RAAPrap_4150_GENL4_20210131_deel3.pdf
Tekst van het document
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[399]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 41. Entree van Fort Vuren (foto: RAAP, 23 september 2020).
Sport- of recreatieterrein (rs4g) Na de Tweede Wereldoorlog nam in rap tempo de vrije tijd voor veel mensen toe. Dat leidde ertoe, dat in een groot aantal dorpen sportterreinen met een meer perman ent karakter van de grond kwamen. Een balletje trappen in de wei van de lokale boer was daarmee voorbij. De meeste opgenomen sport - of recreatieterreinen gaan op dat type terug. Daarnaast zijn er recreatieterreinen, bijvoorbeeld rond een natuurbad in een zandwinningsplas. Het grootste recreatieterrein van de gemeente, dat zelfs nog uitgebreid gaat worden, is de golfbaan The Dutch in Spijk. Het terrein beslaat vrijwel de volledige diepte van het komgebied op deze plek. Het ligt weliswaar vrij geïsoleerd in d e gemeente, maar feitelijk net buiten de stad Gorinchem. Deze golfbaan dient daarmee eerder in de context van die stad gezien te worden. Enigszins vergelijkbaar is het aangrenzende Lingebos, dat echter al veel ouder is. Het werd als recreatieterrein in het kader van de Ruilverkaveling Tielerwaard-West aangelegd, en bevat naast een strandbad ook een bosgebied. Ook dit recreatiegebied ligt ‘voor de poorten van Gorinchem’. De cultuurhistorische waarde van het Lingebos is lastig te bepalen, en moet eerder vanui t een tuin- of parkhistorisch perspectief bepaald worden.
Nieuw landgoed (rs4l) Direct aansluitend aan voorgaande recreatieterrein is het nieuwe landgoed met appartementengebouw nabij Spijk. Het is een wezensvreemd element in het vanouds open en onbebouwde komgebied, en daarom vanuit een cultuurlandschappelijk perspectief niet nader beoordeeld.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[400]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Zandwinplas (rs4z) De laatste te bespreken categorie zijn de binnendijkse zandwinplassen. Eén daarvan ligt direct langs de A15 en zal in die context zijn aangelegd, een tweede nabij Asperen aan de Nieuwe Zuiderlingedijk. Deze plas is vermoedelijk pas in de jaren 90 van de vorige eeuw aangelegd. De zandwinplas ten westen van Heukelum moet vermoedelijk in relatie tot de naastgelegen steenfabriek worden bekeken. Alhoewel ze enige contextuele landschapsinformatie geven, hebben ze als element weinig zelfstandige cultuurhistorische waarde.
Figuur 42. De zandwinplas langs de A15 heeft nu een recreatieve functie (foto: RAAP, 23 september 2020).
3.4 Uiterwaarden 3.4.1
Agrarisch landschap
Uiterwaard, in agrarisch gebruik (ru1a) De uiterwaarden van Waal enerzijds en Linge anderzijds hebben een zeer verschillend karakter. Om die reden hebben we ze in afzonderlijke landschapstypen ingedeeld. Onder deze categorie heb ben we de Waaluiterwaarden geplaatst. De Waaluiterwaarden hebben een lange geschiedenis als agrarisch cultuurland. De uiterwaarden waren in de eerste plaats heel dynamisch: door rivierverleggingen konden ze eroderen of juist weer
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[401]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
aanslibben. Nieuwe doorsnijdingen van rivieren kwamen ook voor, waardoor uiterwaarden die eerst aan de zuidzijde, daarna aan de noordzijde van de Waal kwamen te liggen. Het landoppervlak van sommige uiterwaarden is vele eeuwen oud, andere uiterwaarden dateren pas van ná de riviern ormalisaties van de 19e eeuw.
Figuur 43. Delen van de uiterwaard bij Hellouw worden nog agrarisch gebruikt (foto: RAAP, 14 november 2019).
Door de buitendijkse ligging was alleen gebruik als grasland voor het weiden van vee mogelijk, en deze functie heeft het gebied eeuwenlang gehad. De uiterwaarden kenden veelal een bijzonder onregelmatige verkaveling, waarbij restanten van oude strangen en nieuwe kavelsloten de scheidingen tussen percelen vormden. Vaak stond hierlangs beplanting, maar niet overal: soms volstonden ook sloten. De aard van de bedijking laat verder zien dat de Waaluiterwaarden in het westen relatief smal waren, terwijl de oostelijke Waaluiterwaarden soms juist heel breed konden zijn. Deze brede uiterwaarden vinden we onder meer bij Waardenburg en bij Heesselt. De strangen in die uiterwaarden geven de genoemde dynamiek van de rivier goed weer (zie kadertekst). Niet alleen die rivierdynamiek heeft voor continue verandering in de uiterwaarden gezorgd. Ook de steenbakkerij, eerst met steenovens en daarna op meer industriële schaal met steenfabrieken, heeft de uiterwaarden door afticheling en het graven van kleiputten sterk veranderd. Ook de fabrieken zelf werden, op opgehoogde terreinen, in de uiterwaarden gebouwd. Na dat die industrie in de tweede helft van de vorige eeuw op zijn retour raakte, kwam de zandwinning op, die de kleiputten vaak uitbreidde
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[402]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
tot soms uiterwaardvullende waterplassen. Het overgebleven land werd om ecologische en waterstaatkundige redenen tot natuurgebied omgevormd. Daardoor is nog maar een beperkt deel van de agrarisch gebruikte uiterwaarden met die functie bewaard gebleven. In de meeste gevallen gaat het om grasland, maar ook akkerland komt voor. In een aantal gevallen zorgen die agrarische uit erwaarden ervoor, dat waardevolle fenomenen als de dijken, forten en oeverzones nog iets van een ‘buffer’ hebben tegen de grootschalige vergraving van de uiterwaarden. In enkele gevallen zijn uiterwaarden zelfs nog relatief gaaf, inclusief houtopstanden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de hierna uitgebreid te bespreken Rijswaard bij Waardenburg, maar ook de Heesseltsche Uiterwaarden bij Heesselt.
