Notulen raadsvergadering 25 november 2025 (concept)
Tekst van het document
De heer Hendrickx: Ja, om te beginnen is het zo dat er geen verlichting is, het is niet zo dat er weinig verlichting is, wat uw woorden waren, maar er is geen verlichting. In de tweede plaats wordt gesproken over natuur en dat soort dingen, maar dan moet je toch het besluit nemen om daar dan geen fietspad doorheen te leggen want op het moment dat je er een fietspad doorheen legt, wordt erop gefietst, ook 's nachts, en dat is de onveiligheid die wordt gevoeld. Ik moet heel eerlijk zeggen dat, en dan wil ik niet refereren aan situaties die buiten onze gemeente hebben plaatsgevonden, ik vind dat wij een bijzondere verantwoordelijkheid hebben om veiligheid, echt veiligheid…, om ons in een gemeente die toch al een dubieus record op het gebied van fietsveiligheid heeft, afhankelijk van derden te maken. Op het moment dat u mij toezegt, 'het staat bij Rijkswaterstaat op de agenda' zou ik dat toch nog steeds met een motie willen onderstrepen want dat vergroot de verplichting om resultaat met Rijkswaterstaat te bereiken en het niet alleen met Rijkswaterstaat te bespreken, maar om daadwerkelijk een resultaat met Rijkswaterstaat te bereiken en dan interesseert het ons niet zo heel veel want in onze eerste zin stond 'te onderzoeken welke de situatie is en welke de mogelijke veiligheidsverbeterende maatregelen zijn'.
Als u dat aan Rijkswaterstaat uitbesteed, is dat voor ons goed, dan kost het ons geen geld. We kijken hier naar resultaten en als we vijf jaar moeten wachten voordat er eindelijk iets gebeurt, is het te lang en dat is ons punt. Het is niet zomaar een politieke motie, er zijn twee ouders die ons dit nadrukkelijk hebben aangegeven, die zelf onderzoek hebben gedaan, met wie we daar ook zijn gaan kijken en die zeggen 'dit is gewoon een gevaarlijke situatie'. Dan ligt er zo langzamerhand een verplichting om tot verbetering over te gaan, voordat er ongelukken gebeuren zeg ik dan direct. De voorzitter: Tweede termijn. Wethouder Koetsier: Ja, dank mijnheer de voorzitter. Ik heb het woord 'weinig verlichting' niet gebruikt, ik heb gezegd 'geen actieve verlichting'. Het zijn reflectoren en reflecterende spiegels aan 14
de bovenkant, zo is het ingericht. Natuurlijk gaan we ons in de gesprekken met Rijkswaterstaat inzetten voor eventuele verbeteringen, wel natuurvriendelijke verbeteringen. Zo is het afgesproken, maar wij hebben ook gekeken. Ik ben zelf ook wezen kijken, ik ben er samen met een collega op de fiets heen gegaan en er is een alternatief om binnen twee minuten om te fietsen, dus daar is een keuze en er is een alternatieve route. De voorzitter: Afrondend, de heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Dank u wel. Ja, ik begrijp nog niet helemaal waarom de wethouder namens het college deze motie ontraadt. Het is ook niet zozeer dat Hart voor Wassenaar een beroep op de wethouder doet om hier iets mee te doen, wij doen een beroep op deze raad om er wat mee te doen, om op een juiste manier met de veiligheid van Wassenaarders om te gaan, en dan zal het college dat moeten uitvoeren zoals dat altijd met moties, en zeker met amendementen, zo is. Dus het is een oproep, in het patroon van tot nog toe over veiligheid, zowel voor mannen als voor vrouwen van welke soort en welke aard dan ook, ervoor te zorgen dat deze onveilige situatie op zo kort mogelijke termijn wordt opgeheven. Ik roep de raad op om deze motie te steunen, dan kunnen we hem ook motie raad gaan noemen.
Motie 2 vreemd aan de orde van de dag, Tunnel/viaduct Bouwlustpad Ingediend door Hart voor Wassenaar "De raad van de gemeente Wassenaar, in vergadering bijeen op 25 november 2025; constaterende dat: de doorgang/tunnel onder de A44/N44 een van de weinige fiets oversteekplaatsen van de A44/N44 van en naar Leiden is; deze tunnel onverlicht is en dat 50-100 meter aan beide zijden ook geen verlichting aanwezig is; de tunnel bijzonder veel ruimte biedt voor groepen om daar samen te komen; overwegende dat: er voor fietsers slechts weinig oversteekplaatsen zijn van de A44/N44; onveiligheid, c.q. het gevoel van onveiligheid van de oversteekplaats (tunnel/viaduct) van het Bouwlustpad door gebrek aan verlichting en door veel verkeersgeluid, wanneer het donker is, nadrukkelijk de beleving is; draagt het college op: te onderzoeken welke de situatie is en welke de mogelijke veiligheid verbeterende maatregelen zijn; tot die maatregelen in ieder geval te laten behoren de installatie van adequate verlichting; en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Prima, dat was nog een laatste oproep en volgens mij geen vraag aan het college meer. Ik ga richting de stemming over de voorliggende motie. Is er behoefte aan een stemverklaring? Dat is het geval. Ja, de heer Paulides. De heer Paulides: Ja, dank voorzitter.
Ja, feitelijk heb ik het standpunt eigenlijk zojuist al geventileerd, we hebben net een heel goede motie aangenomen die eigenlijk veel breder dan dit voorstel is. De heer Hendrickx heeft al gezegd 'zie het maar als een eerste melding'. Ik heb de wethouder gehoord en de wethouder heeft het heel goed in zijn oren geknoopt, dit is een onderdeel van de nog bredere motie die we net hebben gehad. Dus ik ga tegen deze motie van Hart voor Wassenaar stemmen. De voorzitter: Helder. De heer Stallinga. De heer Stallinga: Ja, dank u voorzitter. Ik wil graag benadrukken dat het CDA, ook als een familiepartij, uiteraard voor de veiligheid is. Als fractie zijn we blij met de toezeggingen die door de wethouder zijn gedaan om heel snel met Rijkswaterstaat in conclaaf te gaan om het binnen de mogelijkheden die er zijn te onderzoeken, om tot verbeteringen te komen. Dat is voor ons een reden om de motie niet te steunen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stekelenburg.
15
De heer Stekelenburg: Dank voorzitter. Ik zei het al in mijn eerste bijdrage, wij als Wassenaarse VVD zijn heel erg voor die veiligheid en voor meer verlichting. We zijn ook blij met de toezegging van het college. Er is al met Rijkswaterstaat gesproken, dus er is eigenlijk al een beetje water onder de bridge als ik het zo mag noemen. Er is al met Rijkswaterstaat gesproken over dat hier iets aan moet worden gedaan en ik begreep wel dat positief is gereageerd. Daarnaast gaat het college nog een vervolggesprek aan en er wordt gekeken naar vleermuisvriendelijke verlichting, volgens mij is dat die groene verlichting die je wel vaker in de natuur ziet, dus volgens mij zijn er mogelijkheden en dat is voor ons echt voldoende. We hebben echt vertrouwen in het college dat hier adequaat op wordt gehandeld en we zullen tegen de motie stemmen. De voorzitter: Mevrouw Tirion-van der Goes. Mevrouw Tirion: Dank u wel voorzitter, wij steunen de motie ook niet. De vorige sprekers hebben het allemaal al gezegd en we zijn tevreden met de toezegging van de wethouder, maar ik denk ook dat er een ander belangrijk punt is genoemd, dat er dicht bij een alternatief is en ik denk dat dit ook voor alle volgende veiligheidsissues belangrijk is.
