IN047 Bijlage Uitvoeringsagenda bouwen aan sociale kracht.pdf
Tekst van het document
UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT VERSIE 18 MAART 2021
Inhoudsopgave Inleiding
.......................................................................................................................................... 4
Ontwikkellijn ‘Sterke samenleving’ ......................................................................................................... 7 1. Gezonde leefstijl .................................................................................................................................. 9 2. Sociale kracht .................................................................................................................................... 14 3. Ontmoetingsplekken en mobiliteit.................................................................................................... 20 Ontwikkellijn ‘Juiste zorg op de juiste plek’ .......................................................................................... 27 4. Wonen en zorg .................................................................................................................................. 29 5. Veilig opgroeien................................................................................................................................. 37 6. Leven lang leren ................................................................................................................................ 46 7. Financiële zelfredzaamheid ............................................................................................................... 52 8.
Financiën ........................................................................................................................................ 55 9. Bijlagen
........................................................................................................................................ 60
2 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Voorwoord Voor u ligt de uitvoeringsagenda Bouwen aan sociale kracht (2021 – 2024) van de gemeente West Betuwe. Wij, het college van burgemeester en wethouders, staan voor dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Wij zien dat we naar elkaar omkijken. Vrijwilligers en mantelzorgers zetten zich in en er zijn mooie initiatieven. Dat maakt ons trots. In de nota Bouwen aan sociale kracht hebben we beschreven hoe we grip willen krijgen op de stijgende zorgkosten door te bouwen aan sociale kracht. In deze uitvoeringsagenda geven we antwoord op de vraag: ‘hoe dan?’ Deze uitvoeringsagenda is de leidraad voor de uitvoering door de gemeente West Betuwe, het aanknopingspunt voor partners waarmee we samenwerken en een gespreksstarter voor de inwoners van gemeente West Betuwe. Voor het opstellen van deze Uitvoeringsagenda hebben we samengewerkt met verschillende partners. In totaal hebben 46 mensen geholpen om in twee thema-avonden een aantal thema’s in diepte uit te werken. We willen deze mensen hartelijk bedanken voor hun tijd en nuttige bijdrage. De komende periode zullen we met onze partners en inwoners blijven praten en gaan we de Uitvoeringsagenda in de praktijk brengen. College van burgemeester en wethouders gemeente West Betuwe
3 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Inleiding De gemeente West Betuwe staat voor de uitdaging om te komen tot een sterk en betaalbaar sociaal domein. We moeten grip krijgen op de stijgende kosten in het sociaal domein. In de nota Bouwen aan sociale kracht (2021 – 2024) beschrijven we hoe we investeren in een sterke samenleving en in de juiste zorg op de juiste plek. Zo bouwen we aan sociale kracht en leefbaarheid van onze dorpen en steden. Door deze inhoudelijke koers en focus op sociale kracht brengen we de begroting en uitgaven van het sociaal domein in balans. In deze Uitvoeringsagenda Bouwen aan sociale kracht (2021-2024) staat het ‘hoe’ centraal. We laten zien hoe we concreet uitvoering geven aan de nota Bouwen aan sociale kracht. Transformatie van het sociale domein: verschillende rollen van de gemeente In het beleidsdocument Bouwen aan sociale kracht wordt uiteengezet hoe er financiële grip verkregen kan worden op het sociaal domein. Naast wijzigingen aan het huidige stelsel in de ontwikkellijn de Juiste zorg op de juiste plek wordt gewerkt aan een verschuiving van maatwerkzorg naar zoveel mogelijk collectieve voorzieningen. De sociale kracht bouwen we niet alleen. Hiervoor werken we samen met en doen we een beroep op inwoners, ervaringsdeskundigen1 en vrijwilligers van dorpshuizen, sport- en cultuurverenigingen, stichtingen en andere organisaties.
Ook van professionele partners wordt verwacht dat zij beter samenwerken met deze organisaties. Deze verschillen in samenwerking leiden tot verschillende rollen van ons als gemeente. Wij maken onderscheid tussen de regisserende rol, de rol van gelijkwaardige partner en de ondersteunende rol. Als regisseur voeren wij wetten uit en geven wij opdrachten aan professionele organisaties. Bijvoorbeeld opdrachten aan professionele organisaties en casussen die om maatwerk van aanbieders vragen pakken wij als regisseur op. We maken afspraken over concrete resultaten en kunnen deze afdwingen. Als gelijkwaardige partner werken wij samen. Dit doen wij bijvoorbeeld in de Regio Rivierenland met andere gemeenten als opdrachtgever van Werkzaak voor de uitvoeringsagenda. Andere voorbeelden van een gelijkwaardige samenwerking is de ontwikkeling van beschermd wonen naar beschermd thuis, waarbij we samen met GGZ-instellingen , zorgaanbieders, aanbieders van ambulante zorg en belangenverenigingen werken aan de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis. Als ondersteuner werken we mee aan ontwikkelingen die ontstaan in de samenleving. Bijvoorbeeld initiatieven in dorpshuizen die georganiseerd worden door vrijwilligers, maar aansluiten bij onze beleidsdoelen kunnen wij als gemeente ondersteunen, maar niet regisseren.
Integraal samenwerken met alle (beleids)velden Ook is het sociaal domein vervlochten met het fysieke domein. Het oplossen van problemen is effectiever als je ze multidisciplinair aanpakt. Daar is winst te behalen. In de Uitvoeringsagenda zijn integrale oplossingen uitgewerkt op het gebied van bijvoorbeeld mobiliteit, wonen en zorg. Bij het opstellen van deze Uitvoeringsagenda hebben diverse partijen met ons meegedacht om vier thema’s in diepte uit te werken. Hieruit zijn nieuwe samenwerkingsrelaties gekomen voor de uitvoering. De opbrengst uit deze sessies staan in de bijlagen. Van planbare stappen naar fases Omdat de transformatie van het sociaal domein vereist dat we vaker als gelijkwaardige partner en ondersteuner optreden zijn de stappen in de uitvoering minder goed te plannen dan wanneer de gemeente in de rol van regisseur zit. In plaats van een planning met termijnen en data wordt in deze integrale uitvoeringsagenda daarom gewerkt met fases en ontwikkeldoelen. Voor elk ontwikkeldoel zijn fases onderscheiden die toewerken naar de doelstellingen. Met de vaststelling van de uitvoeringsagenda door het college is begonnen aan fase 1 van alle ontwikkeldoelen. Na fase 1 volgt fase 2, maar wanneer deze overstap naar een volgende fase wordt gemaakt is afhankelijk van de vorderingen in samenwerking met de partners. Ook kan het in de kernen verschillen.
Dorpshuizen waar al intensief wordt samengewerkt aan algemene voorzieningen kunnen bijvoorbeeld voorlopen op dorpshuizen waar nog weinig activiteiten zijn. Zoals afgesproken bij de vaststelling van het beleidsplan wordt u via de reguliere P&C-cyclus op de hoogte gehouden van de vorderingen.
1
Waaronder Platform Toegankelijkheid
4 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Zeven samenhangende thema’s met achttien ontwikkeldoelen Aan de hand van zeven samenhangende thema’s en achttien ontwikkeldoelen wordt gewerkt aan de transformatie in het sociaal domein. Deze zeven thema’s hangen onder de twee ontwikkellijnen. De ontwikkellijn van de sterke samenleving wordt ontwikkeld aan de hand van drie thema’s: Gezonde leefstijl, Sociale kracht en Ontmoetingsplekken en mobiliteit. Het doel van deze ontwikkellijn is het creëren van een breed en toegankelijk basisaanbod voor alle inwoners, waarbij hulpvragen worden voorkomen en zo nodig zo laagdrempelig mogelijk kunnen worden opgepakt. Onder de ontwikkellijn van de Juiste zorg op de juiste plek werken we aan de regie op de passende zorg. Hierbij is het uitgangspunt dat wordt opgeschaald naar professionele en specialistische zorg waar nodig, maar afgeschaald naar het basisaanbod waar mogelijk. Dit wordt uitgewerkt aan de hand van vier thema’s: Wonen met zorg, Veilig opgroeien, Leven lang leren en Financiële zelfredzaamheid. In de tabel hieronder staan de ontwikkeldoelen per thema uitgewerkt. In de uitvoeringsagenda (zie bijlage) ziet u aan de hand van welke fases op deze doelen wordt gestuurd. Knoppen grip De rode draad in deze uitvoering agenda zijn de 7 knoppen van grip.
