CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Sociaal Domein Q3Q4 2020

Commissie WZ 8 april 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Monitor Sociaal Domein Q3Q4 202021.867 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit heeft geleid tot meer hulpvragers en meer contactmomenten per hulpvrager. De medewerkers van de mantelzorgondersteuning onderhouden regelmatig mailcontact met de hulpvragers om adviezen uit te wisselen en te monitoren hoe het gaat. Om nog meer mantelzorgers te bereiken die wellicht nog niet in beeld zijn bij de Versa is een laagdrempelige mantelzorginloop opgericht. Tot op heden kwamen er gemiddeld 4-7 bezoekers op af. Mogelijk heeft de corona-crisis een invloed op het aantal bezoekers. Ook het Alzheimercafé, wat gemiddeld 25-55 bezoekers ontvangst, zag in 2020 het aantal aanmeldingen drastisch teruglopen. Om toch in contact te blijven met inwoners wordt over een andere invulling van de ondersteuning nagedacht.

2

https://www.nivel.nl/nl/nieuws/mantelzorgers-van-mensen-met-dementie-zwaarder-belast-sinds-de-coronacrisis

22

Stimuleren vrijwilligerswerk Sinds de coronacrisis meldt zich een nieuwe groep aan als vrijwilliger. Dit gaat op voor meerdere organisaties, zoals de Vrijwilligerscentrale, Maatjesproject en HandjeHelpen. Veel oudere vrijwilligers voelen zich door de coronacrisis en de besmettingsrisico’s onprettig bij face-to-face contacten en maken even pas op de plaats. Deze instroom van tijdelijke vrijwilligers is hierdoor zeer wenselijk. Inwoners zijn niet altijd bekend met de diverse organisaties in Weesp die vrijwillige hulp bieden. Om inwoners te weg te wijzen heeft het Netwerk Vrijwillige Hulp heeft een folder en website ontwikkelt. De folder is in een aantal wijken uitgedeeld, heeft in het Weespernieuws gestaan en wordt door het team uitvoering gebruikt om inwoners verder te helpen. Inwoners weten de Vrijwillige Klussendienst echter zeer goed te vinden. De Vrijwillige klussendienst heeft in de tweede helft van het jaar opnieuw fors meer diensten aangeboden (286 t.o.v. 178 in Q1Q2). Dit betrof veelal boodschappen en voedselbankpakketten bezorgen. Deze stijging kan verklaard worden door het feit dat inwoners vanwege een besmetting in quarantaine moeten en daardoor geen boodschappen kunnen doen. Ook kwetsbare mensen en inwoners die ziek zijn geweest zijn niet altijd in staat om zelf naar de supermarkt te gaan. Versa ondersteunt hierbij.

23

Hoofdstuk 2. Preventie en algemene voorzieningen Preventie is een rode draad binnen het sociaal domein. Door vroegtijdig lichte vormen van ondersteuning te bieden, willen we voorkomen dat inwoners hun zelfredzaamheid verliezen en zwaardere ondersteuning nodig hebben. We zetten daarom in op vroegsignalering en preventie. Denk bij vroegsignalering bijvoorbeeld aan een thuishulp die signaleert dat een oudere vergeetachtig wordt of een maatschappelijk werkster die opmerkt dat een cliënt zijn of haar post niet meer openmaakt. Preventieve activiteiten worden vaak aangeboden in de vorm van ‘algemene voorzieningen’. Algemene voorzieningen zijn diensten of activiteiten die toegankelijk zijn zonder indicatie of uitgebreide toegangstoets, zoals koffieochtenden in een buurthuis, maar ook een vrij toegankelijk administratiespreekuur door vrijwilligers of activiteiten in een jongerencentrum. Dit zijn vaak diensten of activiteiten die door een welzijns- of vrijwilligersorganisatie worden georganiseerd, meestal voor specifieke doelgroepen.

Doelstellingen: • Ervoor zorgen dat inwoners, professionals en vrijwilligers vroegtijdig (potentiële) problemen kunnen signaleren en weten wat zij moeten doen • Ervoor zorgen dat algemene en individuele voorzieningen beter aansluiten en waar mogelijk gecombineerd worden • Vergroten van het gebruik van algemene voorzieningen door deze beter te laten aansluiten op de behoefte van inwoners • Doorvoeren van preventief gezondheidsbeleid op basis van gezondheidspeilingen 2.1 Ervoor zorgen dat inwoners, professionals en vrijwilligers vroegtijdig (potentiële) problemen kunnen signaleren en weten wat zij moeten doen Het oplossen van een probleem, of het wegnemen van een risico op een potentieel probleem, begint met vroeg signalering. Om te kunnen signaleren is het van belang om inwoners, professionals en vrijwilligers handvatten te bieden voor het herkennen van signalen van potentiële problemen. Naast training geven over signaleren van risico’s om potentiële problemen te voorkomen, gaat het ook om voorlichting geven aan bepaalde inwoners, waarvan we ondertussen weten of uit onderzoek blijkt dat een potentieel probleem daar kan ontstaan. Wanneer een inwoner, organisatie of vrijwilliger niet in staat is om zelf het risico weg te nemen, moet er een duidelijke plaats zijn waar signalen gemeld kunnen worden.

Inmiddels zijn inwoners en maatschappelijke partners ervan op de hoogte dat zij kunnen melden bij het sociaal wijkteam en bij de Jeugd- en Wmo-consulenten. Preventieve huisbezoeken (PHB) Vrijwilligers van de groep Preventieve Huisbezoeken benaderen elk jaar inwoners van 75 jaar voor een huisbezoek. Het doel van het preventief huisbezoek is om ouderen te informeren en de behoefte te signaleren om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen in de eigen vertrouwde omgeving. Hiervoor wordt onder andere gebruik gemaakt van een vragenlijst. Wanneer de vrijwilligers signaleren dat er ondersteuning nodig is, verwijzen zij door naar de consulent van Versa. In Weesp bestaat een uitgebreid aanbod aan diensten en voorzieningen waar senioren over geïnformeerd worden. De vrijwilligers laten na het bezoek een informatiemap achter over voorzieningen die beschikbaar zijn. Versa biedt daar waar nodig leun- en steuncontacten aan door hen regelmatig te bezoeken en bekijkt of er verdere hulp nodig is. Het was lastig dit jaar om de huisbezoeken af te leggen bij 75-jarige senioren. Alleen in de maanden dat er een mildere lockdown was zijn de huisbezoeken doorgegaan. In totaal zijn er van juni tot en met november 41 huisbezoeken afgelegd. Daarmee was de jaargroep 1944 afgerond. In de maanden november en december zijn 22 senioren benaderd die twee jaar terug aangegeven 24

hebben dat ze dit jaar een huisbezoek op prijs zouden stellen. Uit deze gesprekken komt naar voren dat de bezochte senioren bezorgder zijn geworden over de gezondheid en veiligheid van zichzelf en hun dierbaren. Centrum voor Jeugd en Gezin In de tweede helft van 2020 hadden de twee gezins- en opvoedcoaches van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) 374 keer contact met Weespers met vragen over opvoeding, opgroeien, de sociale kaart en het Jeugdsportfonds. Deze inwoners planden een gesprek, stelden een vraag aan de balie, per e-mail, per app of telefoon. Dit zijn geen unieke inwoners; sommige inwoners hebben meerdere keren contact gezocht. De cijfers verschillen niet van het eerste half jaar. Toen is er 377 keer contact geweest. Het totaalaantal contacten voor 2020 komt daarmee op 751. Dat is meer dan in 2019; toen waren er 679 contacten. Hieruit zouden we kunnen opmaken dat de coronacrisis invloed heeft gehad op het aantal contacten; er zijn meer vragen gesteld en contact geweest. Dat geeft het CJG zelf ook aan.

