Bijlage 1 bij RIB 2021 145 -Talent Primair
Tekst van het document
Het afgelopen jaar hebben we er rond de 60. Daarbij komen dan ook nog een groot aantal onderwijsassistenten, momenteel 40. Ten aanzien van het inzetten van stagiaires werken we nauw samen met de Hogeschool Utrecht en Instituut Theo Thijssen.
27
Gecertificeerde opleidingsscholen (10)
Zuidwend, Godelindeschool, Graaf Floris, Triangel, OBB, Bijvanck, OBS de Ploeg, Kamperfoelieschool, Curtevenne en 2e Montessorischool
Kandidaat gecertificeerde opleidingsscholen (1)
Koningin Emma
Opleidingsscholen (14)
Hobbedob, Tweemaster, Catamaran, Linde, PC Hooft, Vinkenbaan, Comeniusschool, Sterrenwachter, Dr. Maria, Gouden Kraal, Larense Montessorischool, Mr Kremer, Sterrenwachter Hilversum, BMS
Zij-instroom In 2020 hebben wij met 70 geïnteresseerden gesprekken gevoerd. Het zware traject is uiteindelijk maar door een klein aantal van de kandidaten haalbaar. Daarnaast konden kandidaten in 2020 door Corona moeilijk contacten leggen met de scholen. Het effect daarvan is dat de belangrijke match veelal niet gemaakt kon worden. Momenteel zijn er zeven zij-instromers binnen Talent Primair actief. De eerste twee zij-instromers zijn het afgelopen jaar afgestudeerd. In 2020 zijn drie nieuwe zij-instromers gestart. We ondersteunen naast de persoonlijke begeleiding op school ook bovenschools doordat naast de overheidssubsidie van € 20.000 eenmalig een bedrag van € 5.000 per zij-instromer beschikbaar wordt gesteld. In 2020 is het uitbetalen van 0,1 FTE voor studie ingeregeld. Vanuit Talent Primair neemt het hoofd P&O deel aan de werkgroep zij-instroom van Transvita. In deze werkgroep zijn verschillende besturen en ook de Marnix Academie en HU vertegenwoordigd. Vanuit deze samenwerking is uit de RAP subsidie voor aanvullende ondersteuning van de zij-instromer € 7.500 per zij-instromer beschikbaar gekomen. Leeftijdsverdeling Talent Primair is een organisatie met relatief hoge gemiddelde leeftijd. In oktober 2019 was ongeveer 29% van alle medewerkers 55 jaar en ouder. Dit is ongeveer 3 procentpunt boven het landelijk gemiddelde.
Daardoor is er de komende jaren is een relatief hoge natuurlijke uitstroom van AOW-gerechtigde medewerkers te zien. We anticiperen hierop door tijdens de jaarlijkse gesprekken te inventariseren welke wensen bij onze medewerkers leven. Daarnaast zetten we in op goede inzet van werving en selectiemogelijkheden, optimale ondersteuning bieden aan nieuwe medewerkers, benutten van de (zij-)instroomregelingen, professionalisering en in alle andere facetten personeel te binden, boeien en stimuleren. Ziekteverzuim Ons verzuimpercentage lag in 2020 gemiddeld op 6,6%. Dat is fors hoger dan het landelijk gemiddelde van 5,8% over 2019 (Eindrapportage Verzuimonderzoek PO en VO 2019). De cijfers binnen het onderwijs voor 2020 zijn nog niet vastgesteld. De verwachting is wel dat het verzuim ook landelijk gestegen is ten opzichte van 2019. Het hoge verzuimpercentage is met name gerelateerd aan langdurig verzuimende medewerkers. In 2020 is onze indruk dat het korte en middellange verzuim met 2,1% en de meldingsfrequentie met 0,73% blijvend laag te noemen is. De redenen van langdurig ziekteverzuim zijn met name fysieke klachten, inclusief langdurig corona gerelateerde herstelperiode en ook werk-privé gerelateerde klachten. 28
We zoeken onze sturingskracht op preventie en op het zorgvuldig en effectief inrichten van het re-integratietraject passend bij de beperkingen en klachten van de medewerkers. Dat doen we in samenwerking met de bedrijfsarts. Doelgroepenbeleid We kijken samen naar de wensen van onze schooldirecties en werknemers ten aanzien van duurzame inzetbaarheid. Onze directeuren hebben we geïnformeerd over de mogelijkheden rond duurzame inzetbaarheid tijdens alle levensfases van de medewerkers. We hebben pensioen informatiebijeenkomsten georganiseerd. We bereiden een onderzoek naar kosten baten van duurzame inzetbaarheid voor via de KOBA DI tool. Ter ondersteuning van duurzame inzetbaarheid bieden wij het volgen van loopbaantrajecten in de Talent Academie aan. Medewerkers wordt de mogelijkheid geboden om op een fiscaal aantrekkelijke manier producten gericht op vitaliteit aan te schaffen.
3.4 Werkdrukmiddelen en uitkering na ontslag In deze paragraaf staan we stil bij de manier waarop onze scholen hun werkdrukmiddelen inzetten. Ook benoemen we in deze paragraaf de mogelijke risico’s die we lopen dat mensen na ontslag in de ww terecht komen. Inzet werkdrukmiddelen De in 2020 van de Rijksoverheid ontvangen middelen ten behoeve van verlaging van de werkdruk zijn aan de scholen ter beschikking gesteld. De scholen hebben binnen de eigen teams gesproken over verdeling van de middelen. Dit is ook continu onderwerp van gesprek tijdens het werkverdelingsplan op de scholen. Inzet van de middelen werd door het college van bestuur tijdens de kwaliteitsgesprekken met de verschillende schoolleiders besproken en geëvalueerd. Hieruit kwam naar voren dat het werkverdelingsplan en inzet van de werkdrukmiddelen een positief effect op de beleefde werkdruk heeft. Deze deelbudgetten zijn overigens goedgekeurd via de MR geledingen van onze scholen. In onderstaande tabel laten we zien op welke manier de werkdrukmiddelen 2020-2021 worden ingezet. Tabel 9: Inzet werkdrukmiddelen per school inzet werkdruk gelden per school 20/21 bedrag p/lln
243,86 aantal lln
bedrag
onderwijs ass
extra IB ondersteuning
Kon Emma
379
92.423
77.500
LMS
251
61.209
27.000
Hobbedob
154
37.554
14.495
Godelinde
617
150.462
36.500
Comenius
73
17.802
Ploeg Vinkenbaan+P C
187
45.602
27.000
178
43.407
14.000
Sterr/Hsum
85
20.728
Sterr/L'Drecht
175
42.676
12.000
12.000
18.676
Zuidwend
210
51.210
3.500
13.167
34.543
vakleerkracht*
overige 14.923
17.000 15.000
16.000
1.209
15.894
7.165
33.462
65.500 17.802
13.000
5.602 20.600
8.807
20.728
29
Curtevenne
198
48.284
41.000
Dr. Maria
321
78.279
8.000
0
2e Montes.
202
49.260
7.500
16.000
25.760
Graaf Floris
204
49.747
6.000
36.000
7.747
Triangel
220
53.649
21.743
Kamperfoelie Meester Kremer
89
21.704
21.161
121
29.507
27.225
2.282
Tweemaster
70
17.070
7.000
10.070
Byvanck
187
45.601
28.724
OBB
436
106.323
18.000
Catamaran
85
20.728
7.000
13.728
Linde
126
30.726
18.000
12.726
Gouden Kraal
145
35.360
23.000
BMS**
282
68.769
16.000
52.769
Totaal
4995
1.218.080
462.348
100
38,0
% aandeel
7.284 70.279 0
31.906 543
10.000
14.000
2.877
16.265
62.058
6.500
5.860
205.664
188.134
361.934
16,9
15,4
29,7
Uit de tabel is af te lezen dat de werkdrukmiddelen overwegend worden ingezet om extra personeel te bekostigen. Uitkeringen na ontslag In 2020 had Talent Primair een lage instroom in de WW. Voor medewerkers die op initiatief van Talent Primair uit dienst zijn gegaan is een vergoedingsverzoek bij het Participatiefonds ingediend en toegekend. We verwachten dat een van de vergoedingsverzoeken niet wordt toegekend door het participatiefonds. In dat geval zal Talent Primair versterkt inzetten op re-integratie van deze ex-medewerker.
