RAAPrap_4150_GENL4_20210131_deel3.pdf
Tekst van het document
In het buitengebied betreft het vooral de oudere agrarische bebouwing, de grote historische boerderijen en de schuren, waarvan sommige belangwekkende houtconstructies uit de 17e en 18e eeuw bezitten. Ook de oude stads- en dorpskerken en de bebouwing op (middeleeuwse) kasteelplaatsen kunnen een bouwhistorische verwachting bezitten. De panden met een bouwhistorische verwachting zijn alle ook getoetst aan de hand van de waarderingscriteria en in een van de drie orden ondergebracht. Het kan zowel beschermde als onbeschermde panden betreffen. Het betreft dus een extra gewaardeerde kwalitei t binnen de totale inventarisatie.
2.5.4
Toelichting op de waarderingsmethodiek stedenbouw / bouwkunstensembles
Alle ensembles zijn met behulp van een beperkte set indicatieve criteria gewaardeerd. De criteria (op gemeentelijk niveau) waaraan deze gebieden en ensembles zijn getoetst zijn:
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[358]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
1.
het belang van het gebied of ensemble als voorbeeld of onderdeel van de cultuurhistorische gebiedskarakteristiek en de ontwikkelingsgeschiedenis/historische gelaagdheid;
2.
het belang van het gebied vanwege de bijzondere betekeni s voor het beeld van de omgeving, vanwege opmerkelijke ligging, zichtlijnen, aanwezigheid van landmarks, etc.
3.
de structurele gaafheid en herkenbaarheid van het gebied;
4.
de dichtheid en kwaliteit van de aanwezige beschermde en/of karakteristieke bebouwing, waarbij gelet is op herkenbaarheid, gaafheid en (in mindere mate) zeldzaamheid.
Per criterium kunnen de volgende scores worden gegeven: xx, x, 0. - hoge waarde: xx; - positieve waarde: x; - neutrale waarde: 0; - negatieve waarde: -.
De optelsom van deze scores leidt tot het formuleren van een eindwaardering in vier gradaties: gemiddelde score
Waardering
Minimaal viermaal xx
Zeer hoge waarde (1)
Minimaal tweemaal xx en tweemaal x
Hoge waarde (2)
Minimaal viermaal x
Middenwaarde (3)
Minimaal tweemaal x en tweemaal 0
Basiswaarde (4)
Tabel 8. Scores en klassen van de waardering.
De verschillende waardengradaties (orden) geven zicht op welke objecten een specifieke vorm van instandhoudingsbeleid vragen. In principe geldt: hoe hoger de indicatieve erfgoedwaarde, hoe meer noodzaak er zal zijn strikte regels voor de instandhouding toe te passen. De waardenkaart is ontwikkelingsgericht en geeft informatie over welk beleid (of omgangsvormen) zou moet en gelden bij de instandhouding van cultuurhistorische waarden. De kaart brengt in beeld welke objecten voldoende kwaliteiten bezitten om ze als karakteristiek of beeldbepalend/beeldondersteunend te definiëren, of welke objecten naar alle waarschijnlijkheid in aanmerking komen voor bescherming als gemeentelijk monument, wanneer ze deze status nog niet hebben. De selectie van de cultuurhistorisch waardevolle objecten en de uiteindelijke klassering vindt plaats via een toetsing aan de hand van vijf ruimtelijke en cultuurhistorische waarderingscriteria. Deze criteria zijn speciaal voor dit doel geformuleerd op basis van bovengenoemde algemeen, gangbare criteria en zijn eerder ook in andere gemeenten toegepast.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[359]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
3 Cultuurlandschappen Luuk Keunen
3.1 Inleiding Het landschap is op meerdere manieren in te delen. Het dichtst bij onze belevingswereld komt misschien wel de indeling in dorpsgebieden, die in deze regio in de vorm van dorpspolders ook als bestuurlijke eenheid hebben bestaan. Deze indeling heeft de basis gevormd voor de gedetailleerde beschrijving van elke dorpspolder in de voormalige gemeente Lingewaal (zie hoofdstuk 5).
Figuur 1. Vroegere dorpspolders in de gemeente West Betuwe, situatie in de 18e eeuw.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[360]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Dorpspolders zijn de kleinste waterstaatkundige eenheden in het gebied, die in de volle middeleeuwen ontstonden toen dorpsgemeenschappen zich tegen het rivierwater gingen beschermen en ook eigen delen van de velden (komgebieden) om een bescherming tegen he t water vroegen. Ze worden doorgaans begrensd door de bandijken aan de rivierzijde en zij - en achterkaden aan de binnenlandse zijde. De dorpspolders bleven over het algemeen naast de polderdistricten bestaan, toen die vanuit de dijkstoel gevormd werden. In 1953 werd het plan van Gedeputeerde Staten voorgelegd de dorpspolders in de Tielerwaard op te heffen. Het betrof toen 23 dorpspolders, het waterschap van de Linge en drie interprovinciale polders Asperen, Spijk en Heukelum. Op 1 september 1954 trad deze o pheffing in werking. Daarna bleef voor waterstaatkundig beheer alleen het polderdistrict over, één van de voorlopers van het Waterschap Rivierenland. 7 De kaart van de vroegere dorpspolders geeft vooral een goed overzicht van de dorpsgebieden met hun bijbehorend land binnen de huidige gemeente.
3.2 Landschappen in West Betuwe Het diepst gaan we hier op een onderverdeling in die niet zozeer bestuurlijke of so ciale eenheden aangeeft, maar meer de landschappelijke. Het historisch cultuurlandschap in de gemeente West Betuwe is in onze wijze van kartering onderverdeeld in twee hoofdonderdelen, te weten het binnendijks rivierenlandschap en de uiterwaarden (zie figuur 2). Daarbinnen volgen nadere onderverdelingen, eerst hoofdfunctie en daarbinnen naar specifieke karakteristieken. Per landschapstype zullen we de historische en hedendaagse kenmerken hieronder nader toelichten.
3.3 Binnendijks rivierenlandschap 3.3.1
Stroomruggen
Oeverwal, regelmatig ingedeeld, met bewoning (rs1a) De bewoonde oeverwallen vinden we over het algemeen dicht achter de dijk van de Waal en de Linge. Hierin vinden we niet alleen vanouds lintbebouwing tegen de binnenkruin van de dijk, maar ook grotere nederzettingen, veelal in de vorm van bebouwing haaks op de lengterichting van de oeverwal. Kenmerkend voor de 19e- en vroeg-20e-eeuwse situatie was, vooral ter plaatse van de brede oeverwallen van de Waal in het oosten van de gemeente, de dichtheid aan hoogstamboomgaarden, waarbij ook tussen de individuele percelen wel randbeplanting te vinden was. Het Gelders rivierengebied vormde in deze periode immers samen met Zuid -Limburg vanwege de gunstige bodems de ‘fruitschuur’ van Nederland. De dijkbebouwing, vaak kleine boerderijtjes op erven die in de lengterichting langs de dijk lagen, waren ontsloten vanaf kleine afwegen vanaf de dijk. Plaatselijk, zoals bij Opijnen, kon men die dijk via het dorp of via verbindingswegen tussen Zandstraat en dijk bereiken. De regelmatigheid van dit deelgebied zat ‘m in de opstrekkende kavels vanaf de Zandstraat, zowel naar het noorden als het zuiden. Op de kop van elke kavel, aan de weg, stond de boerderij met bijgebouwen. Slechts hier en daar lag de bebouwing wat verder van de weg, of was zelfs sprake van enkele erven achter elkaar.
