D17-jaarverslag-2021-Lek-en-Linge.pdf
Tekst van het document
2024
-
-
-
-
-
-
-
-
6.648
6.179
6.278
6.185
6.423
5.976
5.875
5.443
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
509
362
254
350
350
350
350
350
-
-
-
-
-
-
-
-
12.349
14.574
14.947
14.152
10.284
8.642
6.749
5.191
TOTAAL ACTIVA
19.506
21.115
21.479
20.687
17.057
14.968
12.974
10.984
PASSIVA x € 1.000 Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden TOTAAL PASSIVA
2018 10.310 3.680 1.512 4.004 19.506
2019 11.142 4.759 1.438 3.776 21.115
2020 10.511 5.758 1.213 3.997 21.479
2021 9.494 5.958 1.141 4.094 20.687
2022 8.434 3.458 1.070 4.095 17.057
2023 6.565 3.308 999 4.096 14.968
2024 4.791 3.158 928 4.097 12.974
2025 3.021 3.008 857 4.098 10.984
Ontwikkeling solvabiliteit signaleringsgrens: < 30%
2018 72%
2019 75%
2020 76%
2021 75%
2022 70%
2023 66%
2024 61%
2025 55%
Normatief eigen vermogen normatief EV EV Te hoog EV
2018
2019 8.359 11.142 -2.783
2020 8.509 10.511 -2.002
2021-B 8.476 9.494 -1.018
2022 8.593 8.434 159
2023 8.499 6.565 1.934
2024 8.456 4.791 3.665
2025 8.494 3.021 5.473
(bron: Begroting 2022)
De ontwikkeling van bovenstaande kengetallen laat zien dat de financiële positie van Lek en Linge de komende jaren gezond blijft. 8.6.2
Risico-inventarisatie
Interne risicobeheersing- en control
Het kader voor het interne risicobeheersings- en controlesysteem wordt gevormd door het “in control framework”. In 2017 is toetsing uitgevoerd op alle aspecten van het normenkader. Dit houdt in dat is vastgesteld of de intern geldende procedures zijn nageleefd en wat de kwaliteit van de uitvoering is. Het uiteindelijke doel is om (als directeur-bestuurder) een “in control statement” te kunnen afgeven. De getoetste onderdelen waarop de kwalificatie “in control” is gegeven, namelijk de jaarrekening, de jaarbegroting en de meerjarenbegroting komen conform de beschreven procedures tot stand. Op de overige onderdelen (administratieve organisatie en interne beheersing, risicobeheersing en tussentijdse cijfers en prognoses einde jaar), waar Lek en Linge overigens boven de kritische grens scoort, zijn optimalisatieambities geformuleerd en deze vormen het uitgangspunt voor de implementatie van verbeteringen. Zo zijn vanaf 2019 forse stappen gezet om tot de invulling te komen van een beleidsrijk meerjarenonderhoudsplan (MOP). Inmiddels is het MOP de planning voor komende groot onderhoudswerkzaamheden en dus volledig opgenomen in de operationele werkzaamheden. Voor wat betreft de optimalisatie van de aansluiting tussen financiën en formatie is gestart met de implementatie van Foleta. De belangrijkste risicogebieden
De belangrijkste vier voorzienbare risicogebieden voor Lek en Linge in de komende vier jaar zijn:
42
2025
Jaarverslag 2021
1. Terugloop van leerlingenaantal met circa 10% de komende 10 jaar (= ca. 350 leerlingen, jaarlijks 35 leerlingen) als gevolg van krimp van de leerlingenmarkt. Daarna zet de krimp op basis van demografische gegevens door. Hiermee samenhangende risico’s: minder inkomsten, kleinere flexibele schil, boventallig personeel als gevolg van niet brede inzetbaarheid (bevoegdheid). 2. Afname eigenaarschap en betrokkenheid van medewerkers. Aandacht voor betere balans werk/privé en werkplezier (te hoge werkdruk). 3. In control zijn en blijven van de organisatie: o uniforme procedures bij vestigingen; o afhankelijkheid van ICT o uitvoeren (duurzame) MOP. 4. Leermiddelen en ICT. Hoe wordt een goede balans gerealiseerd tussen de kwaliteitsverhoging van het onderwijs (als gevolg van de inzet van ICT) vs. de marktpositie en de betaalbaarheid. De investeringen mogen en kunnen niet ten koste gaan van de personele middelen. Inmiddels is besloten dat vanaf komend schooljaar 2022-2023 laptops ingezet gaan worden ter ondersteuning van het onderwijs. De leerlingen kunnen hun eigen laptop meebrengen of er één aanschaffen via een door Lek en Linge geselecteerde partner. Bij aanschaf via de geselecteerde partner krijgt de ouder een korting van € 250. Dit wordt gefinancierd vanuit de NPO-gelden. Daarnaast zijn er altijd allerlei andere op dit moment niet voorzienbare risico’s.
Daarvan is moeilijk aan te geven of ze zich gaan voordoen en welke kosten ermee gepaard gaan. Als voorbeeld kan worden genoemd corona, de wijziging in de bekostigingssystematiek van het onderwijs per 1 januari 2022, imago schade of enorm oplopend ziekteverzuim. Beheersingsmaatregelen
Ad. 1 Beheersingsmaatregelen m.b.t. teruglopend leerlingenaantal op onze school. • Maatregelen om de krimp zo gering mogelijk te laten zijn: o Duurzaam bovengemiddelde kwaliteit van onderwijs en begeleiding resulterend in hoge leeropbrengsten; op basis daarvan: goede naam. o Versterking van aantrekkelijk onderwijsaanbod, mede door in te spelen op ontwikkelingen (vrije schoolleerroute, tweetalig onderwijs, passend onderwijs (traject/trainingsklas), technisch vmbo, etc.). o Aantrekkelijke, goed geoutilleerde en duurzame (energie-neutrale) gebouwen / gezond klimaat / goede voorzieningen / aantrekkelijke activiteiten. o Inspelen op maatschappelijke wensen (meer maatwerk, huiswerk-vrij, meer individuele ondersteuning / wensen, kleinere klassen). o Flankerend: adequate PR-aanpak. • Krimp en Werkgelegenheid: o Handhaven en versterken flexibele schil binnen mogelijkheden CAO. o Loopbaanbeleid, zowel op interne als externe mogelijkheden gericht. Scholing docenten voor tekortvakken. Omscholingstrajecten (brede inzetbaarheid), outplacementtrajecten, etc. o Sociaal statuut opstellen. • Krimp en huisvesting: o Huisvestingsplan door-ontwikkelen op basis van de werkelijke krimp en in gesprek met gemeentes.
