CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Raad Notulen raadsvergadering 16 en 17 december 2025 (concept) - deel 17 december 2025

Raadsvergadering Wassenaar 27 januari 2026, gemeente wassenaarBij agendapunt: Notulen31.148 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De voorzitter: Een interruptie van de heer Paulides. De heer Paulides: Ja, ik hoor u zeggen dat we binnen het budget blijven. U bedoelt dat we binnen die € 5,8 miljoen blijven? Dat zou betekenen dat ik een post van die € 5,8 miljoen die we over hebben zou moeten zien want daarvoor komt die bijdrage van de ondernemers in de plaats en als ik gewoon kijk, en dat heb ik net uitgelegd, hebben we volgens mij € 5,8 miljoen plus € 434.000,00 plus € 50.000,00 uitgegeven en dan komen we gewoon op een hoger bedrag dan we als raad hebben goedgekeurd. Hoe komt u erbij dat we binnen het bedrag blijven? De voorzitter: De heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Ja, dank u wel. In datzelfde raadsbesluit waarin we dat budget voor de dorpskern ter beschikking hebben gesteld stond als laatste beslispunt dat bedrag dat de pandeigenaren zouden bijdragen en als je die twee bedragen tot elkaar laat verhouden dan zie je dat die overschrijding van dat budget, dat is niet die € 5,8 miljoen maar volgens mij € 5,5 miljoen even uit mijn hoofd, wordt opgevangen en dat er dan die € 36.000,00 overblijft. Is dat dan een overschot? Nee, dat compenseert het feit dat het wel is overschreden. Dus ik ga gewoon terug naar dat ene raadsbesluit waarin we voor de revitalisering van de dorpskern hebben gestemd.

Je kunt niet de samenhang tussen die bijdrage van de pandeigenaren en dat besluit loslaten, dan ben je een beetje aan het shoppen in de cijfers en de eerdere investeringen die we hebben gedaan. De voorzitter: Nog aanvullend. De heer Paulides: Ik ga het nog een keer uitleggen. We hebben € 5,8 miljoen krediet gegeven en er is ons voorgespiegeld dat we op € 5,1 miljoen netto zouden komen. Ik zie geen verschil dat er van die € 5,8 miljoen € 700.000,00 over is, ik zie alleen maar dat er wat van die € 470.000,00 over is. Dus ik mis gewoon ruim € 1,2 miljoen. Als we minder uitgeven dan het krediet van € 5,8 miljoen die we hebben gegeven, moet ik een post als overschot zien en die € 470.000,00 wordt apart verantwoord. Ik weet niet hoe ik het duidelijker moet uitleggen, maar misschien kan de wethouder het straks uitleggen, ik wacht dat wel af.

65

De voorzitter: De heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Dank. Dan wacht ik dat met u af. Ik heb u net van repliek gediend met hoe ik naar die berekeningen kijk en dat is waar u het van mij deze avond mee moet doen, maar ik ben benieuwd hoe de wethouder naar uw berekening kijkt. Ik wil graag nog even ingaan op de discussie die net over de grote uitgaven is gevoerd. Ook wij hadden die liever eerder geweten en ik denk dat het verstandig is dat het college de raad zo tijdig mogelijk over dit soort overschrijdingen informeert. Dus ik ben ook daar wel echt benieuwd naar de reactie van het college. Als we naar veel van die uitgaven kijken dan zijn die op zich wel begrijpelijk en ook de noodzaak staat wat ons betreft niet ter discussie, maar hoe je ermee omgaat en hoe je ze verantwoordt en aan de raad meldt, is wel een belangrijk punt want daarmee brengen we ons wellicht in een minder goede positie dan dat we zouden kunnen hebben. Ik ben wel benieuwd naar de reactie van het college. Ik wil er wel op wijzen dat deze gemeenschap wel zelf ook verantwoordelijk is voor veel van die uitgaven, zoals voor de Woo, dat doen wij wel onze eigen gemeente aan door Woo-verzoek na Woo-verzoek in te dienen en zelfs in deze raad komt het wel eens voor dat dit gebeurt.

We moeten als Wassenaarse samenleving misschien ook wel gewoon in de spiegel kijken, dat dit dan wel de consequentie is, Woo-verzoeken indienen kost geld. Het lijkt bijna een soort 'geld lenen kost geld', maar Woo-verzoeken indienen ook. De voorzitter: Een interruptie van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja, geld lenen kost geld, we zullen de komende vier jaar ook gaan merken dat dit het geval is. Ik vind het altijd wel grappig hoe met Woo-verzoeken wordt omgegaan. Een Wooverzoek ontstaat en dat ontstaat niet zomaar. Hoe kunt u uitgaan van de gedachte dat preventie weleens zou kunnen helpen dat Woo-verzoeken worden ingediend en wie moet er dan voor die preventie zorgen? U was erg enthousiast over budgetvergroting voor 2026, dus ik ben heel benieuwd hoe u hierover denkt. De voorzitter: De heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Preventie is altijd goed, daar kan waarschijnlijk niemand het mee oneens zijn. Ik weet niet precies wat u bedoelt met preventie, dus dat is dan even een verhelderingsvraag aan u, want dat is me niet helemaal duidelijk. De voorzitter: De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: De reden voor iemand om een Woo-verzoek te doen ligt in dit bestuur en hoe kun je dan als bestuur voorkomen dat iemand de behoefte krijgt om een Woo-verzoek te doen? Dat bedoel ik een beetje met preventie, u begrijpt mijn vraag. De voorzitter: De heer Krabbendam.

De heer Krabbendam: Dank voorzitter. Het is altijd goed om zo goed mogelijk met de Wassenaarse samenleving, met burgers, met ondernemers, in gesprek te zijn. Ik denk dat we elkaar daarover prima verstaan, maar het gaat er op een gegeven moment ook wel om op welk punt je genoegen neemt met een antwoord van een college namens deze gemeente of met het vertrouwen. Ik denk dat wij hier als raad ook allemaal een bijdrage kunnen leveren aan het vertrouwen in het bestuur van deze gemeente en dat doen we niet altijd allemaal met elkaar. Dus wederom, we moeten als raad ook echt in de spiegel kijken hoe we daarmee omgaan. Ik denk dat op een gegeven moment het punt wordt bereikt dat vanuit een bepaald wantrouwen te makkelijk naar zo een middel, echt een zwaar middel, wordt gegrepen. Daar zouden we niet moeten komen met elkaar, maar dat ligt soms ook gewoon aan de mentaliteit en niet alleen aan het college. De voorzitter: De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Dank u wel. Als ik de woorden van de heer Krabbendam zo beluister dan moet het bestuur van Wassenaar op een gegeven moment ook 'nee' zeggen en mijn gevoel is dat het 'nee' dan tot gevolg heeft dat het aantal Woo-verzoeken niet zal afnemen.

Welke manieren ziet u, met welke middelen die daartegenover komen te staan, om dan toch vanuit het huidige niveau naar minder Woo-verzoeken en vooral ook minder lasten voor Woo-verzoeken te komen? Behalve de nationale wetgeving aanpassen want dat zou ook kunnen helpen. De voorzitter: De heer Krabbendam.

66

De heer Krabbendam: Dank u. Ja, ik denk dat we als gemeente heel weinig middelen in handen hebben om dat te voorkomen want de wet geeft mensen nou eenmaal dit middel en het is een zwaar middel dat echt makkelijk wordt ingezet. Ik wil niet zeggen dat het bij iedereen die een Woo-verzoek indient onterecht is, dat hoort u mij vanavond niet zeggen, maar ik denk dat het soms wel te lichtvaardig gebeurt en daar vinden wij wel iets van. Dat maakt het voor het college en de juridische dienst hier soms echt onwerkbaar. We hebben er wel begrip voor dat dit tot frustratie leidt en we hebben dus ook begrip voor het feit dat er dus extra uitgaven moeten worden gedaan. De voorzitter: Afrondend. De heer Hendrickx: Ja. Ik hoor wat de heer Krabbendam hierover zegt, ik heb alleen weinig hoop dat ik iets heb gehoord waarmee het aantal Woo-verzoeken en de lasten van de gemeente gaan afnemen. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Gankema. De heer Gankema: Ja, ik wil het ook graag nog even over de Woo-verzoeken hebben. We hadden onlangs de parlementariër Bontenbal die ook even inging op de Woo en die zei 'ja, misschien moeten we dat ding maar veranderen want het kost allemaal zoveel geld'. Aan de andere kant is die natuurlijk ooit ingevoerd omdat de informatievoorziening naar de burger toe tekortschoot. De wet ligt er nu, dus laten we hem er ook maar eventjes aan houden.

