Jaarstukken 2020 21.0000922
Tekst van het document
-167.823 -635.913 -803.735
Saldo
-28.697
-
1.229
-202.860
-204.089
Reserves Dotaties Onttrekkingen
-1.229
-
-1.229
-1.229
-
Saldo
-29.926
-
-
-204.089
-204.089
Baten Gemeentebijdrage Centrumgemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten
Toelichting rekeningcijfers De exploitatiekosten 2020 zijn hoger dan begroot. De Zorgverzekeraars (NZa) compenseren deze extra kosten waardoor dit geen gevolgen heeft voor de gemeentelijke bijdragen. De hogere personeelskosten hebben te maken met naleving van de cao Ambulancezorg (zie bijdrage derden), het uitbetalen van de zorgbonus in december 2020 (vergoeding via het Ministerie van VWS zie Rijksbijdrage) en hogere kosten FLO overgangsregeling (zie Rijksbijdrage). Voorgesteld wordt het resultaat ter hoogte van € 204.089 toe te voegen aan de reserve aanvaardbare kosten (RAK).
45
Programma Budgethouder
Grondstoffen- en Afvalstoffendienst (GAD) RVE Manager GAD
Sturing Inkoop en contractbeheer Maatschappelijke dienstverlening Jeugd en gezin Gemeentelijke gezondheidsdienst Regionale ambulancevoorziening Grondstoffen en afvalstoffendienst
Relevante beleidsdocumenten Wet milieubeheer, hoofdstuk 10 Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek 2017 Regionaal Uitvoeringsplan huishoudelijk afval 2015-2020 Regionale Samenwerkingsagenda Gooi en Vechtstreek 2019-2022 Rijksbreed programma Circulaire Economie, d.d. 14-09-2016 Kaderrichtlijn afvalstoffen 2008/98/EG LAP 3, afvalbeheerbeleid 2017-2023 Deelnemende gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren
Wat wilden we bereiken? Onderdeel
Doel
Wat wilden we bereiken
Efficiency Meer aandacht op kwaliteit
1.1 1.2
Efficiënte en verantwoorde bedrijfsvoering In 2025 een hogere kwaliteit grondstoffen (PMD, GFT, textiel)
Innovatie grondstoffen
1.3
Meer afvalscheiding
1.4
Ontvlechting samenwerkingsverband Copog Optimaliseren huisvesting Crailo
2.1
Optimaliseren scheidingsstations
2.3
Inzameling, transporteren en lokale sortering met mensen met afstand arbeidsmarkt, arbeidsparticipatie op enkele grondstoffen waar kansen liggen ( parel projecten) In 2021 willen we 75% afvalscheiding van huishoudelijk afval bereiken Optimaliseren papier inzameling in samenwerking met vrijwilligers Een optimale overslag en afvoer van de afval- en grondstofstromen Brede inzet van het mobiele scheidingsstation in de regio en een toekomstvisie voor het scheidingsstation Bussum
2.2
Wat hebben we bereikt? Ook de GAD heeft in 2020 te maken gehad met de gevolgen van de coronacrisis. Deze crisis had veel effect op de dienstverlening van de GAD. Gedurende het jaar zijn er diverse maatregelen doorgevoerd om te voldoen aan de COVID-19 regels en is, ondanks dat, de dienstverlening op peil gebleven. Lange wachtrijen bij de scheidingstations waren een landelijk beeld. Nederland ging massaal opruimen. Als gevolg van het vele thuiswerken van inwoners is er meer huishoudelijk afval ingezameld (verschuiving van het bedrijfsafval). Er is ook meer grof huishoudelijk opgehaald en inwoners hebben onze scheidingsstations massaal bezocht. Dit alles heeft ook geleid tot een toename van het aantal tonnen restafval. De toename van deze grondstoffen (o.a. hout, glas, papier, gft) en restafval hebben geleid tot aanvullende werkzaamheden om de dienstverlening op peil te houden. Ondanks deze verschuiving van afvalstoffen is het onze inwoners gelukt om het scheidingspercentage op 67% te houden.
46
In 2020 is tevens een flinke aanzet gemaakt om te komen tot een nieuwe Grondstoffenvisie. We zijn gestart met verschillende projecten op het gebied van arbeidsparticipatie en circulaire economie, zoals Waardebox en Houtproject. Er is overeenstemming bereikt met NS Vastgoed over een verlenging van de pachtovereenkomst van het scheidingsstation en overlaadstation Crailo in Hilversum. De organisatie van de oud papier inzameling is per 1 januari weer meer door de GAD opgepakt. Er is een aantal aanbestedingen afgerond voor grondstoffen en ook zijn er nieuwe verwerkingscontracten afgesloten voor onder andere GFT, Papier en Karton en elektrische voertuigen voor Toezicht & Handhaving. Op het scheidingsstation Huizen is een nieuw en duurzaam KCA depot opgeleverd. Ook is het ERP software pakket Afvalris succesvol geïmplementeerd en is het vervolgtraject gestart richting dynamisch routeplanning. In het najaar zijn de gesprekken gestart met Weesp/Amsterdam om te komen tot een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afvalinzameling voor de periode 2022-2026. Wat hebben we daarvoor gedaan? Onderdeel
Doel
Activiteiten
Ontwikkeling/ Indicator Regulier Efficiency 1.1 Service gericht naar bewoners Ontwikkeling 1.A / 1.B In 2020 zijn we verder gegaan met de implementatie van Afvalris en hebben we eerste stappen gezet naar digitalisering in de uitvoering. Denk aan een proef met tablets in de voertuigen voor dynamisch en efficiënter rijden. Hiermee willen we de service verbeteren door het creëren van lagere foutpercentages en minder meldingen. Ook is in 2020 het ISO 14.0001 systeem geüpdatet en het certificaat verlengd. Daarnaast is er gestart met een ISO 9.001 certificering. De organisatie is verbeterd, hetgeen geleid heeft tot een aangepast organigram. Het interne begrotingsproces is geoptimaliseerd wat leidt tot een transparantere werkbegroting op teamniveau. Het nieuwe ERP software pakket zal leiden tot een integrale bedrijfsvoering. Meer kwaliteit grondstoffen 1.2 Minder restafval, minder afkeur Regulier 1.C / 1.D grondstoffen Per 1 maart 2020 zijn er nieuwe afspraken van kracht voor de sortering en verwerking van PMD. De GAD heeft ingezet op voorlichting en communicatie. Tegelijkertijd wordt er extra inzet gepleegd op de zogenaamde stoorstoffen in het afval. Dit heeft geleid tot een toename van kilogrammen gescheiden PMD. Ook vindt inzet plaats van afvalcoaches en Toezicht & Handhaving. Er is extra inzet gepleegd om de overlast van bij-plaatsingen in de openbare ruimte tegen te gaan.
