naar binnen toe kan bezwijken. De stabiliteit kan worden vergroot met een (grotere) binnenberm of constructieve maatregelen. • Vrijwel de gehele dijk voldoet niet aan de eisen ten aanzien van piping. Dit betekent dat bij extreem hoge waterstanden als gevolg van grondwaterstroming door zandbanen in de ondergrond zand kan uitspoelen, waardoor de dijk wordt ondermijnd. Piping kan worden opgelost door verticale schermen te plaatsen die het water of het zand tegen houden. • De bekleding aan de buitenzijde van de dijk voldoet in algemene zin wel. Op een groot deel van de dijk kan grasbekleding worden toegepast. Bij de schaardijk van Opijnen is toepassing van steenbekleding noodzakelijk. 2.2 Kader en uitgangspunten Het beleidskader (zie hoofdstuk 4) geeft aan welk beleid, wet- en regelgeving kaderstellend is voor de dijkversteking en de besluitvorming hierover. Beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland, Waterschap Rivierenland en gemeenten stellen randvoorwaarden voor de dijkversterking. Relevante wet- en regelgeving betreft onder andere de Waterwet, Wet op de ruimtelijke ordening (Wro), de Wet natuurbescherming en de Ontgrondingenwet.

De voornoemde wetten worden naar verwachting 1 januari 2022 samengevoegd in de Omgevingswet. Vooralsnog wordt verwacht dat de plannen voor de dijkversterking voor deze datum in procedure zijn gegaan, waardoor deze onder het huidige wettelijk regime in procedure gaan en de Omgevingswet niet van toepassing zal zijn. 2.3 Uitgangspunten technisch dijkontwerp: “werkhypothese” Het betreft technische oplossingen voor de verschillende faalmechanismen van de dijk. Het ontwerp voor de faalmechanismen hoogte en macrostabiliteit is bepalend voor het ruimtebeslag. De voorkeursoplossing betreft namelijk het verhogen en verbreden van de

38 (400)

dijk. Om onnodig ruimtebeslag te voorkomen is voor het faalmechanisme piping gekozen voor een oplossing die niet vraagt om aanvullende verbreding van de dijk.

Figuur 2-1: Verschillende vormen van faalmechanismen

De technische ontwerpuitgangspunten zijn gedetailleerd beschreven in de Systeem Eisen Specificatie behorende bij het technisch ontwerp. 2.3.1 Begrenzing en opbouw van de primaire kering De dijk is een primaire kering in het kader van de Waterwet en is daarmee ook een waterstaatswerk. Het is een autonoom waterkerend grondlichaam, plaatselijk aangevuld met lokale maatregelen om de stabiliteit te vergroten, piping tegen te gaan en het grondlichaam te draineren. De dijk is voorzien van infrastructuur ten behoeve van beheer en onderhoud, zoals beheerstroken. In horizontale richting is de dijk als waterstaatwerk begrensd door de ruimte tussen de binnenteen en de buitenteen, plus een beschermingszone van 4 meter aan de binnen- en buitenzijde ten opzichte van het ontwerp/leggerprofiel. In verticale zin is de dijk aan de bovenzijde begrensd door zijn eigen hoogte boven maaiveld (inclusief dijkmeubilair benodigd voor beheer) en aan de onderzijde door de grens tussen door menselijk handelen (ooit) aangebrachte grond of constructies en de ongeroerde natuurlijke ondergrond.

39 (400)

De principe opbouw van de waterkering is weergegeven in Figuur 2-2. De opbouw van de huidige dijk varieert echter sterk over de deelgebieden en dijkvakken. Zo zijn lang niet overal binnen- of buitenbermen aanwezig. Aan de binnenzijde of buitenzijde van de teen of op de bermen zijn op veel plekken beheerstroken aanwezig. Deze zijn niet ingetekend in Figuur 2-2.

Figuur 2-1. Principe opbouw van de waterkering

Daarnaast zijn verspreid over het dijktraject lokaal voorzieningen ten behoeve van macrostabiliteit (zoals damwanden) of tegen piping (zoals pipingschermen) aanwezig in de waterkering (ook niet ingetekend). Opvallende voorzieningen zijn de kistdammen bij landgoed Waardenburg en de waterontspanners in Opijnen: Bij landgoed Waardenburg zijn op twee stukken van elk ca. 200 meter kistdammen (sterk ruimtebesparende waterkerende constructies) aangelegd tijdens de laatste dijkversterking in 1998 (zie figuur 2-3). In 2000 is in het dorp Opijnen een systeem van waterontspanners gerealiseerd. Het systeem bestaat uit een stelsel van bronnen en leidingen. Bij hoogwater wordt overtollig water in de ondergrond afgevoerd zodat waterspanningen niet kunnen opbouwen. Indertijd zijn de waterontspanners aangelegd om opbarsten en daarmee piping te voorkomen en om als neveneffect wateroverlast te verminderen. Het systeem is nog steeds effectief voor piping, maar kan in zijn huidige vorm de stabiliteit van de waterkering niet garanderen (zie figuur 2-4).