Als mensen zich geroepen voelen om daar een beroep op te doen, laten ze dat dan vooral doen. Het zit voor mij meer in de kostenkant en het heeft er ook mee te maken hoe wij als gemeente onze informatievoorziening op orde hebben. Bij de start van deze raadsperiode heb ik er al op gewezen dat onze archieffunctie moet verbeteren. Volgens mij is daar de afgelopen drie jaar te weinig aan gebeurd en je ziet ook dat bij Woo-verzoeken heel snel naar externe inzet wordt gegrepen. Zou het voor de komende tijd nou niet goed zijn om onze informatievoorziening beter te maken zodat we de Woo-verzoeken ook in eigen huis kunnen afhandelen, dan kom je volgens mij niet aan bedragen van € 200.000,00 omdat je dure juristen moet inhuren maar dan kun je dat op een lager niveau of wellicht via AI afronden. De voorzitter: De heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Ja helemaal eens, dat lijkt me een heel goed idee. Volgens mij moeten we dat doen, dan versterk je dus structureel hier de ambtelijke staf, de capaciteit en vooral ook de kennis om er goed mee om te gaan zowel aan de… Misschien is dat wel de preventiegedachten van de heer Hendrickx.

Aan de andere kant dan de uitvoering en dan hoef je misschien ook… want de heer Bontenbal werd wel gefactcheckt en het was niet waar dat hele ministeries zaten zwart te lakken, het zijn er nog steeds wel veel maar het was volgens minder erg dan hij volgens mij in het debat schetste. U vindt mij daar helemaal aan uw zijde, dat moeten we volgens mij gewoon doen. De voorzitter: De heer Gankema. De heer Gankema: Nou afrondend. Dan hoop ik dat u het aan uw opvolger overbrengt en dat we daar dan de komende tijd gezamenlijk weer verder mee kunnen. Dank u. De voorzitter: De heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Ja dank. Ik mag eigenlijk van de heer Gankema in deze raadzaal nooit over hoop spreken, ik hoor hem vaak zeggen dat dit uitgestelde teleurstelling is, maar ik hoop het samen met hem want laten we het positief afronden, dus laten we dan ook samen hopen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Gankema. De heer Gankema: De najaarsnota, er is net al veel over gezegd en ik heb net ook al in een interruptie enigszins laten blijken hoe ik erover denk. Even in het kort, het had beter gekund en ik denk ook dat we dat vandaag politiek zo moeten uitspreken, normatief zijn zodat we daarvan leren en het in de toekomst anders gaat.

Dan heb ik het onder andere over de kosten voor Duindigt, die hadden we als raad natuurlijk veel eerder willen weten, eigenlijk op de avond zelf toen werd besloten dat we scenario's zouden gaan ontwikkelen, dan was het wel handig geweest als we hadden geweten dat dit meer dan € 400.000,00 zou kosten, ik denk dat we het dan niet hadden gedaan, dat mag ik hopen. Ik had eigenlijk eerder gedacht dat de ambtelijke organisatie zelf die scenario's wel had kunnen opstellen. Oké, het is misschien een beetje van de zijkant geroepen maar zo heel 67

moeilijk lijkt het me niet. Nu lijkt het alsof dit het belangrijkste stuk is dat dit college aan ons gaat presenteren maar volgens mij zijn er andere belangrijkere zaken waar we geld aan moeten uitgeven. Dan nog even het punt wat betreft… Als een college nieuw beleid gaat ontwikkelen, besluit nieuw beleid aan ons te presenteren dan kan dat wat ons betreft ook in de najaarsnota, dat krijgt niet de schoonheidsprijs maar je hebt niet voor niets een najaarsnota, dus als er iets nieuws komt, bijvoorbeeld een flexibele schil, dan staan wij daar beleidsmatig achter. Wij denken dat een flexibele schil kan bijdragen aan de verlaging van de kosten voor de inhuur van extern personeel. Dus dat zien wij en ik kan me ook voorstellen dat je daar vaart achter wilt zetten en je niet wilt wachten tot het ergens op de langetermijnagenda wordt gezet of het bij de kadernota van het komende jaar komt. Als we daar vandaag ons fiat aan geven dan kunnen we daar al in 2026 mee aan de slag. Al met al zijn er dus zaken waarvan wij zeggen 'oké, dat had anders gemoeten', dat willen we hier vanavond ook gewoon expliciet naar voren brengen. Een van de principiële punten, en ik hoor graag de reflectie van de wethouder daarop, is bijvoorbeeld de constructie die bij Maaldrift is gebruikt.

Daar was een budget van € 50.000,00 voor een onderzoek naar of daar een bedrijventerrein zou kunnen komen, of dit ging over de economische visie, en Maaldrift was daar een onderdeel van. Er blijft € 16.000,00 over en wat ons betreft moet die dan gewoon terug naar de algemene reserves en mag dat niet worden vooruitgeschoven voor een eventueel uitvoeringsprogramma, zo doen wij geen zaken. Het is een klein bedrag maar het is wel een principieel punt, dus ik hoor graag wat de wethouder ons daarover heeft te vertellen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Stallinga. De heer Stallinga: Voorzitter, de najaarsnota. Ik denk dat de afronding van het project Dorpscentrum een heel belangrijk recent financieel feit is. Onze fractie was blij te zien hoeveel raadsleden, zowel vanuit de coalitie als van buiten de coalitie, getuige zijn geweest van het enthousiasme van de aanwezigen tijdens de openingsceremonie. Natuurlijk de plaatselijke ondernemers maar ook heel veel Wassenaars publiek en het was mooi om de oproep van onze dorpsgenote, Prinses Margarita, te beluisteren waarin zij stelde dat we een groot winkelcentrum in Leidschendam misschien collectief iets meer links moeten laten liggen, dat werd ook met heel instemmend gejuich begroet.

Terecht dat de ondernemers met wie wij in dit project heel goed hebben samengewerkt en die € 500.000,00 contante steun hebben bijgelegd, royaal werden bedankt. Als ik het even technisch zeg, het is een prachtig voorbeeld van een stukje private financiering van een publieke investering. Dat is iets wat we allemaal willen en wat we vaak bepleiten, maar hier is het realiteit. Het was inderdaad een hele serieuze investering maar wat Wassenaar heeft gerealiseerd, behoudt lang zijn economische waarde. Wat wij allen wensen maar wat niet iedereen vermoedde, het tegengaan van leegstand is ook behoorlijk goed gelukt. Dan sociaal gezien. Allemaal wat minder achter ons scherm en meer ons eigen winkelgebied bezoeken en elkaar daar treffen, daar gaat het om. Terug naar de nota. Wij stellen vast dat deze inderdaad met inzet van onze eigen ervaren deskundige financiële staf tot stand is gekomen, ik heb de afgelopen weken diverse malen daar informeel met hen over van gedachten gewisseld. Dat is een staf die al vele jaren aan Wassenaar is verbonden, die deskundig en competent is en die zeker integer is.

Knopen wat betreft een aantal belangrijke projecten zijn doorgehakt, waaronder de Warenar en in de afgelopen commissievergadering heeft ook onze fractie de instemming betuigd met de progressie die is geboekt met het afstoten van onroerend goed zonder een direct maatschappelijk nut, we hebben geconstateerd dat dit ook een belangrijke bijdrage voor de versterking van onze financiële positie kan zijn. De rapportage biedt een hele reeks oranje waarschuwingssignalen en in ons overleg is gebleken dat deze waarschuwingssignalen voornamelijk betrekking hebben op vertraging van de invoering van beleid en niet zozeer op ongunstige ontwikkelingen bij de uitvoering van de diverse projecten. Voorzitter, de najaarsnota geeft overwegend een positief beeld en ja, ik zei het op 16 december jl. ook, waar gehakt wordt vallen spaanders, er zijn altijd verbetersuggesties, de tips en tops. Ik vind het heel goed om die gewoon in een constructieve sfeer met elkaar te delen en ik heb er vertrouwen in dat dit ook goed door onze ambtelijke staf wordt opgepakt. Waar onze fractie grote moeite mee heeft, ik heb het woord integriteit gehoord... Als de integriteitsdiscussie op tafel komt, ga je elkaar eigenlijk niet meer op inhoudelijk vlak aanspreken maar op het niveau van waarden en dan zeg je eigenlijk 'ik vertrouw je niet'.

