CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RIB 2021 84 - Koersdocument Gooi- en Vechtstreek

Commissie SOB 18 mei 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Vragen naar aanleiding van Raadsinformatiebrieven22.340 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

KOERSDOCUMENT GOOI EN VECHTSTREEK

2

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

Voorwoord

Koersdocument als houvast en inspiratie Inwoners van Gooi en Vechtstreek identificeren zich sterk met de regio en bewegen zich voor werk, voorzieningen en ontspanning door het gebied. De vraagstukken die spelen in deze leefomgeving stoppen niet bij gemeente- of provinciale grenzen. Daarom is het belangrijk dat overheden samenwerken en ontwikkelingen afstemmen. Dit uitgangspunt wordt met de invoering van de Omgevingswet ook wettelijk verankerd. De Omgevingswet vraagt ook om een samenhangende blik op de toekomst en één visie waarin dit toekomstperspectief wordt beschreven, de omgevingsvisie. In deze omgevingsvisies geven de raden richting aan de toekomstige ontwikkeling van de gemeenten en daarmee voor een stukje ook richting aan de regio. Daarom zijn de gemeenten in 2018 een samenwerking op de omgevingsvisie gestart. In een intensief proces hebben Regio Gooi en Vechtstreek en de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren samen onderzocht, geanalyseerd, regionale opgaven benoemd en een koers uitgezet. Medeoverheden, maatschappelijke organisaties en diverse experts hebben op diverse momenten meegedacht, geadviseerd en gereageerd. We zijn hun daar zeer dankbaar voor. De kwaliteit van de leefomgeving in de regio is hoog en onderscheidend. Dat vormt onze belangrijkste ambitie: kwaliteiten behouden, versterken en ontwikkelen.

Het koersdocument start met dit gezamenlijk vertrekpunt. Dit koersdocument is geen blauwdruk hoe de regio er over 20 jaar uitziet. Dat is niet te voorspellen en ook niet het doel van dit document. Het kan wel houvast bieden hoe de regio kan omgaan met de vraagstukken die op het gebied afkomen. Het koersdocument vormt daarmee een bouwsteen voor de omgevingsvisies van de gemeenten. Wij hopen dat dit document een nuttige en inspirerende bijdrage levert aan de ontwikkeling van gedragen beleid over regionale opgaven.

Bestuurlijk trekkers project samenwerking omgevingsvisie Dit koersdocument en alle informatie over de samenwerking omgevingsvisie Jan Klink, wethouder Wijdemeren Jorrit Eijbersen, wethouder Gooise Meren

3

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

is te vinden op

Legenda iconen

Leeswijzer

Opbouw koersdocument: Van ambitie naar ontwikkellijn

Wonen

Landschap en Cultuurhistorie

Water

Economie

Biodiversiteit

Klimaatverandering en Energietransitie

Mobiliteit

Veenoxidatie en Bodemdaling

Het koersdocument start met de hoofdambitie, onze kwaliteiten behouden, versterken en ontwikkelen. Om deze ambitie waar te maken zijn er diverse opgaven en liggen er kansen. Aan de hand van drie samenhangende ontwikkellijnen wordt geschetst hoe deze ambities kunnen worden ingevuld. In deze ontwikkellijnen komen de acht thema’s terug uit de analyses die voor dit koersdocument zijn uitgevoerd.

Ontwikkellijnen 1. De ontwikkellijn Sterk netwerk van steden en dorpen gaat

2.

3.

Hoofdambitie

Onderzoeksgebieden Op basis van de regionale opgaven en ambities zijn onderzoeks-

over de thema’s die met verstedelijking te maken hebben

gebieden genoemd waar regionale opgaven en ambities elkaar ra-

(wonen, werken, mobiliteit).

ken. Dit kunnen gebieden zijn waar regionale samenwerking nodig

In de otntwikkellijn Robuust en vitaal landelijk gebied ligt

is, of waar (al) inspirerende ideeën voor oplossingen zijn bedacht,

de focus op thema’s in het buitengebied (landschap/cul-

een locatie die nader onderzoek vergt, of juist een concreet project.

tuurhistorie, biodiversiteit, veenoxidatie).

Deze gebieden en wat daarover hierna is opgeschreven dienen ter

De ontwikkellijn 'Blauwe draad door het gebied’ raakt

inspiratie voor eventuele vervolgstappen én andere projecten, zowel

zowel het stedelijk als het landelijk gebied (klimaatveran-

lokaal als regionaal.

Ontwikkellijn

Ontwikkellijn

Ontwikkellijn

Sterk netwerk steden en dorpen

Robuust en vitaal landelijk gebied

Blauwe draad door gebied

Opgaven per thema

dering/energietransitie en water).

Vertaling naar regionale inzet Iedere ontwikkellijn geeft per thema de opgaven en doelstellingen

In het landelijke speelveld is het belangrijk om gezamenlijke belan-

die bijdragen aan de hoofdambitie. Vervolgens worden op-

gen met een stem te verdedigen. In het verleden is de regio daar op

lossingsrichtingen beschreven aan de hand van ontwikkelprincipes.

verschillende momenten in geslaagd. De opgaven en bestaande

Een ontwikkelprincipes zijn te lezen als strategische adviezen

ambities uit het koersdocument zijn in dit hoofdstuk vertaald naar

over de richting waarin oplossingen zitten van één of meer

een regionale inzet.

Doelstellingen per thema

Ontwikkelprincipes

doelstellingen. In een ontwikkellijn wordt zo het ‘wat en waarom de regio iets wil’ (ambitie en doelstellingen) vertaald naar hoe dat zou kunnen (ontwikkelprincipes).

4

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

Onderzoeksgebieden

Vertaling naar bovenregionaal schaalniveau

Continue ontwikkeling van de leefomgeving De fysieke leefomgeving is geen statisch gegeven, maar kent veel dynamiek. Sommige processen die nu plaatsvinden zijn al eeuwen geleden ingezet, andere komen voort uit actualiteiten en nieuwe inzichten. De waardering en kijk op de leefomgeving verandert ook. Functies ontstaan en verdwijnen. Ook de ontwikkeling van Gooi en Vechtstreek begint niet vandaag, maar is al eeuwen bezig. Zo is de Gooise stuwwal door de eeuwen een afwisseling geweest van open en begroeid gebied onder invloed van de Erfgooiers. In het veengebied heeft de ontginning gezorgd voor veranderingen, waar land water werd en water zelfs land. De nabijheid van Amsterdam en Utrecht geeft een eigen dynamiek. Het gebied kent een aantal schaalsprongen in verstedelijking, gestart met de spoorlijn uit Amsterdam.

5

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

In de huidige tijd is de ruimte schaars geworden en komen ontwikkelingen, zoals klimaatverandering in een hoger tempo dan ooit op ons af. We hebben tegelijk ook meer kennis en de kans om te anticiperen. Een stip op de horizon geeft daarbij houvast en perspectief.

1. Kwaliteiten behouden, versterken en ontwikkelen

6

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

1

KWALITEITEN BEHOUDEN, VERSTERKEN EN ONTWIKKELEN De kwaliteit van de fysieke leefomgeving in Gooi en Vechtstreek is hoog. De regio heeft een grote variatie in woonmilieus. De steden en dorpen verschillen onderling sterk, door ligging, ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling. Ze hebben een sterke eigen identiteit.

Gooi en Vechtstreek kenmerkt zich van oudsher als een woon-werk regio. De ontwik-

Deze kwaliteiten bieden een sterke basis voor ontwikkeling, maar zijn ook kwetsbaar.

keling van de media is in deze regio gestart. Grote delen van de regio zijn direct via

Gooi en Vechtstreek moet zich blijven ontwikkelen om de bestaande kwaliteiten te

spoor, openbaar vervoer, fiets of hoofdwegennet te bereiken en goed verbonden met

versterken en nieuwe toe te voegen. Met de opgaven die op de regio afkomen is dit

Amsterdam, Utrecht, Almere en Amersfoort. Ook dit is een goed vertrekpunt voor een

een grote uitdaging.

aantrekkelijk woon- en werkklimaat. De kwaliteit van de kernen is onlosmakelijk verbonden met het omliggende landschap. De Nederlandse natuurbeweging is in onze regio ontstaan. De kwaliteit van natuur en landschap is hoog. Diverse gebieden hebben een nationale of zelfs internationale beschermde status. De verscheidenheid aan landschapstypen en cultuurhistorische gelaagdheid en de kwaliteit daarvan in een relatief klein gebied in de verstedelijkte Randstad maakt Gooi en Vechtstreek uniek.

