Bijlage 1a Wassenaar_Commandopost_Clingendael_DEEL_1
Tekst van het document
Het verbindingscentrum gebruikte het grootste deel van de begane grond. Het hekwerk in ruimte 005 gaf toegang tot het verbindingscentrum. In de gang 013 bevonden zich eerst kantoren van de hoofden van het verbindingscentrum. Ruimte 021 was het hart van het verbindingscentrum. Hier kwamen de berichten binnen en werden ze doorgestuurd naar de andere ruimtes, ruimte 019, 022, 024, 025, 029 of via de ordonnansen naar de uiteindelijke ontvanger. Per 1 januari 1984 is het verbindingscentrum verhuisd naar de nieuw ingerichte en moderne bunker onder flat 32 op de Frederikkazerne in Den Haag. Deze bunker was veel beter aangepast aan de nieuwe eisen. In deze bunker was bijvoorbeeld in iedere ruimte een kooi van Faraday ingericht. Later in Deel 1 wordt dieper toegelicht hoe en waarom de bunker Commandopost Clingendael in onbruik raakte. Op de beeldbank van het NIMH (objectnummer D4737) staat een video uit 1964 waarin een fragment van het verbindingscentrum in de Julianabunker is opgenomen: bewegend beeld van het verbindingscentrum in bedrijf, van minuut 25 tot 27.
74
Werkzaamheden verbindingsdienst De verbindingsdienst was dagelijks (24/7) in bedrijf in drie dienstploegen. Overdag was de bezetting circa 40 personen, ’s nachts waren dat zeven personen. Op een gewone dag werden er circa 500 tot 600 berichten verstuurd vanuit het berichtencentrum. Binnenkomende berichten hadden verschillende prioriteiten: flash (hoogste prioriteit), spoed (binnen 12 uur) en routine (binnen 24 uur). “Sommige zaken kreeg je als dienstplichtige niet te zien. Bij een flashbericht werd op de bel gedrukt, zodat er snel werd gereageerd”. Er waren ook hoog-geclassificeerde berichten, zoals NATO-secret, NATO-confidential, dienstgeheimen, top-secret, berichten gerelateerd aan atoomwapens, eyes-only, gecodeerde berichten, enzovoort. Allemaal werden ze verstuurd, ontvangen en doorgestuurd in het verbindingscentrum BLS. Bij de verbindingsdienst zaten leidinggevenden, milva’s, dienstplichtigen en andere militairen. Men was erg op elkaar aangewezen. “Het was een soort wereldje op zich in de bunker”. Allen beschrijven de sfeer in het verbindingscentrum als zeer goed. Er werd eten meegenomen van huis en samen gegeten. ’s Nachts waren er ook rustige momenten, waarop bordspelletjes werden gedaan. Op bepaalde tijdstippen kwamen berichten binnen en ging men weer aan het werk.
En zoals op meer gesloten plekken waar mannen en vrouwen intensief samenwerken, waren er ook liefdesperikelen op de werkvloer. Eten nam men zelf mee vanuit huis en werd genuttigd achter het bureau of in de Julianakazerne.
In het verbindingscentrum werd ook contact onderhouden met missies van Nederlandse troepen in het buitenland, op de radioafdeling, onder andere met Suriname, Libanon en Sinaï, via telegrammen en via enkelzijdig band waardoor teleconferenties mogelijk waren. “Elektronica is altijd oorlog. Als de Russen de frequentie stoorden, hoorde je ‘zoef’ door de radio en wist je dat je een andere frequentie moest gebruiken.” Deze radiocontacten werden uitgevoerd door een militair die niet bij de verbindingsdienst was aangesloten, maar wel de faciliteiten eens per week gebruikte. Hij moest ‘met de oren dicht’ door het berichtenkantoor lopen, want deze berichten waren voor hem geheim. Vanuit het vbdcen GV zijn bijvoorbeeld 17.000 telegrammen naar de troepen in Libanon verstuurd. Het was muf in het verbindingscentrum. Wellicht was de ventilatie niet optimaal, maar het was ook een bunker met weinig mogelijkheden voor frisse lucht van buitenaf. Wanneer veel mensen in een kleine ruimte werken zonder effectieve ventilatie, wordt de lucht al snel muffig, juist ook wanneer toen nog veel mensen in de bunker sigaretten rookten tijdens hun werkzaamheden. Het vochtige karakter van een betonnen bunker zal ook hebben bijgedragen aan het muffe klimaat in de bunker. Een grap in het verbindingscentrum was daarom “Zet het raam eens open”. Adj.
verbindingsdienst Theo Kappers had in de jaren ’70 leiding over het verbindingscentrum en hield graag alle deuren van de bunker open, evenals de toegangsdeuren van ruimte 001 en 002, voor wat frisse lucht. De temperatuur in de bunker was ingesteld op een volledige shift gedurende de dag. Wanneer er ’s nachts minder personen werkten, was het al snel koud in de bunker. Soms werkten enkelen van het verbindingscentrum ook mee met de WINTEX-/CIMEXoefeningen. “Dat was aanpoten. Dan werden er wel 1200 berichten per dag verstuurd en werd er met volle ploegen gewerkt.”
75
Koninklijke Marine Vanaf de zomer van 1951 tot vermoedelijk 1960 heeft ook de Koninklijke Marine de bunker gebruikt als commandopost en verbindingscentrum. De marine gebruikte een gedeelte van de eerste verdieping van de Julianabunker voor de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten, een gedeelte van de operationele staf van de Commandant der Zeemacht, het Bureau Operaties en het verbindingscentrum van de marine. Eens in de twee maanden werd er een oefening gehouden in de bunker. Op 26 juli 1950 vond in verband met de West-Union de eerste oefening plaats. Het is niet bekend welke ruimtes de Marine in de bunker heeft gebruikt.
88. In dit document wordt toestemming gevraagd voor de eerste oefening van de Koninklijke Marine in de bunker. (Herkomst: Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Defensie: Marinestaf, nummer toegang 2.13.114, inventarisnummer 2123).