Centrum Jeugd en Gezin 463

500 400

360

369

353

320

353

274

260

300

376

357

198 200

156

150

127

105

131

100 0 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Aantal bezoekers met opvoedvragen (1-3 gesprekken, aan de balie en aanvullend per email Aantal (anonieme) telefonische vragen Aantal emails met opvoedvragen

Grafiek 11 Centrum Jeugd en Gezin – aantal contacten Er kwamen in 2020 131 (anonieme) telefoontjes binnen; 64 in het eerste half jaar en 67 in het tweede half jaar. Dit aantal is lager dan de afgelopen jaren en kan verklaard worden doordat het aantal vragen per e-mail en per app is gestegen. Wij geven deze contactmomenten daarom vanaf 2019 ook in bovenstaande grafiek apart weer. In 2020 zijn er 463 e-mails binnen gekomen; 182 in het eerste half jaar en 282 in het tweede half jaar. Dat is een sterke stijging ten opzichte van 2019. Dat komt waarschijnlijk door de maatregelen in het kader van de coronacrisis; het aantal bezoekers aan de balie nam in 2020 af en was in het eerste half jaar 131 en in het tweede half jaar 25. Activiteiten CJG (Voorveld) Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) organiseert activiteiten in het preventieve voorveld. Bijvoorbeeld de informatiekraam op het Casparus College en het Mamacafé. Daarnaast organiseert het CJG met enige regelmaat een themavond op verzoek op scholen en/of kinderdagverblijven en peuterspeelzalen. Het CJG neemt deel aan verschillende overleggen, bijvoorbeeld in het kader van “Zorg voor het jonge kind” en aan multidisciplinair overleg (MDO) op basisscholen. Medewerkers overleggen met grote regelmaat met schoolartsen, intern begeleiders, POH-GGZ, huisartsen en het Sociaal Wijkteam om gezinnen beter te kunnen helpen.

Het jaar 2020 was een vreemd jaar. Vanwege corona gingen alle fysieke bijeenkomsten niet door en moest het CJG-online gaan werken. Het CJG heeft zo veel mogelijk gesprekken telefonisch gedaan. 25

Daarnaast heeft het CJG zich onder andere beziggehouden met informatie verschaffen aan ouders ten aanzien van corona en kinderen thuis en thuisonderwijs door informatie te plaatsen op de website en informatie naar scholen te sturen. Het CJG heeft zowel in het eerste als in het tweede half jaar van 2020 sociale vaardigheidstrainingen gegeven aan kinderen van 7 t/m 9 jaar. In het tweede half jaar hebben daar 12 kinderen aan deelgenomen. Verwijsindex Risicojongeren De Verwijsindex Risicojongeren is een landelijk hulpmiddel om onderlinge afstemming tussen professionals te versterken. De Verwijsindex is een systeem waarin gemeenten, hulpverleners en andere professionals de persoonsgegevens registreren van de jeugdigen en jongvolwassenen (tot 23 jaar) waarover zij zich zorgen maken. Deze registratie bevat geen inhoudelijke informatie, maar het wordt duidelijk welke andere professional zich mogelijk ook actief met de situatie van een jeugdige bezighoudt. Goed gebruik van de Verwijsindex draagt bij aan effectiever samenwerken tussen hulpverleners en gemeenten en zorgt ervoor dat zij vroegtijdig (potentiële) problemen kunnen signaleren en weten wat zij moeten doen. Sinds 2018 wordt het belang van het gebruik van de Verwijsindex benadrukt bij de uitvoering van de gemeente Weesp. In het tweede half jaar van 2020 zijn 102 meldingen gedaan.

Dat zijn er meer dan in het eerste half jaar, toen waren er 70 meldingen. We hebben nog geen eenduidige verklaring voor deze stijging. Mogelijk zijn er in het tweede half jaar meer zorgen geweest over de jeugdigen en jongvolwassenen die bij de gemeente aangemeld werden, wellicht veroorzaakt door de aanhoudende maatregelen ten gevolge van de coronacrisis. Het totaal in 2020 komt daarmee op 172. Dat zijn er iets meer dan in 2019, toen er 167 meldingen werden gedaan. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Sinds 2013 is de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van kracht. Die wet houdt in dat alle organisaties die werken met kinderen en volwassenen een meldcode moeten hebben en medewerkers in staat moeten stellen daarmee te werken. Het doel van de meldcode is professionals te helpen eerder en beter te handelen als zij vermoeden dat een gezinslid thuis mishandeld, verwaarloosd of seksueel misbruikt wordt. In 2019 hebben medewerkers 17 keer (gedeeltelijk) de Meldcode doorlopen. De samenwerking tussen het sociaal wijkteam en Veilig Thuis is goed en indien nodig zijn zaken bij Veilig Thuis gemeld. In 2020 is de Meldcode 40 keer doorlopen; 23 keer in het eerste en 17 keer in het tweede half jaar. Dat is een grote stijging ten opzichte van 2019. Waarschijnlijk komt dit de medewerkers de meldcode beter en vaker gebruiken.

Ook zijn ze consequenter in het registreren van het gebruik dan in 2019. Sociaaljuridische hulpverlening/Sociaal Raadslieden (Versa) De sociaal raadslieden richten zich vooral op ondersteuning op de gebieden sociale zekerheid, belastingen, arbeid, huisvesting, vreemdelingenrecht, personen- en familierecht, onderwijs en consumentenzaken. Het aantal hulpvragers is sterk gestegen in vergelijking met het eerste half jaar 2020. Dit heeft vooral te maken met de gevolgen van de corona-maatregelen. Bijvoorbeeld door de vele instanties die hun loketten hebben gesloten en vaak ook slechter bereikbaar zijn. Deze mensen komen nu ook bij de sociaaljuridische dienstverlening voor vragen die zij normaal gesproken makkelijker bij de betreffende organisatie hadden kunnen stellen en/of daar voldoende hulp konden krijgen.

26

Sociaal Raadslieden - contacten met hulpvragers 283

300

226 167

200 100

64

132

111 123

148

58

208

202 146 48

100

80 32

53

35

60

36

0 Q1Q2 2016Q3Q4 2016Q1Q2 2017Q3Q4 2017Q1Q2 2018Q3Q4 2018Q1Q2 2019Q3Q4 2019Q1Q2 2020Q3Q4 2020 Aantal hulpvragers

Aantal contacten met hulpvrager

Grafiek 12 Sociaal Raadslieden – hulpvragers en aantal contacten Daarnaast zijn er meer mensen met financiële problemen door de gevolgen van de corona maatregelen. Mensen die bijvoorbeeld hun baan zijn verloren en moeilijker weer een nieuwe baan kunnen vinden in deze tijd van corona. Vooral mensen met een taalbarrière weten vaak niet wat hun rechten zijn nadat zij hun baan zijn verloren, zijn niet goed in staat om zelfstandig te solliciteren en belangrijke financiële zaken aan te vragen. Hierdoor zijn er in deze gevallen betaalachterstanden ontstaan. De meeste hulpvragen gaan om juridische vragen, bezwaarschriften, klachtbrieven, INDformulieren en andere IND-zaken en meerdere (belasting)schulden. Ook het aanvragen van een uitkering en het verzameld krijgen van alle benodigde documenten voor de aanvraag van een uitkering is voor deze groep lastig. De sociaal raadslieden ondersteunen ook bij het onderhouden van contacten met een behandelaar gedurende een aanvraag of klachtbehandeling. Door de corona maatregelen heeft in het eerste half jaar van 2020 het spreekuur AVE (in fysieke vorm) even stilgelegen, waardoor er minder hulpvragen behandeld konden worden. De spreekuren zijn halverwege het jaar weer begonnen.

Als ondersteunend SJD’r tijdens het spreekuur constateert dat een vrijwilliger tegen complexe (juridische) vragen aanloopt dan maakt SJD’r hiervoor een individuele afspraak in zijn/haar agenda. Dit gaat dan voornamelijk om de hierboven beschreven meest voorkomende hulpvragen.

Sociaal Raadslieden - gemiddeld aantal gesprekken per hulpvrager 5,6

6 5

4,2

5,5

4,7

4 3 2

2,6

2,3

1,8

1,7

1,7

1,1

1 0 Q1Q2 2016Q3Q4 2016Q1Q2 2017Q3Q4 2017Q1Q2 2018Q3Q4 2018Q1Q2 2019Q3Q4 2019Q1Q2 2020Q3Q4 2020

Grafiek 13 Sociaal Raadslieden – gemiddeld aantal gesprekken per hulpvrager Met enkele hulpvragers is vaker contact dan met anderen. Het is sterk afhankelijk van de hoeveelheid zaken die geregeld moeten worden, hoe zelfredzaam iemand is en in hoeverre er sprake is van een taalbarrière. Vaak zijn bij deze cliënten meerdere afspraken nodig omdat het dienstverleningsproces daardoor vertraagd of door de hoeveelheid hulpvragen veel tijd in beslag nemen.

