CConstaterende datwassenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Wassenaar_Commandopost_Clingendael_DEEL_1

Raadsvergadering Wassenaar 7 maart 2023, gemeente wassenaarBij agendapunt: Nota van uitgangspunten Commandopost Clingendael25.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

COMMANDOPOST CLINGENDAEL BOUWHISTORISCH ONDERZOEK MET RUIMTEBOEK OP HOOFDLIJNEN EN WAARDESTELLING Deel 1: Bouw- en gebruiksgeschiedenis en waardestelling

COMMANDOPOST CLINGENDAEL, WASSENAAR BOUWHISTORISCH ONDERZOEK MET RUIMTEBOEK OP HOOFDLIJNEN VOORWOORD SAMENVATTING OVERZICHT OBJECT Situering Gevels Plattegronden met ruimtenummers BOUW- EN GEBRUIKSGESCHIEDENIS Historische achtergrond Hoofdpersonen De bouw van Commandopost Clingendael Latere ontwikkelingen gedurende de Tweede Wereldoorlog De verdediging van Stützpunkte Scheveningen en Clingendael Uitvoering en gebruik gedurende de eerste fase Het bombardement tijdens de Tweede Wereldoorlog Camouflage Conclusie camouflage Bunker als uiting van polycratische machtsstructuur in het Derde Rijk De bunker na de Tweede Wereldoorlog Het verhaal van Commandopost Clingendael tijdens de Koude Oorlog De gebruikers van Commandopost Clingendael tijdens de Koude Oorlog Functie per ruimte De installaties en systemen in de bunker Ruimtelijke en functionele samenhang met andere objecten Tijdlijn - wijzigingen aan bunker vanaf 1945 Waarom de bunker is verlaten… FASERINGSPLATTEGRONDEN OVERZICHT VAN DE MEEST BIJZONDERE BEWAARDE INTERIEURONDERDELEN WAARDESTELLING Waardestelling Tweede Oorlog Waardestelling Koude Oorlog Waardestellingsrepresentatietekeningen LITERATUUR, BRONNEN EN GEINTERVIEWDEN BIJLAGEN COLOFON

2

3 6 12 12 13 15 18 18 21 25 40 46 47 48 50 60 61 64 72 72 83 104 131 139 157 161 164 200 201 204 210 213 215 217

VOORWOORD Op verzoek van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is in het kader van de beoogde verkoop van de Commandopost Clingendael aan de Thérèse Schwartzestraat 15B in Wassenaar1 in 2016 aan André Viersen van BBA (Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis) opdracht gegeven om een cultuurhistorische waardestelling met een ruimteboek op te stellen. De nadruk in dit onderzoek lag met name op de Tweede Wereldoorlog (WOII). De Commandopost Clingendael is een intrigerende bunker en een sprekend overblijfsel van de Tweede Wereldoorlog. De bunker laat echter een veel diepere historische gelaagdheid zien. Het huidige interieur weerspiegelt sterk de nieuwere historische lagen van na de Tweede Wereldoorlog. Deze nieuwe lagen vertellen een ander verhaal; het verhaal van een andere oorlog met andere dreiging, spanningen, wapens, een andere vijand maar ook het verhaal van onafhankelijkheid, vrede en de ontwikkeling van de krijgsmacht in de tweede helft van de twintigste eeuw. De Koninklijke Landmacht had tijdens de Koude Oorlog (KO) zijn hoofdkwartier in de naastgelegen Prinses Julianakazerne en gebruikte de bunker als commandocentrum tijdens oorlogstijd, voor de Oorlogsstaf van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS), als verbindingscentrum en als communicatieknooppunt. Deze historische lagen zijn ook onderdeel van het gebouw.

Daarom heeft de RVB in 2021 opdracht gegeven om het eerste onderzoek in 2016 aan te vullen met deze meer recente historische lagen. Dit onderdeel is door Colette Cramer en Rutger Noorlander (zelfstandige experts op het gebied van de Koude Oorlog) samen met André Viersen uitgevoerd. Er is een nieuw rapport gemaakt waarbij het eerdere onderzoek van BBA integraal is aangevuld met de historische lagen van na de Tweede Wereldoorlog.

Het aanvullend onderzoek betreft met name de naoorlogse periode, de Koude Oorlog (KO), tot 2013. De Koude Oorlog begon vrijwel direct na de Tweede Wereldoorlog en duurde tot grofweg het vallen van de Berlijnse Muur in 1989. We hebben bewust gekozen de bunker te onderzoeken tot 2013, toen de bunker definitief werd verlaten door Defensie, om hiermee ook dit meest recente deel van de geschiedenis van de bunker op te nemen in het onderzoek. Sinds grofweg 1990 is de bunker niet meer intensief gebruikt, terwijl in het historische onderzoek naar de bunker de grens van het einde van de Koude Oorlog niet sterk kan worden getrokken. Het onderzoek bestaat uit archiefonderzoek, veldwerk, oral history en analyse van onderzoeksgegevens. Bij de verslaglegging is gebruik gemaakt van de door het Rijksvastgoedbedrijf aangeleverde digitale tekeningenbestand (plattegronden). Deze tekeningen zijn niet geheel in overeenstemming met de werkelijkheid. De in de rapportage weergegeven tekeningen zijn op meerdere plaatsen aangepast om deze beter te laten aansluiten op de werkelijkheid. Ten behoeve van deze aanpassingen zijn echter geen nieuwe metingen verricht. Voor de aanpassingen is ook gebruik gemaakt van een nauwkeurige opmeting, die vlak na de Tweede 1

Het gebouw ligt op het terrein van landgoed Clingendael (gemeente Wassenaar) naast de Julianakazerne aan de Thérèse Schwartzestraat 15 (gemeente Den Haag). Het betreft rijksmonumentnummer 532049, onderdeel van complex Clingendael (complexnummer 525975).

3

Wereldoorlog (1947/1948) tot stand is gekomen zeer waarschijnlijk in het kader van de ingebruikname van het gebouw als commandocentrum voor de Generale Staf van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten van de Koninklijke Landmacht. Naast het archief van het Rijksvastgoedbedrijf is ook gebruik gemaakt van het Gemeentearchief Wassenaar, het archief en de beeldbank van het Ministerie van Defensie (NIMH) te Den Haag en het Nationaal Archief. We wilden graag een beter beeld te krijgen van hoe de bunker tijdens en na de Koude Oorlog functioneerde. Dit is niet terug te vinden in archieven en boeken. Daarom hebben we de gebruikers zelf geïnterviewd en met enkelen van hen de bunker bezocht. We hebben interviews afgenomen van mensen die tijdens hun werkzame leven betrokken zijn geweest bij de bunker, op basis van de oral history-onderzoeksmethode. Ook hebben we andere experts van installaties en verbindingen bij het onderzoek betrokken om hun kennis en input mee te nemen om zo een juist beeld van de bunker te kunnen schetsen. Een overzicht van de geïnterviewden met functies en jaartallen zijn te vinden bij het bronnenoverzicht. De personen die zijn geïnterviewd, zijn vooral in de jaren ’70, ’80 en ’90 betrokken geweest bij de bunker.

Helaas hebben we via de oral history-onderzoeksmethode weinig kennis kunnen opdoen van het functioneren van de bunker in de jaren ’40, ’50 en ’60, omdat deze personen veelal niet meer leven of vanwege hun gezondheid niet konden meewerken aan ons onderzoek of geen bruikbare herinneringen meer konden delen. We willen het RVB bij deze hartelijk bedanken voor de ruimte die we hebben gekregen om ook ter plaatse de bunker te onderzoeken in de vorm van veldwerk. Dit stelde ons in staat om intensief de bunker zelf te analyseren en opgedane kennis in archiefonderzoek en interviews ter plaatste te verifiëren, bevestigen en/of weerleggen. Dit heeft direct bijgedragen aan een betere beschrijving van de historische gelaagdheid en het verhaal van deze bijzondere bunker. De rapportage bestaat uit twee afzonderlijke delen. In deel één is de bouw- en gebruiksgeschiedenis beschreven, evenals wijzingen en aanpassingen aan de bunker en is de waardestelling met waardestellingsrepresentatietekeningen opgenomen. In deel twee zijn het exterieur en interieur beschreven en geanalyseerd. De beschrijving van het interieur is in de vorm van een ruimteboek. In het ruimteboek wordt elke ruimte beschreven, geanalyseerd, in beeld gebracht en wordt er een algemene beschrijving van de ruimte gegeven. Bij het lezen van het ruimteboek kijkt u als het ware door de ogen van experts naar de bunker.