In 1953, bij de Watersnoodramp, bleek dat er een ruimtegebrek was in de bunker. De bunker werd onderhouden door het Ministerie van Oorlog. Het Ministerie van Marine was toen nog een apart ministerie, naast het Ministerie van Oorlog waar de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Luchtmacht onder vielen. De marine moest daarom een ander beveiligd onderkomen zoeken. Er is overwogen om een nieuwe bunker te bouwen in Den Haag als beveiligd onderkomen voor de marine. Waarschijnlijk speelde de kosten een rol in de keuze om uiteindelijk een bunker van de WOII te hergebruiken als beveiligd hoofdkwartier voor de Koninklijke Marine. In 1960 kwam de bunker aan de Van Ouwenlaan in Den Haag ter beschikking en verliet de Koninklijke Marine de Julianabunker.
76
Autogarage en chauffeursruimte van Prinses Julianakazerne De Commandopost Clingendael was gedurende de KO verweven met het functioneren van de Prinses Julianakazerne, waar het hoofdkwartier van de Koninklijke Landmacht was gevestigd. Om deze reden heeft Commandopost Clingendael ook twee opvallende functies vervuld als chauffeursruimte en munitieopslag voor de Julianakazerne. In de oostelijke garage, ruimte 094, parkeerden de chauffeurs van de generaals van de Koninklijke Landmacht de auto’s. Hier hadden ze ook de mogelijkheid om klein onderhoud aan de auto’s te plegen. Er ontstond een behoefte aan een goede rustruimte voor de chauffeurs en daarom is in 1967 onder het schilddak van de bunker een chauffeursruimte gecreëerd, ruimte 161 en 162. In 1988 is deze verder uitgebreid met een nieuwe ruimte en twee dakramen, ruimte 160. Munitieopslag – Prinses Julianakazerne In de voorbunker is tijdens de KO munitie opgeslagen in de ruimtes 002B, 003, 004B en 095. Archiefonderzoek moet hier meer duidelijkheid over geven. Vermoedelijk werd hier munitie opgeslagen voor de naastgelegen Prinses Julianakazerne. Overblijfselen in de voorbunker laten dit zien, maar er zijn in het onderzoek geen aanwijzingen gevonden die dit ondersteunen.
De voorschriften, zoals aangetrokken in de voorbunker, laten zien dat deze voorschriften zijn vastgesteld in 1967, waardoor de munitieopslag tenminste tot na 1967 heeft plaatsgevonden.
89. Voorschriften voor de werkman in de munitiemagazijnen, zoals aangetroffen bij de oostelijke ingang van
de voorbunker. Deze voorschriften zijn vastgesteld in 1967.
Defensie Schietvereniging (DSV) In 1969 is de vergunning verleend door de gemeente Wassenaar voor het dichtzetten van de galerij op de begane grond van de bunker. Dit betreft de west- en noordzijde van de bunker,
77
waarvan op de NIMH afbeeldingen te zien is dat deze na WOII nog open waren. Het doel van het dichtzetten van de galerij was om deze ruimte effectief te kunnen gebruikt. Dit creëerde ruimte voor de westelijke garage, ruimte 093, en de schietbanen op de begane grond (ruimte 093A t/m 093G) en op de eerste verdieping van de rondgang (ruimte 162C). Begin jaren ’70 zijn deze schietbanen gerealiseerd. De schietbanen werden eerst gebruikt door de Militaire Schietvereniging Hoofdkwartier Koninklijke Landmacht (MSV HKKL), die begin 1963 was opgericht. In de loop van de jaren is daar de schietvereniging van de Marine, MVM bijgekomen. Deze twee verenigingen hebben hun krachten per 1 januari 1982 gebundeld in de Defensie Schietvereniging (DSV) 's Gravenhage. 90. Deur van ruimte 093 naar 093A, wat de entreedeur was van de Defensie Schietvereniging.
De vereniging had beschikking over een bar in ruimte 093A, een grote schietbaan met schietgalerij (12 pistoolbanen) in ruimte 093B en twee kleine schietbanen met schietdoelen (klein kaliber geweerbanen) in ruimte 162C. De wanden en het plafond van de schietbanen waren geheel bekleed met geluidsisolerend materiaal. De schietbanen in de ruimte 162C hadden zelfs een ingehangen plafond. Twee tot drie keer in de week werd er in de schietclub geschoten. Het geluidsisolerende materiaal zorgde ervoor dat het geluid van de schietbanen in de bunker niet of nauwelijks te horen was.
91. Schietbaan op de begane grond (ruimte 093B) met dubbele schietopstelling. Foto 1975. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2001_203-75-01)
78
92. Schietbaan op de eerste verdieping aan de noordzijde van de bunker (ruimte 162C). De draagbalken van het bunkerdak zijn zichtbaar. De rest van de wandbekleding en het plafond is erin geplaatst ter aankleding van de ruimte en als geluidsisolatie. Foto 1991. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2001_91-2-02-1815-C15)
Het gebruik van de baan eindigde toen de schietbaan in de nacht van 17 op 18 mei 1991 uitbrandde. De brand ontstond door kortsluiting in een radio die op de schietopstelling in ruimte 093B stond. Door het vele isolatiemateriaal verspreidde de brand zich snel. Een dichte branddeur kon voorkomen dat de brand oversloeg naar ruimte 093A, maar het luik tussen ruimte 093B en 162C kon niet voorkomen dat de brand ook de bovengelegen bar en twee schietbanen (ruimte 162C) aantastte. De rook ging via de trappen naar boven richting de zolderruimte en de observatietoren. Doordat de rookontwikkeling een hele nacht heeft kunnen voortduren, waren er giftige gassen vrijgekomen. De schietbaan is daarna niet meer in gebruik geweest. Na de brand zijn de restanten van de schietbaan bijna geheel verwijderd, met uitzondering van de bar in ruimte 093A en de tussenverdieping 093G, welke niet door de brand werden aangetast, de schietopstelling van ruimte 093B en de drie schietdoelen van de schietbanen, welke waarschijnlijk te complex waren om te demonteren en verwijderen.