27

Schuldhulpverlening - Ondersteuning bij geldvragen, financiële problemen en dreigende schulden Inwoners van Weesp met (beginnende) schuldproblematiek kunnen terecht bij zowel Schuldhulpmaatje, als bij welzijnsorganisatie Versa. Indien er sprake lijkt te zijn van meervoudige problematiek, zal een maatschappelijk werker van Versa met de betrokkene de schulden inventariseren en de achterliggende problematiek bespreken. Wanneer een vorm van schuldregeling nodig is, wordt de betrokkene door Versa doorgestuurd naar de Kredietbank Nederland. Na een intake- en aanmeldingsfase bepaalt de Kredietbank of zij een traject (kunnen) starten met de betrokkene. De Kredietbank Nederland verzorgt trajecten die in het teken staan van inkomstenbeheer en/of schuldregeling. Vanaf 1 januari 2021 geldt een andere wettelijke grondslag voor schuldhulpverlening en mogen bepaalde bedrijven en instanties gemeenten waarschuwen, wanneer klanten hun rekeningen niet betalen. Hierdoor kan de gemeente meer preventief inzetten op schuldhulpverlening. Vergeleken met 2019 zijn er minder schuldhulpverlening-aanmeldingen binnengekomen. Casussen zijn echter wel complexer geworden. Daarnaast komt veelal schuldproblematiek in een traject van algemeen maatschappelijk werk naar boven (deze staan dan ook geregistreerd onder AMW). De cijfers van AMW en SHV zijn dan ook erg met elkaar verweven.

Versa ziet nieuwe schulden ontstaan door onstabiele thuissituaties, die mede door corona meer zichtbaar worden. Onder onstabiele thuissituaties vallen bijvoorbeeld; scheidingen, het niet kunnen vinden van werk en daardoor in inkomen achteruitgaan. Voorgaande speelt ook bij twee verdieners een rol: zodra één van de echtelieden geen recht meer heeft op een WW-uitkering en gezamenlijk ook niet in aanmerking komen voor verdere voorzieningen.

Schuldhulpverlening Versa - hulpvragers 300

247

250

201

200 150 100 50

174

147

161 124

29

31

33

45

Q1Q2 2016

Q3Q4 2016

Q1Q2 2017

Q3Q4 2017

71 21

43

70 16

30

Q1Q2 2019

Q3Q4 2019

9

36

65 16

0

Aantal hulpvragers

Q1Q2 2018

Q3Q4 2018

Q1Q2 2020

Q3Q4 2020

Aantal contacten met hulpvrager

Grafiek 14 Schuldhulpverlening Versa – aantal hulpvragers en contacten Daarnaast kunnen voorliggende problemen zoals het niet hebben van een inkomen of het hebben van tijdelijke woonruimte het opstarten van een SHV-traject belemmeren. Bij psychiatrische problematiek is het moeilijk de klant vast te houden en richting een traject toe te leiden. Dan is er vaak nog extra druk door dreigende ontruiming i.v.m. een huurschuld. Onder de lage inkomens wordt opvallend vaak een hoge schuld gezien voor de zorgverzekeringspremie. Vanwege het juridische aspect werkt het AMW altijd samen met een juridisch dienstverlener. Deze schulden zijn vaak middels betalingsregelingen en het aanhouden van contact goed te monitoren. Inwoners die via Versa eerder een Kredietbank traject of WSNP hebben afgerond melden zich sneller opnieuw aan wanneer er weer beginnende schulden worden opgebouwd. Ze hebben vaak al een lopende betalingsregeling en zijn bereid om nog een betalingsregeling erbij hebben en dan tijdelijk gebruik te maken van de Voedselbank. De Kredietbank verwijst zo nodig als inwoners daar in een traject zitten naar Versa voor aanvragen van WW of PW-uitkering. 28

Schuldhulpverlening Versa - gemiddeld aantal gesprekken per hulpvrager 10 8 8

6,9

6

4,5 3,5

4

4,3

3,7

3,4

4,1

4

4

2 0 Q1Q2 2016Q3Q4 2016Q1Q2 2017Q3Q4 2017Q1Q2 2018Q3Q4 2018Q1Q2 2019Q3Q4 2019Q1Q2 2020Q3Q4 2020

Grafiek 15 Schuldhulpverlening Versa – gemiddeld aantal gesprekken per hulpvrager Kredietbank In heel 2020 zijn er 25 personen aangemeld bij de Nederlandse kredietbank. Er zijn 19 personen schuldregelingsgeschikt gemaakt (dit kunnen ook inwoners zijn die in 2019 zijn aangemeld, aangezien deze fase meerdere maanden in beslag neemt). Er is voor 12 inwoners uit Weesp door de Kredietbank een minnelijk traject (120-dagen model) uitgevoerd in 2020 wat iets minder is dan de 14 uit 2019 en 2018. De uitvoering van het wettelijk traject is in 2020 voor 4 inwoners gestart wat in de lijn van de voorgaande jaren is. Wanneer in de intake- en aanmeldingsfase blijkt dat er sprake is van onoplosbare schulden wordt door de Kredietbank een verzoekschrift gemaakt voor de rechtbank om een wettelijk schuldhulpverleningstraject te starten. De rechter bepaalt vervolgens of iemand toegelaten wordt tot een wettelijk traject via de WSNP-regeling. Vervolgens wordt een bewindvoerder toegewezen.

Kredietbank 20

17

19

15 10 5

11 8

13

13 6

2

3

Q1Q2 2018

Q3Q4 2018

13 12

12

10 5

6

6

8

9

7

6

6

2

3

Q3Q3 2019

Q1Q2 2020

1

0 Q1Q2 2019

Q3Q4 2020

Aantal aanmeldingen Aantal inwoners die schuldregelingsgeschikt zijn gemaakt Aantal inwoners waarvoor een minnelijk traject is gestart Aantal inwoners waarvoor een wettelijk traject is uitgevoerd

Grafiek 16 Kredietbank Regionale arbeidsmarktprogramma’s Regionaal lopen twee arbeidsmarktprogramma’s om de kansen voor werkzoekenden op de regionale arbeidsmarkt te vergroten. De programma’s lopen tot 2023, de middelen worden grotendeels regionaal ingezet via vastgestelde actielijnen, er is echter ook lokaal te besteden budget in opgenomen. Regelmatig informeert de regio de lokale bestuurders over de voortgang van de programma’s. 29

In het programma ‘Werken aan Werk’ is een lokaal jaarlijks budget voor Weesp bepaald van € 24.823,- Het voorstel voor een pilot waarin uitkeringsgerechtigden die parttime werken tot een bepaald bedrag worden vrijgesteld van verrekening van deze inkomsten met hun uitkering, een ‘premie op parttime werken’, is door de regio goedgekeurd. In Amsterdam is de afgelopen periode het experiment om te zetten in een regulier instrument (tot einde 2022 in ieder geval) voor iedereen die parttime werkt met een uitkering uit de Participatiewet. In plaats van een eigen experiment is het voornemen om Weesp meteen aan te sluiten op dit instrument, de ‘bijverdienpremie’. In het programma ‘Perspectief op Werk’, gericht op begeleiding en scholing van werkzoekenden is een lokaal jaarlijks budget voor Weesp bepaald, in 2020 gaat het om € 19.798. Het voorstel om dit in te zetten voor het project ‘Jobmaatjes’ is goedgekeurd door de regio. Dit project betreft het begeleiden van statushouders door Weesper vrijwilligers (met name ondernemers) naar werk en/of nadat ze werk hebben gevonden. Het betreft voortzetting van het project dat in 2019 is gestart.

2.2 Ervoor zorgen dat algemene en individuele voorzieningen beter aansluiten en waar mogelijk gecombineerd worden Het gebruik van algemene voorzieningen kan vergroot worden door de inzet van algemene voorzieningen en individuele voorzieningen soepel op elkaar aan te laten sluiten. Het kan hierbij gaan om het gecombineerd inzetten van een individuele en een algemene voorziening, opschalen naar een individuele voorziening als een algemene voorziening niet voldoende is of afschalen als een individuele voorziening niet langer nodig is. Hierdoor ontstaat een doorlopende lijn voor de inwoner. Hiervoor is een goede samenwerking nodig tussen de medewerkers van de gemeente (Jeugd- en Wmo-consulenten en sociaal wijkteam) en de aanbieders van algemene voorzieningen. Sociaal Loket Bij het Sociaal kunnen klanten terecht voor (hulp)vragen over bijvoorbeeld werk en inkomen, jeugd, wonen of gezinsrelaties. Gaat het om enkelvoudige problematiek, bijvoorbeeld sociaal vervoer, huishoudelijke hulp of begeleiding voor een jeugdige dan komt de vraag terecht bij de consulenten Jeugd en WMO. Wanneer het een combinatie betreft van meerdere domein overschrijdende problemen (multi-problematiek) wordt het Sociaal Wijkteam betrokken. In beide gevallen inventariseren medewerkers de vragen en problemen. Op basis van dit gesprek kijken zij welke ondersteuning passend en nodig is.