JAARVERSLAG 2021
43
Ad. 2 Beheersmaatregelen met betrekking tot het versterken van inspraak, eigenaarschap en betrokkenheid van medewerkers • HRM cyclus uitbreiden en opvolgen (functionerings- en kortverzuimgesprekken, waardering, etc.). • Werkdruk verlagende maatregelen die het hoge werkplezier duurzaam bevorderen. • Meer betrokkenheid en inspraak bij (onderwijs)vernieuwing en strategiebepaling. Ad.3 Beheersingsmaatregelen m.b.t. het In control zijn en blijven van de organisatie: • Op basis van vastgesteld beleid “In control framework©” bedrijfsprocessen stroomlijnen en harmoniseren tussen de vestigingen. • Vastleggen van controlemechanismen in cruciale administratieve processen (bijv. salarisbetalingen) in een AO / IB beschrijving. • Formatie instrument voor de hele school (op basis van een programma van eisen waar de hele school mee uit de voeten kan, op basis van het vastgestelde taakbeleid); flankerend: een eenduidige tijdsplanning van de werkzaamheden. Ad. 4 Beheersingsmaatregelen met betrekking tot leermiddelen en ICT • Vaststellen van een leermiddelenbeleid. • Intensiveren van ICT in de klas. Vanaf komend schooljaar zullen laptops ingezet gaan worden in het onderwijs. Benodigd vermogen om risico’s het hoofd te bieden
Ad. 1 Beheersingsmaatregelen met betrekking tot het teruglopend leerlingenaantal op onze school: • Personele reserve: € 2 mln. (voor een periode van 10 jaar). • Verhoging kwaliteit onderwijs ca. € 400.000 per jaar (voor een periode van 10 jaar). • Huisvesting: afhankelijk van de te maken afspraken met gemeentes in het kader van duurzaamheidsinvesteringen. Ad. 2 Beheersmaatregelen met betrekking tot het versterken van inspraak, eigenaarschap en betrokkenheid van medewerkers: de hiervoor benodigde kosten zijn opgenomen onder “verhoging kwaliteit onderwijs”. Ad.3 Beheersingsmaatregelen met betrekking tot het In control zijn en blijven van de organisatie: Inregeling en vastlegging uniforme procedures en controles: € 50.000. Ad. 4 Beheersingsmaatregelen met betrekking tot leermiddelen en ICT: € 250.000. Voor de onvoorzienbare risico’s zijn voldoende algemene reserves beschikbaar zonder dat de continuïteit in gevaar komt.
44
Jaarverslag 2021
8.7
Algemene financiële beschouwing Realisatie 2021
Begroting 2021
Verschil realisatie vs begroot
Totaal baten
36.425
31.864
4.562
Totaal lasten
-36.543
-32.870
-3.674
Financiële baten en lasten
-10
-11
1
Operationeel resultaat
-128
-1.017
889
(in € 1.000)
De normalisatie van het gerealiseerde resultaat 2021, -/- € 128.000, is als volgt: Realisatie 2021
Resultaat 2021 NPO gelden volledig in baten 2021; in personeelskosten in 2021 en 2022 (mismatching) Hoge (versnelde) dotatie aan voorziening groot onderhoud a.g.v. verscherpte naleving ventilatieregelgeving
Genormaliseerd resultaat 2021
8.7.1
LLC
LBG
Totaal
-811.000
683.000
-128.000
-1.183.000
-512.000
-1.695.000
999.000
251.000
1.250.000
-995.000
422.000
-573.000
Baten
De rijksbijdrage is fors hoger als gevolg van de NPO-gelden, diverse incidentele subsidies in het kader van het wegwerken van onderwijsachterstanden en een bijstelde GPL 2021, terwijl de overige baten lager zijn als gevolg van lagere excursieopbrengsten. Alle excursies zijn geannuleerd door de corona crisis. Realisatie 2021 1. Rijksbijdragen 2. Overige overheidsbijdragen 3. Overige baten
Begroting 2021
Verschil realisatie vs begroot
35.476
30.523
53
54
4.953 -1
897
1.287
-390
36.425
31.864
4.562
Ad.1 Rijksbijdragen
JAARVERSLAG 2021
45
NPO-gelden Afgeronde meerjarige doelsubsidies (zowel extra bate als extra last). Oa STO, IOP, RAP, capaciteitstesten GPL verhoging +2,47% Extra bekostiging ondersteuning examenleerlingen Studieverlof Indexatie materiële bekostiging + 1,96% Hoger bedrag per leerling voor leermiddelen (€ 328) Hogere bijdrage SWV dan begroot (afbouw eigen vermogen vs geen indexatie). Overig/saldo
LLC
LBG
Totaal
1.724
755
2.479
1.205
177
1.382
411
210
621
137
61
198
32
42
74
48
10
58
35
15
50
20
15
35
37
19
56
3.649
1.304
4.953
De vastgestelde hogere GPL (+2,47%) is ter compensatie van: - de CAO-loonsverhoging van 1,5% per 1 oktober 2021; - een éénmalige bruto-uitkering van € 800 naar rato van de betrekkingsomvang; - een verhoging van de eindejaarsuitkering van 8% naar 8,33%. Deze cao-afspraken zijn verwerkt in de salarissen van december 2021. Ad. 3 Overige baten
LLC
LBG
Totaal
Geen excursiebijdrage van ouders (excursies hebben niet plaatsgevonden a.g.v. corona)
-210
-38
-248
Dekking loonkosten vanuit subsidies; begroot onder personele bate, maar realisatie als dekking loonkosten
-75
-12
-87
-60
-
-60
-25
-25
-
35
TTO bijdrage van ouders (resitutie a.g.v. niet doorgaan van excursies) Lagere kantineopbrengsten (a.g.v. schoolsluiting) Subsidie online festival Binnenpret Overig
35 -3
-2
-5
-313
-77
-390
Zowel de excursie bijdragen van ouders als de excursie kosten zijn nagenoeg nihil. Excursies hebben in 2021 geen doorgang gevonden als gevolg van de de corona pandemie. De onderbouw tto-ouders zijn in 2021 eveneens gecompenseerd voor de excursies die definitief geen doorgang zullen vinden, terwijl dit wel is inbegrepen in de jaarlijkse ttobijdrage.
46
Jaarverslag 2021
8.7.2
Lasten
Lasten t.o.v. begroting (+ = hogere last) Loonkosten: waarvan vervangingskosten waarvan CAO afspraken waarvan npo-formatie (niet begroot) waarvan FTE verschil meer (:LLC) / minder (:LBG) FTE terwijl daling in lijn met lln daling is begroot)
LLC
LBG 1.147
166
-55
-88
373
176
493
222
336
Overige personeelskosten Dekking personeelkosten uit subsidie Afschrijvingskosten Huisvesting Overige lasten
Totaal 1.313
-144 368
-192
175
-319
-154
-473
93
28
121
1.456
484
1.940
646
-49
597
3.392
282
3.674
In de begroting 2021 is rekening gehouden met een daling van FTE in lijn met de leerlingdaling. Echter, voor het schooljaar 2021/2021 is een NPO-bekostiging beschikbaar gekomen en zijn taken geformeerd om deze plannen uit te voeren. De FTE-omvang is dus in plaats van afgenomen, toegenomen. De verhoogde personeelskosten als gevolg van de Cao-afspraken zijn gedekt door de verhoogde GPL-bijdrage. De overige personeelskosten zijn bij de vestiging Culemborg hoger dan begroot, met name als gevolg van een hoger dan begrote mutaties aan voorzieningen. Voor de vestiging de Lingeborgh geldt dit andersom. De afschrijvingskosten zijn hoger dan begroot als gevolg van niet-begrote afschrijvingskosten voor STO-investeringen € 89K (vestiging Culemborg; de afschrijvingslast is overigens gedekt vanuit de STO-subsidie) en een inhaalafschrijving voor de versnelde, volledige vervanging van touchscreens (vestiging de Lingeborgh). De huisvestingslasten zijn € 1,9 mln. hoger dan begroot, met name als gevolg van de hoger dan begrote dotatie (+ € 1,7 mln.) aan de voorziening groot onderhoud. De dotatie aan de voorziening is gebaseerd op een in 2020 volledig herzien meerjaren onderhoudsplan en berekend volgens de componenten methode. Er is rekening gehouden met het eerder dan geplande groot onderhoud inzake de ventilatie bij de vestigingen in Culemborg. De overige lasten zijn € 0,6 mln.
hoger dan begroot. Enerzijds als gevolg van de kosten voor de diverse (incidentele) doelsubsidies + € 1.075K (zie ook verklaring voor de hogere rijksbijdragen). De IOP subsidie is niet geheel besteed. Het resultaat van de IOP-subsidie (ca. € 200K) is derhalve ingezet voor andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. Anderzijds zijn er lagere kosten inzake: • geen doorgang van excursies (ook tto): -/- € 370K (zie ook de lagere baten voor excursies en compensatie tto-bijdrage ouders); • geen doorgang van 2 van de 3 Lek en Linge dagen (LLC): -/- € 55K; • en lagere kantinekosten (LBG): -/- € 45K door de schoolsluiting in de eerste maanden van 2021.