Figuur 44. De smalle uiterwaarden ten westen van Herwijnen (foto: RAAP, 23 september 2020).
De Waal verlegd
De ontwikkeling van de Rijswaard (bij Waardenburg en Neerijnen), voorheen Mattheuswaard, is bijzonder te noemen, maar geeft tegelijk de dynamiek van het rivierengebied weer. In de 16e eeuw was er sprake van een uiterwaard die aan de noord- en zuidzijde door de rivier werd gepasseerd. De noordelijke arm was de hoofdstroom, de zuidelijke was veel kleiner. De huidige strang was toen dus de feitelijke Waal, en de Rijswaard zat vast aan de (Zaltbommelse) uiterwaard aan de overzijde.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[403]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Vóór 1641 werd een doorsnijding van de Waal bij Hurwenen gemaakt, waardoor de Rijs - of Mattheuswaard ook een doorscheuringe kreeg omdat het water nu eenmaal rechtdoor wilde. Daardoor werd de rivier rond de zuidelijke zijde van de middelwaard steeds belangrijk er. Daar werd ook een eerste doorgraving gemaakt, vermoedelijk om het water te leiden. In 1653 -1654, 1660 en 1665 werden er kaarten opgemaakt met plannen om de uiter waard volwaardig te doorsnijden, zodat de noordelijke arm een dode zou worden. Kort daarna moeten de plannen zijn uitgevoerd. 15 Op de volgende pagina’s wordt deze ontwikkeling in een beeldverslag met historische kaarten toegelicht. Deze kaarten zijn gedraaid, om het noorden steeds boven te krijgen en de leesbaarheid daardoor te vergroten.
Figuur 45. De Waardenburgse Middelwaard, 1571. De hoofdstroom van de Waal liep ten noorden van de middelwaard langs, terwijl langs de zuidzijde een nevengeul liep. De huidige rivier loopt nog zuidelijker dan deze nevengeul, vlak langs de dijk die we op deze kaart ook zien afgebeeld (bron: Gelders Archief, archief Leenkamer van Gelre en Zutphen, inventarisnummer 266A, d.d. 15 -10-1571 (kopie van 02-01-1666)).
15
Gelders Archief, archief Hof van Gel re en Zutphen, inventarisnummer 5522, d.d. 06 -06-1665
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[404]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 46. Doorscheuringe van de Waal door de Mattheuswaard door de doorgraving van de waard bij Hurwenen, 1641 (bron: Gelders Archief, archief Huizen Waardenburg en Neerijnen, inventarisnummer 1066, d.d. 20 -10-1641).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[405]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 47. Doorsnijdingsplannen uit 1653-1654, met daarop de geprojecteerde doorsnijdingen bij Hurwenen (A) en de Rijswaard (B). In het westen, voorbij Waardenburg, zien we enkele inlaagdijken (bron: Gelders Archief, archief Huizen Waardenburg en Neerijnen, inventarisnummer 1071, d.d. ca 1653 -1654).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[406]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 48. De situatie van de Mattheeuswaard voor de doorsnijding, 1660. Om het noorden boven te krijgen, is de kaart op zijn kop afgebeeld. Onder zien we de dijk bij Zaltbommel. Rechtsboven is de toen al dode strang, die nog altijd bestaat, afgebeeld. Deze strang vormt nog een eerdere fase van de Waal. Het noordelijk deel van de uiterwaard was toen een recent aangewassen zandplaat (bron: Gelders Archief, archief Huizen Waardenburg en Neerijnen, inventarisnummer 1072, d.d. 27 -09-1660).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[407]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 49. De geplande doorsnijding van de Mattheuswaard in 1665 (bron: Gelders Archief, archief Hof van Gelre en Zutphen, inventarisnummer 5522, d.d. 06-06-1665).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[408]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 50. In 1729 werd een kaart opgemaakt van het nieuw ‘aangewonnen’ land in de Rijswaard onder Waardenburg en Neerijnen. Dit was nodig om de belastingheffing te actualiseren. De verschillende strangen en de kavelgrenzen zijn nu nog altijd in het landschap herkenbaar (bron: Gelders Archief, archi ef Staten van het Kwartier van Nijmegen en hun Gedeputeerden, inventarisnummer 440, d.d. 12 -09-1729).
Beplanting en kavelgrenzen van de uiterwaarden gaan soms ver terug: op een kaart van de Rijswaard uit 1729 zien we dat er aan de verkaveling in 300 jaar tijd maar in beperkte mate iets gewijzigd is (figuur 50). Vanwege de rijkdom aan structuren die de genese van de Rijswaard nog weergeven, hebben we hieraan bijzondere aandacht besteed. Kenmerkend in de uiterwaarden is een aantal fenomenen, dat we als afzonderlijke landschappen hebben onderscheiden en waarop we nog terugkomen. Aan het micror eliëf in uiterwaarden is soms de morfologische genese te herkennen. Floristisch en daarmee historisch -ecologisch van belang zijn de
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[409]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
laagdynamische gebieden, een conclusie die haaks staat op het hoogdynamische karakter van veel natuurontwikkelingsprojecten. 16 Dergelijke terreinen vinden we in de Rijswaard nog terug. Een deel van de uiterwaarden is nog relatief jong. De uiterwaard onder de brug bij Waardenburg is deels van jonge datum, en moet tussen 1729 en 1850 zijn ‘aangewassen’. De smalle uiterwaard van Heesselt tot voorbij Varik ontstond pas na 1850 als gevolg van bekribbing. Daarvóór was de dijk hier geruime tijd een schaardijk. Evenals nu waren deze smalle uiterwaarden ook vroeger nauwelijks verkaveld. Slechts hier en daar scheidde een bomenrij of haag h et ene van het andere deel. Veel ouder is juist de Kerkenwaard in Haaften, die al vóór de 18e eeuw als zodanig bestond (figuur 51).