Waar mogelijk zijn dit bijvoorbeeld algemene voorzieningen, zoals een schuldhulpmaatje voor financiële vragen of Centrum Jeugd en Gezin voor opvoedondersteuning3 De ondersteuning is erop gericht om de situatie van de inwoner/ het gezin structureel te verbeteren. Het wijkteam voert de regie, is contactpersoon en werkt eventueel samen met veel organisaties. In maart zijn met de opkomst van corona maatregelen getroffen om een bezoek het sociaal loket toegankelijk en veilig te houden. Zo is er een corona-proof spreekkamer ingericht met een spatscherm. Naarmate de lockdown strenger werd, is besloten om gesprekken zoveel mogelijk telefonisch af te handelen. Waar face-to-face contact echt noodzakelijk was om de hulpvraag van de burger goed te bespreken, kon een afspraak gemaakt worden voor een bezoek aan het stadhuis. Deze maatregelen gelden voor zowel het Sociaal loket als de thuisbezoeken van team uitvoering.

3 Definitie: basisvoorzieningen/algemene voorzieningen die zonder indicatie of uitgebreide toegangstoets beschikbaar zijn (de voorheen 0e- en 1e-lijns voorzieningen).

30

Registratie De Wmo- en jeugdconsulenten leggen het proces van aanvragen en toekennen van individuele voorzieningen vast in het systeem “GWS” dat in beheer is bij de gemeente Gooise Meren. Het Sociaal Wijkteam maakt sinds 2015 gebruik van een ander systeem, namelijk iSamenleving, waarin zij ondersteuningsplannen opstelt voor inwoners, waar multiproblematiek aan de orde is. Er is sprake van een toename van het aantal Wmo-en Jeugdmeldingen. In GWS zijn in de eerst helft van het jaar 3574 meldingen geregistreerd. Voor de tweede helft gaat het om 433 (enkelvoudige) meldingen. Voor 2020 komen we op een totaal van 790 meldingen. Dit waren er over heel 2019 657 en 2018 614).

Aantal Wmo-en Jeugdmeldingen Sociaal Loket 1000 800

790 614

657

2018

2019

600 400 200 0 2020

Grafiek 17 Aantal Wmo-en Jeugdmeldingen Sociaal Loket Het aantal meldingen bij het Sociaal Wijkteam liep in de eerste helft van 2020 terug, waarbij 77 meldingen werden vastgelegd. Voor de tweede helft is een aantal van 118 meldingen geregistreerd, waarmee voor het jaar 2020 in totaal 195 meldingen zijn vastgelegd. In 2019 betrof het totaal aantal meldingen 261. Het Sociaal Wijkteam heeft in het begin van de eerste lockdown minder meldingen ontvangen, zowel van verwijzers als inwoners. Om ervoor te zorgen dat hulpbehoevende inwoners tijdig ondersteund worden, heeft het Wijkteam contact gezocht met huisartsen en andere partners om signalen op te halen en te benadrukken dat zij vooral moeten doorverwijzen naar de gemeente. Ook in de tweede helft van 2020 heeft het wijkteam ingezet op contacten onderhouden met onder andere huisartsen, de GGZ en Jellinek. Het aantal meldingen voor huurschulden en woninguitzettingen is in 2020 stabiel gebleven ten opzichte van 2019. Deze meldingen komen via verschillende gremia binnen, bijvoorbeeld via inwoners, Ymere, maatschappelijk werkers en de sociaal raadslieden. Ymere heeft een periode coulance getoond ten aanzien van huisuitzettingen, wat het beeld enigszins kan vertekenen. De coronasituatie heeft invloed op onze inwoners, maar vraagt ook veel van onze medewerkers van het team uitvoering.

Zij moeten grotendeels thuiswerken en dit zien te combineren met hun eigen gezinssituatie. Hulpvragen onderzoeken zij veelal telefonisch, terwijl het team tegelijkertijd meer en complexe hulpvragen voor zich krijgt. Tegelijkertijd ligt er een ontwikkelopgave binnen het team en vraagt de fusie met Amsterdam ook aandacht. Deze ontwikkelingen hebben een impact op de draagkracht van de medewerkers. Het is nog onduidelijk of het team uitvoering deze extra taken kan oppakken binnen de huidige capaciteit. Wij onderzoeken op dit moment wat de mogelijkheden zijn en waar mogelijk een andere oplossing gezocht moet worden.

4 In de vorige monitor werd vermeld dat er in de eerste helft van 2020 407 Wmo-en Jeugdmeldingen zijn geregistreerd. Uit een nieuwe berekening blijkt dat dit ging om 357 meldingen.

31

Aantal meldingen Wijkteam Sociaal Loket 300

278

261

250 195

200 150 100 50 0 2018

2019

2020

Grafiek 18 Aantal meldingen Wijkteam Sociaal Loket Op jaarbasis begeleidt het sociaal wijkteam continu gemiddeld 60 personen, op bepaalde momenten kan dit aantal tot meer dan het dubbele oplopen. De begeleiding loopt uiteen van korte interventies van een aantal gesprekken tot langdurige ondersteuning met intensief contact. Tijdens de coronacrisis zijn de cliënten actief door de wijkteammedewerkers benaderd om na te gaan hoe het gaat en of er extra ondersteuning nodig is. Contacten vinden voor het overgrote deel digitaal plaats. Indien noodzakelijk, wordt een huisbezoek afgelegd. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om woningvervuiling of de veiligheid van een kind in kaart brengen. Het wijkteam signaleert dat de regiezaken voor Jeugd zwaarder geworden zijn, waardoor meer intensieve ondersteuning nodig is. De definitie van een melding is: alle (nieuwe) informatie die via internet, e-mail en telefoon binnenkomt. Dit kunnen nieuwe meldingen zijn binnen een bestaande casus of een melding als start van een nieuwe casus. Weesper MOP In 2020 is het Weesper Maatschappelijk Ontmoetings Punt van start gegaan. Hierin wordt er een inloopspreekuur bemand door verschillende organisaties die een laagdrempelige voorziening aanbieden waarin de deelnemers hun spreekuren ‘delen’.

De betrokken organisaties zijn: de Kredietbank Nederland, Versa Welzijn, Sociaal Wijkteam, MEE, Schuldenmaatje en Administratie voor Elkaar. Dit om burgers met schulden zo vroeg mogelijk in beeld te krijgen en door te kunnen verwijzen dan wel direct op te kunnen pakken. Maar ook alle andere vragen kunnen opgepakt worden. Bovendien kan erdoor samen te werken makkelijker kennis worden gedeeld en warmer worden overgedragen. Helaas is dit spreekuur door de corona crisis stil komen te liggen maar zal deze in 2021 weer gaan draaien. Eerst digitaal met de mogelijkheid om een individuele afspraak in te plannen. Op termijn hopelijk weer als open inloop voor alle Weespers met vragen. Verbinding jeugd - (passend) onderwijs De gemeente Weesp voert twee keer per jaar een afstemmingsoverleg met schoolmaatschappelijk werk (SMW) en Intern Begeleiders (IB’ers) van primair en voortgezet onderwijs. Vanuit de gemeente zijn de beleidsmedewerkers Jeugd en Onderwijs, de jeugdconsulenten en medewerkers van het sociaal wijkteam aangehaakt. Ook zijn het Centrum voor Jeugd en Gezin Weesp (CJG) en Jeugd en Gezin Gooi en Vechtstreek (J&G) betrokken. Daarnaast is er een afstemmingsoverleg met voorscholen, het consultatiebureau en medewerkers van kinderopvangorganisaties. Door de druk van corona en de coronamaatregelen voor de verschillende partners, hebben er in 2020 geen overleggen plaatsgevonden.

Dit heeft echter niets afgedaan aan de contacten en de samenwerking tussen de partners en de gemeente.