Je kunt inderdaad niet vanwege de natuur alles in de schijnwerpers zetten, het is belangrijk dat er alternatieve, goede dichtbij zijnde veilige routes zijn en dat sommige dan inderdaad misschien minder geschikt zijn voor alle fietsers. Dus we zullen deze motie niet steunen. De voorzitter: De heer Van Smirren. De heer Van Smirren: Ja, dank u wel voorzitter. Wij zullen de motie ook niet steunen, met name om alle redenen die net ook al door collega's zijn benoemd. Wat ik ook nog wel wil oormerken, is dat ik denk dat dit soort onderwerpen niet via een motie zouden moeten worden ingediend, maar gewoon in een commissievergadering aan de hand van mondelinge vragen zouden moeten worden geagendeerd zodat we daar het goede debat over kunnen hebben. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Jazeker. De voorzitter: Een stemverklaring. De heer Van Smirren: Daarom stem ik tegen. Verder denk ik dat het goed is dat het college contact met de politie opneemt om te vragen of die misschien wat meer door die tunnel kan rijden zodat de jeugd zich daar ook niet zodanig gaat gedragen dat dit onwenselijk is. Dank u wel. De voorzitter: De heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Ja, dank u voorzitter. D66 zal ook tegen de motie stemmen en dat bouwt voort op het argument over het ecoduct en de belangenafweging dat ik eerder naar voren heb gebracht.
Dank aan het college voor het alternatief dat is geschetst, dat kennen we, daar fiets ik zelf ook vaak, dus dat lijkt me een prima alternatief. Ik wil nog even opmerken dat in Rotterdam precies dezelfde discussie over verlichting in een park heeft gespeeld en daar was het antwoord van het college ook 'nee' want ja ecologische waarden moeten ook worden beschermd en zeker als er een alternatief is. Dus wat D66 betreft nee. De voorzitter: Dan rond ik de stemverklaringen af en gaan we over naar de stemming over de voorliggende motie Tunnel/viaduct Bouwlustpad, ingediend door de heer Hendrickx, ondersteund door mevrouw Van Leeuwen. Wie is daarvoor? Dat zijn de fracties van Hart voor Wassenaar en Lokaal Wassenaar! Wie is ertegen? Dat zijn de fracties van het CDA, DLW, PvdA, GroenLinks, VVD en D66 en daarmee is de motie verworpen. Dan gaan wij naar mevrouw Bellekom toe, over de motie Naamgeving evenementenplein. Mevrouw Bellekom: Dank u wel voorzitter. Er gebeuren de laatste weken gelukkig leuke dingen in het dorp, gezellige dingen, er was een sinterklaasintocht, binnenkort is er een opening van het centrum, en al die aankondigingen zijn nogal vaag. Er staat 'we verzamelen bij het plein, het evenementenplein', bij de Van Hogendorpstraat'. Er is ook een plein aan de andere kant van de Van Hogendorpstraat, bij de uitgang van de parkeergarage.
Het leek ons wel zinvol, ook voor de gemeenschap in Wassenaar, om daar gewoon een hele leuke naam voor te verzinnen, dat we met zijn allen naar het puntje-puntjeplein gaan en misschien kunnen we dat naar een leuke oud-Wassenaarder benoemen, maar goed dat laat ik aan het college over. Vandaar dat ik het college verzoek om te verkennen welke mogelijkheden er zijn om het evenementenplein een passende naam te geven en om de raad hierover binnen zes maanden te informeren. Dank u wel, hiermee dien ik de motie in.
16
De voorzitter: Ja, dank u wel. De motie is ook in bespreking en volgens mij is er nog een vraag van de heer Stekelenburg. Ja, dank u wel. De heer Stekelenburg. De heer Stekelenburg: Ja voorzitter, dank en complimenten aan mevrouw Bellekom-Vogels, mijn collega, voor deze motie. U had het over een sinterklaasintocht, het is bijna sinterklaas en ik zou u in deze tijd van het jaar bijna een zak pepernoten willen geven. Ik constateer ook dat uw fractie dan inmiddels ook voor het vernieuwen van de dorpskern is en dat u zichzelf al zorgen maakt over de naam van een evenementenplein, dat vind ik alleen maar heel leuk om te horen. Wij steunen de motie. De voorzitter: Daar zat volgens mij geen vraag in. Nee? Nog behoefte om te reageren? Dat is niet het geval. De heer Stallinga. Of u de microfoon zou willen aanzetten. De heer Stallinga: Voorzitter, waardering voor deze motie maar toch ook even een procedurele vraag. Is dit nou het juiste gremium om een dergelijke motie te behandelen, zijn er wellicht ook alternatieven, in een commissievergadering, maar dat terzijde. Ik denk dat het een heel goed idee is om een plein dat eigenlijk geen naam draagt te vernoemen naar een Wassenaarder van enige betekenis, over die voorwaarden kunnen we later spreken. Het is een stukje erkenning voor iemand, ik bedoel de financiële gevolgen zijn neutraal.
Een klein vraagje, zijn er voor zover u weet nog andere pleinen of straatjes in Wassenaar waar ook een naamgeving ontbreekt? De voorzitter: Mevrouw Bellekom. Mevrouw Bellekom: Jazeker. Misschien kom ik in december a.s. weer met een motie maar goed ik kan het direct benoemen, het plein aan de Parklaan bij de St. Jozefkerk heeft geen naam. Daar is een plein waar nogal eens wordt gevolleybald en dat heeft geen naam, dat is meer een park net als het park bij de Hofcampweg. Dat heeft een naam gekregen, maar dat plein daar heeft nog geen naam. Dus misschien kom ik nog een keer terug. De voorzitter: De heer Stallinga. De heer Stallinga: Dank voor deze beantwoording, er blijkt ook dat dit thema meer omvat dan slechts één casus. De voorzitter: Het woord is aan de wethouder Dorpscentrum. Wethouder Van Doeveren: Ja voorzitter, dank en dank voor deze motie. Ook het college was blij met deze ondersteunende motie voor het centrum en nu we het over het centrum hebben, maak ik ook graag van de gelegenheid gebruik om te zeggen dat we er de afgelopen maand vijf nieuwe winkels bij hebben gekregen. Het ziet er ontzettend mooi opgeknapt uit en jullie krijgen allemaal nog een uitnodiging voor het feest over ruim 2,5 week. Dat is inderdaad startend op het evenementenplein dat mevrouw Bellekom benoemt, op 13 december a.s. gaan we vieren dat het nieuwe centrum gewoon op tijd voor de kerst af is.
Wat betreft de motie kan ik heel kort zijn. Het lijkt het college een heel goed idee en het is ook passend, nu het centrum af is, is het logisch om een naam te geven aan het evenementenplein met de waterfontein en alles eromheen. We kijken nog of daar ook een hologram mogelijk is en we zullen met een passende naam naar u toe komen. Dus wat betreft de motie oordeel raad. Motie 3 vreemd aan de orde van de dag, Verkenning naamgeving evenementenplein Ingediend door Lokaal Wassenaar! "De raad van de gemeente Wassenaar, in vergadering bijeen op 25 november 2025; constaterende dat het evenementenplein bij de Van Hogendorpstraat geen officiële naam heeft; onbekend is of dit plein een naam kan krijgen die rechtdoet aan een bijzondere (oud-)Wassenaarder. verzoekt het college: te verkennen welke mogelijkheden er zijn om het evenementenplein een passende naam te geven; de raad hierover binnen zes maanden te informeren; en gaat over tot de orde van de dag." 17
De voorzitter: Dan ga ik kijken, is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Is er behoefte aan een stemverklaring? Dat is het geval. De heer Paulides, gaat uw gang. De heer Paulides: Ja, dank voorzitter. Ja, ik krijg de opmerking 'je hebt er zin in vanavond'. Evenementenplein, ja het is een begrip. Er zijn volgens mij geen adressen aan het plein gelegen, waardoor het een hele ingewikkelde operatie zal gaan worden maar aan de andere kant is het een bekende naam en ik vind het eigenlijk onnodig om er weer heel veel tijd en moeite in te steken om daar een andere naam aan te geven. Evenementenplein is een bekend begrip ofschoon er niet zoveel evenementen zijn als je vanwege de naam zou verwachten, maar ik vind het niet nodig om daar verandering in aan te brengen. De voorzitter: Dank u wel. Verder geen behoefte aan stemverklaringen? Dat is niet het geval, dan ga ik de motie in stemming brengen, de motie 'Verkenning naamgeving evenementenplein', ingediend door mevrouw Bellekom. Wie is daarvoor? Dat zijn de fracties van het CDA, PvdA, GroenLinks, Hart voor Wassenaar, VVD, D66 en Lokaal Wassenaar! Wie is ertegen? De fractie van DLW en daarmee is de motie aangenomen. Nou, u hebt er zin in en u hebt ook een motie vanavond. Gaat uw gang, over inburgering statushouders. De heer Paulides: Ja, dank voorzitter.
