1a Dijkversterking Gorinchem - Waardenburg_Toelichting__57921__.pdf
Tekst van het document
De Groene Ontwikkelingszone De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit alle gebieden met een andere bestemming dan 'Natuur' binnen de voormalige Gelderse EHS. Het beleid met betrekking tot de GO is gericht op het versterken van de ecologische samenhang door de aanleg van ecologische verbindingszones, waaronder landgrensoverschrijdende klimaatcorridors. In de Omgevingsvisie is een toelichtende kaart opgenomen van de verbindingszones. De ontwikkelingsdoelstelling is tweeledig: ontwikkeling van functies in combinatie met versterking van de kernkwaliteiten natuur en landschap. Kernkwaliteiten GNN en GO De provincie en haar partners streven samen naar een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en naar behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Natuur en landschap zijn het kapitaal van Gelderland. De opgaven die de provincie en haar partners hierbij zien, zijn: het behouden en mogelijk vergroten van de biodiversiteit (soortenrijkdom) in de natuur; het verbinden van de Gelderse natuur met natuurgebieden in aangrenzende provincies en Duitsland; het betrekken van mensen in een gebied bij het beheer van hun natuur en landschap. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden.
Het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone vervullen daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De ecologische verbindingszones maken voor een klein deel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk die beschermd en ontwikkeld moeten worden, zijn in de Omgevingsvisie omschreven. De provincie en haar partners streven samen naar een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
26
natuurgebieden. In paragraaf 4.4.6 wordt nader ingegaan op de NNN en de KRW doelen. De GO heeft een dubbele doelstelling. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De GO bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan bos of natuur die ruimtelijk zijn vervlochten met het GNN. Het gaat vooral om landbouwgrond. De gemeente respecteert de Groene Ontwikkelingszone, maar bestaand agrarisch gebruik moet mogelijk blijven binnen de daar ter plaatse geldende randvoorwaarden vanuit water en natuur. De kenmerken en waarden van deze gebieden zijn te vinden in bijlage 6 en 7 van de provinciale Omgevingsverordening. Conclusie: Er bestaat geen strijdigheid met de geformuleerde aanpak vanuit de ambities uit de Omgevingsvisie, met name voor wat betreft de klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit. Vanuit de omgevingsvisie wordt gestreefd naar het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. De voorgestelde dijkversterking levert hier een bijdrage aan en ligt grotendeels over het bestaande dijklichaam heen. Het plangebied ligt voor een deel tegen de GNN en GO aan. Er is geen sprake van aantasting van de beleidsdoelen in de omgevingsvisie en/of omgevingsverordening.
Voor een verdere beoordeling in het kader van de MER wordt verwezen naar paragraaf 5.1.
3.2.2
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Het omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het beleid bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie heeft in haar beleid een aantal operationele doelstellingen opgenomen, zodat duidelijk wordt hoe de provincie haar beleid wil realiseren. Op deze wijze wil de provincie streven naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Er is een integraal kaartbeeld opgesteld, die de essentie en samenhang toont van de verschillende ruimtelijke beleidskeuzes in de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: 1. het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hoogwaardig openbaar vervoer verbonden regiokernen; 2. de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht; 3. het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; 4. de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; 5. de groene ruimte en de groenblauwe structuur; 6. het bodem- en watersysteem; 7. energie. Voor wat betreft de begrenzing van het plangebied zijn de onderdelen 4, 5 en 6 van het grootste belang. Hieronder wordt op deze onderdelen nader ingegaan.
De samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie Vanuit de landschappelijke eenheid maakt het gebied onderdeel uit van de groene ruimte, overwegend als onbebouwde ruimte buiten in dit geval Gorinchem. Deze groene ruimte heeft een intrinsieke waarde. De groene ruimte draagt in hoge mate bij aan de biodiversiteit in de provincie en kernkwaliteiten die onderscheidend en uniek zijn vanwege de typisch Zuid-Hollandse combinatie van deltalandschappen: het kustlandschap, het veenlandschap en het rivierdeltalandschap. Deze landschappen zijn ontstaan op het grensvlak van zout en zoet, van land, zee en rivieren. Ze vormen de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en de groene ruimte in de provincie en vertellen de geschiedenis van Zuid-Holland. Belangrijk is het versterken van de economische kracht van de groene ruimte. De provincie wil ruimte
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
27
bieden voor agrarisch ondernemerschap en andere economische activiteiten die passen bij de gebiedskwaliteiten. Ruimtelijke ontwikkelingen die maatschappelijk en economisch gewenst zijn, moeten bijdragen aan de balans tussen de instandhouding, benutting en versterking van de bestaande gebiedskwaliteiten. De groene ruimte en de groenblauwe structuur De groene ruimte in Zuid-Holland is veelzijdig. De grote agrarische cultuurlandschappen behoren ertoe, net als de wateren in de flanken van de provincie en de natuurgebieden. Ook de kleinere landschappen en groengebieden in de nabijheid van de steden dragen bij aan de veelzijdigheid van de groene ruimte, evenals de groen- en waterstructuren in de stad zelf die als ‘haarvaten’ van de onbebouwde ruimte het stedelijk gebied dooraderen. De economie van het landelijk gebied is bijna net zo divers als die van het stedelijk gebied. Zowel bezien vanuit de economische vitaliteit als vanuit de ruimtelijke kwaliteit is een benadering uitsluitend gericht op functiescheiding in het landelijk gebied niet langer effectief. De provincie zet in op een betere, gebiedsgerichte verweving van de verschillende ‘klassieke’ functies in de groene ruimte (landbouw, natuur, recreatie, water, cultuurhistorie) en een betere relatie tussen stad en land.
Een gezamenlijke opgave is om de groene kwaliteiten zowel binnen als buiten de stad te versterken en de samenhang tussen stedelijke parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. De provincie zet daarom in op de groenblauwe structuur. Dat is een samenhangend stelsel van verschillende groene ruimtes en routes die stad en land met elkaar verbinden: de grote parken en groenblauwe dooradering in de stad, recreatieve stad-land verbindingen en poorten, recreatiegebieden om de stad, de groene buffers en belangrijke recreatieve routes in het landelijk gebied. Bodem- en watersysteem Klimaatverandering, toenemende verzilting, inklinking en het veranderend ruimtegebruik (ook in de ondergrond) vergen aanpassingen van en keuzes in het bodem- en watersysteem, die in veel gevallen invloed hebben op de ruimtelijke ordening. Deze keuzes hebben het achterliggende doel dat Zuid-Holland beschermd blijft en dat het mogelijk blijft om water in zijn vele hoedanigheden beter te benutten. De kwaliteit en functionaliteit van water dienen optimaal te zijn en vragen permanent om verbetering en bescherming. Bij aanpassingen aan het watersysteem gelden twee uitgangspunten: ze zijn klimaatbestendig en de natuurlijke processen krijgen, waar dat kan, meer ruimte of worden beter benut. Delen van Zuid-Holland hebben te maken met een specifiek probleem: de daling van de veenbodem.
Het proces van bodemdaling kan niet volledig worden gestopt (zonder ingrijpende vernatting). Op lange termijn gaat het veenlandschap onvermijdelijk veranderen. Dat kan consequenties hebben voor het ruimtegebruik. Bodemdaling veroorzaakt verder een aanzienlijke uitstoot van broeikasgassen. Oxidatie van veenweidegebieden vormt de grootste bron van emissie uit landgebruik. Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben de omgevingsverordening op 20 februari 2019 vastgesteld. De verordening geeft regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Ingezoomd op het gebied van en rond het plangebied kan worden aangegeven dat de Dalemsche buitenwaarden binnen het NatuurNetwerk Nederland zijn aangewezen als bestaande en nieuwe natuur. In paragraaf 3.4.3 en 5.8 wordt hier nader op ingegaan. De Dalemsche buitenwaarden worden als het ware begrensd aan de noordzijde door de Waaldijk. Verder kan worden aangegeven dat het agrarisch gebied tussen de Dalemsche buitenwaarden en Laag-Dalem in het kader van de Ruimtelijke kwaliteit, beschermingscategorie 2 heeft gekregen als recreatiegebied. In feite vormt het dijklichaam de scheidslijn tussen de beide voornoemde gebieden. In paragraaf 3.4.2 wordt hierop verder ingegaan.