32

Pilot verbinding voorveld en scholen In de eerste monitor van 2020 is te lezen dat de pilot vanwege de coronamaatregelen uitgesteld is. Ook vanaf het nieuwe schooljaar van 2020 was het niet mogelijk de wijkteammedewerkers fysiek te positioneren op de scholen. Daarom hebben we in augustus 2020, bij de start van het nieuwe schooljaar, (tijdelijk) een andere opzet bedacht. Iedere school is gekoppeld aan een Jeugdconsulent/medewerker van het wijkteam, die beschikbaar is voor vragen en overleg. In februari 2021 evalueren we deze opzet en besluiten we of we hiermee verder gaan. Afhankelijk van deze resultaten en de ontwikkelingen rondom corona worden de medewerkers later in 2021 fysiek gepositioneerd op de scholen. Schoolmaatschappelijk werk (SMW) Versa Welzijn werkt bij het schoolmaatschappelijk werk samen met de samenwerkingsverbanden Unita (voor het primair onderwijs) en Qinas (voor het voortgezet onderwijs). Wegens personele wijzigingen is Versa Welzijn niet in staat geweest om informatie aan te leveren over de activiteiten van het Schoolmaatschappelijk werk voor de periode van januari tot en met juli 2020. Van juli t/m december is er 1 overleg met het zorgadviesteam geweest en 4 multidisciplinaire overleggen. Er zijn 6 casustrajecten gestart, 2 hiervan zijn afgerond en 4 lopen nog door in het nieuwe jaar.

De meeste casustrajecten gaan over een overplaatsing naar het speciaal onderwijs en alles wat daarbij komt kijken, zoals het regelen van leerlingenvervoer en inschrijving bij de nieuwe school. Er zijn 2 aanvragen voor jeugdsport en cultuurfonds geweest vanuit het schoolmaatschappelijk werk. Jongerenwerk Jongerenwerkers zijn er voor jongeren tussen de 11 en 21 jaar en kunnen helpen met allerlei vragen of problemen. Zij zijn goed op de hoogte van wat er speelt bij jongeren en kunnen trainingen of begeleiding naar een opleiding of werk aanbieden en doorverwijzen als er specialistische hulp nodig is. Zij helpen ook jongeren die een leuke activiteit willen organiseren. Ook ouders kunnen bij de jongerenwerkers aankloppen voor advies. Door de coronamaatregelen konden de groepsactiviteiten niet doorgaan. Online jongerenwerk werd erg belangrijk. Via social mediakanalen is er met jongeren gecommuniceerd. Motiveren en talentontwikkeling op muziek, film en sport werd ingezet om jongeren op een creatieve manier te stimuleren om vrijetijd zinvol in te vullen. Jongeren konden zich bij de jongerenwerkers aanmelden om muziek en film op te nemen in het jongerencentrum. Ook als zij ergens hulp bij nodig hadden of even hun huizen wilde ontvluchten. Er is contact met een aantal jongeren die duizenden volgers hebben op social media. Ze maken filmpjes en zetten die zelf online.

Een aantal jongeren hebben een rap opgenomen over Corona en daarbij een korte film gemaakt. Een vrijwilliger geeft bootcamplessen aan de jongeren. In het derde kwartaal is hij begonnen en hij traint kwetsbare jongeren die niet terecht kunnen bij reguliere sportverenigingen. Bedoeling is dat de jongeren zelfredzamer worden en zich uiteindelijk zelf aanmelden bij sportverenigingen. Er zijn twee meiden die hun stage bij het jongerenwerk van Versa Wezijn uitvoeren. Ze zetten zich in voor de meiden in Weesp. Het Instagram account (versa_Jasper) van jongerenwerk wordt steeds meer bekeken. Ook heel veel door jongeren die geen vaste bezoeker zijn van Trainspotting. In het RBT Gooi en Vechtstreek van 2 december is de opdracht gegeven om het thema jongeren en corona regionaal verder uit te werken, met als doel jongeren te helpen de donkere dagen door te komen. Binnen de daaropvolgende weken is hard gewerkt aan een programma van regionale activiteiten voor jongeren, ter aanvulling op lokale initiatieven die al gepland stonden. Voor de financiering van deze activiteiten is gebruik gemaakt van de subsidie Jeugd aan Zet – wintereditie. Het jongerenprogramma heeft binnen de regio gezorgd voor een divers aanbod aan jongerenactiviteiten, in een tijd waarin de meeste lokale activiteiten door de aangescherpte coronamaatregelen waren afgelast.

Het programma bestond onder andere uit online challanges 33

(Dynamic Challenges), Copa G&V (regionale online game competitie op basis van het populaire FIFA spel) en Follow the Beat (livestream muziek). De jongeren die hebben meegedaan gaven aan dat zij dit als een leuke en sociale tijdsinvulling hebben ervaren, in een lange vakantieperiode waarin verveling en eenzaamheid op de loer liggen Daarnaast is het jongerenwerk actief bezig geweest om jongeren te activeren om aan het Dragons Den project mee te doen. Zij hebben verschillende groepen jongeren weten te activeren om plannen in te dienen. Rondom het station komen 18+ jongeren bij elkaar die veelal softdrugs gebruiken. Deze jongeren wonen in de buurt van Hogeweij en zorgen voor overlast. Jongerenwerkers spreken deze jongeren aan op hun gedrag en motiveren om in Trainspotting te komen. Het contact verloopt goed. Algemeen maatschappelijk werk (AMW) De nadruk van AMW ligt op het vergroten van zelfredzaamheid van inwoners. Dit is het vermogen om zelfstandig, in het eigen sociale netwerk te zorgen dat men (financieel) gezond blijft, problemen met derden kan hanteren en kan omgaan met ingrijpende gebeurtenissen zowel privé als zakelijk. Het aantal hulpvragers is nagenoeg gelijk gebleven. Door corona is de problematiek toegenomen, waardoor mensen langer in een traject zitten en er meer gesprekstijd nodig is. Er zijn minder aanmeldingen van mensen met een kwetsbare lichamelijke gezondheid.

Onder sommige bewoners heerst angst als het gaat om besmetting met corona.

AMW - contacten met hulpvragers 761

800 600 400 200

251 136

72

218 106

575

526

468

65

520

479

315 112

82

135

103

120

0 2016

Q1Q2 2017 Q3Q4 2017 Q1Q2 2018 Q3Q4 2018 Q1Q2 2019 Q3Q4 2019 Q1Q2 2020 Q3Q4 2020 Aantal hulpvragers

Aantal contacten met hulpvrager

Grafiek 19 Algemeen maatschappelijk werk – aantal hulpvragers & contacten Daarnaast zijn de administratieve werkzaamheden voor cliënten door de maatschappelijk werker toegenomen, dit vanwege fysieke afwezigheid van het spreekuur. Dit betreft bijvoorbeeld het uitstellen van betalingen en aanvraag van voorzieningen voor cliënten vanwege inkomensverlies. De behoefte naar betaalbare woonruimte blijft een prangende vraag. Door de corona maatregelen is deze vraag bij het AMW toegenomen, door een toename van relatiebreuken en scheidingen.Tevens is de problematiek rondom GGZ toegenomen. Mensen zitten dicht op elkaar en uitingen worden beter zichtbaar en kunnen verergeren. Enkele jongvolwassenen wonen of verblijven bij verschillende familie en kennissen omdat ze geen woonruimte kunnen vinden. Hierdoor neemt de stress toe vanwege de beperkte mogelijkheid om een betaalbare woonruimte in de regio te bemachtigen. Opvallend is ook de groeiende groep waarbij sprake is van een klein sociaal netwerk, een (Bijstands)uitkering en lichamelijke klachten. Deze combinatie vergroot de kans dat inwoners in een negatieve spiraal terecht komen.

34

AMW -Gemiddeld aantal gesprekken per hulpvrager 8 6 6

4,7

4,5 3,5

4

3,8

3,4

4,2

4,6

4,3

2 0 2016

Q1Q2 2017 Q3Q4 2017 Q1Q2 2018 Q3Q4 2018 Q1Q2 2019 Q3Q4 2019 Q1Q2 2020 Q3Q4 2020

Grafiek 20 Algemeen maatschappelijk werk – gemiddeld aantal gesprekken per hulpvrager Statushouders en in het bijzonder Eritreeërs blijven langer afhankelijk van hulp omdat de Nederlandse taal achterblijft. Ze zijn veelal gericht op het vinden van werk hetgeen door de Coronatijd wordt bemoeilijkt. Hulp door AMW wordt vooral geboden op financieel administratief gebied. Tevens blijft taalondersteuning voor statushouders een aandachtspunt. Vanwege corona is er veelal sprake van inkomensverlies, waardoor er snel financiële problemen ontstaan onder werkende minima. Tweeverdieners met een aflopende WW-uitkering ,zonder uitzicht op een nieuwe baan, dreigen steeds verder weg te zakken in financiële problemen. Deze groep komt niet altijd in aanmerking voor voorzieningen vanwege het jaarinkomen. Instanties zijn door corona-maatregelen beperkt telefonisch bereikbaar. Doordat loketten gesloten zijn moeten inwoners veel online regelen. Mensen die niet computervaardig zijn worden belemmerd in hun zelfstandigheid voor relatief eenvoudige regelzaken. De gemeente onderzoekt samen met Versa welke maatregelen getroffen kunnen worden om inwoners hierbij te ondersteunen.