JAARVERSLAG 2021
47
De hogere kosten van leermiddelen wordt gesaldeerd met de lagere kosten van administratie en beheer: De inkoop van boeken voor de vestiging Culemborg is fors hoger als gevolg van meer inzet van 1-jarige boeken (+ €170K). De afschrijvingskosten van de meerjarige boeken is overigens lager dan begroot. Daarentegen is de inkoop van boeken voor de vestiging de Lingeborgh lager (-/- € 40K) als gevolg van kritische beoordeling van inzet van boeken vs. online methodes. De administratie- en beheerkosten zijn ca -/- € 125K lager als gevolg van lager dan begrote ict kosten (-/- € 60K). Ca. € 10K minder voor klein ict materiaal; in 2020 is veel aangeschaft in verband met het mogelijk maken van online lesgeven; € 40K lagere kosten voor magister in verband met lager aantal leerlingen en een credit in verband met aangevochten, ongerechtvaardigde prijsstijging en € 10K lagere kosten REAT. Tenslotte lager dan begrote PR kosten (-/- € 55K; ruim begroot). 8.7.3
Verantwoording sterk techniekonderwijs (STO) subsidie 2020-2023
O.R.S. Lek en Linge heeft van DUS-I subsidie verleend gekregen in het kader van de Subsidieregeling Sterk Techniekonderwijs en is hiermee de penvoerder. Hierdoor kan het samenwerkingsverband van onderwijsinstellingen en bedrijfsleven in de regio Rivierenland activiteiten financieren die gericht zijn op de ontwikkeling van een duurzaam, dekkend en kwalitatief sterk technisch onderwijs in de regio. De subsidie is verkregen ter financiering van het project TechExplore24. Het samenwerkingsverband heeft afgesproken elk kwartaal een declaratie van de bestede middelen in te dienen bij de projectadministratie STO die door Nehem wordt uitgevoerd. Het project kende een trage start in 2020 (mede veroorzaakt doordat de beschikking subsidieverlening pas op 11 juni 2020 werd afgegeven) en de uitbraak van COVID 19. Inmiddels is in 2021 de begroting geactualiseerd en hieruit blijkt dat het nog steeds mogelijk is om de onderbesteding in de komende jaren in te lopen. De realisatie over het kalenderjaar 2021 ten opzichte van de geactualiseerde begroting bedraagt 83% van de begroting over 2021. Cumulatief over de jaren 2020 en 2021 bedraagt de realisatie 61%. Overigens: wanneer de onderbesteding niet wordt ingelopen, wordt het niet-bestede deel van de subsidie in 2024 teruggevorderd bij de penvoerder.
8.8
Conclusie
De financiële situatie van Lek en Linge is bevredigend te noemen. Vanuit de kasstromen en de meerjarenbegroting is er de komende jaren geen behoefte aan aanvullende financiering. De belangrijkste kengetallen zijn op orde. In het licht van landelijke discussie over de reserveposities van scholen is inmiddels een nieuwe norm geïntroduceerd: het normatief eigen vermogen. Het eigen vermogen per 31.12.21 is € 2,1 mln. Hoger (per 31.12.20 € 2,0 mln. hoger) dan het benodigd geachte eigen vermogen om risico’s in bedrijfsvoering op te vangen. Vanaf 2018 heeft Lek en Linge al afspraken met de Raad van Toezicht om dit eigen vermogen gecontroleerd af te bouwen. Een sterke reserve- en liquiditeitspositie is voor Lek en Linge overigens weldegelijk van groot belang gezien de uitdagingen in de sector (leerlingendaling, lerarentekort, etc.), zie ook de risicoparagraaf.
48
Jaarverslag 2021
Na het schooljaar 2022/2023 stopt de financiering van de activiteiten om de onderwijsachterstanden weg te werken (de NPO-gelden). Inmiddels zijn in het schooljaar 2021/2022 21,0 FTE gefinancierd met deze gelden (€ 715K). Deze formatie dient weer afgebouwd te gaan worden als de financiering stopt (naast de standaard afbouw in verband met de leerlingdaling). We kijken zeer tevreden terug op het verslagjaar 2021. Het steeds verder groeiende financieel bewustzijn tezamen met de reeds aanwezige planning en control cyclus hebben een positieve uitwerking gehad op de financiële processen. 1. Belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de begroting ontstonden door externe niet of nauwelijks te voorziene factoren (met name subsidies in het kader van inlopen onderwijsachterstanden als gevolg van corona); 2. De omvang van de ingezette formatie loopt voor de school als geheel redelijk in de pas met de budgetten die afhankelijk zijn van actuele leerlingaantallen van het schooljaar 2021-2022. Dit is overigens wel punt van aandacht gezien de afbouw van NPO-formatie indien NPO-gelden niet meer worden verstrekt. Vanaf schooljaar 2021-2022 is (deels) geformeerd worden met Foleta. Dit systeem ondersteunt bij het formatieproces en de aansluiting met het budget.
JAARVERSLAG 2021
49
9 Verslag Medezeggenschapsraad (MR) 9.1 Inleiding In dit jaarverslag wordt in het kort weergegeven welke doelen de MR zich in 2021 had gesteld. Tevens wordt aangegeven of en op welke deze doelen zijn behaald. 9.2 COVID-19 2021 kenmerkte zich, net als 2020, door COVID-19. Dit heeft ook zijn uitwerking gehad op het functioneren van de MR. De MR heeft zich als doel gesteld een kritische gesprekspartner te zijn in het vaststellen van maatregelen die hiermee te maken hadden. Er is ook veel gesproken over de effecten van de coronamaatregelen op de werkomstandigheden van zowel leerlingen als collega's. Dit heeft geleid tot inhoudelijk goede discussies tijdens de MR-vergaderingen, waarbij uiteindelijk werkbare beleidsbeslissingen zijn gepresenteerd aan alle betrokkenen. 9.3 Inzet NPO-middelen De inzet van de NPO-middelen is een belangrijk thema in de deelraden geweest. Doel hierbij was om dit zo zorgvuldig mogelijk te laten invullen, met daarbij heel duidelijk dat het ondersteunend moest zijn aan alle betrokkenen. 9.4 MR algemeen In 2021 zijn er binnen de MR verschillende wisselingen geweest, o.a. de voorzitters van de deelraden zijn nieuw aangetreden. De MR heeft ook in 2021 alle beschikbare plaatsen in de geledingen bezet.
9.5 Behandeling beleidstukken De MR heeft al in 2020 in overleg met de directeur-bestuurder besloten dat de deelbegrotingen van de vestigingen besproken worden in de medezeggenschapsdeelraden. Aangezien de beide vestigingen veel autonomie hebben in het maken van keuzes in beleid, is deze lijn verder doorgevoerd: daar, waar het geagendeerde beleid gericht is op een van de vestigingen, wordt dit in de betreffende medezeggenschapsdeelraad besproken. 9.6 Contact achterban Door de agenda en de bijbehorende agendastukken te mailen aan alle collega’s houdt de MR de achterban op de hoogte. Daarnaast verantwoordt de MR zich middels dit jaarverslag.
