CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 4 november 2025 (concept)

Raadsvergadering Wassenaar 25 november 2025, gemeente wassenaarBij agendapunt: Notulen58.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Dat is natuurlijk het meest makkelijke want dat kunnen we allemaal vastpakken en zien, maar de vraag is: kun je je schuldenlast, als je het voor verantwoorde investeringen doet, jaarlijks op de begroting dragen? Dat is de kernvraag en dan heb ik het over afschrijvingen en uiteraard de rentelast waar een aantal van u ook al aan had gerefereerd. Als je daarnaar kijkt dan is het ook belangrijk dat je weet welke investering het is want een investering die je afschrijft over zestig jaar drukt natuurlijk veel minder op de begroting dan een investering die je voor tien of vijftien jaar doet. Dus als je een schuldenplafond wilt vaststellen, kijk dan ook naar waar je het aan besteedt want uiteindelijk gaat het erom dat je op lange termijn houdbare gemeentelijke financiën hebt. Of je de schuldenlast kunt dragen wordt bepaald door de hoogte van de afschrijving en de rentelasten en dus moet je ook weten in hoeveel 37

termijnen je alles afschrijft. Dat moet je thuis met je eigen hypotheek ook en dat geldt ook voor de gemeente. Ik vind zelf ook dat als we die discussie voeren, ik ben blij dat die discussie is geëntameerd want ik doe daar graag aan mee en ik geef graag de positie van het college weer, dan vinden wij dat je wel beter kunt aansluiten bij de VNG-normen als je dat echt wilt doen op een intelligente manier die houtsnijdt. Een plat tarief, zeg het is € 25 miljoen, € 30 miljoen of € 20 miljoen, het is sowieso lastig om dat nu voor over acht jaar aan te geven want met inflatie is de € 25 miljoen van nu tegen die tijd alweer € 35 miljoen. Ik denk dat je dat het beste kunt koppelen aan de nettoschuldquote, zoals de VNG ook doet, dat geeft namelijk inzicht in hoe de schuld zich verhoudt tot de totale begroting. Dat heeft ook als voordeel dat het bedrag dat je zou kunnen lenen ook steeds meer opschuift, als de begroting groter wordt dan heb je meer ruimte en wordt de begroting kleiner dan heb je minder ruimte. Dat lijkt mij de meest intelligente manier om ernaar te kijken. We hebben daar ook aangegeven hoe hoog de nettoschuldquote maximaal mag zijn en je kunt de solvabiliteit er ook nog naast afmeten.

Ik denk dat dit het beste ijkpunt is om met elkaar te komen tot een plafond, in die vorm omdat ik het met iedereen eens ben dat er natuurlijk altijd een einde zit aan wat je kunt lenen, daarover is geen discussie. Het voordeel daarvan is ook dat die normen ook jaarlijks op een apolitieke manier door de provincie worden getoetst en je ook altijd helder inzicht hebt in of je wel of niet aan de normen voldoet en wil je voor jezelf nog een lagere norm zetten, doe dat dan op een manier die houtsnijdt voor nu maar ook op lange termijn. Ik denk dat een shutdown nooit aan de aan de orde kan zijn. Ik denk ook niet, zoals in het amendement van de heer Gankema staat, dat je de korte- en langetermijnschulden op één hoop moet gooien. Wat de heer Stekelenburg zei, is in die zin waar dat de inkomsten… Als wij in één keer de BCF-uitkering krijgen dan hebben we een heleboel en soms moeten we in één keer een paar miljoen voor het werk- en inkomendomein aan Leidschendam-Voorburg overmaken. Er kunnen inderdaad gedurende het jaar rekeningen betaald moeten worden die de liquiditeit op dat moment veranderen en dus moet je ook niet een vast plafond hebben, 'het is € 25 miljoen of dat miljoen' en de korte en langlopende schulden bij elkaar optellen.

Ik zou dat echt uit elkaar trekken tussen de langetermijnschulden met specifieke afschrijvingstermijnen waarvan je helder moet weten of je de rentelasten en de afschrijvingen jaarlijks voor nu en voor de toekomst kunt dekken en de kortlopende zaken moet je er helemaal uithalen, die hebben ook eigenlijk niets te maken met de houdbaarheid van de overheidsuitgaven op lange termijn. Het zal u dan niet verbazen dat ik het amendement, hoewel ik de discussie die het in ieder geval heeft opgeleverd waardeer en daar dus graag aan meedoe en ook bereid ben om daar een norm in te stellen, maar dat maakt wel dat ik het amendement, want ik moet het amendement beoordelen zoals het feitelijk voorligt, het is namelijk een amendement, dus de letterlijke tekst geldt, zal moeten ontraden omdat het volgens ons een niet-intelligente manier van het hebben van een schuldenplafond is. Ik ben ook bang dat het tot verkeerde keuzes zou leiden, dan zou je er uiteindelijk voor kunnen kiezen om een relevante investering in een gebouw niet te doen en het dan maar te huren omdat je dan toch onder het plafond blijft. Ik denk ook dat je dat soort prikkels niet moet willen omdat de inwoner daar uiteindelijk niet mee gediend is. Dus dat is... De voorzitter: Even voor de administratie, dat is het advies op amendement B. Wethouder Van Doeveren: Ja, dat is dus ontraden. Dat wat betreft het algemene beeld.

Dan is er nog gevraagd... Ja, de heer Paulides had het over eenheid in verscheidenheid, parklandschap voor de N44. Nee, u hebt een zienswijze op de Defensieontwikkeling Maaldrift ingediend waarin heel duidelijk werd gesteld dat het verkeer moet worden opgelost alvorens we daar ontwikkelingen mogelijk maken. Het college heeft drie scenario's aangeleverd voor hoe het verkeer dan echt kan worden opgelost zodat we niet alleen praten over een oplossing, maar ook voorbeelden hebben en die oplossingen, variërend van een extra afslag op Maaldrift tot ongelijkvloerse kruisingen, zijn leidend. De doelstellingen uit de begroting, dat is misschien ook iets voor de volgende raad om naar te kijken, worden vier jaar lang hetzelfde gehouden, dat is gewoon de systematiek die we hebben, maar dit is de feitelijke inzet die we nu met elkaar hebben. Dan is door de heer Van Smirren verder nog gezegd dat hij blij is dat de jeugdledensubsidie omhooggaat, daar zijn we het uiteraard mee eens. Dat is wel een van de beleidsmatige wijzigingen, die gaat voor alle sportverenigingen toch met 50% omhoog, dus die kunnen daar hun hart mee ophalen. Mevrouw Hibbert en de heer Van Smirren hebben gezamenlijk ook een pleidooi gehouden voor het aanpassen van de afvalinzameling. Daar gaan we de volgende keer uitgebreid over spreken.

Het college heeft een plan Reductie restafval opgeleverd waarin ook stappen staan om de hoge afvalstoffenheffing te verlagen en uiteraard is het college bereid, als daar bij u draagvlak voor is, in brede zin in de raad, daarover door te praten. Er is ook nog door mevrouw Everard en de heer Van Smirren en ik dacht de heer Paulides gesproken over de gemeentewerf en de sanering. Ja, de sanering gaat in 2026 beginnen en dat verklaart ook dat die € 1,5 miljoen straks wordt doorgeschoven naar volgend jaar en dat is ook weer een verschil van € 1,5 miljoen dat u in deze begroting ziet, dat is gewoon omdat een project wordt doorgeschoven. De tekst in de begroting vind ik iets te absoluut, zeg ik in alle eerlijkheid. Er 38

komt uiteraard een aparte ruimtelijke procedure voor elke ontwikkeling rondom de gemeentewerf en dan is het aan de gemeenteraad om daar een afweging in te maken, maar het wordt wel na maart 2026 dat dit gaat gebeuren want we zitten nu nog gewoon heel druk in de voorbereidingen, dus dat is straks aan de nieuwe raad. Dan vroeg de heer Stekelenburg naar het centrum. Het goede nieuws is dat er denk ik drie, vier nieuwe winkels bij komen, u hebt die aankondigingen denk ik al gezien, we zien toch dat het echt weer aantrekt. Ik zag dat het enthousiasme over de Wibra bijzonder groot was, dus daar ben ik blij mee en ik hoop dat ik er binnenkort zelf ook een keer naartoe kan. Ik heb op de Strandvisie gereageerd, de uitvoering en de hele operatie is op 3 november jl. van start gegaan. Dan hebben we het gehad over… Ja, mevrouw Everard heb ik beantwoord, hoe het college aankijk tegen het inwoneraantal en hoe zich dat gaat ontwikkelen. Ik vind dat het meest zorgelijke punt als je kijkt naar de overheidsfinanciën van deze gemeente. Dan was er nog gevraagd door…, even snel door de hele… Oh ja, de legesverordening. Ja, dat klopt. Er komt nog in deze raad een herziening, we hebben inderdaad in de decemberronde een verandering van het legesstelsel. Ik heb er met mevrouw Van Leeuwen trouwens ook eerder van gedachten over gewisseld en ook met u en ook met de heer Vaassen en anderen.

