Printversie transscript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIEVERGADERING SOB VAN GEMEENTE WEESP d.d. 26 januari 2021
1.
Opening en mededelingen van de voorzitter De voorzitter: Ja, het is acht uur op deze 26ste januari van 2021 en op de agenda staat een commissievergadering van stadsontwikkeling en beheer. Ik heet alle commissieleden hartelijk welkom op deze eerste vergadering in het nieuwe jaar, ik heet ook alle leden van het college welkom, ik heet alle insprekers welkom en ik heet ook alle mensen thuis die ons volgen op de stream welkom bij deze vergadering. INSPREKEN
2.
Inspreekrecht voor burgers De voorzitter: Ik heb verder geen mededelingen dus ik ga meteen door naar punt 2 van de agenda, dat is het inspreekrecht voor burgers. We hebben in totaliteit vijf insprekers. We hebben er vier omtrent punt 8 van de agenda en een omtrent punt 10 van de agenda. Ik wou eigenlijk de eerste inspreker, dat is de heer H. Bergeijk, de gelegenheid geven om de vijf minuten spreektijd die hij heeft te benutten. Ga uw gang, zou ik zeggen. De heer H. van Bergeijk: Geachte raadsleden, hartelijk dank dat ik mijn brief van 1 december 2020 nog aan u mag toelichten. De kern van mijn brief is het verzoek om mij een recht van eerste koop te geven voor het pand Nijverheidslaan nummer 14, wat ik al tien jaar huur van de gemeente, en daarmee uw eerdere besluit om het pand openbaar te verkopen, te herzien. Mijn argumentatie: een, de huurder van Nijverheidslaan nummer 9, ook eigendom van gemeente, mag wel als eerste kopen. Waarom ik, als huurder van nummer 14 dan niet? Twee, ik huur al bijna 10 jaar het pand en betaal daar een normaal huurbedrag voor. In Nederland is het dan gebruikelijk dat je als huurder, die past binnen het gewenste bedrijfsprofiel, als eerste een bod op het pand mag doen. Dat is weliswaar geen recht maar wel een heel normaal gebruik.
Drie, ik heb vanuit Weesp een creatief, internationaal opererend bedrijf ontwikkeld wat veel positieve publiciteit geniet en daarmee bijdraagt aan het goede imago van Weesp. Vier, ik heb een nieuw plan gemaakt om aan uw verlangens tegemoet te komen waarin het nautisch karakter is versterkt en ook horeca is opgenomen. Recht op eerste koop, ik vraag u recht op eerste koop, dat wil zeggen, de mogelijkheid om als eerste een bod te doen, in de verkoopprocedure op basis van taxaties van de kopende en de verkopende partij waarbij het uitgangspunt zal zijn om er samen uit te komen, vanzelfsprekend op basis van een marktconforme prijs met normale, volledige informatie die nodig is om een bod uit kunnen brengen zoals onder andere bodemonderzoek en asbestonderzoek. Dat kan juridisch ook, u mag, als gemeenteraad, van mening veranderen en een besluit herzien. U mag, als gemeenteraad, besluiten dat een pand niet openbaar verkocht gaat worden maar dat de zittende huurder een eerste bod mag doen. Dan zult u, in uw besluit, wel moeten aangeven dat u de betreffende huurder waardeert als ondernemer, van belang vindt voor de economie van Weesp, deze huurder een marktconforme prijs moet betalen en eventueel aan kwaliteitseisen voor het pand moet voldoen.
U mag als gemeenteraad besluiten het recht op eerste koop te geven ook al ligt er bij de rechtbank een bezwaarschrift van mij tegen de ontruimingsbrief. De behandeling van het bezwaarschrift is opgeschort in afwachting van uw besluit. Uw besluit doorkruist geen uitspraak van de rechter. Ik heb dus een nieuw, aangepast plan gemaakt. In de raadsinformatiebrief die op 9 september 2020 door u besproken werd, wordt aangegeven dat er, ik citeer, geen belemmeringen aanwezig zijn voor voortzetting van het huidige gebruik van de locatie met andere woorden, dat ik in mijn huidige bedrijfsvoering voldoe aan de eisen die aan de nieuwe eigenaar gesteld worden. Daarnaast wordt in de brief van B&W gevraagd om op Nijverheidslaan nummer 14,
ik citeer, een initiatief in de sfeer van nautische activiteiten en horeca te vestigen. Daar ben ik mee aan de slag gegaan. A, het nautische karakter. Ik ga de nautische activiteiten op twee manieren vormgeven. Eén, ik ga in zee met het bedrijf Grip on Water van Hans Broers. Hij bezorgt boten voor de filmindustrie en sluit op die manier prachtig aan bij mijn bedrijfsvoering. Op zijn website griponwater.nl is daar meer over te zien. Ik heb u vooraf een filmpje gemaild van de ‘…’ bodyguard om u een indruk te geven van ons werk. Ten tweede, ik ga in zee met scheepstimmerman Cornie van Bergeijk, mijn broer. Hij zal in een deel van het pand karakteristieke scheepsonderdelen gaan bouwen. Mijn broer is zelfstandig scheepstimmerman en al 25 jaar specialist in het verbouwen van klassieke binnenvaartschepen, zie cvanbergeijk.nl. B, wat betreft de horeca. Ik ga in zee met Pieter Kors, Weesper van het jaar 2020 en een u welbekende horecaondernemer. Hij zal op zon- en feestdagen en in de zomer een horecapunt creëren dat zich speciaal op het botenverkeer in de Vecht zal richten. Een gezellige patatkraam waardoor niemand meer hiervoor de Vecht af hoeft te varen naar Nederhorst en er in deze hoek van Weesp reuring ontstaat en een mooi nieuw plekje aan het water. De drie bovengenoemde ondernemers zullen kort inspreken over hun motivatie.
Tot slot, ik hoop dat u bereid bent mijn verzoek te steunen zodat we in onze onderneming kunnen gaan investeren en Weesp mooier kunnen maken. Wij staan in ieder geval te popelen. Dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bergeijk. Dan ga ik naar de volgende spreker, dat is de heer Kors. Mijnheer Kors … De heer ’t Hart: Voorzitter, misschien zijn er nog vragen aan de inspreker. De heer Kors: Ben ik te verstaan, allemaal luid en duidelijk. Goedenavond, leden van de raadscommissie SOB van de gemeente Weesp. Bedankt dat ik ook mijn zegje mag doen over het pand van Nijverheidslaan 14. Mijn naam is Pieter Kors. Ik ben een horecaondernemer in Weesp ‘…’. Zoals u weet zet ik me altijd ten volle in om Weesp mooier en vrolijker te maken, dat in ieder geval. ‘…’ Weesp een stukje beter wordt. Zo kwam ik ‘…’ die ik als ‘…’ en als vriend mag beschouwen. ‘…’ eigenlijk voor hen geen consumpties vanaf het water te koop zijn en in Nederhorst wel, waarom zouden we die mensen niet hier houden? Die waterrecreanten ‘…’ reuring op het water. We kunnen dit ook eventueel uitbreiden met het verhuren van bootjes, subs en kano. Zo zat ik met Henno te praten en toen was het plan eigenlijk wel geboren want een mooiere plek als Nijverheidslaan 14, met de inlaadplaats voor de boten tegenwoordig, is er bijna niet te vinden. Dus wij gaan samenwerken.
