CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Gewijzigde toelichting herstelbesluit Valkenhorst

Raadsvergadering Wassenaar 23 juni 2025, gemeente wassenaarBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan “Woongebied Valkenhorst”46.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Werkgelegenheid (UnmannedValley) In het plangebied (Hangaargebied) wordt in de huidige situatie ruimte geboden aan hoogwaardige en kennisintensieve bedrijfsfuncties gericht op onderzoek naar, onderwijs over en ontwikkeling van sensorbased technologie/sensorbased bedrijvigheid, onbemande systemen en op afstand bedienbare luchtvaartuigen. Dit wordt Unmanned Valley (UMV) genoemd. UMV biedt een infrastructuur, campus en fieldlab voor innovatie op het gebied van voornoemde ontwikkelingen. UMV verbindt marktpartijen met een innovatievraag aan kennispartners en startups. UMV bestaat op dit moment uit 3.000 m2 bedrijvigheid en indoor- en outdoortestfaciliteiten. Over de vestiging van UMV zijn bestuurlijke afspraken vastgelegd door het Rijksvastgoedbedrijf, Provincie Zuid Holland, Gemeente Wassenaar en de gemeente Katwijk. Eén van de afspraken is dat UMV een periode heeft van 5 jaar om aan te tonen dat het een stabiele, duurzame en voor de toekomst financieel haalbare ontwikkeling is. Indien na de proefperiode(s) op basis van de evaluatie(s) besloten wordt tot een permanente voortzetting van Unmanned Valley, zullen partijen zich inzetten voor de realisatie van een permanent testveld van maximaal 500 bij 500 meter (25 hectare) met een gunstige situering voor een vliegcorridor naar zee.

Definitieve testveld is gelegen buiten bestemmingsplan 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' (er is een zoekgebied gedefinieerd in de Mient Kooltuin en de Groene Zone). Ten behoeve van de ontwikkeling van Unmanned Valley is een gebied van maximaal 5 hectare aangewezen dat

status: geconsolideerd

25

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

(mede) gebruikt kan worden voor de doorgroei van UMV.

Openbareruimte De openbare ruimte het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' wordt zorgvuldig ingericht. Hier liggen de vier kernwaarden aan ten grondslag: 1. De mens centraal: de openbare ruimte wordt ingericht met het oog op een veilige en gezonde leefomgeving. Er wordt ruimte gecreëerd voor ontmoeting en ontspanning; 2. Water en kreken: het plangebied kent een rijke historie. Deze historie wordt vertaald in de openbare ruimte van de toekomstige wijk. De kreken (als een verwijzing naar een onderdeel van deze historie) en de landingsbanen zijn belangrijke onderdelen van deze openbare ruimte. De kreken worden beleefbaar en waar mogelijk bevaarbaar. Daarnaast worden er groene, flauw hellende, oevers gerealiseerd, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit. De landingsbanen zijn een belangrijke schakel in het functionele netwerk voor langzaam verkeer, maar ook recreatieve functies krijgen in de landingsbanen een prominente plek. Er worden watergangen gecreëerd, waarmee de landingsbanen onderdeel worden van het watersysteem. Rondom de watergangen is ruimte voor langzaam verkeer routes, speelplekken, terrassen, watergebonden recreatie en groenvoorzieningen. 3. Veel beleef- en bruikbaar openbaar groen: er wordt een uitnodigend landschap gecreëerd. Dit landschap staat in verbinding met haar omgeving. De groene openbare ruimte wordt beleefbaar en bruikbaar ingericht.

Er is veel ruimte om te spelen, recreëren en ontmoeten. Er is sprake van een groenblauw netwerk door het gehele plangebied; 4. Dorps karakter: het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' wordt zo ingericht dat in de wijk een dorps karakter met voldoende reuring kan ontstaan. Dit wil zeggen dat er in de openbare ruimte plaats is voor dorpse voorzieningen zoals een dorpsplein. De vier kernwaarden hebben de basis gevormd voor het creëren van het stedenbouwkundige raamwerk voor het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op dit raamwerk.

Relatie met Mient Kooltuin Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Mient Kooltuin. Ook in de Mient Kooltuin worden ontwikkelingen voorzien. De navolgende alinea's gaan in op deze ontwikkelingen. De gemeente Katwijk is in de zomer van 2019 begonnen met het opstellen van een gebiedsvisie voor de Mient Kooltuin. Op 12 maart 2020 is een uitgangspuntennotitie door de raad vastgesteld en op 29 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders de gebiedsvisie vrijgegeven voor formele inspraak. De gebiedsvisie is op 11 maart 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Katwijk. De beoogde transformatie van de Mient Kooltuin naar een natuur- en recreatiegebied is geborgd in diverse beleidskaders zoals het Integraal Structuurplan Nieuw Valkenburg, Masterplan Locatie Valkenburg (september 2013), Ontwikkelingsstrategie locatie Valkenburg (2014) en de Integrale Ruimtelijk Verkenning Katwijk /Wassenaar (februari 2018). De Mient Kooltuin is gelegen in het zoekgebied voor het Nationaal Park Hollandse Duinen. Op 31 januari 2020 hebben de Dunea en de gemeente Katwijk een samenwerkingsovereenkomst gesloten 'Kwaliteitsimpuls tussen duinen en woonwijk – Gebied Mient Kooltuin – Pan van Persijn. Deze samenwerking is in 2020 van start gegaan.

Belangrijk gezamenlijk doel is het versterken van de recreatieve en ecologische bufferfunctie van het gebied Mient Kooltuin - Pan van Persijn - Mientkant ten behoeve van recreatie, natuur en erfgoed (deze doelstelling is opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Nationaal Park Hollandse Duinen 2021-2025). De transformatie van de Mient Kooltuin is gerelateerd aan de woningbouwplannen op het voormalige marinevliegkamp. Met zowel de grondeigenaar -het Rijksvastgoedbedrijf- als (toekomstige) ontwikkelaars worden afspraken gemaakt en geborgd in (anterieure) overeenkomsten over mitigerende maatregelen in de Mient Kooltuin. Tot slot heeft de gemeente Katwijk zelf grondposities in de Mient Kooltuin. Er is een plan in voorbereiding om op enkele van haar kavels te starten met de eerste aanplant van het toekomstige barakkenbos. Relatie met NationaalPark HollandseDuinen Het plangebied ligt binnen het Nationaal Park Hollandse Duinen. Dit nationaal park strekt zich uit van Hoek van Holland tot Hillegom en van de Noordzee tot de inlandse strandwallen. Ten behoeve van de ontwikkeling van dit

26

status: geconsolideerd

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

park is het Uitvoeringsprogramma Nationaal Park Hollandse Duinen 2020-2025 gepresenteerd.