In 2020 is meer restafval ingezameld en zijn er meer grondstoffen aangeboden op de scheidingsstations. De voortgang ten behoeve van het plaatsen van ondergrondse containers heeft vertraging door COVID-19 (bijv. participatie, aannemer). In 2020 zijn in diverse gemeentes de laatste ondergrondse containers gerealiseerd (Laren, Blaricum en Huizen) en is het centrum van Hilversum geheel aangesloten op ondergrondse containers. Ook zijn in een aantal gemeenten de voorbereidingen opgepakt (Hilversum , Gooise Meren, Weesp). In 2020 zijn er diverse ondergrondse containerprojecten opgepakt bij nieuwbouwprojecten. Innovatie grondstoffen 1.3 Realisatie verwerking/inzameling Ontwikkeling 1.C / 1.D parelprojecten Er zijn in een samenwerkingsverband van Regio, GAD, Tomin en anderen twee parelprojecten voorbereid, Waardebox en Houtproject. Dit zijn projecten die in het kader van de programma’s Perspectief op Werk en Werken aan Werk opgesteld zijn om het effect van de coronacrisis op werkgelegenheid en economie aan te pakken. Het betreft projecten ter bevordering van de circulaire economie. Door in te zetten op deze branches worden meerdere doelen tegelijk behaald. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt blijven de belangrijkste doelgroep.
Daarnaast wordt ingezet op andere doelgroepen die hard worden geraakt door de crisis: zzp’ers, werknemers wiens baan onzeker is vanwege de coronacrisis, zij-instromers, kwetsbare jongeren en inwoners met psychische klachten. Voor dit project is een landelijke aanjaagsubsidie verkregen in het kader van de Prijsvraag Circulaire Ambachtscentra. Ontvlechting 2.1 Optimaliseren papier inzameling in Regulier 1.A / 1.D samenwerkingsverband Copog samenwerking met vrijwilligers De meeste werkzaamheden zijn opgepakt door de GAD. Diverse inzamelwijken van verenigingen zijn door de GAD overgenomen, omdat verenigingen zijn gestopt (onder andere door COVID-19). Door de extreme groei van de hoeveelheid karton is er extra inzet gepleegd in de wijken. Optimaliseren Crailo 2.2 Logistiek aanpassen Ontwikkeling Er is onderzoek gepleegd naar alternatieve locaties voor de overslag van afvalstoffen en kantoor GAD. Daarnaast is overeenstemming bereikt met NS Vastgoed voor een nieuwe langjarige pachtovereenkomst Crailo. 47
Optimaliseren scheidingsstations 2.3 Service verlening Ontwikkeling In verband met COVID-19 en de personele bezetting is het mobiele scheidingsstation het grootste deel van het jaar niet ingezet. De ontwikkeling van een toekomstvisie ten aanzien van het scheidingsstation in Bussum is door de coronacrisis door zowel gemeente Gooise Meren als de GAD on hold gezet in 2020. Het blijft een onderwerp dat ook in 2021 weer op de agenda staat en meegenomen wordt in de integrale huisvestingsplannen rondom Crailo in Hilversum. Tabel prestatie-indicator(en)
#
Omschrijving
1.A
Waardering bewoners
1.B
Beheersen meldingen en klachten Scheidingspercentage Innovatie grondstoffen
1.C 1.D 1.E
Hoeveelheid restafval per inwoner
Streefwaarde 2020 7,7 30/1.000 inwoners 73% Realisatie aanbestedingen 8 grondstoffen 128 kg
Realisatie 2020 nb
Realisatie 2019 7,6
55/1.000 67,2%
58/1.000 inwoners 68%
176 kg
162 kg
ja
Bron Tevredenheidsonderzoek inwoners Afvalris GAD-meter Corsa / Negometrix Rapportage Grondstoffen 2020
Tabel kengetallen
Omschrijving
Bron
Aangesloten huishoudens Aantal bezoeken Scheidingstations T&H aantal behandelde meldingen T&H aantal onjuist aangeboden huishoudelijk afval
High light rapportages VANG GAD-registratie Jaarverslag Team T&H Jaarverslag Team T&H
Realisatie 2020 72% 640.163 10.366 8.800
Realisatie 2019 69% 653.532 8.000 6.208
Realisatie 2018 60% 606.897 9.714 6.534
Wat heeft dat gekost?
Realisatie 2019
Begroting 2020
Begroting 2020 na wijziging
Realisatie 2020
Afwijking 2020 realisatie/raming
Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Vennootschapsbelasting Overhead primair proces Overhead Regio Dotatie voorziening Totaal lasten
8.387.048 2.364.565 14.236.236 7.500 819.686 1.698.976 10.000 27.524.011
7.513.010 3.389.059 15.375.337 7.538 868.112 1.782.127 10.000 28.945.183
7.513.010 3.389.059 15.375.337 7.538 868.112 1.782.127 10.000 28.945.183
8.592.860 2.499.514 14.721.044 916.441 1.837.655 10.000 28.577.514
1.079.850 -889.545 -654.293 -7.538 48.329 55.528 -367.669
Baten Gemeentebijdrage Centrumgemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten
-22.770.102 -4.757.517 -27.527.619
-24.142.283 -4.802.900 -28.945.183
-24.142.283 -4.802.900 -28.945.183
-24.142.283 -4.133.675 -28.275.958
669.225 669.225
-3.608
-
-
301.556
301.556
-41.690
-
-
-
-
Grondstoffen- en Afvalstoffendienst (GAD)
Saldo Reserves Dotaties Onttrekkingen
Saldo -45.298 301.556 301.556 Toelichting rekeningcijfers Afgelopen jaren is er geïnvesteerd in een nieuw inzamelsysteem (Uitvoeringsplan VANG 2016 -2020). Het uitgangspunt van de VANG-operatie was meer service bieden om meer grondstoffen (en dus minder restafval) in te 48
zamelen. De financiële vertaling van de bijbehorende extra kosten van de inzet van de dienstverlening en de benodigde investeringen zouden gedekt worden door de lagere verwerkingskosten (met name restafval) en extra vergoedingen / opbrengsten van de grondstoffen (met name PMD). De financiële doorvertaling van deze transitie is in fasen gebeurd, waarbij de extra kosten in eerste instantie opgevangen werden door de structurele overschotten die de GAD de afgelopen jaren gerealiseerd heeft. Ook dit jaar is er bij de GAD een overschot te zien op de verbrandingsbelasting en bleven de kapitaallasten achter als gevolg van de vertraagde uitrol VANG. Op de personeelskosten is er nadelig saldo. Deels komt dit door structureel hogere loonkosten als gevolg van het niet doorvertalen van de uitvoeringskosten conform het nieuwe VANG-beleid in de begroting. Daarnaast zijn er extra kosten gemaakt in het kader van de coronacrisis, zoals de verruimde openingstijden van de scheidingsstations, de extra inzet voor de lediging van de ondergrondse containers en bijplaatsingen. Ook dit jaar is een incidenteel voordeel zichtbaar op de kapitaallasten welke enerzijds wordt veroorzaakt doordat de VANG-investeringen achterblijven op de planning.