Dus er komt nog een herziening van het legesstelsel en het is ook hard nodig dat dit een keer wordt aangepast. De systematiek van de leges hebben we al veertien jaar ongeveer hetzelfde, dus dat is dringend aan herziening toe en dat gaan we ook nog oppakken voor de kerst. Dan is er nog gevraagd, ik dacht dat de heer Gankema en ook mevrouw Hibbert daarnaar vroegen, hoe het nu met de subsidies staat, concreet waarom staat de Rotary en niet de bij-Bus erin? U hebt bij de herziening van het subsidiebeleid zelf besloten om begrotingssubsidies in te stellen. Dat zijn specifieke subsidies voor één afnemer, bijvoorbeeld voor de bibliotheek. Die staan er specifiek in en de bij-Bus houdt natuurlijk ook haar subsidie van € 30.000,00 maar die valt onder het 'subsidie welzijn 18-plus'-kader dus die staat op een andere pagina onder een ander kopje in de begroting, maar de begrotingssubsidies worden dus apart genoemd. De Rotary kreeg die als steun voor het organiseren van Open Monumentendag. Dat nog even. Dan is er nog gevraagd naar de toeristenbelasting. Ja, ik kan ook zeggen dat dit de goede kant op gaat. Ik denk dat we in 2025 al een stuk meer toeristenbelasting ophalen dan in 2024, dus dat geeft ook iets aan over de handhaving.

We hebben natuurlijk controles uitgevoerd, ik mag hier in verband met de Invorderingswet en artikel 231 van de Gemeentewet niet aangeven welk bedrijf wat betaalt maar er wordt goed betaald, zeker ook door de grotere bedrijven die zij op het oog heeft, laat ik het dan zo formuleren. Dat loopt behoorlijk goed. Dan vroeg de heer Paulides nog naar de aanscherping van de AVG voor de riool- en waterheffing. Dat is iets waar ik zelf nauw bij ben betrokken, ik vind dat zelf ook iets…. Nou ja, ik heb daar zelf wel zorgen over. Voor 2026 hoeven we geen wijziging in de rioolheffing in te voeren, maar er loopt wel een onderzoek van de VNG, de Unie van Waterschappen en van Vewin over of de gebruiksgegevens straks nog mogen worden verstrekt aan in ons geval de BSGR om de heffing te berekenen. Ik hoop uiteraard dat dit mogelijk blijft. Ik vind het ook bij deze tijd passen dat je het belasten naar gebruik centraler stelt dan dat je dat alleen doet, zoals hij volgens mij ook bepleitte, op basis van alleen een- of tweepersoonshuishoudens of per adres. Dus voor nu geen wijzigingen, maar het is wel een kanttekening die bij de belastingverordening komt, dat we hopen dat dit op lange termijn ook blijft kunnen want daarvoor zijn we echt afhankelijk van of de AVG-gegevens vanuit Vewin en de andere watermaatschappijen nog met de BSGR en andere belastinguitvoerende clubs mogen worden gedeeld.

Ik heb het over de gemeentewerf gehad. Ja, dan is er nog gevraagd of € 3 miljoen moet worden bezuinigd, het zou 7% van de lastenbegroting zijn. € 3 miljoen van € 95 miljoen is 3% en geen 7%. We hebben natuurlijk nog ombuigingen staan van 2024 en in 2025 ook, € 450.000,00 op de organisatie, maar ook ruimte voor nieuw beleid en we hebben natuurlijk ook bij de kadernota laten zien dat de reserveonttrekking van € 900.000,00 die we er het jaar daarvoor in hadden staan helemaal is teruggedraaid. Dus wij kunnen de bezuinigingen van € 3 miljoen voor 2025 niet plaatsen. De voorzitter: Een interruptie van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Om de wethouder te helpen. Het betrof een opstelling van lagere lasten, het betrof programma 2. Dat is 1 en die is niet € 95 miljoen, maar die is pak hem beet € 42 miljoen en € 3 miljoen bezuiniging op dat bedrag is die 7%. Dat ter verduidelijking, het was mijn vraag 2 overigens. Om de wethouder daar nog heel even mee te helpen, er wordt gesteld dat de lasten € 911.000,00 lager zijn maar in het rijtje daaronder worden hogere lasten ten bedrage van € 1.025.000,00 genoemd. De inflatie nemen we ook mee op 3%, zelfs 2,7%, € 1,2 miljoen, dus € 2.025.000,00 hogere lasten zijn begroot zijnde de werkelijkheid, die zijn aangegeven en zijn door het college geïdentificeerd en toch wordt voor € 900.000,00 lagere lasten begroot.

Dan zit je op bijna € 3 miljoen aan bezuinigingen en de vraag blijft: waar zitten die dan? De voorzitter: De wethouder.

39

Wethouder Van Doeveren: Dat hebben we gezegd bij de kadernota, € 450.000,00 op eigen organisatie, € 50.000.00 op groen en de verhuur van de Schulpwei was ook al ingeboekt, die levert € 120.000,00 op, dus die is ook al ingeboekt bijvoorbeeld. Het totale overzicht aan bezuinigingen staat echt in de kadernota want dat zijn de beleidsmatige wijzigingen, die leggen we altijd transparant voor. De voorzitter: De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja voorzitter, ik heb niet zoveel aan de kadernota, wij praten hier over het budget en het budget is de finale vastlegging van alles wat eraan vooraf is gegaan of de kadernota nou belangrijk is of niet. Met de bedragen die u noemt kom ik niet aan € 3 miljoen, dus ik zou u toch willen verzoeken… Het gaat niet om peanuts hè, het is niet een tonnetje hier of een tonnetje daar, het is € 3 miljoen bezuinigen, feitelijk bezuinigen, volume, in programma 2 en ik zou toch willen dat de wethouder iets beter zijn best doet om dat te duiden. Wethouder Van Doeveren: Ja, ik zie geen bezuinigingen. Ik wil de programmabegroting er nu wel bij pakken en dan gaan we die technische vragen nog een keer beantwoorden.

We hebben tijdens de tafeltjesavond al een set technische vragen beantwoord en we hebben hier deze week nog een set met negen vragen van de heer Hendrickx beantwoord, nee vorige week nog beantwoord, en die kan ik er ook bij pakken, maar dan trekt hij nu een conclusie op basis van een bedrag dat het niet is. Dan ga ik nu de programmabegroting erbij pakken en dan gaan we die techniek uiteraard gewoon met elkaar doornemen, maar het gaat natuurlijk niet om bezuinigingen. De heer Hendrickx: Voorzitter, dan toch. Ik denk dat ik geen domme vragen stel, ik kan het optellen en aftrekken en op het moment dat ik dat doe op basis van de informatie die het college heeft gegeven, kom ik tot deze conclusie. Ik zou toch wel willen dat de wethouder… We praten niet over € 100.000,00, € 200.000,00 of € 300.000,00 hè, ik bedoel ik heb al een paar vragen laten lopen over peanutbedragen, althans verhoudingsgewijs peanutbedragen, kleinere bedragen, we praten hier over € 3 miljoen. Op het moment dat het college lagere lasten van € 900.000,00 begroot, en in dat rijtje hogere lasten van € 1 miljoen staan en de inflatie € 1,2 miljoen is, is de enige conclusie die je kunt trekken dat je € 3 miljoen moet bezuinigen om aan die € 900.000,00 te komen. Ik zie dat niet gebeuren, dus ik ben heel erg benieuwd wat het college ziet om aan deze begroting te komen want de redenering tot nog toe is niet correct.

