IN047 Bijlage Uitvoeringsagenda bouwen aan sociale kracht.pdf
Tekst van het document
Er zijn verschillende mobiliteitsvoorzieningen binnen de gemeente West Betuwe, zoals hierboven al beschreven is. Echter lijkt het erop dat deze voorzieningen nog niet bij alle inwoners bekend zijn. Om deze reden zetten we
23 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
ook in op het vergroten van de bekendheid van de voorzieningen, zodat dit voor iedere inwoner toegankelijk wordt. Het is hierbij van belang de verwachtingen te managen en inwoners duidelijk uit te leggen wat wel en niet verwacht mag worden van een voorziening. Het doel is ook dat inwoners minder een beroep doen op dure vervoersinitiatieven en bekend raken met laagdrempelige vervoersmogelijkheden die er binnen de gemeente zijn Tot slot blijven we regionaal streven naar een integraal vervoersysteem. Dit integrale vervoerssysteem heeft als doel de kosten voor mobiliteit beheersbaar te houden. Ook zetten we in op integrale samenwerking, zodat taken duidelijk met elkaar afgestemd zijn. 3.2.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 2 Dit ontwikkeldoel valt uiteen in drie tussenfasen. Fase 1: Huidige situatie in kaart brengen We kijken welke mobiliteitsvoorzieningen momenteel aanwezig zijn binnen de gemeente. We maken hiervoor kerncanvassen. Dat houdt in dat we per kern onderzoeken welke mobiliteitsvoorzieningen er aanwezig zijn en hoe deze momenteel functioneren. De kerncanvassen die al aanwezig zijn worden opgevraagd bij de Opgaveregisseur kerngericht werken en participatie en/of de gebiedsmakelaars. Dit wordt integraal opgepakt in samenwerking met andere afdelingen binnen de gemeente. Tegelijkertijd onderzoeken we best practices uit referentiegemeenten.
De gemeente West Betuwe is een P10 gemeente en zit in een samenwerkingsverband van plattelandsgemeenten. Dit vraagt een specifieke aanpak rondom mobiliteitsvraagstukken. Aan de hand van de kerncanvassen en de best practices van andere gemeenten kijken we welke informatie nog mist en hoe we deze aan kunnen vullen. In deze fase is integrale samenwerking van belang. De belangrijkste stakeholders hierbij zijn: de gemeente (team verkeer, team fysiek, de gebiedsmakelaars), provincie, inwoners, vervoersbedrijven (zoals Versis), dorpsraden en stakeholders uit de dorpen. Fase 2: In kaart brengen welke behoefte er ligt bij inwoners en welke mobiliteitsvoorzieningen nog missen We onderzoeken welke mobiliteitsvoorzieningen nog missen en waar de behoefte bij inwoners ligt. Hiervoor werken we integraal samen met andere teams binnen de gemeente die ook bezig zijn met dit vraagstuk en de gebiedsmakelaars. We benaderen actief inwoners. We stimuleren buurtinitiatieven om de mobiliteitsmogelijkheden van inwoners te vergroten. Hiervoor werken we integraal samen met onder andere de gebiedsmakelaars en team verkeer. Vervolgens leggen we contact met de bestuurders van de vrijwilligersinitiatieven. We zoeken aansluiting met het platform NLVoorelkaar/vervoer, zodat we carpool matches kunnen stimuleren tussen inwoners met een mobiliteitsvraag en vrijwilligers.
We werken momenteel in de gemeente aan carpoolplaatsen. De eerste hiervan is ontwikkeld in Est en er wordt gewerkt aan het realiseren van meer carpoolplaatsen in andere kernen, bijvoorbeeld in Enspijk. We besteden specifiek aandacht aan inclusiviteit, waarbij we ons focussen op de toegankelijkheid van het vervoer en de verschillende mobiliteitsinitiatieven voor alle inwoners. Het is belangrijk om vanuit het sociaal domein te bekijken hoe we deze initiatieven kunnen stimuleren voor mensen die niet of minder mobiel zijn en hoe we de vrijwilligers kunnen betalen/waarderen. We werken aan een integraal projectplan, in afstemming met de mobiliteitsvisie en de omgevingsvisie. Vandaar dat we afstemming zoeken met Verkeer, Fysiek domein en de gebiedsmakelaars. Ook is er contact met de inwoners van de verschillende kernen om de behoefte helder te krijgen. Parallelle fase 2: Vergroten bekendheid mobiliteitsvoorzieningen We zetten allereerst in op het vergroten van de bekendheid van mobiliteitsvoorzieningen binnen de gemeente. Hiervoor werken we samen met de consulenten. We onderzoeken vervolgens hoe we de externe bekendheid van de verschillende vrijwilligersinitiatieven en mobiliteitsvoorzieningen kunnen vergroten. We zetten in op PR.
Hiervoor werken we samen met team communicatie binnen de gemeente en onderhouden we contact met de collega’s van team verkeer en de gebiedsmakelaars.
24 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Tenslotte kijken we samen met de dorpshuizen hoe de bereikbaarheid van deze voorzieningen vergroot kan worden, door in te zetten op mobiliteit. Zodat ook inwoners die minder mobiel zijn, of in het buitengebied wonen betrokken kunnen zijn binnen de dorpshuizen. Hiervoor werken we samen met de dorpshuizen en de gebiedsmakelaars.
Fase 3: Integraal vervoerssysteem
In fase 3 zetten we in op een integraal (regionaal) vervoerssysteem.. Met als doel in te zetten op financiële beheersbaarheid. De focus ligt ook op OV-vangnet en Versis en niet alleen op vrijwilligersinitiatieven. We zetten in op integrale samenwerking.
Fase 4: Duurzame initiatieven We onderzoeken hoe we duurzame initiatieven er zijn en hoe we deze kunnen stimuleren. We willen onder andere het fietsvervoer stimuleren, door in te zetten op voldoende en veilige fietspaden. Op deze manier willen we ook het beroep op duurdere mobiliteitsvoorzieningen voorkomen of verminderen. Hiervoor sluiten we aan bij de doelen uit de mobiliteitsagenda. We sluiten aan bij de pilots van de mobiliteitshubs uit de mobiliteitsvisie. 3.3 Grip op de financiën met ontmoetingsplekken en mobiliteit Door in te zetten op ontmoetingsplekken en mobiliteit draaien we aan de knoppen van grip op financiën. Hieronder beschrijven we aan welke knoppen we draaien in welke fase. Grip op de financiën door ontwikkeldoel 1: ontmoetingsplekken die bijdragen aan sociale samenhang en leefbaarheid en het uitbreiden van het aantal activiteiten Knoppen voor grip Fase
Interventies
1 en 2
Tafel van 7, dagbesteding in de dorpshuizen organiseren en subsidieregeling vitale dorpshuizen Lichte dagbesteding. En dorpendeals Meer algemene voorzieningen voor iedereen toegankelijk Uitbreiding ontmoetingsactiviteiten door delen goede voorbeelden
1
2
3
Preventie
Algemene voorziening
Regievoering
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking
Versobering
X
X
X
X
X
X
X
25 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Grip op de financiën door ontwikkeldoel 2: Vergroten mobiliteit Knoppen voor grip Fase
Interventies
1
Inventarisatie mobiliteitsvoorzieningen door kern-canvassen. Best practices referentiegemeenten en P10 samenwerking Missende info aanvullen Inventarisatie missende voorzieningen en behoefte inwoners. Stimuleren buurtinitiatieven vergroten mobiliteitsmogelijkheden. Aansluiting platform NL voorelkaar/ vervoer voor carpool. Inclusiviteit: focus toegankelijkheid vervoer en mobiliteitsinitiatieven Vergroten interne bekendheid mobiliteitsvoorzieni ngen Externe bekendheid Bereikbaarheid dorpshuizen Integraal vervoerssysteem Stimuleren duurzame initiatieven. O.a. fietsvervoer Aansluiten bij pilots van de mobiliteitshubs
2
Par allel le fase 2
3 4
Preventie
Algemene voorziening
Regie voering
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking
X
X
Versobering
X
X
X
X
X
X X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
26 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Ontwikkellijn ‘Juiste zorg op de juiste plek’ Naast het investeren in een sterke samenleving werken we ook aan professionele zorg, zodat onze inwoners de juiste zorg op de juiste plak krijgen. We schalen op waar zorg nodig is, maar schalen af waar dat mogelijk is. Dankzij een verbeterde regievoering, nieuwe afspraken en producten door de inkoop, meer informatie dankzij slim gebruik van data en een verbeterde samenwerking met onze partners en opdrachtnemers kunnen we de juiste, kostenefficiënte zorg bieden van de beste kwaliteit. 4 thema’s met 10 ontwikkeldoelen Onder de ontwikkellijn van de Juiste zorg op de juiste plek werken we aan de regie op de passende zorg. Hierbij is het uitgangspunt dat wordt opgeschaald naar professionele en specialistische zorg waar nodig, maar afgeschaald naar het basisaanbod waar mogelijk. Dit wordt uitgewerkt aan de hand van vier thema’s: Wonen met zorg, Veilig opgroeien, Leven lang leren en Financiële zelfredzaamheid. In de tabel hieronder staan de ontwikkeldoelen per thema uitgewerkt. In de volgende hoofdstukken leest u aan de hand van welke fases op deze doelen wordt gestuurd.