In de nota Bouwen aan sociale kracht is uitgewerkt hoe we aan de hand van 7 maatregelen grip creëren op de toenemende uitgaven van het sociaal domein. Het stimuleren van de sociale kracht is daarbij de basis. Aan de hand van de ontwikkellijn ‘Sterke samenleving’ zetten we in op:
1.
Preventie en vroeg signalering
2.
Meer algemene voorzieningen
Bij de tweede ontwikkellijn ‘Juiste zorg op de juiste plek’ hanteren we het uitgangspunt: waar nodig schalen we op naar gespecialiseerde zorg, waar mogelijk schalen we af naar laagdrempelige zorg. Aan de hand van de ontwikkellijn ‘Juiste zorg op de juiste plek’ zetten we in op:
3.
Verbeterde regievoering
4.
Nieuwe inkoopcontracten voor de zorg
5.
Efficiëntere bedrijfsvoering
6.
Verbeterde samenwerking met partners
7.
Versobering van het aanbod
5 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Lerende aanpak Deze Uitvoeringsagenda moet gelezen worden als richtinggevend voor een meerjarige en lerende aanpak, die onderdeel is van het West Betuws Werken. Dit biedt ruimte om te kunnen reageren op nieuwe ontwikkelingen of initiatieven uit de samenleving. Begin 2022 zal de gemeenteraad in de midtermreview worden geïnformeerd over de voortgang en eventuele inhoudelijke en financiële bijstellingen in de Uitvoeringsagenda. Via de Planning- en control cyclus wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de financiële gevolgen. Snel sturen op resultaat met het programma Sociale kracht Het beleidsplan Bouwen aan sociale kracht is ambitieus en kent korte- en lange termijn doelen. Om effectief te sturen op resultaat worden verschillende projecten die bijdragen aan de transformatie in het sociaal domein ondergebracht in het programma Sociale kracht. Dit is een programmatische manier van werken die stuurt op concrete resultaten. Met de extra middelen die voor Bouwen aan sociale kracht ter beschikking zijn gesteld wordt de reguliere aanpak geïntensiveerd met waar nodig nieuwe projecten en accenten. Projecten en inspanningen uit de Uitvoeringsagenda die bijdragen aan de hoofddoelen van het ‘Programma Sociale Kracht’ worden erin opgenomen zodat de samenhang, sturing en doelenbereik wordt geborgd.
Deze projecten worden doorgerekend middels een maatschappelijke kosten- en batenanalyse die gepresenteerd wordt bij de beeldvormende raadsvergadering. Voorbeelden van projecten zijn de ontwikkeling van een sociale kaart, ontwikkelen van laagdrempelige opvoedondersteuning en procesoptimalisatie van de toegang bij Team sociaal. Leeswijzer Deze uitvoeringsagenda is opgebouwd aan de hand van de ontwikkellijn ‘Sterke samenleving’ en ontwikkellijn ‘Juiste zorg op de juiste plek’.
Eerst beschrijven we de uitvoering van ontwikkellijn ‘Sterke samenleving’ door in te zetten op de thema’s Gezonde leefstijl, Sociale kracht en Ontmoetingsplekken en mobiliteit. Daarna beschrijven we de uitvoering van ontwikkellijn ‘Juiste zorg op de juiste plek’ door in te zetten op de thema’s Wonen en zorg, Veilig opgroeien, Leven lang leren en Financiële zelfredzaamheid. Als laatst lichten we de financiën toe en gaan we in op de korte termijn maatregelen, de effecten van Corona, de business cases en de actualisatie van de begroting. In de bijlagen van deze Uitvoeringsagenda staan de uitkomsten van de themasessies met partners.
6 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Ontwikkellijn ‘Sterke samenleving’ We streven naar een breed en toegankelijk basisaanbod voor alle inwoners in de gemeente West Betuwe, waarbij wij maatwerk toepassen waar nodig. Voor iedere inwoner is het prettig als hulpvragen zo laagdrempelig mogelijk worden opgepakt. Dit vraagt om een investering in onze lokale structuren: een sterke samenleving. We willen de beweging naar voren maken en inzetten op preventie en basisvoorzieningen. Inwoners zorgen voor elkaar, doen wat nodig is. De basisvoorzieningen worden versterkt. Uit eigen onderzoek blijkt dat er veel draagvlak en energie is om met preventie aan de slag te gaan. Verder blijkt uit diverse onderzoeken dat investeren in het voorliggend veld, zoals preventie op het gebied van gezondheid of het voorkomen van armoede, loont. Iedereen moet mee kunnen doen in de gemeente West Betuwe. We bouwen aan een sterke samenleving door de focus op drie thema’s: Gezonde leefstijl, Sociale kracht en Ontmoetingsplekken en mobiliteit. 3 thema’s met 8 ontwikkeldoelen De ontwikkellijn van de sterke samenleving realiseren we aan de hand van drie thema’s: Gezonde leefstijl, Sociale kracht en Ontmoetingsplekken en mobiliteit. Het doel van deze ontwikkellijn is het creëren van een breed en toegankelijk basisaanbod voor alle inwoners, waarbij hulpvragen worden voorkomen en zo nodig zo laagdrempelig mogelijk kunnen worden opgepakt.
In de tabel hieronder staan de ontwikkeldoelen per thema uitgewerkt. In de volgende hoofdstukken leest u aan de hand van welke fases op deze doelen wordt gestuurd.
7 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Inclusie In een inclusieve samenleving zijn non-discriminatie, gelijke kansen, toegankelijkheid en respect voor inherente waardigheid en persoonlijke autonomie algemene beginselen. Strikt genomen gaat het om algemene mensenrechten. Het VN-verdrag Handicap benadrukt dat deze rechten ook gelden voor mensen met een beperking. De Lokale Inclusie Agenda is een belangrijke bouwsteen voor de uitwerking van dit verdrag. Deze agenda is eind 2020 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. De uitwerking vindt plaats door middel van een activiteitenkalender. Uiteraard komen een aantal thema’s terug in deze uitvoeringsagenda. In de lokale inclusieagenda zijn de volgende agendapunten benoemd:
1. Inclusie bij elk beleidsonderwerp meenemen. 2. Participatie doen we “niets over ons en zonder ons” 3. Inclusie is een aandachtspunt dat uitgewerkt wordt bij de kernagenda’s 4. Armoede sluit mensen uit, dat willen we voorkomen 5. Iedereen moet veilig aan het verkeer kunnen deelnemen 6. Bewustwording bevorderen 7. Veilige toegankelijkheid bevordert meedoen 8. Discriminatie en inclusie gaan niet samen 9. Beperking mag geen belemmering zijn voor werk 10. Actuele sociale kaart 11. Stimulering informatievoorziening ter ondersteuning van belemmeringen 12. Maak communicatie beter bruikbaar voor mensen met een beperking 13. Sport en bewegen iedereen moet mee kunnen doen 14. Verkiezingen 15. Stimuleren ontplooiingsmogelijkheden 16. Er is aandacht voor het thema eenzaamheid Rollen van de gemeente De sterke samenleving bouwen we samen met inwoners, vrijwilligers en met ondersteuning van professionele organisaties. Om te komen tot het basisaanbod werken we met hen samen of ondersteunen we initiatieven die ontstaan. De rollen die wij als gemeente hebben is vooral die van gelijkwaardige partner of ondersteuner. Knoppen grip een sterke samenleving Met de thema’s in de ontwikkellijn een sterke samenleving, draaien we vooral aan de knoppen van preventie en vroeg-signalering en meer algemene voorzieningen om grip te krijgen op de financiën.
1.
Preventie en vroeg signalering
2.
Meer algemene voorzieningen
8 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
1. Gezonde leefstijl Hoofddoel Het hoofddoel is een leefomgeving waarin inwoners gezond en vitaal opgroeien en gezond oud kunnen worden. Wij gaan uit van ‘positieve gezondheid’. Dit is een term die de kracht van mensen benadrukt en minder de focus legt op ziekte. Positieve gezondheid is het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren.