3.5 Huisvesting & facilitaire zaken De scholen zijn de uithangborden van onze organisatie. Sinds 2015 zijn de scholen ten aanzien van de investeringen in gebouwen niet meer volledig afhankelijk van gemeentebeleid. Onze doelstelling is en blijft te zorgen voor scholen met een gezond binnenklimaat, duurzame en volledig op de onderwijs-eisen aangepaste, flexibele gebouwen. Opwekking van duurzame energie door bijvoorbeeld zonnepanelen wordt in de plannen rondom de gebouwen met de gemeenten uiteraard meegenomen. Talent Primair onderschrijft de diversiteit van de onderwijskundige concepten volledig en zal in de komende vier jaren nog sterker inzetten op het verbeteren van de huisvesting en voorzieningen. Hiervoor hebben we in 2020 een eigen Strategisch Integraal Huisvestingsplan op laten stellen. Talent Primair wil nadrukkelijk partner zijn in het huisvestingsbeleid van de gemeenten. Talent Primair wil dus haar schoolgebouwen steeds flexibeler (ver-)bouwen, inzetten en afstemmen op onderwijsconcepten, bevolkingskrimp/ - groei en de omslag naar een professionele leergemeenschap. Het gebouw dient ondersteunend te worden gemaakt aan onderwijsdoelen, in plaats van het als voldongen feit te aanvaarden. Groot en klein onderhoud Vanuit het MJOP worden jaarlijks na inspectie jaarplannen opgesteld voor onderhoudswerkzaamheden en in de begroting opgenomen.
Tijdens deze inspectie worden ook de punten uit de risico-inventarisatie en evaluatie jaarlijks meegenomen en worden ook de speeltoestellen gekeurd op veiligheid.
30
Duurzaamheid & maatschappelijk verantwoord ondernemen De duurzaamheidsopgave voor onderwijsgebouwen wordt steeds groter. Bij sommige van de gebouwen van Talent Primair wordt het een echte uitdaging om daar de verduurzaming goed gestalte te geven. Exemplarisch daarvoor is het gebouw van de Larense Montessorischool. Dit is een prachtig monumentaal pand waar de bouwkundige of duurzaamheidsaanpassingen niet eenvoudig zijn aan te brengen. In het Strategisch Integraal Huisvestingsplan van Talent Primair staan de plannen uitvoerig beschreven. Tabel 10: Ontwikkeling integraal huisvestingsplan en de MOP Verbeteronderwerp
Doel
Evaluatie
Meer inzicht en regie krijgen op de ontwikkelingen binnen de portefeuille huisvesting
Er is een integraal huisvestingsplan (IHP) gemaakt. Alle scholen zijn bezocht en gebruikers zijn bevraagd op hun ervaringen, knelpunten en wensen mbt de onderwijshuisvesting.Dit IHP wordt doorgerekend om de kosten voor de aankomende jaren voor de huisvesting inzichtelijk te maken.
Het ontwikkelen van het integraal huisvestingsplan is in oktober 2019 gestart en is medio mei 2020 afgerond worden. Daarmee is dit doel behaald.
Het volgen van het MJOP is niet zo zeer een verbeterpunt, maar wel zo belangrijk dat we het hier toch op willen nemen.
Het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor de onderwijsgebouwen wordt gevolgd door een bouwkundige van Bureau Bos. Deze bouwkundige heeft contact met de afzonderlijke directeuren en ziet erop toe dat het MJOP uitgevoerd wordt. Hierdoor kan Talent Primair zijn gebouwen op het juiste peil houden
Het contact met de bouwkundige heeft plaatsgevonden. Deze persoon heeft dat weergegeven in het MJOP. Het MJOP is ook geëvalueerd.
ICT ICT had al een belangrijke plek in het jaarplan van Talent Primair. Het jaar 2020 heeft bewezen, dat we onverminderd door moeten gaan met investering in de hardware, software en vaardigheden van onze medewerkers. Onze leerlingen leven en werken in een wereld die ongewis is. Er zijn stemmen die spreken over een ‘disruptie’ van onze samenleving door nog nauwelijks voor te stellen technologische toepassingen van ICT. Daarnaast krijgen onze kinderen - nog meer dan wij - te maken met de uitdaging om onze aarde leefbaar te houden en in onderlinge vrede te blijven samenwonen. We investeren in ICT en digitale vaardigheden. We gaan daarop door. Een mooi voorbeeld daarvan is de leergang voor iCoach die 20 medewerkers incompany volgen. Wat is er bereikt in?: 2020Op alle scholen van Talent Primair kunnen de kinderen leren en werken in een digitale leeromgeving. Leerlingen hebben daar een actieve en participerende rol in. Ze werken steeds vaker samen aan opdrachten en gebruiken daarbij digitale hulpmiddelen voor het zoeken, delen en bewerken van informatie.
31
Kort gezegd: ICT is een katalysator bij het geven van uitdagend, aantrekkelijk, effectief en toekomstgericht onderwijs. Het ontwikkelen van digitale geletterdheid is een must. We leven in een technologische en door media gedreven omgeving waarin een overvloed aan informatie beschikbaar is. Afgelopen beleidsperiode stond ICT centraal en er is binnen onze organisatie al veel ontwikkeld. Maar de veranderingen in beschikbare technologische hulpmiddelen zijn groot. Dit vraagt om blijvend te investeren in de vaardigheden van ons personeel alsook in de materialen waar we mee werken. In onderstaande tabel is te lezen wat onze verbeterdoelen waren in 2021 en wat we bereikt hebben. Tabel 11: Doelen en resultaten jaarplan 2020 ICT Verbeteronderwerp
Doel
Evaluatie
Onderwijskundige inzet ICT
We hebben voldoende kennis en kunde van het middel ICT om het in te zetten
Doel overwegend gehaald. Op alle scholen zijn met de omschakeling naar thuisonderwijs en de doorontwikkeling naar afstandsonderwijs veel onderwijskundige ontwikkelingen geweest om ICT in te zetten om de inhoud van het onderwijs te versterken. De kinderen konden plaats- en tijdsonafhankelijk werken. Verder zijn de iCoaches nog belangrijker geworden en beter ingezet dan voorgaande jaren.
We verbeteren het onderwijs te en maken het plaats- en tijdsonafhankelijk.
Kennis en vaardigheden
Iedereen op school heeft competenties op het gebied van ICT om alle afgesproken activiteiten uit te kunnen voeren.
Dit doel is overwegend behaald. De medewerkers hebben veel geleerd. TP heeft ondersteund door het ontwikkelen van webinars en instructiefilmpjes en een website als sharepoint te ontwerpen. Er is ook ingezet op de doorontwikkeling van de kennis en vaardigheden van de medewerkers. Zo hebben we de vaardigheidsscan onder de medewerkers afgenomen om te checken waar er nog bijgestuurd kan worden op het gebied van scholing.
Kennis en vaardigheden
We omarmen digitale geletterdheid als onderdeel van ons curriculum.
Doel behaald. In dit coronajaar is het belang van 32
digitale geletterdheid nog duidelijker naar voren gekomen. ICT: Infrastructuur en hardware
Het netwerk en de infrastructuur werken zonder storingen, ICT voorzieningen binnen de scholen zijn betrouwbaar, kwalitatief van hoog niveau en in voldoende mate beschikbaar.
Doel behaald: De afgelopen jaren was hier al op geïnvesteerd. Dat heeft zich dit jaar uitbetaald. We zullen hier actief op moeten blijven en in blijven investeren.
