CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Wassenaar_Commandopost_Clingendael_DEEL_1

Raadsvergadering Wassenaar 7 maart 2023, gemeente wassenaarBij agendapunt: Nota van uitgangspunten Commandopost Clingendael25.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

38

44. Detail van een tekening ten behoeve van de aanleg van een meterput voor de waterleiding. De tekening is digitaal bewerkt, omdat het oorspronkelijke, gescande microfiche van slechte kwaliteit is. Rechts is de betreffende meterput zichtbaar en links het aanzicht van de brug over de sloot. De toegang op de brug wordt geflankeerd door twee hoekpijlers, die men eerder bij een landhuis zou verwachten dan bij een schuilgelegenheid tegen luchtaanvallen. Op de hiervoor afgebeelde plattegrond met de loopgraaf is te zien dat de sloot vlak achter de brug al eindigt. De brug zal dus in de eerste plaats een decoratieve functie hebben vervuld. Deze decoratieve elementen geven aan dat de bunker en de directe omgeving niet uitsluitend een functioneel doel hadden. Ook dit gegeven duidt erop dat aan het gebouw meer belang werd gehecht dan uitsluitend aan een schuilplaats. (ongedateerde tekening; Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

45. Doorsnedetekening van na WOII van de bunker, waarop goed te zien is hoe de bunker is aangeaard. Aan de rechterzijde is de aarde tot aan de bovenzijde van de keermuur langs de buitenkant van de bunker aangebracht. Aan de binnenzijde is het grondpakket niet hoger dan de onderste rollaag. Op deze tekening is tevens te zien dat de aarde aan de voorzijde van de bunker (links) al is weg gegraven en dat het maaiveld zich vlak boven het niveau van de vloer van de toegangsgang bevindt. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

39

Latere ontwikkelingen gedurende de Tweede Wereldoorlog Vrijwel direct na de voltooiing, in het najaar van 1942, worden aan de zuidzijde ruimtes aangebracht in de ruimte onder het bunkerdak, de voorbunker. De ruimten waren ontsloten door twee toegangen vanaf de loopgraven. Er was geen verbinding met de bunker zelf. De ruimten hebben een hoogte van 2,29 m en een betonnen plafond met een dikte van 42 cm. Hierdoor blijft er boven deze ruimten nog een vrije ruimte van 1,55 m over. Waarvoor deze vertrekken benut zijn is niet geheel duidelijk. De middelste ruimte (ruimte 003) bevatte in het midden een douche, met aan de noordzijde ervan een oven en aan de zuidzijde een soort warmwatervoorziening. Beide werden vanuit de achterliggende ruimte gestookt. Beide vertrekken ten westen van de centrale ruimte waren kleedruimten. Dit doet vermoeden dat het om een wasgelegenheid gaat. Waarom het grote vertrek 003 slechts één douche had, blijft onduidelijk. In de gehele ruimte zijn verder geen sporen van douches aangetroffen. Voor zover na te gaan zullen de andere vertrekken voor opslag bestemd zijn geweest. Kort na de bouw van deze ruimten wordt in maart 1943 (zie beschrijving ruimteboek bij ruimte 80A) het meest westelijke deel al weer verwijderd ten behoeve van een betonnen inbouw voor water en opslag.

De toegang ertoe wordt via een buiten de bunker gebouwde gang naar de westelijke ingang voor de ruimten onder het bunkerdak gevoerd. In oktober 1943 werd de keukenbunker aan de oostzijde toegevoegd. In november van dat jaar is bitumen op het dak aangebracht.21 Voor de bouw moet de al gebouwde, gedekte loopgraaf voor de meest oostelijke toegang afgebroken worden. De sloop wordt door de Fa. Brusse Teeuw uitgevoerd. De kosten bedroegen volgens de afrekening van 9 november 1943 ƒ 2.941,20.22 Op 20 september 1943 is er ƒ 1.752.946,87 op een geraamd bedrag van ƒ 1.780.000, voor de bouw van de bunker uitgegeven.23

21

NIOD, toegang 039, inv.nr. 2263.

22

NIOD, toegang 039, inv.nr. 2263. 23 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag, Kazernes, Legerplaatsen en gebouwen (DGW&T), Toegang 406, inventarisnummer. 330.

40

46. Opmeting van de ruimten vlak na WOII, die aan de zuidzijde onder het bunkerdak waren ondergebracht. Hierop is de indeling van de ruimten weergegeven. Ruimte 1 is waar tanks staan opgesteld. De beide ruimten 2 zijn kleedruimten, 3 is een warmwatervoorziening, 4 is de koudwatervoorziening en 5 is een doucheruimte. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

41

47. Schematische weergave van de dubbele keukenbunker met later toegevoegd magazijn. De beide basisontwerpen van het type 645 (zie literatuur o.a. Rolf) zijn hier op de bestaande plattegrond geprojecteerd, waardoor de gemaakte aanpassingen goed zichtbaar zijn.

De bunker bestaat uit twee bunkers van het Regelbautype 645. Een van de twee is daarbij 180o gedraaid, waarbij ook de indeling enigszins is aangepast. De tussenmuur van de bunkers is slechts 80 cm dik. Deze vervangt de twee 2 m zware muren. Hierdoor konden de vertrekken aan weerszijden van de muur 1,20 m breder worden. Door de diverse aanpassingen kan men zich afvragen of het gebruik van gestandaardiseerde ontwerpen wel voordeel heeft opgeleverd. Het gebruik maken van het spiegelbeeld van een standaardontwerp was om die reden op een bepaald moment niet meer toegestaan. Ook het voorpantser dat rond de hoofdbunker was aangelegd ontbreekt bij de keukenbunker.

42

48. De plattegrond van het standaardtype 645. Hier is ook de dichtgezette uitsparing zichtbaar in de buitenwand, ter plaatse van de keukenwagen. Deze uitsparingen zijn bij de onderzochte bunker niet aangetroffen.

De exacte reden waarom de keukenbunker werd toegevoegd is (nog) niet bekend. Mogelijk was de bestaande indeling met op beide verdiepingen een keuken inefficiënt gebleken of waren deze te klein bij een volle bezetting. Na de bouw van de keukenbunker bleven de bestaande keukens gehandhaafd. Volgens de opmetingen na WOII, die in het Bunkerarchief 24worden bewaard, werden beide keukens gebruikt voor de maaltijdbereiding van de officieren, wanneer deze in de bunker zouden verblijven.25 De bouw van de dubbele keukenbunker had ook gevolgen voor het terrein ten oosten van de bunker. Door het verleggen van de loopgraaf was men gedwongen om het terrein op te hogen.26 Er stonden echter bomen die men niet wilde kappen. Vermoedelijk stond dit in verband met de camouflage van de bunker. Bij de bouw van verdedigingswerken trachtte de bezetter zo 24

Nationaal Archief, Den Haag, 2e Geniecommandement Bureau Registratie Verdedigingswerken (Bunkerarchief), nummer toegang 2.13.167. 25 Nationaal Archief, Den Haag, 2e Geniecommandement Bureau Registratie Verdedigingswerken (Bunkerarchief), nummer toegang 2.13.167, inventarisnummer. 1097. 26

De beschrijving is gemaakt aan de hand van een tekening in het NIOD (NIOD, toegang 039, inv.nr. 2263).

43

min mogelijk wijzigingen in het landschap aan te brengen om herkenning vanuit de lucht te bemoeilijken. Om de bomen bij de noodzakelijk geworden ophoging te sparen is rond elke boom een ronde muur gemetseld om deze vrij te houden van de ophoging.27 Deze zijn niet te verwarren met de halfronde uitmetselingen bij de keukenbunker, die dienen voor rookgasafvoer. Behalve de ronde boombescherming moest de ten oosten van de bunker opgestelde zendmast met een rechthoekige ommuring worden beschermd. Juist deze laatste ommuring is goed op diverse luchtfoto’s uit de oorlog te zien. Na WOII werd ten oosten van de bunker een parkeerplaats aangelegd, waarvoor alsnog de bomen zijn geveld. Delen van de beschermende constructies van de bomen en de zendmast bevinden zich mogelijk nog in de ondergrond. Om de omvang en de mate van gaafheid vast te stellen zal archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn.

