CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RAAPrap_4150_GENL4_20210131_deel3.pdf

Informatie en Ontmoeten 2 (Beeldvorming) 9 maart 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 20.02: Beeldvorming harmonisatie erfgoedbeleid24.032 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAAP-RAPPORT 4150

Erfgoed in de gemeente West Betuwe: deel 3

Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

Inhoud Inhoud............................................................................................................................................. 335 DEEL 3

Cultuurhistorische waardenkaart ................................................................................... 336

1 Inleiding op deel 3 ........................................................................................................................ 337 2 Methoden en bronnen ................................................................................................................... 338 2.1 Inleiding ........................................................................................................................................... 338 2.2 Cultuurlandschappen ........................................................................................................................ 338 2.3 Landschapselementen: Geldermalsen en Neerijnen ............................................................................ 342 2.4 Landschapselementen (en bouwkunst): Lingewaal .............................................................................. 346 2.5 Historische bouwkunst en stedenbouw ............................................................................................... 348

3 Cultuurlandschappen .................................................................................................................... 360 3.1 Inleiding ........................................................................................................................................... 360 3.2 Landschappen in West Betuwe .......................................................................................................... 361 3.3 Binnendijks rivierenlandschap ........................................................................................................... 361 3.4 Uiterwaarden .................................................................................................................................... 401 3.5 Waardering ....................................................................................................................................... 434 3.6 Deelgebieden: Geldermalsen ............................................................................................................. 436

4 Landschapselementen en immaterieel erfgoed: Geldermalsen en Neerijnen .................................. 440 4.1 Algemeen ......................................................................................................................................... 440 4.2 Inventarisatie .................................................................................................................................... 440 4.3 Waardering ....................................................................................................................................... 481

5 Deelgebieden en objecten: Lingewaal ........................................................................................... 486 5.1 Inleiding ........................................................................................................................................... 486 5.2 Waardering ....................................................................................................................................... 486 5.3 Waardering van de deelgebieden ....................................................................................................... 494

6 Historische bouwkunst en stedenbouw .......................................................................................... 558 6.1 Inventarisatie .................................................................................................................................... 558 6.2 Waardering ....................................................................................................................................... 559 6.3 Bijzondere zones .............................................................................................................................. 573

Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ................................................................... 575

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[335]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

DEEL 3

Cultuurhistorische waardenkaart

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[336]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

1 Inleiding op deel 3 In het eerste deel zijn we uitgebreid ingegaan op de landschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling van de verschillende delen van de gemeente West Betuwe. Daarmee hebben we als het ware een biografie van het gebied neergezet, die op hoofdlijnen – en soms wat meer in detail – weergeeft welke thema’s een rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van het gebied. Om het gemeentelijk beleid handen en voeten te geven is echter meer informatie over gebieden, structuren en objecten noodzakelijk. Daarom hebben we in het kader van de harmonisatie van het erfgoedbeleid een grote hoeveelheid gegevens gebundeld, verdiept en aangevuld. I n deel 3 gaan we uitgebreid in op de erfgoedthema’s in de gemeente West Betuwe, vooral gericht op de aard van de legenda-eenheden zoals deze op de kaart staan aangeduid. Waar nodig gaan we nog wat dieper in op de historische achtergrond. Elk object op de kaart kent bovendien nog een aantal toel ichtende velden in het GIS, zoals de staat (bestaand of verdwenen) en de bron waaruit de informatie afkomstig is. De opzet van deel 3 vraagt om een toelichting. De cultuurlandschappelijke en historisch -bouwkundige onderdelen van dit product zijn namelijk ontstaan na het samenvoegen van een aantal deelproducten, die in dit kader niet volledig geïntegreerd/geharmoniseerd konden worden.

Daardoor zijn er voor de verschillende voormalige gemeenten deelteksten blijven bestaan, die soms verschillend van opzet zij n. Hoofdstuk 3 is het belangrijkste wél volledig geharmoniseerde hoofdstuk op het gebied van landschappelijk erfgoed. Het bevat een toelichting op de herziene cultuurlandschappelijke typering en waardering. Hierin is niets meer naar de voormalige deelproducten te herleiden , met uitzondering van een integrale analyse voor het erfgoed van Geldermalsen (zie § 3.6), die we vanuit het oogpunt van informatiebehoud hebben gehandhaafd. Zo’n duidelijk onderscheid geldt wel voor de toelichting op de landschapselementen (hoofdstuk 4). Terwijl de achterliggende GIS-data volledig in elkaar geschoven is, valt de toelichting daarop nog uiteen in deeltekstjes per categorie voor Geldermalsen en Neerijnen in hoofdstuk 4, en een volledig andere opzet (namelijk per deelgebied i.p.v. per thema) daarvan voor Lingewaal (zie hoofdstuk 5). Hoofdstuk 6, tot slot, bevat een inhoudelijke toelichting op het gebouwde erfgoed in de gemeente West Betuwe, zowel bouwkundig als op ensembleniveau. Ook hier is de GIS-data voor objecten op monumentniveau in elkaar geschoven en aangevuld met nieuwe informatie.

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[337]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

2 Methoden en bronnen 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de gebruikte methoden voor het onderzoek naar de cultuurlandschappen, de landschapselementen en de historische bouwkunst en stedenbouw van West Betuwe. Ook hier geldt weer dat de cultuurlandschappelijke kartering en waardering volledig herzien is, en daarvoor dus een afzonderlijke paragraaf bestaat (§ 2.2). Voor landschapselementen geldt dat er enerzijds een paragraaf is waarin de methoden en bronnen voor de voormalige gemeenten Geldermalsen en Neerijnen zijn beschreven (§ 2.3), terwijl de methodiek voor het opstellen van gebiedsbeschrijvingen met inventarisatie en waardering voor Lingewaal afzonderlijk wordt besproken (§ 2.4). In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk komt de volledig herziene bouwkunst - en stedenbouwinventarisatie en –waardering (§ 2.5) aan de orde.

Kanttekeningen bij de harmonisatie van informatie De gedeeltelijke herziening van de inhoudelijke data brengt een aantal onvolkomenheden met zich mee. De belangrijkste daarvan is dat de volledige herziening van zowel de cultuurlandschapskartering en -waardering als de bouwkunst- en ensembleinventarisatie en – waardering ertoe heeft geleid, dat de onveranderd gehandhaafde gebiedsbeschrijving van Lingewaal (§ 2.4 en hoofdstuk 5) mogelijk niet meer op alle punten actueel of volledig is. Daarentegen is de toelichting op de landschapselementen van Geldermalsen en Neerijnen ( § 2.3 en hoofdstuk 4) volledig aan de samengevoegde inventarisatie aangepast. Die is met name op het gebied van de landbouwgeschiedenis (ruilverkavelingen) uitgebreid. Naast de gebiedsbeschrijving van Lingewaal is ook de objectwaardering van landschappelijke objecten onveranderd uit de eerdere studies van Lingewaal en Geldermalsen overgenomen. Die data bevindt zich in de GIS-databases en is niet op de kaartbijlagen bij dit rapport opgenomen.

2.2 Cultuurlandschappen Luuk Keunen

2.2.1

Inventarisatie

Het landschap in het onderzoeksgebied is een complex geheel dat is ontstaan onder invloed van natuurlijke en menselijke factoren. Daarbij speelde allereerst de geologie een rol. De mens heeft zich laten leiden door de aardkundige uitgangssituatie en deze door het gebruik ook deels zelf aangep ast. Bij de typering van het historisch cultuurlandschap beschrijven we de wijze waarop de mens haar invloed heeft laten gelden in het landschap, daarmee het natuurlijk landschap geleidelijk heeft omgevormd, en welke elementen daarmee samenhangen.