Facilitair Voor de centrale inkoop en aanbesteding wordt Talent Primair bijgestaan door Contractables. Contractables zorgt ervoor dat de interne beheersing rondom inkoop voldoet aan de eisen gesteld in het onderwijsaccountantsprotocol, voert Europese en onderhandse aanbestedingen voor het bestuur uit en levert tools aan om uitgave te monitoren en budgetten te beheren.
33
4. Verantwoording financiën 4.1 Financiële beleidsplan en meerjarenbegroting Inleiding De gelden binnen onze stichting worden verdeeld op basis van de vastgestelde kaderstelling in het financiële beleidsplan. Hierin hebben we aangegeven op welke wijze deze gelden binnen de bestaande begrotingscyclus worden verdeeld. De financiële kaderstelling wordt elk jaar opnieuw beoordeeld en eventueel bijgesteld. Dit gebeurt in overleg met de betrokkenen van de scholen. De toegepaste verdelingssystematiek is op basis van de ‘brin=bron’-methode voor onze scholen, onder inhouding van de overhead en de gemeenschappelijke bovenschoolse kosten. De berekening voor de inhouding wordt toegelicht in de meerjarenbegroting. Allocatiebeleid Dagelijks maken we keuzes over de inzet van geld (en formatie) voor goed onderwijs. Het beschikbare budget speelt daarin een grote rol en is vaak zelfs leidend bij beslissingen. De beschikbare budgetten binnen de stichting worden bepaald door de rijksbekostiging en het allocatiebeleid (= de verdeling van middelen binnen de stichting). De rijksbekostiging is een gegeven; het stichtingsbrede allocatiebeleid is een keuze. Idealiter is het allocatiebeleid afgestemd op de benodigde middelen per school, zodat directeuren de juiste keuzes kunnen maken voor goed onderwijs.
In de praktijk worden de rijksmiddelen bij Talent Primair verdeeld over de scholen, overeenkomstig de berekening van de rijksbekostiging. Bovenschoolse kosten, overhead en gemeenschappelijke kosten Voor de financiering van bovenschoolse kosten dragen de scholen een percentage van hun rijksbekostiging af (afdrachtpercentage). Dit bijdragepercentage wordt jaarlijks vastgesteld in de begroting. Talent Primair heeft in de afgelopen jaren een gemiddelde overhead ad +/- 3%. De kosten voor de overhead zijn voornamelijk de kosten voor de huur van het pand en de salarissen van de medewerkers van het bestuursbureau. De gemeenschappelijke kosten zijn o.a.: de afschrijvingen, kosten voor het admininistratiekantoor, de accountantskosten, kosten voor PR, dotaties groot onderhoud, kosten voor representatie en overige activiteiten. De scholen krijgen op basis van de bovenstaande verdelingssystematiek een eigen budget toegewezen. De desbetreffende schooldirecteur is hier integraal voor verantwoordelijk. Uiteindelijk worden de budgetten beschikbaar gesteld na goedkeuring van het CvB. Bij de verdeling van deze middelen dient tevens de bestaande reserve van de school in acht te worden genomen. De scholen dienen 5% van hun totale jaarlijkse rijksinkomsten aan te houden als reserve. De
omvang hiervan wordt in het jaarverslag gepubliceerd.
34
4.2 Continuïteitsparagraaf Leerlingenaantallen De basis voor de bekostigingssystematiek zijn uiteraard het aantal leerlingen. In tabel 11 is het leerlingaantal van 2020 en de prognose voor de volgende jaren weergegeven. Tabel 12: Kengetallen (A1) Meerjaren ontwikkeling aantal lln en FTE’s
Verslagjaar
2020
Aantal leerlingen
4945
2021
2022
2023
4968
4985
4987
Toelichting Vooralsnog zien we een stabiele trend in de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Positief hierbij is de aansluiting van de Bussumse Montessorischool (BMS) bij Talent Primair in 2020. Dit heeft geleid tot een groei van 270 leerlingen. Verder is de verwachte groei van de PC Hooft van 125 naar 200 leerlingen opvallend. We gaan helaas afscheid nemen van de Tweemaster met 63 leerlingen. Mede gezien de omvang van deze school is er geen garantie dat de kwaliteit van het onderwijs nog kan worden gegarandeerd. De Tweemaster gaat samen met de andere school in Nigtevecht fuseren en komt daarmee onder het bestuur van Vechtstreek en Venen te vallen. Voor sommige scholen zijn we van de mening dat de profilering op deze scholen kan worden verbeterd. De focus op schoolprofilering heeft als doel om voldoende leerlingen aan te blijven trekken. Verdeling naar functies In tabel 13 worden de verschillende functies getoond verdeeld in de categorieën bestuur / management, onderwijzend personeel en onderwijsondersteunend personeel. Tabel 13: FTE verdeling naar functies Aantal FTE
Vorig jaar
Verslagjaar
2019
2020
2021
2022
2023
Bestuur / management
27,50
29,00
28,40
27,80
27,30
Onderwijzend personeel
266,50
271,60
279,50
268,90
268,60
Ondersteunend personeel
33,60
37,80
35,80
35,40
35,40
Totaal
327,60
338,40
343,70
332,10
331,30
De formatieve inzet is door de scholen zelf begroot, voor de komende jaren verwachten we hierbij een daling van met name de inzet op het OP personeel. De inzet op de bovenschoolse formatie blijft ongeveer 8.8 fte voor de komende jaren.
35
Meerjarenbegrotingen In tabel 14 is de begroting van 2020 afgezet tegen de realisatie van 2020. Voor de jaren erna zijn de begrotingen ook opgenomen. Wat hierin opvalt is, dat begroting van 2022 en 2023 positief zullen zijn. Dit komt door de toename van de rijksbijdragen. Tabel 14: Meerjarenbegrotingen ( A2) : exploitatiebegroting en meerjarenbalans Begroting
Realisatie Begroting Begroting Begroting Verschil 2020
2020
2020
2021
2022
2023
Realisatie<> begroting
Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten
27.868.129 30.157.681 31.231.829 31.297.840 31.708.503
2.289.552
196.638
153.397
170.000
144.198
144.198
-43.241
864.172
771.420
767.798
699.017
696.017
-92.752 0
Totaal baten
28.928.939 31.082.498 32.169.627 32.141.055 32.548.718
2.153.559
24.457.139 26.701.605 26.894.610 26.267.781 26.717.053
2.244.466
Lasten Personele lasten Afschrijvingen
655.502
721.193
788.185
831.637
814.114
65.691
Huisvestingslasten
2.526.538
2.531.464
2.678.960
2.689.229
2.699.460
4.926
Overige lasten
2.173.680
2.388.154
2.310.468
2.166.182
2.165.482
214.474
Totaal lasten
29.812.859 32.342.416 32.672.223 31.954.829 32.396.109
2.529.557 0
Saldo baten en lasten
-883.920
-1.259.918
-502.596
186.226
152.609
-375.998 0
Totaal fin. baten en lasten
0
-925
-925 0
Totaal resultaat
-883.920
-1.260.843
-502.596
186.226
152.609
-376.923
36
Meerjarenbalans In tabel 15 is de meerjarenbalans van 2020 afgezet tegen de jaren erna tot 2023. Tabel 15: Meerjaren balans
Verslagjaar 2020
2021
2022
2023
4.721.426
4.783.426
4.802.426
4.838.426
4.721.426
4.783.426
4.802.426
4.838.426
1.811.725
1.900.000
1.900.000
1.900.000
Liquide middelen
4.005.554
3.377.753
3.613.753
4.214.753
Totaal vlottende activa
5.817.279
5.277.753
5.513.753
6.114.753
10.538.705
10.061.179
10.316.179
10.953.179
5.797.677 1.599.525
5.297.677 1.654.525
5.647.677 1.594.525
5.997.677
LANGLOPENDE SCHULDEN
243.977
208.977
173.977
1.916.525 138.977
KORTLOPENDE SCHULDEN
2.897.526