Figuur 4.1.1 Ligging Mient Kooltuin (rood) en het plangebied (blauw) ten opzichte van het Nationaal Park Hollandse Duinen (geel en groen) (OKRA, 2020, bewerking: Antea Group) Het nationaal park is niet alleen van betekenis als gebied van landschappelijke waarde en als gebied met recreatieve waarde, maar fungeert ook als drinkwaterwinningsgebied. Ten behoeve van de drinkwaterwinning is een gebied aangewezen dat primair bedoeld is voor die drinkwaterwinning (donkerblauw op figuur 4.1.2) en ter bescherming van het grondwater tegen negatieve invloeden zijn bufferzones aangewezen (lichtblauw op figuur 4.1.2). Deze gebieden worden beschermd door de provincie Zuid-Holland.

Figuur 4.1.2 Drinkwaterwinning- en -beschermingsgebieden nabij het plangebied, de rode contour geeft de indicatieve ligging van het plangebied weer

status: geconsolideerd

27

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

Op figuur 4.1.2 is te zien dat er geen drinkwaterwinningsgebieden of bufferzones in het plangebied liggen. Met dit bestemmingsplan vinden derhalve geen ingrepen in deze gebieden plaats.

Relatie met drinkwatervoorziening De ontwikkeling van een nieuw woongebied van de omvang zoals voorzien in dit bestemmingsplan vraagt om voldoende gedimensioneerde drinkwatervoorziening. Dit is een uitvoeringsaspect dat geen plek heeft in een bestemmingsplan. In ieder geval wordt bij de ontwikkeling van 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' gezorgd voor voldoende drinkwatervoorzieningen. Het plangebied ligt nabij de duinen van Katwijk. Deze duinen fungeren als drinkwaterwingebied dat voor de gehele regio van belang is. In de omgevingsvisie (actualisatie 2021) is de opgave geformuleerd om dit drinkwaterwingebied te behouden en waar mogelijk te vergroten. Een eventuele vergroting kan bijvoorbeeld plaatsvinden in de Mient Kooltuin en het Valkenburgse Meer. Samen met Dunea werkt de gemeente Katwijk aan een onderzoek waarin bepaald wordt hoe de duurzame winning van drinkwater ten zuiden van de N206 ingepast en beschermd kan worden. Voor het plangebied geldt dat dit niet specifiek in beeld is als locatie voor de mogelijke uitbreiding van de bestaande drinkwaterwinning. Bij de realisatie van het plangebied wordt rekening gehouden met de bestaande drinkwaterwinning en eventuele uitbreidingen daarvan. Met de ontwikkeling van de Mient Kooltuin wordt voorzien in een hydrologische buffer tussen het plangebied en de duinen.

Daarmee worden eventuele negatieve effecten van het plangebied op de drinkwaterwinning voorkomen. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn ook regels over drinkwatervoorziening gesteld. Voor zover relevant voor deze ontwikkeling, worden die regels in acht genomen. Ook daarmee wordt de drinkwaterwinning beschermd.

Relatie met Groene Zone Het plangebied grenst aan de westzijde aan de een agrarisch en ecologisch gebied met recreatieve functies: de Groene Zone. De gemeente Wassenaar ontwikkelt dit gebied, evenals 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst', als onderdeel van de herontwikkeling van Marine Vliegkamp Valkenburg, in samenwerking met Rijk, provincie en gemeente Katwijk. De begrenzing van de Groene Zone is indicatief vastgelegd in de Bestuurlijke Afspraken Unmanned Valley (UMV) 2018 tussen Rijk, provincie, gemeente Wassenaar en gemeente Katwijk. De Groene Zone is voorportaal -en onderdeel- van het Nationaal Park De Hollandse Duinen i.o. De Groene Zone past in het unieke en afwisselende Duin-, Horst- & Weidelandschap, en vormt de verbinding tussen het duingebied en het Groene Hart van Holland. Het gebied kenmerkt zich door uitgestrekte weilanden en lange zichtlijnen, en kent waardevolle landschappelijke en ecologische kwaliteiten en cultuurhistorisch waarden. Het gebied heeft een hoge (extensieve) recreatieve waarde. Wassenaar heeft een Nota van Uitgangspunten Groene Zone vastgesteld, waarin de kernwaarde van de zone als 'agrarisch cultuurlandschap met ecologische kwaliteiten en recreatief medegebruik' wordt bestempeld.

De overgang tussen de Groene Zone en de woningbouwlocatie Valkenhorst zal in samenwerking tussen Wassenaar en Katwijk worden vormgegeven als zachte, groene overgang van top wonen milieu naar het landschap. De Groene Zone zal tevens aansluiten op Mient Kooltuin, gericht op bestendiging van de ecologische kwaliteiten en recreatief medegebruik. De Groene Zone zal een belangrijke rol spelen bij het realiseren van compenserende en mitigerende maatregelen en watercompensatie als gevolg van de woningbouwontwikkeling Valkenhorst. Een ecologische verbindingszone tussen duingebied en Groene Hart vormt een onderdeel van de Groene Zone. Naast het plangebied wordt een locatie voor een toekomstige drinkwaterfunctie gezocht nabij het Valkenburgse Meer. Ook zijn de Mient Kooltuin en de Groene Zone onderdeel van het zoekgebied voor toekomstige drinkwaterfunctie. Tussen Dunea en gemeente Katwijk is een samenwerkingsovereenkomst waarin afspraken gemaakt zijn over drinkwater, recreatie, erfgoed en natuur. In de gebiedsvisie Bestemming Mient Kooltuin (december 2020) is duurzaam waterbeheer als uitgangspunt benoemd voor verdere planontwikkeling voor de Mient Kooltuin. De Mient Kooltuin speelt daarmee een belangrijke rol in het in stand houden van de grondwatervoorraad en waterkwaliteit. De visie voorziet dat in de toekomst deze rol nog verder versterkt kan worden door drinkwaterwinning.

Ook in het open landschap liggen vanuit dit perspectief op termijn kansen om (eventueel in combinatie met omvorming naar natte natuur) open water toe te voegen om de drinkwaterfunctie te vergroten. In de visie is een pilot voor drinkwaterwinning weergegeven (zie figuur 4.1.3). Bij de drinkwaterwinning kan een drinkwatervoorziening passend zijn.

28

status: geconsolideerd

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

Figuur 4.1.3: mogelijke pilot drinkwaterwinning / natte natuur (bron: Gebiedsvisie Mient Kooltuin, 2020)

Peil Gekozen is om het gehele plangebied in het kader van de transformatie een waterstructuur aan te leggen op boezempeil. Voordeel van de waterstructuur aanleggen op boezempeil is dat het watersysteem robuuster wordt, het veranderingen als gevolgen van klimaatverandering beter kan opvangen en optimaal gebruik kan maken van waterberging in de openbare ruimte. Daarnaast wordt met een waterstructuur op boezempeil voldaan aan de normen voor wateroverlast en ontstaat er voldoende ruimte voor waterberging.