Plaatselijk vinden we hier dijkonderhoudszones, zoals ten oosten van Opijnen. Vanwege de geringe spreiding
7
Regionaal Archief Rivierenland, 0476 Archief van Dorpspolder Vuren, 1882 -1956, inleiding op inventaris
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[361]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
binnendijks – buitendijks had de voorkeur, tenzij daar geen ruimte was door bijvoorbeeld strangen – hebben we er voor het binnendijkse gebied geen afzonderlijk landschapstype van gemaakt.
Figuur 2. Hoofdlandschappen in de gemeente West Betuwe.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[362]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Een tweede regelmatig verkaveld deelgebied vinden we ten noorden van Varik, waar tussen dijk en Achterstraat eveneens opstrekkende kavels. De bebouwing stond hier echter niet op de kop van de verschillende kavels, maar aan de dijk en in een dicht bebouwd lint op de lange kavel die parallel aan het noordelijke deel van de Achterstraat lag. Een derde gebied van behoorlijke omvang is de oeverwalontginning ten noorden van Waardenburg, aan weerszijden van de Zandweg, die van zuidwest naar noordoost over de oeverwal loopt. Vanuit deze weg strekten zich strookvormige kavels naar weerszijden op; de structuur ervan is nog beleefbaar. De stroken in noordwestelijke richting, naar het lagere gebied toe, waren smaller dan die naar het hogere deel van de oeverwal in het zuidoosten.
Figuur 3. Een regelmatig ingedeelde oeverwal met bewoning vinden we onder meer ten noorden van Waardenburg, waar het slotenpatroon aan de westelijke, nattere zijde van de Zandweg dichter is dan aan de droge, oostelijke zijde. Nattere gronden vroegen om een intensievere ontwatering (bron: Chromotopografische Kaart des Rijks, ca 1900).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[363]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Soortgelijke regelmatig ingedeelde gebieden vinden we ook tussen Hellouw en Herwijnen, waar de strokenverkaveling met boerderijtjes op de kop doorloopt in het aangrenzende komgebied, en ten westen van het dorp Tuil. Het karakter van deze gebieden is ingrijpend veranderd. In Waardenburg wordt het landschap aan weerszijden van de Zandweg juist ingenomen door laagstamboomgaarden, terwijl daar een eeuw geleden nog sprake was van overwegend akker bouw. Terwijl de fruitteelt toegenomen lijkt te zijn op sommige plekken, is de kavelrandbeplanting juist afgenomen. Kleine boomgaardjes in boerderijenlinten, zoals ooit langs de dijk bij Hellouw, bestaan niet meer. De omvang van de erven is fors toegenomen, waardoor in Opijnen het lint aan de zuidzijde van de Zandstraat ten dele de ruimte tussen dijk en Zandstraat inneemt. De dijkbebouwing is bovendien grotendeels verdwenen. De sterke zonering die voorheen in het onderzoeksgebied aanwezig was, met een concentratie van de bebouwing langs Zandstraat en dijk met daaromheen de boomgaarden is veel minder duidelijk. Doordat op veel percelen in de 19e eeuw al bebouwing stond, heeft opschaling van de verkaveling overigens op beperkte schaal plaatsgevonden. Wel zijn vaak smalle kavels samengevoegd tot bredere. Elders, zoals in Tuil en Haaften, is de oeverwal grotendeels volgebouwd.
Figuur 4. Bebouwing op de kenmerkende strokenverkaveling in dit landschapstype (foto: RAAP, 14 november 2019).
Langs de Linge vinden we dit landschapstype vooral in het bovenstroomse deel, waar van bredere oeverwallen sprake was dan in het westelijke deel. Het gaat om deelgebieden bij Gellicum, ten oosten van Rumpt, ten oosten van Deil, ten oosten van Geldermalsen en bij Meteren. Kenmerkend is hier steeds de lintbebouwing achter de dijk. Vaak was er sprake van smalle huispercelen, die meestal door
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[364]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
een steeg achter de huizen werden begrensd. Soms liep de verkaveling op de oeverwallen achter de bebouwing door, soms was er sprake van een afwijkende strokenverkaveling. Meestal ging het daarbij een eeuw geleden om bouwland, soms was er sprake van een afwisseling tussen bouwland en boomgaarden, zoals ten oosten van Geldermalsen en bij Meteren. Op het deelgebied bij Gellicu m na zijn de gebieden merendeels voor de grootschalige fruitteelt in gebruik genomen, waardoor van de vroegere verkaveling in het landschap weinig meer herkenbaar is. Dat geldt wél voor de meest westelijke deelgebieden met dit landschapstype, ten westen v an Spijk. Ondanks de grootschalige veranderingen in de omgeving, zoals de zandwinning buitendijks en de aanleg van de golfbaan in het komgebied, zijn de erven met strokenverkaveling langs de dijk tussen Spijk en de Betuweroute (Zuiderlingedijk) nog behoorlijk gaaf. Oeverwal, regelmatig ingedeeld, zonder bewoning (rs1b) Ook de regelmatig ingedeelde oeverwallen zonder bewoning komen zowel langs Waal als Linge voor. Met name tussen Neerijnen en Opijnen, waar de oeverwallen het breedst waren, bij Haaften en ten westen van Herwijnen vinden we deze ontginningen op de oeverwal van de Waal .
In het midden van de 19e eeuw was hier nog sprake van een dominantie van akkerland, waarbij de blok - of strookvormige kavels vermoedelijk door greppels van elkaar werden gescheiden. Perceelsrandbeplanting kwam vrijwel niet voor. Met name in Herwijnen, waar de oeverwal het smalst was, kwam ook wel wat grasland voor in het verst van de dijk gelegen gedeelte.
Figuur 5. Een beeld van het onbebouwde karakter van dit landschapstype (foto: RAAP, 14 november 2019).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[365]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
De huidige situatie laat weer een heel ander beeld zien (figuur 7). Allereerst is de bebouwingsgraad sterk toegenomen, doordat nieuwe bedrijven buiten de oude dorpen en bewoningslinten zijn gesticht. Daarnaast is akkerland als grondgebruik gemarginaliseerd. Daarvoor is het aandeel grasland substantieel, maar heeft vooral ook de fruitteelt in deze gebieden een vlucht genomen. Dat grondgebruikstype was een eeuw geleden nog heel beperkt in dit landschapstype.
Figuur 6. Het akkerbouwgebied tussen Neerijnen en Opijnen (bron: Chromotopografische Kaart des Rijks, ca 1900).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[366]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 7. Het huidige landschapsbeeld, waarin de fruitteelt enorm is toegenomen en nu ook bebouwing langs de Repensestraat staat (bron: OpenTopo).
Langs de Linge gaat het om verspreid liggende gebieden tussen Asperen in het westen en de oostelijke gemeentegrens ten oosten van Geldermalsen, in het oosten. De historische landschapskarakteristiek is hier identiek aan de Waaloeverwallen, met dien verstande dat het door de kleinere maat en schaal van de oeverwallen om kleinere gebieden gaat. De gebieden zijn nu vooral als grasland en als laagstamboomgaard in gebruik, met dat verschil met de Waaloeverwallen dat de hoeveelheid boomgaard er geringer is.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[367]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 8. Het vanouds onbewoonde stroomruggenlandschap tussen Herwijnen en Hellouw (foto: RAAP, 23 september 2020).
