CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022 Weesp

Gemeenteraad 10 november 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Begroting 2022 gemeente Weesp en Algemene beschouwingen37.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Na vaststelling zal de

Begroting 2022

71

Wat gaan we daarvoor doen:

Weesperschool + Robuust groenplan

Amstellandlaan + Scharnierpunt Amstelland/Rijnkade

Ontwikkeling Kostverlorenlocatie Cacaokwartier (voormalig transformatie van Houten Industriepark)

Horn 5

Toekomstvisie Aetsveld

OV Saal

Bouwtoezicht

Toelichting: ontwikkelaar in 2022 een start maken met de fysieke werkzaamheden op het terrein Weesperwerf (bouwrijp maken) en zal gestart worden met de bouw van de woningen. Vanuit Weesp zal het project ambtelijk begeleid blijven worden. Met name in verband met de door de ontwikkelaar aan te leggen openbare ruimte, die na gereedkomen van de woningen door de gemeente in beheer zal worden genomen. Het bestemmingsplan Weesperschool zal waarschijnlijk in het vierde kwartaal 2021 door de gemeenteraad worden vastgesteld. Mogelijk kan in 2022 gestart worden met de bouw. Wanneer het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, dan zal het concept robuust plan in een participatief traject met betrokkenen in de omgeving worden vastgesteld en uitgevoerd worden. Naar verwachting zal het ruimtelijk kader voor de Amstellandlaan (gebied Hogeweyselaan en Flevolaan) in het eerste kwartaal van 2022 worden vastgesteld. Daaropvolgend zal een bestemmingsplan in procedure worden gebracht. Naast deze procedures wordt er door de gemeente onderzoek gedaan worden naar oplossingen voor het Scharnierpunt Amstellandlaan/Rijnkade. Dit onderzoek zal gekoppeld worden aan programma 2 Verkeer en vervoer. Er wordt namelijk in 2022 een onderzoek gedaan naar de gevolgen en effecten van de nieuwe ontsluitingsweg A1 en de engineering van de verbreding van het fietspad aan de Amstellandlaan.

De bestemmingsplanprocedure die in 2021 is aangevangen wordt in 2022 afgerond door het vaststellen van het bestemmingsplan. Hierna kan worden gestart met de bouw. Er wordt naar gestreefd om een projectbesluit, met als basis het stedenbouwkundigplan en de financiële kaders, te laten nemen door de gemeenteraad in het eerste kwartaal van 2022. Vervolgens zal een anterieure overeenkomst worden gesloten en zal voor 1 juli 2022 de bestemmingplanprocedure starten met de ter inzagelegging. Het project streeft ernaar de ter inzagelegging te starten voordat de omgevingswet in werking treedt zoals verwacht per 1 juli 2022. Verwacht wordt dat in het derde kwartaal/begin vierde kwartaal 2021 de grondwatersanering van het perceel kan worden beëindigd en in het vierde kwartaal 2021 de voorbereidingen van het verkooptraject starten. Dit traject kan mogelijk in het eerste kwartaal 2022 worden afgerond. In 2022 wordt de in 2021 opgestelde kansenkaart Aetsveld, waarin de input van de bewoners op hun visie van Aetsveld is verzameld, vertaald naar uitvoerbare en (nog) niet uitvoerbare maatregelen (kansen/ambities). Uitvoerbare maatregelen worden meegenomen in de meerjarenplannen beheer en lopende en toekomstige (beleids-) ontwikkelingen. Verdere invulling van deze dynamische kansenkaart volgt uit input vanuit de ambtelijke organisatie en participatie n.a.v.

(beleids-)ontwikkelingen en gebiedsgericht werken In de tweede helft van 2021 wordt de bestuursovereenkomst gesloten voor de realisatie van de geluidsschermen. De gemeente Weesp/Amsterdam is daar partij in. Eind 2021 wordt door Pro Rail de aanbestedingsprocedure gevoerd tot in het eerste kwartaal van 2022. In het tweede kwartaal 2022 wordt de realisatie voorbereid tot in het eerste kwartaal 2023. Het bestaande geluidsscherm wordt in het tweede kwartaal van 2023 gesloopt en de realisatie van de nieuwe geluidsschermen start in het derde kwartaal van 2023 en duurt tot het tweede kwartaal van 2024. Controle op hygiëne, veiligheid, duurzaamheid etc. Begroting 2022

72

Wat gaan we daarvoor doen: (nieuwbouw)projecten (VTH, vergunningen

Actualiseren prestatieafspraken

Starters- en verzilverlening

Wijziging huisvestingsverordening

Toelichting: Het toezicht op nieuwbouwprojecten vindt op adequaat niveau plaats, hiertoe wordt o.a. extra expertise vanuit de gemeente Amsterdam benut, waardoor er wordt voldaan aan tenminste de minimumeisen ten aanzien van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. De prestatieafspraken voor deze periode lopen door tot en met 2023. In het driepartijenoverleg tussen huurdersverenigingen, corporatie en de gemeente wordt de voortgang besproken, worden activiteiten afgestemd en zo nodig vindt bijsturing plaats om de afspraken te halen. Jaarlijks wordt de raad hiervan op de hoogte gebracht. Van de starterslening wordt door starters uit Weesp nog steeds dankbaar gebruik gemaakt met name binnen Weespersluis. Voor het aankomende begrotingsjaar blijft de verordening met de bijbehorende financieringsvorm behouden. In overleg met Amsterdam wordt bezien of en hoe met startersleningen voor Weespers na de bestuurlijke fusie kan worden omgegaan. Onderzocht is of het product verzilverlening in Weesp ingevoerd zou moeten worden. Het onderzoek geeft geen aanleiding om de verzilverlening in te voeren vanwege de minimale belangstelling en de alternatieve mogelijkheden via de WMO. In het kader van de woonruimteverdeling werkt het bestuur aan de vertaling uitgangspunten van het bestuurlijk akkoord voor woonruimteverdeling in de huisvestingsverordening van Amsterdam.

Hierbij blijft de positie van de Weespers bij woonruimteverdeling in 2023 op het huidige niveau en zal na acht jaar op het niveau van lokale voorrang uitkomen, zoals de huisvestingswet mogelijk maakt. In het najaar wordt het bestuursakkoord op het onderdeel woonruimteverdeling op hoofdlijnen vertaald in de overgangsregels. Voor de invoering van woonruimteverdeling per 1 januari 2023 wil het bestuur in 2022 twee dingen bereiken:  Dat de verwerking van de overgangsregels en de omzetting in Woningnet goed wordt aangestuurd;  Dat de bewoners goed zijn voorbereid op de overgang naar de huisvestingsverordening Amsterdam in 2023. Daarnaast krijgt Weesp in de invoering van de huisvestingsverordening regels voor woonruimtevoorraad, voorheen in Weesp woningonttrekking geheten.

