Bijlage bij RIB 2021 84 - Koersdocument Gooi- en Vechtstreek
Tekst van het document
Geologische ontwikkeling Uitgangssituatie landschappelijke ondergrond
De ondergrond van ons landschap is door grote natuurkrachten gevormd. In de voorlaatste ijstijd drukt
Tijdsbeeld ca. 1000 n. Chr
ijsmassa’s zand- en grindlagen omhoog en zo ontstaan stuwwallen. Zuiderzee
Circa 10.000 jaar geleden begint de zeespiegel te stijgen. Door stijgend waterpeil ontstaan moerassen en zoetwatermeren, waar ook de Vechtstreek deel van uitmaakt. Onder water kunnen planten niet meer goed verteren en vormt een grondlaag: veen. Pas omstreeks 1000 v. Chr. ontstaat het watersysteem dat wij nu kennen als de Vecht. In de 500 jaar hierna vormde de Vecht zich als rivier met de huidige ligging. Bij hoog water in de Vecht zijn de veenmeren langzaam gedicht met klei en slib. Het Horstermeer en het Naardermeer zijn overgebleven. Het wegslaan van het veengebied is ook ten noorden van de Vechtstreek doorgegaan totdat er weer een verbinding met de Noordzee ontstaat. De Zuiderzee wordt geboren (12e eeuw). Bij grote stormen in de 12e en 13e eeuw zijn nog grote hoeveelheden land weggeslagen.
Vecht
Veen
Stuwwal
buitenwater binnenwater riviervlakten veen stuwwal zandgronden
73
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Tijdlijn van het Gooise landschap
Oerbos (berken, eiken)
Ontwikkeling Erfgooierslandschap
Erfgooierslandschap: Brinkdorpen, engen, open heidevelden, laatste oerbos ca. 1600 gekapt
Bosaanleg bij buitenplaatsen 17e eeuw
Herbebossing met naaldbomen voor houtproductie en landgoederen en villabebouwing 19e eeuw
Bebouwing engen en toename bos, met name lang randen kernen na oprichting GNR na 1930
Het Gooise landschap
Tijdsbeeld 1300-1933
Ontstaan van Gooise dorpen
Meenten Eng
Op zandgronden komen de drinkplaatsen voor het vee op de laagste
Door de eeuwen heen is het gebied steeds opener geworden door
plekken waar water verzamelt. Rond deze brinkplaatsen ontstaan
het verwijderen van bomen. Rond 1600 is het laatste oerbos (berken,
tussen 1100 en 1300 kleine agrarische nederzettingen.
eiken) gekapt. Vanaf eind 19e eeuw verdwijnt de uitvinding van kunstmest de noodzaak om schapen te houden. Ook vindt er herbossing
Erfgooiers Brink meenten brinken engen
het land konden overdragen op hun erfgenamen. Deze boeren werden
De informele vastlegging van de gebruiksrechten van de Erfgooi-
Erfgooiers genoemd.
ers heeft diverse malen tot ruzie geleid, waarbij de Erfgooiers grond kwijtraken voor de aanleg van buitenplaatsen en landgoederen. Ook
ruige gronden schaapsdriften doodwegen
Begin 14e eeuw organiseren deze Erfgooiers zich en maken afspraken
onderling was er ruzie en in 1912 moet er een speciale wet aan te pas
over het gebruik van gemeenschappelijke gronden. De Erfgooiers ma-
komen om alles definitief te regelen. In 1932 is de Stichting Gooisch
ken grote akkercomplexen rondom de dorpen (engen) en, op grotere
Natuurreservaat (GNR) opgericht. Veel heidegronden van de Erfgooiers
afstand in de lagergelegen gebieden, gemeenschappelijke graslanden
gaan dan over naar GNR.
(de meenten). Daarbuiten zijn ‘woeste gronden’ met heide en bos. De heidevelden worden afgeplagd en begraasd door schapen. De plaggen en schapenmest wordt gebruikt voor het bemesten van de akkers.
74
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
plaats, met name voor houtproductie.