Oeverwal, minder regelmatig ingedeeld, met bewoning (rs1c) De minder regelmatig ingedeelde oeverwallen met bewoning kennen een andere verdeling over de Linge- en Waaloevers dan de regelmatige. We vinden ze maar heel beperkt langs de Waal, maar des te meer langs de Linge en op de stroomrug waarop Est ligt. Zoals de naam al zegt gaat het om gebieden met een onregelmatige ondergrond, grotendeels veroorzaakt door de aard van de ondergrond. De oudste bewoning ligt meestal verspreid door het gebied, maar op de plekken waar de oeverwal smaller was en de verkaveling relatief gezien nog het regelmatigst, komen ook linten langs dijken voor. In de gebieden langs de Waal is sprake van lange, relatief smalle zones langs de dijk die in de 19e eeuw gekenmerkt werden door enerzijds dijkbebouwing en anderzijds wegen met bebouwingslinten, parallel aan de dijk. Rond deze erven speelde de fruitboomteelt een grote rol. In tegenstelling tot bijvoorbeeld langs de Zandstraat bij Opijnen, waren de percelen achter de erven vaak relatief ondiep. Karakteristiek zijn in dit gebied de nederzettingsstructuren dwars op de dijk, zoals de Bredestraat ten noorden van Ophemert. Plaatselijk vinden we dijkonderhou dszones in dit landschapstype, zoals tussen Ophemert en Passewaaij.
Vanwege de geringe spreiding binnendijks – buitendijks had de voorkeur, tenzij daar geen ruimte was door bijvoorbeeld strangen – hebben we er voor het binnendijkse gebied geen afzonderlijk landschapstype van gemaakt.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[368]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 9. Een fraai ensemble binnen dit landschapstype tegen de kern van Ophemert (foto: RAAP, 14 november 2019).
Langs de Linge gaat het vooral om een zone aan de noordzijde, die plaatselijk relatief breed kon zijn. Daarin liggen oude boerderijen als Hooge Spijk bij Marienwaerdt en Den Haag bij Buurmalsen. Enigszins vergelijkbaar, maar dan niet langs de dijk, is het gebied rond Est. Daar bevindt zich bijvoorbeeld de boerderij RijzenOoijen. Ook nu nog is deze zone herkenbaar als het gebied waar het zwaartepunt van de bewoning aan de binnenzijde van de dijk ligt, vooral ook omdat dit landschap een aantal historische dorpskernen omgeeft en we deze onregelmatig verkavelde gebieden tot de vroegste, vroegmid deleeuwse ontginningen zullen moeten rekenen. Op specifieke plekken, zoals bij Zennewijnen en Passewaaij net buiten ons onderzoeksgebied, is ook de fruitteelt op relatief kleine percelen nog aan deze nederzettingen gekoppeld. Elders is de fruitteelt veel grootschaliger en worden de kernen ‘ingekapseld’ door enorme percelen met fruitteelt in het aangrenzende landschap. De besproken nederzettingen haaks op de dijk, zoals die van de Bredestraat, zijn nog duidelijk herkenbaar . Verder westelijk langs de Waal, vanag Herwijnen, is de verkaveling deels nog herkenbaar en ontbreekt de fruitteelt grotendeels. Daar worden de gebieden voor akkerbouw en veeteelt gebruikt, maar zijn ze in veel gevallen wel herverkaveld voor een efficiënter landbouwkundig gebruik.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[369]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Bij Est hebben we te maken met een kern die zich heeft ontwikkeld op een oeverwal langs een fossiele rivierloop, die actief was tot een moment, ergens tussen de late 1e en vroege 3e eeuw na Christus. 8 In de laagte bevindt zich nog altijd een watergang. De stroomrug wordt gekenmerkt door een blokverkaveling die niet uitgesproken onregelmatig is, maar waar vooral heel veel variatie in zit. Gebogen structuren volgden overwegend de waterloop, terwijl elders, zoals ten zuidwesten van het dorp, vooral sprake was van verschillende vormen van blok- tot strookvormige verkaveling. De verkaveling liep en loopt vanuit de hogere soms in lagere gebieden door, zoals in het Snelleveld. Aan het grondgebruik herkennen we de wisselende landschappelijke omstandigheden, maar de overgang lijkt vaak vloeiend te zijn. Deze overgangen zijn nu door de grootschalige fruitteelt niet meer altijd herkenbaar.
Figuur 10. Fruitteelt op de oeverwallen bij Rumpt (foto: RAAP, 23 september 2020).
Ten noorden van de Linge is het grondgebruik tegenwoordig heel gevarieerd: akkerland, grasland en laagstamboomgaarden. Het gaafst is dit landschapstype nog op het landgoed Mariënwaerdt, waar het agrarisch land onderdeel is van het landgoed en er derhalve altijd veel aandacht voor landschapsschoon geweest is.
8
Paleogeografische Kaart van de Rijn -Maasdelta, digitale data
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[370]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Oeverwal, minder regelmatig ingedeeld, zonder bewoning (rs1d) Niet of nauwelijks bewoonde, minder regelmatig ingedeelde oeverwallen komen hoofdzakelijk voor langs de Linge, en veel minder langs de Waal. Mogelijk is dat een gevolg van het feit, dat langs de Linge veel meer sprake was van geconcentreerde kernen en minder verspreide bewoning, terwijl langs de Waal veel meer bewoningslinten (bijvoorbeeld langs de dijk) voorkwamen. Dergelijke gebieden langs de Waaldijk vinden we alleen tussen Opijnen en Varik, en aan weerszijden van Ophemert. De oppervlakte is betrekkelijk gering, vooral omdat de minder regelmatig ingedeelde gebieden overwegend op oeverwallen die vaak wel bewoond waren lagen. Het niet-bewoond zijn is overigens in enkele gevallen ook een definitiekwestie, omdat soms de bewoningslinten dir direct aan deze landschappen grensden, tot een ander landschapstype gerekend worden. Alleen tussen Opijnen en Varik is écht sprake van een vanouds niet-bewoond gebied.
Figuur 11. Een intacte stroomrugontginning met landgoedkenmerken bij Heukelum (foto: RAAP, 23 september 2020).
Kenmerkend historisch grondgebruik was akkerland, door greppels of überhaupt geen perceelsscheidingen van elkaar gescheiden. Ook boomgaard en kwamen in dit landschapstype wel voor. Plaatselijk zien we fraaie gebogen lijnen op historische kaarten, die iets van het onderliggende reliëf zullen tonen. Bij Ophemert vinden we verder een gebied met afwisselend brede en smallere percelen, die als taartpunten ten opzichte van elkaar gerangschikt waren.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[371]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
In de huidige topografie is de verkaveling nog enigszins herkenbaar, maar zijn naast elkaar gelegen smalle percelen wel samengevoegd. In zijn algemeenheid geldt dat akkerland nog steeds een dominant grondgebruik in dit landschapstype is, maar dat daarnaast de fruitteelt enorm is toegenomen in de afgelopen eeuw. Daarnaast zijn er nieuwe bedrijven in dit landschap verrezen. In het westen, bij Opijnen op de Haar, heeft het akkerland plaats gemaakt voor een b ijzondere mix van akkerland, fruitteelt, grasland, bos en bebouwing.
Figuur 12. Door moderne teelten zijn sommige landschappen niet meer duidelijk herkenbaar (foto: RAAP, 14 november 2019).
