Bijlage bij RIB 2021 84 - Koersdocument Gooi- en Vechtstreek
Tekst van het document
Deze transitie vergt een omslag van veel partijen, tot internationaal niveau, en exacte vertaling naar een gebied als Gooi en Vechtstreek is niet zonder meer te geven. Grote drijfveer daarbij is dat het open landschap wordt behouden en beheerd. Daarbij zijn boeren die voldoende inkomsten hebben uit hun bedrijf belangrijk. Voor omgevingsvisies van gemeenten is relevant dat de verwachting is dat grondgebonden bedrijven meer grond nodig hebben voor kringlooplandbouw en minder dieren per hectare. Voor een duurzaam economisch perspectief voor de landbouw is voldoende areaal cruciaal. Ook zullen bedrijven multifunctioneler worden (meer nevenfuncties) of andere vormen van landbouw toevoegen of bijdragen aan het beheer van natuurgebieden of bufferzones. Als er toch bedrijven stoppen moet geregeld worden dat er voldoende middelen en mogelijkheden zijn om resterende waardevolle bebouwing een herbestemming te geven en overige bebouwing te slopen.
37
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
3. Robuust en vitaal landelijk gebied
Gooi en Vechtstreek - Robuust en vitaal landelijk gebied Robuust en vitaal landelijk gebied R O B U U S T E N V I TA A L L A N D E L I J K G E B I E D
Behouden en versterken landschappelijke kwaliteiten Hoogwaardig stedelijk gebied én landschap
Versterken natuurgebieden - Afronden Natuurnetwerk Nederland - Potentie voor aanvullende natuurverbindingen (‘droge natuur’) - Potentie voor aanvullende natuurverbindingen (‘natte natuur’) - Potentie voor versterken biodiversiteit rond natuurgebieden (in alle gradaties) - Verminderen en opheffen versnippering
Versterken biodiversiteit Balans tussen natuur en recreatie Gebiedsgerichte oplossingen veenweidegebied Perspectief voor de landbouw
Bestaand Natuurwerk Nederland Bestaande of geplande verbindingen NNN ‘natte natuur’ Bestaande of geplande verbindingen NNN ‘droge natuur’
OVERIGE AANDUIDINGEN
Heide, NNN Bos Gooi, NNN W a t e r, N N N e n / o f K r w Bos veengebied NNN NNN Vechtstreek overig Overig landelijk gebied Geldt voor (type gebied) binnen hele regio
Deze kaart verbeeldt principes voor ontwikkeling en moet in samenhang met het koersdocument gelezen worden. Locaties en gebieden zijn indicatief en niet (bedoeld als) exact begrenst. Er kunnen geen (ontwikkel) rechten aan deze kaart ontleend worden.
38
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
3. Robuust en vitaal landelijk gebied
1:50.000
4. Blauwe draad door het gebied
39
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
4. Klimaatverandering en water
4
BLAUWE DRAAD DOOR HET GEBIED Om een bijdrage te leveren aan het beperken van klimaatverandering wordt een energietransitie ingezet en zijn er maatregelen nodig om uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De verandering van het klimaat wordt al zichtbaar in de fysieke leefomgeving. We
De opgaven spelen zowel in het stedelijk als landelijk gebied, en komen als een ‘ blauwe
moeten ons ook voorbereiden en aanpassen aan de veranderingen die klimaat-
draad’ bij veel andere opgaven terug. In deze ontwikkellijn staan doelen op het gebied
verandering met zich mee brengen. Veelal hebben deze aanpassingen te maken met de
van klimaatverandering, energietransitie en water. Ter uitwerking zijn (ordening)principes
omgang met water. Dit geeft nieuwe opgaven, zoals het langer vasthouden van
benoemd die een handvat bieden voor de regionale bijdrage aan klimaatdoelstellingen
water in plaats van het zo snel mogelijk afvoeren. Ook zet klimaatverandering
en de omgang met water op een manier die bijdraagt aan de hoofdambitie.
extra druk op opgaven die al eerder speelden, zoals de waterkwaliteit. De transitie die deze opgaven meebrengt raakt zowel het stedelijk als het landelijk gebied, uitlopend van het verduurzamen van gebouwen en mobiliteit tot de winning van energie. In het watersysteem is ook een bijzondere relatie tussen Gooi en Vechtstreek en aan beide kanten zijn ingrepen nodig.
40
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
4. Klimaatverandering en water
Klimaatverandering en water
Watersysteem
Historische context Water is van cruciale betekenis geweest voor de ontwikkeling van het gebied. Door het water is het veen gevormd. Van nature komt in de Vechtstreek (en ook Eemland) grondwater (kwel) omhoog uit de stuwwal. De schone kwel uit de ondergrond leidt tot hoge natuurwaarden, bijvoorbeeld in het Naardermeer. natuurlijk meer natuurlijke rivier
Gedurende de eeuwen heeft de mens getracht het natuurlijke systeem naar zijn hand
zee- en rivierdijken
te zetten: door ontginning en inpolderingen in het veengebied, aanleg van dijken,
voormalige zuiderzee
de drooglegging van het Horstermeer, het afsluiten van de Zuiderzee, aanleg
veenplassen
van het Amsterdam Rijnkanaal en het winnen van drinkwater. Zo is een systeem
ringdijken
ontstaan dat afhankelijk is van technische maatregelen en vooral is gericht
vaarten (afwatering)
op het buitenhouden en afvoeren van water.
Amsterdam Rijnkanaal Droogmakerij Waterwinning
De energievoorziening heeft ook een grote landschappelijke impact gehad. Als brandstof zijn bossen gekapt en is turf gewonnen. Moderne energiewinning toont zich door hoogspanningsverbindingen en gasleidingen. Afbeelding: ingrepen in watersysteem
41
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
4. Klimaatverandering en water
Klimaatverandering en water
Bovenregionale context Zowel het Rijk als de provincie committeren zich aan de doelen die zijn gesteld in het klimaatverdrag van Parijs. De VNG heeft namens de gemeenten het Klimaatakkoord ondertekend, hier staan doelstellingen voor reductie van CO2 in 2030 en 2050 in. Ook zijn er landelijke ambities: klimaatadaptief handelen in eigen beleid vanaf 2020 en Nederland is klimaatadaptief en waterrobuust ingericht in 2050. Alle gemeenten hebben die ambities via de Vereniging Nederlandse Gemeenten ondertekend in het bestuursakkoord klimaatadaptatie (2018). Voor de waterkwaliteit geldt dat de doelen van de EU Kaderrichtlijn water in 2027 gehaald moeten worden.
42
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
4. Klimaatverandering en water
Klimaatverandering en water
Regionale opgaven en doelstellingen
Klimaatverandering en energietransitie
Doelstelling: Gooi en Vechtstreek streeft naar klimaat neutraliteit in 2050 en is in 2050 klimaatadaptief ingericht
Er ligt een wereldwijde opgave om de opwarming van de aarde te
De gemeenten in Gooi en Vechtstreek onderschrijven de doelstelling van 49%
beperken zodat klimaatverandering hanteerbaar blijft. De regio moet
CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 en 95% CO2 reductie in 2050 uit het
een bijdrage leveren aan het verminderen van broeikasgassen.
Klimaatakkoord.
De verandering van energiebronnen vraagt om regionale afstemming. De ver-
Gooi en Vechtstreek zet in op het grote energiebesparingspotentieel en energiewinning op
andering van het klimaat wordt al ondertussen merkbaar in de leefomgeving en
geschikte en gedragen plekken en een bredere aanpak om uitstoot van broeikasgassen te vermin-
daar moet rekening mee gehouden worden. Er liggen regionale opgaven voor
deren.
de waterveiligheid en de omgang met droogte. Daarnaast moet de leefomgeving op tijd zijn aangepast aan nieuwe weersomstandigheden (adaptief zijn).
43
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
4. Klimaatverandering en water
Klimaatverandering en water
Water
Doelstelling: Gooi en Vechtstreek heeft een robuust en klimaatbestendig watersysteem
Water raakt aan veel opgaven in de regio. De Vechtstreek ligt onder
Waterveiligheid is een eerste levensbehoefte. Daarnaast vervult het watersysteem een
zeeniveau en is afhankelijk van de boezems voor in- en uitlaat van water.
belangrijke rol voor mens en dier.