Ik vind dat heel ver gaan en mijn fractie is van mening dat onze ambtelijke staf dat niet verdient. Ik heb gezegd, tot zover. De voorzitter: Een interruptie van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Laat ik voor de duidelijkheid aan de heer Stallinga vertellen dat ik het niet over de ambtelijke staf heb gehad, maar goed dat had hij in mijn woorden kunnen vinden. Ik heb het over het college en ik heb ook heel nadrukkelijk het handelen van het college in dezen gemeld en niet dat van de ambtelijke staf. Dus ik neem aan dat u het zonder meer met mij eens bent dat ik nooit op enig moment de ambtelijke staf heb bedoeld. Ik neem het u kwalijk dat u die suggestie 68

naar mij toe legt maar dat is aan u. Het tweede punt is... De integriteit gaat bij mij om het college. Als je hier op 4 december jl. met vuur en vlam een begroting verdedigt en een week later besluit € 1,1 miljoen aan de begroting toe te voegen dan is voor mij de integriteit aan de orde want het is voor mij niet te geloven dat het college een week eerder niet bekend was met a, de kosten voor Duindigt en b, de kosten voor de juridische extra ondersteuning. De voorzitter: De heer Stallinga. De heer Stallinga: Ik heb niet direct een vraag beluisterd. Eerst een soort verhelderingsopmerking, dat mijn bijdrage zich toespitste op de ambtelijke staf terwijl de heer Hendrickx op basis van een aantal observaties de integriteit van het college heeft bedoeld. De heer Hendrickx: Nou, ik ben blij dat u die verduidelijking aan uw eigen woorden koppelt, het was wat onduidelijk zoals u het uitsprak. Mijn vraag is dan toch wat uw appreciatie is van het feit dat een college hier op 4 november jl.

beweringen doet, hier inderdaad een al weken klaarliggend budget neerlegt, maar niet de informatie over € 1,1 miljoen geeft die het toen al had maar niet met deze raad deelde terwijl de wet overigens voorschrijft dat het direct of in ieder geval ten spoedigste moet worden gedeeld en we niet vier tot zes weken hoeven te wachten voordat het hier aanwezig is wanneer het materieel is, wanneer het om meer dan 1%, bijna 1,5%, van de begroting gaat. Dus graag een appreciatie, wat u vindt van het feit dat het college het niet bij de begroting heeft genoemd maar het wel al wist. De voorzitter: De heer Stallinga. De heer Stallinga: Mijn fractie is niet van mening dat hier bewust iets onder de pet is gehouden of dat ongunstige informatie niet op een redelijk tijdstip is gedeeld, ik blijf op dit punt vertrouwen in het college uitspreken. De voorzitter: De heer Hendrickx, afrondend. De heer Hendrickx: Ja. Er zijn dingen, er wordt ook weleens gezegd 'had moeten weten'. Een college in dit geval had moeten weten… en niet van 'god ze hebben bewust dingen niet gedeeld of onder de pet gehouden'. Mijn mening is, en ik denk dat ieder weldenkend mens die mening deelt, dat als je op 4 november jl. een begroting met de raad deelt en je op 11 november jl. vaststelt dat er € 1,1 miljoen/€ 1,2 miljoen meer wordt uitgegeven, dan niet eens aan de orde is of er opzet is of niet.

Het college moet het weten en op het moment dat we met de vergoelijking zoals u die hier op tafel legt met bijna 1,5% van de begroting omgaan, 'ach ja, die besprekingen daarvan doen we later wel', dan vind ik dat geen support van goed bestuur. Dus ja, u mag ervan vinden wat u wilt en u mag ook het laatste woord erover geven of u laat het lopen. De voorzitter: We gaan naar de heer Gankema. De heer Gankema: Ja, ik heb een aantal opmerkingen naar aanleiding van de inbreng van het CDA. Nog even terugkomend op wat er werd gezegd over de ambtenarij en onze mensen die dit hebben opgesteld. Kijk, het is natuurlijk prima om hen even te bedanken, maar ik vind het retorisch niet gewenst dat ze in deze discussie worden betrokken. Wij doen zaken met het college en daarbij wordt het ondersteund maar zij moeten buiten de discussie blijven, dat wil ik even adresseren. Dan wat u stelt over de kwaliteit van de najaarsstukken. Ik hoor een juichverhaal, u begint over hoe leuk het feest was en dat het er nu allemaal zo mooi bij staat. Ja, dat zal zo zijn maar u gaat niet in op de punten die door anderen, ook door mij, naar voren zijn gebracht. U zegt 'ja, ik heb er nog vertrouwen in', dat hebben wij ook maar u moet toch met mij eens zijn dat de informatievoorziening niet tijdig was en dat we bepaalde dingen eerder hadden willen weten zodat we als raad beter een besluit hadden kunnen nemen.

Ik noem u het concrete voorbeeld over de scenarioonderzoeken die € 400.000,00 kostten. Dat wilt u toch de volgende keer in uw besluitvorming meenemen? De voorzitter: De heer Stallinga. De heer Stallinga: Allereerst, ik heb niet gerefereerd aan alleen een feest of dat een groot succes was, maar dat wij hier een project waar we jarenlang over hebben gesproken tot een succes hebben afgerond. Dat vind ik een materieel wapenfeit dat ik hier graag onder de aandacht wil brengen en dat dat in veel opzichten goed is verlopen, ondanks hier en daar cynisme tijdens de hele opbouwfase. Dat is eigenlijk een beetje gelogenstraft en daar voel ik vreugde met een groot deel van de Wassenaarse bevolking. Aangaande uw overige punten, als er relevante informatie is en die is 69

voorradig en het uitgangspunt is dat zaken tijdig gedeeld moeten zijn, dat spreekt voor zich, maar de koppeling die wordt gelegd, dat dat hiervoor, ja wat is het… Nee, ik kom bij mijn punt dat het college op dat punt dus niet te vertrouwen zou zijn of dat het ondeskundig heeft gehandeld. Nee, die conclusie neem ik niet voor mijn rekening. De voorzitter: Oké, de heer Gankema. De heer Gankema: Ik probeer het nog een keer. Er is geen sprake van dat we er geen vertrouwen in hebben. De voorzitter: Mijnheer Stallinga, wilt u uw microfoon uitzetten? De heer Gankema: Ik probeer het nog een keer. Er is geen sprake van dat we er geen vertrouwen in hebben, maar ik hoop dat u ook onderkent dat er wel zaken verkeerd zijn gegaan, dat we dingen tijdiger hadden willen weten, dat het nu op het allerlaatste moment komt en dat we nu geforceerd iets moeten gaan goedkeuren om, ik noemde het net witwassen, maar om het nu in ieder geval te fiatteren. Er zijn zaken, en ik noemde een heel concreet voorbeeld over die scenariostudies, dat kost echt heel erg veel geld. U wilt de volgende keer, hoop ik, toch ook van tevoren weten wat iets dergelijks gaat kosten? Of zegt u, het maakt me allemaal niet uit, ik steek gewoon weer een juichverhaal af en wat waren we lekker bezig het afgelopen jaar. De voorzitter: De heer Stallinga.