79
93. Brief Defensie Schietvereniging aan leden DSV over brand van 17 op 18 mei 1991. (Herkomst: Verenigingsarchief DSV HKKL)
94. Schietbaan na de brand (ruimte 162C, kijkend vanuit de noordwesthoek van de rondgang, richting het oosten) op de eerste verdieping. Foto mei 1991. Op deze afbeelding is te zien dat hier een verlaagd plafond hing en tussenwanden stonden. Ook is hier een tweede bar te zien op de eerste verdieping. Op de achtergrond is de klimtrap te zien die naar de zolderverdieping leidt en staat het luik open die daar nu ook nog zit. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2001_91-2-02-1815-C8)
80
95. Ruimte 162C, de noordwesthoek van de rondgang, gezien richting het noordoosten. Dit is de tweede bar van de schietbaan op de eerste verdieping, met het schuine dak van de bunker en een verlaagd plafond. Deze ruimte is sterk aangetast door de rookontwikkeling van de brand beneden. Foto mei 1991. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2001_91-202-1815-C10)
96. Schietbaan na de brand (ruimte 162C) op de eerste verdieping. Rechts de klimtrap naar de zolderverdieping. Foto’s mei 1991. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummers 2001_91-2-02-1815-A2 en 2001_91-2-021815-A1)
81
97. Schietbaan na de brand. Deze afbeelding is gemaakt in ruimte 093A in oostelijke richting. Foto mei 1991. Hier is goed de enorme rookontwikkeling van de brand te zien, maar ook hoe de (brand)deur heeft voorkomen dat de brand de bar in ruimte 093A aantastte. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2001_91-2-02-1815D1)
Beveiligd communicatieknooppunt Vanaf januari 1984 heeft het verbindingscentrum de bunker verlaten. Het verbindingscentrum kon in de bunker niet meer voldoen aan de moderne eisen die aan een beveiligd communicatienetwerk werden gesteld, waarover later in deel 1 een nadere toelichting wordt gegeven. De bunker bleef echter fungeren als communicatieknooppunt van civiele en militaire communicatiekabels. Deze kabels kwamen nog steeds uit in de Julianabunker, via de kelderruimte in ruimte 030 en 030B. In de Julianabunker lag een zogenaamd afleverpunt en sommige radioverbindingen kunnen op afstand worden bediend. Deze werden ondergebracht in een beveiligde kooi van Faraday, in ruimte 028. In de kooi stonden servers, onder andere servers van het NAFIN-netwerk. NAFIN (Netherlands Armed Forces Integrated Network) is een defensie glasvezelnetwerk dat alle belangrijke locaties in Nederland met elkaar verbindt, waaronder de Julianabunker. Dit is de laatste gebruiker/functie van de Julianabunker geweest, totdat de bunker in 2013 werd ontmanteld en buiten gebruikt raakte. In 2013 heeft de Koninklijke Landmacht de bunker definitief verlaten. In 2019 is Commandobunker Clingendael gerenoveerd en is medio 2021 het verkoopproces van de bunker begonnen. Het Rijksvastgoedbedrijf streeft met de verkoop van overtollig vastgoed maatschappelijke meerwaarde na.
De naastgelegen Julianakazerne is in 2018/2019 getransformeerd tot wooncomplex.
82
Functie per ruimte Veel is bekend over de functies van ruimtes in de bunker tijdens de KO. Ook dit is onderdeel van het functioneren van Commandopost Clingendael tijdens de KO. Deze informatie wordt hieronder weergeven, waarin de functie van elke ruimte, wanneer mogelijk, wordt toegelicht. Van sommige ruimtes is geen extra informatie of functie gevonden, of wordt een bepaalde functie vermoed, maar kan dit niet met zekerheid worden vastgesteld. Dit wordt dan vermeld. Er is voor gekozen om elke ruimte te benoemen, ook wanneer geen informatie over deze ruimte beschikbaar is. Merk op dat de ruimtenummering niet opvolgend is. Dit komt omdat door de tijd heen ruimtes zijn vergroot, verkleind en gewijzigd waardoor ruimtenummers zijn aangepast en verdwenen. De informatie die over de ruimtes in de Commandopost Clingendael is verzameld in dit onderzoek (veldwerk, interviews, archiefonderzoek), ligt met name bij personen die hier in de jaren ’70, ’80 en '90 werkzaam zijn geweest, waardoor informatie over het gebruik in de jaren ’50 en ’60 ontbreekt. De video van het NIMH uit 1964 die het verbindingscentrum laat zien, onderstreept echter ons vermoeden dat het functioneren van de bunker tijdens de KO niet sterk is gewijzigd. Toegang en begane grond Buitenterrein - Het terrein werd betreden via het buitenhek, deze stond meestal open.
De minder hoge rangen van de Julianakazerne, inclusief de Julianabunker, parkeerden hun auto op de parkeerplaats aan de oostzijde van de bunker. De hogere rangen parkeerden namelijk hun auto op het parkeerterrein van de kazerne zelf. En de allerhoogste rangen hadden een chauffeur die de dienstauto in ruimte 094 parkeerde. Het buitenterrein werd verlicht door lantaarnpalen, welke er nu ook nog staan. 001 - De westelijke ingang van ruimte 001 werd gebruikt als ingang van de bunker. Deze is altijd zo laag geweest, een hoogte van ongeveer 1,85m. Buiten deze ingang stond aan de oostzijde een wachthuisje waar de marechaussee de identiteit controleerde. Deze was 24/7 bemand. Hier vond de eerste pascontrole plaats. “Het was altijd een koud huisje. Soms brachten we koffie of thee”. In de jaren ’80 en ‘90, toen de bunker niet meer bemand was, lag hier ook de sleutel tot ruimte 030B (hoofd-kabelruimte), zoals op de deur van ruimte 030B wordt vermeld. Dit wachthuisje stond er nog in 2003. Het is niet bekend wanneer het huisje is verwijderd en waar deze naartoe is verplaatst. 98. Ingang Commandopost Clingendael, met de ordonnansen en hun motoren en rechts het wachthuisje en marechaussee. Jaartal onbekend, maar waarschijnlijk omstreeks 1980. Herkomst: Historische Collectie Verbindingsdienst, Amersfoort)
83
99. Ingang Commandopost Clingendael met het wachthuisje, 2003. (Herkomst: persoonlijke collectie kpl1 Sieger van der Veen)
001B / 001C (1948-1983) - Na de lage entree bevinden zich twee ruimtes (001B/001C) die werden gebruikt voor opslag. Hier werd met name afval bewaard totdat het werd opgehaald. 002 (1948-1983) – In de jaren ’70 en ’80 stonden deze deuren vaak open voor natuurlijke ventilatie in de bunker. Tijdens vredestijd liep men vanuit ruimte 002 direct ruimte 005 binnen. In oorlogstijd zou deze toegang vanuit ruimte 002 gesloten zijn en zou men eerst door de sluis (ruimte 004) moeten gaan. Deze sluis is dus nooit voor die functie gebruikt. 004 en 004A (1964 - 2013) – Deze ruimte is in 1964 tot stand gekomen. De sluis werd nooit gebruikt. In ruimte 004A staan momenteel nog enkele servers. Het is onbekend waarom deze hier staan, maar waarschijnlijk zijn ze destijds hier tijdelijk geplaatst en niet meer weggehaald. 005 (1948-1983) – In de gang (ruimte 005) bevindt zich het hek naar het verbindingscentrum. Deze is al op een plattegrond van 1964 aanwezig. Voorheen stond hier een bruin gaashek, vergelijkbaar met het hekwerk bij de trappen op de eerste verdieping. Het is niet bekend wanneer deze is vervangen door het huidige hekwerk, maar vermoedelijk rond 1964. Volgens de geïnterviewden was het hek tot 1984 wit geschilderd, wat ook op onderstaande afbeelding zichtbaar is. Wanneer deze rood is geschilderd, is niet bekend, maar waarschijnlijk na 1983.