Visie stationsgebied

In 2022 staat de uitwerking van de huisvestingsverordening en allerlei voorbereidende werkzaamheden in en aan de ICTvoorziening op de planning. Dat bekent de inhuur van een projectleider in deeltijd, aanpassing van systemen voor toezicht en handhaving, van datakoppelingen, van vergunningen bij VTH en Dienstverlening en van Woningnet. Woningnet zal in de loop van 2022 een opdracht krijgen om de gegevens van Weesp op te nemen in stadsregio Amsterdam inclusief de wijzigingen in de huisvestingsverordening, die voortvloeien uit het bestuurlijk akkoord. Voor het informeren van Weespers zal een communicatieplan worden opgesteld en uitgevoerd. Communicatie vindt onder meer plaats via Woningnet. Daarnaast wil het bestuur ook maatwerk leveren. Omdat de wijziging van de woonruimteverdeling verstrekkend is, loopt de communicatie via een groot aantal kanalen. In 2021 is er een quickscan opgesteld als eerste stap naar een stationsvisie. Deze wordt eind 2021/begin 2022 gepresenteerd aan de gemeenteraad (Dit geeft een beeld van het verleden en moet Begroting 2022

73

Wat gaan we daarvoor doen:

Terrassenbeleid

Herensingel 142 -144

Toelichting: naar de toekomst). Dus in 2022 wordt verder gewerkt aan het opstellen van de stationsvisie op basis van de in 2021 gemaakte quickscan die naar verwachting eind 2021 aan de raad is gerepresenteerd. Een van de onderdelen die ook in 2022 concreet opgepakt wordt is de verbinding voor langzaam verkeer tussen de noordzijde en de zuidzijde van Weesp (met het spoor ertussen). Vanwege de realisatie van de woningen in de Bloemendalerpolder ontstaat er in de toekomst een groeiende intensiteit van het langzaam verkeer tussen de noord- en zuidkant. De huidige verbinding via de Bouhuijstunnel heeft niet genoeg capaciteit om dit op te vangen. Daarnaast wordt Weesp in feite sociaal in tweeën gedeeld wat geen gewenste situatie is. In 2022 wordt een onderzoek naar deze langzaam verbinding uitgevoerd waar gekeken gaat worden naar de vorm en ontwerp van de verbinding. In het kader van de bestuurlijke fusie wordt verwacht dat het terrassenbeleid wordt opgenomen in het nieuw te ontwikkelen stedelijk horecabeleid. Vaststelling van het ontwikkelkader door de raad zal eind 2021/begin 2022 plaatsvinden. Daarna zal het participatietraject starten vanuit de ontwikkelaar op hun plan. De bestemmingsplanprocedure wordt begeleid vanuit de gemeente. Het doel is om het ontwerpbestemmingsplan voor 1 juli te inzage te leggen.

Verbonden partij: Regio Gooi en Vechtstreek Taakveld(en) T8.1 Ruimtelijke Ordening (zie T2.1) en T8.3 Wonen en Bouwen Beleidsontwikkelingen In de regio wordt samengewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet. Ook de intensieve samenwerking op het gebied van het wonen wordt gecontinueerd.

Beleidsindicatoren Gemeenten zijn verplicht om een aantal voorgeschreven beleidsindicatoren op te nemen in de begroting en het jaarverslag om beleidsresultaten en vergelijking met andere gemeenten in beeld te brengen. De indicatoren worden gepubliceerd op de VNG-website www.waarstaatjegemeente.nl en betreffen de laatst beschikbare cijfers van verschillende landelijke bronnen waardoor deze soms niet actueel lijken. Beleidsindicatoren

Eenheid Duizend euro Aantal per 1.000 woningen % personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder van personen van 20 tot 65 jaar

Weesp 351

Gemeenten tot 25.000 inwoners 312

20,9

9,6

BAG-ABF

2020

72,8%

79,6%

CBS-ABF

2021

Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden

Euro

712

Onbekend

COELO

2021

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

Euro

797

Onbekend

COELO

2021

Naam indicator Gemiddelde WOZ waarde Nieuw gebouwde woningen

Demografische druk

Begroting 2022

Bron CBS

Jaar 2020

74

Wat mag het kosten? Lasten T8.1 Ruimtelijke ordening T8.3 Wonen en bouwen Totaal lasten Baten T8.3 Wonen en bouwen T0.108 Mutatie reserve P8 Totaal baten Saldo programma

Werkelijk 2020 624 1.756 2.380

Raming 2021 736 2.985 3.720

Raming 2022 582 3.620 4.202

Raming 2023 582 2.585 3.167

Raming 2024 582 2.585 3.167

Raming 2025 582 2.585 3.167

Werkelijk 2020 -4.960 -300 -5.260

Raming 2021 -2.777

Raming 2022 -2.819

Raming 2023 -2.819

Raming 2024 -2.819

Raming 2025 -2.819

-2.777

-2.819

-2.819

-2.819

-2.819

-2.880

943

1.383

348

348

348

Bedragen x € 1.000

Aanmerkelijke verschillen Begroting 2022 – Begroting 2021 Lasten T8.1 Ruimtelijke ordening: Voor 2021 is incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de omgevingsvisie (€ 50.000) integrale visie en coördinatie van stationsgebied Weesp (€ 110.000). Lasten T8.3 Wonen en bouwen: Met de Financiële monitor 2021 is voor 2021 incidenteel budget beschikbaar gesteld voor bijdrage funderingsherstel Tuinkade (€ 51.000). Met de Kadernota 2022 is voor 2022 budget beschikbaar gesteld voor project Amstellandlaan - scharnierpunt (€ 35.000), Prinses van Weesp (€ 45.000), project visie Stationsgebied (€ 250.000), robuust groenplan Weesperschool (€ 205.000) en wijziging huisvestingsverordening (€ 100.000). Aanmerkelijke verschillen Begroting 2022 – Jaarstukken 2020 Lasten T8.1 Ruimtelijke ordening: In 2020 was er incidenteel budget beschikbaar voor het opstellen van de omgevingsvisie. Lasten T8.3 Wonen en bouwen: Vanaf 2021 zijn er extra budgetten beschikbaar gesteld voor vergunning, toezicht en handhaving (€ 1 mln.) en de projectkosten voor Weespersluis (€ 400.000). Baten T8.3 Wonen en bouwen: In 2020 zijn er substantieel meer bouwleges gerealiseerd door de voortgang en intensivering van de bouwactiviteiten in de Bloemendalerpolder en een eenmalige vergunning voor een datacentrum.

Begroting 2022

75

Begroting 2022

76

Algemene dekkingsmiddelen, Vpb en onvoorzien Overzicht algemene dekkingsmiddelen

(Bedragen in x € 1.000) -/- is voordeel; + is nadeel Ongebonden lokale heffingen Algemene uitkeringen gemeentefonds Dividend Saldo van de financieringsfunctie Saldo

Werkelijk Saldo 2020 -5.520 -29.025 -15 278 -34.281

Begroot Saldo 2021 -5.921 -29.333 -65 374 -34.944

Begroot Saldo 2022 -4.142 -31.720 -65 476 -35.450

Ongebonden lokale heffingen Door de gemeente worden verschillende heffingen aan inwoners opgelegd. Een aantal van deze inkomsten heeft een vrij besteedbaar (ongebonden) karakter en kan op alle terreinen worden ingezet. De lokale heffingen met een vrije besteding in de gemeente betreffen:  Onroerendezaakbelasting  Roerende zaakbelasting  Precariobelasting  Parkeerbelasting  Reclamebelasting Bij de overige heffingen van de gemeente zoals riool- en afvalstoffenheffing is geen sprake van een vrij besteedbaar karakter, de opbrengsten hiervan dienen ter dekking van de kosten. De reclamebelasting die in Weesp wordt geheven komt, na aftrek van de gemeentelijke kosten, overigens in zijn geheel ten goede aan de Stichting Weesp Centraal. De lokale heffingen staan nader toegelicht in de paragraaf lokale heffingen. Gemeentefondsuitkering Zie programma 0, onderdeel Financiën. Saldo financieringsfunctie Het saldo van de financieringsfunctie is het saldo van de te betalen rente over de aangegane geldleningen en over de aan te trekken middelen in rekening courant en de te ontvangen rente over de uitzettingen. Het saldo van de financieringsfunctie bedraagt in 2022 naar verwachting € 476.000.

Vennootschapsbelasting De verwachte aangifte voor de vennootschapsbelasting (Vpb) van de gemeente over 2022 is nihil.