Bij de beschrijving is onderscheid gemaakt tussen: • De hoofdbunker, waarmee het deel van het complex wordt bedoeld dat als groot blok onder het schilddak staat; • De keukenbunker, het deel ten oosten van de hoofdbunker; • De voorbunker, het deel ten zuiden van de hoofdbunker; • De zolderverdieping, met de twee observatietorens; • Rondom de hoofdbunker zijn nog enkele andere onderdelen, waaronder: o De chauffeursruimte ten oosten van de hoofdbunker, onder het schilddak; o De oostelijk garage. o De westelijk garage o De schietbaan, die zich over twee verdiepingen uitstrekt onder het schilddak. 4

o De rondgang rondom de hoofdbunker, tevens onder het schilddak. o De directe omgeving van de bunker, waar ook twee tobruks (tobroeks) liggen. Het gebruik van de bunker is in drie perioden te plaatsen. De eerste periode betreft de tijd vanaf de bouw in 1942 tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. De tweede periode heeft betrekking op het gebruik tijdens de Koude Oorlog. Omdat deze periode geen formele oorlogsverklaring en een vredesverdrag kent om het begin en het einde te markeren, zijn de meningen over de exacte tijdsduur verdeeld. Hier wordt de Koude Oorlog gedefinieerd als de periode na de Tweede Wereldoorlog tot 1989 (de val van de Berlijnse Muur), al is deze lijn niet zo strak te leggen wanneer de historische gelaagdheid van de bunker wordt beschreven. De derde periode betreft de laatste decennia van grofweg 1990 tot 2013, waarna de bunker is verlaten. Bij de beschrijving van het complex is ervan uitgegaan dat de naar de weg toegekeerde zijde op het zuiden ligt. In werkelijkheid ligt de gevel op het zuidoosten. Bij de ruimtebeschrijvingen zijn ter oriëntatie plattegronden toegevoegd, waarop het noorden aan de bovenzijde is. In dit rapport wordt ter verduidelijking veelvuldig teruggegrepen op ruimtenummers en richtingen.

Houd bij het lezen van Deel 1 en Deel 2 ter referentie de plattegronden van de bunker bij de hand, welke zijn bijgevoegd in het hoofdstuk ‘Plattegronden en ruimtenummer’.

Op deze plaats willen we graag alle geïnterviewden bedanken voor het verstrekken van informatie met betrekking tot de bunker, met in het bijzonder dank aan de heren Kees Neisingh, Sieger van der Veen, Rob Rijntalder en Kees van Leeuwen. Ook willen we de heer Bram Hulshof van de RVB hartelijk bedanken voor het herhaaldelijk verschaffen van toegang tot de bunker. Ir. A. Viersen, MA C. Cramer, MA R. Noorlander Amsterdam, september 2021

5

SAMENVATTING Tweede Wereldoorlog Na de verovering van Nederland in mei 1940 was het onderbrengen van de militaire staven en de politieke leiding in Den Haag een logische beslissing, dit om continuïteit uit te stralen. De ontwikkeling van de oorlog zorgde ervoor dat de locatie aan zee kwetsbaar bleek. Door de dreiging van de geallieerden vanaf 1942 was een betere bescherming noodzakelijk. Vanuit politieke en tactische overwegingen werd besloten dat Seyss-Inquart, in Den Haag zou blijven. Daarom was een sterke uitbouw van de verdedigingswerken in en rond Den Haag noodzakelijk. Om zich tegen luchtaanvallen te beschermen had hij al een schuilgelegenheid bij het landhuis Clingendael en in maart 1942 wordt het eerste ontwerp voor de bunker gemaakt. De bouw ervan begon in de zomer van 1942. De bunker werd echter op bijna 400 m van het landhuis, maar op slechts 100 m afstand van de kazerne voor de SS-Polizei-Waffenschule III, gebouwd. Het was een ongeveer 30 x 60 m groot bouwwerk, waaronder een 12,5 x 50 m grote bunker tot stand kwam. Gezien de grootte was het niet mogelijk om deze aan de waarneming vanuit de lucht te onttrekken, derhalve heeft men er vermoedelijk voor gekozen om hem als garage te camoufleren. Hierdoor bleef in ieder geval het ware karakter verborgen.

De architectuur en bouwmassa zullen samen met die van de naastgelegen SS-Polizeikaserne mede gediend hebben om macht uit te stralen. Uitspraken van Seyss-Inquart zelf duiden hier ook op. Dit aspect zal een rol hebben gespeelt in het machtsspel tussen de nazileiders onderling. Uiteindelijk werd in 1943 het bestuurlijke apparaat landinwaarts verplaatst. Ook de militaire commandostructuur werd naar het midden van het land overgebracht. Om politieke redenen wilde Seyss-Inquart echter in Den Haag blijven.

1.

De bunker vanaf de zuidwestzijde. Op de foto zijn militairen zichtbaar. Er was nog geen hekwerk aanwezig. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2001_N0000195-03)

6

Het ontwerp stamt van architect August Kubitza met mogelijke medewerking van Karl Gonser. Hij heeft in eerste instantie de bunker als Luftschutzbunker ontworpen. Tijdens het ontwerpproces en tijdens de bouw wordt aan deze functie een defensieve rol toegevoegd. Hiervoor worden ingangsverdedigingen en een rondgaande loopgraaf aangelegd. Ook wordt op de verdieping een tweede hoofdkwartier ingericht, waarschijnlijk ten behoeve van Höherer SS- und Polizeiführer (HSSPF) Hanns Albin Rauter. Deze had begin december 1942 de opdracht gekregen om in geval van een aanval op Den Haag de verdediging van beide Stützpunkte te leiden. Vermoedelijk is voor hem de inrichting gewijzigd om als hoofdkwartier te kunnen functioneren. De omvang was in ieder geval verglijkbaar met het appartement van Seyss-Inquart. Het gebouw combineert een bomvrije kazerne met een commandopost. Dat hij een dergelijk project kon realiseren zonder overleg met de Organisation Todt komt doordat hij over een eigen bouworganisatie beschikte. De bouw ervan moet behalve als verdedigingswerk dan ook gezien worden als een statussymbool binnen de polycratische machtsstructuur van het derde rijk.

2.

Luchtfoto van de RAF van 26 februari 1945, waarop de rond de bunker aangelegde loopgraaf goed zichtbaar is, Op de inzet is herkenbare deel met geel aangegeven. De twee groene stippen zijn de Tobruks. De bruine vlakken zijn de toegangswegen tot de bunker. Met paars zijn de overwelfde toegangsgangen aangegeven. (Herkomst: www.watwaswaar.nl)

Behalve als bescherming voor Seyss-Inquart en zijn staf was de bunker ook bestemd voor de manschappen van de naastgelegen kazerne. Het gebouw was behalve als bescherming tegen luchtaanvallen ook bedoeld voor een langer verblijf in geval van een aanval op Den Haag. Onder andere door het inrichten van de ruimten met in totaal 75 bedden van drie hoog, die langs de wanden van een groot deel van de vertrekken stonden opgeteld. Ook de rondgaande loopgraaf met vier Tobruks en munitiebunkertjes duiden hierop.

De verdere inrichting en afronding vonden plaats in 1943. Tevens vinden in dat jaar en de daaropvolgende jaren uitbreidingen en wijzigingen aan het gebouw plaats. Zo wordt eind 1943 aan de oostzijde de keukenbunker toegevoegd en aan het eind van de oorlog nog een bakstenen berging met betondak. 7

3.

Plattegrond begane grond.

Of en hoe vaak de bunker ook daadwerkelijk is gebruikt bij luchtaanvallen, kon niet worden vastgesteld. Aan te nemen is dat de bunker wel door de gebruikers van de naastgelegen kazerne zal zijn gebruikt. Een in 1947 gefotografeerde tekst doet dit wel vermoeden. Aangezien Den Haag nooit direct is aangevallen, heeft het gebouw in ieder geval niet gefunctioneerd als hoofdkwartier bij de verdediging.

4.