4.2

Stedenbouwkundige hoofdstructuur

Voor het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' zijn stedenbouwkundige raamwerken opgesteld. In de stedenbouwkundige raamwerken wordt de visie op het plangebied met bijbehorende raamwerken uiteengezet. De stedenbouwkundige raamwerken zijn opgenomen in bijlage 1 en 2. In essentie bestaat het plangebied uit twee delen: gronden van het RVB en gronden van BPD. De BPD-gronden liggen in de noordoosthoek van het plangebied en grenzen aan de N206. Op deze gronden wordt de Limesbuurt (zie verder) ontwikkeld. De overige gronden zijn in bezit van het RVB. Gezamenlijk vormen de stedenbouwkundige raamwerken voor de RVB- en BPD-gronden de basis van de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst', met daarin voldoende ruimte om in te spelen op veranderingen. Het raamwerk is geen concrete gebiedsuitwerking, maar een basis van hoofdstucturen in het plangebied. Het stedenbouwkundig raamwerk voor de BPD-gronden (bijlage 2) schikt zich naar de hoofdstructuren uit het stedenbouwkundig raamwerk voor de RVB-gronden (bijlage 1). De hoofdstructuren uit het ruimtelijk raamwerk zijn gebaseerd op structuren en belangrijke elementen uit het verleden. Op figuur 4.2.1 is het ruimtelijk raamwerk van fase 1 van de transformatie van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' weergegeven. Onderstaand worden de belangrijkste aspecten hieruit beschreven.

status: geconsolideerd

29

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

Figuur 4.2.1: Stedenbouwkundige hoofdstructuur Nieuw Valkenburg Fase 1 (nieuwe plannaam: 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst') Landschappelijkraamwerk Landingsbanen De hoofdstructuren in het plangebied worden gevormd door de wijze waarop het landschap wordt ingericht. Het assenkruis in het midden van het plangebied refereert naar de landingsbanen van het voormalige Marine Vliegkamp Valkenburg. Deze lijnen in het landschap blijven herkenbaar in de loop van water, wegen, paden en de locatie van pleinen. De landingsbanen vormen een verbindend assenkruis dat Locatie Valkenburg verbindt met het omliggend landschap. De Korte Landingsbaan verbindt de kust en de polder. De Lange Landingsbaan is de verbinding tussen de Oude Rijn en het open landschap richting Wassenaar. De kruising van de beide landingsbanen markeren het centrum van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'. Kreken Aan weerzijden van het plangebied worden kreken aangelegd, de Torenkreek en Kreek Weltevree. De kreken slingeren door het dorp. De kreken vormen een verbinding tussen karakteristieke plekken. Hiermee wordt het hangaargebied verbonden met de verkeerstoren en Hoeve Weltevree met Erf Zonneveld. De kreken kennen een natuurlijk karakter. Het is de ambitie om water in het gebied zo veel mogelijke beleefbaar te maken en bruikbaar voor varen, zwemmen, vissen en natuurbeleving.

Er wordt gestreefd naar de doorvaarbaarheid van de hoofdkreken. Vindplaatspark en Limespark De korte landingsbaan (noord-zuid georiënteerd) is in het noorden verbonden met een deel van het Vindplaatspark. Het Limespark is gelegen aan oostzijde van het plangebied, in het verlengde van de lange landingsbaan (west-oost georiënteerd). De beide parken zijn door middel van een groenstructuur aan elkaar verbonden. Het Limespark refereert aan de Limes; de noordgrens van het Romeinse Rijk. De parken vormen in de toekomst een representatieve entree van de woonwijk. Deelgebieden De raamwerkelementen in het plan bieden aanknopingspunten voor het maken van drie onderscheidende buurten in fase 1 van de ontwikkeling, namelijk: De Vindplaatsbuurt. De Watertuinen. De Centrumbuurt.

30

status: geconsolideerd

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

De Limesbuurt. De Vindplaatsbuurt De Vindplaatsbuurt bevindt zich tussen het Vindplaatspark, het hangaargebied, de Grote Watering en de Broekweg. De buurt wordt doorsneden door het VIP-pad die onderdeel is van de duinenroute (de regionale fietsverbinding tussen Polder/Leiden en de duinen). Dit is een ontspannen woonmilieu met een groen karakter. Het ontleent zijn karakter aan de ligging aan de Torenkreek en de relatie tot de parkachtige setting van de Vindplaats. Het gebied krijgt een landelijk karakter door voortuinen met groene erfafscheidingen (hagen). De buurt krijgt meer formele randen met voorkanten langs de Korte Landingsbaan en de Oude Broekweg, en meer informele en groene randen langs de Vindplaats en de Torenkreek. Rondom de Korte Landingsbaan kunnen voorzieningen komen of combinaties van wonen en werken. De Watertuinen De Watertuinen bevinden zich tussen Oude Broekweg,de Korte Landingsbaan, de Torenlaan en de Torenkreek. Dit woonmilieu ligt vlakbij de voorzieningen van het centrum, maar op afstand van de HOV-haltes. De dichtheid een bebouwingstypologie varieert daarom van een meer gesloten bebouwing en een hogere dichtheid aan de Korte Landingsbaan, naar een meer ontspannen groen woonmilieu langs de Torenkreek. De buurt wordt gekenmerkt door (bevaarbare) waterlopen en insteekhaventjes met aanlegplekken in de buurt.

Op de hoeken bij de kruising van de landingsbanen liggen voorzieningen die een relatie aangaan met deze publieke ruimte en het centrumgebied. Langs de Korte Landingsbaan komen maatschappelijke en commerciële voorzieningen. De Centrumbuurt De Centrumbuurt ligt tussen de Dorpslaan (verlengde Achterweg), het Limespark, de Torenlaan en loopt door tot net over de Korte Landingsbaan. Het centrum wordt doorsneden door de Kreek van Weltevree en de Lange Landingsbaan. Het centrumgebied wordt het hart van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst', de centrale ontmoetingsplek, met een voorzieningenkern. Net als in een dorpskern is de bebouwing hier compacter en met een hogere dichtheid dan in de omliggende buurten. De buurt bestaat hoofdzakelijk uit bouwblokken met een diverse invulling van woningtypes per blok, met zowel grondgebonden types als appartemenstgebouwen. De bouwblokken hebben een meer gesloten karakter naar de Lanen en Landingsbanen toe, maar hebben een meer groen en open karakter langs de kreek. Langs de Korte Landingsbaan komen maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Het winkelcentrum ligt centraal in de wijk, gemakkelijk te vinden op de kruising van de Lange Landingsbaan en Korte Landingsbaan. Het winkelcentrum wordt compact met autovrije straten en pleintjes. De Limesbuurt Deze buurt wordt ontwikkeld op gronden van BPD.

De Limesbuurt ligt ten noorden van de Centrumbuurt en ligt tussen het Limespark, Grote Watering, de N206 en Centrumbuurt. Het gebied wordt ontwikkeld met een dorps-stedelijke dichtheid. De buurt bestaat hoofdzakelijk uit bouwblokken met een diverse invulling van woningtypes per blok, met zowel grondgebonden types als appartementsgebouwen. De dichtheid wordt bepaald door het type woonmilieu en de identiteit. Rond het plein en Oude Broekweg is de dichtheid het hoogste; richting de kreken juist laag. Ter plaatse van de HOV-halte aan de Oude Broekweg worden commerciële voorzieningen mogelijk gemaakt.