Daarnaast is de aanschaf van inzamelvoertuigen mede door COVID-19 tijdelijk on-hold gezet, als ook door het inhuren van voertuigen bij derden als gevolg waarvan investeringen zijn uitgesteld. De gunstige rente heeft een structureel karakter. 2020 is het laatste jaar waarbij de Regio het voordeel heeft van de exportvergunning. Deze is afgelopen per 1 november 2020, waardoor er alleen over de laatste twee maanden van het jaar verbrandingsbelasting betaald hoefde te worden. Dit voordeel komt op ongeveer € 995.000. De verwerkingskosten laten een daling zien door de nieuwe raamovereenkomst verpakkingen. Deze verantwoordelijkheid is per 1 april overgedragen aan de regieorganisatie RKN. Hierdoor ontvangt de GAD enkel een inzamelvergoeding voor de PMD. Op de materiele kosten is daarnaast een nadeel wat veroorzaakt wordt door inhuur van voertuigen bij derden, wat zoals al opgemerkt tot een voordeel op de kapitaallasten heeft geleid. Tegelijkertijd brengt dit een klein voordeel met zich mee op onderhoudskosten. Samen met de extra materiele kosten gemaakt als gevolg van COVID-19 resteert een voordeel van ongeveer € 650.000. In 2020 is er gesaldeerd een nadelig saldo op inkomsten van derden van € 669.000. Dit is te verklaren door met name de marktwerking op de tarieven, afwijkende aantallen tonnages en nieuwe contracten die zijn aanbesteed.
Ook was er een sterke daling van het tarief OPK (papier) en tuinafval. De overige grondstoffen lieten veelal positieve resultaten zien. Verder was er een incidenteel voordeel door afwikkeling van voorgaande jaren Nedvangvergoedingen.
49
PARAGRAFEN
Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf financiering Paragraaf bedrijfsvoering Paragraaf COVID-19
50
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Onder het weerstandsvermogen wordt verstaan het ‘vermogen om incidentele en structurele financiële tegenvallers waarvan tijdstip en omvang onbekend zijn op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de hoogte van de voorzieningenniveaus van de programma’s’. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en risico’s waarvoor geen voorziening en/of verzekering aanwezig is. Artikel 11, lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten geeft aan dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing tenminste bevat: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; (niet van toepassing voor Regio) 4 structurele exploitatieruimte; en 5 belastingcapaciteit (niet van toepassing voor Regio). e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Weerstandscapaciteit Regio Gooi en Vechtstreek wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot een verhoogde gemeentelijke bijdrage voor gemeenten, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Het beleid is erop gericht om de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit 4 (i.c. het weerstandsvermogen) tenminste 1,0 te laten zijn. De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele en een structurele component. Onderdeel van de structurele weerstandscapaciteit zijn de posten onbenutte belastingcapaciteit, onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Dit zijn posten die voor de Regio niet van toepassing zijn, als gevolg waarvan de Regio rekent met de incidentele weerstandcapaciteit. Tot de incidentele weerstandscapaciteit wordt gerekend: de algemene reserve; de stille reserves; het bedrag voor onvoorzien c.q. nieuwe beleidsruimte; incidentele begrotingsruimte. 5
Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit . Een bestemmingsreserve is een reserve waar het bestuur een bepaalde bestemming aan heeft gegeven (art. 43 BBV). Het is denkbaar dat onder de bestemmingsreserves zich middelen bevinden waarvan het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming. In die gevallen is een heroverweging tot overheveling van deze middelen naar de algemene reserve te rechtvaardigen. De bestemmingsreserves van de Regio hebben een expliciet karakter. De door het algemeen bestuur gegeven bestemming kan in deze gevallen niet of nauwelijks worden gewijzigd, waardoor deze bestemmingsreserves dan ook niet voor tegenvallers kunnen worden ingezet. Voor de weerstandscapaciteit worden ze dan ook op nihil gesteld.
4
Spelregels In 2016 is door de zeven colleges van burgemeester en wethouders de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ vastgesteld. In deze nota is een spelregel opgenomen waarin is aangegeven dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1,0 dient te zijn. 5
Bron: het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) is een gezamenlijk product van de 12 provinciale toezichthouders gemeentefinanciën (Gedeputeerde Staten). In het GTK is vastgelegd hoe, binnen het wettelijk kader, invulling wordt gegeven aan het financieel toezicht op gemeenten.
51
Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit vrij besteedbaar eigen vermogen en heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers, risico’s die geheel niet te kwantificeren zijn en niet meer kunnen worden opgevangen. De stand en het verloop van de algemene reserve is opgenomen in bijlage 2. Stille reserves Indien bezittingen meer waard zijn dan de boekwaarde, is sprake van een stille reserve die niet op de balans tot uitdrukking komt. De Regio beschikt slechts over een beperkt aantal gebouwen, terreinen en installaties die zij in eigendom heeft. Het verschil tussen de (taxatie)waarde en balanswaarde wordt als nihil gesteld op basis van een schatting. Onvoorzien Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten, welke ook voor de Regio van toepassing is, dient er in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven te worden opgenomen, ter dekking van lasten die niet in de begroting zijn opgenomen. De in 2016 vastgestelde nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ geeft aan dat voor de post onvoorzien geldt dat de lasten die eruit gedekt mogen worden als onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk gedefinieerd moeten zijn. In deze spelregels wordt geadviseerd als richtlijn voor de bepaling van de hoogte van het budget uit te gaan van 0,4% van de exploitatielasten.
Voor 2020 zou op basis van de actuele exploitatie dat een post onvoorzien ter hoogte van ongeveer € 370.000 met zich meebrengen. De Regio heeft in overleg met de gemeenten vanaf begrotingsjaar 2017 een lager bedrag voor onvoorzien ter hoogte van € 5.000 in de begroting opgenomen. Incidentele begrotingsruimte Als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit. De toezichthouder accepteert enkel de positieve begrotingsruimte die zich minimaal in zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming voordoet als structurele weerstandscapaciteit. Eventuele overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele begrotingsruimte en kan daarom tot de incidentele weerstandscapaciteit worden gerekend. Daar ook dit niet bij de Regio van toepassing is wordt deze incidentele begrotingsruimte op nihil gezet. Op basis hiervan is de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit in meerjarenperspectief: Bedragen x € 1.000
Weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien Stille reserves Incidentele begrotingsruimte Totaal
2019 1.199 5 1.204
2020 1.199 5 1.204
2021 1.199 5 1.204
2022 1.199 5 1.204
Risico’s Een risico bestaat altijd uit de drie volgende onderdelen: de oorzaak, de risicogebeurtenis en het gevolg. De oorzaak spreekt het meest voor zich: de reden waarom iets verkeerd dreigt te gaan. De risicogebeurtenis is het voorval, kortom wat er fout kan gaan op een bepaalde plaats binnen een bepaald tijdsinterval. Het gevolg is het (ongewenste) resultaat. Onder risico’s worden verstaan alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de Regio. Het financiële effect van een risico wordt berekend als de kans van optreden van een gebeurtenis maal de impact die de gebeurtenis heeft. Een grote kans hoeft dus nog geen groot risico te betekenen. Als de kans van een gebeurtenis tamelijk groot is, maar het nadelig effect ervan is heel klein, dan is het risico niet al te groot. Per risico wordt het geschat financieel risico, de kans van voordoen en het financieel effect weergegeven. De risicoparagraaf is geactualiseerd naar de huidige situatie; daar waar risico’s zijn gewijzigd of niet meer van toepassing zijn, zijn zij aangepast.