De verordening attendeert er verder op als het gaat om het Cultureel erfgoed dat sprake is van een molenbiotoop, waarmee rekening dient te worden gehouden. Het molenbiotoop is overgenomen in dit plan.
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
28
Conclusie De contour van de dijkversterking ligt grotendeels over de bestaande dijk. Vastgesteld kan worden dat sprake is van aanpassingen op enkele kleine onderdelen. Hoofdzakelijk binnendijks en voor een beperkt deel buitendijks gaat het om aanpassingen van het dijklichaam zelf. Er is geen sprake van aantasting of strijdigheid met de gekozen beleidskeuzes. De dijkversterking draagt bij aan de verbetering en bescherming van het watersysteem. Kortom de dijkversterking is verenigbaar met het provinciaal beleid.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Beleid Waterschap Rivierenland
Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten' bepalend voor het waterbeleid. Het plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en omvat alle watertaken van het waterschap, hieronder begrepen in ieder geval: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit. Het programma is vooral bedoeld voor de interne organisatie van het waterschap, maar biedt daarnaast kansen om samen met het waterschap de watertaken gezamenlijk op te pakken. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Gewijzigde wet- en regelgeving (voornamelijk Waterwet en Wet Milieubeheer) hebben geleid tot veranderingen in organisatie en beleid van de waterketen. Een belangrijke ontwikkeling voor de wijze van samenwerking tussen waterschap en gemeenten is het landelijke Bestuursakkoord Water 2011 (BAW). In het BAW worden de watertaken "scherper" toebedeeld aan de overheden én wordt een nieuwe impuls gegeven aan de samenwerking tussen deze overheden.
Op 31 oktober 2018 hebben de waterpartners aanvullende afspraken gemaakt op het Bestuursakkoord Water. Het gaat hierbij samengevat om de volgende onderwerpen: 1. De kansen van de informatiesamenleving; 2. De risico's van digitale dreigingen; 3. Het succes van regionale samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven; 4. Implementatie van de Omgevingswet in de waterketen. In algemene zin kan worden gezegd dat het doel van het Bestuursakkoord Water is te blijven zorgen voor: de veiligheid tegen overstromingen; een goede kwaliteit water; voldoende zoet water. Conclusie: De dijkversterking waarbij waterschap, gemeenten en provincies samenwerken past binnen de filosofie van het Bestuursakkoord Water. De dijkversterking draagt ook bij aan de veiligheid tegen overstromingen en past daarmee binnen het Bestuursakkoord Water.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Ruimtelijke Strategische Visie Regio Rivierenland
In 2016 hebben de gemeenten in Regio Rivierenland een regionale ambitie opgesteld voor de periode
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
29
2016 - 2020. Het gaat hierbij om de (voormalige) gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel. Op 1 januari 2019 zijn de gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal samengevoegd tot de gemeente West Betuwe. Met ondernemers, onderwijs, organisaties en andere overheden zijn de genoemde gemeenten in gesprek gegaan om samen regio Rivierenland beter op de kaart te zetten. Zo is Regio Fruitdelta Rivierenland geboren, een samenwerkingsplatform van diverse partijen die belang hebben bij een goed functionerend gebied. Een gebied met een prettig woon-, werk- en leefklimaat dat centraal ligt in Nederland. Via het doorlopen van een interactief proces is een ruimtelijke strategische visie voor drie economische speerpunten ontstaan. Een visie om de Regio Rivierenland beter op de kaart te zetten en om afspraken vast te leggen waar elke gemeente afzonderlijk mee aan de slag kan gaan. De visie is vertaald in een kansenkaart met als doel ondernemers, organisaties en andere overheden te inspireren en bij te dragen aan het behalen van de economische ambities in Regio Rivierenland. De visie laat zien dat het gebied een poort is naar nieuwe kansen voor bedrijvigheid in agribusiness, logistiek en recreatie en toerisme. En dat levert meer werkgelegenheid op voor onze inwoners en een beter woon- en leefklimaat.
De drie economische speerpunten zijn economie, logistiek en recreatie en toerisme. De drie speerpunten zijn vertaald in een aantal ambities, namelijk: De tuinbouw wordt nog meer toonaangevend in Europa; In de top drie komen van logistieke hotspots; 5% omzetgroei per jaar in toerisme en recreatie Toerisme en recreatie spelen in het bijzonder voor het Rivierenland. Het Rivierenland kent bijzondere plekken en recreatieve functies. De grote rivieren, zoals de Maas, Waal en Lek met de dijken en tussenliggende komgebieden geven ons gebied weidsheid. Elke rivier heeft haar eigen kwaliteiten, activiteiten en uitstraling. In het kader van de dijkversterking wordt het patroon van het dijklichaam slechts op bepaalde plaatsen iets gewijzigd. Vastgesteld kan worden dat de recreatieve functie behouden blijft en dat recreatieve voorzieningen ('Gastvrije Waaldijk') worden aangebracht en/of verbeterd langs het traject van de Waal. Conclusie: De dijkversterking staat de eerste twee genoemde ambities (toonaangevende tuinbouw in Europa en top drie van logistieke hotspots) niet in de weg en ondersteund de ambitie die 5% omzetgroei per jaar in toerisme en recreatie voorstaat.
3.4.2
Bidboek West Betuwe
Het Bidboek West Betuwe geeft een visie op de toekomst en alles wat de stadjes, dorpen en het prachtige landelijke gebied te bieden hebben. Het Bidboek is niet bestuurlijk vastgesteld, maar heeft een breed maatschappelijk draagvlak. De kernboodschap is 'schappelijkheid'. Schappelijk bestuur met begrip en ruimte voor de gemeentelijke 'volksaard', waarbij voorop staat dat de gemeente zelf haar verantwoordelijkheid neemt voor de woon-, werk- en leefomgeving en voor elkaar. In het Bidboek wordt aan de hand van de thema's 'wonen en werk', 'gezonde en veilige leefomgeving', 'zorg, welzijn en voorzieningen' en 'identiteit en saamhorigheid' de dorpen en steden geschetst. Op basis hiervan zijn acties geformuleerd, die verbeterd en gekoesterd moeten worden. Ook zijn daar waar nodig aandachtspunten geformuleerd. Voor de dijkversterking zelf zijn de voor de steden en dorpen geformuleerde de acties en aandachtspunten uit het Bidboek niet van belang of niet van toepassing. Naast de dorpen/steden zijn er ook bijeenkomsten geweest met mensen die in het buitengebied wonen of werken, met ondernemers en met organisaties uit het sociaal maatschappelijk veld. De inbreng van
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
30
deze groep is geclusterd in drie schappen'', namelijk: • ‘Landschap’ voor het inrichten van een duurzaam buitengebied; • ‘Vriendschap’ voor alle aspecten van welzijn en zorg; • ‘Ondernemerschap’ voor winst, werk en inkomen. Voor de dijkversterking is met name het 'Landschap' van belang. Enerzijds is er de uitdaging om de 'Bloesemgemeente van Nederland' te zijn en te blijven. Anderzijds ziet de gemeente als uitdaging het benutten van haar potentie als recreatiegebied in midden Nederland, waarbij het investeren in één of meerdere grootschalige toeristisch recreatieve trekkers noodzakelijk is. In het Bidboek wordt onder meer aangegeven dat het prachtige landschap tussen en rond de beide rivieren recreatie stimuleert in de vorm van wandelen, fietsen, varen, motorrijden en autorijden. De toekomst van het buitengebied ligt dan ook in de combinatie van agrarisch en recreatief gebruik, met respect voor landschap, cultuurhistorie en natuur. Ook staat in het Bidboek aangegeven dat het Lingelandschap en de Nieuwe Hollandse Waterlinie met haar cultuurhistorische waarden belangrijk zijn. Ze dragen bij aan de leefbaarheid van het gebied en zijn tegelijkertijd aantrekkelijk voor toeristen uit de Randstad. Veel mensen komen naar West Betuwe voor recreatie en ontspanning.