7

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

1. Kwaliteiten behouden, versterken en ontwikkelen

Gooi en Vechtstreek wil zich daarbij blijven onderscheiden door betekenisvol te zijn in zowel stedelijke als landschappelijke ontwikkeling en duurzame ontwikkeling.

Kwaliteiten Gooi en Vechtstreek

8

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

1. Kwaliteiten behouden, versterken en ontwikkelen

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

9

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

2

STERK NETWERK VAN STEDEN EN DORPEN De inwoners van Gooi en Vechtstreek bewegen zich door de regio voor hun werk, voorzieningen of om te recreëren. Ook de woningmarkt kent een belangrijke regionale factor. Met het schaarser worden van de ruimte, maar ook door veranderingen op het gebied van digitalisering en demografie, wordt het steeds belangrijker om wonen, werken, voorzieningen en mobiliteit in samenhang te zien. De regio heeft een eigen dynamiek en ambities. Daarnaast maakt de regio ook onderdeel

Stedelijke ontwikkeling kan bijdragen aan oplossingen voor andere opgaven,

uit van een metropool die zich op de schaal van de Randstad aan het vormen is. Het

zoals het vergroten van biodiversiteit of de verduurzaming van de gebouwde

is van belang en tegelijkertijd een opgave om de kernen in onze regio hun identiteit

omgeving. Daarnaast moet rekening worden gehouden met thema’s als gezond-

te laten behouden en zo mogelijk te versterken, terwijl inwoners en bedrijven wel ge-

heid, een goede bereikbaarheid voor goederenvervoer en klimaatadaptatie.

makkelijk toegang hebben tot regionale voorzieningen en beschikken over een goed mobiliteitsnetwerk. Anders gezegd: Hoe bewaak en versterk je de lokale identiteit in

In de ontwikkellijn staan doelen op het gebied van wonen, werken en mobiliteit.

een omgeving en context die grote ontwikkelingen doormaakt?

Ter uitwerking zijn (ordening)principes benoemd die een handvat bieden voor de stedelijke ontwikkeling van de regio op een manier die bijdraagt aan de hoofdambitie.

10

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Sterk netwerk van steden en dorpen

Afbeelding: ontwikkeling verstedelijking

Historische context De strategische ligging tussen

gelegd voor de ‘groene contramal’ door

bedrijventerreinen in ontwikkeling, zoals het

equivalent van de tramlijn komt. Op dit moment zijn

de steden Amsterdam en Utrecht

het beschermen van natuurgebieden. In deze peri-

Mediapark en grote terreinen in Weesp. In de

de grote uitleglocaties Blaricummermeent, Bloe-

heeft een grote invloed gehad op de

ode veranderen de dorpen ook van karakter.

Vechtstreek ging de verstedelijking minder snel.

mendalerpolder en Krijgsman in ontwikkeling. De

verstedelijking in het gebied. De aanleg

Hilversum en Bussum maken een grote groei in

Loosdrecht en Kortenhoef groeien het sterkst.

Blaricummermeent is de laatste grote uitleglocatie

van de Gooilijn (1874) leidt tot een

inwoners door. Laren en Blaricum ontwikkelen

De oorspronkelijke lintbebouwing wordt ook

in het Gooi die denkbaar is zonder te raken aan een

grote schaalsprong omdat het wonen

zich als kunstenaarsdorpen, Huizen maakt de

steeds dichter. De oude kernen Laren en Bla-

beschermd natuurgebied en markeert in die zin

in het Gooi aantrekkelijker wordt voor

overgang van vissersdorp naar industrie.

ricum kennen een meer organische ontwikkeling met

het bereiken van de dorpsgrenzen die rond 1930

forensen. Er worden diverse villawijken

Muiderberg wordt een aantrekkelijke badplaats.

veel kleinere bouwplannen.

waren voorzien.

arbeiderswijken. Een tramlijn verbindt

In de wederopbouwperiode worden de rest

In 1932 wordt de snelweg A1 tussen Muiden en

De laatste decennia komen ook steeds meer ont-

de Gooise dorpen met Amsterdam.

van de engen in het Gooi bebouwd. In Muiden en

Naarden aangelegd. Het hoofdwegennet breidt

wikkelingen in het stedelijk gebied, waar bijvoor-

Weesp kan ook buiten de vesting worden gebouwd.

met de N-wegen, de rest van de A1 en de A27 ver-

beeld oude industrie verdwijnt of kantoren leeg

Na de woningwet (1901) volgen planmatige uit-

Na de aanwijzing tot groeikern (1967) breidt

der uit. De aanleg van Flevoland (1968) leidt tot

komen te staan. Grote binnenstedelijke verande-

breidingsplannen, zoals naar ontwerp van

ook Huizen en later Blaricum fors uit op

de aanleg van de A6, verlenging van de A27 en

ringen vinden plaats in Hilversum met de bouw

W.M. Dudok in Hilversum. De villawijken en uit-

de meentgronden. Ook in de Hilversumse meent,

de Flevolijn. De snelwegen zijn meerdere keren

van de Hilvertshof, de sloop van het oude station

breidingsplannen zijn nu hoog gewaarde ste-

Kerkelanden en het buitendijkse gebied in Muider-

verbreed en snijden het gebied in delen. Het duurt

en aanleg van de Schapenkamp.

delijke gebieden. In deze tijd is al de basis

berg en Naarden komen wijken. Ook komen grote

tot 2022 voordat met de HOV ’t Gooi een moderne

gebouwd. Ook komen er fabrieken en

11

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Sterk netwerk van steden en dorpen

Bovenregionale context Het Rijk en provincie Noord-Holland hebben al een omgevingsvisie vastgesteld. Voor stedelijke ontwikkeling toont de de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) de ontwikkeling van een stedelijk netwerk Nederland, gekoppeld aan infrastructuur en goede omgevingskwaliteit. Gooi en Vechtstreek ligt in dit netwerk. Ook de provincie benoemt in de omgevingsvisie metropoolvorming rond Amsterdam. Op het regionale schaalniveau beschrijft de provincie een beweging waarin kernen een duidelijker positie in het regionale netwerk nemen, om zo diversiteit en draagvlak voor regionale voorzieningen te behouden. Het Rijk en ook de provincie sturen steeds sterker op het ontwikkelen op locaties die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en binnenstedelijk bouwen bij OV-knooppunten. Amsterdam heeft zelfs al uitgesproken in 2030 vergaand autoluw te willen zijn.

Afbeelding: ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ (Omgevingsvisie NH2050)

12

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Sterk netwerk van steden en dorpen

Regionale opgaven en doelstellingen

Doelstelling: Gooi en Vechtstreek is een complete en inclusieve regio

Wonen

Jong en oud, rijk en arm, praktisch en hoger opgeleid, klein of groot huishouden, De prognoses voorspellen tot 2040 een huishoudensgroei in de regio,

goed of slecht ter been: voor alle groepen is er een passend woningaanbod.

die wel verschilt per gemeente. De bevolking wordt gemiddeld ouder en er komen meer alleenstaanden.

We willen voorkomen dat het gat tussen de hoge en lage inkomens groter wordt en de lageen middeninkomens uit de regio verdwijnen, omdat er geen betaalbare huisvesting voor-

Vergrijzing vraagt om een bijpassend type woningen. De betaalbaarheid van wo-

handen is. Deze groepen zijn een belangrijke schakel in een gezonde economie en maat-

ningen staat onder druk. Voor betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen

schappij.

blijft het toevoegen van woningen nodig. De bouwplannen komen niet overal overeen met de regionale behoefte, qua aantallen, locatie of segment. De regio maakt

Daarbij streven we naar behoud en versterking van de diversiteit aan woonmilieus. We

daarbij onderdeel uit van een grotere woningmarkt, de instroom van buiten de regio

voegen in elk geval genoeg woningen toe om de bevolkingsgroei aan te kunnen.

bepaalt deels de behoefte aan woningen. Een bijdrage in de bouwopgave in de Rrandstad kan daarom niet geheel los worden gezien van de eigen behoefte.