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[338]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

Landschap in lagen De genese van het landschap kan op verschillende manieren worden ontrafeld. 1 Eén van de manieren om inzicht te krijgen in deze complexe materie is de ontleding ervan door middel van een zogenaamd lagenmodel. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt hoe opeenvolgende fasen in de landschapsontwikkeling zich ten opzichte van elkaar verhouden. 2 Het model biedt ruimte voor uiteenlopende invalshoeken, zoals infrastructuur, landgebruik, occupatie, territoria, etc., en biedt daarnaast ruimte om de ontwikkelingen van deze lagen door de tijd inzichtelijk te maken. Een voorbeeld is hoe de 20e-eeuwse secundaire functies in de uiterwaarden zich verhouden tot het oudere agrarisch gebruik van deze gebieden. In de landschapstypering en -beschrijving hebben we aspecten van deze lagenbenadering meegenomen. Landschapstypologie De Topografisch-Militaire Kaart (TMK) is de vroegste landsdekkende kaart waarbij op perceelsniveau bebouwing, landgebruik én landschapselementen zijn gekarteerd. Deze kaart ook inhoudelijk de meest complete en geografisch meest correcte laag waarop het landschap uit de 19e eeuw van het onderzoeksgebied zichtbaar is. De TMK vormt dan ook het uitgangspunt bij het inzichtelijk maken van de landschapsontwikkeling in de gemeente. Vooral met behulp van deze kaart is een landschapstypologie opgesteld.

Voor ons zicht op eerdere tijdslagen zijn we afhankelijk van archeologische en schriftelijke bronnen. Deze leveren echter zowel ruimtelijk als in temporeel opzicht een versnipperd beeld dat lastig toepasbaar is op het gewenste schaalniveau. Dit probleem is deels ondervangen door aan de hand van de landschapstypologie niet alleen het 19e-eeuwse landschap maar ook de ontwikkelingen daarvoor te beschrijven. Het 19e-eeuwse landschap is dus slechts een hulpmiddel om de voorgaande perioden en de periode daarna te beschrijven en mag niet als eindstadium of hoogtepunt van het historisch cultuurlandschap worden gezien. Jongere landschappen In de 20e eeuw heeft zich een aantal grootschalige ruimtelijke transformaties voorgedaan, waarvan de opkomst van de steenindustrie, de verandering in het agrarisch grondgebruik , de bevolkingstoename, de aanleg van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de ruilverkaveling de belangrijkste zijn. Hierbij zijn nieuwe lagen aan het landschap toegevoegd, waarbij soms wel en soms niet rekening is gehouden met de toen aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten in het landschap. De mate waarop deze cultuurhistorische kwaliteiten zijn opgenomen in deze nieuwe laag blijkt wanneer we het kaartbeeld van 1850 vergelijken met het huidige landschap en met kaartbeelden uit de tussenliggende periode.

Met name de topografische kaart uit 1966 heeft een belangrijke rol binnen de typologisering gespeeld. Kartering De kartering zoals we die hier presenteren gaat primair uit van landschaps - en dorpstypen zoals die op basis van historische informatie te onderscheiden en begrenzen zijn. Op basis van een vergelijking met de huidige situatie biedt dit een goed vertrekpunt om in beheer en planontwikkeling keuzes te maken. Die keuzes hebben dan betrekking op het behoud en herstel van historische karakteristieken die het

1 2

Hidding e.a. 2001: 12 Hidding e.a. 2001: 8

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[339]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

ene landschap of dorp anders maken dan het andere. Deze kenmerken, die we in deze rapportage o ok beschrijven, dienen daarnaast ter inspiratie bij nieuwe ruimtelijke opgaven. Historische contrasten tussen verschillende landschapstypen, zowel de hoofdlijnen als subtiele verschillen, kunnen versterkt worden. Daarvan profiteert niet alleen het landscha p zelf, maar ook bijvoorbeeld de gebruikers, bewoners en recreanten die elk op hun eigen manier met het landschap te maken hebben. Het karteren van landschaps- en dorpstypen dient systematisch en consequent plaats te vinden. Binnen elk landschaps- en dorpstype zou de variatie zo gering mogelijk moeten zijn. Uiteraard is dat nooit volledig te bereiken, omdat het landschap per definitie veelvormig is en je altijd zult moeten generaliseren. Desondanks zijn de afgelopen jaren met succes classificatiesystemen vo or het historisch cultuurlandschap ontwikkeld, passend in een Wageningse traditie van landschapstypologie bij de Stichting voor Bodemkartering en zijn opvolgers. 3 Onderscheiden eenheden De manier van classificeren die we voor het landschap van het onderzoeksgebied hebben toegepast, sluit dus aan op wat we de Wageningse methode kunnen noemen.

In de kern komt het erop neer dat we op basis van de kenmerken van het landschap in het midden van de 19e eeuw het landschap in een aantal hoofdtypen indelen, die vervolgens weer onderverdeeld zijn in subtypen. Zoals gezegd, heeft voor de kartering van de landschapstypen de Topografisch -Militaire Kaart van Nederland in combinatie met de topografische kaart uit 1966 – en andere tussentijdse kaarten - een belangrijke rol gespeeld als ijkjaar. Op basis van deze kaart zijn de grenzen tussen de verschillende landschapstypen, zowel op hoofd- als op subniveau, getrokken. 4 Na kartering van de hoofdlandschapstypen werden deze verdeeld in kleinere gebieden (subtypen), waarbij als stelregel werd gehanteerd dat een belangrijk deel van de ruimtelijke variatie binnen deze subtypen gevangen moest worden. De onderverdeling in subtypen is gemaakt op basis van een aantal criteria: 1.

verschil in vorm, regelmaat en positionering;

2.

verschil in historisch en hedendaags grondgebruik;

3.

verschil in genese;

4.

verschil in natte/droge omgeving;

5.

verschil in openheid/geslotenheid voor wat betreft opgaand groen.

2.2.2

Waardering

De waardering van het historisch cultuurlandschap heeft plaatsgevonden door elk gekart eerd deelgebied op drie criteria te beoordelen: 1. de gaafheid van de huidige topografie ten opzichte van de situatie omstreeks 1930 c.q. de situatie ten tijde van de aanleg, d.w.z. type grondgebruik, verkaveling, percelering etc.;

3

Baas & Brand 2011. W ageningen is één van de fundamenten van de historische geografie in Nederland, achtereenvolgens onder leiding van dr. A.W . Edelman-Vlam (1909-1999), A.D.M. Veldhorst, prof. drs. J.A.J. Vervloet en hun medewerkers aan de Stichting voor Bodemkartering, DLO-Staring Centrum, Alterra en de Wageningen Universiteit. Toepassing van kennis in beleidsvorming is altijd een peiler geweest binnen de W ageningse instituten. Daarom wordt er wel gesproken over W ageningse tradities binnen de historische geografie. 4 De kartering voor de TMK heeft plaatsgevonden tussen 1844 en 1852, waarna tussen 1850 en 1864 alle kaartbladen verschenen. Veldtekeningen en daarop gebaseerde nettekeningen vormden de basis van de TMK, die in zijn eindversie als zwart witte steendruk is verschenen.