49. Luchtfoto uit 1955. De foto is na het herstel van het bunkerdak genomen. Links is zichtbaar dat er forse bomen met putringen staan op de plaats waar nu het parkeerterrein ligt. De grond is bij de bouw van de keukenbunker verhoogd en om te voorkomen dat de bomen door het grondpakket dood zouden gaan - ten koste van de camouflage - heeft men rondom putringen geplaatst. Bij de aansluiting van het grondpakket op de keukenbunker is te zien dat de bunker deels is aangeaard. Dit is ook het geval met de andere zijden van de bunker, zoals zichtbaar is op foto’s die kort na de oorlog zijn genomen. Ook is te zien hoe in 1955 de galerij rondom de bunker op de begane grond nog open is, zie hiervoor rechtsonder op de foto, waar het invallende licht onder het bunkerdak zichtbaar is. Dit is pas in 1967 gedicht. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_074215)

Uit onder andere de tekeningen in het Bunkerarchief is ook af te leiden dat de loopgraaf ter plaatse van de oostelijke toegang overkluisd is door een houten brug. Dit in tegenstelling tot de westelijke toegang, waar de weergang ter plaatse is overwelfd. Tegelijk met het ophogen 27 Indien bij een ophoging van een terrein rond een boom de aarde tegen de stam van de boom wordt gewerkt, zal deze doodgaan. Daarom zullen de hiervoor beschreven maatregelen zijn uitgevoerd.

44

van het terrein ten oosten van de bunker wordt ook de ruimte onder het bunkerdak tussen de hoofdbunker en de keukenbunker met een bakstenen wand met garagedeur afgesloten. Ook zal men de ruimte tussen het dak van de hoofdbunker en dat van de keukenbunker hebben gedicht. Door deze maatregelen ontstond een afsluitbare garage. Het toevoegen van de keukenbunker en de opslag- en wasruimten aan de zuidzijde geven aan dat de bunker ingericht werd voor een langer durend verblijf dan bij een zuivere luchtbeschermingsbunker het geval zou zijn. Dit geeft aan dat aan de bunker ook - en mogelijk in de eerste plaats - een rol was toebedeeld in de verdediging van de Stützspunktgruppe Scheveningen. In de nadagen van WOII werd als laatste bouwactiviteit de berging ten zuiden van de keukenbunker uitgevoerd. Dit zal eind 1943 of in de eerste helft van 1944 hebben plaatsgevonden, in ieder geval voor Dolle Dinsdag (5 september 1944). Daarna vertrok ook Seyss-Inquart naar het oosten van Nederland.

50. Ongedateerde tekening met de riolen zoals deze rond de bunker waren aangelegd. De riolering was ten dele in de pantserplaat opgenomen. Ook zijn hier goed de aansluitingen van de loopgraven op de toegangen tot de bunker zichtbaar. De ruimte onder het bunkerdak aan de oostzijde heeft hier de functie van garage. Ook is te zien dat de toegang daar smaller is uitgevoerd dan die aan de westzijde. Aan de zuidzijde zijn onder het grote bunkerdak nog niet de invullingen getekend, die thans dit deel van de open ruimte onder het bunkerdak opvullen. Deze zullen dus later tot stand zijn gekomen. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

45

De verdediging van Stützpunkte Scheveningen en Clingendael Zoals hiervoor is vermeld werd het Stützpunkt Clingendael (of zoals de Duitsers schreven Klingental) bemand door de SS-troepen van de Polizei-Waffenschule III. De Duitse verdedigingswerken van Den Haag zijn in twee delen onder te verdelen: Stützpunkt Scheveningen en Stützpunkt Clingendael. De bemanning van het eerste werd door het leger gedaan. Stützpunkt Clingendael viel onder de verantwoording van de SS. Een groot deel van de beoogde bezetting was afkomstig van de Polizei-Waffenschule III. Het Stützpunkt Clingendael sloot aan op het Stützpunkt Scheveningen en kon een belangrijke steun zijn bij de verdediging ervan. Omdat het niet logisch was dat beide Stützpunkte onder twee verschillende bevelvoerders zouden staan wist Himmler bij Hitler te bewerkstelligen dat Rauter in geval van een aanval het bevel over beide zou krijgen.28 Het besluit was begin december 1942 genomen dat bij een aanval op de residentie Gruppenführer der SS, H. A. Rauter, het bevel over de verdediging zou voeren (Der Gruppenführer erhielt alle Vollmachten für die Verteidigung der Stadt Den Haag).29 Uit dit gegeven in combinatie met de eerdere planwijziging, waarbij een tweede commandopost voor een militair bevelhebber in de bunker werd ondergebracht, blijkt dat de schuilplaats vermoedelijk ook als centraal punt van de verdediging zou functioneren.

Het directe bewijs dat de tweede commandopost voor Rauter bestemd was, ontbreekt. 30 Aangezien Den Haag nooit direct is aangevallen, bleven de verdedigingswerken ongebruikt. Of de bunker wel als schuilplaats tijdens luchtaanvallen werd gebruikt, is niet bekend. Gezien de tekst die zichtbaar is op afb. 83 is dit wel aannemelijk.

28

Ich habe dem Führer vorgeschlagen, dass wir nicht nur den Stützpunkt Klingental,sondern auch den Stützpunkt Scheveningen ubernehmen, ihn ausbauen und verteidigen. Der Fuhrer ist entsprechend dem Wunsch des Reichskommissars der Ansicht, dass der Reichskommissar im Haag bleiben soll. Offizielle befehlsmassige Vereinigung der Stützpunkte Scheveningen und Klingental erfolgt noch durch Befehl von Seiten der Wehrmacht. Als Befehlshaber des Gesamt-Stützpunktes habe ich Sie benannt. Der Führer hat sofort zugestimmt und sein Einverstandnis gegeben. Setzen Sie nun alle Kraft daran, beide Stützpunkte auszubauen. Ich beauftrage Sie, davon den Reichskommissar sowie den Wehrmachtbefehlshaber zu verstandigen. Diesen in der Form, dass ich entgegenkommenderweise die Verteidigung dieser beiden Stützpunkte von Seiten der SS und Polizei angeboten und nach Annahme dieses Angebotes zugesagt und ubernommen habe. [H. Himmler]. In ’t Veld, 1976, p. 960. 29

In ’t Veld, 1976, p. 871.

30

Rauter was niet de eerste keus van Seyss-Inquart gezien zijn bericht aan Himmler, waarbij hij zich tevens zorgen maakte over het wegtrekken van ervaren troepen: Reichsfuhrer! Besten Dank fur Ihr Schreiben vom 13. Feber. Ich habe inzwischen von Gruppenfuhrer Rauter die Mitteilung bekommen uber den Plan, die Stützpunkte Scheveningen und Clingendaal zusammenzuschliessen. Grundsatzlich begrusse ich ein solches Vorhaben, aber es setzt voraus, dass wir - also SS und Polizei - die zusatzlichen Krafte fur die Verteidigung zur Verfugung stellen konnen. In Scheveningen fehlt mindestens ein vollstandiges mit allen Waffen ausgerustetes Bataillon und dazu noch einige schwere Panzerabwehrkanonen. Solange wir diese zusatzlichen Krafte nicht zur Verfugung stellen konnen, wurde ich es fur bedenklich halten, die Verantwortung auch fur Scheveningen zu ubernehmen. Was nun die Fuhrung der Verteidigung betrifft, so glaube ich, Ihre Worte doch dahin verstehen zu konnen, dass der Stützpunkt fur den Fall, dass er zusammengefasst wird, als ein SS- und PolizeiStützpunkt in den Bereich des Hoheren SSund Polizeifuhrers fallt, glaube aber, dass die unmittelbare militarische Fuhrung doch in die Hande eines Mannes gelegt werden muss, der uber eine weitgehende u.zw. unmittelbar aus diesem Krieg gewonnene Erfahrung verfugt.

Ich glaube z.B., dass Oberst Tzschoppe in dieser Beziehung sicherlich der geeignete Mann ware. Es ist ja auch zu berucksichtigen, dass der Hohere SS- und Polizeifuhrer Aufgaben hat, die uber das ganze Land gehen und die ihn nicht derartig an einer Stelle festhalten konnen. Ich selbst bin jedenfalls augenblicklich darauf aus, mit allen mir zur Verfugung stehenden Kraften unter Uberwindung der betrachtlichen Kompetenz- fast burokratischen Schwierigkeiten den Stützpunkt Scheveningen mit ausbauen zu helfen. In ‘t Veld, 1976, p. 970.