Figuur 2-3: Aanleg kistdamman

Figuur 2-4: Waterontspanners Opijnen

40 (400)

3

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

3.1

Huidige situatie

3.1.1 Plangebied en studiegebied In voorliggend MER is onderscheid gemaakt in het plangebied en het studiegebied. Plangebied Het plangebied bestaat uit het dijktraject Tiel – Waardenburg en die gronden die deel uitmaken van de versterking van de dijk. Het plangebied betreft in formele zin het gebied waar de formele besluiten (Projectplan Waterwet en bestemmingsplan) betrekking op hebben. Studiegebied Het studiegebied is groter dan het plangebied en omvat het gebied waar als gevolg van de dijkversterking relevante effecten te verwachten zijn. Met andere woorden: het plangebied en het gebied daarbuiten, waar mogelijk effecten optreden. Het studiegebied kan per milieuaspect verschillen. Zo zal het studiegebied voor rivierkunde het gebied omvatten waar waterstandsverlagende effecten optreden. Dit hele gebied waar effecten optreden valt dan binnen het studiegebied. 3.1.2 Dijkvakken Het dijktraject is opgeknipt in negen deelgebieden. Elk deelgebied is weer opgeknipt in meerdere dijkvakken. Een dijkvak is een deel van de dijk met (min of meer) uniforme geotechnische, geometrische of landschappelijke kenmerken. Er zijn in totaal zijn 41 dijkvakken onderscheiden. In de volgende subparagrafen is er verder ingezoomd op de deelgebieden en zijn de deelgebieden kort beschreven.

Figuur 3-1: Plangebied in deelgebieden opgedeeld

41 (400)

3.1.3 Deelgebied 1 - Passewaaij Deeltraject Passewaaij loopt vanaf het Inundatiekanaal tot net voorbij de steenfabriek bij de afrit naar de Zennewijnenseweg. Het gehele deelgebied ligt in de gemeente Tiel. Het deelgebied beslaat circa 2,1 kilometer van het totale dijktracé en is onderverdeeld in de volgende vijf dijkvakken (zie Figuur 3-2).

Figuur 3-2. Scope deelgebied Passewaaij (dijkvak 1 t/m 5)

42 (400)

3.1.4 Deelgebied 2 - Zennewijnen Deelgebied Zennewijnen loopt van de Zennewijnseweg (aan de zuidzijde van de Passewaaij) tot aan de Waalbandijk ter hoogte van het oostelijke eind van de Goossen Janssenstraat (aan de oostzijde van Ophemert) en heeft een lengte van circa 2,6 kilometer van het totale dijktracé. Het deelgebied ligt deels in de gemeente Tiel (dijkvak 6, 7 en gedeelte dijkvak 8) en deels in de gemeente West Betuwe (dijkvak 9, 10 en gedeeltelijk dijkvak 8). Het is onderverdeeld in de volgende vijf dijkvakken (zie Figuur 3-33):

Figuur 3-3. Scope deelgebied Zennewijnen (dijkvak 6 t/m 10)

43 (400)

3.1.5 Deelgebied 3 - Ophemert Deelgebied Ophemert loopt van de oostzijde van Ophemert (Goossen Janssenstraat) tot de Achterstraat (aan de noordzijde van Varik) en heeft een lengte van circa 2,2 kilometer. Het ligt volledig in de gemeente West Betuwe en is onderverdeeld in de volgende vijf dijkvakken (zie Figuur 3-4).

Figuur 3-4. Scope deelgebied Ophemert (dijkvak 11 t/m 15)

3.1.6 Deelgebied 4 - Varik Deelgebied Varik loopt van de Achterstraat (aan de noordzijde van Varik) tot aan de Korte Stukken (aan de zuidzijde van Varik) en heeft een lengte van circa 1,2 kilometer van het totale dijktracé. Het ligt volledig in de gemeente West Betuwe en is onderverdeeld in de volgende drie dijkvakken (zie Figuur 3-5)..

Figuur 3-5. Scope deelgebied Varik (dijkvak 16 t/m 18)

44 (400)

3.1.7 Deelgebied 5 - Kwelbos Varik Deelgebied Kwelbos Varik loopt van de Korte Stukken (aan de zuidzijde van Varik) tot aan de Waalbandijk ter hoogte van de Protestantse Kerk Heesselt en heeft een lengte van circa 2,4 kilometer van het totale dijktracé. Het deelgebied ligt volledig in de gemeente West Betuwe en is onderverdeeld in de volgende drie dijkvakken, dijkvakken 19 t/m 21 (zie Figuur 3-6).