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[340]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

2. de gaafheid van de huidige verticale dimensie in het landschap (fysiognomie) ten opzichte van de situatie omstreeks 1930 c.q. de situatie ten tijde van de aanleg, d.w.z. de openheid of geslotenheid van het landschap (aan- of afwezigheid van opgaand groen), de aanwezigheid van bebouwing, etc.; 3. de aanwezigheid van bijzondere kenmerken, waardoor het gebied een hogere waardering moet krijgen dan het op basis van andere twee criteria krijgt, zoals bijvoorbeeld een hoge ouderdom. Op elk criterium is een score van 0 tot 5 genoteerd. Voor de eerste twee criteria is dat op basis van een strakke definitie gebeurd (tabel 1 en tabel 2), voor de laatste op basis van expert judgement (beoordeling op basis van algemene kennis van de vakspecialist). Voor het derde criterium hebben we geen exacte omschrijving gegeven wat er onder welke score verstaan wordt, omdat dit per deelgebied kan verschillen en het afhangt van de bijzonderheid die in dat specifieke deelgebied aan de orde is. Van deze waarderingssystematiek kon op heel specifieke gronden worden afgeweken. Die zijn in de achterliggende database verwoord.

score

omschrijving

0

volledig gewijzigd

1

overbouwd

2

verkaveling sterk gewijzigd, grondgebruik sterk gewijzigd

3

hoofdstructuur verkaveling grotendeels intact, grondgebruik sterk gewijzigd óf hoofdstructuur in belangrijke mate gewijzigd, maar grondgebruik grotendeels intact

4

hoofdstructuur verkaveling grotendeels intact, grondgebruik merendeels intact

5

verkaveling grotendeels intact, grondgebruik grotendeels intact

Tabel 1. Waardering gaafheid van de historische situatie in de huidige topografie cq. de aanlegperiode.

score

omschrijving

0

volledig gewijzigd

1

overbouwd

2

openheid/geslotenheid sterk gewijzigd, bebouwing grotendeels verplaatst

3

openheid/geslotenheid half intact, bebouwing deels origineel, deels gewijzigd

4

openheid/geslotenheid grotendeels intact, bebouwing merendeels origineel gesitueerd

5

openheid/geslotenheid grotendeels intact, bebouwing als origineel gesitueerd

Tabel 2.Waardering gaafheid van de fysiognomie ten opzichte van de hist orische situatie omstreeks 1850 cq. de aanlegperiode.

Een totaalwaardering werd uiteindelijk berekend door de drie scores op te tellen en door drie te delen. Daardoor telt elk criterium even zwaar. De scores die uit deze berekening kwamen, zijn in zes waarderingscategorieën (van zeer laag tot zeer hoog) verdeeld (tabel 3). De waardering wordt inhoudelijk gemotiveerd in de GIS-tabellen.

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[341]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

gemiddelde score

waardering

0

niet gewaardeerd

1

zeer laag

1,6 - 2,5

laag

2,6 - 3,5

gemiddeld

3,6 - 4,5

hoog

4,6 - 5,0

zeer hoog

Tabel 3.Scores en klassen van de waardering.

Hoewel op basis van bovenstaande criteria een vrij objectieve score berekend kan worden, blijft de waardering toch een bepaalde mate van subjectiviteit houden. Dat komt niet alleen door d e nadruk op het criterium ‘gaafheid’ en de keuze voor het derde criterium (‘bijzondere kenmerken’), maar ook door de schaal van het te beoordelen gebied en de begrenzing ervan. Voor de waardering zijn de grotere gebieden, zoals gekarteerd bij de inventarisatie, slechts in zeer uitzonderlijke gevallen verder opgeknipt om willekeur te voorkomen. Een lage waardering voor een gebied betekent daarmee niet dat er in het gebied geen enkele bijzondere individuele waarde kan voorkomen! De waarderingsklassen zijn bovendien relatief ten opzichte van de eigen gemeente. Een middelmatige waardering in West Betuwe kan wat anders betekenen dan een middelmatige waardering in andere gemeenten. Cultuurhistorische waarde is niet hetzelfde als esthetische waarde. Het landschap k an mooi gevonden worden vanwege de uitzichten of het aanwezige groen, maar dat beteken t niet automatisch dat de cultuurhistorische waarde ervan ook hoog is.

De boomgaarden die beplant zijn met spillen passen bijvoorbeeld in het beeld van de Betuwe als centrum van de fruitteelt, maar zijn cultuurhistorisch minder waardevol omdat ze de historische akkercomplexen en hoogstamboomgaarden hebben doen verdwijnen en een zekere ‘recente intensivering’ van de landbouw vertegenwoordigen . Ook kunnen de huidige landschappelijke eenheden nog zeer gaaf en fraai ogen, maar blijken de historische landschappelijke eenheden doorsneden te zijn door infrastructuur. Een voorbeeld hiervan is het gebied rond de zuidelijke oever van de Linge dat doorsneden wordt door de A2 en de zuidelijke komgebieden die door de A15 worden doorsneden. Deze kanttekeningen zijn belangrijk om de beperking van de cultuurhistorische waardering weer te geven. In de beoordeling van de kommen is daarentegen wel expliciet rekening gehouden met de tijdslaag van de ruilverkavelingen, die vanuit een landschapsarchitectonische invalshoek een bijdrage aan het verhaal van het landschap geleverd hebben.

2.3 Landschapselementen: Geldermalsen en Neerijnen Luuk Keunen & Steven van der Veen

2.3.1

Inventarisatie

De landschapselementen zijn geïnventariseerd aan de hand van historisch kaartmateriaal, historische en recente luchtfoto's, het AHN2, bestaande inventarisaties en een veldverkenning. Specifiek zijn onder andere de volgende schriftelijke bronnen geraadpleegd: - Kadastrale minuutplans uit ca. 1832;

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[342]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

- Veldminuten van de TMK uit 1850; - Rivierkaarten 1e druk serie 1, 1e herziening serie 1 en 2e herziening serie 1; - Rivierkaarten Gelderland van Rijn en Waal; - Chromotopografische Kaart des Rijks, late 19e eeuw en begin 20e eeuw; - Na-oorlogse topografische kaarten schaal 1:25.000; - RAF-luchtfoto's via Geoportaal WUR; - Actueel Hoogtebestand Nederland 2; - HWBP-projecten 1e tranche, fase 1C: historisch onderzoek en zandbanenonderzoek. RAAPrapport 2892; - Kader Ruimtelijke Kwaliteit en Conditionerende onderzoeken (RKC); dijkverbetering Tiel Waardenburg; - Archeologische waarden- en beleidskaart voor het grondgebied van de gemeente Neerijnen, 2008; - Manuscriptkaarten, collecties Gelders Archief en Het Utrechts Archief. De geïnventariseerde elementen zijn ondergebracht in de categorieën waterstaat, infrastructuur, industrie en nijverheid, kastelen en landgoederen, landbouw, religieus en funerair erfgoed, militair erfgoed en opgaand groen. Elk element is kort getypeerd en er is aangegeven of een ele ment bestaand of verdwenen is. Daarnaast zijn bronnen van informatie aangegeven en is eventueel aanvullende informatie opgenomen. In hoofdstuk 4 worden de elementen inhoudelijk nader toegelicht.

