Bijlage 8 Gewijzigde toelichting herstelbesluit Valkenhorst
Tekst van het document
Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder.
Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling:
44
status: geconsolideerd
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
1.
2.
3.
Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed of de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied.
Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Figuur 5.1.3.1.1: Diverse soorten van ontwikkeling De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling is een transformatie waarbij een nieuw stedelijk gebied ontstaat. Middels een integraal ontwerp (stedenbouwkundig raamwerk, zie bijlage 1 en 2) wordt een nieuwe ruimtelijke kwaliteit gecreëerd. Het provinciaal belang bij voorliggende ontwikkeling wordt niet belemmerd. 5.1.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland In werking getreden op 1 augustus 2020 Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. Hierin is de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies.
Toetsing In het beleid van de Rijksoverheid, de provincie en de gemeente is de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' al enige tijd voorzien als een gebied dat ruimte moet gaan bieden aan grootschalige woningbouw. De omgevingsverordening maakt dit beleidsvoornemen niet onmogelijk. Door middel van bepalingen over de ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9) en de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking
status: geconsolideerd
45
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
(artikel 6.10) stelt de provincie randvoorwaarden aan de voorgenomen ontwikkeling. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 5.600 woningen met bijbehorende voorzieningen mogelijk. Gezien de omvang van de ontwikkeling, is de ontwikkeling een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', zoals bedoeld in artikel 3.1.6 Bro. De Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom van toepassing op dit bestemmingsplan. In het kader van de planontwikkeling heeft een laddertoets plaatsgevonden (zie paragraaf 5.2.10). Uit die paragraaf blijkt dat het voornemen voldoet aan de criteria zoals vastgelegd in de ladder voor duurzame verstedelijking. De Omgevingsverordening Zuid-Holland wijst een waterkering nabij het Bunkerbos aan als een regionale waterkering. Een deel van deze regionale waterkering ligt in het plangebied. Dit deel wordt in dit bestemmingsplan beschermd door middel van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. In dit bestemmingsplan wordt deze waterkering dus gerespecteerd. De ontwikkeling vindt op een zodanige manier plaats dat de waterkerende functie behouden blijft, dit wordt geborgd door de regels van de genoemde dubbelbestemming. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn het Bunkerbos en het deel van de westelijke rand van het plangebied (rondom een voormalige tankgracht aangewezen als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland.
Krachtens artikel 6.24 van de verordening is het niet toegestaan om in die gebieden ontwikkelingen mogelijk te maken die de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland aantasten. Om die reden zijn deze gronden in dit bestemmingsplan bestemd als 'Groen' en zijn bouwmogelijkheden op deze gronden beperkt. Op deze manier blijft het Natuurnetwerk Nederland gevrijwaard van ontwikkeling die de wezenlijke kenmerken en waarden kunnen schaden en kan natuurontwikkeling plaatsvinden in deze randzone. Het Bunkerbos blijft behouden, hierbinnen vinden geen ontwikkelingen plaats. De verordening wijst parallel aan de RijnlandRoute ook een zone aan waar regels gelden die betrekking hebben op de bescherming van archeologische waarden. Deze archeologische waarden bestaan uit (mogelijke) resten van de Romeinse Limes. Op basis van deze aanwijzing is onderzoek naar de aanwezigheid van deze resten verplicht als er sprake is van werken of werkzaamheden met een grotere oppervlakte dan 100 m2 (artikel 6.27). Deze bepaling is in acht genomen in dit bestemmingsplan. De gebieden met een archeologische waarden zijn waar nodig beschermd door middel van een dubbelbestemming. Paragraaf 5.2.1 beschrijft verder welk archeologisch onderzoek reeds uitgevoerd is, wat de resultaten daarvan zijn en welk onderzoek nog uitgevoerd moet worden.
Delen van de randen van het plangebied zijn in de verordening aangewezen als gebieden waar de ruimtelijke kwaliteit beschermd moet worden. Artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland stelt randvoorwaarden aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden waar de ruimtelijke kwaliteit beschermd wordt. Ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit geldt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de bestaande identiteit, schaal en aard van het voormalig vliegveld. In de regels van dit bestemmingsplan en in de beleidsregels die uitleg geven aan bepalingen uit de regels zijn eisen opgenomen die betrekking hebben op de beeldkwaliteit van gebouwen en de inrichting van het openbaar gebied. Hiermee wordt de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' tot een hoogwaardig woon-, werk- en recreatiegebied met bijbehorende ruimtelijke kwaliteit. Op deze manier is dit deel van het provinciaal beleid in acht genomen. Conclusie In het ontwikkelingsplan is een zorgvuldige afweging gemaakt voor het programma. Doel van dit programma is een zo goed mogelijke oplossing te bieden voor de behoefte aan woningen en andere voorzieningen. De ontwikkeling voorziet in een behoefte en voldoet daarmee aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, dit is nader uiteengezet in paragraaf 5.2.10.
De wijze waarop in dit bestemmingsplan met de regels over ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland) omgegaan wordt, zijn gemotiveerd in paragraaf 5.1.3.1. Voor het overige geldt dat de regels uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland over de bescherming van de regionale waterkering en de archeologische waarden in acht worden genomen in dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan het beleid zoals neergelegd in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. 5.1.3.3 Visie ruimte en mobiliteit en Programma ruimte Vastgesteld op 20 februari 2019 De Visie Ruimte Mobiliteit kende het 'Programma ruimte', welke de operationele doelen en de realisatiemix om doelen te (doen) bereiken beschreef. Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Delen van dit programma zijn naar het visiedeel omgezet en het resterende deel is onderdeel geworden van het Omgevingsbeleid per 1 april 2019. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen
46
status: geconsolideerd
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. De realisatiemix uit het programma ruimte bestaat uit juridische, financiële en bestuurlijke instrumenten en nader uit te werken beleid. Ontwikkeling 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' In het Programma ruimte is het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' aangewezen als een locatie waar verstedelijking plaats mag vinden. Het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' is een aangewezen woningbouwlocatie met een bruto-oppervlak van 318 hectare. In die hoedanigheid is het plangebied onderdeel van de zogenoemde 3-hectarekaart uit het Programma ruimte. Op basis van het Programma ruimte mogen in het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' maximaal 5.600 woningen gerealiseerd worden, onder meer om een deel van de bovenregionale woningbouwopgave op te vangen. In het Programma ruimte is een integrale ontwikkeling naar een duurzaam woon- werk- en recreatiegebied voorzien. Deze ontwikkeling vindt plaats in een groenblauw raamwerk dat als drager voor de ontwikkeling dient. De ontwikkeling sluit zoveel mogelijk aan bij de landschappelijke karakteristiek. In het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' moet onder meer ruimte worden geboden aan de bouw van 500 exclusieve woningen (het zogenoemde top wonen milieu).
Het Bunkerbos is een groene zone die een deel van de begrenzing van het plangebied vormt en onderdeel uitmaakt van het provinciaal NNN. Dit Bunkerbos is bestemd als 'Groen' en voorzien van een aanduiding om te voorzien in de bescherming van natuurwaarden.
