Regiobegroting 2022 - 2025 digitale versie 21.0000774
Tekst van het document
De ambtelijke samenwerking willen wij vereenvoudigen door voor het sociaal en fysiek domein eenduidige procedures af te spreken en door heldere afspraken te maken met gemeenten, waarbij het uitgangspunt is ‘minder samen praten, meer samen doen’. 52
Wat willen we bereiken? Doel 1. Focus in de regionale samenwerking tussen gemeenten en met bedrijven, maatschappelijke partners en mede-overheden 2. Goede vertegenwoordiging van de gemeenten in de MRA 3. Versterking van de samenwerking tussen gemeenten, de provincie, het waterschap en het Rijk 4. Versterken van de samenwerking tussen gemeenten in de portefeuillehoudersoverleggen en het Regiobestuur
Wat gaan we daarvoor doen? Activiteit 1. Ontwikkeling en uitvoering van de regionale samenwerkingsagenda 2022 – 2025 2. Uitvoering van de MRA agenda en zorgdragen voor goede ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordiging in de MRA 3. Uitvoering geven aan de strategische samenwerkingsagenda met de provincie 4. Uitvoeren van de aanbevelingen van de werkgroep legitimatie (commissie Mol)
Begroting Bedragen x € 1.000
Prognose realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijziging
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Overhead primair proces Overhead Regio Totaal lasten
2.795 0 3.581 127 467 6.970
1.808 0 833 124 356 3.121
1.745 0 1.177 124 356 3.401
1.735 0 895 124 387 3.141
1.735 0 531 124 393 2.783
17.35 0 531 124 398 2.788
1.735 0 531 124 402 2.792
Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumgemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten
-8.867 0 -462 -627 274 -9.682
-3.021 0 0 -99 0 -3.121
-2.938 0 0 -99 0 -3.037
-2.678 0 0 -99 0 -2.777
-2.684 0 0 -99 0 -2.783
-2.689 0 0 -99 0 -2.788
-2.693 0 0 -99 0 -2.792
Lasten Baten Lasten minus baten
6.970 -9.682 -2.712
3.120 -3.120 0
3.401 -3.037 364
3.141 -2.777 364
2.783 -2.783 0
2.788 -2.788 0
2.792 -2.792 0
Reserves Dotaties Onttrekkingen
2.950 -554
0 0
0 -364
0 -364
0 0
0 0
0 0
Saldo
-315
0
0
0
0
0
0
Toelichting In het programma sturing zit de gemeentelijke bijdrage à € 1,53 per inwoner aan het MRA convenant. Vanuit sturing voert de Regio het kasbeheer uit voor deze taak. Ook is de bijdrage van gemeenten aan de regionale samenwerkingsagenda opgenomen. De bijdrage van de gemeente Weesp vervalt vanaf 2022 en is taakstellend verwerkt. Tevens zijn de bezuinigingsmaatregelen op cultuur en recreatie en de ambtelijke samenwerking à € 150.000 verwerkt in het programma. In deze begroting is daarnaast een onttrekking aan de reserve aan de reserve Regionale Samenwerkingsagenda opgenomen ter hoogte van € 364.000.
53
Inkoop en contractbeheer Inkoop en co ntractbeheer
In opdracht van Regio Gooi en Vechtstreek werkt de afdeling Inkoop en Contractbeheer samen voor onze inwoners met ondernemers en maatschappelijke organisaties. Inkoop en contractbeheer is hierbij verantwoordelijk voor het inkopen, contracteren en beheren van alle producten en dienstverlening van bedrijven en organisaties. Inkoop en Contractbeheer voert haar taak op een drietal gebieden: sociaal domein, fysiek domein en facilitaire zaken.
Algemeen
Hilversum
Huizen
Laren
Wijdemeren
V
V
V
V
V
V V
V V
V V
V V
V V
V V
Eemnes
V
Blaricum
Taken Inkoop & contractbeheer sociaal domein (incl. Wmo toezicht, verwijsindex, wachtlijstbemiddeling, cliëntervaringsonderzoek, klachtenmeldpunt) Inkoop & contractbeheer fysiek domein Inkoop & contractbeheer facilitaire zaken
Gooise Meren
Taken
Beleidskader
Aanbestedingswetgeving Inkoopbeleid gemeenten en Regio
Ontwikkelingen Verkenningen naar een financieel gezond sociaal domein Gemeenten hebben lokaal flinke tekorten op jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning. Vanuit de Regio kopen de gemeenten een deel van de voorzieningen op het sociaal domein in en beheren de contracten. De gemeenten hebben in de verkenningen gekeken naar maatregelen om het sociaal domein toegankelijk en betaalbaar te houden. Een deel van de maatregelen heeft ook impact op contracten die ondergebracht zijn bij inkoop en contractbeheer en daarmee ook op het werk van inkoop en contractbeheer. Inkooptrajecten Voor 2022 staan in elk geval de volgende trajecten op de inkoopagenda sociaal domein: beschermd wonen, ernstige enkelvoudige dyslexie en volwasseneneducatie. Naar verwachting komen hier nog meer trajecten bij.
Ontwikkelingen Weesp De gemeentelijke bijdrage Weesp vervalt vanaf 2022. Wel is er nog sprake van een overgangsjaar voor bestaande cliënten en zorgorganisaties. De dienstverlening wordt overgenomen door Amsterdam. Het wegvallen van de gemeentelijke bijdrage Weesp is taakstellend in het programma verwerkt. Eind 2021 is de exacte impact op het programma bekend en vindt eventueel een bijstelling van de begroting plaats. Verkenning naar een financieel gezond sociaal domein De capaciteit bij inkoop en contractbeheer richt zich voor 90% op het sociaal domein. De inkoopsamenwerking op het fysiek domein is nog beperkt. De capaciteit voor inkoop en contractmanagement is afgestemd op de voorzieningen die worden ingekocht. Gemeenten gaan verplichtingen aan en deze verplichtingen worden vanuit inkoop en contractbeheer voor de duur van de overeenkomst beheerd. Bezuinigen op inkoop en contractbeheer moet daarom altijd hand in hand gaan met de inhoud van de overeenkomsten die worden aangegaan. Bezuinigingen zijn mogelijk als er inhoudelijk andere afspraken worden gemaakt met contractpartijen. Inkoop en contractbeheer werkt daarom mee aan de verkenning naar een financieel gezond sociaal domein. Vanuit deze verkenning wordt bekeken op welke contracten besparingen mogelijk zijn en wat dit betekent voor inkoop en contractbeheer. 54
Kengetallen 1. Aantal gecontracteerde aanbieders 2. Aantal inwoners in het digitaal leefplein (met zorg) 3. Leveranciersgesprekken per jaar 4. Declaratieregels 5. Automatisch goedgekeurde declaraties 6. Omvang gedeclareerde zorg en ondersteuning
Kengetal ‘20 210 20.000 90 285.000 99% 90 miljoen
Kengetal ‘21 210 20.000 90 285.000 99% 90 miljoen
Kengetal ‘22 210 20.000 90 285.000 99% 90 miljoen
Begroting Bedragen x € 1.000
Prognose realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijziging
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Overhead primair proces Overhead Regio Totaal lasten
1.599 0 25.275 122 199 27.195
1.350 0 321 120 321 2.111
1.413 0 346 120 321 2.199
857 0 317 120 291 1.585
857 0 317 120 296 1.590
857 0 317 120 301 1.595
857 0 317 120 304 1.598
Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumgemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten
-25.278 0 -9 -1.787 0 -27.075
-1.608 -268 0 -235 0 -2.111
-1.696 -268 0 -235 0 -2.199
1.350 0 0 -235 0 -1.585
-1.355 0 0 -235 0 -1.590
-1.360 0 0 -235 0 -1.595
-1.363 0 0 -235 0 -1.598
Lasten Baten Lasten minus baten
27.195 -27.075 120
2.111 -2.111 0
2.199 -2.199 0
1.585 -1.585 0
1.590 -1.590 0
1.595 -1.595 0
1.598 -1.598 0
Reserves Dotaties Onttrekkingen
0 -272
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
Saldo
-152
0
0
0
0
0
0
Toelichting Vanaf 2022 stopt de gemeentelijke bijdrage Weesp. De dienstverlening sociaal domein wordt voor bestaande cliënten gecontinueerd voor een jaar om zo continuïteit van zorg en ondersteuning te waarborgen. Hiervoor sluit inkoop en contractbeheer een dienstverleningsovereenkomst met Amsterdam.