Figuur 51. De Kerkenwaard ten westen van Haaften (rechtsonder, in groen) in 1701. Links (oostelijk) daarvan herkennen we nog een wiel en een schaardijk, waarvoor men toen al plannen had deze terug te leggen. Dat gebeurde uiteindelijk pas in de 19e eeuw (bron: Gelders Archief, archief Staten van het Kwartier van Nijmegen (0003), inventarisnr. 550, d.d. 08-07-1701).
Oud nat bos in Waaluiterwaard (ru1b) Expliciet in de uiterwaarden bij Waardenburg hebben we een aantal oude bossen op kaart weergegeven, op basis van de constatering dat ze al vóór 1850 ontstaan moeten zijn. Niet alleen landschappelijk, maar ook vegetatiekundig kunnen hierdoor bijzondere gemeenschappen ontstaan zijn. Deels gaat het om bosjes op of aan oude killen (zoals oostelijk van de spoorlijn), maar deels ook om grotere oude boscomplexen die op oudere en recentere aanwassen ontstonden. Ze zullen merendeels als hakhout zijn beheerd. Het bos ten westen van de autosnelweg vormt een groot relict van wat ooit een enorm ooibos in de uiterwaarden was. In het bos zijn nog relicten aanwezig van een soort beddenbouw. Ook elders in de uiterwaarden, en dan met name langs de Linge, komen oude bosjes voor. Deze liggen echter zo verspreid dat we ze niet als afzonderlijk landschapstype opgenomen hebben.
16
Mondelinge mededeling prof. dr. K.V. Sykora, W ageningen UR.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[410]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Dijkonderhoudszone (ru1d) In veel gevallen werd buitendijks specie gewonnen voor onderhoud aan en versteviging van het dijklichaam. Waar dat buitendijks niet kon, bijvoorbeeld door een strang die strak tegen de dijk lag, week men naar de binnendijkse zijde uit. Een dijkonderhoudszone kenmerkt zich door u itgegraven laagtes aan de teen van de dijk, soms nog met herkenbaar reliëf voor het secundair gebruik als griend. Daarvoor konden soms rabatten worden aangelegd. Een deel van deze zone is daardoor begroeid geraakt, ook omdat opgaand groen de golfslag van rivierwater tegen de dijk kon dempen. In andere delen is alleen aan het reliëf het karakter van een onderhoudszone nog te herkennen. Langs de Lingedijken zijn ze nauwelijks of hooguit impliciet aanwezig, langs de Waaldijk zijn ze duidelijker te herkennen.
Figuur 52. Het smalle perceel op de voorgrond is de dijkonderhoudszone, waaruit enkele eeuwen geleden specie voor de dijk werd gehaald (foto: RAAP, 14 november 2019).
Jong groen in de dijkzone (ru1e) Hiervoor bespraken we al het oud groen in de Rijswaard. Vooral ook daar is in de periode na 1850 nieuw bos ontstaan, vaak langs de strangen. Deze bossen hebben daardoor niet primair een relatie met de geomorfologie – ze markeren geen oude killen -, maar dragen wel bij aan de groene begeleiding van dergelijke oude structuren. Ook in lege ruimtes tussen bijvoorbeeld steenfabrieksterreinen en kleiputten vinden we dergelijke bosjes.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[411]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Uiterwaard Linge, relatief hoog gelegen (ru1h) Op de meeste plekken is de Lingedijk ooit aangelegd op de over gang van de hoge oeverwal naar de lage rivieroverstromingsvlakte. Op enkele plekken heeft men ervoor gekozen om de dijk zover landinwaarts aan te leggen, dat stukken oeverwal van de Linge buitendijks zijn komen te liggen. Die hogere delen werden agrarisch vaak als bouwland gebruikt, omdat het overstromingsgevaar, zeker in de zomermaanden, betrekkelijk gering was. Vaak gaat het daarbij om bochten, waarbij de dijk een rechter tracé volgt dan de rivierloop. Soms leidde dat op een later moment alsnog tot een doorsnijding van de Linge, zoals bij Gellicum. Daarentegen zijn bij Geldermalsen twee buitengedijkte oeverwallen als uiterwaard blijven bestaan, wel met gevolg dat daar – net als binnendijks – soms sprake is van intensief gebruik voor agrarische doeleinden, juist ook omdat het gevaar van hoogwater hier gering was. Iets minder expliciet is de situatie in Tricht, waar de uiterwaard bij de oude steenfabriekslocatie ook betrekkelijk hoog ligt. Door het heel verschillende gebruik is de huidige toestand vanuit cultuurhistorisch perspectief dan ook heel wisselend te beoordelen.