Zoals gezegd was dit landschap veel prominenter aanwezig op de wat bredere oeverwallen van de Linge ten oosten van Heukelum. Daar zien we grote vanouds onbewoonde akkercomplexen op de oeverwallen tussen de kleine kernen. Veel van deze oeverwallen zijn in de afgelopen eeuw in gebruik genomen door de grootschalige fruitteelt, waardoor de vanouds aanwezige openheid niet meer bestaat. Ook is het merendeel bebouwd geraakt, soms met lintbebouwing langs de randen (zoals langs de Doctor A. Kuyperweg) en soms met bebouwing langs nieuwe wegen over de o ude akkercomplexen (zoals bij Rumpt of in het Waardsche Blok bij Deil). Alhoewel deze landschappen dus nog landelijk zijn, is van de belangrijkste historische kenmerken - onbebouwd akkerland – niet veel meer te vinden. Kwelkom (rs1k) Waar zandbanen de dijk kruisten konden plekken ontstaan waar water eenvoudig onder de dijk door kon sijpelen en als kwel weer aan de oppervlakte kon komen. Om het kwelwater op zijn plek te houden
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[372]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
en tegendruk te creëren werden kades rond dergelijke plekken aangelegd. Die omgav en een zogenaamde kwelkom. Landbouwkundig kon men er door de natte omstandigheden vaak niet veel mee, waardoor veel kwelkommen als bos werden gebruikt. Door hun ligging direct achter de dijk kwamen ze op een zeker moment ook in trek voor bebouwing, waardoo r dijklinten in deze zones ontstonden. Een fraai voorbeeld vinden we nog altijd ten zuiden van Varik. Een andere variant zien we ten noordwesten van Haaften, waar een lange smalle kwelkom een ruime eeuw geleden ook nog bebost was, maar inmiddels al weer vele decennia herkenbaar is aan de dijkbebouwing. Ook de kwelkade is verdwenen. Westelijk van Haaften regen de kwelkommen zich zo ongeveer aan elkaar; het lijkt erop alsof plaatselijk ontsluitingswegen van dijkwoningen over voormalige kwelkaden gelegd zijn. Een herkenbaar voorbeeld van een nog bestaande kwelkom met kwelkaden vinden we westelijk van Hellouw.
Figuur 13. Misschien wel de best herkenbare kwelkom is, vanwege zijn bebossing, die ten zuiden van Varik (foto: RAAP, 14 november 2019).
Dergelijke langgerekte kwelkommen vinden we daarnaast ook tussen Vuren en Herwijnen en tussen Spijk en Heukelum. De bebouwing heeft zich daar in de loop van de afgelopen eeuw steeds verder verdicht.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[373]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 14. Bebouwing in een kwelkom bij Herwijnen (foto: RAAP, 23 september 2020).
Binnengedijkte doorbraakkolk (rs1l) Het Galgenwiel bij Asperen is ontstaan bij een dijkdoorbraak vóór het midden van de 19e eeuw. Bij de reparatie van het gat in de dijk heeft men de dijk buitenom gelegd, waardoor de dijk binnendijks is komen te liggen. De dijk vormde daar trouwens een overlaat. De kwelkade aan de binnendijkse zijde is de huidige Leerdamseweg. Binnen de nieuwe kade is aan het eind van de 20e eeuw een sportveldencomplex aangelegd. Aan de Leerdamseweg zijn bovendien huizen gebouwd. Met name de noordelijke oever van de kolk is gaaf bewaard gebleven. Binnengedijkt land (rs1m) Op enkele plekken is de Waaldijk in de late 20e eeuw naar buiten gelegd, waardoor er als het ware een soort binnendijks stuk uiterwaard is ontstaan. Die situaties doen zich voor bij Herwijnen en bij Haaften. Vooral bij Herwijnen gaat het om een relatief groot terrein. De voorheen buitendijkse dijkbebouwing is nu binnendijks komen te liggen. De tuinen lopen nu dood op de nieuwe dijk. Doordat sprake is van een kleinschalige particuliere verkaveling, is deze ook in de nieuwe situatie nog redelijk goed herkenbaar. Het kleine terrein ten oosten van Haaften kent ook dijkbebouwing, met daarachter een gebied zonder specifieke inrichting.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[374]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 15. Deze dijkenkaart van het gebied tussen Haaften en Hellouw geeft nauwkeurig alle dijken en kwelkaden aan. Tussen Haaften en de grens met Herwijnen was een aaneengeregen reeks van kwelkommen (bron: Gelders Archief, archief ORA Tuil (0201), inventarisnr. 1117, d.d. mei -juni 1774).
Buitenplaats, met parkaanleg (rs1p) Op vele plaatsen in de gemeente West Betuwe vinden we oude kasteelterreinen, maar slechts om enkele zijn parken en tuinen aangelegd die substantieel gebied buiten het eigenlijke erf innamen . Het gaat aan de Waalzijde om de tuinen en parken van de kastelen Waardenburg, Neerijnen en Ophemert, aan de Lingezijde om Kraaijenstein, Mariënwaerdt, Huis Acquoy, Huis Asperen en Merckenburg . Karakteristiek zijn lanen, oude bossen en uiteraard de kastelen zelf, omgeven door hun grachten. In de kasteelparken en -landschappen is sprake van een lange geschiedenis van tuin- en parkontwerp en – beheer, waarbij niet alleen cultuurhistorische, maar ook tuinhistorische en floristische waarden aanwezig zijn. Zo is in Neerijnen en Ophemert de formele aanleg met lanenstelsel van vóór de 19e eeuw nog aanwezig, terwijl Waardenburg door wijzigingen in de 19e en 20e eeuw veel meer een landschappelijk karakter ademt. Omstreeks 1980 is dit naar aanleiding van plannen van tuinarchitect Springer uit de periode rond 1925 verder ‘vervolmaakt’. 9 Neerijnen heeft deze ontwikkeling ook wel gekend, maar daar is de formele structuur als groter kader blijven bestaan. In 2010 is een herstelplan voor Waardenburg en Neerijnen opgesteld en vervolgens uitgevoerd. Daarbij is gewerkt ‘in de geest van Springer’.
9
SB4 2010
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[375]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 16. Kenmerkend voor de landgoederen Waardenburg en Neerijnen zijn de zichtassen. We zien hier, met de voetgangers er precies in, de zichtas van Huis Neerijnen richting Waardenburg (foto: RAAP, 14 november 2019).
Ophemert kende in de late 18e eeuw een geometrische aanleg, met boomgaarden bij het huis in een diagonaal-gewijze verdeling en moestuinen waarin een verdeling door een assenkruis aanwezig was. Daarnaast was er een langwerpige vijsvijver. Ook was er een geschulpt bassin met daaromheen gesnoeide Taxusbomen, met ernaast een in vieren gedeelde boomgaard. Die structuur is niet meer aanwezig; in de vroege 20e eeuw is een nieuwe geometrische aanleg tot stand gekomen. 10 De grotere structuur in het landschap, het orthogonale lanenpatroon, is wel blijven bestaan.
10
Oldenburger e.a. 1996: 141
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[376]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 17. Aan de watergangen is het orthogonale patroon va n Ophemert ook nog te herkennen (foto: RAAP, 14 november 2019).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[377]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 18. Ontwerp van park met bloementuin, door L.A. Springer, 1923 (bron: WageningenUR, Database TUiN).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[378]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 19. Ontwerp van het parkgebied tussen Neerijnen en Waardenburg, door L.A. Springer, omstreeks 1922 (bron: Wageningen UR, Database TUiN).
