CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020 Weesp v03062021

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Jaarrekening 202036.029 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Totaal heffingen

11.955.700

15.561.780 3.606.080

Jaarstukken 2020

250.201 -9.114 45.835 11.894 -170 298.645

77

Aandeel opbrengsten lokale heffingen 2020

Kostendekkendheid van de gebonden heffingen In onderstaande tabel zijn de dekkingspercentages van de gebonden heffingen met een berekening weergegeven. Afwijkingen voor lasten en baten zijn toegelicht in de diverse programma’s. Voor bouwleges en leges burgerzaken zijn geen dekkingspercentages opgenomen. Voor bouwleges vallen de gemeentelijke kosten en inkomsten van grote projecten vaak in verschillende jaren waardoor de kosten en inkomsten in één bepaald jaar niet representatief zijn. De leges voor burgerzaken betreft een groot aantal vooral kleinere leges op verschillende taakvelden waarvan voor de meest omvangrijke (paspoorten en rijbewijzen) landelijk maximumtarieven zijn vastgesteld. Kostendekkendheid van de gebonden heffingen 2020 (bedragen in €) Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Overheadkosten (16%) Totale lasten

Afval 2.291.383 351.581 2.642.965

Riool 1.945.388 283.742 2.229.130

Markt 55.517 8.883 64.400

Lijkbzorging 198.210 31.714 229.924

Scheepvaart 228.784 36.605 265.390

Opbrengsten heffing Overige inkomsten Totale baten

2.439.524 200.000 2.639.524

2.103.866 125.000 2.228.866

35.807 0 35.807

190.983 850 191.833

27.677 0 27.677

Saldo van lasten en baten

3.440

264

28.593

38.091

237.713

Dekkingspercentage

100%

100%

56%

83%

10%

Jaarstukken 2020

78

Kwijtschelding In artikel 26 van de Invorderingswet 1990 wordt bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Kwijtschelding wordt verleend indien er sprake is van het geheel of gedeeltelijk ontbreken van voldoende draagkracht. In 2020 is in totaal € 103.581 minder kwijtgescholden dan begroot.

Kwijtscheldingen (bedragen in €) Kwijtschelding afvalstoffenheffing Kwijtschelding rioolheffing Totaal *(-/- is voordeel)

Begroting 2020 Werkelijk 2020 Verschil* 180.000 133.644 -46.356 160.000 102.775 -57.225 340.000 236.419 -103.581

Lokale belastingdruk De lokale lastendruk wordt bepaald aan de hand van de tarieven onroerende zaakbelastingen (eigenaarsdeel), afvalstoffenheffing en de rioolheffing en is gebaseerd op de door de gemeenteraad vastgestelde tarieven. Hieronder is de lokale belastingdruk weergegeven bij de gemiddelde WOZwaarde van woningen in 2019 en 2020.

Lokale belastingdruk (in €) Gemiddelde WOZ-waarde Tarief OZB-eigenaar woning OZB-eigenarendeel Afvalstoffenheffing (meerpersoons) Rioolheffing Lokale belastingdruk

2019 288.000 0,0873% 251,42 297,00 210,00 758,42

2020 336.100 0,0816% 274,26 302,00 213,00 789,26

Vergelijking woonlasten met andere gemeenten Voor vergelijking van de lokale lastendruk met andere gemeenten en het nationale gemiddelde is gebruikgemaakt van de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in 2020 zoals berekend door het COELO (bron: www.waarstaatjegemeente.nl). Voor de woonlasten wordt rekening gehouden met de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) en de rioolheffing. Vergelijking woonlasten meerpersoonshuishouden in 2020 (in €)

Jaarstukken 2020

79

Jaarstukken 2020

80

B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Weerstandsvermogen Een risico is een onzekere gebeurtenis met ongewenste gevolgen voor de gemeente. Deze gevolgen kunnen beleidsmatig en/of financieel zijn. Bij het weerstandsvermogen ligt de focus op de financiële gevolgen van risico’s. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de capaciteit om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit) en de materiele risico’s waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen. De weerstandsratio kan berekend worden door de beschikbare weerstandscapaciteit (hoeveel niet bestemde middelen zijn er beschikbaar) te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn nodig om alle risico’s op te kunnen vangen). Voordat dieper ingegaan wordt op de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit wordt hieronder de weerstandsratio weergegeven zoals berekend voor begroting 2020. Kengetallen De kengetallen geven zicht op de financiële positie van de gemeente Weesp en bieden de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Deze kengetallen maken inzichtelijk hoeveel (financiële) ruimte de gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kader stellende taak van de gemeenteraad.

Na de beschrijving van de risico’s worden de kengetallen weergegeven en toegelicht. Beschikbare weerstandscapaciteit Dit bevat alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente kan beschikken om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid aangepast moet worden. De volgende onderdelen maken deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit: A. B. C. D. E.

Algemene reserve (incidenteel) Post onvoorzien (structureel) Begrotingsruimte (strucureel) Stille reserves (incidenteel) Onbenutte belastingcapaciteit (structureel)

A. Algemene reserve De algemene reserve wordt gebruikt voor het opvangen van risico’s in algemene zin of voor het compenseren van incidentele exploitatietekorten en dergelijke. De algemene reserve is vrij aanwendbaar. De stand van de algemene reserve bedraagt per eind 2020 € 8,1 mln. B. Post onvoorzien In de begroting en de meerjarenraming is jaarlijks een bedrag voor onvoorziene lasten opgenomen. In 2020 was dat € 30.000. C. Begrotingsruimte De structurele begrotingsruimte van de gemeente Weesp is nihil. D. Stille reserves a. Materiële vaste activa De meeste gemeentelijke eigendommen zoals schoolgebouwen, culturele centra, sportvelden, het gemeentehuis en de gemeentewerf worden gebruikt voor de uitvoering van gemeentelijke taken (duurzaam verbonden aan de bedrijfsuitoefening) en blijven daarom buiten beschouwing. Op grond van een inventarisatie kan gesteld worden dat in de gemeente Weesp geen significante stille reserves besloten liggen in materiële vaste activa, die niet aan de bedrijfsuitoefening zijn verbonden. Daarnaast zijn er nog gronden in eigendom die verkocht kunnen worden en waarvan de boekwaarde ver achter de marktwaarde ligt. Op dit moment is er geen inventarisatie van dit soort stille reserves beschikbaar. Een kanttekening moet hierbij wel gemaakt worden. Conform vastgesteld beleid worden winsten uit grondverkopen in principe gestort in de egalisatiereserve.

Jaarstukken 2020

81

E. Onbenutte belastingcapaciteit Bij de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit wordt in eerste instantie het minimale niveau van de belastingtarieven in acht genomen bij een artikel 12 aanvraag. Hiermee wordt bedoeld dat als een gemeente een aanvraag om extra steun op grond van artikel 12 indient, eerst de tarieven moeten worden verhoogd tot een bepaald minimumniveau. Voor 2020 heeft Weesp een onbenutte belastingcapaciteit van € 476.000. Hieronder wordt een toelichting op de berekening gegeven. (Bedragen x € 1.000) Onbenutte belastingcapaciteit OZB 2020 Totaal OZB opbrengsten

4.592

Minimale opbrengst artikel 12-norm*

5.068

Onbenutte belastingcapaciteit

476

*) Op basis van de meicirculaire 2020 is het percentage voor toelating tot artikel 12 vastgesteld op 0,1853 van de WOZ-waarde.