We doen al veel op gebied van gezondheid In onze gemeente wordt al veel gedaan op het gebied van gezondheid. We zetten daarvoor in op een gezonde leefstijl: bewegen, voeding, roken, alcohol. Hieronder een greep uit wat er al gedaan wordt: Menzis werkt samen met de GGD en Welzijn West Betuwe aan de gezonde leefstijl interventie (GLI), die vanuit de zorgverzekering wordt gefinancierd. De GLI is zorg voor mensen met overgewicht of obesitas. We voeren het sportakkoord uit We hebben een lokaal preventieakkoord Wij zijn een Jongeren op Gezond Gewicht - gemeente (JOGG). De JOGG-aanpak kan worden gezien als een paraplu waaronder verschillende activiteiten vallen; denk hierbij aan: de campagnes ‘drink water’ en ‘groenten zet je tanden erin’ De buurt sportcoaches spelen in samenwerking met de scholen en kinderopvang een belangrijke rol in de uitvoering van de JOGG activiteiten. Op diverse manieren stimuleren we het bewegen en gezonde voeding. Zo zijn er verschillende projecten zoals Project Beweeg meer, eet gezond, Gezonde scholen en gezonde sportkantines. We doen daarnaast mee met het project Samen leren voor gezond gewicht Rivierenland. We werken verder, samen met de GGD, in West Betuwe toe naar een rookvrije generatie. In samenwerking met de GGD wordt in 5 kernen het project Samen leren op gezond gewicht (Beweeg meer eet Gezond uitgevoerd) uitgevoerd.
Als onderdeel van dit project krijgen kinderen met overgewicht een specifiek beweegprogramma aangeboden. We nemen als regisseur en verbinder deel aan het netwerk geriatrie, gezond ouder worden en de aanpak eenzaamheid. Gezondheidswinst jeugd De gezondheidsmonitor Jeugd 2019-20202 van de GGD laat zien dat er winst te behalen valt met bewegen. Uit deze monitor blijkt dat 45% van de jongeren niet of minder dan een uur per dag beweegt op 5 dagen. De monitor laat verder zien dat 33% van de jongeren niet wekelijks sport zonder een sportclub of sportvereniging. Daarnaast heeft 17% van de jongeren te maken met overgewicht. Ondanks dat we een fruitgemeente zijn eet slechts 55% van de jongeren meer dan 5 dagen per week fruit. In de onderstaande ontwikkeldoelen lichten wij onze aanpak hiervoor toe. Gezondheidswinst voor volwassenen Om inzicht te krijgen in de winst die te behalen valt voor volwassenen binnen het thema gezonde leefstijl kijken we naar de gezondheidsmonitor van de GGD. De gezondheidsmonitor laat enerzijds zien dat we ouder worden en dat we gezonder leven. Tegelijkertijd laten resultaten in West Betuwe ook zien dat het merendeel van de volwassenen overgewicht heeft (62%), 51% van de volwassenen tussen de 19 en 64 jaar sport niet wekelijks en 60% van de volwassenen eet niet iedere dag groente.
Op basis van demografische ontwikkelingen kunnen we voorspellen dat het aantal (chronische) ziekten in de volgende decennia zal toenemen, onder andere door leefstijlfactoren zoals overgewicht en onvoldoende beweging. 2
Eind 2021 wordt er een nieuwe enquête onder de doelgroep jeugd uitgezet. In 2022 worden de resultaten hiervan verwacht. Zo nodig worden er nieuwe interventies bedacht.
9 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Per doelgroep krijgen we elke vier jaar nieuwe resultaten van de GGD. We kunnen de resultaten per gebied inzien, waardoor we een gerichte aanpak/interventie kunnen ontwikkelen. Medio 2021 komt er een nieuwe monitor volwassenen en ouderen van de GGD. De resultaten van deze monitor gebruiken we voor het opstellen van een definitieve aanpak in de gemeente West Betuwe. Om het hoofddoel te bereiken formuleren we de volgende ontwikkeldoelen: 1. Inwoners met een lage sociaal economische positie gaan gezonder leven 2. Gezond opgroeien 3. Gezonde leefomgeving 1.1 Ontwikkeldoel 1: inwoners met een lage sociaal economische positie gaan gezonder leven 3 Hiervoor willen wij een samenhangende aanpak lage sociaal economische positie (hierna: SEP) en gezondheid realiseren. Er zijn gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden en we weten dat inwoners die moeite hebben met rondkomen ook vaak een minder goede gezondheid hebben. Onder sociaal economische positie verstaan we de positie van een gezin of een gemeenschap op de welvaartsladder. Belangrijkste factoren hierbij zijn inkomen en opleidingsniveau, en daarmee samenhangende kenmerken zoals de buurt waarin men woont en de kwaliteit van de woning. De negatieve relatie tussen armoede en gezondheid is afhankelijk van vier factoren. Ten eerste betekenen minder financiële middelen vaak minder materiële mogelijkheden.
Dit kan de toegang tot gezonde voeding, gezondheid bevorderende of –beschermende producten en betere leefomstandigheden blokkeren.4 Ten tweede kunnen langdurige financiële zorgen en gebrek aan perspectief leiden tot chronische stress. Dit kan de gezondheid negatief beïnvloeden omdat chronische stress negatieve invloed heeft op de lichamelijke conditie. Ten derde hebben mensen die in armoede leven vaak een minder gezonde leefstijl. Zij zijn daardoor ongezonder. Ten vierde kan een slechte gezondheid van invloed zijn op het doorlopen van onderwijs en daarmee de kansen op werk beïnvloeden, wat weer van invloed is op de gezondheid. Mensen die te maken hebben met chronische ziekten of arbeidsongeschiktheid hebben over het algemeen een lager inkomen en hogere zorgkosten. Dit vergroot het risico op financiële problemen. Naast een negatieve relatie tussen armoede en gezondheid worden kinderen uit een gezin met laagopgeleide ouders minder gestimuleerd om door te leren.5 In onze gemeente willen we bevorderen dat inwoners met een lage sociaal economische positie gezonder gaan leven. Hier gaan we de komende periode op inzetten. Concrete maatregelen werken we samen met diverse organisaties in de gemeente West Betuwe uit.
Door een verbeterde samenwerking met professionals, vrijwilligersorganisaties en inwoners die in contact zijn of te maken hebben met een lage sociaal economische positie, verwachten we betere resultaten voor een gezonde leefstijl van onze inwoners. 1.1.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 1 Met de volgende fasen werken wij aan het ontwikkeldoel: Fase 1: De eerste fase bestaat uit het verkennen van de lokale problematiek. Hiervoor werken we samen met maatschappelijke partners, zoals de GGD en Welzijn West Betuwe. We betrekken ook vrijwilligersorganisaties in de gemeente West Betuwe die veel met inwoners met een laag inkomen in contact zijn. We willen onderzoeken of er overlap is in de gesignaleerde problematiek over gezondheid van de doelgroep bij deze partners. Verder willen we waar mogelijk inwoners hierbij betrekken.
3
https://digitaal.scp.nl/leefstijl/opleiding-als-scheidslijn/
4 https://digitaal.scp.nl/leefstijl/gezondheidgerelateerd-gedrag-en-de-opleidingskloof/ 5
https://www.nji.nl/nl/Kennis/Dossier/Armoede/Gevolgen-voor-ouders-en-opvoeding/Opvoeding
10 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Fase 2: Samen met inwoners, vrijwilligers- en professionele organisaties maken we afspraken over doelen en resultaten, waarbij de aansluiting wordt gezocht bij het lokaal preventie akkoord en andere projecten en samenwerkingen. Fase 3: We bepalen goede/bewezen interventies (van bv NJI (Nationaal Jeugdinstituut), VNG, DIVOSA, Movisie) samen met de professionals, vrijwilligersorganisaties en inwoners uit de specifieke wijk. Fase 4: We monitoren en evalueren de resultaten. 1.2 Ontwikkeldoel 2: Gezond opgroeien Voor het bevorderen van gezond opgroeien zetten we in op het stimuleren van een gezonde leefstijl van kinderen. Dit bereiken we door het versterken van de lokale JOGG-aanpak. Het thema gezonde leefstijl wordt integraal aangepakt en er worden sterke netwerken gebouwd. We maken gebruik van de JOGG-campagnes, organiseren (extra) beweegactiviteiten en creëren bewustwording op scholen en bij sportverenigingen. De preventie van overgewicht krijgt tevens aandacht binnen het preventieakkoord. 1.2.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 2 Om het ontwikkeldoel te behalen verdelen we de aanpak in verschillende fasen. Fase 1: Bewustwording van de JOGG-aanpak in en extern verbeteren en versterken. Fase 2: Verbinden van nieuwe partners en rolmodellen aan de JOGG-aanpak.
