1a Dijkversterking Gorinchem - Waardenburg_Toelichting__57921__.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Dijkversterking Gorinchem Waardenburg Toelichting
Documenttitel: Bestemmingsplan Dijkversterking Gorinchem - Waardenburg Toelichting Status: Ontwerp Datum: maart 2020 Projectnaam: Dijkversterking Gorinchem - Waardenburg Projectnummer: BE6864
Opdrachtgever: Graaf Reinaldalliantie Referentie: Auteur(s): F. Baarslag/ J. Terpstra Collegiale toets: -/Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: F. Baarslag Datum/paraaf vrijgave:
Dijkversterking Gorinchem - Waardenburg
Dijkversterking Gorinchem - Waardenburg
Inhoudsopgave
T oelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
7 7 9 9 10
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Integrale en partiële herziening Vigerende plannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Algemeen kader dijkversterking
11
2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.3
11 11 11 12 13 14 14 14
Functionele inrichting Besluitvorming Projectplan Waterwet Procedure milieueffectrapportage Te coördineren besluiten Uitvoeringsvergunningen Zienswijzen en beroep Werkwijze
Hoofdstuk 3 Beleidskader
17
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.1.8 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3
17 17 18 19 19 20 20 22 22 23 23 27 29 29 29 29 30 31
Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Deltaprogramma 2020 Hoogwaterbeschermingsprogramma Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016 - 2021 Beleidslijn grote rivieren Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Nationale Omgevingsvisie Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en omgevingsverordening Omgevingsvisie Zuid-Holland Regionaal beleid Beleid Waterschap Rivierenland Gemeentelijk beleid Ruimtelijke Strategische Visie Regio Rivierenland Bidboek West Betuwe Structuurvisie 2015 Gorinchem
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving
35
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.3 4.3.1 4.4 4.4.1 4.4.2
35 35 35 35 36 36 37 38 38 38 40 40 41
Waarom een dijkversterking De opgave voor een veilige en leefbare dijk Een veilige dijk Leefbaarheid van de dijk Handreiking ruimtelijke kwaliteit Koers van de dijk De dijk en het gebied Een duurzame dijk Totstandkoming van het ontwerp De weg van Voorkeursalternatief naar Definitief Ontwerp: een slanker ontwerp Het ontwerp van de dijkversterking Het ontwerp Inpassen bestaande waarden
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
2
4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6 4.4.7 4.4.8 4.5
Gastvrije Waaldijk Linielandschap Uiterwaardenpark Natuurnetwerk Nederland en KRW-doelen Wonen aan de dijk Ontwerpkeuzes waterveiligheid en ruimtelijk ontwerp Doelstellingen en uitgangspunten
42 42 47 47 47 48 48
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten
49
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10
49 50 53 54 56 57 58 59 63 69
Milieueffectrapportage Verkeer Luchtkwaliteit Geluidhinder Externe veiligheid Bodem Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet
71
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2
71 71 71 71
Standaard en plansystematiek Toelichting op de regels Algemeen Plangebied gemeente West Betuwe
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
75
7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.1.4 7.2 7.2.1 7.2.2 7.2.3
75 75 75 75 76 76 76 76 77
Economische uitvoerbaarheid Exploitatieplan Grondverwerving en tijdelijk gebruik Planschade en nadeelcompensatie Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak en maatschappelijk overleg Vooroverleg met betrokken instanties Tervisielegging
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
3
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
4
Toelichting
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
5
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
Voor u ligt het ontwerpbestemmingsplan voor dijkversterking Gorinchem - Waardenburg. Artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) schrijft voor dat een gemeente voor haar grondgebied één of meerdere bestemmingsplannen vaststelt om de bestemming van gronden weer te geven. Indien deze bestemmingen veranderd moeten worden, dienen bestemmingsplannen herzien te worden. Middels dit bestemmingsplan worden de vigerende bestemmingsplannen ter plaatse van de dijkversterking Gorinchem - Waardenburg, waar nodig, herzien. Dit bestemmingsplan is onderdeel van een gecoördineerde procedure ingevolge de Waterwet waarin het Projectplan Waterwet, het MER, de bestemmingsplannen en de hoofdvergunningen tezamen ter inzage worden gelegd. Alle stukken zijn te raadplegen via https://terinzage.Gralliantie.nl .
1.1
Aanleiding en doel
In de Waterwet (artikel 2.12) is verankerd dat waterkeringen elke twaalf jaar worden getoetst. De veiligheidsnorm waaraan de waterkering tussen Gorinchem en Waardenburg moet voldoen, is eveneens vastgelegd in de Waterwet. Het bestaande dijklichaam is gebaseerd op een veiligheidsnorm uit de jaren zestig. In januari 2017 is een nieuwe veiligheidsnorm van kracht geworden. De dijk tussen Gorinchem en Waardenburg moet worden versterkt om aan deze nieuwe veiligheidsnorm te voldoen. Deze dijkversterking is aangemerkt als één van de meest urgente dijkversterkingen in Nederland. In 2017 is een planstudie gestart om de dijk/waterkering te verbeteren en maatregelen te treffen om de veiligheid te borgen voor de komende 50 jaar. De maatregelen die genomen moeten worden zijn opgenomen in het Projectplan Waterwet dijkversterking Gorinchem – Waardenburg (waterschap Rivierenland, februari 2020). De dijkversterking valt onder het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De maatregelen zullen vanaf 2021 worden uitgevoerd en moeten voor 1 december 2026 zijn gerealiseerd. Voorgaande is bedoeld om de dijken te verbeteren in het plangebied, zodat voldaan kan worden aan de veiligheidseisen en de gewenste bescherming kan bieden voor de bewoners en de waarden van het gebied. De geldende bestemmingsplannen voor dit traject zijn alle gebaseerd op de bestaande waterkering.
De dijkversterking in hoofdzaak aanpassing van het dijklichaam, het gaat daarbij om zowel binnenwaartse als buitenwaartse oplossingen en langsconstructies. In hoofdzaak wordt contour van het bestaande dijklichaam gevolgd. Herziening van de vigerende bestemmingsplannen is noodzakelijk om bovengenoemde ontwikkelingen mogelijk te maken. Gemeente Gorinchem en gemeente West Betuwe De dijkversterking Gorinchem - Waardenburg strekt zich uit over de gemeenten Gorinchem en West Betuwe. Voor beide gemeenten is een eigen bestemmingsplan opgesteld. De dijkversterking wordt gezien als 'r'rn project, reden waarom voor beide bestemmingsplannen één toelichting is opgesteld. Dit verklaart waarom in dit bestemmingsplan over zowel de gemeente Gorinchem als de gemeente West Betuwe wordt gesproken en het gehele plangebied over beide gemeenten aan de orde komt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied wordt globaal begrensd door het noordelijk deel van de waterkering aan de Waal, gelegen tussen Gorinchem en Waardenburg. Het plangebied loopt vanaf de vesting Gorinchem (dijkpaal TG438) tot de kruising met de A2 (dijkpaal TG205). De dijk ligt voor het grootste deel in de gemeente West Betuwe (oostelijk deel) en voor een kleiner deel in de gemeente Gorinchem (westelijk deel). De twee gemeenten liggen in respectievelijk de provincies Gelderland en Zuid-Holland. Bij de versterking van de waterkering wordt zoveel mogelijk het traject van het bestaande dijklichaam
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
7
gevolgd. De versterking vindt hoofdzakelijk plaats in grond, op een aantal trajecten is gekozen voor een langsconstructie. Ook zal een beperkt aantal compenserende maatregelen getroffen moeten worden. Het plangebied wordt begrensd door het dijklichaam (het waterstaatswerk) en de daaraan gekoppelde beschermngszones. Bij de dijk die in grond wordt versterkt is in het plan rekening gehouden met een beheerstrook van 4 meter en 5 meter (respectievelijk buitendijks en binnendijks) aan weerszijden van de dijk. De kernzone (de dijk zelf) en de beheerstrook vallen binnen de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering'. Door de verschillende toegepaste dijkversterkingsmethoden en eventuele beperkingen in het landschap is sprake van een steeds variabele zone voor deze dubbelbestemming. De veiligheidszones; de binnen- en buitenbeschermingszones van de waterkering, vallen binnen de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - dijk'. Vastgesteld kan worden dat de begrenzing van het plangebied voor een belangrijk deel overeenkomt met het dijklichaam en de daaraan gekoppelde dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Een overzichtskaart met het plangebied (in gedeelten) is hieronder weergegeven. Gevolg van de dijkversterking is dat er een rivier- en natuurcompensatie benodigd is, om de effecten die de versterking op deze waarden heeft te neutraliseren.