TOELICHTING RISICO’S Een risico is in dit verband een kans op het zich voordoen van een onvoorziene gebeurtenis met een bepaald nadelig gevolg. De risico’s relevant voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen en die een financieel gevolg kunnen hebben. Doen deze risico’s zich voor dan worden ze dus ondervangen via de weerstandscapaciteit. 1. Gewaarborgde geldleningen Het bedrag aan gewaarborgde geldleningen is eind 2020 € 1,4 mln. Het merendeel van deze uitstaande leningen bestaat uit afgegeven hypotheken. Tot 1998 stond de gemeente samen met het Rijk garant voor afgegeven hypotheken. Bij gedwongen verkopen werd de gemeente aangesproken op het financiële tekort. Na 1998 worden deze garanties niet meer verstrekt. De functie van de gemeentegarantie is overgenomen door de Nationale Hypotheekgarantie. Het risico op deze oude gemeentegaranties is zeer klein en neemt jaarlijks af. Aanvullende maatregelen zijn niet nodig. 2. Achtervang De Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is een borgstellinginstituut voor de sociale huursector. Haar doelstelling is om te zorgen dat woningcorporaties toegang tot de kapitaalmarkt krijgen en leningen kunnen aantrekken tegen zo laag mogelijke kosten. Dit komt ten goede aan de huurders van sociale woningen.

Wanneer een corporatie rente en aflossing op een WSW geborgde lening niet meer kan betalen dan neemt de WSW de betaalverplichtingen voor de lening over. Wanneer het WSW de betaalverplichting niet kan voldoen moeten Rijk en gemeenten bijspringen door renteloze leningen aan het WSW te verstrekken, waarbij het Rijk 50% van de leningen verstrekt, de schadegemeenten 25% en alle achtervang gemeenten de resterende 25%. WSW is nog nooit aangesproken op de borg en schat het risico van de gemeenten en het Rijk in als zeer klein, of zelfs theoretisch. 3. Openeinderegelingen Sociaal domein De budgetten in het Sociaal domein zijn openeinderegelingen. Uitgaven in het kader van deze regelingen zijn nauwelijks te beïnvloeden en hoeven niet synchroon te lopen met de rijksvergoedingen, waardoor deze regelingen een financieel risico met zich meebrengen. Beheersmaatregelen: 1. permanente monitoring budget om actie te kunnen ondernemen Jaarstukken 2020

82

2. inventariseren aantallen lopende trajecten 3. financiële reserve aanleggen 4. verschuiving in prioriteiten gemeentebegroting 5. kosten baten op lange termijn onderzoeken 6. samenwerking onder meer op financieel gebied, spreiding financiële risico's in de regio Wmo abonnementstarief Een risico in het sociaal domein is de aanpassing van de eigen bijdrage voor Wmo voorzieningen. De inkomensafhankelijke bijdrage is een vast tarief geworden. Door invoering van dit zogenoemde abonnementstarief zijn de inkomsten van de eigen bijdragen van inwoners fors gedaald. Gemeenten zijn vanaf 2019 hiervoor gecompenseerd in het gemeentefonds. Met de invoering van het abonnementstarief hadden we verwacht dat dit tot een toename van het aantal Wmo-aanvragen zou leiden. Deze trend werd in eerste instantie niet waargenomen, maar recente cijfers laten zien dat er een groter beroep gedaan wordt op Wmo-voorzieningen in Weesp. Sociale Zaken (SoZa) Overdracht taken participatiewet: Per 1 januari 2020 gaan de taken op het gebied van de participatiewet over naar Amsterdam. Uitgangspunt bij de overdracht is dat we zo veel mogelijk gaan werken volgens de verordeningen van Amsterdam. Op dit moment worden de verschillen geïnventariseerd. Over het algemeen is het minimabeleid in Amsterdam ruimhartiger. Dit zou dus tot een kostenstijging voor Weesp kunnen leiden.

Leerlingenvervoer Leerlingenvervoer maakt onderdeel uit van het doelgroepenvervoer (dat beschreven staat in hoofdstuk 6. Sociaal Domein). In 2020 is besloten dat de regio Gooi en Vechtstreek het doelgroepenvervoer in eigen beheer gaat uitvoeren. Vanaf 1 januari 2021 tot 1 augustus 2022 gaat zij het Wmo-taxivervoer oppakken Amsterdam en Weesp breiden het contract met de Amsterdamse vervoerder uit met het leerlingenvervoer in Weesp voor de periode 1 augustus 2021 tot 1 augustus 2022 ter voorbereiding op de aanbesteding. Het leerlingenvervoer betreft een openeinderegeling; dat betekent dat gedurende het jaar leerlingen kunnen instromen die gebruik maken van het leerlingenvervoer, waardoor de kosten hoger kunnen zijn dan vooraf begroot. 4. Risico rioolleiding in de Vech (WIKRO-leiding) De gemeente Weesp heeft een juridisch conflict omtrent de rioolpersleiding in de Vecht met Antea Group en het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Het Waterschap heeft de gemeente Weesp aansprakelijk gesteld voor een geschat bedrag van € 1 mln. en Antea Group heeft aangegeven een schadeclaim neer te leggen bij de gemeente Weesp, waarvan de hoogte nog onbekend is. Door de partijen wordt gewerkt aan een schikking met de insteek om een vaststellingsovereenkomst te ondertekenen waarmee alle aanhangige procedures komen te vervallen.

In het tweede kwartaal van 2021 verwachten we een vaststellingsovereenkomst te tekenen. 5. Risico natuurwetgeving De beperking waar met de flora- en faunawetgeving tegenaan gelopen wordt is groot. Het risico dat een aantal gebieden in Weesp niet op de gewenste wijze beheerd kan worden is aanwezig. In 2019 zijn er nog een aantal zittingen bij de rechtbank en Raad van State geweest over het al dan niet overtreden van de Wet Natuurbescherming. Hiervoor is gebruik gemaakt van externe juridische ondersteuning. Er is een wettelijke verplichting om te voldoen aan de wet natuurbescherming. Zonder deze onderzoeken kunnen we niet aantonen dat we voldoen aan de wetgeving en zorgplicht, en dat kan juridisch effect hebben en uiteindelijk dus ook in de uitvoering. In het verleden is onderhoud aan het groen niet of veel later uitgevoerd waardoor er in een later stadium hogere (beheer)kosten kunnen ontstaan. 6. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtsvormen waarbij gemeenten een bestuurlijk en financieel belang hebben. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente. Zie ook paragraaf F Verbonden partijen.

Jaarstukken 2020

83

Verbonden partijen vangen risico’s eerst op met hun eigen opgebouwde weerstandsvermogen. Daarna kunnen (negatieve) financiële effecten verhaald worden op de gemeenten. Het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) geeft de onderstaande kwalificatie voor de omvang van het weerstandsvermogen in relatie tot geïdentificeerde risico’s geïdentificeerd. Weesp heeft een financieel risico bij de verbonden partijen Regio Gooi & Vechtstreken, Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek, Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen. 7. Precariobelasting De gemeente Weesp legt vanaf 2016 precariobelasting op nutswerken op. Liander is vanaf 2016 in beroepszaak met de gemeente Gooise Meren (voorheen met de gemeente Naarden) verwikkeld over het betalen van deze belasting. Liander heeft ook voor de gemeente Weesp aangegeven in beroep te gaan voor het betalen van precariobelasting op nutsnetwerken en daarvoor wacht het de afloop van de beroepszaak met Gooise Meren af. De rechtbank Midden-Nederland en na een hoger beroep ook het Gerechtshof in Amsterdam heeft de gemeente Gooise Meren in het gelijk gesteld aangaande het betalen van de belasting; ook door de Hoge Raad is de gemeente Goois Meren in het gelijk gesteld. Liander heeft het bezwaar tegen de aanslagen 2016, 2017 en 2018 ingetrokken. 8.