Realiseren van een verbeterde samenwerking tussen alle betrokken partijen door middel van korte lijntjes en goede afspraken. Fase 3: Versterken en uitbreiden van het huidige aanbod aan activiteiten, interventies en campagnes in de gemeente. Fase 4: We monitoren en evalueren de resultaten. 1.3 Ontwikkeldoel 3: Gezonde leefomgeving We zetten in op een gezonde leefomgeving. Er zijn twee manieren waarop de leefomgeving invloed heeft op gezondheid: ten eerste door de schadelijke impact van de leefomgeving op de gezondheid van inwoners. Ten tweede de manier waarop de inwoners de leefomgeving kunnen gebruiken om de eigen gezondheid te bevorderen. De impact van de leefomgeving op de gezondheid van inwoners Dit betreft de traditionele milieunormen samen. Dit zijn zaken als invloed of overlast als gevolg van luchtkwaliteit, geluid, trillingen, lichthinder en geurhinder. Vanuit de aanpak van klimaatverandering is daar recent ook nog meer aandacht voor hittestress bijgekomen. De gemeente kan ‘gezonde keuzes’ maken door gezondheid zwaar te laten wegen bij integrale beleidsdocumenten zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Het stellen van strengere normen dan het landelijke minimum betekent dat de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden worden beperkt.
Voor sommige onderwerpen kunnen inwoners preventief een bijdrage leveren om de leefomgeving te verbeteren, bijvoorbeeld de activiteiten op het gebied van klimaatadaptie (zie ‘NK tegelwippen’ en meer groen in de tuin). Onderzocht moet worden op welke manieren individuele inwoners een (kleine) bijdrage kunnen leveren op de andere traditionele milieuthema’s.
11 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Leefomgeving gebruiken om de eigen gezondheid te bevorderen. Voor een gezonde leefstijl helpt het om de leefomgeving geschikt te maken om in te bewegen en ontmoeten. Voor de openbare ruimte is er dan een belangrijke taak weggelegd voor de gemeente. Meer groen is niet alleen beter voor de gezondheid, maar draagt ook bij aan een klimaatrobuuste inrichting van de fysieke leefomgeving. Grote bomen dragen niet alleen bij aan een dorpse uitstraling, maar zorgen ook voor schaduw. Goede fietsverbindingen tussen de dorpen zorgen voor een veiliger verkeerssituatie (zeker op schoolroutes) en geven mogelijk net dat extra zetje om gezond de fiets te pakken in plaats van de auto. Veilige speel- en hangplekken voor kinderen en jongeren zorgen ervoor dat deze doelgroep misschien minder binnen achter een scherm zit; deze plekken geven lucht in bebouwde omgeving en kunnen zodanig worden ingericht dat ze bijvoorbeeld ook bruikbaar zijn als tijdelijke waterbergingslocatie bij extreme regenbuien. We streven naar een leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag. De omgevingswet speelt hierin een belangrijke rol en biedt hiervoor vele kansen. We werken daarom nauw samen met het fysieke domein. 6 We zorgen dat de fysieke ruimte uitnodigend is voor ontmoeten en bewegen. En dat er ook in de openbare ruimte voldoende mogelijkheid voor spontane ontmoeting en ontspanning is.
Zoals bijvoorbeeld door plekken voor sport, wandelen, fietsen, hangplekken en ontmoetingsplekken in en rondom speeltuinen. 1.3.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 3 Om het ontwikkeldoel te behalen zijn de volgende fasen omschreven: Fase 1: We inventariseren welke ontwikkelingen vanuit de omgevingswet raakvlakken hebben met gezondheid. Fase 2: We verbinden thema’s vanuit de omgevingswet en het fysiek domein met het gezondheidsbeleid. Fase 3: We participeren bij concrete projecten uit het fysiek domein in samenspraak met inwoners en partners. Fase 4: We monitoren en evalueren de resultaten. 1.4 Grip op de financiën door een gezonde leefstijl Door in te zetten op een gezonde leefstijl draaien we aan de knoppen van grip op financiën. Hieronder beschrijven we aan welke knoppen we draaien in welke fase. Grip op de financiën met ontwikkeldoel 1: inwoners met lage sociaal economische positie gezonder leven
Fase
Interventies
1
Verkennen van de lokale problematiek Met partners afspraken maken over doelen en resultaten Bepalen van interventies met professionals, vrijwilligersorganisaties
2
3
Knoppen voor grip Preventie Algemene voorziening X X
X
X
X
Regie voering
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking X
Versobering
X
X
X
6 https://www.gezondeleefomgeving.nl/aandeslag/waarom-gezondheid.
12 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Grip op de financiën met ontwikkeldoel 2: Gezond opgroeien Fase 1
2
3
Interventies Bewustwording verbeteren t.a.v JOGG aanpak Verbinden van nieuwe partners en rolmodellen Verbeterde samenwerking Uitbreiden en versterken aanbod
Knoppen voor grip Preventie Algemene voorziening X
Regie voering X
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking X
X
X
X
X
X
X
Versobering
X
Grip op de financiën met ontwikkeldoel 3: Gezonde leefomgeving
Fase 1
2
Interventies Thema’s vanuit de omgevingswet en het fysiek domein met het gezondheidsbeleid verbinden. Aanhaken bij concrete projecten fysiek domein.
Knoppen voor grip Preventie Algemene voorziening X
Regie voering X
X
X
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking X
Versobering
X
13 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
2. Sociale kracht Hoofddoel Het hoofddoel van het thema Sociale kracht is dat iedereen kan meedoen in de samenleving. We kijken naar elkaar om en zorgen goed voor elkaar. We stimuleren vrijwilligers en mantelzorgers die zich inzetten voor andere inwoners en er zijn talloze initiatieven die onze inwoners hierbij ondersteunen. Sociale kracht van inwoners houdt in dat inwoners zelfredzaam zijn, mee kunnen doen aan de maatschappij en een goede mentale, fysieke en sociale gezondheid hebben. We zetten in op welzijn, vrijwilligers en mantelzorg. Een goed welzijnsaanbod draagt namelijk bij aan het welzijn en sociale kracht van onze inwoners. Er zijn drie organisaties actief op het gebied van welzijns- en jongerenwerk. Zij organiseren welzijnsactiviteiten voor jong en oud waar onze inwoners gebruik van kunnen maken. Het welzijnswerk is echter wel versnipperd. Welzijn West Betuwe ondersteunt vrijwilligersorganisaties en zijn ook actief op het gebied van mantelzorg. Vrijwilligerswerk en mantelzorg dragen bij aan de sociale kracht van West Betuwe. Vrijwilligerswerk is werk dat in georganiseerd verband, onbetaald en onverplicht wordt verricht. Mantelzorg is onbetaalde, langdurige en vaak intensieve zorg voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende in de naaste omgeving. In de kernen zijn vele vrijwilligers actief.
Ongeveer 30-41% van de inwoners is als vrijwilliger actief en verschilt dit per kern. Dat is een hoog aandeel. Er is dan ook een groot aantal vrijwilligersorganisaties actief in de kernen. In onderstaande grafiek is dit te lezen.