13

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Sterk netwerk van steden en dorpen

Economie De werkgelegenheid in de regio loopt niet gelijk op met de beroepsbevolking. Verhoudingsgewijs verplaatsen zich veel bedrijven naar een plek buiten de regio, door het ontbreken van schuifruimte.

Doelstelling: Gooi en Vechtstreek is een woon- en werkregio in balans waarbij de werkgelegenheid aansluit op de beroepsbevolking Werk draagt bij aan ontplooiing van de inwoners en is van groot

Bij ongewijzigd beleid zet deze trend zich door. Hoger opgeleiden vinden

maatschappelijk belang. Bedrijven uit de regio dragen bij aan het

elders werk maar voor praktijkgeschoolden is dit lastiger. De reisbe-

maatschappelijk leven en aan voorzieningen die het prettig leven

reidheid ligt voor praktijkgeschoolden lager door de kosten of werk in

maken.

korte- of nachtdiensten. Ook is de regio bij conjunctuuromslag door de sectorstructuur onvoldoende wendbaar en is het economisch ontwikkelpoten-

Bij een inclusieve regio hoort ook voldoende kans op het vinden van een passende

tieel onvoldoende. Dit leidt tot termijn tot meer druk op mobiliteit en op de

baan. Werk in de nabijheid zorgt voor verminderde druk op het wegennet, vergroot

gemeentelijke voorzieningen.

sociale veiligheid en werklocaties bieden draagvlak voor openbaar vervoer.

Gemeenten dragen de sociale risico’s van hun inwoners. Zeker bij laagcon-

Er wordt gestreefd naar kwantitatieve en kwalitatieve balans: dit betekent dat

junctuur maakt dat dit de eigen regio kwetsbaar. Ook worden de verschillen

voldoende werkgelegenheid is en dat deze ook aansluit bij de samenstelling van

in de samenleving vergroot als er niet voldoende passend woon- en werkaan-

de beroepsbevolking. Werk voor praktijkgeschoolden is daarbij bijzonder

bod is in de regio.

aandachtspunt.

Dit leidt ook tot een ongunstiger vestigingsklimaat, bijvoorbeeld voor onderwijsin-

De potentie is er in de regio wel en met goed regionaal beleid is dit te beïnvloeden.

stellingen.

Dit beleid richt zich minimaal op de arbeidsmarkt, werklocaties en het uitdragen van een sterk profiel.

14

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Sterk netwerk van steden en dorpen

Mobiliteit

Doelstelling: Gooi en Vechtstreek is duurzaam bereikbaar

De druk op mobiliteit neemt toe, zowel door ontwikkelingen in de

Bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor prettig wonen, werken

regio als daarbuiten. Daarnaast ontstaan er ook nieuwe vormen van

en recreëren. Wij willen dat mensen zich eenvoudig en met een goedw ervaren

mobiliteit en verandert het goederenvervoer.

kwaliteit door ons gebied kunnen verplaatsen. Bij voorkeur met een zo laag mogelijke belasting voor natuur en milieu.

De verstedelijkingsambities en opgaven als klimaatadaptatie en vergroening zetten druk op (openbare) ruimte die er is om deze mobiliteit te organiseren.

Daarom wordt ingezet op het openbaar vervoer, fiets en lopen om de groei op te vangen. We ont-

Van regionaal belang zijn het spoor, het hoofdwegennet en het regionale fiets- en

wikkelen een netwerk van bereikbare, aantrekkelijke en toegankelijke OV knooppunten van waaruit

openbaar (bus)vervoernetwerk. Rijk en provincie zetten duidelijk in op openbaar

werk, wonen en recreëren te bereiken zijn. Wij ambiëren een systeemsprong van de Gooilijn met

vervoer, fiets en voetganger om het grootste deel van de mobiliteitsgroei

hoogfrequente bediening en goede aansluiting met de randstad, (door)ontwikkeling van HOV langs

op te vangen. Kleine kernen zijn hierbij extra kwetsbaar omdat hier de massa

de snelwegen zoals verbinding Utrecht-Gooi-Almere en langs de A1 en een hoogwaardig netwerk

voor hoogfrequent OV ontbreekt. Er liggen gezamenlijke opgaven en kansen om

van aanvullend openbaar vervoer om ook kleine(re) kernen te ontsluiten.

het netwerk van OV-knooppunten te verbeteren. Dit kan op termijn ook ingrijpende maatregelen aan snel- of N-wegen voorkomen. Ruimtelijke programmering kan

Het regionale hoofdwegennet blijft van belang en de inzet is hierbij eerst gericht op door-

hier ook grote invloed op hebben.

stroming. De A1 en de A27 zijn de ruggengraat van het wegennet en behoud en verbetering van de doorstroming is cruciaal. Tegelijk is de impact van het wegennet op de leefomgeving groot en vormt automobiliteit een belangrijke factor bij verduurzaming. Daarom zetten we in op alternatieve maatregelen die capaciteitsvergroting van wegen overbodig maken. Als capaciteitsvergroting onvermijdelijk is, heeft eerst A27 de voorkeur. En vervolgens de A1, mits dan ook de inpassing verbetert door maatregelen als verdiepte ligging of tunnel(s).

15

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Sterk netwerk van steden en dorpen

Ontwikkelprincipes De kern van de verstedelijking ligt

prettig verblijven is. Een lagere behoefte aan

bij goed bereikbare, binnenstedelijke

parkeerplaatsen geeft kansen om meer wonin-

locaties bij OV-knooppunten langs het

gen te combineren met vergroening van het gebied.

spoor (Gooicorridor) en aanvullend

Bouwen nabij openbaar vervoer bevordert de

langs de HOV lijnen.

duurzame mobiliteit en de ontplooiing van inwoners die zijn aangewezen op openbaar ver-

Met de ambities voor een inclusieve regio met

voer. Verdichten biedt ook kansen om verduur-

een hoog voorzieningenniveau is ontwikkeling

zaming van de (bestaande) woningvoorraad

van nieuwe woon- en werklocaties noodzakelijk.

te financieren en realiseren. Zo wordt nieuwe

Daarnaast moet de mobiliteit duurzamer worden

kwaliteit gerealiseerd in gebieden met enige

en is de ruimte schaars. De aanwezigheid van zes

sleetsheid. Anders dan nu maar met specifieke

stations in de regio biedt hiervoor veel kansen.

kwaliteiten en zeker toekomstgericht.

De komst van de HOV ´t Gooi geeft ook kansen om (nieuwe) gebieden aan te sluiten op hoog-

Deze strategie biedt ook de ruimte om ge-

waardig openbaar vervoer. Daarom wordt

bieden, waar de ontwikkeling meer op behoud

het zwaartepunt van de verstedelijking gericht

van aanwezige kwaliteiten wordt gericht, te

op goed bereikbare, binnenstedelijke locaties

vrijwaren van een grote ontwikkelopgave. Zo

Invloedsgebied NS-station

Invloedsgebied P&R locaties

die goed bereikbaar zijn met het openbaar

versterken we de diversiteit van woonmilieus,

(10 minuten fietsafstand)

(indicatief)

vervoer.

een kwaliteit waar de regio om bekend staat.

De aanwezige plannen sluiten hier al op aan en

Invloedsgebied halte snelle

Halte reguliere busdienst (2020)

laten die potentie ook zien. Zo worden sta-

busdienst (indicatief 1000 meter)

tionsgebieden weer levendige plekken waar het

16

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

De sociale woningvoorraad en het middensegment huur groeit verhoudingsgewijs mee met de voorraadontwikkeling. Er wordt rekening gehouden met verschillende doelgroepen. De werkgelegenheid, zeker voor praktijkgeschoolden, groeit mee met de beroepsbevolking Bij nieuwe woon- en werklocaties is de kwaliteit (diversiteit qua milieu, type, grootte en prijs) net zo belangrijk als de kwantiteit. Bij de ambitie voor een inclusieve regio hoort een woningaanbod dat aansluit bij veranderde wensen, bijvoorbeeld door vergrijzing. Daarom geldt als principe moeten dat het aandeel sociale woningbouw en het middensegment in verhouding met het totale woningaantal meegroeit. Het percentage van deze segmenten ten opzichte van alle woningen blijft daarmee tenminste gelijk. Het aanbod van woningen moet ook passen bij de verschillende behoeften. Zeker door vergrijzing komt er vraag naar een ander woonmilieu. Bij de ambitie voor balans tussen de hoeveelheid en soort werk met de beroepsbevolking is de eerste stap het tij keren en minimaal de huidige balans vasthouden. Daarbij is bijzondere aandacht nodig voor praktisch geschoolden zoals werk op fietsafstand en werklocaties geschikt voor dit type arbeid.