Voor meer detailinformatie over de genese van tuinen en parken verwijzen we nadrukkelijk naar het rapport over Waardenburg en Neerijnen; we kunnen daarop in dit kader van de gemeentelijke kaart niet op eenzelfde detailniveau ingaan. De cultuurhistorische waardenkaart bevat een neerslag van elementen en structuren, die in een analytische studie zoals die van SB4 veel meer uiteengerafeld kan worden. We hebben dan ook niet alles uit de studie van SB4 in de gemeentelijke kaart kunnen overnemen. Aan de Lingezijde is de variatie in gaafheid groter. Zo is van de oorspronkelijke buitenplaats Kraaijenstein bij Geldermalsen door bebouwing van het terrei n niet veel meer over. Mariënwaerdt daarentegen is als particulier landgoed gaaf bewaard gebleven. De andere terreinen bevinden zich ergens op de schaal van die twee uitersten: van Huis Acquoy is niet meer over dan een erf rond het huis, terwijl in Asperen de tuin volledig nieuw is ingericht. Merckenburg is klein, maar kent zijn oude structuur nog wel. Daarbij moeten we verder steeds in het oog houden, dat de kastelen met hun tuinen en parken niet op zichzelf staan, maar dat ook buiten de hier aangegeven te rreinen waarden voorkomen die bij de buitenplaatsen horen of hoorden. Dat heeft zijn invloed op het historisch beheer.
Zo heeft de relatieve intactheid van de Rijswaard bij Waardenburg en Neerijnen een directe relatie met de wijze waarop de achtereenvolgende eigenaren van de buitenplaatsen hun totale bezit, inclusief de uiterwaarden, beheerd hebben. Daarbij hebben de kernen van deze landgoederen, de feitelijke buitenplaats met zijn ontworpen groen, veelal een uitstraling op het omliggende cultuurlandschap . Iets dergelijks vinden we bij het cultuurlandschap rond Mariënwaerdt en rond Merckenburg. Bij Mariënwaerdt is de landgoedinrichting zelfs doorgetrokken op een nieuwe parkeerplaats bij de oude boerderij Stapelakker, waar nu feitelijk sprake is van een nieuw parkelement.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[379]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 20. Het park bij het Huis Asperen (foto: RAAP, 23 september 2020).
Kasteelterrein (rs1q) Naast de kasteelterreinen die uitgroeiden tot volwaardige buitenplaatsen hebben we ook kasteelterreinen die door hun specifieke situatie, vaak een situatie van verval in het verleden, uitsluitend beperkt bleven tot de omgrachting, al dan niet met resten van de bebouwing. Kenmerkend is dat de intensivering van het agrarisch gebruik soms letterlijk tot aan de kasteelgrachten doorliep. Bij Opijnen vinden we een voorbeeld van een dergelijk relatief geïsoleerd kasteelterrein. In veel andere gevallen is een kasteelterrein een afzonderlijke entiteit binnen een groter kasteelpark. We hebben in dergelijke gevallen de vroeg-19e-eeuwse begrenzing genomen, omdat op dat moment de oude grachten etc. nog niet volledig waren geïntegreerd in de omliggende parkaanleg. De grenzen van het landschapstype ‘kasteelterrein’ lijken daarom soms willekeurig door huidige tuinen en parken te lopen. In de huidige situatie hebben die grenzen dus niet altijd meer een logische betekenis. In totaal hebben we 16 kasteelterreinen in de voormalige gemeente Neerijnen geteld, waarvan er 13 in ‘Kastelen in Gelderland’ worden beschreven.
11 Daarin ontbreken terreinen in Haaften, Tuil (Den Est) en Varik (Boschstein), waarvan het vermoeden bestaat dat het eerder gaat om buitenplaatsen in plaats van middeleeuwse kastelen, en daarnaast een discrepantie tussen kasteel Bleijenburg in Tuil (niet in het overzichtswerk) en een niet-gelokaliseerd Lievenstein, dat wél in het boek staat, maar niet op de kaart.
11
Jas e.a. 2013
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[380]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 21. Op het terrein van Huis Opijnen ligt nu een begraafplaats (foto: RAAP, 14 november 2019).
Stroomafwaarts langs de Waal vinden we nog de kasteelterreinen Engelenburg, De Poort en Wadestein in Herwijnen, alsmede kasteel Vuren. Met name van de Engelenburg en De Poort zijn nog bovengrondse resten in de vorm van grachten aan te treffen. In alle gevallen is er echter nog een terrein als kasteelterrein voorstelbaar. Bij de vele kleine kasteelterreinen langs de Linge is in de meeste gevallen boven het maaiveld niets meer te zien. Markant is nog het reliëf van het kasteel bij Rhenoy. Van andere kasteelterreinen, zoals bij Beesd en Enspijk, is daarentegen helemaal niets meer te herkennen. Bij Deil zijn alle variaties te zien: een van twee kasteelterreinen met intacte grachten tot een terrein met geen aanwijzingen tot een deels bebouwd kasteelterrein in de kern. Van twee kastelen bij Tricht liggen ook de grachten nog open. Bij De Cloot, nu Vogelensteyn, in de buurt van Spijk is zelfs een structuur uitgegraven waarvan het de vraag is of dit het oorspronkelijk grachtverloop is. West Betuwe beschikt over een bonte verzameling aan kasteelterreinen, met nog enkele intacte kastelen en vooral veel terreinen met nog herkenbare grachten.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[381]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 22. Het terrein van kasteel Wadestein, waar het omgrachte terrein zelf nog als een verhoogd plateau in het weiland zichtbaar is (foto: RAAP, 23 september 2020).
Restgeul (rs1r) Op het moment van bedijking werden enkele meanderbochten van de Waal afgesneden en binnengedijkt. In sommige gevallen verlandde de loop volledig, waardoor we er weinig tot niets meer van herkennen. Dat is bijvoorbeeld het geval in Ophemert, tussen Molenstraat en dijk. In Waardenburg herkennen we er al wat meer van; daar is de Waal van vóór de bedijking nog duidelijk herkenbaar in de structuur van het dorp, met de gebogen structuren van de Kerkstraat – Pompstraat – Gasthuisstraat en de Dorpsstraat – Steenweg. Van open water is daar geen sprake meer, maar de ligging van de kasteelterreinen in Waardenburg is natuurlijk niet toevallig, op de plek van een vroegere Waalbocht. In Tuil is de situatie heel anders. Daar is de middeleeuwse Waalbocht nog als natte laagte herkenbaar, met grienden beplant. De waterplas in het zuiden, tegen de Graaf Reinaldweg, is vermoedelijk van (deels) natuurlijke oorsprong, en hetzelfde geldt voor de plas tegen de Buitenweg. De plas die wat verder naar de Bouwing toe licht, is gegraven.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[382]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 23. De herkenbare natte laagte langs de Buitenweg (foto: RAAP, 14 november 2019).
3.3.2
Kommen
Overgang van kom naar oeverwal, onregelmatige structuur (rs2a) Echte komgebieden komen in de gemeente West Betuwe vooral ten westen van de lijn GeldermalsenWaardenburg voor. De grens tussen het gebied met echte komgronden en het gebied waar van aaneengesloten komgronden geen sprake is, ligt bij de Steenweg -Noord. Daarnaast ligt er een komgebiedje bij Est. Verder zijn er in het oostelijk deel van het onderzoeksgebied vooral deelgebieden die we kunnen karakteriseren als de overgang van kommen naar oeverwallen , met een sterke afwisseling op korte afstand. Het merendeel heeft een onregelmatige structuur. Gebieden die we als zodanig kunnen kenschetsen bevinden zich t en noordoosten van Neerijnen, verder noordelijk ten westen van Est, een groot gebied ten noorden van Heesselt, Varik en Ophemert en een kleiner gebied bij Tuil. Het historisch grondgebruik laat ook heel fraai deze overgangspositie zien: er was overwegend sprake van grasland, in afwisseling met akkerland. Tegen de zuidelijke rand kwam nog wel lintbebouwing voor, zoals bij Neerijnen. Kavels werden van elkaar gesch eiden door sloten, maar plaatselijk ook wel door randbeplanting. Hoe verder we van de oeverwallen vandaan gaan, hoe meer de ‘natte karakteristieken’ in de historische situatie gingen overheersen: geen bewoning, sloten als kavelscheiding en gebruik van de kavels als grasland.