Tekst naar aanleiding van bombardementen, aangetroffen op een van de wanden van de bunker. De tekst luidt: Jabos brummen, Bomben fallen Alles rennt in diese Hallen. Draussen ist’s so gar nicht schön, hier jedoch ganz angenehm. Foto 1947. (Herkomst: beeldbank NIMH, objectnummer 2155_011532)

Het exterieur is gaaf bewaard gebleven en geeft een goed -misleidend- beeld van het gebouw. De buitenkant verraad niet wat het grote dak verbergt. Ook het interieur is in hoofdlijnen gaaf bewaard gebleven. De installaties en andere technische onderdelen zijn in de naoorlogse periode vervangen, maar de structuur ervan is gelijk gebleven. Het bijzondere van de bunker is dat het een gecombineerde commandopost en kazerne van het zwaarste kaliber is. Binnen Nederland zijn hiervan geen vergelijkbare voorbeelden aan te geven. Ook binnen Europa zijn hiervan, voor zover bekend geen parallellen te vinden. Dit unieke verdedigingswerk heeft een hoge cultuurhistorische waarde, niet alleen als verdedigingswerk, maar ook als machtsuitdrukking binnen de polycratische nationaal socialistische machtsstructuur. Tevens is het een duidelijke herinnering aan de wens om de politieke leiding in Den Haag te houden. De Koude Oorlog Commandopost Clingendael is een unieke KO-bunker die het verhaal van de KO in Nederland vertelt. Veel KO-erfgoed is gesloopt, ontmanteld of gestript. Het is zeer bijzonder dat het 8

WOII-exterieur en KO-interieur in deze bunker in zo’n goede en originele staat is. In deze bunker beleef je de Koude Oorlog. Van WOII naar KO Na WOII veranderde de wereld snel. De nieuwe geopolitieke situatie bracht een nieuwe vijand: de Sovjet-Unie. Twee ideologieën kwamen recht tegenover elkaar te staan. Nederland had echter andere prioriteiten, onder andere de Wederopbouw en de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Onder druk van de Verenigde Staten van Amerika, een belangrijke bondgenoot van Nederland, moest Nederland toch maatregelen nemen ter voorbereiding op een nieuw conflict. Bunkers uit WOII werden daarom veelvuldig hergebruikt voor allerlei functies. In 1945 nam de Koninklijke Landmacht de Polizei-Waffenschule in gebruik als hoofdkwartier, en doopte deze in 1948 om tot Prinses Julianakazerne. In 1948 werd ook de naastgelegen SeyssInquartbunker ingericht en aangepast voor gebruik door de Landmacht als beveiligd commandocentrum en verbindingscentrum (communicatiecentrum). De bunker was toen niet in gebruik en in die tijd bijzonder groot en stevig. Het was dus een logische keuze om de relatie tussen de Seyss-Inquartbunker en de naastgelegen kazerne ook na WOII voort te zetten. Begin jaren ’50 was de bunker geïntegreerd in het functioneren van de Prinses Julianakazerne en werd de bunker niet meer Seyss-Inquartbunker genoemd, maar Julianabunker.

Oorlogsstaf BLS en vbdcen GV Het interieur reflecteert zeer goed de spanningen en dreiging van de Koude Oorlog in Nederland en internationaal. Nederland moest zich voorbereiden op deze mogelijke derde wereldoorlog met een enorme dreiging van een inval of aanval door de Sovjet-Unie. We kunnen ons bijna niet meer voorstellen hoe hoog de spanningen toen opliepen: een allesvernietigende atoomoorlog.

5.

Foto’s van kaarten en teksten in diverse ruimtes van de bunker. Foto’s van 2021.

Commandopost Clingendael zou het belangrijkste beschermd onderkomen zijn van de Koninklijke Landmacht tijdens oorlogstijd. Het is gebruikt door de Generale Staf van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten (Oorlogsstaf BLS), als commandopost tijdens oorlogstijd. De Oorlogsstaf heeft de bunker ook gebruikt tijdens nationale en internationale CIMEX- en WINTEX-oefeningen. Ook het verbindingscentrum vbdcen GV van de Koninklijke Landmacht was gevestigd in Commandopost Clingendael tijdens vredestijd en oorlogstijd. Het was een groot 9

verbindingscentrum met als doel het ontvangen en doorsturen van berichten. Het vbdcen GV was een belangrijk knooppunt in het netwerk van verbindingen. Veel berichten werden daarom via het vbdcen GV naar andere ontvangers doorgestuurd, waaronder staatgeheimen en versleutelde berichten.

6.

Foto’s van schakelaar voor vredes- en oorlogslocaties, doorgeefluik en telexapparaat. Foto’s van 2021.

Het interessante aan Commandopost Clingendael is dat de enorme dreiging en spanningen gedurende de KO, waarbij het einde van de wereld nabij leek te zijn, zichtbaar zijn in allerlei aanpassingen die tijdens de KO aan deze bunker zijn gedaan. Deze gelaagdheid is duidelijk te herkennen in de vaste en losse interieuronderdelen van de bunker. Deze zijn redelijk goed bewaard gebleven en zijn daarom onlosmakelijk verbonden aan de bunker.

7.

Foto’s van sluisdeur, hekwerk en luchtdrukventiel. Deze bevinden zich op de begane grond. Foto’s van 2021.

10

8.

Foto van machinekamer en interieur in kooi van Faraday. Foto’s van 2021.

Commandopost Clingendael is erfgoed dat herinnert aan de diverse militaire geschiedenis van WOII, KO en VN-missies. Commandopost Clingendael is daarmee een bijzonder overblijfsel die de zeer gelaagde militaire geschiedenis van Nederland laat zien van de periode van 1940 tot 2013. Dat dit nog bestaat, is uniek.

11

OVERZICHT OBJECT Situering

9.

De bunker (rood gemarkeerd) ligt in de gemeente Wassenaar en noordwestelijk van de Julianakazerne aan de Thérèse Schwartzestraat. De Julianakazerne ligt in de gemeente Den Haag. Het noorden is boven. (Herkomst: www.bagviewer.kadaster.nl)

10. Luchtfoto van de omgeving van de bunker met de Prinses Julianakazerne (SS-kazerne) en Huis Clingendael in 2013. De foto is noordgericht. (Herkomst: Google Maps, 2016)

12

Gevels

11. Zuidgevel

12. Oostgevel

13

13. Noordgevel

14. Westgevel

14

Plattegronden met ruimtenummers

15. Plattegrond begane grond

16. Plattegrond tussenverdieping

15

17. Plattegrond eerste verdieping

18. Tweede verdieping

16

19. Derde verdieping

20. Vierde verdieping

17

BOUW- EN GEBRUIKSGESCHIEDENIS Historische achtergrond Arthur Seyss-Inquart, Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete, de hoogste machthebber in Nederland gedurende de bezetting, vestigde zich in het najaar van 1940 op het landgoed Clingendael. 2 Enerzijds vormde het landgoed een representatieve behuizing, anderzijds was het vlakbij enkele uitvalswegen van Den Haag gelegen. Zijn kantoor bevond zich in het pand Plein 23 in het centrum van Den Haag. Nadat de Duitsers hun plannen voor een invasie van Engeland hadden laten varen, was er de vrees dat de geallieerden een invasie op de Nederlandse kust zouden uitvoeren. Het Duitse leger had oorspronkelijk geoordeeld dat de Nederlandse kust minder geschikt was voor een landing, echter begin 1942 was men tot de conclusie gekomen dat dit niet het geval was.

Dit was mede ingegeven door het feit dat de Engelse marine geen mijnenvelden voor de Nederlandse kust aanlegde.3 Ook ontwikkelingen elders hadden ervoor gezorgd dat de vrees voor een aanval op de kust groter was geworden: Als nach dem englischen Raid gegen Svolvaer auch mit ähnlichen Unternhemungen im niederländischen Raume bei Nacht oder bei Nebel durch Landung kleinerer Truppeneinheiten zur Durchführung von Handstreichen…… gerechnet werden muβte.4 De bezetter ging zich daarom tegen een mogelijke invasie beschermen door verdedigingswerken langs de kust aan te leggen. Door de dreiging van een aanval was de ligging van het regeringscentrum in Den Haag ongunstig geworden: de locatie aan de kust werd toen namelijk kwetsbaar. Op dat moment werd nog niet gedacht aan het verplaatsen van de staven naar het achterland: So wie die Dinge augenblicklich liegen, ist eine Zurückziehung von militärischen und zivilen Dienststellen aus der Stadt Den Haag einerseits aus politischen Prestigegründen, andererseits aus rein sachlichen Erwägungen nicht möglich.5 Dit zou later veranderen. Begin 1942 zou Den Haag een aanval kunnen uitlokken: Ein besonderer Anziehungspunkt wird für den Engländer die Stadt Den Haag mit dem Sitz fast aller massgebenden militärichen und zivilen Behörden sein.6 Het risico op een raid of een landing was dus groot.