27 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Rollen van de gemeente In de ontwikkellijn van de Juiste zorg op de juiste plek gaat het om betaalde zorg en werken we veelal samen met professionals. In veel gevallen zijn we regievoerder en nemen wij het initiatief. Ook werken we vaak als gelijkwaardige partner samen, bijvoorbeeld met andere gemeenten of andere professionele organisaties zoals ggz-instellingen, huisartsen of scholen. In die gevallen zijn er vaak verschillende financieringsstromen voor de zorg, waarbij we dankzij een verbeterde samenwerking komen tot de juiste zorg. Knoppen grip de Juiste zorg op de juiste plek Met de thema’s in de ontwikkellijn de Juiste zorg op de juiste plek draaien we vooral aan de knoppen van verbeterde regievoering, nieuwe inkoop, efficiëntere bedrijfsvoering, verbeterde samenwerking en versobering om grip te krijgen op de financiën.
3.
Verbeterde regievoering
4.
Nieuwe inkoopcontracten voor de zorg
5.
Efficiëntere bedrijfsvoering
6.
Verbeterde samenwerking met partners
7.
Versobering van het aanbod
28 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
4. Wonen en zorg Hoofddoel De gemeente West Betuwe streeft ernaar dat iedere inwoner kan wonen zoals hij of zij wil. We organiseren de benodigde zorg en ondersteuning zo toegankelijk en laagdrempelig mogelijk. Om thuis wonen mogelijk te maken bieden ambulante zorg. We werken samen met vrijwillige en professionele partners aan een andere invulling van het zorg- en ondersteuningslandschap om de zorg en ondersteuning voor deze inwoners passend en betaalbaar te houden. We organiseren zoveel mogelijk laagdrempelig, collectief en bieden (professioneel) maatwerk waar nodig. Het is niet voor alle inwoners vanzelfsprekend in een zo normaal mogelijke thuissituatie te wonen. Er zijn inwoners die daarbij ondersteuning nodig hebben. Zonder te stigmatiseren en in ‘hokjes te denken’ richten we ons op vier doelgroepen die ondersteuning nodig (kunnen) hebben om zo thuis mogelijk te wonen: ouderen, inwoners met ggz-problematiek, inwoners met een lichtverstandelijke beperking en statushouders. Ouderen Het aantal inwoners dat ouder is dan 75 jaar, stijgt van 8% in 2021 naar 17% in 2050. De bedoeling is dat deze ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen met ondersteuning van thuiszorg. Dit in plaats van een verhuizing naar een verpleeghuis. Gevolg is een toename van het beroep op zorg en ondersteuning. Hierbij wordt ook de benodigde zorg en hulpverlening voor ouderen intensiever.
Inwoners met ggz-problematiek Deze doelgroep kenmerkt zich door de diversiteit van problematiek. Waar inwoners met ggz-problematiek voorheen in beschermd wonen instellingen woonden, is het de bedoeling dat deze inwoners thuis blijven wonen met ambulante hulpverlening. Dit wordt de transitie van beschermd wonen naar beschermd thuis genoemd. Daarnaast zijn er – zelfstandige wonende – inwoners met een psychische beperking. We houden rekening mee dat we bij deze doelgroep vaak multi-problematiek zien. Zoals een combinatie van schulden, behoefte aan dagbesteding, gebrek aan sociale contacten en problemen met huisvesting. Inwoners met een lichtverstandelijke beperking Ook inwoners met een lichtverstandelijke beperking wonen steeds meer thuis met ambulante hulpverlening en begeleiding. Vanuit de Lokale Inclusie Agenda West Betuwe is de toegankelijkheid van onze collectieve voorzieningen voor deze doelgroep een belangrijk aandachtspunt. Statushouders Het ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties legt gemeenten taakstellingen op voor de huisvesting van statushouders. Eind 2020 liep de gemeente West Betuwe achter op deze taakstelling. In het eerste half jaar van 2021 moeten nog 40 statushouders worden gehuisvest.
Om de vier genoemde doelgroepen een goed aanbod te bieden voor het realiseren van een zo normaal mogelijke thuissituatie, zetten we in op twee ontwikkeldoelen: 1. 2.
Het bieden van passende woningen voor de doelgroepen die ondersteuning nodig (kunnen) hebben om in een zo normaal mogelijke thuissituatie te wonen. Het bieden van passende zorg in de eigen leefomgeving voor de doelgroepen die ondersteuning nodig (kunnen) hebben om in een zo normaal mogelijke thuissituatie te wonen.
29 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Relevante beleidskeuzes uit de Woonvisie 2020-2030: Wonen naar behoefte In de woonvisie gemeente West Betuwe 2020-2030 Wonen naar behoefte staan de volgende beleidskeuzes die van invloed zijn op het thema Wonen en zorg: 1. 2.
3.
4. 5. 6.
7.
We stimuleren doorstroming van ouderen en faciliteren koopstarters bij het kopen van een goedkope bestaande woning. Ouderen kunnen zo lang mogelijk gezond thuis wonen, waarbij in geval van noodzakelijke woningaanpassingen wordt gekozen voor de best passende aanpassing en de financieel meest voordelige voorziening wordt getroffen. Dat betekent dat niet altijd de wens van de inwoner wordt gevolgd, als er praktische, goedkopere oplossingen zijn. Nieuwbouw van seniorenwoningen plannen we nabij winkels, eerstelijnszorg en openbaar vervoer. De woningen zijn zorggeschikt en passend voor een- en tweepersoonshuishoudens, en beschikken over buitenruimte. We blijven de stimuleringsregeling toekomstbestendig wonen inzetten. We stimuleren meer zorg nabij. Grijs, groen en gelukkig. We stimuleren kleinschalige zorginitiatieven in een groene omgeving en in de kernen. Die initiatieven helpen om het fors groeiend aantal dementerenden en andere zorgvragers comfortabele en betaalbare zorg te leveren. We maken de plaatsing van mantelzorgunits makkelijker. We staan ook zorgunits toe.
4.1 Ontwikkeldoel 1: Het bieden van passende woningen Belangrijke leidende principes bij dit ontwikkeldoel staan genoemd in zowel de gemeentelijke woonvisie ‘Wonen naar behoefte’ als in het beleidsplan sociaal domein ‘Bouwen aan sociale kracht’. Beide visies zijn eind 2020 vastgesteld. We hebben hierbij aandacht voor alle inwoners in de gemeente West Betuwe en speciale aandacht voor ouderen, inwoners met ggz-problematiek, inwoners met een lichtverstandelijke beperking en statushouders. Daarbij is het belangrijk ons te realiseren dat we als gemeente niet onbegrensd invloed hebben op het woningaanbod, omdat 70% van het woningaanbod particulier eigendom is. De ontwikkeling van het passende woningaanbod voor de vier bovengenoemde doelgroepen kent drie uitgangspunten:
Een passende woning voor de doelgroep De betekenis van een passend woningaanbod verschilt per doelgroep. Algemene uitgangspunten, zoals inkomen en grootte van de woning, bepalen voor een deel wat passend wonen is. Voor inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag bepalen we aan de hand van hun behoefte wat passend woningaanbod is. Voor een oudere die slecht ter been is, kan het bijvoorbeeld passend zijn om een gelijkvloerse woning te hebben of een woning met (trap)lift. Voor statushouders die herenigd gaan worden met hun gezin zal wellicht een kleine eenpersoonswoning niet passend zijn. Daarnaast kijken we voor passend woningaanbod ook naar de leefomgeving. Zo is het voor iemand met een psychische aandoening belangrijk om in een prikkelarme omgeving te wonen. Woningen zijn duurzaam inzetbaar als we levensloopbestendig bouwen. Zo voorkomen we dure woningaanpassingen in de toekomst. Het woningaanbod moet passend zijn bij de demografische ontwikkelingen in de gemeente West Betuwe. Dit sluit ook aan bij de taakstellingen van het Rijk.