Het hek was altijd dicht en kon elektrisch en handmatig worden geopend en gesloten. Rechts van het hek bevindt zich een bel. Aan de binnenzijde van het verbindingscentrum, aan de westelijke zijde van de deur naar ruimte 014, bevindt zich een knop om de deur vanaf de binnenzijde van het verbindingscentrum te openen.
84
100. Hek naar verbindingsdienst (ruimte 005). Dit hekwerk is hier nog wit geschilderd. Jaartal onbekend, maar waarschijnlijk omstreeks 1980. (Herkomst: Historische Collectie Verbindingsdienst, Amersfoort)
In ruimte 005 was ook de trap naar de eerste verdieping, welke bovenaan is afgesloten met een hekwerk. De eerste verdieping werd alleen gebruikt tijdens oefeningen (CIMEX/WINTEX). Buiten deze oefeningen kwam hier eigenlijk niemand. 006 / 007 (1948 - 1983) – Er was een tweede pascontrole bij de ordonnans (ruimte 007). De deur van deze ruimte is in tweeën gedeeld, zodat er een soort receptiefunctie ontstaat. De ordonnansen ontvingen namelijk ook de berichten die moesten worden doorgezonden. De ordonnansen mochten niet het verbindingscentrum betreden, omdat de berichten strikt geheim waren. Overdag waren er meestal zes of zeven ordonnansen aanwezig, in de avond drie of vier ordonnansen en ‘s nachts was er vaak maar één ordonnans aanwezig (jaren ’70 en ’80). De ordonnans had in ruimte 006 een klein zithokje, maar ze stonden meestal buiten bij het hek. Hun motoren stonden buiten opgesteld of in ruimte 093, de westelijke garage.
101. Op de achtergrond de bunker te zien met rechts van de ingang het wachthuisje van de Marechaussee. Foto 1963. (Herkomst NIMH, objectnummer 2155_002130)
85
Ruimtes van het verbindingscentrum Het grootste gedeelte van de begane grond werd van 1948 tot 1984 gebruikt door de verbindingsdienst, als verbindingscentrum vbdcen GV. De onderstaande informatie heeft betrekking op de periode 1948 tot 1984. Gezien de plattegrond uit ca. 1970 zijn een paar ruimtes gewijzigd. Vanuit wordt gegaan dat de plannen zoals die staat beschreven ook zijn uitgevoerd. Het sluit in ieder geval wel aan met de sporen ter plaatse en ander archiefmateriaal. Na het vertrek van de verbindingsdienst in december 1983, heeft de Oorlogsstaf BLS de ruimtes aangepast voor hun gebruik. De functie per ruimte na 1984 is onbekend.
102. Ongedateerde plattegrond, die gezien de andere stukken op circa 1970 is te dateren. In het bijschrift (linksboven op de tekening) wordt de functie van een aantal vertrekken benoemd. De betreffende ruimtenummers zijn ter verduidelijking in rood bijgeschreven: Ruimte 14: commandant VBC, Ruimte 15: admin/syscon, Ruimte 19: on-line vercijfer ktr, Ruimte 20: machine kmr, Ruimte 21/24: berichten ktr, Ruimte 22: on-line vercijfer ktr, Ruimte 25: radiokmr, Ruimte 30: HVD ruimte, Ruimte 32/33: rustkamer. (Herkomst: NIMH, Kazernes, legerplaatsen, gebouwen, 406, inv.nr. 327).
008 - In deze ruimte stond een papiervernietiger. 009 – Damestoilet. 011 – Herentoilet. 013 – De gang van het verbindingscentrum. Aan het einde zat een deur naar ruimte 021. Het was niet de bedoeling dat mensen buiten het verbindingscentrum hoorden wat in ruimte 021 werd gezegd of ontvangen.
86
014 - Dit was het kantoor van de Commandant Officier van Dienst. Dit was de hoofd van de afdeling Verbindingsdienst. Dit was in de jaren ’70 en mogelijk begin jaren ’80 Adj. Verbindingsdienst Theo Kappers. Hier stond toen een ronde tafel met twee stoelen en achterin zijn bureau.
015 – Dit was het kantoor van de Plaatsvervangend Commandant Verbindingen. Eind jaren ’70 tot 1983 was dit Elleke Overbeke. In de ruimte stonden twee bureaus. Het tweede bureau was voor een sergeant. 016 - Dit was de ruimte voor de huishoudelijk dienst, Sergeant Majoor Onderofficier. Deze persoon was verantwoordelijk voor de voorraad van o.a. wc-papier, pennen, schoonmaak, afval, etc. Alles wat nodig was om goed te functioneren in het verbindingscentrum. 019 - Dit was een belangrijke ruimte in het verbindingscentrum, het vercijferkantoor of ‘cryptokamer’. “Hier werden berichten behandeld van offline versleutelde of te coderen telegrammen met de hoogste classificaties (zeer geheim, eyes-only, cosmic top secret/atomal). Om hier te werken moest je door de inlichtingendiensten (MID/BVD) apart worden gescreend”. In de ruimte stond een kluis voor de sleutels voor het ontcijferen. De deur van de ruimte zat op slot. Er was wel een doorgeefluik naar ruimte 021, het berichtenkantoor van het verbindingscentrum. Omstreeks 1970 waren dit nog twee vertrekken, de off-line kamer en de sysconkamer.