2.3 Vergroten van het gebruik van algemene voorzieningen door deze beter te laten aansluiten op de behoefte van inwoners Naast vroegsignaleren, en vervolgens handelen of melden, is het ook van belang om gemelde signalen op metaniveau te gebruiken om preventieve activiteiten (vaak in de vorm van algemene voorzieningen) beter aan te laten sluiten bij de behoeften van inwoners. ‘Signalen’ moet hierbij breed worden opgevat. Zaken als klantervaringsonderzoeken, de regionale gezondheidspeilingen, onderzoeken op landelijk niveau, buurtpanelavonden, stijging van een bepaald type aanmeldingen bij het sociaal wijkteam, signalen van zorgaanbieders, scholen, cliëntondersteuners of de Adviesraad Sociaal Domein zijn allemaal bruikbare signalen om de behoefte aan algemene voorzieningen aan af te lezen. Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2019 Het Cliëntervaringsonderzoek (CEO) Jeugd 2019 is eind augustus 2020 afgerond. In het CEO Jeugd zijn jongeren en ouders in regionaal verband en op kwalitatieve wijze bevraagd over de volgende onderwerpen: huiselijk geweld en kindermishandeling, pleegzorg, verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp, complexe echtscheidingen, inkoop Jeugd en leerlingenvervoer. U kunt het volledige rapport terugvinden in de bijlage. De suggesties en aanbevelingen die bij de jongeren en ouders zijn opgehaald, zijn in regionaal verband opgepakt.

Met betrekking tot het onderwerp ‘huiselijk geweld en kindermishandeling’ zijn drie bijeenkomsten georganiseerd. De deelnemers hebben onder andere aangegeven dat zij behoefte hebben aan meer inzet van ervaringsdeskundigen (slachtoffers en plegers). De uitkomsten van die bijeenkomsten zijn verwerkt in het regionaal actieprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’ en worden gebruikt bij de uitvoering van het programma.

35

Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2019 Elke gemeente doet jaarlijks onderzoek naar cliëntervaringen voor de Wmo en – sinds 2016 – ook voor de Jeugdwet. Deze gegevens worden jaarlijks gemeten. Het Cliëntervaringsonderzoek (CEO) Wmo 2019 is in het najaar van 2020 afgerond. Aan het onderzoek hebben 2158 inwoners deelgenomen, waaronder 190 Weespers. Opgemerkt moet worden dat het aantal respondenten van het CEO dit jaar lager was dan in voorgaande jaren. Enige voorzichtigheid met het trekken van conclusies bij de vergelijking tussen de regionale uitkomsten en die van de gemeente is daardoor noodzakelijk. Het volledige rapport is als bijlage toegevoegd. In deze monitor geven we kort de belangrijkste bevindingen over de gemeente Weesp weer. Het volledige rapport is als bijlage toegevoegd. Samenvatting bevindingen: Contact met de gemeente - 73% van de respondenten is positief over de snelheid waarmee zij geholpen zijn. Vorig jaar was dit 64% - 12% van de respondenten geeft aan niet te weten waar zij met hun hulpvraag terecht kunnen. - 22% ervaart dat zij niet snel worden geholpen met hun hulpvraag. - 80% van de respondenten voelt zich serieus genomen door hun gemeente. - 74% van de respondenten weet niet dat zij gebruik kunnen maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Vorig jaar was dit nog 69%.

Huishoudelijke hulp - 83% van de respondenten geeft aan dat de kwaliteit van de dienstverlening goed is en dat zij zich door de ondersteuning beter kunnen redden. - Ruim 80% van de respondenten geeft aan dat de kwaliteit van leven beter is door de ontvangen ondersteuning. Hulpmiddelen - 83% van de respondenten geeft aan dat de kwaliteit van de hulpmiddelen goed is. - 90% van de respondenten geeft te kennen dat de toegewezen ondersteuning passend is bij hun hulpvraag. Wmo Begeleiding en verzorging - Ruim 90% van de respondenten heeft de kwaliteit van de begeleiding beoordeeld als goed; - Respondenten zijn tevreden met de dienstverlening en geven een gemiddeld cijfer van een 8. Wmo Vervoer - Van de respondenten is 80% tevreden over de dienstverlening van de centrale. - 66% van de respondenten is zeer te spreken over de chauffeurs en hun behulpzaamheid. De beleidsafdeling en het team uitvoering Sociaal Domein hebben kennisgenomen van het onderzoek. Ruim één op de 10 inwoners geeft in het onderzoek aan dat zij niet weten waar zij met een hulpvraag terecht kunnen. Eind 2019 heeft het wijkteam tijdens de Weesper markt met inwoners kennis gemaakt en flyers uitgedeeld om haar diensten onder de aandacht te brengen. Daarnaast neemt het wijkteam deel aan het Weesper Maatschappelijk Ondersteuningspunt (Weesper MOP).

Hierin wordt een inloopspreekuur bemand door verschillende organisaties die een breed aanbod bieden voor de inwoners met vragen. Door de oprichting van de WeesperMOP moet voor inwoners nog duidelijker worden waar zij terecht kunnen met vragen. Ook is het streven om inwoners met problemen zo vroeg mogelijk in beeld te krijgen en door te kunnen verwijzen. 5 5

De WeesperMOP kan i.v.m. de RIVM-maatregelen op dit moment geen doorgang vinden. Er wordt nu onderzocht of een digitaal inloopspreekuur aangeboden kan worden.

36

Uit het Cliëntervaringsonderzoek blijkt verder dat (het aanbod van) cliëntondersteuning onvoldoende bekend is bij de inwoners. De zichtbaarheid van cliëntondersteuning al een aantal jaren een terugkerend thema. Er zijn met Stichting MEE afspraken gemaakt over een communicatiecampagne om de bekendheid te vergroten. De gemeente zal hieraan een bijdrage leveren. Bovendien start Stichting MEE begin 2021 met de oprichting van een team van ervaringsdeskundigen. Zij kunnen ook als klankbord fungeren en bijdragen aan een stevige verbinding tussen het wijkteam en het voorveld. Adviesraad Sociaal Domein De Adviesraad Sociaal Domein geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het College van B&W en de Gemeenteraad over de ontwikkeling en uitvoering van beleid in het Sociaal Domein. In de periode van juli tot en met december 2020 heeft de Adviesraad advies gegeven op de volgende onderwerpen:  “Inclusieve Agenda Weesp 2020 en verder” – 25 juli 2020  Service Level Agreement Doelgroepenvervoer – 14 december 2020 De Adviesraad heeft in gesprekken met de wethouders zich in de tweede helft van 2020 laten informeren over de voortgang van de fusie met Amsterdam en specifiek over overgang van Wmo-en Jeugdvoorzieningen naar de inkoop van Amsterdam. Daarnaast is er veel aandacht geweest voor toegankelijkheid en het realiseren van een inclusieve samenleving.

In de tweede helft van 2020 is de Adviesraad 5 maal bij elkaar geweest, waarvan 5 maal digitaal. Een aantal leden van de Adviesraad heeft deelgenomen aan werkgroepen en bijeenkomsten in de regio Gooi & Vechtstreek, o.a. Doelgroepenvervoer Wmo, Ouder worden in Weesp en Minimaregelingen Weesp/Amsterdam. De voorzitter heeft 3 maal deelgenomen aan het Regionaal Voorzitters Overleg Gooi & Vechtstreek. 2.4 Doorvoeren van preventief gezondheidsbeleid op basis van gezondheidspeilingen De 4-jaarlijkse gezondheidspeilingen van de GGD onder volwassenen en ouderen en het EMOVOonderzoek onder jongeren, geven aan dat in onze regio (en specifiek in Weesp) de komende jaren aandacht moet zijn voor alcoholgebruik terugdringen, eenzaamheid en obesitas. Uit het verkenningstraject voor de buurtsportcoach dat in 2016 is gehouden, bleek dat jonge inwoners met overgewicht nog steeds een belangrijke doelgroep vormen waar sport en beweging kunnen leiden tot een gezondere leefstijl en als gevolg daarvan minder gezondheidsklachten en een prettiger gevoel. De buurtsportcoach heeft daarom nadrukkelijk de opdracht gekregen om aandacht te besteden aan deze doelgroep: dan wel door het aanbod beter inzichtelijk te maken of het aanbod uit te breiden met een extra project.