2.900.000
2.900.000
2.900.000
TOTAAL PASSIVA
10.538.705
10.061.179
10.316.179
10.953.179
ACTIVA VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Vorderingen Kortlopende effecten
TOTAAL ACTIVA PASSIVA EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Bestemmingsreserves Overige reserves en fondsen Totaal eigen vermogen VOORZIENINGEN
Toelichting meerjaren balans Zoals in een eerder stadium is aangegeven zijn de effecten van het wegvallen van de jaarlijkse vordering op het rijk en de verwachte wijzigingen MOP in 2023 nog niet meegenomen in bovenstaande balansen. Overigens verwachten we hierdoor geen nadelige effecten op het kassaldo, maar wel wijzigingen in de samenstelling van het vermogen. Door de toetreding van de BMS is de vermogenspositie van Talent primair verbeterd. Aan de activa kant zien we dat door de jaarlijkse afschrijvingen en investering de huidige materiële omvang enigszins in evenwicht blijft voor de komende jaren. We streven er tevens naar in de komende jaren om het liquiditeitssaldo te alloceren op +/- 4 miljoen, dit ook met het oog voor de mogelijke opvang van aanvullende risico’s met name in de personele uitgaven. Voor de komende jaren willen we tevens positief gaan begroten met een minimaal positief exploitatie overschot ad 3.5 ton per jaar, ter versterking van onze vermogenspositie. Thans is er sprake van een ‘bovenmatig eigen vermogen conform de laatste richtlijnen Ministerie van OCW ’verantwoording & afbouw bovenmatige reserves’. 37
Noot In de balanscijfers is geen rekening gehouden met de nog te ontvangen NOP gelden. In de exploitatie zijn de corona gelden, lees inkomsten opgenomen in de realisatie 2020 ad. 94.950 Werking van het risico- en beheersingssysteem (B1) In 2020 hebben we onze interne risicoanalyse opnieuw uitgevoerd op de bovenstaande domeinen. De grootste risico’s bevinden zich met name in het domein personeel. Talent primair is eigen risicodrager geworden het ziekteverzuim. Hier zien we een toename van de kosten door het oplopend verzuim. Na analyse blijkt de verklaring met name te zitten in het hoge langdurige verzuim. Risico’s en risicobeheersing (B2) Om de toekomstige risico’s voor Talent Primair in beeld te brengen is er een opstelling gemaakt van de grootste risico’s voor de stichting en er een maatregel bij benoemd. Talent Primair heeft die risico-inventarisatie uitgevoerd met het doel de risico’s die op de organisatie afkomen in kaart te brengen en hieraan een actie te verbinden. In de onderstaande tabel hebben wij de risico’s benoemd en in geld uitgedrukt. Daarnaast is het erg belangrijk om te weten hoe groot de kans is dat het risico zich voordoet en wat de impact is voor onze organisatie. Dit is uitgedrukt in een vijfpuntsschaal, kans x effect: 1. Zeer klein 2. Klein 3. Gemiddeld 4. Groot 5. Zeer groot : Het risico wordt berekend uit de formule effecten x kans.
Bij ieder risico heeft Talent Primair een maatregel benoemd om de genoemde risico’s de baas te blijven. Accepteren (A) : Talent Primair kan weinig invloed uitoefenen en accepteert het risico. Beheersen (B) : Talent Primair stelt een beheersplan op voor de genoemde risico’s zodat zij voorbereid is op het moment dat risico’s werkelijkheid worden. Om risico’s te kunnen beheersen moet er voldoende buffer zijn in het eigen vermogen om klappen op te kunnen vangen. Tabel 16: Risicoanalyse naar domein Risicodomein
E F F E C T
K R A I N S S I C O
A Opmerkingen / B
Financiële dekking
Leerlingen domein: instroom & uitstroom (on) tevredenheid ouders, lln, inkomsten financiering
In dit domein achter wij de risico’s gering . In de MJ begroting laten wij ons bovendien leiden door de financiering (T-1)
(1) Risicofactoren onderwijskundig Kwaliteit
Toelichting
3 3 9
totaal
140.000
B Aandachts-
€ 20.000
Er worden interne en 38
onderwijskundig beleid
scholen zijn in beeld en actieplannen opgesteld. De schoolplannen worden gemonitord. Elke school legt verantwoording af in de kwaliteitszorgcycl us.
externe audits uitgevoerd, interne en externe deskundigen begeleiden de aandachtsscholen.
Onderwijskundige vernieuwingen
3 1 3
B Als speerpunt opgenomen in jaarplan
€ 20.000
Dit is een onderdeel van het koersplan en een van onze ambities om hier meer mee te gaan doen
Kwaliteitskaart inspectie
3 1 3
B In 2020 hebben op 1 na alle scholen basistoezicht. Er is een verbetertraject opgestart op de school die onvoldoende is.
€0
De indicatoren die inspectie hanteert worden als voldoende beoordeeld.
Zorgbreedte
3 2 6
B Toenemende zorg
€ 100.000
Risico’s ten gevolge van Passend Onderwijs
Gemiddeld risico
5,25
(2) Risicofactoren personeel
640.000
Werving
3 3 9
B Krapte op arbeidsmarkt
€ 50.000
Opgenomen in het jaarplan
Ziekteverzuim
4 4 1 6
B 2020 ziekteverzuim 7,9%
€ 150.000
Extra inzet ARBO, inzetbaarheidscoach en duurzaam personeelsbeleid
Wachtgeldrisico
3 2 6
B Risico’s zijn gedekt maar altijd aanwezig
€ 100.000
Het risico op (verplichte) herbenoeming van wachtgelders wordt bij ontslag in de regel op voorhand gedekt. Dat geldt ook voor het risico dat wachtgelders voor rekening van bevoegd gezag komen. Ziekmelding binnen vier weken na ontslag blijft een onvoorzien en mogelijk risico.
Deskundigheid / scholing
1 2 2
B Incidenteel bij problematiek op school
€ 40.000
Is het personeel voldoende toegerust voor de gestelde taken? Niet op alle 39
scholen is een professionaliseringsplan . Tevredenheid medewerkers
1 1 1
B 2020 niet afgenomen.
€0
Tevredenheid bij de medewerkers verlaagt het risico op ongewenst personeelsverloop.
Werkdruk
3 2 6
B Blijvend risico.
€0
Dit onderdeel wordt afgedekt met de werkdrukmiddelen. De inzet wordt bepaald door de teams en goedgekeurd door de MR.
Arbeidsconflict
4 2 8
B Risico is altijd aanwezig
€ 300.000
Risico op arbeidsconflicten en de kosten voor juridische ondersteuning, outplacement, transitievergoeding.
Gemiddeld risico
6,86
(3) Risicofactoren huisvesting en inventaris
Totaal
395.000
Achterstallig / uitgesteld onderhoud
2 2 4
B MJOP wordt jaarlijks herzien
€0
Voldoende dekking voor uitvoering van MJOP.
Gevraagde investering ventilatie en energetische voorzieningen
3 3 9
B De ventilatie op de scholen is in kaart gebracht. Aanpassingen worden in overleg met de gemeente gedaan.
200.000
De gevraagde investeringen in energetische voorzieningen en ventilatie nemen steeds meer toe.
Gemiddelde ouderdom inventaris
3 1 3
B Te lang niet of te weinig geïnvesteerd.
€ 100.000
De staat van het huidige meubilair is op sommige scholen verouderd.
ICT: voorzieningen
4 1 4
B Geen risico op dit moment. Moet wel goed bijgehouden worden
€ 20.000
In 2020 is noodzakelijk gebleken dat dit onderdeel goed begroot en bijgehouden moet worden.
ICT: Stabilitet (incl. cybersecurity)
4 1 4
B Goede SLA met beheerder (cloudwise)
ICT: Veiligheid
4 2 8
A Geen verzekering afgesloten, risico uit eigen dekking
€ 75.000
De risico’s van veiligheidslekken in het ICT-systeem, met lekken van informatie als gevolg.