De heer Stallinga: Ten aanzien van de scenarioanalyse die gevraagd is, dat is ook een vraag die komt vanuit de raad. Het is ook goed dat wij zelf daar ook over nadenken, voordat we het college weer in sommige gevallen belasten of opzadelen met allemaal nieuwe opdrachten. Het is ook iets waarbij wij naar onszelf kunnen kijken. Dat is het eerste en het tweede, uw eerste punt, ja, als uitgangspunt natuurlijk relevante informatie moet tijdig worden gedeeld met ons. Dat is een principe en betekent dat dat het in… Ja, eens. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nog naar een interruptie van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik stel voor… De voorzitter: De heer Stallinga als u de microfoon weer zou willen uitdoen. De heer Hendrickx: Hij let op daar hoor. Hij zet hem direct stop. Heel goed. Ja, ik stel voor dat we vanaf nu tot de verkiezingen iedere raadsvergadering openen met een bede aan hoe blij we zijn met de nieuwe, hoe heet dat ding, Lange Kerkdam, Langstraat. Dan hoeven we dat niet tien keer te horen op een avond. De volgende kwestie. We hebben zojuist de brief gezien van de provincie, waarin ze aanmerkingen maakten over 28 en 29. Je kunt ook doorrekenen dat wanneer de budgetwijzigingen die 11 november zijn besloten door het college, wanneer die in het budget hadden gezeten dat we dan vier jaren met negatieve resultaten hadden laten kunnen zien.

Kunt u zich voorstellen dat dat in ieder geval vragen oproept en met een week ertussen de verdenking op zich werpt dat het wel een budget moest zijn dat in de eerste twee jaar positief had moeten zijn en dat daardoor een aantal zaken werd uitgesteld tot een week later? De voorzitter: De heer Stallinga, wilt u de microfoon nu aanzetten? De heer Stallinga: In het algemeen bij budgetten, bij begrotingen, naarmate deze verder in de tijd liggen, ontstaat er ook een factor van onzuiverheid en minder accuratesse. Er zijn zoveel onzekerheden die nog niet geadresseerd zijn of het dan gaat om hoe het nieuwe Nederlandse kabinet eruit gaat zien, wat het Gemeentefonds in de toekomst gaat doen, wat de ontwikkelingen zullen zijn bij de Nederlandse economie. Dat zijn stuk voor stuk factoren die sterk bepalend zullen zijn voor de toekomstige omvang van ons budget en daarnaast, als een budget, als de gemeente constateert: wij verkeren nu in zwaar weer, omstandigheden die verslechteren, dan zal er ook een mechanisme worden geactiveerd waarin budgetten worden aangepast. Uiteindelijk is de richting van deze gemeente: wij sturen aan op een structureel budgetevenwicht. De voorzitter: De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja, dat ben ik helemaal met u eens en dan een week later gaan we vrolijk wat extra budgetten erin gooien waarmee dat budgetevenwicht in één klap van de tafel wordt getrokken.

In die orde zit wat mij betreft nog één ander ding. We hebben hier in september een besluit 70

genomen over het voorkeursrecht betreffende Duindigt. Dan praat je over oktober, november, twee maanden. We beginnen al veel eerder met budgetteren hier, dus het was eigenlijk al te laat om dat in het budget mee te nemen, dus dat doen we dan een week later in een apart iets. Stel het geval, het is meer dan stel, want in feite is het zo, het budget 2026 behoort te zijn, is al, inclusief € 1,2 miljoen lasten. Als u dat een week eerder had geweten dan dat het hier besloten was, wat had u dan tegen het budget gezegd? De voorzitter: De heer Stallinga. De heer Stallinga: Ik kan het eerlijk gezegd niet helemaal volgen. Sorry, ik luister heel aandachtig maar ik kan het niet helemaal begrijpen. De heer Hendrickx: Goed, ik zal een andere som proberen. We hebben de situatie dat we € 1,2 miljoen besloten zien worden een week na het budget. U stelt in uw verhaal, ja het is allemaal flexibel, kan alle kanten uit en je kunt niet alles op rekening meenemen en misschien dat Poetin morgen verkouden is en dan ziet de wereld er heel anders uit, zal het consequenties hebben voor begroting en al die onzin die erbij gehaald wordt. We hebben een beslissing van het college van € 1,1-1,2 miljoen genomen, een week na het budget.

Als die een week eerder in het budget had gezeten, wat had u dan tegen het budget gezegd, in de wetenschap dat die nu in ieder geval in het budget zit, want in de voorjaarsnota zullen die misschien verschijnen. Even terug naar de vraag, in tien seconden zal ik het proberen duidelijk te stellen. Een week na de begrotingsbespreking komt er € 1,2 miljoen in het budget bij. Als u een week eerder had geweten dat die € 1,2 miljoen erin had gezeten, wat had u dan gezegd? De voorzitter: De heer Stallinga, wilt u de microfoon aanzetten? De heer Stallinga: Wat had ik dan gezegd? Hadden we daardoor… Dit is een 'if, then'-vraag. De voorzitter: Goed, volgens mij afrondend. De heer Stallinga geeft het antwoord dat hij wil geven en uw antwoord heeft u net gegeven toch? De heer Hendrickx: Is dat uw antwoord? De heer Stallinga: Ja, ik zeg dit is hypothetisch. What if, een nieuw financieel feit? De voorzitter: Wacht even, niet twee microfoons tegelijk aan. Het antwoord is aan de heer Stallinga. Als u de microfoon zou willen aanzetten. De heer Stallinga: Mijn laatste reactie was, voorzitter, hypothetisch. Het is van 'if, then', wat zou er zijn gebeurd? Daar wil ik nu niet op speculeren. Daar geef ik geen antwoord op, daar kan ik geen antwoord op geven. De heer Hendrickx: Nee, dat begrijp ik ook wel, want het zou een heel vervelend antwoord zijn.

Het is niet zozeer 'what if', een week later lag er € 1,2 miljoen extra budget. Dat weet u nu. Met die kennis, wat zou u gedaan hebben wanneer het budget… Maar daar geeft u geen antwoord op, dus ik ben daar klaar mee. De voorzitter: Mijnheer Stallinga, volgens mij was u aan het einde van uw betoog. De heer Stallinga: Tot slot, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we aan het einde van de eerste termijn van de zijde van de raad. Ik ga even kijken en ik zie de wethouder al opspringen, dus die geeft daarmee het signaal af dat hij gaat antwoorden. Dan is het de wethouder van Financiën die het woord krijgt en mag ik daar alle aandacht voor en rust in de zaal? Wethouder Van Doeveren: Voorzitter, dank. Dank ook aan de gemaakte reflecties. Het zijn vooral reflecties die grotendeels zijn gesteld. Allereerst denk ik goed, maar dat kan ook bij een nieuwe raadsperiode, we zouden in de P&C-cyclus nog gaan kijken naar de hele Financiële Verordening en het nut van voor- en najaarsnota. Het is denk ik goed om ook met elkaar helder te hebben wat de verwachtingen zijn van de vijf grote P&C-producten die we hebben. We hebben voor- en najaarsnota, de kadernota, de begroting en de jaarrekening. Dat zijn de vijf grote P&C-producten die deze gemeente opstelt.

Elk P&C-product kan ik nu uit ervaring zeggen en uiteraard ben ik daarvoor verantwoordelijk maar er werken tientallen mensen aan binnen de organisatie vanuit ongeveer vijftien 71

eenheden die we hebben die per groot financieel product het net ophalen van wat er in- en uitgaat en welke mutaties er zijn die we zouden moeten melden. De doorlooptijd daarvan is twee-drie maanden, dus als u de begroting hier behandelt op 4 november en een week later zijn er dan met najaarsnota nieuwe zaken vastgesteld, dan is natuurlijk de begroting al vele weken bij de raad ingediend en is natuurlijk de stand op 4 november niet de stand van 4 november, maar het product dat het college al weken daarvoor heeft vastgesteld en waar al maanden is gewerkt, het wordt alleen pas met de raad op 4 november behandeld. De voorzitter: Interruptie van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja, voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woorden van mijnheer Gankema. Ik ken in principe geen ambtenaren, laat dat duidelijk zijn. Ik ken alleen maar de wethouder. Persoonlijk ken ik een aantal ambtenaren, maar in termen van hun functioneren zal ik ze nooit aanspreken op hun werk en dat zeker ook niet nu, want ik weet niet welke instructies ze krijgen, wat ze uit moeten voeren voor de wethouder. Mijn vraag is nu heel simpel. € 1,2 miljoen is geen kattendrek.