52
1 ALG
Ontwikkeling loonkosten
Geschat financieel risico € 360.000
Kans op voordoen 50%
Financieel effect € 180.000
Vrijdag 19 februari 2021 was er een zesde ronde in de onderhandelingen over de nieuwe gemeentelijke cao’s (Cao Gemeenten en Cao SGO). De vakbonden hebben na het bod van de werkgevers het overleg opgeschort. Werkgevers willen een cao waarin de waardering voor de inzet van de medewerkers tot uiting komt. Gezien de financiële positie van gemeenten en gezien de omstandigheden van veel werkende Nederlanders, menen werkgevers een net bod te hebben gedaan. Helaas wilden de vakbonden geen tegenbod meer doen. Zij houden vast aan onder andere een looneis van 2,75%, diverse eenmalige uitkeringen van honderden euro’s, het herinvoeren van een VUT-regeling en een verlofnorm van 8 dagen (in plaats van de werkgroepnorm van 5 dagen). Gezien de financiële positie van gemeenten en gezien de omstandigheden van veel werkende Nederlanders is dat onrealistisch en niet uit te leggen. De VNG en de WSGO hopen dat de vakbonden spoedig naar de overlegtafel terugkeren en een serieuze poging doen om de verschillen te overbruggen. In de programmabegroting 2022-2025 is ervoor gekozen om, conform eerdere jaren, de indexatie van de lonen aan te houden zoals deze is opgenomen in de septembercirculaire 2020, wat voor 2022 komt op een indexatie van de lonen van 1,3%.
Mochten er in de nieuwe cao voor 2022 en verder hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de begroting. Het risico wordt ingeschat op 1,0% van de kosten, uitgaande van de salariskosten van personeel in dienst van de Regio. Gezien de grote kans op voordoen (50%, de beide partijen liggen ver uit elkaar op dit moment), wordt het financieel effect berekend op € 180.000. 2 ALG
Ontwikkeling pensioenkosten
Geschat financieel risico € 285.000
Kans op voordoen 75%
Financieel effect € 213.750
Het bestuur van ABP beziet de premie vanuit een meerjarenperspectief. De premiestijging is al eerder aangekondigd. Doordat het verwachte rendement naar beneden is bijgesteld én het opbouwpercentage gelijk is gebleven in 2021, is meer premie nodig om de pensioenen verantwoord te financieren. De verwachting is dat de premie de komende jaren verder zal stijgen. In 2022 zal de premie naar verwachting met 2% stijgen. De premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen gaat in 2022 naar verwachting met 1 tot 1,5% omhoog. Dat is nodig, omdat de kans op arbeidsongeschiktheid met name op hogere leeftijd toeneemt. De gevolgen zijn nog niet meegenomen in deze begroting, omdat deze premiewijzigingen nog niet in te schatten zijn. Medio juli 2021 worden de te verwachte premiestijgingen bekend gemaakt door het ABP. Voor de berekening van het geschat financieel risico wordt vooralsnog uitgegaan van een stijging van 3,5%. 3 ALG
Arbeidsgerelateerde kosten
Geschat financieel risico € 250.000
Kans op voordoen 50%
Financieel effect € 125.000
Arbeidsgerelateerde verplichtingen zijn alle vormen van aan de arbeidsrelatie verbonden rechten op uitkeringen tijdens of na het dienstverband. Te denken valt hierbij aan uitkeringen bij ontslag, afkoopsommen, afvloeiingsregelingen, toezeggingen etc. Bij conflicten wordt juridische begeleiding ingeschakeld. Er zijn verscheidene externe en interne omgevingsfactoren die van invloed zijn op de toekomst van de Regioorganisatie. De Regio zal haar organisatie de komende jaren moeten klaarstomen voor verschuivingen, om snel en adequaat te reageren op veranderingen in onze omgeving met als doel de wendbaarheid van onze organisatie te versterken, wat mogelijk arbeidsgerelateerde kosten met zich meebrengt. In 2022 ziet de Regio zich bijvoorbeeld geconfronteerd met een bezuinigingsopdracht. Het risico op arbeidsgerelateerde kosten kan in sommige gevallen gemitigeerd worden door een vergoeding voor frictiekosten (zoals bijvoorbeeld voor het vertrek van de gemeente Weesp), of werk-naar-werk trajecten (wnwtraject). Niet in alle gevallen is een frictiekostenvergoeding of wnw-traject van toepassing, als gevolg waarvan dit risico wordt meegenomen. 4 ALG
Ontwikkeling materiële kosten
Geschat financieel risico € 115.000
Kans op voordoen 50%
Financieel effect € 57.500
In de programmabegroting 2022 is ongeveer € 23 mln. aan materiële kosten geraamd (excl. beschermd wonen en doelgroepenvervoer). Het betreft hier hoofdzakelijk uitgaven waar een contract aan ten grondslag ligt zoals huurovereenkomsten, onderhoudsovereenkomsten en verwerkingsovereenkomsten. Deze overeenkomsten worden veelal aangepast aan de prijsindex. In 2020 is de inflatie gemiddeld uitgekomen op 1,3%. De eerste ontwikkelingen van 2021 laten een hogere inflatie zien (jan: 1,6%, feb: 1,8%). Bij het opstellen van de programmabegroting 2022 is uitgegaan van een inflatie van 1,5%, zoals deze is meegenomen in de septembercirculaire 2020. Mochten de inflatie in 2022 hoger uitvallen, dan zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. Het risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale materiële kosten. 53
5 ALG
Opgelegde boete voor een datalek of andere overtredingen van de AVG
Geschat financieel risico € 500.000
Kans op voordoen 30%
Financieel effect € 150.000
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) legt in haar toezichtwerk (tot 2023) extra nadruk op drie focus-gebieden: datahandel, digitale overheid en artificiële intelligentie en algoritmes. Met name de focus op de digitale overheid is 6 op de Regio van toepassing . De AP kan een boete opleggen voor een datalek, maar ook voor andere overtredingen in lijn met art. 83 AVG (zoals het toegang geven van te veel mensen tot een systeem). Daarnaast kan de Regio aansprakelijk worden gesteld door de betrokkenen van wie persoonsgegevens zijn gelekt. Het is echter lastig de kans en impact daarvan te kwantificeren. De verwachting is dat, met de invoering van Office365, de informatieveiligheid zal toenemen. Ervaring leert daarnaast dat veel datalekken ontstaan door menselijk handelen en in mindere mate door gebrekkige technische maatregelen. Daarom zal er ook in 2022 continu aandacht blijven voor privacy verantwoordelijk handelen van de medewerkers door het aanbieden van training en e-learning. Bij de Regio zijn buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) werkzaam, die ook toezichthouder zijn. Bij het verwerken van persoonsgegevens door boa’s moet rekening gehouden worden met zowel de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) als de Wet politiegegevens (Wpg). Eén van de wettelijke eisen in de Wpg is het periodiek (laten) uitvoeren van interne en externe audits.