Dat moeten gekoesterd worden, maar het betekent ook dat geïnvesteerd moet worden in het behoud en het versterken van het landschap. Voorgaande kan bereikt worden door nieuwe initiatieven te ondersteunen die bijdragen aan de beleving van het gebied. Hierbij moet gedacht worden aan initiatieven op het vlak van cultuurhistorie, landschap, fruit en water. Voor de bereikbaarheid van de Linge en de Waal is een investering nodig in publiektoegankelijke steigers, strandjes en wandel- en fietsroutes. De gemeente kan hier een rol in spelen door het gesprek aan te gaan met grondeigenaren en organisaties in de toeristisch recreatieve sector. Het rivierenlandschap in de nieuw-gevormde gemeente kenmerkt zich door diversiteit en is gevormd door de Linge en de Waal die van oost naar west door West Betuwe stromen. Op de hoge oeverwallen langs de rivieren ontstonden ooit de dorpen en vestigden zich boerderijen, omringd door boomgaarden en akkers. De lage komkleigebieden werden benut voor hooilanden, eendenkooien, rietlanden en grienden. De kenmerkende verschillen tussen deze gebieden zijn nog steeds zichtbaar in het landschap: op de oeverwallen is meer bebouwing en veel fruitteelt, de komgronden zijn nog steeds vooral weidegebied. De inwoners koesteren de openheid met lage begroeiing van de uiterwaarden, het zicht op de rivieren en de openbaarheid van de dijken en uiterwaarden.
Ook het behoud van oude bomenlanen bij nieuwe ontwikkelingen, het aantrekkelijke Mariënwaerdt, de Nieuwe Hollandsche Waterlinie en het Lingelandschap hebben prioriteit. Het behoud van het karakteristieke Lingelandschap, de Nieuwe Hollandsche Waterlinie, de uiterwaarden van de Waal, landgoederen en oude bebouwing staan centraal. Conclusie: De dijkversterking ligt hoofdzakelijk op het bestaande dijktracé. Deze dijkversterking is niet in strijd met de geformuleerde uitgangspunten en ambities uit het Bidboek West Betuwe en draagt bij aan de versterking van het rivierenlandschap.
3.4.3
Structuurvisie 2015 Gorinchem
Algemeen In 2015 is de Structuurvisie voor de gemeente Gorinchem vastgesteld, waarin de ruimtelijke ontwikkeling van de stad voor de komende 6 tot 7 jaar is vastgelegd. Het plan gaat in op de ambities rondom de functies wonen, werken, groen en water, mobiliteit, welzijn en milieu en hun onderlinge samenhang, voor zover deze betrekking hebben op de ruimtelijke structuur van de stad. Deze visie is sterk uitvoeringsgericht. Doel van de structuurvisie is het aangeven van de kaders waarbinnen ontwikkelingen en projecten kunnen plaatsvinden en het communiceren van de ambities van de gemeente aan derden. Gemeente heeft een lange termijn visie ontwikkeld, waarbij het ISV als vertrekpunt is genomen en vanuit de behoefte aan een meer integraal langere termijn perspectief. Deze visie kan samengevat als volgt
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
31
worden weergegeven. 1. Voor de langere termijn is de economische trend, dat stad en regio zich zullen ontwikkelen vanuit een industriële samenleving naar een meer gediversifieerde diensteneconomie. De nieuwe economie voor de regio is meer kennisintensief en vraagt daarmee ook om hoger opgeleiden. Deels wonen deze al in de regio, maar zij zijn voor werk aangewezen op andere steden binnen de Zuidvleugel met de nodige mobiliteit als gevolg. Overigens betekent deze lange termijn ombuiging niet dat voor de nu aanwezige maakindustrie geen toekomst meer is: ook deze industrie wordt nu al steeds meer kennisintensief. Waar de toegevoegde waarde in het verleden lag in de productie, zelf komt deze in toenemende mate steeds meer te liggen bij productontwikkeling, engineering en organiserend vermogen. Uiteindelijk wordt de productie zelf mogelijk steeds meer uitbesteed. Ook is zowel in metaal als chemie een omschakeling zichtbaar van bulkproducten naar hoogwaardig maatwerk. Juist de bedrijven in Gorinchem hebben in deze een zelfs internationale uitstraling. Dit type bedrijvigheid wordt inmiddels erkend als van nationaal belang. 2. Ruimtelijk is voor de langere termijn in de economische en ruimtelijke ontwikkeling van Gorinchem de centrale ligging als knooppunt van wegen en water het vertrekpunt.
Bovendien is in de komende tijd de aanleg van de ontbrekende spoorweg Utrecht – Breda uitermate wenselijk. Voor de langere termijn ontstaat dan bij de huidige sportvelden in Molenvliet een uniek knooppunt van spoor, wegen en water, centraal in het land gelegen en daarmee uitstekend vanuit vele richtingen bereikbaar. De potentie van dit knooppunt biedt aanknopingspunten voor de ontwikkeling op langere termijn van een hoogwaardige kantorenlocatie. Cultuurhistorie Vanuit cultuurhistorie wordt landschappelijk gezien onder meer ingezet op behoud van de nog in het landschap aanwezige cultuurhistorische kenmerken. In het kader van de ontwikkeling van Hoog Dalem is binnen de structuurvisie aangegeven dat de Hollandse Waterlinie een cultuurhistorische waarde heeft voor Gorinchem en voor de regio en dat de waarden niet mogen worden aangetast, maar juist versterkt moeten worden. Een deel van de Waterlinie valt binnen het plangebied. Inzet in dit gebied moet erop gericht zijn het versterken van de cultuurhistorische waarde, waarbij de Waterlinie herkenbaar blijft en de recreatieve gebruikskwaliteit te ontwikkelen. Conclusie: De dijkversterking gaat uit van het bestaande dijklichaam en verder is voor wat betreft het grondgebied van Gorinchem geen sprake van verbreding van het dijklichaam.
Geconcludeerd kan worden dat aantasting van de Hollandse Waterlinie niet zal plaatsvinden en juist door het volgen van de bestaande contour wordt versterkt. Economie In het buitengebied wordt ingezet op transformatie naar extensieve landbouw en groenontwikkeling door middel van het stimuleren van combinaties tussen natuur, landbouw en recreatie. Speciaal aandachtsgebied is in dit kader de groene verbinding aan de oostzijde van de gemeente buiten de contour (tevens groene bufferzone nieuw stedelijk gebied Hoog Dalem). De waterlopen met hun oevers binnen de stad en uiterwaarden worden ingericht als blauw-groene natuurgebieden. Speciale aandacht zal uitgaan naar de Lingeoevers en het gebied Buiten de Waterpoort, welke voor de inwoners van Gorinchem een belangrijke recreatieve waarde hebben. Het gebied achter de oude kern Dalem en ten oosten van de stedelijke uitbreiding van Gorinchem is ontstaan uit restruimten tussen de – in tijdvakken ingedeelde – verschillende rivierlopen met karakteristieke patronen en verlopen. Het ontleent aan dit gegeven zijn landschappelijke open karakter en kent om die reden een hoge archeologische verwachting. De eerdere archeologische vondst van een historisch waardevolle donk bevestigt deze. Het gebied maakt tevens deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Ook het gebied langs de Lingedijken heeft dezelfde hoge archeologische verwachting.