103. Uit drie afzonderlijke tekeningen samengestelde plattegrond uit het begin van de jaren zeventig van het noordelijke deel van het verbindingscentrum. Hierbij wordt de tussenmuur tussen de oorspronkelijke ruimten 16 en 17 gesloopt en wordt vervangen door een vouwwand. Tegelijkertijd wordt een nieuwe wand geplaatst waardoor ruimte 19 (off-line kamer) wordt verkleind. Naderhand is de ruimte weer vergroot tot zijn huidige omvang. In de off-line kamer is de indeling met bureaus etc. ingetekend. In ruimte 19 rechts een bureau en links de opstelling voor de telex (zie ook volgende afbeelding). Geheel rechts is in ruimte 025 de tekst kooi van Fa[r]raday vermeld. (Herkomst: NIMH, Kazernes, legerplaatsen, gebouwen, 406, inv.nr. 327).
87
104. Illegaal gemaakte foto’s het vercijferkantoor met links het luik naar het berichtenkantoor en rechts de archiefkast met daarin de aan de muur vastgeschroefde kluis met cijferslot waarin codeboekjes werden bewaard. (Herkomst: privé collectie kpl1 Sieger van der Veen, 1979)
021 - Dit was het berichtenkantoor. Hier werden de berichten ontvangen en doorgestuurd. De berichten hadden een bepaalde mate van urgentie: onmiddellijk, spoed, routine, enz. Deze urgentie gaf aan hoeveel tijd men had om de berichten te verwerken. Via het luik werden berichten doorgegeven naar 019 (decodering) of 024 (telex). Op het berichtenkantoor werd bepaald wie het berichtenverkeer zou oppakken dat via telex of radio binnenkwam. Het vercijferkantoor stond hier buiten. Zij deden dit helemaal zelf, omdat het zo geheim was dat niemand de berichten mocht zien. Het bericht ging via de telex of via een ordonnans eruit. Alles wat via de ordonnans werd doorgestuurd, ging via A&V (ruimte 022). In de hoek (noordwestkant) hing een televisie. Er liep een lange kabel naar een kleine antenne op dak. Hoe de kabel precies liep, is niet bekend. “Het signaalverlies was in iedere geval zó hoog dat het beeld vrijwel altijd sneeuwde (ruis)” Waarschijnlijk liep de kabel via de trap, eerste verdieping, trap naar de zolderruimte en naar de oostelijke toren. Er kwamen weleens andere militairen in het verbindingscentrum. Bijvoorbeeld de militairen die contact onderhielden met de Nederlandse troepen in het buitenland. Zij werden geacht niet te kijken of te luisteren wanneer ze het berichtenkantoor passeerden naar ruimte 025, waar de radiodienst zat.
88
105. Berichtenkantoor (ruimte 021). Met rechts de officier van Dienst, tegen de muur het routingboard. Daaronder stond omstreeks 1980 een grote kopieermachine. Rechts tegen de muur hangt een plank. Deze is nu nog aanwezig in deze ruimte. Jaartal onbekend, maar waarschijnlijk omstreeks 1980. (Herkomst, Historische Collectie Verbindingsdienst, Amersfoort)
022 - In deze ruimte zaten de A&V (adressering en vermenigvuldiging) en de E&A (eindcontrole en archivering). Bij de A&V werden binnengekomen berichten uitgetypt, gekopieerd en geadresseerd op enveloppen. Aan de zuidzijde stonden (voor)ponsmachines voor uitgaand verkeer, die per telex uit moesten worden verstuurd. Berichten werden daar voorgeponst (bandje van gemaakt). Berichten die binnenkwamen via telex werden hier uitgetypt. In de noordoosthoek was een aparte, glazen ruimte. Hier zat E&A, ook wel het ‘aquarium’ genoemd. Elke dag werd in deze ruimte al het berichtenverkeer nagekeken en opgeslagen. 024/024A – Tot 1984, toen de verbindingsdienst deze ruimtes gebruikten, was dit één ruimte, waarschijnlijk zonder tussenmuur die de gang scheidt van ruimte 024. Ook in de video uit 1964 van het NIMH is te zien dat dit één ruimte is. Deze ruimte is pas na 1983 opgesplitst, waarschijnlijk door de Oorlogsstaf BLS. De ruimtes waren bestemd voor de telexafdeling. Hier had men verbindingen met o.a. de marine, luchtmacht, Buitenlandse Zaken, PTT, etc. Men werkte in ploegen van vier telexisten + “baas”, in 24-uursdiensten.
89
106. Haakje in ruimte 024 waaraan banden van telexberichten werden opgehangen.
In deze ruimte van de telexafdeling werden voornamelijk telexberichten ontvangen en verstuurd. Er staat nog een telexapparaat in de ruimte. De banden werden 24 uur bewaard en aan haakjes aan de muur gehangen, zie afbeelding hierboven. Enkele van deze haakjes hangen er nog. “Alles wat voorgeponst werd, werd nog een keer nagekeken. Er mochten geen fouten worden gemaakt. Daarna ging het pas de deur uit”.
107. Telexruimte, ruimte 024 en 024A. Beide ruimtes waren hier nog samengevoegd als één ruimte. Jaartal onbekend, maar waarschijnlijk omstreeks 1980. (Herkomst: Historisch Collectie Verbindingsdienst, Amersfoort)
90
108. 1957: Milva’s in de telexcentrale in de bunker bij het Hoofdkwartier Generale Staf in de Prinses Julianakazerne (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummers 2001_N0000946-11 en 2001_N0000947-05)
025 - Dit was een van de twee radiokamers van het verbindingscentrum. Hier werd contact gelegd met onder andere Suriname, Libanon en Sinaï. Deze ruimte werd rond 1980 steeds minder gebruikt en was vooral tijdens oefeningen in bedrijf. Waarschijnlijk was de tussenwand met de gang 031E tot 1983 nog niet aanwezig, en is deze later aangebracht als aanpassing voor waarschijnlijk de Oorlogsstaf BLS. In de muren van deze ruimte is rondom gaas aangebracht, ook in de gang 131E. Mogelijk is dit gaas in de jaren ’70 aangebracht ter beveiliging van het cryptografisch beveiligd verbindingssysteem (kooi van Faraday). Hier is verder geen informatie over gevonden.