De Regio voert in 2021 een Wpg-audit uit, waarvan de uitkomsten gemeld moeten worden aan de AP. De AP gaat daarnaast ook groeien; verwachting is dat zij in 2022 3x zo groot zal zijn. Daarnaast is er kans dat de AP ook kritischer zal kijken naar GGD-en in Nederland, als gevolg van de datadiefstal bij de GGD. Als gevolg van deze drie ontwikkelingen is de kans op voordoen naar boven bijgesteld, als ook het geschat financieel risico. 6 ALG
Investeringen vervanging ICT en thuiswerken
Geschat financieel risico € 245.000
Kans op voordoen 40%
Financieel effect € 98.000
De ICT-voorzieningen van de Regio worden deels gestuurd door het oorspronkelijke vervangingsplan, deels door de COVID-19 actualiteit. COVID-19 heeft in 2020 drie effecten veroorzaakt: a. de Regio bestrijdt COVID-19 middels de GGD (testen, BCO, vaccineren, etc.); b. COVID-19 heeft het aantal thuiswerkers verviervoudigd en c. de uitvoering van het vervangingsplan is vertraagd. Het vervangingsplan zal deels moeten worden aangepast op de COVID-19 taken van de Regio. Daarnaast zal dit plan vooral in een duurzame hybride kantoor-/thuiswerkomgeving moeten ondersteunen. Op dit moment is onduidelijk hoe het thuiswerken zich gaat ontwikkelen. Het extra thuiswerken is nog niet voorzien in het huidige vervangingsplan; indien dit het geval blijft, leidt dit tot een groter financieel risico dat het huidige vervangingsplan niet toereikend is. De kans op voordoen wordt lager ingeschat, omdat de verwachting is dat het percentage thuiswerken langzaam zal afnemen. 7 ALG
Uitval ICT voorzieningen als gevolg van informatiebeveiligingsrisico’s
Geschat financieel risico € 750.000
Kans op voordoen 35%
Financieel effect € 262.500
De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door incidenten (bijvoorbeeld hacking, malware, infra- systeeminbraak, DDoS aanvallen, etcetera) op het gebied van informatiebeveiliging worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere duur stil komen te liggen. Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en keten partners, neemt de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. 8 ALG
Leegstand Burgemeester de Bordesstraat
Geschat financieel risico € 300.000
Kans op voordoen 25%
Financieel effect € 75.000
De Regio treedt, sinds de aankoop van het pand aan de Burgemeester de Bordesstraat, op als verhuurder. De Regio maakt zelf gebruik van 70% van de oppervlakte, de overige 30% wordt verhuurd. Wanneer huurders besluiten de huur op te zeggen, loopt de Regio een risico op gederfde inkomsten, wanneer niet tijdig een nieuwe huurovereenkomst wordt afgesloten. In 2020 zijn drie huurovereenkomsten verlengd.
https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/over-de-autoriteit-persoonsgegevens/focus-ap-2020-2023: “Centrale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen”. 6
54
De verwachting blijft dat de Regio het risico op leegstand grotendeels kan afdekken met het opnieuw afsluiten van huurcontracten voor langere termijn met de huidige huurders. Door COVID-19 kan het invullen van leegstand mogelijk wel meer tijd in beslag nemen. Als gevolg hiervan is de kans op voordoen naar boven bijgesteld. 9 IC
Uitval systeem (DLP )
Geschat financieel risico € 150.000
Kans op voordoen 10%
Financieel effect €15.000
Via het Digitaal Leefplein (DLP) worden digitale opdrachten tot het leveren van zorg en ondersteuning naar aanbieders verzonden. Vervolgens wordt door aanbieders de geleverde ondersteuning via DLP gedeclareerd, worden de declaraties vrijwel geheel geautomatiseerd gecontroleerd en worden de betaalbestanden voor gemeenten gegenereerd. Indien er problemen zijn met het Digitaal Leefplein heeft dit een directe invloed op de levering van zorg aan de inwoners, de financiële afwikkeling met de aanbieders of de rechtmatigheid van betalingen door gemeenten. Het DLP is in eigendom. In geval van uitval van het systeem door bijvoorbeeld een faillissement van de softwareleverancier zal het onderbrengen bij een andere leverancier tijd en geld kosten. Daarnaast kan het DLP uitvallen wanneer het berichtenverkeer stil komt te liggen door een software fout; dit risico kan zich 1 keer per jaar voordoen na de landelijke update. 10 IC
Mogelijke aanvullende maatregelen vanuit het controleplan of de ISAE3402 certificering van het systeem (DLP)
Geschat financieel risico € 60.000
Kans op voordoen 30%
Financieel effect €18.000
Door toename van de complexiteit van de administratie en daarbij horende processen bestaat de mogelijkheid dat er vanuit de financiële verantwoording sociaal domein aanvullende eisen aan het systeem worden gesteld. Daarnaast kan vanuit de bevindingen binnen de audits voor de jaarlijkse ISAE3402 certificering een noodzaak tot aanvullende maatregelen blijken. 11 GGD
Verlies van arrestantenzorg
Geschat financieel risico € 75.000
Kans op voordoen 50%
Financieel effect € 37.500
Wie in een politiecel zit, mag om een arts vragen. De GGD-arts komt dan ter plekke. Het komt ook voor dat de politie zelf een arts inschakelt, wanneer er onderzocht moet worden of iemand bijvoorbeeld om medische redenen wel ingesloten mag worden. De GGD onderzoekt de mogelijkheden op samenwerking met GGD Flevoland, omdat de schaal te klein is geworden om continuïteit te kunnen garanderen. Dit brengt een verlies van inkomsten met zich mee. Daar tegenover staat dat de kosten van uitvoering ook afnemen. 12 GAD
Vergoedingen Afvalfonds
Geschat financieel risico € 160.000
Kans op voordoen 25%
Financieel effect € 40.000
Voor een aantal (verpakking)grondstoffen is er met de Stichting Afvalfonds een Raamovereenkomst Verpakkingen 2013-2022 afgesloten, waarin vergoedingen zijn afgesproken voor ingezamelde verpakkingen gedurende de loop van de raamovereenkomst. De feitelijke vergoedingen worden jaarlijks in het eerste kwartaal van het betreffende jaar vastgesteld. 13 GAD
Ontwikkeling verwerkingstarieven/ opbrengsten recyclings-componenten
Geschat financieel risico € 1.000.000
Kans op voordoen 33%
Financieel effect € 330.000
De actieve rol bij het maken van prijsafspraken in ‘de markt’ voor meer dan 20 verschillende recycling-componenten heeft enige tijd voordelen laten zien. Het risico van de wereldwijde marktwerking is in combinatie met de directe gevolgen van de coronacrisis echter niet af te dekken. Daarnaast kunnen na het opstellen van een begroting tot de aanloop van het begrotingsjaar, een periode van een jaar, nog ontwikkelingen plaatsvinden die onvoorzienbaar waren ten tijde van het opstellen van de begroting. Er is in casu sprake van een prijs- en een hoeveelheidsrisico. De opbrengsten van de recyclings-componenten bewegen daarnaast erg op en neer. Voor de verschillende grondstoffen (OPK, metalen, glas) is de verwachting dat de marktontwikkeling erg volatiel is. Daarnaast kan het achterblijvende scheidingspercentage leiden tot dito lagere opbrengsten voor recyclings-componenten. De risico’s worden door middel van een aanbesteding, zoveel als mogelijk binnen de aanbesteding, geminimaliseerd.