In het Gooi wordt het gangbaar dat boeren de gebruiksrechten van
Bijlagen
De ontginning van het veengebied: van veen tot plas Vanaf 900 is het hoge veengebied in gebruik genomen. Dit markeert de
meer invloed op hebben. Veel smalle legakkers houden geen stand en zijn
start van ‘de Grote Ontginning’ (10e t/m 13e eeuw). Er worden sloten door
weggeslagen. Er ontstaan omvangrijke plassen. Dit zijn dus geen meren, die
het veen gegraven zodat de toplaag droog kwam te liggen en kan worden
zijn van natuurlijke oorsprong.
gebruikt . Aan deze periode danken we het karakteristieke slotenpatroon in lange rechte stroken.
In de veenplassen gaat de afbraak van de legakkers tot de dag van vandaag door. Het verpulverde veen komt als bagger op de bodem van de plassen
Polders
terecht waardoor, vooral op plekken waar de petgaten minder dan 2 meter
Door de ontwatering daalt het veengebied en op een gegeven moment is
diep zijn, verlanding optreedt. De voormalige legakkers en verlandde petga-
het land weer te nat voor akkerbouw. Vanaf de 14e eeuw wordt daarom
ten raken dan begroeid met veenbos.
steeds meer op veeteelt overgeschakeld. Om een stabiel peil in een gebied te houden, worden er hoge kaden omheen gelegd. Het water wordt uit dit
Veen klinkt in als het ont-
gebied geloosd. Zo’n omkaderd gebied met een eigen peil wordt een polder
waterd wordt en in contact
genoemd.
komt met lucht. Dit heeft
Ontginning van het veengebied Tijdsbeeld 1100-1886
vanaf de ontginning tot Turfwinning en plassen
gevolg dat het veengebied
Men ontdekte dat gedroogd veen, turf genoemd, geschikt was als brandstof.
daalt. Dit proces zet zit nog
Al in de 15e eeuw is turfwinning een belangrijke inkomstenbron in het veen-
steeds voort. Langs de Vecht
gebied. Omdat het land na de turfwinning niet meer bruikbaar is, mag maar
en de Zeedijken lag er door
een smalle strook worden afgegraven.
overstromingen klei op het veen, waardoor er geen turf
75
Vanaf de 16e eeuw wordt het veen ook onder water gewonnen. Vanaf
is gewonnen en veen niet in
naastgelegen kaden of lange, smalle legakkers wordt het veen tot 4 meter
contact komt met lucht. De
diep losgetrokken en opgevist met baggerbeugels. Dit creëert een land-
verkaveling en openheid is
schap met lange, smalle akkers: legakkers. De uitgebaggerde stukken hier-
hier daarom nog zeer gaaf
tussen heten trek- of petgaten. Legakkers en petgaten volgen het
aanwezig en er is geen of
verkavelingspatroon. Doordat petgaten breder worden gemaakt dan toege-
minder sprake van bodem-
staan komen er grotere wateroppervlaktes waar wind en golven
daling.
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
verkavelrichting
Naardermeer Karnemelksloot Ontginningsbasis Horstermeer
plassen
Vervening en plassen
ontginningsbasis Droogmakerijen karnemelksloot Naardermeer
Oorlog en verdediging Tijdsbeeld 1672-1945
Fort aan het Pampus
Strategische ligging
Muiden Vesting Kustbatterij bij Diemerdam Muiderslot
Westbatterij
De strategische ligging aan de Zuiderzee en de Vecht, tussen de steden Amsterdam en Utrecht, heeft een
Muiden Vesting Fort Coehoorn (niet gebouwd)
Weesp Vesting Fort aan de Ossenmarkt
Naarden Vesting
Fort Uitermeer
Fort Hinderdam
grote invloed gehad op de ontwikkeling van het gebied. Waar de landschappelijke structuren in het gebied
Fort Ronduit
met name zijn verbonden met Utrecht, zal de ontwikkeling door menselijke invloed zich sterker relateren aan Amsterdam.