Klimaatverandering stelt nieuwe eisen aan waterveiligheid. Het watersysteem moet zo flexibel en robuust zijn dat in zowel periodes met meer of minder In de afgelopen decennia is het natuurlijke watersysteem steeds verder on-
water het goede water op de goede plek beschikbaar blijft. Daarbij is ook oog voor het
der druk gezet. Het wordt steeds lastiger om voldoende water vast te houden
ondergrondse water, wat cruciaal is voor de natuurwaarden en schoon drinkwater.
of juist kwijt te raken. Natuurontwikkeling, bemaling van polders, behoefte aan (meer) drinkwater en voorkomen van droogte vragen om (boven)regionale keuzes over de omgang met water. Met name tijdens periode van droogte wordt het een bovenregionaal systeemvraagstuk waar het gebied voldoende en goed water vandaan haalt. De waterkwaliteit voldoet op dit moment niet overal aan de Europese richtlijnen, met nadelige gevolgen voor natuur, recreatief gebruik en landbouw. Er zijn gebieden met een positieve trend, maar er zijn zeker nog forse inspanningen nodig.
44
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
4. Klimaatverandering en water
Klimaatverandering en water
Ontwikkelprincipes
De toekomstige energiemix past bij de unieke regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen van het gebied Veel van de landschappen en cultuurhistorische structuren in de regio hebben een zodanige waarde dat de ruimtelijke verschijningsvorm van duurzame energie als windmolens en zonneweiden hiermee in conflict komt. Het inpassen van vormen van duurzame energie in de regio Gooi en Vechtstreek is daarmee lastig, maar niet onmogelijk. 1 Zeker voor de regio Gooi en Vechtstreek is het daarom belangrijk locaties te benutten waar het negatieve effect van duurzame energie op de bestaande waarden beperkt zijn en hier ook te starten. Dit zijn de industrieterreinen en de daken van bebouwing. Als laatste moet men naar het ongerepte landschap kijken. Hierbij is een goed ontwerp en inpassing cruciaal. Energie die niet wordt gebruikt, hoeft niet te worden opgewekt. De regio zet daarom extra in op het besparen van energie. Dit wordt gedaan door maximaal in te zetten op verduurzaming van bebouwing.
1. Zie voor een uitgebreide studie naar de impact en de mogelijkheden het ‘Onderzoek energietransitie en cultuurhistorie Gooi en Vechtstreek’ d.d. mei 2019
45
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
4. Klimaatverandering en water
Afbeelding: duurzame energieladder
Het streven om klimaatneutraal te worden vraagt om inzet om uitstoot van broeikasgassen te verminderen Een simpel principe: energie die niet wordt gebruikt hoeft niet te worden opgewekt. De regio zet daarom extra in op het besparen van energie. Zo zet Gooi en Vechtstreek maximaal in op verduurzaming van bebouwing. Zo wordt ook voor de warmtevoorziening gezocht naar alternatieven, zoals elektrische oplossingen of aquathermie. Ook de winning van grondstoffen is een bron van CO2 uitstoot: er is een transitie nodig naar een circulaire economie. Daarnaast kunnen juist de groen/blauwe kwaliteiten worden ingezet om CO2 te reduceren. Het planten van nieuwe of andere bomen draagt bij, maar ook het tegengaan van veenoxidatie helpt. Het bouwen met hout in een voorbeeld van circulair bouwen en opslaan van CO2 door hout niet te laten vergaan of te verbranden.
46
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
4. Klimaatverandering en water
Ontwikkelingen dragen bij aan een robuuster watersysteem Hoe beter de waterkwaliteit, hoe hoger de natuurwaarden en productiewaarde en hoe meer mogelijkheden voor recreatie. De meeste gebieden hebben baat bij het water wat hier natuurlijk aanwezig is, bijvoorbeeld door schone kwel uit de Heuvelrug of schoon (regen)water wat in de grond zakt. Bij toenemende droogte is het gebied nu afhankelijk van gebiedsvreemd water, wat van mindere kwaliteit is. Daarom is het belangrijk om zoveel mogelijk schone kwel (grondwater) te benutten en binnen het watersysteem te houden en goed water in het gebied te krijgen. Zuinig(er) omgaan met drinkwater en grondwater is het devies. Het watersysteem in de Vechtstreek zit aan zijn grenzen als het gaat om afvoeren van water bij hevige neerslag. Het is van cruciaal belang dat de afvoer- en bergingscapaciteit van dit boezemsysteem niet achteruit gaat en waar nodig verbetert. Op lange termijn vraagt de toenemende druk om een systeemkeuze hoe het gebied wordt voorzien van (drink)water: de Heuvelrug, het Amsterdam Rijnkanaal en de Lek (Vecht) of het IJmeer/Markermeer. Doel is de afhankelijkheid van gebiedsvreemd water zo laag mogelijk te krijgen.
De keuze die gemaakt zal moeten worden is of we inzetten op een watersysteem dat met steeds meer en innovatievere technische middelen in stand wordt gehouden maar kwetsbaarder is of naar een natuurlijker systeem dat minder ingrepen vereist en robuuster is maar ook beperkingen aan het (grond)gebruik en de bestemming stelt. Om te werken aan een robuust systeem moeten maatregelen in het watersysteem of die daar effect op hebben bijdragen bij aan het verbeteren van het watersysteem en geen lapmiddel zijn. Ontwikkelingen dienen minimaal waterneutraal te zijn.
Afbeelding: Propositie: locatiespecifieke opgaven adresseren voor systeemherstel heuvelrug (beeld: Defacto)
47
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
4. Klimaatverandering en water
Ontwikkelingen zijn zoveel als mogelijk klimaatbestendig Bij verdichting is het belangrijk om voldoende groen en water te behouden of te creëren. Dit voorkomt hittestress en wateroverlast. Op de stuwwal wordt schoon water zo veel mogelijk geïnfiltreerd. Het is belangrijk om regenwater tijdelijk te bergen, te infiltreren of vertraagd af te voeren. Hierbij moet aangevoerd water van goede kwaliteit zijn. Er is reden voor terughoudendheid met nieuwe bebouwing of het stellen van extra eisen aan bebouwing op plekken die gevoelig zijn voor veranderingen in het watersysteem (zoals overstroombaar boezemland) of waar lange termijnrisico´s zijn voor waterveiligheid en waterkwaliteit. Een klimaatadaptieve inrichting is overigens goed te combineren met een aantrekkelijke leefomgeving, het verbeteren van de waterkwaliteit en van de biodiversiteit.
Afbeelding: Voorkomen van en aanpassen aan klimaatverandering
48
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
4. Klimaatverandering en water
5
TOTAALBEELD ONTWIKKELLIJNEN
49
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
5. Totaalbeeld ontwikkellijnen
Gooi en Vechtstreek K o eTotaalbeeld r s k a a r ontwikkellijnen t S T E R K N E T W E R K VA N S T E D E N E N D O R P E N Kern verstedelijking binnenstedelijk bij stations Aanvullende verstedelijking bij HOV-lijnen Werklocaties toevoegen door Intensivering bedrijventerrein Nieuwe bedrijventerreinen Wonen en werken mengen
ALMERE
Versterking economisch profiel
AMSTERDAM
S o c i a l e w o n i n g b o u w, m i d d e n h u u r g r o e i t m e e m e t v o o r r a a d Werkgelegenheid groeit mee met inwoners
Muiden
Muiderberg
Groei mobiliteit primair opvangen met: Openbaar vervoer (o.a. systeemsprong Gooilijn en (door)ontwikkelen HOV) Fiets Doorstroming hoofdwegennet verbeteren Indien noodzakelijk capaciteitsvergroting A27 Indien noodzakelijk capaciteitsvergroting A1, mits betere inpassing
Weesp
Rekening houden met goederenvervoer
Huizen
Naarden
Zoveel mogelijk natuurinclusief ontwikkelen Rekening houden met gezondheid en veiligheid Verstedelijking sluit aan bij cultuurhistorische kwaliteiten Gezamenlijke verantwoordelijkheid vitale kleine kernen R O B U U S T E N V I TA A L L A N D E L I J K G E B I E D
Bussum Blaricum
Behouden en versterken landschappelijke kwaliteiten
Ankeveen
Nederhorst den Berg
Voorkomen verstedelijking in waardevol landschap/natuur Hoogwaardig stedelijk gebied én landschap
Versterken natuurgebieden
Laren ‘s Graveland
Versterken biodiversiteit Gebiedsgerichte oplossingen veenweidegebied Perspectief voor de landbouw
BLAUWE DRAAD DOOR HET GEBIED
Kortenhoef AMERSFOORT
Verminderen uitstoot broeikasgassen (streven klimaatneutraal) Energiemix past bij landschappelijke en gebiedskwaliteiten en economische
Hilversum
kansen Ontwikkelingen dragen bij aan robuuster watersysteem Ontwikkeling zoveel als mogelijk klimaatbestendig
Loosdrecht
OVERIGE AANDUIDINGEN
Bestaand stedelijk gebied Bestaand bedrijventerrein Spoor Rijksweg Heide, NNN Bos Gooi, NNN W a t e r, N N N e n / o f K r w
Deze kaart verbeeldt principes voor ontwikkeling en moet in samenhang met het koersdocument gelezen worden. Locaties en gebieden zijn indicatief en niet (bedoeld als) exact begrenst. Er kunnen geen (ontwikkel) rechten aan deze kaart ontleend worden.