Werklocaties worden behouden en toegevoegd door wonen en werken meer te combineren en bedrijventerreinen te intensiveren of toe te voegen De ligging, infrastructuur, arbeidsmarkt en opleidingsniveau in de regio zijn gunstige vestigingsvoorwaarden voor versterking van de economie. Regionaal beleid kan de economie beïnvloeden. Een belangrijke voorwaarde is voldoende ruimte voor werklocaties, zodat bestaande bedrijven kunnen groeien en nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen. Er zijn veel werklocaties die zich goed laten mengen met woongebieden. Gemengde gebieden leveren werk in de nabijheid op, maar ook levendige wijken en sociale veiligheid. De regio heeft al een hoog aandeel kleinere werklocaties, ook wel informele werklocaties genoemd, die niet op een bedrijventerrein zijn gevestigd. In de regio is ook veel potentie voor het verder uitbouwen en het ontwikkelen van meer (landschappelijke) interactiemilieus. Er blijft ruimte nodig voor klassieke bedrijventerreinen, omdat vele bedrijven gewoon niet passen binnen een woonwijk. Er is in de regio ook behoefte aan schuifruimte, om zo groeiende bedrijven vast te kunnen houden. Daarom moet kritisch naar transformatie van bedrijventerreinen worden gekeken. Ook kan ruimte gevonden door te intensiveren of door alleen functies op een bedrijventerrein toe te staan die hier ook noodzakelijkerwijs gevestigd moeten zijn.

Daarbij hebben bedrijven met een hoog aantal werknemers per m2 waar mogelijk de voorkeur.

17

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Het economisch profiel van de regio wordt versterkt Voor een stabiele economische structuur is het belangrijk dat er verschillende sectoren aanwezig blijven en kunnen groeien. Zo is de regio beter toegerust op verschillen in conjunctuur. Om bedrijven aan te trekken en te houden, is een sterk economisch profiel nodig. Duidelijke keuzes ten aanzien van economische focus zijn daarbij cruciaal. Ook de verbinding tussen Amsterdam, Almere, Utrecht en Amersfoort is een waardevolle vestigingsvoorwaarde. Met beleidskeuzes kan worden ingespeeld op het aantrekken van bepaalde bedrijven, al blijft dit ook een marktgevoelige kwestie. De grootste sectoren in de regio zijn nu de groot- en detailhandel (waaronder het Europees hoofdkantoor van Nike), gezondheidszorg (waaronder preventief ), onderzoek en advies en media/ ICT. De mediasector is van landelijke betekenis. Tegelijkertijd is het beeld dat Gooi en Vechtstreek de meeste groeipotentie heeft op het gebied van de diensteneconomie (zakelijke dienstverlening als onderzoek en advies). Ook de horeca is een groeisector, maar dit zijn conjunctuurgevoelige sectoren.. Bovenregionaal staat de regio bekend als diensteneconomie, met aanvullend twee onderscheidende kenmerken: de mediasector, met het Media Park als hotspot, en de aantrekkelijke leefomgeving in de noordelijke randstad.

Het vele groen en de goede leefkwaliteit bieden kansen voor nieuwe ecologische/duurzame bedrijvigheid en recreatie en toerisme. Het biedt ook kansen voor ondernemers die het ondernemen willen combineren met het wonen in een bos- en waterrijke omgeving. Kansrijk zijn ook combinaties van sectoren. Innovaties komen immers voornamelijk voort uit nieuwe combinaties van kennis en/of producten. De combinatie van Media & ICT is een zeer kansrijk (zoals Artificial Intelligence). Ook de combinatie Zorg & ICT (nadruk op care) biedt gezien de naderende vergrijzing en de trend van zorg thuis toekomstperspectief. De recreatieve en toeristische sector kunnen het profiel versterken aan de hand van de thema’s ‘Forten & Historie’, ‘Buitenleven & Natuur’, ‘Op & Langs het Water’, ‘Cultuur & Architectuur’ en ‘In Beeld & Geluid’.

18

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

De groei van mobiliteit wordt vooral opgevangen met openbaar vervoer, fiets en lopen Uitgaande van toename van de bevolking is, een groei van mobiliteit realistisch. Daarom wordt gestreefd naar een netwerk van openbaar vervoer als voorwaardig alternatief voor de auto. Naast de bereikbaarheid kan de groei van (schoon) openbaar vervoer, deelmobiliteit en de fiets positieve effecten hebben wanneer dit gepaard gaat met minder behoefte aan automobiliteit. Zoals een aantrekkelijker openbare ruimte en minder milieuhinder. De kracht van het netwerk wordt bepaald door de zwakste schakel, dus de hele keten is belangrijk. De ruggengraat van deze ontwikkeling is de Gooilijn en diverse hoogfrequente buslijnen. Voor langere termijn wordt ingezet op een systeemsprong van het openbaar vervoer. Trein, bus en fiets zijn dan op elkaar af en vullen elkaar aan (en worden niet gezien als concurrenten). Dit vraagt ook om een goede fiets- en wandelstructuur, waaronder fietsenstallingen, een regionaal fietsnetwerk, uitbreiding van P+R terreinen en het creëren van knooppunten waar overstappen mogelijk is. Met het ruimtelijk beleid, om primair binnenstedelijk nabij OV-knooppunten te ontwikkelen, wordt maximaal draagvlak voor openbaar vervoer gecreëerd. De OV-knooppunten bieden ook kansen voor aantrekkelijke woon- en werklocaties.

Kleine kernen zijn kwetsbaar omdat hier onvoldoende reizigers zijn voor hoogfrequent OV. Hier ligt een gezamenlijk vraagstuk. Overstapplekken (knooppunten, hubs, P+R), deelsystemen, goed geregeld doelgroepenvervoer en hoogwaardig fietsnetwerk zijn daarin van belang.

Doorstroming op het hoofdwegennet blijven bevorderen Ondanks de inzet op openbaar vervoer, blijft de auto een belangrijk vervoersmiddel. Zeker voor gebieden met minder openbaar vervoer. In het MIRT onderzoek Oostkant Amsterdam is uitgebreid onderzoek gedaan naar de A1 en het regionale mobiliteitssysteem en is een strategie ontwikkeld. Vanwege het ruimtebeslag en effecten op milieu en leefomgeving, is de inzet eerst gericht op doorstroming op het wegennet. De eerste stappen zijn een goed fietsnetwerk, versterken openbaar vervoer, quick-wins en balans tussen wonen en werk verbeteren. Als capaciteitsvergroting op het hoofdwegennet noodzakelijk is, opteert de regio eerst voor de A27 tussen Eemnes en Almere, uitgaande dat dit ook doorstroming op de A1 verbetert, lokale wegen ontlast en kansen biedt voor verbetering van de HOV ‘ t Gooi. Op langere termijn gaat vervolgens eerst de voorkeur uit naar een systeemsprong in het openbaar vervoer. Als capaciteitsvergroting van het hoofdwegennet nog verder noodzakelijk is, dan gaat de voorkeur uit naar de A1, mits dit plaatsvindt met verbetering van de inpassing door verdiepte ligging of tunnel(s). De regio is geen voorstander van verbreding van N-wegen.

