Bijlage 7 Gewijzigde planregels herstelbesluit Valkenhorst
Tekst van het document
Vergunningplichtig
Op het slopen van bestaande bebouwing is het bepaalde in artikel 26 van toepassing. Op het kappen van een houtopstand is het bepaalde in 27 van toepassing.
12.3
Randvoorwaarden melding
12.3.1
Randvoorwaarden uitbreiding bestaand gebruik
Bij het melden dat een activiteit als bedoeld in artikel 12.2.3 onder a aanvangt of verandert, dient aangetoond te zijn dat voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de activiteiten vallen ten hoogste in categorie 2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 2 onderdeel uitmaakt van deze regels; b. de activiteiten mogen geen zelfstandige detailhandel of horeca betreffen; c. er is sprake van voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in het Parkeerbeleid. 12.3.2
Randvoorwaarden maatschappelijke voorzieningen
Bij het melden dat een activiteit als bedoeld in artikel 12.2.3 onder b aanvangt of verandert, dient aangetoond te zijn dat voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is sprake van voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in het Parkeerbeleid; b. aangetoond is dat het gezamenlijke maximale brutovloeroppervlak van maatschappelijke voorzieningen in de functies 'Gemengd' en 'Woongebied - 2' van 5.000 m2 niet overschreden wordt, met dien verstande dat als op grond van artikel 12.2.1, sub d een groter oppervlakte dan 5.000 m2 toegestaan is in de functies 'Gemengd' en 'Woongebied - 2' , aangetoond is dat dit grotere oppervlak niet overschreden wordt. 12.3.3
Randvoorwaarden kleinschalige detailhandelsactiviteiten en/of kleinschalige horeca-activiteiten
Bij het melden dat een activiteit als bedoeld in artikel 12.2.3 onder c aanvangt of verandert, dient aangetoond te zijn dat voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is sprake van voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in het Parkeerbeleid; b. aangetoond is dat het maximale brutovloeroppervlak van kleinschalige detailhandelsactiviteiten en/of kleinschalige horeca-activiteiten van 1.000 m2 door de activiteit niet overschreden wordt; c. aangetoond is dat de detailhandelsactiviteit op de begane grond plaatsvindt; d. horeca-activiteiten vallen in categorie 1.
status: geconsolideerd
49
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
12.3.4
Randvoorwaarden aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven
Bij het melden dat een activiteit als bedoeld in artikel 12.2.3 onder d aanvangt of verandert, dient aangetoond te zijn dat voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de activiteiten mogen geen detailhandel of horeca betreffen; b. er is sprake van voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in het Parkeerbeleid; c. een aan huis verbonden beroep en een aan huis verbonden bedrijf moeten ondergeschikt zijn, in die zin dat deze activiteit maximaal 40% van de bebouwde oppervlakte bedraagt met een maximum van 50 m2 ; d. de activiteiten vallen in categorie A van de Staat van Bedrijfsactiviteiten die als bijlage 1 onderdeel uitmaakt van deze regels.
12.4
Voorwaarden activiteit bouwen
12.4.1 Algemene voorwaarden activiteit bouwen 1. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van een bouwwerk is toegestaan. 2. Bouwwerken hebben een hoogwaardige beeldkwaliteit zoals bedoeld in de beleidsregel 'Beeldkwaliteit' die onderdeel uitmaakt van de 'Beleidsregels (herziening) Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst'. 12.4.2
Voorwaarden activiteit bouwen van gebouwen
De gebouwen zoals bedoeld in artikel 12.4.1 mogen uitsluitend worden gebouwd als wordt voldaan aan het volgende: a. nadat voldaan is aan het bepaalde in artikel 12.2.1 onder a en b mogen gronden met de functie 'Woongebied - 2' bebouwd worden conform het bepaalde in artikel 12.1; b. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw van een woning bedraagt maximaal 60 m²; c. indien de oppervlakte van de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw van de woning en het verlengde daarvan meer bedraagt dan 200 m2 mag, in afwijking van het bepaalde onder b de genoemde oppervlakte van 60 m2 voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden vermeerderd met 10% van deze overmaat tot een maximum van 120 m2 ; d. de onder b en c bedoelde aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten op het achtererf van de woning gerealiseerd worden; e. in aanvulling op het bepaalde onder b tot en met d geldt voor de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw van de woning en het verlengde daarvan dat minimaal 25 m2 onbebouwd dient te blijven; f. voor het bouwen van erkers gelden de volgende regels: 1. de breedte van erkers ter plaatse van de voorgevel van woningen bedraagt ten hoogste 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw, tot een maximum van 4 meter; 2.