Figuur 3-6. Scope deelgebied Kwelbos Varik (dijkvak 19 t/m 21)

3.1.8 Deelgebied 6 - Heesselt Het deelgebied Heesselt betreft circa 1,3 kilometer (zie Figuur 3-7). Het ligt volledig in de gemeente West Betuwe en is onderverdeeld in de volgende drie dijkvakken, dijkvakken 22 t/m 24.

Figuur 3-7. Scope deelgebied Heesselt (dijkvak 22 t/m 24)

45 (400)

3.1.9 Deelgebied 7 - Heesseltsche uiterwaarden Het deelgebied Heesseltsche uiterwaarden loopt van de westzijde van Heesselt tot de oostzijde van Opijnen en betreft circa 3,4 kilometer (Figuur 3-8). Het ligt in de gemeente West Betuwe en is onderverdeeld in de volgende zes dijkvakken.

Figuur 3-8. Scope deelgebied Heesseltsche uiterwaarden (dijkvak 25 t/m 30)

3.1.10 Deelgebied 8 - Opijnen Deelgebied Opijnen bestaat uit twee dijkvakken. De dijk is voor een groot deel een zogenaamde schaardijk. De dijk ligt direct aan de rivier. De bebouwing van Opijnen ligt aan de binnenzijde van de dijk (Figuur 3-9). Het ligt volledig in de gemeente West Betuwe en is onderverdeeld in de volgende twee dijkvakken.

Figuur 3-9. Scope deelgebied Opijnen (dijkvak 31 en 32)

46 (400)

3.1.11 Deelgebied 9 – Rijswaard Deelgebied Rijswaard loopt van de westzijde van Opijnen tot en met Waardenburg en betreft circa 3,4 kilometer van het totale dijktracé tussen Tiel en Waardenburg (Figuur 3-10). De westelijke grens voor Tiel-Waardenburg is gelegd op TG204+60. Het stuk dijk van TG204+60 tot TG205 (dijkvak 41d) is meegenomen in dijkversterking GorinchemWaardenburg. Deelgebied Rijswaard ligt volledig in de gemeente West Betuwe en is onderverdeeld in de volgende negen 9 dijkvakken.

Figuur 3-10. Scope deelgebied Rijswaard (dijkvak 33 en 41)

3.2 De omgeving De Waal De Waal onderscheidt zich door maat, schaal en dynamiek van de andere Nederlandse rivieren. Door de breedte van de rivier en de omvang en weidsheid van de uiterwaarden structureert de Waal het landschap op hoog niveau en met een lange, open, doorlopende baan door het laagland. De oorspronkelijke dynamiek van de rivier is bepalend geweest voor het landschap. De bewoning is geconcentreerd op de vele oude stroomruggen in het binnendijkse gebied. De oeverwal die opgeworpen is door de rivier is breed en eveneens bewoond. Op deze rijke ondergronden wordt onder meer fruit geteeld. De invloed van de rivier op het achterland is door de vroegere aanleg van bandijken al lang verdwenen. De dynamiek is beperkt tot overstroming van de uiterwaarden tussen de dijken. Het verloop van de Waal is vastgelegd met kribben en begrensd door de zomerdijken. De Waaldijk De huidige Waalbandijk heeft steile taluds, is hoog en markeert de grens van het binnendijkse en buitendijkse gebied. De dijk is vanwege de tweezijdigheid, de hoogte en de verbindende functie voor het gebied een zeer dominante ruimtelijke structuur. De dijk rijgt de dorpen Passewaaij, Zennewijnen, Opijnen, Varik, Heesselt, Ophemert en Neerijnen tussen Tiel en Waardenburg aaneen. De dijk is aangelegd op de oeverwal en volgt in hoofdlijnen het verloop van de Waal. Door rivierverleggingen ligt, vooral tussen Tiel en

47 (400)