Voldoende woningaanbod passend bij de demografische ontwikkeling Voldoende woningaanbod houdt in dat er voldoende woningen beschikbaar zijn voor doelgroepen die ondersteuning nodig (kunnen) hebben om in een zo normaal mogelijke thuissituatie te wonen in de gemeente West Betuwe. Afhankelijk van onder meer de demografische ontwikkelingen en de opgelegde taakstellingen fluctueert de betekenis van ‘voldoende’. Een toename van
30 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
éénpersoonshuishoudens heeft consequenties voor de woningbehoefte. Op dit moment neemt de vergrijzing binnen de gemeente toe en is er een toename te zien in de doelgroep alleenstaande ouderen. Dit brengt een andere behoefte met zich mee dan een toename van statushouders of gezinnen in de gemeente. Het is van belang de demografische ontwikkelingen te volgen en hier tijdig op in te spelen. De vergrijzing is nu een probleem, maar zal op een gegeven moment ook weer afvlakken. Deze beweging heeft consequenties voor de woningbehoefte. Waarbij nieuwbouw slechts een zeer klein deel van de oplossing is. Het is van belang om te weten dat de woningvoorraad weinig flexibel is. Voor de komende 10 jaar staan ongeveer 2.000 woningen gepland om te bouwen, waarvan het grote deel is vastgelegd in plannen en afspraken. Met nieuwbouw alleen komen we er dus niet. Het aanpassen van bestaand bezit is belangrijker
Locatie van het woningaanbod die past bij de ondersteuningsbehoefte Voor de locatie van het woningaanbod voor doelgroepen die ondersteuning nodig (kunnen) hebben om in een zo normaal mogelijke thuissituatie te wonen, is het van belang dat er voldoende voorzieningen in de buurt van woningen zijn. Het is noodzakelijk dat er bijvoorbeeld supermarkten, vervoersvoorzieningen of scholen op loopafstand zijn. De exact benodigde voorzieningen verschillen per doelgroep. Voor ‘locatie van het woningaanbod’ is ook spreiding van woningen voor de kwetsbare doelgroepen belangrijk. Om integratie en samenleven zo goed mogelijk te faciliteren is het belangrijk om te zorgen voor spreiding van het woningaanbod in de breedste zin van het woord. Tegelijkertijd staan voorzieningen als winkels, onderwijs en eerstelijnszorg in kleine kernen onder druk. Door schaalvergroting, toegenomen mobiliteit, ICT-diensten en thuisbezorging zijn veel voorzieningen verdwenen. De aan- of afwezigheid van bepaalde voorzieningen in een kern bepalen mede in hoeverre woningaanbod passend is voor bepaalde groepen inwoners in een kwetsbare positie.
4.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 1 Voor de aanpak van het ontwikkeldoel ‘passend woningaanbod’ onderscheiden we verschillende fasen. De fasen volgen in principe elkaar op. Omdat we niet altijd invloed hebben op de agenda’s van andere partijen kan het zijn dat van de volgorde in fasen wordt afgeweken. Ook hebben we gedeeltelijk acties die we structureel willen inzetten en die kennen daarom geen einddatum. Fase 1: Doelen integreren Verschillende interne en externe partners zijn bezig met wonen en zorg. Het is belangrijk in deze eerste fase om elkaars taal te begrijpen en te leren spreken en om de doelen op elkaar af te stemmen. We verbinden hierbij de thema’s wonen en zorg aan elkaar. We werken integraal samen vanuit verschillende teams. Onder meer vanuit team sociaal maatschappelijk en wonen. Ook stemmen we dit af met de gebiedsmakelaars. Daarnaast werken we in deze fase aan een gezamenlijke agenda. De gemeenschappelijke opgaven die zowel uit ‘Wonen naar behoefte’ als ‘Bouwen aan sociale kracht’ zijn af te leiden, vormen de basis van een integrale meerjarenplanning. Hiervoor werken we nauw samen met team wonen. De resultaten die voortkomen uit de parallelle fase 1 zullen ook meegenomen worden in de meerjarenplanning.
Parallelle fase 1: Behoefte onderzoeken: wat is passend woningaanbod? Tegelijkertijd brengen we de behoefte van inwoners in kaart, waarbij we speciaal aandacht hebben voor ouderen, inwoners met ggz-problematiek, inwoners met een lichtverstandelijke beperking en statushouders. We brengen in kaart wat de woningbehoefte voor deze doelgroepen is en waar momenteel de tekorten en beperkingen zitten. Op deze manier sluiten we aan bij de demografische ontwikkelingen en kunnen we inzetten op toekomstbestendigheid. Vervolgens kunnen we aan de hand van deze ontwikkelingen en inzicht in de behoefte duidelijk maken wat voldoende woningaanbod is en wat passende locaties zijn. Om de behoefte goed in kaart te brengen wordt samengewerkt met de gebiedsmakelaars, team wonen, team ruimtelijke ordening en worden partijen uit het veld betrokken. In elk geval wordt samengewerkt met de volgende partijen: Welzijn West Betuwe, de WMO consulent, Boer en Zorg, ’s Heeren Loo, Adviesraad Sociaal domein, Avondlicht, Kleurrijk Wonen, Beesd voor elkaar, West Betuwe Herstelt, MEE, RIBW, Wittenberg zorg, De Kernen.
31 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Ook in deze parallelle fase is eenduidig en gezamenlijk taalgebruik nodig om de inwoners voor welke we wonen en zorg inrichten te kunnen bedienen, zodat we stigmatiseren voorkomen. Dit stemmen we ook af met de genoemde samenwerkingspartners.
Fase 2: Externe verbinding In fase 2 wordt de samenwerking met partners uitgebouwd. In de parallelle fase 1 staan verschillende partijen genoemd die we willen betrekken. We bekijken in fase twee welke rol zij willen en kunnen spelen bij het thema passend woningaanbod, aansluitend bij de expertise van de partij. Daarnaast brengen we in kaart of er nog partijen zijn die missen en mogelijk betrokken kunnen worden. Zodra we inzichtelijk hebben welke partijen welke rol kunnen vervullen bij dit thema zetten we in deze fase in op een afsprakenkader, waarin opgenomen staat welke rollen partijen vervullen en met wie we prestatie afspraken kunnen maken voor een goed vervolg. We pakken op tijd kansen zodat we kunnen versnellen om dit ontwikkeldoel te realiseren. Hiervoor werken we nauw samen met de partners uit het veld, en werken we integraal samen binnen de gemeente. Om goed integraal te kunnen werken is het belangrijk dat we op gezette tijden contact hebben met de verschillende partijen. We richten daarom een regionaal Wonen en Zorg overleg in, zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau. Parallelle Fase 2: Huisvestingstaakstelling Parallel aan fase twee loopt ook een ander traject. In deze parallelle fase maken we prestatieafspraken over het aantal te huisvesten inwoners die ondersteuning nodig hebben.