de breedte van erkers ter plaatse van de zijgevel van woningen bedraagt ten hoogste 50% van de breedte van de zijgevel van het hoofdgebouw, tot een maximum van 4,50 meter; 3. de goothoogte bedraagt ten hoogste 3,50 meter; 4. de diepte bedraagt ten hoogste 1,20 meter; 5. de afstand tot de openbare weg en de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 0,50 meter; 6. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste: 2 meter bij vrijstaande woningen; 2 meter bij twee-aaneen-gebouwde woningen en hoekwoningen, gemeten tussen de zijdelingse perceelsgrens en de vrije zijde van het hoofdgebouw. g. de bouwhoogte van nieuwe grondgebonden woningen mag niet meer bedragen dan 13 meter; h. de bouwhoogte van nieuwe gebouwen met gestapelde woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - overgangszone groen woonmilieu' mag niet meer bedragen dan 15 meter en de bebouwing moet passen in en is in overeenstemming met het kwaliteitsboek; i. de bouwhoogte van nieuwe gebouwen met gestapelde woningen buiten de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van woongebied - overgangszone groen woonmilieu' mag niet meer bedragen dan 20 meter mits in overeenstemming met het kwaliteitsboek; j. in afwijking van het bepaalde in sub i zijn nieuwe gebouwen met gestapelde woningen met een hogere bouwhoogte toegestaan mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1.
gebouwen zijn gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwhoogte 32 m afweegbaar - 1', 'overige zone - bouwhoogte 32 afweegbaar - 2' of 'overige zone - bouwhoogte 40 m afweegbaar'; 2. er is sprake van een accentbebouwing;
50
status: geconsolideerd
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
3. 4.
k.
l.
de bebouwing past in en is in overeenstemming is met het kwaliteitsboek; de bouwhoogte binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwhoogte 32 m afweegbaar - 1' mag voor maximaal 2,5% van het oppervlak van de gronden gelegen binnen deze gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwhoogte 32 m afweegbaar -1' afwijken van de bouwhoogte zoals genoemd in sub i, tot een maximale hoogte van 32 meter; 5. de bouwhoogte binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwhoogte 32 m afweegbaar - 2' mag voor maximaal 5% van het oppervlak van de gronden gelegen binnen deze gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwhoogte 32 m afweegbaar - 2' afwijken van de bouwhoogte zoals genoemd in sub i, tot een maximale hoogte van 32 meter; 6. de bouwhoogte binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwhoogte 40 m afweegbaar' mag voor maximaal 5% van het oppervlak van de gronden gelegen binnen deze gebiedsaanduiding 'overige zone - bouwhoogte 40 m afweegbaar' afwijken van de bouwhoogte zoals genoemd in sub i, tot een maximale hoogte van 40 meter; ten aanzien van de bouw van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: 1. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mogen niet meer bedragen dan 4,5 meter; 2. de oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 15 m2 per gebouw.
er is sprake van een evenwichtig woningaanbod, onder andere rekening houdend met de grootte van een huishouden en de daarbij behorende behoefte aan minimale gebruiksoppervlakten en de aard van de woning, waarbij voldaan wordt aan het bepaalde ten aanzien van de minimale oppervlakte per type sociale huurwoning in de beleidsregel 'Evenwichtig woningaanbod'.
12.4.3
Voorwaarden activiteit bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals bedoeld in artikel 12.4.1 mogen uitsluitend gebouwd worden als wordt voldaan aan het volgende: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan aangegeven in de navolgende tabel: Bouwwerken,geen gebouwenzijnde Bouwhoogte
b. c. d.
erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevel en de openbare weg
1 meter
erf- en terreinafscheidingen in het achtererf
2 meter
bruggen
5 meter
overkappingen
3 meter
speeltoestellen
5 meter
sirene- en telecommunicatiemasten
40 meter
lichtmasten in de openbare ruimte
10 meter
vlaggenmasten
6 meter
nutsvoorzieningen
5 meter
geluidschermen
4 meter
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 4 meter de bouwhoogte van bruggen als bedoeld onder a wordt gemeten ten opzichte van het waterpeil; de doorvaarthoogte van bruggen over de functie 'Water' mag over een breedte van 33% van de functie 'Water' niet minder bedragen dan 1,10 meter, gemeten vanaf het waterpeil; er is sprake van voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in het Parkeerbeleid.
status: geconsolideerd
51
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Artikel 13 Leiding - Gas 13.1
Functie en activiteiten
13.1.1
Toegelaten functies
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten, mede aangewezen voor de aanleg en het gebruik van een ondergrondse hogedrukaardgastransportleiding met een belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van hart van de leiding en eventuele andere bij de leiding behorende voorzieningen. 13.1.2
Toegelaten activiteiten
Op gronden met de functie 'Leiding - Gas' zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het aanleggen, ten behoeve van de leiding; b. het bouwen, ten behoeve van de leiding; c. het gebruiken, ten behoeve van de leiding; d. beheer en onderhoud, ten behoeve van de leiding. 13.1.3
Verboden activiteiten
Op gronden met de functie 'Leiding - Gas' zijn de volgende activiteiten verboden: a. het bouwen van bouwwerken, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van de hogedrukaardgastransportleiding; b. het wijzigen van het gebruik van bestaande bouwwerken, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten; a. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspecties van de hogedrukaardgastransportleiding. 13.1.4
Voorrangsbepaling
De voor 'Leiding - Gas' gegeven regels gelden primair ten opzichte van de regels voor de overige functies in hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan, waarmee de functie 'Leiding - Gas' samenvalt.
