Bijlage bij RIB 2021 23 - Onderzoek subsidiemogelijkheden Achtergracht inclusief bijlagen
Tekst van het document
zullen hier substantieel lager uitvallen dan bij het ontdempen van de Achtergracht. Indien de gemeente Weesp in wil zetten op het versterken van de historische waterstructuur, ligt investeren in deze hoek veel meer voor de hand. 5.4 Tijdelijke omzetdaling van omliggende winkels tijdens de realisatie. De bouwwerkzaamheden kunnen leiden tot een tijdelijke, maar wellicht forse omzetderving bij gevestigde zaken. Deze derving kan in zekere mate worden verlicht door heldere afspraken tussen ondernemers en gemeente, maar hier zijn scherpe afspraken voor nodig. Het is daarom van belang dat de ondernemers van Weesp vanaf het begin betrokken worden bij de planvorming. Datzelfde geldt voor omwonenden, die overlast zouden kunnen ervaren tijdens de bouw. 5.5 Veel investeringsmiddelen gevraagd Het ontdempen van de Achtergracht brengt niet alleen veel ruimtelijke ingrepen teweeg, maar vraagt ook een grootschalige financiële investering. In de financiële paragraaf van deze rapportage zal hier dieper op worden ingegaan. 5.6 Geen mogelijkheden tot projectontwikkeling ter compensatie voor de gemaakte kosten De beschikbare fysieke ruimte rondom de Achtergracht is zeer beperkt. Dit maakt dat er geen mogelijkheden zijn tot het ontwikkelen van gronden tot woningbouw, of projectontwikkeling ten behoeve van winkels, kantoren en/of maatschappelijke voorzieningen.
In veel andere gemeenten worden de kosten die gepaard gaan met het ontdempen van een watergang gecompenseerd door de realisatie van vastgoed elders. Hierbij valt te denken aan hotels, winkels, voorzieningenclusters en/of woningbouw. De opbrengsten die gepaard gaan met dergelijke ontwikkelingen vloeien vervolgens terug in de gebiedsexploitatie voor het ontdempen van een voormalige watergang. Rond de Achtergracht is de fysieke ruimte hiervoor niet aanwezig. Dit betekent dat de kosten die gepaard gaan met het ontdempen van de gracht niet gecompenseerd kunnen worden. Niet alleen legt dit meer druk op het gemeentelijk investeringsvolume, maar ook zorgt dit ervoor dat het minder eenvoudig zal worden om ook private partijen als cofinanciers te verleiden.
20
6. Alternatieven Het ontdempen van de Achtergracht brengt zoals geanalyseerd niet alleen kansen, maar ook substantiële knelpunten met zich mee. Het versterken van de waterstructuur van de binnenstad kan wellicht ook op een andere manier. In deze paragraaf wordt gekeken naar diverse alternatieven. 6.1 Uitgaan van de huidige situatie Het meest voor de hand liggende alternatief is niets doen en daarmee uitgaan van de huidige situatie. De gemeente loopt hierin geen financieel risico en ontloopt daarmee de knelpunten die hiervóór zijn aangehaald. Aan de aangehaalde argumenten ten behoeve van ontdemping wordt in dit scenario echter voorbij gegaan. Met de realisatie van het nieuwe parkeerdek bij Albert Heijn wordt de komende jaren voorzien in voldoende parkeergelegenheid en met de aanwezigheid van een doorlopend groenprofiel is er tevens sprake van een relatief aantrekkelijke straatinrichting. 6.2 Visuele verwijzing naar watergang Naast het daadwerkelijk ontdempen van de Achtergracht zijn er ook voorbeelden te vinden van gemeenten waar een visuele verwijzing naar het water is opgenomen, zonder dat een gracht daadwerkelijk is ontdempt.
Afbeelding 6.1. Beeld van de watergang in de Hoofdstraat van Hoogeveen, Drenthe.
Bij een dergelijke strategie wordt er middels een kleine waterloop, dan wel waterelementen een visuele verwijzing gecreëerd naar de voormalige gracht. Het behelst hier geenszins het 21
daadwerkelijk terugbrengen van een watergang middels bodemkundige ingrepen, maar eerder een visuele toevoeging in de vorm van waterobjecten, fonteinen, waterbakken en meer van dien aard. De kosten hiervoor zijn aanmerkelijk geringer en middels een dergelijke verwijzing kan er alsnog gerefereerd worden aan het verleden van een plek. Wel moeten er voorzieningen worden getroffen om de loop in het water te houden en stilstaand water te voorkomen. Nadelen van dit alternatief zijn er ook. Zo wordt de Achtergracht alsnog tijdelijk afgesloten tijdens de aanleg, wordt er minder sterk een relatie gezocht met de recreatieve potentie van de Weesper waterstructuur en zijn er minder mogelijkheden op het gebied van subsidies. Zo is er in slechts een bescheiden volume sprake van waterbergingscompensatie en doorstroming van de waterloop in het centrum en is de aansluiting met de cultuurhistorie van Weesp minder nadrukkelijk aanwezig. Subsidieaanvragen op het gebied van recreatie, landschap en cultuurhistorie zijn zodoende minder goed te onderbouwen. Het is de vraag in hoeverre een dergelijke ingreep ruimtelijk gezien kan bijdragen van de uitstraling van Weesp als vestingstad. Daarmee valt een belangrijk voordeel van het weer zichtbaar maken van het water weg. Bovendien gaat een dergelijke ingreep niet direct gepaard met de waardestijging van het omliggende vastgoed.
Er is immers geen sprake van een directe versterking van de cultuurhistorische omgeving en het vastgoed komt niet direct aan een historische watergang te liggen. Hierdoor zullen ook private partijen minder snel geneigd zijn om te participeren in het project. Een dergelijke ingreep stuit bovendien op dezelfde verkeerskundige bezwaren als het ontdempen van de gracht zelf. Niet alleen tijdens de bouw, maar ook erna. De verkeersstructuur wordt immers permanent aangepast. De aanleg van een waterornament gaat ten koste van een aantal parkeerplaatsen en brengt ook de genoemde problemen aan de noord- en zuidzijde voor het gemotoriseerd verkeer met zich mee. Deze constatering, in combinatie met het minder grote belang voor particuliere investeerders alsmede het feit dat subsidies minder eenvoudig zijn te verantwoorden, maakt dat dit alternatief geen wenselijke strategie is. 6.3 Varianten vergeleken Wanneer de varianten tegen elkaar worden afgewogen, dan valt op dat het terugbrengen van het water een cultuurhistorische impuls is ten opzichte van de huidige situatie. Zeker in het geval van het volledig ontdempen van de Achtergracht. Daarentegen vraagt het ontdempen om een grote financiële investering, alsmede het feit dat het parkeren en de bereikbaarheid van het verkeer een knelpunt vormen vergeleken met de huidige situatie.
In de huidige structuur van de binnenstad vormt de Achtergracht immers een belangrijke verkeersroute, mede ingegeven door het feit dat Albert Heijn een belangrijke trekker is. Een andere beperking betreft het mogelijk compenseren van de bestaande bedrijvigheid, wier aanvoerroutes onder druk komen te staan. Het visualiseren van de watergang biedt echter beduidend minder recreatieve mogelijkheden dan het ontdempen van het water, waardoor er ook minder subsidiemogelijkheden beschikbaar zijn. De cultuurhistorische meerwaarde is daarbij minder sterk aanwezig, mede ook omdat de kwaliteit van het beschermd stadsgezicht voorschrijft dat er sprake is van een fijnmazige water- en wegenstructuur. 22
Scenario 1: huidige situatie
Scenario 2: terugbrengen watergang Achtergracht
Scenario 3: Visuele verwijzing ligging voormalige achtergracht
Bereikbaarheid verkeer
++
-
-
Parkeren
+
-
+/-
Cultuurhistorie
--
++
+
Waterberging
--
++
-
Kosten
++
--
-
Kansen voor recreatie
--
++
+
Passend bij beleid
+
+/-
+/-
Ruimte voor bedrijven
++
-
+/-
Subsidiemogelijkheden
n.v.t.
+
-
Tabel 6.1 Inschatting voor- en nadelen van drie scenario’s.