19

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Maatregelenpakket MIRT onderzoek Oostkant Amsterdam

20

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Er wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen in het goederenvervoer De ontwikkelingen in het goederenvervoer gaan snel. Er is sterke groei van thuisbezorging en het afleveren bij pick-uppunten. Hier moet rekening mee gehouden worden. Deze ontwikkeling heeft ook in bestaande gebieden gevolgen. De trend vanuit de sector is om vanuit efficiëntie met steeds groter materiaal te rijden. De wens vanuit de leefomgeving is juist om met kleiner vervoer te rijden. Dit vraagt om afstemming tussen gemeenten en de sector. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet tijdig nagedacht worden hoe goederen de bewoners en bedrijven kunnen bereiken. De ontwikkeling van overslagpunten (hubs) is onzeker, er zijn nog weinig initiatieven die financieel rendabel zijn. De sector ziet kansen in een clean energy hub. Dit zijn locaties waar (duurzame) brandstof aanwezig is. Dit moet je dan combineren met parkeren en logistieke functies. Kansrijke combinatie is met een hub voor bouwmateriaal. De schaal van zo’n hub is regionaal. De omvang van zo’n hub is minimaal een groot voetbalveld en de locatie moet goed bereikbaar zijn vanaf de snelweg. Op dit moment wordt een deel van de spoorcapaciteit ingenomen door goederenvervoer uit Rotterdam dat via Amsterdam richting het oosten gaat. De regio heeft er belang bij dat hier een meer directe verbinding komt, dit geeft ruimte op de Gooilijn.

Gezondheid en veiligheid is integraal onderdeel van ruimtelijke afwegingen Uit oogpunt van gezondheid en veiligheid zijn er randvoorwaarden, die voor iedere ontwikkeling gelden. Dit zijn bijvoorbeeld eisen voor geluid, luchtkwaliteit of afstandsnormen. Om verder te bevorderen dat gezondheid en veiligheid integraal onderdeel is van ruimtelijke afwegingen, zijn door de landelijke Veiligheidsregio en GGD kernwaarden opgesteld. Deze zijn: 1.

De veilige en gezonde leefomgeving bepaalt mede de kwaliteit van de leefomgeving.

2.

Samenwerken aan een veilige en gezonde leefomgeving.

De fysieke leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor een veilige en gezonde leefomgeving:

21

■ ■ ■ ■ ■

Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid en gezondheid.

3.

Iedereen is bekend met de risico’s en weet hoe te handelen wanneer dat nodig is.

4.

Een omgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag.

Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid en gezondheid. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming. Bouwwerken en gebieden zijn veilig te verlaten. De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk.

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Verstedelijking sluit aan bij de cultuurhistorische en stedenbouwkundige kwaliteiten van de kernen De kwaliteit van de gebouwde omgeving in Gooi en Vechtstreek is op diverse plaatsen hoog. Op diverse plaatsen is er ook een sterke relatie met het landschap. Verdichting kan op gespannen voet staan met cultuurhistorie. Naarmate de kwaliteit hoger is, past terughoudender omgang met grootschalige ontwikkelingen. Dat betekent zeker niet dat er geen veranderingen mogelijk zijn, dit vraagt wel om een zorgvuldige afweging en hoogwaardig ontwerpen. Verdichting kan ook verbeteringen opleveren. Juist nabij het spoor zijn vaak rafelranden of naar huidige inzichten minder fraaie bebouwing aanwezig, waar intensivering samen kan gaan met toevoegen van nieuwe ruimtelijke kwaliteit of verduurzaming. Soms is hierbij juist herstel van oorspronkelijke structuren mogelijk.

'Groen en water in de stad dragen ook bij aan het voorkomen van hittestress, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving.'

Ontwikkelingen zijn zoveel als mogelijk natuurinclusief Als we de teruggang in biodiversiteit om willen keren, is in ieder gebied belangrijk om versterking van biodiversiteit te betrekken bij de plannen. Het stedelijk gebied wordt steeds meer een plek waar veel soorten goed gedijen. Dat geldt zeker in een gemiddeld groene regio als Gooi en Vechtstreek, zoals de ruim opgezette wijken aan randen van de kernen. Groen en water in de stad dragen ook bij aan het voorkomen van hittestress, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Er zijn veel combinaties denkbaar. In de bebouwde omgeving kan de soortenrijkdom aan planten en dieren toenemen door de vergroening van openbare ruimte en tuinen, faunavoorzieningen in infrastructuur en het aanleggen van natuurvriendelijke bermen langs wegen.

22

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Concentratie van wonen, werken en voorzieningen in de grote kernen geeft ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid om kleine kernen vitaal te houden Als puur naar exploitatie van voorzieningen en openbaar vervoer wordt gekeken, blijft voldoende draagvlak en grote vervoerswaarde ontbreken. Ook de aanwezigheid van voorzieningen kan veranderen, bijvoorbeeld door digitalisering of marktontwikkelingen. Dit kan de vitaliteit van een dorp onder druk zetten. De regio heeft belang bij het behoud van natuur en landschap, de recreatieve mogelijkheden en het behoud van karakter van kleine(re) dorpen. Door de ligging binnen waardevol landschap of natuur en het dorpse karakter van kleine kernen is het toevoegen van grote woon- en werklocaties niet mogelijk of wenselijk. Bij het focussen van verstedelijking langs OV-corridors en het behoud van landschap of recreatiegebieden, hoort daarom een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de vitaliteit van de kleine of landelijker gelegen dorpen. Dat vraagt om gericht beleid over meer sporen, deze opgave vraagt vanwege aard en schaal om maatwerkoplossingen. Voor vitaliteit zijn onder meer nabije dagelijkse voorzieningen, goede bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen, leefbaarheid en de mogelijkheid om oplossingen voor opgaven te bieden relevant. In de kernen kan dit gaan om toevoegen van woningen met oog op vitaliteit of een specifiek woonmilieu.

Veranderingen in het buitengebied bieden kansen voor het toevoegen van woningen of werklocaties als onderdeel van landschappelijke transities of verbetering van ruimtelijke kwaliteit op vrijkomende (agrarische) bouwpercelen, bijvoorbeeld bij randen van dorpen. Ook het clusteren van voorzieningen en het versterken van de recreatieve economie is van belang. Voor deze kernen is ook de mogelijkheid om goed en snel naar de grotere kern of HOV te komen belangrijk. Daarbij worden concepten met vervoer op maat steeds relevanter.

Afbeelding: huidig en mogelijk toekomstig mobiliteitsbeeld landelijke kern.

23

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

Gooi en Vechtstreek - Sterk n eGtowoei r ek nv aV ne csht tesdt er en e ek n - dSotreprekn n eSterk t w enetwerk r k v a nvans steden t e d e nen edorpen n dorpen S T E R K N E T W E R K VA N S T E D E N E N D O R P E N

Kern verstedelijking binnenstedelijk bij stations S T E R K N E T W E R K VA N S T E D E N E N D O R P E N

Aanvullende verstedelijking bij HOV-lijnen W e r kK leorcna tvieerss tt eo de ev loi ej kg ienng dboi on rn e n s t e d e l i j k b i j s t a t i o n s Intensivering bedrijventerrein Aanvullende verstedelijking bij HOV-lijnen Nieuwe bedrijventerreinen -

Weornkel on c ea nt i ewse tr ok ee vno m W e geenng edno o r Intensivering bedrijventerrein Versterking economisch profiel Nieuwe bedrijventerreinen k ei dnd m S o c i-a l e W w oo nn ienng be onu w w e, rm e nehnug ue rn g r o e i t m e e m e t v o o r r a a d W e r kV ge er sl et eg rekni hn eg i de cgorno oe m i t i smcehe pmr oe ft i ei nl w o n e r s

P+R

c i oa bl ei l iwt eo int i np gr ibmo au iwr , om u re tg roopeeint bma ea er vmeer tv oveoro, r fr iaeat ds e n l o p e n , G r o eSio m p vi da dn eg ne hn um o.a. door: W l esgpernohnegi dG og or oi lei ji n t mee met inwoners S ey sr kt eg ee m

P+R

P+R -

(Door)ontwikkelen HOV-lijnen G r o e i m o b i l i t e i t p r i m a i r o p v a n g e n m e t o p e n b a a r v e r v o e r, f i e t s e n l o p e n , oO. va -. kdnoooorp: p u n t e n o n t w i k k e l e n s vsepr rboi nn gd i G n og oe inl i j n -G o e d S ey s ft ieeet m u oi tobrr)eoindtewni k k e l e n H O V - l i j n e n -P + R( D Ov-knooppunten ontwikkelen Goede fietsverbindingen Doorstroming hoofdwegennet verbeteren P +- R -I n d i Pe +n Rn ouoi tdbzraeki de lei nj k c a p a c i t e i t s v e r g r o t i n g A 2 7 Indien noodzakelijk capaciteitsvergroting A1, mits betere inpassing