Ik ga op zon- en feestdagen en in de zomer een horecapunt inrichten, voor een deel in het pand van Henno, dat zich speciaal op het bootverkeer op de Vecht zal richten zodat er Weesp, in deze hoek ook wat reuring ontstaat en een mooi, nieuw plekje aan de Vecht. Ik hoop ook dat u Henno’s Car Casting Holland een kans geeft om met eerste recht van koop om dit mooie pand te kunnen kopen zodat wij, in samenwerking met Henno, een mooi horecapunt kunnen realiseren op de Nijverheidslaan. Dit was mijn zegje, dank u wel voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kors. Zijn er tot nu toe al mensen die vragen willen stellen? Of wachten we even af wat de andere twee heren nog te vertellen hebben? De heer ’t Hart: Dat mag ook, voorzitter. De voorzitter: Zullen we dat doen? Dan hebben we alle informatie in één keer. Goed, dan ga ik nu door naar mijnheer Broers. Ga uw gang. Wilt u uw microfoon aanzetten, mijnheer Broers? De heer Broers: Zo gaat hij beter, denk ik. Goedenavond raadsleden, graag stel ik me voor in verband met samenwerking met Car Casting Holland. Mijn naam is Hans Broers. Ik verzorg boten voor de filmindustrie met mijn bedrijf Grip on Water. Voor heel veel films heb ik al gewerkt, zoals Michiel de Ruyter, de Storm, het
laatste wapenfeit is de Slag om de Schelde die nog uit moet komen, en ook voor buitenlandse films zoals de Amerikaanse films, The Hitman’s Bodyguard, daar leverde ik alle boten in beeld en boten nodig voor in opnames en stunts. Henno leverde voor deze film alle auto’s. Niet alleen bij deze film maar bij vele andere producties komen Henno en ik elkaar tegen. Ons werk heeft vele raakvlakken maar bijt elkaar nooit en samenwerking in hetzelfde pand is voor ons ideaal. In veel gevallen moet ik boten aanpassen of verbouwen zodat ze technisch aan de eisen van de regisseur, cameraman of stuntman voldoen en de Nijverheidslaan 14 heeft voor mij het ideale uitgangspunt dat er water naast de deur en een trailerhelling voor de deur is en het IJsselmeer is op een gunstige vaarafstand. Ik hoop dat u Henno’s Car Casting Holland de kans geeft om het pand als eerste te kopen en dat het hem lukt het pand zo te verwerven, zodat wij gezamenlijk mooie projecten kunnen realiseren vanuit deze prachtige plek. Ik dank u voor uw aandacht, Hans Broers, Grip on Water. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Broers. Dan gaan we naar mijnheer C. Bergeijk. De heer C. van Bergeijk: Ja. Goedenavond, leden van de raadscommissie. Mijn naam is Cornie van Bergeijk, inderdaad de broer van Henno. Als eerste hoop ik van harte dat u Henno Car Casting Holland een kans geeft het pand op de Nijverheidslaan 14 te kopen.
Zo zou er een bijzonder en creatief bedrijf voor Weesp bewaard blijven. Mocht dit het geval zijn, zou ik graag in het project participeren. Ik ben zelf ook ondernemer en heb een bedrijf in scheepstimmerwerken. In en rond Amsterdam heb ik al vele klassieke schepen getransformeerd tot woonschepen. Ook krijg ik veel opdrachten voor aanpassingen, kleinere verbouwingen en onderhoud van schepen en bootjes. Een kleine selectie daarvan kunt u zien op mijn website, die kan u makkelijk vinden als u mij googelt, C. van Bergeijk. Meestal werk ik op locatie maar voor het verfijndere timmerwerk heb ik een werkplaats nodig. Hierbij moet u denken aan bijvoorbeeld een stuurhut, dakramen, deuren, loopplank, karakteristieke Koekoeks en dergelijke. Door de ligging van de Nijverheidslaan nummer 14, aan de Vecht, is dit voor mij een ideale locatie, zeker met de helling voor kleine bootjes naast de deur. Ik kom nu al veel in Weesp en werk vaak samen met meesterschildersbedrijf Berrington en Zoon uit Weesp. Ook Henno helpt mij, af en toe, met zijn expertise in mechaniek en ijzer. Car Casting, Grip on Water en ik zouden goed passen in de visie van de gemeente en een rustige, duurzame buffer vormen tussen de rest van de bedrijven en bewoners. Tenslotte vind ik dat Weesp zijn kleurrijke en unieke burgers en bedrijven zou moeten koesteren om de diversiteit te behouden. Dank u wel voor uw aandacht.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Bergeijk. Dan stel ik nu even voor dat de commissieleden hun vragen kunnen stellen aan de heren. Mijnheer Pfeiffer, ga uw gang. De heer Pfeiffer: Dank u wel, voorzitter. Ik stak als laatste mijn handje op dus ik had niet verwacht dat ik zo snel het woord zou krijgen. Ik wil ten eerste natuurlijk alle insprekers bedanken voor hun plannen, een aantal ken ik daarvan persoonlijk natuurlijk. Wat ik me wel afvraag, we hebben van de heer Van Bergeijk vanmiddag wat informatie gekregen, waaronder visualisatie. Is het mogelijk om een wat uitgebreidere cijfermatige onderbouwing te geven dan wel een ondernemingsplan ter inzage te leggen? De voorzitter: Dank u wel. Wie van de heren wil daar antwoord op geven? De heer H. van Bergeijk: Nou, goed, het lijkt mij het beste dat ik dat doe. Wij hebben het nog niet verder uitgewerkt maar, laten we zeggen, ik heb daar wel ideeën over. U moet het zo zien, die installaties die u ontvangen heeft, dat is een moodboard. ‘…’ ligging ten opzicht van de Vecht. Je ziet de luifel van de horeca, laten we zeggen de broodjeszaak of de patatkraam. Wat zich daarachter afspeelt, bij wijze van spreken, van een plattegrond, die zou ik zo kunnen maken.
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mijnheer ’t Hart, heeft ook zijn hand opgestoken. De heer ’t Hart: Ja, voorzitter, ik heb twee vragen aan de heer Van Bergeijk. Eentje sluit eigenlijk aan bij de vraag van de heer Pfeiffer. Kijk, ik vind het belangrijk dat dat nautisch kwartier, zeg maar, ontwikkelingsgebied, gerealiseerd wordt. U bent ook bij ons in de fractie geweest waar mij toen niet duidelijk is geworden, ik had misschien ook moeten doorvragen maar hoe realistisch uw plan is. Ik hoor u zelf zeggen, ik heb schetsen gemaakt, ik heb een moodboard gemaakt. Maar het is natuurlijk wel voor de gemeente, lijkt mij, van belang om te weten hoe levensvatbaar plan is. Ik heb toen wel gesuggereerd, is er een businessplan? Dus dat is een vraag die ik heb. De tweede vraag is aan u gericht maar ik zal hem ook aan het college richten. U hebt het over eerste recht van koop, wat op zich logisch lijkt. Alleen ik vraag me dan wel af, u bent wel eens met de gemeente in gesprek geweest, heb ik begrepen, maar daar heeft u ongetwijfeld die vraag neergelegd. Wat is daar het antwoord dan van de gemeente op geweest toen u die vraag stelde. Dat waren mijn vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Hart. Mijnheer Van Bergeijk, ga uw gang.
Moment, ik zie mijnheer Snijder nog even, die wil ook nog een … De heer Snijder: Ja, hier een aanvulling op mijn voorganger van, wat is het belang van de gemeente om te weten of het levensvatbaar is? Iemand koopt gewoon een pand en daar gaat hij voor betalen en er is een plan wat ze ermee gaan doen, maar waarom moeten wij ons met de hele business bemoeien? Het lijkt mij meer een zaak van de drie ondernemers dat zij het fatsoenlijk doen en dat zij dus geld verdienen zodat zij de hypotheek kunnen betalen, denk ik. Ik heb even een aanvullende vraag ook van … De heer ’t Hart: Mag ik daar op interrumperen, voorzitter? De voorzitter: Ja, gaat uw gang, mijnheer ’t Hart. De heer ’t Hart: Ik snap het betoog van de heer Snijder wel en ik vind dat eerlijk gezegd ook maar het is natuurlijk wel, ik heb ook gezegd, als je dat plan daar wil realiseren, wat ons na het hart ligt, dan is het wel zaak om te weten van of het inderdaad kans van slagen heeft. Kijk, als het geen kans van slagen heeft ja, dan zou je inderdaad toch naar gegadigden moeten zoeken wie er wel toe in staat zijn. Dus het is meer vraag, dus ik weet … Dat is mijn vraag, eerlijk gezegd. De heer H. van Bergeijk: Nou goed, ‘…’ antwoorden. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer H. van Bergeijk: Ja, anders krijg ik te veel vragen in ene.