Ja, iedereen kan de motie lezen, het is nogal een groot verhaal geworden. We hebben op 1 oktober jl. de presentatie van het rapport van de Rekenkamer gehad. Daarna hebben we het behandeld en daar zijn eigenlijk vragen gesteld naar aanleiding van dat rapport en de opmerking die erin stond dat de consulenten zich hebben beklaagd over het feit dat ze geen mogelijkheden hadden om maatregelen te nemen, er was geen beleid, er waren geen maatregelen mogelijk. Daarop hebben we antwoord van de wethouder gekregen, 'ja dat kan helemaal niet' en dat was voor ons aanleiding om daar deze motie over in te dienen. Ik heb in de wandelgangen al gehoord dat er inmiddels wel mogelijkheden zijn of dat er al beleid is gekomen. Het onderzoek is uit 2024 en er schijnt na die tijd toch wat mogelijk geworden te zijn. Ik wil hem wel indienen, maar het kan best zijn dat ik van de wethouder een antwoord krijg waarmee ik tevreden ben en dat ik hem dan alsnog intrek, maar bij dezen zal ik hem in eerste instantie indienen. Dank u wel. De voorzitter: Hij maakt al onderdeel uit van de beraadslaging en we gaan hem dus nu ook bespreken. Ik kijk even rond, zijn er vanuit de raad nog vragen aan de indiener van de motie? Dat is het geval, als u dan blijft staan. De heer Stallinga, ja gaat uw gang, daar zijn interruptiemicrofoons voor. De heer Stallinga: Ja voorzitter.
Vanuit de fractie van het CDA wordt uiteraard het belang van inburgering door statushouders, de relevantie daarvan, onderschreven. De motie vraagt aandacht voor vermeend verzuim bij inburgeringscursussen door de genoemde doelgroep. Een vraag die wij hebben, kan de indiener van de motie aangeven in welke mate hier sprake van is, kunt u dat patroon enigszins kwantificeren? Een vraag die daaraan is gekoppeld: als een hele belangrijke oplossingsrichting wordt gewezen naar sanctiebeleid, versterking van het sanctiebeleid, maar welke aanwijzingen hebben wij dat dit juist nu het beste stuk gereedschap is om de inburgering bij deze groep te versterken? De heer Paulides: Dank u voor de vraag, maar u hebt het rapport duidelijk niet gelezen. Daarin staat heel duidelijk wat de opkomst is en daarin staat heel duidelijk dat de consulenten zich erover beklagen dat de mogelijkheden te weinig zijn. Dat het werkt blijkt bij andere gemeenten, als je kijkt naar Oegstgeest dan hebben zij daar een veel hogere deelname. Het is natuurlijk heel vervelend als je die mensen moet begeleiden en je begeleidt bijvoorbeeld alleen maar de man omdat ze in een gezin alleen die man doen. Als we willen dat er geëmancipeerd wordt dan moet je ook die vrouw daarbij betrekken en als die mogelijkheden onvoldoende zijn, dat zeggen die consulenten, dat staat er heel duidelijk in, dan moet je daar wat aan doen.
De wethouder heeft de vorige keer tijdens die vergadering gezegd 'kan niet, wij geven dat aan Leidschendam-Voorburg', maar wij zijn opdrachtgever en Leidschendam-Voorburg moet doen wat wij als beleid zouden willen uitvoeren. Ik heb net al gezegd dat ik in de wandelgangen al heb gehoord dat er inmiddels wel beleid is en ik wacht graag de reactie van de wethouder af want misschien is deze motie wel overbodig, maar ik wacht de appreciatie af. De voorzitter: De heer Stallinga, een vervolgvraag. De heer Stallinga: Dank. Mijn afdronk van het rapport is niet dat het uitsluitend kommer en kwel is en dat de motivatie van deze groep een heel serieus aandachtspunt is, er zijn genoeg 18
aanwijzingen die ook een tegengeluid onderstrepen. Dat is één, maar waar ik naar op zoek ben, er zijn wellicht ook nog andere instrumenten, denk aan huisvesting of het overbruggen van taalverschillen. Er zijn meerdere instrumenten, meerdere stukken gereedschap, die de doelstelling dichterbij kunnen brengen, waarom dan toch zo'n hele nadrukkelijke focus op louter dat sanctiemiddel? Tot zover. De heer Paulides: Nee, wat u zegt dat noem ik beleid en dat is wat we vragen. In deze motie is een deel van dat beleid ingevuld om die deelname te bevorderen maar, wat u zegt, er zijn meerdere mogelijkheden en dat is ook wat we vragen: kom alsjeblieft met beleid zodat er, ik wil niet zeggen meer dwang mogelijk is, maar dat die deelname hoger wordt en daarmee die inburgering beter functioneert. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Krabbendam. Ja, die stond al klaar om nog een vraag te stellen. De heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Ja, dank u wel. Ik ben straks heel benieuwd naar de beantwoording door het college en of dat dan ook gaat zeggen 'ik ben beleid' in deze discussie, maar dat gaan we afwachten. Mijn bezwaar tegen de motie zoals u die hebt neergelegd is dat in de aanbiedingsbrief en de reactie van het college heel veel aanbevelingen staan, maar dat daar niet zo heel veel focus op sancties is terwijl de motie voornamelijk op handhaving en sancties slaat.
Als je dan in het onderzoek kijkt en je even opzoekt of er sancties in staan dan wordt dat eigenlijk als oldschool beleid gekenmerkt, namelijk 'we gingen ooit uit van de eigen verantwoordelijkheid en we dachten de inburgering op gang te brengen door te handhaven via sancties en dat werkt niet'. Dus de hele samenhang van een aanpak, je zou misschien meer kunnen focussen op wat misschien alle maatregelen zijn, het CDA verwees daar net ook al naar. Als je naar die aanbevelingen van de Rekenkamer kijkt dan is het eigenlijk een heel breed pakket en nu pak je er één uit en diept die verder uit. Wat u voorstelt leek ons niet helemaal evenwichtig. De voorzitter: De heer Paulides. De heer Paulides: Nou ja, ik heb het al eerder gezegd. Het is, ik wil niet zeggen dwang maar toch wel een beetje drang om het beter voor elkaar te krijgen. Het is een onderdeel van het beleid waar de consulenten om vragen, die lieten we in de steek. De wethouder heeft de vorige keer gezegd 'we kunnen helemaal niks en het is bij wet verboden', Dat is gewoon niet waar en ja, dat was aanleiding om te zeggen laten we dan kijken hoe we die deelname kunnen bevorderen, maar er zijn meer wegen die naar Rome leiden en dat is in dit geval ook een feit. Nogmaals, ik wacht de appreciatie van de wethouder af want volgens mij is er inmiddels wel meer mogelijk dan wat er tijdens die vergadering werd gezegd.
We hadden tijdens de vergadering het goede antwoord moeten krijgen, misschien is dat de conclusie. De voorzitter: De heer Krabbendam. De heer Krabbendam: Ja, er zijn meer fietspaden naar Rome heb ik net in het vorige debatje geleerd. Laten we dan even het college afwachten want u vraagt naar iets wat niet zou kunnen. Volgens mij zijn wij op zoek naar wat wel kan en dat herkent u misschien van D66, dus ik wacht het antwoord van het college af. Het kan wel. De heer Paulides: Nee, ik refereerde aan de wethouder die de vorige keer tijdens die vergadering heeft gezegd dat het niet kon, daar refereer ik aan. De voorzitter: Goed, dan gaan we naar de wethouder toe. De wethouder Inburgering. Wethouder Bloemendaal: Voorzitter, dank u voor het woord, een reflectie op de motie. Zoals de heer Paulides aangeeft, zijn we inderdaad in de werkelijkheid van de tijd wat verder dan de commissie van de laatste voorbereiding. In gewonemensentaal, ik ben u meer schuldig dan ik u toen heb verteld. Ik ga u dat voorzeggen want het is inderdaad zo dat het rapport uit 2024 is en dat dit ook heeft geleid tot interne opmerkingen binnen de uitvoering in Leidschendam-Voorburg en zoals u weet ook binnen onze eigen gemeente want we hebben al handhavingsbeleid vastgelegd in een verordening uit 2022. Dus we hebben daar al in voorzien.