De voorzitter: Wilt u daar direct op reageren? We zitten nog in de termijn van het college, u kunt hem ook later… Wethouder Van Doeveren: Nee, ik wil gewoon dat de berekening zo ambtelijk komt en dan ga ik gewoon de berekening maken want ik wil dan de berekening gewoon geven. De voorzitter: Dat lijkt me prima, dan parkeren we die vraag en gaan we nu... Dus die vraag wordt geparkeerd, dan gaan we nu naar de vraag van mevrouw Hibbert. Mevrouw Hibbert: Dank voorzitter, even terug naar het overzicht Begrotingssubsidies. We hebben niet gezegd dat we het nieuwe subsidiebeleid niet snappen, we hebben gezegd dat we het overzicht Begrotingssubsidies op pagina 120 van het begrotingsdocument niet snappen. Dus we waren niet op zoek naar een uitleg, 'krijgt de bij-Bus wel subsidie en waar staat dat dan?', dat hebben we gezien, dat hebben we gelezen. We zijn op zoek naar een uitleg over waarom sommige organisaties wel in het overzicht Begrotingssubsidies zijn geland en daarmee uitgezonderd van de verdeelregels onder ons nieuwe subsidiebeleid en andere niet en die uitleg hebben we hier niet gehoord. Het is prima als het niet vanavond kan, maar dan ontvangen we graag een toezegging dat we via een raadsinformatiebrief alsnog uitleg krijgen over waarom de organisaties die in het overzicht Begrotingssubsidies staan zijn uitgezonderd van de verdeelregels, op basis van welke reden.

Zoals we hebben gezegd, bij een bibliotheek is het ons duidelijk, bij een reddingsbrigade is het ons duidelijk, maar bij een organisatie die Open Monumentendag organiseert is dat ons niet een-twee-drie duidelijk en die uitleg ontvangen wij graag. Dank u voorzitter. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: Ja, ik denk dat het voor de Rotary, als we daarop zitten, beter schriftelijk kan. In algemene zin is het zo dat je begrotingssubsidies hebt en eigenlijk worden begrotings gewoon verdeeld onder een plafond met de aanvragen, bijvoorbeeld voor welzijn, voor sport, economie. Die vallen onder de plafonds en die bedragen van die plafonds staan ook in de begroting, maar daarnaast heb je begrotingssubsidies en omdat dat begrotingssubsidies zijn, worden die 40

apart in de begroting genoemd. De algemene stelregel is, maar ik doe niet zelf de beschikkingen, dat voor begrotingssubsidies… Dat zijn inderdaad subsidies waar eigenlijk maar één partij voor is, inderdaad de bibliotheek, die worden dus gemarkeerd als begrotingssubsidie en daarom staan die er apart op. Bijvoorbeeld de bij-Bus valt dus onder het Welzijn 18-plus kader. De voorzitter: Mevrouw Hibbert. Mevrouw Hibbert: Dank u voorzitter. Die zijn uitgezonderd van de verdeelregels, die mooie zin staat ook op pagina 120 en daarom ontvangen wij graag... Zoals gezegd, het hoeft niet hier en nu en het gaat ons niet om de Rotary an sich, het gaat ons om het gehele overzicht. Wij ontvangen graag informatie over hoe de keuze is gemaakt of iets wel of niet een begrotingssubsidie is die is uitgezonderd van de verdeelregels onder ons nieuwe subsidiebeleid. Dank u voorzitter. Het gaat ons er ook om… Omdat dit de eerste ronde is waarin we dit met zijn allen vaststellen… Wij stellen straks de begroting vast, dan stellen we dus ook dat overzicht op pagina 120 vast en het is fijn om te snappen wat we vaststellen. Dank u voorzitter. De voorzitter: De wethouder.

Wethouder Van Doeveren: Als mevrouw Hibbert vraagt 'waarom wordt het ene gegeven als een begrotingssubsidie en het ander als een subsidie die valt onder één van de subsidieplafonds en thema's?' dan lijkt het me goed om dat inzicht gewoon voor alle subsidies te bieden, dat vind ik een faire vraag. De voorzitter: Dan schrijven we die op als een toezegging. Wethouder Van Doeveren: Een toezegging met uiteraard de uitleg erbij waarom die keus nu zo is gemaakt. Dat is dan de toezegging. De voorzitter: Prima, de griffier schrijft hem nu op. Dan gaan we naar de heer Gankema. De heer Gankema: Ja, deze toezegging biedt al enigszins verlichting. Ik ga toch eventjes door op Monumentendag en, hoe noemden we dat nou, die charitatieve mensen. De voorzitter: De Rotary. De heer Gankema: De Rotary. Hoe gaat zoiets in zijn werk, komt de Rotary naar De Paauw toe en zegt die 'goh wij hebben nu toch een goed idee, we gaan Open Monumentendag doen en daar willen we graag een begrotingssubsidie voor', dat is al een beetje vreemd, of gaat het andersom en zegt het college 'verdomd Open Monumentendag, dat is leuk, wie zullen we daar eens voor vragen? Weet je wat, we vragen de Rotary en dan geven we hen daarvoor een begrotingssubsidie'? Welke van de twee varianten moet ik als waarheid beschouwen? De voorzitter: De wethouder.

Wethouder Van Doeveren: Ja, dat is misschien toch een flauwe cliffhanger maar dit laat ik aan de wethouder Erfgoed en de burgemeester die betrokken zijn bij de organisatie van Open Monumentendag, nu overvraagt u me. Zij hebben ongetwijfeld straks het antwoord voor u, als de heer Zoutendijk aan het woord komt, die is als wethouder Erfgoed nauw betrokken bij de organisatie van Open Monumentendag. Dat komt zo terug. Even kijken. De heer Hendrickx vroeg nog naar de renteopbrengst voor 2025. Het jaar loopt natuurlijk nog, maar we verwachten nu bij de najaarsnota in ieder geval een meevaller van € 46.000,00 te kunnen rapporteren. Ik hecht er ook aan om te zeggen dat de begroting op het rentepunt ook robuust, ik zocht even een ander woord, robuust in elkaar zit omdat we voor 2026 € 150.000,00 aan rentelasten hebben ingeboekt voor een lening van € 5 miljoen terwijl het nog hoogst onzeker is of we in 2026 überhaupt aan die € 5 miljoen lening gaan komen, maar het bedrag voor de eerste leningen staat al met de rentelasten netjes ingeboekt zodat, als een nieuw college aan de eerste € 5 miljoen begint, het daarvoor geen extra rentelasten structureel in de begroting hoeft op te nemen. Dan is er nog een vraag gesteld over pagina 89.

De cijfers op pagina 89 zijn bekend, berekend conform het prognosemodel Nederlandse gemeenten, en gaan uit van een gemiddelde investering, de cijfers over 2024 op basis van de jaarrekening en de cijfers 2025 op basis van de begroting 2025. Hierna worden de cijfers altijd geëxtrapoleerd, lees: dat doen we dus zo. Dit sluit helaas niet helemaal aan op de investeringsplanning. Dat wat betreft dat. Dan is gevraagd... Ja, een toch wel een belangrijke vraag tussen de heer Krabbendam en de heer Hendrickx ging over de tabel 116-117, de totale investeringslijst, toen werd gevraagd: wat klopt er van het overzicht? Dit overzicht is inderdaad een overzicht van wat wij nu allemaal 41

aan investeringen in beeld hebben. Ik denk alleen dat de spraakverwarring of het meningsverschil is of het totale bedrag aan investeringen ook leidt tot dezelfde hoeveelheid schuld. Het antwoord daarop is 'nee', om een paar redenen. Allereerst is van dat bedrag al een behoorlijk stuk uitgegeven, dus voor alles wat al is uitgegeven hoef je geen schuld te maken. Daarnaast worden de investeringen natuurlijk over een aantal jaren gespreid en zelfs de bedragen die voor 2029 tentatief in de begroting staan maar waar een volgende raad vaak ook nog over moet beslissen, zijn ook weer investeringen waarvoor de uitgaven pas in de jaren daarna worden gedaan. De heer Hendrickx heeft technisch gevraagd naar het niveau van afschrijvingen. Dan zie je ook dat het aantal afschrijvingen jaarlijks oploopt van € 2,9 miljoen in 2026 naar € 4,4 miljoen in 2029. Ergo, als je het bij dit lijstje houdt dan loop je elk jaar € 4,4 miljoen op je begroting in en dat betekent dit, zelfs al zou je € 100 miljoen investeren, niet tot € 100 miljoen schuld leidt. Dat verklaart het verschil tussen het totaal aan investeringen en wat er in de liquiditeitsprognose aan maximale schuld staat want dat was wat de heer Gankema zei en dat is om en nabij, het blijft een prognose, correct. We komen rond een schuld van € 25 miljoen à € 30 miljoen, maar zeker geen € 100 miljoen.