VVE beleid In februari 2018 heeft de gemeenteraad het VVE beleid 2019 vastgesteld (Z.153617/D.66572) naar aanleiding van de harmonisatie kinderopvang - peuterspeelzalen. De ouderbijdrage voor de peuteropvang wordt hiermee inkomensafhankelijk. Ouders met een laag inkomen dragen minder bij dan ouders met een hoger inkomen. De gemeente subsidieert het extra dagdeel voor de VVE peuter en de gemeente subsidieert inkomensafhankelijk de reguliere en de VVE peuter. Het subsidiebedrag hangt af van het aantal peuters waar een aanbod voor geboden wordt, het inkomen van de ouder en het aantal peuters dat onder de gemeentelijke subsidie valt. Subsidie aan de aanbieders wordt verstrekt op basis van een voorschot. De afrekening vindt plaats na afloop van het subsidiejaar. Er verandert niets aan de openeinderegeling van de subsidie aan plaatsen voor voorschoolse educatie. Deze subsidie blijft namelijk afhankelijk van het aantal deelnemende peuters op de voorschool. 9. Grondexploitatie Horn 5 Eind 2019 blijkt dat de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek de resultaten van de sanering tot nu toe onvoldoende vindt om het perceel vrij te geven voor woningbouw. Zij adviseert om de sanering nog een periode voort te zetten en te blijven monitoren. Dit advies is opgevolgd. Er wordt aanvullend gemonitord tot in Q1 2021.

Nijverheidslaan 9 en 14 In november 2018 is besloten om het bedrijfspand Nijverheidslaan 9 in beginsel te verkopen aan zittende huurders en bedrijfspand Nijverheidslaan 14 nog 1 jaar te verhuren en daarna de locatie aan te bieden voor een initiatief in de sfeer van nautische activiteiten en horeca met bijpassende parkeergelegenheid. Er zijn in 2019 verschillende onderzoeken uitgevoerd die noodzakelijk zijn voor de verkoop van de panden. Deze onderzoeken brengen het risico met zich mee dat de marktwaarde van de opstallen (en grond) lager uitvalt dan de boekwaarde. Eind 2020 zal de verkoopprocedure starten met het dossieronderzoek en het uitzetten bij de makelaar. 10. Renterisico De gemeente Weesp trekt langlopende leningen aan om in de eigen financieringsbehoefte te voorzien. De jaarlijkse kosten van de financieringsbehoefte (rentelasten) worden bepaald door de omvang van de bestaande leningenportefeuille, de financieringsbehoefte als gevolg van voorgenomen investeringen en de van toepassing zijnde rentetarieven. Een mogelijk risico is de stijging van het rentepercentage. 11. Datalekken Er is sprake van een datalek als derden, die geen toegang zouden mogen hebben tot bepaalde persoonsgegevens, toch die informatie in handen krijgen.

Een datalek kan optreden als de servers van een bedrijf worden gehackt en gevoelige informatie wordt gestolen, maar ook als een medewerker een smartphone, laptop of usb-stick met gevoelige informatie verliest. Zelfs een geprinte lijst met klantgegevens die wordt gestolen, geldt als datalek.

Jaarstukken 2020

84

Een datalek levert naast grote imagoschade ook feitelijke schade op als gevolg van hertstelmaatregelen. Bovendien kan de autoriteit persoonsgegevens forse boetes opleggen in geval een organisatie onvoldoende maatregelen heeft getroffen om het ontstaan van datalekken te voorkomen, dan wel verwijtbaar heeft gehandeld in geval van een feitelijk datalek. Het risico op het gebied van Datalekken is uitgesplitst in twee categorieën. Categorie 1-overtredingen Wanneer een verwerkingsverantwoordelijke of verwerker een overtreding begaat van de meer fundamentele verplichtingen uit de AVG dan kan deze worden bestraft met een boete van de hoogste categorie. Te denken valt aan schending van rechten van een betrokkene, zoals het recht van inzage, het recht op gegevenswisseling en het recht op dataportabiliteit. Ook overtreding van de volgende punten valt onder deze categorie: • Basisbeginselen van gegevensverwerking, waaronder de voorwaarden voor toestemming; • Doorgiften van persoonsgegevens aan een derde land (buiten de Europese Economische Ruimte) en internationale organisaties; • Verplichtingen die volgen uit nationale wetgeving, zoals ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting en verwerking van persoonsgegevens in het arbeidsrecht; • Niet-naleving van een bevel van de toezichthouder of een tijdelijke of definitieve verwerkingsbeperking of opschorting.

• Overtredingen van de eerste categorie kunnen worden bestraft met een geldboete van maximaal € 20 mln. of 4% van de gemeentelijke omzet. De meeste andere overtredingen kunnen worden bestraft met een boete van het ‘lagere’ tarief. Dit geldt onder andere voor het niet voldoen aan de onderstaande onderwerpen die volgen uit de AVG: • Toestemming van een kind voor diensten van de informatiemaatschappij; • Privacy by design and default; • Aanstelling van de privacy officer/functionaris gegevensbescherming; • Melden van datalekken aan de AP en de betrokkene; • Privacy Impact Assessment; • Beveiligingsmaatregelen. Voor categorie 2-overtredingen is dit maximaal € 10 mln. of 2% van de gemeentelijke omzet. Risico’s in Weesp In het kader van Covid 19 wordt er veel thuis gewerkt. Hierdoor is het risico op datalekken groter dan indien men op kantoor werkt omdat de beveiliging van de thuiswerkplek niet altijd optimaal is. Tevens is het onmogelijk om in deze situatie controles uit te voeren waardoor een datalek mogelijk later dan wenselijk wordt opgemerkt. Een ander risico is de overdracht van taken en gegevens naar Amsterdam. Bij elk integratieproces van data en systemen moet daarom scherp worden toegezien op het voorkomen van datalekken. Een ander risico vormt de instabiliteit van de Weesper ICT.

Hoewel er hard wordt gewerkt aan overdracht van data naar Amsterdam en het uitfaseren van verouderde apparatuur blijft de Weesper infrastructuur zeer kwetsbaar. Totdat de Weesper applicaties en data zijn overgedragen aan Amsterdam wordt extra inzet geleverd om de infrastructuur waar mogelijk stabiel te houden. Een laatste risico is het gebruik van dataopslagmiddelen zoals Google-analytics, Dropbox, apple icloud en b.v. Microsoft-software hetgeen allemaal Amerikaanse producten zijn die vallen onder de patriot-act en waardoor wij geen grip hebben op het gebruik van de in deze systemen aanwezige gegevens. Ook bij leveranciers die cloud c.q. SAASS-oplossingen bieden is niet altijd duidelijk waar de date en gegevensverwerking plaatsvindt. 12. Bestuurlijke toekomst (fusie) In de begroting 2020 was de bestuurlijke toekomst (fusie) als mogelijk risico opgenomen. Dit is gedaan omdat vooraf onduidelijk was welke kosten dit traject voor Weesp met zich mee zou brengen. Inmiddels is duidelijk geworden dat de kosten die zijn gemaakt uit de reguliere budgetten gedekt konden worden. Jaarstukken 2020

85

13. Plan van aanpak dynamisch archief Naar aanleiding van het gesprek met de archiefinspectie van de provincie Noord-Holland, waarin is aangekondigd dat Weesp mogelijk het oordeel “niet adequaat” zal krijgen, zal een plan van aanpak opgesteld moeten worden om het dynamisch archief te verbeteren. Naast een wettelijke plicht gaat het ook om een politiek risico in de verantwoording aan de raad. Het plan zal inzetten op het aantrekken van een tijdelijke projectleider, het wegwerken achterstand, harmoniseren van processen met Amsterdam en voorbereiden van de overdracht aan Amsterdam. De kosten voor het opstellen en uitvoeren van het plan worden de komende maanden inzichtelijk gemaakt. 14. Overige risico’s/onzekerheid Het is niet realistisch om te veronderstellen dat 100% van de risico’s in beeld gebracht kunnen worden. Echter door het uitvoeren van een risico-inventarisatie is getracht een zo compleet mogelijk beeld te verkrijgen. Om tegemoet te komen aan de onzekerheid is rekening gehouden met een factor 1,25. Met andere woorden: voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van de geïnventariseerde risico’s vermenigvuldigd met een factor 1,25. Corona De coronacrisis brengt veel onzekerheden met zich mee. De gemeente heeft verschillende maatregelen genomen zoals onder andere in de inleiding van deze jaarstukken beschreven.