40
ICT: Kwaliteit
4 1 4
Gemiddeld risico
A Contract met Cloudwise
€0
5,14
(4) Risicofactoren financiën
250.000
Kwaliteitsbeleid
4 1 4
B Is in orde
€0
Er wordt gewerkt met een duidelijke P&Ccyclus.
Kwaliteit medewerkers
4 1 4
B De PSA dient nog verder te worden uitgebouwd.
€0
Er is minder additionele administratieve ondersteuning nodig. Er wordt dus geen financieel risico verwacht, dat we niet in de begroting kunnen opvangen of verwerken.
Kwaliteit van de administratieve organisatie
2 2 4
B Is voldoende
€0
Er is een goede interne controle, die fouten en fraude voorkomt.
Instabiliteit bekostiging
4 3 1 2
A Buffer in eigen vermogen - 1% van totale bekostiging
€ 250.000
In de toekomst is er sprake van onzekerheid t.a.v. substantiële inkomsten t.b.v. onderwijs. De bekostiging wordt in 2023 aangepast en dit heeft negatieve financiële gevolgen voor Talent Primair.
Gemiddeld risico
6,0
Eindtotaal risico’s
Samenvatting risico’s: 1. Onderwijskundige 2. Personele 3. Huisvesting 4. Financiële
1.425.000
140.000 640.000 395.000 250.000
De ingeschatte risico’s bedragen in totaal 1.425.000. We beschikken thans over voldoende kasmiddelen om deze risico’s te kunnen opvangen, naast de benodigde gelden voor de transactie kas en toekomstige investeringen. Bovendien is ons percentage weerstandsniveau, benchmark gerelateerd, op voldoende niveau bij >20%. Verder achten we onze beheerprocessen van voldoende kwaliteit, waardoor de zaken snel en goed worden opgepakt. Voor de komende jaren verwachten we overigens een teruggang in de gemiddelde inkomsten per school door de herwaardering rijk o.b.v. de bijstelling vergoedingen GGL. IN 2023 verwachten we tevens een bijstelling in de omvang van het meerjarenonderhoudsplan, de MOP. De verwachting is dat deze MOP niet zal leiden tot meer uitgaven (lees geen afname van de kaspositie) maar wellicht zal leiden tot een verschuiving in de reservepositie van de stichting, Tevens leidt de komende afboeking van de jaarlijkse
41
vordering op rijk/Ministerie van OCW tot een lagere vermogenspositie. Dit is echter nog niet verwerkt in de huidige cijfers.
Een korte toelichting op de risicotabel: ●
●
●
●
●
Risico leerlingen: Op een aantal scholen is Talent Primair niet de bovenliggende partij in het dorp. Het is daar hard werken om de leerlingenaantallen op peil te houden. Op andere van onze scholen zitten in een ‘groei-gebied’ bijvoorbeeld vanwege nieuwbouw. Dit houdt elkaar enigszins in evenwicht. Risico onderwijskundig: Onderwijskundig zijn alle scholen in beeld. Er is bij een paar scholen een impuls nodig om het innovatiever te maken. Het grootste risico in dit domein zit hem in de toenemende zorgdruk op de scholen. Dit gekoppeld aan een dalend leerlingaantal geeft de verleiding om meer kinderen met een specifieke zorg- en ondersteuningsbehoefte aan te nemen dan je aan kunt als school. Risico personeel: Het risico op dit onderdeel is altijd aanwezig. Talent Primair heeft hier wel op ingespeeld door alle dossiers waar risico aan kleeft goed in kaart te hebben en te houden. Het risico dat het ziekteverzuimpercentage hoger komt te liggen dan het landelijk gemiddelde is helaas uitgekomen. Ook voor de aankomende jaren blijft dit een punt van zorg en aandacht. Het risico is ook verwerkt in de begroting. In bovenstaande tabel is dus alleen het risico op meerwerk voor ARBO en andere additionele dienstverlening.
Risico huisvesting en inventaris: Hier hebben we een groot risico opgenomen voor de cofinanciering bij renovatie en (ver)nieuwbouw die steeds meer gemeenten verlangen van Talent Primair. Risico financiën: De PSA is intern voldoende op orde. Een ander risico dat we opgenomen hebben is de instabiliteit in de bekostiging. Inmiddels weten we dat er veel incidentele gelden naar het onderwijs komen. Er is, op het moment van schrijven, weinig bekend over de financiële afhandeling. Wel is er bekend dat per 01-01-2023 de bekostiging voor het onderwijs vereenvoudigd wordt. Dit betekent voor Talent Primair een financieel risico dat we nu al opgenomen hebben in de analyse.
Noot: corona effecten & financiële continuïteit 2020 Tot nu toe is de financiële impact van “het corona gebeuren” op de financiële huishouding beperkt van omvang. De scholen hebben door aanpassingen in het onderwijsproces, lees digitaal afstands- en hybride onderwijs, extra ondersteuning kunnen gegeven. Het spreekt voor zich dat hierbij sprake was van grote corona stress. In de meeste gevallen waren we wel in staat om via de digitale infrastructuur, lees Google meets etc., het onderwijs op afstand vorm te geven en in goede banen te leiden. Hiertoe zijn er ook enkele aanvullende geringe investeringen gedaan. Rapportage toezichthoudend orgaan (B3) Hierbij verwijzen we naar paragraaf 2.1.
42
Jaarrekening 2020 1. Verantwoording beleid Inleiding In deze jaarrekening leggen we verantwoording af over het afgelopen financiële jaar. Voor de algemene en meer onderwijskundige terugblik op 2020 verwijzen we naar het bestuursverslag 2020 van Talent Primair. Per 1 september 2020 is de Bussumse Montessorischool (BMS) toegetreden tot onze stichting. Hierdoor is er een nieuwe aanwas ontstaan van 279 leerlingen. We verwachten hierdoor een positieve bijdrage in kwalitatieveen financiële zin, stichtingsbreed. In de begroting 2020 is echter geen rekening gehouden met deze toetreding waardoor er enigszins een vertekend beeld ontstaat in de afwijking op de begroting versus realisatie. Jaarresultaat neg.1.260.843,Het gerealiseerde exploitatieresultaat is in 2020 is negatief 1.260.843. Dit is echter vertekend door enerzijds de extra cao-nabetalingen ad 7 ton die zijn gedaan in 2020. Hier staan inkomsten tegenover die reeds zijn ontvangen in 2019. Anderzijds zijn er met name extra uitgaven gedaan, voornamelijk in het in het kader van het hoge ziekteverzuim ad 8% en aanvullend materiële. Om dit hoge verzuim op te vangen zijn er door de scholen aanvullend externen ingehuurd ter vervanging van de zieken. Tenslotte is dit tekort terug te voeren op de groei van de PC Hooftschool te Muiden.
Deze groei moet voorgefinancierd worden, daar we nog geen bekostiging krijgen voor de kinderen die er nu zitten. De groeibekostiging die het rijk hiervoor beschikbaar stelt wordt op stichtingsniveau berekend. Dat is voor Talent Primair ongunstig, want daar waar de PC Hooft groeit zijn er ook scholen binnen Talent Primair die krimpen. De groei en krimp heffen elkaar op en dat maakt dat Talent Primair geen groeibekostiging heeft ontvangen. De financiering van het rijk laat nogal te wensen over. Door tussentijdse aanpassingen en nieuwe aanvullende financiering is er geen sprake van een eenduidige beleidslijn in de rijksfinanciering. Dat is dan ook een reden dat Talent primair vooralsnog uitgaat van de vastgestelde basisfinanciering. In eerste instantie gaan we daarom uit van toegezegde gelden op basis van de T-1 systematiek. Budgetbeheersing & Datapas Thans maken de scholen voor de budgetbeheersing gebruik van Datapas. Dit is een budgettool voor de school waarbij de scholen online de ontwikkeling in hun budget kunnen bijhouden voor zowel het materiëleen het personele budget. Sommige scholen kunnen bij de besteding van de middelen extra gebruik maken van hun opgebouwde reserves. Scholen met bestaande tekorten dienen dit verder in te lopen.