Ik zou daar graag als volgt op willen antwoorden; kijk, op mijn plan levensvatbaar is, u moet zich voorstellen, ik ben tien jaar lang huurder van het pand en zit ik in de onzekere situatie zonder dat ik eigenlijk kan doen wat ik wil. Ik heb al twee keer een ontruimingsbrief gehad en dat speelt vanaf 2018. Ik moet zeggen, het is een wonder dat ik dat allemaal overleefd heb. U moet zich voorstellen, als ik zo direct met zijn vieren ben, vier goede ondernemers, dat het alleen maar makkelijker wordt en ik geloof dan ook zeker in mijn toekomst. De plannen zal ik verder uitwerken op het moment dat ik niet constant tegen de muur aanloop, zoals ik het voorheen voelde. Ik heb al geïnvesteerd in plannen maar als het nodig is om nog een prachtige bouwtekening of weet ik wat te overleggen dan doe ik dat met alle liefde.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Snijder: Ik had nog een vraag. De voorzitter: Eerst mijnheer Rahimi nog even. De heer Rahimi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had als eerste mijn hand opgestoken maar ik denk dat het niet helemaal goed ging, maar ik wacht netjes op mijn beurt. Laat ik beginnen met echt volle respect te betuigen vanuit de VVD voor de volharding van de heer Van Bergeijk. Volgens mij komt hij al bijna anderhalf jaar inspreken, zowel fysiek en nu inmiddels ook digitaal. Geen opgever. Dat zien wij graag echt in ondernemers. Wij als VVD staan echt volop dat u mag ondernemen en niet weggestuurd moet worden uit Weesp, maar een belangrijke vraag vind ik wel, dat vinden wij wel vanuit de VVD, we hebben eerder al eens voorgesteld om erfpacht de gelegenheid te geven aan ondernemers die nu ergens zitten in Weesp, nu zit u in een huurpand. Stel dat de raad toch heel goed gaat nadenken en deze mooie ondernemer niet weg wil hebben en hun plannen wil wijzigen en zeggen nou, wij vinden dat u toch moet blijven ook omdat u nautische plannen heeft met andere ondernemers, wat supermooi is. Bent u dan ook van plan om langere tijd te blijven? Ik bedoel niet tot in de eeuwigheid maar wel een langere periode, dat zouden wij in ieder geval mooi vinden als VVD. Dus dat is even mijn vraag. De voorzitter: Ja, dank u wel, mijnheer Rahimi.
Dan krijgt nog een keer mijnheer Snijder ook even het woord en dan … De heer Snijder: Ja, oké. Ik had nog een vraag aan mijnheer Van Bergeijk. Wat was eigenlijk het antwoord van de gemeente op zijn vraag? Niet gewoon nee, maar ook de reden. De heer H. van Bergeijk: Goed, ik zal daar op antwoorden. Kijk, mijn echte eerste officiële verzoek dateert al van kort na 2016 toen de heer Tuning, wethouder Tuning, zei dat hij het terug zou geven aan de ondernemers. Dat ik het wilde kopen heb ik toen al kenbaar gemaakt. Ik heb het zelfs in een letter of interest overlegd aan de betreffende ambtenaar maar goed, in 2018, in december 2018 tijdens de raadsvergadering werd mij duidelijk dat er voor gekozen werd het pand te slopen. Ook toen heb ik aangegeven dat ik het graag zou willen kopen en dat ik zou willen blijven. Maar goed, wat kan ik tegen een raadsbesluit doen als er besloten wordt de Nijverheidslaan nummer 14 sloop- en bouwrijp verkopen. Dan sta je machteloos, dan heeft het eigenlijk geen zin meer om te zeggen van, ik wil iets kopen wat gesloopt wordt. Ik wil het pand zoals het is, ik zie daar potentie in. Zeker voor mijn bedrijf en zoals ik het nou voor ogen heb met de mede-ondernemers. Is dat u … Geeft dat een … De heer Snijders: Ja, dat geeft een beeld van wat er gebeurd is. Dank u wel. De voorzitter: Dan zie ik mevrouw Booij nog. Mevrouw Booij.
Wilt u uw microfoon aanzetten, mevrouw Booij? Mevrouw Booij-van Willigen: Zo, hoort u me nu wel? De voorzitter: Ja, nu wel. Mevrouw Booij-van Willigen: Oké. Ik zat er niet in, in 2018, in de raad, maar ik ben er zo langzamerhand wel achter dat de raad in 2018 een raadsbesluit genomen heeft zonder dat er een bodemonderzoek gedaan was. Er is in 2019 een bodemonderzoek geweest, begrijp ik. Wat is de uitslag daarvan?
De heer H. van Bergeijk: Is dat een vraag die u aan mij stelt? Mevrouw Booij-van Willigen: Nou, ik denk dat u daarbij bent geweest, toch? De heer H. van Bergeijk: Nou, ik zal het sterker vertellen, 1 januari 2019 werd mij de huur opgezegd met ongeveer driekwart jaar en daarin heb ik ontruimingsbescherming aangevraagd omdat ik na driekwart jaar nog steeds geen enkele poging of … Laten we zeggen, er werden geen zaken ondernomen die verband hielden met sloop. Dat was onder andere natuurlijk een bodemonderzoek. Op het moment dat eigenlijk mijn rechtszaak toen de tijd zou dienen, toen is op het verzoek van de gemeente, toen van vastgoed Amsterdam maar dus eigenlijk in naam van de gemeente Weesp, is verzocht om de rechtszaak uit te stellen omdat er nog een bodemonderzoek plaats moest vinden. Toen vervolgens heeft het bodemonderzoek plaats gevonden en een taxatie en een asbestonderzoek en een bouwkundig onderzoek. Toen al die onderzoeken afgerond werden, is drie maanden later mij weer opnieuw de huur opgezegd met naar mijn idee alleen maar om sterker te staan voor een mogelijke ontruiming.
De voorzitter: Zijn er verder geen vragen meer? Dan stel ik voor dat we deze heren bedanken en dat we … De heer Rahimi: Voorzitter, ik had een vraag gesteld, of heb ik mijn antwoord nog niet gehoord? Ik heb een vraag gesteld maar geen antwoord gekregen, kan dat kloppen of … De voorzitter: Ik dacht dat mijnheer Van Bergeijk wel een antwoord … De heer H. van Bergeijk: Sorry, zou u de vraag nog een keer willen herhalen? De heer Rahimi: Mijn vraag was heel concreet, stel dat wij als raad een wijs besluit nemen en zeggen, u mag blijven hier. Bent u van plan ook veel langere termijn te blijven. De heer H. van Bergeijk: Oh, ja, ja, zeker. Die vraag hebben gehoord. Heel simpel, ik ben trouw en loyaal, ik ben vanwege mijn onderneming in Weesp komen wonen, nota bene. Ik ben geen eendagsvlieg, ik zit met alle tegenwind en tegenspoed en noem het maar op, zit ik toch nog steeds in de Nijverheidslaan. Waarom zou ik daar volgend jaar weggegaan? Ik wil daar gewoon oud worden en wil met mijn mede-ondernemers daar iets moois neerzetten. De voorzitter: Oké, dank u wel, duidelijk. Goed, dan dank ik de heren voor hun inbreng en dan ga ik nu naar mijnheer Hansma. De heer Hansma: Ja, goedenavond. De voorzitter: Ja, goedenavond, gaat uw gang. Vijf minuten heeft u. De heer Hansma: Ja, ik zal mijn best doen. Ik had een veel langere brief gestuurd maar ik heb hem geprobeerd in te korten.