109. Radiokamer (ruimte 025). Jaartal onbekend, maar waarschijnlijk omstreeks 1980. (Herkomst: Historisch Collectie Verbindingsdienst, Amersfoort)
91
110. Ruimte 025: Radiokamer. Foto 1980. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummers 2001_939-80-A8 en 2001_939-80-A10)
028A/028B/029 - Dit is de tweede radiokamer. Hier zat onder andere de enige ambtenaar in de bunker, de heer Hulsebosch. Hij was chef radio en gaf leiding aan de groep overwegend dienstplichtige telegrafisten en deed zelf ook mee aan de monitoring van bijvoorbeeld de SACEUR korte golf alarmerings-radiofrequenties. “Hij was erg goed in zijn werk, hij was echt de radioman”. Vanuit deze ruimte werd in 1975 het laatste bericht gestuurd naar de Nederlandse troepen in Suriname, alvorens de onafhankelijkheid van Suriname. Ter gelegenheid van dit historische moment zijn foto’s gemaakt in deze ruimte. Deze geven een mooi inkijkje in hoe de ruimte er toen uitzag. Merk op dat de tussenmuur met gang 031, rechts van de witte inbouwkasten, toen nog niet aanwezig was. Deze is pas na 1983 aangebracht.
92
111. Ruimte 028AB/029: De heer Hulsebosch, enige ambtenaar werkzaam in de bunker. Verzending van het laatste telegram naar de Troepenmacht in Suriname door de chef radiokamer. Foto 1975. (Herkomst: objectnummers 2001_577-75-01, 2001_577-75-04, 2001_577-75-06, 2001_577-75-08 en 2001_577-75-09)
beeldbank NIMH, 2001_577-75-03, 2001_577-75-07,
028 - Tenminste tot 1984, en mogelijk tot begin jaren ’90, gaf de noordelijke ingang tot ruimte 028, vanuit gang 131E, toegang tot toiletten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hier ook al het sanitair van het appartement van Seyss-Inquart.
93
In ruimte 028, vanaf de oostelijk ingang vanuit ruimte 031, stond tenminste in de jaren ’70 en ’80 de Oorlogs Militaire Eind Centrale Den Haag (OMEC GV). Deze werd gebruikt tijdens oorlogstijd en oefeningen, zoals CIMEX- en WINTEX-oefeningen. De deur herinnert hier nog aan, waarop ‘Telefooncentrale’ staat. De A-compagnie 543 van Vbdbat had onder andere een verbindingscentrum in Den Haag en een telefooncentralepeloton. De OMEC GV maakte deel uit van het telefooncentralepeloton. Het vbdcen GV in de Commandopost Clingendael had als organisatie-eenheid geen telefooncentrale. Bij het binnengaan van ruimte 028 keek men schuin links op de bedientafels. Deze deur was buiten oefeningen gesloten, waardoor de medewerkers van het verbindingscentrum geen toegang hadden tot ruimte 028.
112. 1957: Milva's in de telefooncentrale in de bunker bij het Hoofdkwartier Generale Staf in de Prinses Julianakazerne (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummers 2001_N0000947-02 en 2001_N0000946-12)
113. Oorlogs Militaire Eind Centrale Den Haag (OMEC GV) in ruimte 028. Jaartal onbekend, maar waarschijnlijk omstreeks 1980. (Herkomst: Historisch Collectie Verbindingsdienst, Amersfoort)
94
De kooi van Faraday is vermoedelijk begin jaren ’90 geplaatst. De kooi van Faraday was het antwoord op de strengere richtlijnen met betrekking tot beveiligd (militair) communicatieverkeer, onder andere van de NAVO. In de kooi zijn servers geplaatst die onder andere zijn aangesloten op het NAFIN-netwerk. Het Netherlands Armed Forces Integrated Network (NAFIN) is een defensie glasvezelnetwerk dat alle belangrijke locaties in Nederland met elkaar verbindt, waaronder de Commandopost Clingendael. Deze kooi van Faraday vormt het beveiligde communicatieknooppunt wat vanaf 1984 tot 2013 in de bunker was gevestigd. De communicatiekabels kwamen uit op de bunker, en daarom heeft men er waarschijnlijk voor gekozen om een beveiligd communicatieknooppunt te realiseren in plaats van alle communicatiekabels te weerleggen. Ruimte 028 werd gedurende deze periode alleen betreden door monteurs om storingen op te lossen en schakelwerkzaamheden uit te voeren. 030/030B - Deze ruimte was de hoofd-kabelruimte met verdelers. De huidige schakelkasten herinneren hier nog aan. Deze ruimte was altijd op slot en er kwamen alleen monteurs. Op een notitie op de deur is te lezen dat de monteurs de sleutel tot de ruimte konden halen bij de marechaussee, waarschijnlijk de marechaussee in het wachthuisje voor de bunker.
Deze melding heeft daarom waarschijnlijk betrekking op de periode na 1983, toen de bunker onbemand was. 031 – Het gedeelte van de gang voor ruimte 029 is pas na 1983 ontstaan. Nadat het verbindingscentrum in 1983 de bunker had verlaten, heeft de Oorlogsstaf BLS deze ruimtes aangepast. Toen is de scheidingswand tussen ruimte 029 en dit gedeelte van de gang aangebracht. Vóór 1983 was dit gedeelte van de gang nog afgescheiden van het oostelijke gedeelte door middel van een deur. Deze deur staat nog in ruimte 030B, waarop ‘Verbindingscentrum’ staat. In het noordelijke gedeelte van gang 031 staan enkele grote houten kasten. Deze werden gebruikt voor voorraad voor het verbindingscentrum, onder andere van etenswaar en snacks. “Een van de medewerkers [van het verbindingscentrum] had CADI-dienst [kantinedienst]. Deze persoon was verantwoordelijk voor de verkoop van de producten en de financiële verantwoording”. In de gang staat naast de oostelijke ingang tot ruimte 028 een airco. Deze is in de jaren ’90 neergezet om ruimte 028 extra te koelen. Het ventilatiesysteem van de bunker was onvoldoende om de kooi van Faraday en ruimte 028 koel te houden. In de kooi van Faraday staan namelijk servers die warmte afgeven. De kooi heeft zijn eigen koelsysteem, welke uitstoot buiten de kooi maar in de afgesloten ruimte 028. De airco koelde dus ruimte 028.