Conclusie: De ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' is voorzien in dit provinciaal beleid. De mogelijkheid om 500 woningen te bouwen in het top wonen milieu is opgenomen in dit bestemmingsplan. Voor zover de groene rand aan de westgrens van het plangebied tot het Natuurnetwerk Nederland behoort is deze bestemd als 'Groen'. Daarmee worden de uitgangspunten zoals geformuleerd in het Programma ruimte geborgd in dit bestemmingsplan en past het voornemen in dit beleid.
5.1.4
Regionaal beleid
In deze paragraaf gaan wij in op het beleid van de regio Holland Rijnland, Greenport en het Hoogheemraadschap van Rijnland. 5.1.4.1 Regionale omgevingsagenda Holland Rijnland Op 30 juni 2021 is de regionale omgevingsagenda (ROA) Holland Rijnland vastgesteld door het algemeen bestuur van Holland Rijnland. Met de Regionale omgevingsagenda wordt aangesloten bij de prioriteiten zoals geformuleerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Groeiagenda Zuid-Holland. De ROA geeft inzicht hoe op integrale wijze ruimtevragende functies een plek kunnen krijgen in de regio of waar keuzes gemaakt moeten worden. Deze omgevingsagenda helpt bij het maken van richtinggevende keuzes voor de toekomst. De ROA streeft hierbij naar: een sterke kenniseconomie en complementaire bedrijvigheid; passende huisvesting; investeren in infrastructuur voor verschillende vormen van mobiliteit; ruimte voor opwekking van duurzame energie; toekomstperspectief landschap. De ROA zet onder andere in op verdere verstedelijking van de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn. De ontwikkeling van Valkenhorst draagt bij aan verstedelijking op die as. De ontwikkeling van Valkenhorst biedt een kans om een substantiële bijdrage te leveren aan de woningproductie in de regio en om tegelijkertijd een excellent woonmilieu te ontwikkelen. Deze ambities liggen ook ten grondslag aan dit bestemmingsplan.
De ROA beschrijft dat Holland Rijnland in de huidige situatie al een uitstekend vestigingsklimaat heeft. De regio wil dit vestigingsklimaat graag behouden en verder versterken. Unmanned Valley speelt een rol in deze ambitie. Dit bedrijventerrein ligt in het plangebied en is verbonden met onderwijsinstellingen en andere kennisinstituten. Dit bestemmingsplan maakt het behoud en de ontwikkeling van Unmanned Valley mogelijk en sluit daarmee aan op het beleid uit de ROA. Ten aanzien van mobiliteit zet de ROA in op de ontwikkeling van een OV-lijn die aansluit op het knooppunt Leiden Centraal. Deze OV-lijn valt grotendeels buiten dit bestemmingsplan, maar in dit bestemmingsplan is wel rekening gehouden met een ruimtereservering zodat de OV-lijn ontwikkeld kan worden. Hiermee levert het
status: geconsolideerd
47
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
bestemmingsplan een bijdrage aan de in de ROA genoemde aansluiting op het OV-netwerk. Ten zuiden van het plangebied is een robuuste ecologische verbinding voorzien. De Groene Zone in dit bestemmingsplan is een onderdeel van deze verbinding. Waar de verbinding onderdeel is van dit bestemmingsplan zijn regels gesteld om natuurwaarden te beschermen en te ontwikkelen (dit geldt voor het Bunkerbos in het plangebied).
Conclusie: De bouw van 5.600 woningen, de ontwikkeling van Unmanned Valley, het reserveren van ruimte voor een OV-verbinding en het mogelijk maken van de ontwikkeling van een groene zone aan de rand van het plangebied passen binnen de doelstellingen zoals deze zijn opgenomen in de regionale omgevingsagenda Holland Rijnland. Het bestemmingsplans sluit daarmee aan op dit regionaal beleid. 5.1.4.2 Intergemeentelijke structuurvisie Greenport 2016 De Duin- en Bollenstreek staat voor de opgave om de economie en het landschap van nieuwe energie te voorzien. De gemeenten in de Duin- en Bollenstreek hebben daarom in 2009 een intergemeentelijke structuurvisie opgesteld als overkoepelend kader om deze opgave ter hand te nemen. In 2016 is deze visie herijkt. De ontwikkeling van het buitengebied tot een gebied met een hoge landschappelijke kwaliteit is de hoofdlijn van deze visie. Ten opzichte van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport uit 2009 is de opgave die de Greenportgemeenten volgens de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport uit 2016 aan moeten pakken niet gewijzigd. De hoofdlijn van de structuurvisie blijft het buitengebied nog verder ontwikkelen tot een gebied met een hoge landschappelijke kwaliteit waarin ook ruimte is voor veelzijdige tuinbouw.
De Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport dient als bindend planologisch kader waarin de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (de organisatie waarin de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek de economische en landschappelijke opgaven aanpakken) kan opereren. De Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport is een deeluitwerking van de Regionale Structuurvisie 2020 van de regio Holland Rijnland. De regionale structuurvisie heeft echter niet de wettelijke en zelfbindende status die de structuurvisies van gemeenten, provincie en het Rijk op grond van de Wet ruimtelijke ordening wel hebben. Na vaststelling door de raden van de gemeenten die de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport hebben opgesteld, heeft die structuurvisie wel een zelfbindend karakter. Drie doelen worden door de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport benoemd: 1. Het vastleggen van het (ruimtelijke) ontwikkelingskader tot en met 2030 op een manier die meer gedetailleerd is dan in de Regionale Structuurvisie 2020. 2. Het wettelijk verankeren van dat ontwikkelingskader als zelfbindend instrumenten voor de gemeenten in de Greenport. 3. Het verschaffen van een planologisch-juridische basis voor het verevenen van plankosten op basis van de Wet ruimtelijke ordening.
De Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 fungeert als beleidskader bij het vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen en bestemmingsplanwijzigingen in het buitengebied van de Greenportgemeenten. Hoewel het plangebied van dit bestemmingsplan buiten het werkgebied van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (en dus buiten de reikwijdte van de structuurvisie) valt, voorziet de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 wel woningbouw in het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' (zie figuur 5.1.4.2.1).
48
status: geconsolideerd
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Figuur 5.1.4.2.1: Uitsnede uit de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016, de blauwe ovaal geeft de indicatieve ligging van de woningbouwlocatie Conclusie: Volgens de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 mogen er in de periode tot en met 2030 in ieder geval woningen gebouwd worden in het bestaand stads- en dorpsgebied. Verder wijst de structuurvisie het plangebied Valkenburg aan als woningbouwlocatie. Met de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' wordt rekening gehouden met de ligging van dit gebied. 5.1.4.3 Regionale woonagenda Holland Rijnland Holland Rijnland is een regionaal samenwerkingsorgaan dat voor vijftien gemeenten actief is. Onze gemeente is één van die vijftien gemeenten. Het doel van Holland Rijnland is om de kwaliteit van wonen, werken en recreëren van burgers, bedrijven en instellingen in de regio waar Holland Rijnland actief is te verbeteren. Holland Rijnland biedt een platform voor deze gemeenten om op deze thema's samen te werken. De regionale woonagenda Holland Rijnland (2018) wijst het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' aan als uitbreiding van het stedelijk gebied. De woonagenda beschrijft ook dat er in de regio Leiden - Katwijk in de periode tot 2030 een woningbehoefte is van 30.000 woningen.