Ik denk dat dit het verschil in het gesprek tussen de heer Hendrickx en de heer Krabbendam is. De voorzitter: Een interruptie van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja voorzitter, ik ben blij dat er aandacht gegeven wordt aan de... De voorzitter: U hebt nu kennelijk het pasje van mevrouw Hibbert. De heer Hendrickx: Broer en zus, zo klopt hij wel geloof ik. Ja, een paar dingen hier. In de eerste plaats, als je kijkt naar pagina 116 en 117 dan is het nettobedrag nog altijd € 94 miljoen. Ik ben het zonder meer met u eens dat we die de komende vier jaar niet zullen uitgeven want daar hebben we simpelweg ook de ambtelijke capaciteit niet voor. Dat is 1 en 2, de meeste van die dingen moeten gewoon worden uitgegeven en er zal ongetwijfeld nog een keer een Strandvisie tussendoor komen die ook een keer € 5 miljoen opeist, maar het bedrag van € 94 miljoen is hard want alle posten die zijn genoemd, moeten gebeuren. Of het nou de Montessorischool is, verduurzaming Kerkehout 6 ook al wordt dat uitgesteld, of de ecologische verbindingszones, het zijn allemaal posten die je op een gegeven moment moet voeren en dat leidt tot € 94 miljoen, dat zijn de euro's van nu. Dat is 1. 2, afschrijvingen klopt. Ik zit heel even een beetje op mijn tijd te letten.

Afschrijvingen klopt, maar het bedrag dat u noemt klopt niet want we gaan naar € 4,4 miljoen en ik wil nu graag mijn tweede interruptie voor vandaag benutten, dus de volgende minuut als u het goedvindt. De afschrijvingen kloppen niet want de sprong die in de afschrijvingen zit is € 1,5 miljoen en met de afschrijvingsjaren die we hier hanteren, betekent dit dat je € 90 miljoen moet investeren om aan die afschrijvingen te komen. Dus daarin heb je een veel te hoog bedrag aan afschrijvingen meegenomen want we investeren dat gewoon niet. Uw eigen gegevens geven aan dat tot en met 2029 bruto € 28 miljoen wordt geïnvesteerd en met zeg gemiddeld veertig jaar afschrijving kom je aan € 700.000,00, dat is de maximale toename in vier jaar tijd, u mag het narekenen. Dan ten aanzien van pagina 89, u refereert eraan. Dit is de begroting en welke tools of middelen u ervoor gebruikt, dit is wat er staat en niet anders want, mevrouw Hibbert zei het ook al, straks gaan we gaan we een 'ja' of een 'nee' geven, of hij wordt aangenomen of niet, maar dit zijn de cijfers die er staan. Dat en niet anders en daar zal ik straks nog even wat aandacht aan geven. Dank u wel. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: Ja, ik wilde dat ik dat altijd kon zeggen, maar het lijkt erop dat we het voor het eerst echt eens zijn over de cijfers.

Het klopt, de cijfers uit de begroting zijn ook de cijfers van het college want we hebben ze zelf opgeleverd. Hij klopt, ik zie de € 94 miljoen ook maar de denkfout is dat de heer Hendrickx zegt '€ 94 miljoen uitgaven leidt ook tot € 94 miljoen schuld' en dan zeg ik 'het is daar het feitelijke bedrag' omdat je ook jaarlijks de afschrijving hebt, even in het midden latend of dat dan de € 4,4 miljoen is of dat het ergens tussen de € 3 miljoen en de € 4 miljoen ligt. Je hebt de jaarlijkse afschrijvingen, je hebt de verkoop van huizen, je hebt grondopbrengsten, je hebt planningsoptimisme, investeringen die je over heel veel termijnen afschrijft en die je ook niet allemaal in één jaar uitgeeft als een krediet voor dat bedrag. Zie De Paauw, het krediet van € 12 miljoen is vier jaar geleden vrijgegeven en we gaan het pas in 2026, 2027 en 2028 uitgeven. Kortom, als je al die factoren meeweegt, het is allemaal belangrijk voor je liquiditeit, zo werkt de gemeente, ik ben het met hem eens dat onze ambtenaren ook niet alles tegelijk kunnen, en dan zeg ik dat het leidt tot grosso modo een schuld van € 25 miljoen, € 30 miljoen en dan gun ik hem nog een enkele Strandvisie die we nog tussendoor zouden kunnen hebben, maar zeker niet tot € 94 miljoen of € 100 miljoen. De voorzitter: De heer Hendrickx. 42

De heer Hendrickx: Het begint altijd als je het in de eerste klas van de lagere school met elkaar eens bent, dan kun je vaak nog wel een behoorlijke ontwikkeling doormaken naar de zesde klas. Het probleem dat hier speelt is… De begroting is € 94 miljoen althans dat is nog wat moet worden geïnvesteerd plus of minder dingen die tussendoor lopen, dat is 1. 2, is dat we hier in Wassenaar de ervaring hebben dat met gebrek aan projectmanagement en dat soort dingen bijna alles uit de klauwen loopt. De grootste was nog altijd de havenwand, 120% boven begroting, de molen was dubbel, de sporthal was 60% duurder enzovoort. Dus op het moment dat je prudent, zoals wij dat doen, kijkt naar een vrijwel zekere investeringsbegroting over de komende jaren, die valt uit te smeren, dan kom je uit op € 94 miljoen plus wat wij dan rekenen uit prudentie, 30% overschrijding, en dan houden we nog niet eens rekening met dingen die er tussendoor lopen. Op het moment dat de wethouder het met me eens is dat in deze gemeente geen enkel project wordt overschreden, ben ik bereid zijn lijn te volgen. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: Nou, we zijn inmiddels in ieder geval van groep 1 naar groep 4 denk ik, ik denk zelf groep 4.

Natuurlijk is het zo dat projecten wel eens duurder worden dan ze zijn begroot, dat geldt voor alle gemeenten in Nederland, maar ik vind wel… Ik ben het met hem eens dat je goed projectmanagement moet hebben en we zullen daar ook bij de najaarsnota aandacht aan schenken. Dus bij dezen kunt u de toezegging noteren dat we dan ook met wat budget bij u komen om in de organisatie te investeren want ik deel het punt over projectmanagement dat ook hij, de heer Gankema en anderen van u heb allemaal hebben genoemd maar ik vind wel, en dat gaat soms iets te kort door bocht, dat je goed moet kijken waarom we overschrijding hebben. De havenkade en de molen zijn evident, maar dat is voor mij achteraf nu makkelijk zeggen over anderen en dat wil ik eigenlijk liever niet, die zijn inderdaad duurder geworden dan had gemoeten maar je hebt soms ook situaties waarin je extra verkeersregelaars nodig hebt en dat je grond moet aankopen bij een sporthal wat het duurder maakt. Dus het is niet altijd dat projecten door slecht projectmanagement uit de klauwen zijn gelopen, die nuance wil ik wel aanbrengen, onze eigen organisatie doet het niet bij elk project slecht of iets dergelijks. De voorzitter: De heer Hendrickx, afrondend op deze interruptie. De heer Hendrickx: Dank u wel. Ik ben het op zich met de wethouder eens en dan praat je misschien over een paar procent overschrijding.

Normaal gesproken zou je zoiets ook in de risico's van een project moeten meenemen, maar we praten hier over overschrijdingen van tussen de 50% en de 110% en dat kun je niet met een verkeersregelaar wegpraten, dat zijn forsere bedragen. Het laatste wat ik daar nog aan wil toevoegen is dat hier geen rekening met de inflatie wordt gehouden, dingen worden duurder. U was bij de sporthal zeer nadrukkelijk met de verklaringen over de toename van het project, met name door inflatie. De komende jaren zullen we ook inflatie hebben, reken hier op 3% en je komt ook al zo weer enige tientallen miljoenen hoger uit. Dus op het moment dat je geen prudentie toepast, zowel op de overschrijdingen als op de inflatie, kom je linksom of rechtsom dus toch op die schuld van € 125 miljoen want dat zijn de dingen die optellen. Als je in euro's van nu rekent geloof ik u, nee ook nog niet eens, maar op het moment dat je met inflatie… Ja, het was bijna binnen, maar toen sloeg ik een klas over en toen verloren we elkaar weer, maar even tegelijkertijd. Het klopt niet, dit zijn niet de bedragen waar we over praten en op het moment dat je tot een schuldpositie over vijf tot tien jaar praat dan komt die op basis van deze investering veel hoger uit. De voorzitter: Wethouder, nog een vraag gehoord in dezen? Nog behoefte aan een reactie, anders gaan we naar de heer Krabbendam.