50
Jaarverslag 2021
10 Verslag Raad van Toezicht 2021 In dit verslag informeert de Raad van Toezicht (RvT) van stichting O.R.S. Lek en Linge over zijn werkzaamheden en de wijze waarop inhoud is gegeven aan het toezicht bij de stichting. 10.1 De rol van de RvT De RvT houdt op ‘afstand’ integraal toezicht op het beleid en de uitvoering daarvan door de directeur-bestuurder, alsmede op een zo doelmatige aanwending van financiële middelen en op de algemene gang van zaken. Afstand staat niet voor niets tussen aanhalingstekens, want naar onze mening betekent modern toezicht houden zichtbaarheid, betrokkenheid en benaderbaarheid bij het reilen en zeilen van de school. Daarmee heb je toezicht houden in formele, maar ook in informele zin. Informeel bij het geven van gevraagd en ongevraagd advies. Formeel bij taken rondom de werkgeversrol, het beloningsbeleid, de regeling van besturing en het naleven van de verplichtingen en de omgang met de governance-code. Zo ook bij het vaststellen van de financiële stuur- en verantwoordingsdocumenten, zoals de meerjarenbegroting, exploitatiebegroting en de jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening). Dat geldt ook voor de strategische beleidsstukken en meerjarenplanning met doelstellingen en meetbare parameters in relatie tot de uitvoering, die ook het uitgangspunt vormen voor de prestatieafspraken met de directeur-bestuurder.
Daarbij is, naast de onderwijskwaliteit, altijd extra aandacht voor de financiële parameters met bijbehorende prognoses en eventuele risico’s. Een belangrijke taak van de RvT is om te zien dat alle middelen (financieel en operationeel) effectief worden ingezet ten behoeve van het onderwijs: leerlingen, personeel en de gestelde leerdoelen. In het bijzonder is daar dit jaar het toezien op de doelmatige besteding van de NPO-gelden bijgekomen. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de RvT zijn omschreven in de statuten van de stichting en verder uitgewerkt in het reglement van de RvT. De Governance code voor het voortgezet onderwijs (VO-Raad “Code Goed Onderwijsbestuur VO 2019”), wordt door de RvT onderschreven. Waar mogelijk is de code, toegepast, nageleefd en geëvalueerd volgens de wettelijke voorschriften. 10.2 Vergaderingen De RvT is in 2021 zowel regulier als aanvullend bijeengekomen met uiteenlopende doelen. Zo is zes keer regulier vergaderd in aanwezigheid van de directeur-bestuurder. Voorafgaand aan iedere vergadering vindt binnen de RvT vooroverleg plaats. In elke vergadering wordt stilgestaan bij belangrijke ontwikkelingen in het onderwijs algemeen en in relatie tot Lek en Linge in het bijzonder.
In dit tweede bijzondere jaar waarin Covid19 een prominente rol heeft ingenomen is de RvT door de directeur-bestuurder tweewekelijks op de hoogte gebracht van de belangrijkste ontwikkelingen en heeft tussentijds, naast de reguliere vergaderingen, waar nodig afstemming plaatsgevonden. De agenda wordt vooraf afgestemd en besproken tussen directeur-bestuurder en de voorzitter van de RvT. Daarnaast is twee keer aanvullend vergaderd, eenmaal om de locaties in Culemborg te bezoeken samen met het managementteam van Lek en Linge. En de tweede vergadering
JAARVERSLAG 2021
51
betrof een kennismaking en uitwisseling met de RvT van het Koningin Wilhelmina College te Culemborg. Oorspronkelijk zou de RvT in december 2021 met de Medezeggenschapsraad (MR) spreken. Echter door de lockdown heeft deze ontmoeting op 17 maart 2022 plaatsgevonden. De voorzitter van de RvT en de voorzitter van de MR hebben wel enkele keren overleg gevoerd in 2021 en de gezamenlijke bijeenkomst voorbereid. 10.2.1 Commissies
De Auditcommissie heeft separaat overleg met de directeur-bestuurder, manager finance en externe accountant en is tweemaal bijeengekomen. De Remuneratiecommissie vult de werkgeversrol in namens de RvT en heeft naast de gesprekken met de directeurbestuurder nog eenmaal apart vergadert. In 2021 heeft de RvT geen zelfevaluatie gedaan over het eigen functioneren. De RvT is pas opnieuw gevormd in januari 2021. De zelfevaluatie moet wel over een beoordeelbare periode gaan. Daarom vindt de zelfevaluatie van de RvT in juni 2022 plaats. Daarnaast bezoeken leden van de RvT op informele basis de vestigingen, zoals bij een Open Dag, een culturele activiteit of bedrijvendag en nemen zij individueel deel aan workshops, bijeenkomsten zoals aangeboden vanuit de VO-Raad. Ook is in 2021 besloten een Integriteitscommissie in te stellen binnen de RvT. Daarnaast stond 2021 in het teken van teamvorming binnen de RvT. Met de komst van 3 nieuwe leden hebben wij veel tijd besteed aan elkaar leren kennen, verdiepen in de gemeenschappelijke thema’s en individuele portefeuilles. Derhalve heeft hiervoor in februari 2021 nog een extra RvT-vergadering plaatsgevonden De verschillende locaties zijn bezocht, zodra dat mogelijk was, en er is kennis gemaakt met de locatie en locatie directeuren.
De RvT is lid van de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI-NVTK), Binnen dit verband vindt brede kennisdeling plaats. 10.3 Samenstelling RvT De RvT bestond op 31 december 2021 uit vijf personen, waarvan één lid aftredend in 2022. Hans van Zuijdam (voorzitter) ● Head Global Input Finance, Rabobank ● Bestuurslid Stg. Hub Rivierenland ● Voorzitter VNO-NCW Rivierenland ● Lid Economic Board Rivierenland Ilona van Wamel-Geene (portefeuille juridisch, vicevoorzitter, commissie integriteit) ● Lid en plaatsvervangend voorzitter Ombudscommissie gemeente ’sHertogenbosch ● Voorzitter Bezwarencommissie gemeente Barneveld ● Voorzitter Klachtencommissie Samenwerkende Woningcorporaties Rivierenland SWR ● Lid Raad van Toezicht SKOR Martin van Zuilekom (portfolio financiën) ● Financieel directeur bij Portaal, Utrecht
52
Jaarverslag 2021
Margrethe Meulman-de Roo (portfolio P&O) - aftredend ● HR-manager Stichting Voorschools en Primair Onderwijs De Linge ● Lid klankborggroep Arbeidsmarktplatvorm PO Henrik Stevens (portfolio onderwijs) ● Directeur Techniek College Rotterdam ● Bestuurslid Stichting Examenservice MEI ● Lid van de Raad van Toezicht van I-EM Delft ● Voorzitter Stichting Masterplan Techniek Zuid Holland ● Voorzitter TechForce 2.0 ● Lid van de Raad van Advies van Bèta Challenge ● Lid van de Stedelijke Adviesgroep Rotterdam Eind 2019 heeft de toenmalige RvT besloten dat in 2020 drie leden, en in 2021 één lid zouden aftreden, inclusief de voorzitter, om zeker te zijn dat de zittingstermijnen niet zouden worden overschreden zonder de continuïteit van het toezicht te riskeren. Dit was nog zonder rekening te houden met de Covid 19 pandemie. Voor de continuïteit van de nieuwe raad is er in goed overleg voor gekozen dat Margrethe Meulman, oorspronkelijke aftredend in 2021, nu in 2022 aftreedt. 10.4 Bezoldiging van de leden van de RvT In de wet normering topinkomens (WNT) is vastgelegd dat toezichthouders respectievelijk 15% (voorzitter) en 10% (leden) van het salaris van de bestuurder als beloning mogen ontvangen. Elk lid ontvangt jaarlijks een vergoeding van € 3.500,- en de voorzitter € 5.000,-. Daarnaast ontvangen de leden van de commissies een aanvullende jaarlijkse vergoeding van € 500,-.