Ten gevolge van de coronacrisis bestaat een risico dat een deel van de openstaande debiteurenpositie niet ontvangen gaat worden. Voor dubieuze debiteuren met betrekking tot de verhuur van vastgoed is op de balans rekening gehouden met € 100.000 aan mogelijke gederfde inkomsten. Samenvatting geïnventariseerde risico’s: Een risico wordt gedefinieerd als ‘de kans op het optreden van een gebeurtenis met een negatief financieel gevolg voor de gemeente Weesp. In de kolom ‘kans’ was bij het opstellen van de begroting geschat in hoeverre de omschreven gebeurtenis zich zou kunnen voordoen. Onderstaande risico’s hebben zich in 2020, naast de grenscorrectie met Gooise Meren zoals in de programmaverantwoording beschreven, niet voorgedaan. (Bedragen x € 1.000,-) Nr.

Onderwerp

1 Gewaarborgde geldleningen 2 Achtervangpositie 3 Open einderegelingen: Sociaal domein Leerlingenvervoer 4 WiKro leiding 5 Natuurwetgeving 6 Verbonden partijen 7 Precariobelasting 8 VVE beleid 9 Grondexploitatie 10 Renterisico 11 Datalekken 12 Bestuurlijke toekomst 13 Pva Dynamisch Archief Subtotaal

Kans:

RekenRisicoBedrag : percentage: bedrag

Zeer laag Zeer laag

1.722 1.433

5,00% 5,00%

86 72

Hoog Gemiddeld Gemiddeld Hoog Gemiddeld Laag Hoog Zeer laag Laag Laag PM PM

1.556 114 1.000 80 185 623 100 280 50 800 210

62,50% 37,50% 37,50% 62,50% 37,50% 12,50% 62,50% 5,00% 12,50% 12,50%

973 43 375 50 69 78 63 14 6 100 n.b. n.b. 1.928

8.153

14 Onzekerheid (factor 1,25)

482

Totaal benodigd weerstandsvermogen

2.410

Jaarstukken 2020

86

Financiële kengetallen Financiële kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Om dit te bereiken is op 15 mei 2015 artikel 11 van het BBV gewijzigd. Vanaf de jaarrekening 2015 zijn de kengetallen opgenomen voor: de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de grondexploitatie, de structurele exploitatieruimte en de belastingcapaciteit. De kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid en vooral het verloop ten opzichte van voorgaande jaren. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die de raad in haar beoordeling van de financiële positie moeten betrekken om daar een oordeel over te kunnen geven. Zij leveren daarmee ook een bijdrage aan hun kaderstellende en controlerende rol. Hierna worden de kengetallen conform het BBV weergegeven en toegelicht.

Kengetallen: netto schuldquote

Categorie A

Categorie B

Categorie C

<90% <90% >50%

90-130% >130% 90-130% >130% 20-50% <20%

Verloop van de kengetallen BG 2020 JR 2019 JR 2020 112%

71%

71%

109%

68%

69%

12%

18%

21%

grondexploitatie

0%

1%

1%

structurele exploitatieruimte

0%

0%

0%

102%

103%

102%

nettoschuldquote gecorr. voor alle verstrekte geldleningen solvabiliteitsratio

belastingcapaciteit

<95%

95-105% >105%

Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Als de netto schuldquote de 90% passeert, springt het licht op oranje, boven de 130% op rood. Op basis van deze grove indicatie zit de gemeente Weesp met 71% in de groene zone. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal.

Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Met een solvabiliteitsratio van 21% zit de gemeente nog net in de oranje zone. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Gemeentelijke grondexploitatie is ivoor Weesp zeer beperkt, zie verder Paragraaf G Grondbeleid van deze jaarstukken. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een gemeente is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een gemeente in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage.

Jaarstukken 2020

87

Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In 2020 waren de structurele baten toereikend om de structurele lasten op te vangen. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft de potentiële ruimte aan die een gemeente heeft om haar structurele baten te verhogen om stijgende structurele lasten op te vangen. De onroerendzaakbelasting, de rioolheffing en de reinigingsheffing bepalen hoe hoog de woonlasten per gemeente zijn. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t worden vergeleken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uitgedrukt in een percentage daarvan. Weesp ligt met 102% dichtbij het landelijk gemiddelde.

Jaarstukken 2020

88

C Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De openbare ruimte van Weesp bevat een aantal kapitaalgoederen die als volgt gerubriceerd kunnen worden:  Infrastructuur (wegen, openbare verlichting en verkeerslichten);  Water (civiele kunstwerken, bruggen, remmingwerken, wal- en kademuren, beschoeiingen);  Riolering (rioolleidingen, putten, pompen, gemalen en bergbezinkkelders);  Groen (woon- en leefomgeving);  Gemeentelijke gebouwen;  Schoolgebouwen. Omdat uitstel van onderhoud pas op langere termijn tot zichtbare problemen leidt, is het voor de financiële positie van een gemeente van wezenlijk belang beleidskaders voor de staat van de kapitaalgoederen vast te stellen en regelmatig te monitoren. Er wordt gewerkt aan het verder in beeld brengen van de kwaliteit van de verschillende assets in Weesp. De bevindingen worden jaarlijks meegenomen in meerjarige instandhoudingsplannen voor de openbare ruimte van Weesp. In 2021 en verder wordt ingezet om de onderhoudsachterstand van de openbare ruimte in Weesp risicogestuurd weg te werken.

Infrastructuur Beleidskader De gemeente Weesp heeft onder andere verharding, openbare verlichting en verkeerslichteninstallaties in beheer en onderhoud. Het is een zorgplicht van de gemeente om deze infrastructuur met toebehoren goed en verantwoord te beheren (Wegenwet, artikel 16). Volgens het Burgerlijk Wetboek kan een beheerder aansprakelijk worden gesteld voor de schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg of openbare verlichting. De gemeente Weesp hanteert de richtlijnen en aanbevelingen van de Praktijkrichtlijn voor openbare verlichting (NPR13201-1). Bovendien wordt getracht om te voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Beheerplan Beheer kan worden gedefinieerd als “de zorg voor het blijvend voldoen van de openbare ruimte aan de wettelijke kaders, eisen en richtlijnen, en aan de beleidskaders van de beheerder”. De ambtelijke beheertaken zijn per 2020 ondergebracht in de Amsterdamse assetmanagementsystematiek voor de openbare ruimte. Deze systematiek is benoemd en besloten in Organisatieplan SWOR van mei 2018. De gemeente Weesp beheert diverse verhardingsobjecten, zoals wegen, straten, pleinen en fiets- en voetpaden, maar ook markeringen en straatkolken. Om de ontwikkeling van de kwaliteit van de verharding goed te kunnen volgen worden de wegen tweejaarlijks globaal geïnspecteerd.