In documentatie dat op de airco is aangetroffen is te lezen dat de airco tenminste in 2010 nog is onderhouden. Het is niet bekend of de airco daarna nog operationeel was. De trap naar de eerste verdieping aan de oostzijde van de bunker werd tijdens de KO niet gebruikt. Hiervan zat het hek dicht. Vermoedelijk werd deze trap alleen gebruikt tijdens WINTEX- en CIMEX-oefeningen op de eerste verdieping, om vanuit hier gemakkelijk de keukenbunker te bereiken.
95
032 - Het huidige keukentje is waarschijnlijk iets nieuwer dan het keukentje dat hier de jaren ’70 stond. Wellicht is deze na 1983 vernieuwd. Er stond tot 1984 een elektrische kookplaat en langs de muren stonden twee bankjes waar de staf van het verbindingscentrum koffie kon drinken.
033/033A – Dit was de doorgang vanuit de hoofdbunker naar de keukenbunker met een sluissysteem van gasdeuren. Tijdens oefeningen at de Oorlogsstaf in de keukenbunker. Buiten oefeningen was deze doorgang ook geopend. 034 – Nooduitgang bunker, gelegen buiten de sluis van ruimte 033. Deze nooduitgang is tijdens de KO aangebracht in de noordelijke WOII-toegang tot de bunker. Het is een typische KO-nooduitgang van een bunker: een smalle doorgang, niet te verwarren met de nooduitgang van een gemiddeld gebouw. In de bunker staan verschillende pijlen richting de nooduitgang. De nooduitgang werd niet gebruikt en was geen toegang of uitgang van de bunker. 034A – Niet bekend. Keukenbunker De keukenbunker is aan het begin van de KO aangepast met een luchtbehandelingsinstallatie en kookapparaten voor het opwarmen van voedsel. De keukenbunker kan gasdicht worden afgesloten, zodat tijdens een oorlogssituatie men tussen de hoofdbunker en keukenbunker kon lopen. Wellicht dat de tussengelegen sluis de overdruk in de hoofdbunker en keukenbunker moest behouden. Het is na 1964 waarschijnlijk niet meer de bedoeling geweest dat de keukenbunker nog zou worden gebruikt voor het bereiden van voedsel en daarom doet de keukenbunker in de KO niet meer recht aan zijn naam.
In 1964 is wel de luchtbehandeling en keukenapparatuur aangepast, maar daarna is de keukenbunker alleen nog gebruikt om tijdens oefeningen het voedsel dat in de Julianakazerne werd bereid, op te warmen. De Oorlogsstaf en de staf van het verbindingscentrum kon hier dan de maaltijd nuttigen. In de zijruimtes van de keukenbunker stonden dan stoelen en tafels opgesteld. 103/104 – Toegang tot keukenbunker met sluissysteem dat niet werd gebruikt. 105 – Mogelijk werd deze ruimte gebruikt voor het nuttigen van de maaltijd tijdens CIMEX/WINTEX-oefeningen in de hoofdbunker. 106 – Luchtbehandelingsinstallatie noordelijk deel van de keukenbunker. 107 – Keuken, waar voedsel dat in de Julianakazerne was bereid kon worden opgewarmd. Dit gebeurde alleen tijdens CIMEX-/WINTEX-oefeningen. De schilderingen in de keukenbunker en in ruimte 034 zijn eind jaren ’70 aangebracht door een dienstplichtige van het verbindingscentrum. Diegene had een artistieke achtergrond en kon tijdens rustige uren in het verbindingscentrum de creativiteit gebruiken om de bunker wat “op te fleuren”. Diegene heeft de naam ‘bunkerbar’ aangebracht, waarschijnlijk ironisch bedoeld omdat hier het eten werd genuttigd. 96
108 – Waterpomp en waterdrukketel van de keukenbunker. 109 - Mogelijk werd deze ruimte gebruikt voor het nuttigen van de maaltijd tijdens CIMEX/WINTEX-oefeningen in de hoofdbunker. 110 – Keuken. Verder niet bekend. 111 – Luchtbehandelingsinstallatie zuidelijk deel van de keukenbunker. Hier waren tijdens de Koude Oorlog de noodvoedselpakketten opgeslagen, waarschijnlijk voor gebruik tijdens oorlogstijd. 112/113/114 – Uitgang keukenbunker aan zuidzijde. Deze toegang werd tijdens de KO niet gebruikt, wellicht alleen voor het vervoeren van de maaltijden tijdens CIMEX-/WINTEXoefeningen. 115 – Niet bekend. Mogelijk opslag. Oostelijke garage + chauffeursruimte 094 – De garage werd gebruikt door de chauffeurs van de generaals en mogelijk andere hoge functies binnen de Koninklijke Landmacht, die op de naastgelegen Prinses Julianakazerne werkzaam waren of hier op bezoek waren. Hier konden de chauffeurs ook wat klein onderhoud plegen aan de auto’s en de auto’s wassen. De garage was de wacht- en poetsplek voor de chauffeurs. Vanuit deze functie als parkeergarage voor de naastgelegen Julianakazerne, is er in 1967 ook een chauffeursruimte ingericht onder het schilddak boven de garage, welke in 1988 is uitgebreid met nog een ruimte. 160 – Dit is de uitbreiding van de chauffeursruimte die in 1988 is aangelegd. Hier konden de chauffeurs ook slapen.
Aan de buitenkant van deze chauffeursruimten, vanuit ruimte 162A en 162D, is goed te zien hoe de chauffeursruimte is ingebouwd in de rondgang op de eerste verdieping.
161 – Dit was de eerste chauffeursruimte, aangelegd in 1967. Hier konden de chauffeurs wachten totdat ze weer werden opgeroepen. Hier stonden tafels, stoelen en banken. Soms zaten de chauffeurs te zonnen op het dak van de keukenbunker, welke via de dakkapel te bereiken is. Mogelijk is ruimte 161 aan het begin van de KO eerst nog gebruikt als verblijfsruimte of appartement voor de beheerder van Commandopost Clingendael. 162 – De trap naar de chauffeursruimte. Vanuit deze trap is ook de tussenverdieping boven de voorbunker toegankelijk, ruimte 80.