Onvoorzien In de begroting en de meerjarenraming is jaarlijks een bedrag voor onvoorziene lasten opgenomen van € 30.000. Bij voorstellen waarvoor de post onvoorzien wordt benut als dekkingsmiddel geldt als toetsingscriterium dat het voorstel in beginsel dient te voldoen aan de drie O’s (onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar).

Begroting 2022

77

Begroting 2022

78

3. Paragrafen

Begroting 2022

79

Begroting 2022

80

A Lokale heffingen Algemeen De paragraaf lokale heffingen bevat een beschrijving van de beleidsvoornemens, de geraamde inkomsten uit lokale heffingen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, een kostenberekening voor de gebonden heffingen, het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid, de lokale lastendruk en een vergelijking van de woonlasten met omliggende gemeenten. De lokale heffingen komen in de programma’s terug bij de volgende taakvelden: T0.02 Burgerzaken, T0.061 OZB woningen, T0.062 OZB niet-woningen, T0.063 Parkeerbelasting, T0.064 Belastingen overig, T2.1 Verkeer en Vervoer, T2.4 Economische havens en waterwegen, T3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen, T7.2 Riolering, T7.3 Afval, T7.5 Begraafplaatsen en crematoria en T8.3 Wonen en bouwen. Er zijn twee soorten lokale heffingen: Gebonden en ongebonden heffingen. De gebonden heffingen (of retributies) zijn niet wettelijk voorgeschreven of begrensd. Deze heffingen zijn gerelateerd aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Bij het vaststellen van het tarief geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid, de totale opbrengst van deze heffingen bedraagt niet meer dan de totale kosten ervan. Met de ongebonden heffingen (belastingen) is de gemeente beperkt in het aantal belastingen dat geheven mag worden. Deze belastingen zijn limitatief genoemd in de artikelen 216 tot en met 228 van de Gemeentewet.

De gemeente is vrij in het bepalen van de hoogte van het tarief. De ongebonden heffingen zijn een algemeen dekkingsmiddel. Voor de roerenderuimtebelasting (RRB) is wettelijk bepaald dat het tarief gelijk is aan dat van de OZB. Beleidsvoornemens De lokale heffingen zijn een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. Het beleid inzake de lokale heffingen wordt vastgelegd in verschillende verordeningen. Voor het begrotingsjaar 2022 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Het tarief voor de onroerendezaakbelasting wordt vanwege de herindeling met Amsterdam gelijk aan het Amsterdamse tarief. Het Amsterdam OZB-tarief is substantieel lager dan het Weesper tarief en daarom zijn de geraamde OZB-inkomsten met de Kadernota 2022 substantieel verlaagd. 2. De tarieven van de leges worden voor inflatiecorrectie verhoogd met 1,5%. Wettelijk vastgestelde tarieven vormen een uitzondering, zoals leges voor paspoorten en rijbewijzen; 3. Precariobelasting wordt niet geheven in 2022; 4. Reclamebelasting wordt voor inflatiecorrectie verhoogd met 1,5%, 5. De reclamebelasting die in Weesp wordt geheven komt, na aftrek van de gemeentelijke kosten, in zijn geheel ten goede aan de Stichting Weesp Centraal; 6. Het belangrijkste doel van de (ongebonden) parkeerbelasting is reguleren.

De opbrengsten van de parkeergelden en de naheffingsaanslagen worden gebruikt om de kosten te bestrijden die voor de parkeervoorzieningen en de controle van het betaald parkeren worden gemaakt. Het parkeertarief wordt niet verhoogd. De kosten van de naheffingsaanslag (parkeerboete) is gelijk aan het landelijk vastgestelde maximale bedrag, vermeerderd met één uur parkeerbelasting; 7. Lijkbezorgingsrechten en marktgelden worden voor inflatiecorrectie verhoogd met 1,5%; 8. Het dekkingspercentage van de lasten en baten voor riolering en afvalverwerking is 100%; 9. Het tarief van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt voor inflatiecorrectie verhoogd met 1,5%; 10. De scheepvaartrechten, waaronder de aanleggelden, worden niet verhoogd. Voor harmonisatie van de overige scheepvaartrechten vindt nog overleg plaats met Amsterdam; 11. Voor monumentale charterschepen in de Kom van Weesp wordt een bijzonder wintertarief gehanteerd. Dit tarief is alleen buiten het vaarseizoen (april-oktober) van toepassing. Het op deze manier promoten van varende monumenten sluit aan bij de structuurvisie, waarbij voor de kom een bijzondere rol is toebedacht bij de verdere ontwikkeling van het toeristische product; en 12. Voor de kostenberekening van de ongebonden heffingen wordt voor de berekening van de overheadkosten uitgegaan van 13% van de omzet (zie ook paragraaf E Bedrijfsvoering).

Begroting 2022

81

Harmonisatie van belastingen en heffingen In de Kadernota 2022 is de geplande harmonisatie van de lokale heffingen en leges in 2022 en 2023 toegelicht. De meeste heffingen worden per 1 januari 2023 geharmoniseerd. Een aantal heffingen wordt al in 2022 (gedeeltelijk) geharmoniseerd. De belangrijkste zijn de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, de onroerendezaakbelasting en de roerenderuimtebelasting. Tevens zal naar verwachting een deel van de leges worden geharmoniseerd. Vanwege harmonisatie met Amsterdam wordt vanaf de Begroting 2022 de term roerenderuimtebelasting (RRB) gebuikt wat voorheen in de gemeente Weesp werd aangeduid met roerende zaakbelasting (RZB). De RRB betreft de lokale belasting voor woonboten, woonwagens en bedrijfsvaartuigen waar de OZB de lokale belasting voor eigenaren van onroerende woningen en voor eigenaren en gebruikers van onroerende bedrijfsruimten betreft. De rioolheffing zal in het kader van de harmonisatie deels omgezet worden van een gebruikersheffing naar een eigenarenheffing, hetgeen de woonlasten voor Weesper huurders verlaagt. Zoals in de Kadernota 2022 is aangegeven is het noodzakelijk om de afvalstoffenheffing per 24 maart 2022 te harmoniseren. De tarieven voor de OZB (en RRB) dienen per 1 januari 2022 volledig geharmoniseerd te zijn. Dit betekent dat beide gemeenteraden in december 2021 dezelfde tarieven moeten vaststellen.

Uitgangspunt voor de tariefvoorstellen zal de waardeontwikkeling in Amsterdam en Weesp in 2020 zijn met als peildatum 1 januari 2021. Deze waardeontwikkeling en de daarop gebaseerde tarieven worden pas in het najaar bepaald en berekend om rekening te houden met de laatste gegevens omtrent de woningwaarde in Amsterdam en Weesp. Omdat de tarieven voor de OZB en de RRB nog niet bekend zijn, is in de begroting geen overzicht opgenomen van de lokale lastendruk voor woningeigenaren. Bij de voorstellen voor de verschillende verordeningen 2022 in het najaar zal wel een dergelijk overzicht worden opgenomen. Uitgangspunt blijft, zoals in het Bestuurlijk Akkoord Weesp - Amsterdam is opgenomen, dat er in 2022 voor Weesper woningeigenaren en huurders netto een verlaging van de woonlasten zal zijn. Omvang lokale heffingen Hieronder is de geraamde omvang van de lokale heffingen weergegeven. Verschillen tussen de Begroting 2021 en de Begroting 2022 worden met name veroorzaakt door de hierboven aangegeven beleidsvoornemens en areaaleffecten, verdere verschillen zijn in de programma’s toegelicht.