Op basis van de inspectiegegevens wordt de werkvoorraad bepaald en onderhoudsprojecten gedefinieerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de landelijke erkende en toegepaste CROW-systematiek. Na afstemming op integraliteit, leidt dit tot een geactualiseerd beheerplan, dat binnen de AM-systematiek neerkomt op een instandhoudingsplan met een doorkijk van vijf jaar. In het Beleidsplan Openbare Verlichting zijn meerjareninvesteringsplannen voor groot onderhoud en vervanging van openbare verlichting opgenomen. Dit resulteert in theoretische gemiddelde bedragen per jaar over de gehele levensduur en areaal. De objectgegevens van de lichtmasten van Weesp zijn vier jaar lang niet bijgewerkt. Op dit moment is alleen inzicht in het areaal van lichtmasten zoals het bestand in 2016 was. Dit betekent dat een inventarisatie en actualisatie van de objectgegevens nodig is. Uit een inspectie van alle verkeersregelinstallaties in de gemeente Weesp is gebleken dat een deel van de verkeersregelinstallaties op korte termijn compleet technisch vervangen dient te worden vanwege juridische onjuistheden, de leeftijd van de verkeersregelautomaten en de onderhoudstoestand van de verkeersregelinstallaties.

Jaarstukken 2020

89

Beleidsnota’s Infrastructuur: Beleidsplan openbare verlichting (2018) Gladheidbestrijdingsplan (2020) Categoriseringsplan (2000) Beheerplan wegen (2018-2022) Beleidsplan openbare verlichting (2018) Water Beleidskader Weesp is een waterrijk gebied en heeft als gevolg daarvan veel waterbouwkundige kunstwerken (bruggen, sluis, steigers, vlonders en duikers). De meest kostbare zijn de vijf beweegbare bruggen met bijbehorende remmingswerken en de sluis. Voor het beheer van de kunstwerken zijn de wettelijke regelingen Wegenwet, Burgerlijk Wetboek, Bouwbesluit, Waterwet, NEN-Normen en richtlijnen en de Monumentenwet van belang. Naast de bruggen heeft Weesp ruim 17 km “harde waterkering” bestaande uit wal- en kademuren en beschoeiingen in beheer en onderhoud. Vanuit de gebruiksfuncties van het kunstwerk als onderdeel van een wegverbinding, voorziening in de waterhuishouding, voorziening voor de scheepvaart of verblijfplaats binnen de openbare ruimte, liggen relaties met verschillende andere beleidsterreinen. Baggeren van de (grotere) doorgaande vaarwegen (Vecht en Smal Weesp) wordt uitgevoerd door Waternet, eventuele kosten van afvoer van vervuilde bagger zijn voor de gemeente. De kleinere wateren die niet dienen als doorvaarroutes zijn in beheer bij de gemeente.

De gemeente heeft structureel budget in de begroting (verantwoord op programma 7 Volksgezondheid en milieu) voor de kosten van baggeren en afvoer van vervuilde bagger. Beleidsnota’s Water: Onderhoudsplan beweegbare bruggen (2018-2022) Instandhoudingsinspectie kunstwerken en oeverconstructies (2018) Beheerplan Onder civiele kunstwerken wordt verstaan gemetselde bruggen, stalen bruggen, betonnen bruggen, houten bruggen, duikerbruggen, duikers, beweegbare bruggen, sluizen en sluiskom, visvlonders en trappen, kademuren en beschoeiingen. Op basis van inspectieresultaten is in 2017 een onderhoudsbegroting gemaakt en is een meerjareninvesteringsschema opgesteld. Uitgangspunt is dat het functioneren van het huidige kunstwerkenbestand wordt gegarandeerd. Hierbij wordt een basis onderhoudsniveau toegepast. In 2020 is de huidige staat van alle civiele objecten (vaste bruggen, beweegbare bruggen, sluis en oevers en kades) in kaart gebracht via toestandinspecties. Uit de inspectieresultaten blijkt dat (veel) meer onderhoud nodig is dan in 2017 was voorzien. In 2021 wordt deze bevinding nader uitgewerkt.

Beleidsnota’s Infrastructuur: - Functionele inspectie 45 kunstwerken en 12.740m kadeconstructies (2017) - Meerjarenonderhoudsplan Beweegbare bruggen Weesp (2017) Financiële consequenties infrastructuur en water De kosten voor beheer van infrastructuur en onderhoud van civiele kunstwerken zijn verantwoord op programma 2 (taakveld 2.1 Verkeer en vervoer). Riolering Beleidskader Aanleg en beheer van riolering is een gemeentelijke taak die zijn wettelijke basis vindt in de Wet milieubeheer (artikel 10.33). In de Wet milieubeheer, artikel 4.22, is vastgesteld dat de gemeente verplicht is een Gemeentelijk Rioleringsplan op te stellen. Hierin wordt het beleid geformuleerd om een goed functioneren van het rioolstelsel te garanderen en werkzaamheden ten behoeve van wijzigende (milieu)wetgeving uit te kunnen voeren. Jaarstukken 2020

90

Beleidsnota’s Riolering: - Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2025

Beheerplan Het Gemeentelijk Rioleringsplan bepaalt voor de komende planperiode de normen voor kwaliteit van het milieu en het in stand houden van de riolering. Uitbreiding, vernieuwing, verbetering en onderhoud van het rioolstelsel wordt conform de kaders van het plan uitgevoerd. Financiële consequenties Alle kosten voor onderhoud, vervanging en overige exploitatie (kapitaallasten vanwege investeringen) worden gedekt door de inkomsten van rioolheffing. De lasten en baten met betrekking tot riolering worden verantwoord op taakveld 7.2 Riolering (programma 7). Als er voor riolering een overschot of een tekort is, dan wordt dit verevend met de voorziening riolering. Groen (woon- en leefomgeving) Beleidskader Onder groen wordt verstaan: openbaar groen (bomen, bosplantsoen, heesters, gazon, hagen e.d.), sportvelden, begraafplaatsen en grasbermen. Behalve het groen vallen onder het beheer van de openbare ruimte de volgende zaken: speellocaties, bebording, banken, (slot)palen, hekken, invalidenparkeerplaatsen, afvalbakken, boomkorven, depodogs, rijwielklemmen, straat- en trottoirkolken en dergelijke. De gemeente heeft een zorgplicht ten aanzien van het zorgvuldig beheer en onderhoud van alle aanwezige elementen in de openbare ruimte. Daarnaast heeft Weesp een schouwplicht ten behoeve van de watergangen.

Beheerplan In 2001 zijn alle elementen van de openbare ruimte door adviesbureau Cyber geïnspecteerd en heeft er een berekening van de vervangingswaarde plaatsgevonden. Uitgangspunt is dat het functioneren van de huidige openbare ruimte wordt gegarandeerd. Hierbij wordt een basis onderhoudsniveau toegepast dat middels een aantal bestekken is uitbesteed aan derden. Het Beheerkwaliteitsplan is vastgesteld door het college van B&W. Het bomenbestand wordt jaarlijks gecontroleerd volgens een BVO (Boomveiligheidscontrole en onderhoudsinventarisatie). Het doel van een BVO is om bomen te herkennen die een verminderde vitaliteit hebben en mede daardoor een gevaar kunnen vormen voor de omgeving, het beoordelen van het veiligheidsrisico en het opstellen van beheersmaatregelen. Beleid en afspraken over het onderhoud kapitaalgoederen van woon- en leefomgeving zijn opgenomen in onderstaande nota’s. Beleidsnota’s wijkbeheer: - Speelruimteplan 2017 - Beheerkwaliteitsplan openbare ruimte 2001 - Groenbeleidsplan 2020 - Visie Schansen 2015-2030 - Beheer- en ontwikkelplan schansen 2017-2027 - Beheerverordening begraafplaatsen 2011 - Begraafplaatsnota Weesp - Bomenbeleidsplan 2018

In 2020 zijn de uitvoerende organisatieonderdelen van Weesp en Amsterdam samengevoegd. Juiste en complete data zijn de basis voor elk beheer- en vervangingsprogramma. In 2020 zijn de digitale databestanden van openbaar groen, verhardingen en spelen aan elkaar gekoppeld. Vanaf moment van samenvoegen moeten deze data beheerd en geactualiseerd worden. Vanaf 2021 zullen in Weesp jaarlijks diverse soorten inspecties worden uitgevoerd. Het gaat hierbij om inspecties op boomveiligheid, snoeibehoefte van bomen en controles op de conditie van elk groenobject.