46

Uitvoering en gebruik gedurende de eerste fase Gedurende het jaar 1943 wordt gewerkt aan de verdere afwerking en inrichting van de bunker. Zo worden voor object WW (de afkorting die werd gebruikt voor de bunker) op 29 oktober 1943 75 stuks van drie etage hoge bedden van 65 x 190 cm besteld bij Lemafa, Ledikanten en Matrassen fabriek, Waldorpstraat 246, voor ƒ 75,35 per stuk. De bijbehorende 65 x 190 cm matrassen met binnenvering met kussens worden op 30 september 1943 bij de firma Bleyenberg Matrassenfabriek besteld voor een bedrag van ƒ 3,60 per stuk, volgens een voorbeeld waarnaar op 27 april was gevraagd.31 De relatief geringe afmeting (slechts 65 cm breed) zal verband houden met de beperkte ruimte binnen de bunker (de breedte van het vertrek was 2,25 m, zodat tussen twee bedden slechts 0,95 m vrije ruimte resteerde). Tevens geeft dit aan dat binnen de bunker voor in ieder geval 225 manschappen slaapplaatsen waren voorzien. De stapelbedden aan weerszijden van de legeringvertrekken zijn ook zichtbaar op de ontwerptekeningen uit het voorgaande jaar, zie afb. 55 Uitgaande van een dubbele belegging zouden de bedden voldoende zijn voor het onderbrengen van 450 man in geval van nood.

450 manschappen is ook het aantal dat door Seyss-Inquart wordt aangegeven als de kernbezetting van het Stützpunkt Clingendael.32 Daarnaast zullen er ook officieren en onderofficieren in de bunker ondergebracht zijn geweest.

51. Detail van de ontwerpdoorsnede (afb. 31), met de opstelling van de bedden en de tegen de muur geklapte tafel. Uit de tekening is af te leiden dat de bedden opklapbaar waren. Gezien de krappe ruimte (2,25 m breed) was dat geen luxe. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

31

NIOD, toegang 039, inv.nr. 2263. 32 In ‘t Veld, 1976, p. 912.

47

Het bombardement tijdens de Tweede Wereldoorlog Op foto’s van vlak na WOII is zichtbaar dat het grote bunkerdak beschadigd is door een bominslag. Uit deze luchtfoto’s is af te leiden dat het bombardement gebeurd moet zijn tussen 30 november 1944 en 26 februari 1945. Vermoedelijk was het doel van het bombardement om het landhuis op het naastgelegen landgoed Oosterbeek te raken, dat zich ten oosten van de bunker bevindt.

52. Detail van een luchtfoto genomen op 30 november 1944. Op de foto is het bunkerdak (blauwe pijl) nog intact. Rechts is het landhuis annex filmstudio Oosterbeek zichtbaar (bij de gele pijl), dat toen nog niet was gebombardeerd. De bunker met zijn grote dak en de twee observatieposten valt direct op als een bijzonder gebouw. Het pand is zelfs beter herkenbaar dan de nabij gelegen kazerne, waar men geen poging tot camouflage heeft gedaan. Wel is de ware functie van de bunker door het grote dak onherkenbaar. De rode pijl geeft de plaats van de SS-kazerne aan.(Herkomst: Wageningen UR)

48

53. Luchtfoto genomen op 26 februari 1945. De pijl rechtsonder geeft het noorden aan. Aan de onderzijde is de SS-Polizeikaserne zichtbaar. De bunker was mede bedoeld als schuilplaats voor de gebruikers van deze kazerne. De bunker is omgeven door een rondgaande loopgraaf als onderdeel van de verdediging. Dit geeft aan dat de bunker niet uitsluitend als bescherming tegen luchtaanvallen was bedoeld. Vanuit de loopgraaf zijn de toegangen tot het bunkercomplex ontsloten. Linksboven (noordwest) is een loopgraaf zichtbaar, die voert naar een diagonale overgang bij de sloot. Dit is de verbinding naar het landhuis Clingendael. Halverwege de loopgraaf naar de brug zijn twee Tobruks geplaatst ter verdediging. Tevens zal op dit deel de loopgraaf overdekt uitgevoerd zijn en maakt hij tweemaal een knik. Diagonaal tegenover deze loopgraaf zijn aan de andere zijde van de bunker eveneens twee Tobruks geplaatst, die ook door middel van een korte verbindingsloopgraaf met de rondgaande loopgraaf zijn verbonden. Deze opzet is op de luchtfoto minder goed te herkennen. Wat wel te herkennen is, is de toegang naar de vrije ruimte onder het grote bunkerdak op de zuidwesthoek. Hiervoor heeft men zelfs een klein deel van de loopgraaf overdekt. In de huidige situatie herinnert de nisvormige uitsparing aan de westzijde van de westelijke ingang hieraan.

De plaats van de antenne aan de oostkant van de bunker is wel goed herkenbaar aan de rechthoekige, gemetselde bak in het opgehoogde terrein. De zuidoosthoek van het bunkerdak is beschadigd (zie detail van de foto rechts), vermoedelijk als gevolg van een voltreffer. Omdat het bunkerdak op de luchtfoto van 30 november nog intact was, moet de bom tussen 30 november 1944 en 26 februari 1945 het dak hebben geraakt. Dit is dezelfde periode waarin het landhuis Oosterbeek, waar een werkplaats voor V1’s en V2’s was ondergebracht, is gebombardeerd. Mogelijk heeft een van de bommen, die bestemd waren voor Oosterbeek, het dak van de bunker geraakt. De omvang van de schade is zichtbaar op afb. 73 en 74 (Herkomst: www.haagsebeeldbank.nl)

54. Luchtfoto door de RAF gemaakt op 30 april 1945. De pijl rechtsonder geeft het noorden aan. Op deze foto is ook te zien dat de zuidoosthoek van het bunkerdak is beschadigd. Zie hiervoor ook de vorige afbeelding. (Herkomst: Wageningen UR)

49

55. Tekening van de eerste verdieping in 1948, dus op het moment dat de bunker opnieuw in gebruik zou worden genomen. Kort na 1948 wordt de bunker verbouwd, waarbij een groot aantal van de kleine legeringruimten zou worden samengevoegd tot grotere vertrekken. Bij een deel van de vertrekken staat de desbetreffende functie vermeld. Hierbij is het niet duidelijk of de benaming betrekking heeft op het oorspronkelijke gebruik of dat op dat moment de verbouwing al volop in gang was gezet. Zo is in de machinekamer (blauwe cirkel) nog de oorspronkelijke luchtbehandelingsinstallatie aanwezig. Ook het verblijf van Seyss-Inquart (gele cirkel) is nog onaangetast. Waarschijnlijk is gebruik gemaakt van een oorspronkelijke tekening, aangezien op de tekening de ingangsverdedigingen ontbreken, terwijl die al tijdens de uitvoering zijn toegevoegd, Vermoedelijk heeft men een van de oorspronkelijke ontwerptekeningen overgetrokken. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

Camouflage De bunker van Seyss-Inquart wordt beschouwd als een goed voorbeeld van camouflage. Dit ondanks het gegeven dat het grote dak van de bunker op luchtfoto’s direct opvalt. De bouwers hebben geen enkele poging gedaan om het bouwwerk aan het zicht te onttrekken. Het grote doorlopende dak dat over de bunker is geplaatst, onttrekt de bunker wel aan het zicht van de geallieerde vliegtuigen. Het gebouw wordt in de literatuur dan ook doorgaans omschreven als een bunker gecamoufleerd als boerderij of kerk. Het is maar de vraag of het beeld van boerderij of kerk hetgeen is dat de Duitsers beoogden. Zo is er weinig landbouwgrond in de directe omgeving om de bouw van een boerderij te rechtvaardigen en de vorm van het grote dak is te groot en atypisch voor een Zuid-Hollandse boerderij. Ook voor een kerk is het een ongebruikelijk vorm.

50

Daarnaast is het zo dat ten tijde van de bouw er vanaf 1 juli 1942 sprake was van een bouwstop voor civiele werken. Al het beschikbare bouwmateriaal werd vrijwel uitsluitend gebruikt voor de bouw van militaire objecten. Een gegeven waarvan kan worden uitgegaan dat de Duitsers wisten dat dit aan geallieerde zijde ook bekend zal zijn geweest. Daarmee kunnen we de opties van misleiding door de bouw van kerk of boerderij ter zijde schuiven. De bouwers van de bunker zullen zich hebben gerealiseerd dat de vijand het gebouw hoe dan ook als een militair object zouden interpreteren. Wanneer de luchtfoto’s worden bekeken is te zien dat de toegangen tot de bunker vanuit de loopgraaf zijn overdekt en daardoor voor waarneming vanuit de lucht niet zichtbaar. Wat wel goed is te herkennen zijn de beide toegangen tot de ruimten naast de bunker, maar nog onder het dak van de bunker. De inritten ernaar toe zijn op de luchtfoto’s goed herkenbaar. Ze worden door de inrijhekken zelfs benadrukt (zie afb. 43). Het lijkt erop dat men het gebouw als garage heeft gecamoufleerd. Hierdoor blijft het ware karakter als versterkte commandopost en kazerne voor de aanvaller verborgen. Ook de open constructie van de gevels van het gebouw kan verband houden met de camouflage. Oorspronkelijk was het concept om alle wanden van het gebouw zonder baksteenvulling uit te voeren.