23
7. Beleid 7.1 Structuurvisie Weesp 2013-2030 De structuurvisie Weesp 2013-2030 is vastgesteld in september 2013 door de gemeenteraad van Weesp. Met deze visie heeft de gemeente als doel de hoofdlijnen van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling te schetsen van het gehele gemeentelijk grondgebied. De algemene doelen die in de structuurvisie staan beschreven luiden als volgt:
Versterken van de identiteit van de drie omliggende groene zeeën; Weesp aan de Vecht promoten; De uitstraling van de binnenstad versterken; Differentiatie van woonmilieus; Hoogwaardige bedrijvigheid.
In de structuurvisie staan een aantal opgaven voor de toekomst. De belangrijkste zijn: het vergroten van het contrast tussen stad en land, het opheffen van functionele barrières, een duurzame ontwikkeling, het tegengaan van versnippering door infrastructuur, het faciliteren van infrastructuur zonder dat het een barrière vormt, het versterken van de relatie tussen woonwerkgebieden en een verbetering van de lokale infrastructuur en de A1. Vanuit de structuur gezien is de Achtergracht een belangrijke schakel in de parkeerrouting van de binnenstad. De supermarktlocatie aan de Achtergracht is hierbij ontwikkeld als trekker met voldoende parkeren. De gemeente stelt zich ten doel de kwaliteit van de openbare ruimte in de binnenstad van Weesp te verbeteren. De Nieuwstad is aangewezen om deels autovrij te worden, vooruitlopend op een nieuwe herinrichting. Daarnaast is de Herengracht voorzien als straat waarin de auto ‘te gast’ zou zijn in een ruimte die is voorzien van een erfachtige inrichting. Om genoemde ontwikkelingen mogelijk te maken is de Achtergracht aangewezen als locatie waar voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn. In het kader van toekomstige ontwikkelingen is het daarom wenselijk dat de parkeercapaciteit alhier dan ook niet afneemt.
24
8. Planologische haalbaarheid Om te kijken of de ontdemping van de Achtergracht juridisch-planologisch haalbaar is, is achtereenvolgend gekeken of de relevante juridisch-planologische aspecten van invloed zijn op de mogelijkheden van de locatie. Onderzoek vereist?
Onderbouwing
Akoestiek
Nee
Geen realisatie gevoelige bestemming conform wet geluidshinder. Daarnaast zal de verkeersintensiteit vermoedelijk afnemen wat de geluidsbelasting op de omliggende functies ten goede komt.
Archeologie
Ja
Zone 2: historische kern Weesp. Vanwege status als beschermd monument geldt dat bij bodemingrepen groter dan 50m2 en dieper dan 0,50m archeologisch onderzoek verplicht is.
Bedrijven en milieuzonering
Nee
Er worden geen gevoelige functies gerealiseerd of milieuhinder veroorzakende bronnen. Daarentegen moet wel gekeken worden hoe de bedrijfsvoering van de omliggende detailhandel zo min mogelijk gehinderd kan worden, bijvoorbeeld op het gebied van bevoorradingsroutes.
Bodem
Ja
Grootschalige bodemingrepen. Ter plaatse dient in het kader van ARBO-wetgeving gekeken te worden of de bodemkwaliteit ter plaatse is voor het geschikte gebruik. Voor de ligging van kavels en leidingen dient er een KLICmelding te worden gedaan.
Cultuurhistorie
Ja
Ligging in beschermd stadsgezicht. Nieuwe ingreep moet cultuurhistorisch goed onderbouwd zijn en bestaande monumenten mogen niet beschadigd worden.
Externe veiligheid
Nee
Er worden geen kwetsbare functies gerealiseerd conform het Bevi. Ook ligt er in de omgeving van het plangebied geen hogedruk gasleiding.
Flora en fauna
Ja
Bij het rooien van de bomen dient er gekeken te worden naar de invloed van de ingrepen op bestaande diersoorten, specifiek vogels. Daarnaast dient er gekeken te worden wat de invloed van de koppeling van de Achtergracht op de grachtstructuur heeft op amfibieën en waterplanten.
Geur
Nee
Locatie ligt niet in de directe nabijheid van geurhinder veroorzakende bedrijven.
Luchtkwaliteit
Nee
Het project draagt in niet betekenende mate bij aan luchtverontreiniging. Het gemotoriseerd verkeer zal naar verwachting afnemen, wat de luchtkwaliteit ten goede komt.
Verkeer en parkeren
Ja
Knelpunten op het gebied van zowel verkeer als parkeren
Water
Nee
Er is sprake van een afname van de verharding in het gebied. Voor het afdammen van de gracht is het wel raadzaam om contact op te nemen met het Waterschap.
25
9. Financiële consequenties Om te kijken of er sprake is van een haalbare businesscase is hieronder een overzicht gegeven van de (geraamde) kosten bij andere gemeenten. Er is getracht zoveel mogelijk vergelijkbare casussen te vinden. Project Amsterdam, Elandsgracht
Amsterdam, Westerstraat
Breda, herstel haven
Den Haag, Prinsessewal Torenstraat Groenlo, herstel stadsgracht
Kosten (ex. BTW) Totale kosten € 21.083.777,- Gracht en kademuur: € 3.248.875,- Maaiveldinrichting: € 1.687.590,- Bruggen: € 2.563.841,- Parkeergarage (195 plekken): € 13.583.471,Totale kosten: € 33.755.841,- Gracht en kademuur: € 4.942.897,- Maaiveldinrichting: € 2.728.218,- Bruggen: € 3.469.331,- Parkeergarage (350 plekken): € 22.615.395,Totale kosten: € 26.700.000,- Het terugbrengen van de haven was onderdeel van het project Water In Historic City Centres (WIHCC) waar zes Europese steden aan meededen, waaronder ook Den Bosch. Hiervoor is Europese subsidie verkregen. 40% van het totaalbedrag is gefinancierd door Europa. Totale kosten: € 23.000.000,- Bouw parkeergarage (volautomatisch, 160 plaatsen): € 10.000.000,Totale kosten: € 3.327.600,- Kosten gemeente: € 2.957.600,Bestaande uit: Herinrichting Boompjeswal (verleggen kabels en leidingen, civieltechnische voorbereiding, aanleg brug, herstel gracht, voorbereidingskosten, groenaanleg, )
Gerealiseerd? Nee
Oorzaak Verzet omliggende winkeliers, financieel wel haalbaar
Nee
Verzet omliggende winkeliers, financieel wel haalbaar
Ja
40% Europese subsidie in combinatie met draagvlak aan de voorzijde van het project zorgde ervoor dat de bijdrage van de gemeente relatief beperkt bleef.
Ja
Volautomatische parkeergarage is meegenomen in de grondexploitatie. Veel draagvlak onder betrokkenen, past bij visie op cultuurhistorie, Europese subsidie waardoor de gemeente en bijdrage van het Waterschap.
Ja
26
Hulst, reconstructie Oude Haven De Nieuwe Bierkaai
Nederhorst den Berg, terugbrengen van de Vecht in het centrum
Woerden, Rijnstraat
Herinrichting grachtverbreding - Kosten Waterschap: € 370.000,- Subsidies: € 1.200.000 Hiervan wordt € 400.000,bijgedragen door de Europese Unie voor het bevaarbaar maken van de stadsgracht en € 800.000,door de Provincie Gelderland. Totale kosten € 3.800.000,- De Gemeente Hulst heeft € 1.702.350 aan EFRO subsidie ontvangen, € 1.000.000 aan publieke cofinanciering en € 1.662.650 aan private cofinanciering om het water terug te brengen in de stad. (Geschatte) kosten: € 5.000.000 - In opdracht van Stichting Vecht terug in het Dorp hebben Tauw en Vollmer Stedenbouw en Landschap een studie verricht naar het terugbrengen van de Vecht in het dorp Nederhorst den Berg. Totale kosten: € 11.500.000,- Voorbereidende werkzaamheden (kabels en leidingen, riolering): € 2.000.000,- Bouwen (kademuren, bruggen, herstraten e.d.) € 7.000.000,- Algemene kosten (onvoorzien, ABK, engineering, AKWR, compensatie winkeliers e.d.): € 2.500.000,-
Ja
Nee
Nee
Bijdrage gemeente is gering door toedoen van externe subsidiëring en bijdragen vanuit een projectontwikkelaar die gebaat was bij waardestijging van het vastgoed. Vooralsnog een initiatief van een particuliere stichting. Plannen nog in een te vroege fase om definitieve uitwerking vorm te geven Veel verzet vanuit bestaande ondernemers en problemen met verkeersoplossingen gedurende de bouw.