De bezoldiging blijft hiermee ruim binnen het gestelde WNT kader. 10.5 Inhoud van het toezicht De onderwerpen die vanuit de statuten en het reglement goedkeuring behoeven zijn alle besproken. Daarnaast blijft voortdurende aandacht vereist voor actuele ontwikkelingen. In 2021 heeft de Covid 19 pandemie en invloed daarvan op Lek en Linge (leerling, personeel, organisatie) de gesprekken gedomineerd. Daarnaast zijn ook andere belangrijke zaken besproken als: strategische beleidskeuze gekoppeld aan het schoolplan (koersvastheid, gewenste resultaten); hoe om te gaan met de ontwikkeling van nieuwe scholen en onderwijsaanbod; extra nadruk op de gevolgen van de demografische ontwikkelingen met minder leerlingen; passende maatregelen en onderzoek naar aanleiding structurele daling leerlingaantallen; wijze van bekostiging; accent op uitgaan van eigen kracht (kwaliteit) met betrekking tot die bedreigingen; benutten van alle predicaten ‘excellente school’ bij externe en interne PR ten behoeve van aanmeldingen; deelname aan het sterk techniek onderwijs met andere regionale scholen, onderzoeken van samenwerking met het KWC; voorbereiding op het vierjaarlijks onderzoek van de onderwijsinspectie in 2022; en druk op de arbeidsmarkt, hoe blijft het personeel trots om bij Lek en Linge te werken.
De directeur-bestuurder informeert de RvT actief over zaken met betrekking tot Lek en Linge, door onder meer periodieke voortgangsrapportages, mondelinge en schriftelijke informatie over de resultaten op het gebied van onderwijs en financiën, in relatie tot de afgesproken doelstellingen, relevante externe informatie met betrekking tot ontwikkelingen binnen de sector en andere publicaties en rapportages. Indien nodig informeert of raadpleegt de directeur-bestuurder de voorzitter bij bijzondere situaties.
JAARVERSLAG 2021
53
Tevens is regelmatig gesproken over leiderschapsstijl, directievoering en cultuurontwikkeling, mede ingegeven door de veranderende externe omstandigheden en het strategisch beleidsplan dat in 2021 verder is geïmplementeerd. Vaste onderwerpen zijn verder de onderwijskundige resultaten, meerjarenbegroting en investeringsprogramma, kapitalisatiefactor en gerelateerd daaraan de financiële buffer, werkkapitaal, liquiditeit en solvabiliteit, actualisering van de jaarlijkse risicoanalyse, organisatorische aanpassingen, automatisering, begroting en jaarverslagen. Deze zijn ook goedgekeurd door de RvT. De onderwijskwaliteit is de kern van Lek en Linge en de RvT ziet dat ook als belangrijkste taak van zijn toezicht. Alle onderwijsrapporten, medewerkerstevredenheidonderzoeken, leerlingen- en oudertevredenheidrapportages en de rapporten van de Inspectie zijn leidend. De beoordelingen Excellent onderstrepen de langjarige inzet van het gehele docentencorps, management en ondersteunend personeel. Hiervoor is grote waardering van de RvT. 10.6 De toekomst De basis van Lek en Linge is gezond, zowel onderwijskundig als financieel. Gezien alle actuele ontwikkelingen en uitdagingen is die goede basis geen garantie voor blijvend succes in de toekomst.
De directeur-bestuurder en het managementteam werken, ook in overleg met de RvT, aan plannen om de continuïteit van Lek en Linge, ook in tijden van krimp, te waarborgen. Als RvT stimuleren we om Culemborg als regionale ‘onderwijsstad’ te positioneren waarbij Lek en Linge, samen met het KWC en de gemeente een voortrekkersrol kan spelen. In 2021 hebben de raden van toezicht van Lek en Linge en KWC besloten om een verkenning omtrent toekomstige samenwerking met elkaar op te starten. Hier is ook een subsidie-aanvraag door beide scholen voor aangevraagd. De RvT heeft er alle vertrouwen in dat de directeur-bestuurder samen met het Managementteam Lek en Linge goed voorbereidt en op koers houdt voor die toekomst. 10.7 Auditcommissie (AC) De Auditcommissie (AC) bestond in 2021 uit Martin van Zuilekom en Henrik Stevens. Gedurende 2021 hebben zij twee keer afzonderlijk vergaderd voor het bespreken van de meerjarenbegroting 2022 en de jaarstukken 2021. 10.7.1 Samenwerking accountant
De samenwerking met de accountant verloopt goed en de RvT is tevreden over de werkwijze. De RvT zal in navolging van de governance-code op een bepaald moment wisselen van accountant, om er zeker van te zijn dat de onafhankelijkheid wordt geborgd. 10.7.2 Verslag audit commissie
De auditcommissie deelt de visie van de directeur-bestuurder dat met de meerjarige krimp van het aantal leerlingen, het belangrijk is om de juiste keuzes te blijven maken ten behoeve van de ontwikkelingen in kwaliteit van onderwijs. Mede op basis van dit gesprek en bestudering van de stukken heeft de AC de RvT geadviseerd in te stemmen met de jaarrekening 2021 van de Stichting O.R.S. Lek en Linge. De RvT is unaniem positief over het jaarverslag. Het jaarverslag is een mooie transparante weergave van de resultaten van de organisatie waar alle medewerkers trots op kunnen zijn. De kwaliteit van de afgelopen jaren is vastgehouden.
54
Jaarverslag 2021
Voor de komende jaren worden het volgen en aantoonbaar maken van de doelmatige besteding van de NPO gelden en de (financiële) verantwoording omtrent de resultaten uit het sterk techniekonderwijs belangrijke onderwerpen. Hiermee worden de jaarstukken 2021 vastgesteld en wordt decharge verleend aan de directeur-bestuurder.
JAARVERSLAG 2021
55
Jaarrekening 2021 Grondslagen voor de jaarrekening 1. Algemeen
Activiteiten van het bevoegd gezag
Het doel van de Stichting O.R.S. Lek en Linge is het bevorderen en in stand houden van het openbaar voortgezet onderwijs en het bevorderen van de samenwerking tussen alle vormen van openbaar onderwijs in de gemeenten Culemborg en Geldermalsen en in de omliggende regio. Continuïteit
Het eigen vermogen van O.R.S. Lek en Linge bedraagt per 31 december 2021 € 10.383.000 positief. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn dan ook gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de stichting. Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister
O.R.S. Lek en Linge is feitelijk gevestigd op Multatulilaan 6, 4103 NM te Culemborg en is ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 1104 9184. Verslaggevingsperiode
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar.
Gebruik van schattingen
Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt de leiding van O.R.S. Lek en Linge zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten. Verbonden partijen
Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.
56
Jaarverslag 2021
Toelichting op het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. 2. Algemene grondslagen
Algemeen
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de richtlijnen van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (Rjo), de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Boek 2 titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ), waaronder Richtlijn 660 Onderwijsinstellingen. Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar, met uitzondering van de toegepaste stelsel- en schattingswijzigingen zoals opgenomen in de desbetreffende paragrafen. Financiële instrumenten De effecten opgenomen onder de financiële vaste activa en de vlottende activa, voor zover deze betrekking hebben op de handelsportefeuille of met betrekking tot eigenvermogensinstrumenten buiten de handelsportefeuille, alsmede derivaten met een onderliggende beursgenoteerde waarde, worden gewaardeerd tegen de reële waarde. Alle overige in de balans opgenomen financiële instrumenten zijn gewaardeerd tegen de (geamortiseerde) kostprijs. De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn. Indien niet direct een betrouwbare reële waarde is aan te wijzen, wordt de reële waarde benaderd door deze af te leiden uit de reële waarde van bestanddelen of van een soortgelijk financieel instrument, of met behulp van waarderingsmodellen en waarderingstechnieken.
Hierbij wordt gebruikgemaakt van recente gelijksoortige ‘at arm’s length’-transacties, van de DCFmethode (contante waarde van kasstromen) en/of van optiewaarderingsmodellen, rekening houdend met specifieke omstandigheden. 3. Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde.