P+R

P+R

P+R

P+R

Doorstroming hoofdwegennet verbeteren Rekening houden met goederenvervoer Indien noodzakelijk capaciteitsvergroting A27 e i tkskveel regnr o t i n g A 1 , m i t s b e t e r e i n p a s s i n g Z o v e- e l mI no d g ei el inj kn on oa dt uz ua rkienl ci jl ku sci ae pf aocni t w R e k eRne iknegn ihnogu dh eo nu dme en t mg e tz ognode hd ee irde nevne rvveoi el i rg h e i d j ki t naaat n u ubr i jn c luul st ui eufr ho insttwo irki sk ce hl een k w a l i t e i t e n V e r sZt oe vdeeel il j kmi no g esl li u

P+R

e ke en nl iijnkge hv oe ur adne tnw omoer td eg lei zj ko hn edihde ivdi t ae lne vkel iel i ng eh eki ed r n e n o . a . d o o r : G e z aRm

P+R

ed e lwi j kv ionogr sv li ut ai tl i at eaint b i j c u l t u u r h i s t o r i s c h e k w a l i t e i t e n - W oVneirnsgt b ou

P+R

v ew r aenr kt wto. ob r. dv .e ll iaj kn hd es icdh av pi tpael el i j kk lee itnr ea nksei tr inee n o . a . d o o r : - K aGn es ze anmweonnl iej nk ee n

P+R

P+R

t nde agrarische bedrijflocaties - K a-n sWeonn iwnognbeonu we nv owoer r kv i tvar li ij tkeoim K ea nvseernb i w e nmwe et r rke gt .i bo .nva. l el a vn odos rczhi ea n p ipnegl ei j nk e t r a n s i t i e - G o-e d n od ni negne n

P+R P+R

- Kansen wonen en werk vrijkomnde agrarische bedrijflocaties - Goede verbindingen met regionale voorzieningen

P+R

OVERIGE AANDUIDINGEN

P+R Bestaand stedelijk gebied OVERIGE AANDUIDINGEN Bestaand bedrijventerrein

P+R

Spoor Bestaand stedelijk gebied Rijksweg Bestaand bedrijventerrein Beschermd dorps- of gestadsgezicht en/of oude kern Spoor Geldt voor (type gebied) binnen hele regio Rijksweg Beschermd dorps- of gestadsgezicht en/of oude kern Geldt voor (type gebied) binnen hele regio

P+R

P+R

Deze kaart verbeeldt principes voor ontwikkeling en moet in samenhang met het koersdocument gelezen worden. Locaties en gebieden zijn indicatief en niet (bedoeld als) exact begrenst. Er kunnen geen (ontwikkel) rechten deze kaart ontleend worden. Dezeaan kaart verbeeldt principes voor ontwikkeling en moet in samenhang met het koersdocument gelezen worden. Locaties en gebieden zijn indicatief en niet (bedoeld als) exact begrenst. Er kunnen geen (ontwikkel) rechten aan deze kaart ontleend worden.

24

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

2. Sterk netwerk van steden en dorpen

1:50.000 1:50.000

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

25

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

3

ROBUUST EN VITAAL LANDELIJK GEBIED Het landschap is het unieke visitekaartje van Gooi en Vechtstreek. De grote diversiteit in het landschap, variërend van open weide, meren en plassen tot heide en bossen is van grote waarde. Het landschap is van belangrijke betekenis als drager van cultuurhistorische waarden, de aanwezige biodiversiteit, landbouw, recreatieve mogelijkheid en een belangrijk onderdeel van de prettige woon- en leefomgeving en het vestigingsklimaat. We willen dit landschap behouden, waar nodig herstellen en waar mogelijk te versterken en ontwikkelen. Het landschap van Gooi en Vechtstreek is geen statisch gegeven, maar heeft zich

Daarbij is behoud, en liefst versterking, van de waarde die dat landschap nu al biedt,

altijd ontwikkeld. Op dit moment komen er veel opgaven op het landelijk gebied af

zoals biodiversiteit, stilte, erfgoed, recreatieve benutting, voedselvoorziening of CO2

met potentieel een grote impact op het gebruik en/of de verschijningsvorm. Het is niet

opslag, een voorwaarde.

ondenkbaar dat de grootste transities in de komende decennia in het landelijk gebied

26

gaan plaatsvinden. Dit geldt zeker voor het veengebied, maar ook de hoge delen op

In de ontwikkellijn staan doelen op het gebied van landschap, biodiversiteit en

het Gooi vragen om aandacht. Met de opgaven voor klimaat, water, biodiversiteit en

veengebied. Ter uitwerking zijn (ordening)principes benoemd die een handvat bieden

bodemdaling die zich voor de komende decennia aftekenen, blijft dit proces doorgaan.

voor het behouden en versterken van het buitengebied op een manier die bijdraagt

Het landschap moet mee bewegen en waar nodig veranderen.

aan de hoofdambitie.

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

Robuust en vitaal landelijk gebied

Historische context De ondergrond van ons landschap is

Om op veen te kunnen boeren, moet de toplaag-

In de Zuiderzee vindt ook een grote transitie

dammers stichten buitenplaatsen in de regio

door grote natuurkrachten gevormd:

worden ontwaterd. Het veengebied wordt vanaf

plaats. Na de aanleg van de Afsluitdijk (1932)

en vervoeren zand uit het Gooi via vaarten

de stuwwal in de voorlaatste ijstijd

de 10 eeuw ontgonnen door de aanleg van sloten

wordt dit een zoet meer, wat door de aanleg

naar Amsterdam.

en vervolgens het ontstaan van het

en later polders om het peil te regulieren. Veen

van Flevoland fors in omvang afneemt. Door

veengebied met de vorming van Vecht

klinkt in als het ontwaterd wordt en in contact

overstromingen van de Zuiderzee en de Vecht is

Sinds de industriële revolutie (helft 19e eeuw) leidt

rond 1000 v. Chr.. Onder invloed van

komt met lucht. Dit heeft tot gevolg dat het veen-

in delen van het gebied klei op het veen gekomen,

verstedelijking tot de bebouwing van de engen en

de mens ondergaat het landschap een

gebied daalt. Dit proces zet zit nog steeds

waardoor er geen turf is gewonnen en veen niet

meenten en doorsnijding door infrastructuur. Deze

aantal grote transities.

voort. De voortgang in techniek maakt het mo-

of minder in contact komt met lucht. De verka-

verstedelijking brengt ook een tegenbeweging op

e

gelijk om gebieden droog te pompen of zelfs

veling en openheid is hier daarom nog zeer

gang: plannen voor het maken van een vuilstort

In het Gooi ontstaan rond 1100 n. Chr. kleine

droog te leggen. In 1882 wordt zo de Hor-

gaaf aanwezig en er is geen of minder sprake

in het Naardermeer leiden tot de oprichting van

agrarische nederzettingen. De ‘erfgooiers’

stermeer drooggelegd. Bij het Naardermeer

van bodemdaling.

Natuurmonumenten, het begin van de Nederlandse

maken grote akkercomplexen rondom de dorpen

mislukt dit.

(engen) en op grotere afstand gemeenschappe-

natuurbeweging. In het Gooi wordt het Goois NaDe strategische ligging heeft ook grote in-

lijke graslanden (de meenten). Het oerbos wordt

Al in de 15e eeuw wordt turfwinning een belang-

vloed op het landschap. Het gebied is van grote

gekapt en maakt plaats voor heide. Als met de

rijke inkomstenbron in het veengebied. Door het

betekenis voor de verdediging van Amsterdam,

uitvinding van kunstmest (19e eeuw) het plaggen

winnen van het turf onder water ontstaan grote

wat leidt tot de bouw van vestingsteden en mili-

van heide niet meer nodig is, vindt herbebossing

plassen.

taire werken en opname in waterlinies. De bouw-

plaats. Vaak is dit voor houtproductie.

beperkingen die dit meebrachten hebben bijdragen aan het behoud van open landschap. Amster-

27

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

tuurreservaat opgericht.