Bovenschools zijn we voornemens om dit pakket te gaan uitbreiden met de module kengetallen in samenhang met de integratie van de personele- en onderwijskundige zaken.
43
Huisvesting In 2020 is er gestart met het opstellen van een intern integraal Huisvestingsplan (IHP). Talent Primair heeft de schoolgebouwen altijd heel goed onderhouden. Er is voldoende gedoteerd om het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) uit te voeren zoals gepland staat. Om dit in de toekomst ook te kunnen waarborgen en ook om pro-actief te kunnen acteren in de regio willen we een IHP hebben als strategisch beleidsplan. In 2023 wordt er een nieuwe MOP opgesteld n.a.v. de nieuwe richtingen Ministerie van OCW. Mogelijkerwijs zal dit kunnen leiden tot een toename c.q. andere samenstelling van de voorziening, echter we verwachten geen nadelige kas effecten ten gevolge van deze wijzigingen. Voornemens 2021 Hieronder willen we graag de voornemens voor 2021 duiden: Financiële beleidsplan & allocatiebeleid evalueren In 2021 willen we de financiële kaders in het financiële beleidsplan & allocatiebeleid opnieuw evalueren en eventueel bijstellen. De gelden worden vanuit de rijksbekostiging naar de scholen doorgezet en vanuit een goed allocatiebeleid willen we sturingsinformatie voor de directeuren en cvb opleveren. Het is het doel om de gelden vanuit de rijksbekostiging maximaal in te zetten voor de kinderen. Dit moet dan ook periodiek onderzocht worden om te verifiëren of dit ook gebeurt. Reservebeleid scholen De scholen binnen Talent Primair hebben eigen school reserves.
Dit willen we ook zeker zo houden. Wel is het van belang dat scholen niet een te grote reserve hebben. Het geld dat we krijgen is tenslotte bedoeld voor de kinderen die nu op school zitten. In 2021 zullen we aanvullend beleid opstellen om kaders te geven aan de de school reserves. Stichtingsbrede risicoanalyse In 2021 zullen we een stichtingsbrede risicoanalyse uitvoeren. Met het oog op de vereenvoudiging van de bekostiging van het het rijk in 2023 is het verstandig om dit op voorhand al te analyseren. Noot. De jaarrekening 2020 is gecontroleerd en goedgekeurd door het accountantskantoor Astrium te Zoetermeer.
2. Financiën 2.1 Kengetallen Inleiding In onderstaande tabel zijn meerdere kengetallen opgenomen. Als er een signaleringswaarde is vastgesteld door de Inspectie van het Onderwijs dan staat deze vermeld. Indien bepaalde kengetallen erg afwijken ten opzichte van de signaleringswaarde, kan dit aanleiding zijn tot verder onderzoek naar een financieel risico door de Inspectie van het Onderwijs. Een signaleringswaarde is echter geen norm voor de Inspectie van het Onderwijs.
44
Tabel 17: Kengetallen
Huisvestingsratio Het kengetal "huisvestingsratio" geeft de verhouding weer tussen de huisvestingslasten en de totale lasten (inclusief financiële lasten). Definitie: Som van de huisvestingslasten en afschrijvingen gebouwen en terreinen gedeeld door som van de totale lasten (inclusief financiële lasten). De Inspectie van het Onderwijs hanteert een signaleringswaarde van groter dan 0,10. De huisvestingsratio is voor 2020 lager dan de signaleringswaarde Inspectie van het Onderwijs. In vergelijking met 2019 is de huisvestingsratio licht gedaald. De reden daarvoor is te herleiden naar het feit, dat Talent Primair al jaren een degelijk huisvestingsbeleid voert. Onderhoud wordt structureel gedaan en bijgehouden. Liquiditeit (current ratio) De liquiditeit geeft aan in hoeverre de organisatie op korte termijn aan haar verplichtingen kan voldoen. Definitie: De verhouding tussen de vlottende activa (som van liquide middelen, kortlopende effecten, vorderingen en voorraden) en de kortlopende schulden. De Inspectie van het Onderwijs hanteert een signaleringswaarde kleiner dan 0,75. De liquiditeitsratio geeft aan dat twee keer kan worden voldaan aan de uitstaande kortlopende schulden, bestaande uit de posten benoemd in de toelichting op de balans onder 2.4 Kortlopende schulden.
De stichting heeft op 31 december 2020 de beschikking over € 4.005.554 aan liquide middelen en daarnaast € 1.811.725 openstaan aan nog te ontvangen bedragen. Deze bedragen zijn binnen één jaar opeisbaar, waardoor kan worden voldaan aan de openstaande schulden die binnen één jaar voldaan moeten zijn, te weten € 2.897.526 De liquiditeit is voor 2020 groter dan de signaleringswaarde Inspectie van het Onderwijs.
45
Rentabiliteit De rentabiliteit geeft de verhouding aan tussen het resultaat en de totale baten. Definitie: Resultaat gedeeld door de totale baten (inclusief financiële baten). De Inspectie van het Onderwijs hanteert een signaleringswaarde lager dan -0,10 De rentabiliteit geeft aan hoeveel van de totale opbrengsten omgezet wordt in het uiteindelijke resultaat De stichting heeft met de totale baten, te weten € 31.082.498, een negatief resultaat behaald van - € 1.260.843,- In vergelijking met 2019 is de rentabiliteitspositie gedaald. Solvabiliteit De solvabiliteit geeft de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen aan en verschaft dus inzicht in de opbouw van de financiering. De solvabiliteit geeft ook aan in hoeverre de organisatie op langere termijn aan haar verplichtingen kan voldoen. Definitie inclusief voorzieningen: Eigen vermogen en voorzieningen gedeeld door het totale vermogen De Inspectie van het Onderwijs hanteert een signaleringswaarde kleiner dan 0,30. De realisatie van 2020 levert een cijfer van 0,70 op. Dat geeft aan dat 70% van het totale vermogen uit eigen vermogen ofwel reserves en voorzieningen bestaat. Het betekent ook dat slechts 30% van het totale vermogen gefinancierd wordt met vreemd vermogen. De solvabiliteit is voor 2020 groter, lees positiever, dan de signaleringswaarde Inspectie van het Onderwijs.
In vergelijking met 2019 is de solvabiliteitspositie licht gedaald. Dit is ook te wijten aan het negatieve resultaat van 2020. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft het vermogen aan dat nodig is om niet-voorziene risico’s die niet tot de reguliere bedrijfsvoering behorende risico's op te vangen. Definitie. Het eigen vermogen gedeeld door de totale baten (inclusief financiële baten). Dit is overigens de definitie die door Talent primair wordt gebruikt bij de opbouw van de risicobuffers. De Inspectie van het Onderwijs hanteert een signaleringswaarde kleiner dan 0,05. In deze definitie wordt de rol van het eigen vermogen als risicobuffer voor onvoorziene gebeurtenissen benadrukt. Bij toepassing en verankering van het risicomanagement in de organisatie en het goed functioneren van de planning & control cyclus blijven altijd restrisico's achter. Voor het opvangen van de mogelijke financiële effecten moet het bestuur voldoende weerstandsvermogen hebben of opbouwen. Het weerstandsvermogen is voor 2020 groter, lees positiever, dan de signaleringswaarde Inspectie van het Onderwijs. In vergelijking met 2019 is het weerstandsvermogen gedaald.