55
Risicoprofiel Het totale risicoprofiel wordt op basis van bovenstaand bepaald op € 1.602.250.
#
Status
Geschat financieel risico
Risico
Kans op voordoen
Financieel effect
1
G
ALG
Ontwikkeling loonkosten
360.000
50%
180.000
2
G
ALG
Ontwikkeling pensioenkosten
285.000
75%
213.750
3
G
ALG
Arbeidsgerelateerde kosten
250.000
50%
125.000
4
G
ALG
Ontwikkeling materiële kosten
115.000
50%
57.500
5
G
ALG
Opgelegde boete voor een datalek
500.000
30%
150.000
6
G
ALG
Vervangingsinvesteringen ICT
245.000
40%
98.000
7
N
ALG
Uitval ICT voorzieningen agv informatiebeveiligingsrisico’s
750.000
35%
262.500
8
G
ALG
Leegstand Burgemeester de Bordes
300.000
25%
75.000
9
O
IC
Uitval van systemen (DLP)
150.000
10%
15.000
10
O
IC
Mogelijke aanvullende maatregelen controleplan of ISAE3402
60.000
30%
18.000
11
G
GGD
Verlies van arrestantenzorg
75.000
50%
37.500
12
O
GAD
Vergoedingen Afvalfonds
160.000
25%
40.000
13
G
GAD
Ontwikkeling verwerkingstarieven recyclingscomponenten
1.000.000
33%
330.000
Totaal risicoprofiel
1.602.250
Weerstandsvermogen Nu het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie risico’s weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen
Risicoprofiel
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen kan gemeten worden als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit die de Regio beschikbaar heeft en de verwachte financiële gevolgen van de risico’s. Hij kan weergegeven worden als een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Risico's (risicoprofiel) Deze wordt voor de Regio als volgt berekend: Bedragen x € 1.000
Omschrijving A Weerstandscapaciteit B Risicoprofiel C Weerstandsvermogen (A-B) D Ratio (A/B)
2020 1.204 1.602 - 398 0,75
Voor de vereiste omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s blijken in de praktijk geen harde normen voorhanden. Toch is een normering gewenst. De uitkomst van de vergelijking tussen norm voor weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s geeft informatie over de minimale omvang van de reservepositie.
56
Voor de normering van het weerstandsvermogen wordt onderstaande waarderingstabel gehanteerd:
A B C D E F
Ratio Weerstandsvermogen >2 1,4 < x < 2 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De Regio streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste als ‘voldoende’ is, zijnde een ratio van minimaal 1,0. Deze ratio is immers ook opgenomen in de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’, zoals deze in 2016 is vastgesteld door de colleges B&W van de zeven gemeenten. Met de hiervoor berekende ratio van het weerstandsvermogen van 0,75 wordt niet aan deze norm voldaan, het weerstandvermogen is op dit moment onvoldoende te noemen. Van belang is te onderzoeken op welke wijze het weerstandvermogen weer op peil gebracht kan worden. Bijvoorbeeld door het incidenteel toevoegen van middelen aan de algemene reserve kan de ratio van het weerstandvermogen vergroot worden. Bij de bestemming van het rekeningresultaat is een voorstel hiertoe meegenomen. Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Bij besluit van 15 mei 2015 zijn de BBV-voorschriften aangepast en is het verplicht voorgeschreven om in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen op te nemen: 1. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. De solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit.
De onder 4 en 5 genoemde kengetallen zijn niet van toepassing voor de Regio. Ad 1) Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt, doordat er leningen zijn afgesloten en dat die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden. De berekening is als volgt: Trek de geldelijke bezittingen af van de schulden. Het bedrag dat resteert is de netto schuld. Deel deze netto schuld door de inkomsten. De uitkomst daarvan (in- en exclusief doorgeleende gelden) wordt uitgedrukt in procenten. De netto schuldquote (= netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de Regio is:
A) Vaste schulden B) Netto-vlottende schulden C) Overlopende passiva D1) Saldo financiële activa tbv netto schuldquote D2) Saldo financiële activa tbv netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen E) Saldo uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar F) Saldo liquide middelen G) Saldo van overlopende activa H) Gerealiseerde baten Kengetal netto schuldquote (+A+B+C-D1-E-F-G)/H Kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen (+A+B+C-D2-E-F-G)/H
Realisatie 2019 17.843 4.884 15.198 9 14.861 650 87.998 25,46% 25,47%
Bedragen x €1.000 Begroting Realisatie 2020 2020 17.976 31.337 7.847 12.190 14.078 17.219 2 759 10.178 38.750 676 651 84.411 104.473 34,41% 19,70% 34,41% 20,43%
57
In vergelijking met de realisatie 2019 is de netto schuldquote gedaald. De Regio heeft in 2020 een tweetal leningen afgesloten, waarvan een ten gunste van Vervoer Gooi en Vechtstreek. Deze lening, ter hoogte van € 8.000.000 is nog niet volledig gestort naar Vervoer Gooi en Vechtstreek, als gevolg waarvan de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar eind 2020 op € 38.750.000 komt te staan. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 100%. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de schuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, bevindt men zich in de gevarenzone (rood).De netto schuldquote van de Regio van 19,7% is goed te noemen. Ten opzichte van de begroting is het percentage verbeterd als gevolg van een hoger aantal uitzettingen met tegelijkertijd hogere gerealiseerde baten. Ad 2) De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de instelling in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de instelling. Het eigen vermogen wordt opgevat als de financiële buffer voor het opvangen van risico’s. De solvabiliteit is een graadmeter voor de mate waarin de instelling hiertoe in staat is.