Conclusie: De bouw van 5.600 woningen past in de prognoses van de woningbehoefte in onze gemeente zoals die opgenomen zijn in de Regionale woonagenda. De transformatie van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' is opgenomen op de lijst met woningbouwplannen die bij de Regionale woonagenda hoort. Het nut en de noodzaak van de ontwikkeling wordt verder aangetoond in paragraaf 5.2.10. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' heeft reeds afstemming plaatsgevonden tussen onze gemeente, de ontwikkelende partijen en de relevante overheidsorganen. Waar nodig zal in de toekomst nog meer afstemming over de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' plaatsvinden. Dit mede omdat afstemming in het kader van de organische en adaptieve transformatie van groot belang is voor de ontwikkeling tot hoogwaardig woon- en leefgebied.
status: geconsolideerd
49
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
5.1.4.4 Waterbeheerplan 2016 - 2021 Hoogheemraadschap van Rijnland Het Waterbeheerplan 2016-2021, ook wel het Waterbeheer 5 genoemd, van het Hoogheemraadschap van Rijnland is op 9 maart 2016 vastgesteld en beschrijft wat er nodig is om in de periode tot en met 2021 schoon water te behouden en wateroverlast te voorkomen. Samen met de omgeving wil het Hoogheemraadschap van Rijnland werken aan een duurzaam en efficiënt waterbeheer tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Centraal in het waterbeheerplan staan: Bescherming bieden tegen wateroverlast en overstromingen. Waarborgen van een goede waterkwaliteit. Duurzame zuivering van afvalwater. Hergebruik van grondstoffen. Het waterbeheerplan, dat in interactie met diverse bestuurslagen en de maatschappij tot stand is gekomen, licht toe wat er nodig is om bovenstaande doelen te bereiken. Keur en Beleidsregels Rijnland is verantwoordelijk voor het waterbeheer, inclusief de Afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) en de waterstaatkundige veiligheid in het beheergebied. Om haar taak uit te kunnen oefenen maakt het hoogheemraadschap onder andere gebruik van de keur. In de keur staan regels ter bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken (zoals stuwen en gemalen).
Zo is in de keur geregeld welke handelingen en activiteiten in en nabij watergangen, waterkeringen en waterbergingsgebieden niet zijn toegestaan zonder vergunning. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 13 mei 2020 de meest recente Keur en de daarbij behorende uitvoeringsregels vastgesteld. In de keur staat vermeld dat vanaf een toename van verhard oppervlak van 500 m2 of meer compensatie moet worden toegepast en een meldplicht vereist is. Bij een toename in verharding van 5.000 m2 of meer geldt een vergunningplicht. In principe moet voor elke nieuw aangelegde verharding compenserend oppervlaktewater worden gegraven. Dit moet minimaal 15% van de toename aan verharding zijn. Tevens hanteert Rijnland het dempingenbeleid: water dat wordt gedempt moet volledig worden teruggebracht binnen het poldersysteem of bij een boezemsysteem binnen een straal van 5 km vanaf de demping.
Watertoets Het Hoogheemraadschap van Rijnland wil nauw samenwerken met de andere partijen die verantwoordelijk zijn voor de ruimtelijke ordening in het beheergebied van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap wil de advisering aan gemeenten en provincies voortzetten en doet dit bijvoorbeeld door de watertoets in te zetten. Met behulp van de watertoets worden de overstromingsrisico's als gevolg van een veranderde inrichting van een gebied getoetst. In de handreiking bij de watertoets heeft het Hoogheemraadschap van Rijnland aangegeven welke procedurestappen doorlopen moeten worden bij het uitvoeren van de watertoets. In die handreiking heeft het hoogheemraadschap ook aangegeven waar een waterparagraaf in de toelichting bij en de regels voor een ruimtelijk plan aan moet voldoen. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' wordt een waterparagraaf opgesteld (zie paragraaf 5.2.14). Die paragraaf maakt duidelijk hoe in dit bestemmingsplan met het aspect water wordt omgegaan. 5.1.4.5 Regionale strategie mobiliteit In de Regionale Strategie Mobiliteit van Holland Rijnland wordt antwoord gegeven de vraag hoe het mobiliteitssysteem de verwachte regionale ontwikkeling kan accommoderen en hoe Holland Rijnland daarbij de interne en externe bereikbaarheid van de regio kan waarborgen.
Daarbij wordt stil gestaan bij de rol van de regio in het leveren van een bijdrage aan de ambities op het gebied van duurzaamheid zoals die door het Rijk, de provincie en Holland Rijnland zelf geformuleerd zijn. De vraag die in het beleid centraal staat is: ‘hoe werken we samen toe naar een toekomstbestending mobiliteitssysteem?’ De Regionale Strategie Mobiliteit geeft met drie speerpunten richting aan die ambitie: 1. Versterken van de regionale ontwikkelassen rond knooppunt Leiden Centraal. 2. Realiseren van toekomstbestendige, robuuste netwerken. 3. Benutten van kansen voor duurzame (keten)mobiliteit.
50
status: geconsolideerd
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
De Regionale Strategie Mobiliteit zet daartoe de eerste stap, onder meer door het formuleren van een aantal sleutelprojecten (zoals onderzoek naar de uitrol van regionale mobiliteitshubs en de doorontwikkeling van HOV Leiden-Katwijk-Noordwijk) en aansluiting te houden bij lopende projecten en initiatieven, zoals de aanleg van de RijnlandRoute. Conclusie: De bouw van 5.600 woningen past binnen de doelstellingen zoals deze zijn opgenomen in de Regionale Strategie Mobiliteit. 5.1.4.6 RES 1.0 RES-regio Holland Rijnland Op 30 juni 2021 is de Regionale Energiestrategie door het algemeen bestuur van Holland Rijnland vastgesteld. Dit is geen eindpunt in de energietransitie. De RES wordt frequent herijkt en indien nodig aangepast om op die manier (op regionaal niveau) de voortgang van de energietransitie te kunnen sturen. De gemeenteraad van Katwijk heeft de RES 1.0 op 24 juni 2021 vastgesteld. In de RES van Holland Rijnland dertien gemeenten, twee waterschappen, de provincie Zuid-Holland, de netbeheerder Liander en diverse lokale en regionale partners bedacht hoe zij de regio Holland Rijnland op het gebied van energieopwekking en -verbruik toekomstbestendig kunnen maken.