Jaarstukken 2020

91

Financiële consequenties De kosten voor openbaar groen en beheer openbare ruimte zijn verantwoord op programma 5 (taakveld 5.7 Openbaar groen en recreatie).

Gemeentelijke gebouwen Beleidskader De vastgoedportefeuille van de gemeente omvat, naast schoolgebouwen, uiteenlopende objecten van het stadhuis tot de gemeentewerf en van gebouw Eensgezindheid tot fort Ossenmarkt. Van al deze gebouwen behoren met name de sociaal culturele accommodaties tot de parels van het gemeentelijk gebouwenbezit. Samen met het stadhuis zijn dit elementen die bepalend zijn voor de leef-kwaliteit en de ruimtelijke- en culturele identiteit van de stad. De gemeente heeft een belangrijke verplichting naar burgers en gebruikers toe om deze gebouwen en infrastructuur te behouden en veilig te laten functioneren. Beheerplan Aan de uitgaven ligt een jaarlijks vast te stellen plan van uitvoering ten grondslag op basis van het meerjaren onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen (2016-2025). In het jaar 2020 zijn diverse projecten uitgevoerd. Financiële consequenties Kosten voor gemeentelijke gebouwen zijn verantwoord op de programma’s 0 Bestuur en Ondersteuning en 5 Openbaar groen, sport, cultuur en recreatie. Daarnaast is voor het groot onderhoud aan gemeentelijke gebouwen een voorziening beschikbaar.

Schoolgebouwen Beleidskader Naast de hiervoor genoemde gemeentelijke gebouwen is de gemeente wettelijk belast met de zorg voor voldoende en adequate onderwijshuisvesting. Per 1 januari 2015 is de verantwoordelijkheid en het budget voor buitenonderhoud en aanpassingen aan schoolgebouwen in het primair onderwijs overgeheveld van de gemeente naar de schoolbesturen. Schoolbesturen zijn hiermee integraal verantwoordelijk geworden voor het onderhoud van schoolgebouwen. Als gevolg van de overheveling van het buitenonderhoud is de gemeente vanaf 2015 alleen nog verantwoordelijk voor uitbreiding en nieuwbouw van scholen. Daarnaast is de gemeente belast met het uitvoeren van groot onderhoud aan gemeentelijke gymnastiekaccommodaties. Beheerplan Als gevolg van de overheveling van het buitenonderhoud zijn vanaf 2015 zowel de besturen in het primair- als voortgezet onderwijs verantwoordelijk voor het complete onderhoud. Dit betekent dat de besturen zelf verantwoordelijk zijn voor de daarmee samenhangende activiteiten, waaronder het opstellen van meerjarige onderhoudsplannen (MOP). Aangezien een schoolgebouw, op grond van de huidige wetgeving, bij beëindiging van het onderwijsgebruik automatisch terugvalt aan de gemeente is inzicht in de staat van het onderhoud noodzakelijk. De staat van het onderhoud wordt vastgesteld op het moment dat het gebruik eindigt.

De gemeente heeft ervoor gekozen om in 2015 een 0-meting uit te voeren naar het onderhoud van de schoolgebouwen waarmee de staat van de gebouwen adequaat is geregistreerd en aan de hand van de MOP’s van de schoolbesturen gemonitord kan worden. Ten aanzien van de gemeentelijke verantwoordelijkheid inzake voldoende en adequate onderwijshuisvesting werkt de gemeente, in nauwe samenwerking met de schoolbesturen, aan een Integraal Huisvestingsplan (IHP). Via dit plan kan er een integrale afweging plaatsvinden over onderwijshuisvesting in Weesp in de toekomst. Dit is belangrijk aangezien de gemeente in de bestaande stad geconfronteerd wordt met een daling van het aantal leerlingen en een stijging van het aantal leerlingen in de Bloemendalerpolder.

Jaarstukken 2020

92

D Financiering Inleiding In deze paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een duidelijk kader voor de treasuryfunctie en levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van de treasuryfunctie.

Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie, leningen- en uitzettingenportefeuille. Met betrekking tot de treasuryfunctie onderscheidt de gemeente Weesp de volgende doelstellingen:  Het zorgdragen voor de tijdige beschikbaarheid van de benodigde middelen tegen marktconforme condities;  Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet FIDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut;  Het beschermen van de resultaten tegen ongewenste financiële risico’s. Ontwikkelingen Schatkistbankieren Op 10 december 2013 heeft de Eerste Kamer de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) en de wijziging van de wet FIDO vastgesteld. Door de wet vast te stellen worden alle decentrale overheden verplicht om met ingang van 1 januari 2014 alle overtollige liquide middelen aan te houden bij de schatkist. Het woord overtollig verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet direct nodig hebben voor de uitoefening van hun publieke taak. De bij de schatkist gestalde middelen zijn rentedragend. Zoals boven vermeld, is de gemeente Weesp verplicht om overtollige liquide middelen bij de schatkist aan te houden. Door de centrale overheid is er wel een drempel ingebouwd.

De drempel is vastgesteld op 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal, met een minimum van € 250.000 en een maximum van € 2.500.000. Gelet op de begrotingsomvang van Weesp van € 52 mln. (excl. reservemutaties) gaat het om een bedrag van € 390.400 wat buiten de schatkist gehouden mag worden. Renteontwikkelingen De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Ultimo 2020 was de rente op de kapitaalmarkt (10Y Swap) -0,09% en de rente op de geldmarkt 6M Euribor -0,52%. Het is de verwachting dat de rente in 2021 op een laag niveau zal blijven. Renterisico Renterisico’s kunnen worden onderscheiden in het renterisico van de vlottende schuld (c.q. de kasgeldlimiet) en het renterisico van de vaste schuld (c.q. de renterisiconorm). Deze worden hieronder toegelicht. Renterisico vlottende schuld (Kasgeldlimiet) Het renterisico op de netto vlottende schuld wordt weergegeven door het kasgeldlimiet uit de wet FIDO. Het kasgeldlimiet is het maximumbedrag dat aan kort geld (< 1 jaar) mag worden opgenomen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten op korte financiering van de gemeente. Indien deze limiet meer dan twee kwartalen achtereenvolgend wordt overschreden dient dit te worden gemeld aan de toezichthouder (Provincie Noord-Holland) en dient te worden vermeld hoe dit opgelost zal worden.