Lessen uit overige casussen • Zorg voor een zo goed mogelijke aansluiting van het culturele en beleidsmatige programma op de identiteit en geschiedenis van de stad; • Betrek omwonenden en betrokkenen vanaf beginfase van het project; • Onderzoek opties tot mogelijke subsidiëring, ga hier mogelijk interessante partnerships voor aan met andere betrokken partijen; • Bekijk mogelijkheden tot compensatie van de kosten die gepaard gaan met het terugbrengen van het water in de vorm van projectontwikkeling. Laat de opbrengsten van genoemde ontwikkelingen terugvloeien in de gebiedsexploitatie. 27
10.
Mogelijke subsidies
Vanuit de vraag om de haalbaarheid van het ontdempen van de Achtergracht aan te tonen, is gekeken naar diverse subsidiemogelijkheden op Europees, landelijk, provinciaal en particulier niveau. In bijlage 1 van deze rapportage worden deze subsidieregelingen uitvoerig behandeld. Vanuit de doelstellingen, zoals versterking van de cultuurhistorische waarde van de Vesting Weesp en bijbehorende waterbergingsmogelijkheden, is gekeken naar deze subsidiemogelijkheden. Deze zijn hieronder per schaalniveau in kaart gebracht. Europese subsidies 1. Europees fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) 2014-2020 – Kansen voor West II 2. INTERREG 2014-2020 3. Horizon 2020 - Climate action, environment, resource efficiency and raw materials Provinciale subsidies 1. Restauratie Rijksmonumenten 2016 2. Vernieuwingsimpuls Openlucht recreatie 3. Restauratie en herstel objecten Stelling van Amsterdam Noord-Holland 2013 uitvoeringsregeling 4. Stedelijke vernieuwing, investeringsbudget (ISV) 5. Activiteiten op en rond de Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie Noord-Holland 2013 6. Cofinanciering Europese EFRO-programma’s Noord-Holland Particuliere subsidies 1. Eenmalige schenking Bankgiro Loterij De voorwaarden, bedragen en procedures worden uiteengezet in bijlage 1 van dit rapport.
Veel Europese en provinciale subsidies gaan uit van een hoge mate van cofinanciering en een gezamenlijk plan van aanpak. In het kader van regionale ontwikkeling zijn immers gemeenteoverstijgende doelen geformuleerd, waardoor er geen sprake kan zijn van een individuele aanvraag namens de gemeente Weesp. Bovendien zijn er doorgaans maxima gekoppeld aan het te subsidiëren bedrag, waardoor vaak meer dan de helft van de totale investering zelfstandig dient te worden opgebracht. Daarnaast wordt de financiële haalbaarheid van het project vaak als harde voorwaarde geschetst, waardoor er sprake moet zijn van een goed doortimmerde businesscase, alvorens subsidies kunnen worden aangevraagd.
28
11.
Advies en aanbevelingen
In deze quick scan zijn de randvoorwaarden, voor- en nadelen van het mogelijk ontdempen van de Achtergracht te Weesp tegen elkaar afgezet. Duidelijk is dat er voordelen zitten aan het ontdempen van de Achtergracht. Het versterken van de cultuurhistorische waarde van de binnenstad, het vergroten van de recreatieve potentie van de binnenstad, realisering van waterbergingsmogelijkheden alsmede de te verwachten waardestijging van omliggende panden maken het ontdempen van de Achtergracht tot een begrijpelijke wens. Echter, aan de realisatie gaan een aantal stappen vooraf. Een belangrijk probleem vormt de parkeerbalans in het gebied. Indien wordt gekozen voor een variant waarin parkeren langs de Achtergracht wordt toegestaan, kan er niet anders dan sprake zijn van éénrichtingsverkeer aan beide zijden van de watergang. Dit betekent dat er zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde sprake is van verkeersknelpunten. Om te komen tot een logische oplossing is een grote verkeerskundige investering gevraagd. Bovendien is er sprake van een dermate krappe profielbreedte in dit scenario, dat de vraag gesteld kan worden of deze oplossing wenselijk is. Daarnaast dient er in deze variant flink geïnvesteerd te worden in de knooppunten aan de zuidzijde van de Achtergracht bij de aanwezige Lunet, alsmede aan de noordzijde bij de kruising van de Achtergracht met de Buitenveer.
Dit zijn serieuze bezwaren die grote kosten met zich meebrengen. Om stilstaand water te voorkomen dient er geïnvesteerd te worden in een doorlopende waterloop met de Vecht en de Smal Weesp. Dit vraagt grootschalige infrastructurele ingrepen en dito financiële investeringen. Om de verkeerskundige problemen te lijf te gaan kan er ook gekozen worden voor een variant waarin er sprake is van een ondergrondse parkeergarage. Dit vraagt niet alleen een (te) grote financiële investering – zo is ook gebleken in het geval van de parkeergarage onder de Albert Heijn Achtergracht – maar brengt ook grote risico’s met zich mee in het kader van bodemingrepen in een fijnmazig stedelijk gebied vol monumentale bebouwing. Dit is een serieus knelpunt dat de aanleg van een ondergrondse parkeergarage ernstig bemoeilijkt. Daarnaast zijn er in de directe omgeving van de Achtergracht diverse mogelijkheden om de auto gratis te parkeren: een gegeven waar bezettingsgraad van de parkeergarage onherroepelijk onder zal lijden. Los van de ruimtelijke en verkeerskundige knelpunten is ook de vraag terecht of met de ontdemping van de Achtergracht gekozen wordt voor het meest logische scenario om de waterstructuur van Weesp te versterken. Conform de structuurvisie richt de gemeente zich ook op het verbinden van de Oudegracht met de Vecht ter hoogte van het politiebureau.
Deze locatie vereist minder grote investeringen en past ook in het streven om het toeristisch profiel van de Oudegracht te versterken. De aangehaalde knelpunten in combinatie met een meer realistisch initiatief voor het versterken van de waterstructuur in de nabijheid van het politiebureau maakt dat ontdemping van de Achtergracht niet de meest gewenste beleidskeuze is. Kosten, ruimtelijke haalbaarheid en beleidsstreven zijn belangrijke factoren hiervoor. Daarom wordt aangeraden om geen nader onderzoek in te stellen naar het ontdempen van de Achtergracht.
29
Bijlage 1 Gedetailleerd overzicht mogelijke subsidies Vanuit de vraag om de haalbaarheid van het ontdempen van de Achtergracht aan te tonen, is gekeken naar diverse subsidiemogelijkheden op Europees, landelijk, provinciaal en particulier niveau. Vanuit de doelstellingen, zoals versterking van de cultuurhistorische waarde van de Vesting Weesp en bijbehorende waterbergingsmogelijkheden, is gekeken naar deze subsidiemogelijkheden. Deze zijn hieronder per schaalniveau in kaart gebracht. Veel subsidies op zowel Europees als provinciaal niveau gaan uit van een hoge mate van cofinanciering en cocreatie. Europese subsidies 1. Europees fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) 2014-2020 – Kansen voor West II a. Kansen voor West is het samenwerkingsverband van de vier randstadprovincies (Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland) en de vier grote steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Deze acht hebben voor de tweede keer gezamenlijk een programma gemaakt om de regionale economie in de Randstad een innovatieve impuls te geven. Dit gebeurt door het geven van subsidies aan het bedrijfsleven in de regio. Het programma wordt voor een belangrijk deel gefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). b. Voorwaarde: Regionale samenwerking en een regionaal georganiseerde aanvraag. c. Hoofddoelen Kansen voor West II i. Innovatie: € 113 miljoen ii.