Daardoor wordt het beeld van een open constructie gecreëerd. Alleen bij de zuidgevel is als gevolg van een planwijziging de gevel gesloten uitgevoerd. Op de gewapend betonnen wanden van dat deel is bepleistering aangebracht, waarop een baksteen imitatie was geschilderd. Daarmee werd de betonnen wand aan het zicht onttrokken. Het gevolg van de misleiding zou zijn dat bij een bombardement of beschieting men andere middelen zou inzetten, dan wanneer men zou weten dat het een zwaar beschermd hoofdkwartier betrof. Het is voor de hand liggend dat er gekozen zou worden voor kleiner kaliber geschut dan wel voor lichtere bommen. Deze zouden in eerste instantie hooguit het grote dak verwoesten, maar het ware karakter van het gebouw zou verborgen blijven. Opmerkelijk is wel dat de beide observatiekoepels en de schoorsteen op het dak van een camouflageschema met vier verschillende kleuren is voorzien (de toegepaste kleuren zijn zwart, (rood)bruine, geel(achtige) en groen(achtige) tinten). De wijze waarop de verf is aangebracht en de toegepaste kleuren doen vermoeden dat men de kleuren in ieder geval voor een deel ter plekke heeft samengesteld. Tevens duiden de vage overgangen tussen de verschillende kleuren erop dat de verschillende lagen zijn aangebracht nog voordat de oudere lagen droog waren.

Voor meer details met betrekking tot de camouflageschildering wordt hier verwezen naar het verslag van de RCE.33 De daken waren voorzien van gemêleerde romaanse dakpannen. Dit overeenkomstig het beeld bij de Waldlager bij vliegvelden. Het is dan niet te goed te verklaren waarom de observatieposten, die vanaf de grond goed te zien zijn, van een complexe camouflagebeschildering zijn voorzien. Er zijn ook camouflageschildering toegepast bij de ingangen van de overdekte loopgraaf naar de bunker zelf. Hier volgen ze een schuine lijn van ongeveer 45 graden. De verder terug 33

Polman, M. Os, B. Bunker Wassenaar 8-08-2019 report . In de rapportage is ook onderzoek gedaan naar de geschilderde teksten in de bunker en naar de muurschildering in de dubbele keukenbunker.

51

gelegen delen zijn niet van een camouflageschildering voorzien, omdat deze delen niet vanuit de lucht waarneembaar zijn. Zie voor meer details naar de rapportage met betrekking tot het kleuronderzoek.

56. De camouflageschildering ter plaatse van de huidige nooduitgang, ruimte 034B.

52

57. Overzicht van de verschillende kleuren die op de observatieposten en bij de uitgang naar de loopgraaf zijn aangetroffen. De codes links van de kleuren zijn NCS codes, Rechts de kleurgroepen. (Herkomst: verslag XRF- en Kleuronderzoek camouflageschildering schoorstenen en andere verflagen, BUNKER SEYSSINQUART WASSENAAR _ Rijksdienst Cultureel Erfgoed _ 2019/21)

De ophoging van het terrein zal door de geringere schaduwwerking de goothoogte van het gebouw geringer doen lijken. Hierdoor het gebouw minder hoog lijken. Het voorkomt echter niet dat het gebouw door zijn grote omvang niet vanuit de lucht herkent kan worden. Een tweede reden dat het terrein rond de bunker opgehoogd is zal zijn reden hebben in het gegeven dat rond het gebouw een doorgaande loopgraaf is aangelegd ten behoeve van de nabij verdediging. Indien men het maaiveld niet zou hebben verhoogd, zou de loopgraaf als gevolg van de relatief hoge grondwaterstand vrijwel constant onder water hebben gestaan, hetgeen een goede verdediging vanuit de loopgraaf ernstig belemmerd. Ervaringen uit de Eerste Wereldoorlog (loopgraafvoeten of trenchfoot) hadden aangetoond dat het belangrijk was om de voeten in loopgraven droog te houden. Dit kan de verklaring zijn dat het terrein rond het gebouw is opgehoogd. En uiteindelijk moest men ook de grond uit de funderingsput ergens laten. Door het grote dakoppervlak wordt de herkenbaarheid vanuit de lucht sterk vergroot. Op luchtfoto’s uit de WOII-oorlogsperiode is het grote bunkerdak met de daaromheen aangelegde 53

loopgraaf zeer goed te herkennen, dit in tegenstelling tot de andere bunkers (afb. 53), die niet of slechts met moeite zijn te herkennen. Ook vanaf de grond gezien is het gebouw naast de kazerne een zeer opvallende verschijning (afb.11-14). Het lijkt erop dat de architectuur en vormgeving van het grote en gesloten bouwvolume de toeschouwers moest imponeren. Dit zeker in combinatie met de door Gonser ontworpen kazerne.

58. Foto van vlak na WOII, zicht op de noordwestzijde van de bunker. Op het dak is het grootste gedeelte van de dakpannen van het romaanse type nog aanwezig. Het gemêleerde karakter is goed herkenbaar. Ook is de camouflageschildering op de observatiepost en schoorsteen goed herkenbaar.(Herkomst: Beeldbank Haags Gemeentearchief. identif.nr. 0.80955).

54

59. De zuidzijde van de bunker in 1945. Bij de schoorsteen en de beide observatieposten is de camouflageschildering goed zichtbaar. Onder het dakoverstek is een aanzienlijk aantal opgestapelde dakpannen zichtbaar. Men is dus bezige met het verwijderen van de dakpannen. Op de voorgrond is de bunkeringang zichtbaar, die hier is geblokkeerd door een hoeveelheid zand. Rechts ervan is met enige moeite nog de loopgraaf te herkennen. Geheel op de voorgrond is het metselwerk van de brug te zien, met de beide, inmiddels gesloopte hekpijlers. Ook de sloot waarvoor de brug is gebouwd is als gevolg van de aanleg van de loopgraaf gedempt. (Herkomst: Beeldbank Haags Gemeentearchief. Identif.nr. 6.15720).

60. De zuidoostzijde van de bunker, met zichtbaar de gevolgen van de bominslag op de hoek van het gebouw. Opvallend is dat de spanten van de dakconstructie en de achterliggende wand (deels) van een camouflageschildering is voorzien. Hier is momenteel niets van zichtbaar. Mogelijk heeft men dit na het bombardement gedaan om de wand en betonconstructie minder massief te doen lijken. De gemêleerde dakpannen zijn hier goed herkenbaar. Op de dakrand is het bovenste deel van een schoorsteen zichtbaar. Rechts ervan is de plek te zien waar deze vermoedelijk stond. Foto 1945. (Herkomst: Beeldbank Haags Gemeentearchief. identif.nr. 831392).

55

61. Het gebouw gezien vanuit het westen. De camouflageschildering op de beide observatieposten is hier goed te zien. De onregelmatigheid in het grasveld op de voorgrond is waarschijnlijk de loopgraaf. Foto 1945. (Herkomst: Beeldbank Haags Gemeentearchief. identif.nr. 0.80956).

62. Detail van het observatieplatform met duidelijk herkenbaar het camouflageschema. Hier zijn vier verschillende kleuren op toegepast (herinnering aan mondelinge mededeling mevrouw M. Polman, RCE. Foto 1947 (Herkomst: Beeldbank NIMH, objectnummer 2155_011525).

63. Detail van een foto uit 1945 met daarop een kleurimpressie van hoe de camouflageschildering er in de oorlog uit heeft gezien. Voor een omschrijving van de toegepaste kleuren wordt hier verwezen naar het rapport Bunker Wassenaar 8-08-2019 (Herkomst detail van de foto van afb. 60, bewerking mevrouw M.G. Polman).

56

64. De bunker in 1945 gezien vanuit het zuiden. Rechts is de inrit naar de ingang van de bunker zichtbaar. Links, in het grasveld, is de loopgraaf te herkennen. (Herkomst: Beeldbank Haags Gemeentearchief. identif.nr. 6.15721).