Inmiddels is daar in 2025, want dat is het jaar na het onderzoek, ook aan gewerkt en zijn er al beleidsregels gemaakt op het gebied van sanctionering. Handhaving gebeurt vooral via gesprekken, dus dan kom ik naar andere leden aan de tekst dat het niet alleen maar sanctie oppakken en afvoeren is, maar het wegnemen van belemmeringen, waarschuwingen geven en maatwerk verlenen door mensen te enthousiasmeren om wel
19
degelijk de cursussen te volgen. In 2025 is gestart met het opleggen van boetes, daar zijn regels voor gemaakt en er is dus uitvoeringsbeleid op dat gebied. Voor zover ik u in de commissie al heb gezegd dat de samenwerking met de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Voorschoten op dit punt, omdat Leidschendam-Voorburg voor ons de uitvoering doet in de productie van het maken van beleid, overigens naar uw eigen hand want het komt altijd hier ter tafel, heeft de verordening die wij zelf hebben al voldoende handvatten en wordt dus ook langs die lijn gewerkt. Ik heb u in de commissie toegezegd dat we hebben besloten om met de drie colleges het beleid dat nu staat in 2026 door te trekken. Ik heb toen gezegd 'het verbrandt niet automatisch op de 31e'. Daar krijgt u een raadsinformatiebrief over, die heb ik u toegezegd, en in die raadsinformatiebrief zal ook aandacht worden besteed aan het boetebeleid zoals dat bestaat zodat u dat daar ook in kunt teruglezen. Verder is de inzet van ons college maar ook van de beide andere om, zoals gezegd, in de tweede helft van 2026 te komen met herijkbeleid, onder andere na het prachtige rapport dat u met elkaar hebt besproken, nadat u mij, het college, hebt ondervraagd en ook een groter onderzoek dat vanuit het rijk wordt gevoerd.
Kort gezegd, de raadsinformatiebrief komt eraan en er zal aandacht worden besteed aan hoe de beleidsregel Boetebeleid nu bestaat zodat u daar kennis van kunt nemen. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Paulides. De heer Paulides: Dank voor de beantwoording door de wethouder. Jammer dat deze informatie niet tijdens die commissievergadering met ons is gedeeld, maar we begrijpen dat er beleid is en we begrijpen ook dat we niet op het laatste kwartaal van 2026 hoeven te wachten, dat het er al is. Bij dezen trek ik dan op basis van de toezeggingen en de uitleg van de wethouder de motie in. Dank u wel. De voorzitter: Hartstikke prima, dan hoeven we deze niet in stemming te brengen, dank voor de gedachtenuitwisseling. Dan gaan we door naar de volgende motie en dat is de laatste motie vreemd aan de orde van de dag, een motie van mevrouw Hibbert, mede ondersteund door de heer Van Smirren, mevrouw Wuite, de heer Nijman en de heer Stallinga, over reductie restafval en kostenbesparing afvalstoffenheffing. Mevrouw Hibbert. Mevrouw Hibbert: Dank u voorzitter. Wij bieden jaarlijks te veel restafval aan Avalex aan, veel meer dan andere gemeenten aan hun afvalverwerkers aanbieden.
Dit ligt voor een deel aan onze totale hoeveelheden afval en dit ligt voor een deel aan glas, papier, textiel en groente-, fruit- en tuinafval dat bij ons in de restafvalcontainers tussen zwarte kliko's of de ondergrondse verzamelcontainers voor restafval belanden en dat is duur voor ons. Onze afvalstoffenheffing behoort tot de top 1 van de hoogste heffingen in het land, € 602,00 per jaar voor een meerpersoonshuishouden en dat is een aanzienlijk deel van de gemeentelijke lasten voor onze huishoudens. Door veranderende landelijke wetgeving gaat dit hoger en hoger worden tenzij wij ons restafval weten te verminderen. Het college biedt in de reductie restafval drie logische stappen aan de raad aan, servicedifferentiatie, tariefdifferentiatie en een communicatiecampagne. De voorzitter: Mevrouw Hibbert, kunt u iets meer in de microfoon praten, kennelijk komt het geluid niet helemaal goed over. Mevrouw Hibbert: (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Veel hoger? Misschien ben ik toch groter dan ik denk, zo beter? De voorzitter: Dat is zeker het geval. Mevrouw Hibbert: Jee, de meeste mensen worden kleiner als ze ouder worden en misschien ga ik wel groeien, wie weet. Terug dan. Dit is tot nu toe een samenvatting van de motie, dus gelukkig hebt u hem kunnen lezen.
Het college biedt in de reductie restafval drie logische stappen aan de raad aan, planreductie restafval, sorry, servicedifferentiatie, tariefdifferentiatie en een communicatiecampagne. Samen met PvdA, D66, VVD en CDA dienen wij hiertoe de motie 'Reductie restafval en kostenbesparing afvalstoffenheffing' in en dragen wij ons college op om, en ik lees nu het dictum voor, ten eerste 2026 te gebruiken voor een positieve op servicedifferentiatie voorbereidende communicatiecampagne, onder andere over de noodzaak tot restafvalvermindering en over praktische tips om restafval te gaan verminderen, onder andere door een betere scheiding van recyclebare stromen. Ten tweede servicedifferentiatie van afvalstromen gericht op het reduceren van restafval per 1 januari 2027 via de dienstverleningsovereenkomst van Avalex in te voeren. Ten derde invoering van tariefdifferentiatie oftewel diftar oftewel een restafvaltarief te gaan verkennen met als streefdatum invoering in 2028 en om voor het zomerreces van 2027 met een raadsvoorstel over dit onderwerp te komen waarin geleerde lessen van andere gemeenten in Nederland die al 20
gebruikmaken van tariefdifferentiatie oftewel diftar oftewel een restafvaltarief worden meegewogen, waaronder, indien op dat moment ingevoerd, de Avalex-gemeente Midden-Delfland. Ik dien de motie vreemd aan de orde van de dag hierbij in. Dank u voorzitter. De voorzitter: Ik dank u wel. Ik ga kijken of er nog vragen aan de indienster van de motie zijn, dat is niet het geval. Dan ga ik naar het college toe, de wethouder verantwoordelijk voor afval. Wethouder Van Doeveren: Ja voorzitter, dank. Met planreductie restafval, waar mevrouw Hibbert naar verwijst, is er gewoon de noodzaak om de kosten van de afvalstoffenheffing niet te laten exploderen. Regeren is vooruitzien, als je weet dat de verbrandingsbelasting op restafval naar 2030 gaat verdubbelen dan is het denk ik verstandig dat we niet langer wegkijken want de kosten voor de Wassenaarder exploderen uiteindelijk. Het restafval is hier het hoogst van de regio, de afvalstofheffing is echt heel hoog en om te zorgen dat het voor de toekomst enigszins behapbaar en betaalbaar blijft is het goed dat we kijken hoe we de duurste stroom aan afval, namelijk het restafval, verder kunnen verminderen zodat het voor de Wassenaarder uiteindelijk niet uit de hand loopt want die moet ook elke maand zijn rekeningen kunnen blijven betalen. De stappen die in het plan zijn geschetst, zijn inderdaad geschetst om dat mogelijk te maken.
We doen heel veel aan communicatie, maar zoals mevrouw Hibbert zegt vraagt het uiteindelijk gewoon om een stelselwijziging van het afvalbeleid. Deze hele regio loopt heel erg achter en in menig gemeente zijn het restafval en de kosten voor afval echt een stuk lager voor de inwoners dan hier in Wassenaar. Het is goed dat we niet wegkijken, maar eens een keer proberen daar met elkaar ook een stap in te zetten. In die zin is de basishouding van het college op de motie, en dat zal u niet verbazen op basis van het plan dat ook naar u is toegezonden, dat we positief zijn over het plan en ook de stappen die de motie op basis van dat plan zet, het zou gek zijn als we daar niet achter zouden staan. Ik zeg er wel bij, dat heb ik ook geschreven in de raadsinformatiebrief bij het plan zelf, dat het echt van belang is dat een stelselwijziging van het afvalbeleid wordt ingevoerd op een manier waarop we geen beginnersfouten maken, zoals in sommige gemeenten is gebeurd, we het op een goede manier doen, het behapbaar voor de inwoners is, we geen afvaltoerisme krijgen en dat ook de buitenruimte daarop is aangepast. Dat staat ook allemaal in dat plan, voor degene die zich daar zorgen over maakt, dat zijn stappen waar we ons rekenschap van moeten geven. Dan wil ik toch eerst nog reageren op een paar concrete zaken uit de motie. Ja, de streefdatum voor het invoeren van diftar is 2028.