Koolstofarme economie: € 36 miljoen iii. Duurzame stedelijke ontwikkeling: d. Subsidies vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling gaan uit van regionale economische innovatie. De gelden zijn bestemd voor regionale ontwikkeling op het gebied van infrastructuur, werkgelegenheid en het MKB. e. Voor het versterken van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie is een bedrag van € 5.633.518 gereserveerd, bedoeld voor projecten binnen het programmadeel West-Regio die passen binnen het vigerende regionale beleid van Noord- Holland. f. Voor gemeenten en regio’s is circa 500 miljoen euro beschikbaar. g. Doelstellingen ‘Kansen voor West’ Duurzame stedelijke Ontwikkeling; i. versterken economische vitaliteit met behoud van milieukwaliteit en landschappelijke waarden; ii. verruiming en verbetering gebruikswaarde van groen en water om de stad. h. Beoordelingscriteria: i. Projecten moeten een economische meerwaarde hebben, een duurzaam karakter hebben en ruimtelijk geconcentreerd ingezet worden; ii. Projecten moeten minimaal van regionaal belang zijn, een regionale impact hebben –d.w.z. als prioritair project gelden binnen het
30
betreffende economisch kerngebied en een bijdrage leveren aan het economisch vestigingsklimaat in de betreffende regio; iii. Tenminste 28% van het budget in deze prioriteit is bestemd voor projecten die voldoende bijdragen aan de Lissabon doelstelling. 2. INTERREG 2014-2020 Interreg gelden zijn bedoeld voor interregionale samenwerking. INTERREG NWE ondersteunt activiteiten en pilots op het gebied van de volgende thema's: a. Versterken van de innovatiecapaciteit van regio's en organisaties b. Het verschil tussen innovatiecapaciteit van regio's verkleinen en de invoering van 'smart specialisation strategies' versnellen. Naast technische innovatie ook sociale- en procesinnovatie. c. Versnellen van de overgang naar een koolstofarme economie i. De uitvoeringscapaciteit vergroten om bestaande CO2reductiestrategieën van publieke organisaties succesvol te implementeren. ii. Het gecombineerde adaptatie- en mitigatiepotentieel vergroten. iii. Broeikasgasemissies terugdringen (ook in het transportsysteem). iv. Het aandeel duurzame energie in onze energiemix vergroten, inclusief daarmee samenhangende invoeringsvraagstukken oplossen. v. Duurzame energietechnieken, processen of diensten succesvol invoeren. d. Efficiënt gebruik van materialen en grondstoffen i.
Activiteiten en projecten die onze ecologische voetafdruk verkleinen en die zich specifiek richten op materiaal(her)gebruik in alle sectoren (middels technieken, diensten, processen en producten). e. Voorwaarde: Regionale samenwerking en een regionaal georganiseerde aanvraag. 3. Horizon 2020 - Climate action, environment, resource efficiency and raw materials a. Doelgroepen: Universiteiten, onderzoeksinstellingen, mkb's, grotere bedrijven en overheden als onderdeel van een samenwerkingsverband. Overheden alleen kunnen dus géén aanvraag doen. b. De EU wil onderzoek en innovatie stimuleren op het gebied van klimaatverandering De maatschappelijke uitdaging voor ‘bronefficiëncy en klimaatgerichte activiteiten’ spitst zich toe op nieuwe, marktgerichte toepassingen binnen de volgende thema’s: i. het recyclen van afval ii. waterinnovatie iii. het verduurzamen van de aanvoer en het gebruik van grondstoffen en de economie als geheel. c. Tot 2020 is er ruim 3 miljard euro beschikbaar voor onderzoek en innovatie op dit, veelomvattende, gebied. Provinciale subsidies 1. Restauratie Rijksmonumenten 2016
31
a. Doelgroep:Subsidie kan worden verstrekt aan een eigenaar van een rijksmonument, of een natuurlijk of rechtspersoon die belast is met het beheer en/of behoud van het rijksmonument. b. Activiteiten: Subsidie kan worden verstrekt voor de kosten van restauratie, zoals bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten 2013, die een bijlage vormt bij artikel 4 van de Subsidieregeling instandhouding monumenten van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (zoals gepubliceerd in de Staatcourant 2012 nr. 20420 van dd. 09-10-2012). c. Voorwaarden: De belangrijkste criteria voor deze regeling zijn: i. het rijksmonument dient publiekstoegankelijk te zijn of te worden; ii. de benodigde vergunningen zijn onherroepelijk; iii. de activiteit is financieel haalbaar; iv. de publiekstoegankelijkheid van het monument gewaarborgd is voor de komende tien jaar. *Met publiekstoegankelijk wordt bedoeld, een rijksmonument dat tenminste 2 keer en tenminste 16 uur per maand toegankelijk is, of indien het rijksmonument een molen of een schapenboet is voor tenminste 4 keer per jaar en tenminste 32 uur per jaar voor het publiek toegankelijk is (zie artikel 2 van de uitvoeringsregeling en de toelichting daarop). d. Weigeringsgronden/niet in behandeling nemen: Subsidie wordt in elk geval geweigerd/niet in behandeling genomen indien: i.
de benodigde vergunningen bij het sluiten van de indieningstermijn niet onherroepelijk zijn; ii. de realisatie van het restauratieproject financieel niet haalbaar is; iii. het rijksmonument niet gelegen is in Noord-Holland; iv. voor hetzelfde project in de afgelopen tien jaren reeds door gedeputeerde staten een subsidie is verstrekt; v. De publiekstoegankelijkheid van het rijksmonument voor de komende tien jaar niet is gewaarborgd; vi. de aanvraag betrekking heeft op een woonhuis dat ná de restauratie voor meer dan 50 procent van het vloeroppervlak voor bewoning wordt gebruikt; vii. de activiteit is voltooid voordat de aanvraag is ingediend; viii. de aanvraag betrekking heeft op de restauratie van een orgel of een molen en er geen positief advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed over het plan van aanpak is bijgevoegd; ix. als de aanvraag betrekking heeft op subsidie voor een RoomsKatholieke Kerk en er geen bisschoppelijke verklaring is bijgevoegd, waaruit blijkt dat wordt ingestemd met de restauratie; x. ten aanzien van de aanvrager van de subsidie er een bevel tot terugvordering van de Europese Commissie uitstaat, ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie, waarbij steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard; e. Deze regeling is een zogenoemde tenderregeling.
Dit betekent dat de aanvragen nadat de termijn is gesloten allemaal tegelijkertijd en ten opzichte van elkaar worden beoordeeld. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, 32
rangschikken wij de aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen op een prioriteitenlijst. De volgorde van rangschikking wordt bepaald door de hoogte van de gevraagde subsidie uitgedrukt in een percentage van de subsidiabele kosten (zie voor de exacte rangschikking artikel 10 van de uitvoeringsregeling) De regeling is open vanaf 4 juli 2016. Uw aanvraag moet uiterlijk op 26 augustus 2016 door ons zijn ontvangen. Als wij uw aanvraag later ontvangen, moeten wij uw aanvraag helaas buiten behandeling laten. Het belangrijkste doel van deze regeling is de restauratie van rijks- monumenten in NoordHolland met een publieksfunctie. Wilt u in aanmerking komen voor deze subsidie? Lees dan deze pagina èn de volledige tekst van de uitvoeringsregeling plus de Leidraad hoofdstuk subsidiabele instandhoudingskosten 2013 (deze zijn te vinden onder wet- en regelgeving). f.
De subsidie voor de restauratie van een rijksmonument bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 500.000,-. Er is dus sprake van cofinanciering. Voor de restauratie van een rijksmonument wordt geen subsidie verstrekt onder de € 25.000,--.