In aansluiting op het als beschermd stadsgezicht aangewezen deel van de historische binnenstad is het gebied langs het Merwedekanaal, de Kerkhofsluis en het zuidwestelijk deel van de
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
32
Lingewijk gekenmerkt als nederzetting met een intacte structuur en redelijk gave bebouwing en een hoge cultuurhistorische waarde. Conclusie De dijkversterking markeert als het ware de grens tussen natuurgebied/ecologische verbinding en de het halfopen veenweidelandschap met rundveehouderij. Van aantasting van de aanwezige waarden is geen sprake. Toerisme In de Structuurvisie is aangegeven dat Gorinchem zich sterk wil gaan inzetten voor de verdere uitbouw van het toeristisch-recreatief potentieel van de stad. Hiervoor wordt ook actief samengewerkt met de Vereniging van Nederlandse Vestingsteden, de Vestingdriehoek en de VVV in Gorinchem. Tevens zal de samenwerking met de Drechtsteden worden verstevigd in relatie tot het inzetten van snel openbaar vervoer over water (zoals de waterbus). De toeristische samenwerking is met name gericht op het aantrekken van cultuurhistorisch toerisme en recreatie, winkelend publiek, uitgaans- en evenementenpubliek en watersporters. Het routegebonden toerisme wordt gestimuleerd door de (door-)ontwikkeling van diverse fiets- en wandelpaden als de Schelluinse Vliet en het Hollandse Waterliniepad. Conclusie: De dijkversterking zal een positieve bijdrage leveren op toeristisch-recreatief terrein. De dijk wordt zodanig ingericht dat het langzame verkeer voorrang heeft en de auto 'te gast' is.
Het plan biedt verder voldoende mogelijkheden voor het aanbrengen/plaatsen van recreatieve voorzieningen. Bovendien is de dijk onderdeel van de Gastvrije Waaldijk.
Milieu Op nationaal niveau zijn beleidsnota's vanuit verschillende invalshoeken van belang. Het tweede Structuurschema Groene Ruimte benadrukt het belang van groen voor inwoners: het gaat dan niet alleen om de natuurwaarde, maar ook om de recreatieve functie. Het groen in en om de stad moet dus ook voor beide functies worden ingezet. De nota hecht veel waarde aan het compensatiebeginsel: rood, dan ook groen. In de nu voorgaande periode heeft de ontwikkeling van de natuur geen gelijke tred gehouden met de snelle verstedelijking. Daarom is nu een inhaalslag nodig. Daarbij moet ook vooral meer ruimte voor water komen, met een betere kwaliteit. De Nota Ruimte geeft het kader voor hoe er in algemene zin met de ruimte moet worden omgegaan. De nota geeft veel aandacht aan het zogenaamde “groen-blauwe netwerk”; de samenhangende structuur van groen en water. De nota is niet rigide in het onderscheid tussen natuur en stedelijkheid. Vooral combinaties van functies worden gestimuleerd. Groene contouren moeten aangeven waar natuur absoluut de drager is en dus geen andere ontwikkelingen kunnen worden toegestaan. Het groen-blauwe netwerk sluit aan op de Ecologische Hoofdstructuur. De EHS (thans NNN) is een natuurnetwerk in geheel Europa. Het omvat de belangrijkste natuurgebieden en de verbinding daartussen: de ecologische verbindingszones.
De (provinciale) ecologische hoofdstructuur is opgenomen in het streekplan. De stad Gorinchem wordt aan de noord-, west- en zuidzijde begrensd door ecologische verbindingszones. Alleen aan de oostzijde zijn deze niet ingetekend. Het gebied wat ook deels valt binnen dit begrenzing van het bestemmingsplan. Begin 2003 is het Groenstructuurplan Gorinchem opgesteld (GSP). In het GSP wordt een aantal ambitieuze actiepunten voorgesteld, waarbij voor de dijkversterking de volgende ambities van belang zijn: 1. grote recreatiegebieden kunnen samen met de omliggende gemeenten worden ontwikkeld; 2. de Nieuwe Hollandse Waterlinie is belangrijk voor de inrichting van Gorinchem Oost; 3. vooral in het buitengebied, maar ook in de stad, moet worden gekeken naar mogelijkheden om natuur, landbouw, wonen en recreatie te combineren; 4. de waterlopen met hun oevers en uiterwaarden worden ingericht als blauw-groene natuurgebieden (zo wordt de EHS (thans NNN) verder uitgebreid en is er een robuuste verbinding tussen de
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
33
noordelijke en zuidelijke kant van de gemeente). Conclusie: de dijkversterking die voor dit gedeelte beperkt blijft tot het bestaande dijktracé past binnen de ambities van de structuurvisie die op het onderdeel zijn gesteld en/of zijn hiermee niet in strijd. Visie Waterrijk Gorinchem De visie Waterrijk Gorinchem richt zich op 3 thema's: water en kwantiteit natuur, ecologie en waterkwaliteit water en ruimte Thema: water en kwantiteit De visie bij het thema waterkwantiteit richt zich op het op orde hebben van het watersysteem in de zin van geen wateroverlast bij de dan geldende klimaatomstandigheden. Ook moet een geschikte waterhuishoudkundige conditie worden bereikt voor de verschillende gebiedsfuncties. Neerslagwater wordt zoveel mogelijk in het systeem vastgehouden of geborgen en aanvoer van gebiedsvreemd water dient te worden beperkt. De doelen die in dit kader geformuleerd zijn: Het goed functioneren van de aan- en afvoer van het watersysteem: dit stelt met name eisen aan beheer en onderhoud, zoals baggeren en de dimensionering van watergangen en kunstwerken; Het benutten van gebiedseigen water; Geen overlast door oppervlaktewater. Dit betekent voor het stedelijke gebied dat een bui die eens in de 100 jaar voorkomt niet tot inundatie mag leiden.
Hiertoe moeten met name in Gorinchem-West maatregelen worden genomen ten aanzien van waterberging en afvoercapaciteit van duikers; Geen overstromingen van grote rivieren; Geen overlast door grondwater; Geen overlast door riolering; Afkoppelen van verhard oppervlak. Door afkoppelen van verhard oppervlak kan de belasting van de zuiveringsinstallatie met regenwater worden verminderd. In de primaire waterkering in de rechter Waaldijk bij Dalem bevinden zich drie overlaten. Deze dienen voor het afleiden van water dat na een eventuele dijkdoorbraak in Gelderland naar het westen zal wegstromen. Voor het goed functioneren van deze overlaten is het van belang dat een strook grond ten noorden van de Waaldijk wordt vrijgehouden van bebouwing. Bovendien zal ervoor gezorgd worden dat het toestromen van water optimaal mogelijk blijft. Plannen voor het stichten van bebouwing, het aanleggen van landschapselementen, dan wel boven het maaiveld gelegen infrastructuur worden door middel van berekeningen gecontroleerd op hun effecten ten aanzien van de inundatiewaterstand en inundatieduur. Wanneer het gecumuleerde waterstandsverhogend effect (te rekenen vanaf 2003) meer zal bedragen dan 1 cm. zullen compenserende maatregelen dienen te worden getroffen. Dit geldt ook als blijkt dat de inundatieduur toeneemt.
Thema: water en ruimte De visie op dit gebied is dat water mede sturend moet zijn bij de ruimtelijke inrichting. Instrumenten hiervoor zijn het uitvoeren van de watertoets bij nieuwbouwplannen, hydrologisch neutraal bouwen en het realiseren van nieuwbouwplannen op locaties die daarvoor geschikt zijn. Waardevolle ruimtelijke gebieden worden beschermd tegen negatieve invloeden. Conclusie: De dijkversterking past binnen de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in de Visie Waterrijk Gorinchem.