Infrastructuur Bereikbaarheid binnen het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' Valkenhorst is gelegen aan de N206 (Rijnlandroute). Deze provinciale weg verbindt de wijk met de rijksweg A44 en zorgt voor een snelle verbinding met het centrum van Katwijk. Middels de HOV-lijn (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) wordt het gebied verbonden met Katwijk, Noordwijk en station Leiden Centraal. De haltes van het HOV-lijn worden plekken met een aangenaam verblijfsklimaat door de landschappelijke inrichting en hoogwaardige halte-infrastructuur. Mobiliteit binnen het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' Het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' wordt een toonbeeld van duurzame mobiliteit. In het gebied wordt een netwerk van wandel- en fietsroutes aangelegd dat de belangrijke oriëntatiepunten en nabijgelegen externe bestemmingen verbindt en optimaal aansluit op het openbaar vervoer. Hierdoor worden bewoners van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' gestimuleerd duurzame vervoerswijzen te gebruiken voor verplaatsingen binnen de wijk. Verplaatsingen met de auto zijn tevens mogelijk, maar de auto is te gast binnen

status: geconsolideerd

31

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

het plangebied. De wegprofielen worden ingericht conform de principes van Duurzaam Veilig. Parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen of functiewijzigingen binnen een bestemming dient er getoetst te worden aan het vigerende parkeernormenbeleid van de gemeente Katwijk. Op 20 oktober 2020 is de Nota parkeernormen vastgesteld. Om te borgen dat er bij bij nieuwe ontwikkelingen of functiewijzigingen altijd aan het vigerende parkeerbeleid getoetst wordt, is er in de regels van dit bestemmingsplan een dynamische verwijzing opgenomen. De dynamische verwijzing regelt dat er altijd getoetst moet worden aan het vigerende parkeernormenbeleid. Het parkeernormenbeleid fungeert door middel van de dynamische verwijzing als toetsingskader voor ontwikkelingen binnen het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'. Kwaliteitsboek De inhoud van de stedenbouwkundige raamwerken is vertaald naar een kwaliteitsboek (bijlage 3). Dit kwaliteitsboek geeft op zijn beurt uitleg aan de beleidsregels 'Beeldkwaliteit' en 'Inrichting openbare ruimte'. Initiatieven tot de (gedeeltelijke) ontwikkeling van bebouwing en openbare ruimte in het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' moeten voldoen aan deze beleidsregels en dus aan het kwaliteitsboek.

Daarnaast dient het kwaliteitsboek als toetsingskader bij de beoordeling van ontwikkelvisies van kandidaatdeelplanontwikkelaars bij de gronduitgifte door het Rijksvastgoedbedrijf. Het kwaliteitsboek bestaat uit vier delen: 1. Inleiding: Dit deel beschrijft de wijze waarop de kwaliteit van bebouwing en de openbare ruimte geborgd wordt in de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' . Daarnaast beschrijft dit deel de kernwaarden en sociale principes een hoofdrol spelen in de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' . 2. Visie op dorps bouwen: Dit deel beschrijft de landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten voor de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' . Verder beschrijft dit deel de ruimtelijke principes die voor samenhang in de ontwikkeling zorgen. Deze ruimtelijke principes werken door in alle schaalniveaus van de ontwikkeling en vormen gezamenlijk het hoogste schaalniveau in de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'. Op basis van de uitgangspunten en principes is in dit deel een gereedschapskist samengesteld waarmee ontwikkelplannen verder uitgewerkt worden. 3. Kwaliteiten raamwerk: Dit deel beschrijft de kwaliteiten van de verschillende lijnen en plekken in de stedenbouwkundige raamwerken (het middelste schaalniveau).

Op basis daarvan worden de uitgangspunten en eisen voor de inrichting van de openbare ruimte beschreven en geïllustreerd. 4. Kwaliteiten buurten: In dit deel zijn per buurt (het laagste schaalniveau) de gewenste (beeld)kwaliteit van de openbare ruimte en de bebouwing beschreven en geïllustreerd. De relaties met en overgangen van de stedenbouwkundige raamwerken en de plekken uit het raamwerk zijn hierbij richtinggevend. Bestuurlijke lus (nieuw herstelbesluit) Inleiding In de uitspraak van de Raad van State van 11 december 2024 wordt de raad opgedragen een aantal gebreken in het bestemmingsplan te herstellen. Een daarvan betreft de maximale bouwhoogte: “De Afdeling zal de raad opdragen deze gebreken te herstellen. De raad kan dat doen door: a. met inachtneming van wat is overwogen onder 23.5 te motiveren in hoeverre het in het plan opnemen van een maximum bouwhoogte van 40 m en de mogelijkheid nog hoger te bouwen dan 40 m in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, dan wel het plan op dit punt aan te passen”. Naar aanleiding hiervan is de in het bestemmingsplan opgenomen regeling voor bouwhoogten verder aangescherpt: Introductie van een zone met maximum bouwhoogte van 32 meter. Maximum bouwhoogte van 32 respectievelijk 40 meter is alleen voor accenten (maximaal 5% van het oppervlak (per hoogtezone).

Introductie van een zone waarin max 2,5% van het oppervlak van de betreffende zone hoogte accenten mogelijk zijn tot max 32 m. Introductie van een algemene maximum bouwhoogte voor gestapelde woningen van 20 meter. Verwijderen van de mogelijkheid om onder voorwaarden hoger dan 40 meter te bouwen. In deze paragraaf wordt de aangepaste regeling met betrekking tot bouwhoogten nader onderbouwd.

32

status: geconsolideerd

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

Context Katwijk; dorps karakter en landschap Katwijk is een gemeente met een dorps karakter waarbij gebouwen eerder als hoog en hoogbouw worden ervaren dan in grotere steden. Dit dorpse karakter is een van de grote krachten van de gemeente en moet behouden en versterkt worden. Valkenhorst wordt een nieuwbouwwijk met een dorps, groen en compact karakter binnen de gemeente Katwijk, ingebed in het landschap. De bebouwing in deze wijk krijgt daarom een dorps karakter, zoals omschreven in het “Kwaliteitsboek Valkenhorst Katwijk” (2022) en in de “Verdichtingsvisie Katwijk” (2022).

Figuur 4.2.2: Bouwhoogten in Katwijk, bron: (figuur 1 uit) Verdichtingsvisie Katwijk

In bovenstaande figuur (figuur 1) uit de verdichtingsvisie (pagina 56) zijn alle hogere gebouwen van Katwijk naast elkaar gezet. Hieruit komt naar voren dat er reeds een maximale bouwhoogte in Katwijk gehanteerd wordt. Dat is een bouwhoogte voor hoogbouw binnen de marge van 32 tot 40 meter (gemeten vanaf maaiveld) voor woongebouwen. Alleen enkele kerktorens zijn nog iets hoger. Bovendien geldt voor Valkenhorst dat een goede aansluiting op het omliggende landschap belangrijk is. Valkenhorst grenst aan de Groene Zone tussen Wassenaar, Katwijk, Leiden en de duinen die van grote betekenis voor groen, recreatie en ecologie is in de verstedelijkte regio die zich steeds verder ontwikkelt. Het is van belang dat de visuele impact van de bebouwing van Valkenhorst op het landschap beperkt blijft. Vanuit regionaal perspectief wordt ingezet op verdichting rond de Oude Rijn. De redenen hiervoor zijn het sparen van het open landschap en tevens voldoende draagvlak voor OV. Tegelijk wordt Valkenhorst vormgegeven als een nieuw dorp, ingebed in het groene landschap. Katwijk zet daarnaast ook in op het creëren van een regionaal groenblauw raamwerk, omdat verdichten en vergroenen samen op gaan (zie ook de Verdichtingsvisie Katwijk).