55
Centrumgemeentetaken Centrumg emeentetaken
Regio Gooi en Vechtstreek geeft op het sociaal domein uitvoering aan de centrumgemeentefunctie Hilversum. De gemeenten kunnen vanuit de afspraken in de gemeenschappelijke regeling gezamenlijk sturen op de uitvoering van deze centrumgemeente taken. Voor deze taken voeren wij het budgetbeheer uit. In dit onderdeel geven wij inzicht in de financiële omvang van de centrumgemeente taken.
Huizen
Laren
Wijdemeren
V V
Hilversum
V V V V V V V
Gooise Meren
Taken Maatschappelijke opvang Vrouwenopvang Beschermd wonen Laaggeletterdheid Regionale Meld en Coördinatiefunctie Voortijdig schoolverlaten Zorg en veiligheidshuis
Eemnes
Blaricum
Taken
V V V V V V V
V V V V V V V
V V V V V V V
V V V V V V V
V V V V V V V
Begroting Prognose realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijziging
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
0 0 0 0 0 0
434 0 21.263 0 38 21.735
545 0 21.288 19 38 21.890
731 0 17.637 0 73 18.441
731 0 17.637 0 73 18.441
731 0 17.637 0 73 18.441
731 0 17.637 0 73 18.441
0
0 -21.240
0 -21.240
0 0 0 0
-75 -1.129 0 -22.444
-75 -1.129 0 -22.444
0 -21.282 297 737 99 127 200 2.171 0 -790 0 -18.441
0 -21.282 297 737 99 127 200 2.171 0 -790 0 -18.441
0 -21.282 297 737 99 127 200 2.171 0 -790 0 -18.441
0 -21.282 297 737 99 127 200 2.171 0 -790 0 -18.441
Lasten Baten Lasten minus baten
0 0 0
21.735 -22.444 -709
21.184 -22.444 -554
18.441 -18.441 0
18.441 -18.441 0
18.441 -18.441 0
18.441 -18.441 0
Reserves Dotaties Onttrekkingen
0 0
1.424 -715
1.424 -870
0 0
0 0
0 0
0 0
Saldo
0
0
0
0
0
0
0
Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Overhead primair proces Overhead Regio Totaal lasten Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumgemeentebijdrage tbv RBL – VSV tbv RBL – RMC 2 tbv ZVH tbv BO – GGD tbv BO – ZVH tbv BO - Veilig Thuis Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten
2
ZVH: Zorg- en Veiligheidshuis 56
Toelichting De bijdragen vanuit de centrumgemeente Hilversum zijn gebaseerd op de Decembercirculaire 2020. Bij het opstellen van de programmabegroting 2021-2024 zijn de bijdragen gebaseerd op de Septembercirculaire 2019. Decembercirculaire 2020
2022
2023
2024
2025
Beschermd Wonen
14.084.474
14.084.894
14.084.894
14.084.894
Maatschappelijke Opvang Vrouwenopvang Subtotaal Bescherming en Opvang
2.499.248 2.856.243 19.439.965
2.499.248 2.856.243 19.440.385
2.499.248 2.856.243 19.440.385
2.499.248 2.856.243 19.440.385
Volwasseneneducatie Vroegtijdig Schoolverlaten Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Zorg- en Veiligheidshuis Totaal centrumgemeentebijdragen
709.480 297.099 737.000 98.560 21.282.104
709.480 297.099 737.000 98.560 21.282.524
709.480 297.099 737.000 98.560 21.282.524
709.480 297.099 737.000 98.560 21.282.524
57
Subsidies Subsidies
De Regio Gooi en Vechtstreek vraagt met de gemeenten provinciale, landelijke en Europese subsidies aan om de maatschappelijke en economische ontwikkeling een impuls te geven. Vanuit het programma sturing (de regionale samenwerkingsagenda) beheren de gemeenten deze subsidies en werken zij samen aan de uitvoering op onderliggende projecten. Voor 2022 zijn de volgende subsidies toegekend en wordt de uitvoering vanuit de Regio gecoördineerd:
Volwasseneducatie Transformatie Jeugd Werkkamer Projectenpool van Denken naar Doen Energietransitie Werken aan Werk Perspectief op Werk
Begroting Prognose realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijziging
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Overhead primair proces Overhead Regio Totaal lasten
0 0 0 0 0 0
553 0 956 0 78 1.587
794 0 1.764 -8 92 3.351
326 0 995 0 38 959
204 0 259 0 18 481
91 0 0 0 0 91
91 0 0 0 0 91
Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumgemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
-282 -115 -222 0 0 -620
-113 0 -222 0 0 -336
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
Lasten Baten Lasten minus baten
0 0 0
1.587 0 1.587
2.641 -620 2.021
959 -336 623
481 0 481
91 0 91
91 0 91
Reserves Dotaties Onttrekkingen
0 0
0 -1.587
119 -2.140
0 -623
0 -481
0 -91
0 -91
Saldo
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting De baten bijdragen vanuit gemeenten hebben betrekking op de energietransitie. Hilversum zijn gebaseerd op de Decembercirculaire 2020. Bij het opstellen van de programmabegroting 2021-2024 zijn de bijdragen gebaseerd op de Septembercirculaire 2019. In deze begroting is daarnaast een aantal onttrekkingen ter hoogte van € 622.776 aan de reserve meegenomen. Het betreft: € 90.909 aan de reserve Werkkamer meerjarig € 433.667 aan de reserve Werken aan Werk ( in 2023 € 390.000) € 98.200 aan de reserve Perspectief op Werk
58
PARAGRAFEN
59
Weerstandvermogen en risicobeheersing Weerst andsv ermogen en ris icobeheersi ng
Inleiding Onder het weerstandsvermogen wordt verstaan het ‘vermogen om incidentele en structurele financiële tegenvallers waarvan tijdstip en omvang onbekend zijn op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de hoogte van de voorzieningenniveaus van de programma’s’. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en risico’s waarvoor geen voorziening en/of verzekering aanwezig is. Artikel 11, lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten geeft aan dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing tenminste bevat: a) een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b) een inventarisatie van de risico's; c) het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d) een kengetal voor de: 1a. netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; (niet van toepassing voor Regio) 4. structurele exploitatieruimte; 5. belastingcapaciteit (niet van toepassing voor Regio). e) een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Weerstandscapaciteit Regio Gooi en Vechtstreek wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot een verhoogde gemeentelijke bijdrage voor gemeenten, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Het beleid is erop gericht om de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (i.c. het 3 weerstandsvermogen) tenminste 1,0 te laten zijn. De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele en een structurele component. Onderdeel van de structurele weerstandscapaciteit zijn de posten onbenutte belastingcapaciteit, onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Dit zijn posten die voor de Regio niet van toepassing zijn, als gevolg waarvan de Regio rekent met de incidentele weerstandcapaciteit. Tot de incidentele weerstandscapaciteit wordt gerekend: de algemene reserve; de stille reserves; het bedrag voor onvoorzien c.q. nieuwe beleidsruimte; incidentele begrotingsruimte.
Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele 4 weerstandscapaciteit . Een bestemmingsreserve is een reserve waar het bestuur een bepaalde bestemming aan heeft gegeven (art. 43 BBV). Het is denkbaar dat onder de bestemmingsreserves zich middelen bevinden waarvan het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming. In die gevallen is een heroverweging tot overheveling van deze middelen naar de algemene reserve te rechtvaardigen. De bestemmingsreserves van de Regio hebben een expliciet karakter. De door het algemeen bestuur gegeven bestemming kan in deze gevallen niet of nauwelijks worden gewijzigd, waardoor deze
3
Spelregels In 2016 is door de zeven colleges van burgemeester en wethouders de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ vastgesteld. In deze nota is een spelregel opgenomen waarin is aangegeven dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1,0 dient te zijn. 4
Bron: het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) is een gezamenlijk product van de 12 provinciale toezichthouders gemeentefinanciën (Gedeputeerde Staten). In het GTK is vastgelegd hoe, binnen het wettelijk kader, invulling wordt gegeven aan het financieel toezicht op gemeenten.
60
bestemmingsreserves dan ook niet voor tegenvallers kunnen worden ingezet. Voor de weerstandscapaciteit worden ze dan ook op nihil gesteld. Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit vrij besteedbaar eigen vermogen en heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers, risico’s die geheel niet te kwantificeren zijn en niet meer kunnen worden opgevangen. De stand en het verloop van de algemene reserve is opgenomen in de bijlage Reserves en Voorzieningen. Stille reserves Indien bezittingen meer waard zijn dan de boekwaarde, is sprake van een stille reserve die niet op de balans tot uitdrukking komt. De regio beschikt slechts over een beperkt aantal gebouwen, terreinen en installaties die zij in eigendom heeft. Het verschil tussen de (taxatie)waarde en balanswaarde wordt als nihil gesteld op basis van een schatting. Onvoorzien Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten, welke ook voor de Regio van toepassing is, dient er in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven te worden opgenomen, ter dekking van lasten die niet in de begroting zijn opgenomen. De in 2016 vastgestelde nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ geeft aan dat voor de post onvoorzien geldt dat de lasten die eruit gedekt mogen worden als onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk gedefinieerd moeten zijn.
In deze spelregels wordt geadviseerd als richtlijn voor de bepaling van de hoogte van het budget uit te gaan van 0,4% van de exploitatielasten. Voor 2022 zou dat een post onvoorzien ter hoogte van ongeveer € 370.000 met zich meebrengen. De Regio heeft in overleg met de gemeenten vanaf begrotingsjaar 2017 een lager bedrag voor onvoorzien ter hoogte van € 5.000 in de begroting opgenomen. Incidentele begrotingsruimte Als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit. De toezichthouder accepteert enkel de positieve begrotingsruimte die zich minimaal in zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming voordoet als structurele weerstandscapaciteit. Eventuele overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele begrotingsruimte en kan daarom tot de incidentele weerstandscapaciteit worden gerekend. Daar ook dit niet bij de Regio van toepassing is wordt deze incidentele begrotingsruimte op nihil gezet. Op basis hiervan is de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit in meerjarenperspectief:
Bedragen x € 1.000
Weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien Stille reserves Incidentele begrotingsruimte Totaal
2022 1.199 5 1.204
2023 1.199 5 1.204
2024 1.199 5 1.204
2025 1.199 5 1.204
Risico’s Een risico bestaat altijd uit de drie volgende onderdelen: de oorzaak, de risicogebeurtenis en het gevolg. De oorzaak spreekt het meest voor zich: de reden waarom iets verkeerd dreigt te gaan. De risicogebeurtenis is het voorval, kortom wat er fout kan gaan op een bepaalde plaats binnen een bepaald tijdsinterval. Het gevolg is het (ongewenste) resultaat. Onder risico’s worden verstaan alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de Regio. Het financiële effect van een risico wordt berekend als de kans van optreden van een gebeurtenis maal de impact die de gebeurtenis heeft. Een grote kans hoeft dus nog geen groot risico te betekenen. Als de kans van een gebeurtenis tamelijk groot is, maar het nadelig effect ervan is heel klein, dan is het risico niet al te groot. Per risico wordt het geschat financieel risico, de kans van voordoen en het financieel effect weergegeven. 61
1 ALG
Ontwikkeling loonkosten
Geschat risico € 360.000
Kans op voordoen 50%
Financieel effect € 180.000
Vrijdag 19 februari 2021 was er een zesde ronde in de onderhandelingen over de nieuwe gemeentelijke cao’s (Cao Gemeenten en Cao SGO). De vakbonden hebben na het bod van de werkgevers het overleg opgeschort. Werkgevers willen een cao waarin de waardering voor de inzet van de medewerkers tot uiting komt. Gezien de financiële positie van gemeenten en gezien de omstandigheden van veel werkende Nederlanders, menen werkgevers een net bod te hebben gedaan. Helaas wilden de vakbonden geen tegenbod meer doen. Zij houden vast aan onder andere een looneis van 2,75%, diverse eenmalige uitkeringen van honderden euro’s, het herinvoeren van een VUT-regeling en een verlofnorm van 8 dagen (in plaats van de werkgroepnorm van 5 dagen). Gezien de financiële positie van gemeenten en gezien de omstandigheden van veel werkende Nederlanders is dat onrealistisch en niet uit te leggen. De VNG en de WSGO hopen dat de vakbonden spoedig naar de overlegtafel terugkeren en een serieuze poging doen om de verschillen te overbruggen. In de programmabegroting 2022-2025 is ervoor gekozen om, conform eerdere jaren, de indexatie van de lonen aan te houden zoals deze is opgenomen in de septembercirculaire 2020, wat voor 2022 komt op een indexatie van de lonen van 1,3%.