Afhankelijk van de directe opbrengstwaarde van de activa is een algemene vuistregel dat de minimumnorm van de waarde tussen de 20% en 45% ligt. Indien de solvabiliteitsratio onder de 20% komt dan heeft de instelling zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood. Bij een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 30% springt het licht op oranje. De solvabiliteitsratio van de Regio komt uit op: Bedragen x €1.000
Realisatie 2019 Begroting 2020 Realisatie 2020 A) Eigen Vermogen B) Totaal van alle passiva Kengetal solvabiliteitsratio (A/B)
9.101 48.354 18,82%
7.372 48.338 15,25%
10.966 73.143 14,99%
De solvabiliteitsratio van de Regio is laag te noemen. De Regio heeft voorheen primair met het beschikbare eigen vermogen gefinancierd; financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt conform afspraak met gemeenten. De afgelopen jaren is hierdoor het eigen vermogen van de Regio afgenomen. In 2020 is het niet mogelijk geweest te financieren met eigen vermogen, als gevolg waarvan het vreemd vermogen is toegenomen. De solvabiliteitsratio ligt onder de 20% en is daarmee op basis van het percentage risicovol te noemen. De vraag is, in hoeverre dat ook voor de solvabiliteit van de Regio van toepassing is. Over de hoogte van deze ratio zal met de gemeenten overleg worden gepleegd in 2021. Ad 3 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een instelling is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een instelling in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatie wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Voor de Regio is het kengetal: Bedragen x €1.000
Realisatie 2019 Begroting 2020 Realisatie 2020 A. Structurele lasten B. Structurele baten C. Totaal structurele toevoegingen aan de reserves D. Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves E. Gerealiseerde baten Kengetal structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E
88.689 87.998 0 91 87.998 -0,68%
84.411 83.499 0 91 83.499 -0,98%
102.276 104.473 0 0 104.473 2,10%
De Regio is in staat geweest om de structurele lasten volledig te dekken vanuit structurele baten. Beoordeling financiële positie De financiële positie van de Regio is matig tot voldoende te noemen. De netto schuldquote (lager dan 90%) is gezond, net als de structurele exploitatieruimte. De solvabiliteitsratio is matig, maar vereisen niet direct ingrijpen. Inzake het weerstandvermogen wordt bij de resultaatbestemming een voorstel gedaan de ratio te verbeteren, middels een storting in de algemene reserve, om zo de ratio weer in de richting van 1 te bewegen. 58
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Kapitaalgoederen zijn aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die gedurende meerdere jaren nut geven, waarvoor langlopende investeringen zijn vereist. Achterstanden in het onderhoud hiervan kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol om op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren, en op deze wijze invulling te geven aan de begrippen asset management en risicomanagement. Goed beheer en onderhoud leidt tot een langere levensduur van kapitaalgoederen waardoor die ook op de langere termijn bruikbaar blijven. Het beheer betreft ook het toezien op de staat van onderhoud van het kapitaalgoed, administratie, inspectie, rapporteren binnen de P&C-cyclus, en controles met als doel dat het kwaliteitsniveau van het onderhoud niet zal leiden tot achterstallig onderhoud en/of juridische claims. Beheer en onderhoud is een cyclisch proces. Bouw- en installatiedelen verouderen weer na onderhoudsingrepen, waardoor na verloop van tijd opnieuw onderhoudsingrepen noodzakelijk zijn. Kapitaalgoederen dienen zo lang mogelijk een bijdrage te leveren aan het doel waarvoor zij zijn aangeschaft of vervaardigd.
Voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen wordt veelal gebruik gemaakt van beheerssystemen waarin de relevante data van alle objecten zijn ingebracht. Kapitaalgoederen Regio De Regio heeft twee soorten kapitaalgoederen tot haar beschikking: a. Gebouwen, terreinen en installaties b. Bedrijfsvoertuigen
Ad a) Gebouwen, terreinen en installaties Hoofdkantoor Grondstoffen en Afvalstoffen Dienst – Hooftlaan Bussum; Scheidingsstation Bussum; Scheidingsstation Hilversum; Scheidingsstation Huizen; Scheidingsstation Weesp; Overlaadstation Crailo; Hoofdkantoor Regionale Ambulancevoorziening – Laan van Tergooi 6 Hilversum Hoofdkantoor Regio Gooi en Vechtstreek, Burgemeester de Bordesstraat Elektrische brancards RAV
Ad b) Bedrijfsvoertuigen Grondstoffen en Afvalstoffen Dienst Regionale Ambulance Voorziening Veilig Thuis Gemeentelijke Gezondheids Dienst Algemeen
42 voertuigen 13 ambulances 2 voertuigen 2 voertuigen 7 voertuigen
Onderhoud gebouwen, terreinen en installaties Voor het onderhoud van de gebouwen, terreinen en installaties wordt onderscheid gemaakt in klein onderhoud, groot/cyclisch onderhoud en (vervangings)investeringen. Burgemeester de Bordesstraat, Bussum In 2020 is op verzoek van ons algemeen bestuur het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) voor de Burgemeester de Bordeslaan verduurzaamd. Ook is de planningshorizon bijgesteld naar 35 jaar, in lijn met de afschrijvingstermijn
59
van het pand. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening ter hoogte van € 300.000 is hierbij ongewijzigd gebleven. Het plan wordt in 2021 door het algemeen bestuur vastgesteld. Voor 2020 stond een totaal van € 361.071 gepland aan onderhoud. In het laatste kwartaal van 2020 heeft de vervanging van tapijt en het schilderwerk in het gehele pand plaatsgevonden. In het MJOP stonden deze activiteiten gepland voor drie aaneengesloten jaren (2020 tot en met 2022). In tegenstelling tot hetgeen aangegeven in de bestuursrapportage 2020, waar nog werd uitgegaan van kosten ter hoogte van € 420.000, is vanuit de voorziening slechts € 219.285 bekostigd aan dit onderhoud. Een aantal activiteiten uit het MJOP zijn vanuit 2020 doorgeschoven naar 2021. Hooftlaan, Bussum Voor het groot/cyclisch onderhoud van de Hooftlaan is in 2015 een meerjarig onderhoudsplan opgesteld. De planningshorizon van dit onderhoudsplan is 15 jaar. Het onderhoudsplan heeft een voortschrijdend karakter, wordt jaarlijks getoetst op de actualiteit en geeft inzicht in de jaarlijks uit te voeren werkzaamheden en de daarvoor noodzakelijke budgetten. In 2020 heeft de keuring van trappen plaatsgevonden. Ook is klein schilderwerk uitgevoerd. Totaal is daartoe € 908 bekostigd uit de voorziening. Regionale Ambulance Voorziening, Hilversum In januari 2019 heeft de RAV het nieuwe pand aan de Laan van Tergooi in gebruik genomen.
Hiervoor is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld, waarbij over 20 jaar een bedrag van € 622.725 aan onderhoud wordt verwacht. Hiervoor is een voorziening getroffen. Jaarlijks wordt € 32.775 gedoteerd aan deze voorziening, met ingang van 2019. Voor 2020 stonden uitgaven vanuit de voorziening gepland ter hoogte van € 6.423. Deze kosten zijn niet gemaakt; het onderhoud dat vanuit het MJOP geraamd stond voor 2020 is doorgeschoven, omdat het nog niet nodig was. Elektrische brancards RAV In 2018 is afgesproken met de zorgverzekeraars dat eenmalig een deel (€ 93.885) van de Vrije Marge gedoteerd mocht worden aan een voorziening elektrische brancards (i.v.m. hogere onderhouds- en afschrijvingskosten ten behoeve van de mechanische brancards). Volgens overeengekomen berekening is ook in 2020 € 13.341 onttrokken aan deze voorziening.