Robuust en vitaal landelijk gebied

Afbeelding: Landschapsbeeld Gooi en Vechtstreek

28

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

Robuust en vitaal landelijk gebied

Bovenregionale context De natuur- en landschappelijke waarden in het gebied zijn inmiddels internationaal erkend. Grote delen van de regio vallen onder UNESCO werelderfgoed, Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland. Deze waardering komt ook tot uiting in de NOVI en de provinciale omgevingsvisie. Naast de bescherming van genoemde waarden, noemt de provincie specifiek het belang dat de kernen niet aan elkaar groeien. Zowel het Rijk als de provincie gaan in op de grote opgaven in het landelijk gebied. Voor veenweidegebied geven beide aan dat hier de bodemdaling moet worden tegengegaan. De provincie wil in 2027 het Natuurnetwerk Nederland hebben afgerond. Ook het versterken van de biodiversiteit staat hoog op de agenda, in het bijzonder het verminderen van stikstofneerslag. Het Rijk bepleit onder de noemer kringlooplandbouw een ontwikkeling naar de agrarische sector met een landgebruik dat in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen. Als uitwerking van de NOVI wordt een apart programma landelijk

Bodemdaling in veenweidegebieden (Bk 4.1) Bodemdaling in veenweidegebieden (Bk 4.1) Rijk vraagt provincies om regionale veenweidestrategieën op te stellen Rijk vraagt provincies om regionale veenweidestrategieën op te stellen Natuur op land en water (Bk 4.2) Natuur op land en water (Bk 4.2) Beschermen en versterken van de biodiversiteit (Natuurnetwerk Nederland, grote wateren) Beschermen en versterken van de biodiversiteit (Natuurnetwerk Nederland, grote wateren) Land- en tuinbouwgebieden (Bk 4.3) Land- enen tuinbouwgebieden (Bkvoedselsysteem, 4.3) Mogelijk maken van een duurzaam vitaal landbouw- en gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit Mogelijk maken van een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit Waardevolle landschappen en nationale parken (Bk 4.4) Waardevolle landschappen en nationale parken (Bk 4.4) Versterken en beschermen van unieke landschappelijke kwaliteiten Versterken en beschermen van unieke landschappelijke kwaliteiten Verstedelijkte gebieden en infrastructuur Verstedelijkte gebieden en infrastructuur

gebied opgezet.

29

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

Nationale keuzes toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Nationale keuzes toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

Robuust en vitaal landelijk gebied

Regionale opgaven en doelstellingen

Landschap en cultuurhistorie

Doelstelling: Gooi en Vechtstreek heeft een divers landschap van hoge kwaliteit

Het landschap staat onder druk door diverse opgaven:

Het landschap in Gooi en Vechtstreek vertelt de geschiedenis van het gebied

verstedelijkingsdruk, doorsnijding door infrastructuur, wensen voor

en geeft karakter en identiteit aan onze huidige leefomgeving. Het landschap

recreatief gebruik, klimaatverandering en de ruimtelijke impact van

in het Gooi is ook bijzonder divers. Deze diversiteit van landschappen binnen

energiewinning.

één regio in de Randstad is uniek. Dat wordt behouden, waar nodig hersteld en versterkt.

Deze baten van het landschap komen niet altijd op dezelfde plaats terecht als de kosten voor instandhouding. Dit zet de kwaliteit onder druk.

Het landschap biedt veel kwaliteiten die niet los gezien kunnen worden van de bebouwde omgeving. Daarom wordt primair binnenstedelijk verstedelijkt en waardevol landschap ontzien. Het landschap om de bebouwde kern wordt ook steeds belangrijker voor de recreatie. Daarom moet de ontsluiting van het landschap ook verbeteren.

30

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

Robuust en vitaal landelijk gebied

Biodiversiteit

Doelstelling: Gooi en Vechtstreek heeft robuuste natuurgebieden en meer biodiversiteit

De neergang van de biodiversiteit in de laatste decennia geldt ook voor

In de regio is de Nederlandse natuurbescherming ontstaan en er is een traditie

Gooi en Vechtstreek. Deels is een kentering ingezet, maar natuur is nog

om hier gezamenlijk verantwoordelijkheid voor te nemen. Het streven is

steeds kwetsbaar.

robuuste natuur, die goed met elkaar is verbonden en tegen een stootje kan.

De beschermde gebieden staan onder druk door invloeden van daarbuiten: ver-

Het kunnen beleven van de natuur ontspant en creëert betrokkenheid. Voorzover inrichting

droging, vermesting en verzuring en versnippering door infrastructuur. De

en gebruik zich laat verenigen met de natuurfunctie van het gebied kan dit gebruik worden

neerslag van stikstof op natuur beperkt ook de economische ontwikkeling, wat

gefaciliteerd. Er wordt gezocht naar een goede balans, tussen recreatie en natuur

grote delen van de regio raakt. Bronnen zijn de agrarische sector, verkeer,

maar ook tussen rust en reuring.

woningen en industrie. Er ligt een opgave om ook biodiversiteit buiten beschermde gebieden te verbeteren en natuurgebieden beter onderling te verbinden.

31

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

Robuust en vitaal landelijk gebied

Veenoxidatie (bodemdaling) Het veengebied klinkt in, krimpt en oxideert door ontwatering en

Doelstelling: Gooi en Vechtstreek heeft een vitaal en toekomstbestendig veenweidegebied

gewicht van bebouwing en wegen. Dit veroorzaakt een bodemdaling

In het veengebied komen veel opgaven samen, waarbij water de

tussen 0,2 tot op enkele plekken meer dan 1,5 centimeter per jaar.

belangrijkste component is. De regio onderschrijft de provincialeen rijksambitie om de bodemdaling van het veenweidegebied

Er treedt verzilting op, infrastructuur en bebouwing loopt schade op en het

te remmen, stoppen of herstellen. Maatwerkoplossingen zijn

wordt lastiger om de waterveiligheid te behouden. Veen dat oxideert stoot

nodig maar zeker niet gemakkelijk. Het is belangrijk om hier

ook CO2 uit. Het veen meer vernatten vermindert of stopt dit proces. Vernat-

samenhangende maatregelen te nemen.

ten door opzetten van het peil maakt echter het huidige agrarisch gebruik onmogelijk. Van technische maatregelen om te vernatten staat de werking nog

Het oplossen van deze opgaven is een gezamenlijke verantwoordelijkheid

niet vast. Er zijn geen gemakkelijke oplossingen en er is een gebiedsgerichte

van overheden en gebruikers. Dit moet een nieuw en houdbaar perspectief

aanpak nodig om alle gebruikers perspectief te bieden. Met de andere opgaven

voor het gebied en de gebruikers bieden.

die in het veen(weide)gebied landen zijn structurele veranderingen in het veenweidegebied onontkoombaar.

32

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

Robuust en vitaal landelijk gebied

Ontwikkelprincipes De landschappelijke kwaliteiten worden behouden, waar nodig hersteld en versterkt.

Bij alle ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de landschappelijke kwaliteiten. Het behouden of versterken van deze kwaliteiten horen bij een landschapsinclusieve ontwikkeling:

■ De diversiteit van landschapstypen als de Gooise stuwwal, de Vechtstreek, polders, de voormalige Zuiderzeekust en de veen-

De ontstaansgeschiedenis van het landschap is nog zichtbaar en merkbaar. Het is van belang de landschapsbepalende processen te kennen en te

plassen.

■ De gradiënten en overgangen tussen landschappen en met bebouwd gebied, (zoals het reliëf in het Gooi).

gebruiken. Leidraad zijn onder meer vergro-

■ De beleving van (mate van) openheid, weidsheid en ongerept-

ten van de herkenbaarheid van de ontstaansge-

heid (zoals de weidsheid van het IJmeer of het gevoel van onge-

schiedenis, respect voor de cultuurhistorie

reptheid van de heide).

boven en onder de grond, van het materiële en im-

■ De karakteristieken van een landschap, zoals verkaveling of

materieel cultureel erfgoed, van de trans-

ruimtelijke opzet (zoals de ’s Gravelandse buitenplaatsen).

formatie van eerder toegekende functies aan

■ Dragende structuren (zoals dijken, vaarten of bomenrijen). ■ Samenhang en zicht tussen verschillende onderdelen van een

de open ruimte en besef van de uiteenlopende tijdslijnen van die transformaties.

landschap (zoals de relatie tussen een vesting en open schootsveld).