2. Vernieuwingsimpuls Openlucht recreatie a. De provincie Noord-Holland richt zich op instandhouding, vernieuwing, aanleg en bereikbaarheid van recreatievoorzieningen in evenwicht met de verstedelijking. Zij vindt dit van wezenlijk belang voor de kwaliteit van het leefmilieu in Noord-Holland en heeft om dit doel te realiseren een deelverordening vastgesteld. b. Gedurende de looptijd van de regeling stelt de provincie in totaal 20 miljoen euro beschikbaar voor subsidies, die realisatie van de volgende 4 doelen dienen: i. vervanging en vernieuwing van bestaande openluchtrecreatievoorzieningen; ii. het realiseren van recreatieverbindingen van stedelijke gebieden met gebieden die voor recreatie belangrijk zijn; iii. het realiseren van extra kwaliteit van openluchtrecreatievoorzieningen; iv. het realiseren van integrale projecten. c. Voorwaarden: Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de activiteiten: i. plaatsvinden in een gebied waar verstedelijking een belangrijke rol speelt; ii. buiten de bebouwde kom plaatsvinden; iii. binnen het provinciale beleid passen; iv. resulteren in publieke voorzieningen die openbaar toegankelijk zijn; v. niet zouden worden uitgevoerd zonder deze subsidie. d. kosten die voor subsidie in aanmerking komen moeten minimaal 50.000 euro bedragen. Bij uitzonderingen zoals genoemd in de deelverordening kan hiervan worden afgeweken. e.
Subsidiabele kosten zijn de kosten die nodig zijn voor de aanleg van openluchtrecreatievoorzieningen, exclusief rentekosten, inclusief 33
f.
voorbereidingskosten voor diensten van derden (ontwerpplan, bestek) en kosten voor directievoering door derden. Hiervan komt slechts voor subsidie in aanmerking maximaal 25% van de aanlegkosten. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de natuurlijke of rechtspersoon die subsidie aanvraagt en onder wiens verantwoordelijkheid de activiteit wordt uitgevoerd.
3. Restauratie en herstel objecten Stelling van Amsterdam Noord-Holland 2013 uitvoeringsregeling a. Doelgroep: subsidie kan worden verstrekt aan eigenaren en pachters van de provinciale en rijksmonumenten die onderdeel uitmaken van de Stelling van Amsterdam in de provincie Noord-Holland. b. Activiteiten: Het restaureren en herstellen van monumentale objecten behorend tot de Stelling van Amsterdam c. Weigeringsgronden: subsidie wordt in elk geval geweigerd indien: i. De activiteit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet financieel haalbaar is; ii. De benodigde vergunningen voor het uitvoeren van de activiteit niet verleend zijn; iii. Voor dezelfde activiteit binnen een periode van tien jaar vóór ontvangst van de subsidie-aanvraag door Gedeputeerde Staten al subsidie is verstrekt. d. De subsidie kan niet meer bedragen dan 50 % van de door Gedeputeerde Staten noodzakelijk geachte kosten met een maximum van € 200.000,00. e. Voorwaarden: in de uitvoeringsregeling vindt u alle relevante voorwaarden. f. De belangrijkste criteria voor deze regeling zijn: het is wenselijk om objecten behorende tot de Stelling van Amsterdam te restaureren en te herstellen teneinde het behoud van de Stelling van Amsterdam te bevorderen. 4. Stedelijke vernieuwing, investeringsbudget (ISV) a.
Doelgroep: Het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing is bedoeld voor gemeenten die een ontwikkelingsplan indienen om de leefkwaliteit in de gemeente te verbeteren. Te denken valt bijvoorbeeld aan maatregelen op het gebied van wonen, ruimte en milieu. Gemeenten kunnen de subsidie aanvragen bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). b. Activiteiten: ls gemeente kunt u in aanmerking komen voor subsidie op grond van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV). Het ISV is bedoeld voor gemeenten die een meerjaren ontwikkelingsprogramma (MOP, voor een periode van 5 jaar) indienen op het gebied van de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving door middel van fysieke maatregelen op het gebied van wonen, ruimte, milieu, fysieke stadseconomie en grootschalig groen. In het meerjarenplan kan het gaan om bijvoorbeeld: aanleg van nieuwe of de transformatie van bestaande wijken, parken of bedrijfsterreinen, bodemsanering, duurzame milieumaatregelen en dergelijke. Het ISV is ingesteld om door middel van een integrale aanpak de achterstanden in sommige buurten en wijken in de steden mee te helpen oplossen, de leefbaarheid te verbeteren en de aantrekkelijkheid van de steden te vergroten. Het ISV is een bijdrage voor het nemen van fysieke maatregelen op de 34
terreinen wonen, ruimte, sociaal-culturele infrastructuur, milieu, stadseconomie, grootschalig groen en cultuur. De gemeenten Amsterdam, Haarlem, Zaanstad en Alkmaar krijgen het ISV rechtstreeks van het Rijk. Voor de overige gemeenten in Noord-Holland verleent de provincie het investeringsbudget. Deze “niet rechtstreekse”gemeenten zijn opgedeeld in twee groepen: programma- en notitiegemeenten. De programmagemeenten schrijven aan het begin van de periode een ontwikkelingsprogramma. Bij goedkeuring van dit programma wordt een budget verleend dat in kasritmes wordt uitbetaald. Notitiegemeenten schrijven aan het begin van de ISV 3 periode een notitie. Bij goedkeuring van deze notitie wordt voor de gemeente een budget gereserveerd. De notitiegemeenten dienen per project aanvragen in voor ISV. Dit kan door middel van het aanvraagformulier. c. Voorwaarden i. Voor notitiegemeenten, die voor elk project een afzonderlijke aanvraag voor investeringsbudget indienen, zijn de volgende voorwaarden van belang 1. De aanvraag moet zijn ingediend voordat met het project is gestart (uitzondering: een aanvraag die betrekking heeft op meerwerk voor een bodemsaneringsproject waarvoor reeds een investeringsbudget is verleend, wordt ingediend voordat het project is voltooid). 2. De uitvoering van het project start uiterlijk op 31 december 2014.
De startdatum van een project is de datum waarop het project de realisatiefase ingaat. Financiële verplichtingen ten aanzien van de realisatie zijn aangegaan (de aanbesteding van de bouw / uitvoering is voltooid). Voorbereidende activiteiten zoals bouwrijp maken en sloopwerkzaamheden worden niet gezien als de start van een project. De aanvang van de daadwerkelijke bouwwerkzaamheden wordt gezien als de start van het project. 5. Activiteiten op en rond de Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie Noord-Holland 2013 a. Doelgroep: Subsidie kan worden verstrekt aan een ieder die onderstaande activiteiten wil (laten) uitvoeren. b. Activiteiten i. de organisatie en uitvoering van voor het publiek toegankelijke activiteiten waarin het verhaal van de Stelling of het Noord-Hollandse deel van de Waterlinie tot uiting komt en waarbij minimaal twee forten zijn betrokken; ii. het ontwikkelen van voor het publiek toegankelijke toeristische arrangementen waarbij minimaal twee forten zijn betrokken; iii. het ontwikkelen van voor het publiek toegankelijke fiets-,vaar-en wandelroutes waarbij minimaal twee forten zijn betrokken; iv. het tot stand brengen van voor het publiek toegankelijke films waarin het verhaal van de Stelling en/of het Noord-Hollandse deel van de Waterlinie wordt verteld;
35
v.
het ontwikkelen van voor het publiek toegankelijk tentoonstellingsmateriaal waarin het verhaal van de Stelling of het Noord-Hollandse gedeelte van Waterlinie wordt verteld; vi. het realiseren van voor het publiek toegankelijk publicatiemateriaal waarin het verhaal van de Stelling of het Noord-Hollandse gedeelte van Waterlinie wordt verteld. vii. Subsidie kan worden verstrekt voor marktonderzoeken en haalbaarheidsstudies naar de mogelijkheden van economische benutting van onderdelen van de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie; viii. onderzoeken die bijdragen aan de verdere ontwikkeling en behoud van de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie; ix. Subsidie kan worden verstrekt voor marktonderzoeken en haalbaarheidsstudies naar de mogelijkheden van economische benutting van onderdelen van de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie; x. onderzoeken die bijdragen aan de verdere ontwikkeling en behoud van de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie; c. Weigeringsgronden: Subsidie wordt in elk geval geweigerd indien: i. De activiteit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet financieel haalbaar is; Het onderdeel van de Stelling van Amsterdam of Nieuwe Hollandse Waterlinie slechts gebruikt wordt als podium voor de activiteiten. d.