We zijn in het vinden van voldoende passend woningaanbod van meerdere partijen afhankelijk. Met deze partijen, waarbij woningcorporaties en huurdersbelangenverenigingen een rol spelen, maken we (team wonen en sociaal domein) de genoemde prestatieafspraken. Daarnaast lopen we de huidige achterstand op de huisvestigingstaakstelling voor statushouders in 2021 in. Fase 3: Inventarisatie levensloopbestendige woningen In fase 3 inventariseren we de mogelijkheden om inwoners zelf hun woning levensloopbestendig te maken. Zoals in de inleiding beschreven is 70% van de woningen in de gemeente West Betuwe privéeigendom. Daarom inventariseren we welke interventies we kunnen inzetten, die de meeste kosten voor woningaanpassingen in de toekomst kunnen voorkomen. Tegelijkertijd stimuleren we dat inwoners hun woning levensloopbestendig maken. 4.2 Ontwikkeldoel 2: Bieden van passende zorg Bij dit ontwikkeldoel staat het uitgangspunt centraal dat inwoners zo lang mogelijk, zo zelfstandig mogelijk thuis blijven wonen, waarbij we zorg en ondersteuning zo toegankelijk en laagdrempelig mogelijk organiseren. We focussen meer op wat de inwoner zelf kan organiseren in het kader van levensloopbestendig wonen. Hiermee maken we onze inwoners ook medeverantwoordelijk. Het resultaat van dit ontwikkeldoel is duidelijk merkbaar voor onze inwoners met een ondersteuningsbehoefte.
Inwoners kunnen in hun eigen, vertrouwde woonomgeving blijven wonen. Ze blijven deel uitmaken van de lokale samenleving. Zo kan hij of zij het sociale netwerk behouden of zelfs verbreden. Inwoners krijgen geen ‘stempel’ door gebruik te maken van een laagdrempelige voorziening die voor alle inwoners toegankelijk is. Met stempel bedoelen we hier dat inwoners met een beperking niet als aparte groep worden beschouwd. Mantelzorgers worden ontlast. Inwoners hoeven niet veel te reizen. Dit levert ook een financieel voordeel op in het kader van reiskosten. Voor ons als gemeente betekent het realiseren van het ontwikkeldoel dat we minder uitgeven aan professionele ondersteuning. We hebben combinaties aan activiteiten waar alle inwoners aan deel kunnen nemen. Denk aan de open eettafel in combinatie met lichte dagbesteding, bibliotheekpunt, gezamenlijke activiteiten voor kinderen en ouderen, uitleenpunt voor rolstoelen. De dorpshuizen hebben een betere bezetting wat de exploitatie ten goede komt.
32 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Andere voorwaarden bij de zorginkoop Op dit moment wordt een groot deel van de zorg en ondersteuning regionaal ingekocht. De huidige overeenkomsten bieden professionele zorgaanbieders geen trigger om samenwerking te zoeken met een welzijnsorganisatie om invulling te geven aan de ondersteuningsvraag. Het levert de zorgaanbieder nu niets op om voor afschalen van zorg te kiezen voor het aanbod van een welzijnsorganisatie. Deze keuze zal niet snel worden gemaakt. Gevolg hiervan is dat de zorgkosten blijven stijgen. Dit leidt tot overschrijding van onze gemeentelijke budgetten. Voor de gemeente heeft dit met name financiële gevolgen, maar voor de cliënt betekent dit dat hij (wellicht) langer dan noodzakelijk wordt gezien als “iemand met een beperking”. We stigmatiseren niet en we kijken er niet raar van op als iemand excentriek en authentiek is. Dit “normaliseren” vraagt dit ook om eenvoud. Op 11 februari 2021 is een themabijeenkomst gehouden, waarbij we met verschillende partners hebben gesproken over dit thema. Tijdens deze themasessie gaf één van de deelnemers het volgende aan: “Door eenvoud creëer je verbondenheid.” Hier sluiten wij ons graag bij aan. Team Sociaal en collectieve en algemene voorzieningen Ook bij Team Sociaal ligt de taak om het collectieve voorveld (welzijnsaanbod) beter te benutten.
Voordat een beroep gedaan wordt op professionele zorgaanbieders, moet via de sociale kaart bekeken worden wat de ondersteuningsmogelijkheden zijn. Dit kan betekenen dat er extra reistijd is wat voor inwoners een reden kan zijn om af te zien van ondersteuning. 4.2.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 2 Fase 1: Inzicht krijgen in het voorzieningenaanbod, de populatieopbouw in de kernen en de zorgkosten per kern.
Voorzieningenaanbod: Allereerst willen we het voorzieningenaanbod in beeld brengen. Wat voor voorzieningen zijn er momenteel in de verschillende kernen. Welke voorzieningen missen er voor de verschillende doelgroepen? Hiervoor maken we gebruik van de kernagenda’s die door de gebiedsmakelaars worden opgesteld. Daarnaast kijken we ook naar de kernenfoto’s die in 2018 in het kader van de fusie en afspraken over woningbouw met provincie Gelderland zijn gemaakt. Populatieopbouw in de kernen: Net als voor het eerste ontwikkeldoel passend woningaanbod is het ook voor zorgaanbod van belang te weten hoe de populatieopbouw in de kernen is. We kijken behalve naar de demografische ontwikkelingen, passend woningaanbod en de behoefte van de doelgroepen ook naar wat de verwachte zorgvraag in de toekomst gaat worden en welk zorgaanbod hiervoor noodzakelijk gaat zijn. Zorgkosten per kern: Tot slot brengen we in fase 1 in beeld wat de zorgkosten per kern zijn. Zo krijgen we inzichtelijk waar de behoefte ligt en waar het meest een beroep op zorg wordt gedaan. Aan de hand van de zorgkosten kunnen we ook prioriteren. We maken daarnaast inzichtelijk waar deze zorgkosten vandaan komen en wat hier aan ten grondslag ligt.
Fase 2: inzetten op kansen, Wmo- verordening en beleidsregels aanpassen en doorontwikkelen sluitende aanpak
Kansen: De eerste actie is om kansen inzichtelijk te maken. We maken inzichtelijk waar de kansen liggen om collectief aanbod te organiseren. Hierbij is het uitgangspunt aan te sluiten bij het huidige aanbod. Ook onderzoeken we de mogelijkheid tot zorginnovatie in dorpshuizen en MFC’s. hiervoor wordt aangesloten bij het thema Ontmoeten en mobiliteit. Wmo-verordening en beleidsregels aanpassen: Een tweede actie is het aanpassen van de Wmoverordening en de beleidsregels op basis van de zorgkosten en de populatieopbouw. Doorontwikkelen sluitende aanpak: Een derde en laatste actie is het verder doorontwikkelen van de sluitende aanpak, beginnende bij de borging van de inloop-GGZ. We ondersteunen hierbij het initiatief van West Betuwe Herstelt om inloop-GGZ in de gemeente te faciliteren. Daarnaast doen we mee met Aandachtig aansluiten, het Rivierenland-initiatief voor een sluitende aanpak voor GGZ problematiek. Hiermee implementeren we een Wijkteam voor GGZ.
Parallelle fase 2: Samenwerking met partners
Om inwoners met een woonzorgvraag in beeld te krijgen gaan we de samenwerking versterken met verschillende partners zoals gemeenten, medische zorgverleners, begeleiders en informele zorgverleners.
33 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
We voeren constant gesprekken met partners over de haalbaarheid van het woonaanbod. Daarnaast organiseren we themabijeenkomsten. Op 11 februari 2021 is een eerste themabijeenkomst geweest. De partijen die aanwezig zijn geweest bij de themabijeenkomst van 11 februari betrekken we ook bij vervolgesessies. Het gaat hierbij om: Welzijn West Betuwe, Wmo-consulenten, Boer en Zorg, Adviesraad Sociaal Domein, ’s HeerenLoo, Avondlicht, Kleurrijk Wonen, Beesd voor elkaar, MEE, West Betuwe Herstelt, RIBW, Wittenberg, De Kernen. Ook voor het organiseren van passend woningaanbod zijn deze partijen van belang om te betrekken. Daarnaast kijken we of er nog meer partijen betrokken moeten worden, zoals Mura zorgadvies. De doorontwikkeling van beschermd wonen naar beschermd thuis (uitstroom ggz) en de wijkgerichte GGZ zijn ontwikkelingen die op (sub)regionaal niveau (Gelderland-Zuid / Rivierenland) worden opgepakt. Dit betekent dat ook op dat niveau zaken worden georganiseerd.
Fase 3: Proactieve houding
In deze fase proberen we een eropaf-mentaliteit te creëren bij ambulante zorg. Hierbij hoort ook een proactieve houding van Team Sociaal, uitgaande van de zorgkaart.