Batterijen Karnemelksloot Fort bij Nigtevecht Fort Abcoude
Oorlog en verdediging
Fort Kijkuit
De militaire betekenis van het gebied begint met de twisten tussen het Graafschap Holland en het Sticht
Overige militaire werken
Vesting en Fort Nieuwersluis
Fort Spion
Hollandse Waterlinie Stelling van Amsterdam vestingsteden met schootsvelden
Fort bij Tienhoven
fort overige militaire werken
Utrecht. Graaf Floris V kocht het ‘Gooiland’ en verovert Muiden en Weesp. Het huidige Naarden is gebouwd door het graafschap. Later komt de betekenis van het gebied meer in het licht van de verdediging van de hoofdstad te staan. Nederland is eeuwenlang met waterlinies verdedigd. Het systeem bestaat uit het tot kniehoogte onder water zetten van het land (inundatie), zodat dit onbegaanbaar en onbevaarbaar is. Het leger trekt zich
Buitenplaatsen en zandwinning Tijdsbeeld 1634-1975
terug achter een hoofdverdedigingslijn, waar op strategische plekken vestingen, forten en andere versterkingen zijn aangelegd. In het rampjaar 1672 is dit systeem onder meer bij Muiden en Weesp voor het eerst grootschalig toegepast. Dit markeert het begin van de Oude Hollandse Waterlinie, die in 1815 overgaat in
Muidertrekvaart
de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die loopt tussen Muiden en de Biesbosch. Door de eeuwen heen wordt
Muiderberg
de linie steeds verbeterd en in 1892 komt er een extra linie rond Amsterdam te liggen: de Stelling van
GAASP uitwateringskanaal Naardermeer
Naardertrekvaart
Oud Naarden
Oud Bussum Bussumse vaart
Amsterdam. De ligging in de waterlinie brengt ook beperkingen mee: bouwen in de schootsvelden is niet
zandafgravingen
toegestaan en ook in inundatiegebieden is dit niet aantrekkelijk. Hierdoor blijft het open landschap lang in
Karnemelksloot Reevaart
‘s Gravelandse vaart
Krayloo
stand.
‘s Graveland buitenplaatsen a/d Vecht Hilversums kanaal
VECHT
DRECHT
Gooise vaart
Pas na de Tweede Wereldoorlog komt een eind aan deze linies. Inmiddels zijn deze linies aangewezen als Unesco-werelderfgoed.
Zonnestraal zandafgravingen buitenplaatsen Vecht Vaarten
76
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Buitenplaatsen en zandhandel
Aanleg van vaarten
Rijke Amsterdammers uit de 17e eeuw willen in de zomer de stad uit. De zandgronden in het
De ligging nabij Amsterdam is ook van groot economisch belang geweest. Door de groei van
Gooi blijken aantrekkelijk om buitenplaatsen en landgoederen te vestigen. De bekendste liggen
Amsterdam in de 17e eeuw levert een grote vraag naar zand voor de bouw op, en zo neemt de
op de westelijke rand van de stuwwal, nabij ’s Graveland. Maar ook rond Naarden, Bussum,
zandhandel in het Gooi een grote vlucht. Om het zand naar Amsterdam te vervoeren worden
Huizen, Muiderberg en Hilversum zijn buitenplaatsen gebouwd en landgoederen aangelegd.
vaarten aangelegd.
Na de heideverdelingen (1843) komen er weer nieuwe landgoederen bij. Tot circa 1880-1900
De oudste zijn de ’s Gravelandse Vaart (1638) en de Weesper-, Naarder- en Muidertrekvaart
ontstaat een gordel van landgoederen in het Gooi.
(1638-1640). Later is tussen Hilversum en de ’s Gravelandse Vaart een verbinding aangelegd (Gooise Vaart).
Ondanks het verdwijnen van de gebouwen en/of de parkaanleg zijn diverse voormalige buitenplaatsen en landgoederen in hun hoofdstructuur nog steeds herkenbaar.