13.2
Regels voor activiteiten
13.2.1
Direct toegestane activiteiten
Op gronden met de functie 'Leiding - Gas' is zonder melding of vergunning het volgende gebruik toegestaan: a. bestaand gebruik ten behoeve van de hogedrukaardgastransportleiding; b. beheer en onderhoud ten behoeve van de hogedrukaardgastransportleiding. 13.2.2
Bouwactiviteiten
Ten aanzien van het bouwen op gronden met de functie 'Leiding - Gas' gelden de volgende regels: a. het bouwen van gebouwen is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning; b. het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de hogedrukaardgastransportleiding, is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning. c. binnen de belemmeringenstrook mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de hogedrukaardgastransportleiding worden gebouwd. 13.2.3
Aanlegactiviteiten
Ten aanzien van het aanleggen op gronden met de functie 'Leiding - Gas' gelden de volgende regels: a. het roeren van grond, met uitzondering van grondroering ten behoeve van de hogedrukaardgastransportleiding, is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning;
52
status: geconsolideerd
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
b.
c. d.
e. f.
het uitvoeren van grondbewerkingen anders dan bedoeld onder a, zoals afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage, is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning; het aanleggen, vergraven, verruimen, of dempen van sloten, vijvers en andere wateren is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning. het aanleggen van wegen of paden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met uitzondering van wegen of paden dan wel oppervlakteverhardingen ten behoeve van de hogedrukaardgastransportleiding, is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning; het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning; het indrijven van voorwaarden in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning.
13.3
Verlening omgevingsvergunning
13.3.1
Verlening omgevingsvergunning bouwactiviteiten
Ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.2.2 gelden de volgende regels: a. een omgevingsvergunning kan uitsluitend verleend worden indien door de betreffende activiteiten de veiligheid van de hogedrukaardgastransportleiding niet wordt geschaad; b. alvorens te beslissen over de aanvraag van een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen activiteiten de veiligheid van de hogedrukaardgastransportleiding niet worden geschaad; c. een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a kan slechts worden verleend als er geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 13.3.2
Verlening omgevingsvergunning aanlegactiviteiten
Ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.2.3 gelden de volgende regels: a. een omgevingsvergunning kan uitsluitend verleend worden indien de betreffende activiteiten de belangen van de hogedrukaardgastransportleiding niet schaden; b. alvorens te beslissen over de aanvraag van een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen activiteiten de belangen van de hogedrukaardgastransportleiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
13.4
Uitzonderingen omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.2.3 is niet benodigd voor de volgende functies en/of activiteiten: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale onderhoud ten aanzien van de hogedrukaardgastransportleiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
status: geconsolideerd
53
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Artikel 14 Leiding - Water 1 14.1
Functie en activiteiten
14.1.1
Toegelaten functies
De voor 'Leiding - Water 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten, mede aangewezen voor de aanleg en het gebruik van een transportleiding voor water met een diameter van ten hoogste 1.000 millimeter met een belemmeringenstrook van 9 meter aan weerszijden van hart van de leiding. 14.1.2
Toegelaten activiteiten
Op gronden met de functie 'Leiding - Water 1' zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het aanleggen, ten behoeve van de leiding; b. het bouwen, ten behoeve van de leiding; c. het gebruiken, ten behoeve van de leiding; d. beheer en onderhoud, ten behoeve van de leiding.
14.2
Regels voor activiteiten
14.2.1
Direct toegestane activiteiten
Op gronden met de functie 'Leiding - Water 1' zijn zonder melding of vergunning de volgende activiteiten toegestaan: a. bestaand gebruik; b. beheer en onderhoud; c. het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de transportleiding voor water, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 3 meter; 2. het bouwen van andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dan bedoeld onder 1, mits er sprake is van de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen onder peil, niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 3. binnen de belemmeringenstrook mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding worden gebouwd. 14.2.2
Bouwactiviteiten
Ten aanzien van het bouwen op gronden met de functie 'Leiding - Water 1' gelden de volgende regels: a. het bouwen van andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dan bedoeld in artikel 14.2.1 onder c is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning; b. de onder a bedoelde vergunning kan worden verleend indien: 1. de relevante regels ten aanzien van bouwactiviteiten bij de betrokken functie in acht worden genomen, en 2. het belang van de transportleiding voor water door de bouwactiviteiten niet onevenredig geschaad wordt. 14.2.3
Aanlegactiviteiten
Ten aanzien van het aanleggen op gronden met de functie 'Leiding - Water 1' geldt dat de volgende activiteiten uitsluitend toegestaan zijn met een omgevingsvergunning: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan toegestaan door deze regels en het aanbrengen van met die kabels en leidingen verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
54
status: geconsolideerd
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
e. f. g.