Onderhoud bedrijfsvoertuigen Het onderhoud van de bedrijfsvoertuigen is uitbesteed. De voertuigen worden jaarlijks onderhouden, maar ook voor incidenteel onderhoud en/of schades worden de voertuigen naar de daartoe gespecialiseerde garagebedrijven gebracht. Voor het onderhoud van de voertuigen zijn budgetten opgenomen in de begroting. De bedrijfsvoertuigen worden vervangen via het autovervangingsplan. Dit autovervangingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Indien het voertuig economisch is afgeschreven (de afschrijvingstermijn is verlopen) wordt gekeken of het voertuig technisch nog verder kan. Dit geldt niet voor de ambulances – deze worden wel meteen vervangen. Aanschaf en vervanging van de bedrijfsvoertuigen vindt plaats op basis van het investeringsplan. Vanaf 2016 wordt er voor nieuwe ambulances geen onderhoudscontract meer afgesloten. In plaats daarvan wordt er jaarlijks een bedrag toegevoegd aan de “voorziening onderhoud ambulances”. De ambulances hebben een levensduur van 6 jaar. De onderhoudskosten van nieuwe ambulances zijn in de eerste 3 jaren lager dan in de laatste 3 jaren. De voor deze ambulances gemaakte onderhoudskosten worden onttrokken aan de voorziening. In 2020 is er € 44.136 onttrokken aan deze voorziening.
60
Paragraaf financiering Inleiding In het BBV (Besluit Beheer en Verantwoording Provincies en gemeenten) is een paragraaf financiering voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. Deze dient voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille. De treasuryfunctie van de Regio omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de Regio. De Regio moet tijdig over voldoende geld beschikken om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen (zoals bijvoorbeeld het op tijd betalen van salarissen en facturen van derden) tegen marktconforme condities. Om investeringen mogelijk te maken, trekt de Regio geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de Regio moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen, de renteresultaten te optimaliseren en de daarmee samenhangende (ongewenste) risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s, te beperken.
Beheersmaatregelen In het treasurystatuut zijn de volgende beheersmaatregelen vermeld: a. Renterisicobeheer Bij het afsluiten van nieuwe leningen loopt de Regio een renterisico. Ook bestaat er een renterisico op het moment van renteherziening bij een lopende lening. Een stijging van de rentetarieven ten opzichte van de begroting leidt namelijk tot hogere rentelasten. Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de financiële resultaten van de Regio Gooi en Vechtstreek als gevolg van dit soort rentewijzigingen. Teneinde deze risico’s zoveel mogelijk te beperken: worden nieuwe leningen/uitzettingen afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; wordt de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; worden de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden. b. Intern liquiditeitsrisicobeheer Interne liquiditeitsrisico’s zijn risico’s die voortvloeien uit opportuniteitskosten als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning. Ter beperking van het interne liquiditeitsrisico baseert de Regio Gooi en Vechtstreek haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin toekomstige inkomsten en uitgaven zijn gepland.
De Regio stelt een zo betrouwbaar en volledig mogelijke liquiditeitenplanning op, om daarmee de interne liquiditeitsrisco’s zoveel mogelijk te beperken. Essentieel is daarbij de kwaliteit en de tijdigheid van aangeleverde informatie omtrent de activiteiten en de invloed van deze activiteiten op de financiële positie van de Regio. c. Valutarisicobeheer Valutarisico’s zijn bij de Regio Gooi en Vechtstreek uitgesloten, zowel bij de financiële transacties als bij de commerciële transacties. Leningen worden enkel verstrekt, aangegaan of gegarandeerd in euro’s. Er zijn geen lopende transacties of langdurige overeenkomsten die zijn afgesloten in vreemde valuta. d. Financiering De financiering omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheersen van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor een periode langer dan één jaar. Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren.
61
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken, met als doel de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren; Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen; De Regio is bij de financiering aangewezen op de Bank Nederlandse Gemeenten omdat andere bancaire instellingen deze publieke rechtsvorm niet vanzelfsprekend toelaten. De Regio heeft om die reden in de praktijk geen mogelijkheid om meer offertes te vragen voordat een financiering wordt aangetrokken. e. Uitzettingen Onder ‘uitzettingen’ wordt verstaan het uitzetten van financiële middelen bij een externe partij voor een periode langer dan één jaar. Uitzettingen van tijdelijke overtollige financiële middelen uit hoofde van treasury vinden in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer uitsluitend plaats bij het Agentschap; De Regio hanteert bij de tijdelijke uitzettingen, uit hoofde van treasury, de instrumenten die het ministerie van Financiën aanbiedt.
Deze instrumenten zijn: het aanhouden van middelen in rekening courant en het aanhouden van middelen in deposito’s; Uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. f. Relatiebeheer Doelstelling van het relatiebeheer is het zorgdragen van een permanente beschikbaarheid van bancaire en financiële diensten tegen vooraf overeengekomen kwaliteit en prijs. Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met financiële instellingen en het Agentschap. De treasuryfunctie van de Regio beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. De publieke rechtsvorm van de Regio maakt het aangaan van andere relaties dan met de Bank Nederlandse Gemeenten niet vanzelfsprekend. De keuzevrijheid is daardoor in de praktijk niet aanwezig.
Leningverstrekking en garantieverlening De wet Fido geeft aan dat geldleningen slechts mogen worden verstrekt of garant mag worden gestaan, als aantoonbaar is dat dit past in de uitoefening van de publieke taak. Deze wet schrijft voor zo weinig mogelijk risico's te nemen met onder meer leningen en garanties. Tot 2020 gaf de financiële verordening van de Regio geen mogelijkheid tot het verstrekken van leningen aan derden. Voortkomend uit de inbesteding van het doelgroepenvervoer bij Vervoer Gooi en Vechtstreek, ontstond het verzoek om het verstrekken van leningen mogelijk te maken. De financiële verordening is hierop aangepast, waarbij in artikel 15 lid 1 sub b is opgenomen dat een uitzondering gemaakt kan worden wanneer de Regio een lening wil verstrekken aan verzelfstandigde uitvoerende eenheden waarin de Regio Gooi en Vechtstreek met 80% of meer zeggenschap vertegenwoordigt. Wettelijke normen De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) geeft de wettelijke kaders voor de treasuryfunctie van decentrale overheden. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat er voorzichtig moet worden omgegaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Hierbij gelden als wettelijke normen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, welke in het treasurystatuut zijn opgenomen.
Daarnaast moeten tijdelijk overtollige middelen boven een vastgestelde drempel worden aangehouden in ‘s Rijks schatkist. Kasgeldlimiet De Regio mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet fido is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kasgeldlimiet is gelijk aan 8,5% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. Voor 2020 betekende dit bij een begrotingsomvang van € 84,4 miljoen een bedrag voor de kasgeldlimiet van € 7,17 miljoen. Er is gedurende 2020 geen kort geld aangetrokken, met andere woorden de kasgeldlimiet is niet overschreden.
62
b. Renterisiconorm Met het betreden van de kapitaalmarkt dient ook rekening te worden gehouden met de renterisiconorm zoals de Wet fido die stelt. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. De vraag is welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden uit het aangaan van nieuwe leningen behorend tot de vaste schuld, en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente niet kan beïnvloeden. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Het minimum bedrag voor de ruimte binnen renterisiconorm is € 2.500.000. Omschrijving 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Begrotingstotaal Wettelijk percentage Renterisiconorm (1*2) Renteherzieningen Nieuwe aangetrokken vaste schuld Aflossingen nieuw aangetrokken schuld Aflossingen vaste opgenomen schuld Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (4+6+7) Ruimte onder renterisiconorm (3-8)