Ik wilde wat zeggen over punt 10, de raadsinformatiebrief over de stand van zaken ontwikkeling omgeving Golfbaan. B&W geven aan het principeverzoek af te wijzen omdat de provincie Noord-Holland tegen uitbreiding van het bouwvlak is in verband met verstoring van het weidevogelleefgebied. B&W nemen daarbij, naar mijn mening, zelf geen duidelijk standpunt in. Door de aanvrager is een golfbaan gekocht. Het complete bidboek met een beschrijving van het gekochte en de daarmee samenhangende verplichtingen laat daarover geen enkele twijfel. Daarbij wordt een erfpacht overeenkomst aangegaan tussen de vorige golfbaaneigenaar en de gemeente Weesp waarin dwingende verplichtingen zijn opgenomen ten aanzien van de exploitatie en
de staat waarin de in erfpacht gegeven gronden dienen te worden gehouden. Daarnaast is er een bestemmingsplan waarin is aangegeven, enkel bestemming sport. Desondanks probeert de eigenaar toch het gebruik van de erfpachtgrond te veranderen en het lijkt alsof B&W daar geen bezwaar tegen hebben. Volgens de rib heeft de aanvrager aangegeven de hotelappartementen dan maar binnen het bestaande bouwvlak te zullen realiseren. Alsof dat niet ten koste van de enkel bestemming sport gaat en niet in strijd is met het bestemmingsplan. Ook betekent het dat straks voor ieder sportterrein een bestemming gewijzigd kan worden en bouw van een hotelappartement kan plaatsvinden. Het hele proces van aankoop door de aanvrager van de erfpachtgrond van de golfbaan is … Het hele proces van de aankoop is mij bekend en de werkwijze van de aanvrager geeft blijk van een weloverwogen strategie om willens en wetens eigenaar van de golfbaan te worden. Naar buiten toe zich profilerend als een golfbaanexploitant pur sang maar voor de aankoop al in de structuurvisie gekeken of er eventueel mogelijkheden voor extra bebouwing zijn. Deze structuurvisie praat over kleinschalige toeristische overnachtingsmogelijkheid in de omgeving van de golfbaan. Er staat niet dat dit op de golfbaan gerealiseerd kan worden. De golfbaan heeft die ruimte gewoon niet.
Aanvrager heeft tegen de algemene ledenvergadering van de golfvereniging uitleg gegeven over de bouwplannen. Daarbij heeft hij aangegeven dat de driving range naar de overzijde van de Wetering op het weiland in het bezit van Abbott te zullen verplaatsen, feitelijk naar het beschermde gebied van de weidevogels. Voorafgaand aan verplaatsing diende dan wel allereerst de bouw van de beheerderswoning en de hotelappartementen plaats te vinden. Er moest tenslotte geld verdiend worden alvorens de verplaatsing van de driving range financieel mogelijk was. Heel weinig leden realiseerden zich dat deze belofte waarschijnlijk nimmer ingelost zou worden. Afgezien van de vragen wat de houdbaarheid van de belofte is zal nu de aanvraag zoals in de rib behandeld is, worden afgewezen. De aanvraag wordt nu afgewezen op grond van de aantasting van het weidevogelgebied. Een driving range midden in het weidevogelgebied zal op dezelfde gronden worden afgewezen. Verplaatsing van de overdekte driving range is daarmee onmogelijk en inkorten gaat ten koste van de mogelijkheid tot golf en daarmee in strijd met de verplichtingen uit de erfpachtovereenkomst. De bouw van hotelappartementen zal nu moeten plaatsvinden binnen het bestaande bouwvlak. Daarvoor zal het gebouw van de golfprofessional en de huidige driving range verplaatst moeten worden.
Wil de nieuwbouw niet indruisen tegen de erfpachtovereenkomst, dan zal er binnen het bestaande bouwvlak, naast de hotelappartementen, eveneens vervanging van de afgebroken sportvoorzieningen dienen plaats te vinden. Dit nog afgezien van de aanpassing van het bestemmingsplan dat opnieuw gewijzigd dient te worden naar een nog hogere horecacategorie. Een aanvrager heeft in het Weesper Nieuws van 13 januari een stuk laten plaatsen waarin het lijkt alsof de vergunning voor de gewijzigde aanvraag van de bouw van de hotelappartementen al goedgekeurd is en volgend jaar met de bouw begonnen kan worden. Heeft de aanvrager informatie die nog niet openbaar is of is er uitsluitend sprake van stemmingmakerij? Nog afgezien van vragen waar dan al die auto’s geparkeerd moeten gaan worden. Op de toch al overbelaste parkeerplaats of op de golfbaan? Gaat dit dan niet ten koste van de sportgelegenheid? De gemeenteraad heeft in september 2020 besloten klaar te zijn met speculanten rond om woningen en bouwgrond. In de onderhavige kwestie is duidelijk sprake van een projectontwikkelaar. Voor de betreffende grond was bij de koop sprake van de bestemming enkel sport, met sport ondersteunende horeca. Wijziging naar de horeca categorie was al een heel grote tegemoetkoming. Het is misschien ook verstandig om alvast vooruit te kijken.
De gemeente Weesp staat op het punt om op te gaan in de gemeente Amsterdam. Amsterdam heeft al sinds 2017 een overnachtingsbeleid waarbij het uitbreiden van slaapplaatsen slechts onder strikte voorwaarden wordt toegestaan en dan uitsluitend voor deelgebieden waarop bestemming horeca categorie 5 of 6 van toepassing is. Wilt u B&W vooral aangeven een consistente gedrag zijn aan te houden zodat er niet later op basis van gewekt vertrouwen ongewenste situaties ontstaan. Hartelijk dank voor uw aandacht, dit was wat ik zeggen wilde.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hansma. Zijn er nog mensen die vragen willen stellen aan mijnheer Hansma? Nee. Dan dank ik u vriendelijk. De heer Hansma: Prima. 3.
Vaststelling agenda De voorzitter: Dan ga ik nu door naar punt 3 van de agenda, het vaststellen van de agenda. Zijn daar nog … Iedereen ermee eens? TER ADVISERING
4.
Onteigening Bloemendalerpolder II – Voormalig Volkstuincomplex Oude Papelaan Weesp De voorzitter: Goed, dan gaan we door naar punt 4. Ter advisering, de onteigening Bloemendalerpolder II, voormalige volkstuincomplex Papelaan en Weesp. Het voorgestelde raadsbesluit om dus tot onteigening over te gaan. Kunnen we dit als hamerstuk doorsturen of zijn er vragen over? Nee? De heer Rahimi: Voorzitter, Hans, voorzitter, excuus. De voorzitter: Ik zie mijnheer Rahimi of was het een vergissing? De heer Rahimi: Nee, het woord wat ik gebruikte was een vergissing, excuus, maar ik heb wel een vraag. Want, inderdaad, er wordt gesteld om te overleggen. Wat is de kans dat het allemaal inderdaad in een goed overleg gaat en dat dit vrij soepel loopt en dat we bijvoorbeeld geen vertraging oplopen. Is daar kans op? Dat is de vraag die ik heb. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rahimi. Dan ga ik naar mijnheer Keesman. De heer Keesman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb dat natuurlijk gelezen en je vraagt je toch af, hoe is dat nou eigenlijk gegaan? Kan de wethouder daar toch iets over zeggen want de indruk is toch dat deze percelen eigenlijk aangekocht zijn, min of meer, met het oogmerk om daar zoveel mogelijk geld aan te verdienen.
Maar is dat nou zo, is dat nou niet zo? Het is natuurlijk een beetje anekdotisch maar het zou toch een indicatie geven van het verdere verloop van het proces dat is een ding. Dan een ander ding is, stel dat, we begrijpen dus dat de gemeente deze percelen gaat onteigenen en dat betekent dus ook dat ze op een gegeven moment in bezit komen van de gemeente, begrijp ik. Als ik het verkeerd zeg dan hoor ik graag van de wethouder hoe het wel zit. Als ze in bezit komen van de gemeente dan geeft dat ons ook een positie. Dan kunnen we wellicht, kijk, wij hebben altijd gewenst om een positie te krijgen in de Bloemendalerpolder, dat hebben we op een gegeven moment ook gekregen met de timing van de oplevering van de ontsluitingsweg. Wij interpreteren dit als wederom wellicht een positie waarbij wij dus ook de aard van de te bouwen woningen kunnen beïnvloeden en wellicht meer in het sociale segment dan wel het midden huursegment kunnen realiseren. Kan de wethouder daarop reflecteren? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Keesman. Mijnheer Pfeiffer, ga uw gang. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, vanuit onze fractie inhoudelijk weinig bezwaren. Het is volgens mij de tweede onteigeningsprocedure die we doorlopen in de Bloemendalerpolder. Ik wilde ook niet echt ingaan op het onderwerp tot ik de heer Keesman hoorde suggereren dat we een onteigeningsprocedure
gingen inzetten om onze eigen wensen nog even op tafel bij de projectontwikkelaar te leggen. Een onteigeningsprocedure is natuurlijk voor het publiekelijk belang. Wij vertegenwoordigen natuurlijk het publiekelijk belang maar het toevoegen van sociale woningen valt geenszins onder het publiekelijk belang. De heer Keesman: Mag ik even interrumperen, mag ik even interrumperen? De voorzitter: Mijnheer Keesman, ga uw gang. De heer Keesman: Voorzitter, er is bijna geen groter publiekelijk belang dan de realisatie van sociale woningen. Dank u wel. De heer Pfeiffer: Natuurlijk, mijnheer Keesman, en daar ben ik het ook van harte mee eens. Maar dat u in 2012 moeten bedenken toen u de contracten van de Bloemendalerpolder tekende want daar staat alles in. Als wij nu een onteigeningsprocedure gaan inzetten om nog even wat eisjes bij de ontwikkelaar af te dringen dan denk ik dat we onszelf in heel grote juridische problemen gaan verkeren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Pfeiffer. Dan ga ik naar de wethouder toe, mijnheer Vos. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wat voor ligt is een verzoek om te komen tot onteigening en in dit verband is dat het voormalige volkstuinencomplex. Er is een aantal vragen gesteld door mijnheer Rahimi, de vraag of het soepel zal verlopen.