Soms is er sprake van intensief landbouwkundig gebruik, zoals bij vooral de noordelijke van de twee Geldermalsense uiterwaarden (Prinses Julianaweg e.o.), soms is door een rivierdoorsnijding zoals bij Gellicum sprake van natuurontwikkeling. Een heel andere positie neemt een hoger stuk uiterwaard bij Enspijk in: dit kleine gebiedje is precies door de A2 in tweeën gedeeld. Uiterwaard Linge, relatief laag gelegen (ru1i) Verreweg het grootste deel van de Lingeuiterwaarden hebben we onder deze categorie geplaatst. Het gaat in vrijwel alle gevallen om uiterwaarden van beperkte breedte, hooguit zo’n 200 meter. Slechts op enkele plekken zijn ze breder, vooral waar er dus ook nog hogere gronden in de uiterwaarden lagen (zie hiervoor), namelijk bij Gellicum, Enspijk, Tricht en Geldermalsen. Het grondgebruik bestond historisch gezien vooral uit grasland, maar op de hogere delen lagen, vooral in het oostelijk deel, bij Tricht, Buurmalsen en Geldermalsen, ook wel boomgaarden. Plaatselijk lagen daar ook boerderijen, zoals Groot Westerhout bij Geldermalsen. Ook steenfabrieken lagen op wat hogere terreinen in deze uiterwaarden. Verder westelijk lagen de uiterwaarden lager en waren ze vaak ook smaller. Daardoo r moest er meer water door een beperkter stroombed en konden de uiterwaarden, behalve als grasland, alleen nog maar als griend gebruikt worden.
De vele bosjes in de uiterwaarden ten westen van Tricht hebben dan ook die functie gehad. De uiterwaarden van de Linge zijn betrekkelijk goed bewaard gebleven. Van grootschalige fruitteelt of vergraving is, behoudens ten oosten van Tricht en in het westen bij Spijk, eigenlijk geen sprake. Het grondgebruik is nog heel herkenbaar, en soms is zelfs het historisch relië f nog goed zichtbaar. Dat geldt bijvoorbeeld voor de rabattenstructuur in de uiterwaard tegenover Asperen en in de uiterwaard van Munnike Hill. In een enkel geval is een uiterwaard afzonderlijk bekaad, zoals de Spijksche Waard.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[412]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 53. De Lingeuiterwaarden ten westen van Rumpt (foto: RAAP, 23 september 2020).
Buitengedijkte oeverwal, met bewoning (ru1m) In veel gevallen is het gelukt om de gebieden rond dorpen te verdedigen tegen het water, en de dijken steeds maar weer te versterken en te verbeteren. De opvallende landschappelijke ligging van bijvoorbeeld Haaften, Opijnen en Heesselt is aan deze inzet in het verleden te danken. Op één plek werd uiteindelijk toch een flink deel van het binnendijkse land met het dorp opgegeven, e n dat was in Tuil. De reden daarvoor was de aanleg van de spoorbrug over de Waal; het water moest goed kunnen wegstromen, ondanks de bottle neck die de brug ging vormen. Opvallend genoeg was men hier in 1701 al mee bezig: tussen Tuil en Haaften werden er toen twee varianten voor een inlaagdijk voorgesteld, een vergaande en een minder vergaande, om de schaardijk te ontlasten. Een bocht in de dijk in de situatie van 1832 doet vermoeden dat hier inderdaad een inlaag is gelegd, en wel de minst vergaande. De wielen waren toen althans niet buitengedijkt.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[413]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 54. De buitengedijkte stroomrug, waar eertijds de zuidelijke helft van het dorp Tuil lag (foto: RAAP, 14 november 2019).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[414]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 55. Detail uit de hiervoor al afgebeelde kaart van de Kerkenwaard te Haaften, met gestippeld twee varianten voor een dijkteruglegging (bron: Gelders Archief, archief Staten van het Kwartier van Nijmegen (0003), inventarisnr. 550, d.d. 08-07-1701).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[415]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 56. Tuil zoals het werd opgemeten door de landmeters van het kadaster, kort voor 1832 (bron: HisGIS Gelderland).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[416]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 57. Dezelfde kaartuitsnede, maar nu zo’n 70 jaar later op de Chromotopografische Kaart des Rijks. De buitengedijkte delen van het dorp zijn grotendeels als bos in gebruik, en er is een ‘Veerbogt’ aangelegd (bron: Topografische Dienst).
Buitengedijkte oeverwal, zonder bewoning (ru1n) Bij Rumpt is een deel van de oeverwal buitengedijkt toen daar een gat in de dijk hersteld moest worden. Dat gat was ontstaan bij een dijkdoorbraak, wat hier ook twee wielen opleverde. Doordat de nieuwe dijk aan de binnendijkse zijde van de twee wielen werd aangelegd, werd feitelijk een deel van het binnendijkse gebied opgegeven. Op een verandering van uitsluitend gebruik als grasland naar gebruik als gras- en bouwland na is er aan het gebied weinig veranderd. De kolken met hun randbeplanting zijn gaaf bewaard gebleven, en in de verkaveling is zelfs nog herkenbaar waar de oude dijk ooit gelopen moet hebben.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[417]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 58. Als gevolg van dijkdoorbraken is een deel van de oeverwal ten noordwesten van Rumpt buitengedijkt. De twee kolken zijn nog aanwezig (foto: RAAP, 23 september 2020).
Kasteelterrein (buitendijks) (ru1q) Van alle kasteelterreinen in de gemeente West Betuwe hebben we er één kunnen aanwijzen die zich buitendijks bevond, namelijk Frissestein bij Herwijnen. De grachten van het kasteeleiland zijn nog duidelijk herkenbaar. Ook de omliggende boomgaarden zijn nog aanwezig. De belangrijkste verandering is het naar buiten verleggen van de bandijk door middel van de aanleg van een ‘groene dijk’, waardoor een deel van de boomgaarden en de aangrenzende boerderijen binnendijks zijn komen te liggen. Het geheel ademt door de vele bomen echter nog steeds veel historie.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[418]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 59. Het beplante kasteelterrein van Frissestein (foto: RAAP, 23 september 2020).