Buurtsportcoaches In de tweede helft van 2020 hebben de buurtsportcoaches zich opnieuw ingezet om laagdrempelige en toegankelijke sport-en beweegactiviteiten te organiseren in Weesp. Dit doen zij door organisaties te adviseren, inwoners actief te benaderen en initiatieven van inwoners en sportaanbieders te ondersteunen. In de zomermaanden werden de RIVM-richtlijnen versoepelt waardoor de reguliere activiteiten van de buurtsportcoaches weer van start konden gaan. Na de zomer moest een deel van die activiteiten weer worden aangepast, voornamelijk wat betreft het aantal deelnemers per activiteit. Wel ontstonden er in deze periode ook nieuwe activiteiten die binnen de kaders van de RIVM-richtlijnen konden worden ingezet. Zo organiseerden de buurtsportcoaches tot en met oktober iedere drie weken een fietstocht in de omgeving van Weesp. Ook werden meermaals per week wandeltochten georganiseerd in kleine groepjes. Dit mocht uiteindelijk nog slechts in tweetallen, waardoor de frequentie van de wandelingen werd uitgebreid om toch iedereen te kunnen voorzien. Voor bewoners die niet in staat waren om mee te wandelen met de reguliere groepswandelingen maakten de buurtsportcoaches een schema op maat om hen te begeleiden om zelfstandig stukjes te lopen. De samenwerking met Vivum was hierin belangrijk. 37

De buurtsportcoaches hebben in het afgelopen jaar een bijzondere rol gespeeld in het sociaal contact met ouderen. Als alternatief voor de beweegactiviteiten, zijn zij deelnemers gaan bellen, mailen en bezoeken. Dit om te horen hoe het met de bewoners gaat, maar ook om ze te stimuleren om in beweging te blijven. Speciaal voor ouderen hebben de buurtsportcoaches een “beweegposter” ontwikkeld. Vier dagen achter elkaar hebben de buurtsportcoaches door de omgeving van Weesp de scootmobiel-vierdaagse georganiseerd. De deelnemers kregen na afloop een medaille en een oorkonde. Vanwege de maatregelen is overgegaan tot het een op een rijden van de scootmobieltochten. De behoefte aan sociaal contact binnen deze groep bleek erg hoog. Mede daarom hebben de buurtsportcoaches samen met drie vrijwilligers het initiatief genomen voor een thuisbingo. Ook bieden de buurtsportcoaches iedere week seniorentennis aan, voor circa 16 deelnemers. Uiteindelijk is in samenspraak met de tennisvereniging gekozen om deze activiteit na oktober tijdelijk stop te zetten. Langzamerhand worden deze nu weer opgestart. Ten slotte zijn de buurtsportcoaches in de kerstvakantie met een golfkar door Weesp gereden om chocomelk uit te delen en op zoek te gaan naar inwoners die een nieuwjaarsgroet willen uitbrengen aan iemand anders.

De focus van de buurtsportcoaches heeft in de tweede helft van 2020 veelal op kwetsbare ouderen gelegen. Voor jongeren organiseerden de buurtsportcoaches twee keer per week sport- en spelactiviteiten op verschillende (school)pleinen. Hieraan deden gemiddeld 40 kinderen/jongeren mee. Ook boden de buurtsportcoaches aan circa 16 kinderen een keer per week begeleiding bij het maken van huiswerk, in combinatie met sportactiviteiten.

38

Trend Preventie en algemene voorzieningen Het streven is om de bekendheid van de beschikbare algemene voorzieningen te vergroten en het gebruik te stimuleren. Op deze manier hopen we dat inwoners sneller met problemen geholpen worden en daarmee de noodzaak voor individuele voorzieningen zoveel mogelijk kan worden beperkt. Om dit te bereiken zorgen we ervoor dat voorzieningen beter aansluiten op de behoeften van inwoners. Dit toetsen we bijvoorbeeld aan de hand van signalen van de Adviesraad en uitkomsten van Cliëntervaringsonderzoeken. Preventie en algemene voorzieningen Signaleren van (potentiële) problemen is een van de onderdelen van preventie. Dit verloopt over het algemeen goed. De jaarlijkse preventieve huisbezoeken aan 75-jarigen zijn doorgezet en waar nodig worden inwoners voor verdere ondersteuning doorverwezen. Het aantal fysieke bezoeken aan het Centrum Jeugd en gezin is in 2020 fors teruggelopen. De hulpvragen per mail zijn daarentegen verviervoudigd, waarmee het totaal aantal contacten - ondanks de coronacrisis- hoger uitkomt dan in 2019. De Verwijsindex Risicojongeren wordt regelmatig gebruikt en het gebruik van de meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling is opnieuw benadrukt en heeft geleid tot betere registratie. Het aantal hulpvragers bij de Sociaal Raadslieden is sterk gestegen in vergelijking met het eerste half jaar.

De algemeen maatschappelijk werkers zien met name het aantal en de duur van de contactmomenten toenemen. Deze ontwikkelingen hebben deels te maken met loketten die gesloten zijn, waardoor inwoners naar de sociaaljuridische hulpverlening en maatschappelijk werkers stappen met vragen. Wat ook bijdraagt aan de stijging is een toename van het aantal inwoners met financiële problemen. Maatschappelijk werk merkt op dat het aantal aanmeldingen van inwoners met een kwetsbare gezondheid juist is afgenomen. Als gevolg van de coronacrisis zijn inwoners een baan verloren en blijkt het lastig om een nieuwe baan te vinden. Dit treft ook tweeverdieners, die niet altijd voor aanvullende financiële ondersteuning in aanmerking komen. Opvallend is een groep inwoners met een taalbarrière die veel ondersteuning nodig hebben bij diverse regelzaken, waardoor meerdere contactmomenten noodzakelijk zijn. Tot slot heeft de coronacrisis ook een impact op de huiselijke sfeer; maatschappelijk werkers krijgen meer vragen over relatiebreuken en scheidingen. Verder blijft de behoefte naar een woonruimte een prangende vraag. Voor jongeren bijvoorbeeld is een betaalbare woonruimte erg lastig te verkrijgen, waardoor zij bij familie of kennissen moeten verblijven.

In de vorige monitor vermeldden we dat het aantal hulpvragers voor schuldhulpverleningstrajecten niet was gestegen, terwijl sociaal raadslieden en maatschappelijk werkers wel ook signaleren dat schuldenproblematiek oploopt en dat er sprake is van toenemende complexe financiële hulpvragen. Vergeleken met de eerste helft van 2020 is het aantal hulpvragers en contacten met de hulpverlening weer licht toegenomen. Het aantal aanmeldingen bij de Kredietbank is stabiel gebleven. Ook het aantal meldingen bij het sociaal wijkteam inzake schulden en woninguitzettingen is stabiel gebleven. Divosa is begin april 2020 gestart met de Monitor Schuldhulpverlening6, waarin het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening bij gemeentes te volgen is. Hieruit blijkt dat het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening lager is dan voor de coronacrisis. Verder geeft de monitor aan dat andere doelgroepen zich melden: meer ZZP-ers, ondernemers en mensen met GGZproblematiek. Tot slot melden inwoners zich vaker met een ander type vragen, waaronder meer vraag naar preventieve hulp, meer langdurige hulpverlening en meer werk gerelateerde vragen. Ook komt het belang van het openhouden van loketten naar voren in onderzoek7 van de Hogeschool van Amsterdam en de Vereniging voor schuldhulpverleners en kredietbanken (NVVK). Door de sluiting is het moeilijker om contacten te leggen met hulpvragers. 6 7

https://www.divosa.nl/nieuws/monitor-schuldhulpverlening-coronatijd-november-en-december-2020-beeld https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/schuldhulpverlening-gehinderd-door-sluiting.15316508.lynkx

39

Per 1 januari 2021 wordt een wijziging in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening doorgevoerd. Bepaalde instanties en bedrijven mogen gemeenten waarschuwen, als zij zien dat hun klanten hun rekeningen niet betalen. Het gaat onder andere om drinkwaterbedrijven, energieleveranciers en zorgverzekeraars. Met deze wetswijziging kunnen gemeenten eerder inwoners helpen die door schulden in de problemen dreigen te komen. Aanbod algemene en individuele voorzieningen Om ervoor te zorgen dat algemene voorzieningen en individuele voorzieningen goed op elkaar aansluiten is een goede samenwerking tussen het voorveld en de medewerkers van de gemeente belangrijk. Wat betreft het Sociaal Loket blijkt het aantal Wmo-en Jeugdmeldingen (enkelvoudig) opnieuw sterk te stijgen, van 657 in 2019 naar 790 in 2020. Bij het sociaal wijkteam (meervoudig) is het totaal aantal meldingen ten opzichte van 2019 gedaald (van 261 naar 195 meldingen). Het wijkteam heeft haar cliënten actief benaderd om mogelijke problemen tijdig te signaleren. Ook zijn jeugdconsulenten en wijkteammedewerkers aan de basisscholen gekoppeld, zodat zij snel kunnen schakelen bij vragen. De jongerenwerkers motiveren en activeren op diverse manieren de jongeren in deze lastige tijd. Ze bieden 1 op 1 gesprekken aan en vangen jongeren op die even hun huis willen ontvluchten.