Binnen de projectgrenzen zijn vier uiterwaarden aangewezen waar rivierverruimende maatregelen (bijvoorbeeld het graven van geulen) worden genomen of waar natuur wordt ontwikkeld. Het betreft de Woelse Waard, de Herwijnense Bovenwaard, de Crobsche Waard en het Heuffterrein. Tijdens de planontwikkeling van de dijkversterking is het Heuffterrein betrokken bij het plan. Uitgangspunt is steeds geweest dat een deel van het Heuffterrein wordt ingezet voor natuurcompensatie. Hoewel er een duidelijke relatie bestaat tussen de beide gebieden is ervoor gekozen om de beide plannen afzonderlijk en zoveel mogelijk gelijktijdig in procedure te brengen, gelet op de verschillende belangen die gemoeid zijn met beide plannen.
Figuur 1, Overzichtskaarten plangebied In feite gaat de noordelijke Waaldijk door de dijkversterking op de schop, globaal tussen Gorinchem en voorbij Nijmegen. Eveneens wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de weg over grote delen van de Waaldijk verkeersveilig en recreatief aantrekkelijk te maken, zodat wandelaars, fietsers maar ook snelverkeer welkom zijn op de 'Gastvrije Waaldijk'. De overkoepelende 'Gastvrije Waaldijk' wordt uitgevoerd in vijf afzonderlijke dijkversterkingstrajecten, waarvan deze dijkversterking er één vormt. Vastgesteld kan worden dat de weg van de 'Gastvrije Waaldijk' voor een belangrijk deel over het dijklichaam komt te liggen. Er zijn bepaalde trajecten waarbij de 'Gastvrije Waaldijk' over bestaande
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
8
wegen loopt en door bestaande kernen langs de Waal gaat. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om Haaften en Herwijnen. Voor zover de 'Gastvrije Waaldijk' over het dijklichaam loopt is dit meegenomen in dit bestemmingsplan.
1.3
Integrale en partiële herziening
Dit bestemmingsplan behelst een gedeeltelijke integrale herziening en een gedeeltelijke partiële parapluherziening van vigerende bestemmingsplannen. Dit bestemmingsplan behelst een integrale herziening van gronden waarop de bestemming 'Verkeer' gelegen is, voor zover deze bestemming gelegen is op of aan de voet van de bestaande waterkering. Eveneens behelst dit bestemmingsplan een integrale herziening van die gronden die in de nieuwe situatie een bestemming 'Verkeer' krijgen. Immers, het zijn de functie verkeer en de aangrenzende functies, zoals agrarisch en groen, die het gebruik van de gronden bepalen. Al deze functies kunnen uitgeoefend worden op een waterkering. Dit bestemmingsplan is tevens een partiële parapluherziening voor de gronden gelegen binnen de nieuwe waterkering, de te verwijderen waterkering en de bij de waterkering behorende beschermingszones, voor zover deze gronden niet integraal herzien worden met dit bestemmingsplan.
1.4
Vigerende plannen
Voor het gehele traject van dijkversterking geldende de volgende bestemmingsplannen: Naam
Gemeente
status
NL.IMRO
Buitengebied 2012
voormalig Lingewaal voormalig Lingewaal voormalig Lingewaal
vastgesteld 9 oktober 2012, onherroepelijk vastgesteld 21 mei 2014, onherroepelijk vastgesteld 10 december 2015, onherroepelijk
0733.BpBuitengebied-VA01
voormalig Lingewaal Bedrijventerreinen voormalig Lingewaal Kern Herwijnen voormalig Lingewaal Wijzigingsplan voormalig Waaldijk 50, Herwijnen Lingewaal Buitengebied voormalig Neerijnen Buitengebied voormalig Neerijnen, veegplan Neerijnen 2017 Hellouw voormalig Neerijnen Standplaatsen voormalig Neerijnen Kern Haaften voormalig Neerijnen Kerkewaard 2016 voormalig Neerijnen Klingenberg voormalig Neerijnen
vastgesteld 5 juli 2012, onherroepelijk vastgesteld 2 juni 2015, onherroepelijk vastgesteld 30 juni 2011, onherroepelijk vastgesteld 8 april 2014, onherroepelijk vastgesteld 18 februari 2016, onherroepelijk vastgesteld 6 december 2018, onherroepelijk
0733.BpVrnkern-OH01
vastgesteld 25 april 2013, onherroepelijk vastgesteld 17 september 2015, onherroepelijk vastgesteld 9 december 2010, onherroepelijk vastgesteld 21 december 2017, onherroepelijk vastgesteld 20 januari 2011, onherroepelijk
0304.BPhellouw-1305
Reparatieplan Buitengebied 2014 Buitengebied Parapluplan Nieuwe Hollandse Waterlinie Kern Vuren
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
0733.RpBpBuitengebied-VA01 0733.BpNHW-VA01
0733.BpBdrterreinen-VA02 0733.BpHwnkern-VA01 0733.WpWaaldijk50-VA01 0304.BPbgneerijnen-1603 0304.BPbgneerijnenveegp-1704
0304.BPstandplaatsen-1503 0304.BPhaaften-1005 0304.BPkerkewaard-1303 0304.BPtuiklingelenberg-1103
9
Waardenburg - West
1.5
voormalig Neerijnen
vastgesteld 26 september 2013, 0304.BPwaardenburgwest-1303 onherroepelijk
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van deze toelichting wordt ingegaan op het algemene kader van de dijkversterking, de huidige situatie, de besluitvorming en de werkwijze van het dijkontwerp en de uitvoering. In hoofdstuk 3 worden het beleidskader van het Rijk, de provincies, het waterschap en de gemeenten uiteen gezet. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op de planbeschrijving. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en de planregels worden besproken. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 een beschrijving van de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
10
Hoofdstuk 2
2.1
Algemeen kader dijkversterking
Functionele inrichting
Het traject van de dijkversterking bestaat uit een waterkering langs de noordzijde van de Waal, globaal gelegen tussen de kernen Gorinchem en Waardenburg. Het traject is eveneens gelegen in twee provincies, namelijk Zuid-Holland en Gelderland en ook gelegen in twee gemeenten, namelijk Gorinchem en West Betuwe. Het overgrote deel van het traject is gelegen in de provincie Gelderland/gemeente West Betuwe. Het traject van de dijkversterking is opgedeeld in 51 dijkvakken, die elk min of meer uniform zijn (zie figuur 2). Verder is, bij de indeling in dijkvakken, rekening gehouden met de variatie in bebouwing en de grondslag. Op basis van de Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit van het waterschap Rivierenland heeft daarnaast een opdeling plaatsgevonden in 14 deeltrajecten met een vergelijkbare ruimtelijke karakteristieke kwaliteit en opgave. Beheerder van de dijk tussen Gorinchem en Waardenburg is het waterschap Rivierenland.