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen, of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het permanent opslaan van goederen.
14.3
Verlening omgevingsvergunning
Ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.2.2 en artikel 14.2.3 gelden de volgende regels: a. een omgevingsvergunning kan uitsluitend verleend worden indien de betreffende functies en/of activiteiten de belangen van de leiding niet onevenredig schaden; b. alvorens te beslissen over de aanvraag van een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen functies en/of activiteiten de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
14.4
Uitzonderingen omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.2.2 en artikel 14.2.3 is niet benodigd voor de volgende functies en/of activiteiten: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
status: geconsolideerd
55
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Artikel 15 Leiding - Water 2 15.1
Functie en activiteiten
15.1.1
Toegelaten functies
De voor 'Leiding - Water 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten, mede aangewezen voor de aanleg en het gebruik van een transportleiding voor (rivier)water met een diameter van ten hoogste 1.200 millimeter met een belemmeringenstrook van 9 meter aan weerszijden van hart van de leiding. 15.1.2
Toegelaten activiteiten
Op gronden met de functie 'Leiding - Water 2' zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het aanleggen, ten behoeve van de leiding; b. het bouwen, ten behoeve van de leiding; c. het gebruiken, ten behoeve van de leiding; d. beheer en onderhoud, ten behoeve van de leiding.
15.2
Regels voor activiteiten
15.2.1
Direct toegestane activiteiten
Op gronden met de functie 'Leiding - Water 2' zijn zonder melding of vergunning de volgende activiteiten toegestaan: a. bestaand gebruik; b. beheer en onderhoud; c. het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de transportleiding voor (rivier)water, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 1 meter; 2. binnen de belemmeringenstrook mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding worden gebouwd. 15.2.2
Bouwactiviteiten
Ten aanzien van het bouwen op gronden met de functie 'Leiding - Water 2' gelden de volgende regels: a. het bouwen van gebouwen, met uitzondering van demontabele constructies, is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning; b. het bouwen van andere bouwwerken dan bedoeld in artikel 15.2.1 onder c is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning. 15.2.3
Aanlegactiviteiten
Ten aanzien van het aanleggen op gronden met de functie 'Leiding - Water 2' gelden de volgende regels: a. het roeren van grond, met uitzondering van grondroering ten behoeve van de transportleiding voor (rivier)water, is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning; b. het aanleggen van wegen of paden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met uitzondering van wegen of paden dan wel oppervlakteverhardingen ten behoeve van de transportleiding voor (rivier)water, is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning; c. het aanbrengen en rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en bomen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals: lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend: afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van een drainage; f. het permanent opslaan van goederen; g. het aanleggen, vergaven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven c.q. indrijven van voorwerpen; i. het leggen van leidingen, inclusief drainageleidingen, dieper dan 0,5 meter beneden het maaiveld.
56
status: geconsolideerd
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
15.3
Verlening omgevingsvergunning
Ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.2.2 en artikel 15.2.3 gelden de volgende regels: a. een omgevingsvergunning kan uitsluitend verleend worden indien de betreffende functies en/of activiteiten de belangen van de leiding niet onevenredig schaden; b. alvorens te beslissen over de aanvraag van een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen functies en/of activiteiten de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
15.4
Uitzonderingen omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.2.2 en artikel 15.2.3 is niet benodigd voor de volgende functies en/of activiteiten: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
status: geconsolideerd
57
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Artikel 16 Leiding - Water 3 16.1
Functie en activiteiten
16.1.1
Toegelaten functies
De voor 'Leiding - Water 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten, mede aangewezen voor de aanleg en het gebruik van een transportleiding voor (rivier)water met een diameter van ten hoogste 1.600 millimeter met een belemmeringenstrook van 9 meter aan weerszijden van hart van de leiding. 16.1.2
Toegelaten activiteiten
Op gronden met de functie 'Leiding - Water 3' zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het aanleggen, ten behoeve van de leiding; b. het bouwen, ten behoeve van de leiding; c. het gebruiken, ten behoeve van de leiding; d. beheer en onderhoud, ten behoeve van de leiding.
16.2
Regels voor activiteiten
16.2.1
Direct toegestane activiteiten
Op gronden met de functie 'Leiding - Water 3' zijn zonder melding of vergunning de volgende activiteiten toegestaan: a. bestaand gebruik; b. beheer en onderhoud; c. het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de transportleiding voor (rivier)water, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 1 meter; 2. binnen de belemmeringenstrook mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding worden gebouwd. 16.2.2
Bouwactiviteiten
Ten aanzien van het bouwen op gronden met de functie 'Leiding - Water 3' gelden de volgende regels: a. het bouwen van gebouwen, met uitzondering van demontabele constructies, is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning; b. het bouwen van andere bouwwerken dan bedoeld in artikel 16.2.1 onder c is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning. 16.2.3
Aanlegactiviteiten
Ten aanzien van het aanleggen op gronden met de functie 'Leiding - Water 3' gelden de volgende regels: a. het roeren van grond, met uitzondering van grondroering ten behoeve van de transportleiding voor (rivier)water, is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning; b. het aanleggen van wegen of paden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met uitzondering van wegen of paden dan wel oppervlakteverhardingen ten behoeve van de transportleiding voor (rivier)water, is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning; c. het aanbrengen en rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en bomen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals: lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend: afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van een drainage; f. het permanent opslaan van goederen; g. het aanleggen, vergaven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze ingraven c.q. indrijven van voorwerpen; i. het leggen van leidingen, inclusief drainageleidingen, dieper dan 0,5 meter beneden het maaiveld.