Ik zeg er wel bij, dat hebben we ook in de raadsinformatiebrief van 21 november jl. aan u toegezonden, dat we daarvoor afhankelijk zijn van de BSGR, voor de inning, en of we binnen Avalex worden geprioriteerd op grond van hoever we zijn en dat betekent ook een aantal besluiten, zienswijzen en procedures binnen onze eigen gemeente nog los van de ICT en de financiën, de buitenruimte heb ik genoemd. Kortom, er zijn heel veel uitvoeringszaken die we in orde moeten maken. Ik kan het niet hard beloven maar een motie is een oproep, dus ik zie het wel als een inspanningsverplichting om daartoe te komen want ergens moeten we een keer een stip op de horizon hebben. Als we geen stip hebben, gaan we ook nergens naartoe en wordt het afval voor de Wassenaarder alleen maar duurder maar ik zeg er wel bij dat het een inspanningsverplichting is. Wat betreft het punt over de communicatie. Daar doen we al heel veel aan seeking treasures, Repair Café, Afvalhelden en regelmatig de Groene Paauw in de krant. We zullen daarmee doorgaan en als dit plan binnen de middelen mogelijk is dan zullen we ook kijken hoe we dat verder vorm kunnen geven zoals de motie vraagt. Ik denk met die… Ja het laatste punt, Midden-Delfland werd nog genoemd.
Ja, we kunnen van Midden-Delfland leren maar, dat heb ik ook in de commissie gezegd, Midden-Delfland begint pas in 2027 en we moeten nog zien of dat voor of na de zomer is. MiddenDelfland zit natuurlijk ook niet op nascheiding zoals wij en zit ook niet bij de BSGR, dus het is de moeite waard om ervan te leren maar laten we ook kijken, zoals we zelf zeggen, naar anderen die het hebben ingevoerd die nog iets meer op ons lijken en dan is dit met al die ervaringen en met een gedegen voorbereiding een mooie stip aan de horizon om de kosten voor het afval voor de inwoner te verlagen. Daarmee is het oordeel raad. De voorzitter: Dan geef ik eerst het woord aan mevrouw Hibbert als indiener van de motie. Mevrouw Hibbert voor een reactie op het antwoord van het college. Mevrouw Hibbert: Dank u. De voorzitter: … daarna, maar zo is de volgorde. Mevrouw Hibbert. Mevrouw Hibbert: Ja, dank u voorzitter. Nog even zodat we zeker weten dat we het hier allemaal over hetzelfde hebben. Ja, we doen al heel veel hele goede zaken aan communicatie, het communicatiepunt in de motie is voorbereidende communicatie voor de invoering van servicedifferentiatie op 1 januari. Helemaal eens, de volgende stap waar u het over hebt, diftar oftewel tariefdifferentiatie, is ingewikkeld, heeft een raadsvoorstel nodig, heeft een raadsdebat nodig en is afhankelijk van 21
heel veel zaken. Daarom hebben we ook niet voor niets niet 1 januari 2028 gezegd maar in overleg met het college en met de ambtelijke organisatie 2028. Daarover gaan we voor de zomer van 2027 een raadsdebat voeren. Even zodat we zeker weten dat we het hier over hetzelfde hebben. Dank u voorzitter. De voorzitter: Die check gaan we doen. De wethouder. Wethouder Van Doeveren: Ja, we hebben het over hetzelfde maar ik zeg er dus wel bij dat we dat met alle uitvoeringsstappen intern bij de BSGR, bij Avalex, plus dat nog moet worden bekeken of 2028 voor ons haalbaar is nu gaan voorbereiden als stip op de horizon, maar we zullen tegen die tijd, ik neem aan begin 2027, bij u moeten terugkomen om te kijken of dat raadsvoorstel dan voor de zomer haalbaar is om invoering voor 2028 mogelijk te maken, als invoering in 2028 mogelijk zou zijn. De voorzitter: Mevrouw Hibbert. Mevrouw Hibbert: Dank voorzitter. Dan zijn we het zeker met elkaar eens en even nog de check, check, dubbelcheck want in uw eerste beantwoording hoorde ik dat niet helemaal. Het eerste punt uit de motie gaat over een positieve communicatiestrategie over de servicedifferentiatie die op 1 januari 2027 gaat starten. Dank u voorzitter. De voorzitter: Nog even die check.
Wethouder Van Doeveren: Ja, als we de servicedifferentiatie voor 2027 beginnen dan zie ik als onderdeel van de opdracht dat we dat tijdig voorbereiden in de communicatie vooraf. Dat is volgens mij wat waar het over gaat, ja. De voorzitter: Dan is er natuurlijk nu ook altijd de mogelijkheid voor andere raadsleden om vragen aan het college te stellen. De heer Paulides was de eerste die stond, dan de heer Gankema en dan de heer Hendrickx. Gaat uw gang. De heer Paulides: Ja, dank voorzitter. Ja, ik begrijp de motie maar ik vind hem wat te dwingend richting diftar. Burgers maken geen afval, afval komt uit de industrie en uit de supermarkten en daar hoort de overheid aan te werken door niet het einde van de keten, maar het begin aan te pakken. Je moet niet proberen de burger te belasten onder het mom van kostenbesparing en die dan opzadelen met meer werk, meer kosten en minder service zonder dat het een schoon recyclaat kan opleveren. Tijdens de vergadering is aan de wethouder gevraagd 'gaat u dat nog aan de inwoners voorleggen?' en dat was hij niet van plan. Ik vind dat een hele belangrijke zaak want we zouden nu gaan beslissen tot diftar, maar we weten niet wat de gevolgen zijn.
Als je ervan uitgaat, even gewoon theoretisch om het makkelijk uit te leggen, dat de hoeveelheid afval hetzelfde blijft maar er mensen zijn die minder afval aanleveren dan worden zij in die diftar waarschijnlijk beloond. We hebben nu het systeem met meerpersoonshuishoudens en eenpersoonshuishoudens en we praten dus blijkbaar over huishoudens. Als je het eerlijk wilt doen, zou je de afvalheffing per persoon moeten doen en dan kom je op het volgende probleem want dan hebt u informatie van Avalex nodig en we weten allemaal hoe dat werkt met de AVG, u krijgt die gegevens niet. Dus eenpersoonshuishoudens worden waarschijnlijk beloond want die hebben minder afval, even theoretisch hè voor het rekensommetje, de totale hoeveelheid blijft gelijk en wie worden er belast? De meerpersoonshuishoudens. Ik wil eigenlijk wel graag weten wat de gevolgen van deze diftar zijn. Ja, we gaan dat bespreken en we gaan dat horen maar ik vind nu al een basis dat je moet kunnen zien wat de gevolgen van die diftar zijn en als je nu blind die richting van die diftar in gaat dan denk ik dat we echt een verkeerd besluit nemen. Nogmaals, burgers maken geen afval, dat doet de industrie en dat doen de supermarkten die dat op deze manier aanbieden.
Coca-Cola heeft ook zo'n probleem gehad, als je recyclaat uit de nascheiding gaat gebruiken dan kun je ongeveer 5% gebruiken en dat betekent dat je het recyclaat een aantal keren kunt gebruiken en dan houdt het op. Dat was de reden dat Coca-Cola met die inzameling is gestopt want de kwaliteit van het plastic of van het glas werd minder. Als je dat aan het begin doet, en dan moet je eigenlijk denken aan het inleveren van een heleboel dingen met statiegeld, dan kun je heel schoon recyclaat krijgen en kun je dat afval tot in lengte van dagen als nieuw gebruiken. Volgens mij moeten we daarnaar kijken en niet blind die diftarrichting ingaan. Graag uw reactie, ook die AVG, hoe wilt u dat dan gaan doen? De voorzitter: Dank u wel. Het punt van de AVG en de uitvoering van diftar, de wethouder.