Figuur 2, Kaart met overzicht van het traject met dijkvakken en deeltrajecten Over het overgrote deel van de waterkering loopt een weg. Op een aantal locaties verlaat de weg de dijk. De dijk loopt door een overwegend agrarisch gebied afgewisseld met kernen. Op een aantal locaties zijn woningen en bedrijven aan de dijk gebouwd. De dijk is in eigendom van het waterschap en voor het waterschap vrij toegankelijk om onderhoud en beheer aan de dijk te plegen.
2.2
Besluitvorming
Om de dijkversterking te kunnen realiseren dienen verschillende stappen en procedures doorlopen te worden. In grote lijnen gaat het om het Projectplan Waterwet, een Milieueffectrapport (MER), diverse vergunningen en het herzien van bestemmingsplannen. Bij het onderdeel vergunningen moet in ieder geval rekening worden gehouden met omgevingsvergunningen, natuurvergunningen en ontgrondingsvergunningen. De Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Gelderland coördineren in het kader van de Projectprocedure de vergunningverlening en de terinzagelegging van de (ontwerp)besluiten. Op het ontwerp Projectplan Waterwet, de ontwerpbestemmingsplannen, het MER en de ontwerpvergunningen en – ontheffingen kunnen zienswijzen worden ingediend. Beantwoording van de zienswijzen vindt plaats in de Nota van Beantwoording. Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen worden daar waar nodig meegenomen in het definitieve Projectplan, de vast te stellen bestemmingsplannen, het definitieve MER en de definitieve vergunningen en ontheffingen. 2.2.1
Projectplan Waterwet
De dijkversterking en compensatie De dijkversterking wordt zoals gezegd mogelijk gemaakt via de procedure van het Projectplan Waterwet.
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
11
Het Projectplan beschrijft de voorgenomen dijkversterking, de effecten op de omgeving en de maatregelen die worden genomen om de effecten te beperken. Het Projectplan Waterwet geeft ook de formele basis voor het verwerven van de gronden en opstallen, die nodig zijn voor de dijkversterking. Om de dijkversterking mogelijk te maken zijn compensatiemaatregelen in de uiterwaarden nodig. Deze zijn onderdeel van het Projectplan Waterwet voor de dijkversterking. Van het Projectplan Waterwet wordt eerst een ontwerp door het dagelijks bestuur (CDH) van het waterschap vastgesteld. Het ontwerp-Projectplan wordt ter inzage gelegd. Een ieder kan zienswijzen inbrengen op het ontwerp-Projectplan. Vervolgens wordt een definitief Projectplan Waterwet opgesteld, waarin de ingebrachte zienswijzen worden meegewogen. Het Projectplan Waterwet wordt vastgesteld door het algemeen bestuur van het waterschap. Vervolgens wordt het Projectplan Waterwet goedgekeurd door de provincie en, in definitieve vorm, nogmaals ter inzage worden gelegd. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend kunnen beroep instellen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor het opstellen en vaststellen van het Projectplan Waterwet voor de dijkversterking.
Gedeputeerde staten van de provincie waar de dijkversterking plaatsvindt, keuren het Projectplan Waterwet goed en toetsen hierbij aan de wet en het algemeen belang. Wanneer, zoals bij de dijkversterking GoWa, de dijkversterking plaatsvindt in meerdere provincies dan kunnen de provincies afspreken dat de provincie waarin de dijkversterking hoofdzakelijk ligt de goedkeuring op zich neemt. GoWa ligt hoofdzakelijk in de provincie Gelderland (en voor een klein deel in Zuid-Holland) en er is afgesproken dat de provincie Gelderland de goedkeuring op zich zal nemen (in afstemming met de provincie Zuid-Holland). Om de dijkversterking mogelijk te maken zijn enkele maatregelen in de uiterwaarden nodig. Deze zijn meegenomen in het Projectplan Waterwet. Waterschap Rivierenland is, naast Rijkswaterstaat, medebeheerder van de uiterwaarden. Surplus riviercompensatie Crobsche Waard voor traject Tiel - Waardenburg De geul in de Crobsche Waard dient ter compensatie van de opstuwing van de dijkversterking Tiel Waardenburg en maakt onderdeel uit van dit Projectplan Waterwet. Hierover zijn afspraken gemaakt tussen Waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat. Meekoppelen Kaderrichtlijn Water-maatregelen Daarnaast zijn in het Projectplan Waterwet ook maatregelen meegenomen die worden genomen ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Deze KRW-maatregelen hangen sterk samen met de uiterwaardmaatregelen ten behoeve van de dijkversterking. Voor de KRW-maatregelen is Rijkswaterstaat initiatiefnemer. Omdat de KRW-maatregelen fysieke overlap kennen met de riviercompensatie en natuurcompensatiemaatregelen in de uiterwaarden worden de KRW-maatregelen in hetzelfde projectplan geborgd. Er is een overeenkomst met Rijkswaterstaat opgesteld met detaillering van afspraken en verantwoordelijkheden. Meekoppelen verkeer- en recreatiemaatregelen In het Projectplan Waterwet is ook de aanpassing van de veerstoep van het veer naar Brakel meegenomen. Deze aanpassing verbetert de verkeersveiligheid van de weg op de dijk. Ter versterking van het linielandschap zijn in het dijkontwerp enkele elementen zoals het terugbrengen van de Herculespost opgenomen. Ook zijn in het dijkontwerp uitkijkpunten opgenomen die (mede) voortvloeien uit het plan voor de Gastvrije Waaldijk. Er is een overeenkomst met de gemeenten opgesteld met detaillering van afspraken en verantwoordelijkheden.