Heffing (bedragen in €) Ongebonden heffingen Onroerendezaakbelasting Roerenderuimtebelasting Precariobelasting Parkeerbelasting Reclamebelasting Totaal ongebonden heffingen

Begroting 2021 Begroting 2022 4.392.000 78.000 716.000 905.000 81.500 6.172.500

3.109.000 50.000 0 1.151.500 82.500 4.393.000

Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Bouwleges Leges burgerzaken Lijkbezorgingsrechten Scheepsvaartrechten Marktgelden Totaal gebonden heffingen

2.428.000 2.103.000 2.770.000 286.612 175.470 7.417 47.951 7.818.450

2.638.000 2.160.000 2.812.000 290.900 178.000 7.500 48.700 8.135.100

Totaal heffingen

13.990.950

12.528.100

Begroting 2022

82

Aandeel geraamde opbrengsten lokale heffingen 2022

De gemeentelijke heffingen op hoofdlijnen De belangrijkste gemeentelijke heffingen zijn de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De waarde van de onroerende zaken is van invloed op de OZB-tarieven en wordt voor de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) bepaald naar het waardenniveau op 1 januari van het voorgaande jaar. Voor het belastingjaar 2022 wordt dus de waarde van onroerende zaken naar het niveau op 1 januari 2021 gehanteerd. De andere (meer incidentele) heffingen die in Weesp worden gehanteerd zijn de RRB, precariobelasting, parkeerbelasting, leges, lijkbezorgingsrechten, scheepvaartrechten, marktgelden en reclamebelasting. De uitgangspunten zoals hierboven genoemd bij het onderdeel beleidsvoornemens van deze paragraaf zullen worden gehanteerd om de tarieven te bepalen. Met de belastingverordeningen 2022 worden in het najaar van 2021 de tarieven voor 2022 vastgesteld. Kostenberekening gebonden heffingen Hieronder worden de kostenberekening en het dekkingspercentage weergegeven voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de marktgelden, de lijkbezorgingsrechten, de scheepvaartrechten en de leges. Naast het marktgeld worden ook de stroomkosten doorberekend aan de gebruikers van de markt.

Tevens is in de opbrengst een bedrag van € 5.000 begrepen dat ter beschikking staat van de marktkooplieden voor het uitvoeren van diverse activiteiten ter promotie van de markt. Voor de scheepvaartrechten wordt de grootste kostenpost gevormd door de inhuur van brugwachters. De werkzaamheden voor het innen van het aanleggeld zijn verpacht. Het pachtgeld wordt op privaatrechtelijke basis in rekening gebracht. 2022 (bedragen in €) Kosten taakveld Overheadkosten (13%) Totale lasten

Afval 2.635.800 342.700 2.978.500

Riool 1.914.800 248.900 2.163.700

Markt 52.600 6.800 59.400

Lijkbezorging 212.700 27.600 240.300

Scheepvaart 226.600 29.500 256.100

Leges 2.863.900 372.300 3.236.200

Opbrengst heffingen Overige inkomsten Totale baten

2.638.000 330.000 2.968.000

2.160.000

178.000 700 178.700

7.500

3.094.600

2.160.000

48.700 10.200 58.900

7.500

3.094.600

Saldo van lasten en baten

10.500

3.700

500

61.500

248.600

141.600

Dekkingspercentage

100%

100%

99%

74%

3%

96%

Begroting 2022

83

Kwijtschelding De basis voor het kwijtscheldingsbeleid is de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Kwijtschelding wordt verleend indien er sprake is van het geheel of gedeeltelijk ontbreken van voldoende draagkracht. Hiervoor geldt de 100% bijstandsnorm. Kwijtschelding is mogelijk voor alle gemeentelijke belastingen en heffingen met uitzondering van de parkeerbelastingen, de precariobelasting en de marktgelden. Lokale lastendruk De lokale lastendruk wordt bepaald aan de hand van de tarieven voor de onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Zoals hierboven aangegeven zijn de tarieven nog niet bekend. Bij de voorstellen voor de verschillende belastingverordeningen 2022 in het najaar zal de tariefontwikkeling worden geschetst, waarbij het uitgangspunt blijft dat in 2022 voor Weesper woningeigenaren en huurders netto een verlaging van de woonlasten zal zijn. Vergelijking woonlasten met andere gemeenten Voor vergelijking van de lokale lastendruk met andere gemeenten en het nationale gemiddelde is gebruikgemaakt van de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in 2021 zoals berekend door het COELO (bron: www.waarstaatjegemeente.nl). De tarieven voor 2022 van de omliggende gemeenten zijn nog niet bekend waardoor 2021 het meest recente jaar is waarvoor vergelijking mogelijk is.

Voor de woonlasten wordt rekening gehouden met de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) en de rioolheffing. In de tabel is te zien dat de woonlasten in Weesp in 2021 voor het eerst onder het landelijk gemiddelde zitten en dat de woonlasten van Amsterdam en Weesp dicht bij elkaar zijn komen te liggen. Vergelijking woonlasten meerpersoonshuishouden in 2021 (in €)

Begroting 2022

84

B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Weerstandsvermogen Een risico is een onzekere gebeurtenis met ongewenste gevolgen voor de gemeente. Deze gevolgen kunnen beleidsmatig en/of financieel zijn. Bij het weerstandsvermogen ligt de focus op de financiële gevolgen van risico’s. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de capaciteit om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit) en de materiele risico’s waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen. De weerstandsratio kan berekend worden door de beschikbare weerstandscapaciteit (hoeveel niet bestemde middelen zijn er beschikbaar) te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn nodig om alle risico’s op te kunnen vangen). Voordat dieper ingegaan wordt op de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit wordt hieronder de weerstandsratio weergegeven zoals berekend voor begroting 2022. Weerstandsratio = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit Weerstandsratio = € 14,85 mln. / € 1,85 mln. = 8,0

Kengetallen De kengetallen geven zicht op de financiële positie van de gemeente Weesp en bieden de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Deze kengetallen maken inzichtelijk hoeveel (financiële) ruimte de gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kaderstellende taak van de gemeenteraad. Na de beschrijving van de risico’s worden de kengetallen weergegeven en toegelicht. Beschikbare weerstandscapaciteit Dit bevat alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente kan beschikken om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid aangepast moet worden. De volgende onderdelen maken deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit:

Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve

Begroting 2022 11.783.605

Stille reserve Onbenutte belastingcapaciteit

3.040.620

Niet ingevulde begrotingsruimte Post onvoorzien Totaal

30.000 14.854.225

Algemene reserve De algemene reserve wordt gebruikt voor het opvangen van risico’s in algemene zin of voor het compenseren van incidentele exploitatietekorten en dergelijke. De algemene reserve is vrij aanwendbaar. De stand van de algemene reserve begin 2022 is € 11,8 mln. Voor een overzicht van de reserves wordt verwezen naar de bijlage in deze begroting. Stille reserves a. Materiële vaste activa De meeste gemeentelijke eigendommen zoals schoolgebouwen, culturele centra, sportvelden, het raadhuis en de gemeentewerf worden gebruikt voor de uitvoering van gemeentelijke taken (duurzaam verbonden aan de bedrijfsuitoefening) en blijven daarom buiten beschouwing. Op grond van een inventarisatie kan gesteld worden dat in de gemeente Weesp geen significante stille reserves besloten liggen in materiële vaste activa, die niet aan de bedrijfsuitoefening zijn verbonden. Daarnaast zijn er nog gronden in eigendom die verkocht kunnen worden en waarvan de boekwaarde ver achter de marktwaarde ligt. Op dit moment is er geen inventarisatie van dit soort stille reserves Begroting 2022

85

beschikbaar. Een kanttekening moet hierbij wel gemaakt worden. Conform vastgesteld beleid worden winsten uit grondverkopen in principe gestort in de egalisatiereserve. Onbenutte belastingcapaciteit Bij de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit wordt in eerste instantie het minimale niveau van de belastingtarieven in acht genomen bij een artikel 12 aanvraag. Hiermee wordt bedoeld dat als een gemeente een aanvraag om extra steun op grond van artikel 12 indient, eerst de tarieven moeten worden verhoogd tot een bepaald minimumniveau. Voor 2022 heeft Weesp een onbenutte belastingcapaciteit van € 3,0 mln. Hieronder wordt een toelichting op de berekening gegeven.