Uit de correspondentie van Seyss-Inquart met onder andere Himmler blijkt dat hij om politieke redenen in Den Haag wilde blijven, dichtbij het politieke centrum van Nederland. Een verplaatsing van de regeringszetel zou als vlucht kunnen worden geïnterpreteerd. Seyss-Inquart vreesde wel voor een aanval op de residentie en wilde om die reden een substantiële legermacht houden. Hij kreeg toestemming van Hitler om in Den Haag te blijven. Voor Seyss Inquart werd het Stützpunkt Clingendael ingericht als bescherming voor de Reichskommissar en zijn staf. Deze was naast het Stützpunkt Scheveningen geprojecteerd en kon de verdediging daarvan versterken. Hitler zegde hem eveneens een twintigtal antitankkanonnen toe om de vesting te versterken. Om voldoende zekerheid te bieden werd er een Polizeiwaffenschule III voor de SS naast het landgoed

2

Zie voor de hoofdpersonen het hierna volgende hoofdstuk.

3

Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag, Washington Papers. Duitse collecties van het Department of the United States Army, toegang 400, inv.nr. 110139-110185 en inv.nr. 110095-110138. 4 NIMH, Washington Papers, 400, inv.nr. 110095-110138. 5 NIMH, Washington Papers, 400, inv.nr. 110095-110138. 6 NIMH, Washington Papers, 400, inv.nr. 110095-110138.

18

Clingendael gebouwd. 7 Hier werden Nederlandse SS-ers opgeleid, in eerste instantie ook als reserve voor het Stützpunkt Clingendael. Later, nadat veel troepen aan de kustverdediging waren onttrokken, werd het de hoofdmacht voor de verdediging van het Stützpunkt. In 1942 werd het de basis voor de bezetting van het Stützpunkt Clingendael. Het Stützpunkt Clingendael versterkte ook het naastgelegen Stützpunkt Scheveningen, die erdoor aan de noordzijde was gedekt. Tegelijk zorgde het uitgebouwde deel van Clingendael voor flankering van het Stützpunkt Scheveningen, waardoor een aanval door het centrum zou worden voorkomen.8 Het doel was: Es muss in erster Linie dafür gesorgt werden, dass dieser Abschnitt vor jeglicher überrachender Landung gesichert wird. 9 De bunker vormde als bomvrije kazerne en commandopost een belangrijk onderdeel van het Stützpunkt.

21. Baufortschrittskarte van de Stützpunkte Scheveningen en Clingendael. Te zien is dat de bouwwerken met name bij Clingendael voorzien zijn van een R (Reichskommissar). Hier in geel gemarkeerd. Deze bouwwerken zijn tot stand gekomen onder leiding van de Abteilung Siedlung und Bauten, de organisatie die rechtstreeks onder Seyss-Inquart ressorteerde. Dit in tegenstelling tot de andere bouwwerken, die door de Organisation Todt zijn gerealiseerd. Het tot stand brengen van verdedigingswerken is elders in de Atlantikwall steeds de verantwoordelijkheid van Orginisation Todt. Volgens de Baufortschrittkarte is de bunker gelegen op Baupunkt 237 en heeft de naam R 8750. (Herkomst: Sakkers, 2004, p. 23).

Uiteindelijk werd er in 1943 toch besloten om de militaire staven en het civiele bestuur zo veel mogelijk naar het achterland te verplaatsen. Uit politieke overwegingen zoals hiervoor al 7

Zie voor de geschiedenis van de SS kazerne Van Hoof en Van de Zee, 1988 en 2006..

8 In ‘t Veld, 1976, p. 911. 9 NIMH, Washington Papers, 400, inv.nr. 110095-110138.

19

genoemd werd voor Seyss-Inquart ook in 1943 een uitzondering gemaakt.10 Hij bleef in Den Haag. Pas aan het eind van de oorlog (na Dolle Dinsdag) zou Seyss-Inquart zijn toevlucht zoeken op het landhuis Spelderholt vlakbij Apeldoorn, waar Siedlung und Bauten ook een schuilplaats inrichtte. Tevens had hij een kantoor met schuilgelegenheid aan de Loolaan in Apeldoorn.

22. Overzicht van de Stützpunkte Scheveningen en Clingendael. Bij Clingendael is te zien dat de verdediging ervan de verantwoordelijkheid is van de Polizei-Waffenschule van de SS. De witte peil geeft de plaats aan van de bunker en SS-kazerne (Herkomst: Ambachtsheer, 1995 p.61)

De uitbreiding met bunkers werd niet verzorgd door de Organisation Todt (O.T.), die elders met de bouw van de Atlantikwall was belast, maar door de Abteilung Siedlung und Bauten van het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft, een van de vier Generalkommissariate van de Reichskommissar.5 De leiding ervan berustte bij Hans Fischböck (24 januari 1895 - 3 juni 1967). Zijn carrière was nauw verbonden met die van Seyss-Inquart en hij zal loyaal aan hem zijn geweest. De Abteilung Siedlung und Bauten werd geleid door de Weense architect en tevens zijn zwager Walter Münster. Hierdoor had Seyss-Inquart zijn eigen bouworganisatie, die niet afhankelijk was van de O.T., die rechtstreeks viel onder het Ministerie van Bewapening en Munitie in Berlijn. De beschikking over een eigen organisatie met een zelfstandig opererende Bauhof 11 had grote voordelen. Het gaf de Reichskommissar de mogelijkheid om onafhankelijk van de O.T. bouwprojecten uit te voeren. 12 Dit past in het beeld van de chaotische polycratie die het Duitse Rijk was. De activiteiten van de organisatie ten aanzien van de uitbouw van de Atlantikwall is terug te vinden in de Baufortschrittskarte van 25-3-

10

Zie de bronnenpublicatie van In ’t Veld, 1976 en Neuman, 1989.

11

De Bauhof, van waaruit de distributie van het bouwmateriaal en ook het materieel werd geregeld, was een stichting volgens het Nederlandse recht. De Bauhof speelde bij de materiaalverzorging een belangrijke rol. Ook werd door de Bauhof gehandeld in hout en in de verhuur van machines (tot aan Groningen toe). Het was dus meer dan een toeleverancier van materialen. 12

Voor meer informatie over de Abteilung Siedlung und Bauten zie: Sakkers en Pols, 2004.

20

1945, waar de door de Abteilung Siedlung und Bauten tot stand gebrachte bunkers met de ‘R’ van Reichskommissar zijn aangegeven. Hoofdpersonen Arthur Seyss-Inquart (Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete)

23. Arthur Seyss-Inquart in 1940. (Herkomst http://skepticism.org/timeline/april-history/5223-arthur-seyss-inquarttries-to-take-partial-credit-for-unification-of-austria-with-germany.html)

Arthur Seyss-Inquart (Stannern/Stonarov, 22 juli 1892 - Neurenberg, 16 oktober 1946) was onder druk van Duitsland op 12 maart 1938 bondskanselier van Oostenrijk geworden en regelde vanuit die positie de inlijving van Oostenrijk bij Duitsland (de Anschluß). Na de inlijving kwam het grootste deel van de macht terecht bij Joseph Bürckel (30 maart 1895 - 28 september 1944) die voordien Gauleiter in de Saarpfalz was geweest. Op 1 mei 1939 werd de regering ontbonden en verloor Seyss-Inquart zijn baan. Hij werd wel benoemd tot Reichsminister zonder portefeuille in het Duitse kabinet. Een functie die wel status en materiële voordelen gaf maar geen invloed of macht. In oktober van dat jaar werd SeyssInquart Stellvertreter voor de Generalgouverneur des besetzten Polen. Een functie die hem weinig invloed gaf. Op 18 mei 1940 werd hij door Hitler (29 april 1889 - 30 april 1945) tot Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete benoemd. De keuze voor SeyssInquart zal mede bepaald zijn om Nederland voor het nationaalsocialisme te winnen, dit gezien zijn ervaringen in Oostenrijk. Na het mislukken hiervan werd de oorspronkelijk gematigde Seyss-Inquart steeds radicaler. Bij het Proces van Neurenberg werd hij ter dood veroordeeld en op 16 oktober 1946 opgehangen. Seyss-Inquart werd als Reichskommissar bijgestaan door een viertal Generalkommissare.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Reichskommissar van Noorwegen Josef Terboven (23 mei 1898 - 8 mei 1945) mocht hij slechts twee ervan zelf benoemen: Friedrich Wimmer (Salzburg, 9 juli 1897 - Regensburg, 2 augustus 1965) als Generalkommissar für Verwaltung und Justiz en Hans Fischböck (Geras, 24 januari 1895 - Wehrda/Marburg, 3 juli 1967) als Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft. Bij aanstelling van beide anderen had hij geen invloed: Fritz Schmidt (Eisbergen, 19 november 1903 - Chartres, 20 juni 1943) werd als Generalkommissar zur besonderen Verwendung aangesteld door Rudolph Hess (26 april 1894 - Berlijn, 17 augustus 1987) en Martin Bormann (17 juni 1900 - 2 mei 1945): de vierde was Hanns Albin Rauter (Klagenfurt, 4 februari 1895 - Scheveningen, 25 maart 1949), Generalkommissar für das Sicherheitswesen.13 Opvallend is dat van deze vijf personen er vier van Oostenrijkse afkomst waren. Alleen Schmidt was een Duitser. Rauter was 13 Schmidt was de vertegenwoordiger van de partij en Rauter van de SS (Himmler)