Fase 4: Regionale zorginkoop
We focussen in deze fase op de regionale zorginkoop. Het doel is om de gecontracteerde aanbieders meer op de achtergrond een rol te laten spelen bij lichte dagbesteding. Hierbij zien we een duidelijke relatie met de ontwikkeling van onze dorpshuizen. De kennis wordt overgedragen aan vrijwilligers en zij pakken het verder op. We zorgen dat in de voorbereiding van de zorginkoop de doelen van de gemeente worden meegenomen en geborgen.
4.3 Grip op de financiën met Wonen en zorg Door in te zetten op wonen en zorg draaien we aan de knoppen van grip op financiën. Hieronder beschrijven we aan welke knoppen we draaien in welke fase. Grip op de financiën met ontwikkeldoel 1: Bieden van passende woningen Knoppen voor grip Fase
Interventies
1
Doelen op elkaar afstemmen. Verbinden thema’s wonen en zorg. Integraal samenwerken met team sociaal maatschappelijk en wonen. Werken aan een gezamenlijke agenda. Woningbehoeften van inwoners in kaart brengen, met speciale aandacht voor de vier doelgroepen. Duidelijk maken wat voldoende woningaanbod is en
Parallel 1
Preventie
Algemene voorziening
Regievoering
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking
X
X
X
X
X
X
X
X
Versobering
X
X
34 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
2
Parallel 2
3
wat passende locaties zijn. Eenduidig en gezamenlijk taalgebruik om de inwoners te kunnen bedienen en stigmatiseren te voorkomen. Samenwerking met partners uitbouwen. Rolverdeling tussen partners in afsprakenkader. Inrichten regionaal Wonen- en Zorgoverleg Prestatieafspraken maken over het aantal te huisvesten inwoners met ondersteuningsBehoefte. Inlopen achterstand huisvestigingstaakstelling statushouders Inventariseren mogelijkheden om bewoners zelf hun woning levensloopbestendig te maken. Stimuleren dat inwoners de woning levensloopbestendig maken.
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Grip op de financiën met ontwikkeldoel 2: Bieden van passende zorg Knoppen voor grip Fase
Interventies
1
Voorzieningenaanbod in beeld brengen. Populatieopbouw in de kernen in beeld brengen, alsook de verwachte zorgvraag. Zorgkosten per kern in beeld brengen. Kansen voor collectief aanbod inzichtelijk maken.
2
Preventie
Algemene voorziening
Regievoering
X
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking
Versobering
X
X
X
X
X X
X
X
35 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Parallel 2
3
4
Uitgangspunt aansluiten bij huidige aanbod. Aanpassen van Wmoverordening en beleidsregels o.b.v. zorgkosten en populatieopbouw. Doorontwikkelen sluitende aanpak, startende met inloopGGZ Samenwerking met partners versterken om inwoners met een woonzorgvraag in beeld te krijgen. Partners aangehaakt houden en themabijeenkomsten organiseren. Betrokken houden aangehaakte partners themabijeenkomst 11 februari 2021. Eventuele verdere partners betrekken. Volgen (sub)regionale ontwikkelingen en organisatie ontwikkeling beschermd wonen naar beschermd thuis. Creëren van eropafmentaliteit bij ambulante zorg. Gecontracteerde aanbieders meer op de achtergrond bij lichte dagbesteding.
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X X
X
X
X
X
X
X
X
X
36 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
5. Veilig opgroeien Hoofddoel De gemeente West Betuwe heeft als doel alle jongeren een Kansrijke Start te bieden, zodat zij veilig kunnen opgroeien en zware jeugdhulp voorkomen kan worden. Gezien wordt dat er gebruik wordt gemaakt van maatwerk zorg terwijl dat niet altijd nodig of gewenst is. Daarom investeren we in algemeen toegankelijke voorzieningen en op preventie. Om het hoofddoel te bereiken werken we aan de volgende zeven ontwikkeldoelen. De eerste drie ontwikkeldoelen stellen we op ter voorkoming van problemen bij jongeren, preventieve jeugdzorg. Wanneer er toch problemen ontstaan zetten we hier tijdig op in. Daarnaast werken we eraan de zorg voor onze jeugd betaalbaar te houden. Ontwikkeldoelen vier tot en met zeven gaan daarom over professionele jeugdhulp. Ontwikkeldoelen van preventieve jeugdzorg: het voorkomen van problemen, door: 1. Bespreekbaar maken van opvoedproblematiek en verwante problematiek 2. Het vergroten van mentale weerbaarheid van jongeren 3. Verslaving en middelengebruik voorkomen en verslaafde jongeren goed begeleiden Ontwikkeldoelen voor professionele jeugdhulp: de juiste zorg op de juiste plek, door: 4. Vroegsignaleren van onveilige (thuis)situaties 5. Samenwerken in de toegang naar met de verwijzers van jeugdhulp 6. Op- en afschalen door verbeterde samenwerking 7.
Goede overgang van hulpverlening voor jongeren van 18- naar 18+ 5.1 Ontwikkeldoel 1: Bespreekbaar maken van opvoedproblematiek (Lichte) opvoedvragen komen nu vaak terecht bij de relatief duurdere Wmo en Jeugd arrangementen. Dit kan voorkomen worden door in te zetten op algemene, voorliggende voorzieningen en preventie. Voor (jonge) ouders is een informeel netwerk belangrijk om met elkaar lichte opvoedvragen te bespreken. We werken samen met partners uit het veld, zoals praktijkondersteuners, Team Sociaal, jongerenwerk, de toekomstcoaches en de gebiedsmakelaars. Met de consulenten van het team Jonge Kind stemmen we af wie wat oppakt en wat we kunnen uitbesteden aan externe organisaties. Bijzonder in dit thema is de coalitie Kansrijke Start, die zich richt zich op jonge (aanstaande) ouders. Het doel van de coalitie Kansrijke Start is om tot een gezamenlijke aanpak te komen rondom de eerste 1000 dagen van kinderen. De deelnemers aan de coalitie staan beschreven in de bijlage themabijeenkomst Kansrijke Start. 5.1.2 Tussenfase ontwikkeldoel 1 Fase 1: Interventies voor het tijdig signaleren van opvoedproblematiek Kansrijke Start: lokale situatie in kaart brengen aan de hand van beschikbare cijfers. Bespreekbaar maken eenvoudige opvoedproblematiek; het onderwerp zich nog (vaak) in de taboesfeer.
We brengen in kaart welke opvoedvragen spelen bij ouders en verzorgers en onderzoeken de mogelijkheden van een gezinsloket in samenwerking met de vrijwilligers van Humanitas We onderzoeken de manier om opvoedvragen systematisch en centraal te registreren, zodat ook terug is te zien welke problematiek speelt. Parallelle fase 1: Ontwikkelen van een goede sociale kaart De huidige sociale kaart wordt herzien en verder doorontwikkeld in afstemming met de andere thema’s uit de uitvoeringsagenda ‘bouwen aan sociale kracht’, Team Sociaal en onze partners in het veld. Fase 2: interventies om de opvoedproblematiek bespreekbaar te maken Kansrijke Start: met professionals uit het medisch-en sociaal domein gezamenlijke afspraken maken over een goede ketenaanpak en inzet van professionals bij kwetsbare gezinnen.
37 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
We onderzoeken welke interventies het beste werken bij het bespreekbaar maken van opvoedproblematiek We stimuleren initiatieven voor informele netwerken en laagdrempelige ontmoetingsmomenten en plekken voor (jonge)ouders. Hiervoor benutten we ervaringsdeskundigen. We sluiten aan bij het preventieplan en bekijken we welke opvoedproblematiek per kern centraal staat.
Fase 3: Uitvoeren en implementeren interventies Voor Kansrijke Start zetten we in fase 3 in op het uitvoeren van de interventies. Fase 4: Monitoren en evalueren Kansrijke Start: 4x per jaar een bijeenkomst met de coalitie om plannen bij te stellen. 5.2 Ontwikkeldoel 2: Vergroten van de mentale gezondheid van jongeren We willen de mentale gezondheid (mentale weerbaarheid en veerkracht) van jongeren vergroten. We onderzoeken samen met de doelgroep, de GGD, Team Sociaal, gebiedsmakelaars, jongerenwerk, scholen, verenigingen, kerken, dorpshuizen welke interventies passend zijn voor jongeren in de gemeente West Betuwe en wat aansluit bij de kernen. De interventies worden daarnaast afgestemd met de jongerenraad. De coronacrisis heeft grote impact op de mentale gezondheid van jongeren. Wat die impact is op de jongeren in de gemeente West Betuwe is nog niet bekend. Uit landelijke gegevens blijkt dat veel jongeren kampen met onder meer psychosociale problemen en stress. Ook de jongerenraad West Betuwe heeft stress als thema benoemd. Team Sociaal, scholen en jongerenwerkers noemen mentale gezondheid van jongeren een aandachtspunt. Met hen wordt een aanpak ontwikkeld.