Mochten er in de nieuwe cao voor 2022 en verder hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de begroting. Het risico wordt ingeschat op 1,0% van de kosten, uitgaande van de salariskosten van personeel in dienst van de Regio. Gezien de grote kans op voordoen (50%, de beide partijen liggen ver uit elkaar op dit moment), wordt het financieel effect berekend op € 180.000. 2 ALG
Ontwikkeling pensioenkosten
Geschat risico € 285.000
Kans op voordoen 75%
Financieel effect € 213.750
Het bestuur van ABP beziet de premie vanuit een meerjarenperspectief. De premiestijging is al eerder aangekondigd. Doordat het verwachte rendement naar beneden is bijgesteld én het opbouwpercentage gelijk is gebleven in 2021, is meer premie nodig om de pensioenen verantwoord te financieren. De verwachting is dat de premie de komende jaren verder zal stijgen. In 2022 zal de premie naar verwachting met 2% stijgen. De premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen gaat in 2022 naar verwachting met 1 tot 1,5% omhoog. Dat is nodig, omdat de kans op arbeidsongeschiktheid met name op hogere leeftijd toeneemt. De gevolgen zijn nog niet meegenomen in deze begroting, omdat deze premiewijzigingen nog niet in te schatten zijn. Medio juli 2021 worden de te verwachte premiestijgingen bekend gemaakt door het ABP. Voor de berekening van het geschat financieel risico wordt vooralsnog uitgegaan van een stijging van 3,5%. 3 ALG
Arbeidsgerelateerde kosten
Geschat risico € 250.000
Kans op voordoen 50%
Financieel effect € 125.000
Arbeidsgerelateerde verplichtingen zijn alle vormen van aan de arbeidsrelatie verbonden rechten op uitkeringen tijdens of na het dienstverband. Te denken valt hierbij aan uitkeringen bij ontslag, afkoopsommen, afvloeiingsregelingen, toezeggingen etc. Bij conflicten wordt juridische begeleiding ingeschakeld. Er zijn verscheidene externe en interne omgevingsfactoren die van invloed zijn op de toekomst van de Regio-organisatie. De Regio zal haar organisatie de komende jaren moeten klaarstomen voor verschuivingen, om snel en adequaat te reageren op veranderingen in onze omgeving met als doel de wendbaarheid van onze organisatie te versterken, wat mogelijk arbeidsgerelateerde kosten met zich meebrengt. In 2022 ziet de Regio zich bijvoorbeeld geconfronteerd met een bezuinigingsopdracht. Het risico op arbeidsgerelateerde kosten kan in sommige gevallen gemitigeerd worden door een vergoeding voor frictiekosten (zoals bijvoorbeeld voor het vertrek van de gemeente Weesp), of werknaar-werk trajecten (wnw-traject). Niet in alle gevallen is een frictiekostenvergoeding of wnw-traject van toepassing, als gevolg waarvan dit risico wordt meegenomen. 4 ALG
Ontwikkeling materiële kosten
Geschat risico € 115.000
Kans op voordoen 50%
Financieel effect € 57.500
In de programmabegroting 2022 is ongeveer € 23 mln. aan materiële kosten geraamd (excl. beschermd wonen en doelgroepenvervoer). Het betreft hier hoofdzakelijk uitgaven waar een contract aan ten grondslag ligt zoals huurovereenkomsten, onderhoudsovereenkomsten en verwerkingsovereenkomsten. Deze overeenkomsten worden veelal aangepast aan de prijsindex. In 2020 is de inflatie gemiddeld uitgekomen op 1,3%. De eerste ontwikkelingen van 2021 laten een hogere inflatie zien (jan: 1,6%, feb: 1,8%). Bij het opstellen van de programmabegroting 2022 is uitgegaan van een inflatie van 1,5%, zoals deze is meegenomen in de septembercirculaire 2020. Mochten de inflatie in 2022 hoger uitvallen, dan zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. Het risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale materiële kosten.
62
5 ALG
Privacy en gegevensbescherming
Geschat risico € 500.000
Kans op voordoen 30%
Financieel effect € 150.000
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) legt in haar toezichtwerk (tot 2023) extra nadruk op drie focusgebieden: datahandel, digitale overheid en artificiële intelligentie en algoritmes. Met name de focus op 5 de digitale overheid is op de Regio van toepassing . De AP kan een boete opleggen voor een datalek, maar ook voor andere overtredingen in lijn met art. 83 AVG (zoals het toegang geven van te veel mensen tot een systeem). Daarnaast kan de Regio aansprakelijk worden gesteld door de betrokkenen van wie persoonsgegevens zijn gelekt. Het is echter lastig de kans en impact daarvan te kwantificeren. De verwachting is dat, met de invoering van Office365, de informatieveiligheid zal toenemen. Ervaring leert daarnaast dat veel datalekken ontstaan door menselijk handelen en in mindere mate door gebrekkige technische maatregelen. Daarom zal er ook in 2022 continu aandacht blijven voor privacy verantwoordelijk handelen van de medewerkers door het aanbieden van training en e-learning. Bij de Regio zijn buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) werkzaam, die ook toezichthouder zijn. Bij het verwerken van persoonsgegevens door boa’s moet rekening gehouden worden met zowel de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) als de Wet politiegegevens (Wpg). Eén van de wettelijke eisen in de Wpg is het periodiek (laten) uitvoeren van interne en externe audits.
De Regio voert in 2021 een Wpg-audit uit, waarvan de uitkomsten gemeld moeten worden aan de AP. De AP gaat daarnaast ook groeien; verwachting is dat zij in 2022 3x zo groot zal zijn. Daarnaast is er kans dat de AP ook kritischer zal kijken naar GGD-en in Nederland, als gevolg van de datadiefstal bij de GGD. Als gevolg van deze drie ontwikkelingen is de kans op voordoen naar boven bijgesteld, als ook het geschat financieel risico. 6 ALG
Investeringen vervanging ICT en thuiswerken
Geschat risico € 245.000
Kans op voordoen 40%
Financieel effect € 98.000
De ICT-voorzieningen van de Regio worden deels gestuurd door het oorspronkelijke vervangingsplan, deels door de covid-19 actualiteit. Corona heeft in 2020 drie effecten veroorzaakt: a. de Regio bestrijdt covid-19 middels de GGD (testen, BCO, vaccineren, etc.); b. Covid-19 heeft het aantal thuiswerkers verviervoudigd en c. de uitvoering van het vervangingsplan is vertraagd. Het vervangingsplan zal deels moeten worden aangepast op de covid-19 taken van de Regio. Daarnaast zal dit plan vooral in een duurzame hybride kantoor-/thuiswerkomgeving moeten ondersteunen. Op dit moment is onduidelijk hoe het thuiswerken zich gaat ontwikkelen. Het extra thuiswerken is nog niet voorzien in het huidige vervangingsplan; indien dit het geval blijft, leidt dit tot een groter financieel risico dat het huidige vervangingsplan niet toereikend is. De kans op voordoen wordt lager ingeschat, omdat de verwachting is dat het percentage thuiswerken langzaam zal afnemen. 7 ALG
Uitval ICT
Geschat risico € 750.000
Kans op voordoen 35%
Financieel effect € 262.500
De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door incidenten (bijvoorbeeld hacking, malware, infrasysteeminbraak, DDoS aanvallen, etcetera) op het gebied van informatiebeveiliging worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere duur stil komen te liggen. Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en keten partners, neemt de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. 8 ALG
Leegstand huisvesting
Geschat risico € 300.000
Kans op voordoen 25%
Financieel effect € 75.000
De Regio treedt, sinds de aankoop van het pand aan de Burgemeester de Bordesstraat, op als verhuurder. De Regio maakt zelf gebruik van 70% van de oppervlakte, de overige 30% wordt verhuurd. Wanneer huurders besluiten de huur op te zeggen, loopt de Regio een risico op gederfde inkomsten, wanneer niet tijdig een nieuwe huurovereenkomst wordt afgesloten. In 2020 zijn drie huurovereenkomsten verlengd. De verwachting blijft dat de Regio het risico op leegstand grotendeels kan afdekken met het opnieuw afsluiten van huurcontracten voor langere termijn met de huidige huurders. Door covid-19 kan het invullen van leegstand mogelijk wel meer tijd in beslag nemen. Als gevolg hiervan is de kans op voordoen naar boven bijgesteld.