21

verantwoordelijk voor de veiligheid in het bezette gebied en was als SS-generaal ook degene die bij een mogelijke aanval op de hofstad de leiding van de verdediging op zich zou nemen. Voor deze functie was ook voor hem plaats gemaakt in de bunker. Behalve de in dit rapport besproken grote bunker was er ook een kleine schuilbunker bij Huis Clingendael, dat door Seyss-Inquart in 1940 als woning in gebruik was genomen. Aan het eind van de oorlog werd Den Haag als standplaats te gevaarlijk en verhuisde Seyss-Inquart naar Apeldoorn waar hij het landhuis Spelderholt betrok, waar een deel van de kelders als schuilkelder was ingericht. Zijn kantoor aan de Loolaan 554 in Apeldoorn was van twee deels in baksteen en deels in beton uitgevoerde schuilplaatsen voorzien. Beide waren echter van aanzienlijk geringere omvang vergeleken met grote bunker op Clingendael.

24. Het in opzet 17de-eeuwse landhuis Clingendael was het woonhuis van Seyss-Inquart in Den Haag. Zijn kantoor had hij in het centrum van Den Haag. (Herkomst: Beeldbank RCE documentnummer 14133-58243)

25. Het kantoor van Seyss-Inquart op het adres Plein 23 in Den Haag (het voormalig Logement van Amsterdam) met de nog bestaande entree (links) naar de gang die door de kelder leidt naar de bunker in de tuin aan de achterzijde van het huis. De bunker is omstreeks het jaar 2000 gesloopt. (Herkomst: beeldbank RCE, documentnummer 76.571)

22

Hanns Albin Rauter (Generalkommissar für das Sicherheitswesen)

26. Hanns Albin Rauter in 1939. (Herkomst: Bundesarchiv, Bild 183-1982-1021-509 / CC-BY-SA 3.0

Hanns Albin Rauter (Klagenfurt 4 februari 1895 – Scheveningen 25 maart 1949) was net als Seyss-Inquart afkomstig uit Oostenrijk. Voordat hij Adolf Hitler in 1927 ontmoette was hij al jaren lid actief in rechts-radicale antisemitische bewegingen. Na deelname aan een staatsgreep in 1933 vluchtte hij naar Duitsland en sloot zich aan bij de Sturmabteilung (SA). In april 1935 stapte Rauter over naar de Schutzstaffel (SS) met de rang van Oberführer. Tot 1940 was hij Stabsführer des SS-Oberabschnittes Südost (een hoofddistrict, de grootste vooroorlogse eenheid van de algemene SS) in Breslau (het huidige Wroclaw). Vanaf 1938 was hij ook lid van de Reichstag. Na de bezetting van Nederland werd hij op 23 mei 1940 benoemd als Generalkommissar für das Sicherheitswesen en Höherer SS- und Polizeiführer (HSSPF) Nordwest. Hij was onder andere verantwoordelijk voor de openbare orde en in die hoedanigheid bevelhebber over de Polizei-Waffenschule III, die op de naastgelegen kazerne was gelegerd. Hiermee was hij formeel gezien een ondergeschikte van Seyss-Inquart. Echter het feit dat hij namens Heinrich Himmler, Reichsführer van de SS, was benoemd gaf hem een positie die het hem in de praktijk mogelijk maakte om onafhankelijk van Seyss-Inquart te opereren. Zijn loyaliteit was in de eerste plaats aan Himmler.

Hij rapporteerde over zijn werkzaamheden aan Himmler en ontving zijn orders vooral van hem en niet van Seyss-Inquart. De laatste was voor politietaken zelfs afhankelijk van Rauter. In april 1941 werd hij tot SSGruppenführer (equivalent voor luitenant-generaal) en General der Polizei benoemd. Hij was de hoogste SS-officier in Nederland en in die hoedanigheid de eerst verantwoordelijke voor de harde represaillemaatregelen en voor de deportatie van de Nederlandse Joden. In juni 1943 werd hij nog bevorderd tot SS-Obergruppenführer (generaal). Begin 1945 voerde hij het bevel over de Kampfgruppe Rauter (een Kampfgruppe is een ad hoc samengestelde legereenheid voor een bepaalde tijd). Deze groep vocht in het rivierengebied en op de terugweg van het front naar Apeldoorn werd hij in de nacht van 6 op 7 maart 1945 bij vergissing door het verzet bij Woeste Hoeve aangevallen en raakte hij zwaargewond. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht en verbleef daar tot na de oorlog.

In 1948 werd hij door het Bijzondere Gerechtshof in Den Haag ter dood veroordeeld. Op 25 maart 1949 werd hij op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. De plaats waar zijn lichaam is begraven is staatsgeheim.

23

Heinrich Himmler (Reichsführer SS)

27. Heinrich Himmler in 1942. (Bundesarchiv, Bild 183-S72707 / CC-BY-SA 3.0)

Heinrich Luitpold Himmler (München 7 oktober 1900 – Lüneburg 23 mei 1945), Reichsführer van de SS, was de directe baas van Rauter en hoofd van de SS. Hij had de order gegeven dat Rauter het bevel zou krijgen over de Stüzpunktgruppe Scheveningen in het geval dat Den Haag zou worden aangevallen. Dit overigens met toestemming van Seyss-Inquart, die liever de SSStandartenführer Erwin Tzschoppe als bevelhebber had gehad, omdat deze volgens SeyssInquart meer gevechtservaring had. Mogelijk ook omdat die wellicht minder sterk onder invloed van Himmler stond. Rauter onderhield nauwe contacten met Himmler en deed niets zonder zijn toestemming. Het contact met zijn formele chef, Seyss-Inquart was veel geringer.

24

De bouw van Commandopost Clingendael Wanneer de werkzaamheden exact zijn begonnen, is niet precies bekend. Op de oudst bekende tekening van de bunker, gedateerd 25 maart 1942, is er al een 1 meter diepe bouwput gegraven. Men zal kort daarvoor dus met de bouw zijn begonnen. De reden voor de bouw is door SeyssInquart in een telexbericht van 14 november 1942 aan Himmler aangegeven: Reichsfuhrer. Ich habe beim Führer erreicht, dass ich mit meiner Dienststelle in Den Haag bleiben darf, da mir ansonsten die Verwaltung in den Niederlanden aus den Handen kommen wurde. Die Voraussetzung fur diese Zustimmung war eine entsprechende Sicherung vor allem gegen Fliegerangriffe und auch hierfur habe ich inzwischen vorgesorgt, in dem ich wie Sie ja wissen eine erstklassige Polizeikaserne im Bau habe und daneben einen Bunker, der sich sehen lassen kann und in dem ein ganzes Bataillon notigenfalls Platz hat. Dieser Bunker wird im Ernstfall auch sozusagen mein Ruckhalt sein und wird nunmehr nachrichtenmassig ausgerustet. Diese Ausrustung ubernimmt die Ordnungspolizei, weil sie ja auch den Bunker mit der Besatzung belegt. Die Nachrichtenmittel sind nun so, dass ich mit der Unterbrechung des Telefon und Fernschreibverbindung rechnen muss, und aus diesem Grunde erscheint es mir dringend notwendig, einen 100 Wattmotor in den Bunker einbauen zu lassen. Der diesbezugliche Antrag wurde vom BdO gestellt.