Gorinchem, de dijk op een aantal plaatsen direct langs de rivier: een zogenaamde schaardijk. Het landschap van de dijk is rijk en gelaagd waarbij vrijwel alle elementen en dorpen een nauwe samenhang hebben met het verloop van de dijk door het landschap. Kenmerkend voor deze zogenoemde oeverwaldijk is dat het landschap doorloopt tot aan de dijkvoet. Afwisselend liggen weiland, fruitgaarden, bossen en tuinen tegen de binnenteen aan. Ook buitendijks is er een directe overgang van dijktalud naar de uiterwaarden. De route over de Waalbandijk tussen Tiel en Waardenburg wordt recreatief gebruikt en ook in de uiterwaarden liggen wandelroutes. In de zomermaanden vaart een voetveer tussen Varik en Heerewaarden. Wonen en werken Langs de gehele dijk liggen, naast de dorpen, afwisselend lintbebouwing en woningclusters. Op diverse plaatsen zijn bebouwing en dijk met elkaar vergroeid en lopen erven en tuinen door tot aan de dijkteen. Bouwwerken met een monumentale status staan voornamelijk langs de dijk. Verder van de dijk is (lint)bebouwing vooral op de oudere stroomruggen geconcentreerd. Daartussen staan vrij regelmatig verspreide agrarische bedrijven. Een groot deel van de bedrijvigheid betreft relatief kleinschalige landbouwkundige bedrijven. In het gebied is veel fruitteelt aanwezig. Daarnaast is sprake van veehouderij en in mindere mate akkerbouw.

Bij Zennewijnen is een steenfabriek in bedrijf, die klei wint in de Stiftsche Uiterwaarden bij Ophemert.

Figuur 3-11: Wonen vlak achter de dijk bij Ophemert

48 (400)

Figuur 3-12: De dijk volgt het verloop van de Waal te Varik

3.3 Autonome ontwikkelingen Met autonome ontwikkelingen wordt de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het gebied bedoeld zonder de realisatie van de voorgenomen activiteit. Het gaat daarbij om ontwikkelingen waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden (en waarvoor de financiering is geregeld) of demografische ontwikkelingen, klimaatveranderingen, e.d. In de NRD is aangegeven dat de volgende autonome ontwikkelingen in de beschouwing worden meegenomen: · Tweede en derde Hoogwaterbeschermingsprogramma: de dijkversterkingen die nodig zijn als gevolg van de eerste en tweede wettelijke toetsing van waterkeringen (voor zover inmiddels niet al gereed); · Programma Ruimte voor de Rivier om de Waal in te richten voor een afvoer van 16.000 m3/s (voor zover niet al gereed); Klimaatverandering Het KNMI heeft vier scenario’s berekend voor de toekomstige klimaatontwikkeling tot 2085. Voor het MER is als referentiejaar het jaar 2030 gekozen om de milieueffecten te kunnen beschouwen. Het KNMI heeft een extra scenario voor 2030 ontwikkeld. De belangrijkste voorspellingen voor 2030 zijn: · Zeespiegelstijging van 10 tot 25 cm, verder stijgend met 1 tot 6 mm per jaar · Gemiddelde temperatuurstijging van 1,0 °C · Zachte winters en hete zomers komen vaker voor · Gemiddeld 5% meer neerslag · Hogere extreme neerslag zowel in de winter als in de zomer

49 (400)

Watersysteem Op het gebied van grond- en oppervlaktewaterbeheer is het Waterbeheerprogramma 20162021 van het waterschap Rivierenland leidend. Hierin is onder andere ook de verbetering van de wateraanvoer in het kader van het Deltaprogramma Zoetwater verankerd. Grote aanpassingen in het regionale (binnendijkse) watersysteem zijn niet te verwachten. Er zijn op dit moment geen concrete projecten in planvorming of uitvoering in het plangebied. Natuurontwikkeling In het Natura 2000-beheerplan voor Rijntakken zijn diverse instandhoudingsmaatregelen geformuleerd voor de deelgebieden Rijswaard, Heesseltsche uiterwaarden en Stiftsche uiterwaarden die binnen het plangebied liggen. Deze instandhoudingsmaatregelen voorzien voor een deel in de uitbreiding van bepaalde natuurwaarden in de betreffende deelgebieden, onder andere voor zachthoutooibos, glanshaverhooiland en meren met krabbenscheer en fonteinkruiden. Verkenning Wamel-Dreumel-Heerewaarden Met het oog op natuurontwikkeling zijn met de ruilverkaveling Land van Maas en Waal gronden uitgeruild. Daardoor is een nagenoeg aaneengesloten gebied in de uiterwaarden van Wamel, Dreumel en Heerewaarden in handen van overheden gekomen.