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
34
Hoofdstuk 4
4.1
Planbeschrijving
Waarom een dijkversterking
In een rivierdelta is de waterveiligheid nooit af. Na de periodes van hoogwater in 1993 en 1995 zijn projecten uitgevoerd om dijken te versterken en de rivier meer ruimte te geven. Voor de langere termijn zijn deze ingrepen niet voldoende. De rivierdijken, dus ook de dijk tussen Gorinchem en Waardenburg (GoWa), moeten voldoen aan een nieuwe veiligheidsnorm. De dijk is op dit moment gebaseerd op een veiligheidsnorm uit de jaren zestig. In de afgelopen jaren hebben zich veel meer bewoners en bedrijven in het gebied achter de dijken gevestigd. In januari 2017 is een nieuwe veiligheidsnorm van kracht geworden die recht doet aan de bewoners en de waarden in het gebied. Met de huidige dijk is dit gebied 'onderverzekerd'. Daarom moet de dijk tussen GoWa worden versterkt. Het gaat om circa 23 kilometer. Aangrenzende dijkvakken worden (indien noodzakelijk) versterkt in het kader van andere dijkversterkingsprojecten.
4.2
De opgave voor een veilige en leefbare dijk
De doelstelling van het project is het realiseren van een veilige en leefbare dijk die voldoet aan de wettelijke hoogwaterveiligheidsnorm en past binnen de randvoorwaarden van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Deze nieuwe veiligheidsregels (2017) zijn gebaseerd op een risicobenadering: daar waar de gevolgen het grootst zijn, worden de strengste eisen gesteld aan de waterkering. Voor de dijk tussen GoWa ligt de nieuwe norm (wettelijke ondergrens) op een overstromingskans van 1/10.000 per jaar. De dijk tussen GoWa voldoet daar niet aan. Reden waarom de dijk is aangemerkt als één van de meest urgente dijkversterkingen in Nederland.
4.2.1
Een veilige dijk
In 2016 heeft Waterschap Rivierenland de dijk beoordeeld op basis van de nieuwe methoden en inzichten. Hierbij is gekeken naar de vier belangrijkste 'faalmechanismen'. Faalmechanismen zijn manieren waarop een dijk door een serie van logisch opeenvolgende gebeurtenissen kan falen. De verschillende faalmechanismen zijn hieronder in beeld gebracht: 1. Hoogtetekort: waardoor het water over de dijk kan lopen of er overheen kan slaan door golven (overslag). Daardoor kan de dijk eroderen en uiteindelijk bezwijken. 2. Piping: wat betekent dat er water onder de dijk doorstroomt dat zand meeneemt en daardoor een tunnel onder de dijk vormt. Hierdoor wordt de dijk ondermijnd en kan deze bezwijken. 3. Macrostabiliteit binnenwaarts (landzijde): als de dijk niet sterk genoeg is kan er bij hoogwater een moot grond aan de binnenzijde van de dijk afschuiven. 4. Macrostabiliteit buitenwaarts (rivierzijde): bij een onvoldoende sterke dijk kan het ook voorkomen dat een moot grond aan de rivierzijde van de dijk afschuift, waardoor de dijk kan bezwijken. Uit de veiligheidsanalyse komt naar voren dat de dijk over de gehele lengte niet voldoet op drie of vier van deze faalmechanismen. Uitgangspunt voor de dijkversterking is dat de dijk 'integraal' wordt versterkt, voor alle vier de faalmechanismen. Bij het ontwerp is hier rekening mee gehouden.
De dijk wordt zodanig versterkt dat geanticipeerd wordt op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering en bodemdaling. De opgave van het project is om een veilige dijk te realiseren die tot 2075 zijn functie kan vervullen.
4.2.2
Leefbaarheid van de dijk
Naast veiligheid vormt de leefbaarheid van de dijk een belangrijk onderdeel van het ontwerp: een
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
35
dijkontwerp waarbij zo veel als mogelijk rekening gehouden wordt met landschappelijke en cultuurhistorische waarden en rekening wordt gehouden met bewoners, bedrijven en recreanten. De handreiking Ruimtelijk Kwaliteit van het waterschap Rivierenland was hierbij het startpunt. De koers van de dijk en het gebied waarin de dijk gelegen is zijn bepalend geweest voor de visie rondom de leefbaarheid. Ook is vanaf het begin in de verkenningsfase gestuurd op duurzaamheid in het ontwerp van de dijk.
4.2.3
Handreiking ruimtelijke kwaliteit
In opdracht van waterschap Rivierenland is in 2015 de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Dijkversterking GoWa opgesteld. Deze is vastgesteld door de bestuurlijke begeleidingsgroep. De handreiking geeft het kader voor de landschappelijke inpassing van deze dijkversterking. In de handreiking worden 3 aandachtsvelden aangehouden, namelijk: 1. Het dijklandschap: Zichtbaar maken van de landschappelijke verandering van oost naar west; Behoud van de dijk als scherpe grens; Verbeteren van de gebruiksmogelijkheden van de uiterwaarden. 2. Het dijktracé: Zorgvuldige omgang met het huidige bochtige tracé en de markante knikken; Behoud van de vergezichten over het achterland; Behoud van het verkeersluwe karakter en de terughoudende weginrichting. 3. Bijzondere ensembles: Kruising van de Nieuwe Hollandse Waterlinie met de Waal; Kaap Haaften en de naastgelegen Kerkewaard; De drie omdijkingen bij Herwijnen; Omgeving Vuren met het Heuffterrein en de Hondswaard; Uiterwaarden. Daarnaast geeft de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit principes voor de inrichting mee. De eerste is de balans die er gezocht moet worden tussen het lokale maatwerk en een herkenbaar en continu dijkprofiel in de lengterichting. Het dichter bij de dijk brengen van het gebruik vormt een tweede. De dijk zelf is compact en het beheer gaat zoveel mogelijk over naar de aangrenzende particuliere eigenaren en gebruikers.
De bermen van de dijk worden waar mogelijk vloeiend aangeheeld met het maaiveld. Tot slot wordt gepleit voor een inrichting zonder 'poespas'.
4.2.4
Koers van de dijk
Zorgvuldige omgang met bestaande waarden Langs de dijk bevindt zich een groot aantal cultuurhistorische en archeologische waarden. Belangrijke waarde in het gebied is de Hollandse Waterlinie met als onderdelen Gorinchem Vesting, de Dalemse Sluis en Fort Vuren. Daarnaast is langs de dijk een groot aantal beschermde Rijks- en gemeentemonumenten zoals kerken, molens, woningen en het peilschaalhuisje gelegen als ook monumentale bomen. Achter de dijk ligt een aantal wielen. Dit zijn overgebleven kolkgaten van dijkdoorbraken. Karakteristiek voor de uiterwaarden zijn strangen; overgebleven delen fossiele rivierlopen. Bij de dijkversterking worden deze waarden zoveel mogelijk behouden, ingepast of versterkt. Tracé op zijn plek Het dijktracé is van grote betekenis als informatiedrager van de dijkgeschiedenis vanaf de Middeleeuwen en vertelt het verhaal van leven met water. Uitgangspunt voor het ontwerp is dat dit tracé met zijn scherpe knikken en vloeiende bochten op zijn plek blijft liggen zodat de rijke historie van de dijk en de
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
36
strijd tegen het water afleesbaar blijft. Als het kan worden daarbij omdijkingen voorkomen en wordt de weg op de kruin gehouden als soort tribune voor het rivierenland. Ranke kruin, gebruik tot aan de dijk Uitgangspunt is dat de kruin rank en herkenbaar blijft en het gebruik weer dichter bij de dijk wordt gebracht. Het wegprofiel wordt op de bestaande, smalle breedte gehouden en er is een duidelijk hoogteverschil tussen berm en kruin zodat deze laatste herkenbaar en rank blijft. Als het kan worden buitenbermen voorkomen. Het beheer van de bermen aan de binnenzijde gaat over naar aangrenzende particuliere eigenaren en gebruikers. De 'dijk' zelf oogt daarmee opnieuw compact. Bijzondere ensembles Langs het traject is een drietal bijzondere ensembles opgepakt waar in de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit bijzondere inzet is gevraagd, namelijk: 1. de Kaap bij Haaften en Kerkewaard: benadrukken van de markante positie van de Kaap, inrichting rivierfront en aansluiting van het dorp, verdere ontwikkeling van de dijk als groene overgang naar het bedrijventerrein; 2. Herwijnen, met een drietal omdijkingen: beschermen van de voormalige dijklinten en beter aansluiten van de omdijkingen; 3. Omgeving Vuren met het Heuffterrein: hier hebben de verschillende betrokken partijen de handen ineengeslagen om in het verlengde van de dijkversterking te komen tot een integrale gebiedsontwikkeling.