2.2.2
Procedure milieueffectrapportage
Aangezien de dijkversterking nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, wordt de procedure van de milieueffectrapportage doorlopen en is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Het MER beschrijft de effecten van het totaal aan ingrepen op het milieu ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming. De formele besluiten waarvoor het MER wordt opgesteld zijn het Projectplan Waterwet de
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
12
Ontgrondingsvergunningen en de herziening van de bestemmingsplannen die volgen uit het Projectplan. De procedure voor het doorlopen van de milieueffectrapportage (m.e.r.) is gestart met de publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) op 21 maart 2018. De NRD heeft van 22 maart tot en met 18 april 2018 ter inzage gelegen, waarbij iedereen in de gelegenheid was zienswijzen in te dienen op de inhoud van de NRD. Daarnaast is een onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Cmer) om advies gevraagd over de reikwijdte en het detailniveau. De Cmer heeft haar advies op 27 maart 2018 uitgebracht. In totaal zijn 43 zienswijzen ingediend op de NRD. Alle ingediende zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een antwoord in een reactienota. Op basis van de ingekomen zienswijzen en adviezen heeft de provincie Gelderland advies gegeven over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER. Er is een concept-MER opgesteld in de verkenningsfase ter onderbouwing van de keuze van het voorkeursalternatief. Het concept-MER is gepubliceerd op de website van de Graaf Reinaldalliantie. Het vaststellen van het VKA is geen formeel besluit en het concept-MER had daarom geen formeel inspraakmoment.
2.2.3
Te coördineren besluiten
Naast het Projectplan Waterwet zijn nog andere procedures nodig om de dijkversterking mogelijk te maken. Een aantal daarvan worden ‘gecoördineerd’ met de procedure van het Projectplan Waterwet. Deze coördinatie houdt in dat de ontwerpbesluiten en de definitieve besluiten tegelijkertijd ter inzage gaan. Bestemmingsplannen Er is een herziening van de bestemmingsplannen nodig, omdat op sommige locaties de dijk verschuift en omdat de dijk verbreed wordt. Hierdoor komen functies, zoals de weg op de dijk, in de nieuwe situatie buiten het daarvoor bestemde gebied te liggen. De bestemmingsplanherziening is nodig om de nieuwe situatie in beide betrokken gemeenten; Gorinchem en West Betuwe, ruimtelijk mogelijk te maken. In de bestemmingsplanherziening wordt ook de aanpassing van de leggerzones (waterstaatswerk en beschermingszones) meegenomen. De bestemmingsplanherzieningen lopen mee in de procedure van het Projectplan Waterwet. Hoofdvergunningen Er zijn verschillende vergunningen en meldingen nodig. Een aantal vergunningen heeft betrekking op grote ingrepen die nodig zijn voor de uiteindelijke situatie die na de dijkversterking zal ontstaan. Dit worden de ‘hoofdvergunningen’ genoemd. De aanvragen voor de hoofdvergunningen lopen mee in de gecoördineerde procedure en de vergunningen liggen tegelijk met het (ontwerp) Projectplan Waterwet ter inzage.
De hoofdvergunningen zijn opgenomen in de onderstaande tabel.
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
13
Figuur 3, Overzicht hoofdvergunningen
2.2.4
Uitvoeringsvergunningen
Naast de hoofdvergunningen is een aantal andere vergunningen en meldingen nodig voor de uitvoeringswerkzaamheden. Deze uitvoeringsvergunningen worden op een later moment aangevraagd en worden niet gecoördineerd. De onderstaande tabel geeft een overzicht van vergunningen en meldingen die mogelijk van toepassing zijn, afhankelijk van de verdere detaillering van het ontwerp en de uitvoeringswijze.
Figuur 4, Overzicht uitvoeringsvergunningen
2.2.5
Zienswijzen en beroep
Een ieder kan gedurende een periode van zes weken formeel een zienswijze op de documenten indienen: het ontwerp-Projectplan Waterwet, het MER, de ontwerpbestemmingsplannen en de ontwerpbesluiten van de hoofdvergunningen. In dezelfde periode vindt de raadpleging/toetsing door de Cmer plaats. De Cmer beoordeelt het MER op juistheid en volledigheid en toetst of het MER invulling geeft aan het door de Gedeputeerde Staten geadviseerde reikwijdte en het detailniveau. Het Projectplan Waterwet wordt definitief gemaakt rekening houdend met de zienswijzen, en bekend gemaakt. Op de procedures die nodig zijn voor de dijkversterking is Hoofdstuk 1, afdeling 2 van de Crisis en herstelwet van toepassing.
2.3
Werkwijze
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
14
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
15
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
16
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en dient als de 'kapstok' voor bestaand en nieuw Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. "Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig", dat is de ondertitel van deze visie. De visie van het Rijk geldt voor de middellange termijn (2028). Om de ambities te verwezenlijken formuleert het Rijk drie hoofddoelen: 1. vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor deze drie Rijksdelen worden 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, waaronder ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke herontwikkeling (nationaal belang 9). Het Rijk is verantwoordelijk voor het integrale beheer van het hoofdwatersysteem en, samen met de waterschappen, verantwoordelijk voor de bescherming van Nederland tegen overstromingen.
Het is belangrijk dat bij ruimtelijke plannen, waaronder ook stedelijke (her)ontwikkeling, rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige eisen op korte en lange termijn. Het hoofdwatersysteem van Nederland bestaat uit de Noordzee, de Waddenzee, het IJsselmeer, het Markermeer, de Randmeren, de grote rivieren, de Zuidwestelijke Delta en de Rijkskanalen. Het beheer van het watersysteem is gericht op het meebewegen met natuurlijke processen waar het kan en het bieden van weerstand waar het moet. Naast preventie als primaire pijler bij de bescherming tegen overstromingen, is het waterveiligheidsbeleid ook gericht op het beperken van de gevolgen van overstromingen als gevolg van keuzes in de ruimtelijke planning en het op orde krijgen en houden van de rampenbeheersing (meerlaagsveiligheid). Het nationale waterbeleid is uitgewerkt in het Nationaal Waterplan 2016-2021 en komt aan de orde in het jaarlijkse Deltaprogramma. Hierin wordt gerapporteerd over de te nemen maatregelen en voorzieningen. Het Rijk beschermt de primaire waterkeringen (dijken, dammen, kunstwerken en duinen) die in beheer zijn bij het Rijk evenals het kustfundament. Het Rijk stelt ook normen voor de primaire waterkeringen, ook voor de primaire waterkeringen in beheer bij de verschillende waterschappen. Daarnaast is de Planologische Kernbeslissing 'Ruimte voor de Rivier' expliciet benoemd in de structuurvisie.
Deze blijft bestaan als uitwerking van de SVIR. Het Rijk volgt nog wel de ontwikkelingen en bepaalt op basis hiervan of een ruimtelijke interventie noodzakelijk is, hierbij gebruik makend van het instrumentarium van de Wro. Ladder voor duurzame verstedelijking Twee van de nationale belangen, die in deze situatie van belang is, is weergegeven als nummer 13 en wordt als volgt weergegeven: 'Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten' en nummer 7, Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen. Voor wat betreft het eerste belang kan het volgende worden weergegeven. Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed systeem van ruimtelijke ordening inclusief zorgvuldige, transparante ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dat betekent dat het systeem zo ingericht moet zijn dat integrale planvorming en besluitvorming op elk schaalniveau mogelijk is en dat bestaande en toekomstige belangen goed kunnen worden afgewogen. Gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde zijn hier onderdeel
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
17
van. Het gaat dan zowel om belangen die conflicteren als belangen die elkaar versterken. Bij nieuwe ontwikkelingen, aanleg en herstructurering moet in elk geval aandacht zijn voor de gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed. Het Rijk hanteert bij nationale infrastructurele en gebiedsontwikkelingsprojecten de werkwijze van Sneller en Beter, waarmee participatie en belangenbehartiging van burgers en bedrijven een nadrukkelijkere plaats krijgt bij de besluitvorming. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio’s leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken wordt een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het tweede belang (nummer 7) betreft naast het instandhouden van waterwegen en het functioneren van het mobiliteitssysteem de veiligheid voor het binnendijks grondgebied. Conclusie: Het bestemmingsplan is verenigbaar met de SVIR. Het nationaal belang 'waterveiligheid' wordt met het bestemmingsplan behartigd. Verder wordt voldaan aan de eisen van zorgvuldig ruimtegebruik, nu de dijkversterking hoofdzakelijk over de bestaande waterkering loopt.