De subsidie kan niet meer bedragen dan 50 % van de door ons noodzakelijk geachte kosten met een maximum van € 20.000,00 voor de eerste vijf genoemde activiteiten en niet meer dan 50% van de door ons noodzakelijke geachte kosten tot een maximum van € 50.000,00 voor de laatste twee genoemde activiteiten. 6. Cofinanciering Europese EFRO-programma’s Noord-Holland a. Doelgroep: Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan aanvragers die behoren tot de doelgroep voor een projectsubsidie uit de hierboven genoemde Europese programma’s. b. Voorwaarden: Bij de subsidieverlening wordt een opschortende voorwaarde opgenomen dat de subsidieontvanger aantoont dat het bevoegde Europese bestuursorgaan een subsidie heeft toegezegd of verstrekt. Dit betekent dat de ontvanger, na verlening van de provinciale subsidie, nog aan moet tonen dat ook een Kansen voor West of INTERREG subsidie vanuit het Europese bestuursorgaan verleend is. c. De aanvraag om subsidie bevat tenminste een projectplan met daarin: i. een begroting van de kosten van de activiteit; ii. een financieringsplan van de kosten van de activiteit; iii. een inhoudelijke beschrijving van de activiteit. iv. Daarnaast moet het ingevulde aanvraagformulier voor het Europees Programma waaruit u subsidie wilt aanvragen worden bijgevoegd. d. Weigeringsgronden: Subsidie wordt geweigerd indien: i. de activiteit niet financieel haalbaar is; ii.
En bij aanvragen voor Kansen voor West 2: 36
1. de aanvrager al eerder een subsidie op grond van deze uitvoeringsregeling heeft ontvangen voor een Kansen voor West 2 project; 2. de aanvrager die een subsidie aanvraagt voor Kansen voor West 2 niet minimaal 25% van de subsidiabele kosten voor eigen rekening neemt. e. Hoogte subsidie: De subsidie voor het Kansen voor West 2 programma bedraagt 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500.000,-. De subsidie voor de INTERREG programma’s bedraagt 15% van de subsidiabele kosten met een maximum van €100.000,-. Subsidies van minder dan € 15.000,- worden niet verleend. Particuliere subsidies 1. Eenmalige schenking Bankgiro Loterij De Bankgiro Loterij ondersteunt projecten financieel die vooropstaan: a. Behoud, verrijking en/of toegankelijkheid van het nationaal openbaar cultuurbezit en cultureel of historisch erfgoed b. Groot bereik: De deelnemers van de BankGiro Loterij komen uit heel Nederland. Daarom steunen wij projecten in Nederland met een bovenregionale of landelijke uitstraling. c. Breed maatschappelijk draagvlak en publieke waardering De maatschappelijke relevantie komt tot uiting in o.a. de omvang van de eigen fondsenwerving, het aantal bezoekers, donateurs, vrienden, leden, andere steun van derden of aanwezigheid in het maatschappelijk debat. d.
Eigen fondsenwerving De aanvrager moet kunnen aantonen dat er verschillende manieren van financiering worden onderzocht en/of dat er gebruik wordt gemaakt van bestaande regelingen voor restauraties. De minimale bijdrage van de BankGiro Loterij bedraagt 200.000 euro. Omdat dat niet meer dan 50% van de totale projectomvang mag zijn, moet het project minimaal 400.000 euro bedragen. e. Professionele organisatie Wij gaan ervan uit dat u professioneel georganiseerd bent en dat uw organisatie zich inzet voor doeleinden van algemeen belang. Binnen de organisatie zijn professionals werkzaam en is een gedegen beleidsplan opgemaakt. Ook moet de bestuurlijke organisatie op orde zijn, in de zin dat de organisatie goed, efficiënt en verantwoord geleid wordt. Daarnaast geven wij de voorkeur aan ondernemende en innovatieve organisaties.
37
Bijlage 2 Economische Visie Binnenstad Weesp
11
Economische visie binnenstad Weesp 2019
Economische visie binnenstad Weesp 2019
Rapportnummer:
P00490
Datum:
19 augustus 2019
Contactpersoon opdrachtgever:
Paul Smit
Projectteam BRO:
Tineke Brinkhorst en Elisa Hoogland
Trefwoorden:
Economische visie, binnenstad, Weesp, Economisch functioneren, Ontwikkelingsstrategie, Uitvoeringsagenda
Beknopte inhoud:
Deze Economische visie binnenstad Weesp 2019 geeft inzicht in de vertreksituatie en belangrijkste opgaven voor de ontwikkeling van een toekomstbestendige binnenstad. De visie is vertaald naar een ontwikkelingsstrategie en uitvoeringsagenda op hoofdlijnen, met acties en maatregelen om de ambities te realiseren.
BRO Vestiging Amsterdam Sarphati Plaza Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Aanpak & proces 1.3 Conclusies samengevat 1.4 Leeswijzer
2. VERTREKSITUATIE WEESPER BINNENSTAD 2.1 Inleiding 2.2 Relevante trends & ontwikkelingen 2.3 Ruimtelijk-functionele structuur 2.4 SWOT Weesper binnenstad
pagina
2 2 2 3 5
6 6 6 9 11
3. VISIE OP BINNENSTAD WEESP 3.1 Inleiding 3.2 Positionering Weesper binnenstad 3.3 Hoofdopgaves Weesper binnenstad 3.4 Kansrijke doelgroepen
14 14 14 15 16
4. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE 4.1 Inleiding 4.2 Aanpak functionele en ruimtelijke versterking 4.3 Structurele samenwerking door ontwikkelen
18 18 18 20
Inhoudsopgave
5. UITVOERINGSAGENDA OP HOOFDLIJNEN 5.1 Inleiding 5.2 Uitvoeringsprogramma 5.3 Acties en maatregelen
21 21 21 22
BIJLAGEN
1. ANALYSE AANBOD EN VRAAG B1.1 Aanbod analyse B1.2 Leegstandssituatie in beeld B1.3 Vraag analyse
1 1 4 6
2. KOOPSTROMENONDERZOEK
8
3. BELEIDSSTUKKEN SAMENGEVAT
10
4. KLANKBORDGROEP
13
1
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Toekomstbestendigheid van de Weesper binnenstad Veranderingen in retailland volgen elkaar snel op. Bekende ketens verdwijnen uit het straatbeeld en tegelijkertijd openen nieuwe concepten de deuren. Daarin vervagen de grenzen tussen de functies en komt de nadruk meer te liggen op ontmoeten en verblijven. De Weesper binnenstad heeft te maken met beperkte leegstand, maar deze is op enkele plekken hardnekkig. Ook is het consumentengedrag in ontwikkeling door verandering van de bevolkingssamenstelling, de vrijetijdsbesteding en de groei van het onlineshoppen. In lijn met de landelijke ontwikkelingen vergrijst de Weesper bevolking en tegelijkertijd groeit het inwonertal fors door woningbouw in de Bloemendalerpolder. Actuele economische visie Op dit moment ontbreekt een actuele economische visie op de binnenstad. Hierdoor kan onvoldoende worden ingespeeld op genoemde veranderingen en vragen van marktpartijen. Het doel is om met een economische bril naar het toekomstperspectief van de Weesper binnenstad te kijken, zonder daarbij de leefbaarheid uit het oog te verliezen. De consument centraal Bezoekers zijn het meest waardevolle bezit voor het economisch functioneren van een centrumgebied. Een centrumgebied kan alleen blijven floreren als zij haar bezoekers weet te binden en nieuwe bezoekers weet aan
Hoofdstuk 1
te trekken. Hetgeen een (potentiele) bezoeker verlangt van de Weesper binnenstad geeft richting aan de uitwerking van het plan voor versterking van aanbod, beleving en profilering. Vanuit het Koopstromenonderzoek Randstad 2018, CBS gegevens en verschillende interactieve gesprekken met betrokken ondernemers, eigenaren en bewoners van de Weesper binnenstad zijn ingrediënten verzameld en kansen voor de binnenstad geformuleerd. Doelstelling De centrale doelstelling van de Economische visie binnenstad Weesp luidt:
Hoe ziet een toekomstbestendige Weesper binnenstad er uit? Subdoelen In de verdere uitwerking is specifiek aandacht besteed aan: De positionering van de Weesper binnenstad t.o.v. de omgeving Ontwikkelkansen van het aanbod voor vitaliteit & leefbaarheid Aanpak van de (langdurige) leegstand Samenwerking in ontwikkeling & profilering van de binnenstad
1.2 Aanpak & proces Aanpak op hoofdlijnen Verschillende analyses van trends en ontwikkelingen in vraag en aanbod liggen ten grondslag aan de Economische visie binnenstad Weesp. De resultaten zijn getoetst aan het vigerende beleid. In samenspraak met betrokken belanghebbenden zijn de belangrijkste opgaven bediscussieerd om tot een gedragen ambitiebeeld te komen. Vervolgens is dit vertaald
2
naar een ontwikkelingsstrategie en uitvoeringsagenda met concrete acties en maatregelen. Samenspraakproces De start van het proces om te komen tot de Economische visie vond plaats op 12 november 2018 met een bijeenkomst met de projectgroep. In de projectgroep waren de volgende beleidsvelden vertegenwoordigd: wonen, economie, openbare ruimte, beheer, infrastructuur, handhaving en communicatie. Met de projectgroep zijn de analyseresultaten, vervolgstappen en planning afgestemd. Op 22 januari 2019 vond een brede bijeenkomst plaats waar de eerste analyseresultaten werden gepresenteerd aan bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden in de binnenstad van Weesp. Vervolgens is in twee interactieve werksessies met een klankbordgroep, op 29 januari en 26 februari 2019, gediscussieerd over kansrijke doelgroepen, de ruimtelijk-functionele structuur en bereikbaarheid van de binnenstad (zie bijlage voor deelnemerslijst). Op 14 maart kwam de projectgroep voor de tweede keer bij elkaar om de stand van zaken te bespreken en waar nodig resultaten aan te vullen of bij te sturen voor nadere uitwerking. Dinsdag 23 april vond de presentatie van het concept Economische visie plaats aan een breed publiek om de resultaten terug te koppelen en waar nodig aan te vullen. Tot en met 26 april is de kans geboden om opmerkingen en aanvullingen mondeling dan wel schriftelijk aan te leveren.