Dan gaan we naar de heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Ja dank u voorzitter. Wethouder, u doet in uw beantwoording voorkomen alsof de heer Hendrickx en ik een heel redelijk meningsverschil hebben, maar daar is geen sprake van, het is echt een fundamenteel andere kijk op wat daar op die bewuste pagina's staat. De voorzitter: De heer Krabbendam heeft het woord en er wordt via de voorzitter gesproken. De heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Dank u voorzitter. De voorzitter: Nee, gaat uw gang.

43

De heer Krabbendam: Ik wacht heel eventjes tot ik echt de volle aandacht heb. Om verder te gaan, het meningsverschil is niet zomaar een meningsverschil over waarover je van mening kunt verschillen, het is € 100 miljoen of € 125 miljoen of wat in de begroting wordt gezegd als we vooruitkijken naar € 30 miljoen. Dit is heel fundamenteel en uw beantwoording stemt me niet helemaal tevreden want u laat die twijfel bestaan, namelijk over of al die investeringen optellen tot € 95 miljoen, € 93 miljoen, even het bedrag, of daadwerkelijk tot een bepaalde schuld die u zelf aangeeft. Ik wil graag dat u in uw beantwoording duidelijk bent over waar nou de verkeerde aanname van de heer Hendrickx zit. Daar ga ik mijn tweede bijdrage nog een keer over… De voorzitter: Dit was een vraag aan de wethouder. De heer Hendrickx, u hebt een persoonlijk feit? De heer Hendrickx: Ja. We komen weer in het oude ding terecht. De heer Krabbendam gaat vragen stellen over mijn stellingen en of de wethouder die maar even wil ontkennen. Als de heer Krabbendam mij vragen heeft te stellen, kan hij dat straks in de tweede termijn doen, dat doet hij nooit. Proberen om via de wethouder al dan niet mijn stellingen te verifiëren geeft geen pas en ik zou u willen vragen daar wat scherper op te letten. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: Ja voorzitter, ik probeerde gewoon...

Ik zei het misschien een beetje eufemistisch, maar ik probeerde de positieve toon. Ik zag dat zeven fracties al voor de begroting gingen stemmen en ik dacht 'misschien doet de heer Hendrickx ook wel mee', we waren elkaar bijna genaderd. Ik heb het volgens mij gewoon inhoudelijk helder gezegd, we zijn het eens over het bedrag dat wordt geïnvesteerd, maar we zijn het oneens over of het ook tot hetzelfde bedrag aan schuld leidt en dan zeg ik: nee, we gaan niet naar € 100 miljoen schuld toe, we gaan niet naar € 50 miljoen schuld toe, hoogstens € 25 miljoen, € 30 miljoen of € 35 miljoen, in die orde van grootte. Ik heb ook uitgelegd waardoor het komt, we hebben afschrijvingen, planningsoptimisme, ook inkomsten van gronden en dat zit ook allemaal in de liquiditeitsprognose, dus de liquiditeitsprognose geeft helder aan waar wij denken dat de schuld op uitkomt. Dat is iets heel anders dan het bedrag dat we investeren, de schuld ligt fors lager dan de bedragen die we werkelijk gaan investeren. Duidelijker kan ik het inhoudelijk niet zeggen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Ja, dank u voorzitter. Nee, dit is exact het antwoord waarnaar ik op zoek was omdat dit ook mijn vraag was over waar deze optelling die door de heer Hendrickx wordt gemaakt vandaan komt.

Als het inderdaad op basis van deze tabel is dan is het nog erger dan ik dacht dat dit optelsommetje was want ik had het vergeleken met een bierviltje. Ik begrijp nu dat het op basis hiervan is maar de heer Hendrickx heeft in zijn bijdrage kennelijk, en ik zal hem straks in de tweede termijn daar ook nog een vraag over stellen als hij dat wenst, gekeken naar het totaal van de investering en helemaal niet hoe die investeringen worden gefinancierd. Waar komen die vandaan, worden die allemaal gefinancierd met schuld of komen die zomaar ook uit andere bronnen? Daar was ik naar op zoek en u hebt dat nu wat mij betreft wel bevredigend beantwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dan is dat bij dezen afgewikkeld. U wilt naar uw vierde interruptie toe. Gaat uw gang. De heer Hendrickx: Ik zal blij zijn wanneer de heer Krabbendam inhoudelijke vragen ook een keer aan mij stelt, dan kunnen we misschien ooit eens een debat hebben in deze raadsperiode. Terug hè. We hebben in ieder geval vastgesteld dat het nettobedrag nog te investeren € 94 miljoen is, exclusief inflatie, exclusief overschrijdingen en exclusief nog andere dingen die zich kunnen voordoen en dan heb ik nog geen rekening gehouden met investeringen in mogelijk Duindigt en dan heb ik nog geen rekening gehouden met investeringen in het riool of naar aanleiding van een integraal waterketenproject.

Dus ik ben wat dat betreft aan de conservatieve kant en we kunnen onszelf allemaal rijk rekenen, maar het gaat om hele forse bedragen. Als het zo is dat we € 100 miljoen investeren met een gemiddelde afschrijving van vijftig jaar, betekent dit dat de afschrijvingen met € 2 miljoen per jaar toenemen. Daar financier je niet de hele handel mee, dan heb je vijftig jaar nodig om dat terug te verdienen en dat is het nadeel van de hele lange afschrijvingstermijnen die deze raad een aantal jaren heeft vastgesteld. Ik zou toch willen vragen of de wethouder rekening wil houden met wat ik zojuist daarover heb gezegd en ik zie de heer Krabbendam straks wel met open vizier tegemoet.

44

De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: Voorzitter, het laatste kan ik gewoon toezeggen want dat doen we. Het voordeel is dat we het nu in ieder geval allemaal eens zijn over de bedragen die we gaan investeren, dat vind ik al fantastisch. Uit de liquiditeitsprognose blijkt ook dat we daar wat leningen voor aangaan, daar loop ik ook niet voor weg, dat staat er ook, de rentelasten zijn al ingeboekt. Dat is voor het college gewoon een feit, een gegeven, en als je een goede boekhouder bent, houd je daar nu al rekening mee, voordat je de lening überhaupt hebt. Dat doen we en als je niks doet dan klopt ook wat de heer Stekelenburg zegt, dan heb je in 2050 met al die afschrijvingen wel weer € 45 miljoen op de bank. Als we er dan nog allemaal zijn dan kunnen we dat met elkaar doornemen. Voorzitter, ik wilde het daar vanuit mij bij laten. De voorzitter: U had nog één aanvullende interruptie. De heer Hendrickx: Ik heb het net even met de griffier gecheckt, ik heb nog drie interrupties en daar gebruik ik er graag eentje van. De voorzitter: Oké. De heer Hendrickx: Hier wordt sportief omgegaan met tijd. Wanneer ik naar pagina 89 kijk dan staat er heel eenvoudig, ik heb het in mijn verhaal ook al gezegd, 'in 2029 hebben we € 28 miljoen activa'. Ten opzichte van 2025 is dat een toename van € 14 miljoen.

Daar komt € 8 miljoen aan afschrijvingen bij, € 2 miljoen per jaar, is € 22 miljoen. Dat is de ruimte in deze begroting met welke normen, cijfers en wat dan ook, dit is de reële begroting van de gemeente Wassenaar tot en met 2029 oftewel we hebben € 22 miljoen tot onze beschikking. Als ik kijk naar waarvoor min of meer commitments zijn, De Paauw € 13 miljoen, Warenar € 5 miljoen, Strandvisie € 5 miljoen, SKOW € 10 miljoen, Kievietschool € 4 miljoen, dorpskern nog € 2 miljoen, tractie € 1 miljoen, ICT € 1 miljoen, Rijksdorp € 2 miljoen, Prinsenweg € 2 miljoen en ik heb me beperkt. Hoe passen die € 45 miljoen de komende vier jaar in de € 22 miljoen waarvan het college aangeeft 'dat gaan we investeren', in de begroting van de gemeente Wassenaar die nu wordt opgemaakt en wat een document wordt waar een raad ja of nee tegen gaat zeggen? Wethouder Van Doeveren: Ja, en nu gaan we dus naar een balans, nu gaan we dus naar een heel ander document, we gaan nu uit de liquiditeitsprognose naar de balans. Bij de jaarlijkse balans investeer je inderdaad dat bedrag maar de jaarlijkse afschrijvingen gaan er weer vanaf, dat verklaart dat er altijd een verschil is en de balans per jaar blijft natuurlijk gewoon goed want de totale activa en de totale passiva zijn elk jaar gelijk en je ziet dat het toeneemt. De voorzitter: De heer Hendrickx.