In Holland-Rijnland is ervoor gekozen om in 2030 11% minder energie te verbruiken dan in 2014 en 1,05 TWh meer duurzame elektriciteit op te wekken dan in 2014. De samenwerkende overheden binnen de RES-regio Holland Rijnland kijken naar het gehele regionale energiesysteem en kiezen voor maatregelen die het meeste effect hebben. In de regio komt 80% van het energieverbruik voor rekening van de gebouwde omgeving (vooral woningen en kantoorpanden) en mobiliteit. Daar ziet de regio dan ook veel kansen om snel en slim te verduurzamen. De regionale ambitie is om in 2030 1,05 TWh aanvullende opwek van hernieuwbare elektriciteit gerealiseerd te hebben. Dit is, gezien de ambities uit het Regionale Energieakkoord en de nationale opgave van 35 TWh, een passende inzet voor de regio. Deze inzet wordt opgewekt door een combinatie van zonnepanelen op grote daken (circa 0,25 TWh), zonnevelden en windturbines. Voor de laatste bijdrage zoeken we naar passende locaties vanuit het elektriciteitsnetwerk, de ruimtelijke kwaliteit en het bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. De zoekgebieden hiervoor zijn in de RES 1.0 ruimtelijk geduid en bevinden zich voor een groot deel langs (rijks)infrastructuur. De meest kansrijke zoekgebieden van dit moment dekken theoretisch de genoemde ambitie
De RES 1.0 voorziet nabij het Valkenburgse Meer en in de Mient Kooltuin kansen voor de opwekking van energie met behulp van de zon en/of de wind. Hiertoe zijn in de RES 1.0 op de desbetreffende gronden zoeklocaties aangewezen (zie figuur 5.1.4.6.1). Ook aan de rand van het plangebied is een zoekgebied voor energieopwekking ingetekend (dit is een zoekgebied langs de N206). Hoe deze zoekgebieden verder uitgewerkt worden is te bezien in de RES 2.0 en het gemeentelijk beleid alsmede de gemeentelijke regelgeving. De energietransitie is immers een regionale opgaven die de betrokken bestuursorganen met elkaar af moeten stemmen en uit moeten werken. Zij moeten derhalve gezamenlijk bepalen welke gronden wel/niet aangewend gaan worden voor de energietransitie. Ten aanzien van de zoekgebieden nabij het plangebied geldt dat dit bestemmingsplan geen ontwikkeling mogelijk maakt die benutting van die zoekgebieden voor de daadwerkelijke energieopwekking onmogelijk zou maken. Ten aanzien van het zoekgebied in het plangebied geldt dat dit bestemmingsplan de bouw en het gebruik van voorzieningen voor de opwekking en de distributie van duurzame energie mogelijk maakt. Het bestemmingsplan maakt derhalve de invulling van het zoekgebied uit de RES 1.0 mogelijk.
Gelet op de ligging van het zoekgebied in relatie tot de woningbouwplannen in het plangebied zal de invulling van het zoekgebied (als dat plaatsvindt) bestaan uit zonnepanelen. Dit is immers te combineren met woningen (op uitvoeringsniveau moet bepaald worden hoe die combinatie precies vorm krijgt) terwijl windturbines door hun risico- en hindercontouren in dit geval niet te combineren zijn met woningbouw nabij het kleine zoekgebied in het plangebied.
status: geconsolideerd
51
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Figuur 5.1.4.6.1: Zoekgebieden uit de RES 1.0 nabij het plangebied (indicatief begrensd met de rode lijn) Conclusie: De voorziene woningbouwontwikkeling wordt niet onmogelijk gemaakt door de RES 1.0. Het bestemmingsplan maakt invulling van het in het plangebied voorziene zoekgebied met zonnepanelen mogelijk en kan op die manier een bijdrage leveren aan het realiseren van de RES-ambities. Voor de zoekgebieden buiten het plangebied geldt dat dit bestemmingsplan geen regels bevat die invulling van die zoekgebieden onmogelijk maakt. Bij de vergunningverlening voor bouwen in het plangebied wordt verder onder andere op duurzaamheidsaspecten getoetst. Ten behoeve van de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' worden specifieke duurzaamheidsmaatregelen geformuleerd. Deze maatregelen zijn vertaald naar beleidsregels waarmee rekening gehouden moet worden in de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'. Door deze maatregelen na te leven/uit te werken wordt het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' ontwikkeld tot een duurzaam woon-, werk- en recreatiegebied. Met deze werkwijze wordt aangesloten bij de doelstellingen zoals deze zijn opgenomen in de Regionale Energiestrategie.
5.1.5
Gemeentelijk beleid
Als gemeente hebben wij ook beleid dat relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. In deze paragraaf lichten wij dat beleid toe en bepalen wij hoe wij bij de transformatie omgaan met dit beleid. 5.1.5.1 Omgevingsvisie Katwijk - Zelfverzekerd in de Regio Op 7 oktober 2021 is door de gemeenteraad van Katwijk de geactualiseerde omgevingsvisie voor de gehele gemeente vastgesteld. De omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid voor alle terreinen van de fysieke leefomgeving en is de vervanger van de Brede Structuurvisie uit 2007. In de omgevingsvisie worden de ambities en doelstellingen uiteindelijk vertaald naar vier ontwikkelstrategieën voor de toekomst van Katwijk. In de eerste analyse wordt gekeken naar hoe de gemeente ervoor staat en welke trends en ontwikkelingen de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Zo is er de verwachting dat de gemeente in de komende jaren zal groeien naar 80.000 inwoners, waardoor er een woningbehoefte ontstaat die groot genoeg is voor de realisatie van ruim 7.500 nieuwe woningen, waarbij rekening gehouden dient te worden met de vergrijzende bevolking. Het 'Herstelbesluit
52
status: geconsolideerd
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Woongebied Valkenhorst' wordt in de omgevingsvisie benoemd als een van de locaties om te voorzien in deze behoefte. De omgevingsvisie vraagt ook bijzondere aandacht voor gezondheid. Aan de ene kant door ruimte en faciliteiten te bieden voor een gezonde levensstijl, aan de andere kant door het creëren van een gezonde leefomgeving. De leefomgeving moet uitnodigen tot bewegen en zoveel mogelijk vrij zijn van schadelijke stoffen of factoren voor de gezondheid. Met name bij de inrichting van de infrastructuur en de openbare ruimte speelt gezondheid een belangrijke rol. De ambities van de gemeente zijn opgebouwd rond drie pijlers: 1. Sociale gemeente. 2. Innovatieve gemeente. 3. Duurzame gemeente. Deze pijlers zijn vertaald naar ruimtelijke aspecten, die gericht zijn op de versterking van de omgevingskwaliteit. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in zeven doelstellingen voor de fysieke leefomgeving: Versterken en innovatiever maken van de economie. Een energieneutraal en klimaatbestendig Katwijk in 2050. Versterken en verduurzamen bestaand stedelijk gebied met behoud van groene kwaliteiten. Bouwen aan inclusieve kernen met sterke sociale samenhang. Kiezen voor duurzame en veilige mobiliteit. Ontwikkelen van een gezonde en veilige gemeente. Benutten van de Katwijkse historische en landschappelijke kwaliteiten en erfgoed.