Ich bitte Sie nun unmittelbar, diesen Antrag wohlwollend behandeln zu lassen und zeichne mit Heil Hitler als Ihr stets ergebener SeyssInquart.14 Het besluit dat Seyss-Inquart in Den Haag zou blijven was al begin 1942 gevallen.15 Uit dit bericht blijkt dat de functie behalve als schuilplaats in geval van een luchtaanval ook bedoeld was als noodzetel en als verblijf van een bataljon in geval van nood. Overigens was bij het landhuis zelf ook al een schuilplaats tegen luchtaanvallen aangelegd. In de correspondentie geeft Seyss-Inquart aan dat hij bij de bouw twee eisen (doelen) heeft samengevoegd, namelijk de noodzaak voor een goede schuilplaats voor zichzelf en de noodzaak om de manschappen van de kazerne van een schuilplaats te voorzien. Door het samenvoegen van deze functies werd de bunker groter en mogelijk heeft dat aspect een rol gespeeld bij die beslissing. Een grotere bunker zal zeker meer status hebben gegeven en zal ˗ behalve in de interne machtsstrijd ˗ ook een rol hebben gespeeld bij de politieke wens om het handhaven van de standplaats uit te dragen naar de bevolking. Hoewel het ontwerp en de eindverantwoordelijkheid berustten bij de Abteilung Siedlung und Bauten, lag de uitvoering bij de Nederlandse Rijksgebouwendienst. Ook bij de aanbesteding werden Nederlandse aannemers gevraagd, die het werk op kosten van de Nederlandse staat uitvoerden.

De meeste van de bewaarde bouwtekeningen zijn in het Nederlands opgesteld (noodzakelijk in verband met de uitvoering door Nederlandse aannemers) en door de Rijksgebouwendienst vervaardigd. De dienst hield zich dus niet alleen bezig met de uitvoering van civiele werkzaamheden, maar ook met de bouw van objecten met een duidelijk militair karakter (zie ook hierna). De afstand tussen het landhuis en de bunker bedraagt ongeveer 400 meter, terwijl de afstand tussen de bunker en de kazerne slechts 100 meter bedraagt. De relatief grote afstand tussen Clingendael en de bunker zal mogelijk een van de redenen zijn geweest om ook bij het landhuis zelf een schuilgelegenheid te hebben. Deze zal primair door Seyss-Inquart bij luchtaanvallen zijn gebruikt. 14

In ’t Veld, 1976, p. 870. 15 In ‘t Veld, 1976, p. 689.

25

De bunker en de SS-Polizeikaserne zijn behalve in functionele zin ook in architectonische en representatieve zin nauw met elkaar verbonden. Hoewel het grote gesloten dak de bunkerfunctie camoufleert, heeft het door zijn grote omvang een duidelijke, imponerende functie. Het maaiveld rond de bunker werd bij de bouw met ongeveer een meter verhoogd. Het lijkt erop dat deze aanpassingen dienen om de schaduwwerking van het relatief hoge gebouw zo gering mogelijk te laten zijn. Ook de oorspronkelijke detaillering van de entreepartijen hebben een duidelijke representatieve uitstraling. In de correspondentie wijst Seyss-Inquart erop dat de bunker en de SS-Polizeikaserne zich konden laten zien. Daar waar de representatieve uitstraling bij de bunker zich beperkte tot het bouwvolume, is bij de kazerne de architectuur gebruikt om de weerbaarheid van het geheel te benadrukken. De kazerne is in de stijl van de Stuttgarter Schule door Karl Gonser (21 januari 1902 – 22 oktober 1979) ontworpen. Het toevoegen van de twee torens en ‘het bastion’ op de zuidwesthoek van het gebouw geven dit ondubbelzinnig aan. De uitstraling zal mede bedoeld zijn als signaal in de richting van de Nederlandse bevolking.

Een hart onder de riem voor dat deel van de bevolking dat de Duitsers steunde en een imponerend gebaar in de richting van dat deel dat de Duitsers niet welgezind was.16 In hoeverre Gonser ook betrokken was bij het ontwerp van de bunker behoeft nog nader onderzoek. Op de ontwerptekening voor de bunker wordt Der architekt Kubizka Stadbaumeister genoemd. In de correspondentie meldt Seyss-Inquart dat de bunker is uitgevoerd door het hoofd van de Abteilung Siedlung und Bauten; Dipl. Ing. Münster.17 Dat hij de leiding had hoeft niet meteen te betekenen dat hij ook voor het ontwerp verantwoordelijk was. Gezien de vele aanpassingen tijdens en na de bouw zal hij wel invloed hebben gehad op de verschijningsvorm van het gebouw.

28. De boerderij Het Uilennest met omgeving omstreeks 1937. De boerderij is rechts van het midden zichtbaar. De boerderij wordt in 1942 gesloopt om plaats te maken voor de SS-kazerne. Links is het beboste gebied zichtbaar, waar de bunker zou worden gebouwd. (Herkomst: beeldbank Haags gemeentearchief identif,.nr. HGA 1901549)

16

Sakkers, 1976, p. 6. 17 Veld. p. 794.

26

29. Een van de eerste tekeningen van de bunker. De principedoorsnede komt overeen met het uiteindelijke ontwerp. De plattegrond is nog niet voorzien van de ingangsverdediging en de keukenbunker ontbreekt. De legenda bij de doorsnede geeft aan dat op dat moment (de tekening is 25 maart 1942 gedateerd) de bouwput een halve meter diep was uitgegraven. Op de tekening is het grote bunkerdak nog niet weergegeven. Onbekend is of het op de tekening is weggelaten, of dat in deze fase nog niet gedacht werd aan een dergelijk dak. (Herkomst: Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Defensie: Gewoon en Geheim Verbaalarchief en daarbij opgelegde bescheiden, nummer toegang 2.13.151, inventarisnummer 5963)

Op 10 april 1942 volgde het verzoek van de Bevollmächtigte für die Bauwirtschaft in die Niederlanden aan de pasbenoemde Reichsminister für Bewaffnung und Munition Albert Speer om urgentie te verkrijgen voor de levering van bouwmateriaal ten behoeve van de bunker.18 Op dat moment waren de werkzaamheden dus al begonnen. Ondanks dat Seyss-Inquart over een eigen organisatie en Bauhof beschikte, was er dus niet voldoende bouwmateriaal om de geplande bunker zonder hulp van Speer te realiseren. Seyss-Inquart had echter wel de steun van Hitler om zijn standplaats beter te beveiligen, dus zal Speer (vermoedelijk met tegenzin) aan het verzoek hebben voldaan. In de eerste ontwerpen is op de begane grond een appartement opgenomen, dat voor SeyssInquart was bestemd. Ter plaatse van de eerste verdieping was in eerste instantie waarschijnlijk geen appartement voorzien. In het archief van het Rijksvastgoedbedrijf van de bunker bevindt zich een tekening gedateerd op 5 september 1942 met daarop de details van de deurkozijnen voor de bunker. De indirecte aanwijzing dat het appartement op de verdieping in een latere ontwerpfase is toegevoegd, is af te leiden uit een van de werktekeningen, waar staat vermeld dat twee gasdeuren van de scheidingswand halverwege de bunker zouden komen te vervallen in verband met een wijziging in de plattegrondindeling.

De wijziging hield dus in dat een van de doorgangen door de scheidingsmuur niet meer noodzakelijk zou zijn. Dit zou het geval zijn indien ter plaatse van de eerste verdieping zou worden afgezien van de bouw van legeringsruimten in het oostelijke deel van de zuidelijke gang en in plaats daarvan een post voor bijvoorbeeld de commandant van een regiment in te richten. Dit is dan ook in lijn met het 18 Sakkers, 2004 p. 6

27

beschikbare tekeningenmateriaal. Hiertussen bevindt zich namelijk ook een plattegrond van de bunker met ter plaatse van de eerste verdieping aan beide gangen alleen maar legeringsvertrekken. Op grond van het bovenstaande is de conclusie dat het appartement ter plaatse van de eerste verdieping niet in het oorspronkelijke ontwerp was opgenomen, maar nog tijdens de uitvoering in de zomer van 1942 is toegevoegd. Dit is nog alvorens de formele beslissing dat de SS bij een aanval op Den Haag de leiding van verdediging op zich zou nemen.