3.1.2
Nationaal Waterplan 2016 - 2021
Op 10 december 2015 hebben de Minister van Infrastructuur en Milieu en de Staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 vastgesteld. De looptijd van het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 is van 22 december 2015 tot 22 december 2021. Het Nationaal Waterplan 2016 2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan en de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering Rijksbeleid Deltabeslissingen). Het Nationaal Waterplan wordt vastgesteld op basis van de Waterwet en is voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. Daarnaast zijn in het Nationaal Waterplan 2016-2021 verwerkt: De gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van watersystemen in Nederland; Benodigde maatregelen en ontwikkelingen; Beheerplannen voor de stroomgebieden; Beheerplannen voor de gebieden met overstromingsrisico; Mariene Strategie; Beleidsnota Noordzee; Functies van de Rijkswateren. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 voorziet in een actualisatie van het waterbeleid op een aantal terreinen. Zo is het beleid met betrekking tot waterveiligheid en zoetwater met de vastgestelde deltabeslissingen in 2014 fundamenteel veranderd.
Het Rijksbeleid is in 2014 met een tussentijdse wijziging verankerd in het Nationaal Waterplan 2009-2015 en opgenomen in het Nationaal Waterplan 2016-2021. Daarnaast zijn de verschillende afspraken die door het kabinet zijn gemaakt de afgelopen jaren, over beleidsterreinen die raakvlakken hebben met water (zoals het Energieakkoord, de Natuurvisie en Deltaprogramma) verwerkt in het Nationaal Waterplan 2016-2021. Dit beleid blijft ook afzonderlijk van kracht. Met de vaststelling van het Nationaal Waterplan 2016-2021 voldoet Nederland tevens aan eisen die uit het Europees recht voortvloeien (de Kaderrichtlijn Water, Richtlijn Overstromingsrisico's en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie). Conclusie: Het bestemmingsplan is verenigbaar met het Nationaal Waterplan 2016-2021. Met het bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan het nationale waterbeleid gelet op de te treffen hoogwaterbeschermingsmaatregelen, de ruimte voor de rivier en de natuurlijke invulling van deze ruimte.
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
18
3.1.3
Deltaprogramma 2020
Het Deltaprogramma 2020 is aangeboden op Prinsjesdag 2019 aan de Tweede Kamer, samen met de begroting van het Deltafonds. In het programma staat de voortgang van de uitvoering van het werk aan de delta centraal. Het gaat daarbij om de (wettelijke) uitwerking en de uitvoering van de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën. Nederland had in 2018 te maken met extreme weersomstandigheden: langdurige droogte, hitte en fikse hoosbuien. In de zomer van 2019 sneuvelde het nationale hitterecord uit 1944. Onderzoek liet tegelijkertijd zien dat de zeespiegel in de toekomst mogelijk sneller gaat stijgen dan waar de deltascenario’s van uitgaan. En het World Economic Forum (WEF) constateerde dat klimaatverandering de grootste dreiging is voor de wereldeconomie. Het is dan ook van groot belang dat Nederland zich goed blijft voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Met een goede bescherming tegen hoogwater, voldoende zoetwater en een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Het tiende Deltaprogramma laat zien dat de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën van Deltaprogramma 2015 (DP2015) nog steeds de goede weg beschrijven. Wel blijkt uit de eerste aanzet voor de zesjaarlijkse herijking – die in 2021 gereed is - dat beperkte aanpassingen nodig zijn.
Om op de goede weg te blijven, is het bovendien cruciaal aan de delta te blijven werken en de maatregelen uit de deltaplannen Waterveiligheid, Zoetwater en Ruimtelijke adaptatie voortvarend uit te voeren. Door de nieuwe inzichten in de mogelijk versnelde zeespiegelstijging, nemen onzekerheden over maatregelen na 2050 toe. Dat vraagt onderzoek naar wat op korte termijn nodig is om opties voor de langere termijn open te houden. Om beter zicht te krijgen op het tempo waarin de zeespiegelstijging zich na 2050 ontwikkelt, start het Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Het hoogwaterbeschermingsprogramma zet meer in op de noodzakelijke dijkversterkingen en de beoordelingen van de primaire waterkeringen. Om voorbereid te zijn op de toenemende wateroverlast, droogte, hitte en het beperken van de effecten van een eventuele overstroming moet klimaatadaptief en waterrobuust bouwen en ontwikkelen het 'nieuwe normaal' worden. Conclusie Het bestemmingsplan past binnen het Deltaprogramma en met de daaraan gerelateerde uitgangspunten.
3.1.4
Hoogwaterbeschermingsprogramma
Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) staat voor een grote maatschappelijke opgave om de waterveiligheid van Nederland te waarborgen en vormt het grootste uitvoeringsprogramma binnen het Deltaprogramma. Doel van het HWBP is om in 2050 alle primaire keringen op een sobere en doelmatige wijze versterkt te hebben, zodat deze voldoen aan de wettelijke normen zoals die zijn vastgelegd in de Waterwet. Binnen het HWBP vindt een urgentiebepaling plaats, met andere woorden de meest urgente projecten komen het eerst aan beurt. Daarnaast speelt het beschikbare budget een belangrijke rol bij het programmeren. In het definitieve programma hoogwaterbescherming 2018-2023 is het project Gorinchem - Waardenburg (GoWa) opgenomen, als een van de meest urgente dijkversterkingen. Het HWBO is een samenwerking van de waterschappen en Rijkswaterstaat om de primaire waterkeringen aan de veiligheidsnormen te laten voldoen. Waterschap Rivierenland is beheerder van de dijk tussen Gorinchem en Waardenburg. Conclusie: De doelstelling van het project is het realiseren van een veilige en leefbare dijk die voldoet aan de wettelijke hoogwaterveiligheidsnormen en past binnen de randvoorwaarden van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De dijk wordt naar verwachting in 2026 opgeleverd.
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
19
3.1.5
Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016 - 2021
Het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren 2016 - 2021 (Bprw) is op 10 december 2015 vastgesteld en inwerking getreden op 17 december 2015. Het plan beschrijft het beheer van de rijkswateren voor de genoemde periode. Rijkswaterstaat voert het beheer en onderhoud van de rijkswateren uit. Het beheer en onderhoud is gebaseerd op het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 en de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het Bprw is ook de beheervisie voor het hoofdwatersysteem en de vaarwegen in het beheer bij het Rijk. Het beschrijft rollen, taken en verantwoordelijkheden van Rijkswaterstaat en de te verwachten ontwikkelingen in de planperiode.