Figuur 5.1.5.1.1: Uitsnede Omgevingsvisie Katwijk
De omgevingsvisie benoemt de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' als een grote opgave gedurende vijftien jaar. Die opgave bestaat concreet uit de realisatie van 5.600 woningen met eigen basisvoorzieningen (commerciële maar ook maatschappelijke voorzieningen) in wat de zesde kern van de gemeente wordt. Daarmee levert de ontwikkeling van het plangebied een grote bijdrage aan de realisatie van de 8.000 nieuwe woningen die op basis van de omgevingsvisie de komende vijftien jaar nodig zijn in de gemeente Katwijk. Het aantal woningen dat in met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt sluit exact aan op het aantal woningen dat de omgevingsvisie in het plangebied voorziet. In breder verband is de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' om doorstroming op de woningmarkt te genereren zodat in Katwijk ruimte ontstaat voor revitalisatie van bestaande buurten via sloop/nieuwbouw en/of grondige transformatie. Dit
status: geconsolideerd
53
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
draagt bij aan verduurzaming en differentiatie van het woningaanbod in de gehele gemeente. In het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' krijgt de differentatie ook vorm in het aanbod van zorgwoningen. Deze zorgwoningen worden mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan en de beleidsregels die uitleg geven aan de regels van dit bestemmingsplan. De ontwikkeling van Valkenhorst vindt plaats met in achtenemen in de belangen uit de omgevingsvisie (zoals duurzaamheid, waterwinngebied / drinkwatervoorzieninge e.a.). Conclusie: De doelstellingen uit de omgevingsvisie zijn vrijwel allemaal relevant voor de ontwikkeling van 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'. In hoofdstuk 4 is aangegeven hoe deze ambities meegenomen worden in het bestemmingsplan. Uit de omgevingsvisie blijkt verder dat de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' in het bijzonder relevant is voor de gemeentelijke woningproductie en de beleidsdoelstellingen op het gebied van wonen. Deze doelstellingen zijn in acht genomen in dit bestemmingsplan. 5.1.5.2 Woonagenda Katwijk 2020-2024 De gemeente Katwijk heeft een woonagenda opgesteld voor de periode 2020-2024, waarin is opgenomen hoe de gemeente wil inspelen op ontwikkelingen op de woningmarkt. Katwijk staat voor een aantal forse opgaven.
Er moeten duizenden woningen bijkomen in Katwijk om te voorzien in de lokale woningbehoefte en deels ook in de regionale behoefte. In de Woonagenda 2020-2024 staan vijf uitgangspunten centraal: 1. Wijken waar mensen in alle levensfases kunnen wonen en binnen de wijk kunnen doorstromen. Dit geldt ook voor nieuwe wijken zoals het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'. 2. Woningen met woonlasten passend bij hun betaalvermogen: huur of koop. 3. In alle wijken woonruimte voor kwetsbare groepen, zodat zorgvragers de ondersteuning die zij nodig hebben kunnen krijgen in hun eigen omgeving. 4. De woningen en woonomgeving moet naar uitstraling, bouw- en woontechnische kwaliteiten goed zijn. 5. De woningen en woonomgeving dragen bij aan een klimaatbestendig Katwijk en energiezuinige woningvoorraad. Voor de Katwijkse woningbehoefte wordt uitgegaan van de prognose volgens de provinciale Woningbehoefteraming (WBR) 2019. Deze raming gaat alleen uit van geboorte- en sterftecijfers. De woningbehoefte voor Katwijk bedraagt volgens de prognose ruim 2.600 woningen van 2019 tot 2030 (gemiddeld circa 240 woningen per jaar), en nog eens 1.400 woningen tot 2040 (circa 125 woningen per jaar): in totaal dus 4.000 woningen. Daarvan dient 30% gerealiseerd te worden in het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'.
De gemeente Katwijk wil het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' ontwikkelen tot een woonwijk waar diverse doelgroepen prettig kunnen wonen. In de regels van dit bestemmingsplan en de beleidsregel 'Evenwichtig woningaanbod' zijn daarom bepalingen opgenomen die borgen dat er woningen voor diverse doelgroepen gebouwd worden. In de beleidsregel zijn ook bepalingen opgenomen waarmee de woningen zo lang mogelijk beschikbaar worden gehouden voor de desbetreffende doelgroep. Aanvullend op de bepalingen in dit bestemmingsplan en de beleidsregels stimuleert de gemeente ontwikkelende partijen om te onderzoeken of met andere mogelijkheden (zoals het instellen van erfpacht of een zelfbewoningsplicht) woningen nog langer/beter voor specifieke doelgroepen behouden kunnen worden. Als mogelijkheden kansrijk zijn, stimuleert de gemeente partijen ook om die mogelijkheden te benutten. Conclusie In het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' zijn 5.600 woningen voorzien, waarvan volgens de ambitie 1.500 (30%) voor de Katwijkse woningbehoefte. Daarnaast wordt er in het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' invulling gegeven aan een deel van de bovenlokale woningbehoefte met 3.500 woningen. Binnen Valkenhorst wordt tevens een bijdrage geleverd aan de overige uitgangspunten van de Woonagenda Katwijk 2020-2024. Er worden woningen in verschillende prijsklassen gerealiseerd, zowel huur als koop.
Daarnaast zijn de duurzaamheidsambities voor het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' hoog (zie paragraaf 5.2.5). De behoefte aan woningen in het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' is aangetoond in paragraaf 5.2.10 van deze toelichting.
54
status: geconsolideerd
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
5.1.5.3 Groenbeleidsplan 2020-2029 Goed Groen Het groenbeleid richt zich op het verhogen van de kwaliteit van de leefomgeving, nu en in de toekomst. Het Groenbeleidsplan geeft de beleidskaders aan voor het groen en de groenstructuren in de gemeente voor de komende 10 tot 15 jaar. Het geeft daarnaast uitgangspunten en randvoorwaarden voor het groenbeheer. De meest in het oog springende uitgangspunten die het Groenbeleidsplan voorstelt, zijn: Het creëren van meer samenhang tussen de verschillende kernen van de gemeente door verbindende groene (hoofd)structuren. Het aandacht besteden aan de parken in de gemeente. Geef de parken meer 'cachet'. Een naar buiten gerichte groenstructuur is een belangrijke methode om de parken meer te laten opvallen. Ecologische waarde van gemeente Katwijk verhogen door het omringende landschap en de waardevolle natuur naar binnen te trekken. Ervoor zorgen dat de omringende natuur aansluit op het binnenstedelijk groen. Het aanbrengen van groenaccenten, waarmee de identiteit van de verschillende kernen wordt vormgegeven en waardoor de gemeente meer kleur en fleur krijgt. Conclusie: De openbare ruimte van het plan wordt zo ingericht dat het aansluit bij het karakter van het bestaande gebied. Dit wordt verder beschreven in hoofdstuk 4. In de stedenbouwkundige ontwerpen zijn principes voor de inrichting van de openbare ruimte uitgewerkt in profielen.