Nou, een onteigeningsprocedure is a priori niet iets wat soepel verloopt want je gaat natuurlijk onteigenen en de eigenaar van de grond die heeft niet onmiddellijk in dat soort situaties het voornemen om te komen tot het verlenen van medewerking. Maar het betekent wel dat er weergegeven is in de manier waarop je op moet treden als gemeente dat je overleg moet voeren, dat je dat overleg moet voeren met het doel te komen tot resultaat en ik ga ervan uit dat de rentmeester die die onderhandelingen normaliter voert, dat die daadwerkelijk probeert dat op een zo zorgvuldig mogelijk en in ieder geval een aan de wet voldoenend overleg zal hebben. Dat is ten aanzien van het verlopen van soepelheid, voorzitter. De heer Keesman vraagt eigenlijk, ja, wie zijn eigenlijk die eigenaren en hebben die dat misschien gekocht met speculatieve bedoelingen? Althans, zo interpreteer ik maar even zijn vraag. Ik weet dat niet, voorzitter, of dat zo is. Maar niet uit te sluiten is, en dat hebben we natuurlijk vaker gezien, dat weilanden in de onmiddellijke omgeving van bebouwde kommen van steden, dat die gekocht zijn, bijvoorbeeld met het doel om daar een volkstuincomplexje te hebben maar misschien ook wel om daar speculatief mee om te gaan van hé, dat zou wellicht eens wat kunnen betekenen voor ons.
Ik ken die eigenaren niet persoonlijk, ik weet niet met welke reden ze gekocht hebben maar ik weet een ding wel, we hebben een overeenkomst gesloten met de ‘…’ partners en in die overeenkomst is opgenomen dat we gemeenschappelijk streven naar de uitwerking van het plan. De uitwerking van het plan, dat is het plan dat we op dit moment aan het realiseren zijn in de Bloemendalerpolder en dat heet Weespersluis. Die uitvoering, die moet worden opgepakt, zeg maar. Daarvoor is het nodig dat de gemeente gaat onteigenen. De bedoeling is niet dat de gemeente de grond dan houdt, dat weet u, dat hebben we al in eerdere onteigeningsgevallen hebben we dat met u gedeeld, de bedoeling is dat dan de grond wordt overgedragen in de richting van de ‘…’ zodat dit straks onderdeel gaat uitmaken van het gehele gebied. Voorzitter, ik denk dat ik daarmee alle vragen heb beantwoord en, analoog aan datgene wat we eerder hebben besloten, stel ik u graag voor om dit voorstel te accepteren en aanvaarden. Dank. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Vos. Zijn er nog aanvullende vragen? Dan vraag ik … Mijnheer Rahimi, nogmaals.
De heer Rahimi: Ja, dank u wel, voorzitter. Nee hoor, ik weet hoe het is, dank u wel voor uw uitleg. Dank voor de uitleg van wethouder Vos. Kijk, het punt is, ik ben nu erg … Wij zijn erg gefocust op het punt, vooral het 840e huis, totdat die verkocht is een bewoond, als een van de dingen wanneer die ontsluitingsweg er aan komt. Dus vandaar dat alles wat met Weespersluis en Bloemendalerpolder te maken heeft en qua tijdslijn, dat wij vragen hebben over vertraging en dergelijke. Dus vandaar dat we daar zo op gespitst zijn. Maar dank voor het antwoord. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rahimi. Dan stel ik voor, kan dit door als hamerstuk naar de raad? Ja, goed, dan gaan we het noteren. Hamerstuk. 5.
Verordening tot wijziging van de Verordening Parkeerbelastingen 2021 De voorzitter: Dan gaan we naar punt vijf, verordening tot wijziging van de verordening parkeerbelastingen 2021. Wie wil daar iets over zeggen of kunnen we hier ook allemaal mee instemmen? Mijnheer Van der Vlies, ga uw gang. De heer Van der Vlies: Ja, op zich … De voorzitter: Mijnheer Van der Vlies, u bent weggevallen. Even uw microfoon weer aan. De heer Van der Vlies: Mijn excuus, ik heb dubbelgedrukt. Dus ja, dan gaat hij aan en weer uit, dat moet je natuurlijk niet doen. De PvdA heeft absoluut geen moeite met het aanpassen van de verordening, het is een foutje, dat is heel duidelijk en het zou raar zijn om nu opeens rond het winkelcentrum mogen wij niet betaald parkeren te hebben. Dat ook dan de tijdvakken waarop betaald moet worden gelijk worden getrokken vinden we ook logisch. We hebben echter wel een vraag bij de 25.000 extra aan inkomsten. Het is ons een beetje onduidelijk, waar is dat nu ten opzichte van? Van de huidige inkomsten of van de extra inkomsten als er geen parkeergeld zou worden geheven in dat gebied? Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Vlies. Mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben eigenlijk enorm teleurgesteld.
Op 17 september hebben we in de raadsvergadering in de school van de Amstellandlaan ook het parkeren besproken. Zoals wellicht iedereen zich kan herinneren heb ik toen best wel een lans gebroken voor de mensen die het niet zo breed hebben en toch een parkeervergunning moeten kopen. Ik heb toen als voorstel gedaan om het in de stadspas te doen maar dat scheen wettelijk niet te kunnen. De wethouder die heeft toen eigenlijk beloofd dat hij zou gaan kijken naar de mogelijkheden die er waren en zou er dus op terugkomen. Wat schetst mijn verbazing, dat er nu een antwoord in de lijst van afspraken is gekomen en zoals ‘ie daar dan staat ben ik echt zwaar teleurgesteld want er staat gewoon; zoals tijdens de commissieraadsbehandeling is meegegeven, biedt de stadspas in wezen geen uitkomst. Voorts is onderzocht of er alternatieven zijn. Maar deze zijn gelet op de harmonisatie met de Amsterdam maar ook het korte tijdsbestek waarbinnen deze tegemoetkoming van kracht zou zijn, namelijk tot de bestuurlijke fusie, is er binnen de begroting en ook binnen de bestaande capaciteit geen ruimte gevonden. Daarmee wordt deze toezegging als afgehandeld beschouwd. Nou, ik was echt flabbergasted. Ik was toch in de raad heel duidelijk dat ik voorstander was, als daar iets mee zou gaan gebeuren. Dat heeft de wethouder ook gewoon beloofd, dat hij daarnaar zou kijken.
Om dan een antwoord te krijgen in drie zinnetjes van; er is geen capaciteit en weet ik veel, ja, ik ben heel benieuwd hoe de wethouder hier op gaat reageren want ik ben eigenlijk … Ik weet niet hoe ik hier verder mee om moet gaan. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Booij. Dan ga ik naar de wethouder toe. Mijnheer De Lange, ga uw gang. De heer De Lange: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zit een beetje te dubben want mevrouw Booij die refereert naar een reactie op een toezegging. Daar wil ik best nu op reageren maar ik zit even in dubio, is dat dan hier de plek of later in de agenda? Mevrouw Booij-van Willigen: Voorzitter, even ter interruptie, het gaat over de parkeerverordening, daarom heb ik hem erbij gepakt. De heer De Lange: Ik wil daar best nu op reageren, het gaat inderdaad over de parkeerbelasting. Kijk, we hebben in reactie op de vraag die u hebt gesteld de mogelijkheden onderzocht. Dan ga je ook, in het geval van de gemeente Weesp, ook kijken van wat blijft er van beleid overeind op het moment dat je gaat fuseren. We zitten nu vijf voor twaalf voor de fusie en als wij, om het even makkelijk te houden, vanaf 29 maart, zeg 1 april beginnen met het betaald parkeren dan hebben we een klein jaar tot de bestuurlijke fusie met Amsterdam. Amsterdam kent dit niet en daarmee zal er dus ook direct een streep door deze maatregel gaan. Dus dan beloof je de kleine portemonnee iets, waarvoor wij ook geen aanknopingspunten verder zagen, waar direct een streep doorheen gaat. Dat is in die zin de reactie. De opmerking over capaciteit die is wel degelijk van belang, zeker in de tijd waar we nu leven met corona.