65. Zicht op de westzijde van de bunker. Aangezien het dak hier al geheel is ontdaan van dakpannen zal deze foto gemaakt zijn na de vorige foto’s. Op de voorgrond is één van de funderingsblokken zichtbaar vanwaar een zendmast was afgespannen. Foto 1945. (Herkomst: Beeldbank Haags Gemeentearchief. identif.nr. 6.15722).

57

66. Zicht vanuit de westelijke ruimte rond de bunker in de richting van de kazerne. Geheel rechts is nog een deel van de toegangsbrug met hekpijlers te zien. Foto 1947 (Herkomst: Beeldbank NIMH, projectnummer 2001_747-02).

67. Het gebouw gezien vanuit het westen. Het open karakter van de gevels verhult de massieve constructie van de bunker zelf. Foto 1947 (Herkomst: Beeldbank NIMH, objectnummer 2001_7-47-01).

58

68. Luchtfoto uit 1944 met daarop duidelijk herkenbaar de beide opritten naar de ruimten naast de bunker. De loopgraaf wordt, met uitzondering van de zuidzijde door beplanting aan het zicht onttrokken. Parallel langs de sloot aan de westzijde is een (voet)pad zichtbaar. Het noorden bevindt zich aan de linkerzijde. (Herkomst: beeldbank Haags gemeentearchief identif,.nr. 5.20332)

69. Luchtfoto van 26 februari 1945. Bij de gele pijlen zijn duidelijk de beide opritten naar het gebouw zichtbaar. De rode pijlen geven de later toegevoegde toegangen naar de ruimten onder het dak, de voorbunker, aan. (Herkomst: www.watwaswaar.nl)

59

Conclusie camouflage Door het grote bunkerdak wordt de bunker zelf geheel aan het zicht onttrokken. De sporen in de gevels en op het terrein suggereren dat de bouwers hebben getracht om het gebouw op een garage (behorend bij de nabijgelegen SS-kazerne) te doen lijken. Camouflage gaat erom dat de aanvaller wordt misleidt. Het gebouw hoeft niet aan de waarneming te worden onttrokken. Het ware karakter van het object moet verborgen worden gehouden. De bouwers zullen zich hebben gerealiseerd dat het niet mogelijk was om het gebouw als een civiel gebouw te camoufleren. Het beeld van een garage zou in ieder geval voorkomen dat een aanval op het gebouw met de juiste strijdmiddelen zou worden ingezet.

60

Bunker als uiting van polycratische machtsstructuur in het Derde Rijk Na de capitulatie van Nederland werd Seyss-Inquart tot Reichskommissar für die besetzten niederländische Gebiete benoemd. Hiermee was hij het hoofd van de nieuwe civiele regering. Om deze positie te legitimeren en omdat het ambtenarenapparaat al in Den Haag was gevestigd, was de keuze van Den Haag als standplaats voor de hand liggend. Het nadeel van Den Haag was dat het aan de kust ligt. Na het steeds verder uitstellen en tenslotte afstellen van een invasie in Groot-Brittannië was de locatie aan de kust kwetsbaar geworden. De uitvoering van de bouw lag in handen van de Abteilung Siedlung und Bauten. Deze door de schoonzoon van Seyss-Inquart, Dipl. Ing. Münster, geleide organisatie ressorteerde direct onder het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft en daarmee onder Seyss-Inquart. Münster heeft persoonlijk ook de leiding gehad over de bouw van de bunker en had vermoedelijk ook het ontwerp voor de bunker geleverd. Dit in tegenstelling tot de Organisation Todt, die onder leiding van Reichsminister Speer stond en verantwoordelijk waas voor de bouw van onder meer de Atlantikwall. De organisatie Siedlung und Bauten was oorspronkelijk bedoeld voor de woningbouw in Nederland, maar als gevolg van de ontwikkelingen ging men er toe over om vestingwerken te bouwen.

Hiermee had Seyss-Inquart zijn eigen organisatie voor de bouw van verdedigingswerken. Dit in een organisatie waarbij status en onderlinge rivaliteit een belangrijk onderdeel van de machtspolitiek tussen de vooraanstaande personen van Nazi-Duitsland. Tevens had Seyss-Inquart bij Hitler bedongen dat hij voldoende materieel kreeg om zich veilig te voelen. Hierbij kwam hij in de bevoegdheden die bij Reichsminister Speer behoorden. Het overlappen van bevoegdheden is een karakteristiek onderdeel van de wijze waarop Hitler leiding gaf aan zijn organisatie. Door overlappende bevoegdheden werden de leiders onderling tegen elkaar uitgespeeld, hetgeen onderdeel van zijn politiek was. Een tactiek waarmee werd voorkomen dat bepaalde personen te veel macht en invloed zouden krijgen (verdeel en heers). Met dit kader zal ook de brief gezien moeten worden die Speer op 31 augustus 1942 aan SeyssInquart stuurde. In deze brief beklaagt hij zich erover dat er te veel kostbaar bouwmateriaal aan de bunker wordt besteed, materiaal dat ten koste zou gaan van de verdediging van het Rijk. Weliswaar zijn de verblijfsruimten en die voor Seyss-Inquart en de commandant met woonkamer, slaapkamer en badkamer ruim aangelegd, maar men kan een legeringruimte met stapelbedden van 65 cm breed moeilijk te groot noemen. Slechts een klein deel van de bunker was voor ‘privégebruik'.

Het overgrote deel van het gebouw was voor het onderbrengen van soldaten. Dit had geen effect ten aanzien van de omvang van het project. Het zelfstandig opereren en de goede verhouding met de SS van Seyss-Inquart komt ook tot uiting in het gegeven dat hij het voor mekaar krijgt dat de bevelvoering over de verdediging van het gebied rond Den Haag in geval van een aanval in december 1942 aan Rauter wordt opgedragen. Het idee om het commando bij de SS te plaatsen zal eerder tot stand zijn gekomen, in de zomer van 1942 wordt al een extra verblijf gelijkwaardig aan dat voor Seyss-Inquart in de bouwplannen van de bunker opgenomen. Het zal Speer ongetwijfeld hebben gestoord dat Seyss-Inquart, die waarschijnlijk een goede verstandhouding had met Himmler, over een eigen ‘bouwbedrijf' beschikte, dat onafhankelijk 61

van de organisatie Todt (Speer dus) vestingwerken bouwde. Dat de verstandhouding met Himmler en Rauter goed moet zijn geweest is behalve uit het bezoek van Himmler aan Clingendael ook af te leiden uit het gegeven dat de commandobunker van Rauter in Amersfoort ook onder leiding van Siedlung und Bauten tot stand is gekomen.

70. De plattegrond van de bunker, zoals die in de zomer van 1942 in uitvoering was. Dit zal het ontwerp zijn dat Speer onder ogen kreeg en waar hij op reageerde.

Gebruik na Dolle Dinsdag Na Dolle Dinsdag (5 september 1944) vertrekt Seyss-Inquart met zijn staf naar Apeldoorn. Dit betekent dat vanaf dat moment de bunker alleen nog de functie had van commandocentrum voor de beide Stutzpünkte. In hoeverre het gebouw voor andere doeleinden zou worden gebruikt is niet bekend. In een van de door het verzet opgestelde spionagerapporten wordt melding gemaakt van de bunker.34 In dit bericht van 30 maart 1945 wordt onder andere gesteld dat de bunker in gebruik was genomen voor de bezettingen van V2-raketten, alsmede voor de opstelling van tractoren en andere materiaal noodzakelijk voor het afschieten van de raketten. Bij de het rapport gevoegde schets is echter een bunker zichtbaar die sterk afwijkend is de bunker van SeyssInquart. De beschrijving van de locatie (Aan de Wassenaarscheweg tusschen de Laan van Clingendael en la[n]dgoed Oosterbeek (Filmstad) in geeft echter wel de juiste locatie weer.35 De schets zou wel van toepassing kunnen zijn op de bunker die zich bevindt op het voormalige landgoed Oosterbeek. Vermoedelijk hebben de waarnemingen betrekking op de bunker van Seyss-Inquart en heeft men er per abuis een verkeerde schets bijgevoegd.