22
Wethouder Van Doeveren: Een paar punten. Ik ben het met de heer Paulides eens dat de producenten ook een verantwoordelijkheid hebben maar tegelijkertijd, en daar kun je niet aan ontkomen, hoort nu nog meer dan 40% van de zaken die in de restafvalbak wordt gegooid daar niet thuis. Dat is natuurlijk niet de verantwoordelijkheid van de producent, maar gewoon van iedereen die zijn eigen bak vult. Als iedereen dat blijft doen wordt de afvalstoffenheffing voor iedereen onnodig duur want het is de duurste stroom om te verwerken en het wordt gewoon in de afvalstoffenheffing doorberekend. Dus ik ben het met hem eens dat producenten ook een verantwoordelijkheid hebben maar voor het thuis goed scheiden van het afval dat je overhoudt, hebben we ook de inwoners wel nodig want die scheiden uiteindelijk thuis en niet de producent. Dan wat betreft de andere punten die u maakt. Daar ben ik het mee eens maar daarom zeg ik ook, en dat vind ik wel het goede aan de motie, als je breed door heel Nederland kijkt, want meer dan 60% van de gemeenten zit al op enige vorm van een restafvaltarief en die hebben allemaal veel betere cijfers en lagere afvalstoffenheffingen dan wij hier, dan kun je het restafval proberen te reduceren door mensen beter te informeren en voor te lichten. Dan is mijn stelling 'dat doen we al'.
Toch blijft het restafval per persoon stijgen, we zitten boven de 200 kilo per persoon, terwijl 100 kilo eigenlijk de landelijke doelstelling is die een aantal gemeenten toch echt al haalt. Wij zitten als een van de aller-, allerhoogsten in Nederland. Ja, dan zijn er maar twee echte mogelijkheden om daar wat aan te doen en dat is de service daarop aanpassen of door mensen die gewoon beter scheiden daar meer voor te belonen en mensen die echt alles in die grijze bak gooien wat er niet thuishoort iets meer te laten betalen. Ik ben het met u eens dat je dan rekening moet houden met alle uitvoeringsaspecten en daarom vind ik ook dat er, dat heb ik ook aan mevrouw Hibbert gesuggereerd en dat staat er ook gewoon goed in, gewoon tegen die tijd een volwaardig raadsvoorstel moet komen over wat de invoeringskosten zijn en hoe je het gaat doen. Dan heb je dan het volledige debat. Ik zeg nu ook niet dat diftar vanaf 2028 wordt ingevoerd. Nee, ik zeg alleen dat het een stip aan de horizon is om deze opties verder uit te werken en te zijner tijd, als het al kan voor 2028 wat ik dus nu nog nu nog niet weet, moet er gewoon een raadsvoorstel komen waarin dan alle aspecten die u noemt integraal worden meegewogen en dan kan de raad dan beslissen. De voorzitter: Helder. Afrondend. De heer Paulides: Nee, niet afrondend want ik wilde reageren op wat de wethouder zei.
We hebben besloten tot nascheiding en dan zegt de wethouder 'we moeten het beter gaan scheiden'. Nou, ik vind dat… Nee, dan krijg je hetzelfde als wat er in Rijswijk staat. Kijk, daar hebben ze tot bronscheiding besloten, daar zijn een aantal jaren geleden die bakken neergezet, die zijn uit protest aan de straat gezet. Dat is nu weer door het college gedaan, die bakken staan weer aan de straat. Dus het is heel lastig, doe je nou bronscheiding, doe je nascheiding? Het afhalen van vuil heeft een reden en die reden is hygiëne. Als we minder vaak gaan ophalen, krijgen we daar weer een probleem mee. Ik vind het een gecompliceerd iets en ik vind het heel makkelijk om te zeggen 'we gaan even kijken of we die diftar kunnen doen want dan krijgen we minder afval'. Als we gaan kijken naar de cijfers in het oosten van het land en ik denk dat dit heel erg logisch is… Daar wonen de mensen meer buitenaf en ik denk dat ze daar ook de groenten niet ingepakt bij de Albert Heijn maar bij de boer gaan halen. Er zijn natuurlijk een heleboel redenen waarom ergens minder afval is. Maar ja, ik houd het hier even bij. Wethouder Van Doeveren: Nog één reactie want dat vind ik wel belangrijk. De voorzitter: Ja, zeker. Ik neem aan dat u wilt ingaan op het idyllische beeld van het oosten van Nederland. Wethouder Van Doeveren: Nee, ik ben niet een wethouder in het oosten van Nederland.
Er zijn denk ik wel ook grootstedelijke gemeenten met meer grootstedelijke problematiek dan Wassenaar die in het oosten liggen en die ook een vorm van diftar hebben. Ik vind het belangrijk om nog te zeggen dat bron- of nascheiding, en u praat met een wethouder die overigens groot voorstander van nascheiding is, daar ben ik voorstander van, er niet zo heel veel mee te maken heeft natuurlijk want de zaken die nu nog in de grijze bak zitten die hadden daar ook met nascheiden, wat we hier dus hebben, niet in moeten zitten, gft, glas en papier horen er nu ook niet in. Dat heeft niks met nascheiden te maken, ook met nascheiden had je dat nog steeds moeten scheiden. Ik ben groot voorstander van nascheiden en deze motie roept ook niet op om daar iets aan te wijzigen. We hebben dat stelsel net ingevoerd en dat moet je niet elk jaar wijzigen, maar dat laat onverlet dat je ook met nascheiden diftar of servicedifferentiatie kunt toepassen, er zijn ook gemeenten die daar best goede resultaten mee halen. De voorzitter: Oké. Ik wil naar de heer Gankema.
23
De heer Paulides: Een laatste opmerking. De voorzitter: Een laatste opmerking. De heer Paulides: Ik denk dat je dan de inwoners van Wassenaar beter moet informeren over hoe ze dat moeten scheiden dan dat je hen diftar op de neus drukt, maar ja dat is mijn idee. De voorzitter: Zo is het en dat hebt u naar voren gebracht. De heer Gankema. De heer Gankema: Ja, laat ik beginnen. Ik kom van oorsprong uit het oosten van het land, daar kom ik nog regelmatig en wij hebben daar ook een Albert Heijn en dat soort dingen, dat is misschien nieuw, riolering. Nee, alle gekheid op een stokje, het indienen van deze motie leidt eigenlijk tot een politiek debat. Ik heb niet zo heel veel te vragen of uit te wisselen, maar misschien wordt deze motie wel aangenomen en dan wil ik toch even graag de politieke duiding van mijn fractie weergeven. Wij zien de motie en wij zien dat het onderwerp belangrijk is, het kost te veel geld en er is te veel afval dat wij moeten verwerken, daar zijn we het allemaal over eens. In de motie wordt een aantal instrumenten en ook een tijdpad neergezet en daarbij wil ik aangeven dat dit mogelijkheden zijn.
Het is wel fijn dat het concreet is, maar wij kunnen ons vinden in de strekking van de motie, er moet iets gebeuren en het is goed dat we dit op de politieke agenda zetten en het is goed dat we het college een opdracht geven, maar de daadwerkelijke invulling… Dat lees ik ook in de raadsinformatiebrief, er zitten nogal wat kanttekeningen aan de zaken die in de motie zijn aangevoerd, de wethouder heeft dat net ook verwoord. Wij willen ook het signaal afgeven 'mocht deze motie worden aangenomen dan geven wij het college de ruimte om zelf een invulling te geven', we zien het dus als een aansporing en het college heeft zelf ook al aangegeven dat het dit onderkent. Ik ga straks nog even overleggen met mijn fractie en misschien met andere fracties, maar mocht deze motie worden aangenomen dan is dat de geest die wij willen weergeven. De voorzitter: Helder. Nog behoefte om daarop te reageren? Wethouder Van Doeveren: Nee, wij hebben dezelfde geest als de heer Gankema. De voorzitter: Oké. Geesten uit het oosten. De heer Hendrickx. De heer Hendrickx: Ja, dank u wel voorzitter. Laat ik eerst wat getallen noemen en daarna een paar dingen zeggen. Wassenaar heeft 205 kilo restafval, Leidschendam-Voorburg 219, Rijswijk 220 en Delft 210. Dat zijn de kilogrammen die zijn vastgelegd en waarover we praten.