JAARVERSLAG 2021
57
Afschrijvingstermijnen
De verwachte gebruiksduur per categorie is: 1. Gebouw 2. Aanpassingen aan gebouw 3. Noodlokalen 4. Computerapparatuur 5. Audiovisuele middelen 6. Overige inventaris (incl. kantoormeubilair) 7. Schoolmeubilair (incl. inrichting vaklokalen) 8. Boeken
30 jaar 15 jaar 5 jaar 4 jaar 10 jaar 10 jaar 15 jaar 4 jaar
Aanschaffingen, waarvan de afzonderlijke aanschafprijs boven € 500 ligt, worden opgenomen onder de materiële vaste activa. Aanschaffingen, waarvan de afzonderlijke aanschafprijs onder € 500 ligt, maar de totale aanschafprijs boven € 1.250 worden eveneens opgenomen onder de materiële vaste activa. Voor inventaris die in de loop van het boekjaar is aangeschaft, bedraagt de afschrijving 50% van de jaarlijkse afschrijving. De afschrijvingen op de gebouwen worden berekend over de aanschafwaarde aan het begin van het boekjaar. De bestede subsidies in verband met de aanschaf van (materiële) vaste activa worden gepassiveerd onder de overlopende passiva. Deze subsidies worden tijdsevenredig over de geschatte economische levensduur van deze activa ten gunste van het resultaat gebracht. De kosten van groot onderhoud aan de schoolgebouwen worden ten laste gebracht van de voorziening groot onderhoud. Bijzondere waardevermindering
Het bevoegd gezag beoordeelt jaarlijks op balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van vaste activa. Met bijzondere waardeverminderingen van vaste activa wordt rekening gehouden indien: a) gedurende de verslagperiode er duidelijke aanwijzingen zijn dat de reële waarde van een actief beduidend meer is gedaald dan verwacht zou mogen worden op basis van het verstrijken van de tijd of normaal gebruik; b) belangrijke veranderingen met een nadelig effect op de rechtspersoon zich in de verslagperiode hebben voorgedaan of zich in de nabije toekomst zullen voordoen op het terrein van techniek, markt, economie of wettelijke verplichtingen in de omgeving waarin het bevoegd gezag actief is dan wel in de markt waaraan een actief dienstbaar is; c) marktrentes of andere marktrentabiliteitseisen op investeringen de afgelopen periode zijn gestegen en naar verwachting de disconteringsvoet en daarmede in belangrijke mate de realiseerbare waarde beïnvloeden; of d) de boekwaarde van de netto activa van het bevoegd gezag hoger is dan de reële waarde ervan.
58
Jaarverslag 2021
Vorderingen en overlopende activa
De vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn (nagenoeg) gelijk aan de nominale waarde. De vorderingen en overlopende activa hebben een looptijd korter dan een jaar, tenzij dit bij de toelichting op de balans anders is aangegeven. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vordering. Liquide middelen
Liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen die niet ter directe beschikking staan worden verwerkt onder de vorderingen. Liquide middelen die gedurende langer dan 12 maanden niet ter directe beschikking staan, worden verwerkt onder de financiële vaste activa. Eigen vermogen
Algemene reserve De algemene reserve vormt een buffer ter waarborging van de continuïteit van het bevoegd gezag. Deze wordt opgebouwd uit de resultaatbestemming van overschotten welke ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en lasten. In geval van een tekort wordt dit resultaat ten laste van de algemene reserve gebracht. De algemene reserve wordt beschouwd als publieke middelen. Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves omvatten een deel van het resultaat waaraan door het bestuur middels een bestuursbesluit een specifieke bestemming is toegewezen. Voorzieningen Algemeen De voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is, waarvan de hoogte redelijkerwijs ingeschat kan worden en voor zover deze verplichtingen en risico’s niet op activa in mindering zijn gebracht.
Eveneens worden voorziening gevormd voor verliezen die naar waarschijnlijkheid in de toekomst zullen worden geboekt maar die voortkomen uit risico’s die op balansdatum aanwezig zijn. Voorzieningen kunnen worden gevormd ter egalisatie van kosten waarbij een deel van de in de toekomst te verwachten uitgaven zijn oorsprong heeft voor balansdatum.
JAARVERSLAG 2021
59
Pensioenen De stichting heeft één pensioenregeling. Dit betreft een Nederlandse regeling welke wordt gefinancierd door afdrachten aan pensioenuitvoerders, te weten het bedrijfstakpensioenfonds ABP. De pensioenverplichtingen worden gewaardeerd volgens de 'verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering'. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. De stichting heeft geen verplichtingen tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van tekorten bij ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar verantwoord in de jaarrekening. Per 31 december 2021 heeft dit pensioenfonds een dekkingsgraad van 116,8%. Voorziening groot onderhoud De voorziening voor de gelijkmatige verdeling van onderhoudslasten voor de gebouwen wordt bepaald op basis van te verwachten kosten over een reeks van jaren op basis van een meerjarenonderhoudsplan. De voorziening wordt lineair opgebouwd. De voorziening wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. Het uitgevoerde onderhoud wordt ten laste van deze voorziening gebracht. Voorziening jubilea Er is een voorziening opgenomen voor verplichtingen uit hoofde van toekomstige uitkeringen bij 25-jarig respectievelijk 40-jarig dienstverband van medewerkers.
De voorziening is opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige uitgaven en is afhankelijk van de ingeschatte blijfkans, de gemiddelde salarisstijging en disconteringsvoet. De werkelijke jubilea-uitkeringen worden ten laste van deze voorzienig gebracht. Voorziening spaarverlof Voor op balansdatum bestaande verplichtingen uit hoofde van spaarverlof is een voorziening gevormd. Deze voorziening is gewaardeerd tegen de contante waarde van de toekomstige uitbetalingen. Betaalde bedragen inzake spaarverlof worden ten laste van deze voorziening gebracht. Voorziening PB-uren Sinds de CAO 2014/2015 is een persoonlijk budget opgenomen van 50 uur voor elke medewerker en een aanvullend budget van 120 uur voor medewerkers vanaf 57 jaar. Deze uren kunnen ook gespaard worden. Het bevoegd gezag heeft een inschatting gemaakt in hoeverre gespaarde uren tot uitgaven zullen gaan leiden. Voor deze inschatting is een voorziening opgenomen. Deze voorziening is gewaardeerd tegen de nominale waarde van de gespaarde uren vermenigvuldigd met een gemiddeld uurtarief. De gespaarde uren ouder dan 4 jaar worden gefixeerd tegen het dan geldende uurtarief. Voorziening langdurig zieken Lek en Linge is geen eigenrisicodrager voor de WGA. De eerste 2 jaar van de ziekmelding zijn wel voor rekening van Lek en Linge.
Voor medewerkers waarvan de verwachting is dat deze niet meer zullen terugkeren, is een voorziening gevormd gebaseerd op de resterende, lopende loonverplichting.