50
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
5. Totaalbeeld ontwikkellijnen
Bos veengebied NNN
UTRECHT
NNN Vechtstreek overig
1:50.000
Overig landelijk gebied Geldt voor (type gebied) binnen hele regio
6
ONDERZOEKSGEBIEDEN Om de regionale opgaven aan te pakken en de ambities mogelijk te maken is veelal lokaal initiatief en maatwerk nodig. Onder de Omgevingswet zullen steeds vaker programma’s per (type) gebied waar één of meer opgaven worden opgepakt. Gemeentelijke omgevingsvisies vormen daarvoor (mede) het kader.
In dit hoofdstuk zijn gebieden benoemd die raakvlakken hebben met regionale
worden vertalen naar concrete locatie of projecten. Het niet noemen van een
opgaven en ambities en mede uit de gesprekken hierover naar voren zijn gekomen.
gebied betekent ook niet dat dit niet relevant is. De onderzoeksgebieden geven alleen
Dit kunnen gebieden zijn waar regionale samenwerking nodig is, of waar (al)
een eerste aanzet voor verdere uitwerking en een eerste beeld bij de toekomst
inspirerende ideeën voor oplossingen zijn bedacht, een locatie die nader on-
van onze regio.
derzoek vergt, of juist een concreet project. Deze gebieden en wat daarover hierna is opgeschreven dienen ter inspiratie voor eventuele vervolgstappen én
De keuze voor onderzoeksgebieden is bepaald door de breedte van de regi-
andere projecten, zowel lokaal als regionaal.
onale opgave. Het gaat om opgaven in het stedelijk gebied, in de kleine kernen, in agrarische gebied en in de natuur. Enkele onderzoeksgebieden vallen samen met
Opname en uitwerking van onderzoeksgebieden in dit koersdocument heeft niet
al (lokaal) in gang gezette projecten, die mogelijk op korte termijn al eerste
het nemen van besluiten voor een bepaalde ontwikkelingsrichting tot doel, maar
resultaten gaan opleveren, andere zijn nieuw en kennen ook mogelijk een langere
om het aangeven welke waarde de gebieden zouden kunnen hebben voor de regionale
termijn. Het aantal onderzoeksgebieden is beperkt gehouden, maar geeft wel een
koers en hoe de opgaven en ambities zoals neergelegd in de ontwikkellijnen kunnen
representatief, breed beeld van de diversiteit én samenhang van de opgaven in de regio.
51
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
6. Onderzoeksgebieden
Beschrijvingen onderzoeksgebieden Per onderzoeksgebied is op een meer concrete wijze dan in de ontwikkellijnen aangegeven wat de opgaven zijn en welke betekenis de gebieden kunnen hebben voor de regionale opgaven en ambities. De ontwikkelgebieden hebben een eigen dynamiek en verschillen in urgentie. Ook kan noch moet alles tegelijk; sommige oplossingen/transities vragen meer tijd dan andere. Daarom is de aanpak/transitie per gebied indicatief in de tijd gezet. Zo wordt het tempo van verschillende ontwikkelingen en mogelijke samenhang of volgordelijkheid daarin concreet gemaakt. Er is ook een aanzet gegeven hoe de aanpak van de onderzoeksgebieden kan aansluiten op ontwikkelingen of programma’s in bovenregionaal verband. Naast de reguliere regelingen van Rijk en provincie is een trend zichtbaar waarbij op basis van opgaven in gebieden worden gewerkt in plaats van bestuurlijke grenzen, zoals een bepaald landschap of een infrastructuurlijn. In sommige gevallen gaat dit om overlegstructuren, maar er zijn ook gebiedsgerichte programma’s met een eigen financiering. De strategische ligging van Gooi en Vechtstreek zorgt dat er diverse gebiedsgerichte ontwikkelingen zijn. Dit biedt kansen op bovenregionale inzet of financiering.
Afsluitend zijn bij diverse onderzoeksgebieden enkele bijzonderheden aangegeven zoals eerste gedachten over strategieën voor financiering of relevante klimaat/duurzaamheidseffecten.
52
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
6. Onderzoeksgebieden
Casus
Integrale regionale aanpak: Knooppunt Crailo-Tergooi Blaricum
Casus
Vrijwel alle opgaven voor de regio, directe belangen van een vijftal gemeenten én provincie en Rijkswaterstaat komen hier samen. Hier kan regionale samenwerking een toegevoegde waarde bieden. Opgaven en ambities De opgave bestaat uit woningbouw, werk-
De opgave is hier vooral de integrale afweging, waarbij de optelsom van
gelegenheid, verkeer en (openbaar)vervoer
verschillende locaties niet zonder meer tot hetzelfde perspectief leidt als een
verdeeld over diverse locaties rond het
integrale aanpak.
knooppunt. In het gebied komen lokale en provinciale wegen en de rijksweg samen, net als
Tijdlijn
diverse regionale fietspaden. Rond dit ver-
Het project, zeker een aantal deelopgaven, loopt al jaren. Duidelijk is dat nu op korte ter-
keersknooppunt worden zowel het Crailoter-
mijn het beoogde beeld moet worden vastgelegd om de deelontwikkelingen niet onnodig
rein als het Tergooiterrein herontwikkeld.
(verder) te vertragen.
Dit zijn regionaal belangrijke ontwikkelin-
Aansluiting in bovenregionaal verband
gen. Ambitie en noodzaak is dat ontwikkellocaties elkaar versterken en niet beconcurreren. De druk op het verkeersknooppunt gaat toenemen. Met de name de fietsers komen
■ Samenwerking Gooicorridor (inclusief HOV-knopen). ■ Bouwimpuls. ■ Uitwerking verstedelijkingsstrategie MRA en omgevingsagenda NOVI provinciale programma’s als regionaal fietsnetwerk.
daardoor in de knel. Daarnaast is het voor de ontwikkeling van duurzame wijken een voor waarde dat er een volwaardig OV-knooppunt ontstaat waar de HOV-bus goed is aangesloten.
Bijzonderheden
■ Er is al een studie uitgevoerd naar verbetering van het verkeersknooppunt. De vervolgstap is een fasering en afspraken over financiering en bekostiging.
■ Naast overheden zijn ook ontwikkelende partijen betrokken, waarbij het eigendom van het Crailoterrein door de gemeenten in een B.V. zijn ondergebracht. Als de huidige P&R zou worden herontwikkeld is het Rijksvastgoedbedrijf ook partij.
■ Over het knooppunt loopt ook een cruciale natuurverbinding over de A1. Het fietsnetwerk maakt gebruik van een historisch pad (Gebed zonder End).
53
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
6. Onderzoeksgebieden
Casus
OV-knooppuntontwikkeling (casus Bussum-Zuid)
Casus
De regio Gooi en vechtstreek heeft een grote woningbouwopgave en behoefte aan werklocaties. De grootste toename van woningen in combinatie met werken wordt voorzien nabij OV-knooppunten. De omgeving van station Bussum-Zuid is hier een goed voorbeeld van. Dit station is niet alleen voor de kern Bussum belangrijk, het is in de ketenreis vanuit kleinere kernen als ’s Graveland, Kortenhoef of Hilversumse Meent een belangrijke schakel om over te stappen op het spoor. Dit vraagt om een goed bereikbare en aantrekkelijke stationsomgeving met de voorzieningen om over te stappen tussen verschillende vervoersmiddelen. De ligging van dit station nabij de natuur is een kans
Aansluiting in bovenregionaal verband Deze programma’s, projecten en mogelijkheden kunnen aanknopingspunt zijn voor bovenregionale inzet en bijdragen:
■ Samenwerking Gooicorridor ■ Uitwerking OV toekomstbeeld ■ Rijk-MRA programma’s Samen Bouwen aan Bereikbaarheid, Bereikbare Steden ■ Bouwimpuls ■ Uitwerking verstedelijkingsstrategie MRA en omgevingsagenda NOVI ■ Ontwikkeling buitenpoorten ■ Provinciale programma’s
voor betere toegankelijkheid van het buitengebied (station als 'buitenpoort'). In de omgeving van het station liggen kansen voor stedelijke ontwikkeling waarbij duurzame woon- en werklocatie gecreëerd kunnen worden. Essentieel daarbij is de opgave om een verdichte stad leefbaar en gezond te maken en houden. Nieuwe vormen van (combinaties van) wonen en werken zijn daarbij nodig.