De provincie Gelderland zet samen met Rijkswaterstaat vanuit de KRW-opgave en Staatsbosbeheer vanuit de NURG-opgave een vervolgstap om met de omgeving en belanghebbenden een plan op te stellen voor de inrichting van circa 250 ha natuurontwikkeling (Natura 2000 en GNN-opgave). De plannen omvatten de maatregelen onder andere als meestromende nevengeul, eenzijdig aangetakte strangen, aanleg van ooibos en natuurlijke graslanden. Er is gedurende de verkenning afstemming geweest met het project Uiterwaarden Wamel Dreumel Heerewaarden (UWDH). Programma Stroomlijn Rijkswaterstaat werkt aan een verbetering van de doorstroming van rivieren, waaronder de Waal. Begroeiing kan de doorstroming belemmeren en dit kan overstromingen tot gevolg hebben. Het Programma Stroomlijn omvat het weghalen van begroeiing in de uiterwaarden langs de rivier. Voor de Heesseltsche Uiterwaarden staan er geen werkzaamheden meer in de planning. In de Stiftsche uiterwaarden is begroeiing in de uiterwaarden verwijderd. Overige HWBP-projecten Dijkversterking en rivierverruiming bij Tiel-Waardenburg kan ook gevolgen hebben voor dijkversterkingen stroomafwaarts- opwaarts van Heesselt, zoals de dijkversterking NederBetuwe, Wolferen-Sprok of de dijkversterking Stad Tiel of Gorinchem-Waardenburg. Spoorwegovergang Waardenburg De spoorwegovergang aan de westzijde van het plangebied komt te vervallen.

Gemeente West Betuwe heeft een plan gemaakt om het fietspad daar door te trekken, vanaf de dijk iets de uiterwaard in, onder het spoor door. Realisatie hiervan zal voorafgaand aan de dijkversterking plaatsvinden. Woningbouwlocaties In het plangebied worden een aantal woningbouwlocaties direct langs de dijk ontwikkeld (zie tabel 3-1). Het uitgangspunt voor deze woningbouwprojecten is dat de dijkversterking robuust wordt uitgevoerd, zodat bij een volgende dijkversterking na 2075 de woningen behouden kunnen blijven op de huidige locatie. Hiertoe wordt het de ophoging van het maaiveld voor de berm bij Molenblok en Slingerbos doorgetrokken, waarbij de woningen op

50 (400)

het verhoogde maaiveld gerealiseerd kunnen worden. In onderstaande tabel staan de woningbouwprojecten voor de dijkversterking weergegeven. Daarnaast is bij Opijnen het woningbouwproject Blauwe Waal gerealiseerd. Hier wordt de berm aangebracht binnen het eigendom van WSRL. Tabel 3-1. Woningbouwprojecten direct langs de dijk bij dijkversterking Tiel - Waardenburg

Dijkvak 3 10 10 16 21

Woningbouwproject Buitenplaatsen Kruisstraat Slingerbos Goossen-Janssenstraat Molenblok Donkerstraat / Heijmans

Aantal woningen 1 15 - 20 2 10 5

3.3.1 Gastvrije Waaldijk De komende jaren wordt de noordelijke Waaldijk tussen Gorinchem en Nijmegen versterkt. Daarom hebben de gemeenten West Betuwe, Tiel, Neder-Betuwe, Overbetuwe, Nijmegen en Lingewaard met Waterschap Rivierenland, Provincie Gelderland en de ANWB het initiatief genomen om er gezamenlijk een ‘Gastvrije Waaldijk’ van te maken. Een 80 kilometerlange dijk met één uitstraling en dezelfde kenmerken: een Waaldijk met een gastvrij karakter, waar de fiets de hoofdgebruiker is en de auto te gast. Tijdens het voortraject voor de Gastvrije Waaldijk zijn door bewoners al eerder wensen ingebracht, bijvoorbeeld over verkeersveiligheid op de dijk, bankjes, bloemrijke dijken of uitkijkpunten. Deze al eerder ingebrachte wensen worden, samen met de uitgangspunten uit Gastvrije Waaldijk, gebruikt bij het maken van het ontwerp. Ook wordt bekeken of de wensen die vanuit de dijkversterkingsopgave zijn opgehaald, kunnen worden meegenomen met de Gastvrije Waaldijk. Op deze manier wordt de Gastvrije Waaldijk ontworpen als meekoppelkans bij de dijkversterkingsopgave. Het wordt een dijk waaraan bewoners, bedrijven en belanghebbenden hebben meegedacht en meegewerkt. In het kader van de Gastvrije Waaldijk wordt de kruin van de dijk volgens de eenduidige principes van de Gastvrije Waaldijk ingericht.

De weg wordt rustig, eenvoudig en samenhangend ingericht, met ruimte voor fietsers, voetgangers en gemotoriseerd verkeer, die uitgenodigd worden om ruimte te bieden aan elkaar. Figuur 3-13 geeft de principeindeling van de weg weer. De aanwezige verharding wordt over de gehele dijk vervangen, ook voor de delen waar geen hoogteopgave is. Het wegprofiel wordt ingepast binnen de bestaande breedte van de Waaldijk. Op de landgoeddijk bij buitenplaats WaardenburgNeerijnen wordt de Gastvrije Waaldijk op geheel eigen wijze toegepast. Hier wordt een smalle kruin met halfverharding gehandhaafd. Ook zijn er uitgangspunten voor op- en afgangen van de dijk. Daarnaast worden lokaal rustpunten of brandpunten ingericht met uitzicht op objecten naast de dijk, zoals bruggen, kastelen en redoutes.