De regels van dit bestemmingsplan en de beleidsregels die uitleg geven aan die regels, borgen dat deze profielen zoveel mogelijk nageleefd worden tijdens de (gedeeltelijke) ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'. Via deze profielen werkt het beleid uit het groenbeleidsplan door in de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' . 5.1.5.4 Katwijkse agenda Mobiliteit (KAM) De Katwijkse Agenda Mobiliteit (KAM) vertaalt de Omgevingsvisie naar een agenda voor verkeer en vervoer. De Omgevingsvisie is een aanzet om met een bredere blik, meer integraal de toekomst vorm te geven. Verkeersbeleid is dan ook geen doel op zich. Verkeer en vervoer moet bijdragen aan de doelen uit de Omgevingsvisie, met belangrijke thema’s zoals milieu, leefbaarheid, groen, gezondheid en veiligheid. De dagelijkse leefomgeving moet verleiden tot bewegen en spelen, gezond en veilig zijn, uitnodigen tot participatie en kans bieden op zelfredzaamheid. Voor alle Katwijkers, voor alle leeftijdsgroepen, ook voor wie leeft met een beperking of kwetsbaar is. Verkeer en bereikbaarheid zijn ondergeschikt aan die doelstelling. In de leefomgeving moet de inrichting van straten, pleinen, parken en groengebieden in de eerste plaats bijdragen aan aangenaam verblijf, pas daarna komt de verkeersfunctie aan de orde, met bijvoorbeeld aantrekkelijke barrièrevrije wandel- en fietsnetwerken.
In de werkomgeving kan de auto de ruimte krijgen die nodig is om bij te dragen aan economische ontwikkelingen. De algemene visie op de Katwijkse mobiliteit is: 1. bereikbaarheid moet bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit en versterking van de regionale economie; 2. voor kernen en woongebieden is leefbaarheid het belangrijkste criterium; 3. voetgangers en fietsers krijgen prioriteit boven auto’s. Conclusie: In de stedenbouwkundige ontwerpen zijn principes voor de inrichting van de verkeersstructuur uitgewerkt. De regels van dit bestemmingsplan en de beleidsregels die uitleg geven aan die regels, borgen dat deze inrichting zoveel mogelijk nageleefd worden tijdens de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'.
status: geconsolideerd
55
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
5.1.5.5 Nota Parkeerbeleid In de Katwijkse Agenda Mobiliteit (KAM) zijn richtinggevende beleidskeuzes geformuleerd voor de verschillende vervoerwijzen. Zo ligt in de kernen en in de woongebieden de nadruk op de verblijfsfunctie: leefbaarheid en kwalitatief hoogwaardige inrichting van de verblijfsruimte. De Nota Parkeerbeleid bouwt verder op de uitgangspunten van de KAM. Deze nota heeft als hoofddoel om een evenwichtig aanbod van parkeervoorzieningen te bieden met een billijke verdeling van kosten. Om dat te bereiken worden concrete maatregelen geformuleerd op het gebied van onder meer parkeernormen, gereguleerd parkeren (vergunningen en betaald parkeren), fietsparkeren en speciale categorieën. Daarbij zijn de parkeernormen verder uitgewerkt in de Nota Parkeernormen (zie paragraaf 5.1.5.6). Met de Nota Parkeerbeleid wordt beoogd de parkeeroverlast terug te dringen, woningbouw mogelijk te maken en alternatieven voor de auto te stimuleren. 5.1.5.6 Nota Parkeernormen 2020 Voor nieuwbouw, in- en uitbreidingen en functieveranderingen is de Nota Parkeernormen 2020 van toepassing. Hiermee wordt getoetst of een bouwplan in de eigen parkeerbehoefte voorziet. Deze behoefte wordt zo goed mogelijk bepaald aan de hand van parkeernormen.
Deze parkeernormen zijn gebaseerd op de landelijke parkeerkencijfers van het CROW en worden gedifferentieerd naar deelgebieden (zoals verschillende kernen en wijken), nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoer en/of het gebied een vorm van parkeerregulering (betaald parkeren) heeft. Ook wordt onder voorwaarden maatwerk geboden met alternatieve mobiliteitsconcepten, zoals deelauto's. Doel van de Nota Parkeernormen is om te voldoen aan de parkeerbehoefte van de nieuwe woningen of andere functies én te voorkomen dat de openbare ruimte onevenredig wordt belast met geparkeerde auto's. Op die manier wordt de leefbaarheid gewaarborgd. Bij de integrale totstandkoming van een bouwplan hebben meerdere eisen en uitgangspunten invloed op het resultaat. Dit komt tot uiting in de belevings-, gebruiks- en toekomstwaarde van het betreffende plan. Eisen en uitgangspunten zijn bijvoorbeeld de hoeveelheid groen, de kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte en hindercirkels. De ambities en eisen met betrekking tot deze onderwerpen zijn van belang voor de uiteindelijke (leef- en belevings) kwaliteit van het te ontwikkelen project en van het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Binnen de planontwikkeling is het de uitdaging om een integraal plan te ontwerpen, waarbij aan alle ambities, voor zowel de ruimtelijke belevingswaarde als de diverse gebruikswaarden recht wordt gedaan en waardoor het plan uiteindelijk die goede leef- en verblijfskwaliteit krijgt, financieel haalbaar is en toekomstbestendig wordt. 5.1.5.7 Duurzaamheidsprofiel Katwijk De gemeente heeft een overkoepelende visie op hoe zij zich de komende jaren wil ontwikkelen op het gebied van duurzaamheid. Dit is onder meer vastgelegd in de Duurzaamheidsagenda. De overallambitie richt zich op een toekomstbestendig Katwijk. Het aspect duurzaamheid komt naar voren in het lokale milieubeleid, maar ook in de thema's energie, mobiliteit, circulaire economie en klimaat. In nieuwe planvorming wordt de duurzaamheid meegewogen in de vorm van een duurzaamheidstoets. De belangrijkste kaders daarbij zijn de volgende: In de Duurzaamheidsagenda 2015-2020 ligt de focus op energie, grondstoffen en inkoop. Alle energie die in Katwijk wordt gebruikt wordt hernieuwbaar, kringlopen worden zoveel als mogelijk gesloten en afval dat nog wel bestaat wordt benut als grondstof en de gemeentelijke inkoop wordt 100% duurzaam en meetbaar. De duurzaamheidsagenda wordt in 2020 geactualiseerd.