Bijzonderheden
■ Het is duidelijk dat projecten niet zonder stevige overheidssteun van de grond zullen komen en dat ook bijdragen van Rijk en provincie noodzakelijk zijn. Die constatering en afhankelijkheid zet veel druk op tempo en besluitvorming, regionaal en lokaal.
Opgaven en ambities In de spoorcorridor moet een groot deel van de bouwopgave van de regio worden gerealiseerd. De ambitie om daarin ook trouw te blijven aan de kwaliteiten van het huidige wonen in de regio is deel van de opgave. Daarnaast zijn goede verbindingen met de omgeving, zowel met de natuurlijke omgeving als met de kernen die niet aan het spoor liggen een harde randvoorwaarde. Tijdlijn De woningbouwopgave en daarmee die van de werkgelegenheid is actueel en kan niet wachten. Investeringen in het openbaar vervoer moeten hand in hand hiermee gaan. De komende tien jaar moet resultaat gehaald worden om als regio aantrekkelijk te blijven voor eigen inwoners en bedrijven en verzekerd te zijn van bijpassend goed openbaar vervoer.
54
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
6. Onderzoeksgebieden
Casus
Ter Sype e.o. Casus
Loosdrecht is een voorbeeld van een kleinere kern die niet optimaal is aangesloten op hoogwaardig openbaar vervoer en het hoofd wegennet. Vanwege de ligging in waardevol landschap, en hier in het bijzonder de aanwezigheid van een vliegveld, zijn de uit breidingsmogelijkheden beperkt. Op het terrein ‘Ter Sype’, gelegen aan de zuidkant van Loosdrecht, is potentieel nog enige ontwikkel ruimte. De gemeente onderzoekt de ontwikkeling van een bedrijventerrein en een aantal woningen. Er is re-
Aansluiting in bovenregionaal verband
gionaal een aanzienlijke behoefte aan ruimte voor werk, in het bijzonder als schuifruimte, en
Deze programma’s, projecten en mogelijkheden zijn denkbaar als aanknopingspunt voor
dit initiatief draagt hier aan bij.
bovenregionale inzet en bijdragen:
■ Regionale aanpak werklocaties Opgaven en ambities Regionale ondersteuning van lokale projecten gericht op vitale dorpen en steden, juist ook in het buitengebied is hier de opgave én de ambitie. Slimme programmering is daarbij essentieel (zie ook hierna).
Bijzonderheden
■ De gemeente is geen eigenaar van het terrein. Er zijn dus afspraken nodig met de ontwikkelaar.
■ De aanwezigheid van het vliegveld levert een bijzonder aspect op bij ontwikkeling met Tijdlijn
betrekking tot geluid en veiligheid.
De vraag naar locaties voor bedrijven is actueel. Wel is het belangrijk om bij uitgifte de waarde van het te vestigen bedrijf voor de directe omgeving, voor het dorp, mee te nemen in de overwegingen. Mede daarom is het belangrijk de uitgifte/groei geleidelijk te laten plaatsvinden. Er kan wel binnen 5 jaar worden gestart.
55
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
6. Onderzoeksgebieden
Casus
Bedrijventerreinen Gooimeer Noord en Zuid en het Plaveen
Casus
Gooimeer Noord en Zuid zijn bedrijventerreinen die aan weers zijden van de A1 bij Naarden zijn gelegen. Het Plaveen ligt in Huizen. Op dit type bedrijventerrein is de opgave om te zoeken naar mogelijkheden om te intensiveren. Anders werken, meer banen op dezelfde oppervlakte, nieuwe aandacht voor maak industrie, maar ook een eigen profiel zijn kernbegrippen voor dit type gebied belangrijk zijn.
Aansluiting in bovenregionaal verband Deze programma’s, projecten en mogelijkheden zijn denkbaar als aanknopingspunt voor bovenregionale inzet en bijdragen:
■ Provinciale regelingen voor verduurzaming bedrijventerreinen ■ Regionale energiestrategie Bijzonderheden
■ Aansluitend aan Gooimeer Noord liggen enkele verspreide bedrijfspercelen langs de trekvaart. Hier liggen kansen voor verbetering ruimtelijke kwaliteit.
■ Het Door het efficiënter aanleggen van parkeerplaatsen en meer toepassing van hogere bouw kan extra ruimte gewonnen worden. Ook zijn er functies die ook te mengen zijn met een woonomgeving. Als deze zijn uit te plaatsen kan er ruimte komen voor functies die wel noodzakelijk op een bedrijventerrein moeten zitten. Daarnaast biedt een bedrijventerrein kansen voor verduurzaming, bijvoorbeeld voor zon op daken. Bij Gooimeer biedt de ligging direct aan de A1 kansen voor combinaties met goederenvervoer. Opgaven en ambities De combinatie van intensivering bedrijventerreinen en energie/klimaatdoelstelling is de kern van opgave en ambitie voor dit onderzoeksgebied. Daarnaast zijn kansen voor goederenvervoer (Gooimeer) en verbetering van de uitstraling naar het landschap belangrijke elementen. Tijdlijn Intensivering en upgrading van bedrijventerreinen vraagt om goed overleg en om afstemming op bedrijfsmatige mogelijkheden van zittende bedrijven. Perspectief en duidelijkheid zijn daarbij belangrijk en vragen om een overzienbare termijn van uitvoering. Een uitvoeringsperiode van 5 tot 10 jaar is daarbij niet ongebruikelijk. Zeker het uitplaatsen van functies die ook binnen een woongebied passen vergt tijd.
56
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
6. Onderzoeksgebieden
Plaveen is van oudsher sterk in praktijkgeschoolde werkgelegenheid.
De gemeente heeft dit als bijzonder speerpunt.
■ Het Plaveen ligt tussen de haven en het oude dorp. Hier ligt ook een vraag om deze verbinding te versterken.
Casus
Veenweidegebied
Casus
De opgaven voor het veenweidegebied zijn complex en kennen een grote samenhang. In de diverse documenten die ter voor bereiding op dit koersdocument zijn opgesteld zijn deze ook uitgebreid aan de orde gekomen. Een vervolgstap zou het ontwik kelen van een regionale strategie kunnen zijn of het opzetten van pilots.
Aansluiting in bovenregionaal verband Deze programma’s, projecten en mogelijkheden zijn denkbaar als aanknopingspunt voor bovenregionale inzet en bijdragen:
■ Uitvoering klimaatakkoord, onderdeel veenweide ■ NOVI-gebied Groene Hart ■ Gebiedsgerichte aanpak stikstof ■ Uitwerking verstedelijkingsstrategie MRA en omgevingsagenda NOVI Bijzonderheden
Belangrijk daarbij is dat samen met de huidige grondgebruikers (veelal agrarisch, soms
■ Er is sprake van een grote actualiteit die niet alleen veel aandacht maar moge-
deels al natuur) een nieuwe toekomst wordt uitgewerkt, waarin ook een nieuwe verdienmodellen in
lijk ook financiering losmaakt. Niet alleen vanuit de overheid, maar ook vanuit de
zitten. Daarbij kan gedacht worden aan aangepaste of nieuwe vormen van veeteelt en landbouw,
markt. Uitkoopregelingen, maar ook handel in/aankoop van stikstofrechten zijn
maar ook aan nieuwe functies in en om agrarische bouwsteden. Gebieden met een de ligging nabij
daar voorbeelden van. Daarnaast is zeker het afgelopen jaar het landelijk gebied
het Naardermeer zijn bijvoorbeeld een interessant onderzoeksgebied. .
als plek om te recreëren of te gaan wonen/werken meer en meer in beeld gekomen.