De heer Hendrickx: Ja voorzitter, we zullen samen nog veel klassen moeten doorlopen om hetzelfde begrip ervan te hebben. Het is heel eenvoudig, de materiële vaste activa nemen met € 14 miljoen toe en daarvan zijn de afschrijvingen al afgetrokken, ieder jaar, € 8 miljoen bij elkaar. Dat wil dus zeggen dat de bruto investering € 22 miljoen is om minus die € 8 miljoen tot € 14 miljoen toename van de materiële activa te komen. Dus mijn stelling is, en checkt u dat straks graag even want ik vind het heel relevant: we hebben volgens de begroting € 22 miljoen beschikbaar en de bedragen waaraan we ons al hebben gecommitteerd bedragen € 45 miljoen, hoe past dat binnen deze begroting? U belooft € 45 miljoen, u spreekt erover, en ik heb de dingen die erin worden genoemd net genoemd, van SKOW tot dit pand en nog een paar van die dingen, en u zegt 'het maximale dat ik in de komende vier jaar investeer is € 22 miljoen. Het past niet en ik zou graag een antwoord willen hebben op de vraag hoe u de commitments en de ambities voor de komende vier jaar binnen die € 22 miljoen past. Ik vind dit een extreem relevante voor deze en deze staat los van de liquiditeitsbegroting want daar klopt überhaupt niks van. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Van Doeveren: De liquiditeitsprognose klopt zo goed als die kan, maar het blijft wel een prognose.

Wat we nu gaan doen… Ja, de liquiditeitsprognose is een prognose en niks meer dan dat, het is een prognose. De voorzitter: Als u zou willen antwoorden op de vraag die door de microfoon aan u wordt gesteld.

45

Wethouder Van Doeveren: De vraag is waarom de balans anders is dan het totale investeringsbedrag. Veel investeringen moeten nog worden vrijgegeven en je kunt de balans niet een-op-een vergelijken met de totale investeringen zoals hij dat nu doet. Ik laat de berekening zo wel komen want er zit helemaal niks geks in deze begroting, het is hetzelfde balanslezen als we ook al bij de kadernota of de jaarrekening hebben gedaan. De voorzitter: Wilt u dan ook de berekening die ook net nog is aangegeven over programma 2 meepakken, dan kunnen we dat blokje denk ik in één keer doen want anders kunt u die twee antwoorden nog verder formuleren. Is dat een suggestie? De heer Hendrickx: Dan wil ik heel duidelijk zijn, dan stel ik voor dat we inderdaad de interactie tussen de wethouder en mij hiermee stoppen maar ik wil wel het antwoord hebben en het antwoord is heel duidelijk, volgens de gegevens van het college wordt € 22 miljoen geïnvesteerd, hoe passen de commitments die inmiddels zijn gemaakt in die € 22 miljoen en welke worden dan eventueel niet gekozen? De voorzitter: Die vraag is nu gehoord en daar wordt aan gewerkt. Dan gaan wij nu… Wethouder Van Doeveren: Dan kom ik óf aan het einde van deze termijn of in de tweede termijn terug met de berekening. De voorzitter: Ja, ja. Zeker, klopt.

Dan constateer ik dat het college nog 38 minuten heeft, willen de wethouders daar ook zelf onderling even wat rekening mee houden. Dan gaan we nu naar de wethouder Wonen, Zorg, Onderwijs. Wethouder Bloemendaal: Voorzitter, dank u voor het woord. Ik zal de vragen die de leden hebben gesteld langslopen en daar waar dat dienstig is op datzelfde moment het oordeel van het college op de ingediende amendementen de ingediende motie geven. Ik kom als eerste bij de VVD, bij de prangende vraag hoe het zit met het maatwerk ten aanzien van de parkeernorm. Het antwoord is 'ja, er is maatwerk', daar waar het sociale woningbouw betreft is het zeven tiende en daar waar het andere woningbouw betreft wordt maatwerk betracht zodat het passend is binnen de locatie, in de planvorming waar we nu mee bezig zijn. Dan komt u bij een vraag die mij zeer aan het hart gaat, namelijk het wijzen op de consequenties van het ouder worden bij ouderen. Daar ben ik zelf de hele dag mee bezig en dat valt niet mee. U komt daarna nog een keer daarop terug door te vragen hoe het ouderenbeleid zich verhoudt. Dan geef ik nu het antwoord op de woonvisie want daarin zit dat straks opgesloten. In februari 2026 wordt de woonvisie aan uw raad ter beoordeling, ter besluitvorming gebracht, daarvoor in de commissie, en daarbij is met name aandacht voor de uitvoering van het ouderenbeleid ten aanzien van bijvoorbeeld wonen.

Een begrip als ouderenmakelaar, we zoeken nog naar de juiste term, wordt daarbij gevormd zoals ik ook in de commissie heb aangegeven. Dan uw vragen over de wachtlijsten. Er staan vier jongeren in verschillende stadia op de wachtlijst, die overigens al wel gemonitord worden door het Sociaal Team en dat brengt me straks bij de vraag van de heer Gankema. Diagnoses. Ja, in een vroeg stadium wordt binnen het Sociaal Team triage gepleegd zodat als er een hulpvraag komt onmiddellijk wordt gekeken 'wat gaan we met wie daaraan doen'. Op de preventie in bredere zin zal straks collega Zoutendijk nog een toelichting geven. Dan kom ik bij de heer Gankema, zijn vraag hoe wij de professionalisering van het Sociaal Team zouden kunnen verbeteren want dat is eigenlijk in termen van beleidstaal wat u vraagt. Het voorgestelde amendement sluit aan bij de richting die de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en de Regionale Inkoopstrategie die uw raad voor de zomer al heeft vastgesteld samen aan het college stellen. Beiden stellen dat de gemeente moet toewerken naar een sterk lokaal team dat waar passend zelf jeugdhulp moet kunnen verlenen waardoor minder instroom in de dure specialistische zorg is. Uitvoering van die tweedelijnszorg in eigen beheer past bij die ontwikkeling.

Ook het rijk heeft hiervoor middelen toegekend en zoals sommigen van u ook al hebben gememoreerd is daar in de septembercirculaire aandacht voor gevraagd en bij het vaststellen van de najaarsnota gaat u als het aan deze wethouder en uiteraard natuurlijk aan het college ligt, zien dat we die gelden daarvoor gaan benutten, om die hervormingsagenda uit te voeren en die opdracht dichterbij te brengen. We hebben er als gemeente ook enorm baat bij om in het Sociaal Team een expert of een medewerker te hebben die aan die voorkant a, kan helpen richting geven en b, ook al kan optreden. Samengevat, uw amendement wordt door het college positief beoordeeld, maar aangezien ik al op die weg ben begonnen en ik u daar met de najaarsnota meer van ga laten zien zou ik dit als een toezegging willen noteren voorzitter, en dan is het aan de heer Gankema want die staat op.

46

De voorzitter: Ja mijnheer Gankema, gaat uw gang. De wethouder zegt dus toe waartoe het amendement oproept te gaan uitvoeren. Dat is eigenlijk de conclusie toch? Juist. De heer Gankema. De heer Gankema: Ja, ja, ja. Dan nog even want ik had in mijn amendement een periode ingelast. Kunt u ook al aangeven wanneer we dan uw toezegging feitelijk kunnen beschouwen als dat het ook wordt geïmplementeerd? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Bloemendaal: Het eerste deel van de toezegging is dat u het in de najaarsnota gaat terugvinden en dan zal ook aandacht worden besteed aan het tempo waarin we dat gaan uitvoeren. De voorzitter: De heer Gankema. De heer Gankema: Ja dat begrijp ik, dat is eigenlijk precies wat ik vroeg of tenminste in zoverre, kunt u aangeven wanneer dit mogelijk geïmplementeerd zou zijn? Ik begrijp dat we de circulaire krijgen en dat u er dan over gaat nadenken, maar wat is het streven? We moeten natuurlijk wel zeggen…, binnen een bepaalde tijd moet er boter bij de vis zijn en daar zou ik wel graag… Het mag ook in de volgende termijn, maar dat u er even over nadenkt en dat u zegt 'dit is realistisch en hier mag u mij op afrekenen'. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Bloemendaal: Laten we dat doen, dat we in de tweede termijn op een tijdpad terugkomen. De voorzitter: Prima. Wethouder Bloemendaal: Voorzitter, dan kom ik bij het CDA, mevrouw Everard.