46
2.2 Financieel beleid Financiële positie op balansdatum Onderstaand treft u de balans aan per 31 december 2020 in vergelijking met 31 december 2019. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans. Activa
31-12-2020
31-12-2019
Materiële vaste activa Vorderingen Liquide middelen
4.721.426 1.811.725 4.005.554
3.253.952 1.938.835 6.041.178
Totaal activa
10.538.705
11.233.965
Passiva
31-12-2020
31-12-2019
Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden
5.797.677 1.599.525 243.977 2.897.526
6.618.165 1.637.488 268.655 2.709.657
Totaal passiva
10.538.705
11.233.965
Tabel 18: Verschillenanalyse balans 2020 t.o.v. 2019 Activa
2020
2019
MVA
4.721.426
3.253.952
Vorderingen
1.811.725
1.938.835
Liquide middelen
4.005.554
6.041.178
Totaal activa
10.538.705 11.233.965
mutatie Passiva '20-'19
2020
2019
mutatie '20-'19
1.467.474 Eigen vermogen*
5.797.677
6.618.165
-820.488
-127.110 Voorzieningen
1.599.525
1.637.488
-37.963
-2.035.624 Langlopende schulden
243.977
268.655
-24.678
Kortlopende schulden
2.897.526
2.709.657
187.869
Totaal passiva 10.538.705 11.233.965
-695.260
-695.260
I*Incl. vermogensmutatie toetreding BMS
Tabel 19: Materiële vaste activa 2020
2019
mutatie B/L 231.286
BB per 1/1/
3.253.952
3.022.666
investeringen
2.383.608
911.503
1.472.105
afschrijvingen
-916.134
-680.217
-235.917
BB 31/12
4.721.426
3.253.952
1.467.474
47
Tabel 20: Investeringen 2020 Gebouwen
962.548
ICT
385.954
Leermiddelen
189.657
Huishoud app
10.405
Meubilair
324.087
lopende scholen BMS Inbrengbalans Totaal
1.872.651
510.957
2.383.608
De investeringen in gebouwen zijn voornamelijk energetische investeringen voor de scholen. Zo zijn er o.a. aanvullende investeringen gedaan voor de gasloze transitie van de Dr. Maria Montessorischool. Jaarlijks is er per leerling gemiddeld 115 euro beschikbaar voor de overige investeringen. Vorderingen De vorderingen zijn afgenomen met € 127.110, - Deze afname is het gevolg van een: ● De afname van de lopende debiteuren incl. Ministerie van OCW en gemeenten ad 120.457 ● De overlopende activa afname ad 6.653 Liquide middelen De liquide middelen zijn afgenomen met € 2.035.624, De onderliggende kasstromen naar deelactiviteit zijn: -operationele (werkkapitaal ) -/- 262.634 -investeringen -/- 1.872.651 -financiële -/- 24.678 -mutatie inbrengbalans BMS + 124.339 In het kasstroomoverzicht 3.4 wordt verder uiteengezet hoe dit tot stand is gekomen. Deels is deze afname te verklaren door afg. 7 ton aan extra cao-nabetalingen in 2020. Bij de investeringen zijn er extra uitgaven gedaan inzake gebouwen, de zgn. energetische investeringen. (Zie bovenstaande toelichting op de investeringen) Eigen vermogen Het eigen vermogen is afgenomen met € 820.488, - zie par. 2.1. de algemene reserve en de bestemmingsreserve (publiek en privaat).
De afname is veroorzaakt door het negatieve exploitatieresultaat ad -1.260.843 en de inbrengbalans van de BMS ad + 440.355,Voorzieningen De voorzieningen zijn afgenomen met € 37.963,-. De verklaring hiervoor zit in de toename van de personele voorziening van + 151.575 en de afname van -189.538 voor het groot onderhoud. De verdere specificatie staat beschreven in par. 2.2.
48
Langlopende schulden De langlopende schulden zijn afgenomen met € 24.678, - bestaande uit een lening verstrekt door de aangesloten gemeenten. De looptijd is 25 jaar, aflossing is renteloos Kortlopende schulden Een toename van de kortlopende schulden met € 187.869, - zijn als volgt te verklaren, zie ook 2.4: ● Afname crediteuren ad € 99.976,● Toename overige posten € 287.845, Analyse resultaat In de begroting van 2020 is het resultaat negatief € 883.920, - Uiteindelijk resulteert het jaar 2020 in een negatief resultaat van € 1.260.843, -. Het resultaat over het boekjaar 2019 bedroeg € 642.811, - positief. In de navolgende paragraaf treft u een vergelijking aan en een specificatie van de belangrijkste verschillen. Analyse realisatie 2020 versus realisatie 2019 en realisatie 2020 versus begroting 2020 Onderstaand een vergelijking van de staat van baten en lasten op basis van gerealiseerde en begrote baten en lasten voor het kalenderjaar 2020 en gerealiseerde baten en lasten voor het kalenderjaar 2020. Tabel 21: realisatie en begrotingen 2019-2020 Realisatie
Begroting
Verschil
Realisatie
2020
2020
2020
2019
Verschil realisatie ’20-’19
Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW
30.157.681
27.868.129
2.289.552
28.980.206
1.177.475
Overige overheidsbijdragen
153.397
196.638
-43.241
297.133
-143.736
Overige baten
771.420
864.172
-92.752
1.049.751
-278.331
Totaal baten
31.082.498
28.928.939
2.153.559
30.327.090
755.408
Personele lasten
26.701.605
24.457.139
2.244.466
24.000.727
2.700.878
Afschrijvingen
721.193
655.502
65.691
680.217
40.976
Huisvestingslasten
2.531.464
2.526.538
4.926
2.573.263
-41.799
Overige lasten
2.388.154
2.173.680
214.474
2.431.800
-43.646
Totaal lasten
32.342.416
29.812.859
2.529.557
29.686.007
2.656.409
Saldo baten en lasten
-1.259.918
-883.920
-375.998
641.083
-1.901.001
Financiële baten
6.040
0
6.040
1.728
4.312
Financiële lasten
-6.965
0
6.965
0
-6.965
Totaal fin. baten en lasten
-925
0
-925
1.728
-2.653
Lasten
49
Totaal resultaat
-1.260.843
-883.920
-362.993
642.811
-1.903.654
Tabel 22: Toelichting op de staat van baten en lasten Rijk: deelbudgetten 2020
Begroting
Realisatie
Verschil
Afwijking%
Reguliere salaris inkomsten
17.976.685
19.551.588
1.574.903
8,76
0
94.950
94.950
4.029.310
4.322.272
292.962
Prestatiebox
920.334
982.352
62.018
Samenwerkingsverbanden UNITA+PW
758.535
917.053
158.518
3.740.853
3.843.208
102.355
2,74
OAB
362.412
366.258
3.846
1,06
Zij instromers
80.000
80.000
0
0,00
27.868.129
30.157.681
2.289.552
8,22
Overige baten 2020
Begroting
Realisatie
Verschil
Afwijking%
Verhuur
442.757
423.392
-19.365
-4,37
Ouderbijdragen
86.865
131.618
44.753
51,52
detacheringen
55.500
84.854
29.354
52,89
Diversen
279.050
131.556
-147.494
-52,86
Totaal overige
864.172
771.420
-92.752
-10,73
Corona ondersteunings progr. Personeel en arbeidsmarktbeleid
Materiële vergoeding
Totaal rijk
100 7,27 6,74 20,90
De afwijking op de rijksbegroting is 2.289.552,- positief waarvan 582.170,- ten gunste is voor de BMS. BMS is niet begroot vanwege de fusie lopende per 1-9-2020. Zie hiertoe bijlage 2. Regulier budget: toename is ontstaan door cao-ophogingen lopende het kalenderjaar. De corana gelden zijn ’natuurlijk’ niet begroot, dit zijn extra inkomsten ter dekking van aanvullende uitgaven, zoals de aanschaf van beschermmiddelen, extra schoonmaak en overige. . P&A beleid: is een vaste voet vergoeding per lln en aanvullende werkdrukgelden per leerling. Extra inkomsten vanwege ophoging vaste voet lopende het jaar. Deze vergoedingen zijn achteraf opgehoogd door het rijk, tijdens de opstelling van de begroting zijn we uitgegaan van de bestaande vaste voet die op dat moment bekend was. Prestatiebox: aanvullende extra gelden voor cultuureducatie, techniek en talentontwikkeling. Gelden SWV: extra inkomsten door aanvullende vergoedingen voor de zgn. arrangementen plus. Dit zijn geen extra vaste vergoedingen per leerling maar aanvullende vergoedingen voor lln met specifieke leerproblemen. Deze aanvragen, op individuele basis, voor een extra vergoeding, worden lopende het jaar aangevraagd. Materiële: extra inkomsten voor groei en ophoging vaste voet.