Deze zijn verwerkt tot dit definitieve concept Economische visie binnenstad Weesp, dat vervolgens formeel ter inzage wordt aangeboden gevolgd door de bestuurlijke besluitvorming.
Hoofdstuk 1
1.3 Conclusies samengevat Bestaande structuur versterken De bestaande ruimtelijke en functionele structuur van de Weesper binnenstad blijft richting de toekomst relevant. Het consumentenpotentieel neemt met de ontwikkeling van de Bloemendalerpolder toe en ook op gebied van (water)recreatie en toerisme liggen er kansen om de structuur te versterken, zowel qua aanbodmix als in ruimtelijke kwaliteit en verbindingen (m.n. te voet, per fiets en over het water). Het ‘rondje Weesp’ blijft naar de toekomst toe de concentratie om te winkelen én te verblijven. De aanloopstraten kennen een gemengder profiel, met een accent op boodschappen aan de Achtergracht. Kernkwaliteiten Weesper binnenstad In de Economische visie binnenstad Weesp is een viertal kernkwaliteiten onderscheiden waarmee de Weesper binnenstad zich kan onderscheiden van omliggende centrumgebieden, te weten: 1. Historie: De rijke historie van de Weesper binnenstad, zichtbaar in de bebouwing en verschillende monumenten, vormt het DNA en de identiteit om uit te dragen. 2. Kleinschaligheid: De kracht van de Weesper binnenstad ligt in haar kleinschalige en overzichtelijke karakter. 3. Zelfstandig ondernemerschap: ‘Couleur locale’ maakt het aanbod in de binnenstad uniek en onderscheidend. 4. Water: De Vecht en grachten nemen een belangrijke plek in, in de binnenstad en de verbinding met het achterland.
3
Opgaven functioneel en ruimtelijk Om de Weesper binnenstad economisch te versterken is een viertal hoofdopgaven onderscheiden. Deze opgaven hebben een duidelijke link met elkaar en integrale aanpak zal dan ook een multiplier effect hebben. De focus gaat uit naar: A. De identiteit van de Weesper binnenstad stevig opbouwen door ‘het verhaal van Weesp’ met de betrokken belanghebbenden gezamenlijk aan te scherpen en ook gezamenlijk uit te dragen (online & offline); B. Aanbod versterken tot een passende functiemix van winkels, horeca, diensten, ambachten, cultuur en evenementen die aansluiten bij ‘het verhaal van Weesp’ en de onderscheiden kansrijke doelgroepen, met prioriteit bij versterking en concentratie van ‘het rondje van Weesp’; C. Impuls geven aan de verblijfskwaliteit waardoor bezoekers meer reden hebben om langer te blijven én om terug te komen, met prioriteit voor uitwerking van ‘het hart van Weesp’ (kruising Slijkstraat/Nieuwstraat), de entrees, aanlichten van historische gevels en toevoegen van groen/kleur; D. Verbindingen realiseren binnen de binnenstad en vooral met de directe omgeving (o.a. station, Vecht, Fort Ossenmarkt) en aanvullend met logische en uitnodigende wandel-, fiets- en vaarroutes door Weesp.
Kansrijke doelgroepen voor een levendige binnenstad Op basis van analyse, trends, ontwikkelingen en samenspraak met betrokkenen zijn de volgende kansrijke doelgroepen geïdentificeerd: Eigen inwoners: als kurk voor het economisch functioneren van de binnenstad en ambassadeurs van Weesp, met aandacht voor de jongeren als consument van de toekomst;
Hoofdstuk 1
Jonge, stedelijke gezinnen: een doelgroep die groeit door de ontwikkeling van de Bloemendalerpolder en die kansen biedt voor verlevendiging van de binnenstad; Cultuur minnende toeristen & overloop uit Amsterdam: eveneens een groeiende doelgroep in Weesp en omgeving, vooral gericht op kleinschaligheid, waarbij de locatie onder de rook van Amsterdam ideaal is en de cultuurhistorie van Weesp een aangename verblijfsplaats biedt. Waterrecreanten: van belang tijdens het vaarseizoen is deze doelgroep op zoek naar een één- of meerdaags verblijf, waar er overdag en ’s avonds wat te doen moet zijn qua winkelen, eten & drinken, events, cultuurbezoek, met een link naar het water.
Ontwikkelingsstrategie voor realisatie uitvoeringsagenda Versterking van de Weesper binnenstad vraagt om professionele samenwerking met betrokken partners, met name de ‘gouden driehoek’ van gemeente, ondernemers en pandeigenaren. Om de opgestelde uitvoeringsagenda uit te voeren, is zodoende een ontwikkelstrategie in twee fasen uitgewerkt. Fase 1 is een intensieve periode van circa 10 maanden waarin een centrummanager wordt aangetrokken en aan de slag gaat met een lokaal ‘team Centrummanagement’, om de samenwerking een impuls te geven. Het team Centrummanagement bestaat in ieder geval uit betrokken ondernemers, eigenaren, gemeente en Weesp marketing. Dit team prioriteert de beoogde acties en maatregelen en gaat daarmee aan de slag. Met name de uitwerking van ‘het verhaal van Weesp’ en vertaling in online en offline middelen en activiteiten vraagt inzet en afstemming. Door de identiteit sterk uit te dragen wordt een wenkend perspectief geboden aan passende, potentiele nieuwe ondernemers
4
en initiatieven, evenals energie opgewekt met de zittende ondernemers, om de kansen in de Weesper binnenstad te benutten. Gezien de ontwikkelingen heeft een sterke samenwerking van betrokken partijen prioriteit om impact te hebben en sturing te geven aan de beoogde ontwikkelingsrichting. Ruimtelijk gaat in deze fase de aandacht uit naar de korte termijn haalbare resultaten die een zichtbare invloed hebben. Vervolgens wordt in fase 2 gewerkt aan doorontwikkeling van de samenwerking in professioneel centrummanagement, binnen een model dat Weesp past en tot zichtbare resultaten leidt.
1.4 Leeswijzer 1. 2. 3. 4. 5.
Vertreksituatie binnenstad Weesp Visie op Binnenstad Weesp Ontwikkelingsstrategie Uitvoeringsagenda op hoofdlijnen Bijlagen met analyseresultaten
Hoofdstuk 1
5
2.