Hoogteopbouw in Valkenhorst Op basis van bovengenoemde uitgangspunten is een zonering in bouwhoogten opgenomen voor de woningbouwlocatie. De hoogste bouwhoogte blijft lager dan de benoemde kerktorens en richting het open landschap van de Groene Zone loopt de maximum bouwhoogte af. De maximum bouwhoogte loopt af van accentbebouwing van 40 meter in het centrumgebied tot 32 meter in de schil daaromheen, en 15 meter in de overgangszone richting Wassenaar. Hiermee blijft de impact van de hoogteaccenten vanuit de omgeving/het omringende landschap beperkt. Aan de zijde met Oegstgeest, dus bij de entree van Katwijk over de Oude Rijn, zullen vanaf de N206 de hoogteaccenten wat meer zichtbaar zijn. Dit past bij de nieuwe hogere bebouwing rond de Oude Rijn en markeert de overgang naar Katwijk.

Figuur 4.2.3: Overgang van natuurzone Wassenaar naar Valkenhorst in gemeente Katwijk

status: geconsolideerd

33

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

Aan de zijde die grenst aan gemeente Wassenaar en de Groene Zone geldt een zone met maximaal 15 meter bouwhoogte, passend bij het groene woonmilieu en het kleinschalige historische karakter van het landschap hier. Deze maximum bouwhoogte zorgt ervoor dat vanwege het groene coulissenlandschap, dus door de verspreid aanwezige boomgroepen, de bebouwing in deze zone niet zichtbaar is vanaf de Groene Zone. Voor gestapelde woningen buiten deze overgangszone geldt 20 meter als standaard voor de maximum bouwhoogte. Deze hoogte kan goed worden ingepast naast laagbouw en zorgt niet voor grote contrasten. De hoogte van een volwassen boom van de 1e grootte is 20 tot 25 meter, waardoor de bebouwing tot 20 meter op afstand achter deze bomenlaag zal vallen.

Figuur 4.2.4: Zonering bouwhoogtes

Beperkte accenten (Katwijks-hoog) zijn een waardevolle aanvulling in de opbouw en variatie van de bebouwing. Hoogteaccenten helpen bovendien om de woonbebouwing ruimtelijk te 'verankeren' aan het ruimtelijk en landschappelijk raamwerk en dragen op deze manier bij aan de herkenbaarheid, oriëntatie en markering van ruimtelijke en landschappelijke dragers, structuren en bijzondere plekken binnen en buiten het plangebied. Op een aantal plekken in het plangebied komen verschillende ruimtelijke structuren en lijnen bij elkaar waarbij hoogbouw kansrijk is. Dit is bijvoorbeeld het centrum bij de kruising van de landingsbanen en kruising van de kreken met hoofdroutes. Deze plekken zijn in het kwaliteitsboek aangegeven. De afweging voor de inzet van hoogteaccenten blijft maatwerk en wordt per locatie beoordeeld, op basis van de randvoorwaarden in het Kwaliteitsboek Valkenhorst. In het centrum, centraal in het gebied, met gemengde functies en hogere dichtheden is accentbebouwing tot 40 meter mogelijk. In de zone buiten het centrum, is accentbebouwing tot 32 meter mogelijk. Deze accenten blijven beperkt tot 5% van het oppervlak van de betreffende hoogtezone.

In de zone grenzend aan de overgangszone met maximum bouwhoogte van 15 meter blijven de accenten beperkt tot 2,5% van het oppervlak van deze zone ten behoeve van een zorgvuldige aansluiting op het kleinschalige en historische omringende landschap aan deze zijde. Deze opbouw sluit aan bij de uitgangspunten uit de Verdichtingsvisie, waar onderscheid is gemaakt tussen 'middelhoog' (4-7 bouwlagen) voor reguliere gestapelde nieuwbouw en 'Katwijks-hoog' (8-10 bouwlagen, en in

34

status: geconsolideerd

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

bepaalde gevallen tot 40 meter hoog) voor accentbebouwing. Bovenstaande zonering leidt tot een logische opbouw in de hoogtes vanaf het landschap in de Groene Zone tot aan de N206. 15 m hoog direct aan de Groene zone 20 m hoog met 2,5% hoogteaccenten tot 32 m 20 m hoog met 5% hoogteaccenten tot 32 m Centrumzone: 20 m hoog met 5% hoogteaccenten tot 40 m Richting N206: 20 m hoog met 5% hoogteaccenten tot 32 m. Relatie met Kwaliteitsboek Valkenhorst Voor bebouwing boven de 13 meter geldt dat deze hogere bouwhoogte moet voldoen aan de eisen in het Kwaliteitsboek Valkenhorst, dit is maatwerk per locatie. In het Kwaliteitsboek wordt handen en voeten gegeven aan de belangrijkste uitgangspunten voor de hogere bebouwing: 1. Niet hoger dan de hoogste kerktoren (zie figuur 4.2.2.). 2. Zichtlijnen behouden. 3. Verankeren aan landschappelijke en ruimtelijke structuren. 4. Beperkte hoogteaccenten verlevendigen de bebouwing. 5. Hoogbouw inzetten om de ruimtelijke en functionele structuur te versterken door bijzondere plekken en structuren te markeren: pleinen, winkelcentra, clusters met bijzonder programma, entrees van het gebied, hoofdstructuren en hoofdwegen (centrumroute) (zie afbeelding van de essentiekaart).

status: geconsolideerd

35

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

Figuur 4.2.5: Essentiekaart plekken en lijnen uit het Kwaliteitsboek, p.12

36

status: geconsolideerd

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

Figuur 4.2.6: Legenda bij Essentiekaart lijnen en plekken Zichtlijnenstudie Ter toetsing van de hiervoor beschreven hoogte-opbouw is een zichtlijnenstudie uitgevoerd, zie bijlage 4 bij deze toelichting. Hierin zijn indicatieve bouwvolumes met bouwhoogtes conform bovenstaande regels in een 3D-model geplaatst. Vervolgens zijn vanuit vier standpunten rondom Valkenhorst de zichtlijnen op deze bouwvolumes weergegeven. De bevindingen per standpunt zijn op hoofdlijnen als volgt: 1. N441/Mient Kooltuin: door de afstand en de aanwezigheid van bestaande bebouwing en groen zijn bouwhoogtes tot 20 meter beperkt zichtbaar. Accentbebouwing zal zichtbaar zijn, maar vanwege de afstand tot bestaande gebouwen is dit een zichtbaarheid in een aanvaardbare mate. 2. N206/Valkenburg: dit standpunt ligt relatief dicht bij de nieuwe centrumbuurt, waardoor accentbebouwing meer zal opvallen. Dit sluit echter goed aan op de ontwikkelingen langs de N206 bij Oegstgeest en Leiden, waarbij ook hogere bouwhoogtes worden toegepast. 3. Valkenburgse Meer: door de relatief grote afstand vanaf het Valkenburgse Meer valt accentbebouwing beperkt op. Dit in combinatie met de boomgrens die het zicht op bebouwing tot 20 meter ontneemt geeft een rustig beeld. 4. Groene Zone: Ook vanuit de Groene Zone in Wassenaar is de afstand tot de bebouwing relatief groot.