We merken dat de organisatie zwaar onder druk staat. Dat is geen, dat behoeft geen medelijden in die zin maar dat is wel de realiteit waar wij als college ook dagelijks mee te maken hebben. Ik vind het vervelend dat u teleurgesteld bent, want u had een ander antwoord verwacht. Wij hebben er serieus naar gekeken maar wij zien in de huidige afspraken, beleid, geen aanknopingspunten om dit langdurig voor de kleine portemonnee, om dat maar even zo te bestempelen, te organiseren. Dan, ten aanzien van de vraag van de heer Van der Vlies over de € 25.000. Wij hebben u in de begroting voor 2021 een raming gepresenteerd, zeg maar de zogenoemde business case. Inderdaad, dit was daar niet in meegenomen, het is € 25.000 boven op de business case en zoals aangegeven wordt dit verwerkt in de P&C producten die er aankomen. Voorzitter, ik hoop hiermee alle vragen te hebben beantwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder De Lange. Ik zie een handje nog bij mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja, natuurlijk, voorzitter, wat ik wil nog graag even reageren.
Ik ben eigenlijk nog erger teleurgesteld dan in de eerste ronde want tijdens die raadsvergadering heb ik toch heel duidelijk laten merken dat het voor mij persoonlijk toch een heel groot goed was en dat ik het dan heel toevallig lees in de lijst van afspraken en toezeggingen en dat het niet gewoon gecommuniceerd is voordat dit op de agenda kwam, de verordening, dan denk ik, hoe is het nou in godsnaam mogelijk als je toch weet dat een raadslid dat heel belangrijk vond een je geeft als wethouder je toezegging en dat je daarnaar gaat kijken en dat je naar een oplossing gaat zoeken. Dat je dan met dit antwoord komt, ja, voorzitter, ik weet niet goed wat ik er mee moet. Het is voor mij ook geen hamerstuk, ik neem het mee terug naar mijn fractie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Booij. Verder niemand meer? Dan gaan we dit dan als bespreekstuk doorsturen naar de raad. 6.
Investeringskrediet aanloopkosten uitbreiding betaald parkeren De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende punt op de agenda, dat is nummer 6, investeringskrediet aanloopkosten uitbreiding van betaald parkeren. Een beetje aansluitend op het vorige. Mijnheer Van der Vlies, ga uw gang. Mijnheer Van der Vlies.
De heer Van der Vlies: Dank u wel. Ja, mijn microfoon wilde niet aan. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, het gaat om een technische aanpassing, als we het goed begrijpen dus op zich hebben we daar niet veel moeite mee, maar we hebben nog wel een vraag over het bedrag wat genoemd wordt van € 390.000. Wij snappen niet helemaal waar dat vandaan komt. In de kadernota 2021 en in de begroting 2021 staan opstartkosten, zijn de € 284.000 en dan nog een jaarlijkse kostenpost van € 272.000. Dus waar dan die 390.000 vandaan komt, snappen wij even niet. Misschien is het heel simpel maar daar zouden we graag uitleg over hebben. Dan nog een tweede vraag, en dat kan best komen dat dat voortkomt uit het feit dat ik niet goed heb opgelet maar in de kadernota wordt nog gezegd dat de voorbereidings- en investeringskosten door Amsterdam zullen worden voorgefinancierd en daar zie ik nu niets meer van terug. Is dat nu van de baan, begrijp ik dat goed? Dat was het, mijnheer de voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Vlies. Mevrouw Booij. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, ik had eigenlijk dezelfde vragen want ook ik, wij hebben het ook nog in de informatieavond erover gehad, ik heb daar toen nog vragen over gesteld omdat Amsterdam de opstartkosten zou betalen wat in mijn ogen eigenlijk logisch was omdat zij ook het vruchtgebruik hebben.
Dus ik sluit me aan bij de vragen van de PvdA. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Booij. Dan ga ik naar wethouder De Lange. De heer De Lange: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, wij hebben … Dank voor de vragen, want u verwijst naar de kadernota maar wij hebben juist door de oplettendheid van de PvdA fractie rondom de begrotingsbehandeling van 2021 heeft u een aantal vragen gesteld waar wij ook op hebben gereageerd. Daar zijn we er inderdaad achtergekomen dat de inkomsten dubbel waren meegeteld. Wij hebben u toen ook in de schriftelijke beantwoording op die vragen hebben wij u dit ook aangegeven dat wij dit investeringskrediet op deze manier zouden gaan repareren en dat dan gaan meenemen. Daar staat die € 390.000 ook genoemd dus die komt uit beantwoording op uw vragen, in die zin. Het is inderdaad zo dat Amsterdam die kosten wel voorfinanciert alleen, dat zie ik eigenlijk in de uitvoering over dit hele dossier, Weesp is nog steeds een autonome gemeente en dat brengt zo de nodige uitdagingen met zich mee waar het gaat om bypasses leggen, ICT et cetera. Dus wij moeten wel op die manier dit besluit nemen maar er staat ook heel duidelijk in het voorstel dat de lasten die liggen ook in Amsterdam.
Die komen in de begroting van 2022 dus in de eerste drie maanden van ’22 zal u die zeker terug zien komen in de kleine Weesper begroting, om het maar zo even te noemen, maar de rest valt echter door naar Amsterdam. Dus het voorfinancieren van Amsterdam, daar is zeker nog sprake van, alleen dit was dan de manier om het te regelen. Die beantwoording daarvan, die kunt u daar ook terugzien, de reden waarom we hiervoor hebben gekozen, in de schriftelijke beantwoording op de vragen van de PvdA. Daarmee hoop ik de vragen in ieder geval te hebben beantwoord maar, voorzitter, ik zou graag ook nog een extra aanvulling willen doen want we hebben dat ook in alle stukken aangegeven, dat staat ook in dit raadsvoorstel, dat wij u zullen informeren op het moment dat de kosten toenemen. Zoals ook net aangegeven is het voorliggende investeringskrediet, gaat het uit van de bekende stand van de kosten van, ik meen, oktober 2020 en dat bedrag, dat ziet u ook terug, zoals ik net al aangaf, in de beantwoording op de vragen van de PvdA. Maar we zien toch dat naarmate het moment van invoeren dichterbij komt, dat er meer kosten moeten worden gemaakt om dit uitbreiden van het betaald parkeren te gaan realiseren. Op dit moment is het dan ook de verwachting dat er nog 200-€ 250.000 aan extra kosten moeten worden gemaakt.
In het uiteindelijke overzicht zullen wij bij de financiële monitor een kadernota aan u laten zien waarbij ik overigens wel weer dezelfde opmerking maak als zojuist, die staat ook in het raadsvoorstel, dat de kapitaallasten pas in 2022
vallen. Voorzitter, dat is een opmerking die ik even ook moest maken ook in het kader van de financiële verordening die wij natuurlijk met elkaar gewoon hebben. Ik hoop dat u daar begrip voor hebt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder De Lange. Mevrouw Booij, ik zie uw handje nog steeds staan. Klopt dat of … Mevrouw Booij-van Willigen: Sorry, voorzitter, ik zal het weghalen. De voorzitter: Kan dit stuk door als hamerstuk? Ja? Dan gaan we dat doen. Punt 6 van de agenda gaat door als hamerstuk. 7.