Om de aansluiting met sportverenigingen te verbeteren wordt een groep jongeren getraind om zelfredzamer te worden, zodat zij uiteindelijk alsnog kunnen aansluiten. Preventief gezondheidsbeleid In beweging blijven is belangrijk voor het fysieke en mentale welzijn van onze inwoners. De buurtsportcoaches dragen hieraan bij door laagdrempelige activiteiten aan te bieden aan kwetsbare inwoners en ouderen. Binnen de RIVM-maatregelen hebben zij fietstochten en wandelingen georganiseerd voor kleine groepen deelnemers. Waar beweegactiviteiten niet mogelijk zijn bezoeken, mailen en bellen de buurtsportcoaches met deelnemers. Zij stimuleren inwoners om in beweging te blijven en dragen bij aan het onderlinge sociale contact. Vanwege de grote behoefte aan sociale contacten is een thuisbingo georganiseerd en zijn de coaches de wijken in getrokken. Ook aan de jongeren is aandacht besteed. Er zijn verschillende sport-en spelactiviteiten georganiseerd voor de jongere kinderen en ook huiswerkbegeleiding is voortgezet. Hier is veel vraag naar.

40

Hoofdstuk 3. Individuele voorzieningen Wanneer blijkt dat iemand niet (meer) mee kan doen in de samenleving, ook niet met de hulp van het netwerk of met algemene voorzieningen (zie de vorige hoofdstukken), dan bieden we ondersteuning in de vorm van een individuele voorziening. Individuele voorzieningen zijn alle vormen van professionele zorg en ondersteuning die door de gemeente worden ingekocht. De toekenning van individuele voorzieningen wordt gedaan door de gemeentelijke toegang (de Jeugd- en Wmoconsulenten en het sociaal wijkteam). Om te bepalen of een individuele voorziening noodzakelijk is, en welke voorziening het meest passend is wordt een keukentafelgesprek gevoerd. Hierbij staan niet de voorzieningen centraal, maar de vraag van de inwoner. Doelstellingen: 1. Ervoor zorgen dat algemene en individuele voorzieningen beter aansluiten en waar mogelijk gecombineerd worden ingezet 2. Ervoor zorgen dat inwoners uit kunnen gaan van hoogwaardige kwaliteit van individuele voorzieningen en optimale keuzevrijheid 3. Faciliteren dat inwoners een sterke positie hebben bij de gemeentelijke toegang 3.1 Ervoor zorgen dat algemene en individuele voorzieningen beter aansluiten en waar mogelijk gecombineerd worden ingezet Binnen de gemeente Weesp willen wij iedereen helpen die zorg of ondersteuning nodig heeft. Om dit te kunnen doen, streven wij o.a.

naar een soepele aansluiting tussen individuele voorzieningen en voorzieningen in het voorveld. Dit is in paragraaf 3.2.3. besproken. Maar bovenal wordt gestreefd naar het inzetten van de meest doeltreffende oplossing voor iedere inwoner, waarbij geredeneerd wordt vanuit de behoefte van de inwoner en niet vanuit de beschikbare voorzieningen. 3.1 Aantal Wmo-voorzieningen Analyse Wmo-voorzieningen De stijging die we in de vorige monitor al beschreven met betrekking tot het totaal aantal Wmoindicaties voor huishoudelijke hulp, begeleiding en bescherming en opvang lijkt te stabiliseren. Het aantal aanvragen voor hulpmiddelen, woningaanpassingen en woonvoorzieningen neemt daarentegen toe. Deze cijfers zijn eerder niet opgenomen in de Monitor Sociaal Domein. Om de trend te monitoren is een extra grafiek met nieuwe gegevens opgenomen.

Wmo totaal aantal voorzieningen 800 700 600

512

512

543

556

568

Q1Q2 2017

Q3Q4 2017

Q1Q2 2018

Q3Q4 2018

Q1Q2 2019

682

678

Q1Q2 2020

Q3Q4 2020

609

500 400 300 200 100 0

Grafiek 21 Totaal aantal toegekende Wmo voorzieningen

41

Q3Q4 2019

Daarnaast worden in de cijfers het aantal unieke indicaties opgenomen: meerdere voorzieningen van één cliënt, waarbij het uitbreiding of wijziging van een voorziening betreft, worden maar één keer meegeteld. In de periode van juli tot en met december 2020 heeft de Wmo-afdeling bijvoorbeeld 62 van deze wijzigingen voor begeleiding verwerkt. Deze tellen niet mee voor het totaal aantal voorzieningen voor Begeleiding en Verzorging. N.B. de gemeente Weesp heeft sinds 2020 geen eigen Beschermd Wonen locatie meer. Zodra een Weesper inwoner geplaatst kan worden binnen een beschermde woonomgeving, wordt de persoon warm overgedragen aan een andere gemeente. Hierdoor komt het aantal beschermd wonen indicaties voortaan uit op 0.

Wmo Bescherming & Opvang 25 20 20

17

18

16

16

15 9

10

6

5 0

0

0

1

0

0

0

0

0

0 Q1Q2 2017

Q3Q4 2017

Q1Q2 2018

Q3Q4 2018

Beschermd Wonen

Q1Q2 2019

Q3Q4 2019

Q1Q2 2020

Q3Q4 2020

Maatschappelijke opvang

Grafiek 22 Aantal indicaties voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang Huishoudelijke hulp De stijging van het aantal inwoners dat een beroep doet op huishoudelijke ondersteuning zet door. In de meldingen wordt als reden voor een aanvraag vaak verwezen naar de inkomensonafhankelijke eigen bijdrage en de afschaffing van de Schoonthuis regeling. Het is voor inwoners daardoor voordeliger om een beroep op de Wmo te doen. Dit wordt tijdens huisbezoeken door inwoners regelmatig bevestigd. Een andere opvallend signaal betreffende de huishoudelijke hulp is dat een aantal inwoners met spoed een beroep moet doen op deze voorziening na een ziekenhuisopname vanwege Corona.

Wmo Huishoudelijke hulp 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0

396 296

302

310

318

336

296

Q1Q2 2017

Q3Q4 2017

Q1Q2 2018

Q3Q4 2018

Q1Q2 2019

Q3Q4 2019

Grafiek 23 Aantal indicaties voor Huishoudelijke hulp

42

Q1Q2 2020

430

Q3Q4 2020

Begeleiding en dagbesteding Wat betreft begeleiding krijgen de consulenten en medewerkers van het Wijkteam meer vragen van cliënten voor uitbreiding en/ of verlenging van de indicaties. Een deel kan verklaard worden doordat aanbieders door de Corona-crisis minder goed kunnen werken aan de begeleidingsdoelen van cliënten. Een doel kan bijvoorbeeld zijn om beter te worden in het aangaan van sociale contacten. Hiermee oefenen wordt bemoeilijkt door de geldende RIVM-maatregelen, met als gevolg datindicaties soms voor langere duur nodig zijn.. Ook wordt uitbreiding gevraagd in verband met toenemende eenzaamheid, verminderd functioneren door Corona en terugval in verslaving. Een andere trend die de Wmo-afdeling signaleert is een toename in het aantal aanvragen voor zintuigelijk beperkten. Daarnaast worden aanvragen voor verlenging van ondersteuning niet tijdig ingediend, terwijl aanbieders wel de zorg blijven doorleveren. Het is lastig voor een consulent om de situatie achteraf te beoordelen en tegelijkertijd actief te sturen op afbouw van de uren als het huidige aantal uren is doorgeleverd. De dagbesteding wordt mogelijk minder aangevraagd, omdat inwoners uit angst voor besmetting met het virus niet naar de dagbesteding durven gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9895166/1