Zone van gedempte kil / strang (ru1v) Een deel van de killen werd in de afgelopen eeuwen gedempt of verlandde. Het meest expliciete voorbeeld daarvan is het verlengde van de kil bij Waardenburg op de plek waar de beide bruggen werden aangelegd, alsmede het westelijke verlengde daarvan. Tussen beide bruggen ligt, tegen de dijk uiteraard, nog een klein restant. Om de context daarvan te tonen hebben we deze legenda -eenheid opgenomen. Op historisch kaartmateriaal uit 1729 zien we overigens dat het patroon van killen ooit nóg groter was. In wat we hier als oud bos hebben weergegeven, het lang gerekte bosje ten oosten van de spoorbrug 17, verloopt in de ondergrond ook nog een soortgelijke kil, die in het verlengde daarvan zelfs nog doorliep. Een andere kil lag wat verder naar het oosten, westelijk langs het pad naar het erf in de uiterwaard. 18 Kil / strang (ru1w) Op enkele plaatsen, vooral langs de Waal maar ook op één plek langs de Linge, vinden we oude geulen in de uiterwaarden: relicten van oude rivierarmen. In veel gevallen vormen ze fossielen uit een periode dat de Waal of Linge nog een andere loop volgde. Kenmerkend voor killen of strangen zijn de
17 18
Dit bos is onlangs gedeeltelijk gerooid in verband met het programma Stroomlijn van Rijkswaterstaat. Gelders Archief, archief Staten van het Kwartier van Nijmegen en hun Gedeputeerden, inventarisnr. 440, d.d. 12 -09-1729
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[419]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
langgerekte, gebogen structuur, zonder aanvullende vergravingen, en de landschappelijke positie ervan in het dynamisch rivierenlandschap. Vaak vinden we rond deze killen nog oude (ooi)bossen.
Figuur 60. Buitendijks bij Waardenburg vinden we nog een fraaie kil, met daarachter een griend. Op de achtergrond zien we de Waalbrug die Waardenburg met Zaltbommel verbindt (foto: RAAP, 14 november 2019).
Tussen Zennewijnen en Ophemert ligt de kil tegen het oudhoevig land: dat deel van de stroomrug dat het afgelopen millennium niet door de rivierstroom aangetast is. Opvallend is dat men in sommige gevallen de dijk bij de bedijking direct tegen zo’n oude rivierarm heeft gelegd, waardoor deze feitelijk vanaf het begin een schaardijk vormde. Soms ook heeft men enig land tussen de kil en de latere dijk laten bestaan, zoals bij Ophemert. Bij Waardenburg en Neerijnen vormt de kil een fase in een lang proces van het opschuiven van de rivier naar het zuiden: aan de dorpsvorm van Waardenburg is nog te herkennen dat ook hier de rivier vóór de bedijking een bochtige structuur in het landschap heeft achtergelaten. De kil bij Waardenburg verloor zijn functie toen omstreeks 1650 de uiterwaard hier werd doorsneden en de tegenwoordige Waalloop ontstond. Bij Tuil tenslotte, zoals we zagen, is een oude rivierloop binnengedijkt. Bij Spijk is de oude Lingemeander gebruikt voor de uitwatering van de Broekse Sluis, terwijl een middelzand (?) in de Linge, de Spijksche Waard, daar door middel van een kade aan het oude land is vastgemaakt.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[420]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
3.4.2
Nederzettingen
Dijklint (ru3a) Langs een deel van de dijken is de buitendijkse bebouwing in het verleden bij dijkverzwaringen afgebroken. Op andere plekken bestaat deze nog of is deze zelfs uitgebreid. Zulke plekken vinden we vooral in het westelijke deel van de Waaluiterwaarden en langs het centrale en oostelijke deel van de Lingeuiterwaarden. In veel gevallen gaat het om linten die direct tegenover de binnendijkse historische dorpskernen liggen. Dat zien we onder meer bij Buurmalsen, T richt, Deil, Enspijk, Beesd, Gellicum en Acquoy. Op andere plaatsen zijn het uitgestrekte linten, zoals bij Herwijnen. De dijklinten bevatten, daar waar ze nog bestaan, veel historische bouwsubstantie en geven de dijken ter plaatse een intiem, historisch karakter.
Figuur 61. Het buitendijkse dijklint van Herwijnen (foto: RAAP, 23 september 2020).
3.4.3
Secundaire functies
Bedrijventerrein (buitendijks) (ru4b) Op diverse plaatsen in de gemeente West Betuwe zijn buitendijks bedrijventerre inen ontstaan. Steenfabrieksterreinen rekenen we daaronder niet, vanwege hun sterke relatie met het landschap. Soms is een steenfabrieksterrein doorgegroeid tot een niet -grondstofgebonden industrie; die plekken vallen wel onder dit type.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[421]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Buitendijkse bedrijventerreinen zijn bijzonder, vooral omdat vanwege de waterstanden bouwen in de uiterwaarden ingewikkeld was/is en ook ontmoedigd werd. Desondanks ligt in de Kerkenwaard bij Haaften een bedrijventerrein, met een eigen haven. Vanouds stond hier alleen een s teenoven, maar die was vóór de Tweede Wereldoorlog al verdwenen. De uiterwaard was toen uitsluitend in agrarisch gebruik. Om erosie te voorkomen was er vóór 1923 langs deze uiterwaard een zogenaamde lei - of langsdam aangelegd, waarop kribben aansloten. Vóór 1977 startte de ontwikkeling van een industrieof bedrijventerrein in de Kerkenwaard; de Hertog Karelweg werd nieuw aangelegd. De huidige dijk blijft daar als primaire waterkering functioneren. 19
Figuur 62. Het buitendijkse bedrijventerrein bij Vuren (foto: RAAP, 23 september 2020).