Ja, de woningbouwagenda is ambitieus, dat ben ik zeer met u eens en dat vergt ook veel van de staf, veel van de ambtelijke ondersteuning. De onderwerpen zijn complex, groot en uitdagend, maar zoals we die nu in de LTA-planning hebben opgenomen, is onze uitdrukkelijke wens om daaraan gevolg te geven en het dus ook zo uit te voeren, maar ik ben het met u eens, het is niet niks, in gewonemensentaal. Dan had u de vraag wat te doen met Auberge de Kieviet, met Huize Ivicke of met Hotel Wassenaar in afwachting van de leegstandsverordening die nu ook onder de loep ligt en die we gaan produceren. Dit zijn panden die in private handen zijn, daar zitten ondernemers achter en de gemeente heeft daar geen onmiddellijke grip op want we hebben daar geen instrumentarium voor, dus de leegstandsverordening zal ons daarbij moeten gaan helpen. Dan uw belangrijke vraag over het inkoopkader. Zoals u met elkaar hebt vastgesteld, geeft het inkoopkader een aantal segmenten aan waarlangs herziening wordt gepleegd. Wat betreft segment 5 zoals u dat zich misschien allemaal kunt herinneren, misschien ook niet, dat is veel voorkomende hulp die dicht bij de eigen inwoner is, gaan we met name ook daar waar de heer Gankema aan refereert, aan de voorkant meer presteren zodat we niet alle zorg duur bij de H9-organisatie hoeven in te kopen.

Dus ja, het antwoord op uw vraag is: dat inkoopkader gaat helpen om met minder aanbieders te werken zodat de jeugdhulp die centraal wordt ingekocht minder duur wordt. Dat is het streven en dat stond ook allemaal in de stukken die hebben geleid tot uw acceptatie van het inkoopkader. Dan kom ik bij DLW. Ja, u hebt terecht…. De voorzitter: Wethouder, er is nog een interruptie van mevrouw Everard. Mevrouw Everard: Ja voorzitter dank. Misschien ook nog even een verduidelijking van mijn vraag. Toen wij het inkoopkader vaststelden, was er nog geen keuze gemaakt bij segment 5, bij de veel voorkomende jeugdhulp, hoe we die aanbieders gaan contracteren. Wij deden dat altijd via een Open House-aanbesteding, dat betekent dat iedere aanbieder die zich aanbood een contract kreeg, maar het zou kunnen dat er inmiddels de keuze is gemaakt om daar toch wat grenzen aan te stellen. Die keuze zou in september worden gemaakt, dus daar ging mijn vraag over, gaan we weer Open House aanbesteden of gaan we daar grenzen aan stellen? Wethouder Bloemendaal: Daar is nog geen keus in gemaakt. Binnen de H9-organisatie werken we nu aan het finale document dat naar u toekomt en het streven van het college is in ieder geval om daar grenzen aan te stellen.

47

De voorzitter: Mevrouw Everard. Mevrouw Everard: Ja voorzitter, het is fijn om te horen dat dit de inzet van het college is, wij zijn het er ook mee eens dat we daar echt grenzen aan moeten stellen. Wellicht kan het college ons dan wel op de hoogte stellen van wanneer die beslissing is genomen. Wethouder Bloemendaal: Ja, ik kan u dat zeggen want dat is zeer nabij, nog voor Kerstmis 2025. De voorzitter: Heel mooi. Gaat u verder. Wethouder Bloemendaal: Dan kom ik bij de heer Paulides, dank voor uw scherp meelezen. Ja, de dikke woordjes, vetgedrukt, en 'de bouw is gestart', daar hebt u 100% gelijk in, die hadden daar niet moeten staan. Mijn excuus daarvoor, dat hebt u terecht geconstateerd. Dan over de ANWB. We zijn we nog in overleg, de afstemming tussen de ontwikkelaar en de corporatie over hoe de inpassing daarvan gaat gebeuren, dat is nog onderdeel van de afwikkeling van dat dossier waar we nog mee bezig zijn. Dan kom ik bij de PvdA. Voordat ik toekom aan uw motie, eerst uw twee vragen over de ambitie, het dalen van het percentage van 9.3 naar 8.4. Ja, dat lijkt misschien weinig, maar in het kader van wat is geprognosticeerd voor de nieuwe inkoopstrategie en de wijze, die daar uitwerking gehad hebben, is dat het beeld dat we gezamenlijk binnen de regio hebben opgehaald en dat is dus een forecast, een prognose die we op grond daarvan doen.

Voor uw informatie, het landelijke cijfer is 11,5%. Nou is dat niet om te zeggen 'kijk eens hoe fijn', maar het is dus in ons dorp minder. We gaan dat dus bereiken door, en dan kom ik ook weer bij de heer Gankema uit, te normaliseren, te collectiveren en die inkoopstrategie waar mevrouw Everard het over had effectief te laten worden. Dus er wordt op al die fronten gewerkt om te proberen de kosten te redigeren. Dan ten aanzien van uw vragen over de ambitie bij de uitkeringen. Ja, dat is een weerbarstige problematiek. Op basis van de praktijkervaringen en de samenwerking met LeidschendamVoorburg die het voor ons uitvoert, is dit een getal dat we durven te noemen. Dan kom ik bij de motie van de PvdA ten aanzien van de respijtzorg. Ik ben het zeer eens met het door u gevoelde misschien wel ongenoegen dat u te lang niks hebt gehoord want u hebt gelijk, in de raadsinformatiebrief in 2024 hebben we daar gewag van gemaakt, maar we zijn daar voortvarend mee aan de slag gegaan. Dus het gebeurt al dat de consulenten extra inzetten op dagbesteding, begeleiding, huishoudelijke hulp en kortdurend verblijf. Er zijn ook regionaal jeugdzorgfaciliteiten ingekocht voor jongelui in een logeerhuis of zorgboerderij en we zijn in contact met het Van Ommerenhuis. Al die sporen lopen en zijn ontwikkeld en dus past uw motie prima ter ondersteuning van het beleid.

We zijn bezig en, dat hebt u ook gezien in de LTA, er komt zeer binnenkort een nieuwe volledige WMO naar u toe, een nieuwe verordening, daar komen ook weer beleidsregels achteraan en dat leidt tot oordeel raad voorzitter, omdat het eerste streepje van het dictum vraagt om dat voor 1 maart a.s. te verankeren. Dat is dus het streven van het college en als dat lukt, en daar gaan we van uit, gaan we uiteraard ook meer de ketenpartners daarbij betrekken in termen van dat bekendmaken. Voorlopig. Daar is de heer Paulides. De voorzitter: Oké, dat is dus het oordeel op motie nummer 3 over de respijtzorg. De heer Paulides. De heer Paulides: Ja dank voorzitter. Ik wilde de wethouder zijn verhaal laten afmaken, maar ik was een beetje ongelukkig met het antwoord over Hotel Wassenaar. Hij zegt 'particuliere eigenaren', maar als een persoon of een groep personen langer dan zes maanden ergens is gehuisvest dan moet die huisvesting voldoen aan de permanente bewoning en dat houdt in dat we daar in plaats van arbeidsmigranten ook jongeren of statushouders zouden kunnen doen, het CDA heeft daar ook al een vraag over gesteld. Daar heb ik geen antwoord op gekregen behalve dat het particuliere eigenaren zijn, maar dit is gewoon een kwestie van dat wij daar anders mee kunnen omgaan.