Het Linielandschap en de uiterwaarden, welke de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit ook benoemt, zijn hier opgenomen onder respectievelijk bestaande waarden en het gebied.
4.2.5
De dijk en het gebied
Wonen langs de dijk In de verschillende fasen van de dijkversterking is aandacht besteed aan het thema 'woongenot', vanaf de verkenning tot en met de realisatiefase. De bestaande woningen worden zoveel mogelijk behouden. Het wonen langs de dijk wordt gezien als een belangrijke bestaande waarde. Bij de dijklinten wordt de dijk, als er geen andere oplossingsrichtingen zijn, over het algemeen naar buiten toe versterkt. Daarbij wordt ook gelet op het woongenot. Woongenot kan voor iedereen iets anders betekenen. In de afwegingen en keuzes voor het voorkeursalternatief in het MER is het thema woongenot omschreven als: de beleving van de ruimte om de woningen. Hier wordt een combinatie van uitzicht, licht, afstand tot de dijk en weg en de mogelijke aantasting van de tuin bedoeld. Bij het uitwerken van het voorkeursalternatief tot een meer gedetailleerd ontwerp is opnieuw gekeken naar welke verandering in woongenot wordt verwacht. Tijdens keukentafelgesprekken is een nog beter beeld gekregen van wat woongenot voor de bewoners aan de dijk betekent. De resultaten van de effectbeoordeling zijn gebruikt bij de lokale inpassing van de dijk en het detailontwerp. Gastvrije Waaldijk De komende jaren wordt de noordelijke Waaldijk tussen Gorinchem en Nijmegen versterkt.
Daarom hebben de gemeenten West Betuwe, Tiel, Neder-Betuwe, Overbetuwe, Nijmegen en Lingewaard met Waterschap Rivierenland, Provincie Gelderland en de ANWB het initiatief genomen om er gezamenlijk een 'Gastvrije Waaldijk' van te maken. Een 80 kilometer lange dijk met één uitstraling en dezelfde kenmerken: een Waaldijk met een gastvrij karakter, waar de fiets de hoofdgebruiker is en de auto te gast. Tijdens het voortraject zijn door bewoners al eerder wensen ingebracht, bijvoorbeeld over verkeersveiligheid op de dijk, bankjes, bloemrijke dijken of uitkijkpunten. Deze al eerder ingebrachte wensen worden, samen met de uitgangspunten uit 'Gastvrije Waaldijk', gebruikt bij het maken van het ontwerp. Zo wordt de 'Gastvrije Waaldijk' ontworpen als een dijk waaraan bewoners, bedrijven en belanghebbenden hebben meegedacht en meegewerkt. Relatie met de uiterwaarden De uiterwaarden langs de Waal vormen voor het gebied een karakteristiek en waardevol landschappelijk,
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
37
recreatief en natuurlijk gebied. In de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit en in het programma Panorama Waal heeft de provincie aangegeven deze waarden te willen versterken. Waar kansen liggen sluit de dijkversterking hierbij aan. De dijkversterking GoWa 'raakt' het buitendijks gebied op verschillende manieren. De dimensies van de nieuwe dijk hebben een grote invloed op het landschap aan beide zijden van de dijk. Buitenwaartse versterkingen brengen een compensatieopgave met zich mee voor rivierkunde en voor natuurwaarden. Deze opgave kan worden ingevuld door herinrichting van een aantal uiterwaardgebieden. Herinrichting van uiterwaarden is ook een wens die naar voren is gebracht door de ensemblewerkgroepen. Zij zien mogelijkheden om de uiterwaarden aantrekkelijker en toegankelijker te maken voor recreatie.
4.2.6
Een duurzame dijk
Het waterschap Rivierenland heeft de ambitie om een duurzame dijkversterking te realiseren. Daarom is al vanaf vroeg in de verkenningsfase gestuurd op duurzaamheid. De basis voor de duurzaamheidsaanpak is de Aanpak Duurzaam GWW. Dit is een procesmatig stappenplan waarmee duurzaamheid integraal wordt meegenomen in het primaire proces van verkennen, planuitwerking en realisatie. Centraal in de Aanpak Duurzaam GWW staat het Ambitieweb, een analysetool (grafiek) die werkt met de twaalf sturingsthema's voor duurzaamheid en drie prestatieniveaus. De sturingsthema's voor duurzaamheid zijn bijna allesomvattend. Hierdoor blijft het risico van een te brede en/of verkeerde benadering bestaan. Daarom heeft de stuurgroep van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) in mei 2017 de volgende drie focusgebieden voor duurzaamheid in HWBP projecten vastgesteld: 1. Ruimtelijke inpassing en meekoppelkansen; 2. Klimaat en energie; 3. Circulaire economie.
4.3
Totstandkoming van het ontwerp
Inleiding In deze paragraaf wordt in het kort ingegaan op het ontwerp van de dijkversterking. Verder wordt een toelichting gegeven op de werkwijze hoe men tot het ontwerp is gekomen en het vastgestelde voorkeursalternatief (VKA) in het MER. Aan het einde van deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de weg naar het definitief ontwerp. Het vastgestelde voorkeursalternatief Op 16 oktober 2018 is door het College van Dijkgraaf en Heemraden (CDH) van Waterschap Rivierenland het VKA voor de Dijkversterking GoWa vastgesteld, met uitzondering van enkele dijkvakken (dijkvak 3a t/m 3d, de Kerkewaard en dijkvak 10a nabij het Heuffterrein). Het VKA bestaat uit een combinatie van versterking in grond en van langsconstructies. Het gaat om ongeveer 6 kilometer binnenwaartse versterking in grond (waarbij de dijk zoveel mogelijk aan de landzijde wordt versterkt), 9 kilometer buitenwaartse versterking in grond (waarbij de dijk zoveel mogelijk richting de rivier wordt versterkt) en 6 kilometer langsconstructies (waarbij de dijk door middel van constructies zo klein mogelijk wordt gehouden). De buitenwaartse versterkingen zijn vooral toegepast in de dijk langs de Crobsche Waard, de Herwijnense Benedenwaard tot Vuren en langs de Woelse Waard.
De constructies zijn vooral toegepast om cultuurhistorische waarden en woningen te sparen op locaties waar buitenwaartse versterking geen optie bleek te zijn.