De daarbij aangelegde haven, ontstaan in de jaren 60 door graven/baggeren van ophoogzand voor het industrieterrein, was via een opening vlakbij het dorp verbonden met de Waal. De haven werd in 198 5 geopend; vóór 1993 werd deze verbinding naar het oosten verlegd en de westelijke gedicht. De haven was daadwerkelijk bedoeld voor het industrieterrein, maar werd sinds de aanleg vrijwel uitsluitend als overnachtings- of uitwijkhaven gebruikt. Een modernisering van de haven is gaande. Kleinere bedrijventerreinen bevinden zich in Vuren, waarvan er zeker één, aan de weg Steenfabriek, vanuit een steenfabriekslocatie is gegroeid. De andere, een langgerekte zone langs de Waaldijk, heeft zich eveneens ontwikkeld vanuit een steenfabriek, met de naam Loevestein. Het is nu een grote kalkzandsteenfabriek zonder lokale winningslocaties en met weinig (landschappelijke) kenmerken van
19
Berichtgeving rondom Bestemmingsplan Kerkewaard, 2018; Algemeen Dagblad, 24 augustus 2019
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[422]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
een oude steenfabriek. De aanwezigheid van de steenfabriek heeft ook geleid tot de ontw ikkeling van een kleinschalig bedrijventerrein binnendijks. Langs de Linge vinden we buitendijkse bedrijventerreinen naast de historische kern van Asperen, eveneens ontwikkeld op de plek van een vooroorlogse steenfabriek. Een vreemde eend in de bijt is het buitendijkse bedrijventerrein De Watermolen ten westen van Geldermalsen. Hier lag al in de late 19e eeuw een suikerfabriek, waarnaast later de veiling tot stand kwam. Binnendijks kwam de daaraan verwante conservenfabriek tot ontwikkeling, wat leidde tot e en bedrijventerrein direct aan het spoor. Aan de overzijde van het spoor kwam direct aan de Linge na de Tweede Wereldoorlog een rioolwaterzuiveringsinstallatie tot stand, die we ook als bedrijventerrein hebben aangemerkt. Ten oosten van de historische kern van Geldermalsen ten slotte ontstond rond de Tweede Wereldoorlog een eerste fabriekscomplex aan de Linge, aan de Rijnstraat. Dat vormde de basis voor een verdere uitbreiding in oostelijke richting. Die eerste fabriek werd enkele jaren geleden afgebroken t en behoeve van de bouw van appartementen, maar het bedrijventerrein verder oostelijk is gebleven. Jonge bebouwingsschil (buitendijks) (ru4c) Buitendijks bouwen was vanwege de waterstaatkundige situatie altijd heel risicovol.
Dat kon alleen na voldoende ophoging van het terrein, voor een eerdere functie (een steenfabriek) of speciaal voor de woningbouw zelf. De grootste buitendijkse woonlocatie bevindt zich oostelijk van het centrum van Geldermalsen, deels op de plek van reeds afgebroken fabrieken (zie hierv oor). Voor een belangrijk deel gaat het echter weldegelijk om huizenbouw op voorheen nog niet bebouwd terrein. Men is daar al vóór de Tweede Wereldoorlog beginnen met een verkaveling met vrijstaande huizen langs straatjes, na de oorlog uitgebreid met rijwoningen. Hoe verder naar het oosten, hoe moderner de stedenbouwkundige structuur werd (van een traditionalistische naar een deels open verkaveling). In de laatste twee decennia is men een aantal bedrijfslocaties gaan ontwikkelen tot appartementen, tussen deze oudere wijkjes en de Linge. Een tweede buitendijkse woningbouwlocatie bevindt zich in de Gaalwaard bij Vuren, naast een oud steenfabrieksterrein. De dijkbebouwing is hier na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk uitgebreid tot een kleine woonstraat met aanvankelijk een diversiteit aan huisjes, en in de laatste decennia vrijstaande villa’s. Een derde woonstraatje in de uiterwaarden is de Pieterswaard bij Herwijnen, op een oud steenfabrieksterrein. Een smalle rand van de wijk hebben we op de kaart afgesneden om te kunnen tonen waar de vroege haven van de steenfabriek heeft gelegen.
Haven (ru4h) Bij Heesselt en Opijnen waren de hoogwatervrije steenfabrieksterreinen via een haventje met de rivier verbonden. Van de resterende delen van deze haventjes – bij Opijnen lijkt een deel gedempt – hebben we een afzonderlijk landschapstype gemaakt. Datzelfde geldt voor de haven van Tuil, na de dijkverlegging in de 19e eeuw als veerhaven aangelegd. De haven in de Kerkenwaard bij Haaften was ooit bedoeld voor de ontsluiting v an het enige bedrijventerrein in de uiterwaarden van het onderzoeksgebied, maar is sinds 1986 bestemd als overnachtingshaven (zie hiervoor onder ‘bedrijventerrein’).
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[423]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
De haven bij de steenfabriek in de Pieterswaard bij Herwijnen is grotendeels gedempt, waar door uiteindelijk de huidige woonstraat daar ontwikkeld kon worden. De enige meegenomen haven aan de Linge is de oude veerhaven in een vroegere meanderbocht, die sinds de jaren 70 als jachthaven is ingericht en daarvoor flink is verbreed. Het resterende deel van de meanderbocht liep langs de huidige rotonde en via de parkeerplaats terug naar de Linge. Waarschijnlijk is het resterende deel van de meanderbocht ter plaatse van de parkeerplaats in de jaren 60 gedempt. De doorsnijding van de Linge, waardoor de meander een dode arm werd, en de aanleg van het Lingepark op de afgesneden uiterwaard dateert van vóór 1957, vermoedelijk rond 1940.
Figuur 63. Het haventje van de steenfabriek van Opijnen (foto: RAAP, 14 november 2019).