5.2.1 Tussenfase ontwikkeldoel 2 Fase 1: Onderzoeken wat passende interventies zijn om de mentale weerbaarheid te vergroten We onderzoeken welke interventies passend zijn voor de jongeren en welke rol onze maatschappelijke partners kunnen spelen. Parallelle fase 1: Aansluiting vinden bij het lokaal preventieakkoord dat geschreven gaat worden In het lokaal preventieakkoord West Betuwe is zal mentale weerbaarheid één van de thema’s. Fase 2: Voorlichting geven over mentale gezondheid/ campagnes opzetten om dit bespreekbaar te maken We verzorgen voorlichting en campagnes over het bespreekbaar maken van mentale gezondheid, bij voorkeur met jongeren uit de doelgroep. Fase 3: In samenwerking met partners overige interventies uitvoeren We voeren samen met onze partners de interventies uit. 5.3 Ontwikkeldoel 3: verslaving en middelengebruik bij jongeren voorkomen en verslaafde jongeren goed begeleiden Om verslaving en middelengebruik bij jongeren te voorkomen en verslaafde jongeren goed te begeleiden, is een integrale aanpak nodig met alle partners die met jongeren werken, zowel professioneel als vrijwillig. De partners werken al regelmatig samen en weten elkaar goed te vinden. Toch is er nog behoefte aan een gezamenlijk plan met duidelijke doelen, acties en afspraken. Het eigenaarschap blijft bij de partners, met een passende rol voor de gemeente.
We betrekken de jongeren zelf, maar ook scholen, GGD, Iriszorg, jongerenwerk, Boa’s/politie, leerplichtambtenaar, ouders en verenigingen. We zetten in op enerzijds een preventieve aanpak om middelengebruik te voorkómen en anderzijds op een goede begeleiding van verslaafde jeugd. Het doel van preventie is in eerste instantie uitstel van gebruik (zie kader); zo mogelijk het voorkómen. Voor een goede begeleiding van jongeren die al tekenen vertonen van (beginnende) verslavingsproblematiek, is de samenwerking met Iriszorg natuurlijk van belang. Er ligt echter ook een signaleringsfunctie bij de vele partners die te maken hebben met jongeren. Jongeren moeten ook na afloop van hun behandeltraject worden geholpen hun weg te vinden in een omgeving die het gebruik niet
38 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
opnieuw stimuleert. Tot slot is het van belang om het taboe te doorbreken en zorg te dragen voor een gedegen voorlichting aan ouders en verzorgers. De noodzaak van het aanpakken van verslaving geldt ook voor roken, vanwege de grote gevolgen op lange termijn. We gaan zodoende mee in de landelijk uitgesproken ambitie om roken onder kinderen zoveel mogelijk uit te bannen, zoals geformuleerd in de Rookvrije Generatie en het Nationale Preventieakkoord. 5.3.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 3 In afstemming met de partners zijn verschillende inzichten naar voren gekomen. Aan de hand hiervan werken we via de volgende fasen: Fase 1: Overzicht ‘wie doet wat’ We maken een overzicht van verschillende partijen en welke rol zij voor zichzelf zien. Op deze manier willen we integraal samenwerken gemakkelijker maken en bevorderen. Fase 2: Uitbreiding partners We werken aan de uitbreiding van partners rond dit thema en een efficiënte rolverdeling tussen de partners. Fase 3: Onderzoeken wat passende interventies/acties zijn In samenwerking met onze partners onderzoeken we welke factoren de grootste invloed hebben. We onderzoeken welke interventies of acties passend zijn, zowel voor het voorkomen van gebruik als bij het begeleiden van verslaving. Eventueel breiden we het aanbod uit.
Parallelle fase 3: Voorlichtingscampagne We zetten in op de eerste, integraal ontwikkelde, voorlichtingscampagne, gericht op de bewustwording rond verslavingsproblematiek en middelengebruik bij jongeren. Fase 4: Interventies uitvoeren en een monitoringsinstrument ontwikkelen We voeren de interventies uit en via een te ontwikkelen monitoringsinstrument monitoren we blijvend hoe het met de verslavingsproblematiek onder jongeren gesteld is. Middels regelmatige evaluaties stellen we waar nodig de interventies bij. 5.4 Ontwikkeldoel 4: Vroeg signaleren van onveilige (thuis)situaties Het vroeg signaleren van onveilige (thuis)situaties vraagt een goede aanpak samen met onze partners. In 2021 wordt de regioaanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling vernieuwd. De pijlers van de nieuwe aanpak zijn: Preventie en signalering: Doel is het bieden van een goede ondersteuningsstructuur om huiselijk geweld te voorkomen. Versterken expertise lokale teams / versterken expertise op lokaal niveau: Hiermee wordt een basisexpertise binnen de teams belegd als het gaat om huiselijk geweldsituaties. Slimmere keten: datagestuurd werken/aanpak op casusniveau: Focus ligt op het inzicht krijgen op huishoudens waarbij sprake is van patroon van steeds terugkerend geweld.
Intensieve samenwerking veiligheidspartners: Om goede zorg te leven is een sluitende ketenaanpak nodig met partners, zoals Veilig Thuis, Moviera en de jeugdbeschermingspartners. 5.4.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 4 Fase 1: Stimuleren, ontdubbelen, verkennen Allereerst zetten we in deze fase in op het stimuleren van werken met de meldcode. Hiervoor werken we samen met de ketenpartners van Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. We werken ook aan het bekender maken van deze meldcode. Ontdubbelen werkzaamheden in de keten. Dit stemmen we af met onze veiligheidspartners, waarmee we ook de werkafspraken borgen.
39 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Tot slot verkennen we in fase 1 initiatieven van informele netwerkondersteuning. Hiervoor gebruiken we onder andere de sociale kaart die wordt opgesteld onder ontwikkeldoel 1.
Fase 2: Inzetten op expertise een aanvullend voorliggend aanbod en verkenning via datagestuurd werken Versterken basisexpertise op lokaal niveau Data gestuurd werken: zicht krijgen op recidive en terugvalmomenten. Aanbod uitbreiden als het gaat om informele netwerkondersteuning. Deeltijdzorg/respijtzorg ter ontlasting ouders als alternatief voor dagbehandeling: BSO+ en buurt- en steungezinnen 5.5 Ontwikkeldoel 5: Samenwerking met drie verwijzers De toegang tot jeugdhulp verloopt via drie verwijzers: 1. Team Sociaal, het wijkteam van de gemeente West Betuwe. Team Sociaal verwijst door naar passende hulp. Dit kan ondersteuning in het voorveld zijn of een verwijzing naar jeugdhulp. 2. Huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten (het zogeheten medisch domein). Met name de huisarts is een belangrijke verwijzer. De focus ligt dan ook op de samenwerking met de huisartsen en hierbij worden waar nodig de jeugdartsen en medisch specialisten meegenomen. Verschillende huisartsenpraktijken werken met een praktijkondersteuner GGZ Jeugd (POH GGZ Jeugd) die de hulpvraag verduidelijkt en waar nodig zelf kortdurende ondersteuning biedt aan jongeren en/of de ouders. Mura Advies heeft in 2020 een onderzoek uitgevoerd naar de samenwerking tussen het Team Sociaal en de huisartsen en geeft aanbevelingen om de samenwerking met huisartsen te versterken/verbeteren. 3.