Mijn feitelijke vraag is, is het zo dat u pas na 4 november bent geïnformeerd over het feit dat er € 1,2 miljoen extra budget zou worden aangevraagd ten behoeve van de twee punten waar we zitten? Als dat niet het geval is, heeft u een organisatieprobleem en als het wel het geval is, dan bent u ernstig de fout ingegaan. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: Nee, het antwoord is geen van beide. Ik zeg u net, het stuk zoals het naar de raad is gestuurd, de begroting, is al weken voor 4 november naar u toegestuurd. Dat is dan gewoon een gegeven. Op het moment dat de begroting is vastgesteld, waren deze cijfers nog niet bekend. De eerstvolgende keer dat wij konden rapporteren over die cijfers, is dan bij de najaarsnota. De voorzitter: De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja voorzitter, de wethouder draait hier volledig om de vraag heen, want het is niet aan de orde. De begroting is al weken voor 4 november vastgesteld en daarin is samengevat en opgenomen datgene wat in de maanden daarvoor aan de orde is gekomen en uit eigen ervaring kan ik verzekeren dat de kwaliteit boven de maat is. Dat is één.

Tijdens de begrotingsbespreking, en dat was mijn vraag, kunnen zeer relevante getallen een rol spelen en € 1,2 miljoen vind ik zeer relevant, want dat betekent dat in de jaren daarna we niet een structurele en evenwichtige begroting kunnen presenteren en u houdt uw mond daarover dicht. Voorzitter, ik pauzeer wel even voor overleg. De voorzitter: Daar hoeft u niet voor te pauzeren. De heer Hendrickx: Nee, maar ik word erdoor afgeleid. Wat dat betreft, de zaak is niet of de begroting niet correct is, want de begroting was al niet correct toen we hem bespraken. De zaak is dat u wist waarom die niet correct was, de begroting, en daarvan geen mededeling heeft gedaan in de raad op 4 november en het is mij volledig onmogelijk, en dan heb ik mijn zin afgemaakt, het is mij volledig onmogelijk te geloven dat tijdens de begrotingsbespreking u niet van deze omvang van € 1,2 miljoen op de hoogte was. Daar wil ik een klip-en-klaar antwoord op hebben. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: De begroting was niet fout, want de zaken waar de heer Hendrickx over praat, namelijk juridische zaken en de flexibele schil, zijn incidentele uitgaven, terwijl bij de begroting de structurele lasten en de structurele inkomsten, die moeten in verhouding staan. De provincie heeft, zoals u zelf ook zei, bevestigd dat dat zo is.

We hebben gewoon groen licht voor onze begroting van een onafhankelijke toezichthouder. Het was op dat moment niet relevant, omdat het niet raakt aan de begroting op die manier. De voorzitter: De heer Hendrickx, afrondend. Als u de microfoon zou willen aanzetten, afrondend. De heer Hendrickx: Dank u wel voor het advies. Het gaat niet erom of structurele lasten en baten in de begroting zitten of niet-structurele. Dat gaat niet aan, ze behoren erin te staan, want het maakt de begroting compleet. Dat is ook niet aan de orde. Het gaat erom of op 4 november u wist, kon weten, vermoedde, kon vermoeden dat er € 1,2 miljoen aan lasten aan zat te komen en dat is in feite de belangrijkste vraag die voor ons op dit moment geldt en dan wordt er wat ons betreft 72

ook een directe link met de integriteit van dit college gelegd. Als u zegt ik wist het niet op 4 november, nou dan maak ik me ernstig zorgen. Als u zegt ik wist het wel op 4 november, maak ik me ook zorgen, maar het is een van die twee, het kan niet anders zijn, we praten over een week later, dat er een beslissing is genomen op basis van papieren die beschikbaar waren, dat er een beslissing is genomen met die kennis die aanwezig was, maanden aan gewerkt met die kennis die aanwezig was en u maakt mij niet wijs dat die op 4 november niet aanwezig was. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: De beslissing voor deze uitgave is pas na de begroting genomen en daarvoor, los gezien van dat het niet relevant was om het in de begroting op te nemen, en als we die beslissing toen wel hadden genomen, had ik het u best willen melden, maar het zegt niks over de structurele inkomsten en uitgaven van de begroting. Uw suggestie dat het daarom daarin had moeten staan en dat we anders een integriteitsprobleem hebben, wordt dus aan onze kant niet gedeeld.

Zodra we het wisten, die toezegging kunt u van mij hebben, zodra we deze besluiten hadden genomen, want nogmaals, zoals de heer Gankema zei, het blijft een keuze of je dat wil of niet, wij vinden het laten oplopen van Woo-verzoeken, de juridische kosten, procedures niet op tijd afdoen richting inwoners, belangrijker om dat geld dus wel beschikbaar te stellen, omdat we anders een heel jaar volgend jaar missen. Als we dat nu niet bij de najaarsnota goed inregelen, vonden wij belangrijker dan dat niet te doen, omdat we dan niet onze dienstverlening naar inwoners op peil kunnen houden. Dat besluit is pas na de begroting genomen. Het is nu incidenteel en dit was het eerste moment waarop we dat kunnen melden en dat hebben we naar eer en geweten gedaan. Het is aan u of u daarmee instemt. U had het ook uit de najaarsnota kunnen halen. U heeft nog alle ruimte om die uitgave ook bij te stellen als u dat zou willen. Daarnaast zou ik nog één andere opmerking willen maken. Ik heb daarmee ook mee laten spelen dat de voorjaarsnota een overschot van € 1,5 miljoen liet zien. Dat is bijna ongewijzigd bij deze najaarsnota, waardoor het dus ook in het oog van het college redelijk was om incidenteel die lasten voor 2026 erbij te nemen als je nu op € 1,5 miljoen positief staat bij de najaarsnota van dit jaar. De voorzitter: Ik ga naar de heer Paulides. De heer Hendrickx: Nee, voorzitter.

De voorzitter: Jazeker. Een punt van orde is een concreet ordevoorstel. Ja, maar uw microfoon staat niet aan. Dan geef ik u het woord voor een punt van orde. De heer Hendrickx: Het is een punt van orde. De wet schrijft voor dat het college antwoord geeft op de vragen uit de raad. Ik heb drie keer een poging gedaan met een hele duidelijke vraag om een antwoord te krijgen van de wethouder. Ik heb het niet gekregen. Ik zou willen dat u als voorzitter van en de raad en het college aangeeft, gesteund door de raad, dat de wethouder antwoorden geeft op de vragen die hem gesteld worden, hetgeen hij wettelijk verplicht is. De voorzitter: Dat is geen ordevoorstel. Het college antwoordt op de manier zoals het college antwoordt. Ik kan het niet mooier maken. De heer Paulides. De heer Paulides: Ja, dank voorzitter. Ja, ik had net in mijn bijdrage gevraagd, kan de wethouder misschien artikel 5, lid 3 oplezen? Ik kom eigenlijk wat eerder aan het woord omdat ik een antwoord hoor over de P&C-cyclus en over voor- en najaarsnota's. De wethouder draait om de feiten heen en de heer Hendrickx heeft ook eigenlijk wel een beetje gelijk met de kritiek die hij heeft.

Ik ga nu artikel 5, lid 3 voorlezen: "College informeert de raad tussentijds bij voor- en najaarsnota als hij verwacht dat de lasten of de baten op het programmaniveau van de geautoriseerde lasten of baten zullen overschrijden dan wel onderschrijden met meer dan € 50.000." Dat is die voor- en najaarsnota. Dan sla ik een stukje over en dan ga ik verder met wat er staat: "In geval de overschrijding groter is dan € 250.000,00 wordt niet gewacht op de tussentijdse rapportage maar informeert het college de raad via een informatiebrief. De raad geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid." Ik constateer heel duidelijk dat u dat niet gedaan heeft. U komt met de najaarsnota die u op een verkeerde manier gebruikt en daar wil ik antwoord op. Dat is eigenlijk in de lijn van wat de heer Hendrickx zegt. U bent op een hele verkeerde manier bezig en u geeft gewoon een onzinantwoord. De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. Wethouder Van Doeveren: De najaarsnota is altijd bedoeld voor drie zaken en ik snap waar de pijn zit en ik wil er ook wel iets over zeggen uiteraard. Enerzijds voor overhevelen van budgetten 73

van 2025 naar 2026, want dit is het laatste P&C-product dat de raad krijgt. We zitten nu in december voor 2025, dus staan er bij elke najaarsnota budgetoverhevelingen. Dan vervolgens moeten septembercirculaire verwerkt worden. Daar krijgt u de raadsinformatiebrief over. De voorzitter: Het is echt even nu aan de wethouder. De heer Paulides: Hier gaat het niet over. De voorzitter: U heeft nu niet het woord. De heer Hendrickx: Punt van de orde, voorzitter. Punt van de orde. Punt van de orde. Ja, u heeft te luisteren als voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Hendrickx, ik heb helemaal niks. U heeft het hier tegen de voorzitter van de raad. De heer Hendrickx: U heeft te erkennen dat het een punt van de orde is. De voorzitter: Nee, dit apparaat, ik ontneem u het woord. Ja, zeker. We gaan even orde scheppen en we gaan even rustig worden in… Natuurlijk ga ik u een punt van orde geven. Als u een punt van orde heeft kunt u die maken, maar ik zit deze vergadering voor. U wilt een punt van orde maken, u krijgt het woord. De heer Hendrickx: Ja, en het feit dat u meldt dat u mij het woord wilt ontnemen vind ik erg ver gaan.