In de bijgevoegde omschrijving is er sprake van dat men bij het eerste aanzicht denkt te doen te hebben met een noodkerk of ziekenhuis te vensters zijn allen op het beton geschilderd, evenals de blinde deur, zoals teekening aangeeft. De vraag is nu of deze omschrijving betrekking heeft op de bunker

34 NIMH, toegang 575 Bureau Inlichtingen/ Duitse verdedigingswerken, inv.nr. 58. 35 NIMH, toegang 575 Bureau Inlichtingen/ Duitse verdedigingswerken, inv.nr. 58.

62

van Seyss-Inquart of op de bunker van de bijgevoegde schets.36 Behalve het bovenstaande bericht zijn er geen aanwijzingen over het gebruik van de bunker in de laatste fase van de oorlog.

71. Door het verzet vervaardigde tekening van de bunker, die ten onrechte wordt beschreven als de bunker van Seyss-Inquart. Uit de tekening is af te leiden dat het gebouw slechts één verdieping hoog is uitgevoerd. Ook lijkt de opzet van de gevel en het schijnvenster geen verwantschap heeft met de bunker van Seyss-Inquart. Mogelijk heeft de opsteller zich vergist en een andere bunker met de bunker van Seyss Inquart verward. (Herkomst: NIMH, toegang 575 Bureau Inlichtingen/ Duitse verdedigingswerken, inv.nr. 58.)

In de laatste dagen van de oorlog zou de bunker toch nog als hoofdkwartier gaan dienen. De vrije cronyck van 20 april 1945 meldt dat Schöngarth (Leipzig, 22 april 1903–Hamelen, 16 mei 1946), die de gewonde Rauter had opgevolgd, zich met 2 à 300 man hun intrek had genomen in de vesting Clingendael.37 Ook Seyss-Inquart had zich in de vesting teruggetrokken. De Duitsers hadden hun aanhang meegenomen in de bunker. Dit zou kunnen verklaren waarom er ook damestoiletten in de bunker zijn.

36

NIMH, toegang 575 Bureau Inlichtingen/ Duitse verdedigingswerken, inv.nr. 58. Indien de beschrijving betrekking heeft op een andere bunker is de interpretatie dat de bunker van Seyss Inquart door het verzet werd beschouwd als een gecamoufleerde noodkerk of ziekenhuis onjuist. 37 www.delpher.nl. De melding wordt ook gemaakt in op wacht: speciaal nieuwsbulletin voor den haag en omstreken van 28-04-1945.

63

De bunker na de Tweede Wereldoorlog Nadat de Duitsers waren vertrokken, kwam de bunker leeg te staan. In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog (WOII) hadden de Nederlandse overheid en Defensie weinig tot geen belangstelling voor het gebouw. Ze hadden andere prioriteiten, waaronder de Wederopbouw. Na WOII is een deel van de bunker enkele jaren door padvinders gebruikt. Na WOII begonnen al vrij snel de politieke en ideologische perikelen tussen de VS en de Sovjet-Unie, wat al snel uitmondde in de Koude Oorlog (KO). In 1945 nam de Koninklijke Landmacht de Polizei-Waffenschule in gebruik als hoofdkwartier, en doopte deze in 1948 om tot Prinses Julianakazerne. In de eerste jaren na de oorlog was er geen aandacht voor de bunker. Op 8 maart 1948 wordt het verzoek gedaan door een bouwbedrijf voor de koop van de betonnen dakplaten van de bunker. Er was al het verzoek van de padvinderij om voor tien jaar gebruik te kunnen maken van een deel van de bunker. Op dat moment was er nog niets besloten met betrekking tot de toekomst. Door de verzoeken werd duidelijk dat de onderhoudstoestand slecht was. Beide verzoeken werden afgewezen, maar men realiseerde zich wel dat in ieder geval een deel van het achterstallige onderhoud weggewerkt moest worden.

Op 8 juni 1948 besloot het Ministerie van Oorlog dat de bunker voor het ministerie behouden moest blijven, al wist men niet welke functie de bunker zou krijgen. Tevens wordt gesteld dat de toestand niet al te best is en dat er maatregelen nodig zijn om verder verval tegen te gaan. Een ander probleem was dat de eigendomskwestie nog niet was opgelost. De gemeente Wassenaar was nog steeds eigenaar van de ondergrond. En deze moest worden verworven voordat men de bunker kon gaan gebruiken.38 De situatie veranderde abrupt met de Berlijnse crisis, die op 24 juni 1948 begon. Op dat moment ontstond er de dreiging van een oorlog en was er de behoefte aan een beschermd onderkomen voor de Generale Staf. Al op 28 juni schreef de chef generale staf dat in voorkomend geval de bunker te gebruiken voor het onderbrengen van de belangrijkste onderdelen van het Hoofdkwartier van de Generale Staf. Dat het van zeer spoedeisende aard was blijkt uit het feit dat al op 12 juli de Eerst Aangewezen Ingenieur (EAI) der Genie de opdracht krijgt om de plannen uit te voeren. Door de luchtbrug naar Berlijn was de dreiging van een oorlog al enigszins afgenomen, maar het was wel duidelijk dat er iets moest gebeuren. Voor het wegwerken van het achterstallig onderhoud, zoals herstel van het dak, opnieuw aanbrengen van loodslabben, etc werd een bedrag gereserveerd van ƒ 36.000,-.

Op 16 augustus 1948 geeft de staatssecretaris van Oorlog toestemming dat de bunker door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten van de Koninklijke Landmacht (BLS) in gebruik wordt genomen. De eigendomskwestie met de gemeente Wassenaar was ondertussen nog steeds niet opgelost. Dit werd aan het eind van 1948 geregeld. De koopsom werd vastgesteld op ƒ 48.050,en de vergoeding voor het gebruik vanaf de datum van aanvaarding op ƒ 2.250,-, het bedrag werd volgens het proces verbaal van 31 december 1948 afgerond op ƒ 50.000,-.39 In 1948 werd de bunker ingericht en aangepast voor gebruik door de Landmacht als beveiligd commandocentrum en verbindingscentrum (communicatiecentrum). De bunker was tenslotte in die tijd bijzonder groot en stevig. Het was dus een logische keuze om de relatie tussen de 38 NIMH, Kazernes, legerplaatsen, gebouwen, 406, inv.nr. 330. 39 NIMH, Kazernes, legerplaatsen, gebouwen, 406, inv.nr. 330.

64

bunker en de naastgelegen Prinses Julianakazerne ook na de WOII voort te zetten. Begin jaren ’50 was de bunker geïntegreerd in het functioneren van de Prinses Julianakazerne en werd de bunker niet meer Seyss-Inquartbunker genoemd, maar Julianabunker. Toen de Koninklijke Landmacht in 1948 de bunker inrichtte voor gebruik, waren er echter grootschalige aanpassingen en renovaties noodzakelijk. Een deel van de inrichting van de bunker is na de WOII verwijderd ten behoeve van woningbouw in Den Haag en omgeving, waarbij het verhaal is dat omwonenden interieuronderdelen uit de bunker hebben verwijderd om oorlogsschade in hun eigen woningen te herstellen. Hier zijn geen directe bewijzen voor gevonden, maar het is wel aannemelijk dat dit met deze reden gebeurd is. Zo blijkt uit een serie foto’s uit 1947 dat de deuren uit de hoofdbunker zijn verwijderd. Ook is zichtbaar dat de meeste onderdelen van de elektriciteitsvoorziening verwijderd zijn. Verder zijn alle dakpannen van het dak verwijderd, evenals vrijwel alle panlatten. Een andere reden voor herstelwerkzaamheden was de oorlogsschade in de zuidoosthoek van het dak door een bominval aan het einde van de oorlog, zoals hierboven al is beschreven.