De kerntaken in het plan zijn: Waterveiligheid: bescherming tegen overstromingen, door implementatie van de deltabeslissingen, de versterking van primaire waterkeringen en het op orde brengen en houden van de uiterwaarden; Voldoende water: het voorkomen van watertekort en wateroverlast, door het uitvoeren van het Deltaprogramma Zoetwater, het Deltaprogramma IJsselmeergebied, het handhaven van de vaste afvoerverdeling bij hoogwater en het tegengaan van verzilting; Schoon en gezond water: dit ziet op de chemische en ecologische kwaliteit van de rijkswateren, waarbij onder meer de Kaderrichtlijn Water (KRW) een rol speelt; Vlot en veilig verkeer over water: de begeleiding van het scheepvaartverkeer en het onderhoud van vaarwegen en kunstwerken; Gebruiksfuncties: door het op orde brengen en houden van de bovenstaande kerntaken ontstaan gunstige condities voor het maatschappelijk en economisch gebruik van de rijkswateren. Continuïteit is een belangrijk uitgangspunt voor beheer en onderhoud van de rijkswateren. Het plan bouwt nadrukkelijk voort op de beheerplannen van voorgaande jaren. Het wegwerken van achterstallig onderhoud door versobering en efficiency en de deltabeslissingen over waterveiligheid en zoetwatervoorziening zijn belangrijke ontwikkelingen binnen het plan. Bij beheer, onderhoud en aanleg tellen kwaliteit van de leefomgeving en duurzaamheid in belangrijke mate mee.
Net als in de voorgaande periode groeit de beheeropgave ook in de periode 2016-2021. Voorgaande wordt veroorzaakt door autonome ontwikkelingen, in het bijzonder bodemdaling en erosie. De afgelopen jaren heeft de oplevering van grote aanlegprogramma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken en het KRW-maatregelenprogramma vergroting van de beheerstaken tot gevolg gehad. Verder speelt mee dat Rijkswaterstaat om strategische redenen steeds meer gronden in eigen beheer heeft. Het Bprw bevat gebiedsgerichte uitwerkingen met een programma van maatregelen voor beheer en ontwikkeling van de rijkswateren. Conclusie Op basis van de kerntaken van Rijkswaterstaat in het Beheer- en ontwik kelplan voor de rijkswateren 2016 - 2021 kan worden vastgesteld dat het bestemmingsplan hiermee verenigbaar is.
3.1.6
Beleidslijn grote rivieren
De Beleidslijn ruimte voor de rivier is in 1996 vastgesteld en in 1997 in werking getreden. In 2006 is de Beleidslijn ruimte voor de rivier herzien. Bij de herziening is de naam veranderd in 'Beleidslijn grote rivieren'. De Beleidslijn grote rivieren bestaat enerzijds uit een beleidsbrief van de toenmalige Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de toenmalige Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de Tweede Kamer en anderzijds uit beleidsregels. De Handreiking Beleidslijn grote rivieren (geactualiseerd in 2014) licht het beleid nader toe, maar heeft geen juridische status. De Beleidslijn grote rivieren is na de herziening in 2006 nog een aantal keer gewijzigd. Deze wijzigingen waren voornamelijk van cosmetische aard en betroffen vooral de aanpassing aan en de afstemming op het begrippenkader en de systematiek van de Waterwet. Het doel van de Beleidslijn grote rivieren is de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed van de grote rivieren te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging nu en in de toekomst feitelijk onmogelijk maken.
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
20
Bij dijkversterkingsmaatregelen langs de grote rivieren moet een afweging worden gemaakt tussen binnendijkse of buitendijkse (rivierwaartse) verbreding van de dijk. Voor binnendijkse maatregelen zal niet altijd ruimte zijn - of slechts tegen zeer hoge kosten of met technisch ingewikkelde constructies. De ruimte buitendijks (in het rivierbed) is schaars en dient zo veel mogelijk beschikbaar te blijven voor de afvoer en berging van rivierwater. In de Redeneerlijn buitendijks (rivierwaarts) versterken (december 2017 vastgesteld door RWS/DGWB in samenspraak met Unie van Waterschappen/HWBP) is toegelicht hoe te handelen indien binnendijkse maatregelen redelijkerwijs niet mogelijk zijn. De redeneerlijn bestaat uit verschillende stappen die hieronder kort zijn samengevat. De volledige redeneerlijn is opgenomen in het Achtergrondrapport rivierkunde. De kern ervan is dat buitendijkse dijkversterkingen zoveel mogelijk worden voorkomen en (indien dit niet mogelijk is) de waterstandseffecten van dijkversterkingen zoveel mogelijk worden opgevangen binnen de projectscope. Indien dit niet mogelijk is kan compensatie op gebiedsniveau of op riviertakniveau plaatsvinden. Buitenwaartse versterking, zo is gebleken, kon niet overal worden voorkomen en er ligt vanuit het project een opgave voor riviercompensatie.
Voor het Voorkeursalternatief (VKA) gaat het om een opstuwend effect van iets minder dan 1 cm in de buurt van Gorinchem tot ca 2,5 cm nabij Waardenburg. Als onderdeel van het concept MER is binnen het projectgebied gezocht naar mogelijk geschikte locaties voor het compenseren van de opstuwende effecten van het VKA. Hierbij zijn de volgende locaties beschouwd: 1. 2. 3. 4. 5.
Woelse Waard; Herwijnense Bovenwaard; Crobsche Waard; Dijkteruglegging Zeiving; Verwijderen veerstoep Brakel (noordzijde rivier).
In het concept MER is geconcludeerd dat met de gecombineerde inzet van maatregelen in drie van deze uiterwaarden voldoende riviercompensatie te creëren is voor de opstuwende effecten van het VKA. De Woelse Waard, de Herwijnense Bovenwaard en de Crobsche Waard bleken hiervoor het meest geschikt. In paragraaf 6.3 van het concept MER is de volledige onderbouwing gegeven. De stappen van het VKA naar het Definitief Ontwerp (DO) heeft geleid tot een aanzienlijk slanker ontwerp. De impact van dit slankere ontwerp op de rivier is daarmee ook sterk gereduceerd. Het opstuwend effect van het DO bedraagt nog ongeveer 0,5 cm in de buurt van Gorinchem tot ca 0,9 cm nabij Waardenburg. Bij deze kleinere riviercompensatie opgave is niet langer de inzet van compensatie in drie uiterwaarden nodig. Door zijn geografische ligging, nabij Gorinchem aan de benedenstroomse grens van het projectgebied, is de Woelse Waard de uiterwaard waarmee waterstandseffecten over het gehele traject van de dijkversterking volledig te compenseren zijn. De inzet van de Woelse Waard blijkt voldoende om voor het gehele traject tot aan Waardenbug de opstuwende effecten van het DO te compenseren. Voor het DO wordt daarom niet langer gekozen voor riviercompensatie in de Herwijnense Bovenwaard. Voor meer informatie wordt verwezen naar het Achtergrondrapport Rivierkunde.