Volgens mij is het een hotel, dan mag je daar geen permanente bewoning hebben en als dat wel mag, kunnen we het ook op een andere manier invullen. Dat was punt 1. Punt 2, en dat weet u ook, daar zijn we ook al een tijdje over bezig, het bestemmingsplan van Duinrell biedt de mogelijkheid om tijdelijk statushouders te huisvesten en als we het aantal asielzoekers wat naar beneden brengen, in plaats van 950 naar 750 bijvoorbeeld, dan zouden we daar tijdelijk statushouders kunnen huisvesten, dat bestemmingsplan biedt die mogelijkheid, en dat zou de woonmarkt kunnen ontlasten tot het moment dat we meer woningen ter beschikking hebben. Wat is uw standpunt daarover? Wethouder Bloemendaal: Ten aanzien van Hotel Wassenaar zal de portefeuillehouder, de burgemeester, het antwoord op het punt van handhaving geven en ten aanzien van Duinrell, dat is een situatie die inderdaad is zoals die nu is. Als ik het goed heb afgesproken neemt de burgemeester dat straks mee. 48

De heer Paulides: Het is fijn dat de burgemeester daar wat van zegt, maar we hoeven daar geen 950 mensen te huisvesten, dus ik zie daar wel een optie die we moeten bespreken, of we daar met de vermindering ook een aantal statushouders kunnen huisvesten waardoor onze woonmarkt wordt ontlast en onze jongeren eerder kans op een woning hebben. Wethouder Bloemendaal: Tot zover voorzitter. De voorzitter: U hebt alle vragen beantwoord? Dat is het geval. Dan gaan we naar de wethouder van Ruimtelijke Ordening en Verkeer en Duurzaamheid en Dierenwelzijn. Dan bent u nu aan het woord. Wethouder Koetsier: Ja, u was me voor, ik wilde Schiphol er nog bij zetten, Drinkwater. Als allereerste, in het begin wil ik eigenlijk Lau, of de heer Van Doeveren, feliciteren met de Wibra naar de Langstraat. Ik ga gaarne met hem mee bij de opening, ik kijk ernaar uit. Ik vond het ook heel mooi om een discussie…. We hebben natuurlijk veel over de begroting en over geld gesproken, maar iets waar de raad het helemaal mee eens was, was de fietsveiligheid. Dat werd raadsbreed gedragen en de heer Stekelenburg vroeg of we nog voor het einde van 2025 met de analyse van alle fietsincidenten komen. Ik kan daar positief op zijn, ik heb het al op mijn bureau gezien. Dus daar ga ik heel snel mee komen, ook nog voor het wegencategoriseringsplan.

Ten aanzien van fietsveiligheid kan ik ook nog meedelen dat de Schouwweg ontzettend blij is met de nieuwe inrichting van de Schouwweg. Ja mijnheer Hendrickx, u vroeg naar het Integraal Waterketenplan. Het Integraal Waterketenplan betreft riolering en klimaatadaptatie daar waar het kan en waar het wordt meegenomen. We hebben de laatste tijd ontzettend veel grote rioleringswerken gehad in onze mooie groene gemeente, in Zuid, Teylingerhorst, Bremhorstlaan en de Kerkebos en ik moet zeggen dat dit er ontzettend mooi uitziet. We zijn aan de slag geweest in de Storm-Zuid en de Schouwweg, ook daar niks dan lovend commentaar en we gaan nu richting Oostdorp, we gaan in Oostdorp beginnen. Daar vindt natuurlijk een groot stuk stadsvernieuwing plaats en daar hoort ook die riolering bij. Belangrijk hierbij is, het gaat natuurlijk over financiering, dat de financiering uit de rioolheffing plaatsvindt. Deze is kostendekkend en er zitten geen extra investeringen van de gemeente bij. De voorzitter: Een interruptie van de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Dank u wel voorzitter. Ik ben blij dat de heer Koetsier hier aandacht aan geeft. Deze raad heeft een raadsvoorstel goedgekeurd en een van de kernpunten… Het werd overigens in Leiden geformuleerd, in de tekst is Leiden natuurlijk vervangen door Wassenaar en dan kom je 'in de stad Wassenaar' en dat soort dingen tegen.

Per saldo is aangegeven dat per meter riool het IKWp € 500,00 aan kosten met zich meebrengt. We hebben hier 120 kilometer riool en dat betekent dat in Wassenaar rekening moet worden gehouden met € 60 miljoen aan kosten ten aanzien van de klimaatadaptatie, de enorme regen die op spitsmomenten kan vallen en de droogte die er gedurende andere periodes kan zijn. Het komt mij voor, zo heb ik het me laten uitleggen, dat het niet door vervanging van het huidige rioolstelsel kan worden gedaan, daarvoor zullen we andere systemen moeten hanteren. Houdt u op enige wijze rekening met investeringen ten bedrage van € 60 miljoen die door degene die het project heeft opgesteld worden aangegeven? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Koetsier: Dank u mijnheer Hendrickx. Het antwoord hierop is ja en nee. Dat wordt meegenomen in het waterketenplan. We hebben ook een keer een rapport laten zien ten aanzien van waar in Wassenaar wij bij echt een hele grote hoosbui een waterprobleem hebben, dat ligt op één plek en dat is in de, ik ben even de naam van de straat vergeten, hier bij de Middenweg, daar ligt het grootste probleem. Als wij inderdaad de riolen vervangen dan zullen we daar waar nodig de klimaatadaptatie meenemen. Dat kan in vormen zijn zoals een stukje riolering ernaast waarbij je het water laat wegvloeien in de ondergrond en extra bomen.

In dat opzicht is het gewoon meegenomen en zien wij geen extra investeringen in de toekomst. De voorzitter: De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja voorzitter, we praten niet over wateroverlast in het groene veld. Het Integraal Waterketenplan hield vooral rekening met het feit dat meer water zou vallen dan 50 liter per m² op bedekte stukken in Wassenaar, weg, parkeerplek en met name ook daken, en dat de afvoer van dat water een ander rioleringssysteem nodig had dan wat we nu hebben. De projectopsteller in de gemeente Leiden gaf aan dat we € 500,00 per strekkende meter riool moesten reserveren ter 49

financiering van de afvoer van water en het vasthouden van water, met name daar waar het komt van bedekte vlakken en volgens mij was dat iets van 4 km² in Wassenaar. Dus mijn vraag is er niet op gericht of wij last hebben van regen op het open land, op de plek die u zojuist noemde, maar of wij in staat zijn om het water dat op bedekte vlakken à raison van € 60 miljoen kan worden verwerkt. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Koetsier: Mijnheer Hendrickx, dat kunnen wij want die € 500,00 die wij inderdaad extra aan de werken bij de riolering toevoegen, zitten in de rioolheffing verwerkt, dus dat zit daarin. De voorzitter: De heer Hendrickx, afrondend. De heer Hendrickx: Ja, nu wordt het duidelijk. We hebben toen een behoorlijke discussie gehad, een fatsoenlijke discussie gehad, over wat het Wassenaar zou gaan kosten om te investeren in riolen zoals ze zouden moeten zijn naar aanleiding van de uitdagingen, om het zo maar te zeggen, die ons de komende tientallen jaren toekomen. Dat betekende zowel het vasthouden van water dat tijdens droge periodes kan worden afgegeven, maar met name ook het afvoeren van water tijdens grote hoosbuien zoals we die inmiddels vaker hebben.

Wat u mij antwoordt, past niet in dat verhaal want volgens mij hebben we nog niet of nauwelijks in dat systeem geïnvesteerd want dat betekent gewoon dubbel riool, daar komt het in wezen op neer, eentje voor hemelwaterafvoer en eentje voor huishoudelijk vuil. Ik herhaal mijn vraag want het gaat niet over € 2 miljoen of € 3 miljoen, we praten over een investering van € 50 miljoen, € 60 miljoen, in de komende twintig tot dertig jaar ten behoeve van dit net. Laat ik het anders formuleren, ik weet het antwoord eigenlijk al. Kennelijk wordt er nog geen rekening mee gehouden. Ik zou u willen verzoeken om in tweede termijn heel even na te denken over in welke mate inmiddels rekening is gehouden met deze forse investering die we de komende twintig tot dertig jaar in ons rioolnet zullen moeten doen. De voorzitter: De wethouder, wilt u die vraag direct beantwoorden of neemt u die mee naar de tweede termijn? Wethouder Koetsier: De wil ik zeker direct behandelen. We hebben toen inderdaad een stevige discussie gehad, daar werden inderdaad miljoenen over tafel gegooid en toen hebben we ook heel duidelijk aangegeven dat we de investeringen in beeld hebben en dat de huidige rioolheffing, zoals die nu wordt berekend en in wordt voorzien, genoeg is, voldoende is, om daarin te voorzien. De voorzitter: Gaat u verder met de beantwoording van de andere vragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=db42d653-6b5d-4d3e-b9f7-6e7085a22879