Onbenutte belastingcapaciteit Begroting 2022 Landelijk redelijk peil OZB voor het jaar 2022 (Meicirculaire 2021)

0,1800%

Gewogen OZB-percentage Weesp 2022

0,0910%

Verschil

0,0890%

Onbenutte belastingcapaciteit

3.040.620

Niet ingevulde begrotingsruimte De begroting is sluitend en derhalve is er geen begrotingsruimte. Post onvoorzien In de begroting en de meerjarenraming is jaarlijks een bedrag voor onvoorziene lasten opgenomen van € 30.000. Bij voorstellen waarvoor de post onvoorzien wordt benut als dekkingsmiddel geldt als toetsingscriterium dat het voorstel in beginsel dient te voldoen aan de drie O’s (onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar).

TOELICHTING RISICO’S EN BEHEERSMAATREGELEN 1. Gewaarborgde geldleningen Het bedrag aan gewaarborgde geldleningen is eind 2020 € 1,4 mln. Het merendeel van deze uitstaande leningen bestaat uit afgegeven hypotheken. Tot 1998 stond de gemeente samen met het Rijk garant voor afgegeven hypotheken. Bij gedwongen verkopen werd de gemeente aangesproken op het financiële tekort. Na 1998 worden deze garanties niet meer verstrekt. De functie van de gemeentegarantie is overgenomen door de Nationale Hypotheekgarantie. Het risico op deze oude gemeentegaranties is zeer klein en neemt jaarlijks af. Aanvullende maatregelen zijn niet nodig. 2. Achtervang De Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is een borgstellingsinstituut voor de sociale huursector. Haar doelstelling is om te zorgen dat woningcorporaties toegang tot de kapitaalmarkt krijgen en leningen kunnen aantrekken tegen een zo laag mogelijke kosten. Dit komt ten goede aan de huurders van sociale woningen. Wanneer een corporatie rente en aflossing op een WSW geborgde lening niet meer kan betalen dan neemt de WSW de betaalverplichtingen voor deze lening over. In 2021 is de WSW geactualiseerd welke voor wensen en bedenkingen aan de gemeenteraad is voorgelegd. WSW is nog nooit aangesproken op de borg en schat het risico van de gemeenten en het Rijk in als zeer klein, of zelfs theoretisch. 3.

Sociaal domein De budgetten in het sociaal domein zijn openeinderegelingen. Uitgaven in het kader van deze regelingen zijn nauwelijks te beïnvloeden en hoeven niet synchroon te lopen met de rijksvergoedingen, waardoor deze regelingen een financieel risico met zich meebrengen. Beheersmaatregelen: 1. permanente monitoring budget om actie te kunnen ondernemen 2. inventariseren aantallen lopende trajecten 3. financiële reserve aanleggen 4. verschuiving in prioriteiten gemeentebegroting Begroting 2022

86

5. kosten baten op lange termijn onderzoeken 6. samenwerking onder meer op financieel gebied, spreiding financiële risico's in de regio Wmo abonnementstarief Een risico in het sociaal domein is de aanpassing van de eigen bijdrage voor Wmo voorzieningen. De inkomensafhankelijke bijdrage is een vast tarief geworden. Door invoering van dit zogenoemde abonnementstarief zijn de inkomsten van de eigen bijdragen van inwoners fors gedaald. Gemeenten zijn vanaf 2019 hiervoor gecompenseerd in het gemeentefonds. De verwachting was dat met de invoering van het abonnementstarief het aantal Wmo-aanvragen zou toenemen. Tot de eerste helft van 2019 was het totaal aantal Wmo voorzieningen redelijk stabiel, maar vanaf de tweede helft van dat jaar zien we een toename. Vooral voorzieningen zoals huishoudelijke hulp en kostbare hulpmiddelen en woningaanpassingen lijken vaker aangevraagd te worden. Leerlingenvervoer Amsterdam en Weesp breiden het contract met de Amsterdamse vervoerder uit met het leerlingenvervoer in Weesp voor de periode 1 augustus 2021 tot 1 augustus 2022 ter voorbereiding op de aanbesteding door Amsterdam. Het leerlingenvervoer betreft een openeinderegeling; dat betekent dat gedurende het jaar leerlingen kunnen instromen die gebruik maken van het leerlingenvervoer, waardoor de kosten hoger (of lager) kunnen zijn dan vooraf begroot. 4.

Risico natuurwetgeving De beperking waar met de flora- en faunawetgeving tegenaan gelopen wordt, is groot. Het risico dat een aantal gebieden in Weesp niet op de gewenste wijze beheerd kan worden is aanwezig. In 2019 zijn er nog een aantal zittingen bij de rechtbank en Raad van State geweest over het al dan niet overtreden van de Wet Natuurbescherming. Hiervoor is gebruik gemaakt van externe juridische ondersteuning. Er is een wettelijke verplichting om te voldoen aan de wet natuurbescherming. Zonder deze onderzoeken kunnen we niet aantonen dat we voldoen aan de wetgeving en zorgplicht, en dat kan juridisch effect hebben en uiteindelijk dus ook in de uitvoering. In het verleden is onderhoud aan het groen niet of veel later uitgevoerd waardoor er in een later stadium hogere (beheer)kosten kunnen ontstaan. 5. VVE beleid Het subsidiebedrag hangt af van het aantal peuters waar een aanbod voor geboden wordt, het inkomen van de ouders en het aantal peuters dat onder de gemeentelijke subsidie valt. Subsidie aan de aanbieders wordt verstrekt op basis van een voorschot. De afrekening vindt plaats na afloop van het subsidiejaar. 6. Horn 5 In het eerste half jaar van 2021 is aanvullend gemonitord. In september 2021 worden de bevindingen met de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek en Omgevingsdienst Noord Zeekanaal besproken. Verwacht wordt dat de sanering kan worden beëindigd.

Hierna zullen de voorbereidingen starten voor verkoop van het perceel. 7. Renterisico De gemeente Weesp trekt langlopende leningen aan om in de eigen financieringsbehoefte te voorzien. De jaarlijkse kosten van de financieringsbehoefte (rentelasten) worden bepaald door de omvang van de bestaande leningenportefeuille, de financieringsbehoefte als gevolg van voorgenomen investeringen en de van toepassing zijnde rentetarieven. Een mogelijk risico is de stijging van het rentepercentage. 8. Datalekken Er is sprake van een datalek als derden, die geen toegang zouden mogen hebben tot bepaalde persoonsgegevens, toch die informatie in handen krijgen. Een datalek kan optreden als de servers van een bedrijf worden gehackt en gevoelige informatie wordt gestolen, maar ook als een medewerker een smartphone, laptop of usb-stick met gevoelige informatie verliest. Zelfs een geprinte lijst met klantgegevens die wordt gestolen, geldt als datalek.