https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/over-de-autoriteit-persoonsgegevens/focus-ap-2020-2023: “Centrale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen”. 5
63
9 ALG
Uitval digitaal leefplein
Geschat risico € 150.000
Kans op voordoen 10%
Financieel effect € 15.000
Via het Digitaal Leefplein (DLP) worden digitale opdrachten tot het leveren van zorg en ondersteuning naar aanbieders verzonden. Vervolgens wordt door aanbieders de geleverde ondersteuning via DLP gedeclareerd, worden de declaraties vrijwel geheel geautomatiseerd gecontroleerd en worden de betaalbestanden voor gemeenten gegenereerd. Indien er problemen zijn met het Digitaal Leefplein heeft dit een directe invloed op de levering van zorg aan de inwoners, de financiële afwikkeling met de aanbieders of de rechtmatigheid van betalingen door gemeenten. Het DLP is in eigendom. In geval van uitval van het systeem door bijvoorbeeld een faillissement van de softwareleverancier zal het onderbrengen bij een andere leverancier tijd en geld kosten. Daarnaast kan het DLP uitvallen wanneer het berichtenverkeer stil komt te liggen door een software fout; dit risico kan zich 1 keer per jaar voordoen na de landelijke update. 10 IC
Aanvullende maatregelen digitaal leefplein
Geschat risico € 60.000
Kans op voordoen 30%
Financieel effect € 18.000
Door toename van de complexiteit van de administratie en daarbij horende processen bestaat de mogelijkheid dat er vanuit de financiële verantwoording sociaal domein aanvullende eisen aan het systeem worden gesteld. Daarnaast kan vanuit de bevindingen binnen de audits voor de jaarlijkse ISAE3402 certificering een noodzaak tot aanvullende maatregelen blijken. 11 GGD
Verlies van arrestantenzorg
Geschat risico € 75.000
Kans op voordoen 50%
Financieel effect € 37.500
Wie in een politiecel zit, mag om een arts vragen. De GGD-arts komt dan ter plekke. Het komt ook voor dat de politie zelf een arts inschakelt, wanneer er onderzocht moet worden of iemand bijvoorbeeld om medische redenen wel ingesloten mag worden. De GGD onderzoekt de mogelijkheden op samenwerking met GGD Flevoland, omdat de schaal te klein is geworden om continuïteit te kunnen garanderen. Dit brengt een verlies van inkomsten met zich mee. Daar tegenover staat dat de kosten van uitvoering ook afnemen. 12 GAD
Vergoedingen afvalfonds
Geschat risico € 160.000
Kans op voordoen 25%
Financieel effect € 40.000
Voor een aantal (verpakking)grondstoffen is er met de Stichting Afvalfonds een Raamovereenkomst Verpakkingen 2013-2022 afgesloten, waarin vergoedingen zijn afgesproken voor ingezamelde verpakkingen gedurende de loop van de raamovereenkomst. De feitelijke vergoedingen worden jaarlijks in het eerste kwartaal van het betreffende jaar vastgesteld. 13 GAD
Ontwikkeling verwerkingstarieven/ opbrengsten recyclings-componenten
Geschat risico €1.000.000
Kans op voordoen 33%
Financieel effect € 330.000
De actieve rol bij het maken van prijsafspraken in ‘de markt’ voor meer dan 20 verschillende recyclingcomponenten heeft enige tijd voordelen laten zien. Het risico van de wereldwijde marktwerking is in combinatie met de directe gevolgen van de Corona-Crisis echter niet af te dekken. Daarnaast kunnen na het opstellen van een begroting tot de aanloop van het begrotingsjaar, een periode van een jaar, nog ontwikkelingen plaatsvinden die onvoorzienbaar waren ten tijde van het opstellen van de begroting. Er is in casu sprake van een prijs- en een hoeveelheidsrisico.
De opbrengsten van de recyclings-componenten bewegen daarnaast erg op en neer. Voor de verschillende grondstoffen (OPK, metalen, glas) is de verwachting dat de marktontwikkeling erg volatiel is. Daarnaast kan het achterblijvende scheidingspercentage leiden tot dito lagere opbrengsten voor recyclings-componenten. De risico’s worden door middel van een aanbesteding, zoveel als mogelijk binnen de aanbesteding, geminimaliseerd.
64
Risicoprofiel Het totale risicoprofiel wordt op basis van bovenstaand bepaald op € 1.602.250. #
Status
Geschat financieel risico
Risico
Kans op voordoen
Financieel effect
1
G
ALG
Ontwikkeling loonkosten
360.000
50%
180.000
2
G
ALG
Ontwikkeling pensioenkosten
285.000
75%
213.750
3
G
ALG
Arbeidsgerelateerde kosten
250.000
50%
125.000
4
G
ALG
Ontwikkeling materiële kosten
115.000
50%
57.500
5
G
ALG
Opgelegde boete voor een datalek
500.000
30%
150.000
6
G
ALG
Vervangingsinvesteringen ICT
245.000
40%
98.000
7
N
ALG
Uitval ICT voorzieningen agv informatiebeveiligingsrisico’s
750.000
35%
262.500
8
G
ALG
Leegstand Burgemeester de Bordes
300.000
25%
75.000
9
O
IC
Uitval van systemen (DLP)
150.000
10%
15.000
10
O
IC
Mogelijke aanvullende maatregelen controleplan of ISAE3402
60.000
30%
18.000
11
G
GGD
Verlies van arrestantenzorg
75.000
50%
37.500
12
O
GAD
Vergoedingen Afvalfonds
160.000
25%
40.000
13
G
GAD
Ontwikkeling verwerkingstarieven recyclingscomponenten
1.000.000
33%
330.000
Totaal risicoprofiel
1.602.250
Weerstandsvermogen Nu het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie risico’s weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Risicoprofiel
Beschikbare weerstandscapacit
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen kan gemeten worden als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit die de Regio beschikbaar heeft en de verwachte financiële gevolgen van de risico’s. Hij kan weergegeven worden als een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Risico's (risicoprofiel) Deze wordt voor de Regio als volgt berekend: Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Weerstandscapaciteit B Risicoprofiel C Weerstandsvermogen (A-B) D Ratio (A/B)
2022 1.204 1.602 - 398 0,75
Voor de vereiste omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s blijken in de praktijk geen harde normen voorhanden. Toch is een normering gewenst. De uitkomst van de vergelijking tussen norm voor weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s geeft informatie over de minimale omvang van de reservepositie. Voor de normering van het weerstandsvermogen wordt onderstaande waarderingstabel gehanteerd: 65
A B C D E F
Ratio Weerstandsvermogen >2 1,4 < x < 2 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De Regio streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste als ‘voldoende’ is, zijnde een ratio van minimaal 1,0. Deze ratio is immers ook opgenomen in de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’, zoals deze in 2016 is vastgesteld door de colleges B&W van de zeven gemeenten, als ook in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader. Met de hiervoor berekende ratio van het weerstandsvermogen van 0,75 wordt niet aan deze norm voldaan, het weerstandvermogen is op dit moment onvoldoende te noemen. Door bijvoorbeeld incidenteel middelen toe te voegen aan de algemene reserve kan de ratio van het weerstandvermogen vergroot worden. Om het weerstandvermogen op voldoende te laten komen is een dotatie aan de algemene reserve ter hoogte van € 398.000 nodig.
Kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Bij besluit van 15 mei 2015 zijn de BBV-voorschriften aangepast en is het verplicht voorgeschreven om in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen op te nemen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. De solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit. De onder 4 en 5 genoemde kengetallen zijn niet van toepassing voor de Regio. Ad 1) Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuld betreft de totale schuldlast (aangegane leningen). De schuldlast verminderd met alle doorgeleende/verstrekte leningen leidt tot een gecorrigeerde netto schuld (de schuldlast ten opzichte van eigen middelen). De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en dat die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden. De netto schuldquote wordt berekend door de geldelijke bezittingen af te trekken van de schulden. Het bedrag dat resteert is de netto schuld.
Door deze netto schuld te delen door de inkomsten wordt de netto schuldquote verkregen (in- en exclusief doorgeleende gelden), uitgedrukt in procenten. De netto schuldquote (= netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de Regio is:
A) Vaste schulden B) Netto-vlottende schulden C) Overlopende passiva D1) Saldo financiële activa t.b.v. netto schuldquote D2) Saldo financiële activa t.b.v. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen E) Saldo uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar F) Saldo liquide middelen G) Saldo van overlopende activa H) Gerealiseerde baten Kengetal netto schuldquote (+A+B+C-D1-E-F-G)/H Kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen (+A+B+C-D2-E-F-G)/H
prognose 2020
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
31.337 12.190 17.219 759 0
30.182 4.884 15.198 9 0
40.876 12.190 17.219 5.309 0
40.250 12.190 17.219 4.459 0
38.674 12.190 17.219 3.609 0
37.209 12.190 17.219 2.759 0
38.750
20.538
27.407
29.549
31.887
33.810
651 1.566 104.473 18,21% 18,93%
650 0 89.180 32,59% 32,60%
651 1.566 91.942 38,45% 44,22%
651 1.566 91.490 36,54% 41,42%
651 1.566 91.573 33,17% 37,11%
651 1.566 91.503 30,42% 33,43%
De netto schuldquote van de Regio van 38,45% is goed te noemen. Ten opzichte van de programmabegroting 2021-2024 is het percentage gewijzigd als gevolg van hogere schulden 66
gecombineerd met een hoger aantal uitzettingen met tegelijkertijd hogere gerealiseerde baten. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de schuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, dan bevindt men zich in de gevarenzone (rood). Ad 2) De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de Regio in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de instelling. Het eigen vermogen wordt opgevat als de financiële buffer voor het opvangen van risico’s. De solvabiliteit is een graadmeter voor de mate waarin de instelling hiertoe in staat is. Afhankelijk van de directe opbrengstwaarde van de activa is een algemene vuistregel dat de minimumnorm van de waarde tussen de 20% en 45% ligt. Indien de solvabiliteitsratio onder de 20% komt, heeft de instelling zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood. Bij een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 30% springt het licht op oranje. De solvabiliteitsratio van de Regio komt uit op:
A) Eigen Vermogen B) Totaal van alle passiva Kengetal solvabiliteitsratio (A/B)
prognose 2020 9.101 48.354 18,82%
begroting 2021 8.960 60.753 14,75%
begroting 2022 8.960 64.772 13,83%
begroting 2023 8.960 64.703 13,85%
Bedragen x € 1.000 begroting begroting 2024 2025 8.960 8.960 64.268 64.268 13,94% 13,94%
De geprognotiseerde solvabiliteitsratio van de Regio is laag te noemen. De Regio heeft voorheen primair met het beschikbare eigen vermogen gefinancierd; financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt conform afspraak met gemeenten. De afgelopen jaren is hierdoor het eigen vermogen van de Regio afgenomen. De solvabiliteitsratio ligt nu wel onder de 20% en is daarmee risicovol te noemen. De vraag is, in hoeverre dat ook voor de solvabiliteit van de Regio van toepassing is, gezien het feit dat de Regio een gemeenschappelijke regeling betreft. Over de gewenste hoogte van deze ratio treedt de Regio in overleg met de gemeenten. Ad 3 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een instelling is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een instelling in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatie wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Voor de Regio is het kengetal:
Bedragen x €1.000
A) Structurele lasten B) Structurele baten C) Totaal structurele toevoegingen aan de reserves D) Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves E) Gerealiseerde baten Kengetal structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E
prognose 2020
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
102.276 102.276 0 0 104.473
85.733 85.733 0 0 85.733
91.606 91.606 0 0 92.930
91.491 91.491 0 0 91.973
91.571 91.571 0 0 91.663
91.501 91.501 0 0 91.593
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
De Regio is in staat haar structurele lasten volledig te dekken vanuit structurele baten.
Financiële positie De financiële positie van de Regio is matig tot voldoende te noemen. De netto schuldquote (lager dan 90%) is gezond, net als de structurele exploitatieruimte. De solvabiliteitsratio is matig, maar vereist niet direct ingrijpen. De Regio financiert conform afspraken met gemeenten primair met eigen vermogen, wanneer dat mogelijk is, om financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk te beperken. Hierdoor valt de solvabiliteitsratio onder de categorie matig. Het weerstandvermogen is op dit moment onvoldoende te noemen. Bij het zich voordoen van een risico is de Regio niet in staat financiële gevolgen ervan op te vangen. 67
Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud k apit aal goederen
Inleiding Het kader voor de paragraaf Onderhoud van kapitaalgoederen wordt onder andere gevormd door artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten dat voorschrijft dat de paragraaf minimaal bevat het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze financiële consequenties in de begroting. Daarnaast schrijft de Financiële verordening 2018 in artikel 18 voor dat de paragraaf de voortgang van het geplande onderhoud van werken en gebouwen vermeldt én dat het DB tenminste eens in de vier jaar het AB een onderhoudsplan voor kapitaalgoederen aanbiedt. In het plan is het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud opgenomen. In 2018 is het onderhoudsplan voor kapitaalgoederen opgesteld en ter instemming voorgelegd aan het AB. In 2022 zal een vernieuwd onderhoudsplan voor kapitaalgoederen worden opgesteld. Kapitaalgoederen zijn aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die gedurende meerdere jaren nut geven. Achterstanden in het onderhoud ervan kunnen leiden tot onveilige situaties en/of kapitaalvernietiging. Het is daarom belangrijk om het onderhoud van kapitaalgoederen goed op orde te hebben.