Aantal vrijwilligersorganisaties per kern 120
105
Aantal
100 80
56
60
42 39
40 20
12
42 24
16 17 3
11
7
29
24 22 10
7
17
8
16 17 18
25 29 10
34 1
Acquoy Asperen Beesd Buurmalsen Deil Enspijk Est Geldermalsen Gellicum Haaften Heeselt Hellouw Herwijnen Heukelum Meteren Neerijnen Ophemert Opijnen Rhenoy Rumpt Spijk Tricht Tuil Varik Vuren Waardenburg Zennewijnen
0
Kernen Grafiek 1: aantal vrijwilligersorganisaties per kern Om het hoofddoel te bereiken werken we aan de volgende ontwikkeldoelen: 1. 2. 3.
Een efficiënt en effectief welzijnsaanbod, we gaan versnippering tegen. Stimuleren van vrijwilligers en zorgen zij zich gewaardeerd voelen. Jonge mantelzorgers in beeld brengen en bieden van respijtzorg.
2.1 Ontwikkeldoel 1: Efficiënt en effectief welzijnsaanbod zonder versnippering Wij staan voor het in stand houden én verbeteren en van de kwaliteit van leven van onze inwoners. Zowel in fysiek, mentaal als sociaal opzicht. Welzijn is een breed begrip en is terug te vinden in diverse facetten van het sociaal domein. Welzijn is van belang voor de veerkracht en welbevinden van onze inwoners. Om elkaar te ontmoeten en eenzaamheid te verminderen, elkaar te ondersteunen waar nodig is. Welzijn is ook van belang ook om te zorgen dat we mentaal weerbaarder zijn, als het niet zo goed gaat. Bijvoorbeeld tijdens de Corona pandemie.
14 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
Tijdens de gemeentelijke herindeling van West Betuwe zijn alleen de bestaande opdrachten van de voormalige gemeenten aan de uitvoerende instellingen tot een opdracht samengebracht. Harmonisatie heeft tot nu toe plaatsgevonden op het overkoepelende sociaal domein. De volgende stap is het opstellen van een kerngericht en samenhangende visie op het welzijnsbeleid, dat recht doet aan de vraag uit de samenleving en de basis vormt voor een stevige opdrachtgeversrol richting de uitvoerende instellingen. Er ligt een opdracht vanuit het bestuursakkoord om tot een overzichtelijk, efficiënt en toegankelijk welzijnsaanbod te komen en versnippering tegen te gaan. Het aanbod is nu over verschillende instellingen verdeeld en dat schept verwarring, bij inwoners maar ook bij gebiedsmakelaars. Deels bieden twee instellingen een vergelijkbaar aanbod, namelijk buurtwerk en sociale zorg. We streven naar een overzichtelijk aanbod van welzijnsactiviteiten in alle kernen, dat aansluit op de behoeften van de inwoners en vrijwilligersorganisaties. Welzijn West Betuwe ondersteunt de vrijwilligersorganisaties. 2.1.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 1 Om versnippering van het welzijnsaanbod tegen te gaan, brengen we eerst goed in kaart welke instellingen en professionals taken uit voeren op het gebied van welzijn. De bezuinigingsopdracht op buurtwerk voeren we uit.
Zijn er dubbelingen, zijn er witte vlekken? Vervolgens formuleren we een visie op welzijn formuleren die recht doet aan de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en vraag van onze inwoners. Deze visie moet ook passen bij de identiteit van de gemeente West Betuwe. We gaan dit bespreken met onze welzijns- en jongerenorganisaties, maar ook met andere professionals die in de 1 e lijn werken. Zoals sportcoaches, gezondheidsmakelaars en opvoedcoaches. Hun taken en werkzaamheden moeten worden afgestemd met de gebiedsmakelaars en team sociaal. Hieronder beschrijven we welke activiteiten we per fase uitvoeren. Fase 1: We analyseren welzijnsactiviteiten en organisaties. We maken een opdrachtformulering om versnippering van het welzijnsaanbod tegen te gaan en formuleren een visie op welzijn. We maken het bestaande aanbod inzichtelijk voor de inwoners, door middel van een sociale kaart. Zie hiervoor ook de andere thema’s in de uitvoeringsagenda. Fase 2: We laten de opdracht aan de welzijnsorganisaties aansluiten op de behoefte van inwoners als het gaat om het welzijnsaanbod en ondersteuning van vrijwilligersorganisaties. Deze behoeften gaan we eerst inventariseren. De vraag van onze inwoners moet aansluiten bij de activiteiten die we aanbieden. De behoefte aan ondersteuning van vrijwilligersorganisaties verschilt per kern.
De ene kern vraagt ondersteuning bij activiteiten terwijl andere kernen meer ondersteuning vragen op bestuursniveau. We gaan de kracht van de samenleving beter benutten en laten het welzijnsaanbod daarop aansluiten. Er worden allerlei initiatieven georganiseerd in de kernen. Er zit veel talent en potentieel bij inwoners die we nog onvoldoende weten te vinden en aanboren. De sociaal werkers en buurtwerkers van onze welzijnsorganisaties zijn goed thuis in de kernen en kunnen hier, samen met gebiedsmakelaars, een positieve rol vervullen. We dagen Dorpshuizen, kerken en het verenigingsleven uit om activiteiten slimmer, goedkoper en beter te organiseren waar dat kan. We denken hier aan lichte vormen van ondersteuning en hulp. Fase 3: We gaan opdrachten uitwerken om tot een overzichtelijk welzijnsaanbod te komen en versnippering tegen te gaan, inclusief een visie op het welzijn in de gemeente West Betuwe. Fase 4: We bieden een kwalitatief goed en efficiënt welzijnsaanbod aan. 2.2 Ontwikkeldoel 2: Stimuleren van vrijwilligers en zorgen dat ze zich gewaardeerd voelen Vrijwilligerswerk en organisaties leveren een grote bijdrage aan het welzijn van de inwoners van de gemeente West Betuwe. We willen zodanige voorwaarden scheppen dat vrijwilligers zich ondersteund en gewaardeerd voelen.
Potentiële vrijwilligers willen we verleiden om voor korte of langere tijd actief te zijn als vrijwilliger.
15 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
In de kernen zijn veel vrijwilligers actief, ongeveer 30% tot 41%. Dat is een hoog aandeel. Dit grote aandeel vrijwilligers volgt uit het groot aantal vrijwilligersorganisaties dat actief is in de kernen. De gemeente West Betuwe heeft een bruisend verenigingsleven. Het wordt echter steeds lastiger om vrijwilligers te vinden en voor een bepaalde tijd te binden aan een vereniging of andere instelling. Uit onderzoek van Wageningen Universiteit blijkt dat om jongeren te binden aan vrijwilligerswerk, een andere benadering nodig is en activiteiten bij jongeren moeten aansluiten. Voor bepaalde functies, zoals bestuursfuncties, is het lastig om vrijwilligers te vinden. Verder vragen bepaalde vrijwilligers ook extra expertise, zoals gecertificeerde vrijwilligers bij sportverenigingen. Verder hebben sommige vrijwilligers een ‘rugzakje’ en vraagt dit begeleiding vanuit de vereniging of organisatie. Per kern en vrijwilligersorganisatie zitten er soms grote verschillen in het aantal vrijwilligers. We merken een grotere vraag naar vrijwilligers, met een goede ondersteuning bij vrijwilligersorganisaties. Het stimuleren, ondersteunen en waarderen is een gemeentelijke taak die Welzijn West Betuwe voor een groot gedeelte uitvoert.
We onderzoeken op welke wijze vrijwilligersactiviteiten of deskundigheidsbevordering in een kern opgepakt en ondersteund kunnen worden en welke taken we moeten beleggen bij Welzijn West Betuwe. De komende periode geven we het vrijwilligersbeleid opnieuw vorm. Naast de ‘reguliere’ vrijwilligersorganisaties zijn er ook diverse burgerinitiatieven de afgelopen jaren ontstaan. Zij worden op diverse manieren ondersteund en begeleid. Ook zij draaien op vrijwilligers en de vrijwillige inzet van inwoners. Het bevorderen van samenwerking en afstemming tussen organisaties en initiatieven vraag extra aandacht. Het vrijwilligersbeleid is nu gefragmenteerd benoemd in verschillende beleidsdocumenten, waaronder het subsidiebeleid en de kadernota dorpshuizen. Het vrijwilligersbeleid wordt nu geborgd via een vrijwilligersprogramma. Het zal inhoudelijk aandacht krijgen in een aparte Informatienota over het vrijwilligersbeleid aan de gemeenteraad.