■ In de regio is in verband van het bestuurlijk platform Gooi, Vecht en Diemerscheg,
Opgaven en doelen Essentieel is dat een nieuwe toekomst een oplossing biedt voor actuele bedreigingen zoals
en voorgangers daarvan, al lang een samenwerking tussen gebiedspartijen en
bodemdaling en verzilting en bijdraagt aan herstel van de biodiversiteit en mogelijk ook de
overheden gaande. Dit kan worden benut.
recreatieve waarde van het (open) landschap. Zo vormen deze projecten de basis voor een integrale aanpak van de ontwikkellijn robuust en vitaal landelijk gebied. Tijdlijn De transitie van het veenweidegebied is geen eenvoudige opgave. Grotendeels, vaak recente, investeringen maken de transitie ook niet eenvoudig en vragen om een ruime tijdhorizon. Aan de andere kant zijn de opgaven, bijvoorbeeld stikstof, zeer actueel en vragen om snelheid en duidelijkheid. Een tijdlijn met twee gezichten, waarbij gebruikmaken van “het momentum”, het adagium is.
57
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
6. Onderzoeksgebieden
Casus
Bosgebieden Gooi
Casus
Deze ontwikkelrichting met bijbehorend onderzoeksgebied is primair ingegeven door de verandering van het klimaat. Het vasthouden van water en beperken van verdamping is van groot belang om in steeds vaker voorkomende perioden van droogte het gebied zelf gezond te houden én tevens de waterstromen tussen hoog en laag voldoende te blijven voeden.
Opgaven en doelen Essentieel is dat het nieuwe perspectief een oplossing biedt voor de verdroging op het Gooi en daarmee bijdraagt aan een evenwichtig watersysteem voor heel Gooi en Vechtstreek. Daarnaast zijn biodiversiteit en recreatieve mogelijkheden twee doelen die ook vanuit de stedelijk opgave belangrijk zijn. Tot slot kan een zorgvuldige transitie juist bijdragen aan het instandhouden en mogelijk juist vergroten van de landschappelijke kwaliteiten en kenmerken van de regio. Tijdlijn
Vanuit water speelt hier ook het belang van de drinkwaterwinning. Naast klimaatdoelen speelt
Transitie van de bossen is een langdurig proces, waarbij voorkomen moet worden
daarnaast de ambitie om de bossen (nog) aantrekkelijker maken voor recreanten uit de omgeving
dat kaalslag het beeld gaat beheersen en verdroging daardoor alleen maar toeneemt.
en de biodiversiteit te vergroten.
Zorgvuldige nieuwe bosbouw is ook noodzakelijk om draagvlak hiervoor te verkrijgen. Een proces van tientallen jaren dat verspreidt over het Gooi plaatsvindt ligt in het Een mogelijkheid om invulling te geven aan boven-
verschiet.
staande doelen is het vitaliseren van de bossen door het (gestaag) transformeren van aange-
Aansluiting in bovenregionaal verband
plante bosdelen (productiehout), vaak met uit-
Deze programma’s, projecten en mogelijkheden zijn denkbaar als aanknopingspunt
heemse soorten, naar soorten loofbomen. Bomen
voor bovenregionale inzet en bijdragen:
die hier overigens ook van oorsprong stonden. Deze soorten onttrekken minder water uit de grond, zorgen voor meer schaduw en meer biodiversiteit.
■ MRA programma klimaatadaptatie ■ Uitwerking verstedelijkingsstrategie MRA en omgevingsagenda NOVI ■ Uitvoering bossenstrategie
Hierdoor wordt het watersysteem van Gooi en Vechtstreek robuuster en het landschap aantrek-
Bijzonderheden
kelijker, ook voor recreanten. Meer diversiteit
■ Vanuit klimaatbewust bouwen neemt ook de aandacht voor hout als bouwmateriaal weer
verlaagt ook het risico op bosbranden, wat zeker
toe. Mogelijk zijn er nieuwe vormen van bosbouw denkbaar die de bovenstaande doelstel-
nabij de bebouwde omgeving ook een veiligheidsas-
lingen verenigen met productie van hout en de daarbij passende verdienmodellen. Eigen-
pect kent. Veel bospercelen op het Gooi zouden zich
lijk vergelijkbaar met de huidige dennenbossen, die in het verleden ook veelal daarvoor zijn
kunnen lenen voor een dergelijk aanpak. De Tafelberg en omgeving is hier een voorbeeld van.
aangeplant.
■ Het Goois Natuurreservaat heeft in de recent vastgestelde beheervisie ook aangegeven naar meer klimaatbestendige bossen toe te willen werken. Ook het Waterschap is hierin geïnteresseerd als onderdeel van klimaatadaptatie.
58
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
6. Onderzoeksgebieden
Casus
Oostflank Gooi (tussen bebouwde kern Hilversum, Laren, Blaricum en A27)
Casus
Door de A1 en A27 raakt de natuur versnipperd. (Rest)gebieden tussen de rand van een dorp of stad en een (nieuwe) snelweg zijn kwetsbaar gebleken voor verrommeling en willekeurige verstedelijking. Zeker als het gebied afgesneden is van een groter geheel en geen duidelijke functie heeft waar mensen waarde aan toekennen. Andersom zijn die gebied juist wel beeldbepalend voor de regio, gezien vanaf de snelwegen. Het gebied tussen de kernen Laren, Blaricum en snelweg A1 en de A27 kan hier een voorbeeld zijn. In het gebied zijn met restanten van engen en de Gooyersgracht belangrijke cultuurhistorische waarden aanwezig. De Gooyersgracht is vervuild en heeft alleen functie voor de afwatering.
Tijdlijn Dit project vraagt zoals de meeste projecten in het landelijk gebied om een lange adem, maar kan stapje voor stapje, vanaf vandaag, worden gerealiseerd. Belangrijk daarbij is om de visie en de tijdlijn goed met elkaar te verbinden. Aansluiting in bovenregionaal verband
■ Uitwerking verstedelijkingsstrategie MRA en omgevingsagenda NOVI ■ Realisatie van NNN ■ Programma’s voor versterken biodiversiteit Bijzonderheden
■ De gemeenten Laren, Blaricum en het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht voeren reeds gesprekken over de aanpak van de Gooyersgracht.
Dit gebied is een voorbeeld van een gebied waar een kwaliteitsverbetering van het landschap
■ De gemeente Blaricum wil graag de landschappelijke kwaliteit en verbinding tussen het
mogelijk is. Er liggen kansen voor een kwaliteitsslag door versterken van de karakteristieken
oude dorp en de Bijvanck verbeteren. Dit sluit goed aan op de aanpak van het bredere
van de engen en de Gooyersgracht.
gebied.
■ In de Omgevingsverordening is er een beschermde verbinding aangegeven tussen het Er zijn aanvullende recreatieve verbindingen denkbaar en doorfietsroutes richting Eemnes kunnen
NNN-gebied in Gooi en het Gooimeer (langs de A27). Hier wordt echter nog geen uit-
worden verbeterd. En in combinatie daarmee en eigenlijk leidend is er de mogelijkheid om een
voering aan gegeven.
nieuwe natuurcorridor te creëren aan de oostkant van het Gooi. De al aanwezige gradiënt in het landschap en de potentie voor kwel bieden kansen. Er kan zo ook een natuurverbinding worden gemaakt met Flevoland. Opgaven en doelen In onderzoeksgebied Oostflank Gooi kunnen de principes voor versterking van ruimtelijke kwaliteit van (het versnipperde) landschap, toevoeging van recreatieve toegankelijkheid en versterking van de biodiversiteit door het verbinden van natuurgebieden nader worden uitgewerkt.
59
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
6. Onderzoeksgebieden
Casus
Energielandschappen, bijvoorbeeld Vliegveld Hilversum
Casus
Vliegveld Hilversum is in beeld als zoekgebied voor zonne-energie in het kader van de Regionale Energiestrategie. Er liggen ook kansen voor het versterken van natuur. Een natuurvriendelijke inrichting met soortenrijke graslanden van het vliegveld kan ook bijdragen aan een goede verbinding met het gebied Egelshoek, waar de kwelpotenties benut kunnen worden. Opgaven en ambitie Dit gebied kan een goed voorbeeld zijn hoe klimaatambities en biodiversiteit kunnen hier hand in hand gaan. Tijdlijn
Bijzonderheden
Het doel van de RES 1.0 is te komen tot projecten die voor 2030 gerealiseerd kunnen worden. Zon-
■ Voor het verbinden van de Gooise natuur, het vliegveld en het weidegebied
nepanelen kunnen relatief snel gerealiseerd worden, mits de energie-infrastructuur hier ook
rondom de Egelhoek is een verbinding over het MOB-complex cruciaal.
op is berekend. Transities in het landelijk gebied vergen meer tijd.