58
status: geconsolideerd
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
16.3
Verlening omgevingsvergunning
Ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16.2.2 en artikel 16.2.3 gelden de volgende regels: a. een omgevingsvergunning kan uitsluitend verleend worden indien de betreffende functies en/of activiteiten de belangen van de leiding niet onevenredig schaden; b. alvorens te beslissen over de aanvraag van een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen functies en/of activiteiten de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
16.4
Uitzonderingen omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16.2.2 en artikel 16.2.3 is niet benodigd voor de volgende functies en/of activiteiten: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
status: geconsolideerd
59
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Artikel 17 Waarde - Archeologie terrein van hoge archeologische waarde 17.1
Functies en activiteiten
17.1.1
Toegelaten functies
De voor 'Waarde - Archeologie terrein van hoge archeologische waarde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de door deze regels toegelaten functies en activiteiten bestemd voor de bescherming van de ter plaatse aanwezige archeologische waarden. 17.1.2
Toegelaten activiteiten
Op gronden met de functie 'Waarde - Archeologie terrein van hoge archeologische waarde' zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het aanleggen; b. het gebruiken; c. beheer en onderhoud.
17.2
Regels voor activiteiten
17.2.1
Direct toegestane activiteiten
Op gronden met de functie 'Waarde - Archeologie terrein van hoge archeologische waarde' is zonder melding of vergunning het volgende gebruik toegestaan: a. activiteiten behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. activiteiten die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; c. activiteiten in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; 17.2.2
Bouwactiviteiten
Het bouwen van bouwwerken op gronden met de functie 'Waarde - Archeologie terrein van hoge archeologische waarde' is verboden. 17.2.3
Aanlegactiviteiten
Ten aanzien van het aanleggen op gronden met de functie 'Waarde - Archeologie terrein van hoge archeologische waarde' gelden de volgende regels: a. het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden is verboden zonder vergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: 1. het ophogen van de bodem met meer dan 0,5 meter, tenzij uit (zettings)onderzoek blijkt dat de ter plaatse aanwezige archeologische waarden niet geschaad worden door de ophoging; 2. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 3. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook gerekend wordt egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, woelen, mengen, diepploegen, het indrijven van voorwerpen; 4. het rooien van bos of boomgaard waarbij de stobben worden verwijderd; 5. het beplanten en het aanleggen van bos of boomgaard; 6. het wijzigen van het waterpeil; 7. het tot stand brengen en/of het in exploitatie brengen van boor- en pompputten; 8. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 9. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies; 10. het graven, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren. b.
het verbod zoals bedoeld onder a is niet van toepassing op werken of werkzaamheden in het kader van
60
status: geconsolideerd
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
c.
d.
e.
archeologisch onderzoek; een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a wordt uitsluitend verleend indien op basis van archeologisch onderzoek is vastgesteld dat de archeologische waarden in voldoende mate zeker zijn gesteld; in aanvulling op het gestelde onder c kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: 1. de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. het archeologisch onderzoek, de te treffen maatregelen en de archeologische begeleiding dient c.q. dienen te voldoen aan de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en aan door burgemeester en wethouders bij omgevingsvergunning te stellen kwalificaties en eisen.
status: geconsolideerd
61
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Artikel 18 Waarde - Archeologie 18.1
Functies en activiteiten
18.1.1
Toegelaten functies
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten, mede aangewezen voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 18.1.2
Toegelaten activiteiten
Op gronden met de functie 'Waarde - Archeologie' zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het aanleggen; b. het bouwen; c. het gebruiken; d. beheer en onderhoud.