2.2.2 Tussenfasen ontwikkeldoel 2 Fase 1: We maken een analyse van trends en ontwikkelingen We maken een analyse van vrijwilligersorganisaties en vrijwilligers (functies) en doelgroepen Fase 2: We stellen een vrijwilligersprogramma op Fase 3: We voeren het vrijwilligersprogramma uit en ondersteunen en waarderen vrijwilligers We boren nieuwe doelgroepen vrijwilligers aan Fase 4: We monitoren en evalueren het vrijwilligersprogramma 2.3 Ontwikkeldoel 3: in beeld brengen van jonge mantelzorgers en bieden van respijtzorg Uit de gezondheidsmonitor Jeugd GGD Gelderland- Zuid 2019 blijkt dat 10% van de ondervraagde jongeren mantelzorger is. Bij Welzijn West Betuwe is een handjevol jonge mantelzorgers bekend. Zowel jonge mantelzorgers zelf als professionals zijn niet bekend met het begrip ‘jonge mantelzorger’. Om ervoor te zorgen dat mantelzorgers duurzaam betrokken kunnen blijven bij de hulp en zorg faciliteert de gemeente West Betuwe mantelzorgers waar mogelijk. Jonge mantelzorgers krijgen hierbij onze bijzondere aandacht, omdat bekend is dat deze groep vaak ongezien blijft en een groot risico heeft op mentale overbelasting. We willen voorkomen dat jonge mantelzorgers overbelast raken, een vertraagde leerontwikkeling oplopen, afglijden naar een lager schoolniveau of uitvallen op school.
In de Week van de Mantelzorg zijn bewustwordingsactiviteiten georganiseerd om ‘jonge mantelzorgers’ onder de aandacht te brengen van zowel professionals als scholieren. Voor professionals binnen het onderwijs, team sociaal, JGZ (Jeugdgezondheidszorg) is een theater voorstelling georganiseerd, zodat zij bewust worden gemaakt wie een jonge mantelzorgers is en hoe zij deze doelgroep kunnen signaleren. In deze week is er aan scholieren een voorlichting gegeven over het thema jonge mantelzorger. Mantelzorgers zien zichzelf vaak niet
16 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
als mantelzorger, bewustwording daarvan is nodig om tijdig de juiste ondersteuning in te zetten. Beide activiteiten hebben tot weinig concrete resultaten geleid. We vermoeden dat dit komt doordat er nog te weinig bewustwording is. We brengen jonge mantelzorgers in beeld, zodat we van jonge mantelzorgers zelf horen wat zij nodig hebben om goed voor zichzelf te zorgen en voor hun omgeving. We organiseren een leuke actie voor jonge mantelzorgers , bijvoorbeeld een bon of een dagje uit zodat we deze doelgroep in beeld krijgen. Het aanbod aan respijtzorg is afgestemd op de vraag van mantelzorgers en bekend onder deze doelgroep en zorgverleners. Respijtzorg biedt de mogelijkheid om de mantelzorgers de zorg van hun zorgvrager even over te nemen. Zodat de zorggever even de tijd en rust heeft. In een werkgroep die bestaat uit consulent mantelzorg Welzijn West Betuwe, dementieconsulent, ID-consulenten Team sociaal en een beleidsmedewerker is het aanbod aan respijtzorg in kaart gebracht. Het aanbod van respijtzorg is bij consulenten bekend, maar nog te weinig bij mantelzorgers en zorgverleners die werkzaam zijn bij thuiszorgorganisatie (m.u.v. wijkverpleegkundigen). 2.3.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 3 Om het ontwikkeldoel te behalen wordt er een onderscheid gemaakt in de tussenfasen voor het in beeld brengen van jonge mantelzorgers en het in beeld brengen van respijtzorg.
Om jonge mantelzorgers in beeld te brengen ondernemen we de volgende activiteiten per fase: Fase 1: We zetten een actie op voor jonge mantelzorgers waarbij we gebruik maken van goede voorbeelden uit het land en advies van Mantelzorg.nl. Fase 2: We nemen contact met de geregistreerde jonge mantelzorgers om kennis te maken, uitleg te geven wat een mantelzorgconsulent kan betekenen en in beeld te brengen wat deze doelgroep nodig heeft. Fase 3: We maken een plan aanpak maken waarin duidelijk wordt welke aanpak / activiteiten gewenst zijn. Fase 4: Bij interesse van jonge mantelzorgers ontwikkelen we mogelijk een aanbod van ontspannende activiteiten en/of workshops. In een werkgroep bespreken we op welke wijze we respijtzorg in kunnen zetten. In de werkgroep werken we samen met Team sociaal een andere professionals. We voeren per fase de volgende activiteiten uit: Fase 1: We zetten via Ervaringswijzers vragen uit over respijtzorg onder mantelzorgers. We zorgen dat we inzicht krijgen op welke wijze respijtzorg ingezet kan worden en maken gebruik van ervaringen van de pilots respijtzorg uit andere gemeenten. We maken een communicatieplan om respijtzorg onder de aandacht te brengen van mantelzorgers en zorgverleners. We presenteren we het respijtzorgaanbod bij infomarkten in de regio.
Fase 2: Na inventarisatie kijken we of er behoefte is aan extra plaatsen voor respijtzorg. Fase 3: Afhankelijk van de uitkomst van fasen 1 en 2 maken we een plan van aanpak. Fase 4: Afhankelijk van de uitkomst van de eerderen fasen en de beschikbare financiën ontwikkelen we een extra aanbod van respijtzorg.
17 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
2.4 Grip op de financiën met sociale kracht Door in te zetten op sociale kracht draaien we aan de knoppen van grip op financiën. Hieronder beschrijven we aan welke knoppen we draaien in welke fase. Grip op de financiën met ontwikkeldoel 1: Efficiënt en effectief welzijnsaanbod zonder versnippering Knoppen voor grip Fase
Interventies
1
Versnippering van buurt of sociaal werk van welzijn en jongerenwerk tegengaan. Bestaande aanbod inzichtelijk maken, door sociale kaart, waardoor het beter benut wordt. Opdracht aan welzijnsorganisaties aansluiten op behoefte van inwoners en vrijwilligersorganisaties. Kracht samenleving beter benutten en het welzijnsaanbod daarop aansluiten. Inspelen op nieuwe ontwikkelingen, zoals mentale weerbaarheid en veerkracht versterken Dorpshuizen, kerken en verenigingen uitdagen activiteiten slimmer en goedkoper organiseren Opdracht welzijnsaanbod en versnippering tegengaan Een kwalitatief goed en efficiënt welzijnsaanbod
2
3
4
Preventie
Algemene voorziening
Regie voering
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking
X
Versobering
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Grip op de financiën met ontwikkeldoel 2: vrijwilligers stimuleren en zorgen dat ze zich gewaardeerd voelen Knoppen voor grip Fase
Interventies
Preventie
Algemene voorziening
1
Analyse vrijwilligersorganisaties, doelgroepen en trends en ontwikkelingen vrijwilligerswerk Opstellen vrijwilligersprogramma Nieuwe doelgroepen vrijwilligers aanboren
X
x
X
X
X
X
2 3
Regie voering
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking
Versobering
18 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
3
Waarderen en ondersteunen vrijwilligers
x
x
x
Grip op de financiën met ontwikkeldoel 3: in beeld brengen van jonge mantelzorgers en bieden van respijtzorg Knoppen voor grip Fase 1 2
3 4
Interventies
Preventie
Actie voor jonge mantelzorgers Kennismaken met geregistreerde mantelzorgers Plan van aanpak ontwikkelen Activiteiten/ workshops organiseren
x
Algemene voorziening
Regie voering
Inkoop
Bedrijfsvoering
Samenwerking
Versobering
x
x
x X
x X
x
19 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
3. Ontmoetingsplekken en mobiliteit Hoofddoel We streven naar een sterke samenleving door ontmoetingsplaatsen in de kernen te stimuleren. Dorpshuizen als ontmoetingsfunctie dragen bij aan sociale cohesie en goede leefbaarheid. De dorpshuizen zijn in veel kernen een belangrijke spin in het web. Daarnaast hebben we nog vele andere ontmoetingsplekken, bij sporten cultuuraccommodaties, in kerken. Dit zijn de locaties waar inwoners samen komen. Om bij te kunnen dragen aan de sociale cohesie is het belangrijk dat de dorpshuizen en andere ontmoetingsplekken voor alle inwoners, ook de inwoners die in het buitengebied wonen of minder mobiel zijn, goed toegankelijk zijn. Vandaar dat wij ook inzetten op het vergroten van de mobiliteit van inwoners, zodat we een inclusieve gemeente zijn waarin iedereen mee kan doen. Om dit hoofddoel te bereiken zetten we in op twee ontwikkeldoelen. 1. 2.