Bovendien bestond de plattegrond van de bunker vooral uit twee appartementen en kleine legeringruimtes, terwijl de Landmacht een ander doel had met de bunker: actief commandocentrum tijdens oorlogstijd en crisissituaties en voor het verbindingscentrum van de Landmacht. Het is bijzonder om te zien hoe sindsdien de bunker steeds weer is aangepast aan nieuwe eisen en nieuw gebruik door de Koninklijke Landmacht. Deze historische gelaagdheid is ook nu nog goed te herkennen in de bunker. De volgende afbeeldingen geven een beeld van de toestand van de bunker na WOII. Dit is een fotoserie uit 1947 en gemaakt in de voorbereiding voor de ingebruikname en de grote aanpassingen aan de bunker in 1948. 72. De noordzijde van de bunker met schade. Links is de opbouw van de onderzijde van het dak zichtbaar. Dit deel van het dak, dat het dakoverstek vormt, is in hout uitgevoerd. Het dakoverstek is nadien enkele malen hersteld, maar dateert in oorsprong nog uit de bouwtijd. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2001_N0000119-03)

65

73. Het oostelijke bunkerdak met op de voorgrond de keukenbunker. Bij het dak van de hoofdbunker ontbreekt een groot gedeelte van de bimsplaten. Dit is het gevolg van de bominslag aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Op deze afbeelding is goed te zien hoe de bunker als een rechthoekig blok onder het schuine schilddak ligt. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2001_N0000119-04)

74. De door de bominslag beschadigde zuidoosthoek. De gevolgen zijn nu nog te herkennen aan het herstel met houten gordingen en houten dakbeschot. Tevens is de schade aan de betonbalk boven de zijruimte zichtbaar. Links de dichtzetting van de zijruimte aan de zuidkant, waarop met moeite de geschilderde baksteenmuur is te zien. Het terrein is hier nog niet geëgaliseerd. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_501985)

75. De bunker vanaf de zuidwestzijde. Op de foto zijn militairen zichtbaar. Er was nog geen hekwerk aanwezig. Ook zijn op deze afbeelding de twee ingangen van de bunker aan de zuidkant zichtbaar. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2001_N0000195-03)

66

76. De huidige ruimte 002 in de richting van het inwendige van de bunker. Alles is nog aanwezig, alleen de middenstijl is in een andere ruimte aangetroffen. De los hangende elektraleiding geeft aan dat een deel van de installaties kort na de Tweede Wereldoorlog is verwijderd. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_003717)

77. Het interieur van de bunkergang met aan weerszijden de deuropeningen. De foto is genomen op de begane grond in de noordelijke gang, gezien naar het westen. In de huidige situatie is dit het verlengde van gang 013 ter plaatse van de ruimten 025 en 029. De deuren ontbreken. Deze zijn waarschijnlijk vlak na de Tweede Wereldoorlog verwijderd. Ook op andere foto’s is zichtbaar dat in ieder geval een deel van de deuren is verwijderd. Links is op de muur de tekst Ruhe bewahren geschilderd. Ook op andere plaatsen zijn teksten zichtbaar, zoals boven de deur rechts Waschr. [ü.?] Abort für Frauen. Naast de deur is een verwrongen luchtrooster zichtbaar, dat ook gedocumenteerd is op de in 1947 gemaakte opmetingstekeningen. Dit rooster dekt een verbindingskanaal tussen de gang en de kelder af. Erboven is een luik of kastdeur zichtbaar. Links boven zijn de buizen zichtbaar van het Duitse luchtverversingssysteem. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_003712)

78. De luchtverversingsinstallaties in ruimte 020 in 1947. Rechts op de achtergrond zijn de reservefilters zichtbaar. Bij het moderniseren van de bunker in de Koude Oorlogsperiode (1958/1959) is deze installatie vervangen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd dezelfde ingang (zuidoosthoek van de machinekamer) voor verse lucht gebruikt. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_003713)

67

79. Ruimte 020 met de Duitse luchtzuiveringsinstallatie, gezien richting de noodoosthoek van deze ruimte. Op deze afbeelding is te zien dat de luchtinlaatbuis (noordoosthoek van de machinekamer) tijdens de Tweede Wereldoorlog op dezelfde locatie zat als tijdens de Koude Oorlog. Foto 1947

80. De ingangsverdediging van de hoofdbunker bij de verbindingsgang naar de dubbele keukenbunker. Net als elders zijn teksten op de wit gesausde muren aangebracht. Deze teksten zullen in een later stadium zijn overgeschilderd, maar bevinden zich waarschijnlijk nog steeds op de wanden. Het kleurenonderzoek uit 2021 heeft geen oude teksten gevonden. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_003719)

81. Gezien de opzet (korte gang en plaatsing van de deuren) is de foto genomen bij een van de appartementen. Bij het kozijn zijn in de rechter dagkant paumelle-scharnieren zichtbaar. De deur zelf is verwijderd. Deze zal zijn gebruikt voor het herstel van gebouwen elders in Den Haag. Ook ontbreekt het schakelmateriaal, dat waarschijnlijk ook hergebruikt is in andere gebouwen in Den Haag. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_003716)

68

82. Het bovenste deel van het westelijke hoofdtrappenhuis in 1947. Hier is tijdens de Koude Oorlog een hekwerk geplaatst. De tekst Waschraum und Abort für Frauen is nu niet meer zichtbaar, maar bevindt zich vermoedelijk onder latere verflagen. Het kleurenonderzoek uit 2021 heeft geen oudere verflagen gevonden. Ook hier ontbreekt de deur naar het damestoilet. Tevens is te zien dat de kleurstelling van de trapleuning afwijkt van de huidige rode kleur. De bovenste trede van de trap is van hout. Bij de lagere treden zijn sporen van verwijderde (houten) treden te zien. Bij het hoofdtrappenhuis aan de oostzijde zijn de houten treden wel bewaard gebleven (zie beschrijving ruimte 031 in deel 2). Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_003710)

83. Tekst naar aanleiding van bombardementen, aangetroffen op een van de wanden van de bunker. De tekst luidt: Jabos brummen, Bomben fallen Alles rennt in diese Hallen. Draussen ist’s so gar nicht schön, hier jedoch ganz angenehm. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_011532)

84. De trap naar de zolderverdieping van de bunker. Overeenkomstig de huidige situatie is de voorzijde van de traptreden met een hoekijzer afgewerkt. Tegen de wanden zijn plaatjes geschroefd, vermoedelijk als bescherming. Links op de foto is de tekst [Z] u den Beobachtungs: ständen te lezen. Op de trap zijn kabels zichtbaar. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_011535)

69

85. Op beide afbeeldingen zicht op de zolderruimte, in oostelijke richting met zicht op ruimte 91 en 402. De zolderruimte is min of meer onveranderd gebleven. De voornaamste wijzigingen zijn de kabels voor elektra en verbindingen die zijn gelegd. De deuren van de ruimtes zijn verdwenen en na de Tweede Wereldoorlog weggehaald ten behoeve van hergebruik elders. Op deze foto’s zijn de dakpannen niet aanwezig, vandaar de lichtinval door de gaten in de bimsbetonplaten. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_011537 en 2155_011536)

86. Het interieur van de keukenbunker in 1947. Toen was de oorspronkelijke keukeninrichting uit de bouwtijd nog aanwezig. Bij de wijzigingen in de Koude Oorlog is deze vervangen. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_003711)

70

87. Het interieur van de keukenbunker in 1947. Dezelfde keuken als op de vorige afbeelding, maar nu met de deksels van de kookpotten geopend. Op deze afbeelding is te zien hoe de werkbanken op de achtergrond sterk overeenkomen met de werkbanken zoals deze momenteel in dezelfde ruimtes staan. Zie hiervoor ruimte 107 in deel 2. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_003718)

71

Het verhaal van Commandopost Clingendael tijdens de Koude Oorlog Het verhaal van de bunker wordt verteld door zijn gebruikers. Wie waren zij en wat deden zij in de bunker? Vervolgens wordt de functie tijdens de Koude Oorlog, wanneer bekend, van elke ruimte gegeven. Tezamen vormen deze onderdelen het verhaal van de bunker tijdens de Koude Oorlog. De bunker heeft door de jaren heen verschillende namen gehad, waaronder SeyssInquartbunker, Clingendaelbunker, Julianabunker, BLS-bunker en Commandopost Clingendael. Deze namen worden hieronder gebruikt waar van toepassing en verwijzen allemaal naar dezelfde bunker. De gebruikers van Commandopost Clingendael tijdens de Koude Oorlog De Julianabunker heeft tijdens de KO verschillende gebruikers gekend. Allen hebben zij hun stempel achtergelaten op de bunker. Oorlogsstaf BLS Een belangrijke functie van de bunker was als oorlogscommandopost voor de Generale Staf van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS) van de Koninklijke Landmacht. Het hoofdkwartier van de Koninklijke Landmacht zat namelijk in de naastgelegen Prinses Julianakazerne, waardoor de bunker een goede keuze was als beschermd onderkomen tijdens oorlogstijd. De BLS heeft vanaf 1948 tot zeker eind jaren ’80 de bunker gebruikt als oorlogscommandopost, wat hieronder nader wordt toegelicht.