97
162A – Geen functie. Hier komen ventilatiepijpen van de voorbunker uit, die de munitieruimtes in de voorbunker ventileerden. En hier staat kast 99A voor de luchtinlaat van de dieselmotoren in ruimte 020 (machineruimte). 162D – Geen functie. Hier staat nog wat achtergebleven rommel. Ook staat hier kast 99B voor de luchtinlaat tijdens oorlogstijd. Westelijke garage + schietbanen Het verhaal van de schietbaan wordt hierboven in detail beschreven. 093 – Dit is de westelijke garage. Deze werd gebruikt voor opslag, onder andere voor de vlaggenstokken van de naastgelegen Julianakazerne die er nu nog liggen. Hier stonden van 1948 tot 1984 ook de motoren voor ordonnansen. Midden in ruimte 093 liggen betonnen platen waaronder de verbindingskabels liggen die de kelderruimte van de hoofdbunker aan de westzijde verlaten. 093A – De bar van de schietbaan, met daarboven een tussenverdieping met toiletten. Dit was ook de entree tot de schietbaan van de Defensie Schietvereniging. Vanuit de bar is er een doorgang naar ruimte 093B, de grote schietbaan, en de kleine schietbanen op de eerste verdieping van de rondgang, ruimte 162. 093B – De grote schietbaan welke in 1991 is afgebrand, met ventilatieroosters en een nooduitgang. Hier ontstond de brand. Wat nog rest is de schietgalerij en de kogelvanger. 093C – 093G – De houten tussenverdieping boven de bar (093A).
Op deze verdieping staan de toiletten en is de doorgaande trap naar ruimte 162 erboven. 162C – De twee kleine schietbanen, met een kogelvangers. Achter de kogelvanger van de westelijke schietbaan staan nog enkele interieuronderdelen die hier zijn achtergebleven, waaronder wandplaten en tafels van de oorspronkelijke schietbanen. Ook is hier goed te zien waar de wanden stonden en het verlaagd plafond hing, waardoor een goed beeld te maken is van de oorspronkelijke inrichting. De noordelijke schietbaan was duidelijk kleiner. In de noordwesthoek van de rondgang stond een tweede bar in een aparte ruimte. Deze is op historisch foto’s van na de brand te zien, zie hierboven de toelichting bij de Defensie Schietvereniging als gebruiker. Voorbunker De voorbunker is het gedeelte ten zuiden van de hoofdbunker. Deze heeft twee eigen ingangen en is alleen van buiten te bereiken en niet bereikbaar vanuit de hoofdbunker. Bij de bouw van de hoofdbunker waren deze ruimtes waarschijnlijk onderdeel van het loopgraafsysteem rondom de hoofdbunker. De ruimtes zijn in de KO hergebruikt. 002B – Munitieopslag. Hier zijn tijdens de KO sterkere bunkerdeuren ingezet. Het is niet bekend tot wanneer munitie in deze ruimtes werd opgeslagen.
98
003 – Munitieopslag. 004B - Munitieopslag. Hier zijn tijdens de KO sterkere bunkerdeuren ingezet. 006A – Opslag, verder onbekend. 007A – Opslag, verder onbekend. 095 – Deze ruimte bestond tot omstreeks 1986 uit twee afzonderlijke ruimtes, wat op oude plattegronden is te zien, waarvan de westelijke ruimte voor munitieopslag werd gebruikt. Hier herinnert het rode bordje aan de muur nog aan. Het oostelijke gedeelte van deze ruimte is gedurende de KO waarschijnlijk al langer gebruikt voor kabeltoevoer. Later, toen er meer verbindingskabels werden gelegd, is de tussenmuur verwijderd, evenals de tussenmuur met de gang, om meer ruimte te creëren voor de communicatiekabels die nu nog in deze ruimte liggen op een betonnen bak. In deze ruimte is goed te zien dat de oude communicatiekabels een gasdichte doorgang door de bunkermuur hebben, en nieuwere communicatiekabels door een gat liggen die met purschuim is dichtgezet.
Waarschijnlijk liggen de communicatiekabels ten zuiden van deze ruimte in een grote lus. Deze lus moest voorkomen dat de kabels zouden breken wanneer de bunker bij een bomaanval zou schudden. 096 – De gang van de voorbunker die de ruimtes met elkaar verbindt. 097 – Olieopslag, waar de olietanks staan. Tijdens WOII stonden hier (ook) wateropslagtanks. Eerste verdieping – Oorlogsstaf BLS De functie van de ruimtes op de eerste verdieping zijn met minder zekerheid vast te stellen. Deze ruimtes waren ingericht en operationeel, maar zouden pas tijdens oorlogstijd worden gebruikt door de Oorlogsstaf BLS. Ook zijn hier enkele keren de CIMEX- en WINTEXoefeningen gehouden. De personen die zijn geïnterviewd konden meer informatie geven over enkele ruimtes. Het huidige interieur van ruimtes vertelt ons ook meer over de functie. Tenslotte stonden op enkele toegangsdeuren van ruimtes nog hun voormalige functie. Op basis hiervan is de onderstaande functieverdeling opgesteld, gebaseerd op vermoedens. Het is mogelijk dat de functie per ruimte wisselde naar gelang men dit efficiënter vond. Daarom valt de functie per ruimte niet met zekerheid vast te stellen. Toch geeft onderstaande uiteenzetting wel een beeld van het functioneren van de Oorlogsstaf BLS tijdens oefeningen. De werklocaties van de secties G1 t/m G9 bevonden zich met name aan de binnenzijde van het U-vormige gangenstelsel.
99
101 – Het commandocentrum voor de Oorlogsstaf BLS werd betreden via de trap aan de westzijde. Dit hek was gesloten wanneer er geen oefeningen waren. 101A – Het oostelijke gedeelte van de gang. Voor ruimte 138 stond waarschijnlijk een koffiehoek en een kopieermachine. 127 – Toiletten. 128 – Niet bekend. 129 - Syscon (System Controller). Deze afdeling viel onder het commando verbindingen en had het gehele toezicht over de verbindingscentra en de knooppunten op verbindingstechnisch gebied. 131 - Syscon (System Controller). Majoor Stenger was hiervan leidinggevende.
114. In ruimte 131 zit in de bunkerschil een rubberen koker, waardoor een kabel liep richting de oostelijke toren voor een antenne. Dit gat in de bunkerschil, inclusief de rubberen koker, is in de Koude Oorlog aangelegd.
132 – Dienstploeg SSOV (Speciale Stafofficier Verbindingen). 133 – Onbekend. 134 – Onbekend. 135 – Liason NTC (Liaisonofficier Nationaal Territoriaal Commando).
136 – Onbekend. 137 – BLS - GRP.
100