51 (400)

Figuur 3-13. Schematische weergave indeling wegprofiel Gastvrije Waaldijk (indicatief)

52 (400)

4

Genomen en te nemen besluiten

4.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de regelgeving en het vigerend beleidskader die van belang zijn voor de dijkversterking Tiel – Waardenburg. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de besluiten die in samenhang met dit project genomen moeten worden. Het doel van de beschrijving van het beleidskader is om kernachtig aan te geven welke beleidsnota’s, plannen en wetgeving kaderstellend zijn voor de planrealisatie en de besluitvorming hierover. 4.2 Beleidskader Diverse beleidskaders van het Rijk, de provincie Gelderland, het waterschap Rivierenland en gemeenten stellen randvoorwaarden aan het project. In de onderstaande tabel zijn de belangrijkste aspecten en randvoorwaarden gepresenteerd. In de middelste kolom wordt ingegaan op de globale inhoud van een beleidsstuk. De laatste kolom geeft weer welke randvoorwaarden vanuit het beleidsstuk gelden voor ons project. Tabel 4-1: Beleidskader en randvoorwaarden voor het project Landelijk beleid

Inhoud

Randvoorwaarden voor het project

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

De SVIR is het rijksbeleid op het gebied van ruimtelijke ordening en mobiliteit. Uitgegaan wordt van een selectieve inzet van het Rijk (meer bewegingsvrijheid voor provincies en gemeenten). Rijk stuurt enkel op nationale belangen (‘decentraal tenzij…’). In de SVIR worden als nationaal belang genoemd:

Een deel van de waterkeringen moet worden aangepakt om de waterveiligheid te waarborgen.

· · ·

Deltaprogramma

Belangrijke landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden moeten worden beschermd.

Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling”; Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten.

De overheid wil voorkomen dat er weer een watersnoodramp gebeurt, zoals in 1953. Of dat de rivieren zoals in de jaren ’90 buiten hun oevers treden. De eerder genomen maatregelen aan de dijken en de rivierverruimende maatregelen vanuit de PKB Ruimte voor de Rivier blijken niet voldoende. Dit komt onder andere door klimaatverandering. In het Deltaprogramma staan plannen om Nederland in de toekomst te beschermen tegen overstromingen of een tekort aan zoetwater. De opgave van het Deltaprogramma is ervoor te zorgen dat de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening in 2050 duurzaam en robuust zijn en ons land zo is ingericht dat het de grotere extremen van het klimaat veerkrachtig kan blijven opvangen.

In het Deltaprogramma is opgenomen -dat gestart is met de MIRT-verkenning Varik-Heesselt en dat dit plaats vindt in afstemming met het dijkversterkingsproject Tiel-Waardenburg uit het HWBP, op basis van een gedragen startdocument conform de motie Smaling c.s.

53 (400)

Landelijk beleid

Inhoud

Randvoorwaarden voor het project

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) - ontwerp

De NOVI is de Rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving. In de Nationale Omgevingsvisie staan de keuzes op nationaal niveau. Welke belangen vinden we met elkaar zo belangrijk dat ze op nationaal niveau geregeld moeten worden of in ieder geval een richting mee moeten krijgen? Op basis van drie uitgangspunten helpt de Nationale Omgevingsvisie bij het wegen van belangen en maken van keuzes. · Slimme combinaties maken waar dat mogelijk is · De kenmerken van het gebied centraal stellen · Niet uitstellen of doorschuiven De Nationale Omgevingsvisie richt zich op vier prioriteiten. Deze hebben onderling veel met elkaar te maken en op deze prioriteiten geeft de NOVI richting aan hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. · Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie · De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden · Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken · Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen

Waterveiligheid is een belangrijk thema in de NOVI. Nederland is een delta, die voor een vijfde deel uit water en zee bestaat. Met waterveiligheid en waterhuishouding hebben we eeuwenlange ervaring. Waterveiligheid, basisvoorwaarde voor het leven in ons land, is in 2050 gegarandeerd, ook in het laaggelegen westen van ons land. We hebben ruimte ingericht voor robuuste waterkeringen.

Waterwet

De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een belangrijke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten.

De Waterwet is de grondslag voor het Projectplan Waterwet en waar het goedkeuringsbesluit voor het Projectplan Waterwet aan gekoppeld zit.