Het is de tweede keer dat u dat gedaan heeft, maar het punt van orde is, ik wil voorstellen aan de raad dat de wethouder antwoorden geeft op de vragen die hem gesteld worden en dat de raad hem oproept dat ook daadwerkelijk te doen, omdat ik geloof dat de raad, wat de politieke inhoud en wat de politieke aspecten er ook van zijn, recht heeft op de werkelijkheid en recht heeft op antwoorden van vragen die gesteld worden, n'importe door wie die gesteld worden. De voorzitter: Helder, maar een punt van orde, is een punt dat je in stemming brengt, maar dat is een vanzelfsprekendheid. Het college geeft antwoorden op de vragen die worden gesteld. Alleen vervolgens is het ook zo dat het college antwoorden geeft op de manier zoals ze antwoorden. Verder is het dan aan de raad om te oordelen of u tevreden bent met de antwoorden, zo is het staatsrechtelijk georganiseerd. De heer Hendrickx: Voorzitter, daar zit u fout. Het college heeft te antwoorden conform zijn kennis en niet hoe hij wenst, want het is geen politieke instelling, heeft volgens de wet staatsrechtelijk te antwoorden op de vragen die gesteld worden en mag ertoe geroepen worden om daar ook de waarheid in te laten doorklinken. Mijn punt van orde is dat de raad de wethouder oproept en dat wil ik graag in stemming gezien hebben, oproept om antwoord te geven op de vragen.

Ik bedoel, ik stel de vraag, iedereen kan de vraag stellen, ik stel de vraag als een punt van orde omdat ik nu bij voortduring meemaak dat de wethouder een loopje neemt met de beantwoording en beslissingen met momenten met allerlei dingen verwisselt, kan niet. Een wethouder hoort de vragen te beantwoorden en deze wethouder doet dat niet op dit moment in deze raad en vandaar mijn ordevoorstel. De voorzitter: Dan brengen we dit ordevoorstel, als u dan allemaal zou willen gaan zitten, want dan hebben we gewoon een ordevoorstel. Ik zie mevrouw Hibbert kijken, dat u er nog op wil reflecteren. Mevrouw Hibbert. Mevrouw Hibbert: Ja, in een ordevoorstel mag je geen stemverklaring geven, maar er mag wel meer niet, dus toch maar even om het in perspectief te plaatsen. Er zitten hier vier van de acht partijen in de raad die eigenlijk allemaal in hun eigen bewoordingen en op hun eigen manier zeggen dit college heeft zich deze najaarsronde niet aan artikel 5 gehouden. Vanuit ons perspectief een simpele sorry, klopt, volgende ronde doen we het beter, zou het al doen, want van die vier partijen hebben er ook al twee gezegd, het betekent niet per definitie dat we de najaarsnota afstemmen, maar we zouden wel graag horen dat het fout is gegaan en ervoor zorgen dat we dit allemaal een volgende ronde beter doen.

Of dat is door, wat ik heb aangegeven, mogelijk het Reglement van Orde iets aan te passen of iets anders met de P&C-cyclus om te gaan, of dat het gewoon is, we gaan ons er beter aan houden. Allemaal prima. Er zitten hier gewoon vier van de acht partijen die er een probleem mee hebben dat het er niet alleen op lijkt, maar dat het eigenlijk gewoon een feitelijke constatering is dat dit college zich deze ronde niet aan artikel 5 heeft gehouden. Dank u voorzitter. 74

De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Hendrickx: Mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Ja ik ga naar het ordevoorstel. De heer Hendrickx: Ik wil heel graag nu die stemming hebben, voor stemverklaringen en dat soort dingen. De voorzitter: Dat gaan we doen, maar het is wel een voorstel, dus partijen mogen daar nog wel een reflectie op geven. De heer Gankema, gaat uw gang. De heer Gankema: Ja, dank u wel. Ik wil graag een persoonlijk feit. Kijk, ik vind het debat hartstikke leuk, om een debat te voeren en daar heb je elkaar voor nodig en ik heb het net ook al geconstateerd en geprobeerd bij een raadslid van 'oké laten we nou eens kijken hoe en wat'. Ik merk wel bij mezelf dat de ontwijkende antwoorden of de lange aanloop voordat je eindelijk krijgt waar het echt om gaat en iedereen gaat over zijn eigen antwoorden, maar het helpt wel als je een concrete vraag stelt en een concreet antwoord krijgt. Dank u. De voorzitter: De heer Stekelenburg. De heer Stekelenburg: Ja voorzitter, mijn voorstel zou zijn om echt de toon hier wel met elkaar beschaafd te houden en te matigen. De wethouder gaat over zijn eigen antwoorden. Wij kunnen als raad vragen inderdaad wat we willen en daar hoort antwoord op gegeven te worden, maar de wethouder is wel zelf verantwoordelijk voor zijn eigen antwoorden.

Als partijen het niet eens zijn met antwoorden, ik heb het idee dat daar dan de classificatie onder zit, dan kunnen ze uiteraard hun stemgedrag daarop aanpassen, maar laten we niet hier elkaar de maat nemen. De voorzitter: U heeft nu uw eigen microfoon. De heer Stekelenburg: Er zijn vooral, volgens mij, waardeoordelen over de antwoorden die hier de boventoon voeren en de wethouder is volgens mij zelf verantwoordelijk voor zijn eigen antwoorden. Ik zou graag het ordevoorstel willen doen om vijf minuten te schorsen. De heer Hendrickx: Ja, dan krijgen we eerst dit ordevoorstel. Voor zover ik begrepen heb, worden ordevoorstellen zonder verder a do in stemming gebracht, maar we zijn er alweer zes, zeven minuten over bezig met allerlei stemverklaringen enzovoort. De voorzitter: We gaan dus ook nu naar het ordevoorstel wat mij betreft. We gaan het in stemming brengen. Het ordevoorstel is of u het ermee eens bent dat het college antwoord geeft op gestelde vragen. Wie is ervoor? Wie is ervoor? We zitten, beste mensen, niet buiten de microfoon. We hebben een formele stemming over een ordevoorstel. Wie is ervoor? Dat zijn de fracties, het is gewoon een ordevoorstel, het is gewoon heel simpel. CDA, DLW. Dames en heren, het is een stemming.