Grote gebieden bij Hilversum, ’s Graveland, Huizen, Naarden en Muiderberg zijn afgegraven. Hierdoor zijn talrijke zanderijen ontstaan: systematisch afgegraven gebieden met een bijbehorend slotenpatroon. De grenzen van de zandafgravingen vormen nog steeds beeldbepalende landschappelijke overgangen.
77
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Watersysteem
Sleutelen aan het watersysteem Water is van cruciale betekenis geweest voor de ontwikkeling van het gebied. Door het water is het veen gevormd. Van nature komt in de Vechtstreek (en ook Eemland) grondwater (kwel) omhoog uit de stuwwal. De schone kwel uit de ondergrond leidt tot hoge natuurwaarden, bijvoorbeeld in het Naardermeer. Gedurende de eeuwen heeft de mens getracht het natuurlijke systeem naar
natuurlijk meer natuurlijke rivier
zijn hand te zetten.
zee- en rivierdijken voormalige zuiderzee veenplassen
Ontwatering veengebied
ringdijken
Landbouw heeft belang bij een droge bovenlaag. Daarom is men bij de ontginning begonnen
vaarten (afwatering)
met ontwateren. Het opkomen van kwel is ongunstig voor landbouw, ook dit is een reden om te
Droogmakerij
Amsterdam Rijnkanaal
Waterwinning
ontwateren. Dijklichamen Veen klinkt in als het ontwaterd wordt en in contact komt met lucht. Dit heeft vanaf de ontginning
Van Zuiderzee naar IJsselmeer
tot gevolg dat het veengebied daalt, zelfs tot onder zeeniveau. Daarom worden in de 12e en 13e
Met de aanleg van de Afsluitdijk (1927-1932) transformeert de Zuiderzee naar het IJsselmeer.
eeuw dijken aangelegd langs de Zuiderzee en de Vecht. De hoogteverschillen kunnen ook leiden
Hierdoor werd het water zoet. Het zuidelijke IJsselmeer wordt omgevormd tot het IJmeer en het
tot kwelstromen tussen gebieden met verschillende waterpeilen.
Gooimeer. Het peil van het IJsselmeer wordt tegennatuurlijk gereguleerd: in de winter staat het peil lager dan in de zomer.
Inpoldering Om een stabiel peil in een gebied te houden, worden er hoge kaden omheen gelegd. Het water
Het Amsterdam-Rijnkanaal
wordt uit dit gebied geloosd. Zo’n omkaderd gebied met een eigen peil wordt een polder genoemd.
Het Merwedekanaal (later Amsterdam Rijnkanaal) uit 1892 heeft de afwaterende functie van de
Polders, die onder zeeniveau liggen, moeten worden ontwaterd om niet vol te lopen door neerslag
Vecht overgenomen. Het gebied watert uiteindelijk af via het Noordzeekanaalgebied. Er wordt
of door ondergrondse waterstromen (kwel). Daarvoor zijn dijken en afwateringskanalen nodig.
juist water ingelaten vanaf het IJmeer, om water van lagere kwaliteit zo snel mogelijk af te voeren.
Vanaf de uitvinding van de windmolen (15e eeuw) wordt het ook mogelijk om tegen de zwaartekracht in water af te voeren. In de Vechtstreek wordt oorspronkelijk het water via de Vecht naar
Drinkwaterwinning
de Zuiderzee gevoerd.
Het schone water in de ondergrond van de stuwwal is zeer geschikt voor waterwinning. In de Loenderveense Plas bevindt zich de door kaden afgescheiden Waterleidingplas die niet in ver-
Droogleggingen
binding staat met de andere plassen. Ook hier wordt drinkwater gewonnen.
Met de uitvinding van de stoommachines wordt het mogelijk om meer gebieden droog te leggen
78
omdat er veel meer water kan worden weggepompt. In 1882 wordt de Horstermeer drooggelegd.
Verstedelijking
Dit heeft nog steeds een grote invloed op het watersysteem in het gebied. Deze laag gelegen polder
Door verstedelijking wordt steeds meer gebied verhard. Ook wordt er water via riolen afgevoerd.
onttrekt veel water uit de omgeving. Ook komt er zoute kwel omhoog. De druk van de kwel is de
Regenwater kan daarom moeilijker in de grond komen. Dit heeft gevolgen voor de hoeveelheid
reden dat de drooglegging van het Naardermeer mislukt.
grondwater.