Infrastructuur (ru4i) Hiervoor verwijzen we naar legenda-eenheid rs4a. Complex van kleiputten (ru4k) Zoals hiervoor al opgemerkt liggen er plaatselijk in de uiterwaarden van de Waal, waar de meeste steenfabrieken stonden, complexen van kleiputten, die werden gegraven om de vaak dichtbij gelegen steenfabrieken van grondstoffen te kunnen voorzien. Dikwijls liggen ze nog relatief goed herkenbaar in het landschap, plaatselijk van groen voorzien en soms ook geïsoleerd. Ze zijn echter nadrukkelijk een onderdeel van een breder landschap: het landschap van de steenindustrie. Herkenbare putten vinden we op twee locaties bij Herwijnen (Benedenwaard en Bovenwaard), bij de steenfabriek van Hellouw
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[424]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
(Crobsche Waard), in de Rijswaard bij Waardenburg, bij de steenfabriek va n Opijnen, in de Heesseltsche Uiterwaarden en bij Ophemert. Ze worden vaak gekenmerkt door een beperkte hoeveelheid opgaand groen, een teken dat er ‘recent’ nog klei (of in een later stadium: zand) gewonnen is.
Figuur 64. Een kleiput naast de voormalige fabriek in Opijnen (foto: RAAP, 14 november 2019).
Complex van kleiputten, met natuurontwikkeling (ru 4l) Onder invloed van de groeiende natuurbeweging nam in de late 20e eeuw de wens toe om een deel van de kleiputten een ‘natuurlijker karakter’ te geven, hetgeen vaak neerkomt op een ruiger beeld. Soms werd daarbij nog extra grond verzet. Het belangrijkste voorbeeld is het natuurgebied van de Varikse Plaat, waar overigens ook een kil in is ingepast. Doorgaans strak vormgegeven kleipu tten werden vergraven tot natuurlijk ogende waterpartijen. Ook delen van de Crobsche Waard lijken buiten gebruik gesteld te zijn, al is daar de vraag in hoeverre er sprake is van actieve natuurontwikkeling of meer van natuurlijke opslag in een niet meer voor productiedoeleinden gebruikt landschap.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[425]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 65. Kleiwinningsputten met natuurontwikkeling bij Ophemert (foto: RAAP, 14 november 2019).
Uiterwaard Linge, met natuurontwikkeling (ru4m) Met name in het laagste deel van de Lingeuiterwaarden bij Spijk, waar de landbouw nauwelijks meer een functie heeft en delen van de uiterwaarden ten behoeve van grondstoffenwinning al zijn weggegraven, worden uiterwaarden als natuurgebieden beheerd. Daarbij is, vooral langs de Zuiderlingedijk, de oude verkaveling en de afwisseling tussen grasland en opgaand groen nog wel goed herkenbaar gebleven. Een negatief aspect is de verruiging en verbossing van de voormalige grienden, die daardoor in het landschap nauwelijks meer herkenbaar zijn. Bijzon der is het feit dat de strokenverkaveling hier onder de dijk verder loopt: de verkaveling is er ouder dan het dijktracé. Alleen op locaties bij voormalige winningsplassen, zoals westelijker tegenover Arkel en oostelijker bij de Koornwaard zien we natuurontwikkeling die losstaat van de historische landschapsstructuur.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[426]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 66. De voormalige buitendijkse grienden bij Spijk zijn opgenomen in een natuurontwikkelingsproject (foto: RAAP, 23 september 2020).
Uiterwaard, met natuurontwikkeling (ru4n) Naast een enkel complex met kleiputten waar natuurontwikkeling een belangrijke stempel op het gebied heeft gedrukt, zien we dit ook terug in enkele Waaluiterwaarden die ‘aan de natuur zijn teruggegeven’: er wordt niet gestuurd op specifieke vegetaties, maar het zelfstandig verlopen van natuurlijke processen staat voorop. Van de historische structuur van het gebied is daardoor vaak buitendijks niets meer te herkennen, met uitzondering van de kribben die op de rivieroever nog altijd aanwezig zijn. Voorbeelden herkennen we in de Crobsche waard bij Hellouw (alhoewel niet zeker is of dit bewuste natuurontwikkeling is) en in de uiterwaard bij Ophemert en Varik. Parkaanleg in uiterwaard Linge (ru4p) Twee stukken uiterwaard bij Geldermalsen zijn, onder invloed van de zich ontwikkelende kern, als park ingericht. In de eerste plaats geldt dat voor het Lingepark, dat – zoals we hiervoor al schreven – waarschijnlijk werd aangelegd toen de bocht in de Linge bij Geldermalsen werd afgesneden en toen nog het plantsoen ‘Achter ’t Veer’ werd genoemd. In 2012-2013 werd het park opgeknapt en in Lingepark omgedoopt. 20
20
https://www.hkwb.nl/archief/geschiedenis -geldermalsen/geldermalsen/geldermalsen-achter-het-veer/
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[427]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Toen in de jaren 70 de veerhaven in de meanderbocht als jachthaven werd aangelegd, was het naastgelegen stuk uiterwaard nog als boomgaard in gebruik. In 1976-1977 volgde onder leiding van de Heidemij de omvorming van deze boomgaard tot een reliëfrijke heemtuin ’t Zand, ook wel recreatiegebied genoemd, waar de nadruk lag op typisch Betuwse bomen en struiken, en waar ook een kippenren met Betuwse kippenrassen was. Na enige periode van verval is de heemtuin inmiddels weer opgeknapt. 21 Steenfabrieksterrein, hoogwatervrij (ru4s) Al eeuwen geleden begon men vooral langs de Waal, maar in mindere mate ook langs de Linge, met het bakken van stenen. Dit gebeurde doorgaans in kleine veldovens. Naarmate de tijd verstreek werd de productie steeds meer een industriële bezigheid. Op kunstmatig opgehoogde terreinen verrezen steenfabrieken, die een aanzienlijk deel van de 20e eeuw het aanzicht van het rivierenlan dschap bepaalden en velen een bestaan gaven.