18.2
Regels voor activiteiten
18.2.1
Direct toegestane activiteiten
Op gronden met de functie 'Waarde - Archeologie' is zonder melding of vergunning het volgende gebruik toegestaan: a. het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als: 1. er sprake is van de vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut, of 2. wanneer de diepte van uitvoering minder dan 0,3 meter onder maaiveld bedraagt en er geen hei- of schroefwerkzaamheden zullen worden verricht; b. activiteiten behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; c. activiteiten die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; d. activiteiten in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; 18.2.2
Bouwactiviteiten
Ten aanzien van het bouwen op gronden met de functie 'Waarde - Archeologie' gelden de volgende regels: a. het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: 1. werken en werkzaamheden die niet bestaan uit het vervangen van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of niet alleen de bestaande fundering wordt benut, of 2. werken en werkzaamheden een uitvoeringsdiepte groter dan 0,3 meter onder maaiveld beslaan, of 3. werken en werkzaamheden waarbij hei- en/of schroefwerkzaamheden worden verricht. b. een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. de aanvrager om de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd van archeologisch onderzoek, zoals gesteld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals bedoeld in sub b, onder 1, door de werken niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen. c.
in aanvulling op het gestelde onder b kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden indien blijkt dat de archeologische waarde van de gronden kan worden verstoord: 1. de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
62
status: geconsolideerd
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
3.
18.2.3
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. Aanlegactiviteiten
Ten aanzien van het aanleggen op gronden met de functie 'Waarde - Archeologie' gelden de volgende regels: a. het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden is verboden zonder vergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: 1. het ophogen van de bodem met meer dan 0,5 meter, tenzij uit (zettings)onderzoek blijkt dat de ter plaatse aanwezige archeologische waarden niet geschaad worden door de ophoging; 2. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 3. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook gerekend wordt egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, woelen, mengen, diepploegen, het indrijven van voorwerpen; 4. het rooien van bos of boomgaard waarbij de stobben worden verwijderd; 5. het beplanten en het aanleggen van bos of boomgaard; 6. het wijzigen van het waterpeil; 7. het tot stand brengen en/of het in exploitatie brengen van boor- en pompputten; 8. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 9. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies; 10. het graven, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren. b.
een omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden opgenomen in sub a wordt verleend, indien: 1. de aanvrager om de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd van archeologisch onderzoek, zoals gesteld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals bedoeld in sub b, onder 1, door de werken niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen. c. in aanvulling op het gestelde onder b kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden indien blijkt dat de archeologische waarde van de gronden kan worden verstoord: 1. de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg.
status: geconsolideerd
63
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Artikel 19 Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 1 19.1
Functies en activiteiten
19.1.1
Toegelaten functies
De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten, mede aangewezen voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 19.1.2
Toegelaten activiteiten
Op gronden met de functie 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 1' zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het aanleggen; b. het bouwen; c. het gebruiken; d. beheer en onderhoud.
19.2
Regels voor activiteiten
19.2.1
Direct toegestane activiteiten
Op gronden met de functie 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 1' is zonder melding of vergunning het volgende gebruik toegestaan: a. het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als: 1. er sprake is van de vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut, of 2. wanneer de diepte van uitvoering minder dan 0,3 meter onder maaiveld bedraagt en er geen hei- of schroefwerkzaamheden zullen worden verricht, of: 3. het te bebouwen oppervlake een omvang heeft die kleiner is dan 100 m2 ; b. activiteiten behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; c. activiteiten die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; d. activiteiten in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie. 19.2.2
Bouwactiviteiten
Ten aanzien van het bouwen op gronden met de functie 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 1' gelden de volgende regels: a. het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden : 1. werken en werkzaamheden die niet bestaan uit het vervangen van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of niet alleen de bestaande fundering wordt benut, of 2. werken en werkzaamheden een uitvoeringsdiepte groter dan 0,3 meter onder maaiveld beslaan, of 3. werken en werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van 100 m2 of meer, of 4. werken en werkzaamheden waarbij hei- en/of schroefwerkzaamheden worden verricht. b. een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. de aanvrager om de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd van archeologisch onderzoek, zoals gesteld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals bedoeld in sub b, onder 1, door de werken niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen. c.
in aanvulling op het gestelde onder b kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden
64
status: geconsolideerd
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
verbonden aan de omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden indien blijkt dat de archeologische waarde van de gronden kan worden verstoord: 1. de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 19.2.3
Aanlegactiviteiten
Ten aanzien van het aanleggen op gronden met de functie 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 1' gelden de volgende regels: a. het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden is verboden zonder vergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden : 1. het ophogen van de bodem met meer dan 0,5 meter, tenzij uit (zettings)onderzoek blijkt dat de ter plaatse aanwezige archeologische waarden niet geschaad worden door de ophoging; 2. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 3. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook gerekend wordt egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, woelen, mengen, diepploegen, het indrijven van voorwerpen; 4. het rooien van bos of boomgaard waarbij de stobben worden verwijderd; 5. het beplanten en het aanleggen van bos of boomgaard; 6. het wijzigen van het waterpeil; 7. het tot stand brengen en/of het in exploitatie brengen van boor- en pompputten; 8. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 9. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies; 10. het graven, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren. b.
een omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden opgenomen in sub a wordt verleend, indien: 1. de aanvrager om de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd van archeologisch onderzoek, zoals gesteld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals bedoeld in sub b, onder 1, door de werken niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen. c. in aanvulling op het gestelde onder b kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden indien blijkt dat de archeologische waarde van de gronden kan worden verstoord: 1. de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg.
status: geconsolideerd
65
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Artikel 20 Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 2 20.1
Functies en activiteiten
20.1.1
Toegelaten functies
De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten, mede aangewezen voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 20.1.2
Toegelaten activiteiten
Op gronden met de functie 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 2' zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het aanleggen; b. het bouwen; c. het gebruiken; d. beheer en onderhoud.