Voorkeursstrategie Rivieren (Waal en Merwedes) (2014)

Het rivierengebied kent op dit moment de grootste overstromingsrisico’s van Nederland. De dijken voldoen niet aan de normering en er is een hoger beschermingsniveau nodig. Hiervoor is een voorkeursstrategie opgesteld, onderdeel van het Deltaprogramma. Hieruit is voortgekomen dat voor een goede bescherming tegen overstromingen in het rivierengebied twee typen maatregelen mogelijk zijn: dijkversterking en rivierverruiming. Een samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming is nodig om tot een robuust riviersysteem te komen. Voor de Waal en Merwedes is gekozen grote rivierverruimende maatregelen bij rivierkundige knelpunten in te zetten als ’ruggengraat’.

In de voorkeursstrategie is voorgesteld om toe te werken naar het starten van MIRT-verkenningen met de voorkeursstrategie als richtinggevend kader en rekening houdend met de urgentie van de dijkversterkingen. Het op orde brengen van de dijken voor de dijktrajecten Tiel, Waardenburg – Opijnen en Opijnen – Ophemert is hierin genoemd.

54 (400)

Landelijk beleid

Inhoud

Randvoorwaarden voor het project

Nationaal Waterplan 20162021

Het Nationaal Waterplan (NWP) geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik naar 2050. Het NWP beschrijft onder andere de gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van de watersystemen in Nederland. Zo is ook het Deltaprogramma verankerd in het NWP en is hiermee het samenspel tussen rivierverruiming en dijkversterking geborgd.

In het Nationaal Waterplan zijn de dijken tussen Tiel en Waardenburg opgenomen met hoge urgentie.

Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) 20162021

Het HWBP is een programma waarin het Rijk en de waterschappen samenwerken om Nederland te beschermen tegen overstromingen. Dit gebeurt door maatregelen uit te voeren zodat de primaire waterkeringen aan de wettelijke veiligheidsnorm voldoen. Op basis van urgentie is de volgorde bepaald, de meest urgente projecten komen eerst aan de beurt. Jaarlijks wordt het programma geactualiseerd voor een periode van 6 jaar met een doorkijk van 12 jaar. Het HWBP maakt onderdeel uit van het Deltaprogramma.

Het afgekeurde dijktraject Tiel-Waardenburg is als urgente opgave opgenomen in het HWBP (gereed 2021). De opgave Tiel-Waardenburg staat ook in het projectenboek 2017 als project dat tussen 2017 en 2022 moet worden uitgevoerd.

Beheer- en ontwikkelplan Rijkswateren (2016-2021)

Beheer- en ontwikkelplan Rijkswateren is het plan waarin Rijkswaterstaat, als beheerder van de rijkswateren, aangeeft welke maatregelen hij in de planperiode neemt voor de ontwikkeling, werking en bescherming van de rijkswateren. Het beheer- en ontwikkelplan voor Rijkswateren is een nadere invulling van het Nationaal Waterplan. De KRW-maatregelen zijn opgenomen in het Beheer en ontwikkelplan.

In het BPRW zijn maatregelen benoemd voor onder andere de periode 2016 – 2021 waaronder de Heesseltsche uiterwaarden (aantakken van een strang, uiterwaardverlaging). Voor de periode 2022 – 2027 is het aanleggen van een nevengeul en een natuurvriendelijke oever in de Stiftsche uiterwaarden benoemd. Beide vallen onder de KRW-maatregelen

Kaderrichtlijn Water (KRW)

Richtlijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de watersystemen in Europa, onder andere door het aanpakken van lozingen, het bevorderen van duurzaam watergebruik en het verminderen van grondwaterverontreinigingen.

Aandacht in het ontwerp voor een duurzaam watersysteem.

Programma Stroomlijn

Het programma Stroomlijn heeft tot doel om te voorkomen dat waterstandsverhoging optreedt door vegetatieontwikkeling in het rivierbed. Door bomen en struiken die in de stroombaan van de rivier staan te verwijderen wordt gezorgd voor een betere doorstroming van de rivieren bij hoogwater zodat het risico op overstromingen wordt verkleind.

Fase 1 en 2 zijn reeds uitgevoerd. Ook zijn bomen en struiken in de uiterwaarden bij Tiel en Passewaaij verwijderd.

Wet natuurbescherming

Gebieden die van belang zijn voor het voortbestaan van bepaalde leefomstandigheden (habitat) of de bescherming van bepaalde soorten zijn beschermd conform de Habitatrichtlijn en/of de Vogelrichtlijn. Daarnaast zijn soortenbescherming en ‘houtopstanden’ opgenomen in de Wet natuurbescherming.