In de Crobsche Waard wordt nog wel gekozen voor het realiseren van riviercompensatie, om de rivierkundige ruimte die ontstaat te gebruiken voor het compenseren van het opstuwende effect van dijkversterking Tiel – Waardenburg. Hier kan een combinatie worden gevonden met het winnen van materiaal dat deels kan worden gebruikt in de dijkversterking van Gorinchem Waardenburg (gebiedseigen grond). De Beleidslijn grote rivieren verenigt twee sporen van beleid; de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening. Er is een goede afweging in het ruimtelijk spoor noodzakelijk om te voorkomen dat er bestemmingsplancapaciteit ontstaat voor activiteiten die niet, of slechts onder bepaalde voorwaarden, zijn toegestaan. Doorwerking in het spoor van de ruimtelijke ordening voorkomt het afgeven van omgevingsvergunningen voor activiteiten waarvoor de watervergunning moet worden geweigerd. Juridisch beschouwd zijn het spoor van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening complementair en staan zij los van elkaar. Een goede doorwerking van waterregelgeving vereist evenwel een adequate procedurele coördinatie tussen het ruimtelijk- en het waterspoor, waar bij de voorbereiding van het bestemmingsplan gehoor aan is gegeven.
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
21
Conclusie: Het bestemmingsplan tast per saldo de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed niet aan, doordat compenserende maatregelen getroffen kunnen worden in de Woelse Waard. Ook kan worden vastgesteld dat er geen ontwikkelingen in het plan zitten, die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging nu en in de toekomst feitelijk onmogelijk maken.
3.1.7
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro is bedoeld om kaderstellende nationale belangen door te laten werken op lokaal niveau, en strekt mede ter uitvoering van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De Barro vormt in dit kader de formele borging van de Beleidslijn grote rivieren. In deze paragraaf komt de Dijkversterking met de daaraan gekoppelde voorzieningen en werken, samen met de relevante onderwerpen uit de Barro aan de orde. Rijksvaarwegen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een rijksvaarweg of op een vrijwaringszone en dat een wijziging inhoudt ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen (vigerend ten tijde van de inwerkingtreding van de betreffende titel uit het Barro 1 oktober 2012) wordt rekening gehouden met het voorkomen van belemmeringen (artikel 2.1.3. veiligheid scheepvaart op vaarwegen) voor: de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten; en het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg.
Primaire waterkeringen De gronden waarop de primaire waterkeringen betrekking hebben, hebben binnen de verschillende geldende bestemmingsplannen al een dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. De wijzigingen van de dijkversterking buitendijks zijn beperkt, waardoor zich hier minder wijzigingen voordoen. Binnendijks zullen gedeelten buiten de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' komen te liggen. Hiervoor wordt in dit bestemmingsplan een aanvullende dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering vervallen' worden opgenomen. Ook brengt de dijkversterking bij het zoeken naar passende oplossingen, met zich mee dat op bepaalde plaatsen damwanden worden toegepast, hierdoor kan de bestemming 'Waterstaat Waterkering' worden ingeperkt. Hierin wordt ook voorzien in onderhavig bestemmingsplan. Gebiedsaanduidingen Voor de gronden die deel uitmaken van een beschermingszone wordt een gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone-dijk -1' en 'vrijwaringszone - dijk - 2' opgenomen, Conclusie: Belemmeringen op grond van Barro op grond van artikel 2.1.3. vinden niet plaats. Verder wordt voldaan aan de eisen die binnen Barro worden gesteld voldaan. De Barro staat deze dijkversterking niet in de weg.
3.1.8
Nationale Omgevingsvisie
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft het Rijk de langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland verder inhoud gegeven. De NOVI richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes.
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
22
Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In feite zijn er vanuit de geschetste sectorale opgaven, vier strategische, integrerende, opgaven voor het omgevingsbeleid gedestilleerd: 1. 2. 3. 4.
Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving.
Bij de dijkversterking gaat het in het bijzonder om opgave verwoord onder 2. Ad 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving Als het gaat om de klimaatverandering ligt de focus op sectorale doelen of een integrale aanpak. Het is van belang dat de gekozen aanpak adaptief is. Hierbij gaat het vooral als het treffen van maatregelen urgent is. In de visie wordt hierbij ook als voorbeeld genoemd de maatregelen tegen actuele wateroverlast. Vaak zullen de dreigingen en kansen als gevolg van de klimaatverandering zich pas over een aantal jaren manifesteren. De rijksoverheid streeft naar meekoppelen. De komende jaren wordt bijvoorbeeld een groot aantal dijktrajecten aangepakt omdat deze niet aan de nieuwe waterveiligheidsnorm voldoen. Dit biedt kansen om in deze gebieden met andere opgaven, zoals voor mobiliteit en natuur, mee te koppelen. In het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) wordt actief werk gemaakt van het benutten van meekoppelkansen. Gemeenten en provincies worden door het HWBP tijdig in het studie- en programmeringsproces uitgenodigd om eventuele meekoppelkansen van ruimtelijke opgaven in te brengen. Binnen het aspect klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving is een onderverdeling gemaakt. De eerste beleidskeuze gaat over klimaatbestendig en waterrobuust. Hiermee wil het Rijk Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust maken.
Bij (her)ontwikkelingen moet voorkomen dat het risico op schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer toeneemt, voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Het Rijk wil voldoende ruimte behouden en reserveren voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen. Voor wat betreft het rivierengebied ligt er een grote en urgente waterveiligheidsopgave, die voortkomt uit de nieuwe normen voor waterveiligheid en door klimaatverandering toenemende rivierafvoeren. De overheid pakt de opgaven vanuit waterveiligheid, laagwater, waterkwaliteit, natuur, ecologie, scheepvaart en zoetwater integraal op, met maatregelen die leiden tot een duurzaam functionerend rivierensysteem. Het ontwerp NOVI heeft samen met het milieueffectrapport (PlanMER) van 20 augustus 2019 tot en met 30 september 2018 ter inzage gelegen. Naar verwachting verschijnt de definitieve NOVI in het voorjaar 2020. Conclusie: De dijkversterking past binnen opgave naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenlevering.
3.2
Provinciaal beleid
Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met het beleid van de provincie Zuid-Holland en de provincie Gelderland. In de tekst vindt een uitsplitsing plaats naar de beide provincies. 3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en omgevingsverordening
Provinciale Staten van Gelderland hebben de Omgevingsvisie op 9 juli 2014 vastgesteld. De
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
23
bijbehorende Omgevingsverordening is vervolgens op 24 september 2014 vastgesteld. De Omgevingsvisie en de omgevingsverordening Gelderland zijn vervolgens op 18 oktober 2014 in werking getreden. Op 19 december 2018 zijn geconsolideerde versies van de Omgevingsverordening en de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie en -verordening bevatten de belangrijkste maatschappelijke opgaven in Gelderland. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid. In de omgevingsvisie zijn de volgende plannen samengebracht en deels herzien namelijk: Het Waterplan, het Provinciaal Verkeer en Vervoer Plan, het Streekplan, het Milieuplan en de Reconstructieplannen. De Omgevingsverordening is in feite de uitwerking (de regels) van de omgevingsvisie. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Algemeen De Omgevingsvisie gaat over 'Gaaf Gelderland'. 'Gaaf' is een woord met twee betekenissen. 'Gaaf' betekent 'mooi' en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar 'Gaaf' verwijst ook naar dat wat 'cool' en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Deze beide aspecten zijn dan ook opgenomen in onze Gelderse Omgevingsvisie.