2.3.2

Waardering

Alleen landschapselementen in de voormalige gemeenten Geldermalsen en Lingewaal zijn gewaardeerd. We lichten daarom in deze paragraaf alleen de waarderingsmethodiek voor Geldermalsen toe. Lingewaal komt in de volgende paragraaf aan de orde. Geldermalsen Het waarderen van landschapselementen kan vanuit vele invalshoeken plaatsvinden. De uitkomst is dan ook sterk afhankelijk van de gekozen criteria. Deze kanttekening moet goed in ogenschouw worden genomen, wanneer aan de hand van de waardering vervolgstappe n worden gezet, bijvoorbeeld in de vorm van behoud of ontwikkeling. Bij de inventarisatie van elementen heeft reeds een selectie plaatsgevonden waarbij het cultuurhistorisch belang van de elementen een criterium was. Hierbij is gelet op ouderdom, gaafheid (alleen bestaande elementen), het cultuurhistorisch belang en het belang van het element binnen het groter geheel. De gaafheid van het ensemble waarbinnen deze elementen vallen is meegewogen in de waardering van landschapstypen. Daarom zal de waardering v an de elementen zich zoveel mogelijk richten op het element. De elementen zijn gewaardeerd binnen het gemeentelijk kader. Er kunnen dus elementen hoog worden gewaardeerd, die op landelijke schaal minder hoog scoren. Wel is er rekening mee gehouden dat elementen niet lager worden gewaardeerd dan op landelijke schaal het geval zou zijn. Een aantal

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[343]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

elementen op de kaart is niet gewaardeerd, omdat deze niet fysiek in het landschap aanwezig zijn of reeds zijn gewaardeerd. Hieronder vallen molenbiotopen en rijks beschermde landgoederen en buitenplaatsen. De elementen zijn op de volgende vijf criteria beoordeeld (zie tabel 5): 1.

historisch belang (voor een gebeurtenis of ontwikkeling);

2.

belang van het object als onderdeel van de structuur;

3.

herkenbaarheid van het concept;

4.

gaafheid horizontaal;

5.

gaafheid verticaal.

Historisch belang Hier wordt beoordeeld wat het belang is geweest van het object voor een historische ontwikkeling of gebeurtenis. Wat is het belang van het element voor de geschiedenis van Geldermalen. Nationaal en provinciaal belang zijn hier ook in mee gewogen. Elementen die hoog scoren zijn bijvoorbeeld kastelen, dijken, kades, forten van de NHW, uitwateringssluizen/-gemalen, weteringen, woonheuvels. In de middencategorie zijn bijvoorbeeld historische bosjes en bruggen over weteringen terecht gekomen. Belang van het object als onderdeel van de structuur Hier wordt gekeken naar het belang van het element binnen zijn omgeving. Wat is het belang van deze woonheuvel binnen de waterstaatsgeschiedenis? Wat is het belang van deze begraafplaats binnen de dorpsstructuur? Wat is het belang van deze inundatiekom binnen de NHW? Herkenbaarheid van het concept Is de oorspronkelijke functie nog herkenbaar? Is een kasteelterrein nog als zodanig herkenbaar? Is een brug nog als brug herkenbaar? Is de wetering nog herkenbaar? Gaafheid horizontaal Hierbij wordt de gaafheid van de topografie en/of het profiel en/of het materiaal gewaardeerd. Een deels verdwenen weg zal dus lager scoren dan een intact tracé. Een onverhard pad met oorspronkelijk profiel zal hoger scoren dan een pad dat tot vierbaans asfaltweg is gemaakt.

Een eendenkooi waar van alleen het bosje nog over is en waarvan de vangarmen zijn verdwenen, zal lager scoren dan een minder aangetast exemplaar. Gaafheid verticaal Hier wordt gelet op de aan- of afwezigheid van oorspronkelijke of passende beplanting. Ook wordt hier gelet op de eventuele aanwezigheid van oorspronkelijk reliëf. Een 19e -eeuws dijkprofiel met recent opnieuw aangeplante walnotenbomen zal dus hoog sco ren. Een kade die ooit beplant is geweest met knotwilgen en nu een breed en laag wegprofiel heeft en is beplant met populieren, zal hier laag scoren.

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[344]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

score

indien

3

van groot belang

2

van redelijk belang

1

van weinig belang

0

van geen belang

Historisch belang (wrd1)

Belang van het object als onderdeel van de structuur (wrd2) 3

van groot belang

2

van redelijk belang

1

van weinig belang

0

van geen belang

3

duidelijk herkenbaar

2

redelijk herkenbaar

1

weinig herkenbaar

0

niet herkenbaar

3

ongewijzigd

2

kort onderbroken/klein deel verdwenen

1

deels verdwenen

0

verdwenen

3

ongewijzigd

2

voor een klein deel gewijzigd

1

grotendeels gewijzigd

0

verdwenen

Herkenbaarheid concept (wrd3)

Gaafheid van topografie (wrd4)

Gaafheid verticaal (wrd5)

Tabel 4. Scores en klassen van de waardering van landschapselementen.

Een totaalwaardering werd uiteindelijk berekend door de scores voor de vijf criteria op te tellen en door vijf te delen. Voor een gewogen gemiddelde werden geen argumenten gevonden. Daardoor telt elk criterium even zwaar. De scores die uit deze berekening kwamen, zijn in vier categorieën ver deeld (zie tabel 6).

gemiddelde score

waardering

0 – 0,5

basiswaarde/verdwenen

0,6 – 1,5

laag

1,6 – 2,5

middelmatig

2,6 – 3,0

hoog

Tabel 5. Scores en klassen van de totaalwaardering van landschapselementen.

De waardering van de elementen is opgenomen in de volgende kolommen in het GIS: - wrd1: historisch belang;

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[345]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

- wrd2: belang van het object als onderdeel van de structuur; - wrd3: herkenbaarheid van het concept; - wrd4: gaafheid van de topografie; - wrd5: gaafheid verticaal; - wrd_tot: gemiddelde score; - wrd_wrd: waardering.

2.4 Landschapselementen (en bouwkunst): Lingewaal Adriaan Haartsen & Ben Olde Meierink, bewerkt door Luuk Keunen De Cultuurhistorische Waardenkaart van Lingewaal bestaat uit verschillende onderdelen: - Aanvulling van de inventarisatie van Vestigia en waardering van cultuurhistorische elementen en ensembles; - Beschrijving en waardering van de gemeente als geheel en van de onderscheiden deelgebieden: de binnensteden van Asperen en Heukelum, het dorp Herwijnen, dorp en polder van Spijk, dorp en polder van Vuren, polder Asperen, polder Heukelum en polder Herwijnen; - De catalogus van beschermde monumenten en de overige cultuurhistorisch waardevolle elementen 5; - Opname van deze objecten in een GIS-bestand ten behoeve van het gemeentelijke geoinformatiesysteem.

2.4.1

Inventarisatie en waardering

De inventarisatie betreft punten, lijnen en vlakken. In de oorspronkelijke inventarisatie en waardering van Haartsen & Olde Meierink waren gebouwde en landschappelijke elementen geïntegreerd. In het geharmoniseerde product hebben we deze zaken zoveel mogel ijk uit elkaar getrokken. Onderstaande tekst gaat nog grotendeels van die geïntegreerde aanpak uit. Puntelementen zijn gebouwen, sluizen, bruggen, molens en molenplaatsen, grensstenen etc. Lijnelementen zijn onder meer wegen, waterlopen, houtsingels, kaden en perceelscheidingen. Buitenplaatsen, parken en percelering zijn voorbeelden van vlakvormige elementen. De bestaande rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten zijn uiteraard in de catalogus opgenomen en op de digitale cultuurhistorische waardenkaart ge zet. Uit literatuurstudie, kaartvergelijking en veldwerk zijn hier elementen en structuren aan toegevoegd.

5

Vervallen bij de harmonisatie, zie hoofdstuk 6.

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[346]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

Puntelementen

Lijnvormige objecten

Vlakken

natuurlijke wateren

parken

dijken, kaden en zijdwendes

begraafplaatsen

etc)

weteringen

kasteelterreinen

molenplaatsen

wegen

percelering

grachten/singels

overige

gebouwen kunstwerken

monumenten

(sluizen, bruggen,

(gedenkplaatsen

en lieux de mémoirs)

paden

bijzondere objecten

lanen

overige

houtsingels overige

Tabel 6. Geïnventariseerde en gewaardeerde objecten.

De rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten zijn in het oorspronkelijke product van Haartsen & Olde Meierink in de catalogus opgenomen en niet opnieuw door hen gewaardeerd. Zij waren daar genoteerd met de vermelding ‘hoge waarde’. In het geharmoniseerde product zijn deze objecten wel afzonderlijk gewaardeerd (§ 2.5). De niet-beschermde bouwkunst en historisch-geografische objecten waren gewaardeerd volgens de methode die door Lantschap en BBA werd ontwikkeld, op basis van uitgangspunten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook de deelgebieden, waarin de gemeente is onderverdeel d, waren gewaardeerd. Voor de aangepaste aanpak voor bouwkunst en (stedenbouw)kundige ensembles verwijzen we naar § 2.5. De resultaten van de waardering door Haartsen en Olde Meierink is in hoofdstuk 5 opgenomen.

2.4.2

Bespreking met gebiedskenners

Tijdens de inventarisatie is door Haartsen en Olde Meierink destijds enkele keren overleg gevoerd met het begeleidingsteam van de gemeente. Met de heren Hugo Dill en René Vreekamp van Historische Vereniging Spijk en Vogelswerf is op 26 april gesproken. Op 12 mei 2016 vond een kennisatelier plaats, waarbij vertegenwoordigers van diverse erfgoedverenigingen en andere deskundigen aanwezig waren. 6 Hun opmerkingen en aanvullingen zijn verwerkt in het toenmalige rapport en de daarbij horende catalogus. Voorlopige beleidsaanbevelingen waren onderwerp van gesprek m et vertegenwoordigers van de gemeente op 4 juli 2016.

6

Naast de onderzoekers, vertegenwoordigers van de gemeente en de Omgevingsdienst waren aanwezig: Aart Bijl (HV De Heerlijkheid Vuren), Bertus de Groot en Dick Verhoeven (Stichting Vrienden Oud Heukelum), René Vreekamp (Historische Vereniging Spijk en Vogelswerf ), Marjan Pell e (HV Den Ouden Dijk), Vincent Voorhoeve (Dorp, Stad en Land), Cristel Paul (AW N afdeling 15), Ferdinand van Hemmen (landschapshistoricus) en Hans Renes (historisch geograaf).

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[347]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

2.5 Historische bouwkunst en stedenbouw CeesJan Frank

2.5.1

Inventarisatie historische bouwkunst

Onder de historisch-bouwkundige waarden en stedenbouw wordt het beschermde en onbeschermde bovengrondse gebouwde erfgoed verstaan: gebouwen (objecten, complexen en ensembles), stedenbouwkundige structuren, maar ook historisch straatmeubilair, grenspalen, herinneringsmonumenten, monumentale kunst in de openbare ruimte (dat wil zeggen: wandkunst, nagelvast verbonden met architectuur), etc. Tevens vallen de beschermde dorpsgezichten onder dit begrip, evenals andere bijzondere gezichten/ensembles, historische buitenplaatsen en gebieden. Voor het onderdeel (historisch-)bouwkundige waarden zijn zowel beschermde als onbesche rmde objecten en ensembles geïnventariseerd, gewaardeerd en geselecteerd ten behoeve van de cultuurhistorische inventarisatiekaart. De onderlinge samenhang, de ruimtelijke context en de historische gebiedskarakteristiek, speerpunten in het ruimtelijk erfgo edbeleid, kunnen zo optimaal worden vergeleken en gewogen. Ook alle rijks- en gemeentelijke monumenten zijn dus in de inventarisatie opgenomen en gewaardeerd. De GIS-tabel De via bovenstaande methodiek geïnventariseerde en geselecteerde historische bouwku nst is samengebracht in een uitgebreide GIS-tabel met een aantal variabelen. Deze GIS-tabel is gekoppeld aan de cultuurhistorische waardenkaart.

De variabelen zijn: - bag-nummer (bag = basisregistraties, adressen en gebouwen); - categorie; - objecttype; - subtype 1; - subtype 2; - adres; - huisnummer; - kern; - naam; - oorspronkelijke functie; - huidige functie; - exacte datering; - periode datering; - ontwerper; - bouwstijl; - status bescherming;

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[348]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

- bouwhistorische verwachting; - waardering (vijf criteria); - ordevermelding; - bron; - opmerkingen. Toelichting op de variabelen Object id Ieder object heeft in de inventarisatie een eigen identificatienummer gekregen. Categorie, objecttypen In de inventarisatie wordt een aantal categorieën of erfgoedthema’s onderscheiden. Binnen de erfgoedthema’s bestaan verschillende objecttypen, als verfijning van het hoofdthema. Categorie en typen zijn in aparte kolommen van de bijbehorende database vermeld. Het thema “agrarisch” kent bijvoorbeeld de verdere verfijning “boerderij” en “T-boerderij met middenlangsdeel”. De categorieën zijn: - Agrarisch - Bestuur en rechtspraak - Gezondheidszorg - Handel en bankwezen - Herdenken - Industrie, nijverheid en ambacht - Infrastructuur en waterstaat - Kastelen en buitenplaatsen - Kunst en cultuur - Maatschappelijk - Nutsvoorziening - Onderwijs - Oorlog en defensie - Religie - Sport, recreatie en horeca - Straatmeubilair - Wooncultuur

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[349]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

Adres en huisnummer, adresinfo Actuele adres op basis van de vermelding in de online bagviewer. Kern Betreft de plaatsnaam, zoals dat ook vermeld is in het officiële adres. Naam Betreft de officiële naam van het object, waarmee het in het algemeen wordt aangeduid of die op de gevel of poort staat vermeld. Oorspronkelijke en huidige functie Vermelding van de voor zover bekend oorspronkelijke hoofdfunctie en de huidige bestemm ing, eveneens voor zover bekend. Exacte datum De exacte datering (oorspronkelijk bouwjaar) wordt hier alleen ingevuld als deze op basis van een duidelijke en plausibele vermelding in geraadpleegde bronnen of via opschriften/gevelstenen bekend is. Die bronnen kunnen zijn: literatuur, eerdere inventarisatielijsten, gebiedsanalyses, bouwhistorische verkenningen, redengevende beschrijvingen, of, wanneer deze heel plausibel lijkt, het in de bagviewer vermelde jaar van ontstaan. Datum periode Dit veld bevat een vermelding van het tijdvak, waarin het object in zijn oorspronkelijke vorm is ontstaan. Hiertoe wordt een vaste tijdvakindeling aangehouden, zodat via deze informatie interessante kaartbeelden kunnen worden getoond. De tijdvakindeling is als volgt: 1200 -1300, 1400-1500, 15001600, 1600-1700, 1700-1800, 1800-1850, 1850-1875, 1875-1900, 1900-1920, 1920-1940, 1940-1955, 1955-1970, 1970-2000, 2000-2020.

Architect-ontwerper Informatie op basis van de beschikbare literatuur, eerdere onderzoeken, analyses en besch rijvingen. Bouwstijl Zoveel mogelijk uitgaande van de stijlen-thesaurus van de RCE. Status bescherming Bevat informatie over de huidige status van bescherming (rijksmonument, gemeentelijk monument), een en ander op basis van door de gemeente aangeleverde actuele adreslijsten en een check van de informatie bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed. Wanneer er geen status is wordt volstaan met ‘geen’.

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[350]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

Bouwhistorische verwachtingswaarde In dit veld is vermeld of het object bouwsubstantie bevat, die ouder is dan 1850. Deze informatie is op basis van vermeldingen in redengevende beschrijvingen of veldwaarnemingen. RM-registratienummer / GM-registratienummer In deze kolommen staan de (voor zover toegekend en bekend) objectnummers, waarmee de objecten als monument zijn geregistreerd. Bijzonderheden Het veld ‘bijzonderheden’ is bestemd voor informatie over aan - of achterbouwen, bijgebouwen, tuinen en hekwerken, indien relevant genoeg om te vermelden. Ook is hier ruimte voor vermelding van bijzondere gevelelementen of ornamentiek en summiere historische achtergronden. Ensemble De naam van het ensemble, waarvan het object deel uitmaakt. Datum toelichting Veld, bestemd voor eventuele toelichting op de datering, bijvoorbeeld wanneer deze via de bagviewer is verkregen. Waardering: Criterium 1 t/m criterium 5 Het gaat om de volgende criteria: 1

: Stedenbouwkundige en ensemblewaarden, onderdeel gebiedskarakteristiek

2

: Beeldbepalende waarde, opmerkelijke ligging, zichtlijn, landmark.

3

: Cultuurhistorische waarde, herkenbaarheid oorspronkelijk concept, functie.

4

: Authenticiteit

5

: Architectuur- en bouwhistorische waarde, bouwstijl, type, vorm.

Orde: Waarde cultuurhistorische waardenkaart In dit veld wordt, uitgedrukt in een cijfer, de eindscore van de toetsing aan d e hand van de vijf criteria vermeld: 1 (Zeer hoge cultuurhistorische kwaliteit) 2 (Hoge cultuurhistorische kwaliteit) 3 (Positieve/beeldondersteunende kwaliteit) X (Geen waardering) Bron In dit veld zijn de belangrijkste geraadpleegde informatiebronnen v ermeld, op basis waarvan informatie is verkregen over functie, opdrachtgever, datering en architect -ontwerper, etc.

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[351]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

Opmerkingen Veld voor aanvullende informatie over het object, historische of ruimtelijke context, bijzondere details, erfinrichting, etc. Toelichting op het GIS Hierboven is aangegeven welke informatie via de database beschikbaar is. Adressen met meerdere karakteristieke objecten (bijvoorbeeld boerderijen met bijgebouwen) zijn per object opgesplitst, tenzij de gebouwen op de kaarten als één bouwvolume zijn weergegeven (bijvoorbeeld een boerderij met een aangebouwde schuur). Het kaartbeeld is dus leidend geweest voor de samenstelling van de database. In de aanduiding van het bouwtype is aangegeven of er sprake is van meerdere bouwdelen binnen één object, bijvoorbeeld ‘agrarisch-boerderij-schuur’ of ‘agrarisch-boerderij-hooiberg’. De verschillende vormen van bescherming (rijks- en gemeentelijke monumenten) en de karakteristieke objecten zijn in het kaartbeeld in verschillende kleuren onderscheiden. Ook de verschillende bouwtypen kunnen worden gevisualiseerd. Door middel van de database is het mogelijk verschillende kaartbeelden te presenteren: bijvoorbeeld de verschillende waarden, maar ook de bouwtypen en de globale dateringen. Opzet inventarisatie In de inventarisatie is in principe de tijdsperiode tot circa 1965 -1970 onderzocht, d.w.z. tot en met de wederopbouwperiode. Incidenteel kunnen jongere objecten in de inventarisatie zijn opgenomen.

De inventarisatie is opgesplitst in een bureauonderzoek en een veldwerkfase. In het bureauonderzoek is kennis genomen van alle bestaande inventarisatielijsten, de waardenkaarten met achterliggende informatie van de voormalige gemeenten Lingewaal en Neerijnen, de redengevende beschrijvingen van de rijks- en de gemeentelijke monumenten en de dorpsgezichtbeschrijvingen. Tevens is de relevante literatuur bestudeerd. Naast het bureauonderzoek is de gehele gemeente via een combinatie van een straatsgewijze schouw via Google Maps (streetview) geïnventariseerd, waar nodig aangevuld met een veldwerkcheck. Het veldwerk is wat betreft de voormalige gemeente Geldermalsen uitgevoerd in de maanden januari tot en met maart 2014, in wat betreft de voormalige gemeenten Lingewaal en Neerijnen in september 2020.Op deze wijze zijn alle objecten in hun context bekeken en is informatie over de fysieke verschijningsvorm verzameld. Dit betekent dus dat de objecten en ensembles op basis van hun exterieur zijn geselecteerd en opgenomen in de cultuurhistorische waardenkaart. Daar waar i nformatie over interieur- en bouwhistorische waarden voorhanden was via verslagen van bouwhistorische verkenningen, kan ook deze doorslaggevend zijn geweest voor opname in de inventarisatie.

Er is niet alleen gekeken naar de individuele objecten en complexen, maar ook naar de ensembles, met name die binnen de samenhangende historische structuren, zoals de historische stads - en dorpskernen met hun eventuele belangwekkende voor- en naoorlogse uitbreidingen, dijklinten, boerderijenlinten in het buitengebied, de historische buitenplaatsen en de militaire ensembles. De selectie van de objecten en ensembles in het veld heeft plaats gevonden op basis van de ruimtelijke en cultuurhistorische selectiecriteria: stedenbouwkundige/landschappelijke en ensemblewaarden, lokaalhistorische waarden, architectuur- en bouwhistorische waarden, herkenbaarheid, gaafheid/authenticiteit en zeldzaamheidswaarde. Zowel de beschermde als de niet -beschermde objecten en ensembles zijn meegenomen.

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[352]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

Op verzoek van de opdrachtgever heeft de inventarisatie van de waardevolle bouwkunstobjecten in de voormalige gemeenten Lingewaal en Neerijnen zich vooral toegespitst op de objecten met een hoge en zeer hoge indicatieve erfgoedwaarde. Toch zijn ook enkele objecten met een wat lagere score (positie f) in de inventarisatie opgenomen. Voor een deel gaat het om karakteristieke objecten die zijn overgenomen uit de voorgaande cultuurhistorische waardenkaarten. Tevens is een reeks markante ruilverkavelingsboerderijen uit de jaren 1960-1970 in de inventarisatie opgenomen. Deze hebben in de regel geen bijzonder hoge individuele score behaald maar zijn in het licht van de naoorlogse ruimtelijke ontwikkelingen in het agrarisch gebied wel van dusdanig belang dat ze in de waardenkaart een plek verdienen. In de eerder uitgevoerde inventarisatie van de voormalige gemeente Geldermalsen zijn ook objecten met minder hoge erfgoedwaarden in de selectie opgenomen. Bij de inventarisatie van waardevolle ruimtelijke ensembles, bijvoorbeeld de historische buitenplaatsen en het militaire erfgoed (linies- en linieonderdelen) bestaat er vanzelfsprekend enige overlap met de andere disciplines. Hierop wordt verderop in dit rapport nader ingegaan. Bronnen Voor de inventarisatie van de historische bouwkunst en stedenbouw zijn de volgende bronnen geraadpleegd.