Mag ik handen zien? Wie is ervoor? CDA, DLW, PvdA, GroenLinks, Hart voor Wassenaar, de heer Klooster en de leden van Lokaal Wassenaar! Een meerderheid van de gemeenteraad is dit van mening. Dames en heren, we gaan terug naar het punt op de vragen. Nee, wilt u schorsen? Nog steeds? Ah, u wilt schorsen. Oké, ja maar schorsen mag altijd. Dat mag. Bent u het ermee eens? Schorsen we. Ik schors de vergadering voor vijf minuten. Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend. Als alle leden op hun plek willen gaan zitten, dan zitten we nog steeds aan de termijn aan de zijde van het college en het woord is aan de wethouder van Financiën. Wethouder Van Doeveren: Voorzitter, allereerst nog op de vraag van de heer Hendrickx. Wanneer was ik geïnformeerd? Dat was na 4 november, namelijk op 6 en op 10 november over de zaak in de najaarsnota die hij benoemt. Bij dezen de data zoals gevraagd. Dan voor wat betreft wat mevrouw Hibbert naar voren bracht. Ja, ik snap het ongemak over de najaarsnota. Zoals ik wilde zeggen heeft de najaarsnota drie functies. Twee die niet ter discussie staan, maar we hebben inderdaad de ruimte genomen om iets meer, nieuw beleid is een groot woord, maar met de beste bedoelingen die uitgave er wel in te zetten, omdat we dachten dat dat in het belang was, omdat we anders een jaar stil zouden vallen met een aantal zaken die de dienstverlening en de ambtelijke 75

organisatie raken en daarom staan ze erin. Ik snap dat u dat liever op een ander moment in een andere vorm had willen krijgen, los van de najaarsnota. Dan ook een woord over Duindigt, wat de heer Gankema stelde. Ja, ik denk dat dat een les is die we kunnen trekken. Er wordt een opdracht aan het college verstrekt. Het was voor ons een vrij grote opdracht die we dus niet met eigen mensen konden opvangen, kunnen we met terugwerkende kracht constateren. Ik heb er ook over nagedacht dat we misschien ook bij dit soort grote moties, laat ik het dan zo zeggen, waar echt veel werk achter zit, misschien ook, er zijn ook raden waar zo een motie dan in twee stappen gaat, zodat het college ook iets meer tijd heeft voor een volledige appreciatie dan als de motie op dat moment wordt ingediend of tijdens het debat. Met terugwerkende kracht wil ik best zeggen dat het beter was geweest om… We hebben nu de opdracht, omdat we daar urgentie voor voelden, de opdracht geprobeerd naar eer en geweten uit te werken en hopelijk heeft u er ook wat aan, maar met terugwerkende kracht was het beter om of de motie grondiger te behandelen en aan de voorkant dan beter te kunnen inschatten wat die zou gaan kosten of het besluit bij u terug te leggen. Dat was dan beter geweest dan hoe het nu is vormgegeven. Dat zeg ik dan ook bij dezen en ik, nou dat is zeker een les die ik zelf meeneem.

De voorzitter: Interruptie van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Misschien een technische vraag, over welke motie gaat dit? Wethouder Van Doeveren: Dit gaat over de opmerkingen van de heer Gankema, maar over de motie rondom Duindigt, die was ingediend op 20 augustus 2025. De voorzitter: Het ging over de motie over de scenario's. Ja, wethouder, gaat u verder. Wethouder Van Doeveren: Ja, dan nog een woord over de dorpskern en wat daarvoor staat in de najaarsnota, ook daar is getracht naar eer en geweten nog voor de officiële opening waaraan is gerefereerd, gewoon eigenlijk al een soort van eindafrekening te maken en het krediet per saldo iets te verlagen. Er is in de vorige periode een krediet beschikbaar gesteld. Daar is deze periode bij het aanvullende raadvoorstel voor de dorpskern een krediet van € 2,8 miljoen bijgekomen. Dat is het een-na-laatste beslispunt en het laatste beslispunt bij het raadsbesluit is letterlijk de bijdragen van derden te oormerken zodat deze uitsluitend worden aangewend voor de Samenhangende aanpak versterking dorpskern.

Ik begrijp heel goed dat, want dat heb ik zelf ook gehoopt, dat we de bijdragen uiteindelijk gewoon van het krediet konden aftrekken waardoor de netto kosten nog lager waren, maar er is destijds in het raadsbesluit wel gezegd, ze mogen voor dit project worden gebruikt omdat ik toen ook heb gezegd dat de pandeigenaren erop moesten kunnen vertrouwen dat hun bijdragen, die ze vrijwillig geven, waar we uiteraard blij mee zijn, zouden worden ingezet voor het project dat ze beoogden te steunen. Het eerste moment waarover we echt een soort van eindafrekening konden geven van A, of die mensen betaald hadden, want die bijdragen komen natuurlijk van al die mensen in verschillende periodes binnen, was nu om te zien of ze volledig hebben betaald. Dat staat in de najaarsnota en het klopt dat die bijdragen inderdaad hebben geleid tot de extra kosten waarvoor ze zijn ingezet. Uiteraard had ik het liever niet gehad, maar tegelijkertijd is het wel ook wat destijds in het raadsbesluit gewoon letterlijk stond en daarmee is dus per saldo, en ik wil best de accountant ernaar laten kijken als u dat op prijs stelt, gehandeld binnen het kader. En dan wil ik ook nog een woord zeggen over dat wij dus formeel, dan zegt de heer Paulides van, had je dat eerder kunnen melden? Dan moet je A, alle bijdragen van pandeigenaren hebben om te kijken of je het daarmee redt of niet.

B, het waren allemaal kleine werkjes, extra klinkers die toch versleten waren. De planning is vijf keer omgegooid om de ondernemers tegemoet te komen en de plataan bij Dino's is bijvoorbeeld blijven staan. Het is dus niet zozeer één grote overschrijding die in één keer op ons af is gekomen. Het zijn gewoon allemaal kleine werkjes die hiertoe optellen. Dat is hoe het is gegaan en dit was echt het eerste moment dat in het college die uitgaven er zo stonden. We wisten dat de pandeigenaren hadden betaald en hebben het nu willen rapporteren juist om het niet tot de jaarrekening te laten liggen bij de afrekening van het totale krediet. De voorzitter: De heer Paulides. De heer Paulides: Ja, dank voorzitter. Ja, het wordt al laat en u draait weer om de feiten heen. Ik heb twee moties eigenlijk noodgedwongen voorbereid. De eerste motie vraagt… De voorzitter: Ja, maar we zitten, dat kunt u doen in uw eigen… De heer Paulides: Nee, die ga ik nu indienen. Ik mag hem op ieder moment indienen. Ja, de laatste motie is geen motie.

76

De voorzitter: Nee, toch even. Mijnheer, ik overleg even met de griffier. Het is gewoonterecht dat u het in de eigen termijn doet, maar ik begrijp dat u een ontzettende dringende behoefte voelt om de moties nu in te dienen. Er is ook geen regel die zegt dat het niet mag, dus dan sta ik het u nu toe. De heer Paulides: Precies, en ik wil voorkomen dat de wethouder maar verhaaltjes blijft ophangen. Ik wil gewoon de feiten horen en die krijg ik niet. Ik denk dat we dan die beantwoording van hem maar moeten stoppen en dat we dan over moeten gaan tot die twee moties. De ene motie die vraagt om uitleg juridisch en van de accountant voor de overschrijding namens de raad aan de accountant, want de accountant werkt voor ons en niet voor het college. De tweede motie is dan geen motie, het is een motie en die gaat over ernstig geschaad vertrouwen. Dat is geen motie van wantrouwen, het is ook geen motie die de wethouder dwingt om af te treden ofzo. Het is wel een zwaar politiek signaal en ik denk dat dat op dit moment nodig is. De raad zegt hiermee zo kan het niet, het moet anders en dat is de insteek van deze motie. Ik dien ze bij dezen in. U kunt ze inmiddels al achter een slotje zien. Het slotje gaat er nu vanaf. Ik ben er klaar mee. De voorzitter: De moties maken nu onderdeel uit van de beraadslaging.

U kunt allemaal de moties zien, maar ik zie nu eerst een interruptie van mevrouw Hibbert. Ik ga zo even kijken naar de wethouder of die nog tijd nodig heeft om de moties even te lezen. Dat is het geval. Dit zijn toch wel moties met de nodige portee, dus ik schors de vergadering voor vijf minuten voor de wethouder om de moties nu tot zich te nemen? Dan maken ze wel onderdeel uit van de beraadslaging. Mevrouw Hibbert. Mevrouw Hibbert: Dank, voorzitter. Vanuit ons een woord van dank voor de concretere antwoorden na de schorsing en onze vragen zijn daarmee beantwoord. Dank. De voorzitter: Dan, want dan kan de wethouder, omdat ze namelijk al in deze termijn zijn ingediend, kan die dan ook zo meteen op de motie natuurlijk een advies geven. Ik schors de vergadering voor vijf minuten. Schorsing De voorzitter: Even voor de transparantie. De wethouder heeft aangegeven nog vijf minuten extra nodig te hebben. Schorsing De voorzitter: Als alle leden willen gaan zitten en als de absolute rust terug mag komen in de zaal, want er ligt een tweetal moties voor met een serieuze importantie, dus als we ook allemaal weer even goed… Juist, dank u wel. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Van Doeveren: Ja, voorzitter, dank. Eerst wat betreft de motie over de accountant en de andere zaken die in de motie staan. De raad schriftelijk informeren, bij de najaarsnota hebben we dat nu gedaan.