■ De mogelijkheid het landschap te beleven (zoals vanaf het water of een fietsroute).

Afbeelding: waardevolle landschapstypen en structuren

33

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

In waardevol landschap of natuur wordt verstedelijking zoveel mogelijk voorkomen Om landschap en natuur te sparen wordt de behoefte aan stedelijke voorzieningen voor wonen, werken en bereikbaarheid zoveel mogelijk binnenstedelijk ingevuld. Indien buitenstedelijke ontwikkeling noodzakelijk is, vindt dit niet plaats in waardevol landschap of natuur. Bij locatiekeuze speelt de mogelijkheid voor realiseren van landschappelijke doelen of mogelijkheid van compensatie en de ontsluiting een rol. Er zijn nog weinig opties om wegen te verbreden of aan te leggen zonder grote impact op landschap. Nieuwe doorsnijdingen door infrastructuur worden voorkomen en infrastructuur wordt goed ingepast. Als toch wordt besloten bestaande auto-infrastructuur uit te breiden, gaat de voorkeur uit naar de A27 en vervolgens een goed ingepaste A1. Hierbij moet worden gedacht aan verdiepte ligging en/of tunnels. Een verbetering van de inpassing van de N201 of N236 is moeilijk voorstelbaar, daarom zijn wij geen voorstander van capaciteitsvergroting. Een eventuele IJmeerverbinding is in het IJmeer alleen ondergronds aanvaardbaar.

‘Een goede balans tussen recreatie en natuur en ook tussen rust en reuring vraagt om specifieke aandacht per gebied.'

Bij een hoogwaardig stedelijk gebied hoort een hoogwaardig landschap Bij verdichting in de bebouwde kommen hoort ontwikkeling van hoogwaardig landschap, wat goed is ontsloten en te beleven. Er wordt al veel gebruik gemaakt van gebieden als de Vechtplassen en de buitenplaatsen om te recreëren. De recreatieve functie van het buitengebied wordt steeds belangrijker. Voorzover recreatieve inrichting en gebruik zich laat verenigen met andere functies van het buitengebied kan dit gebruik worden gefaciliteerd. Een goede balans tussen recreatie en natuur en ook tussen rust en reuring vraagt om specifieke aandacht per gebied. De druk op het landschap en de ambities voor dit gebied brengen ook een grotere investerings- en beheeropgave met zich mee. Dit geldt voor Gooi en Vechtstreek maar ook voor de hele metropool. De verdiencapaciteit in de metropool moet worden aangewend om deze ambities te kunnen waarmaken.

34

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

Natuurgebieden en biodiversiteit worden versterkt De regio vormt een belangrijke schakel in het Natuurnetwerk Nederland, dat in 2027 moet zijn afgerond. Natuur heeft niet alleen schoonheid. Biodiversiteit draagt ook bij aan vruchtbare bodems en een natuurlijke bescherming van de gewassen. Het versterken van de biodiversiteit draagt daarom bij aan een duurzame ontwikkeling en gezonde leefomgeving. We zoeken naar kansen voor zowel verbeteren van de natuurgebieden als het versterken van de brede biodiversiteit. Robuuste natuurgebieden met hoge biodiversiteit hebben belang bij verbinding met andere natuur en zo min mogelijk belasting van externe factoren als stikstof. Versnippering door infrastructuur en andere belemmeringen worden waar mogelijk beperkt en opgeheven. Ook kan natuur meer de stad in worden gebracht, om gelijk ook de toegankelijkheid van het landschap te vergroten door dit te combineren met recreatieve routes. Versterking van de biodiversiteit gaat niet alleen om bescherming van natuurgebieden, maar ook om het maken van slimme combinaties, in de stad, het agrarisch gebied of in water. De regio kan zich in het bijzonder onderscheiden door natuurwaarden op overgangen tussen hoog en laag gebied, zeker waar er kwel (grondwater) benut kan worden.

35

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

Samenhangende, gebiedsgerichte oplossingen voor het veen(weide)gebied In de Vechtstreek komen veel ruimtelijke opgaven samen, die vaak een sterke relatie hebben met water. Het accent van de opgaven verschilt. In de Vecht, boezemwater, de veenplassen en het Naardermeer ligt meer accent op de natuurwaarden, recreatief gebruik en waterkwaliteit. In het veenweidegebied, te definiëren als open weide op veengrond waar vee wordt gehouden, speelt de toekomst van de landbouw en de verschillende mate van bodemdaling en ontstaan van stikstofdepositie een belangrijke rol. De ambitie van het Rijk en de provincie, voor het in balans brengen van het landgebruik en de waterpeilen met de draagkracht van het veenweidegebied, wordt gesteund. Het remmen, stoppen en herstellen van bodemdaling is van belang om broeikasgasuitstoot te verminderen, een toekomstbestendig waterbeheer vol te kunnen houden en een robuuste inrichting van het buitengebied te bewerkstelligen, waardoor grote kosten voor waterbeheer, openbare ruimte, woningfunderingen e.d. worden vermeden. Het in balans brengen van het landgebruik en de waterpeilen met de draagkracht van het veenweidegebied is een complex vraagstuk. De mate, tempo en aanpak kan per gebied verschillen. De stapeling van opgaven kan ook bijdragen aan oplossingen, bijvoorbeeld door verschillende bronnen van bekostiging en financiering.

Hierbij dient in gebiedsgerichte uitwerking te worden bepaald wat de meest gewenste ontwikkelrichting is. Daarbij spelen onder meer deze aspecten een rol: bestaand gebruik en de wensen van de aanwezige gebruikers, de mate van bodemdaling, de nabijheid van een Natura 2000-gebied, de nabijheid van bebouwd gebied, de cultuurhistorische waarden, de potentie van technische maatregelen als waterinfiltratiesystemen, de waterkwaliteit, druk op watersysteem, de ambities voor biodiversiteit (Natuurnetwerk Nederland of anderszins) of de kansen voor andere functies als nieuwe vormen van landbouw en recreatie. Gemiddeld gezien zal er een waterrijker gebied ontstaan met extensiever agrarisch gebruik, recreatieve mogelijkheden, bijzondere woon- en werkplekken en natuurontwikkeling. De ontwikkeling moet het gebied en de gebruikers een houdbaar en duurzaam perspectief bieden.

36

Koersdocument Gooi en Vechtstreek

3. Robuust en vitaal landelijk gebied

Perspectief voor agrarische sector Het agrarisch gebruik is in de laatste 1000 jaar een bepalende factor geweest bij de landinrichting. Na de WO II verandert er veel. In het Gooi resteert nog maar weinig landbouw. Dit is daarom niet minder belangrijk, de resterende engen en meenten zijn van hoge cultuurhistorische waarde en hebben veel potentie voor agrarisch natuurbeheer en beleving. Het grootste agrarisch gebied ligt nu in de Vechtstreek. De landbouw levert hier een belangrijke bijdrage aan het beheer en behoud van het open landschap en het herkenbare beeld daarvan. Er komen echter veel opgaven op de landbouw af en de sector staat zelf ook voor grote uitdagingen. De rijksoverheid pleit voor een transitie naar kringlooplandbouw. De definities hiervan verschillen. Duidelijk is dat het gaat om een transitie van zo efficiënt mogelijke voedselproductie tegen zo laag mogelijke kosten naar voedselproductie met zo min mogelijk effecten op natuur, milieu en klimaat. Waarbij er veel voldoende inkomen is voor de agrariër. De inzet van het kabinet is dat kringlopen van grondstoffen en hulpbronnen in 2030 op een zo laag mogelijk – nationaal of internationaal – schaalniveau zijn gesloten. Ook de sector streeft ernaar om kringlopen (zoveel mogelijk) te sluiten. Deze ambitie past ook bij de regio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10067941/1