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Verstedelijking Schaalsprong langs de spoorlijn Vanaf het einde van de 19e eeuw maakt het gebied een grote schaalsprong. In 1874 komen er
In de wederopbouwperiode zijn de rest van de engen in het Gooi bebouwd. De overige beperkingen
treinverbindingen tussen Amsterdam, Hilversum en Amersfoort (de Gooilijn) en tussen Hilversum
vanwege de waterlinies zijn opgeheven, zodat ook in Muiden en Weesp buiten de vesting wordt
en Utrecht. Door het spoor wordt het wonen in het Gooi aantrekkelijker voor forensen. Er worden
gebouwd.
diverse villawijken gebouwd. Ook vestigen zich fabrieken en arbeiders. Hilversum en Bussum maken hierdoor een grote groei in inwoners door.
Moderne infrastructuur In 1932 is de eerste snelweg A1 tussen Muiden en Naarden aangelegd. Later volgen N-wegen, de
Door de aanleg van een tramlijn worden ook de Gooise dorpen beter verbonden.
rest van de A1 en de A27. De aanleg van Flevoland (1968) en de bouw van Almere (vanaf 1976) leidt tot de aanleg van de A6, verlenging van de A27 en de Flevolijn. De snelwegen zijn meerdere
Gooise dorpen veranderen van karakter
keren verbreed en snijden het gebied in verschillende delen.
In deze periode veranderen de dorpen ook van karakter. Laren en Blaricum ontwikkelen zich als
De tramlijn is verdwenen. Het zal tot 2022 duren voordat met de HOV ’t Gooi een moderne equi-
kunstenaarsdorp, Huizen maakt de overgang van vissersdorp naar industrie. Muiderberg wordt
valent komt.
een aantrekkelijke badplaats. Hilversum maakt een grote groei door. Bebouwen van de meenten en buitendijkse gronden Uitbreidingsplannen
Na de aanwijzing tot groeikern (1967), breidt ook Huizen en later Blaricum fors uit op de meent-
Om de groei in goede banen te leiden, moeten gemeenten verplicht uitbreidingsplan-
gronden. Ook in de Hilversumse meent, Kerkelanden en het buitendijkse gebied in Muiderberg en
nen opstellen. Hilversum is uitgebreid naar het karakteristieke stedenbouwkundig plan van
Naarden komen wijken. Ook Loosdrecht en Kortenhoef groeien.
W.M. Dudok. In 1926 zijn de militaire beperkingen rond Naarden opgeheven en kan daardoor ook
79
in Bussum verder worden uitgebreid. Deze verstedelijking in het Gooi leidt tot de bebouwing van
Ook komen grote bedrijventerreinen in ontwikkeling, zoals het Mediapark en grote terreinen in
veel engen.
Weesp.
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Verstedelijking
In de Vechtstreek gaat de verstedelijking minder snel. De oorspronkelijke lintbebouwing wordt wel steeds dichter. Laren en Blaricum kennen, behalve de Bijvanck, een meer organische ontwikkeling met veel kleinere bouwplannen.
Muiden Muiderberg
Laatste grote uitleglocaties en inbreiden Meest recente grote uitleglocatie in het Gooi is de Blaricummermeent. Dit is de laatste grote uitleglocatie in het Gooi die denkbaar is zonder te raken aan een beschermd natuurgebied. In die zin markeert deze locatie het einde van de strategie van uitleglocaties aan de buitenzijde van de Gooise dorpen.