Het Beleidskader Duurzame Stedenbouw is van toepassing op elke ruimtelijke opdracht in de gebouwde omgeving vanaf 10 woningen en/of één hectare grondoppervlak. In de Regionale DuBoPlus-Richtlijn is een aantal basismaatregelen opgenomen, aangevuld met een prestatie-eis die, voor zover hoger dan wettelijk vereist, vrijwillig is. Het Energieprogramma 2015-2020 bevat kaders voor energieprestaties van gebouwen en geldt zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw. De doelstelling is het minimaliseren van de energievraag en het duurzaam opwekken en/of inkopen van de resterende energievraag (energieneutraal). Het Integraal Afvalwaterketenplan (iAWKp) richt zich op het optimaliseren van de (afval)waterketen in relatie tot het watersysteem en de leefomgeving. Het streefbeeld is het zo min mogelijk vermengen van relatief schoon water met afvalwater en het loskoppelen van de (afval)waterketen van het watersysteem. Doelen zijn het verbinden van ruimte en water en het voorkomen van afwenteling in ruimte en tijd. Daarbij geldt voor waterkwantiteit de trits vasthouden, bergen, afvoeren en voor de waterkwaliteit schoonhouden, scheiden, schoonmaken. Het Groenbeleidplan 2020-2029 geeft ook invulling aan de functie van groen als bijdrage aan gezondheid en
56
status: geconsolideerd
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
welzijn van inwoners, versterking van de biodiversiteit en als instrument bij het verwerken van grote hoeveelheden regenwater en het biedt van verkoeling biedt als de temperaturen hoog oplopen. Het Grondstoffenbeleidsplan Katwijk sluit aan bij het rijksbeleid van afval naar grondstof en de transitie naar een volledige circulaire economie in 2050. Bij de vergunningverlening voor bouwen zal het plan worden getoetst aan de duurzaamheidstoets.Ten behoeve van de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' worden specifieke duurzaamheidsmaatregelen geformuleerd. Deze maatregelen zijn vertaald naar beleidsregels waarmee rekening gehouden moet worden in de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'. Door deze maatregelen na te leven/uit te werken wordt het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' ontwikkeld tot een duurzaam woon-, werk- en recreatiegebied. Met deze werkwijze wordt aangesloten bij het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. 5.1.5.8 Integraal Huisvestingsplan Primair onderwijs Op 13 februari 2020 is door de gemeenteraad van Katwijk het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs Katwijk 2020-2040 vastgesteld. In Katwijk willen we eigentijds onderwijs van hoog niveau. De faciliteiten en huisvesting hebben hierbij een belangrijke, ondersteunende functie.
De gemeente zet daar stevig op in door middel van nieuwbouw van veilige en duurzame schoolgebouwen in het 'woongebied Valkenhorst'. Het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs Katwijk vormt het beleidskader voor het onderwijsbeleid voor de periode 2020-2040. Het doel van het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs is te komen tot voldoende en evenwichtig gespreide onderwijsvoorzieningen bij voorkeur als multifunctionele accommodatie. Een voorziening die meerwaarde heeft voor de wijk/buurt. Met het Integraal Huisvestingsplan wordt inzicht gegeven welke opgave er ligt op het gebied van onderwijshuisvesting in 'het woongebied Valkenhorst' op basis van actuele leerlingenprognoses. Het Integraal Huisvestingsplan stelt de gemeente, de schoolbesturen en projectontwikkelaars in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren. Strategische keuzes over het realiseren van onderwijsvoorzieningen qua locatie en positionering in samenhang met andere ontwikkelingen in de wijk of buurt. Conclusie: Het doel van het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs Katwijk 2020-2040 is te komen tot voldoende en evenwichtig gespreide onderwijsvoorzieningen in de gemeente Katwijk en met name in 'het woongebied Valkenhorst'.
Met de komst van circa 5600 woningen is er op basis van leerlingenprognoses (2020) aangetoond dat er in 'het woongebied Valkenhorst' behoefte is aan veilige, duurzame en eigentijdse onderwijsvoorzieningen en voorzieningen voor het bewegingsonderwijs voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. Onderwijsvoorzieningen die multifunctioneel inzetbaar zijn ook buiten schooltijden en een functie vervullen voor de wijk. In het bestemmingsplan is rekening gehouden met de ruimtebehoefte van 3 (grote) schoolgebouwen primair onderwijs inclusief gymzalen en buitenruimte, een dependance voor het voorgezet onderwijs inclusief gymzalen en buitenruimte en kinderopvanglocaties. 5.1.5.9 VN-Verdrag Handicap Sinds juli 2016 is in Nederland het VN-Verdrag handicap van kracht. Met de ratificatie van het verdrag zet Nederland zich in om de positie van mensen met een beperking te verbeteren. In Nederland leven 2 miljoen mensen met een beperking. Het gaat hierbij om mensen met een visuele, auditieve, fysieke of cognitieve/verstandelijke beperking. Zelfstandig en gelijkwaardig meedoen in de samenleving is voor een deel van deze Nederlanders niet altijd vanzelfsprekend. De gemeente Katwijk is verplicht om het VN-Verdrag lokaal uit te voeren. Inwoners met een beperking moeten op alle levensdomeinen die voor hen, net als voor ieder ander, belangrijk zijn mee kunnen doen.
Het gaat om onderwijs, wonen, werk, vervoer, cultuur, sport en andere vrijetijdsbesteding. Domeinen die ook in de ontwikkeling van het woongebied Valkenhorst naar voren komen. Door 'het woongebied Valkenhorst' in te richten voor alle inwoners van Katwijk, wordt ook de positie van de inwoners met een beperking verbeterd. Een goed toegankelijk woongebied is zo ingericht dat geen enkele inwoner letterlijk en figuurlijk drempels ervaart. Inwoners moeten zelfstandig kunnen winkelen, mee kunnen doen aan activiteiten en gebruik kunnen maken van voorzieningen. Het doel is dat inwoners zich zelfstandig kunnen bewegen en gelijkwaardig gebruik kunnen maken van het woongebied. Iedereen moet kunnen wonen, werken,
status: geconsolideerd
57
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
spelen en sporten én gebruik kunnen maken van de (maatschappelijke) voorzieningen in Valkenhorst. Conclusie: De doelstelling vanuit het VN-Verdrag is relevant voor alle ontwikkelingen van 'het woongebied Valkenhorst'. Bij de uitwerking van de gebiedsvisie moet toegankelijkheid als uitgangspunt worden opgenomen en constant getoetst worden. 5.1.5.10 Maatschappelijke agenda Katwijk In Katwijk moet iedereen naar vermogen mee kunnen doen met de samenleving. Hiervoor is het nodig dat de gemeente Katwijk, de inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners voor elkaar klaar staan. Met elkaar is de maatschappelijke agenda Katwijk (MAG) opgesteld over wat nodig is aan zorg, werk, opgroeien en ontwikkelingen. Er is een maatschappelijke agenda ontstaan waarin de gemeente partner is, om zo met anderen, waaronder ondernemers, inwoners, verenigingen, thuiszorg, bibliotheek, te bouwen aan het Katwijk van morgen. Door de sterke sociale samenhang in Katwijk en de grote maatschappelijke betrokkenheid van de inwoners is het opstellen van de maatschappelijke agenda een manier die goed aansluit bij de gemeente en onze samenleving past. Met de maatschappelijke agenda wordt gestuurd op het behalen van maatschappelijke doelen in plaats van financieren van activiteiten.