De nieuw te realiseren natuur creëert vanuit dit standpunt een groene uitstraling. Alleen de accentbebouwing is beperkt zichtbaar.

status: geconsolideerd

37

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

Hoofdstuk 5

Waar hebben wij rekening mee gehouden?

In dit hoofdstuk vatten wij samen binnen welke beleidskaders de transformatie van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' plaats moet vinden. Ook vatten wij samen welke planologische aspecten en welke milieuaspecten randvoorwaarden stellen aan die transformatie, daarbij gaan we ook in op de essentie van die randvoorwaarden.

5.1

Beleid

Per overheidslaag (Europees, landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk) zetten wij in de navolgende paragrafen uiteen op welke beleidsuitgangspunten een beleidsstuk betrekking heeft en hoe die uitgangspunten worden vertaald in het bestemmingsplan.

5.1.1

Europees beleid

5.1.1.1 Vogel- en habitatrichtlijn De Europese Unie heeft in de vorm van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kaders uitgevaardigd ter bescherming van plantsoorten, diersoorten en leefgebieden in Europa. De richtlijnen moeten door de lidstaten van de Europese Unie worden vertaald naar een concrete aanwijzing van gebieden die op grond van de richtlijnen wettelijk beschermd moeten worden. In Nederland zijn de Europese richtlijnen uitgewerkt in de Wet natuurbescherming. Het Nederlandse beleid achter de richtlijnen is in de meest recente vorm opgenomen in de natuurvisie 'Natuurlijk verder' (11 april 2014). De Vogelrichtlijn (EU-richtlijn 79/409/EEG, gewijzigd bij richtlijn 86/122/EEG) bevat naast bepalingen over de instandhouding van in het wild levende vogelsoorten, ook plichten die op de bescherming van de leefgebieden van in het wild levende vogels zijn gericht. De meest geschikte habitatten voor bijzonder waardevolle soorten en veel voorkomende trekvogels moeten als speciale beschermingszone worden aangewezen. Anders dan bij de Habitatrichtlijn worden de speciale beschermingszones direct – dus zonder toetsing van de EU – door de lidstaten aangewezen. De Vogelrichtlijn is in de nationale regelgeving gecodificeerd in de Wet natuurbescherming.

De aanwijzing van gebieden tot beschermd natuurgebied in het kader van de Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn vindt plaats aan de hand van soortenlijsten van zeldzame of bedreigde plant- en diersoorten. Wanneer in een gebied bepaalde soorten voorkomen, of een bepaald percentage van de Europese populatie herbergt, dan komt dit gebied in aanmerking voor plaatsing onder de betreffende richtlijn. Conclusie: Het plangebied ligt niet op gronden die aangewezen zijn als Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebied. De mogelijke effecten van de voorgenomen transformatie van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' op deze gebieden behandelen wij in paragraaf 5.2.7. 5.1.1.2 Verdrag van Valletta Het verdrag van Valletta wordt ook wel het verdrag van Malta genoemd. Het doel van het verdrag is het beschermen van bodemerfgoed, zoals grafvelden, resten van bewoning en andere archeologische relicten. Op iedere plaats in de bodem kan dit soort erfgoed zich bevinden. Tot de inwerkingtreding van dit verdrag werden archeologen veelvuldig laat bij de ontwikkeling van plannen betrokken. Hierdoor werd de aanwezigheid van archeologische waarden vaak pas ontdekt als projecten, zoals de aanleg van wegen of stadsvernieuwing, al in volle gang waren.

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden, die wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland en geeft daarmee invulling aan het verdrag van Valletta. Op 16 april 1992 werd de verdragstekst door de leden van de Europese ministerraad in Valletta ondertekend. Daarmee is het verdrag de opvolger van een eerder Europees verdrag uit 1969 waarin vooral de bescherming van archeologische monumenten werd geregeld. Uitgangspunt van het nieuwe verdrag is dat het archeologische erfgoed al voordat het tot monument is verklaard, integrale bescherming nodig heeft en krijgt. Om het bodemarchief beter te beschermen en om onzekerheden tijdens de bouw van bijvoorbeeld nieuwe wijken

38

status: geconsolideerd

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

te beperken, is het vanaf 1 januari 2005 verplicht vooraf onderzoek te laten doen naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op deze manier kan daar bij de ontwikkeling van de plannen zoveel mogelijk rekening mee worden gehouden. Conclusie: Het verdrag van Valletta is van toepassing op archeologisch erfgoed. In paragraaf 5.2.1 gaan wij in op de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem van het plangebied. 5.1.1.3 Kaderrichtlijn water In het jaar 2000 is de nieuwe Europese 'Kaderrichtlijn water' in werking getreden. De richtlijn is in verschillende stukken beschreven. Het doel van deze richtlijn is de vaststelling van een kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater in de Europese Gemeenschap, waarmee: aquatische ecosystemen en de hiervan afhankelijke wetlands en terrestrische ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed en beschermd en verbeterd worden; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd, op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt bijgedragen tot afzwakking van de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte. Veel doelstellingen van de Kaderrichtlijn water zijn ook opgenomen in het Nederlandse beleid en de Nederlandse wet- en regelgeving over water.

Conclusie: Omdat veel doelstellingen uit de Kaderrichtlijn water al opgenomen zijn in ander Nederlands beleid en Nederlandse wet- en regelgeving, verwachten wij als gevolg van deze regeling geen extra planologische- en/of milieuconsequenties die niet ook uit andere (nationale) wet- en regelgeving voortvloeien. Wij gebruiken paragraaf 5.2.14 om in te gaan op de gevolgen die de voorgenomen ontwikkeling heeft voor het aspect water.

5.1.2

Rijksbeleid

Deze subparagraaf gebruiken wij om het beleid van de Rijksoverheid dat van toepassing is op de voorgenomen transformatie van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' toe te lichten. 5.1.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de lange termijn visie (2040) van het Rijk voor de ontwikkeling van Nederland. In de SVIR zijn de strategische doelen opgenomen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden of te maken. De SVIR richt zich daarbij met name op de locaties en ontwikkelingen van nationaal belang, zoals luchthaven Schiphol, de Rotterdamse haven en de internationale positie van de Randstad. Voor de provincie Zuid-Holland wil men in het nationaal belang meerdere gebieden ontwikkelen en verbeteren. Dit zijn met name de grotere belangrijke economische gebieden, zoals: de stad/ Mainport Rotterdam en de Greenports Westland/Oostland, Boskoop en Duin- en Bollenstreek. De hoofddoelen uit de SVIR zijn vertaald naar onderstaande nationale belangen. Deze zijn – direct of indirect – ook opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarmee zij juridisch doorwerken in bestemmingsplannen. De volgende belangen zijn relevant voor de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst': 1.

Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren. In dit kader blijft het Rijk gebiedsgerichte afspraken maken met de stedelijke regio's over de programmering van verstedelijking (woningbouw), zowel kwantitatief als kwalitatief. 2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor duurzame energievoorziening en de energietransitie. 3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen. 4. Efficiënt gebruik van de ondergrond. 5. Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen. 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen. 7. Het in stand houden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen. 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe

status: geconsolideerd

39

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

9.

veiligheidsrisico's. Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen

De SVIR is dusdanig abstract dat er geen concrete kaders voor de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' uit voortvloeien. De voorgenomen ontwikkeling wordt op een zorgvuldige en transparante manier afgewogen. De relevante afwegingen zijn onder meer opgenomen in dit bestemmingsplan en gebaseerd op het bij dit bestemmingsplan behorend milieueffectrapport. Door de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' tot een hoogwaardig woon-, werk- en recreatiegebied wordt in ieder geval uitwerking gegeven aan het eerste belang uit de SVIR. De ontwikkeling is immers reeds in regionaal verband besproken en geaccordeerd. Daarnaast is in het milieueffectrapport bepaald welke maatregelen genomen kunnen worden om de kwaliteit van het milieu te verbeteren, zelfs als dit wettelijk gezien niet per se nodig is. Daarmee wordt uitwerking gegeven aan het achtste belang uit de SVIR. Waar nodig zijn deze maatregelen geborgd in dit bestemmingsplan. Een groot deel van de overige belangen uit de SVIR heeft betrekking op infrastructuur. De woningen in het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' worden niet aangesloten op het gasnet, maar op duurzame wijze van elektriciteit en warmte voorzien. Waar nodig wordt rekening gehouden met de aanleg van infrastructuur voor de opwek en distributie van deze energiebronnen.

In de bodem onder het plangebied zijn kabels en leidingen aanwezig. De ligging van deze kabels en leidingen wordt gerespecteerd en waar nodig is bepaald dat zones rondom deze kabels en leidingen gevrijwaard moeten worden van de woning van (beperkt) kwetsbare objecten. Voor wat betreft de belangen uit de SVIR die over infrastructuur gaan geldt dat het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' primair ontsloten gaat worden via de aangepaste N206 (RijnlandRoute). De RijnlandRoute is reeds in aanleg. Op zichzelf vereist het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' geen realisatie van nieuwe hoofdinfrastructuur. Daarmee draagt de ontwikkeling bij aan het benutten van de bestaande mobiliteitsnetwerken.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het behalen van de belangen zoals vervat in de SVIR. Het bestemmingsplan houdt ook rekening met de kenmerken van Katwijk genoemd in de structuurvisie en daaraan gekoppelde Visie Erfgoed en Ruimte. 5.1.2.2 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (Novi) is een van de kerninstrumenten van de nieuwe Omgevingswet die het Rijk na inwerkingtreding van die wet (naar verwachting in 2022) gaat gebruiken. De Novi bevat het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving en is onder andere de opvolger van de SVIR. In de zomer van 2019 is het ontwerp van de Novi gepubliceerd. Dat ontwerp wordt van 20 augustus 2019 tot en met 30 september 2019 ter inzage gelegd. Op 11 september 2020 is de Novi vastgesteld door de ministers die verantwoordelijk zijn voor de Novi. Na vaststelling van de Novi is deze in het najaar van 2020 in werking getreden.

De ambities van het Rijk met betrekking tot de fysieke leefomgeving zijn in de Novi uitgewerkt in de volgende prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Op basis van deze prioritieten worden door het Rijk en de decentrale overheden beleidskeuzes gemaakt. Een van de afwegingsprincipes bij het maken van die keuzes is dat bij de afweging de kenmerken en identiteit van een gebied centraal staan. Werken met de Omgevingswet (en dus met de Novi) vraagt ook om een overheid die samenwerkt met de samenleving, de opgaven centraal stelt, gebiedsgericht werkt en permanent en adaptief bezig is met opgaven in de fysieke leefomgeving.

De ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' wordt niet expliciet genoemd in de Novi of in de bijbehorende uitvoeringsagenda. Een onderdeel van de prioriteit 'toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is de kwaliteit van het landschap. Waar mogelijk moet de kwaliteit van het landschap behouden

40

status: geconsolideerd

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

en ontwikkeld worden. Bij die opgave staan de kenmerken en identiteit van het landschap centraal. Uit de Novi vloeien nog geen concrete criteria voort die gericht zijn op het behouden en ontwikkelen van het landschap in relatie tot de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'. Die concrete criteria worden op decentraal niveau bepaald. In de Novi geeft het Rijk aan zich niet in het bijzonder te richten op het landschap in de omgeving van het plangebied. Over dit landschap zijn dan ook geen beleidsuitspraken gedaan in de Novi. Voor wat betreft de ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie geldt dat deze twee onderwerpen als ordenend principe in de planvorming voor het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' doorwerken. In dit bestemmingsplan en in de beleidsregels zijn eisen gesteld die betrekking hebben op het zo klimaatadaptief en energieneutraal mogelijk maken van de nieuwe woonwijk. Daarmee wordt voldaan aan deze ambitie uit de Novi. De ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' maakt bevolkingsaanwas mogelijk en levert een bijdrage aan de werkgelegenheid. Daarmee past de ontwikkeling in de ambities op het gebied van het economisch groeipotentieel en de (door)ontwikkelingen van sterke en gezonde regio's.

Conclusie Net als voor de SVIR gelet dat het beleid uit de Novi niet rechtstreeks doorwerkt in deze ontwikkeling. De afwegingen gericht op de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' vinden op decentraal niveau plaats. 5.1.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen en per 1 juli 2017 gewijzigd. Het doel van de ladder is bij deze wijziging niet aangepast. Toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is nodig om te komen tot een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming over de benutting van ruimte. Voor de verankering van de ladder in het Bro zijn de artikelen 1.1.1 en 3.1.6 gewijzigd. Artikel 1.1.1 definieert de relevante begrippen. In artikel 3.1.6 is de werking van de ladder vastgelegd. De ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' vereist een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is immers sprake van een stedelijke ontwikkeling in een tot op heden (grotendeels) onbebouwd gebied. Conclusie: De toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking zoals die volgt uit het Besluit ruimtelijke ordening wordt door ons in acht genomen in dit bestemmingsplan.

De toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in paragraaf 5.2.10. Uit die toetsing blijkt dat voldaan wordt aan de eisen die de ladder voor duurzame verstedelijking stelt. 5.1.2.4 AMvB algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Rijksoverheid kan algemene regels vaststellen ter bescherming van nationale ruimtelijke belangen, die vragen om een landelijke regeling omdat ze gemeente en regio overstijgend zijn. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwijkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) rekening houden met het Barro. In het Barro worden projecten die van rijksbelang zijn, met naam genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Nieuwe of gewijzigde regels moeten binnen 3 jaar in de bestaande bestemmingsplannen worden verwerkt. In het Barro zijn voorlopig zes "projecten" beschreven: Mainport ontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en Waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Binnenkort zullen nog volgen: Hoofdwegen en hoofdspoorwegen;

status: geconsolideerd

41

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Ecologische hoofdstructuur; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied. Op termijn volgt dan nog, blijkens publicaties van de Rijksoverheid, een onderwerp "duurzame verstedelijking". Van deze onderwerpen is voor Katwijk een tweetal relevant te weten het Kustfundament en de Romeinse Limes, als onderdeel van Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Conclusie Het plangebied valt niet onder het Kustfundament, de Romeinse Limes wordt verder behandeld in paragraaf 5.2.1 over archeologische waarden in het plangebied. 5.1.2.5 Water Nationaal Waterplan 2016-2021 Gemeenten hebben de zorgplicht voor afvoer en verwerking van hemelwater in de openbare ruimte. In het Nationaal Waterplan (NWP) zijn hierop de volgende principes van toepassing: uitgangspunt zijn de principes van Integraal waterbeheer, waarbij een integrale aanpak van de wateropgaven in samenhang dienen te worden beschouwd; afwenteling in ruimte en tijd dient te worden voorkomen door gebruik te maken van de volgende tritsen (waterkwantiteit): 1. Vasthouden; 2. Bergen; 3. Afvoeren; En, voor de trits waterkwaliteit 1. Schoonhouden; 2. Scheiden; 3. Schoonmaken; 4. Het verbinden van ruimte en water. Het voorkomen van verzilting in de Bollenstreek is vanuit het NWP een speerpunt.

Er is dan ook een sterke voorkeur om hemelwater te infiltreren, zodat een bijdrage kan worden geleverd aan het aanvullen van de grondwaterlens in de duinstreek ter voorkoming van verzilting in de dieper gelegen polders. Gemeente Katwijk ziet goed voorraadbeheer van (grond)water als de basis voor het afstemmen van vraag- en aanbod van water in droge en natte perioden, infiltratie van hemelwater kan zorgen voor de aanvulling van de grondwatervoorraad. Ook is het bergen van hemelwater in het oppervlaktewater nuttig voor het doorspoelen of aanvullen van oppervlaktewater met schoon gebiedseigen water, waarbij tevens een bijdrage wordt geleverd aan het verlagen van de belasting op de AWZI. Deze maatregelen zullen in samenwerking en samenspraak met de waterpartners nader worden ingevuld. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord.

Kaderrichtlijn Water (KRW) Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-still principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen.

Waterwet (2009) De Waterwet stelt de watersysteembenadering centraal en integreert acht bestaande wetten voor waterbeheer.

42

status: geconsolideerd

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

De wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en regelt de juridische implementatie van Europese richtlijnen (o.a. Kaderrichtlijn Water en de Richtlijn Overstromingsrisico's). De Waterwet kent één watervergunning. Met het wegvallen van vergunningen treedt een belangrijke wijziging op in de samenwerkingsrelatie tussen de gemeente en de waterbeheerder (Rijkswaterstaat of waterschap). Diverse activiteiten zoals bouwen en gebruik van de gronden zijn in, op grond van het waterbeleid, beschermde gebieden aan een watervergunning gebonden. In de Watertoets van bestemmingsplannen (vooroverleg artikel 3.1.1 Bro) wordt bezien of de voorgenomen ingrepen in het watersysteem (juridisch) gefaciliteerd kunnen worden. Dat wil dus zeggen: of aannemelijk is dat vergunningen kunnen worden verleend, dat de noodzakelijke peilbesluiten (of peilvergunningen) genomen zullen worden en dat nieuwe waterstaatswerken in de legger kunnen worden opgenomen. Indien hierover iets gezegd kan worden, zal daaraan in het wateradvies aandacht worden besteed. Formeel gezien staan vergunningen en andere besluiten volledig los van de watertoets. Het kan voorkomen dat regels uit het bestemmingsplan, zoals gebruiksregels, aanlegregels of bebouwingsregels, hetzelfde luiden en dezelfde belangen beschermen als watervergunningsregels op grond van de keur.

Deze samenloop van regelgeving is in beginsel alleen toelaatbaar als de bestemmingsplanregels een ruimer belang dienen dan alleen het waterstaatkundig belang.

Conclusie Voor de voorgenomen ontwikkeling is een watertoets uitgevoerd, het aspect water wordt in detail uitgewerkt in paragraaf 5.2.14. 5.1.2.6 Klimaatakkoord 2019 In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Dit klimaatakkoord bevat concrete plannen om de CO2-uitstoot in Nederland te reduceren tot ten minste 49% (ten opzichte van 1990) in 2030. Concrete doelstellingen worden in het kader van het Klimaatakkoord gemaakt via de zogenoemde Regionale Energiestrategie (RES). Katwijk behoort tot de regio Holland Rijnland. In mei 2020 is de concept-RES voor Holland Rijnland gepubliceerd.

De belangrijkste uitgangspunten in het RES zijn: Energiebesparing: 1,11 TWh energie besparen ten opzichte van 2014 Opwek duurzame elektriciteit: in 2030 1,03 TWh aanvullende opwek ten opzichte van 2014 Warmte: in 2050 vindt verwarming alleen nog plaats via alternatieve bronnen voor aardgas Duurzame mobiliteit: inzetten op schonere, slimmere en andere mobiliteit voor 2030 Conclusie Middels de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' wordt invulling gegeven aan de doelstellingen van het concept-RES Holland Rijnland. In de ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' is veel aandacht voor duurzaamheid binnen de gehele wijk. In paragraaf 5.2.5 wordt hier nader op ingegaan.

5.1.3

Provinciaal beleid

Het provinciale omgevingsbeleid voor de fysieke leefomgeving bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Deze documenten zijn vastgesteld door provinciale staten van Zuid-Holland. De meest recente geconsolideerde versies van deze documenten zijn op 1 augustus 2020 in werking getreden. Naast de kaders maken uitvoeringsprogramma's en plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit, onderdeel uit van het provinciale omgevingsbeleid. In de uitvoeringsprogramma's en plannen staan operationele doelstellingen opgenomen om zichtbaar te maken op welke wijze het beleid wordt gerealiseerd. In deze subparagraaf analyseren wij het provinciaal beleid dat van toepassing is op de voorgenomen

status: geconsolideerd

43

Toelichting behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"

ontwikkeling van het 'Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst' en hoe dit beleid doorwerkt in het bestemmingsplan. 5.1.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland In werking getreden op 1 augustus 2020 De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. Naar een klimaatbestendige delta: Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. 2. Naar een nieuwe economie: the next level: De stap naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. 3. Naar een levendige meerkernige metropool: De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd. Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied.

In dit gebied zullen we moeten inzetten op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. 4. Energievernieuwing: Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. 5. Best bereikbare provincie: De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzaamd worden. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving: Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=6acbb022-0619-4c57-95ea-81aa1d3515e2