Begroting 2022

87

Een datalek levert naast grote imagoschade ook feitelijke schade op als gevolg van hertstelmaatregelen. Bovendien kan de autoriteit persoonsgegevens forse boetes opleggen in geval een organisatie onvoldoende maatregelen heeft getroffen om het ontstaan van datalekken te voorkomen, dan wel verwijtbaar heeft gehandeld in geval van een feitelijk datalek. Het risico op het gebied van Datalekken is uitgesplitst in twee categorieën. Categorie 1-overtredingen Wanneer een verwerkingsverantwoordelijke of verwerker een overtreding begaat van de meer fundamentele verplichtingen uit de AVG dan kan deze worden bestraft met een boete van de hoogste categorie. Te denken valt aan schending van rechten van een betrokkene, zoals het recht van inzage, het recht op gegevenswisseling en het recht op dataportabiliteit. Ook overtreding van de volgende punten valt onder deze categorie: • Basisbeginselen van gegevensverwerking, waaronder de voorwaarden voor toestemming; • Doorgiften van persoonsgegevens aan een derde land (buiten de Europese Economische Ruimte) en internationale organisaties; • Verplichtingen die volgen uit nationale wetgeving, zoals ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting en verwerking van persoonsgegevens in het arbeidsrecht; • Niet-naleving van een bevel van de toezichthouder of een tijdelijke of definitieve verwerkingsbeperking of opschorting.

• Overtredingen van de eerste categorie kunnen worden bestraft met een geldboete van maximaal € 20 mln. of 4% van de gemeentelijke omzet. De meeste andere overtredingen kunnen worden bestraft met een boete van het ‘lagere’ tarief. Dit geldt onder andere voor het niet voldoen aan de onderstaande onderwerpen die volgen uit de AVG: • Toestemming van een kind voor diensten van de informatiemaatschappij; • Privacy by design and default; • Aanstelling van de privacy officer/functionaris gegevensbescherming; • Melden van datalekken aan de AP en de betrokkene; • Privacy Impact Assessment; • Beveiligingsmaatregelen. Voor categorie 2-overtredingen is dit maximaal € 10 mln. of 2% van de gemeentelijke omzet. Risico’s in Weesp In het kader van Covid 19 wordt er nog steeds veel thuis gewerkt. Hierdoor is het risico op datalekken groter dan indien men op kantoor werkt omdat de beveiliging van de thuiswerkplek niet altijd optimaal is. Tevens is het onmogelijk om in deze situatie controles uit te voeren waardoor een datalek mogelijk later dan wenselijk wordt opgemerkt. Een ander risico is de overdracht van taken en gegevens naar Amsterdam. Bij elk integratieproces van data en systemen moet daarom scherp worden toegezien op het voorkomen van datalekken. Een ander risico vormt de instabiliteit van de Weesper ICT.

Hoewel er hard wordt gewerkt aan overdracht van data naar Amsterdam en het uitfaseren van verouderde apparatuur blijft de Weesper infrastructuur zeer kwetsbaar. Totdat de Weesper applicaties en data zijn overgedragen aan Amsterdam wordt extra inzet geleverd om de infrastructuur waar mogelijk stabiel te houden. In 2020 zijn al veel initiatieven genomen om de stabiliteit van de infrastructuur te verbeteren en het risico op incidenten te mitigeren. Een laatste risico is het gebruik van dataopslagmiddelen zoals Google-analytics, Dropbox, apple icloud en b.v. Microsoft-software hetgeen allemaal Amerikaanse producten zijn die vallen onder de Begroting 2022

88

patriot-act en waardoor wij geen grip hebben op het gebruik van de in deze systemen aanwezige gegevens. Ook bij leveranciers die cloud c.q. SAAS-oplossingen bieden is niet altijd duidelijk waar de date en gegevensverwerking plaatsvindt. 9. Overige risico’s/onzekerheid Het is niet realistisch om te veronderstellen dat 100% van de risico’s in beeld gebracht kunnen worden. Echter door het uitvoeren van een risico-inventarisatie is getracht een zo compleet mogelijk beeld te verkrijgen. Om tegemoet te komen aan de onzekerheid is rekening gehouden met een factor 1,25. Met andere woorden: voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van de geïnventariseerde risico’s vermenigvuldigd met een factor 1,25. Hierna wordt een samenvatting van de geïnventariseerde risico’s weergegeven. (Bedragen x € 1.000) Nr. Onderwerp 1 Gewaarborgde geldleningen 2 Achtervangpositie 3 Sociaal domein: Open einderegelingen Leerlingenvervoer 4 Natuurwetgeving 5 VVE beleid 6 Horn 5 7 Renterisico 8a Datalekken - Categorie 1 8b Datalekken - Categorie 2

Kans Bedrag Rekenpercentage Risicobedrag Zeer laag 1.400 5,00% 70 Zeer laag 1.433 5,00% 72 Hoog Gemiddeld Hoog Hoog Zeer laag Laag Zeer laag Zeer laag

1.432 432 80 100 280 50 1.953 977 8.137

9 Onzekerheid (factor 1,25) Totaal benodigd weerstandsvermogen

62,50% 37,50% 62,50% 62,50% 5,00% 12,50% 5,00% 5,00%

895 162 50 63 14 6 98 49 1.478 369 1.847

Financiële kengetallen Financiële kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Om dit te bereiken is op 15 mei 2015 artikel 11 van het BBV gewijzigd. Vanaf de jaarrekening 2015 zijn de kengetallen opgenomen voor: de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de grondexploitatie, de structurele exploitatieruimte en de belastingcapaciteit. De kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid en vooral het verloop ten opzichte van voorgaande jaren. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die de raad bij de beoordeling van de financiële positie moeten betrekken om daar een oordeel over te kunnen geven. Zij leveren daarmee ook een bijdrage aan hun kaderstellende en controlerende rol. Hierna worden de kengetallen conform het BBV weergegeven en toegelicht. Kengetallen: Netto schuldquote Nettoschuldquote gecorr. voor alle verstrekte geldleningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Cat. A

Cat. B

Cat. C

<90% <90% >50%

90-130% 90-130% 20-50%

>130% >130% <20%

<95%

95-105%

>105%

Begroting 2022

Verloop van de kengetallen RK 2020 BG 2021 BG 2022 BG 2023 BG 2024 BG 2025 71% 116% 119% 126% 122% 118% 68% 114% 116% 124% 120% 115% 22% 11% 11% 11% 11% 11% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 1,0% 0,0% 1,0% 0,8% -0,4% 0,1% 1,4% 104% 98% 98% 98% 98% 98%

89

Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Als de netto schuldquote de 90% passeert, springt het licht op oranje, boven de 130% op rood. Op basis van deze grove indicatie zit de gemeente Weesp in de oranje zone. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal.

Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Omdat de solvabiliteitsratio lager is dan 20%, is er sprake van een risico. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een gemeente is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een gemeente in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft de potentiële ruimte aan die een gemeente heeft om haar structurele baten te verhogen om stijgende structurele lasten op te vangen. De onroerendzaakbelasting, de rioolheffing en de reinigingsheffing bepalen hoe hoog de woonlasten per gemeente zijn. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. De woonlasten van een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde worden vergeleken met de landelijke woonlasten in het laatst bekende begrotingsjaar. De waarde voor Weesp ligt dicht bij het landelijk gemiddelde.

Begroting 2022

90

C Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De openbare ruimte van Weesp bevat een aantal kapitaalgoederen die als volgt gerubriceerd kunnen worden:  Infrastructuur (wegen, openbare verlichting en verkeerslichten);  Water (civiele kunstwerken, bruggen, remmingwerken, wal- en kademuren, beschoeiingen);  Riolering (rioolleidingen, putten, pompen, gemalen en bergbezinkkelders);  Groen (woon- en leefomgeving);  Gemeentelijke gebouwen;  Schoolgebouwen. Omdat uitstel van onderhoud pas op langere termijn tot zichtbare problemen leidt, is het voor de financiële positie van een gemeente van wezenlijk belang beleidskaders voor de staat van de kapitaalgoederen vast te stellen en regelmatig te monitoren. Er wordt gewerkt aan het verder in beeld brengen van de kwaliteit van de verschillende assets in Weesp. De bevindingen worden jaarlijks meegenomen in meerjarige instandhoudingsplannen voor de openbare ruimte van Weesp. Vanaf 2021 wordt ingezet om de onderhoudsachterstand van de openbare ruimte in Weesp risicogestuurd weg te werken.