De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de berekening van de kasgeldlimiet en de stand ultimo 2020 weergegeven:

Jaarstukken 2020

93

bedragen x € 1.000 52.056 4.425

Kasgeldlimiet (1)

Begrotingstotaal 2020 Kasgeldlimiet 8,5%

(2)

Totaal netto vlottende schuld

8.894

Ruimte kasgeldlimiet (1) - (2)

-4.469

Doordat de rente kortgeld onder de 0% ligt is het risico overigens te verwaarlozen. Renterisico vaste schuld (renterisiconorm) Bij het aantrekken van langlopende financiering stelt de wet FIDO een norm waaraan het renterisico van de langlopende opgenomen leningen als geheel moet voldoen. Deze norm wordt aangeduid als de renterisiconorm en bedraagt 20% van het begrotingstotaal (vóór mutatie reserves). De aflossingen en renteherzieningen van de bestaande leningenportefeuille mogen jaarlijks deze norm niet overschrijden. We dienen daar rekening mee te houden bij het aantrekken van leningen. In onderstaande tabel is de berekening van de renterisiconorm en het resultaat 2020 weergegeven. Renterisiconorm en renterisico op vaste schuld bedragen x € 1.000 2020 (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) (8) (9)

Renterisico op vaste schuld Renteherziening op vaste schuld Aangetrokken geldleningen Betaalde aflossingen Herfinanciering (laagste van 2 en 3) Renterisico op vaste schuld (1 + 4) Renterisiconorm Stand van de vaste schuld per 1-1 Het bij ministeriële regeling bepaalde % Renterisiconorm (6*7) Ruimte (8 – 5)

8.000 4.740 4.740 4.740 33.765 20% 6.753 2.013

Hiermee blijft de gemeente Weesp binnen de wettelijke norm.

Mutaties leningenportefeuille (bedragen x € 1.000) Stand per 1 januari (1) Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen (2) Rente aanpassing (4) Stand per 31 december

33.765 8.000 4.740

37.025

Jaarstukken 2020

94

E Bedrijfsvoering Ambtelijke fusie en beleidsharmonisaties Weesp-Amsterdam Per 1 juni 2019 heeft er een ambtelijke fusie plaatsgevonden tussen de gemeenten Weesp en Amsterdam onder de titel “Centrumregeling ambtelijke samenwerking Weesp-Amsterdam”. De ambtelijke fusie impliceert het volledig ambtelijk opgaan van de gemeente Weesp in de gemeente Amsterdam ('gastheer'). Uitgangspunt daarbij is dat Amsterdam zich inspant voor goede dienstverlening aan het gemeentebestuur, de inwoners, ondernemers en instellingen van Weesp. Consequentie van de ambtelijke fusie is dat de bedrijfsvoering voor de gemeente Weesp wordt uitgevoerd door de gemeente Amsterdam. Het transitieteam heeft in 2020 overleg gehad met de Provincie en het Ministerie van BZK om het wetgevingsproces voor te bereiden. Naast borging van dit proces heeft het transitieteam zich in 2020 vooral beziggehouden met ondersteuning van de uitvoering van het bestuurlijk akkoord, beleidsharmonisatie en ont- en invlechting van gemeenschappelijke regelingen. Uitwerking bestuurlijk akkoord Na ondertekening van het akkoord op 7 februari 2020 is de uitwerking van de punten gestart. Via een Roadmap wordt de gemeenteraad hierover periodiek geïnformeerd. In een aantal gevallen is de raad ook via separate informatie op de hoogte gehouden.

Beleidsharmonisatie In 2020 zijn er veel voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd in het kader van de beleidsharmonisatie(s) en de verordeningen van Weesp. Alle beleidsregels en verordeningen van Weesp zijn geïnventariseerd en door de betreffende directies van Amsterdam vergeleken met de beleidsregels en verordeningen van Amsterdam. Bij deze harmonisatie is het uitgangspunt dat de beleidsregels en verordeningen van Amsterdam leidend zijn en er alleen harmonisatie plaats vindt als er wezenlijk grote verschillen zijn en/of harmonisatie een bijdrage levert aan het behoud van de 14 kernwaarden van Weesp. Een aantal directies, zoals Parkeren en WPI zijn in 2020 ook al van start gegaan met de beleidsharmonisatie. Gemeenschappelijke Regelingen De gemeente Weesp neemt deel aan diverse Gemeenschappelijke Regelingen (GR-en), waarvan vier wettelijk verplichte regelingen. Dit zijn de: - Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek - Omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek (OFGV) - Gemeentelijke Gezondheidsdienst GGD/ GHOR (via de Regio Gooi en Vecht). Door de fusie gaat het grondgebied van Weesp onderdeel uitmaken van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. De deelname aan de omgevingsdienst en GGD/GHOR is congruent aan de Veiligheidsregio, dus hier is sprake van een verplichte uittreding.

In het wetsontwerp voor de gemeentelijke herindeling staat het voorstel om de veiligheidsregio en de overige verplichte samenwerkingen per 1 januari 2022 te wijzigen om een gebroken boekjaar te voorkomen. Nadat de gemeenteraad hiervoor toestemming heeft gegeven heeft het college van Weesp in 2020 daarom ook besloten om uit de gemeenschappelijke regelingen van de OFGV, de Regio Gooi en Vecht en het werkvoorzieningsschap Tomingroep te treden.

Informatiebeheer en informatiebeveiliging In 2020 is alle aandacht uitgegaan naar de verdere invlechting van de ICT-dienstverlening met Amsterdam. Voor de Weesper ICT-dienstverlening is afgesproken dat deze voor zolang als nodig voor de invlechting van de bedrijfsprocessen op het bestaande niveau in stand gehouden wordt. Vernieuwingen zijn beperkt gebleven tot datgene wat wettelijk vereist was of geëist werd door de leverancier waarbij de continuïteit van de bestaande dienstverlening zo goed mogelijk blijft te borgen

Jaarstukken 2020

95

Archief In het kader van de ambtelijke fusie en de komende bestuurlijke fusie is er extra aandacht voor de opbouw van het gemeentelijk archief van Weesp. Hier is sprake van een wettelijke verplichting (Archiefwet en Wet ARHI) waar ook de provinciale archiefinspectie extra nadruk legt. De provincie heeft de huidige situatie als niet-adequaat beoordeeld, er worden momenteel diverse stappen gezet om het gemeentelijk archief te verbeteren. De raad wordt regelmatig op de hoogte hierover op de hoogte gehouden.

Personeel en Organisatie Vitaliteit en welzijn van de medewerker De gemeente Amsterdam wil een vitale organisatie zijn, waarin medewerkers gemotiveerd en veerkrachtig hun werk kunnen én blijven doen. Het afgelopen jaar is voor al onze medewerkers de werkomgeving in snel tempo veranderd. Er werd een groot beroep gedaan op het vermogen van flexibiliteit en creativiteit van medewerkers en het had ook impact op de werkbeleving. In 2020 is vanuit vitaliteit dan ook extra ingezet op thema’s die hiermee te maken hebben, zoals werk-privé balans, mentaal welzijn en in verbinding blijven met je team. Zo is de Tamtamgroep ‘Vitaal aan het werk’ opgericht waar medewerkers met elkaar in contact kunnen blijven en onder andere tips en artikelen over vitaliteit kunnen vinden. Voor de collega’s in de buitendienst die niet vanuit huis werken is er extra ingezet op het corona-proof maken van de werkomgeving. Verder zijn er regelmatig pulsmetingen uitgevoerd om trends en ontwikkelingen op het gebied van vitaliteit en verzuim in kaart te brengen. Ook hadden alle medewerkers toegang tot een aanbod van verschillende bevorderende vitaliteitsinterventies, zoals het (online) leer aanbod van de Amsterdamse School en aandacht voor mentale weerbaarheid via het programma Amsterdam Mentaal Gezond (GGD).