Kapitaalgoederen Regio De vaste activa van de Regio zijn naar grove inschatting in te delen in de volgende posten: Bedragen x € 1.000
a) gronden en terreinen b) bedrijfsgebouwen c) grond- weg- en waterbouwkundige werken d) machines, apparaten en installaties e) vervoermiddelen f) overig Totaal
aanschafwaarde eind 2022 1.714 17.742 3.600 3.659 14.353 51.775 92.842
boekwaarde eind 2022 1.714 11.997 550 617 6.621 23.947 45.426
Locaties De Regio heeft een aantal locaties in eigendom. De aanschafwaarde van deze eigendommen is opgenomen onder gronden en terreinen (a), bedrijfsgebouwen (b), grond-, weg- en waterbouwkundige werken (c) en machines, apparaten en installaties (d). Het betreft de volgende locaties: Het Regiokantoor aan de Burgemeester de Bordesstraat in Bussum De locatie van de GAD aan de Hooftlaan in Bussum De drie scheidingsstations van de GAD in Bussum, Huizen en Weesp Daarnaast heeft de Regio het hoofdkantoor van de RAV aan de Laan van Tergooi in Hilversum in eigendom, de grond ervan is in erfpacht. Van de GAD-locatie in Hilversum, waar het scheidingsstation en het overlaadstation zijn gehuisvest is de grond en het terrein niet in eigendom, ook daar ligt een erfpacht op. De inrichting, opstallen en installaties zijn wel eigendom van de Regio. Onderhoud op locaties In 2021 is het in 2018 vastgestelde meerjarig onderhoudsplan voor het Regiokantoor en de ondergelegen parkeergarage geactualiseerd naar de afschrijvingsperiode (35 jaar). Ook wordt hierin aandacht besteed aan de verdere verduurzaming. De dotatie aan de voorziening is gelijk gebleven en komt op € 300.000. Voor 2022 staat geen groot onderhoud gepland.
Voor het onderhoud van het vastgoed op de GAD-locatie wordt ook gewerkt met een onderhoudsplan (2015) en een voorziening groot onderhoud gebouwen GAD, waarvoor de jaarlijkse dotatie op € 10.000 ligt. Dit plan heeft een planningshorizon van 15 jaar. De kapitaalgoederen bij het overlaadstation en bij de scheidingsstations zijn opgenomen in schema’s; naar bevind van zaken worden deze onderhouden of vervangen.
68
Het onderhoudsplan voor hoofdkantoor van de RAV aan de Laan van Tergooi in Hilversum is in 2018 opgesteld voor een periode van 20 jaar. De jaarlijkse dotatie ligt op € 31.135 en wordt bekostigd vanuit de bijdragen van de zorgverzekeraar. Voor 2022 staat er onderhoud gepland voor € 8.910 (excl.btw). Vervoermiddelen Begin 2021 heeft de Regio de volgende voertuigen: Veilig thuis 2 voertuigen GGD 2 voertuigen RAV 12 ambulances, 1 piketauto en 1 hulpvoertuig GAD 33 inzamelvoertuigen en 8 overige voertuigen Facilitair bedrijf 7 voertuigen Onderhoud vervoermiddelen Het onderhoud van de bedrijfsvoertuigen is uitbesteed. Voor het jaarlijks onderhoud en voor het incidenteel onderhoud en schades worden de voertuigen naar de daartoe gespecialiseerde garagebedrijven gebracht. De RAV heeft een onderhoudscontract met de importeur van de oudste drie ambulances afgesloten. Voor de nieuwere ambulances wordt het onderhoud separaat uitgevoerd. Voor het onderhoud van de voertuigen zijn budgetten opgenomen in de begroting. De bedrijfsvoertuigen worden vervangen via het autovervangingsplan. Dit autovervangingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Indien het voertuig economisch is afgeschreven (afschrijvingstermijn is verlopen) wordt gekeken of het voertuig technisch nog verder kan. Dit geldt niet voor de ambulances, deze worden na afschrijving vernieuwd.
Uitbreiding en/of vervanging van de bedrijfsvoertuigen wordt opgenomen in het investeringsplan in de begroting. Overige vaste activa Ten behoeve van de inzameling van de grondstoffen en afvalstoffen heeft de GAD veel containers in eigendom, bijvoorbeeld de vele boven- en ondergrondse verzamelcontainers in de wijken en de minicontainers bij de particuliere laagbouwwoningen. In het kader van het project Van Afval Naar Grondstof vindt een belangrijke uitbreiding hiervan plaats. De investeringen betreffen niet alleen de aanschaf van de containers, maar ook de plaatsingskosten van de ondergrondse containers. Hiernaast zijn op de vier scheidingsstations en het overlaadstation grotere containers in gebruik. Voor het onderhoud van alle containers zijn budgetten in de begroting opgenomen. Net als bij alle andere kapitaalgoederen wordt steeds gekeken of onderhoud nog economisch verantwoord is of dat het wellicht voordeliger is tot vervanging over te gaan. Onder de overige vaste activa zijn ook ICTvoorzieningen en meubilair opgenomen.
69
Financiering Financieri ng
Inleiding In het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten) is een paragraaf financiering voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. Deze dient voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet.
Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille. De treasuryfunctie van de Regio omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de Regio. De Regio moet tijdig over voldoende geld beschikken om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen (zoals bijvoorbeeld het op tijd betalen van salarissen en facturen van derden) tegen marktconforme condities. Om investeringen mogelijk te maken, trekt de Regio geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de Regio moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen, de renteresultaten te optimaliseren en de daarmee samenhangende (ongewenste) risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s, te beperken.
Beheersmaatregelen In het treasurystatuut zijn de volgende beheersmaatregelen vermeld: a. Renterisicobeheer Bij het afsluiten van nieuwe leningen loopt de Regio een renterisico. Ook bestaat er een renterisico op het moment van renteherziening bij een lopende lening. Een stijging van de rentetarieven ten opzichte van de begroting leidt namelijk tot hogere rentelasten. Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de financiële resultaten van de Regio Gooi en Vechtstreek als gevolg van dit soort rentewijzigingen. Teneinde deze risico’s zoveel mogelijk te beperken: worden nieuwe leningen/uitzettingen afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; wordt de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; worden de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden. b. Intern liquiditeitsrisicobeheer Interne liquiditeitsrisico’s zijn risico’s die voortvloeien uit opportuniteitskosten als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning. Ter beperking van het interne liquiditeitsrisico baseert de Regio Gooi en Vechtstreek haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin toekomstige inkomsten en uitgaven zijn gepland.