20.2
Regels voor activiteiten
20.2.1
Direct toegestane activiteiten
Op gronden met de functie 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 2' is zonder melding of vergunning het volgende gebruik toegestaan: a. het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als: 1. er sprake is van de vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut, of 2. wanneer de diepte van uitvoering minder dan 0,3 meter onder maaiveld bedraagt en er geen hei- of schroefwerkzaamheden zullen worden verricht, of: 3. het te bebouwen oppervlake een omvang heeft die kleiner is dan 250 m2 ; b. activiteiten behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; c. activiteiten die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning; d. activiteiten in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie. 20.2.2
Bouwactiviteiten
Ten aanzien van het bouwen op gronden met de functie 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 2' gelden de volgende regels: a. het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden : 1. werken en werkzaamheden die niet bestaan uit het vervangen van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of niet alleen de bestaande fundering wordt benut, of 2. werken en werkzaamheden een uitvoeringsdiepte groter dan 0,3 meter onder maaiveld beslaan, of 3. werken en werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van 250 m2 of meer, of 4. werken en werkzaamheden waarbij hei- en/of schroefwerkzaamheden worden verricht. b. een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. de aanvrager om de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd van archeologisch onderzoek, zoals gesteld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals bedoeld in sub b, onder 1, door de werken niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen. c.
in aanvulling op het gestelde onder b kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden
66
status: geconsolideerd
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
verbonden aan de omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden indien blijkt dat de archeologische waarde van de gronden kan worden verstoord: 1. de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 20.2.3
Aanlegactiviteiten
Ten aanzien van het aanleggen op gronden met de functie 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied - 2' gelden de volgende regels: a. het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden is verboden zonder vergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden : 1. het ophogen van de bodem met meer dan 0,5 meter, tenzij uit (zettings)onderzoek blijkt dat de ter plaatse aanwezige archeologische waarden niet geschaad worden door de ophoging; 2. het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; 3. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook gerekend wordt egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, woelen, mengen, diepploegen, het indrijven van voorwerpen; 4. het rooien van bos of boomgaard waarbij de stobben worden verwijderd; 5. het beplanten en het aanleggen van bos of boomgaard; 6. het wijzigen van het waterpeil; 7. het tot stand brengen en/of het in exploitatie brengen van boor- en pompputten; 8. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 9. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies; 10. het graven, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren. b.
een omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden opgenomen in sub a wordt verleend, indien: 1. de aanvrager om de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd van archeologisch onderzoek, zoals gesteld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals bedoeld in sub b, onder 1, door de werken niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen. c. in aanvulling op het gestelde onder b kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden indien blijkt dat de archeologische waarde van de gronden kan worden verstoord: 1. de verplichting tot het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg.
status: geconsolideerd
67
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
Artikel 21 Waarde - Cultuurhistorie 21.1
Functies en activiteiten
21.1.1
Toegelaten functies
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere door deze regels toegelaten functies en activiteiten, mede aangewezen voor behoud, versterking en/of herstel van de aan deze gronden eigen zijnde cultuurhistorische waarden in de vorm van: a. een tankgracht die onderdeel uitmaakt van de Atlantikwall; b. rijksmonumenten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning rijksmonument'; c. gemeentelijke monumenten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning gemeentelijk monument'; d. het behoud, de ontwikkeling en de bescherming van cultuurhistorisch waardevolle objecten anders dan bedoeld onder a tot en met c ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorie -2'; 21.1.2
Toegelaten activiteiten
Op gronden met de functie 'Waarde - Cultuurhistorie' zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het aanleggen; b. het bouwen; c. het gebruiken; d. beheer en onderhoud.
21.2
Regels voor activiteiten
21.2.1
Direct toegestane activiteiten
Op gronden met de functie 'Waarde - Cultuurhistorie' is zonder melding of vergunning het volgende gebruik toegestaan: a. activiteiten behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. activiteiten die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 21.2.2
Bouwactiviteiten
Ten aanzien van het bouwen op gronden met de functie 'Waarde - Cultuurhistorie' gelden de volgende regels: a. het bouwen en/of verbouwen of wijzigen/veranderen van een bouwwerk ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - rijksmonument' en 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - gemeentelijk monument' is uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning, waarbij een omgevingsvergunning slechts wordt verleend als er geen aantasting plaatsvindt van: 1. het profiel van het object ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning rijksmonument' of 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - gemeentelijk monument'; b. de bouwmassa van het object ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning rijksmonument' of specifieke vorm van cultuur en ontspanning - gemeentelijk monument: 1. de gevelkarakteristiek van het object ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - rijksmonument' of 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - gemeentelijk monument'; 2. de situering en oriëntatie van het object ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - rijksmonument' of specifieke vorm van cultuur en ontspanning - gemeentelijk monument'; 3.