De Oorlogsstaf BLS had vooral de eerste verdieping in gebruik en na 1983, toen het verbindingscentrum was verhuisd naar de Frederikkazerne, ook delen van de begane grond. Dit was een functie van de bunker tijdens oorlogstijd of een oorlogssituatie. Dat betekent dat deze ruimtes in vredestijd niet werden gebruikt, maar wel degelijk operationeel waren. Er heeft zich echter in de periode 1945 tot 2013 in Nederland nooit een oorlogssituatie voorgedaan. De Oorlogsstaf BLS heeft de bunker dus alleen gebruikt voor oefeningen. De Oorlogsstaf BLS bestond uit secties, waarvan onder andere: G1: Personeel; G2: Inlichtingen en Veiligheid; G3: Operaties; G4: Logistiek; G5: Plannen; G6: Communicatie en Informatiesystemen (CIS); G7: Opleiding en training (Lessons learned); G8: Financiële Zaken; G9: Civiel-Militaire samenwerking; speciale stafofficieren op de functiegebieden: Vervoer en Verkeer, Geneeskundige Dienst, Juridische Zaken, liaison Defensiestaf; Kab/CS/AZ (Kabinet/Chef Staf/Algemene Zaken); SSOKMAR (Speciale Stafofficier Koninklijke Marechaussee); LAMID (Landmacht Inlichtingendienst); SSOGWT (Speciale Stafofficier van de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen); SOMOB (Speciale stafofficier Mobilisatie); VRV/VK (Vervoer en Verkeer); JZ (Juridische Zaken); LSO KLU (Liaisonofficier van de Koninklijke Luchtmacht); NBC (Nucleair, Biologische en Chemisch); LSO KM (Liaisonofficier van de

Koninklijke Marine); SSOV (Speciale Stafofficier Verbindingen); LSO NTC (Liaisonofficier Nationaal Territoriaal Commando); SSOPV (Speciale Stafofficier Personele Vordering); LSONORTHAG (Liaisonofficier Northern Army Group); SSOMV (Speciale Stafofficier Materiële Vordering); en SSOGDKL Speciale Stafofficier Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht). Elke sectie had een afdelingshoofd en waarschijnlijk ook een eigen ruimte op de eerste verdieping van de BLS-bunker.

72

CIMEX-/WINTEX-oefeningen Tijdens oefeningen werd een oorlogssituatie gesimuleerd. Deze oefeningen werden voor de BLS daarom in de bunker georganiseerd. De oefeningen werden WINTEX (Winter Exercise) en CIMEX (Civiele & Militaire Exercise) genoemd en vonden in de oneven jaren plaats tussen midden jaren ‘60 en eind jaren ’80. De oefeningen duurden twee weken (24/7). Elke sectie had bepaalde taken en drie dienstploegen (shifts), bestaand uit een aantal personen, afhankelijk van de sectie. De dienst duurde acht uur, waarna de overdracht met de volgende dienstploeg plaatsvond en men 16 uur af was (eten, eventueel reizen en slapen). Slapen deed men thuis. Bij de WINTEX-/CIMEX-oefeningen waren er allerlei verstoringen als incident ingebracht waarop dan door alle betrokken partijen beginnend in de bunker moest worden geacteerd. Die incidenten waren voorafgaand nationaal als oefenaspect bedacht, binnen NATO afgestemd en door de oefenleiding tijdens de oefening gelanceerd. Tijdens een oefening werd de Oorlogsstaf BLS grotendeels gesimuleerd en bezet met het parate deel van de Landmachtstaf/staf BLS. Voor een beperkt aantal functies werden reservisten opgeroepen om als praktijktraining te participeren in die gesimuleerde Oorlogsstaf BLS. Tijdens zo’n oefening gingen de vredeswerkzaamheden van de Landmachtstaf/staf BLS, waar nodig, buiten de bunker gewoon door.

Dat betekende dat tijdens zo’n oefening niet al het personeel van de Landmachtstaf/staf BLS hun ‘oorlogsbestemming’ in de Oorlogsstaf BLS uitvoerde. Zo werd de functie van Bevelhebber der Landstrijdkrachten tijdens zo’n oefening bij toerbeurt ingevuld door een van de generaals van de Landmachtstaf. De oefeningen waren hectisch. De werkzaamheden bevatten het doornemen en analyseren van de voortdurende stroom aan sitreps (Situation Reports) van hoger niveau (SHAPE, AFCENT, MODs, Ministerie van Defensie) uit Nederland en directe buurlanden, en van de regeringsnoodzetel (lees: staf civiele verdediging van het Ministerie van Algemene Zaken). Voorts de sitreps van nevencommandanten, de Bevelhebbers van Zee- en Luchtstrijdkrachten en uiteraard de rapportages van ondercommandanten zoals: 1LK, NTC (Nationaal Territoriaal Commando), KMC (Korps Mobiele Colonnes), COA (Commando Opleiding en Aanvulling, in vredestijd het COKL), NLC (Nationaal Territoriaal Commando), LLC. Met deze informatie was het noodzakelijk om de actiepunten eruit te pikken en de noodzakelijke actie te ondernemen. Tijdens deze oefeningen werden er maaltijden verzorgd in de Julianakazerne en vervolgens opgewarmd en opgediend in de keukenbunker. In de kleinere ruimtes van de keukenbunker werden tafels en stoelen opgesteld waar de maaltijd kon worden genuttigd.

Niet iedereen kon de oefeningen in de bunker waarderen. De bunker werd in de jaren ’70 en ’80 gezien als “ouwe muk”. Ze vonden het geen pretje om in de bunker te moeten werken, met name omwille van de gebrekkige ventilatie en het muffe werkklimaat. Operationele staf BLS De operationele werkzaamheden van (de staf van) de BLS betreffen bevelvoering over de uitgezonden eenheden en militairen in de crisisbeheersingsgebieden verspreid over de wereld. Die bevelvoering van de BLS vond aanvankelijk plaats vanachter de bureaus op de Prinses Julianakazerne door medewerkers van de Landmachtstaf die een taak hadden in de ad hoc staf, ‘Staf Ochtenblad’. Die ad hoc staf is opgevolgd door een meer permanente staf, de ‘Crisisbeheersingsstaf’. Omdat er in Nederland nooit een noodsituatie is geweest, hebben Staf Ochtenblad en Crisisbeheersingsstaf nooit de BLS-bunker gebruikt. Later, na de val van 73

Srebrenica (1995), werd een professionele staf, de ‘Operationele staf BLS’, opgericht van circa 120 man die zich fulltime bezighielden met de planning en het coördineren van de operaties van de uitgezonden eenheden en militairen. Die staf werd bij oprichting gehuisvest op de Frederikkazerne in een goed geoutilleerde CIS-omgeving, voorzien van een moderne operatiekamer, vergaderruimten en bureauruimten voor de secties G1 tot en met G9, speciale stafofficieren en aangevuld met een sectie Wapenbeheersing. Deze staf was 24/7 in bedrijf en stond in rechtstreekse verbinding met de uitgezonden eenheden en militairen in de oorlogsgebieden. De BLS-bunker was daar in het geheel niet op berekend en de bunker is daarom ook nooit een optie geweest voor de onderbrenging van de Operationele staf BLS. Een reserve-commandopost tijdens oorlogstijd voor de Oorlogsstaf BLS was ingericht in een bunker op de Prins Willem Alexanderkazerne in Gouda. Bovendien was Rusland in de laatste jaren van de KO geen vijand meer en was de oorlogsdreiging op territoriaal gebied dermate gedaald dat de rol van de BLS-bunker als commandocentrum tijdens oorlogstijd blijkbaar geen hoge prioriteit meer had. De Oorlogsstaf BLS heeft de BLS-bunker dus eigenlijk nooit verlaten.

Er is een operationele staf BLS opgericht die op de Frederikkazerne werd gehuisvest en waardoor de BLS-bunker de functie als ‘commandocentrum tijdens oorlogstijd’ waarschijnlijk al eind jaren ’80 verloor. Verbindingscentrum vbdcen GV Vanaf vermoedelijk 1948 tot met zekerheid december 1983 is de begane grond van de bunker gebruikt door de verbindingsdienst van de Landmacht, genaamd vbdcen GV. ‘Vbdcen’ staat voor verbindingscentrum en ‘GV’ is de code voor Den Haag, ’s Gravenhage. Het was een groot verbindingscentrum met als doel het ontvangen en doorsturen van berichten. Het vbdcen GV was een belangrijk knooppunt in het netwerk van verbindingen. Veel berichten werden daarom via het vbdcen GV naar andere ontvangers doorgestuurd, onder andere door ordonnansen op motoren. Zij werden in de bunker ‘motormuizen’ genoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=ac746c66-b97d-4536-88c6-c2b0cc1b8720