De Regio stelt een zo betrouwbaar en volledig mogelijke liquiditeitenplanning op, om daarmee de interne liquiditeitsrisco’s zoveel mogelijk te beperken. Essentieel is daarbij de kwaliteit en de tijdigheid van aangeleverde informatie omtrent de activiteiten en de invloed van deze activiteiten op de financiële positie van de Regio. c. Valutarisicobeheer Valutarisico’s zijn bij de Regio Gooi en Vechtstreek uitgesloten, zowel bij de financiële transacties als bij de commerciële transacties. Leningen worden enkel verstrekt, aangegaan of gegarandeerd in euro’s. Er zijn geen lopende transacties of langdurige overeenkomsten die zijn afgesloten in vreemde valuta. d. Financiering De financiering omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheersen van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor een periode langer dan één jaar. Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren. 70
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken, met als doel de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren; Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen; De Regio is bij de financiering aangewezen op de Bank Nederlandse Gemeenten omdat andere bancaire instellingen deze publieke rechtsvorm niet vanzelfsprekend toelaten. De Regio heeft om die reden in de praktijk geen mogelijkheid om meer offertes te vragen voordat een financiering wordt aangetrokken. e. Uitzettingen Onder ‘uitzettingen’ wordt verstaan het uitzetten van financiële middelen bij een externe partij voor een periode langer dan één jaar. Uitzettingen van tijdelijke overtollige financiële middelen uit hoofde van treasury vinden in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer uitsluitend plaats bij het Agentschap; De Regio hanteert bij de tijdelijke uitzettingen, uit hoofde van treasury, de instrumenten die het ministerie van Financiën aanbiedt.
Deze instrumenten zijn: het aanhouden van middelen in rekening courant en het aanhouden van middelen in deposito’s; Uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. f. Relatiebeheer Doelstelling van het relatiebeheer is het zorgdragen van een permanente beschikbaarheid van bancaire en financiële diensten tegen vooraf overeengekomen kwaliteit en prijs. Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met financiële instellingen en het Agentschap. De treasuryfunctie van de Regio beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. De publieke rechtsvorm van de Regio maakt het aangaan van andere relaties dan met de Bank Nederlandse Gemeenten niet vanzelfsprekend. De keuzevrijheid is daardoor in de praktijk niet aanwezig.
Leningverstrekking en garantieverlening De wet Fido geeft aan dat geldleningen slechts mogen worden verstrekt of garant mag worden gestaan, als aantoonbaar is dat dit past in de uitoefening van de publieke taak. Deze wet schrijft voor zo weinig mogelijk risico's te nemen met onder meer leningen en garanties. Tot 2020 gaf de financiële verordening van de Regio geen mogelijkheid tot het verstrekken van leningen aan derden. Voortkomend uit de inbesteding van het doelgroepenvervoer bij Vervoer Gooi en Vechtstreek, ontstond het verzoek om het verstrekken van leningen mogelijk te maken. De financiële verordening is hierop aangepast, waarbij in artikel 15 lid 1 sub b is opgenomen dat een uitzondering gemaakt kan worden wanneer de Regio een lening wil verstrekken aan verzelfstandigde uitvoerende eenheden waarin de Regio Gooi en Vechtstreek met 80% of meer zeggenschap vertegenwoordigt.
Wettelijke normen De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie van decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat er voorzichtig moet worden omgegaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, welke in het treasurystatuut zijn opgenomen. Daarnaast moeten tijdelijk overtollige middelen boven een vastgestelde drempel worden aangehouden in ‘s Rijks schatkist. Kasgeldlimiet De Regio mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet fido is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. Voor 2022 betekent dit bij een begrotingsomvang van € 92,8 miljoen een bedrag voor de kasgeldlimiet van € 7,9 miljoen.
71
Renterisiconorm Met het betreden van de kapitaalmarkt dient ook rekening te worden gehouden met de renterisiconorm zoals de Wet fido die stelt. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. De vraag is welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden uit het aangaan van nieuwe leningen behorend tot de vaste schuld, en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente niet kan beïnvloeden. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Het minimum bedrag voor de ruimte binnen renterisiconorm is € 2.500.000. In volgende tabel is een en ander voor de jaren 2022 tot en met 2025 in kaart gebracht. Bedragen x €1.000
Nr. 1 2 3
Omschrijving Begrotingstotaal Wettelijk percentage Renterisiconorm (1 x 2)
2022 93.425 20% 18.685
2023 92.388 20% 18.478
2024 92.141 20% 18.428
2025 92.019 20% 18.404
4 5 6 7
Renteherzieningen Nieuwe aangetrokken vaste schuld Aflossingen nieuw aangetrokken schuld Aflossingen op vaste opgenomen schuld Bedrag waarover renterisico gelopen wordt (4+6+7) Ruimte onder renterisiconorm (3 - 8)
0 7.700 0 2.506
0 3.500 0 3.276
0 2900 0 3.626
0 3.300 0 3.916
2.506
3.276
3.626
3.916
16.179
15.202
14.802
14.488
8 9
De bedragen aan langlopende leningen waar de Regio de komende jaren een renterisico over loopt, blijven ruimschoots binnen de wettelijke norm (wet FIDO). Schatkistbankieren Op 10 december 2013 heeft de Eerste Kamer met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) en de wijziging van de Wet financiering decentrale overheden vastgesteld. Door de Wet vast te stellen zijn alle decentrale overheden verplicht om met ingang van 1 januari 2014 alle overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het Rijk, om zo de staatsschuld te beperken. Gemeenschappelijk Regelingen zoals de Regio Gooi en Vechtstreek vallen onder de Wet financiering decentrale overheden. Het woord overtollig verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet direct nodig hebben voor de uitoefening van hun publieke taak. De bij de schatkist gestalde middelen zijn rentedragend. Door de centrale overheid is wel een drempel ingebouwd. De hoogte van deze drempel is afhankelijk van de financiële omvang van de Regio. De drempel is vastgesteld op 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal, met een minimum van € 250.000 en een maximum van € 2.500.000. Gelet op de begrotingsomvang van onze organisatie van € 92,8 miljoen gaat het om een bedrag van ongeveer € 700.000 wat buiten de schatkist gehouden mag worden.
Het ministerie van Financiën opent bij de schatkist een rekening voor de Regio, bestemd voor het schatkistbeleggen. Hierop vinden alle transacties tussen de Regio en het ministerie plaats. Mutaties tussen de schatkist moeten plaatsvinden met een speciaal hiervoor te openen rekening bij de huisbankier van de Regio. Onze huisbankier, de BNG, heeft voor de Regio een schatkistbeleggingsrekening geopend.
Rente ontwikkelingen De Europese Centrale Bank (ECB) voert het monetaire beleid uit voor het Euro gebied. De belangrijkste taak is het in de hand houden van de Europese inflatie. Hiervoor heeft de Europese Centrale Bank verschillende instrumenten tot zijn beschikking. Een belangrijk instrument is het rente-instrument. De rentevorming op de geldmarkt in de eurozone wordt als het ware ‘bepaald’ door de Europese Centrale 72
Bank (ECB), in tegenstelling tot de rente op de kapitaalmarkt, die niet direct gestuurd wordt door het monetaire beleid van de ECB. Indirect heeft de ECB wel invloed op de kapitaalmarktrente, omdat de kapitaalmarktrente wordt beïnvloed door de geldmarktrente. De rente op de geldmarkt is in het algemeen lager dan de rente op de kapitaalmarkt. Op de kapitaalmarkt wordt het geld voor een langere tijd vastgelegd en daarom is de rente vaak hoger. De rente op de kapitaalmarkt (looptijd vanaf twee jaar) van de eurozone is de afgelopen 30 jaar sterk gedaald. In juni 2019 is de lange rente uiteindelijk zelfs onder 0% gekomen.