We willen met het krediet omgaan door het nu met € 36.000,00 verlaging af te sluiten. Ik had al toegezegd dat de accountant natuurlijk bij de jaarrekening ook kan kijken naar alle uitgaven, of ze rechtmatig zijn gedaan, maar dat kan wel pas bij de jaarrekening omdat de accountant een opdracht van u heeft gekregen, want de accountant krijgt de opdracht van de raad, niet van het college. Die heeft nu een huidige opdracht van u en die kan het dus bij de jaarrekening meenemen, maar het is niet zo dat wij dat zelf kunnen doen. We hebben al zo snel mogelijk gerapporteerd over de ontwikkelingen van het krediet en waarom we het nu nog kunnen afsluiten. Vandaar dat de motie wordt… Met de toezegging die we al hadden gedaan wordt de motie ontraden omdat er een aantal dingen in het verzoek staan die niet kunnen en die al zijn toegezegd. Het overzicht is gegeven, ook hoe we willen omgaan met het krediet bij de najaarsnota, dat tot op het niveau van de plataan bij Dino's is aangegeven waar de overschrijdingen ook op zitten. De voorzitter: Wethouder, een interruptie van de heer Paulides. De heer Paulides: Een aantal zaken die niet kunnen. Een van de dingen die u waarschijnlijk opmerkt is dat u de accountant geen opdracht kan geven, maar daar staat in dat u namens de raad de accountant moet vragen.

Waar het om gaat, ik wil geen antwoord over een halfjaar, ik wil nu een antwoord hebben waar de cijfers, wat er met de cijfers aan de hand is en dat antwoord geeft u niet. Ik vind het heel raar dat u het ontraadt, want u zou openheid moeten geven en dit gaat precies over wat de raad van een wethouder kan verwachten en moet verwachten.

77

De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: Ik had de toezegging gedaan om het verzoek door te geleiden naar de accountant. Hij geeft altijd bij de jaarrekening zijn oordeel over het geheel. Daar zijn alle rechtmatigheidsnormen en getrouwheidsnormen ook op gebaseerd. Wij hebben zelf al uitleg gegeven over waarom we de overschrijdingen hebben. We hebben ook gezegd hoe we ermee om willen gaan en wat dat betekent voor het krediet, dus die onderdelen zijn wat ons betreft ingevuld en wat de accountant doet is aan de accountant. Daarmee is de motie wel echt ontraden. De voorzitter: Een tweede interruptie van de heer Paulides. De heer Paulides: Het zou zogenaamd binnen het krediet zijn. We hebben € 5,8 miljoen krediet gegeven. U zegt die € 470.000,00 van die ondernemers, die valt daarbinnen. Dan betekent dat ik binnen dat krediet van die € 5,8 miljoen een bedrag over moet hebben en dat is niet zo. Het is én het volledige bedrag dat gebruikt is, plus die € 50.000 die zoekgeraakt is, plus die € 470.000,00, dan is er sprake van overschrijding, want u heeft maar voor € 5,8 miljoen krediet gekregen. Ik wil gewoon weten, wat is er nou precies aan die dorpskern uitgegeven? Kom nu gewoon met een antwoord. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: Dat staat echt in de stukken.

Er staat in de najaarsnota precies hoeveel er extra is binnengekomen vanuit de pandeigenaren, de extra kosten die we hebben gehad, staan er ook in en er staat ook in het beslispunt wat dat betekent voor het krediet. Dat is het. De voorzitter: Oké, interruptie van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja, voorzitter. Wat eigenlijk heel opmerkelijk is, is dat hier in feite een soort afrekening c.q. verantwoording wordt afgelegd, afrekening in de zin van cijfertjes optellen en aftrekken, niet een afrekening op een andere manier, maar een afrekening c.q. verantwoording achteraf wordt gegeven voor een project. Het project heet Centrum of hoe we het ook noemen. Het heeft verschillende namen gehad. De laatste keer dat er verantwoording is afgelegd was over een investering van ongeveer € 450.000,00 in de Bloemcampschool. Die werd ook met € 120.000,00 overschreden. Sindsdien hebben we nooit meer een verantwoording gezien, waarvan ik overigens vind dat die wel degelijk gemaakt moet worden, want we weten bij god niet wanneer er een krediet gegeven is, hoeveel eraan op is gemaakt, dus die verantwoordingen zijn gemakshalve achterwege gebleven, wat niet mag, want je moet verantwoording afleggen.

De vraag die ik heb is waarom wordt ineens nu wel verantwoording afgelegd voor het project, terwijl de afgelopen tientallen projecten geen verantwoording voor is afgelegd? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: Dat is een hele grote vraag over waarom we nu wel verantwoording afleggen, niet over de afgelopen tien jaar. Acht. Dat vind ik een, ja, dan zou ik over alle projecten nu over de afgelopen acht jaar dat moeten zeggen. Ik kan alleen maar zeggen dat voor dit project we niet hebben gewacht op de najaarsnota. We hebben de informatie nu en daarom hebben we die informatie ook nu met u gedeeld, ook omdat we niks te verbergen hebben. Ja, wat betreft alle andere projecten gaat dat nu te ver, om dat denk ik nu allemaal te bespreken. De voorzitter: De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja voorzitter, wederom wordt er geen antwoord gegeven op mijn vraag, maar goed, daar hoeven we nog maar drie maanden mee te leven, dat is de andere kant van het verhaal. Mijn vraag is geweest, waarom nu wel en de afgelopen jaren niet? Ik hoef geen verantwoording over de projecten van de afgelopen jaren, daar vraag ik niet om.

Mijn vraag is, wat is de motivatie om nu ineens wel verantwoording over een project af te leggen, terwijl dat niet de cultuur van dit college is, terwijl dat niet in de afgelopen jaren een onderdeel van het proces is geweest? Wat maakt dit project ineens de uitzondering dat er wel in de najaarsnota ineens neergelegd wordt wat het allemaal oplevert en wat het kost, waarbij de discussies natuurlijk nog steeds niet achter de rug zijn? De vraag heel duidelijk, zestien seconden nog, hij is scherp hoor, hij heeft een Red Bull beloofd. De vraag is dus heel concreet, we hebben het tien jaar niet gedaan of acht jaar niet gedaan en waarom nu ineens wel? Dat is, ik bedoel, er zit geen woord Spaans bij wat ik zeg. De voorzitter: De wethouder. 78

Wethouder Van Doeveren: Eén, omdat het project dadelijk feitelijk af is met een week. Twee, omdat we het krediet nu met € 36.000,00 konden verlagen en omdat wij nu gewoon inzicht wilden geven. Het is gewoon een keuze om nu die transparantie en inzicht gewoon te bieden. Daar zit verder niks geheims achter. We hebben ook niks verborgen. Ja, die transparantie en informatie is nu verstrekt naar eer en geweten. De voorzitter: De heer Hendrickx, afrondend. De heer Hendrickx: Ja, weer geen antwoord op mijn vraag. Gewoon nadrukkelijk geen antwoord op mijn vraag. Ik doe een beroep op wat we net als raad hebben afgesproken over juiste beantwoording. Mijn vraag is, we hebben het tien jaar niet gezien en nu wel. Wat motiveert deze keer om er wel verantwoording over af te leggen, terwijl we de afgelopen tien jaar dat niet hebben meegemaakt? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: Omdat het nu het juiste moment was. Ja, dat is gewoon het eerlijke antwoord. De voorzitter: Oké, de heer Stekelenburg. De heer Stekelenburg: Ja, voorzitter, en dan vraag ik aan het college en de wethouder, is het niet zo dat u de afgelopen jaren eigenlijk altijd achteraf verantwoording hebt afgelegd? Als ik denk aan de molen, de Havenkade, de sporthal, daar is iedere keer achteraf netjes verantwoording over afgelegd. Bent u dat met me eens, wethouder? De voorzitter: De wethouder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=e2f3a1d2-7ba1-4ae0-941e-e46ebd66cd66