Een deel van de uiterwaarden maakt deel uit van het Natura 2000-gebied Rijntakken en is aangewezen conform de Habitatrichtlijn. Effecten op dergelijke gebieden moeten worden gemitigeerd of gecompenseerd. Daarnaast is soortenbescherming en regels voor houtopstanden opgenomen.

55 (400)

Regionaal beleid

Inhoud

Randvoorwaarden voor het project

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (provincie Gelderland, 2019)

In de omgevingsvisie staat het beleid van de provincie Gelderland verwoord op het gebied van verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De provincie zet in op een duurzame economie en een veilige leefomgeving van hoge kwaliteit.

Uit de omgevingsvisie blijkt dat de uiterwaarden in het plangebied zijn aangewezen als Gelders Natuurnetwerk en als rustgebied voor winterganzen. Daarnaast is het stiltegebieden valt een deel onder natte landnatuur en intrekgebieden.

Omgevingsverordening

Regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving zijn grotendeels opgenomen in de Omgevingsverordening. Het gaat om regels met betrekking tot ruimtelijke ordening, milieu, natuur, verkeer, bodem en water. Waterverordeningen en de Gelderse Vaarwegverordening zijn niet geïntegreerd in de Omgevingsverordening.

Voor het plangebied zijn verschillende regels opgenomen in de Omgevingsverordening:

· ·

·

Structuurvisie Waalweelde West

De structuurvisie Waalweelde West is een integrale visie voor het gebied Waalweelde West. De Structuurvisie is opgesteld door de betreffende gemeenten en de provincie Gelderland. In de structuurvisie komen meerdere doelen samen. De hoogste prioriteit ligt bij hoogwaterveiligheid, maar daarnaast moet er ook ruimte blijven voor natuur en economische ontwikkelingen. De structuurvisie heeft hier een balans in gezocht voor een planperiode van 2015 tot 2050, met een doorkijk tot 2100.

Windenergie in de uiterwaarden van het plangebied enkel onder voorwaarden toegestaan. De uiterwaarden en andere delen van het plangebied maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk. Ook is het Natura 2000-gebied Rijntakken overgenomen in de Omgevingsverordening. Er liggen daarnaast regels voor een molenbiotoop, stiltegebied, glastuinbouw, zonneparken en het plussengebied.

Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebied Waalweelde West. In deze Structuurvisie zijn voor verschillende deelgebieden - die onderdeel uitmaken van het plangebied - visies opgesteld, het gaat om visies voor: de Stiftsche uiterwaarden (2015-2020), hoogwatergeul Varik – Heesselt (2020-2030), Heesseltsche uiterwaarden (2015 – 2020), Bitumarin-terrein (privaat initiatief) en de Rijswaard (na 2030). De structuurvisie liep parallel met de voorkeursstrategie. Vanuit beide sporen is de hoogwatergeul naar voren gekomen en opgenomen. De gemeente Neerijnen heeft de Structuurvisie vastgesteld met uitzondering van de hoogwatergeul. De gemeente heeft een amendement aangenomen voor de hoogwatergeul, waarin aandacht wordt gevraagd voor de te verwachten piekbelasting, studie naar alternatieven en het voortvarend oppakken van de MIRT-verkenning.

56 (400)

Regionaal beleid

Inhoud

Randvoorwaarden voor het project

Natuurbeheerplan 2020 (NB.Ontwerp Natuurbeheerplan 2021 ligt tot begin juni 2020 ter inzage)

In het Natuurbeheerplan beschrijft de provincie de beleidsdoelen en subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van (agrarische) natuurgebieden en landschaps- en waterelementen. In het plan worden de kaders voor de uitvoering van het natuur- en landschapsbeheer gesteld. Aangegeven wordt waar beheerwaardige natuur is en welke beheerdoelen hiervoor gelden. Ook financiert de provincie een aanzienlijk deel van de kosten voor de ontwikkeling en beheer van natuur (subsidieverlening).

De Heesseltsche uiterwaarden maken onderdeel uit van het Natuurbeheerplan. Het gaat om nieuw ontwikkelde natuur en nog kleine percelen te ontwikkelen natuur. Ook in de Stiftsche Uiterwaarden zijn 3 locaties aangewezen voor nieuwe natuur en in de Rijswaard 1 locatie.

Programma Leefbaarheid

Met het begrip ‘samenredzaamheid’ is door de provincie Gelderland een visie opgesteld gericht op verbetering van de leefbaarheid in steden en dorpen. Het beleid van de provincie is gericht op het ondersteunen van initiatieven en het sluit aan op gemeentelijk beleid. In juni 2016 is het Uitvoeringsplan Leefbaarheid vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland. Hierbij is tevens het budget voor het programma bepaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/329/documents/6904