Dit complex is in afwachting van een herbestemming.
■ Het vliegveld ligt naast Ter Sype. Het is van belang om rekening te houden met Aansluiting in bovenregionaal verband Deze programma’s, projecten en mogelijkheden zijn denkbaar als aanknopingspunt voor bovenregionale inzet en bijdragen:
■ Regionale Energiestrategie ■ Programma’s voor natuurontwikkeling
60
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
6. Onderzoeksgebieden
ruimtelijke kwaliteit en de samenhang van het vliegveld en Ter Sype.
Gooi en Vechtstreek Onderzoeksgebieden
Onderzoeksgebieden 1 . K n o o p p u n t C r a i l o - Te r g o o i B l a r i c u m 2. OV-knooppuntontwikkeling, voorbeeld Bussu Zuid 3 . Te r S y p e e . o .
ALMERE 4. Bedrijventerrein Gooimeer Noord en Zuid en het Plaveen
AMSTERDAM 5. Veenweidegebied
Muiden
6. Bosgebieden Gooi
Muiderberg
7. Oostflank Gooi 8. Energielandschappen, voorbeeld vliegveld Hilversum
Weesp
2
4
5
4 Huizen
Naarden
6
2
WONEN
Bussum
1
Ankeveen
Nederhorst den Berg
Blaricum
7 ECONOMIE
2 Laren ‘s Graveland
5
MOBILITEIT
2 Kortenhoef
L A N D S C H A P E N C U LT U U R H I S T O R I E
AMERSFOORT Hilversum
2
Loosdrecht
BIODIVERSITEIT
3 V E E N O X I D AT I E
8
WAT E R
K L I M A AT V E R A N D E R I N G E N E N E R G I E T R A N S I T I E
Deze kaart verbeeldt principes voor ontwikkeling en moet in samenhang met het koersdocument gelezen worden. Locaties en gebieden zijn indicatief en niet (bedoeld als) exact begrenst. Er kunnen geen (ontwikkel) rechten aan deze kaart ontleend worden.
61
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
6. Onderzoeksgebieden
UTRECHT
1:50.000
7
VERTALING KOERS NAAR BOVENREGIONAAL SCHAALNIVEAU Voor veel opgaven is een inzet en bijdragen op bovenregioniaal niveau nodig. Om regionale belangen te behartigen is het essentieel een duidelijke inzet te hebben, met een focus op de onderwerpen waar inzet van het Rijk of provincie noodzakelijk is. Als hulpmiddel is hieronder de inhoud van dit koersdocument vertaald naar thema’s die (mede) oplossingen op bovenregionaal schaalniveau vragen.
62 Koersdocument Gooi en Vechtstreek
7. Vetaling koers naar bovenregionaal schaalniveau
BIJLAGEN Proces Project samenwerking omgevingsvisie
De analysefase kende drie stappen:
In regionaal verband is in 2018 gestart met samenwerking op het onderwerp omge-
1. Nader onderzoeken van de opgaven uit de Verkenning 2040
vingsvisie. Er is gewerkt in verschillende fases. De fases zijn verkennen, analyseren en
2. Scherper formuleren en focus aanbrengen in opgaven
koers uitzetten. Iedere fase kende een aantal tussenstappen. Bij iedere stap waren er
3. Schetsen van ontwikkelperspectieven
momenten van betrokkenheid van gemeenteraden, medeoverheden en organisaties uit het gebied.
Voor stap 1 zijn diverse aanvullende onderzoeken gedaan, waarbij ook is samengewerkt met andere partijen, zoals het Waterschap, de Vereniging Ne-
Er is gestart met een verkenningsfase. Hiervoor is de ‘Verkenning Gooi en Vecht-
derlandse Gemeenten en Deltares.
streek 2040’ opgesteld, die inzicht geeft in de autonome trends en ontwikkelingen
In stap 2 is alle informatie samengevat en focus aangebracht. Dit heeft geleid
die op de regio afkomen. (link plaatsen)
tot een gedeeld beeld over de opgaven die regionaal om visie en keuzes vragen. Dit is samengevat in een rapportage. (september 2019).
In september 2018 is de analysefase begonnen. Het doel van de analysefase was om de regionale opgaven scherp te krijgen. Dit zijn niet alle opgaven in de
Vervolgens zijn in stap 3 ontwikkelperspectieven opgesteld. Deze ontwikkelperspec-
fysieke leefomgeving, maar met name de opgaven die voor oplossingen vragen
tieven zijn onderzoekmodellen die ambities, opgaven en mogelijke oplossingen op een
om afstemming en samenwerking op (boven)regionaal schaalniveau.
integrale wijze met elkaar verbinden. Ieder ontwikkelperspectief toont de ontwikkeling van de regio vanuit een andere invalshoek, zoals wonen en werk of het klimaat. De ontwikkelperspectieven brengen (extreme) keuzes en consequenties daarvan in beeld. Niet bedoeld om uit te kiezen, maar wel om het gesprek over de ambities voor het koersdocument (de volgende fase) te formuleren. Alle documenten van de verkenning- en analysefase zijn hier beschikbaar:
63
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Aanpak van de koersfase In de koersfase is toegewerkt naar dit koersdocument. Voor de eerste tussenstand
In de koersfase is ook, nog meer dan in de analysefase, het gesprek aan-
van het koersdocument zijn op basis van de bestaande beleidskaders en de uitge-
gegaan met de regionale organisaties. Maatschappelijke partijen in het
voerde analyses uit de vorige fases ambities en mogelijke oplossingsrichtingen voor
gebied, variërend van historische verenigingen tot belangorganisaties, zijn
de regionale opgaven benoemd. In de bijlage vindt u hierbij de bronvermelding en de
ook op verschillende momenten in het proces betrokken. Zo is op initiatief van
gebruikte afwegingsprincipes.
Tussen Vecht en Eem een congres gehouden in Singer Laren. Op de derde tussenstand van het koersdocument konden ook deze gebiedspartijen een reactie geven.
In de periode maart tot juni 2020 zijn verschillende gesprekken gevoerd met gebiedspartijen, maatschappelijke organisaties, medeoverheden en gemeenteraden. Door het uitbreken van de Coronacrises heeft het proces zich vervolgens afgespeeld in de digitale omgeving.
Proces project samenwerking omgevingsvisie Koersfase Maart 2020 - maart 2021
De tweede tussenstand is in juli 2020 openbaar gemaakt. In de zomerperiode is
Stappen
Producten
Koers vaststellen
Koersdocument (maart 2021)
Consulteren raden en gebiedspartijen
Nota van wijzigingen (jan 2021)
Drie tussenstanden
Extra onderzoeken economie en watersysteem (september 2020)
Betrokken raden Procedure wensen en bedenkingen november 2020 tot februari 2021 Regiopodium (webinar) oktober 2020 Informatiebrief mei 2020
mede aanleiding van de brede consultatie gewerkt aan meer inzicht op een aantal thema’s zoals de economische ontwikkeling en het watersysteem.
Analysefase jan 2019 - maart 2021
De derde tussenstand is vrijgegeven in oktober 2020. Alle gemeenteraden hebben, in vervolg op eerdere regionale bijeenkomsten, de gelegenheid gekregen om wensen en bedenkingen te uiten op deze versie. Verkenningsfase jan 2018- juli 2018
64
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Ontwikkelperspectieven maken
Rapport Ontwikkelperspectieven (maart 2020)
Regionale opgaven benoemen
Rapport analysefase (december 2019)
Onderzoeken
Onderzoeken ruimte wonen en werk, OV-knooppunten, biodiversiteit, veenoxidatie, water (september 2019)
Verkennen
Verkenning Gooi en Vechtstreek 2040 (juli 2018)
Regiopodium februari 2020 Toelichting in raad jan-feb 2020 (waar gewenst) Informatiebrief december 2019 Regiopodium juni 2019 Regiopodium april 2019
Informatiebrief oktober 2018 Regiopodium juni 2018
De verwerking van alle reacties, wensen en bedenkingen zijn 28 januari 2021 bespro-
pen niet bij de gemeentegrens. Onze inwoners bewegen zich door de hele regio. Het
ken in het portefeuillehoudersoverleg. Op 4 maart 2021 is het definitieve ontwerp van
regionale belang is ook lokaal belang, ook al voelt dat soms niet zo. Om gezamenlijk
het koersdocument vastgesteld. Vervolgens is het koersdocument afgerond en is dit
tot een koers te komen moeten gemeenten verantwoordelijkheid voor de oplossingen
document door het portefeuillehoudersoverleg aangeboden aan de colleges van alle
delen en moet het denkbaar zijn dat gemeenten een bijdrage leveren aan een opgave
gemeenten.
waar zij zelf wellicht minder belang bij voelen. Dat moet in balans zijn met de voordelen van de samenwerking (zie onder lokale identiteit).