Gecertificeerde instellingen (GI’s). Gecertificeerde instellingen zijn van overheidswege gecertificeerd om maatregelen in het kader van de jeugdreclassering en jeugdbescherming uit te voeren. De GI’s zijn bovenregionaal georganiseerd binnen het samenwerkingsverband van jeugdbescherming Gelderland Zuid. Samen met de 6 andere Gelderse jeugdzorgregio’s wordt in 2021 gewerkt aan een verbeterde samenwerking tussen gemeenten en de GI’s onder de noemer ‘Gelderse Verbeteragenda’. Als laatste zien we dat ook de afstemming tussen onderwijs en jeugdhulp nodig is als het gaat om verwijzingen vanuit onderwijs naar jeugdhulp (denk aan dyslexiezorg en inzet van jeugdhulp op school). Dit wordt verder uitgewerkt in het hoofdstuk Leven lang leren. 5.5.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 5 Om ontwikkeldoel 5 te bereiken zijn de volgende fasen onderscheiden: Fase 1: Verbeteren van werkwijze en samenwerkingsafspraken Gedragswetenschapper ondersteunt bij de werkwijze om te komen tot de passende zorg. In samenwerking met Team Sociaal inventariseren we verbeterpunten voor de wijze van regievoering en de werkprocessen van Team Sociaal. We onderzoeken regionaal met welke sturingsinstrumenten de regievoering en afschaling van jeugdzorg kan worden verbeterd.
Naar aanleiding van de conclusies van het rapport van Mura Zorgadvies zetten we samen met huisartsen in op betere samenwerking tussen het Team Sociaal, huis- en jeugdartsen. Bovenregionaal maken we nieuwe werkafspraken voor afstemming tussen GI’s die vervolgens belegd moeten worden bij Team Sociaal. Fase 2: Verbeterde samenwerking tussen verwijzers We (her)benoemen contactpersonen binnen Team Sociaal voor het medische domein, Veilig Thuis en Jeugdbescherming Gelderland. Als er sprake is van verwijzing door de huisarts pakt Team Sociaal de casus op en koppelt terug naar de huisarts met instemming van de jongeren en/of de ouders.
40 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Verwijzingen van GI’s worden afgestemd met Team Sociaal om dit zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij ons lokale zorgveld en verwijzingen worden waar kan afgeschaald.
Fase 3: Samenwerken voor verbeterde kwaliteit (zie verder onder 5.6.1) Jeugdzorgaanbieders zijn betrokken bij het aanbieden van algemene ondersteuning zoals opvoedhulp ter vervanging van maatwerkproducten Huisartsen (of de POH praktijkondersteuner huisartsen) en Team Sociaal komen tot een structureel interdisciplinair overleg over de beste zorg voor de jeugdige. 5.6 Ontwikkeldoel 6: Samenwerking tussen verschillende jeugdprofessionals Bij hulpvragen is het nodig om snel specialistische jeugdzorg in te schakelen, maar ook waar kan af te schalen naar minder intensieve zorg. Dit vraagt om sterke regie vanuit het Team Sociaal, een overzicht van de beschikbare zorg in onze regio en de algemene voorzieningen in West-Betuwe zelf (sociale kaart) en goede afstemming tussen de professionals. 5.6.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 6 Fase 1: Zorgen voor overzicht en contacten (zie ook bij 5.5.1) Bij ontwikkeldoel 1 wordt al de sociale kaart genoemd. Ook voor dit ontwikkeldoel is het optimaliseren van de sociale kaart van belang, we sluiten aan bij ontwikkeldoel 1 hiervoor. In afstemming met Team Sociaal en het voorliggend veld wordt kennisdeling en netwerkontwikkeling uitgebreid en geoptimaliseerd. Fase 2: Versterkte regievoering door Team Sociaal (zie ook bij 5.5.1) We maken nieuwe samenwerkingsafspraken volgend uit de nieuwe inkoop Wmo/jeugd.
We beperken het aantal aanbieders voor verbeterd partnerschap in de nieuwe inkoop Wmo/jeugd. Fase 3: Multidisciplinair overleg voor verbeterde kwaliteit We stimuleren aanbieders passende zorgproducten te ontwikkelen, passend bij lokale problematiek. We betrekken aanbieders in het maatschappelijk voorveld om inzet tot maatwerk op afstand te voorkomen. Aanbieders werken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid samen aan goede zorg. Hierbij wordt gekeken naar ontwikkelingen zoals de actietafels (regionaal geïnitieerd vanuit het transformatiebudget). 5.7 Ontwikkeldoel 7: Goede overdracht van hulpverlening voor jongeren van 18 jaar Met het bereiken van de leeftijd van 18 jaar valt de jeugdige niet meer onder de Jeugdwet en moet hij/zij worden begeleid/voorbereid naar de situatie na het 18e levensjaar. Als het nodig is om de ingezette jeugdhulp te continueren na de 18e jaar kan er verlengde jeugdzorg ingezet worden. Ook kan er sprake zijn van een overgang naar Wmo of Wlz (Wet langdurige zorg) -zorg. 5.7.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 7 Fase 1: Onderzoek op welke wijze de continuïteit is geborgd. We onderzoeken welke afspraken er zijn gemaakt over de continuïteit van jeugdhulp voor jongeren na het 18de jaar.
Om dit goed in kaart te brengen werken we samen met jeugdzorg, zorgorganisaties, dagbestedingsorganisaties, GGD, Team Sociaal en andere partners die hierbij betrokken zijn. De inzet van de toekomstcoaches vanuit het regionaal transformatiebudget wordt gemonitord. Fase 2: afhankelijk van fase 1: doorvoeren verbeteringen in de overgang 18- / 18+ Deze tweede fase is afhankelijk van de resultaten uit fase 1. We bekijken in deze fase welke verbeteringen noodzakelijk zijn.
41 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
5.8 Grip op de financiën met Veilig opgroeien Door in te zetten op veilig opgroeien draaien we aan de knoppen van grip op financiën. Hieronder beschrijven we aan welke knoppen we draaien in welke fase. Grip op de financiën met ontwikkeldoel 1: Bespreekbaar maken van opvoedproblematiek
Fase
Interventies
1
Kansrijke Start: lokale situatie in kaart brengen aan de hand van beschikbare cijfers. Bespreekbaar maken eenvoudige opvoedproblematiek. Inventariseren opvoedvragen en optie gezinsloket Onderzoeken systematisch en centraal registreren opvoedvragen Ontwikkelen sociale kaart Kansrijke Start: afspraken over goede ketenaanpak en inzet professionals bij kwetsbare gezinnen. Inventarisatie juiste partners bij juiste interventies opvoedproblematiek Initiatieven informele netwerken en laagdrempelige ontmoetingsmomenten /plekken voor ouders stimuleren Aansluiten aan bij het preventieplan en inventariseren opvoedproblematiek per kern Kansrijke Start: uitvoeren van interventies Kansrijke Start: evalueren en eventueel bijstellen plannen.
2
3
4
Knoppen voor grip Preventie Algemene voorziening X X
x
X
X
X
Regie voering
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking x
Versobering
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
x
42 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Grip op de financiën met ontwikkeldoel 2: Vergroten van de mentale gezondheid van jongeren Knoppen voor grip Fase
Interventies
Preventie
Algemene voorziening
1
Onderzoek passende interventies jongeren en rol maatschappelijke partners Uitvoeren interventies mentale weerbaarheid.