Eerdere inventarisaties en (gebieds)analyses Ten behoeve van de inventarisatie is gebruik gemaakt van verschillende informatiebronnen, zoals de in het verleden uitgevoerde cultuurhistorische inventarisaties en gebied sanalyses, waaronder die voor de cultuurhistorische waardenkaarten van de voormalige gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen. De volgende bronnen zijn gebruikt: - rijksmonumentenlijst en bijbehorende redengevende omschrijvingen; - aanwijzingsbesluiten beschermde stads- en dorpsgezichten, begrenzingen en beschrijvingen; - gemeentelijke monumentenlijsten, met beschrijvingen en waardenstellingen; - indicatieve lijsten MIP/MSP, overzichten afvallers; - Vanaf 1988 werkte de provincie Gelderland op verzoek van de t oenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg aan het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Dit project stelde zich tot doel om een overzicht te krijgen van de zogenaamde jongere bouwkunst en stedenbouw uit de periode 1850-1940. De veldinventarisatie uit 1989 leidde tot een uitvoerige lijst met karakteristieke objecten uit de periode 1850-1940 voor het gebied van de huidige gemeente West-Betuwe. Deze inventarisatie vormde de basis voor het Monumenten Selectie Project (MSP), waarin objecten en ensembles uit de periode 1850-1940 zijn geselecteerd ten behoeve van uitbreiding van de rijksmonumentenlijst.

Het MSP resulteerde in de jaren negentig in een selectielijst, die uiteindelijk aanleiding gaf voor het opstarten van de plaatsingsprocedures. - historisch kaartmateriaal, via diverse websites en archieven, waaronder topotijdreis.nl;

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[353]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

- historisch beeldmateriaal beeldbanken/andere collecties; - relevante (topografische) literatuur; - informatie bagviewer; - input lokale historici; - beschikbare cultuurhistorische analyses (bouwhistorisch onderzoek, gebiedsonderzoek); - inventarisaties naoorlogs erfgoed door Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; - database van de Stichting BONAS, inclusief overzichten relevante architectuurhistorische artikelen; - inventarisaties militair erfgoed door de Stichting Menno van Coehoorn; - databases en websites met betrekking tot funerair erfgoed, beeldende kunst in de openbare ruimte, oorlogsmonumenten, wederopbouwboerderijen, grenspalen. - Inhoudelijke toelichten bij de cultuurhistorische waardenkaarte n van Lingewaal en Neerijnen. Kartering In principe is ieder gebouwd object (bouwkundige eenheid met een zelfstandig adres) apart in de kaarten gedefinieerd en gewaardeerd. Dit geldt ook voor de vrijstaande bijgebouwen. Hierbij is zoveel mogelijk uitgegaan van de wijze waarop de bijgebouwen in de GBKN zijn gekarteerd en van een eigen bag-nummer zijn voorzien. Indien relevant zijn ook losse onderdelen in tuinen en op erven in de inventarisatie meegenomen en als afzonderlijke objecten gewaardeerd (bijvoorbeel d toegangshekken, tuinmuren, baarhuizen op begraafplaatsen).

2.5.2

Inventarisatie bouwkunst- en stedenbouwkundige ensembles

De inventarisatie van bijzondere stedenbouwkundige ensembles is opgesplitst in een bureauonderzoeksfase en een “veldwerkfase”. In de meth odiek is nauw aangesloten bij de inventarisatie van de historische bouwkunst. De resultaten van de bouwkunstinventarisatie zijn een belangrijke input geweest, omdat hiermee inzicht is verkregen in de aard, de dichtheid en de kwaliteit van de waardevolle bebouwing. Tevens is relevante literatuur bestudeerd (zie literatuurlijst), alsmede gebieds- en wijkanalyses. Naast het bureauonderzoek is de gehele gemeente via een combinatie van een straatsgewijze schouw via googlemaps (streetview) geïnventariseerd, waar nodig aangevuld met een veldwerkcheck. Daarnaast zijn de gebiedsanalyses en historisch kaart- en fotomateriaal als informatiebron gebruikt bij het opstellen van de selectie, waardering en begrenzing van de stedenbouwkundige ensembles en om inzicht te krijgen in de ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis en historische gelaagdheid van gebieden. Wanneer opgenomen in de inventarisatie? Bij de selectie en waardering van bouwkunst en stedenbouwkundige ensembles is gekeken naar de cultuurhistorische waarde van aanwezige objecten, elementen en structuren, alsmede naar de historische, ruimtelijke en visuele samenhang tussen deze objecten, elementen en structuren.

Allereerst heeft de ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis en historische gelaagdheid van de steden, dorpen, wijken, buurten, gehuchten, historische bebouwings - en dijklinten en boerderijenensembles als

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[354]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

vertrekpunt gediend bij het onderscheiden en afbakenen van “stedenbouwkundige” ensembles. Daarnaast is de begrenzing van de stedenbouwkundige ensembles vastg esteld aan de hand van de samenhang die in deze gebieden tegenwoordig (nog) voorkomt tussen bebouwingsbeeld, historische structuren (wegen, waterlopen, verkavelingen), zichtlijnen en historische groenstructuren. Afhankelijk van de ontstaansperiode en geografische ligging hebben ensembles een karakteristieke stedenbouwkundige, landschappelijke of nederzettingsstructuur, zoals de historische vestingsteden, de oude dorpskernen langs de rivierdijken, de voor - en naoorlogse woonwijken. Naast voorgenoemde selectie- en waarderingscriteria is ook gekeken naar bijzondere bebouwingstypologieën die in gebieden voorkomen en de dichtheid en kwaliteit van waardevolle bebouwing. Tot slot is de waardering mede toegekend aan de hand van algemeen gangbare architectuurhistori sche, cultuurhistorische en historisch-ruimtelijke waarderingscriteria, zoals herkenbaarheid, gaafheid en zeldzaamheid. De GIS-tabel De via bovenstaande methodiek geïnventariseerde en geselecteerde stedenbouwkundige ensembles zijn samengebracht in een GIS-tabel met een aantal variabelen. Deze GIS-tabel is gekoppeld aan de cultuurhistorische waardenkaart. De variabelen zijn: - Id nr.

- Categorie - Type - Plaats - Gebied - Korte omschrijving (2 velden) - Criterium 1 t/m criterium 4 - Eindscore: waarde cultuurhistorische waardenkaart Toelichting op de variabelen Object id Ieder ensemble heeft in de inventarisatie een eigen identificatienummer gekregen. Categorie Waardering / status, ensembles / stedenbouw Type Vermelding uitkomst waardering, bijvoorbeeld “bijzonder ensemble historische bouwkunde en stedenbouw met zeer hoge / hoge / positieve / basis waarde. Plaats Informatie over in of bij welke kern het betreffende ensemble is gesitueerd.

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[355]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

Gebied Nadere duiding van ligging in dorpskom, buitengebied, etc. Korte omschrijving Korte karakterschets van het ensemble, in twee velden. Waardering: Criterium 1 t/m criterium 4 Het gaat om de volgende criteria: 1

: Belang als voorbeeld of onderdeel van cultuurhistorische gebiedskarakteristiek, ontwikkelingsgeschiedenis en historische gelaagdheid.