Afwegingsprincipes Het herkennen en erkennen van regionale opgaven geeft het belang aan om een
Lokale kwaliteiten behouden en benutten en gezamenlijk inzetten daar waar het
gezamenlijke koers op deze vraagstukken te benoemen. Het maken van strategische
niet (alleen) lokaal kan
afwegingen voor de fysieke leefomgeving is niet eenvoudig. We hebben in de regio maar
Dit is de andere component van de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Niet iedere
beperkte ruimte en we moeten deze slim gebruiken, bijvoorbeeld door verschillende
gemeente kan of wil in dezelfde mate bijdragen aan een oplossing voor een regionale
opgaves aan elkaar te koppelen. Soms moet een afweging tussen belangen gemaakt
opgave. De gemeenten in de regio zijn divers en hebben hun eigen onderscheidende
worden, soms versterken deze elkaar. Dit vereist een integrale aanpak.
kwaliteiten en identiteit. Deze identiteit is vertrekpunt bij het oplossen van vraagstukken. Er moet ruimte zijn voor deze verschillen, dit biedt ook kansen om juist in te zetten
Dit geldt ook voor de afweging tussen het lokale en het (boven)regionale belang. Vaak
op de lokale kwaliteiten en deze in te brengen in de regio. Het benutten van ieders
zijn die gelijk, laten ze zich goed combineren of versterken deze elkaar. In sommige
kracht in plaats van standaard evenredig verdelen biedt wellicht openingen voor een
gevallen kan het lokale en het regionale perspectief verschillen. Hierbij is een aantal
gezamenlijk verhaal.
principes gehanteerd bij het formuleren van het koersdocument. Deze kunnen ook worden toegepast bij eventuele gezamenlijke vervolgen.
Bovenregionaal verband De regio ligt tussen vier grote buren: Amsterdam, Almere, Amersfoort en Utrecht.
65
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Dit geeft extra opgaven, maar ook veel kansen. Het is belangrijk om hier een rol te
De opgaven uit de analysefase kunnen beter gezamenlijk worden opgelost, en vaak is
vervullen. Een sterke en duidelijke positie van de regio biedt kansen op ondersteuning
het noodzakelijk om gezamenlijk op te trekken en liggen er kansen dingen beter op te
bij onze opgaven. Bovenregionaal staan we voor een onderscheidend profiel. Gooi en
lossen. De woningmarkt, het landschap, watersysteem, mobiliteit of economie stop-
Vechtstreek heeft daarbij een sterke regionale identiteit om te benutten.
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Begrippen Artificial Intelligence
Aquathermie
Kunstmatige intelligentie: systemen of ma-
Bossenstrategie
chines die menselijke intelligentie nabootsen
koord waarin Rijk en provincies gezamen-
om taken uit te voeren en die zichzelf tijdens
lijk ambities en doelen voor bossen in Neder-
dat proces kunnen bijleren
land vaststellen
Warmte en koude uit water halen, uit ver-
Bouwimpuls
schillende waterbronnen Bedrijventerreinen (klassiek)
Strategie ter uitwerking van het Klimaatak-
Terreinen met overwegend werklocaties die
Subsidieregeling van het Rijk voor het versnellen van woningbouw
Buitenpoort
gescheiden zijn van woongebieden
Concept voor stations die zijn gelegen op plekken waar je het landschap direct kunt bereiken (ontwikkeld door MRA)
Binnenstedelijk gebied
Gebied binnen een bebouwingskern, ingevolge de Omgevingswet: bestaand samenstel van bebou-
Buitenstedelijk
Niet binnen binnenstedelijk gebied gelegen
Circulaire economie
Systeem dat zichzelf versterkt en herstelt.
wing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij
Biodiversiteit
behorende openbare of sociaal-culturele
Doel is om producten, onderdelen en mate-
voorzieningen en infrastructuur en stedelijk
rialen op een zo hoogwaardig mogelijke
groen
manier in het systeem te behouden
Soortenrijkdom aan planten en dieren
Dagelijkse voorzieningen
Voorzieningen als supermarkt, basis-gezondheidszorg, kinderopvang, basis-
Bovenregionaal
66
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Een schaalniveau groter dan de regio
Bijlagen
school, detailhandel en OV-halte
Duurzame ontwikkeling
Ontwikkeling die voorziet in de behoeften van
Gebiedsgerichte aanpak
Onderdeel van de aanpak om stikstof op
de huidige generaties zonder daarmee de
stikstof
Natura 2000-gebieden te reduceren
Gebiedsgericht werken
Een manier van werken in de beleids- en uit-
mogelijkheden voor toekomstige generaties, om ook in hun behoeften te voorzien, in gevaar te brengen. In relatie tot natuur
voeringsfase nadrukkelijk van buiten (de
gaat het om aandacht voor de balans tussen
samenleving, het gebied, de wijk) naar binnen
mens en natuur
(de ambtelijke organisatie), vanuit kansen en problemen kijken en handelen. Er is sprake
Duurzaam
Van lange duur; de aarde niet uitputtend
Cultuurhistorische waarden
waardering van sporen, objecten, patronen
samenwerking met partijen die belanghebbend
en structuren die zichtbaar of niet zicht-
zijn, denk aan gebruikers, provincie, water-
baar onderdeel uitmaken van onze leefom-
schappen, ketenpartners, omgevingsdiensten,
geving en een beeld geven van een historische
maatschappelijke organisaties en andere
situatie of ontwikkeling, waaronder ste-
belanghebbenden
van een samenhangende aanpak tussen sociale, economische en fysieke opgaven. Er is
denbouwkunde, archeologie en cultuurlandschap
Gooilijn of Gooicorridor
Spoorlijn tussen Amsterdam en Hilversum, vanaf Hilversum richting Amersfoort en
Capaciteitsvergroting weg
Verhoging van het aantal verkeerseenheden dat
Utrecht Centraal
onder normale omstandigheden per tijdseenheid kan worden verwerkt
Gradiënten
(Geleidelijke) overgangen tussen gebieden. De belangrijkste zijn hoog- laag, droog-nat,
Doorstroming weg
De mate waarin het verkeer zich vlot kan ver-
voedselrijk-voedselarm
plaatsen over de weg Hoofdwegennet Fysieke leefomgeving
Datgene wat je ziet, voelt en ruikt. In de Omgevingwet niet gedefinieerd maar in ieder geval bestaand uit bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed
67
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
De rijks- en provinciale wegen
HOV
Hoogwaardig openbaar vervoer. In dit
Klimaatbestendigheid
Toestand waarbij de effecten van de kli-
document een term voor stads- en streek-
maatverandering niet tot problemen leiden;
vervoer dat voldoet aan hoge eisen op
toegerust/voorbereid op de klimaatver-
het gebied van de doorstroming (hoge
andering
gemiddelde rijsnelheid), eventueel door te ontwikkelen naar lightrail of een andere
Klimaatadaptatie
Aanpassing aan de gevolgen van klimaat-
systeemsprong. Andere kenmerken zijn com-
verandering: het benutten van de kansen van het
fortvoorziening en reisinformatie bij
veranderende klimaat en anticiperen op de
zowel de haltes als in het voertuig. Waar
bedreigingen ervan
gedoeld wordt op vormen van vervoer over
HOV ´t Gooi
treinrails, wordt de term ‘spoor’ gebruikt
Klimaatneutraal
Niet bijdragend aan de klimaatverandering
Hoogwaardige openbaarvervoerverbinding tus-
Klimaatverandering
De verandering van het gemiddelde weer of
sen Hilversum en Huizen
klimaat over een langere periode
Hubs
Vervoersknooppunt
KRW
Interactiemilieus
Goed bereikbare, gemengde stedelijke loca-
de Europese wateren aan bepaalde eisen
ties met een goed voorzieningenaanbod dat
moet voldoen
Kaderrichtlijn Water, Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van
uitnodigt tot ontmoeting. Of verbinding met het landschap
Kwel
Grondwater dat onder druk aan de oppervlakte uit de bodem komt. In het algemeen ont-
Klimaatakkoord
Het klimaatakkoord is een verzameling van
staat kwel door een ondergrondse water-
maatregelen die het kabinet-Rutte III in juni
stroom van een hoger gelegen gebied naar een
2019 aankondigde, met als doel de uitstoot
lager gelegen gebied