30. Deze dwarsdoorsnede (tekening zomer 1942) geeft de toestand weer, zoals deze uiteindelijk ook tot stand is gekomen. Het blijkt dat het door architect Kubitza ondertekende ontwerp op 23 juli van dat jaar is gewijzigd. Om welke wijzigingen het gaat, is niet meer te achterhalen. Uit de bouwtekening blijkt dat de bunker omgeven is door een 7,50 m breed en 1,50 m dik uitgevoerde zogenoemde Panzerplatte. De plaat vormt de fundering van de rondgaande galerij, waarop het buitenste deel van het grote schilddak rust. De betonnen plaat diende te voorkomen dat door een treffer vlak naast de bunker deze in zijn geheel ontzet zou worden. In feite was dit een constructie die in verband met het grote materiaalverbruik bij bunkerbouw niet meer werd toegepast. De slingerende beweging van het rookkanaal dient ervoor om te voorkomen dat men handgranaten door het kanaal naar binnen kon gooien om zodoende de luchtbehandelingsinstallatie te vernielen. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

28

31. Lengtedoorsnede over de bunker. De uiteindelijke uitvoering komt vrijwel volledig overeen met de tekening. Wel heeft men - om onbekende reden - besloten om de beklamping (bij de vermelding Verblendingshöhe wie Architektur) in plaats van de hier getekende halfsteens klamp met een spouw uit te voeren als een complete spouwmuur met een breedte van 29 cm. Ter plaatse van de verdieping zijn de vele deuren zichtbaar behorende bij de legeringsvertrekken. Bij een van de vertrekken, die in doorsnede is getekend, is de tegen de wand opgeklapte tafel zichtbaar, met aan weerszijden de twee drie etages hoge bedden, met een breedte van slechts 65 cm (zie afb. 51). De smalle bedden waren een gevolg van de beperkte breedte (slechts 2,25 m) van de vertrekken. Met de bedden aan weerszijden van de wanden restte er dus slechts 0,95 m vrije ruimte. In de doorsnede over de beide langswanden zijn de buizen van de overdrukventielen zichtbaar. De knik halverwege diende te voorkomen dat men bij een eventuele belegering van de bunker brandbare vloeistoffen naar binnen kon gieten. Om dezelfde reden is het schoorsteenkanaal geknikt uitgevoerd. Het bunkerdak is hier nog 2,50 m dik uitgevoerd. Uiteindelijk werd het bunkerdak over het oostelijke deel met 1,50 m verzwaard.

Het is niet geheel zeker of het deel van het dak met een dikte van 4 m massief is uitgevoerd; bij de trapopgang naar het verhoogde deel van het dak is zichtbaar dat men ongeveer 0,5 m hoge vrije ruimte tussen de verhoging en de bestaande vloer heeft uitgespaard. Mogelijk is ook elders deze vrije tussenruimte aangebracht. In dat geval zou het een constructie zijn die als voorbeeld de Duitse U-boot- en Schnellbootbunker heeft, waarbij het bovenste deel de opvangconstructie voor de zwaarste typen van bommen is (Fangrost). Ter plaatse is zichtbaar dat de uitvoering van de extra 1,50 m beton afwijkt ten opzichte van de rest van het dak. Dit geeft aan dat de verhoging pas tot stand is gekomen na de voltooiing van het 2,50 m dikke dak. Dit kan dan ook verklaren waarom niet het hele dak 4,00 m zwaar is uitgevoerd. Aan de westzijde waar het dak niet verhoogd is, bevindt zich de trapopgang naar de zolder en naar de beide observatietorens. Het toevoegen van 1,50 m extra beton zou dan geleid hebben tot complexe constructies voor de trappen en het afvoerkanaal voor vervuilde lucht had dan verlengd moeten worden. Deze verhoging heeft in de tweede helft van 1942 of in 1943 plaatsgevonden. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

In de zomer van 1942 zal de bouw van de bunker zover zijn gevorderd dat men met de afbouw kon beginnen. De datering van bovengenoemde tekening in de archiefstukken van het Rijksvastgoedbedrijf geeft een indicatie van de voortgang van de werkzaamheden. Dit soort detailtekeningen wordt doorgaans gemaakt kort voordat deze nodig zijn. Men kan dus aannemen dat de ruwbouw op dat moment (september 1942) al ver gevorderd was. Uit deze en andere tekeningen (ook uit niet in dit rapport opgenomen tekeningen) blijkt dat de afbouw kon beginnen. Op dat moment voorzag het ontwerp van de bunker nog niet in een ingangsverdediging en ook de keukenbunker was nog niet gepland. Uit de tekeningen is wel af te leiden dat over de bunker het grote dak zou worden geplaatst. In deze fase schreef Speer op 31 augustus aan Seyss-Inquart een kritische brief over de grote omvang van de bunker.19 Weliswaar waren de verblijfsruimte voor Seyss-Inquart en die voor de militaire commandant ruim aangelegd, maar men kan een legeringsruimte met stapelbedden van 65 cm breed moeilijk te groot noemen. Het uiteindelijke resultaat zou tegen het advies van Speer in alleen nog maar groter zijn, door de toevoeging van de dubbele keukenbunker en de ingangsverdediging.

Een andere reden voor de kritiek van Speer kan zijn gelegen in het feit dat de bouw van de bunker en van Stützpunkt Clingendael niet onder zijn supervisie (O.T.) geschiedde, maar onder bevel van Seyss-Inquart zelf tot stand werd gebracht (Abteilung Siedlung und Bauten). De door Seyss-Inquart gevraagde bouwmaterialen kon/wilde hij volgens zijn brief alleen leveren indien de bouwwerken in het totale verdedigingssysteem (dat onder leiding van O.T. tot stand kwam) werden geïntegreerd en noodzakelijk waren. Wellicht was zijn advies aan het einde van de brief om de leiding over te dragen aan de O.T. de ware achtergrond van zijn kritiek. De bouw van de gehele Atlantikwall werd door de O.T. uitgevoerd en het zal hem hebben gestoord dat in het bezette Nederland de Reichskommissar op eigen houtje verdedigingswerken tot stand bracht.20 19 Met dank aan de heer C. Neisingh. 20

Ook de andere bunkers van Stützpunkt Cingendael werden onder leiding van de Abteilung Siedlung und Bauten tot stand gebracht.

29

Wat opvallend is, is het gegeven dat meerdere functies in de bunker werden ondergebracht (twee commandocentra en een kazerne), terwijl bij de Duitse vestingbouw in die tijd juist het streven was de functies zo veel mogelijk in verschillende bunkers onder te brengen om zodoende de kwetsbaarheid te verminderen. Een uitgangspunt dat zelfs zover ging dat er toiletgebouwen in Ständige Ausbau (St) werden uitgevoerd.

32. Deel van een opmetingstekening uit 1949 waarop de kelderverdieping is weergegeven. Het linkerdeel is niet in de digitale bestanden aangetroffen. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

30

33. Ontwerptekening voor de begane grond uit de beginfase van de bouw. De uiteindelijke uitvoering is grotendeels identiek aan het ontwerp. Rechtsonder is het appartement voor Seyss-Inquart zichtbaar. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

34. Ontwerptekening voor de eerste verdieping uit de beginfase van de bouw. De uiteindelijke uitvoering is grotendeels identiek aan het ontwerp. Het belangrijkste verschil is rechtsonder zichtbaar, waar in het zuidoostelijke deel legeringsruimten waren gepland. Bij de bouw werd hier een tweede commandopost met verblijf gerealiseerd, die gelijk was aan de opzet ter plaatse van de begane grond voor Seyss-Inquart. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

31

35. Tekening uit de bouwtijd (1942), waarop de oorspronkelijke indeling met de kleine, bijna vierkante, vertrekken op de begane grond en de verdieping zichtbaar is. Het grootste deel van deze vertrekken waren bestemd voor de legering van militairen. In een aantal waren andere functies ondergebracht, zoals de wacht, een EHBOpost etc. De geel ingekleurde vertrekken rechtsonder waren bestemd voor Seyss-Inquart. De blauw ingekleurde vertrekken waren, volgens de woorden van Seyss-Inquart zelf, voor de bevelhebber van een regiment (waarschijnlijk was dit deel bestemd voor Rauter, zie hierna). In de vertrekken 44, 45 en 46 op de begane grond (rood gekleurd) waren de installaties voor verwarming, luchtverversing, water etc. ondergebracht. De vertrekken 20 en 63 (groen) waren bestemd voor het onderbrengen van de verbindingen. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB

32

36. Ontwerptekening, d.d. 14 augustus 1942, voor een grote septictank, die voor de bunker werd gebouwd. De septictank is tegen de zuidzijde van de bunker geplaatst. De aanwezigheid van deze septictank is de reden dat na de oorlog niet het gehele maaiveld voor de bunker kon wo worden verlaagd. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

33

37. Op 9 september 1942 werd de detailtekening van de afwerking van de toegangen goedgekeurd. Het ontwerp, waarvan de uitvoering dus al behoorlijk vergevorderd was, gaat nog steeds uit van een schuilplaats zonder ingangsverdedigingen. Het weergegeven ontwerp is vrijwel identiek aan de afwerking van de door de Abteilung Siedlung und Bauten gebouwde bunker in Valkenswaard, met dit verschil dat de bunker op Clingendael aanzienlijk groter is. Bij de bouw van de bunker in Valkenswaard was architect Gonser betrokken, die in ieder geval de SS-kazerne naast de bunker heeft ontworpen en mogelijk ook betrokken was bij de bouw van de bunker voor Seyss-Inquart. Ter plaatse van de toegang is aan de buitenzijde een beklamping van baksteen en een fraai gedetailleerde omlijsting voorzien. Ook aan de binnenzijde is aan afwerking gedacht. De wanden zouden worden bekleed met steenstrips in de vorm van in de lengte doorgezaagde bakstenen. De recht uitgevoerde onderzijde van het gewapend betonnen dak zou worden afgewerkt met een getoogd uitgevoerd stucplafond op aan betonijzers bevestigd steengaas. Bij het veldwerk zijn van deze afwerking geen sporen teruggevonden, zodat we kunnen concluderen dat kort na begin september het besluit is gevallen om de bunker van een ingangsverdediging te voorzien.

Of het toevoegen van de ingangsverdediging een gevolg is van een brief van Speer aan Seyss-Inquart, waarin hij het ontwerp bekritiseert of dat het een gevolg van een wijziging in het verdedigingsconcept voor het Stützpunkt Clingendael is, is op dit moment nog niet duidelijk. Gezien de ontwikkelingsgeschiedenis van de bunker kunnen we het toevoegen van de ingangsverdediging dateren in het laatste kwartaal van 1942. De toegangen zijn met zekerheid vóór maart 1943 gerealiseerd, aangezien op de 15e van die maand een uitbreiding tegen het al bestaande beton van de zuidelijke ingang werd geplaatst. Bij het detail rechtsboven is wel de met baksteen omklede kolom zichtbaar, die het bunkerdak draagt. Het grote dak maakte begin september dus al deel uit van het ontwerp. (zie ruimteboek, ruimte 80A). Omdat in een volgende ontwerp de ingangen werden voorzien van een ingangsverdediging is van de omlijsting afgezien. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

38. Detailtekening van de doorgangen, waarin de ijzeren gasdeuren zouden worden geplaatst. De tekening is gewijzigd op 12 september 1942, wanneer twee dubbele deuren op de verdieping halverwege de zuidelijke gang komen te vervallen vanwege de gewijzigde indeling in verband met de bouw van een extra appartement. Deze planwijziging is dus op 12 september te dateren. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

34

39. Ontwerptekening uit januari 1943 voor een viertal kleine munitiebunkers bij de bunker. De locatie van deze bunkertjes is niet bekend, maar de toegang met een naar beneden voerende trap geeft aan dat de opslagplaatsen ingegraven waren en zich waarschijnlijk volledig onder de grond hebben bevonden. Het is aannemelijk dat de munitiebunkertjes vanaf de loopgraaf toegankelijk waren. Waarschijnlijk bevindt zich nog een deel van de bunkertjes in de ondergrond. Archeologisch onderzoek zou hierover meer duidelijkheid kunnen geven. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

35

40. Ontwerptekening voor de aanleg van een loopgraaf rond de bunker. Op de tekening is de keukenbunker niet ingetekend. De tekening zal van vóór maart 1943 dateren aangezien de aanbouw onder het bunkerdak aan de zuidzijde nog niet zichtbaar is (zie ruimteboek: ruimte 080A). Wel zijn hier de ingangsverdedigingen te zien, wat betekent dat de tekening na september 1942 is gemaakt, omdat in de eerste helft van september er nog geen sprake was van de ingangsverdedigingen (zie hierna). Bij de meest oostelijke toegang is wel de 7,50 m lange bakstenen loopgraaf te zien, die eind 1944 voor de bouw van de dubbele keukenbunker gesloopt moest worden. Op de noordwest- en de zuidoosthoek zijn elk twee Tobruks getekend. De gestippelde lijnen zijn de overdekte toegangen tot de bunker. Het ontwerp voorziet niet in de technische ruimten aan de oostzijde onder het grote dakvlak. Rechts naast de brug is de loopgraaf aangelegd, die het loopgravensysteem toegankelijk maakt vanaf de zijde van de kazerne. Voor deze toegang en voor de loopgraaf ten oosten ervan is de sloot gedempt. De loopgraaf zal grotendeels uitgevoerd zijn, zoals hier is getekend. Alleen aan de westzijde is het ontwerp aangepast, dit mede in verband met het verplaatsen van de sloot. Ook is de loopgraaf naar het landhuis nog niet tussen de beide Tobruks gelegd, maar ten oosten ervan (zie volgende afbeelding).

De toegangen tot de bunker zelf zijn als gemetselde en overdekte loopgraven uitgevoerd. De inwendige hoogte ervan is opvallend gering uitgevoerd, dit in tegenstelling tot de ingang uit de eerste fase, die voldoende stahoogte had. De geringe stahoogte zal het gevolg zijn van het gegeven dat de overdekking bedoeld was om de toegang aan het zicht te onttrekken en dus onder maaiveld te houden en anderzijds door het gegeven dat de onderzijde vast lag door de al aanwezige pantserplaat rond de bunker. De meest oostelijke overdekte loopgraaf werd in november 1943 afgebroken ten behoeve van de bouw van de keukenbunker. De ‘dwarspoot’ van de westelijke toegang van de bunker is na de oorlog gesloopt in verband met het verlagen van het maaiveld rond de bunker en ter plaatse van de ruimte onder het bunkerdak aan de west- en noordzijde. Langs de bunker zijn de bomen ingetekend. Op luchtfoto’s uit 1944 en 1945 zijn er aanzienlijk minder bomen zichtbaar. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

36

41. Tekening van het westelijke deel van het terrein, met het voorstel om de sloot te verleggen (zie ook vorige afbeelding). De reden voor het verleggen van de sloot is niet bekend. Wel ligt de sloot na het verleggen meer in een lijn met het pad dat vanaf Clingendael naar de bunker en de SS-kazerne voert. Vergeleken met de vorige afbeelding is het ontwerp van de loopgraaf naar Clingendael aangepast. Deze voert nu tussen beide Tobruks door. Luchtfoto’s uit de laatste fase van WOII bevestigen dat de situatie conform beide tekeningen is uitgevoerd. Ten westen van de nieuw aangelegde sloot zijn de fundamenten van een zendmast ingetekend. De betonblokken zijn nog aanwezig, maar liggen iets westelijker. (Herkomst: Coll. digitale bestanden RVB)

42. Tekening ten behoeve van de bestrating en aanpassingen rond de nieuw gebouwde keukenbunker. De rond de bunker aangelegde loopgraaf moest hiervoor naar het oosten toe worden verplaatst. Uit de tekst is af te leiden dat de toegang over de loopgraaf naar de oostelijke garage-ingang als houten brug was uitgevoerd (bij de rode pijl). De vermelding van de garagedeur op de tekening geeft aan dat de omloop inderdaad als garage

37

werd gebruikt (blauwe pijl). De tekening is niet gedateerd, maar de verwijzing naar een andere tekening die is gedateerd op 14 mei 1944 geeft aan dat de aanpassingen in het tweede kwartaal van 1944 hebben plaatsgevonden. (Herkomst: NIOD, toegang 039, Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft inv.nr. 2262)

43. Luchtfoto van de RAF van 26 februari 1945, waarop de rond de bunker aangelegde loopgraaf goed zichtbaar is, Op de inzet is herkenbare deel met geel aangegeven. De twee groene stippen zijn de Tobruks. De bruine vlakken zijn de toegangswegen tot de bunker. Met paars zijn de overwelfde toegangsgangen aangegeven. (Herkomst: www.watwaswaar.nl)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=ac746c66-b97d-4536-88c6-c2b0cc1b8720