60
Jaarverslag 2021
Voorziening generatiepactregeling Lek en Linge biedt een generatiepactregeling aan. Voor de medewerkers die hiervoor in aanmerking komen en die hieraan deelnemen, is een voorziening gevormd voor het voordeel van salariskosten tot het einde van de looptijd van de regeling. Voorziening uitkeringskosten Lek en Linge betaalt 25% van de UWV-uitkering bij ziekte. Lek en Linge heeft een voorziening gevormd voor de uitkeringskosten bij ex-werknemers waarvan de verwachting is dat zij niet zullen terugkeren in het arbeidsproces. Voorziening zwangerschaps- of bevallingsverlof De Hoge Raad is van mening dat onderwijspersoneel dat zwangerschaps- en/of bevallingsverlof heeft tijdens de schoolvakanties, hiervoor gecompenseerd moet worden. De uitspraak heeft tot gevolg dat samenloop van zwangerschaps- en bevallingsverlof met alle schoolvakanties moet worden gecompenseerd, in tegenstelling tot het bepaalde in de Cao VO. Lek en Linge heeft een voorziening gevormd voor het ingeschatte, aan medewerkers te compenseren bedrag. Langlopende schulden
Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de langlopende schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de langlopende schulden in de winst-en-verliesrekening als interestlast verwerkt. Kortlopende schulden
Dit betreffen schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn (nagenoeg) gelijk aan de nominale waarde van de schuld. Overlopende passiva
De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen voor zover ze niet onder andere kortlopende schulden zijn te plaatsen. 4. Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en alle hiermee verbonden, aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. De baten en lasten worden toegerekend aan de verslagperiode waarop ze betrekking hebben. Rijksbijdragen
Onder de Rijksbijdragen OCW worden de vergoedingen voor de exploitatie opgenomen verstrekt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).
JAARVERSLAG 2021
61
Tevens worden hier de door het samenwerkingsverband ontvangen doorbetalingen van de Rijksbijdrage verantwoord. De ontvangen (normatieve) Rijksbijdragen en de niet geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteed overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waarvoor nog geen activiteiten zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum. Overige overheidsbijdragen
Onder de overige overheidsbijdragen worden de vergoedingen opgenomen verstrekt door de Gemeente, Provincie of andere overheidsinstellingen. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Overige baten
Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet verstrekt zijn door het Ministerie van OCW, Gemeenten, Provincies of andere overheidsinstellingen. De overige baten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personeelsbeloningen
Periodiek betaalbare beloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit. Pensioenen O.R.S. Lek en Linge heeft alle pensioenregelingen verwerkt volgens de verplichtingenbenadering. De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord. Mutaties in de pensioenvoorziening worden ook in de winst-enverliesrekening verwerkt. Zie ook de grondslagen voor waardering van activa en passiva, bij Pensioenvoorziening. Afschrijvingen
Materiële vaste activa worden afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname van het actief. De afschrijvingen zijn gerelateerd aan de aanschafwaarde en levensduur van het betreffende actief. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast.
62
Jaarverslag 2021
Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen. 5.
Financiële instrumenten en risicobeheersing
Rente- en kasstroomrisico
Lek en Linge loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder financiële vaste activa, effecten en liquide middelen) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen). Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt Lek en Linge risico ten aanzien van toekomstige kasstromen; met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Lek en Linge risico’s over de reële waarde als gevolg van wijzigingen in de marktrente. Met betrekking tot de vorderingen worden geen financiële derivaten met betrekking tot afdekking van het renterisico gecontracteerd.
Liquiditeitsrisico Lek en Linge maakt gebruik van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Voor zover noodzakelijk, worden nadere zekerheden verstrekt aan de bank voor beschikbare kredietfaciliteiten.
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en alle hiermee verbonden, aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. De baten en lasten worden toegerekend aan de verslagperiode waarop ze betrekking hebben.
JAARVERSLAG 2021
63
A.1.1. Balans per 31 december 2021 (na resultaatsbestemming)
2021
2020
Vaste activa 1.2 1.3
Materiële vaste activa Financiële vaste activa
5.769.000 -
6.278.000 5.769.000
6.278.000
Vlottende activa 1.4 1.5
64
Vorderingen Liquide middelen
204.636 17.744.929
254.117 14.946.997 17.949.565
15.201.114
23.718.565
21.479.114
2.1
Eigen vermogen
10.383.000
10.511.000
2.3
Voorzieningen
7.706.000
5.758.000
2.4
Langlopende schulden
1.134.751
1.213.089
2.5
Kortlopende schulden
4.494.814
3.997.025
23.718.565
21.479.114
Jaarverslag 2021
A.1.2 Staat van baten en lasten in 2021
jaarrekening 2021 3
begroting 2021
jaarrekening 2020
Baten
3.1
Rijksbijdragen
35.475.881
30.523.000
3.2
Overige overheidsbijdragen
52.612
54.000
228.281
3.5
Overige baten
896.672
1.286.500
1.057.318
Totaal baten
36.425.165
32.502.401
31.863.500
33.788.000
4
Lasten
4.1
Personele lasten
27.701.092
26.686.000
27.137.540
4.2
Afschrijvingen
1.422.000
1.301.000
1.368.000
4.3
Huisvestingslasten
3.682.464
1.742.000
2.907.006
4.4
Overige lasten
3.737.844
3.140.500
Totaal lasten Saldo baten en lasten 5
Financiële baten en lasten
Resultaat
2.984.744
36.543.400
32.869.500
34.397.290
-118.235
-1.006.000
-609.290
-9.765
-11.000
-21.710
-128.000
-1.017.000
-631.000
JAARVERSLAG 2021
65
A.1.3. Kasstroomoverzicht over 2021 2021
2020
-118.235
-609.290
- Afschrijvingen
1.422.000
1.368.000
- Mutaties voorzieningen
1.948.000
999.000
- Vorderingen
49.481
108.185
- Kortlopende schulden
497.789
220.905
Kasstroom uit operationele activiteiten: Saldo baten en lasten Aanpassingen voor:
Verandering vlottende middelen:
Kasstroom uit bedrijfsoperaties:
3.799.035
2.086.800
- Ontvangen interest
-
1.163
- Betaalde interest
-9.765
-22.873
Kasstroom uit operationele activiteiten
-9.765
-21.710
3.789.270
2.065.090
Kasstroom uit investeringsactiviteiten: (Des)investeringen materiële vaste activa
-913.000
(Des)investeringen financiële vaste activa
-
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
-1.467.000 -913.000
-1.467.000
Kasstroom uit financieringsactiviteiten: Langlopende schulden
-78.338
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie liquide middelen
-225.053 -78.338
-225.053
2.797.932
373.037
Het kasstroomoverzicht is een overzicht van de geldmiddelen die in een verslagperiode beschikbaar zijn gekomen (+ is herkomst) en van het gebruik dat van deze geldmiddelen is gemaakt (-/- is besteding). Het verlies over 2021 resulteert, mede door de afschrijvingslast en de dotatie aan voorzieningen in een positieve kasstroom uit operationele activiteiten (+ € 3,8 mln.) Deze positieve kasstroom wordt slechts deels gecompenseerd door de investeringen in materiele vaste activa (€ 0,9 mln.). Per saldo zijn de liquide middelen met ca. € 2,8 mln. toegenomen.