bij het beoordelen van de onder 1 tot en met 4 genoemde criteria wint het bevoegd gezag advies in bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en/of de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. c. ten aanzien van het onderzoek naar cultuurhistorisch waardevolle objecten als bedoeld in artikel 5.1 onder f, artikel 9.1 onder d, artikel 10.1 onder e en artikel 11.1 onder k geldt dat dit noodzakelijk is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorie -1' en met dien verstande dat: 1. er voor de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorie -1'
68
status: geconsolideerd
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
d.
e.
cultuurhistorisch onderzoek plaats moet vinden alvorens voor deze gronden een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden verleend; 2. het onder 1 bedoelde onderzoek wordt overgelegd aan het bevoegd gezag; 3. uit onderzoek gebleken is dat door de uitvoering van de werken, geen bouwwerk zijnde, de cultuurhistorische waarden die eigen zijn aan de desbetreffende cultuurhistorische waarden niet blijvend onevenredig geschaad worden; 4. uit onderzoek is gebleken dat de onder 3 bedoelde cultuurhistorische waarden veilig gesteld kunnen en zullen worden, dan wel kunnen worden teruggebracht; 5. bij het beoordelen van het onder 1 genoemde onderzoek wint het bevoegd gezag advies in bij de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. het geheel of gedeeltelijk veranderen van bouwwerken ter plaatse aanduiding 'specifieke vorm van waarde cultuurhistorie - 2', waarbij een omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien: 1. uit onderzoek gebleken is dat door de uitvoering van de werken, geen bouwwerk zijnde, de cultuurhistorische waarden die eigen zijn aan het desbetreffende bouwwerk niet blijvend onevenredig geschaad worden; 2. uit onderzoek is gebleken dat de onder 1 bedoelde cultuurhistorische waarden veilig gesteld kunnen en zullen worden, dan wel kunnen worden teruggebracht; 3.
bij het beoordelen van de onder 1 en 2 genoemde criteria wint het bevoegd gezag advies in bij de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. in aanvulling op het gestelde onder a en b kunnen één of meerdere voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is voor de bescherming/instandhouding van cultuurhistorische waarden;
21.2.3
Aanlegactiviteiten
Ten aanzien van het aanleggen op gronden met de functie 'Waarde - Cultuurhistorie' gelden de volgende regels: a. het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden is verboden zonder vergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: 1. het ophogen van de bodem met meer dan 0,5 meter; 2. het egaliseren of ontginnen van gronden; 3. het verlagen of afgraven van gronden; 4. het uitvoeren van grondwerkzaamheden die dieper dan 0,5 meter onder maaiveld reiken; 5. het omzetten van grasland in bouwland; 6. het rooien van houtopstanden waarbij de stobben worden verwijderd; 7. het aanleggen van houtopstanden of het anderszins bebossen van gronden; 8. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen 9. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie- of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 10. het graven, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 11. het verrichten van proefboringen en andere boringen voor het winnen van water, delfstoffen en andere bodemschatten; 12. alle overige werkzaamheden die de cultuurhistorische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normaal beheer en onderhoud. b.
een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a wordt verleend, indien: 1. aan de hand van een onderbouwing wordt aangetoond dat door die werken en/of werkzaamheden de cultuurhistorische waarde van de gronden niet onevenredig aangetast wordt, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders; 2. uit een integrale van de in het geding zijnde belangen, waaronder begrepen het belang van de openbare drinkwatervoorziening, blijkt dat de aanvraag om een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd, eventueel nadat wetenschappelijk onderzoek is gedaan en/of de mogelijkheid bestaat tot het doen van oudheidkundige waarnemingen, dan wel dat er geen aantasting van cultuurhistorische waarden plaats zal vinden, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders; 3. burgemeester en wethouders voorafgaand aan hun besluit schriftelijk advies vragen aan een daartoe bevoegde deskundige. 21.2.4
Gebruiksactiviteiten
Ten aanzien van het gebruik van gronden met de functie 'Waarde - Cultuurhistorie' gelden de volgende regels:
status: geconsolideerd
69
Regels behorende bij bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst"
a. b.
het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken op een wijze of tot een doel waardoor de aanwezige cultuurhistorische waarden onevenredig worden aangetast is verboden; ten aanzien van het bepaalde onder a laat het bevoegd gezag zich bij het beoordelen of er sprake is van een onevenredige aantasting adviseren door een of meerdere door het bevoegd gezag aangestelde deskundigen.
21.3
Nadere eisen
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de bepalingen van deze regels omtrent de volgende onderwerpen: a. de inrichting van het terrein; b. de landschappelijke inpassing van gebouwen in relatie tot de cultuurhistorische waarden.