Huizen
Naarden Weesp
<1850
Bussum Blaricum
1920-1940
Ten westen van de Vecht komen vanaf 2018 grote woonwijken in de polders. Laren
Er komen ook steeds meer plannen in het stedelijk gebied, waar bijvoorbeeld oude industrie verdwijnt of
Hilversum
tot ca. 1965 ca. 1975-1985 ca. 1985-2010 2010-2025
kantoren leeg komen te staan.
bedrijven / kantoren
Oud Loosdrecht
snelweg N-weg
Groei van de recreatie
spoorlijn
Naarmate er meer vrije tijd komt, groeit de recreatie. Het plassengebied ontwikkelt zich tot een grote
tramlijn
trekker voor de waterrecreatie, ook de buitenplaatsen en oude kernen trekken veel bezoekers. Tussen
Amsterdam Rijnkanaal
Muiderberg en Naarden wordt een buitendijks recreatiegebied aangelegd. Ook het IJmeer en Gooimeer ontwikkelen zich als recreatiegebied. De havens van Muiden en Huizen krijgen een primair recreatieve functie, net alst de Vecht
80
1874-1920
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Bakermat van de natuurbeweging De verstedelijking eind 19e eeuw brengt ook een tegenbeweging op gang. Men gaat steeds meer waarde hechten aan de schoonheid van het landschap en de natuur. In 1904 komt de gemeente Amsterdam met het plan om van het Naardermeer een vuilstort te maken. Nadat dit plan onder groot protest is geschrapt, richt J.P. Thijsse de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland (Natuurmonumenten) op. In 1906 koopt deze vereniging het Naardermeer en roept het uit tot het eerste Nederlandse natuurreservaat. Later volgen de ’s Gravelandse buitenplaatsen en delen van de Oostelijke Vechtplassen als onderdeel van Natuurmonumenten. Later vreest men dat ook de hei zou worden bebouwd. Dit was in de geschiedenis al vaker op gronden van de Erfgooiers gebeurd. In 1932 is daarom de Stichting Gooisch Natuurreservaat (GNR) opgericht. Veel gronden van de Erfgooiers kwamen in eigendom van GNR. Het GNR verwerft steeds meer gronden, zoals het Spanderswoud. De natuur- en landschappelijke waarden in het gebied zijn inmiddels zelfs internationaal erkend. Grote delen van de regio vallen onder beschermde natuur of beschermd landschap.
81
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Bovenregionale context Ook op hoger schaalniveau wordt beleid ontwikkeld waar rekening mee gehouden moet worden.
het hele Stedelijk Netwerk Nederland, door nieuwe woon- en werklocaties (ook grensoverschrij-
In dit hoofdstuk wordt deze context geschetst.
dend) te koppelen aan (met name OV-) infrastructuur. Onze regio lijkt grotendeels binnen het stedelijk netwerk te gaan vallen. Hilversum staat expliciet op het kaartbeeld. Ook het Rijk gaat
Nationale omgevingsvisie
in op de transities in het landelijk gebied. Het gaat hier over opgaven als natuur, transitie van de
De NOVI schetst eerst een toekomstperspectief waarin de ambities naar voren komen. Dan be-
landbouw, klimaatadaptatie, bodemdaling van veen en landschappelijke en cultuurhistorische
noemt het Rijk nationale belangen. Dit zijn de inhoudelijke belangen bij de fysieke leefomgeving
(streekeigen) kwaliteiten. Er wordt ambitie voor kringlooplandbouw in 2050 neergezet waarvan
waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarvoor het kabinet in politieke zin aanspreekbaar
de ecologische footprint nagenoeg nul moet zijn. Voor bodemdaling staat er een fundamen-
is. Het Rijk is hier niet alleen verantwoordelijk, maar heeft wel een systeemverantwoordelijkheid.
tele uitspraak: ´ Uitgangspunt is hier dat de benadering gaat veranderen: overheden zullen in
Per belang zijn de opgaven benoemd en de rol van het Rijk daarbij.
samenwerking met de mensen die wonen en werken in de gebieden steeds minder ‘peil volgt functie’ en steeds vaker ‘functie volgt peil’ hanteren.´ Er worden acties benoemd ter uitwerking
De NOVI hanteert drie afwegingsprincipes:
van de NOVI. Het stedelijk netwerk wordt uitgewerkt in regionale verstedelijkingsstrategieën. De
1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;
verstedelijkingsstrategieën voor de MRA en regio Utrecht (U-NED) komen uiteindelijk samen in
2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;
een omgevingsagenda voor landsdeel Noordwest Nederland.