Tweetal concept reacties op brieven ontwikkeling Achtergracht De voorzitter: Dan gaan we naar punt 7, een tweetal concept reacties op brieven over de ontwikkeling op de Achtergracht. Zijn daar nog? Mijnheer Boom, ga uw gang. De heer Boom: Ja, voorzitter, even in het kort en helder. Ik ben tevreden met de concept reacties op de brieven van de ontwikkeling van de Achtergracht. Ik hoop echter wel dat het snel gebeurt. Dus dat als de bewoners van Singel worden uitgenodigd, dat ze dan niet maanden moeten wachten maar dat daar echt een vaart achter zit want het is best problematisch wat ze daar meemaken doordat het nog steeds daar heel laag is. Het is echt heel vervelend. Dus ik hoop dat het college of degene die daar over gaat, daar echt vaart mee maakt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Boom. Mijnheer Pfeiffer, ga uw gang. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik verslik me net, zal je net zien. Voorzitter, ten eerste wil ik natuurlijk het college bedanken voor de concept reacties. Zeker als we naar de voorzijde kijken van het winkelcentrum, dus aan de Achtergracht, ligt er wat mij betreft een zeer goede conceptreactie waarbij ook naar mijn idee goed geluisterd is naar de inbreng die gegeven is vanuit de briefschrijvers.
Bijvoorbeeld wat betreft de Achtergracht ‘…’ achterkant van de Achtergracht, dus de achterkant van het winkelcentrum, de Singelbewoners zou ik het volgende willen meegeven; ik ben met een andere hoedanigheid, heb ik deelgenomen aan de informatieavonden en dat is al weer heel lang geleden, een aantal jaar geleden toen de bouw van het winkelcentrum werd opgestart toen er nog sprake was van een parkeergarage en later een parkeerdek. Dat was in de eerste plannen helemaal niet het geval en daar waren de bewoners ook eigenlijk helemaal niet zo blij mee dat een parkeergarage onder werd veranderd in een parkeerdek boven op want ze hebben toen op die informatieavonden ook hun bezwaren kenbaar gemaakt. Bij monde van Skope Vastgoed, die toen de ontwikkeling van het winkelcentrum deed en de bouw van het winkelcentrum, is altijd bezworen dat de bewoners geen overlast zouden krijgen van de verandering en dat is zo hard gezegd. Ik heb mijn aantekeningen erop nagekeken, en ik heb die aantekeningen gelukkig nog, maar is bezworen dat de bewoners geen overlast zouden hebben. De toenmalige wethouder heeft daarnaast ook gezegd dat als er problemen waren de gemeente altijd die zou proberen op te lossen. Daarmee werd het hele proces eigenlijk glad getrokken waarmee de bouw van het winkelcentrum zonder al te veel weerstand kon doorgaan.
Dat is overigens nog los van het akkefietje met de fietsenmaker die er eigenlijk ook bij hoorde en later er afgeknipt is waardoor het parkeerdek ook weer anders is komen te liggen. Maar ik vind het wel heel belangrijk om dit mee te geven aan het college dat namelijk een voorgaand college, en we weten natuurlijk tegenwoordig allemaal met de toeslagenaffaire hoe politieke verantwoordelijkheid zich verder draagt, toezegging heeft gedaan aan de bewoners dat zij voor de bewoners zouden opkomen op het moment dat er problemen waren. Dus wat
onze fractie betreft zijn de brieven prima, is het initiatief prima maar op het moment dat er problemen blijken en de ontwikkelaar niet genegen is die problemen op te lossen, staan wij als fractie aan de kant van de bewoners en vind ik ook dat het college alle recht heeft om te kijken wat ze kunnen afdwingen om toch die maatregelen mogelijk te maken want het is gewoon beloofd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Pfeiffer. Dan ga ik naar mijnheer ’t Hart. De heer ’t Hart: Ja, voorzitter, op zich ook akkoord met die twee brieven. Wel een kanttekening, ik hoorde de heer Boom net inderdaad ook zeggen, zo snel mogelijk met die bewoners. Ik lees na drie maanden en mijn vraag was er eigenlijk op gericht van goh, kan je niet een soort eerste gesprek hebben met de bewoners om te kijken en met de ondernemer van goh, waar staan we nu en welke afspraken maken we. Na een zekere periode een evaluatie houden wat er van die afspraken terecht is gekomen. Er zitten een aantal punten in die mij, en dan begrijp ik wel uit het verhaal van de heer Pfeiffer, die mij toch wel enig zorgen baren, dus ik zou eerlijk gezegd dat gesprek eerder doen. De tweede brief, en daar worden een aantal opmerkingen gemaakt, onder andere over zwerfvuil en de glascontainer en de plastic container.
Nou, ik moet zeggen, ik ben dagelijks, nou dagelijks is misschien een groot woord maar ik kom regelmatig bij de Albert Heijn daar en het is wel, misschien komt het ook omdat de situatie nog niet klaar is maar bij die bakken, het is echt een kolerebende zo af en toe en ik heb een paar keer ook al gebeld over die plastic container. Nou ja, je kunt wel blijven bellen maar het heeft op zich geen, naar mijn idee, het is niet altijd even nuttig. Dus ik denk toch dat het GAD daar wat strakker op moet worden aangesproken. Ik kom straks wel bij de RIB brief terug over de plasticzakken. Maar dit wilde ik in eerste instantie even kwijt, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Hart. Ik heb even tussendoor een vraag aan degene die hun vraag gesteld hebben maar het handje er nog staat, of ze dat even weg willen halen, alstublieft. Dan ga ik nu naar de heer Keesman. De heer Keesman: Ja, dank u wel, voorzitter. Even toch procedureel, wij hebben deze brieven op de agenda laten zetten. Normaal gesproken dacht ik ook dat wij dan eerst het woord krijgen. Maar goed. De voorzitter: Oh ja, neem me niet kwalijk, ja. De heer Keesman: Nou ja, dat zult u zich misschien ‘…’. Maar goed, ik kan een heleboel van wat mijn voorgangers hebben gezegd, onderschrijven.
Kijk, de reden dat wij dit op de agenda hebben laten zetten, is ons gevoel van Weesp heeft er twee heel mooi voorzieningen bij, de Albert Heijn en de Vomar, maar het kan niet zo zijn, en dat heeft de heer Pfeiffer ook heel goed verwoord, dat de omwonenden daar onnodige hinder van hebben. Dat hebben wij ook toegezegd en simpelweg, dat kan niet gebeuren. Dat is onze gedachten erbij. Dan hebben we deze twee brieven. We hebben dat ook gecheckt bij de mensen die het betreft van, wat vindt u daar nou van? De bewoners van de Achtergracht zijn er in het algemeen content mee, ook met het proces richting hen want het is ook zo dat zij dan contact hebben met een ambtenaar en het is waarneembaar dat die zijn best doet om ook de mening van de bewoners mee te nemen. Dat blijkt ook uit de brief. Eén punt wat in de brief staat wat ik ongelukkig geformuleerd vind is, dat gaat dan over die 25 m handhaving en dan staat daar, de gemeente zal de uitbater hier nog eens op aanspreken, over dat zwerfvuil in een straal van 25 m. Dat is niet ons idee van handhaving. Wij waren blijer geweest met de formulering; de gemeente Weesp zal deze zorgplicht vanaf nu naar behoren handhaven. Dat is wat wij willen aan beide kanten van het complex. Eigenlijk, in zijn algemeenheid, ondernemers die moeten hun straatje binnen een straal van 25 m schoonhouden, punt. Dat is niet er nog eens op wijzen. Maar ja, dat dus.
Dan krijgen we de achterkant, daar is ook al het nodige over gezegd. Wij hebben vragen over die conceptbrief. Ten eerste schrijft u, ook de
groenblijvende beplanting van de gevels van de nieuwbouw is tot uw tevredenheid uitgevoerd. Dat is simpelweg niet conform de werkelijkheid, dat is niet uitgevoerd. Ik weet niet waar u dat vandaan haalt, dat u dat misschien op een of andere manier gelezen heeft in die brief van de bewoners, dat is niet uitgevoerd. Dat is ook echt een taak van de projectontwikkelaar, dat moet gebeuren. Daar moet die projectontwikkelaar ook aan gehouden worden. Nou, dan zegt u, de gemeente is bereid een bemiddelende rol te spelen tussen de bewoners van de Singel en de ondernemer. Een vraag, wie bedoelt u dan eigenlijk met die ondernemer? Is dat de projectontwikkelaar of is dat de AH en de Vomar? Vervolgens schrijft u, het college stelt voor om drie maanden na gebruik de situatie te evalueren. Ja, wat betekent die evaluatie, dat is een, met een tweede, en daar hebben de vorige sprekers ook op gewezen, het is volstrekt duidelijk dat er nu al grote problemen zijn met die hellingbaan. Je hebt daar inkijk, je hebt er luchtverontreiniging, je hebt er geluidsoverlast en er wordt rommel over de helling naar beneden gegooid in die tuinen. Daar hoeven we niet nog eens drie maanden op te wachten. Na drie maanden zal die situaties zijn verslechterd want er komen nu eenmaal meer auto’s als die Vomar ook open is.