VERTREKSITUATIE WEESPER BINNENSTAD 2.1 Inleiding De uitgevoerde analyses van aanbod, vraag, koopstromen, beleid, trends en ontwikkelingen vormen de vertreksituatie, van waaruit de opgaven voor de Weesper binnenstad zijn geformuleerd. De analyseresultaten zijn tijdens verschillende interactieve sessies getoetst en aangevuld met input voor uitwerking van het plan. In dit hoofdstuk is de vertreksituatie samengevat. In de bijlagen zijn uitgebreidere analyses opgenomen.
recreanten en verblijfstoeristen hun weg naar de historische binnenstad, gelegen aan het water en onder de rook van Amsterdam. Veranderend consumentengedrag Met de demografische en technologische ontwikkelingen verandert het consumentengedrag significant. Een zichtbare trend is dat de behoefte van de hedendaagse consument verschuift van producten naar diensten. Door de vrijwel continue beschikking over internet via mobiele telefoons zijn consumenten goed geïnformeerd. De trend van online winkelen heeft zich in de afgelopen jaren doorgezet, zo laat ook het Koopstromenonderzoek Randstad 2018 (KSO2018) zien. De inwoners van gemeente Weesp besteden 28% voor niet-dagelijkse artikelen online in 2018. In 2016 was dat nog 24%.
2.2 Relevante trends & ontwikkelingen Demografische transitie en ontwikkelingen Het consumentenpotentieel voor de Weesper binnenstad is in aard en omvang aan verandering onderhevig. Zo groeit de gemeente Weesp in de komende jaren door ontwikkeling van de Bloemendalerpolder en de toenemende druk vanuit Amsterdam. Naast de trek van stedelijke gezinnen naar Weesp is eveneens sprake van vergrijzing. Daarbij neemt de mobiliteit toe door opkomst van de e-bike, evenals de behoefte aan beleving. In binnenstedelijke gebieden is verder sprake van gezinsverdunning, zo ook in Weesp. Binnensteden hebben een hoog percentage eenpersoonshuishoudens. De vraag naar wonen in de binnenstad neemt ook in Weesp toe, variërend van starters op de woningmarkt tot (actieve) senioren. Een woonplek dichtbij voorzieningen trekt aan, mits er ook groene verblijfsruimte is voor ontspanning. Aanvullend op bewoners vinden ook steeds meer
Hoofdstuk 2
6
Belevingswaarde bij recreatief shoppen Voor daadwerkelijk bezoek aan winkelgebieden worden service, persoonlijke aandacht en beleving steeds relevanter. Belevingswaarde wordt ook gecreëerd door hergebruik van cultureel erfgoed. De consument is daarbij mobiel en bereid om grotere afstanden af te leggen. Ging het voorheen om een top 25 van belangrijkste binnensteden, het KSO2018 wijst uit dat er een ontwikkeling plaatsvindt naar een landelijke top 10. Boodschappen doen met gemak & comfort Anderzijds doen de boodschappencentra op dorps-, buurt- en wijkniveau het goed, met name als zij inspelen op gemak en comfort. Ook voor de dagelijkse boodschappen neemt het aandeel online toe, maar in minder sterke mate als voor niet-dagelijkse artikelen. Betekenis trends & ontwikkelingen voor Weesp Het recreatieve winkelaanbod om te ‘kijken en vergelijken’ neemt in kleinere binnensteden, zoals Weesp, in aantal en omvang af. Deze centrumgebieden verkleuren naar een meer gemengd klimaat met een sterkere mix van horeca, diensten, cultuur, ambachten, bedrijvigheid én in toenemende mate wonen. Niet alleen de functies mengen binnen een gebied, blurring van winkels met horeca, diensten, ambachten of cultuur doet grenzen binnen functies vervagen. Bezoek aan de binnenstad van Weesp door lokale en regionale consumenten gebeurt steeds vaker voor een efficiënte boodschap.
Het belang van bereikbaarheid, gemak en comfort nemen daardoor toe. Aanvullend kent Weesp een groeiend aantal toeristische en recreatieve bezoekers aan de binnenstad, gerelateerd aan de Vecht, de cultuurhistorie en ligging ten opzichte van Amsterdam. De vestiging van een proeflokaal van brouwerij Wispe in de Sint-Laurentiuskerk speelt in op deze trend.
Hoofdstuk 2
Winkelaanbod binnenstad nader bekeken Op basis van beschikbare gegevens uit het Koopstromenonderzoek komt naar voren dat de dagelijkse boodschappensector in de Weesper binnenstad goed functioneert. Daarbij is er een initiatief voor een extra supermarkt in het discountsegment, wat een aanvulling betekent op het aanwezige aanbod en de trekkracht van de Weesper binnenstad voor boodschappen versterkt. De niet-dagelijkse, meer recreatieve sector staat economisch onder druk, in lijn met landelijke trends en ontwikkelingen. De Weesper binnenstad kent een hoog aandeel zelfstandig ondernemers, wat de binnenstad een eigen identiteit geeft. Daarbij biedt de groei van het consumentendraagvlak wel potentie voor verbetering van het functioneren van bestaand aanbod. Qua inkomensniveau laat de gemeente Weesp een wisselend beeld zien. De binnenstad en (toekomstige) Bloemendalerpolder kennen een bovengemiddeld niveau ten opzichte van de regio, voor de rest van de gemeente is het inkomensniveau beneden regionaal. Naar de toekomst toe blijft er naar verwachting een behoefte aan aanbod in zowel budget (o.a. Wibra) als ook hoger segment (o.a. speciaalzaken).
Voor Weesp ligt de nadruk qua versterking van recreatief aanbod op het kernwinkelgebied ofwel ‘het rondje van Weesp’, waarbij functiemenging van bijvoorbeeld winkel, diensten en horeca, naast een uniek aanbod richting klanten, ook een brede(re) basis voor ondernemen biedt. Horeca-aanbod binnenstad nader bekeken Het horeca aanbod in de Weesper binnenstad is in lijn met landelijke trends gegroeid van 20 in 2014 tot 26 in 2018 (33%). Het economisch functioneren van de horeca is op basis van beschikbare databronnen niet op dezelfde manier te benaderen als voor het winkelaanbod. Wel geeft de benchmark met binnensteden van vergelijkbare omvang aan dat Weesp
7
veel horeca aanbod heeft (+33%). Dit is een meer kwantitatieve benadering. Vanuit het vigerende beleid is het bestemmingsplan Stedelijk Gebied leidend in het aantal horecagelegenheden en het toekennen van terrassen. Op kwalitatief niveau biedt Weesp naar de toekomst nog ruimte voor horeca meer gericht op de kansrijke doelgroepen van stedelijke gezinnen en toeristisch-recreatieve bezoekers. Wat wordt verstaan onder kwaliteitshoreca? Horeca die qua menukeuze, productkwaliteit, inrichting, uitstraling en/of profilering onderscheidend is en aansluit bij de vraag van de kansrijke doelgroepen voor Weesp. Functiemix en onderlinge relaties Voor een toekomstbestendige binnenstad is een sterke mix van functies van belang. Naast aanvullende kwalitatieve horeca gaat het om bijvoorbeeld dienstverlening (o.a. zakelijk, gezondheid), ambachtelijke bedrijvigheid, kunst & cultuur of webwinkels op zoek naar een etalagefunctie. Ook versterking van onderlinge relaties verbetert het toekomstperspectief (bijvoorbeeld afstemming van openingstijden, combi-deals of spaaracties). Een sterke mix van functies geeft meer bedrijvigheid en verschillende mogelijkheden voor combinatiebezoeken aan de binnenstad. Woonfunctie binnenstad biedt kansen Versterken van de woonfunctie biedt kansen, onder andere wonen boven winkels. Binnenstedelijk wonen is populair.
Daarbij verbetert wonen boven winkels niet alleen het rendement op vastgoed, het heeft ook een positief effect op de levendigheid en sociale controle in de avonduren. Een andere mogelijkheid is transformatie van bedrijfspanden naar wonen, dat is echter niet wenselijk binnen het ‘rondje van Weesp’ (kernwinkelgebied) om daar