3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk kondigt een nationale strategie voor het landelijk gebied aan. Daar zal ´de stikstof- en De benoemde opgaven worden tenslotte in samenhang weergegeven rond 4 prioriteiten:
klimaataanpak een belangrijk stempel drukken ´. Daarna volgt een nationaal programma Landelijk
1. Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;
Gebied. Er moeten ook regionale veenweidestrategieën komen.
2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s;
Voor een select aantal gebieden wil het Rijk zich aanvullend inzetten voor de bescherming van
4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
het landschap samen met de bewoners en andere betrokken partijen. Het Rijk richt zich in elk geval op de volgende landschappen: Kustlandschap, Waddenlandschap, Groene Hart, Veluwe,
Op deze prioriteiten worden vervolgens beleidskeuzes geformuleerd. Ingezet wordt op een optimale (inter)nationale bereikbaarheid van steden en economische kerngebieden, die belangrijk zijn voor onze economie. De ‘metropolitane ontwikkeling’ wordt daarbij als specifiek van belang genoemd. Het Rijk wil een ‘integrale verstedelijkingsstrategie’ hanteren. Daarbij wordt ingezet op concentratie en openhouden van grote groengebieden. Ook hier worden de metropolen als belangrijke ontwikkellocatie benoemd. Het Rijk kiest ervoor te sturen op de ontwikkeling van
82
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
IJsselmeer, Zuidwestelijke Delta en de Nationale Parken.
Omgevingsvisie NH 2050 De provincie Noord-Holland heeft in november 2018 al een omgevingsvisie vastgesteld. In de omgevingsvisie benoemt de provincie ambities voor de lange termijn. Het beleid wordt uitgewerkt aan de hand van ‘bewegingen’, die samenhangende beleidslijnen illustreren. Ambities die voor regio G&V relevant zijn:
■ Evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. ■ Biodiversiteit vergroten. ■ Halen normen Kaderrichtlijn water in 2027, WHO normen gezondheid in 2050. ■ Voorkeur binnenstedelijk bouwen, aanbod woon-werk afstemmen. ■ Klimaatneutraal in 2050, rekening houdend met ambities verstedelijking en landschap. Energiewinning moet passen bij ‘de draagkracht van het landschap’.
■ Bodemdaling veenweidegebied afremmen, stoppen en waar mogelijk herstellen. Afbeelding: metropool in ontwikkeling In Gooi en Vechtstreek komen de bewegingen Dynamisch schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterke regio’s en Natuurlijk vitaal landelijke omgeving bij elkaar.
Natuurlijk en vitaal landelijk gebied
■ Het landgebruik en de waterpeilen worden in balans gebracht met de draagkracht van het Metropool in Ontwikkeling
veenweidegebied.
■ Binnenstedelijk bouwen. ■ Regionaal verkeer boven doorgaand verkeer. ■ Metropolitaan landschap.
■ Natuurlijke processen zijn richtinggevend voor inrichting en beheer van nieuwe en bestaande natuurgebieden.
■ Om een robuust ecosysteem te realiseren worden verbindingen tussen natuurgebieden verbeterd en functies slim gepositioneerd.
Sterke kernen, sterke regio’s
■ Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers.
Dynamisch schiereiland
■ Bij nieuwe ontwikkelingen in de kustzone wordt aangesloten bij de verscheidenheid en karakteristieken van de kustlandschappen en aanliggende grote wateren en karakteristieken van de kustlijnen.
■ Ecologische verbindingen worden behouden en aangevuld, met oog op robuuster maken van het ecologisch systeem in de kustgebieden, inclusief de grote wateren.