Wat verder richting de échte kommen zien
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[383]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
we nog wat anders verschijnen, namelijk opgaand bos. Waarschijnlijk waren dit aangeplante elzen - of wilgenbroekbosjes, waaruit periodiek hout werd geoogst (grienden).
Figuur 24. Fruitteelt in dit landschapstype aan de Zijvelingsestraat (foto: RAAP, 14 november 2019).
Evenals de andere binnendijkse landschapstypen is het karakteristieke grondgebruik veel minder aan deze specifieke gebieden verbonden, onder meer door een verbeterde waterhuishouding. In het grote overgangsgebied ten noorden van Heesselt domineert het grasland weliswaar nog, maar hebben ook de akkerbouw en de fruitteelt een plek in het gebied gevonden. Bovendien zijn er nieuwe bedrijven in het gebied gesticht. Hiervoor werden bestaande wegen verbeterd en nieuwe aangelegd. De ruilverkaveling Avezaath-Ophemert heeft hierin een rol gespeeld. Daardoor is het verschil met de oeverwallen minder duidelijk geworden, alhoewel de maat en schaal en de dichtheid aan fruitboomgaarden nog wel sterk verschillend ten opzichte van de oeverwallen dichter bij de rivier. De verkaveling is overal in de overgangsgebieden opgeschaald, maar de hoofdstructuur is nog goed herkenbaar. Kavelrandbeplanting is nauwelijks meer aanwezig; slo ten domineren. Waar bebouwing aanwezig was, zoals bij Neerijnen, is deze aanwezig gebleven. Overgang van kom naar oeverwal, strokenverkaveling (rs2b) Ten westen van de genoemde lijn Geldermalsen-Waardenburg vinden we ook wel overgangslandschappen, maar dan eerder op de gradiënt van oeverwal naar kom. Het belangrijkste verschil is dat deze overgangen veel regelmatiger van karakter waren.
Hier kwamen dan ook vooral strokenverkavelingen en enkele blokverkavelingen voor, die in de loop der tijd flink zijn opges chaald
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[384]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
ten behoeve van landbouwkundig gebruik. Bebouwing kwam er vanouds niet voor, maar tijdens de ruilverkavelingen zijn er wel bedrijven hierheen verplaatst. Het aantal was echter veel geringer dan in de daadwerkelijke komgebieden. De belangrijkste land schappelijke verandering is de wijziging van het grondgebruik. Dat het een overgangssituatie was, zien we op historische kaarten goed aan het plaatselijk voorkomen van bouwland. Dat bouwland is nu grotendeels verdwenen. Grasland heeft deze plek ingenomen, plaatselijk met wat fruitteelt.
Figuur 25. Zicht over de overgang tussen oeverwal en kom (voorgrond) en oeverwal (achtergrond) op de kerk van Asperen, vanaf de Nieuwe Zuiderlingedijk (foto: RAAP, 23 september 2020).
Regelmatig verkavelde rivierkom (rs2c) Zoals hiervoor al geschetst hebben we ten westen van de lijn Geldermalsen-Waardenburg en nabij Est te maken met grote aaneengesloten gebieden waar zwaardere komklei aanwezig is , hier en daar wel onderbroken door kleinere fossiele stroomgordels. De verkaveling ervan vond in de late middeleeuwen plaats, toen door een gecentraliseerde ontwatering het gebied wat bruikbaarder voor agrarisch gebruik werd. De structuur is heel regelmatig: binnen elke polder is sprake van een strokenverkav eling, bij de smalle polders oost-west tussen de afvoerende watergangen, bij de grotere polders als die van Waardenburg soms ook (min of meer) noord-zuid. De percelen werden vanwege de natte omstandigheden van elkaar gescheiden door sloten, terwijl her en der grienden stonden waar hout geoogst kon worden. Opvallend in met name de dorpspolder Waardenburg en ten zuiden van Heukelum is ook een aantal eendenkooien, die werden ingericht om eenden te lokken en zo te kunnen vangen. Ook ten noorden van Beesd vinden we ze.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[385]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 26. Een vogelvluchtperspectief over het komgebied bij Haaften, kijkend naar het noorden in de richting van Gellicum en Rumpt op de achtergrond, omstreeks 1900. Daar herkennen we de iets hoger liggende oeverwallen, in gebruik als akker. De afbeelding is een combinatie van het bonneblaadje en het huidige hoogtebestand (AHN3).
Figuur 27. Eenzelfde beeld, maar dan langs de hoger liggende Diefdijk (links), kijkend richting het noordoosten.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[386]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 28. Ruilverkavelingsboerderij in het komgebied bij Herwijnen (foto: RAAP, 23 september 2020).
Opvallend is, dat sommige delen van de kommen dichter bebost waren dan anderen. Waarschijnlijk heeft men de natste delen voor de houtteelt via grienden gebruikt, omdat deze als grasland niet geschikt waren. Het gaat dan om het Lage Veld van Beesd en Rhenoy, het Broek boven Waardenburg en verschillende komgronden aan weerszijden van de huidige A15/Betuweroute. Bebouwing was zo goed als afwezig; alleen windwatermolens stonden er aan de Waalzijde, om het teveel aan water naar de boezemwateren en zo naar de rivieren te kunnen wegmalen. De reden dat hier molens stonden was ogenschijnlijk dat de Waal hoger lag dan de polders, zoals ook voor de polders verder stroomafwaarts gold. 12
12
Bijl 1997: 51
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[387]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 29. De open komgebieden, vanouds alleen met windwatermolens (in de spiegel), zijn tegenwoordig ook in intensiever agrarisch gebruik (foto: RAAP, 14 november 2019).
Het landschap van de rivierkommen veranderde door de eeuwen weinig. Waterstaatkundig werden de belangrijkste veranderingen in de late middeleeuwen doorgevoerd, en sindsdien wijzigde er op structuurniveau weinig. In het midden van de 20e eeuw werd dit gebied dan ook wel als één van de meest achtergebleven gebieden van Nederland beschouwd (zie § 4.2.5). De ruilverkaveling Tielerwaard-West bracht vooral in dit landschapstype grote veranderingen teweeg. De waterafvoer werd verbeterd, de grienden ten zuiden van de Linge werden goeddeels gerooid (op een klein komgrondenreservaat na) en door de kom werd een nieuwe wegenstructuur met daaraan gelegen boerderijen gebouwd. Tegelijk werden de bedrijven ‘ontmengd’, met een grote invloed op het landschap. De weidebedrijven vertrokken naar de kom, waardoor de fruitteelt en tuinbouw zich op de oeverwallen konden uitbreiden. De akkerbouw verdween daarbij goeddeels. Deze ontwikkeling tekent de huidige komlandschappen. De uitgestrektheid / weidsheid, het grasland en de natte toestand zijn nog steeds belangrijke kenmerken van het gebied. Nieuw daarin zijn de erven met bijbehorende stallen, waarbij de vergelijkbare architectuur van de woonhuizen opvalt en bijdraagt aan de sfeer van het gebied. Ook ‘nieuw’ in het gebied is de wegbeplanting, die – alhoewel spaarzaam – is toegevoegd langs de evenzo nieuwe wegen als de Meikamp.