Infrastructuur Beleidskader De gemeente Weesp heeft onder andere verharding, openbare verlichting en verkeerslichteninstallaties in beheer en onderhoud. Het is een zorgplicht van de gemeente om deze infrastructuur met toebehoren goed en verantwoord te beheren (Wegenwet, artikel 16). Volgens het Burgerlijk Wetboek kan een beheerder aansprakelijk worden gesteld voor de schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg of openbare verlichting. De gemeente Weesp hanteert de richtlijnen en aanbevelingen van de Praktijkrichtlijn voor openbare verlichting (NPR13201-1). Bovendien wordt getracht om te voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Beheerplan Beheer kan worden gedefinieerd als “de zorg voor het blijvend voldoen van de openbare ruimte aan de wettelijke kaders, eisen en richtlijnen, en aan de beleidskaders van de beheerder”. De ambtelijke beheertaken zijn per 2020 ondergebracht in de Amsterdamse assetmanagementsystematiek voor de openbare ruimte. Deze systematiek is benoemd en besloten in Organisatieplan SWOR van mei 2018. De gemeente Weesp beheert diverse verhardingsobjecten, zoals wegen, straten, pleinen en fiets- en voetpaden, maar ook markeringen en straatkolken. Om de ontwikkeling van de kwaliteit van de verharding goed te kunnen volgen worden de wegen tweejaarlijks globaal geïnspecteerd.

Op basis van de inspectiegegevens wordt de werkvoorraad bepaald en onderhoudsprojecten gedefinieerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de landelijke erkende en toegepaste CROW-systematiek. Na afstemming op integraliteit, leidt dit tot een geactualiseerd beheerplan, dat binnen de AM-systematiek neerkomt op een instandhoudingsplan met een doorkijk van vijf jaar. In het Beleidsplan Openbare Verlichting zijn meerjareninvesteringsplannen voor groot onderhoud en vervanging van openbare verlichting opgenomen. Dit resulteert in theoretische gemiddelde bedragen per jaar over de gehele levensduur en areaal. De objectgegevens van de lichtmasten van Weesp zijn vier jaar lang niet bijgewerkt. Op dit moment is alleen inzicht in het areaal van lichtmasten zoals het bestand in 2016 was. Dit betekent dat een inventarisatie en actualisatie van de objectgegevens nodig is. Uit een inspectie van alle verkeersregelinstallaties in de gemeente Weesp is gebleken dat een deel van de verkeersregelinstallaties op korte termijn compleet technisch vervangen dient te worden vanwege juridische onjuistheden, de leeftijd van de verkeersregelautomaten en de onderhoudstoestand van de verkeersregelinstallaties.

Begroting 2022

91

Beleidsnota’s Infrastructuur: Beleidsplan openbare verlichting (2018) Gladheidbestrijdingsplan (2020) Categoriseringsplan (2000) Beheerplan wegen (2018-2022) Beleidsplan openbare verlichting (2018) Water Beleidskader Weesp is een waterrijk gebied en heeft als gevolg daarvan veel waterbouwkundige kunstwerken (bruggen, sluis, steigers, vlonders en duikers). De meest kostbare zijn de vijf beweegbare bruggen met bijbehorende remmingswerken en de sluis. Voor het beheer van de kunstwerken zijn de wettelijke regelingen Wegenwet, Burgerlijk Wetboek, Bouwbesluit, Waterwet, NEN-Normen en richtlijnen en de Monumentenwet van belang. Naast de bruggen heeft Weesp ruim 17 km “harde waterkering” bestaande uit wal- en kademuren en beschoeiingen in beheer en onderhoud. Vanuit de gebruiksfuncties van het kunstwerk als onderdeel van een wegverbinding, voorziening in de waterhuishouding, voorziening voor de scheepvaart of verblijfplaats binnen de openbare ruimte, liggen relaties met verschillende andere beleidsterreinen. Baggeren van de (grotere) doorgaande vaarwegen (Vecht en Smal Weesp) wordt uitgevoerd door Waternet, eventuele kosten van afvoer van vervuilde bagger zijn voor de gemeente. De kleinere wateren die niet dienen als doorvaarroutes zijn in beheer bij de gemeente.

De gemeente heeft structureel budget in de begroting (verantwoord op programma 7 Volksgezondheid en milieu) voor de kosten van baggeren en afvoer van vervuilde bagger. Beleidsnota’s Water: Onderhoudsplan beweegbare bruggen (2018-2022) Instandhoudingsinspectie kunstwerken en oeverconstructies (2018) Beheerplan Onder civiele kunstwerken wordt verstaan gemetselde bruggen, stalen bruggen, betonnen bruggen, houten bruggen, duikerbruggen, duikers, beweegbare bruggen, sluizen en sluiskom, visvlonders en trappen, kademuren en beschoeiingen. Op basis van inspectieresultaten is in 2017 een onderhoudsbegroting gemaakt en is een meerjareninvesteringsschema opgesteld. Uitgangspunt is dat het functioneren van het huidige kunstwerkenbestand wordt gegarandeerd. Hierbij wordt een basis onderhoudsniveau toegepast. In 2020 is de huidige staat van alle civiele objecten (vaste bruggen, beweegbare bruggen, sluis en oevers en kades) in kaart gebracht via toestandinspecties. Uit de inspectieresultaten blijkt dat (veel) meer onderhoud nodig is dan in 2017 was voorzien. In 2021 wordt deze bevinding nader uitgewerkt.

Beleidsnota’s Infrastructuur: - Functionele inspectie 45 kunstwerken en 12.740m kadeconstructies (2017) - Meerjarenonderhoudsplan Beweegbare bruggen Weesp (2017) Financiële consequenties infrastructuur en water De kosten voor beheer van infrastructuur en onderhoud van civiele kunstwerken zijn verantwoord op programma 2 (taakveld 2.1 Verkeer en vervoer).

Riolering Beleidskader Aanleg en beheer van riolering is een gemeentelijke taak die zijn wettelijke basis vindt in de Wet milieubeheer (artikel 10.33). In de Wet milieubeheer, artikel 4.22, is vastgesteld dat de gemeente verplicht is een Gemeentelijk Rioleringsplan op te stellen. Hierin wordt het beleid geformuleerd om een goed functioneren van het rioolstelsel te garanderen en werkzaamheden ten behoeve van wijzigende (milieu)wetgeving uit te kunnen voeren.

Begroting 2022

92

Beleidsnota’s Riolering: - Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2025 Beheerplan Het Gemeentelijk Rioleringsplan bepaalt voor de komende planperiode de normen voor kwaliteit van het milieu en het in stand houden van de riolering. Uitbreiding, vernieuwing, verbetering en onderhoud van het rioolstelsel wordt conform de kaders van het plan uitgevoerd. Financiële consequenties Alle kosten voor onderhoud, vervanging en overige exploitatie (kapitaallasten vanwege investeringen) worden gedekt door de inkomsten van rioolheffing. De lasten en baten met betrekking tot riolering worden verantwoord op taakveld 7.2 Riolering (programma 7). Als er voor riolering een overschot of een tekort is, dan wordt dit verevend met de voorziening riolering.