50
Overige baten Afname verhuur inkomsten door deels wegvallen van de doorbelastingen aan derden inzake complex ‘De Byvanck’ enerzijds, en anderzijds aanvullende inkomsten van de overige scholen. Ouderbijdragen: op enkele scholen zijn de bijdrage voor dit jaar hoger uitgevallen dan begroot. Detacheringen: lopende het jaar is 1 werknemer extra gedetacheerd aan derden. Diversen: dit is een moeilijk te begroten bedrag, bestaat uit een ‘ratjetoe’ van allerlei specifieke subsidies en aanvullende vergoedingen. Voor de komende jaren wordt dit lager lager begroot. Financiële baten De renteopbrengsten zijn de afgelopen jaren afgenomen tot een negatieve rente op de deposito’s rekeningen. Investeringen en financieringsbeleid Het beleid van de stichting is gericht op het zoveel mogelijk met eigen middelen financieren van die investeringen waarvoor geen subsidie van derden wordt ontvangen. De liquiditeit van de stichting is gezien de liquiditeitsratio van 2,01 goed te noemen. Er is derhalve geen aanleiding voor het aantrekken van vreemd vermogen. De investeringen van 2020 zijn dan ook met eigen middelen gefinancierd.
51
3. Jaarrekening 3.1. Grondslagen voor waardering van activa, passiva en resultaatbepaling Algemeen De grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn conform de Regeling voor de Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO). Op basis van de Regeling voor de Jaarverslaggeving Onderwijs worden Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving toegepast (behoudens afwijkingen aanvullingen in de Regeling voor de Jaarverslaggeving Onderwijs). De jaarrekening is opgesteld in euro’s. Activa en passiva worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Voor zover noodzakelijk worden op de vorderingen voorzieningen getroffen voor verwachte oninbaarheid. Vergelijking met voorgaand boekjaar De grondslagen voor waardering van activa, passiva en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar. Corona effecten Door het ‘corona gebeuren’ is er thans nog geen sprake van een financiële discontinuïteit in de financiering van de inkomsten en uitgaven
Grondslagen Balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of de vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen. De afschrijvingen vinden lineair en naar tijdsgelang plaats op basis van de verwachte toekomstige gebruiksduur. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Voor een uiteenzetting ten einde vast te kunnen stellen of voor een materieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering, wordt verwezen naar de opgenomen paragraaf Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa.
52
Onderstaand worden de afschrijvingstermijnen per categorie weergegeven. Tevens zijn de activeringsgrenzen vermeld. Tabel 23: Afschrijvingstermijnen Categorie
Afschrijving s-termijnen in jaren 9
Afschrijving spercentage per jaar 11
Activering s- grens in €
ICT Computers/stand alone/ laptops Servers Digi/ smartboards Printers etc Aanleg netwerk
5 4 5 4 10
20 25 20 25 10
500 500 500 500 500
Meubilair Leerlingen sets Stoelen docenten Meubilair personeel Kasten Overige
20 10 20 40 20
5 10 5 2,5 5
500 500 500 500 500
Overige Installaties Huishoudelijke apparatuur
15 5
7 20
500 500
Audiovisuele apparatuur
5
20
500
Leermiddelen
500
Toelichting materiële vaste activa Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroom genererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroom genererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroom genererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd.
Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom genererende eenheid) geschat.
53
Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord. Gebouwen De gebouwen en terreinen worden opgenomen indien sprake is van economisch eigendom. Hiervan is sprake in het geval van eigen investeringen of van doordecentralisatie van de huisvesting. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud aan de bedrijfsgebouwen is een voorziening voor groot onderhoud gevormd. De toevoeging aan de voorziening wordt bepaald op basis van het geschatte bedrag van het onderhoud en de periode tussen de werkzaamheden van groot onderhoud. Vorderingen Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.
Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er op basis van de effectieve rente rente-inkomsten ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito's met een looptijd korter dan 12 maanden. Eigen Vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserves en bestemmingsreserves. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, welke door het bestuur is aangebracht. Tabel 24: Bestemmingsreserves Omschrijvingen
Doel
Beperkingen
EUR
Reserve Personeels- en Arbeidsmarktbeleid
Personele doeleinden
Reserve nulmeting
Afschrijvingskosten
Dekking afschrijvingskosten
22.812
Algemene reserve privaat
Algemeen
Inzet door stichting
344.632
482.496
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen denominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.
54
Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen Voorzieningen worden onderscheiden naar aard en doel. Toevoegingen aan de voorzieningen vinden plaats door dotaties ten laste van de staat van baten en lasten. De onttrekkingen vinden rechtstreeks plaats ten laste van de betreffende voorziening. Stelselwijziging voorziening jubilea Er heeft een stelselwijziging plaatsgevonden voor wat betreft de verantwoording van de jubileumvoorziening. Voorheen werd deze bepaald aan de hand van € 825,- per FTE. Dit is gewijzigd naar verantwoording tegen contante waarde. Voorziening jubilea De voorziening jubilea is gevormd ter dekking van de kosten van jubileumgratificaties die op grond van de CAO dienen te worden betaald. Daarbij wordt rekening gehouden met de datum van indiensttreding in het onderwijs, blijfkanspercentage en een uitkering bij 25 en 40-jarig jubileum conform de CAO. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde, de disconteringsvoet bedraagt 1,0%. Voorziening langdurig zieken Betreft een verplichting in verband met doorbetalingen van loon als gevolg van langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid voor maximaal 2 jaar, waarbij het risico niet is verzekerd.
Voorziening groot onderhoud Voor uitgaven voor groot onderhoud van gebouwen wordt een voorziening gevormd om deze lasten gelijkmatig te verdelen over een aantal boekjaren. De toevoeging aan de voorziening wordt bepaald op basis van het geschatte bedrag van het groot onderhoud en de periode die telkens tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud verloopt. Talent Primair maakt gebruik van de overgangsregeling. Deze regeling gaat in per 2023. Overige voorzieningen De overige voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde van de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. De opgebouwde voorziening betreft een personele voorziening welke betrekking heeft op betalingen aan voorziene transitievergoedingen voor enkele werknemers. Langlopende schulden Langlopende schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde Kortlopende schulden De overlopende passiva betreffen de vooruitontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en/of nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder de andere kortlopende schulden zijn te plaatsen. Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.
Dit is meestal de nominale waarde.
55
Rijksbijdragen Onder de rijksbijdragen worden de vergoedingen voor de personele en materiële exploitatie opgenomen verstrekt door het Ministerie van Ministerie van OCW. De ontvangen (normatieve) rijksbijdragen uit hoofde van de basisbekostiging (lumpsum) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft (in het jaar van toewijzing) volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten. Niet-geoormerkte Ministerie van OCW-subsidies (subsidies die volledig vrij besteedbaar zijn) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten. De niet bestede niet-geoormerkte Ministerie van OCW-subsidies worden op uitzondering verantwoord onder de vooruitontvangen subsidies Ministerie van OCW (overlopende passiva) indien er een afgebakend bestedingsplan is opgesteld waarmee expliciet kan worden aangetoond dat de middelen in de toekomst worden aangewend. Geoormerkte Ministerie van OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (G1-doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden naar rato van de voortgang (%) van de gesubsidieerde activiteiten verwerkt in de staat van baten en lasten.