Dat alles heeft het gebied ingrijpend veranderd, alhoewel de wijdsheid nog steeds te beleven is.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[388]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 30. De rivierkom van Hellouw vóór de ruilverkaveling, omstreeks 1900 (bron: Chromotopografische Kaart des Rijks, ca 1900).
Boezem (rs2h) Bij Spijk ligt tussen kaden de uitwatering naar de Broekse Sluis toe. Dat de kade ooit is doorgebroken bewijst nog een grote kolk daar. De zone is een nog altijd gave en duidelijke scheiding tussen de dorpspolders van Spijk en Heukelum. Ook tussen de dorpspolders Herwijnen en Vuren ligt een boezem, direct naast een zijdwende (Zeiving).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[389]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 31. De Broekse Sluis aan de uitmonding van de boezem (foto: RAAP, 23 september 2020).
Dijkonderhoudszone (binnendijks) (rs2o) Bij de Diefdijk als dwarsdijk doet zich de merkwaardige situatie voor dat beide zijden feitelijk ‘binnendijks’ zijn. Daarom hebben we een afzonderlijke categorie voor de binnendijkse onderhoudszones gemaakt. Hier werd de specie gehaald voor het opwerpen en ond erhouden van de dijk. We herkennen deze percelen nog perfect aan de verkaveling over vrijwel de hele lengte van de Diefdijk. De smalle zone bestaat zoals vanouds uit een combinatie van kleine erven, opgaand groen en percelen grasland.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[390]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 32. Kleinschalige erven in de dijkonderhoudszone van de Diefdijk (foto: RAAP, 23 september 2020).
Zijdwende (rs2z) Soms waren zijdwenden niet breder dan een smalle strook grond, in andere gevallen ging het om een bredere, afwijkend verkavelde strook die twee dorpspolders c.q. systematische ontginningen van elkaar scheidde. We vinden ze in de gemeente West Betuwe onder de naam Zeiving terug. Er lag een duidelijke tussen Heukelum en Asperen en één tussen Dalem en Vuren. In de aangepaste verkaveling zijn deze zijdwendes nog steeds herkenbaar, en ook straatnamen als Zeiving verwijzen ernaar. De westelijke van de twee is als oostelijke begrenzing van het Lingebos gekozen, waardoor hij landschappelijk en op kaarten duidelijk opvalt.
3.3.3
Nederzettingen
Gestrekt esdorp (rs3a) Het meest voorkomende dorpstype in ons onderzoeksgebied is dat van het gestrekte esdorp. De gangbare theorie daarover is dat deze langgerekte dorpen, soms in een gebogen vorm waarbij het onderliggende reliëf werd gevolgd, in de Karolingische tijd hun basis vinden. Waardenburg, Neerijnen, Opijnen en Ophemert worden in elk geval onder deze groep gerangschikt 13, en Haaften en Tuil zijn
13
Den Uyl 1958; Henderikx 1987; Van Bavel 1999
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[391]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
vermoedelijk vergelijkbaar. Langs of nabij de Linge zijn ook Meteren, Geldermalsen, Tric ht, Deil, Enspijk, Beesd, Rumpt, Rhenoy en Gellicum gestrekte esdorpen.
Figuur 33. Zicht op één van de straten van het oude dorp Tuil (foto: RAAP, 14 november 2019).
Kenmerkend voor deze dorpen zijn doorgaans een hoofdstraat onde r een hoek op de dijk, soms vergezeld van een achterstraat. Vooral bij Waardenburg is dat laatste fraai zichtbaar. De bebouwing lag als een lint langs deze wegen. Alle dorpen kennen bovendien in aanleg een middeleeuwse kerk, die soms door waterstaatkundige oorzaken later geheel of gedeeltelijk afgebroken is. Belangrijk voor de oude dorpskernen is ook de ‘lucht’ tussen of achter de erven. Bij elk huis in een dorp hoorde vroeger een moestuin, en soms ook een boomgaard of een weitje. Dat leverde voor elk dorp op zijn eigen manier een kern met een relatief open structuur op. In Varik is dit tussen de twee straten van het oude dorp nog duidelijk herkenbaar, en ook de kernen van Tuil, Heesselt en Neerijnen zijn door hun beperkte uitbreiding nog overal met het buitengebied verbonden. Datzelfde geldt voor Haaften, waar de uitbreiding door de ligging van de dijk alleen in noordelijke richting plaatsvond. De situatie in Opijnen en deels ook Waardenburg is door de dorpsuitbreiding en aanleg van grote infrastructuur al v eel minder herkenbaar. Ophemert bekleedt hierin meer een tussenpositie. Ook bij de meeste Lingedorpen is de structuur met een voor- en achterstraat nog heel duidelijk herkenbaar, zelfs bij het sterk uitgebreide Geldermalsen. Dat dorp ligt echter eerder parallel aan dan haaks op de dijk.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[392]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Geconcentreerde nederzetting (rs3b) Bijzonder aan Varik is dat er naast een dorpskern en bebouwing op de oeverwal ook een geconcentreerde tweede kern voorkomt, namelijk de uitbreiding van het dorp aan de zuidwestzijde. Al op de verpondingskaart uit 1809 herkennen we hier kleinschalige bebouwing langs een weg haaks op de dijk (de huidige Grotestraat) en een bebouwingsrij zuidwestelijk daarvan (de huidige Korte Stukken) (figuur 4.6). In deze nederzetting verrees ook de rooms -katholieke kerk, waarvan de opvolger uit 1879 er nu nog staat en met zijn pastorie als rijksmonument beschermd is. Naar de geschiedenis van dit ‘tweede dorp Varik’ met zijn wel haast planmatige karakter hebben we geen verder onderzoek gedaan, maar het loont de moeite hier nader naar te kijken. Overigens kwam, net als bij het dorp en in de aangrenzende oeverwalontginning, ook hier bebouwing langs de dijk voor. Daarvan is een deel nog overgebleven. De nederzetting waarover we het hier hebben is door een latere inbreiding inmiddels fysiek met het oude dorp verbonden.
Figuur 34. Een deel van het katholieke ensemble van Varik (foto: RAAP, 14 november 2019).
Brinkdorp (rs3c) Sterk afwijkend van de andere dorpen is Est, dat niet langs een a ctieve, maar fossiele rivierloop ontstond. Het dorp ontstond rond een pleinvormige ruimte met uitwaaierende wegen, dat we als een brink betiteld hebben. Aan deze brink, Dorpsplein geheten, stond en staat de kerk. Het patroon is nog duidelijk herkenbaar.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[393]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Ook Buurmalsen en Deil hebben we, met hun kruisende wegenpatroon, tot de brinkdorpen gerekend. Vaak gaat het daarbij om locaties waar de oeverwal ogenschijnlijk zo breed was, dat er ruimte was om een ‘spinnenweb aan wegen’ te laten ontstaan. Ook bij beide Li ngedorpen is de historische structuur nog goed herkenbaar gebleven. Dijkdorp (rs3d) Vooral op locaties met heel smalle of geen echte oeverwallen groeiden dorpen vooral als lint langs de dijk uit. Het gaat daarbij om Vuren, Herwijnen en Spijk. Uitzondering op die regel is Acquoy, waar wél ruimte voor een andere ontwikkeling was geweest, maar waar het dorp toch als een lintnederzetting langs de dijk is uitgegroeid. De meeste historische dijkdorpen zijn nog goed herkenbaar. In het geval van dorpsuitbreiding heeft die meestal buiten het lint plaatsgevonden, zoals in Herwijnen en Vuren heel goed te zien is. Daar zijn nieuwe kernen gebouwd, op afstand van het oude dorp. Acquoy is klein gebleven met slechts een kleine uitbreiding aan het lint. Hetzelfde geldt voor Spijk.