Ontmoetingsplekken die bijdragen aan sociale samenhang en leefbaarheid en het uitbreiden van het aantal activiteiten Het vergroten van de mobiliteit.
3.1 Ontwikkeldoel 1: Ontmoetingsplekken die bijdragen aan sociale samenhang en leefbaarheid en het uitbreiden van het aantal activiteiten We willen dorpshuizen een grotere rol laten spelen als ontmoetingsplek voor nieuwe en bestaande contacten die bijdragen aan sociale samenhang en leefbaarheid. Per kern verschilt de behoefte aan activiteiten rondom ontspannen en ontmoeten. Er zijn ook andere locaties waar ontmoetingsplekken gerealiseerd kunnen worden. Te denken valt aan sportaccommodaties, culturele instellingen en kerken. Nog niet overal komt de behoefte en het activiteiten aanbod overeen met elkaar. Zo hebben jongeren heeft bijvoorbeeld een grote behoefte aan een structurele ontmoetingsplek waar ze activiteiten kunnen ondernemen, zowel binnen als buiten.
In onze gemeente wordt al veel gedaan op het gebied van dorpshuizen In december 2020 is de kadernota Dorpshuizen en Multifunctionele Centra (MFC) vastgesteld. In deze nota zijn de beleidsdoelen voor de korte termijn vastgelegd en zijn de geldstromen van de gemeente naar de dorpshuizen en MFC’s geharmoniseerd. Voor de lange termijn is een toekomst-agenda opgesteld die onder andere ziet op de doelen uit nota Bouwen aan Sociale Kracht. In het eerste halfjaar van 2021 bespreken we de toekomstagenda met alle dorpshuizen en MFC’s afzonderlijk. We bespreken hoe we dorpshuizen toekomstbestendiger kunnen maken en stimuleren dorpshuizen tot een meer ondernemende of netwerkende organisatie. Ontmoeting draagt ook bij om eenzaamheid tegen te gaan. Eenzaamheid is niet alleen iets van ouderen. In de leeftijdsgroep 19-35 jaar komt eenzaamheid relatief veel voor volgens de GGD. Ook willen we het aantal activiteiten van dorpshuizen uitbreiden naar een niveau dat passend is bij de schaal van de kern. We zetten in op de kracht van de samenleving, door middel van kerngericht werken. Invloed van Corona Veel instellingen en ontmoetingsplekken hebben al geruime tijd last van de coronacrisis. Inkomsten vallen grotendeels weg waardoor exploitaties zwaar onder druk staan. Door diverse regelingen te benutten, maar ook door in te teren op reserves kunnen zij het hoofd boven water houden.
Veel dorpshuizen staan nu ook in de overlevingsmodus.
20 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
3.1.1 Tussenfasen ontwikkeldoel 1 We zetten vooral in op de dorpshuizen, omdat we daar het meeste effect en resultaat verwachten voor ontmoetingsplekken. Voor de dorpshuizen zijn twee fasen beschreven: Fase 1: In de eerste fase lopen er drie ontwikkelingen parallel. Het gaat hierbij om de Kernagenda’s, de Tafel van zeven gesprekken en de Innovatiekans dagbesteding.
Parallelle fase 1: Kernagenda’s Per kern worden kernagenda's opgesteld. Dit traject wordt hier benoemd omdat in verschillende ingezette trajecten in kernen al een link is met dorpshuizen. De grotere punten uit de kernagenda’s worden in 2021/2022 vertaald in uitvoeringsagenda’s. Inwoners vervullen hierin een centrale rol, procesmatig ondersteunt door de gebiedsmakelaars. Er wordt gewerkt aan een thematische dorpendeal, die mede door de provincie gefinancierd wordt. Daarnaast kent de gemeente West Betuwe een bestemmingsreserve voor de uitvoering van punten uit de kernagenda’s. Met het budget stimuleren we (grotere) initiatieven en projecten die de kwaliteit van wonen en leven in onze gemeente versterken. In 20 kernen is het proces voor een kernagenda gestart, in 3 gevallen is al nadrukkelijk aandacht voor aspecten die van belang zijn voor deze uitvoeringsagenda. Het gaat hier om informele zorg, dus vrijwillige zorg van inwoners voor elkaar zonder dat inzet van professionele instellingen. In de te voeren toekomstgesprekken worden alle dorpshuizen uitgenodigd/uitgedaagd activiteiten te ontplooien.
Parallelle fase 1: Tafel van Zeven Tegelijkertijd loopt er naast de fase van de kern-agenda’s ook parellel de Tafel van Zeven gesprekken. In het eerste halfjaar van 2021 voeren we de Tafel van Zeven gesprekken. Voor deze uitvoeringsnota zijn twee agendapunten van belang: 1. Uitvoering van sociaal beleid uit de nota Bouwen aan Sociale Kracht. We bespreken waar de dorpshuizen een (nog grotere) rol kunnen spelen inzake sociale cohesie, ontmoeting en collectieve voorzieningen. 2. Voorzieningenniveau in de kern: Welke voorzieningen ontwikkelen zich, staan onder druk en verdwijnen mogelijk? Welke rol kunnen dorpshuizen en MFC’s hierbij spelen? In deze gesprekken gaan we ook na welke ontwikkeling nodig is om tot netwerkende en ondernemende dorpshuizen te komen. We gebruiken hiervoor vier typen als volgt globaal nader te onderscheiden dorpshuizen: a. verhuurder van ruimten voor verenigingen en maatschappelijke organisaties, b. dorpshuis plus; naast verhuur ook activiteiten onder verantwoordelijkheid van het bestuur, c. het netwerkend dorpshuis; zoekt actief de samenwerking met anderen en d. het ondernemende dorpshuis; werkt als een sociale onderneming samen met anderen netwerkpartners en inwoners.
Parallelle fase 1: Innovatiekans dagbesteding in dorpshuizen Tevens zijn er kansen om lichte vormen van dagbesteding naar dorpshuizen te halen. Doel van deze voorziening is het versterken van de zelfredzaamheid en het functioneren binnen een groep. Het dagprogramma draagt bij aan het verminderen van een eventueel sociaal isolement. In de gemeente West Betuwe hebben we 114 unieke cliënten (peildatum 03-08-2020) met een Wmo indicatie voor lichte dagbesteding. Bij deze doelgroep is geen sprake van complexe aandoeningen, waardoor de aanwezigheid van professionele ondersteuning minimaal kan zijn. Lichte dagbesteding organiseren in de dorpshuizen heeft een aantal positieve neveneffecten. Zo komt het de exploitatie van het dorpshuis ten goede, biedt het aanbod in de leefomgeving van de inwoner en resulteert het in minder vervoerskosten voor de gemeente, wat kostenbesparend werkt. Aan dagbesteding kunnen we ook andere activiteiten koppelen zoals een open eettafel. Wellicht is het ook mogelijk om
21 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
verschillende doelgroepen te mixen. In de dagbesteding kunnen we gezamenlijke activiteit(en) organiseren voor kinderen uit het basisonderwijs uit de kern en de deelnemers van de dagbesteding. De dorpshuizen in Heukelum en Asperen hebben al ervaring met dagbesteding, datzelfde geldt voor een aantal MFC’s (Multifunctionele Centra) in Beesd, Geldermalsen en Ophemert. In de eerste helft van 2021 gaan we na in welke dorpshuizen deze vorm ook ingezet kan worden. Hiervoor is van belang dat we zicht krijgen op financieringsstromen en behoeften c.q. samenwerking met zorginstellingen met betrekking tot deze voorziening. Organiseren van een lichte dagbesteding in een dorpshuis biedt hen de mogelijkheid om de bezetting de daarmee de exploitatie te verbeteren. Vanuit de gemeente zijn er verschillende mogelijkheden om dit te faciliteren. Dit kan zijn in de vorm van een financiële bijdrage via inzet van een deel van het Wmo budget dat beschikbaar is voor begeleiding of dagbesteding. Immers betalen we anders professionele zorgaanbieders voor de organisatie van de lichte dagbesteding. Anderzijds kan de gemeente West Betuwe via de regionale zorginkoop Wmo /Jeugd lichte dagbesteding faciliteren. Zorgaanbieders geven aan dat in de huidige overeenkomsten geen prikkel voor hen bevat om af te schalen naar collectieve voorzieningen.