2

: Bijzondere betekenis voor beeld omgeving, zichtlijnen, landmarks, etc..

3

: Structurele gaafheid en herkenbaarheid van het gebied.

4

: Dichtheid en kwaliteit van aanwezige waardevolle bebouwing, waarbij gelet op herkenbaarheid, gaafheid en (in mindere mate) zeldzaamheid.

Eindscore In dit veld wordt, uitgedrukt in een kwalificatie, de eindscore van de toetsing aan de hand van de vier criteria vermeld: 1 (Zeer hoge waarde) 2 (Hoge waarde) 3 (Positieve waarde) 4 (Basiswaarde)

2.5.3

Toelichting op de waarderingsmethodiek bouwkunst

Alle gebouwen, objecten en complexen, zowel de als rijks - of gemeentelijk monument beschermde items als de nieuw geselecteerde, zijn gewaardeerd. De waardering met behulp van een beperkte set criteria is indicatief en de score-toekenning resulteert in een indeling van het object binnen drie verschillende schaalniveaus: - Zeer hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 1) - Hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 2) - Positieve / beeldondersteunende kwaliteit (orde 3) De verschillende waardengradaties (orden) geven zicht op welke objecten een specifieke vorm van instandhoudingsbeleid vragen. In principe geldt: hoe hoger de indicatieve erfgoedwaarde, hoe meer noodzaak er zal zijn strikte regels voor de instandhouding toe te passen. De wa ardenkaart is ontwikkelingsgericht en geeft informatie over welk beleid (of omgangsvormen) zou moeten gelden bij de instandhouding van cultuurhistorische waarden. De kaart brengt in beeld welke objecten voldoende kwaliteiten bezitten om ze als karakteristiek of beeldbepalend/beeldondersteunend te definiëren, of welke objecten naar alle waarschijnlijkheid in aanmerking komen voor bescherming als gemeentelijk monument, wanneer ze deze status nog niet hebben.

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[356]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

De selectie van de cultuurhistorisch waardevolle objecten en de uiteindelijke klassering vindt plaats via een toetsing aan de hand van vijf ruimtelijke en cultuurhistorische waarderingscriteria. Deze criteria zijn speciaal voor dit doel geformuleerd op basis van bovengenoemde algemeen, gangbare criteria e n zijn eerder ook in andere gemeenten toegepast: De geïnventariseerde objecten en complexen hebben gemeen dat ze alle in meer of mindere mate een positieve bijdrage leveren aan de cultuurhistorische gebiedskarakteristiek. Ze zijn in eerste instantie in het veld geselecteerd aan de hand van algemeen gangbare architectuurhistorische, cultuurhistorische en historisch-ruimtelijke (ensemble) waarderingscriteria, zoals gaafheid, authenticiteit en zeldzaamheidswaarde. Er zijn drie schaalniveaus (orden 1, 2 en 3, in aflopende betekenis). 1.

Stedenbouwkundige en ensemblewaarde: het belang van het object als onderdeel van het cultuurhistorisch beeld van de omgeving; ondersteuning van de cultuurhistorische gebiedskarakteristiek en/of ensemblewaarde, bijvoorbeeld in relat ie tot een beschermd stads- of dorpsgezicht, waardevolle historische ensembles en beschermde monumenten; tevens vanwege het belang voor de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied of een bijzondere stedenbouwkundige ontwikkeling of planvorming;

2.

Beeldbepalende waarde: het belang van het object vanwege de bijzondere betekenis voor het beeld van zijn omgeving (bijvoorbeeld: markant onderdeel lintbebouwing, opmerkelijke (hoek)ligging, zichtlijn, landmark);

3.

Historische waarde, representatiewaarde: het belang van het object vanwege de herkenbaarheid van het oorspronkelijke concept en de oorspronkelijke (bijzondere) functie, in relatie tot de ontwikkelingsgeschiedenis en de historische gelaagdheid van het gebied; relatie met voor de gemeente West-Betuwe belangrijke personen, gebeurtenissen en activiteiten;

4.

Gaafheid: het belang van het object wegens de authenticiteit van hoofdvorm, gevelindeling en/of detaillering;

5.

Architectuur- en bouwhistorische waarde: het belang van het object vanwege een kenmerkende / bijzondere bouwstijl, typologie, vorm, materiaalgebruik en constructie; het belang binnen het oeuvre van een architect;

Het gaat dus om een aantal cultuurhistorische en architectuurhistorische, maar vooral contextuele, historisch-ruimtelijke criteria, die het object duiden als onderdeel van een specifieke lokale cultuurhistorische gebiedskarakteristiek. Overigens zijn ook de rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten nog eens aan deze criteria getoetst. Met de ruimtelijke insteek van deze toetsing wordt geanti cipeerd op het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) die gemeenten sinds 1 januari 2012 verplicht om het aspect cultuurhistorie uitdrukkelijk mee te wegen bij het opstellen van bestemmingsplannen. De directe omgeving van historische objecten, complexen en ensembles is sterk bepalend voor de manier waarop de cultuurhistorische kwaliteit tot zijn recht komt. Alle in de inventarisatie opgenomen objecten zijn met behulp van bovenstaande criteria en met in achtneming van de verschillende gebiedskarakteristieken get oetst. Per criterium kunnen de volgende scores worden gehaald: - hoge waarde: xx;

RAAP-rapport 4150 / versie 31-01-2021

[357]

Erfgoed in de gemeente W est Betuwe. Een actualisatie van de archeologische vindplaatsen - en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart: deel 3

- positieve waarde: x; - neutrale waarde: 0; - negatieve waarde: -.

De optelsom van deze scores leidt tot het formuleren van een eindwaardering in drie gradaties (orden): gemiddelde score

Waardering

Minimaal driemaal xx en tweemaal x

Zeer hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 1)

Minimaal tweemaal xx en tweemaal x

Hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 2)

Minimaal driemaal x

Positieve / beeldondersteunende kwaliteit (orde 3)

Tabel 7. Scores en klassen van de waardering.

De vijf criteria worden in deze indicatieve beoordeling als gelijkwaardige eenheden gewogen. Bij het toekennen van de hoge, positieve, neutrale of (in uitzonderingsgevallen) n egatieve waarden (met plussen en minnen) wordt de aanwezige waarde genuanceerd en blijkt welke waarden het meest uitgesproken aanwezig zijn. Panden met bouwhistorische verwachtingswaarden In de cultuurhistorische waarderingskaart zijn ook de panden met ee n bouwhistorische verwachting gemarkeerd. Het gaat om beschermde en niet-beschermde gebouwen, waarvan op basis van beschikbare informatie uit bouwhistorische rapportages, redengevende beschrijvingen en inventarisatiegegevens bekend is of verwacht wordt dat er (intern) historische bouwconstructies en bouwsporen van belang en daterend uit de periode voor circa 1850 bewaard zijn gebleven. Ook via waarnemingen vanaf de openbare weg kunnen bouwhistorische kwaliteiten worden verondersteld, bijvoorbeeld zichtbaar in de aanwezigheid van hoge, steile kappen, zij- en achtergevels met oude bouwsporen en specifieke locatiegebonden eigenaardigheden, zoals bewaard gebleven brandgang - en steegstructuren tussen en naast de huizen. Zo kan het in de oude kernen van de gemeent e WestBetuwe gaan om gebouwen, die wellicht nog relicten bezitten, die samen met de verkavelingssporen verwijzen naar de laatmiddeleeuwse en jongere nederzettingsontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/297/documents/6403