Op elk van de geformuleerde ambities willen we als gemeente Katwijk de denkkracht en energie van inwoners en maatschappelijke partijen herkennen, erkennen en inzetten. De maatschappelijke agenda verwijst naar de belangrijke en concrete vraag: welke sociale vraagstukken pakken we als eerste aan? Wat vraagt dit nu om actie? En hoe geven we hier uitvoering aan? Om de maatschappelijke doelen te bereiken, zal ook de fysieke omgeving hierop moeten worden aangepast. Denk aan het plaatsen van lantaarnpalen in een donkere steeg om de veiligheid in de buurt te vergroten, aan het inrichten van speelplekken die uitnodigen tot beweging en het maken van plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Katwijk wil bij het realiseren van haar (maatschappelijke) doelen fysiek en sociaal steeds in samenhang benaderen. Katwijk streeft naar een sociaal leefklimaat in haar gemeente, zo ook in 'het woongebied Valkenhorst', waar inwoners zelfredzaam zijn, zich kunnen ontplooien en waar men zich inzet voor een sociale omgeving. De maatschappelijke ambities van de maatschappelijke agenda Katwijk zijn: Sociale veiligheid – inwoners van Katwijk leven in een veilige omgeving. Gezondheid – inwoners van Katwijk zijn gezond en hebben een gezonde leefstijl. Zorg en ondersteuning – inwoners die hulp nodig hebben, ervaren een hoge kwaliteit van leven en hebben regie over hun leven.
Opgroeien en ontwikkelen – in Katwijk krijgen kinderen en jongeren optimale kansen. Meedoen – inwoners van Katwijk nemen deel en dragen bij aan de maatschappij. De maatschappelijke agenda is een doorlopend proces. De ambities en indicatoren in de MAG zijn duurzaam. Wel is het nodig om constant bij te houden wat de bewegingen zijn in de samenleving, de indicatoren te monitoren en waar nodig de opdrachten bij te stellen. Specifieke aandacht is er voor nieuwe bewegingen in de samenleving door de komst van 'het woongebied Valkenhorst' en de behoefte die daar leeft bij inwoners, verenigingen, ondernemers en maatschappelijke partners. Conclusie: De maatschappelijke agenda Katwijk 2019-2023 heeft 5 hoofdopgaven; Sociale veiligheid, gezondheid, zorg en ondersteuning, opgroeien en ontwikkelen en meedoen. De MAG is van de Katwijkse samenleving en in de uitvoering een gezamenlijke verantwoordelijkheid: de inwoner, organisaties en de gemeente / projectontwikkelaars. Sleutelwoorden zijn synergie en samenwerking. Elke ambitie van de maatschappelijke agenda dient zich ook door te vertalen in 'het woongebied Valkenhorst'. Elke ambitie van de MAG heeft indicatoren waarmee de gemeente meet of de ambities worden bereikt (normen zie databoek MAG).
58
status: geconsolideerd
Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
5.1.5.11 Erfgoedvisie en verordening Katwijk In 2018 is de Erfgoedvisie “Verbindend Erfgoed” vastgesteld. In deze visie ligt de nadruk op wat van waarde is voor een aantrekkelijk leefklimaat en hoe erfgoed daaraan kan bijdragen. De ambitie is om de uitvoeringagenda die bij de Erfgoedvisie hoort, gezamenlijk met bewoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers op te pakken. Het initiatief ligt bij de gemeenschap; de gemeente ondersteunt. Door erfgoedprojecten te verbinden met bredere maatschappelijke doelen op het gebied van samenleving en cultuur, omgevingskwaliteit en economie en toerisme wordt de bijdrage aan het welzijn in Katwijk vergroot. Erfgoed is immers een essentieel onderdeel van een leefomgeving waar mensen zich thuis voelen, bedrijven zich graag vestigen en bezoekers van genieten. We willen het roerend, onroerend en immaterieel erfgoed benutten bij het behoud en de verbetering van de omgevingskwaliteit. Inwoners, (erfgoed)organisaties, ondernemers en overheden dragen allen bij aan het behoud van dit Katwijkse erfgoed en er wordt verbinding gemaakt met samenleving en cultuur, omgevingskwaliteit en economie en toerisme. Dit doen we met name door participatie met alle partijen. De partijen dragen hun wensen en projecten aan, de gemeente faciliteert in de uitvoering en vormgeving van de wensen en projecten.
In de Erfgoedverordening (vastgesteld 28 januari 2016) is het aanwijzen, registeren en het wijzigen middels vergunningen van gemeentelijke archeologie en gemeentelijke monumenten) geregeld. Tevens is de vergunningverlening rond rijksmonumenten geregeld. De Erfgoedverordening gemeente Katwijk bevat in artikel 16 een verbod op het uitvoeren van bodemwerkzaamheden in gebieden die aangewezen zijn als een archeologisch monument of in gebieden met een archeologische verwachtingswaarde zoals die aangewezen zijn op de gemeentelijke archeologische verwachtings- of beleidsadvieskaart (het gemeentelijk acheologiebeleid). Hiermee is voorzien in een generieke bescherming van (mogelijk aanwezige) archeologische waarden die in een bestemmingsplan verder gespecificeerd kan worden. In artikel 17 en 18 zijn regels gesteld over het uitvoeren van archeologisch (voor)onderzoek. In het vigerend gemeentelijk archeologiebeleid is het plangebied grotendeels gecategoriseerd als een terrein met een hoge archeologische waarde. Delen van de gemeente Katwijk die nabij het plangebied liggen zijn onderdeel van de zone die behoorde tot de Romeinse Limes, erfgoed van uitzonderlijke universele waarde. Mede daarom is voor bepaalde delen van het plangebied conform het Barro en het provinciaal beleid voorzien in een strikt beschermingsregime voor mogelijk aanwezige archeologische waarden.
Tevens zijn er archeologische vindplaatsen in het plangebied aanwezig. Dit betekent dat er kans bestaat op het aantreffen van archeologische waarden in de bodem van het plangebied. Derhalve heeft ten tijdens de voorbereiding van dit bestemmingsplan archeologisch onderzoek plaatsgevonden en voorziet dit bestemmingsplan in de bescherming van (mogelijk aanwezige) archeologische waarden. Paragraaf 5.2.1 van deze toelichting gaat hier nader op in.
5.1.6
Conclusie
Op basis van de voorgaande beleidsanalyse kan geconcludeerd worden dat het voornemen, mits de relevante uitgangspunten worden nageleefd, past in het beleid van de Europese Unie, de Rijksoverheid, de provincie Zuid-Holland, de regio Holland Rijnland, het Hoogheemraadschap van Rijnland en onze gemeente.
5.2
Planologische- en milieuaspecten
Nu wij de beleidsuitgangspunten die in het bestemmingsplan uitgewerkt moeten worden geïnventariseerd en geanalyseerd hebben, gaan wij bepalen welke uitgangspunten op het gebied van planologie en milieu in dit bestemmingsplan uitgewerkt moeten worden.