66
Jaarverslag 2021
Toelichting activa 1.2
Materiële vaste activa
1.2.1 Gebouwen en
Aanschafprijs Cum.afschr. + Boekwaarde Investeringen Afschrijving Aanschafprijs Cum. afschr. + Boekwaarde waardeverm. 1-1-2021 waardeverm. 31-12-2021
terreinen
5.177.000
2.431.000
2.746.000
53.000
169.000
5.230.000
2.600.000
2.630.000
1.2.2 Inventaris en apparatuur
14.610.000
11.437.000
3.173.000
785.000
1.048.000
15.395.000
12.485.000
2.910.000
1.2.3 Boeken
3.288.000
2.929.000
359.000
75.000
205.000
3.363.000
3.134.000
229.000
23.075.000
16.797.000
6.278.000
913.000
1.422.000
23.988.000
18.219.000
5.769.000
1.2.1 De investering in gebouwen betreft een dry-cooler op de havo-locatie en een kleine aanbouw bij de vmbo-locatie. 1.2.2 Investeringen inventaris en apparatuur: 2021 ICT-middelen 387 Sterk Techniek 194 Overig 204 Audiomiddelen Schoolmeubilair -
in € 1.000
785
2020 1.020 18 128 6 2 1.174
De investeringen in ICT middelen zijn in 2020 hoog als gevolg een aantal doorgeschoven investeringen vanuit 2019 en de investeringen in touchscreens (€ 373.000) en WiFi WIFI-netwerk/access points (€ 373.000) en firewalls (€ 116.000), de telenfooncentrale (€ 45.000) en (nagekomen) laptops (€ 94.000). In 2021 is voor € 255.000 geïnvesteerd in laptops (incl. accessoires) voor personeel (beide vestigingen) en voor leerlingen (vestiging de Lingeborgh). Bij de vestiging de Lingeborgh worden laptops en i-pads door de school in bruikleen gegeven. Vanaf schooljaar 2022-2023 geldt dit voor alle jaarlagen. Daarnaast is het installeren van het WIFI-netwerk en access points afgerond (€ 47.000), is er geïnvesteerd in de laatste touchscreens (€ 57.000) en een nieuwe server op de Lingeborgh (€ 10.000). De afschrijvingskosten van de Sterk Techniek investeringen zijn voor de 4-jarige looptijd van de Subsidie Sterk Techniekonderwijs (2020-2023) uit deze subsidie gedekt. 1.2.3 Bij de boeken is een verschuiving merkbaar van de aanschaf van de meerjarige boeken naar de (duurdere) éénjarige boeken en licenties waardoor de kosten voor leermiddelen per saldo toenemen.
JAARVERSLAG 2021
67
1.4
Vorderingen
2021
2020
1.4.1
Debiteuren
1.4.1.2
Fiets-regeling
22.107
23.785
Ouderbijdrage
58.659
65.014
Overige vorderingen op leerlingen
9.139
3.258
1.4.1.3 1.4.1.4
89.905 1.4.2
Overlopende activa
1.4.2.2
Vooruitbetaalde kosten
1.4.2.3
Overige
1.4.2.2 1.4.2.3
1.5
92.058
111.772
53.899
2.959
108.160 114.731
162.059
204.636
254.117
In 2021 is er € 19.000 vooruitbetaald inzake excursies die in 2022 zullen plaatsvinden (eind 2020 was dit nihil). De overige vorderingen per 31 december 2020 betrof twee incidentele vorderingen; op de gemeente West Betuwe (€ 64K) en een nog te ontvang bedragen inzake geannuleerde excursies (€ 35K).
Liquide middelen 2021
2020
1.5.1
Kas
6.689
6.818
1.5.2
Bank
17.738.240
14.940.179
17.744.929
14.946.997
Voor de mutatie in de liquide middelen wordt verwezen naar het kasstroomoverzicht.
68
Jaarverslag 2021
Toelichting passiva 2.1
Eigen Vermogen Stand per
Overige
Bestemming
Stand per
1-1-2021
mutaties
expl.saldo
31-12-2021
2021
2021
2.913.250
-
-32.250
2.881.000
Algemeen
4.867.000
-
-1.791.000
3.076.000
Personeel
923.000
-
-
923.000
NPO-gelden
-
-
1.183.000
1.183.000
250
1.031.000
2.1.1
Algemene reserves Lek en Linge
2.1.2
Publieke bestemmingsreserves: Culemborg
Geldermalsen Algemeen
1.030.750
Personeel
500.000
-
-
500.000
Huisvesting/infrastructuur
277.000
-
-
277.000
-
-
512.000
512.000
-
-128.000
10.383.000
Inzake NPO-gelden
10.511.000
Van het resultaat wordt, volgens de fusie-afspraken, 25% toegevoegd dan wel onttrokken aan de Algemene reserves van Lek en Linge. In de risico-inventarisatie is een schatting gemaakt van de benodigde personele reserves als gevolg van leerlingenkrimp van € 2 mln. De personele reserves bedragen op dit moment € 1,4 mln. De personele reserves worden niet verder verhoogd; eventuele toekomstige meerkosten voor personeel worden uit de algemene reserves gefinancierd. In 2021 is extra bekostiging ontvangen in het kader van het inhalen van leerachterstanden door de sluiting van scholen tijdens de coronapandemie. Hiervoor is een schoolprogramma opgesteld in overleg met de MR. Op basis van het schoolprogramma zijn in de formatie voor het schooljaar 2021/2022 taken toegewezen aan medewerkers. In 2021 is de volledige bekostiging ontvangen voor het schooljaar 2021/2022. Tegenover deze bate staan dus 5 maanden (met name) personeelskosten in 2021. Voor de kosten voor de komende 7 maanden van het schooljaar in 2022 is een bestemmingsreserve NPOgelden opgenomen: NPO bestemmingsreserve NPO ontvangsten in 2021 voor schooljaar 2021-2022 (€ 700 per leerling) Inzet in FTE schooljaar 2021-2022
LLC
LBG
1.724.100
755.300
13,9
7,1
5 maanden 2021
-492.708 -221.875
Inzet in niet-personeelkosten 2021 Reserve voor inzet in jaar 2022 (resterende 7 maanden)
-48.000
-21.000
1.183.000
512.000
JAARVERSLAG 2021
69
Ten behoeve van de investering in de nieuwbouw in Geldermalsen is een bestemmingsreserve gevormd ter grootte van de verwachte bijdrage in de bouwkosten uit eigen middelen. In 2017 zijn de daadwerkelijk gemaakte kosten hierop in mindering gebracht. De resterende bestemmingsreserve voor huisvestingskosten bedraagt per 31 december 2021 € 277.000. 2.2
2.2.1
Voorzieningen Stand per
Dotaties
Onttrekking
Stand per
Kortlopend
Langlopend
Langlopend
1-1-2021
2021
2021
31-12-2021
< 1 jaar
> 1 en < 5
> 5 jaar
Personele voorzieningen:
2.2.1.1 Voorziening spaarverlof 2.2.1.2 Voorziening jubilea 2.2.1.3 PB-uren 2.2.1.4 Voorziening langdurig zieken 2.2.1.5 Voorziening generatiepactregeling 2.2.1.6 Voorziening uitkeringskosten 2.2.1.7 Voorziening zwangerschapsverlof
2.2.2
Voorziening groot onderhoud
2.2.2
2.3
8.000
-
-
288.000
9.000
-15.000
1.501.000
740.000
110.000
8.000
8.000
-
-
15.000
60.000
207.000
-460.000
282.000 1.781.000
460.000
1.321.000
-
212.000
-110.000
212.000
212.000
-
-
103.000
142.000
-38.000
207.000
75.000
132.000
-
16.000
4.000
-16.000
4.000
3.000
1.000
-
100.000
-
-74.000
26.000
26.000
-
-
2.126.000
1.107.000
-713.000
2.520.000
799.000
1.514.000
207.000
3.632.000
1.950.000
-396.000
5.186.000
2.590.000
2.242.000
354.000
5.758.000
3.057.000
-1.109.000
7.706.000
3.389.000
3.756.000
561.000
De dotatie aan de voorziening is gebaseerd op een actueel meerjarenonderhoudsplan en is berekend volgens de componenten methode.
Langlopende schulden Stand per
Toename Vrijval/aflossing Stand per 2021
31-12-2021
Kortlopend
Langlopend
Langlopend
< 1 jaar
> 1 en < 5 jr
> 5 jaar
1-1-2021
2021 -
-49.000
593.000
48.000
2.3.1
Vooruitontvangen investeringssubsudie
642.000
2.3.2
RABO-lening
209.894
-
-17.667
192.227
2.3.3 2.3.4
Kluisborg Stichting Steun
42.625
8.470
-7.130
43.965
87.013
-
-10.891
76.122
2.3.5
Borg boekenfonds
192.000
353.000
17.000
68.000
107.227
7.000
36.965
11.000
44.000
21.122
231.557
45.541