Gaat het hier in Wassenaar nou zoveel slechter dan elders? Dat is niet aan de orde, dat is de eerste opmerking die ik daarbij wil plaatsen. Tijdens mijn stageperiode als wethouder ben ik ook een dag op de vuilniswagen meegegaan, wij reden door Oostdorp en af en toe... Je pakt dan iedere keer zo'n bak vast, dan voel je aan die bak hoe zwaar die is, dan kijk ik er ook heel even in en dan ligt er iets op de bodem. Toen was het nog € 500,00 per huishouden per jaar en dan denk ik 'dat is iedere week € 10,00 die je van die mensen wegsleept', € 10,00 voor een bodempje op de bodem van de grijze bak. Dat was bij ons iets wat op een ongelooflijke manier het rechtvaardigheidsgevoel aanviel want je praat over enorme hoeveelheden restafval die elders in het dorp worden gedumpt en heel kleine hoeveelheden elders. Natuurlijk wordt er afval geproduceerd, maar afval wordt ook gekocht en mensen met heel veel geld kopen meer afval dat vervolgens in de grijze bak terechtkomt. Wij waren toen en nu voorstander van differentiatie van tarieven en we hebben daar ook de aanzet toe gedaan. Er waren niet veel mogelijkheden omdat je anders in juridische problemen kwam en we hebben gezegd 'we willen een onderscheid hebben tussen enerzijds…'.
Eigenlijk was de uitzondering gelaagde bouw en toen hebben we vanwege het rechtvaardigheidsgevoel een eerste verschil aangebracht tussen gelaagde bouw en niet-gelaagde bouw. In de gelaagde bouw heb je waarschijnlijk, naar alle waarschijnlijkheid, zeker minder afval. Dat is twee. Dus dat er verkeerde dingen zijn en dat dingen scheef zijn gelopen dat is nadrukkelijk zo. Vroeger was het zo dat je een beperkt tarief per jaar had, maar dat is geëxplodeerd en nu het zo is geëxplodeerd, kom je toch meer met je neus op dat rechtvaardigheidsgevoel. We zijn in principe ook voorstander van 'kosten maken, kosten dragen', maar we hebben daar relatief niet zulke grote verwachtingen van want als je de kostprijs van het afhalen op een rijtje zet dan is het restafval een beperkt deel van de totale kostprijs. Logistiek is een veel groter deel, daarin zitten de grootste kosten. Dan kom ik op het volgende punt. Ik zit nu bijna twaalf jaar in deze raad, nogmaals een tijdje als stagiair, maar wat we aan discussies over afvalverwerking in deze raad hebben gehad is ongelooflijk. Het begon met het nieuwe inzamelen, vervolgens kregen we voorscheiding c.q. bronscheiding, dat werd er weer van afgehaald en we hebben hier ook 'eens in de twee weken de grijze bak ophalen' gehad.
Het geëxperimenteer heeft geleid tot structureel hogere lasten en je hebt een aantal jaren nodig om die terug te brengen door jaarlijks efficiëntiedoelstellingen neer te zetten waardoor het tarief 24
omlaaggaat. Dat gezegd hebbende, het laatste wat ik erover kwijt wil en dat is dat ik het qua timing volstrekt ongelukkig vind om dat nu te doen. Je gebruikt een motie naar een college dat er in ieder geval per definitie over vijf maanden niet meer zit, zes maanden. Dat is geen besluit, het is geen raadsbesluit en het is ook niet een amendement bij een raadsbesluit, dus je geeft een motie aan een college dat op enig moment niet meer aanwezig is en dan is het maar de vraag of een volgend college die motie uitvoert of dat die er een andere kant mee uitgaat. Wat ons betreft zou dit heel nadrukkelijk een onderwerp bij de coalitievorming zijn omdat je met een nieuwe meerderheid of een nieuwe samenstelling van deze raad op dat moment a, de tijd hebt om dingen te doen, je hebt als college vier jaar om tot voorstellen te komen. Dat geeft in ieder geval wat rust want nu komt er druk op en is het maar de vraag of het überhaupt ooit voor elkaar komt. In eerste plaats heb je er dus meer de tijd voor en in de tweede plaats heb je de verbinding tussen partijen, fracties, in de raad om iets te bereiken. Dus wat ons betreft, wij zijn het ermee eens dat wat nu is, de huidige situatie, niet de situatie is die over tien jaar nog moet bestaan.
Wij zijn niet zo voor vluchtige snelle moties die enorm veel overhoop kunnen halen, we praten over bijna € 7 miljoen aan kosten voor de Wassenaarders, ongedifferentieerd naar ieder toe. Dat is op zich wel een aanleiding om er iets aan te doen maar dat effect zul je pas over een aantal jaren kunnen bereiken wanneer je een van de zaken hier toepast. Het laatste dat ik erover wil zeggen is dat er oplossingen worden bedacht en aangedragen zonder dat daar ook maar enig fundament onder zit. Diftar is de heilige graal en diftar is iets wat we dan per 1 januari 2028 ingediend moeten… Wanneer? De voorzitter: Even… Dit gaat nu buiten de microfoon. De heer Hendrickx: Interne communicatie levert wijsheid op. Er zou dan voor de zomer van 2026 een raadsvoorstel moeten zijn, zeg ik het zo goed? Goed zo. Dat dan zou moeten leiden tot invoering van diftar per 1 januari 2028. Zeg ik dat ook goed? In 2028, vooruit. Ergens in 2028 krijgen we dan diftar. Ik wil eerlijk gezegd vanuit een stevige politieke basis na de verkiezingen... Ik wil even mijn zin afmaken.
Na de verkiezingen vanuit een stevige politieke basis met voldoende tijd om dat op een goede manier uit te werken en binnen deze raad te laten landen, dan pas zouden wij aan dit soort experimenten willen beginnen want anders herhalen we wat er in voorgaande jaren is gebeurd, namelijk eigenlijk een soort chaos waarmee de bevolking niet gediend is. Nogmaals, ik steun de doelen, minder restafval is prima en een rechtvaardige verdeling van de kosten is ook prima maar we moeten het niet met een vluggertje, met een motie, vlak voor de verkiezingen doen, daarvoor moet je een stevigere basis kiezen en dat is na de verkiezingen. De voorzitter: Uw stellingname in dezen is ook helder. Ik heb daar volgens mij ook verder niet iets in gehoord. Wilt u daar nog op reageren? Ja. Wethouder Van Doeveren: Nee of de timing goed is en of we dit voor of na de verkiezingen moeten doen dat laat ik vooral over aan de indiener en de raad. Ik zou alleen wel willen zeggen, even los van de verkiezingen, dat als je weet dat de verbrandingskosten voor restafval de komende vijf jaar gaan verdubbelen en je jaren nodig hebt om het in te voeren, zeker als je dat goed wilt doen, het natuurlijk helemaal niet verkeerd is om daar nu in ieder geval mee te beginnen, ook omdat het ambtelijk in de gemeenschappelijke regelingen, bij de BSGR, Avalex, ook heel veel vraagt.
Dus dat denken hoef je wat mij betreft in ieder geval niet stil te zetten ongeacht de verkiezingen omdat we hopelijk allemaal willen dat de kosten van restafval voor de inwoner drastisch worden verminderd of in ieder geval dat de gigantische kostenstijging beperkt blijft. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hendrickx nog, afrondend. De heer Hendrickx: Ja, twee opmerkingen. In de eerste plaats ben ik het met iedere spreker hier eens dat het restafval voor een deel een gevolg van gedrag is. Er zijn mensen die gewoon met gemak glas, blik en weet ik veel wat allemaal in de grijze bak gooien. Ik zag laatst aan de andere kant van de straat dat er ook een oud koffiezetapparaat in werd geflikkerd. Dat gebeurt en dat is gedrag. Ik denk dat je meer moet sturen op gedrag en dat je dan sneller effect hebt dan iets anders. De tweede vraag die ik heb is de volgende. Het staat me niet helemaal meer bij maar de wethouder heeft het over verdubbeling van de verbrandingskosten voor restafval. Ik zou dan ten behoeve van deze discussie graag van hem willen weten welk percentage van de totale lasten op dit moment voor de verbranding van restafval zijn want dan hebben we in ieder geval een orde van grootte waarover we met elkaar praten. De voorzitter: Ja, ik kijk ook nu even betekenisvol naar de wethouder, of daar op dit moment een antwoord op is te geven.