Anders gezegd, wij benoemen wat voor ons van waarde is en wat we willen beschermen. En: we geven richting aan wat we willen en ook moeten veranderen en ontwikkelen. De provincie Gelderland staat voor grote ontwikkelingen, zoals daar zijn het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking in combinatie met krimp, toenemende mobiliteit op de weg en in de lucht, digitalisering, internationalisering. Het gaat hierbij om grote uitdagingen, die in gezamenlijkheid opgepakt moeten worden als inwoners, bedrijven, organisaties en overheden. Samen moeten de krachten worden gebundeld. Voorgaande vraagt om een goede rolverdeling. De provincie gaat steeds weer en meer samen met partners optrekken op basis van gelijkwaardigheid en waar dat kan en nodig is het initiatief en de ruimte aan anderen laten. Of zelf de handschoen oppakken en doorpakken. De gemeenschappelijke horizon is verwoord in de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland'. Vanuit de omgevingsvisie wordt ingestoken op een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Er wordt taakgericht gewerkt, waarbij de focus ligt bij een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities worden taken opgepakt.
Het gaat hierbij om ambities op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat. Om de ambities op te pakken en verder inhoud te geven wordt gewerkt vanuit de vier 'spelregels' of Doe-principes, namelijk: DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN. Tezamen vormen zij het kader waarbinnen de provincie werkt en afwegingen wil maken. Ambities uit Omgevingsvisie Binnen de omgevingsvisie Gaaf Gelderland zijn op basis van de ambities thematische visieschetsen opgesteld. De schetsen zijn niet bedoeld als een geografische plankaart of ontwikkelkaart, maar zijn een grove schets van bestaande en nieuwe initiatieven, kansen, mogelijkheden en ontwikkelingen die door de provincie als perspectief worden gezien vanuit de Omgevingsvisie. De schetsen worden gebruikt om met de partners in gesprek te gaan over thema's, vraagstukken en oplossingsrichtingen, daarbij rekening houdend met de schaal van Gelderland, met name op regionale en lokale niveau. De geformuleerde ambities en de provinciale aanpak zijn daarin bepalend. De ambities kunnen als volgt worden weergegeven: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio;
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
24
7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Hoewel de ambities bij initiatieven, ontwikkelingen en dergelijke allemaal in meer of mindere mate zullen meespelen bij de dijkverbetering, spelen de volgende ambities en de daaraan gekoppelde aanpak in hoofdzaak een rol, namelijk: Klimaatadaptatie; Circulaire adaptatie. Klimaatadaptatie Voor wat betreft de klimaatadaptaties zijn de volgende ambities geformuleerd: In 2050 is Gelderland klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar; In 2020 hebben we samen met partners de risico's en kansen van het veranderend klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. De provinciale aanpak voor klimaatadaptatie bestaat uit: 1. We zorgen voor een veerkrachtig en duurzaam water-, natuur en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit een klimaatbestendige en schone bodem en ondergrond en uit schoon en gezond gronden oppervlaktewater en drinkwater; 2. Samen met partners brengen we toekomstige risico's en kansen van het veranderend klimaat voor Gelderland in kaart. We dragen bij aan het opstellen van Regionale Adaptatie Strategieën en helpen bij de uitvoering daarvan; 3. Wij werken zelf klimaatbestendig en wegen dit aspect bij al onze beslissingen mee.
En: geven dit als voorwaarde mee aan onze partners. Circulaire economie Voor wat betreft de circulaire economie zijn de volgende ambities geformuleerd: Wij willen de eerste afvalloze provincie van Nederland zijn. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in onze schone industrie; Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. De provinciale aanpak vanuit circulaire economie bestaat uit: 1. Wij en de partners en opdrachtnemers waarmee we samenwerken werken circulair - zoals bij het beheer en onderhoud van gronden, dijken en (water-)wegen en bij bouwprojecten; 2. We stimuleren tal van innovaties in sectoren met een groot potentieel. We streven daarbij naar het maken van schaalsprongen. We focussen om te beginnen op de Gelderse Food sector en op het recyclen van kunststoffen en consumentengoederen en we kijken naar de manier waarop regio's en bedrijven zich circulair kunnen ontwikkelen in Gelderland; 3. We zoeken de ruimte in de regels die circulair werken belemmeren. Biodiversiteit Voor wat betreft de biodiversiteit zijn de volgende ambities geformuleerd: In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. In Gelderland wordt natuur-inclusief gewerkt.
Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden; In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. De provinciale aanpak vanuit biodiversiteit bestaat uit: 1. We blijven werken aan een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Wij hebben aandacht voor de kwaliteiten van onze bijzondere natuurgebieden en
Dijkv ersterking Gorinchem - Waardenburg
25
landschappen en beschermen de flora en fauna; 2. Wij zien overal potentie om de biodiversiteit te vergroten. In het bijzonder in de landbouw en daarnaast in de bebouwde omgeving in woonwijken, bij werklocaties en bij renovatie van erfgoedlocaties, bij de aanleg van wegen en dijken en het winnen van zand en klei; 3. Wij denken en werken zelf natuur-inclusief en wegen dit aspect bij onze beslissingen mee. We stimuleren onze partners dit ook te doen. Analyse Omgevingsvisie Vastgesteld kan worden dat de dijkversterking in hoofdzaak over het bestaande dijklichaam komt te liggen. Verder kan worden opgemerkt dat de maatregelen en ingrepen in het buitendijks gebied beperkt zijn en worden gecompenseerd. Op basis hiervan kan worden vastgesteld dat een veerkrachtig en duurzaam watersysteem in stand blijft. Bij het vervaardigen van het ontwerp van de dijkversterking is rekening gehouden met aspecten van de klimaatverandering. Voor wat betreft de dijkversterking en de daarvoor benodigde gronden wordt zoveel mogelijk werk van werk gemaakt. Zo wordt grond uit de directe omgeving van de dijk gebruikt voor verhoging van het dijklichaam. Ook kan hier benoemd worden dat de dijkversterking in overleg met de provincie tot stand is gekomen.
Omgevingsvisie Gelderland 2018 en Provinciale Omgevingsverordening 2018 Het Natuur Netwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het provinciale natuurbeleid. De NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur is uitgewerkt in het Natuurbeheerplan Gelderland (2018) en Provinciale Omgevingsverordening Gelderland (2018). In paragraaf 5.8 wordt nader ingegaan op de aantasting NNN door de dijkversterking en over de daaraan gekoppelde compensatie. Beschermingsregime Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat enerzijds uit alle gebieden met een natuurbestemming binnen de voormalige Gelderse EHS en anderzijds uit een zoekgebied van 7.300 ha voor 5.300 ha nieuwe natuur. Deze zoekruimte voor nieuwe natuur in het GNN is in de Omgevingsvisie opgenomen als toelichtende kaart. Daarnaast maken de reeds gerealiseerde delen van verbindingszones deel uit van het GNN. Het beleid met betrekking tot het GNN is ten eerste gericht op de bescherming en het herstel van de aanwezige natuurwaarden, ten tweede op de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden.