Printversie transscript
Tekst van het document
Uit de LIS nummer 571 - Brief Car Casting Holland - Nijverheidslaan 14 - Verzoek om mogelijkheid van eerste aankoop De voorzitter: Goed, dan gaan we naar punt 8 en dan geef ik mijnheer Keesman weer het woord, want daar had ik wel van doorgekregen dat u ook gevraagd had om deze brief op de agenda te zetten. Dus ga uw gang. De heer Keesman: Ja, fantastisch, voorzitter. Nou ja, en daar hebben we meteen ook geen spijt van dat we die op de agenda hebben laten zetten, want ja, het is eigenlijk nog nooit gebeurd dat er tijdens het inspreken al zo’n levendige discussie ontstond. Dus ja, ik heb het idee dat de medecommissieleden eigenlijk ook wel behoefte aan hadden om hier toch van gedachten over te wisselen. Wij hebben dus gevraagd om hem op de agenda te zetten. Wij weten natuurlijk dat de raad op een gegeven moment gevraagd heeft om het pand Nijverheidslaan 14 via een openbare verkoop te verkopen. Maar goed, zoals u al uit het feit dat we dat op de agenda hebben laten zetten kunt afleiden, hebben wij inmiddels toch voortschrijdend inzicht en dat ligt aan verschillende factoren. Eén daarvan is simpelweg dat we inmiddels beter bekend zijn met wat daar nou werkelijk speelt. Dat is punt één. En ja, misschien nog wel belangrijk, ook in verband met de discussie die we eerder gehad hebben: wat de huurder, de heer Van Bergeijk hier nou eigenlijk vraagt is om het eerste recht van koop.
Want ja, het leek in de aanvankelijke discussie wel eens alsof het pand zo ongeveer al verkocht was, maar zo is het natuurlijk niet, hè? Het gaat om het eerste recht van koop. De Partij van de Arbeid pleit er dus voor om hem dit recht inderdaad te gunnen. De eerste reden daarvoor, wat ons betreft is dat eerlijk, want de Nijverheidslaan 9 heeft de huurder dat recht ook gekregen. En ja, het is toch wat ons betreft wel heel erg moeilijk uit te leggen dat de heer Van Bergeijk van Nijverheidslaan 14 dat dan niet krijgt. Dat is punt één. Ten tweede, Car Casting Holland zit daar tien jaar ongeveer, hè? Het is weliswaar geen recht, maar toch redelijk normaal om een pand bij verkoop eerst aan de zittende huurder aan te bieden. Nou ja, vervolgens, de heer Van Bergeijk is bereid volgens zijn brief om tegen normale voorwaarden over het pand te onderhandelen. Dat lijkt ons ook een reden. De voorzitter: Mijnheer Rahimi heeft even een vraag aan u, geloof ik. De heer Keesman: O, oké, ja.
De heer Rahimi: Sorry, nee, excuus. De voorzitter: U had uw handje opgestoken. De heer Rahimi: Ja, excuus. Ik wilde straks wat zeggen. De voorzitter: Dan kunt u nog verder gaan. De heer Keesman: Dank u, voorzitter. Maar vervolgens, kijk, ik zei, wij hebben voortschrijdend inzicht. Dat is één ding, maar er is ook het nodige gebeurd. Kijk, de heer Van Bergeijk heeft gewoon heel goed geluisterd naar wat de raad eigenlijk wil. De raad wil graag daar een nautische invulling en de raad wil wellicht ook een bepaalde vorm van horeca op die hoek. Nou, dat idee, daar is hij over gaan nadenken en nou ja, zoals we allemaal hebben kunnen zien in de inspraakronde heeft hij zich inmiddels verbonden aan verschillende ondernemers die dat samen met hem ook kunnen invullen. Nou ja, dat zijn dus de vier redenen waarom wij ervoor pleiten om de heer Van Bergeijk en zijn partners inderdaad het eerste recht van koop te geven. Wij horen graag de mening van de commissieleden daarover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mijnheer Sluyk. De heer Sluyk: Dank u wel, voorzitter. Ja, dit is een beetje een never ending story, lijkt het wel, want hoe vaak komt mijnheer Van Bergeijk nog terug in ons verhaal? Voorzitter, ik heb eigenlijk een paar vragen.
Waarom heeft nummer 9 dan wel het recht van eerste koop gehad, en waarom mijnheer Van Bergeijk dan niet? Waar ligt dat dan aan, wat is de reden daarvan dat hij niet het recht van eerste koop heeft gekregen? En mijnheer Keesman haalde dat al aan van de Partij van de Arbeid: bij voorkeur nautisch gerelateerd. Maar wat is nou bij voorkeur? Is dat als ik een hele hoge prijs bied, dan hoef ik niks nautisch te doen? Of ik bied een hele lage prijs en dan moet ik heel veel nautisch doen? Krijgen we dan soms zo’n discussie als robuust groen bij de Weesperschool? Dus laat dat gewoon een heel helder begrip zijn en – dat heb ik al eens eerder gezegd – definieer wat je ermee wil. Waar wij op uit zijn als CDA is: laat er nou gewoon een gesprek plaatsvinden tussen de gemeente Weesp, tussen de portefeuillehouder en mijnheer Van Bergeijk waar in beiden de verwachtingen die zij hebben neerleggen en kijken hoe ze met elkaar daaruit kunnen komen. Wat zou er nou mooier zijn dan dat, en hoe simpel is dat? We kunnen de rechtszaken vermijden, er zou al een rechtszaak zijn op ik meen 11 januari, dat is al uitgesteld, die is op hold gezet. Praat met elkaar, probeer eruit te komen. En kom je er niet uit met elkaar, ja, laat dan als mijnheer Van Bergeijk zegt: dan wil ik toch naar de rechter, want ik wil mijn gelijk hebben hier in deze zaak.
Prima, maar eerst vanaf collegezijde gewoon een gesprek aangaan om te kijken of mijnheer Van Bergeijk een mogelijkheid heeft onder de huidige regelgeving die we hebben afgesproken, onder de huidige procedure die we hebben afgesproken, om daar het recht van eerste koop te krijgen en uiteindelijk het pand te kunnen bemachtigen. Het zou jammer zijn, het zou heel erg jammer zijn, zeker als het initiatief wat hij nu heeft getoond met zijn medekompanen, als dat op deze manier zonder dat er gesprekken zijn gevoerd doodbloedt. Dus alstublieft, college, voorzitter, ik vraag aan het college: ga een gesprek aan, kijk wat je met elkaar kan. Het zou een kans zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Sluyk. Mijnheer ’t Hart. De heer ’t Hart: Voorzitter, nou ja, de voorgaande sprekers hebben al een aantal vragen gesteld waarvan ik denk: ja, heel legitiem, en ik ben benieuwd naar het antwoord van het college. Want de heer Bergeijk is natuurlijk ook bij ons in de fractie geweest en we hebben daar een discussie gevoerd, dat blijkt ook wel toen hij insprak. Dus ja, ik constateer een soort discrepantie tussen zijn verhaal en het verhaal van het college tot
nu toe. Althans, dat is mijn vooronderstelling en ik denk dat het toch wel goed is ook vanwege de transparantie dat we daar enige duidelijkheid over hebben, voordat we inderdaad zeggen: nou, dit kunnen we zo volgen. Voorzitter, dat was het. De voorzitter: Mijnheer Rahimi, ik zie weer uw handje, maar nu wil u wel iets zeggen zeker? De heer Rahimi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik haal hem meteen weg zodat ik het niet vergeet. Voorzitter, tijdens het inspreken gaven we al aan, wij vinden het echt ontzettend mooi hoe deze flexibele ondernemer, die gewoon zijn auto’s en zijn spullen in wereldfilms terechtkomen, en zelfs met een raad die jarenlang van alles doet, blijft hij flexibel en dingen bedenken om toch door te gaan. Nou, dan ben je voor de VVD een topondernemer. Voorzitter, wat ook zo is, stel dat deze ondernemer dan weggaat. Wij zijn vaak ook bezig om ondernemers hierheen te trekken en werkgelegenheid te creëren en noem maar op. Een aantal dingen die de heer Keesman ook aangaf, voorzitter, die zijn gewoon ontzettend terecht en de andere fracties ook. Laat deze ondernemer nou blijven, laat die niet weggaan, die verdient het. Hij geeft ook aan: ik hou van Weesp, ik wil hier blijven en het is mooi.
En ja, laat het niet zo zijn dat acteurs uit de buitenwereld op moeten komen voor deze ondernemer, in plaats van de eigen raad in Weesp, en laat nou niet straks een film ontstaan met de titel: de raad die de das omdeed bij Car Casting Holland, deel 1, 2, 3. Dus voorzitter, een groot pleidooi voor deze ondernemer om te behouden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rahimi. Mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb niet zoveel vragen. Ik ben er in 2018 niet bij geweest natuurlijk, maar ik vraag me wel af wat nautisch precies inhoudt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken, want ik zag nog weer een handje. De heer Pfeiffer: Ik denk van mij, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Keesman, had u nog een keer uw handje opgestoken? De heer Pfeiffer: Nee, ik had dat gedaan, voorzitter. Christian Pfeiffer, GroenLinks. De voorzitter: Ja, ga uw gang. De heer Pfeiffer: Voorzitter, ook wij hebben de heer Bergeijk natuurlijk in onze fractie ontvangen. Ik heb een aantal vragen een aantal overpeinzingen.
De eerste vraag is, en dat is een beetje gek, maar ik zit in NotuBiz te vinden en ik kan het exacte raadsbesluit niet helemaal vinden uit 2018 – mogelijk kan iemand mij daaraan helpen – waarin eigenlijk exact staat beschreven waarom inderdaad Nijverheidslaan 9 wel een eerste koop krijgt, zeg maar de eigenaren, en de heer Van Bergeijk van Nijverheidslaan 14 niet. Er zijn natuurlijk een aantal dingen die door elkaar heen spelen en dit een hele ingewikkelde knoop maken, ook voor ons als fractie. Het eerste is, dan hebben we het over een stukje gemeentelijk vastgoed en dat hebben we aangekocht ooit in 2010 om een grondpositie in te nemen rond de ‘…’ verkoop, of om de ontwikkeling van een nautisch kwartier in de Nijverheidslaan. Dat was toen opportuun en kennelijk is in 2018 besloten om dat weer te verkopen, omdat de Weesperwerf daarnaast tot ontwikkeling komt. Dat betekent dat het over maatschappelijk geld gaat. Dat betekent dat wij in principe natuurlijk altijd moeten denken dat wij het beste doen voor de Weespers en eigenlijk ook wel een beetje moeten denken aan onze eigen portemonnee. Dat kunnen we toch ook wel gewoon hardop zeggen. Het geld wat we daar geïnvesteerd hebben, moet er ook weer uit komen,
want het is namelijk gemeenschapsgeld. Aan de andere kant is het natuurlijk zo dat de heer Van Bergeijk met zijn Car Casting een fantastisch bedrijf heeft opgebouwd, eerst op Het Domijn en later eigenlijk van Het Domijn af kwam en daar die kans kreeg om daar zich te vestigen. Het is natuurlijk een probleem in de algehele zin dat dit soort creatieve bedrijven, als ik het dat even mag noemen, een ontzettende aantrekkingskracht hebben op een stad, op een gemeente, maar vaak niet in de commerciële huurmarkt op een goede manier terecht kunnen komen, in ieder geval niet onder de rook van Amsterdam. Dat is ook de reden waarom ik de heer Van Bergeijk eigenlijk wel een beetje vroeg naar een cijfermatige onderbouwing voor zijn plannen. Want wat de heer Van Bergeijk aan ons vraagt en wat eigenlijk de PvdA aan ons vraagt, is dat wij als raad ons eigen besluit ongedaan gaan maken. Hij vraagt dus om een uitzonderingspositie. En ik vind dat als er een uitzonderingspositie wordt gevraagd, dat wij best wat mogen terugvragen, en dat is namelijk gewoon een ondernemingsplan: wat zijn de cijfers, wat zijn de prognoses, wat zijn de doelgroepen, hoe ziet de heer Van Bergeijk dat voor zich, welke partners, wat voor geld gaat erin misschien wel? Een bank vraagt dat ook gewoon als je langskomt, want als je bij een bank een lening wil afsluiten, vraagt een bank gewoon keihard om een ondernemersplan.
Dan kan je zeggen: dat is iets privé. Maar dan krijg je geen geld. Wij hebben het hier over een maatschappelijk stuk vastgoed, wij willen dat dat er mooi uitziet, wij willen dat het over tien jaar tot ontwikkeling is gekomen, dat dat een mooie plek is geworden waar heel veel Weespers kunnen resideren en gebruik van kunnen maken. Ik vind dat wij dan ook wel mogen vragen om een plan in te leveren, om onze eigen besluiten ongedaan te maken. Mijn vraag is eigenlijk dus ook een beetje aan het college: in hoeverre lopen er nu gesprekken met de heer Van Bergeijk? En ik begrijp dat er een gerechtelijke procedure loopt, maar ik heb ook begrepen dat die dus on hold is gezet, dus dat zou op zich wel ruimte bieden voor gesprekken. Het tweede punt dat ik in ieder geval even kwijt wil is dat wij er binnen de fractie gewoon nog discussie over hebben en dat ik heel benieuwd ben hoe we dit verder moeten afhandelen. Ik neig in ieder geval nu niet naar om daar meteen een standpunt over in te nemen. Het is nogal een knoop om te ontwarren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Pfeiffer. Dan gaan we naar het college toe voor een beantwoording. Ik denk dat ik mevrouw Heijstee daarvoor het woord mag geven. Begreep ik dat goed? Mevrouw Heijstee-Bolt: Ja. Dank u wel, voorzitter. Even denken. Ik heb een aantal vragen en opmerkingen en suggesties gehoord en ook volgens mij vragen aan elkaar.
Ik denk dat het goed is om gewoon wel te zeggen dat het inderdaad nog voor de rechter ligt, dat er ontruimingsbescherming is aangevraagd en dat de zitting is uitgesteld. Maar dat is wel even goed om dat perspectief te noemen. Daarnaast hebben wij in september in de commissie ook een gesprek hierover gevoerd naar aanleiding van de raadsinformatiebrief die we u als college hebben gestuurd. De heer Pfeiffer heeft het net over een knoop van kluwen, maar volgens mij is het in de besluitvorming heel simpel geweest. U heeft in 2017, ik heb dat de vorige keer ook gezegd, op basis van een motie van het CDA gezegd: locatie nummer 14 is bijzonder, die locatie, daar moet je wat mee, dat heeft potentie en ontwikkel daar een visie voor. Vervolgens heeft dat geresulteerd in het raadsbesluit van december 2018 waarvoor u voor nummer 9 en nummer 14 een besluit heeft genomen hoe die panden – omdat dat geen kerntaken van ons meer zijn, die panden op de balans te houden – hoe die te verkopen. Daarbij heeft u gezegd voor pand nummer 14: vanuit het algemeen belang, en er zijn een aantal kaders gesteld, komt er een herontwikkeling – lees: sloop-nieuwbouw – waarbij ook de beeldkwaliteit van het gebied en van dat pand opgeknapt gaat worden, waar het nautisch karakter inderdaad aan de orde is gesteld.
Maar waar ook voorwaarden zijn gesteld voor: hoe ziet het gebouw eruit, volgens mij zelfs de goothoogte. En op basis daarvan is gezegd, omdat het een potentiële locatie is: het pand wordt in een transparante openbare procedure verkocht. Dat heb ik de vorige keer ook gezegd, daar is het college mee aan de slag gegaan. Dus ook daar zijn – als ik het even andersom redeneer, ook naar de buitenwereld toe – er zijn ook andere geïnteresseerden, die beroepen zich ook op het feit dat daar een open transparante procedure gevolgd gaat
worden. Wij zijn vervolgens – en dat staat ook in het besluit van 2018 – hebben wij netjes de huur opgezegd aan de … – o, daar zucht iemand – aan de huidige huurder, wat overigens ook altijd zo is gecommuniceerd, en hebben wij dat ook op tijd gedaan om de huurder de tijd te geven om naar een alternatieve locatie te zoeken. Maar ook altijd gezegd hebben: u kunt meedoen in het gelijke speelveld met die openbare transparante procedure. Dus ook u kunt een plan indienen en wordt niet uitgesloten. Dus gelijke rechten als met die anderen in die openbare transparante procedure. Dat is de stand van zaken en in die zin zijn wij volgens mij heel transparant en open geweest naar de huurder toe, heel transparant en open geweest in het uitvoeren van uw besluit in december 2018. En ja, dat zijn even de feiten. Dan kijk ik even naar de vragen. Volgens mij Partij van de Arbeid noemde wat argumenten om op basis van voortschrijdend inzicht tot een ander besluit te komen. Dat ligt bij u als raad. U heeft het over de eerlijkheid, moeilijk uit te leggen. Nou, dat heb ik volgens mij uitgelegd, maar dat staat ook heel goed beschreven in het raadsbesluit van december 2018. U zegt: een zittende huurder heeft recht. Ik heb aangegeven dat altijd duidelijk is gecommuniceerd dat het een huurovereenkomst is die op korte termijn opzegbaar is, tijdig is en dat wij tot herontwikkeling overgaan van die locatie.
Even denken, hoor. Ik zit even te kijken of ik dan concrete vragen … Het CDA had het ook over de vraag voor het eerste recht in relatie tot nummer 9, en of er een gesprek mogelijk is. Dat is in het kader van het feit dat er op dit moment een juridische procedure loopt, de huurder heeft ontruimingsbescherming aangevraagd, daar heeft hij ook het recht toe en in dat kader wachten wij ook de uitspraak van de rechter af. Dus u vraagt dan of er binnen de huidige procedure wat mogelijk is. Ja, dan denk ik dat er een gesprek kan plaatsvinden over de … In ieder geval waar ook over gesprekken plaats hebben gevonden over het feit dat iemand gewoon mee kan doen straks in die transparante openbare procedure en in het pand kan blijven totdat de uitslag van die procedure bekend is. Dat is volgens mij echt … Ja, het is eigenlijk een herhaling van zetten volgens mij wat ik ook in september heb aangegeven. Dus ik ga ervan uit, ik heb niet echt concrete vragen gehoord, ik heb vooral, ja, ook meningen gehoord. De voorzitter: Mijnheer Snijder wil geloof ik even interrumperen. U bent niet hoorbaar, mijnheer Snijder. Wilt u uw microfoon aanzetten? De heer Snijder: … gaat beter, denk ik. De voorzitter: Ja. De heer Snijder: Zo gaat beter, hè? Ja. Verwacht de wethouder juridische problemen als wij nu het besluit zouden nemen om de huurder recht van eerste koop te geven? De voorzitter: Mevrouw Heijstee.
Mevrouw Heijstee-Bolt: Daar kan ik geen antwoord op geven, want ik ben geen jurist. Ik weet op dit moment dat er een juridische procedure loopt en ik weet dat u als raad een besluit heeft genomen wat het college uitvoert. Als u een ander besluit wil nemen, dan zult u dat op basis van argumenten doen, veronderstel ik. Ik zie op dit moment even niet die argumenten, maar ik kan dus niet antwoord geven op de vraag hoe de relatie daartoe is. Maar ik kan daar wel, als u daar een antwoord op wil, uiteraard een antwoord op laten geven. De heer Snijder: Heel graag. Mevrouw Heijstee-Bolt: Ja. Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, ik heb een verzoek aan de commissie. Mag ik die stellen?
De voorzitter: Ja, dat mag, mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja? Ik zou de commissie graag willen voorstellen om het voorstel aan te houden. Ik heb zoveel tegenstrijdige berichten gehoord, dat ik vind niet meer dat ik daar persoonlijk over kan beslissen. Ik wil dit mee terug nemen naar mijn fractie. Ik hoor zoveel en ik vind het gewoon belangrijk, ook omdat hier iemand zijn toekomst staat, om hierin een goed overwogen besluit te nemen. Dus ik stel voor om dit punt aan te houden en er in de volgende commissievergadering op in te gaan, zodat we alle ins en outs van elk besluit kunnen laten nakijken. Ik vind het moeilijk, voorzitter, dus dat is mijn verzoek aan dus de commissie. De voorzitter: Ja, dan moeten we inderdaad aan de commissieleden vragen aan de fracties of ze daarmee in kunnen stemmen. Is daar een van de fractie … De heer Sluyk: Voorzitter, mag ik reageren? De voorzitter: Ja, u reageert, mijnheer. Ga uw gang. De heer Sluyk: Ik kan mevrouw Booij volgen. Alleen, dan zullen er wel nog denk ik een aantal aanvullende vragen moeten komen om voor de fracties duidelijkheid te creëren.
De vraag die mijnheer Snijder net al stelde: kunnen we het raadsbesluit dat we hebben genomen ongedaan maken, en hoe kunnen we dat doen? Kunnen we dat simpelweg doen door een motie: we stellen het raadsbesluit koud, om het maar zo te zeggen? Daar zou ik wel graag advies over willen hebben, en dan kijk ik ook natuurlijk stiekem even naar de griffier hoe wij dat kunnen doen. Mevrouw …: Ja, dat is … De heer Sluyk: Maar er zijn nog een heleboel … Mevrouw …: Dat ben ik met u eens. De heer Sluyk: Er zijn nog een heleboel vragen. De voorzitter: Nog andere commissieleden die hier iets op in willen brengen? De heer …: Ja, voorzitter. De heer Keesman: Jazeker, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Keesman. De heer Keesman: Nou ja, ik kan me inderdaad voorstellen dat als er nog juridische aspecten aan zitten als de raad dus toch van gedachten verandert, dan is dat natuurlijk belangrijk om dat te weten. Dan is de vraag natuurlijk of dat tussen nu en de raad helder kan worden. Dat is één ding. Dan zou ik ook wel even in willen gaan op een paar punten die zijn gesteld, dat mag ook wel, denk ik. Ik zit in de tweede termijn, denk ik, of niet? Mevrouw Booij-van Willigen: Nou, ik weet alleen niet dat als de tweede termijn wordt gedaan, of we het dan niet behandeld hebben. Dus daarom zeg ik ook, ik wil het punt graag aanhouden.
De heer Keesman: Ja. Nou, dat … De voorzitter: Ik stel voor even naar de griffier te gaan over deze procedure, want anders dan wordt het misschien een puinhoop. Mijnheer de griffier. De heer Van Engelshoven-Huls: Voorzitter, wat u eerst even moet doen, er is zeg maar een ordevoorstel gedaan door mevrouw Booij om het aan te houden en het in de volgende vergadering – en ik neem aan dat mevrouw Booij de volgende vergadering SOB bedoelt – om het daar opnieuw te agenderen. Dat moet u eerst even met de commissie afspreken, want anders gaan alle discussies door elkaar lopen. Het voorstel van mevrouw Booij, dat is nu aan de orde, dat moet u afhandelen. De heer Keesman: Mag ik daar iets over zeggen, voorzitter? Over dat procedurevoorstel. De voorzitter: Ja. De heer Keesman: Ja. Nou ja, ik zie geen enkele belemmering om er in de tweede termijn toch nog over van gedachten te wisselen. Dat kan toch alleen maar bijdragen aan het proces? De voorzitter: De griffie is duidelijk, … De heer Keesman: Dus wat mij betreft … De voorzitter: Ja, maar de griffier is duidelijk, die zegt: we gaan nu eerst eventjes in op de vraag van mevrouw Booij of we er nu wel … Kijk, als u wel doorgaat, dan heeft het geen nut meer om straks aan het eind nog.
Dus ik vraag nu alle fracties: wie is het ermee eens dat het nu van de agenda af gaat en dat we het op een volgende SOB, met meer kennis van zaken omtrent dat juridisch gebeuren, weer verder mee gaan? De heer Keesman: Wij niet dus. Ik zie geen enkele belemmering om … De voorzitter: Mag ik ook even ver… De heer Keesman: … om nu nog wat argumenten uit te wisselen. Dank u. De voorzitter: Mag ik eerst ook nog even de andere fracties? Want ik wil even naar mijnheer Rahimi … De heer Van Engelshoven-Huls: U moet even alle fracties stap voor stap afgaan, voorzitter, want anders gaat het niet lukken. Dus ik zou beginnen bij de grootste fractie, maar dat is al duidelijk, en dan naar de volgende fractie. De voorzitter: Ja. De WSP, dat is mevrouw Booij, die heeft het gevraagd. Het CDA. De heer Sluyk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb natuurlijk al aangegeven dat ik dat prima vind. Alleen, er zullen nog wel in de tussentijd wat vragen beantwoord moeten worden die ook gesteld zijn en duidelijkheid gecreëerd worden van de kant van het college op de vragen die er nog zijn. Dank u wel. De voorzitter: Ja. GroenLinks.
De heer Pfeiffer: Wij zijn voor doorschuiven, maar ik zou graag nog wel een tweede termijn houden om wat vragen te stellen. De voorzitter: Goed, maar de vraag is nu even natuurlijk … De heer Van Engelshoven-Huls: Maar dat is het voorstel niet van mevrouw Booij. De voorzitter: Wat zegt u? De heer Van Engelshoven-Huls: Dat is het voorstel niet van mevrouw Booij. De voorzitter: Nee. Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, mag ik even een duidelijkheid geven? De voorzitter: Ja. Mevrouw Booij-van Willigen: Ik denk, maar dat kan de griffier mij misschien wel vertellen, ik dacht dat als je een voorstel aanhoudt, dat je dan in de volgende vergadering met de tweede termijn verder gaat. De heer Van Engelshoven-Huls: Ja. Maar goed, als dat zo is, dan is het nu wel einde. Als de meerderheid van de commissie uw voorstel volgt, dan is er geen tweede termijn meer. Mevrouw Booij-van Willigen: Nee, maar … De heer Van Engelshoven-Huls: En mijnheer Pfeiffer zegt: ik ben het met mevrouw Booij eens, maar ik wil wel een tweede termijn. Ja, dan wordt het een beetje ingewikkeld besluiten. Mevrouw Booij-van Willigen: Nee, ja, maar dat begrijp ik. Maar stel dat we dus een tweede termijn hebben, kunnen we het dan toch nog op de volgende SOB-vergadering neerzetten? De heer Van Engelshoven-Huls: Ja, natuurlijk, dat kunt u altijd, want u zult ook nog moeten besluiten wat u met de brief gaat doen.
Want die brief is aan u als raad gericht en de bedoeling is om tot een antwoord te komen. Als u dat antwoord ook na tweede termijn als raad nog niet kunt geven, ja, dan kunt u besluiten om dat volgende keer te behandelen. Mevrouw Booij-van Willigen: Oké. Nou, voorzitter, dat is mijn punt. Wij kunnen geen antwoord geven op die brief en ik wil het graag in de fractie doorspreken, dus ik wil het sowieso graag in de volgende SOB terug laten komen. De voorzitter: Dan is dat genoteerd, mevrouw Booij. Dan gaan we dus nu gewoon wel verder met de tweede termijn. Even kijken. Mijnheer Keesman. Mevrouw Heijstee-Bolt: Voorzitter? De voorzitter: O, mevrouw …
Mevrouw Heijstee-Bolt: Het is een beetje onorthodox, maar er is een vraag gesteld door de heer Snijder en ook door het CDA wat de juridische gevolgen zijn van bijvoorbeeld het afwijken van het raadsbesluit. Maar dit doorschuiven van een stuk, dan denk ik toch dat het netjes is dat ik dat even zeg, kan ook gevolgen hebben voor de rechtsgang, omdat die procedure gewoon loopt. Dus als u het doorschuift, misschien moet die vraag ook even door het college beantwoord worden, zodat u niet iets doorschuift en dan … Dat zou wel heel erg naar zijn voor alle betrokkenen, dus … De voorzitter: Nee, natuurlijk. Mevrouw Heijstee-Bolt: Dus dat wou ik toch nog even zeggen. De voorzitter: Ja, ja. Ja, maar is het antwoord daarop al bekend dan nu? Ik bedoel, heeft het gevolgen als we het nu doorschuiven, of is dat nog niet bekend? Mevrouw Heijstee-Bolt: Nee, dat is zoals ik al zei, ik ben geen jurist, ik wil dat dan ook goed door iemand laten beantwoorden. De eerste vraag is, mijnheer Sluyk en de heer Snijder stelden die vraag en ook de heer Keesman volgens mij, de juridische gevolgen van een nieuw raadsbesluit nemen wellicht. Wat moet er gebeuren en wat is het effect daarop juridisch? En daarnaast ook het doorschuiven ten opzichte van de lopende procedure. Want het raadsbesluit van 2018 … Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, even een extra interruptie.
Mevrouw Heijstee-Bolt: … geldt nog steeds, ook natuurlijk voor de rechter. Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, even ter interruptie. De voorzitter: Mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Dank u. Er is toch nog geen nieuwe datum voor de rechtszaak gepland? Mevrouw Heijstee-Bolt: Dat weet ik niet, voorzitter. Nee, dat weet ik niet, mevrouw Booij, dat zou best kunnen dat het wel gepland is. Ik denk dat die informatie wel van belang is, lijkt mij in ieder geval. De voorzitter: Ja. Laten we dan nu de tweede termijn gewoon afmaken, met in ons achterhoofd dat het doorschuift, maar dat we ook eerst even voor die tijd nog snel uit laten zoeken of dat alsnog weer juridische gevolgen zal hebben als we het zo lang doorschuiven. Maar goed, laten we nu even de tweede termijn, dan kan iedereen zijn mening nog even … Ik ga terug naar mijnheer Keesman. De heer Keesman: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, ik heb het betoog van de wethouder gehoord en ja, simpelweg, u heeft gelijk. Wij hebben dus inderdaad voortschrijdend inzicht. Er is door het CDA indertijd gezegd: locatie nummer 14 is bijzonder en moet iets bijzonders worden. Wij hebben de overtuiging dat hiermee dit goed ingevuld wordt en ja, alles wat de heer Van Bergeijk vraagt is het eerste recht van koop. Ons lijkt het alleszins te verdedigen dat wij hem dat toekennen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Keesman.
Dan zie ik mijnheer Rahimi nog. De heer Rahimi: Dank u wel, voorzitter. Wij vinden dat ook vanuit de VVD en sterker nog, wij hadden al … Laat ik zo zeggen, in de raad waren wij al iets van plan by the way en het punt is dat, wat ik mij afvraag is: continu
veranderen wij überhaupt bepaalde dingen, dat we na elke verkiezingen, dan veranderen wij dingen. Dus waarom is het zo gek om dan een voorstel die ooit is aangenomen dan weer aan te passen? Dus ja, dat doen we eigenlijk toch continu als raad? De voorzitter: Nou, de wethouder heeft ook gezegd dat het bij ons ligt, dus. Dan ga ik naar … U was klaar, mijnheer Rahimi? Ja? Dan ga ik naar de heer Pfeiffer. De heer Pfeiffer: Dank u wel, voorzitter. Ik zet ook meteen even mijn handje uit. Om meteen een antwoord op de vraag van de heer Ramihi te ge… Rahimi te geven – jeetje, sorry Hawre – Rahimi te geven is, heel simpel, het is natuurlijk wel een beetje raar dat je als raad in dezelfde samenstelling een besluit weer ongedaan maakt. Meestal zijn daar politieke verhoudingen die natuurlijk verschoven zijn en dan kom je weer … nou ja. Voorzitter, ik heb heel snel, en met dank ook via WhatsApp, dat raadsbesluit terug zitten lezen en wat je daaruit ziet is dat het eigenlijk het gevolg is van een motie die in 2017 door het CDA is ingediend die inderdaad een nautische ontwikkeling op dat stukje grond wilde. Daardoor is het college in 2018 tot de conclusie gekomen dat het beste is om die grond schoon op te leveren, namelijk gesloopt, en niet aan de huurder aan te bieden. Want de huidige huurder is nou eenmaal geen nautisch bedrijf en conform de wens van de raad moest er iets nautisch komen.
Nou ja, dus het moest schoon worden opgeleverd. Nou hebben we dus het rare feit dat de huurder zegt: ja, maar ik kan wel iets nautisch leveren. Dan zou je dus het betoog kunnen houden dat hij daarmee dezelfde rechten moet krijgen als nummer 9, omdat hij inmiddels voldoet aan wat de wens van de raad in 2017 was. Een raad kan natuurlijk als hoogste democratische orgaan lokaal altijd terugkomen op besluiten en volgens mij zijn die ook altijd juridisch bindend, maar dat is gewoon een belangenafweging. Wat ik me wel afvraag, en dat is meer hardop, is: stel je stopt de openbare verkoop en je gaat iemand het recht van eerste koop geven. Hoe bepaal je dan een prijs? En is dat dan de juiste prijs? Want bij een openbare verkoop was er dan een prijsbepaling, of is daar geen prijsbepaling en werd er gewoon met een startbod gewerkt, of werd er met een grondprijs gewerkt? En in hoeverre was bijvoorbeeld al bekend dat de grond vervuild was? Is de grond vervuild – dat horen we nu – en heeft dat dan ook consequenties voor de opstallen die erop staan? Mag je daar wel een horecazaak beginnen in de huidige opstallen, of moet je eerst de grond verschonen? Er zijn zoveel vragen en we streven nu, of we gaan nu toe naar toch een soort van uitstel naar een volgende commissievergadering. Ik hoop dat de heer Van Bergeijk en de heer Kors luisteren.
Ik hoop dat zij van de tijd gebruik maken om dit allemaal ook vanuit de ondernemerskant alvast duidelijk te maken en het is een open vraag eigenlijk aan hun om gewoon een ondernemingsplan bij ons neer te leggen waarin dit soort dingen benoemd zijn en al die vragen beantwoord zijn. Want ik vind het heel lastig om op de blauwe ogen en ook nu in een politieke discussie, nou ja, waar we allemaal zitten met onze meningen, om daar zomaar even een besluit over te nemen die mogelijk een heleboel consequenties kan hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Pfeiffer. Dan ga ik naar mijnheer ’t Hart. De heer ’t Hart: Voorzitter, gehoord de discussie zijn bij mij meer vragen opgeworpen dan ik antwoorden eerlijk gezegd kan geven. Ik moet ook zelf nog eens een keertje heel goed ook dat dossier nalezen en ik denk ook wat de heer Pfeiffer nu zegt, dat besluit van 2018 nog bij de kop nemen en gewoon allerlei consequenties in ogenschouw nemen. Dat betekent inderdaad gewoon dat we er nog eens een nachtje over moeten slapen. Daar komt ook nog bij, en ik heb daar zelf ook aan mijnheer Van Bergeijk een vraag over gesteld en daar refereert de heer Pfeiffer ook aan: kom nou eens met een plan. Want ja, weet je, allemaal van een moodboard en allemaal van die ideeën, en ik heb die filmpjes gezien.
Dan denk ik, ja, dan kan natuurlijk de VVD roepen, en ik hoor het ook de heer Sluyk geloof ik zeggen: dat is ondernemerschap. Maar ja, daar ben ik het wel met de heer Pfeiffer eens, het zegt nogal wat, hè? We hebben natuurlijk niet voor niks dat besluit in de raad toen
genomen, dus wil je daarvan afwijken en daar ook nog eens een keertje die juridische vraag bij die gesteld is, ja, dan vind ik wel in het kader van een zorgvuldig proces dat je dat goed in ogenschouw moet nemen. Door nu te zeggen: ja, we gaan door en we besluiten dit, want het is duidelijk. Dan denk ik: dat vind ik eerlijk gezegd geen goede weg en het voldoet ook niet … De heer Sluyk: Interruptie, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Sluyk, interruptie. De heer Sluyk: Dank u wel. Ik ben toch blij dat mijnheer ’t Hart roept: een zorgvuldig proces. Dat als er over wijziging van standpunten wordt gesproken, dan kunnen wij misschien hier wel iets als CDA iets wijzigen in ons standpunt, maar laten we wel zijn dat het de wethouder van GroenLinks is geweest, de heer Tuning, die heeft gezegd dat er geen woningbouw op de Nijverheidslaan zou plaatsvinden. En de eerste de beste projectontwikkelaar die bij dit college binnenkomt over woningbouw, gaan we woningbouw plegen. Dus over wijziging van standpunten en zorgvuldige besluitvorming, daar weet ik er nog wel eentje van. Dank u wel. De heer ’t Hart: Voorzitter, ik ga weer even verder met mijn betoog. De voorzitter: Ja, mijnheer ’t Hart.
De heer ’t Hart: Want ik had het natuurlijk niet over wijziging in standpunten, ik had het over dat het bij mij meer vragen opriep dan dat er antwoorden kwamen en ik vind het in het kader van een zorgvuldig proces, de voorbereiding ervan, goed om alle ins en outs nog een keertje op een rij te zetten. En ik denk dat mevrouw Booij daar ook toen straks op doelde. En nou ja, weet je, ook dat ondernemingsplan. Wellicht lukt dat, wellicht niet, maar dat zien we dan wel. Maar ik denk inderdaad dat als de heer Bergeijk luistert, dat hij inderdaad bij zichzelf te rade moet gaan en kijken: goh, wat kan ik hier nu op bieden? Want ook dat roept bij mij de nodige vraagtekens eerlijk gezegd op. Nou, dus kortom, voorzitter, ik denk dat het goed is om dit punt een volgende keer weer in de commissie te bespreken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Hart. Mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Dank u, voorzitter. Nou dat we toch nog de kans krijgen om een vraag te stellen in de tweede ronde, heb ik er nog wel een. In 2018 heeft de raad dus een besluit genomen, maar in 2019 is er een bodemonderzoek geweest. Toen is gebleken dat er een vervuiling zat. Nou is mijn vraag, kijk, zodra het gesloopt wordt en je gaat de grond als gemeente dan verkopen, dan moet je inderdaad de grond saneren.
Maar als het gebouw blijft staan en je verkoopt het aan de huidige huurder, ben je dan ook wettelijk verplicht om het te saneren als je het verkoopt? Dat is mijn vraag. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Keesman, ik zie uw handje nog. Had u nog een vraag, of niet? De heer Keesman: Sorry, mijn handmanagement is niet zo goed. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Mijnheer Sluyk zie ik wel opnieuw een handje opsteken, klopt dat? De heer Sluyk: Ja, dank u wel, voor mijn tweede termijn, ja. Ik heb eigenlijk nog één opmerking en daar is eigenlijk nog geen antwoord op gekomen in de eerste termijn dat ik die vraag stelde, van de zijde van het college. Dat woordje ‘bij voorkeur nautische activiteiten’, wat houdt dat nou in, hoe gaan we dat nu definiëren? Hoeveel moet dat zijn, hoe groot moet dat zijn?
De heer Pfeiffer: Interruptie, voorzitter. De heer Sluyk: Dat blijft natuurlijk vaag. De voorzitter: Interruptie. De heer Pfeiffer: Voorzitter, volgens mij is dat een vraag die de heer Sluyk zelf moet beantwoorden, want het komt uit zijn eigen motie uit 2017. De heer Sluyk: Nou, in het besluit is het voorkeur en dat zou je toch limitatief moeten opsommen om daar enig beeld bij te krijgen, om ook een gelijkwaardig speelveld te creëren. De voorzitter: Dat was het, mijnheer Sluyk? Goed zo. Dan ga ik nog één keer … Heeft verder niemand meer een opmerking? Ik zie geen handjes meer. Dan ga ik nog één keer terug naar de wethouder. Mevrouw Heijstee, ga uw gang. Mevrouw Heijstee-Bolt: Dank u wel. Als ik het goed heb, heb ik nog een paar vragen. Mevrouw Booij vroeg naar bodemonderzoek. Wat er natuurlijk gebeurd is inderdaad na 2018 dat het besluit is genomen, zijn opdracht gegeven voor de onderzoeken. Onderzoeken die nodig zijn om als je een openbare en transparante procedure doet, om inzicht te geven: wat zijn de kosten? Dus ook om een bieding te kunnen doen. Dat gaat uit natuurlijk van de herbouw, dus van sloop-nieuwbouw. Als mevrouw Booij dan vraagt: moet je ook saneren als het pand blijft staan? Daar heb ik geen antwoord op, omdat het uitgangspunt is geweest voor de start een openbare transparante procedure met sloop-nieuwbouw.
Dus daar weet ik het antwoord niet op, maar als daar behoefte aan is, kan ik daar een antwoord op laten geven. De heer Pfeiffer vroeg nog: in welke situatie als je één op één verkoopt, wat gebeurt er dan met wat voor basis van de prijs? Dat is een marktconforme prijs en die wordt vaak bepaald op basis van onafhankelijke taxatie. Dus dat is een voorbeeld hoe je dan tot een prijsbepaling kan komen. De vraag van de heer Sluyk is inderdaad, en dat was wel een déjà vu vanuit de discussie in september, u stelde exact dezelfde vraag toen in die commissie. Toen heb ik ook verwezen naar de motie uit 2017 waarin u juist aan… Bijvoorbeeld de bruine vloot werd genoemd en nog wat andere zaken die juist als aanleiding waren voor het nautisch karakter. Natuurlijk is het nautisch karakter niet het enige kader, er zijn meer kaders gesteld. Op dat moment was dit bedrijf op dat moment niet een nautisch karakter, dus dat is het antwoord. Nou weet ik even niet, misschien is het wel goed, voorzitter, dat u even nog concrete vragen benoemt die u wil weten in relatie tot de juridische procedure. Dat dat nog even helder is dat we daar antwoord op geven, dat daar geen ruis in is. De voorzitter: Het lijkt me een goed idee als we dat even met de griffier kortsluiten welke vragen we op korte termijn beantwoord willen zien omtrent de juridische consequenties van het doorschuiven.
En ja, misschien kunnen we dan eventueel op volgende week dinsdag tijdens het vervolg van SOB een kort antwoord op geven. Is dat een idee, griffier? De heer Van Engelshoven-Huls: Voorzitter, ik kan die vragen wel formuleren, maar ik kan ze niet beantwoorden. Dus ik vraag me af of het college die antwoorden volgende week al heeft, dat lijkt mij sterk. Maar het lijkt me sowieso wel goed dat de raadsleden ook zelf bedenken welke vragen ze nog zouden willen formuleren en die gewoon via de gebruikelijke wijze insturen. Dat ze niet volgende keer nog weer met nieuwe vragen worden geconfronteerd. Maar die vragen over die rechtszaak in relatie tot het uitstel naar de volgende commissie SOB, die kan ik wel formuleren, maar dat zal niet volgende week beantwoord zijn, schat ik zo in.
De voorzitter: Goed, oké. Mevrouw Heijstee-Bolt: Voorzitter? De voorzitter: Ja, mevrouw … Mevrouw Heijstee-Bolt: Ik wilde meegaan in de beantwoording van de griffier, maar ik kreeg net een berichtje dat de beantwoording van die vragen, dat dat moet lukken voor volgende week, in ieder geval voor de raad. De heer Van Engelshoven-Huls: Ja, nee, maar ik bedoel, het is voor dinsdag. Dus dat is een ander verhaal. Mevrouw Heijstee-Bolt: Voor dinsdag … De heer Van Engelshoven-Huls: Want dan hebben we de extra commissie SOB, dat is waar de voorzitter op duidde. Daarvan dacht ik van … Mevrouw Heijstee-Bolt: Ik ga ervan uit dat dat moet gaan lukken voor dinsdag. Ja, de vragen die nu gesteld zijn, dat moet ik dan nog wel even scherp hebben. De vragen die nu gesteld zijn kunnen wij voor dinsdagavond beantwoorden. De voorzitter: Die moeten aangeleverd worden bij de griffie nu? Mevrouw Booij-van Willigen: Ja, maar die zijn gesteld in dus de notulen. Dus die zijn toch bekend? De heer Van Engelshoven-Huls: Ja, die zijn bekend. De voorzitter: Oké. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja, ik vind het prima, voorzitter, … De heer ’t Hart: Voorzitter, het is mij nou niet meer helemaal duidelijk qua procedure. Voorzitter, sorry. Het is mij nog niet helemaal duidelijk hoe de procedure is.
We gaan toch dit verhaal uitstellen tot de volgende commissievergadering? De voorzitter: Jawel, maar we zouden wel even controleren of het juridisch geen nadelige gevolgen had. Dat we dus niet onszelf in de voet schieten. Dus er wordt nu uitgezocht of het juridische gevolgen heeft als we het dus naar een volgende SOB uitstellen en het antwoord of dat kan, dat horen we op onze vervolgvergadering volgende week dinsdag. In ieder geval dus of het juridisch geen gevolgen heeft, dat horen we dan. De heer ’t Hart: Oké. De voorzitter: Ja? Mevrouw Booij-van Willigen: Dus met andere woorden, als het wel juridische gevolgen heeft, dan moeten we volgende week dinsdag een antwoord hebben? De voorzitter: Dan moeten we een ander plan bedenken, ja.
Mevrouw Booij-van Willigen: Dus dan moet … Dan zou ik het sowieso dinsdag dus op de agenda zetten, want anders dan … De voorzitter: Ja, maar die is al heel vol, hoor, mevrouw Booij. Want we hebben al die insprekers, daarom hebben we die aparte dingen ook gedaan. Dus kijk, dit onderwerp, dat zien we nu ook, dat vraagt discussie en als we dat op die agenda gaan zetten, dan wordt die te vol. We moeten die mensen de gelegenheid geven om hun verhaal te vertellen en dan even alleen maar een korte mededeling van dat het juridisch wel of geen probleem is, maar niet nog weer een hele discussie. Als het echt op de agenda staat als punt, dan duurt dat te lang. Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, ik wil daar toch nog even op terugkomen, want als u het brengt zoals u het brengt, dan zegt u: stel dat het antwoord is dat het juridisch wel een probleem is, dan zet u ons schaakmat, … De voorzitter: Nee, want dan moeten we gewoon … Mevrouw Booij-van Willigen: … want dan is het een probleem, dus dan kunnen we het niet naar de volgende vergadering verzetten. Want daar gaat het … De voorzitter: Dan moet u even … Mevrouw Booij, dan moet u eventjes kijken hoe we via de griffie dit communiceren op welke termijn we wel een besluit moeten nemen. Desnoods … Mevrouw Booij-van Willigen: Oké, ja. De voorzitter: Ja? Mevrouw Booij-van Willigen: Prima, ja. De voorzitter: Goed, oké.
Dan sluiten we dit punt nu af. 9.
Terugkoppeling uit besturen, werkgroepen en vertegenwoordigingen De voorzitter: Dan gaan we nu naar punt 9, ‘Terugkoppeling uit besturen en vertegenwoordigingen’. Wie mag ik het woord geven? Wethouder De Lange, ga uw gang. De heer De Lange: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een korte terugkoppeling met betrekking tot de fietstunnel onder het spoor. We zijn op dit moment gestart met het maken van een quick scan van het stationsgebied waarvan dus ook de fietstunnel onderdeel uitmaakt. Op dit moment vindt er een inventarisatie plaats van alle plannen en projecten in het gebied en door die quick scan krijgen wij dus juist ook meer zicht op de mogelijkheden en risico’s met betrekking tot de specifieke ondertunneling. Overigens zijn ProRail, de NS en andere stakeholders hierbij betrokken. De uitkomsten van deze quick scan vormen dan weer de basis voor de stationsvisie die later dit jaar zal volgen. Dat was mijn terugkoppeling, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder De Lange. Zijn er nog andere mensen uit het college die iets willen terugkoppelen? Iemand anders uit werkgroepen of vertegenwoordigingen? Niet? Goed zo.
10. Vragen naar aanleiding van Raadsinformatiebrieven De voorzitter: Dan gaan we door naar punt 10, ‘Vragen naar aanleiding van Raadsinformatiebrieven’. We gaan ze even openen. Raadsinformatiebrief 230, ‘Voortgang uitvoering Groenbeleidsplan’. Mevrouw Ogier. Mevrouw Ogier: Dank u wel, voorzitter. Ik had schriftelijke vragen gesteld over de voortgang Groenbeleidsplan, over deze raadsbrief. Allereerst dank voor deze uitgebreide brief, daar waren we erg blij mee. Ik heb pas afgelopen weekend de raadsvragen kunnen stellen, dus ik begrijp dat die nog niet beantwoord zijn, maar misschien kan de wethouder dat nu mondeling doen. Ik zal ze even kort herhalen. De eerste vraag gaat over het maaien. We hebben natuurlijk ons erg druk gemaakt over het vele maaien. Afgelopen jaar is dat in een aantal pilotgebieden minder geworden, daar waren we erg blij mee. In de brief staat dat de pilots nu een structureel karakter krijgen in het op te stellen beheer’…’. Onze vraag is: geldt dit nu alleen voor die pilotgebieden, of gaan we dit nou structureel in delen doen? Daarnaast hebben we al eerder een keer het idee van No Mow May genoemd, wat ze in Engeland doen.
Onze vraag aan de wethouder is: is dit nou niet een idee om ook in Weesp in te voeren, en zou dat nog meegenomen kunnen worden in de bestekken? De laatste vraag, dat gaat over, we hebben natuurlijk met het Groenbeleidsplan willen we de biodiversiteit stimuleren. De groenprijsvraag, de winnaar daarvan, had ook een heel leuk idee om die biodiversiteit juist te stimuleren rond bomen. Nou, dat is het winnende idee geworden met het idee: nou, dat kan ook in heel Weesp gebeuren. Maar nou zien we dat in de praktijk, bijvoorbeeld in Hogewey waar we ook vragen over hebben gesteld, hoe er daar rond bomen wordt omgegaan. Het wordt allemaal verhard met schelpen. In overleg met de groenbeheerder is daar dan voor gekozen. Dus onze vraag is, hoe kunnen we nou die mooie ambities die we allemaal in het groenbeleidsplan hebben staan, hoe vertalen die zich nou naar wat er daadwerkelijk gebeurt? We zijn benieuwd wat de wethouder daarover kan zeggen. Want wij zouden niet graag zien dat die verharding daar plaatsvindt. En we zijn ook wel benieuwd of dat niet hersteld kan worden in de Hogewey waar dat wel gebeurd is. Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Ogier. Dan ga ik naar mevrouw Hilders, CDA. Mevrouw Hilders-van de Wetering: Dank u wel voorzitter. Nou, het is een prachtig stukje natuurlijk en ja, ik denk dat natuur een beetje zijn tijd moet hebben voor het wat wordt.
Nou wil ik ook nog een paar zure opmerkingen maken. Ja, ik geef maar vast een aankondiging. Op een gegeven moment vorig jaar is de Leeuwenveldsewegberm afgegraven en daar is heel veel zand opgeplompt en er is wat overheen gezaaid. En ik begrijp de bedoeling en ik begrijp ook dat het heel mooi moet worden, maar het heeft met name geresulteerd dat het hele fietspad constant onder het zand ligt. En dat met name daar de bouwauto’s, die daar heel veelvuldig rijden, denken o die berm is toch van zand, daar kan ik ook wel overheen. Dus ik moet eerlijk zeggen dat ik niet vind dat het daar heel veel mooier is geworden. Daarbij proberen er auto’s naar de oprit naar die plek te komen aan het spoor die twee jaar geleden is aangelegd. En het is daar echt niet heel mooi. Maar misschien dat het tijd moet hebben, dus ik wil nog niet een absoluut oordeel daarover geven. Dat wacht ik nog even af. Dan wil ik het toch nog even hebben over Steenbreek. Ik vind dat ja, hoe moet ik dat nou netjes zeggen? Maar dat geëmmer door een paar plantjes weg te geven, dat gaat ons niet helpen. Ik denk echt, er worden zoveel nieuwe huizen gebouwd in Weesp, ga nou die mensen vertellen hoe je het graag hebben wil. Dat je niet wil dat ze alles verstenen. Dat je niet wil of liever niet wil, dat ze alleen maar plastic gras zaaien. Vertel nou hoe je het graag hebben wil.
Je hoeft het niet te verplichten, maar je kan het wel vertellen. En ik denk dat je daar echt stappen zou kunnen maken naar Steenbreek. Want wat ik om me heen zie in Weespersluis, is dat mensen heel erg verstenen. Dus ik begrijp niet waarom dat niet opgepakt wordt en
waarom je denkt dat je met een paar gratis plantjes van Vechtwijck, dat je het daarmee gaat redden. Ik begrijp dat echt niet. Dat was mijn zure opmerking. Verder wens ik dat het een groot succes wordt. De voorzitter: Het is even slikken, maar goed. We gaan naar mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja, dank u wel voorzitter. Allereerst wil ik graag mevrouw Hilders ondersteunen. We kunnen als gemeente natuurlijk best wel wat doen aan die stenen weg. Ik weet dat de gemeenteraad in Laren heeft dat ook op gegeven moment gedaan. En dat is een heel groot succes geworden. Dus heel veel tuinen zijn aangepast. Ik wil verder proberen wij ook mee te denken met het groene beleidsplan. Dat gaat voornamelijk over de gazons van Aquamarin. Dat staat op bladzijde 5 van het stuk. Daarin wordt geschreven dat ze geprobeerd hebben om op een trapveldje het gras te laten groeien, maar dat de buurt dat niet zo leuk vond. En dat kon ik me heel goed voorstellen, want er spelen regelmatig kinderen. Maar als je datzelfde veld gaat doen aan de overkant van het water, dus bij de flats, daar heb je twee hele grote grasvelden waar geen mens loopt en die je enorm goed kan laten groeien. Iedereen wordt nu in feit boos wanneer alle boterbloempjes en de kleine margrietjes om de twee weken gemaaid worden. Terwijl, er loopt daar niemand. Waarom moet het gemaaid worden? Laat het lekker groeien.
Dus mijn voorstel zou zijn, laat het trapveldje lekker kort zodat de kinderen kunnen voetbellen. En aan de overkant heb je daarvoor terug, twee enorme grote grasvelden die je kan laten groeien zo hoog je wil, want daar loopt helemaal niemand. Dan kunnen we alle bloempjes en de bijtjes en de WSP en het college en iedereen in Weesp blij maken. Voorzitter, dat was het. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Booij. Mijnheer Pfeiffer. De heer Pfeiffer: Voorzitter, ik had wat last van slecht handjes beleid. Mijn excuus, mijn handje stond nog aan. De voorzitter: Hij is nu weg. Even kijken. Ik zie niets meer. Ik ga naar de wethouder toe. Mijnheer Miner. De heer Miner: Dank u wel voorzitter. En ook dank u voor zowel uw opmerkingen als uw complimenten. Ik zal beginnen met de vraag van mevrouw Ogier, maar ik ga, volgens mij is het echt het best als ik toch die schriftelijke beantwoording ga doen, want u vraagt een paar dingen die ik niet weet. Bijvoorbeeld de, ik weet natuurlijk wel dat die boom, ruimte om de bomen heen, op een specifieke locatie met schelpen is gevuld, maar ik weet niet waarom dat precies is gedaan en of dat dus ook weer weg kan. Dus dat zijn zaken waar ik graag inderdaad even schriftelijk op terugkom. Ten aanzien van het maaien kan ik wel zeggen dat het, we doen het niet structureel, omdat we inderdaad niet meer een paar plekjes willen.
Maar eigenlijk vraagt u, maar waar doe je het dan nog meer? Dus hoe neem je het zodanig in bestekken op dat je het op meer plekken doet dan je pilot? Dat is dus ook iets waar we inderdaad verder op terug moeten komen. Het CDA gaat met de opmerking over het fietspad wel heel erg op één punt in. Ik weet precies waar u het over heeft. Maar als u het niet erg vindt, weet ik niet van alle locaties in Weesp de groene toestand op dit moment. Dus als u het goed vindt, neem ik die mee. Overigens acht ik uw opmerking helemaal niet zuur, maar gewoon feitelijk en scherp in dit geval. Ten aanzien van Steenbreek hetzelfde. Steenbreek is in mijn staf een voortdurend terugkerend onderwerp. Want ik ga het gewoon toegeven, ik vind datgene wat wij doen aan Steenbreek veel te mager. Wij zijn nu bezig te kijken in hoeverre het Amsterdamse programma Rainproof, omdat ook daar de Amsterdamse ambtenaren die voor ons werken mee bekend zijn, meer soelaas gaat bieden dan Steenbreek. Dus dat staat op dit ogenblik op de staf echt ter discussie. En dan zal ik ook de opmerking over Weespersluis meenemen. En ten aanzien van de vraag van de WSP, daar is in die zin hetzelfde over te zeggen, dat ik niet exact weet over welke locatie het gaat.
Want volgens mij zijn juist de voorbeelden uit de raadsinformatie zijn twee stukken groen bij Aquamarin die juist niet als trapveldje worden gebruikt en die inderdaad heel hoog opschieten omdat ze niet
worden gemaaid. Wat er erg grappig uitziet en ook past in het nieuwe beleid. Maar ook uw opmerkingen neem ik mee en zal ik verifiëren om te kijken of we dan inderdaad per ongeluk een trapveldje hebben gebruikt en of we dat moeten verplaatsen. Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, mag ik heel even hierop ingaan? De voorzitter: Ja, mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja? Het staat ook in het stuk hoor dat u het trapveldje gebruikt heeft, dus dat heb ik niet verzonnen. Dat staat in een stuk. Maar als u de tekening neemt die eronder staat, dan ziet u twee bruine, twee blauwe pijltjes staan. En daar tegenover ziet u twee heel langgerekte grasvelden. En dat zijn de grasvelden waarbij ik zeg van, daar kunt u misschien beter de boel niet meer maaien. De voorzitter: Dat zijn de grasvelden die tegen de flats aanliggen. Dat is misschien iets duidelijker. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja, precies. Tegen die twee flats ja. De heer Miner: Naar mijn beeld voorzitter, was het zo dat ook die twee velden deels juist niet gemaaid werden. Maar dat, zoals ik al heb toegezegd, gaan we checken. Mevrouw Booij-van Willigen: Elke twee weken voorzitter. De voorzitter: Goed. Dan gaan we naar de volgende raadsinformatiebrief. Dat is de stand van zaken ontwikkelingen rond de golfbaan. Nou, er is nog een inspreker geweest. Ik zie mijnheer Sluyk. Mijnheer Sluyk, ga uw gang.
De heer Sluyk: Dank u wel voorzitter. Ja, ook naar aanleiding van de brief van de inspreker die ik heb gelezen, ben ik toch wel eigenlijk even benieuwd naar het standpunt van het college. Want het komt een beetje halfhalf over. Ik ben een beetje bang dat als we dit gaan toestaan, dat we hier aan onze eigen kernwaarden gaan tornen. Op het moment dat we dat zelf gaan doen, hoe gaan anderen dan over onze kernwaarden denken en zien? Dus ik zou toch eigenlijk wel het standpunt van het college willen zien. Ik hoop eigenlijk dat het college een heel duidelijk standpunt heeft dat we dit niet moeten gaan doen of niet moeten gaan toestaan. Dank u wel. De voorzitter: Dan zie ik mijnheer Pfeiffer ook nog. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zal meteen mijn handje laten zakken. Ook vanuit de fractie van GroenLinks, we hebben keurig de mededeling gehad dat we niet al te veel discussiepunten rondom de RIB’s moeten hebben. Maar we willen vanuit de fractie nog wel een kleine winstwaarschuwing geven wat betreft richting de jubelstemming die er wellicht is. Ik zag ook al een stuk in het WeesperNieuws dat de hotelappartementen er al bijna stonden. Binnen onze fractie is daar nog flink wat discussie over. We hebben natuurlijk ook een aantal vragen gesteld. Want wij vragen ons ook af in hoeverre wij dit in principe wel moeten toestaan. Dat is een principieel punt.
Het tweede punt is dat het maatschappelijke bestemming heeft, een sportbestemming. Er is een erfpacht die daarop gebaseerd is. En ook wat de precedentwerking is voor andere sportverenigingen. En als laatste punt, dat wil ik ook het college meegeven, is dat de golfbaan met de bestemming sport ook ooit naar mijn weten is bedoeld voor een overlooplocatie voor als wij het helemaal niet meer zouden redden met de sportvelden in Weesp. Dan zouden we daar nog eventueel met de groei van alle
verenigingen nog wat sportvelden kwijt kunnen, omdat het een van de weinige stukken gemeentelijke grond is. En als je daar eenmaal gaat beginnen aan hotelappartementen, dan haal je natuurlijk nooit meer hotelappartementen weg. Dus van onze kant vooral een winstwaarschuwing voor wat betreft de verwachtingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken of ik nog andere handjes zie. Mijnheer Sluyk. De heer Sluyk: Sorry voorzitter, dat was nog het handje van de eerste keer. De voorzitter: Dat was het handje van net nog. Dan ga ik naar de wethouder. Mijnheer Vos, ga uw gang. De heer Vos: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, deze RIB heeft wat vragen opgeleverd in ieder geval van de zijde van GroenLinks. Die vragen die zijn schriftelijk gesteld. Het college is bezig met de beantwoording. Die verwachten we nog deze week. En de beantwoording zal zodanig zijn dat de vragen die zowel door GroenLinks als door het CDA zijn gesteld, zorgvuldig en schriftelijk zullen worden beantwoord. De voorzitter: Dank u wel wethouder Vos. Gaan we door met de volgende informatiebrief. Dat is 233, de PMD zakken verspreiding. Er zijn nieuwe punten. Mevrouw Hilders, ga uw gang. Mevrouw Hilders-van de Wetering: Ja, dank u wel voorzitter.
Ja, wat ik mij afvroeg toen ik dit las, ik heb mij weleens uitgelegd gekregen dat die plastic zakken niet voor niets doorzichtig zijn, omdat ze op het oog gecontroleerd worden of ze een beetje goed qua inhoud zijn. En als je ze nou niet meer verstrekt, gaan mensen ongetwijfeld grijze zakken gebruiken, waarvan ik denk dat die dus elke keer opengemaakt moeten worden om te kijken of in ieder geval steekproefsgewijs, om te kijken of het een beetje tof is wat er inzit. Is daar niet over nagedacht van tevoren of hoe loopt dat? Ik vind het zo hapsnap dat je eerst dit invoert, een aantal jaren die zakken weggeeft, dan denkt, we doen het niet meer. En dan alweer na een aantal maanden zegt van nou, het is misschien toch niet een goed idee. Hoe kan dit? Kunt u hier iets meer over vertellen? De voorzitter: Ja, dank u wel. Uw vraag is duidelijk. Mijnheer Keesman. De heer Keesman: Dank u wel voorzitter. Ja, ik sluit mij wel aan bij de vorige spreker dat het toch wel een beetje een rare indruk maakt wat er gebeurd is. Maar goed, het is gebeurd. We hebben hier nog wel vragen over. Wanneer wordt de distributie via de supermarkten hervat? We hebben dat nog niet gezien, maar misschien hebben we eroverheen gekeken. Zijn ze dan ook weer via het stadskantoor te krijgen? Dank u wel. De voorzitter: We gaan even naar de wethouder toe. Mijnheer Miner.
De heer ’t Hart: Volgens mij heb ik ook een vraag gesteld voorzitter. De voorzitter: O sorry. De heer ’t Hart: Of althans, ik had een handje opgestoken. De voorzitter: Excuus, excuus. Mijnheer ’t Hart. De heer ’t Hart: Ja. Nou, ik was blij dat de heer Keesman vragen had gesteld destijds en daar is ook antwoord opgekomen. Maar ik vroeg me wel af van kijk, die plastic zakken, wellicht komen ze terug in de supermarkten. Dat is nog niet duidelijk. En ook bij het stadsdeelkantoor. Want zoals het nu gaat, denk ik dat het het doel
voorbij schiet dat heel veel inwoners van Weesp geen plastic meer gaan inzamelen. Er wordt natuurlijk wel de suggestie gewekt dat het dan misschien in vuilniszakken gaat. Maar dat vraag ik me eerlijk gezegd in gemoede af. Dus ik vind deze hele actie eerlijk gezegd een beetje hapsnap. En het dient niet het doel naar mijn idee dat ze plastic inzamelen. Als je nagaat dat een gemiddeld huishouden per week zo’n volle vuilniszak doet. Dat getuigt ook wel het feit dat ik constant constateer, ik heb er net ook al over gesproken, bij de Achtergracht dat er echt veel plastic zakken daar op een hoop liggen. Dan bel je de GAD op en dan zeggen ze van ja nou, het wordt wel weggehaald. Maar dat duurt dan weer een tijdje. Dus het is voor de bewoners daar ook geen pretje om daar tegenaan te kijken. Dus ja kortom voorzitter, ik denk dat het gewoon goed is dat we toch weer bewerkstelligen dat die zakken op een normale wijze weer verspreid worden. De voorzitter: Ja. Mijnheer Miner. De heer Miner: Dank u wel voorzitter. Het hap-snap-beleid valt wel een heel klein beetje mee. Maar misschien, ik heb het idee dat de RIB niet door iedereen goed wordt begrepen. Want de grap is, dat eigenlijk de RIB zegt dat we weer die zakken hervatten. Wat is de tijdslijn? In 2016 meen ik, is besloten om hiermee aan de slag te gaan en die zakken gratis te verspreiden of te laten ophalen bij uitgiftepunten.
En toen is ook al besloten dat we er op een gegeven moment mee zouden stoppen op het ogenblik dat inwoners toegang zouden hebben namelijk voor een groot deel, tot een eigen PMD container. Want die waren er in het begin niet. Nou, eigenlijk is er gestopt op de termijn die men had gesteld. En toen ging er wel iets mis. Want wat je toen zag, is dat mensen daar weinig begrip voor hadden. Hoewel ze ze nog wel via die verzendpunten konden aanvragen. En het laatste wat je wil, is dat je dat hele positieve van die afvalinzameling en dat scheiden, in ieder geval die grondstoffen, dat je dat kwijtraakt door maatregelen te nemen die daar ten nadele van zijn. Dus het portefeuillehouderoverleg van al die regiogemeenten, heeft in december gezegd van o, maar we gaan ze dan maar weer verspreiden. We komen tegemoet aan de wensen en zorg vanuit de gemeenteraad. De dienstverlening aan de inwoners brengen we dan weer op het oude peil. En we voorkomen een mogelijke slechtere scheiding van PMD. Dus van grijze zakken is echt geen sprake. De doorzichtige zakken komen terug. Dan stelt u nog een paar vragen waar ik wel op terug moet komen, want die zijn wel heel specifiek. Wanneer ze weer in de supermarkt en in de stadsdeelkantoren ter beschikking komen. Dus op die vraag kom ik op terug. De voorzitter: Mijnheer Boom steekt net nog zijn handje op. Die wil nog even interrumperen.