Met andere woorden, het heeft helemaal geen zin om drie maanden te wachten, ga naar die bewoners toe en, ik sluit me volledig aan bij het verhaal van de heer Pfeiffer, wij hebben met z’n allen de verantwoordelijkheid om te zorgen dat die bewoners daar geen last van hebben. Hoe dat linksom of rechtsom tot stand komt dat is een tweede, het liefst samen met de ondernemers maar dat is voor ons wel de randvoorwaarde van dit verhaal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Keesman. Dan ga ik naar mevrouw Hilders. Mevrouw Hilders-van de Wetering: Ja, dank u wel, voorzitter. Er is al zoveel gezegd, als laatste heb je niet meer zo heel veel meer te zeggen behalve dat we het kunnen voorstellen dat het heel erg irritant is als je dingen beloofd zijn en het uiteindelijk zo anders uitgevoerd gaat worden. U stelt dat u na drie maanden wilt evalueren. Ik neem aan, na drie maanden nadat de Vomar geopend is, dat begreep ik tenminste een beetje eruit. Nou, misschien kunt u nog even zeggen of dat inderdaad zo is. Wat u misschien wel begrijpt uit al onze vragen, is dat wij ook graag in de commissie op de hoogte gehouden worden. Dus dat we niet weer afhankelijk zijn van vragen en brieven van gemeenteleden, maar dat u zelf vertelt hoe het gesprek verdergaat en of de oplossingen geslaagd zijn. Dat is eigenlijk onze vraag, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hilders.
Wie mag ik hier het woord over geven vanuit het college? De heer Vos: Aan mij alstublieft, voorzitter. De voorzitter: Ja, mijnheer Vos, gaat uw gang. De heer Vos: Dank u wel. In algemene termen, maar niet zozeer laten we zeggen op detailniveau, maar in algemene termen beluister ik dat uw raad met deze twee conceptbrieven vindt dat we ten aanzien van datgene wat er gebeurt aan de Achtergracht behoorlijk bezig zijn voor wat betreft beplanting, dan heb ik het over bomen, voor wat betreft de toezeggingen die we doen in de richting van de burger om het daar zo goed mogelijk de bewoner zo goed mogelijk te maken, omdat we dat – en dat merk ik dan ook van de zijde van uw commissie – in het verleden hebben afgesproken. Datgene wat we afgesproken hebben, dat moeten we in feite nakomen. Ik ken de precieze toelichting, of de toezegging niet die van de zijde van het vorige college is gedaan met betrekking tot een zorgplicht, maar u moet zich voorstellen dat wij – en dat merkt u ook in de teneur van de brieven die we gestuurd hebben – zoveel mogelijk tegemoet willen komen aan datgene wat bewoners signaleren. Dat is: we hebben last van zwerfvuil, we hebben last van de parkeersituatie, in het bijzonder parkeerdek en mogelijk dan nog meer gedetailleerd de bewoners van de Singelstraat, en daar zouden we oplossingen voor moeten vinden. De rest tussen aanhalingstekens beschouw ik als: hoe gaan we
daar dan op een zorgvuldige manier en een goede manier mee om? Want u moet zich voorstellen wanneer van de zijde van mevrouw Hilders wordt gevraagd: wanneer begint nou precies de drie maanden? In die brieven kunt u ook waarnemen dat we dat natuurlijk een beetje afhankelijk stellen van de zijde van corona. Het gaat niet zozeer om echt drie maanden, het gaat natuurlijk veel meer om het feit dat je gaat evalueren en dat je daar binnen een redelijke termijn die evaluatie gaat oppakken. Ik snap ook de vraag van de zijde van mijnheer Keesman die zegt, of, van mijnheer Pfeiffer en trouwens, mijnheer ’t Hart ook: wanneer gaan we zo snel mogelijk dat doen? Nou, u moet zich voorstellen dat wij daar natuurlijk alle activiteiten van de zijde van onze omgevingsmanager eraan zullen wijden dat daar, laten we zeggen, een goede doorloop is in de activiteiten die moeten worden opgenomen. Bovendien geeft een bepaalde mate van evaluatie tijd ook de mogelijkheid voor partijen die er nu zitten – en of dat nou de Albert Heijn is, of de Vomar die er nog niet zit – maar die kunnen zich dan van hun goede kant laten zien en die kunnen dan ook op het moment dat die bepaalde periode in acht wordt genomen, die kunnen dan in die periode laten zien dat ze van goede wil zijn. Ten aanzien van het groen dat nog niet is uitgevoerd moet ik u zeggen dat wij wachten op het plantseizoen.
Het klinkt misschien gek, maar het is iets waar we rekening mee moeten houden. Ten aanzien van bepaald vuil, dat zwerfvuil, moet u zich ook voorstellen, we zijn natuurlijk … De heer Keesman: Een interruptie, voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Keesman, een interruptie. Ga uw gang. De heer Keesman: Ik hoor een heleboel dingen die gewoon niet conform de werkelijkheid zijn. De wethouder zegt: gaan we wachten op het plantseizoen. U hoeft die planten niet aan te planten, dat moet de projectontwikkelaar doen. Dat staat ook in de stukken. En een ander punt is, die evaluatie. U zegt: dan moeten we ze tijd geven om zich goed te gedragen. Maar het lijkt alsof u ervan overtuigd bent dat er op dit moment nog helemaal geen probleem is. Maar ik denk dat de teneur van zo ongeveer alle bijdragen die we hebben gehoord is dat er nu een probleem is en dat we dus ook meteen aan de slag kunnen om het op te lossen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Keesman. De wethouder. De heer Vos: Voorzitter, ten aanzien van zwerfvuil zijn we natuurlijk bezig met ondergrondse oplossing en daar moeten we natuurlijk even op een zorgvuldige manier mee omgaan en kijken of daar ook een oplossingsrichting zit. Voorzitter, daar wil ik het graag bij laten. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Vos. Mijnheer Pfeiffer, ga uw gang. De heer Pfeiffer: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, ik hoor … Dat is even voor het nageslacht, voor de notulen even een puntje, is dat ik hoor de wethouder zeggen: dat zijn toezeggingen gedaan door het vorige college. Dat is niet zo, dat is een toezegging gedaan door het college, ik heb het even nagezocht, in maart 2014 aan de bewoners. Dan hebben we dat in ieder geval op band staan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Boom. De heer Boom: Voorzitter, ik wil nog even benadrukken dat ik het volledig eens ben met het vorige betoog van mijnheer Pfeiffer, dat in dezen de belangen van de mensen die op het Singel wonen, dat daar heel goed recht aan gedaan wordt door het college. En inderdaad, stroop de mouwen op en laat de ondernemers – zeg: degene die daar bouwt – er niet mee wegkomen. Dat was het, dank u.
De voorzitter: Dank u wel. Even kijken of ik nog andere handjes zie. Nee, … De heer Keesman: Jazeker, voorzitter. Ik weet niet of het doorkomt, maar … De voorzitter: Nou, ik ... Nee. De heer Keesman: Maar goed, ik wil wel graag het woord. De voorzitter: Oké, ga uw gang. De heer Keesman: Nou ja, voorzitter, wij zijn van plan om een amendement in te dienen op deze tweede brief aan de Singelbewoners om dus die termijn van drie maanden eruit te halen. Want wat ons betreft kunnen we meteen aan de slag en als ik de medecommissieleden goed beluister is men het daar wel over eens. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nou, dan gaat punt 7 verder op de agenda als bespreekstuk voor de raad. TER BESPREKING 8.