4.3.1
De weg van Voorkeursalternatief naar Definitief Ontwerp: een slanker ontwerp
Een VKA met een grote impact Tijdens de verkenningsfase werd duidelijk dat het ontwerp van de dijk een grote impact op de omgeving zou hebben en dat de kosten substantieel hoger zouden worden dan het bedrag dat oorspronkelijk begroot was. De nieuwe veiligheidsnorm, die sinds 2017 landelijk geldt, speelt hierbij een belangrijke rol. Daarom is vanaf eind 2017 (grond)onderzoek opgestart om meer basisgegevens voor het ontwerp van de
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
38
dijk te verkrijgen. Vervolgens is de periode direct na het vaststellen van het VKA gebruikt om kennis te ontwikkelen over het toepassen van de nieuwe rekenregels en de uitgangspunten voor het ontwerp van de dijk te verfijnen en deze bestuurlijk vast te stellen. Beide met als doel om het ontwerp van de dijk te optimaliseren tot een slankere maar toch veilige dijk. Vervolgens is het definitief ontwerp (DO) voor de dijk gemaakt waarin deze informatie is toegepast. Het ontwerp van de dijk is daarbij meer gedetailleerd. Invullen witte vlekken In het VKA zaten nog twee grote ‘witte vlekken’; één in deeltraject 3 (dijkvak 3a t/m 3d) en één in dijkvak 10a (nabij het Heuffterrein). Om op deze locaties een keuze te kunnen maken voor een voorkeursoplossing voor de dijkversterking was ten tijde van het vaststellen van dit VKA meer onderzoek nodig. Tijdens de planuitwerkingsfase is dit onderzoek uitgevoerd en is voor beide locaties alsnog een voorkeursoplossing voorgesteld. Aanvullend grondonderzoek De grond onder en rond de dijk is heel divers van opbouw. Dit betekent dat de grond overal anders reageert en dat per locatie moet worden bekeken wat er nodig is om de dijk te versterken. Het ontwerpen van de dijk is in de verkenningsfase gestart met beperkte gegevens over de ondergrond.
Vanwege deze lacunes in de gegevens moesten ‘voor de zekerheid’ grote zekerheidsmarges in het ontwerp worden verwerkt. Zodra eind 2017 duidelijk werd dat de afmetingen van de nieuwe dijk zeer groot zouden worden, is er opdracht gegeven voor een uitgebreid, aanvullend grondonderzoek. De verwachting was namelijk dat meer gegevens over de ondergrond ervoor konden zorgen dat het ontwerp van de dijk op veel locaties slanker zou kunnen worden. Normaal gesproken wordt een dergelijk grondonderzoek uitgevoerd tijdens de planuitwerkingsfase, maar dit is bij GoWa naar voren getrokken. Bij dit grondonderzoek zijn honderden boringen en sonderingen op en rond de dijk uitgevoerd. Bovendien zijn er ook peilbuizen en waterspanningsmeters geplaatst, die in de periode 2017-2019 de grondwaterstand bij zowel hoog- als laagwater in de rivier hebben geregistreerd. De exacte samenstelling van de dijk is nu op veel meer plaatsen bekend en we weten door de metingen in 2018 hoe de dijk reageert bij zowel hoog- als laagwater. Deze kennis leidt tot de volgende optimalisaties: 1. Sterkte van de grondlagen: met de genomen grondmonsters zijn in het laboratorium sterkteproeven gedaan. Daardoor is nu duidelijk hoe sterk de ondergrond precies is en is het niet meer nodig om ‘voor de zekerheid’ veiligheidsmarges mee te nemen in het ontwerp; 2.
Opbouw van de grond: de monsters die tijdens het booronderzoek zijn genomen zijn geanalyseerd en de opbouw van de verschillende grondlagen is nu voor veel meer locaties dan voorheen bekend. Waar eerder gebruik gemaakt is van aannames (met vaak een grote veiligheidsmarge) is nu exact bekend hoe de ondergrond is opgebouwd. Daardoor kan veel nauwkeuriger voor een locatie berekend worden wat er nodig is om de dijk te versterken; 3. Waterspanningen bij hoog en laag water: de peilbuizen en waterspanningsmeters hebben in de gemeten periode zowel een periode van een hoge rivierstand als een hele droge periode gemeten. Bij perioden van droogte wordt de grond sterker. Dit wordt veroorzaakt doordat de korrels harder op elkaar worden gedrukt, ze drijven als het ware niet meer in het grondwater. De grond onthoudt deze sterkte en zal dus in de toekomst sterker zijn dan voorheen. Dit wordt – door de metingen van het laagwater in de zomer van 2018 – aangetoond. Een sterkere grond resulteert in een kleinere dijk. Verder is nu, uit metingen van het hoogwater in februari 2018, bekend dat de druk van de waterstand in de rivier minder sterk wordt doorgegeven naar de grondlagen onder en aan de polderzijde van de dijk dan eerder werd aangenomen. Dat betekent dat de binnendijkse bermen, die de tegendruk moeten leveren, ook kleiner kunnen worden ontworpen.
Kennisontwikkeling Het project GoWa is één van de eerste projecten waar gewerkt wordt met het nieuwe ontwerpinstrumentarium en waarin de nieuwe rekenregels worden toegepast. In de afgelopen twee jaar
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
39
is veel kennis ontwikkeld over het ontwerpen van de dijk met de nieuwe rekenregels. Bijvoorbeeld bij het bepalen van de nieuwe sterkte is nieuwe kennis toegepast wat heeft geleid tot een onderbouwde hogere sterkte waardoor de dijk slanker wordt. Deze kennis wordt ook benut bij het ontwerpen van de andere komende dijkversterkingen van waterschap Rivierenland en andere waterschappen. Aanscherping van uitgangspunten waterschap Rivierenland In de periode december 2018 - april 2019 is onderzocht of de uitgangspunten die waterschap Rivierenland hanteert voor de dijken aangescherpt kunnen worden, zonder in te boeten op de waterveiligheid. De uitgangspunten zijn in samenwerking met diverse experts van het waterschap en van kennisinstituten onderzocht en onderbouwd. De aanscherping van de uitgangspunten heeft geleid tot de volgende optimalisaties van het ontwerp: Lagere kruinhoogte: De kruinhoogte van de dijk wordt ontworpen op basis van een overslagdebiet. Dit is de maximale hoeveelheid water die bij hoogwater over de dijk heen mag stromen. Hoe meer water er over de dijk mag stromen, hoe lager de dijk kan zijn. De norm binnen waterschap Rivierenland was voorheen dat de dijk een overslagdebiet van 5 liter per seconde per strekkende meter mocht hebben. Deze norm is verhoogd naar 10 liter per seconde per strekkende meter. De dijk hoeft daardoor minder hoog te worden.
Om het overslagdebiet te kunnen verhogen moeten de kleibekleding en de grasmat van het binnentalud sterk genoeg zijn. Vervallen van buitenbermen: Buitenbermen worden gebruikt om het afschuiven van het buitentalud te voorkomen wanneer het waterpeil na een periode van hoogwater weer daalt. In deze periode is er geen acuut gevaar voor een overstroming. Dat gevaar ontstaat pas wanneer er een tweede hoogwatergolf volgt en het buitentalud als gevolg van het eerste hoogwater is afgeschoven. In de tijd tussen de twee hoogwaters kan de dijk hersteld worden. Er is een analyse gedaan of dit een realistische manier van werken is in de toekomst. Dit is het geval; het waterschap kan de calamiteitenorganisatie zo inrichten, dat schade aan de dijk snel hersteld kan worden indien dit nodig is. Voorland meenemen in berekeningen: Bij het ontwerp van het VKA was het uitgangspunt dat de aanwezigheid van hoog voorland, zoals in de Kerkewaard, niet in de stabiliteitsberekeningen werd meegenomen. Inmiddels is er in 2019 de Landelijke Handreiking Voorlanden gereed gekomen en heeft het waterschap besloten dat de macrostabiliteit van de dijk in combinatie met het voorland kan worden berekend. Dit leidt op deze locaties tot een kleinere versterking. Leeflagen toepassen: Bij het ontwerp van het VKA zijn leeflagen als een extra laag op de steunbermen ontworpen.