Daarnaast heeft een klein deel van de medewerkers kennis gemaakt met online vitaliteitsplatform, waar medewerkers in een veilige omgeving bezig kunnen gaan met hun eigen vitaliteit. Tot slot deed de gemeente mee aan landelijke acties zoals de week van het werkgeluk, waarin dit jaar extra aandacht was voor het persoonlijke welzijn van medewerkers. Verzuim Over 2020 bedroeg het verzuim 6,4%. Ten opzichte van 2019 is dat een daling van 0,1 procent (in 2019 bedroeg het verzuim 6,5 procent).

In 2020 is de beweging verder in gang gezet van curatief naar preventief. De focus komt steeds meer te liggen op vitaliteit ter voorkoming van verzuim. Vanuit verschillende thema’s (vitaliteit, werkgeluk, verzuim en leiderschap) is samengewerkt om de resultaten uit gevoerde onderzoeken met haar verbeterpunten te vertalen naar de behoefte van de medewerkers. Zo zijn er periodieke pulsmetingen geweest en is een onderzoek naar verzuim tijdens corona gehouden.

Jaarstukken 2020

96

Als gevolg van de uitkomsten zijn diverse interventies gedaan om het verzuim terug te dringen en om nieuw verzuim te voorkomen. Zo worden verzuimadviseurs in een eerder stadium ingezet, zijn preventief medische onderzoeken (PMO’s) ingezet en zijn er diverse trainingen gegeven o.a. gesprekstrainingen en Wet Poortwachter trainingen. Verder is de samenwerking tussen de bedrijfsartsen van de arbodienstverlener, bedrijfsmaatschappelijk werkers, verzuimadviseurs, P&Oadviseurs en leidinggevenden geïntensiveerd om samen verzuim zoveel mogelijk te voorkomen of het verzuim te verkorten. Ook zijn wekelijks verzuimoverzichten opgesteld (met hierin een apart overzicht van de cruciale processen) om aan de hand hiervan beter te kunnen sturen op het verzuim. Versterken balans tussen werk en privé, (mantel)zorgtaken, vrijwilligerswerk, hobby’s en gezondheid: verruiming en onderzoek naar een pilot zes-urige werkdag Een pilot naar een zes-urige werkdag is op grond van de huidige cao Gemeenten en de cao Amsterdam onrechtmatig (zie ook jaarverslag 2019). De wethouder heeft de wens van de gemeente Amsterdam om een dergelijke pilot in de toekomst te organiseren meegenomen in de besprekingen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en richting een volgende cao. In de tussentijd zitten we niet stil.

Bestaand beleid en interventies ten aanzien van werktijd en werkprivé balans worden continue bekeken. Met het programma “Het Nieuwe Werken 020” en zelfroostering werd al geïnvesteerd in meer plaats- en tijdonafhankelijk werken. Dit is het afgelopen jaar door de coronacrisis in een stroomversnelling terecht gekomen. Thuiswerken werd voor een groot deel van de medewerkers de norm. Voor medewerkers met cruciale functies, die toch op kantoor moesten werken of in de uitvoering, veranderde het werk ook. Met de inzet op vitaliteit en het faciliteren en vergroten van bestaande en nieuwe thuiswerkmogelijkheden is gewerkt aan het bieden van meer flexibiliteit tussen werk en privé en een betere werk-privé balans. Andere mogelijkheden en initiatieven die lopen om de balans tussen werk en privé te verhogen zijn:  Diverse verlofregelingen, waaronder: - ouderschapsverlof; - partnerverlof, deze is per 1 juli 2020 wettelijk verruimd naar 1 week tegen 100% salaris en 5 weken tegen 70% salaris; - transitieverlof; - kort- en langdurig zorgverlof.  Het professionaliseren van de gesprekscyclus waarin medewerkers afspraken maken over zingeving, werkplezier en hun werk-privé balans. Hiermee wordt op dit moment geëxperimenteerd en dit wordt in 2021 verder uitgerold. Inhuur Dit college staat voorgoed werkgeverschap en is tegen de flexibilisering van de arbeidsmarkt.

Daarom zet het college zich in om flexibilisering tegen te gaan. Dit begint in de eigen organisatie. Zo vindt het college het essentieel dat vast werk met een vast contract beloond wordt. In het voorjaar van 2020 heeft het college het plan van aanpak “Bewust omgaan met externe inzet” vastgesteld. Met dit plan van aanpak neemt het collegemaatregelen om de externe inzet (uitzendkrachten, ZZP’ers en overige externen) terug te dringen. Een van de belangrijkste maatregelen uit het plan van aanpak is de 2jaarstermijn voor uitzendkrachten. Deze maatregel is op 17 augustus 2020 succesvol in werking getreden. Het college is blij om te zien dat deze maatregel een grote bijdrage levert aan goed werkgeverschap voor uitzendkrachten en het bestrijden van ongelijkheid. Zo zal met de invoering van de 2-jaarstermijn in principe geen sprake meer zijn van langdurige inzet van uitzendkrachten. Dit is een fundamentele verbetering van de arbeidspositie van uitzendkrachten.

Juridische Zaken De gemeente Weesp was gewend te werken met een externe bezwaarschriftencommissie en een externe, ingehuurde, secretaris. In het kader van de harmonisatie met Amsterdam is afgesproken om in Weesp bezwaarschriften op dezelfde manier te gaan behandelen als in Amsterdam. Dit betekende dat in Weesp een overgang moest worden gerealiseerd naar een ambtelijke wijze van bezwaarbehandeling. Hiertoe heeft de gemeenteraad op 17 september 2020 een nieuwe verordening vastgesteld, waarin is geregeld dat bezwaarschriften worden behandeld door een interne bezwaarschriftencommissie. Met ingang van 1 december 2020 wordt overeenkomstig de nieuwe verordening gewerkt. De bezwaarschriftencommissies worden gevormd uit medewerkers van de Jaarstukken 2020

97

gemeente Amsterdam. De externe bezwaarschriftencommissie heeft altijd goed gefunctioneerd. Maar dankzij deze overgang kunnen bezwaarschriften uit Weesp betrekkelijk eenvoudig worden meegenomen in de bestaande werkprocessen in Amsterdam. De bestuurlijke besluitvorming naar aanleiding van bezwaarschriften gaat nog wel op dezelfde wijze zoals dat gebruikelijk was in Weesp. Het college en de burgemeester beslissen zelf op de bezwaarschriften. Er is voorzien in een mandaat aan de gemeentesecretaris in college-zaken die ongegrond worden verklaard of niet-ontvankelijk worden verklaard. Op deze zaken kan de gemeentesecretaris in mandaat beslissen na afstemming met de verantwoordelijke portefeuillehouder.

Communicatie Een groot deel van de communicatiecapaciteit is in 2020 ingezet op de wereldwijde pandemie rondom het coronavirus. Communicatie kreeg een belangrijke plek in het gemeentelijk beleidsteam, dat vanaf eind februari 2020 minimaal eens per week en zo nodig vaker bij elkaar komt. Inwoners en ondernemers van Weesp werden onder meer geïnformeerd via de gemeentelijke website, het gemeentenieuws, de digitale nieuwsbrief en onze sociale media kanalen. Ook in 2020 lag de nadruk van Voorlichting & Communicatie op begrijpelijk, toegankelijk en betrouwbaar informeren van de inwoner, ondernemer, instelling en bezoeker (BOIB) van Weesp. Daarvoor wordt de hele middelenmix ingezet. Vanuit het college wordt wekelijks een interview met het WeesperNieuws in de vorm van een podcast uitgezonden en schrijft ieder collegelid om beurten een column in het wekelijkse Gemeentenieuws, dat onderdeel uitmaakt van het WeesperNieuws. Deze column heeft in de zomer van 2020 tijdelijk plaatsgemaakt voor ‘Het woord van de burgemeester’, een wekelijkse column door de burgemeester over de aanhoudende coronacrisis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10217651/1