Groen (woon- en leefomgeving) Beleidskader Onder groen wordt verstaan: openbaar groen (bomen, bosplantsoen, heesters, gazon, hagen e.d.), sportvelden, begraafplaatsen en grasbermen. Behalve het groen vallen onder het beheer van de openbare ruimte de volgende zaken: speellocaties, bebording, banken, (slot)palen, hekken, invalidenparkeerplaatsen, afvalbakken, boomkorven, depodogs, rijwielklemmen, straat- en trottoirkolken en dergelijke. De gemeente heeft een zorgplicht ten aanzien van het zorgvuldig beheer en onderhoud van alle aanwezige elementen in de openbare ruimte. Daarnaast heeft Weesp een schouwplicht ten behoeve van de watergangen. Beheerplan In 2001 zijn alle elementen van de openbare ruimte door adviesbureau Cyber geïnspecteerd en heeft er een berekening van de vervangingswaarde plaatsgevonden. Uitgangspunt is dat het functioneren van de huidige openbare ruimte wordt gegarandeerd. Hierbij wordt een basis onderhoudsniveau toegepast dat middels een aantal bestekken is uitbesteed aan derden. Het Beheerkwaliteitsplan is vastgesteld door het college van B&W. Het bomenbestand wordt jaarlijks gecontroleerd volgens een BVO (Boomveiligheidscontrole en onderhoudsinventarisatie).

Het doel van een BVO is om bomen te herkennen die een verminderde vitaliteit hebben en mede daardoor een gevaar kunnen vormen voor de omgeving, het beoordelen van het veiligheidsrisico en het opstellen van beheersmaatregelen. Beleid en afspraken over het onderhoud kapitaalgoederen van woon- en leefomgeving zijn opgenomen in onderstaande nota’s. Beleidsnota’s wijkbeheer: - Speelruimteplan 2017 - Beheerkwaliteitsplan openbare ruimte 2001 - Groenbeleidsplan 2020 - Visie Schansen 2015-2030 - Beheer- en ontwikkelplan schansen 2017-2027 - Beheerverordening begraafplaatsen 2011 - Begraafplaatsnota Weesp - Bomenbeleidsplan 2018

In 2020 zijn de uitvoerende organisatieonderdelen van Weesp en Amsterdam samengevoegd. Juiste en complete data zijn de basis voor elk beheer- en vervangingsprogramma. In 2020 zijn de digitale databestanden van openbaar groen, verhardingen en spelen aan elkaar gekoppeld. Vanaf moment van samenvoegen moeten deze data beheerd en geactualiseerd worden. Vanaf 2021 zullen in Weesp jaarlijks diverse soorten inspecties worden uitgevoerd. Het gaat hierbij om inspecties op boomveiligheid, snoeibehoefte van bomen en controles op de conditie van elk groenobject. Financiële consequenties De kosten voor openbaar groen en beheer openbare ruimte zijn verantwoord op programma 5 (taakveld 5.7 Openbaar groen en recreatie). Begroting 2022

93

Gemeentelijke gebouwen Beleidskader De vastgoedportefeuille van de gemeente omvat, naast schoolgebouwen, uiteenlopende objecten van het stadhuis tot de gemeentewerf en van gebouw Eensgezindheid tot fort Ossenmarkt. Van al deze gebouwen behoren met name de sociaal culturele accommodaties tot de parels van het gemeentelijk gebouwenbezit. Samen met het stadhuis zijn dit elementen die bepalend zijn voor de leef-kwaliteit en de ruimtelijke- en culturele identiteit van de stad. De gemeente heeft een belangrijke verplichting naar burgers en gebruikers toe om deze gebouwen en infrastructuur te behouden en veilig te laten functioneren. Beheerplan Aan de uitgaven ligt een jaarlijks vast te stellen plan van uitvoering ten grondslag op basis van het meerjaren onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen (2016-2025). In het jaar 2020 zijn diverse projecten uitgevoerd. Financiële consequenties Kosten voor gemeentelijke gebouwen zijn verantwoord op de programma’s 0 Bestuur en Ondersteuning en 5 Openbaar groen, sport, cultuur en recreatie. Daarnaast is voor het groot onderhoud aan gemeentelijke gebouwen een voorziening beschikbaar.

Schoolgebouwen Beleidskader Naast de hiervoor genoemde gemeentelijke gebouwen is de gemeente wettelijk belast met de zorg voor voldoende en adequate onderwijshuisvesting. Per 1 januari 2015 is de verantwoordelijkheid en het budget voor buitenonderhoud en aanpassingen aan schoolgebouwen in het primair onderwijs overgeheveld van de gemeente naar de schoolbesturen. Schoolbesturen zijn hiermee integraal verantwoordelijk geworden voor het onderhoud van schoolgebouwen. Als gevolg van de overheveling van het buitenonderhoud is de gemeente vanaf 2015 alleen nog verantwoordelijk voor uitbreiding en nieuwbouw van scholen. Daarnaast is de gemeente belast met het uitvoeren van groot onderhoud aan gemeentelijke gymnastiekaccommodaties. Beheerplan Als gevolg van de overheveling van het buitenonderhoud zijn vanaf 2015 zowel de besturen in het primair- als voortgezet onderwijs verantwoordelijk voor het complete onderhoud. Dit betekent dat de besturen zelf verantwoordelijk zijn voor de daarmee samenhangende activiteiten, waaronder het opstellen van meerjarige onderhoudsplannen (MOP). Aangezien een schoolgebouw, op grond van de huidige wetgeving, bij beëindiging van het onderwijsgebruik automatisch terugvalt aan de gemeente is inzicht in de staat van het onderhoud noodzakelijk. De staat van het onderhoud wordt vastgesteld op het moment dat het gebruik eindigt.

De gemeente heeft ervoor gekozen om in 2015 een 0-meting uit te voeren naar het onderhoud van de schoolgebouwen waarmee de staat van de gebouwen adequaat is geregistreerd en aan de hand van de MOP’s van de schoolbesturen gemonitord kan worden. Ten aanzien van de gemeentelijke verantwoordelijkheid inzake voldoende en adequate onderwijshuisvesting werkt de gemeente, in nauwe samenwerking met de schoolbesturen, aan een Integraal Huisvestingsplan (IHP). Via dit plan kan er een integrale afweging plaatsvinden over onderwijshuisvesting in Weesp in de toekomst. Dit is belangrijk aangezien de gemeente in de bestaande stad geconfronteerd wordt met een daling van het aantal leerlingen en een stijging van het aantal leerlingen in de Bloemendalerpolder.

Begroting 2022

94

D Financiering De financieringsparagraaf is in samenhang met het financieringsstatuut, welke in artikel 212 van de Gemeentewet is voorgeschreven, een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. De verhouding tussen statuut en paragraaf kan daarbij als volgt worden gekenschetst. Het financieringsstatuut geeft de basis voor het aantrekken en uitzetten van geld gedurende het jaar. De uitwerking vindt zijn weerslag in de financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Deze functie omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De uitvoering ervan vereist snelle beslissingen in een complexer geworden geld- en kapitaalmarkt. Onder de functie valt niet het garanderen van of verstrekken van leningen aan derden. Deze activiteiten vallen onder het desbetreffende programma. De volgende onderdelen zullen in deze paragraaf worden behandeld:  

Rentebeleid en rentevisie Risicobeheer (kasgeldlimiet en de renterisiconorm)

Rentebeleid en rentevisie De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO). In deze wet staan vooral transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht Treasury Statuut evenals een treasury- c.q. financieringsparagraaf in begroting en rekening. De risicobeheersing binnen de Wet FIDO richt zich op renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s. Het begrip treasury kan worden gedefinieerd als het besturen en beheersen, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden, het ten alle tijden zorgen voor voldoende liquide middelen, waarbij een tijdelijk overschot tegen een zo hoog mogelijk rendement wordt belegd en het afdekken van met name rente- en kredietrisico’s. Treasury onderscheidt zich van de reguliere control door de focus op feitelijke kasstromen in plaats van te redeneren in termen van baten en lasten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10635423/1