83
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
MIRT onderzoek Oostkant Amsterdam Naar aanleiding van het toekomstig verwachte knelpunt op de A1 tussen de knooppunten Muiderberg en Eemnes is tussen 2014 en 2017 het MIRT onderzoek Oostkant Amsterdam uitgevoerd. In het studiegebied, wat grotendeels samenviel met Gooi en Vechtstreek, bleek sprake van een toenemende ruimtelijke spreiding van wonen en werken en een forse en groeiende pendel als gevolg daarvan. Hierdoor neemt de druk toe op de weg en het spoor. Ondanks capaciteitsuitbreidingen tussen 2010 en 2030 blijven er problemen bestaan in de doorstroming van delen van de A1, A27 en A28. Ook het treinverkeer wordt op meerdere trajecten zwaar belast en soms moet een reiziger zo vaak overstappen dat de keuze sneller valt op de auto. Deze opgaven kunnen niet los worden gezien van landschap en economie. Er is er sprake van onderbenut potentieel van de economie, met name in Gooi en Vechtstreek, maar ook in Almere. De economie presteert hier minder dan mogelijk en regionale condities voor ondernemerschap dienen te worden verbeterd. Tot 2040 staan er 25.000 arbeidsplaatsen op het spel. Om de bereikbaarheid van het gebied te verbeteren, zijn verschillende maatregelpakketten doorgerekend.
In het Bestuurlijk Overleg MIRT Noordwest Nederland van 7 december 2017 hebben Rijk en regio (vertegenwoordigers van het gebied Noord-Holland, Flevoland en Utrecht) een gezamenlijk maatregelpakket vastgesteld. Het pakket is een combinatie van maatregelen, middellange (2022) en lange termijn (2030). Er is afgesproken dit maatregelpakket in te brengen in de gebiedsprogramma’s MRA en Utrecht en in het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer. De korte termijn maatregelen dragen beperkt bij aan een betere doorstroming op de A1. Voorbeelden zijn slimme bus- en meerijddiensten, verdichting rondom knooppunten, snelfietsroutenetwerk, verbeteren van de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer. De vervoersbewegingen worden beïnvloed door stimulering van de werkgelegenheid, het concentreren van nieuwe woningen bij OV-knooppunten en het verbeteren van de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer. Voor de middellange termijn wordt een capaciteitsvergroting van de A27 – tussen knooppunt Eemnes en de A6 – voorgesteld en verdere uitvoering van de ruimtelijke maatregelen en het fietsnetwerk.
84
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Als deze maatregelen op lange termijn (na 2030) onvoldoende blijken, is in het maatregelpakket voorzien dat er een keuze moet worden gemaakt voor een systeemsprong op het spoor of capaciteitsvergroting van de A1. Voor Gooi en Vechtstreek lag de voorkeur bij het OV en was capaciteitsvergroting van de A1 alleen bespreekbaar als het gaat om een verdiepte ligging of tunnel. Bij het MIRT onderzoek was er nog sprake van mogelijke capaciteitsvergroting van de N201 als alternatief voor de A1, als dit uitkomst was een verkenning in Utrecht. Inmiddels (2020) heeft de provincie Utrecht besloten hier niet voor te gaan.
85
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen
Colofon Projectleider Christiaan van Zanten Kernteam Barbara van Gelder Leo Snel (Rho) Christiaan van Zanten Projectteam Michel Beuving (Hilversum) Maurits Bongenaar (Provincie Noord-Holland) Sandra van Dekken (Wijdemeren) Arnold Huisman (Hilversum) Huub de Jong (BEL combinatie) Marjolein van der Marel (BEL combinatie) Jankees Salverda (Waternet namens Waterschap Amstel, Gooi en Vecht) Gert-Jan Vreeke (Gooise Meren) Harry de Vries (Weesp) Wietske Weis (Huizen)
Namens Rho Adviseurs Eric van de Aa Jody Bakker Rob Durville Joost Jansen, Faya Jansen Guido van Loenen Nick Lulof Viola Smit Leo Snel Peter Steehouder Met dank aan Iedereen die heeft bijgedragen vanuit Regio Gooi en Vechtstreek (in het bijzonder team sturing, fysiek domein), medeoverheden, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. Kaartbeelden Rho Adviseurs Vormgeving Ontwerpstudio de Toekomst
86
Koersdocument Gooi en Vechtstreek
Bijlagen