X
X
X
X
X
X
3
Regie voering
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking
Versobering
Grip op de financiën met ontwikkeldoel 3: verslaving en middelengebruik bij jongeren voorkomen en verslaafde jongeren goed begeleiden
Fase
Interventies
1
Overzicht rol partijen en bij (voorkomen van) verslaving Uitbreiding van partners rond het thema verslaving Onderzoek met partners naar invloed factoren op verslaving Onderzoeken passende acties of interventies bij verslaving en evt. uitbreiden het aanbod Voorlichtingscampagne ‘verslaving’. Acties en interventies ‘verslaving’
2 3
3 4
Knoppen voor grip Preventie Algemene voorziening X X
Regie voering
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking X
Versobering
X X
X
X
X
X
X
X
X
X X
Ontwikkeldoel 4: Vroeg signaleren van onveilige (thuis)situaties Knoppen voor grip Fase Interventies Preventie Algemene Regie voorziening voering 1 Lokale inbedding van X X gebruik meldcode Verkennen inzet informele X X netwerkondersteuning 2 Versterken expertise lokale X X teams huiselijk geweld Inzicht in data als het gaat X om recidive Vertaling resultaten verbeteragenda JB Gelderland in lokale teams 3 Alternatieve inzet voor ambulante behandeling (deeltijd: BSO+ al deeltijd/respijtzorg)
X
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking X
Versobering
X X
X
X
X
X
43 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Ontwikkeldoel 5: Samenwerking met drie verwijzers
Fase
Interventies
1
Inventarisatie verbeterpunten in regievoering en werkprocessen Team Sociaal (o.a inzet gedragsdeskundige) Via inkoop sturingsinstrumenten verbetering van regievoering en afschalingsmogelijkheden Verbeterde samenwerking huisartsen/medisch domein vanuit conclusies rapport Mura Zorgadvies Resultaten/afspraken met GI’s vanuit Gelderse Verbeteragenda vertalen naar uitvoering (Team Sociaal). Herbenoemen contactpersonen ST, huisartsen, Veilig Thuis en Jeugdbescherming Gelderland (zie ook 5.6.1) Actieve terugkoppeling Team Sociaal na verwijzing door huisarts Jeugdhulpaanbieders werken mee aan afschaling en alternatief aanbod Afstemming GI en Team Sociaal over inzet (lokale) ondersteuning bij verwijzingen GI. Aanbod algemene ondersteuning met medewerking van jeugdhulpaanbieders Structureel interdisciplinair overleg zowel met huisartsen (of POH)
2
3
Knoppen voor grip Preventie Algemene voorziening
Regie voering X
Inkoop
Bedrijfsvoering X
Samenwerking X
X
X
X
X
X
X
X
X
Versobering
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
44 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Grip op de financiën met ontwikkeldoel 6: Samenwerking tussen verschillende (jeugd)professionals
Fase
Interventies
1
Actualisatie sociale kaart met jeugdhulpaanbod en algemene voorzieningen Inzet op kennis/netwerkontwikkeling bij Team Sociaal en voorliggend veld (Nieuwe) samenwerkingsafspraken volgend uit nieuwe inkoop. Inzet aanbieders bij maatwerk in voorliggend veld Verbeterd partnerschap en beperking gecontracteerde aanbod vanuit nieuwe inkoop Structureel interdisciplinair overleg bij complexe casussen met GI’s en andere aanbieders (actietafels) (zie ook 5.6.1.)
2
Knoppen voor grip Preventie Algemene voorziening X
X
Regie voering
Inkoop
Bedrijfsvoering
X
Samenwerking X
Versobering
X
X
X
X
X
X
X
Grip op de financiën met ontwikkeldoel 7: Goede overdracht van hulpverlening voor jongeren van 18 jaar
Fase
Interventies
1
In kaart brengen van afspraken over continuïteit van jeugdhulp voor jongeren na 18de jaar Inzet van toekomstcoaches wordt gemonitord en geborgd in 2021 Doorvoeren van verbeteringen afhankelijk van uitkomsten fase 1
2
Knoppen voor grip Preventie Algemene voorziening X X
Regie voering
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking X
Versobering
X
X
X
45 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
6. Leven lang leren Iedere inwoner van de gemeente West Betuwe moet zich zoveel mogelijk kunnen ontwikkelen en ontplooien. Om dit te bereiken hebben we voor verschillende levensfasen van onze inwoners een passend aanbod. Samen met onze partners zorgen we dat onze inwoners zo goed mogelijk deel kunnen nemen aan onze samenleving. Om het hoofddoel leven lang leren te bereiken zetten we in op vier ontwikkeldoelen: 1. Goed voorbereid naar de basisschool 2. Optimale ondersteuning op en naast school 3. Voorbereid op de arbeidsmarkt met een startkwalificatie 4. Verbeteren van basisvaardigheden van volwassenen 6.1 Ontwikkeldoel 1: Goed voorbereid naar de basisschool Voordat kinderen naar de basisschool gaan worden al zoveel mogelijk signalen van ontwikkelingsachterstanden opgepakt, zodat deze kinderen goed voorbereid naar de basisschool gaan. Denk hierbij aan het stimuleren van de taalontwikkeling, het combineren van lichte (jeugd) zorg met opvang en een goede overgang naar de basisschool. Met de pilot ‘preventieve logopedie ’worden door een preventieve screening taal – en spraakachterstanden vroegtijdig herkend en kan hulp al starten voor kinderen naar de basisschool gaan.
Naast vroegsignalering is, het bereik van de doelgroep (kinderen waarbij risicofactoren aanwezig zijn op het ontwikkelen van achterstanden, bijvoorbeeld op het gebied van taal, maar ook sociaal emotioneel) van belang. Positieve aandacht voor de rol van de ouders/verzorgers en een laagdrempelig preventief aanbod aan lichte opvoedondersteuning helpt om zwaardere problematiek te voorkomen. De peuter met een risico op achterstand kan via een vve-indicatie al in de voorschoolse periode worden voorbereid op de basisschoolperiode. Is dit niet voldoende en is de verwijzing naar een medisch kinderdagverblijf (te) zwaar, dan kan een KDV-plus, waar opvang en (jeugd)zorg worden gecombineerd, uitkomst bieden. Deze voorziening is er niet in de gemeente West Betuwe en nauwelijks in de directe omgeving. We onderzoeken daarom de haalbaarheid van een KDV-plus (als pilot). We werken daarvoor samen met jeugdhulpaanbieders, kinderopvang en team sociaal. Uitdagingen ontwikkeldoel 1 Het bereiken van ouders met jonge kinderen. De pilot preventie logopedie uitvoeren, evalueren en uitbreiden. Het bereiken van de doelgroep en zo toegankelijk mogelijk maken van de VVE. KDV (Kinderdagverblijf) -plus haalbaarheidsonderzoek afronden. Een goede overdracht ten behoeve van de doorgaande leerlijn stimuleren.
6.1.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 1 Fase 1: We starten een pilot preventieve logopedie. Een eerste evaluatie van deze pilot is gepland in mei 2021. We onderzoeken de oorzaak van de fluctuatie vve-indicaties en bezoek voorschoolse voorzieningen. Het aantal peuters dat met een vve-indicatie de opvang bezoekt is in 2021 ten opzichte van 2020 aanzienlijk gedaald. We onderzoeken de mogelijkheid tot het starten van een KDV-plus. In 2021 is er duidelijkheid over de haalbaarheid van het initiatief.
46 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Fase 2: We breiden de pilot preventieve logopedie uit. Afhankelijk van de resultaten van de eerste evaluatie in mei 2021 kan de (pilot) preventieve logopedie ook worden ingezet bij andere kinderopvangaanbieders. We stellen eventueel vve-indicatoren bij. Het vve-beleid wordt jaarlijks met de maatschappelijk partners geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. We onderzoeken welke interventies kunnen bijdragen aan het verhogen van bezoek aan voorschoolse voorzieningen. Ook hier geldt: dit wordt meegenomen in de jaarlijkse evaluatie van het vve-beleid. 6.2 Ontwikkeldoel 2: Optimale ondersteuning op en naast school Eenmaal op school worden kinderen gestimuleerd om zo veel mogelijk deel te kunnen nemen aan regulier onderwijs. We zetten in op een inclusief onderwijsaanbod. Dat betekent concreet dat er meer leerlingen in het regulier onderwijs opgevangen kunnen worden, maar er nog wel een kleinere groep ‘gespecialiseerd’ onderwijs nodig heeft. Ook de koppeling tussen onderwijs en jeugdzorg is hier belangrijk: normaliseren is het uitgangspunt. Niet alle kinderen hebben voldoende aan opvang op een buitenschoolse opvang. Soms is extra ondersteuning nodig die niet binnen een reguliere BSO geboden kan worden. Voor sommige kinderen kan de BSO ‘op maat’ ook een alternatief zijn voor ambulante (deeltijd)behandeling door een jeugdhulpaanbieder of voor ouders om op dagdelen ontlast te worden.
We onderzoeken de haalbaarheid van een BSO-aanbod ‘op maat’. Daarnaast wordt met verschillende partners gewerkt aan het voorkomen van uitval. Kinderen zijn leerplichtig van 5 tot 16 jaar, daarna volgt een kwalificatieplicht tot 18 jaar. Gezamenlijk werken we eraan al deze kinderen zo goed mogelijk onderwijs te bieden. De samenwerking tussen zorg en onderwijs, in welke vorm dan ook, optimaliseren we. Dit doen we met onze partners in de jeugdzorg, team sociaal (schoolmaatschappelijk werk), onderwijs en samenwerkingsverbanden. Uitdagingen ontwikkeldoel 2