Figuur 67. Op de achtergrond is de enige nog bestaande steenfabriek in het onderzoeksterrein zichtbaar. Daarvóór ligt een zandwinningsplas (foto: RAAP, 14 november 2019).
Fabrieksterreinen hebben we aangegeven bij Heesselt (bebouwing grotendeels verdwenen), bij Opijnen (bebouwing deels nog aanwezig), bij Hellouw (bebouwing nog aanwezig), bij Herwijnen (2x), bij Vuren, bij Spijk, bij Heukelum en bij Deil. Er waren meer steenfabrieken, m aar in een enkel geval is voor een
21
Reformatorisch Dagblad, 5 mei 1977 en 4 januari 1979
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[428]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
andere typering gekozen, zoals bij een tweede steenfabriek in Vuren, die we als buitendijks bedrijventerrein (ru4b) hebben opgenomen. Landschappelijk bestaat er vrijwel altijd een herkenbare relatie met de winningsputten voor klei, zoals naast de steenfabriek van Opijnen. Samen vormen zij, mits herkenbaar, historische ensembles in het rivierenlandschap met een belangrijke sociale en herinneringsfunctie. Daarnaast zijn er, in een eerdere fase van de geschiedenis, steenovens langs de rivier geweest. Deze hadden een veel beperkter ruimtebeslag en hebben we niet als afzonderlijk landschapstype opgenomen. Op slechts enkele steenfabrieksterreinen is nog historische bebouwing van de vroegere steenfabriek aanwezig, zoals bijvoorbeeld in Vuren. Het merendeel kent jongere bedrijfsbebouwing of ligt braak. Zandwinplas (ru4z) Resultaten van een heel andere industrie zijn de buitendijkse zandwinplassen, die werden gegraven om grondstoffen voor de bouw en de infrastructuur te verkrijgen. D oordat de toepassing vaak niet lokaal was (in tegenstelling tot de binnendijkse zandwinplassen, waar het transport problematischer was) , was aantakking op een transportsysteem wenselijk. Daardoor hebben de meeste zandwinningsplassen, zoals hier ook bij Heesselt, een open toegang tot de rivier.
Vanwege de betrekkelijk geringe lokale betekenis is de cultuurhistorische waarde veel lager dan die van de kleiputten, waar een verhaal omheen hangt. Relevant is wel dat veel waterpartijen die onder een andere legenda -eenheid zijn opgenomen, zoals kleiputten en havens, secundair of juist van oorsprong ook als zandwinplas gebruikt zijn. Zo is de huidige overnachtingshaven in de Kerkenwaard bij Haaften ooit als zandwinplas aangelegd. Het merendeel ligt langs de Waal, maar bij Spijk en Heukelum, waar ooit steenfabrieken stonden, liggen ook nog zandwinplassen.
3.4.4
Sterk veranderd gebied
Verzwaard dijktalud (talud) Langs de dijk bij Opijnen heeft men het dijktalud extra verstevigd. We hebben deze zone als een afzonderlijke eenheid op kaart gezet.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[429]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 68. De zware dijk bij Opijnen (foto: RAAP, 14 november 2019).
Bruggenhoofd (hoofd) Tussen 1966 en 1977 is onder de brug bij Waardenburg een terrein tussen twee kribben aangelegd, waarvan de functie niet helemaal duidelijk is. Mogelijk speelt dit terrein een rol in de bereikbaarheid van delen van de brug.
3.4.5
Water
Rivierloop (W) De loop van de Waal maakt een integraal onderdeel uit van de landschappen binnen de voormalige gemeente Neerijnen. Door de eeuwen heen heeft men steeds geprobeerd de rivier met zijn eigen grillen onder controle te krijgen, bijvoorbeeld door meanders te doorgraven , door kribben aan te leggen of (reactief) door de dijk terug te leggen in het geval de rivier een schaardijk dreigd e te ondermijnen. De aanleg van het Pannerdens Kanaal in 1706 zorgde ervoor, dat de Waal in plaats van 90% nog maar zo’n 66% van het water uit de Duitse Niederrhein kreeg. 22 Met de centralisering van het gezag na de Franse Tijd en de oprichting van Rijkswaterstaat werd de verbetering of normalisering van de rivierloop veel integraler aangepakt. Vooral vanaf de tweede helft van de 19e eeuw werd de rivier met zijn vele zandbanken gestroomlijnd en de oevers verstevigd, een vervolg op de eerdere tendens om overlaten te
22
Bijl 1997: 40
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[430]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
gebruiken. 23 Die normalisering werd na de watersnood van 1861 in gang gezet, maar het duurde lang voor men met het werk gevorderd was. Pas in 1895 was men met de ‘eerste ronde’ klaar.
Figuur 69. De druk bevaren Waal bij Hellouw (foto: RAAP, 14 november 2019).
In 1872 lagen er nog slechts enkele kribben die zelfs ‘met name’ bekend waren, terwijl drie decennia later de Waaloever volledig bekribt was. Dat leverde een rivier met een eenduidige stroomdraad op. Plaatselijk, zoals onder de Waalspoorbrug, werden ook lei- of langsdammen aangelegd. Die ingrepen vormen het kader voor de huidige oeverlijnen van de Waal.
23
Bijl 1997: 142
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[431]
Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3
Figuur 70. Recente luchtfoto van de bekribde Waal bij Varik.
RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021
[432]