van koolstofdioxide te verminderen en zo de Nederlandse bijdrage aan wereldwijde klimaatverandering te beperken
Landschap
Een gebied dat in zijn verschijningsvorm een geheel vormt; het geheel van landschappelijke en cultuurhistorische elementen
68
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Landschappelijke kwaliteit
Waardering van het landschap op basis van
Mobiliteit
criteria als aantrekkelijkheid, samenhang,
Verkeer en vervoer; het verplaatsen van mensen of goederen
openheid, karakteristiek Nationale Omgevingsvisie Leefbaarheid
Mate van aantrekkelijkheid en/of geschiktheid
De omgevingsvisie van de Rijksoverheid
(NOVI)
van een gebied om er te wonen, werken, recreëren en leven
Natura 2000-gebied
Gebieden die zijn aangewezen onder de EU Vogelrichtlijn en onder de EU Habitatricht-
Metropool
lijn, altijd ook onderdeel van NNN
Een agglomeratie bestaande uit een zeer grote stad met de bijgelegen stedelijke gebieden, waaronder voorsteden
MIRT
Natuurnetwerk Nederland
Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan
(NNN)
te leggen natuurgebieden (voorheen Ecolo-
Meerjarenprogramma van het Rijk voor
gische Hoofdstructuur)
infrastructuur, ruimte en transport Natuurinclusief Middensegment huur
Het vanaf het begin in samenhang rekening hou-
In het algemeen heeft dit begrip betrekking op
den met ecologie en natuur, gericht op zo
huurwoningen voor personen of huishoudens
groot mogelijke positieve impact op bio-
die te veel verdienen voor een sociale huur-
diversiteit
woning maar geen hoge huur of koopwoningen kunnen veroorloven
NOVI-gebied Groene Hart
Het Rijk benoemt in de NOVI enkele gebieden waar het Rijk extra opgaven en verant-
MIRT onderzoek Oostkant
Onderzoek in het kader van het MIRT pro-
woordelijkheid ziet, zoals het Groene
Amsterdam
gramma naar een voorzien knelpunt op termijn
Hart
op de A1 tussen Muiderberg en Eemnes Omgevingsvisie MRA
Metropoolregio Amsterdam
De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied op basis van de Omgevingswet
69
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Omgevingsagenda NOVI
Een omgevingsagenda is een gebiedsgerichte
regio (Gooi en Vechtstreek)
Grondgebied tezamen van de gemeenten Bla-
uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie
ricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen,
(NOVI)
Laren, Weesp en Wijdemeren zoals aanwezig op 1 januari 2021
OV-knooppunten
Openbaarvervoersknooppunten waar meerdere vormen van vervoer, waarvan in ieder
Peil
Regio Gooi en Vechtstreek
Samenwerkingsverband van de gemeenten Bla-
geval HOV of spoor, samenkomen
ricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen,
De waterstand (het niveau) in een polder of
Laren, Weesp en Wijdemeren
een waterlichaam wordt gehandhaafd. Dit kan met behulp van gemalen, spuisluizen en stu-
Regionale Energiestrategie
wen
Strategie die beschrijft hoe de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving, de opslag
Portefeuillehoudersoverleg
Overleg binnen de Regio Gooi en Vechtstreek
van energie en de energie-infrastructuur
(pfho)
waarin wethouders afspraken maken. Het
vorm krijgen
pfho kan colleges gevraagd en ongevraagd adviseren over regionale ontwikkelingen Regionale voorzieningen
Regionale veenweidestrate-
Door het Rijk aangekondigde strategieën
gie
die richting moet geven aan de ontwikkeling
Voorzieningen als ziekenhuis, theater, res-
van veenweide, met name waar het stoppen van
taurant, recreatieve voorziening, financiële
bodemdaling betreft. Op welk schaalniveau
instelling, warenhuis, voortgezet, middel-
de strategieën worden uitgewerkt bepalen
baar en hoger onderwijs, gezondheids-
provincies
zorg, benzinestation, treinstation, P&R voorziening
Veenoxidatie
Onomkeerbaar proces waarbij veen, door het verlagen van de grond- en-of oppervlak-
Ruimtelijke kwaliteit
Ruimtelijke kwaliteit is de balans tussen
tewaterstand, blootgesteld wordt aan de
gebruikswaarde, belevingswaarde en toe-
lucht, waardoor het oxideert en de bodem
komstwaarde (bij het maken van keuzes voor
inklinkt
nieuwe ontwikkelingen)
70
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Rijk-MRA programma’s
Samen Bouwen aan Bereikbaarheid, Be-
Transitie
Structurele verandering als resultaat van
reikbare Steden Samenwerkingen tussen Rijk
op elkaar inwerkende en elkaar versterkende
en MRA, gericht op verbeteren van mobiliteit,
ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld
ter voorbereiding op Bestuurlijke Over-
economie, cultuur, technologie, instituties
leggen MIRT
en natuur en milieu
Robuust
Deugdelijk, krachtig, stevig en sterk
UNESCO werelderfgoed
Samenwerking Gooicorridor
Samenwerking tussen overheden en vervoerders
schap en Cultuur zijn aangewezen als onver-
om stationsgebieden (OV-knooppunten) en de
vangbaar, uniek en eigendom van de hele we-
deur-tot-deurreis (van deur tot openbaar
reld, en waarvan het van groot belang wordt
vervoer en verder) langs de Gooicorridor
geacht om te behouden
Gebieden die door de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Weten-
te verbeteren en ontwikkelingen op elkaar af te stemmen
Veengebied
Gebied waar veen onderdeel uitmaakt van de ondergrond (al dan niet bedekt door andere
Systeemsprong OV
Een forse verbetering van de kwaliteit van
grondlagen of water)
het openbaar vervoer, bijvoorbeeld door forse verhoging van frequentie
Veenweidegebied
Open weidegebied op veengrond waar hoofdzakelijk vee wordt of werd gehouden
Sociale woningbouw
Woningen met een begrensde huur, gericht op betaalbaarheid voor lagere inkomens
Verstedelijking
Verstedelijking of urbanisatie is de geleidelijke uitbreiding van meer intensief
Transformatie
Het aanpakken van een gebouw of (werk)loca-
bewoonde gebieden, als gevolg van bevolkings-
tie waarbij de functie verandert, bijvoor-
groei en veranderingen in het levenspatroon
beeld van bedrijf naar wonen
van de bevolking Verstedelijkingsstrategie
Strategie voor verstedelijking binnen het ge-
MRA
bied van de MRA, die zal dienen als bouwsteen voor de omgevingsagenda voor Noordwest Nederland
71
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Verdroging
Verschijnsel waarbij de waterspiegel in het
Vitaliteit
Aanwezigheid en bereikbaarheid van werk-
grondwater daalt ten opzichte van het na-
gelegenheid en voorzieningen, en om de aan-
tuurlijke niveau
wezigheid van bewoners die het draagvlak vormen voor die functies
Verdichten
Meer woningen bouwen binnen het stedelijk gebied van stad of dorp. Het kan gaan om invulling
IJmeerverbinding
Een mogelijke verbinding voor OV, en moge-
van een braakliggende locatie, of om ver-
lijk weg, tussen tenminste een nieuwe stadsdeel
vanging
Almere Pampus en IJburg middels een tracé dat het IJmeer doorkruist (al dan niet
Waterrobuust
Waterrobuust bouwen is het zodanig vorm-
ondergronds)
geven en inrichten een gebied, dat de impact van bijvoorbeeld ernstige neerslag zo klein
Vernatten
mogelijk blijft
Het bewust verhogen van de grondwaterstand, door technische maatregelen als drainage of door het aanpassen van het peil
VNG
72
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Vereniging Nederlandse Gemeenten
Historisch context
De ontwikkeling van het gebied begint niet vandaag, maar is onderdeel van processen die eeuwen duren. Zonder uitputtend te zijn, worden hieronder ontwikkelingen beschreven die bepalend zijn voor de identiteit van onze leefomgeving. Deze beschrijving laat zien dat de fysieke leefomgeving geen statisch gegeven is maar altijd in ontwikkeling. Sommige processen die nu plaatsvinden zijn al eeuwen geleden ingezet. Inzicht in deze processen kan daarmee bij toekomstige ruimtelijke opgaven verklaren en ook dienen als inspiratie voor de toekomst.