Figuur 35. Het dijkdorp Acquoij (foto: RAAP, 23 september 2020).
Stedelijke nederzetting (rs3e) Juist in het westelijke deel, in het grensgebied van Zuid -Holland en Gelderland, zijn twee stadjes ontstaan. Asperen kreeg rond 1314 stadsrechten van Otto van Heukelum, heer van Asperen. Willem III, graaf van Holland, trad als diens beschermer op. Aan het stratenplan zien we, dat Asperen een volledig nieuw ontworpen stad was, in Gelderland bijvoorbeeld vergelijkbaar met Elburg. Het stadje moet de
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[394]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
trots van de al langer bestaande heerlijkheid Asperen geweest zijn. In het westen van de stad stond het kasteel van Asperen. Heukelum kent een heel andere voorgeschiedenis. Al voordat het vóór 1393 van, Otto, heer van Heukelum. 14 stadsrechten kreeg, bestond het al als kern. Daarop wijst het stratenpatroon: Heukelum is in feite een stadje dat vanuit een dorpssituatie is doorgegroeid. De heer van Heukelum beloofde in 1414 bijstand aan de graaf van Holland. Ook in dit geval ging het dus om ee n stadje dat de kern van een heerlijkheid vormde. In beide gevallen is de historische stedelijke structuur zeer goed bewaard gebleven, inclusief een aanzienlijk deel van de omgrachting.
Figuur 36. Aaneensluitende lintbebouwing in de binnenstad van Heukelum (foto: RAAP, 23 september 2020).
3.3.4
Secundaire functies
Infrastructuur (rs4a) Door zijn centrale ligging in Nederland is de gemeente West Betuwe rijk aan doorgaande infrastructuur. Tot in de 19e eeuw was dat niet zo. De rivieren waren grote belemmeringen voor internationaal vervoer, en veel routes vanuit het westen liepen eerder naar het oosten dan naar het zuiden.
14
Cox 2005
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[395]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Met de aanleg van de spoorlijnen vanaf het midden van de 19e eeuw werd dat anders, gevolgd door de (voorgangers van de) autosnelwegen in de vroege 20e eeuw. Bij het eerste gaat het om de spoorlijn Utrecht-Boxtel (1868-1869), om de Betuwelijn vanuit Elst via Geldermalsen naar Dordrecht (1882 -1883) en om de Betuweroute langs de A15 (2007). Hun verschijningsvorm is vanwege de functie heel verschillend, van een smalle Betuwelijn tot een volledig uitgebouwde Betuweroute.
Figuur 37. De Betuweroute en A15 doorsnijden de gemeente als een gebundeld lint (foto: RAAP, 23 september 2020).
De autosnelwegen A2 en A15 hebben een zeer verschillende geschiedenis. De Bommelsebrug bij Zaltbommel werd in 1933 aangelegd, het aansluitende stuk rijksweg 2 waarschijnlijk kort na de Tweede Wereldoorlog. De A15 werd pas enkele decennia later aangelegd. Waar de A2 het land schap als een gradiënt doorsnijdt, inclusief een tracé door de dorpen Beesd en Waardenburg, gaan de A15 en de Betuweroute merendeels door komgebied met een betrekkelijk geringe impact op de vanouds bewoonde landschappen. Belangrijke neveneffecten van de aa nleg van deze grote infrastructuur, naast de al genoemde doorsnijdingen en ophogingen, zijn de aanleg van zandwinplassen voor de winning van noodzakelijk zand en de focus van de stedenbouwkundige ontwikkeling erop. We herkennen dit bij het bedrijventerreinen bij de Zeiving (Vuren/Herwijnen) en bij Waardenburg, maar ook bij de zandwinplassen in de kom bij Herwijnen en Enspijk (hergebruikt als recreatiegebied). Geldermalsen kon door deze ontwikkelingen bovendien uitgroeien tot het formaat dat het nu heeft. Zo kreeg die grootschalige infrastructuur een heel eigen dynamiek.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[396]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 38. De nieuwe autobrug, de oude autobrug en de spoorbrug naast elkaar, 2008. Links in beeld herkennen we het westelijke deel van de Waardenburgse kil (foto: Reformatorisch Dagblad, 17 november 2008).
Jonge bebouwingsschil (rs4b) Omdat de landschapstypering vooral zinvol is voor het buitengebied, hebben we de uitbreiding van de bebouwing in de kernen afzonderlijk aangegeven. Bij vrijwel elke kern zijn deze uitbreidingen aanwezig, bij Geldermalsen en Meteren wel het meest. Het betreft zowel voor- als naoorlogse bebouwing, die niet nader beoordeeld is binnen het landschappelijke deelaspect. In de toekomst is het wel mogelijk nadere aandacht te besteden aan het prestedelijk landschap, d.w.z. het nagaan in hoeverre het oorspronkelijke landschap nog doorschijnt in de stedenbouwkundige ontwikkeling. Het karteren van dat prestedelijk landschap heeft voor dit onderzoek niet plaatsgevonden. Bedrijventerrein (binnendijks) (rs4c) Bij de infrastructuur hiervoor spraken we al over de bedrijventerrein en hun aansluiting op de grote infrastructuur. Slechts een enkel kleiner bedrijventerrein, vaak ontstaan uit lokale industrie, past niet bij die ontwikkeling. We hebben er vanuit een landschappelijk perspectief niet nader naar gekeken.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[397]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 39. Een duidelijk verband tussen de ligging van grote infrastructuur (weg, spoor) en de situering van de binnendijkse bedrijventerreinen. Selectie uit de landschappenkaart.
Dijkzone (rs4d) Onder ‘dijkzone’ verstaan we niet de normale bandijken, die we niet als afzonderlijk landschapstype hebben onderscheiden. Het gaat hier in de eerste plaats om de Nieuwe Zuiderlingedijk, die als brede structuur door het landschap loopt en een landschap op zichzelf vormt. De dijk werd als waterkering tussen Holland en Gelderland in 1809 aangelegd, maar bleek al snel erg zwak. Later kreeg de dijk nog een functie in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Aan weerszijden van de dijk w erd klei gewonnen, wat leidde tot de beboste en natte zone die daar nog altijd te vinden is. De dijkzone is een gave structuur die twee gebieden duidelijk van elkaar scheidt.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[398]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 40. De Nieuwe Zuiderlingedijk wordt aan beide zijden door bos omsloten (foto: RAAP, 23 september 2020).
Fort (rs4f) De Nieuwe Hollandse Waterlinie, die van de Zuiderzee tot aan Loevestein loopt, loopt ook dwars door de gemeente West Betuwe. De linie diende ter verdediging van West -Nederland tussen de vroege 19e en het midden van de 20e eeuw. De belangrijkste verdedigingsmethode was de inundatie, waarbij sluizen en andere kunstwerken zorgden voor een zo goed mogelijke uitvoering. Waar problemen ten opzichte van een goede inundatievlakte voorzien waren, werden extra verdedigingspunten in de vorm van forten aangelegd. In de gemeente West Betuwe bevinden zich forten aan de Waal (Fort Vuren), nabij de Linge (Fort aan de Nieuwesteeg en Fort Asperen), bij de Nieuwe Zuiderlingedijk en aan de kruising van spoorweg en Diefdijk. De forten zijn goed bewaard gebleven, een deel ervan is herbestemd. Daarbij moeten we het Fort aan de Nieuwesteeg in het bijzonder noemen, dat onder de naam Geofort een museum over landmeetkunde geworden is.