Bij de uitwerking bleek dat voor veel minder typen gebruik dan eerder was aangenomen een leeflaag nodig is. Deze aanpassing leidt tot lagere bermen. Pipingmaatregelen: Bij het faalmechanisme piping spoelt zand onder de dijk weg, waardoor de dijk kan bezwijken. Om dit te voorkomen zijn volgens de bestaande rekenmethoden nog grotere bermen nodig dan voor de stabiliteit benodigd zijn. Bij het samenstellen van het VKA was het uitgangspunt dat de pipingmaatregelen niet zouden mogen leiden tot nog grotere bermen. Daarom is bij het VKA uitgegaan van verticale pipingschermen in de bodem over de hele lengte van de dijk. Bij de uitwerking tot een DO is gebruik gemaakt van de systematiek van de Beslisboom Piping die het waterschap in 2019 heeft vastgesteld. Deze beslisboom geeft meer ruimte voor een locatiespecifieke afweging van maatregelen tegen piping. Tevens sorteert de Beslisboom voor op nieuwe kennisontwikkelingen. Dit heeft er toe geleid dat de verticale pipingschermen in een groot gebied zijn vervangen door lokale maatregelen aan sloten en laagten. Ook worden op tracés geen maatregelen genomen en wordt eerst onderzoek gedaan.
4.4
Het ontwerp van de dijkversterking
4.4.1
Het ontwerp
Nadat het VKA is vastgesteld en de ontwerpuitgangspunten zijn herrijkt, is de ruimte die benodigd is voor de dijk bepaald. Op basis van dit ruimtebeslag per dijkvak is vervolgens een vloeiend ontwerp gemaakt, waarin overgangen van dijkvakken en opritten van wegen zijn meegenomen. Als laatste stap heeft maatwerk plaatsgevonden voor wat betreft de inpassing van woningen, perceelaansluitingen, rustpunten en boulevards. Het detailniveau van het ontwerp is zodanig gekozen dat belanghebbenden
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
40
een goed beeld krijgen van de effecten van de dijkversterking op hun directe woonomgeving. De ruimtelijke inpassing en het meekoppelen van ambities vanuit de omgeving sluiten aan bij de duurzaamheidsambitie van het waterschap Rivierenland. Op de kaart die onderdeel uitmaakt van het ontwerp-Projectplan Waterwet is de ligging van de nieuwe dijk weergegeven. Het definitief ontwerp bestaat uit een combinatie van versterking in grond en langsconstructies.
Figuur 5, Plankaart: Kaart van het ontwerp van de dijk en uiterwaarden Uit de visie op een leefbare dijk volgen zes thema's die in het dijkontwerp nader zijn uitgewerkt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Inpassen bestaande waarden; Gastvrije Waaldijk; Linielandschap; Uiterwaardenpark; Wonen aan de dijk; Onze dijk, veilig en leefbaar.
Figuur 6, overzichtskaart de dijk is van ons allemaal De zes onderdelen worden onderstaand verder (visueel) toegelicht. Ze maken allen integraal onderdeel uit van het ontwerp.
4.4.2
Inpassen bestaande waarden
Bestaande waarden in het dijklandschap zoals rijks- en gemeentelijke monumenten (bijvoorbeeld
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
41
kerken, molens, woningen en het peilschaalhuisje), wielen, monumentale en beeldbepalende bomen en kwelkades hebben een belangrijke rol gespeeld bij de keuze van het nieuwe tracé. Deze elementen zijn zoveel als mogelijk gehandhaafd om de geschiedenis van het rivierenlandschap herkenbaar te houden. De dijk blijft behouden als een herkenbaar en continu landschapselement. Het typerende verloop van de dijk met scherpe knikken en bochten die de ontstaansgeschiedenis vertelt blijft behouden. De weg is in het dijkontwerp op de meeste locaties opnieuw op de kruin van de dijk gepositioneerd. De route heeft daarmee nog steeds de aantrekkelijke verheven positie, die zicht biedt op het omringende landschap en op de rivier. In het definitief ontwerp vindt het grootste deel van de versterking van de dijk plaats in grond, de continuïteit van het profiel is daarmee groot. De toepassing van een constructie is beperkt tot twaalf locaties langs de dijk waar een grondoplossing niet mogelijk is vanwege de bestaande waarden. Om de ervaring van de dijk als scherpe landschappelijke grens vast te houden, is bij de inpassing van de dijk gekozen voor doortrekken van het grondgebruik tot onderaan het hoge dijklichaam. Ten behoeve van het gebruik van de berm kan - afhankelijk van het type grondgebruik - een leeflaag van circa 0,5 meter worden aangebracht.
Het gebruik van de bermen zorgt dat deze visueel bij het omliggende landschap blijven horen. Door voldoende verschil tussen kruin en berm blijft de dijk herkenbaar. Er komen geen buitenbermen. De breedte van de kruin en het gekozen wegprofiel zijn over de gehele lengte van het tracé vrijwel gelijk. De kruin wordt ten opzichte van de huidige situatie niet of nauwelijks verbreed en blijft een rank voorkomen houden.
4.4.3
Gastvrije Waaldijk
Het programma 'Gastvrije Waaldijk' omvat het ontwerp van een verkeersveilige en recreatieve dijk voor de noordzijde van de Waal over het gehele traject van Gorinchem tot voorbij Nijmegen. Inzet is enerzijds een herkenbaar wegprofiel met gemengd gebruik en een terughoudende weginrichting, anderzijds een versterking van het recreatieve gebruik door de realisatie van boulevards, rustpunten en Waaltrappen die inspelen op het tonen van het gebied en ‘het verhaal van de Waal’. De locaties waar nu al bankjes aanwezig zijn (rustpunten) komen terug en worden herontworpen met het karakter van de 'Gastvrije Waaldijk' als uitgangspunt. Daarnaast zijn er op het dijktracé bij een aantal markante plekken met goed zicht op de rivier boulevards of tribunes toegevoegd. Denk aan de Kaap van Haaften en het Heuffterrein.
4.4.4
Linielandschap
In het westen van het dijktraject kruist de Nieuwe Hollandse Waterlinie de Waal. De Nieuwe Hollandse Waterlinie staat op de Voorlopige lijst voor Nominatie als UNESCO Werelderfgoed. Het dijktraject doorsnijdt het cultuurhistorisch waardevolle linielandschap dat bestaat uit open inundatiekommen, komkeerkaden, sluizen en verdedigingswerken. Langs het dijktraject ligt een aantal cultuurhistorische objecten en structuren in het landschap die samen het verhaal van de Nieuwe Hollandse Waterlinie vertellen. Van west naar oost zijn dit de Vesting Gorinchem, de Dalemse sluis, de drie Dalemse overlaten, de verdwenen dijkpost Hercules (onderdeel Oude Hollandse Waterlinie) en Fort Vuren. Dit zijn maatwerklocaties, omdat deze bijzondere elementen hier moeten worden ingepast. Hieronder worden deze locaties nader toegelicht. Vesting Gorinchem Vlakbij de entree naar Gorinchem wordt een constructie in de dijk aangebracht. Hierdoor kan de dijk steile taluds krijgen en wordt het ruimtebeslag ten opzichte van de huidige situatie verder beperkt. Bij het ravelijn, voor de courtine XIII-IX, wordt een verlaagd voetpad langs de zuidzijde van de dijk aangelegd, waardoor de doorsnijding van de vesting markant blijft. Aan beide zijden van de dijk wordt het ravelijn gerestaureerd.
Daarnaast wordt ten zuiden van de dijk, nabij het wandelpad dat door de uiterwaard naar de Dalempoort leidt, een parkeerplaats gerealiseerd. Deze parkeerplaats is bedoeld om wild parkeren
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
42
op de dijk, zoals in de huidige situatie gebeurt, tegen te gaan.