Door deze prikkel wel in te bouwen wordt eerder afgeschaald en gebruik gemaakt van de dorpshuizen. Omdat deze vorm van dagbesteding nieuw wordt in onze gemeente vraagt dit wel om een goed proces en gefaseerd implementeren bij de dorpshuizen. Dorpshuisbestuurders hebben tijdens de meedenksessie op 10 februari laten zien dat zij nieuwsgierig en gemotiveerd zijn om tot een verbreding van zorg- en welzijnsfuncties te komen. Onderling contact en contact met de gemeente is belangrijk om door middel van kruisbestuiving verder te komen. Het resultaat van fase 1 is inzicht in de activiteiten die in de dorpshuizen aangeboden worden en de kansen die er zijn om dit uit te breiden. Hierbij wordt speciaal gelet op de verschillende welzijnsfuncties: De ontmoetingsfunctie. Activiteiten voor jongeren, kinderopvang en dergelijke Activiteiten voor vrijwilligers en mantelzorgers Zinvolle dagbesteding ook, en speciaal voor kwetsbare inwoners. Voorlichting, cursussen en workshops, en Culturele- en podiumkunsten. Innovatiekansen op het gebied van zorg in dorpshuizen Na afronding van de eerste fase maken we de balans en werken we aan de tweede fase. Fase 2: Ook in de tweede fase lopen twee ontwikkelingen parallel. Allereerst wordt ingezet op de subsidieregeling Vitale dorpshuizen en tegelijkertijd wordt gewerkt aan meer algemene voorzieningen in de dorpshuizen.
Parallelle fase 2: Subsidieregeling Vitale dorpshuizen. In het tweede halfjaar van 2021 richten we ons op de afspraken die wij met dorpshuizen kunnen maken om tot een (zo nodige en gewenste) uitbreiding te komen van het aanbod aan activiteiten. Deze afspraken maken we in het kader van de subsidieregeling Vitale dorpshuizen. Uit deze regeling kunnen we dorpshuizen tot maximaal € 3500,- per jaar ondersteunen. Deze regeling wordt per 1 januari 2022 geëffectueerd. Daarnaast doen de dorpshuizen al vaak een beroep op leefbaarheidsbudgetten.
Parallelle fase 2: Algemene voorzieningen als basis voor een sterke samenleving. Daarnaast zetten we in de tweede fase in op meer algemene voorzieningen. Meer algemene voorzieningen zijn de basis voor een sterke samenleving. Het vergroot de leefbaarheid en sociale cohesie en vermindert duurdere zorg. Voor dorpshuizen liggen er mogelijkheden om buurtontmoetingsplekken en eettafels voor doelgroepen verder te ondersteunen in dorpen waar deze al voorkomen. Daarbij kunnen dorpshuizen stimuleren dat in elke kern een dergelijke
22 | UITVOERINGSAGENDA BOUWEN AAN SOCIALE KRACHT
ontmoetingsmogelijkheid, minstens eenmaal per week, geboden wordt. De link met mobiliteit maken we door te kijken in hoeverre de dorpshuizen bereikbaar en toegankelijk zijn voor alle inwoners. Fase 3: We delen de kennis en best practices met elkaar en breiden de goede voorbeelden uit naar de andere kernen en dorpshuizen Fase 4: We evalueren de uitbreiding van de activiteiten met onze inwoners 3.2 Ontwikkeldoel 2: Vergroten mobiliteit Voor dit ontwikkeldoel zetten we in op: een sterke inclusieve samenleving bereiken door goede toegankelijke en bereikbare activiteiten, wegen en voorzieningen in de verschillende kernen, zodat onze inwoners mee kunnen doen. Mobiliteitsvisie Om het ontwikkeldoel mobiliteit te bereiken sluiten we aan bij de mobiliteitsvisie waar team verkeer momenteel aan werkt. De mobiliteitsvisie heeft tot doel een richtinggevende visie tot 2030 te leveren op verschillende thema’s binnen verkeer & vervoer in de gemeente West Betuwe. In de mobiliteitsvisie staat welzijn hoog in het vaandel. Door welzijn te prioriteren, benadrukken we dat mobiliteit een belangrijke voorwaarde is om actief deel te nemen aan de samenleving. Het geeft inwoners de mogelijkheid deel te nemen aan de samenleving en draagt bij aan hun welzijn. Het is hiervoor belangrijk dat iedereen onderweg kan gaan, ook wanneer iemand niet zelf beschikt over eigen vervoer.
In onze gemeente wordt al veel gedaan op het gebied van mobiliteit. Zo zijn er afspraken met Versis voor het leerlingenvervoer, Wmo-vervoer en iedereen binnen onze gemeente kan gebruik maken van Versis als er geen of onvoldoende alternatief OV-vervoer beschikbaar is. Verder rijdt er een buurtbus die bestuurd wordt door vrijwilligers. De gemeente subsidieert de buurtbus ter ondersteuning van de vrijwilligers. Deze vormen van vervoer worden nog veelal door de overheid georganiseerd en bekostigd. Tegelijkertijd zien we ook dat er een beperkt openbaar vervoer aanbod is en veel inwoners afhankelijk zijn van de auto. Ook zien we dat kleinschalige voorzieningen onder druk staan. We willen inzetten op het behouden van het huidige voorzieningenniveau en onderzoeken waar eventuele uitbreiding mogelijk is. We zetten in op inclusiviteit, met een extra focus op senioren en mensen met een beperking. Het is belangrijk dat voorzieningen voor iedereen goed bereikbaar zijn, zodat onze inwoners mee kunnen doen in de maatschappij. Het vergroten van de mobiliteit onder inwoners zal hieraan bijdragen en voorkomt dat inwoners uitgesloten worden van ‘normale’ activiteiten. Mobiliteit bestaat uit verschillende onderdelen en is meer dan enkel vervoer.
Het heeft bijvoorbeeld ook met de inrichting van voetpaden voor mensen met een rolstoel te maken en met reclameborden op voetpaden waar mensen met een visuele beperking niet bij zijn gebaat. In deze uitvoeringsagenda focussen we echter enkel op mobiliteitsvoorzieningen rondom vervoer. We sluiten aan bij de mobiliteitsvisie, zoals het OV-vangnet (HaltetaxiRRReis), ontwikkeling van mobilteitshubs. We onderzoeken welke behoeftes er zijn om de hulp aan elkaar makkelijker te maken en welke alternatieven voor de auto op den duur een plek kunnen krijgen in het dorp. Door dit te koppelen aan buurt- en dorpshuizen wordt hier een sociaal component aan verbonden. Verder zetten we in op Versisvervoer en de financiële beheersbaarheid hiervan. We zetten verder in op het beter bekend maken van vrijwilligersinitiatieven en eventuele uitbreiding hiervan, ook met het oogpunt op financiële beheersbaarheid en inclusiviteit, denk hierbij aan de boodschappenbus. Ook kijken we naar de mogelijkheden rondom de ‘deelauto’ en Automaatje van de ANWB. Ook is in de gemeente West Betuwe het servicepunt Automobiel actief. Dat is een vraag- en aanbod-platform waar mensen met een auto zich kunnen aanbieden om iemand tegen een kostenvergoeding naar bijvoorbeeld een afspraak in het ziekenhuis te rijden. We kijken naar de mogelijkheden om deze voorbeelden uit te breiden.