Dat is volgens mij ook niet helemaal een vraag die even zo een-twee-drie makkelijk is te beantwoorden.
25
De heer Hendrickx: Voorzitter, als stagiair had ik dat in mijn hoofd zitten. Wethouder Van Doeveren: Nee, dan moet ik in de hele stukken terug gaan kijken, we hebben nu geen ambtelijke ondersteuning. Het ging over forse bedragen en desnoods komen die nog een keer schriftelijk naar u toe of bij het raadsvoorstel in 2027. Het worden nu geen vluggertjes want dan zullen we dan het tarief dat dan geldt aangeven, het tarief gaat namelijk de komende jaren in ieder geval fors omhoog, met miljoenen, zodat de heer Hendrickx dan kan zien, als hij er echt over besluit, hoeveel het scheelt. De heer Hendrickx: Ja, naar aanleiding van het antwoord. De voorzitter: Een goede toezegging. De heer Hendrickx: Ja precies. Ik kan mij het antwoord van de wethouder goed voorstellen. Ik zou ervoor pleiten, de toezegging willen ontvangen dat hij de kostprijsopbouw zoals die op dit moment, in 2025, aan de orde is aan de raad doet toekomen. Dat hoeft dan niet deze week, maar wel volgende week. De voorzitter: Die toezegging staat genoteerd en er wordt ja geknikt. Ten slotte mevrouw Hibbert, u hebt nog een vraag aan het college. Mevrouw Hibbert: Even een snelle reactie op de kwalificatie 'vluggertje', het is toch mooi dat deze term wordt gebruikt. Deze motie is van alles, maar zeker weten geen vluggertje.
We hebben technische sessies georganiseerd, we hebben dit volledig gebaseerd op het plan Reductie restafval van het college dat veertig pagina's telt en dat twee jaar heeft gekost om op te stellen, we hebben dit agendapunt geagendeerd in de vorige commissie op 11 november jl. en we hebben er toen ook uitgebreid over gesproken en gedebatteerd. Dus de term 'vluggertje' werpen wij verre van ons. Dank u voorzitter. Motie 4 Vreemd aan de orde van de dag, Reductie restafval en kostenbesparing afvalstoffenheffing Ingediend door GroenLinks, PvdA, D66, VVD en CDA "De raad van de gemeente Wassenaar, in vergadering bijeen op 25 november 2025; constaterende dat: Wassenaarse inwoners jaarlijks gemiddeld 205 kilo restafval aan Avalex aanbieden, terwijl de geldende landelijke doelstelling (genaamd: VANG-doelstelling) maximaal 100 kilo restafval is en er steeds meer gemeenten bij komen waarin de huishoudens het voor elkaar krijgen om minder dan 50 kilo restafval aan te bieden; de onderprestatie van Wassenaar deels ligt aan de totale hoeveelheden afval, maar ook voor een groot deel ligt aan een slechte scheidingsdiscipline waarbij waardevolle grondstoffen zoals glas, papier, textiel en groente-, fruit- en tuinafval via de restafvalcontainers (de zwarte kliko's of de ondergrondse verzamelcontainers voor restafval) aangeboden worden, terwijl andere gemeenten een recyclingpercentage van meer dan
70% behalen, schommelt Wassenaar rond de 50%; mede als gevolg van de grote hoeveelheid restafval, de afvalstoffenheffing in Wassenaar tot de top 1% van het land behoort en voor meerpersoonshuishoudens met € 602,00 per jaar bijna een derde van de gemiddelde totale gemeentelijke woonlasten van het huishouden behelst; door veranderende landelijke wetgeving de afvalverwerking van restafval nog duurder gaat worden en de heffing substantieel zal stijgen als Wassenaar haar restafval niet vermindert; deze raad de hoeveelheid restafval en (daarmee) de kosten voor afvalverwerking en de woonlasten voor onze inwoners wenst te verminderen en hiertoe eerder in deze raadsperiode een technische sessie heeft georganiseerd en het college via een toezegging heeft opgeroepen om een restafvalreductieplan te schrijven; het college naar aanleiding van zijn uitvoeringsprogramma en de bovengenoemde technische sessie toezegging een 'Verkenning Reductie restafval' heeft geschreven en in dit document de volgende drie opeenvolgende stappen voorstelt: 1. Servicedifferentiatie Citaat uit verkenning Reductie Restafval: "…Gezien de hoge inzamelfrequentie op restafval, de hoeveelheid (herbruikbare) grondstoffen in het restafval en de vulgraad van de afvalcontainers, is het verlagen van de inzamelfrequentie van wekelijks naar eens in de 26
2.
3.
twee weken de meest voor de hand liggende optie. Met een wijziging van de DVO 2026 van Avalex kunnen we de inzamelfrequentie op relatief korte termijn aanpassen…"; Tariefdifferentiatie Citaat uit Verkenning Reductie restafval: "…sinds 2023 heeft ongeveer 55% van de gemeenten gekozen voor een vorm van tariefdifferentiatie. Daarmee is veel ervaring opgedaan. Er is aangetoond dat we in aanvulling op de onder punt 1 aangedragen servicedifferentiatie (op dit moment) alléén op basis van een variabel tarief (tariefdifferentiatie/diftar/restafvaltarief) een dusdanige reductie op het restafval kunnen realiseren dat we de VANG-doelstelling benaderen…"; Intensieve communicatie, participatie & preventie Citaat uit Verkenning Reductie restafval: "…na een eventuele keuze voor tariefdifferentiatie is het zaak om de inwoner bij te staan in zijn strijd om zoveel mogelijk afval te scheiden en daarmee zo min mogelijk restafval aan te bieden. De behoefte aan meer en betere informatie wordt groter…";
overwegende dat: bij deze veranderingen intensieve, voorbereidende communicatie van belang is waarbij inwoners worden geholpen om zich voor te bereiden (praktische doelstelling van de communicatie) en waarbij het uitleggen van het dorpsbelang van belang is (uitleg achterliggende verhaallijn van de plannen: minder restafval betekent korting op de afvalstoffenheffing. Wie straks glas, papier, groente- fruit- en tuinafval goed scheidt van restafval betaalt straks minder dan nu); draagt het college op om: 1. 2026 te gebruiken voor een positieve op servicedifferentiatie voorbereidende communicatiecampagne, onder andere over de noodzaak tot restafvalvermindering en over praktische tips om restafval te gaan verminderen, onder andere door een betere scheiding van recyclebare stromen; 2. servicedifferentiatie van afvalstromen gericht op het reduceren van restafval per 1 januari 2027 (via de Avalex DVO 2027) in te voeren; 3.
invoer van tariefdifferentiatie/diftar/een restafvaltarief te gaan verkennen, met als streefdatum invoering in 2028 en om voor het zomerreces van 2027 met een raadsvoorstel over dit onderwerp te komen waarin geleerde lessen van andere gemeenten in Nederland die al gebruikmaken van tariefdifferentiatie/diftar/een restafvaltarief wordt meegewogen, waaronder indien op dat moment ingevoerd - de Avalexgemeente Midden-Delfland; en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Die is ook helder. Goed dan gaan wij naar de beraadslaging over de voorliggende motie vreemd aan de orde van de dag 'Reductie restafval en kostenbesparing afvalstoffenheffing'. Is er nog behoefte aan een stemverklaring? U wilt schorsen, dat kan ook. Ja, dan schorsen we de vergadering. Hoeveel minuten? Vijf minuten. Ik schors de vergadering tot 21.45 uur. Schorsing De voorzitter: Goed, als alle leden weer zouden willen gaan zitten, het is inmiddels 21.45 uur. Ik kijk nog even naar de heer Gankema, u had nog behoefte aan een stemverklaring, sorry behoefte aan een schorsing maar u wilde een stemverklaring gaan doen. Ja, want dan gaan we nu over... Er is schorsing geweest, dan ga ik nu inventariseren wie er behoefte heeft aan een stemverklaring. Dat is in ieder geval de heer Gankema, dat is de heer Hendrickx, dat is de heer Paulides. Ja, de heer Gankema.