Vredenburghzone Bijlagen bij de toelichting 1
Tekst van het document
Gesteld kan worden dat de variant met de harde bodem duidelijk ongunstiger is dan de andere varianten. Geluidsbelasting ten gevolge van de Beijerincklaan Het effect van de geluidswal langs de Vredenburghlaan is eveneens beoordeeld op de geluidsbelasting ten gevolge van de Beijerincklaan. Uit deze vergelijking is gebleken dat in alle varianten het effect verwaarloosbaar klein is. Deze varianten zijn verder niet uitgewerkt.
Identificatie 2019044583
8 van 23
Conclusie Uit het akoestisch onderzoek ter bepaling van het effect binnen de Vredenburghzone van een geluidswal langs de Vredenburghlaan en een geluidswal langs de N451 blijkt het volgende. Gecumuleerde geluidsbelasting Zacht bodemgebied Vredenburghzone Bij toepassing van een zacht bodemgebied in de Vredenburghzone is het effect van een geluidswal langs de Vredenburghlaan het grootst bij een wal van 2 meter (0-3 dB). De reductie in de situatie met een wal van 1 meter is ter plaatse van de meeste rekenpunten nihil. De combinatie van een geluidswal van 2 meter langs de Vredenburghlaan en een geluidswal van 2 meter langs de N451 geeft een extra reductie van minder dan 1 dB. Half zacht bodemgebied Vredenburghzone Bij toepassing van een half zacht bodemgebied in de Vredenburghzone is het effect van een geluidswal langs de Vredenburghlaan het grootst bij een wal van 2 meter (0-3 dB). De reductie in de situatie met een wal van 1 meter is ter plaatse van de meeste rekenpunten nihil. De combinatie van een geluidswal van 2 meter langs de Vredenburghlaan en een geluidswal van 2 meter langs de N451 geeft een extra reductie van minder dan 1 dB. Hard bodemgebied Vredenburghzone Bij toepassing van een hard bodemgebied in de Vredenburghzone is het effect van een geluidswal langs de Vredenburghlaan het grootst bij een wal van 2 meter (0-3 dB).
De reductie in de situatie met een wal van 1 meter is ter plaatse van de meeste rekenpunten nihil. De combinatie van een geluidswal van 2 meter langs de Vredenburghlaan en een geluidswal van 2 meter langs de N451 geeft een extra reductie van minder dan 1 dB. Advies: Een reductie van 1 à 2 dB is met het menselijk oor niet waarneembaar. Wij adviseren dan ook om geen wal langs de N451 te realiseren aangezien de extra reductie minder dan 1 dB is. Ten aanzien van de wal langs de Vredenburghlaan adviseren wij een wal van 2 meter aangezien hier de grootste reducties worden bereikt. De verschillen in zachte en halfzachte bodemgebieden zijn gering. Geadviseerd wordt om niet uit te gaan van een geheel hard bodemgebied in de Vredenburghzone. Geluidsbelasting Vredenburghlaan Vredenburghzone met zacht bodemgebied Het effect van een geluidswal met een hoogte van 1 meter geeft slechts binnen een gedeelte van de Vredenburghzone een reductie van 1 dB. Het effect van een geluidswal met een hoogte van 2 meter geeft binnen de Vredenburghzone een reductie van ten hoogste 6 dB. Vredenburghzone met halfzacht bodemgebied Het effect van een geluidswal met een hoogte van 1 meter geeft slechts binnen een gedeelte van de Vredenburghzone een reductie van 1 dB.
Identificatie 2019044583
9 van 23
Het effect van een geluidswal met een hoogte van 2 meter geeft binnen de Vredenburghzone een reductie van ten hoogste 7 dB. Vredenburghzone met hard bodemgebied Het effect van een geluidswal met een hoogte van 1 meter geeft slechts binnen een gedeelte van de Vredenburghzone een reductie van 1 dB. Het effect van een geluidswal met een hoogte van 2 meter geeft binnen de Vredenburghzone een reductie van ten hoogste 8 dB. Deze reductie wordt voor een groot deel teniet gedaan omdat de geluidsbelasting met een hard bodemgebied in de Vredenburghzone hoger is dan in de andere bodemvarianten. Advies: Een reductie van 1 à 2 dB is met het menselijk oor niet waarneembaar. Ten aanzien van geluid is de aanleg van een wal langs de Vredenburghlaan niet doelmatig en niet noodzakelijk. Het verschil met de variant met harde bodem is groot. De geluidsbelasting met harde bodem is 2 tot 4 dB hoger dan de geluidsbelasting in de beide andere varianten. Gesteld kan worden dat de variant met de harde bodem duidelijk ongunstiger is dan de andere varianten. Ook ten aanzien van de geluidsbelasting ten gevolge van de Vredenburghlaan wordt geadviseerd wordt om niet uit te gaan van een geheel hard bodemgebied in de Vredenburghzone. Geluidsbelasting Beijerincklaan Geluidswallen langs de Vredenburghlaan en/of de N451 geven geen reductie voor de geluidsbelasting ten gevolge van de Beijerincklaan.
Verwachting beleving geluidswal binnen de Vredenburghzone Verwacht wordt dat een geluidswal, hoewel voor geluid niet waarneembaar, in de beleving positief ervaren kan worden. Dit bijvoorbeeld doordat de Vredenburghlaan vanuit de Vredenburghzone aan het zicht onttrokken wordt.
Identificatie 2019044583
10 van 23
Bijlage 1 Invoergegevens modellering
Ingevoerde wegen, bodemvlakken, rekenpunten en geluidswal/schermen
Overzicht verkeersintensiteiten
Bijlage 2 Gecumuleerde geluidsbelasting zacht bodemgebied Vredenburghzone Effect op de Lcum met geluidswal van 1 en 2 meter langs Vredenburghlaan (VBL) VBL geen VBL VBL wal 1m wal 2m wal Punt Hoogte Lden Lden verschil Lden verschil 001 1,5 54 53 1 53 1 001 4,5 55 55 0 55 0 001 7,5 56 56 0 55 1 002 1,5 53 52 1 50 3 002 4,5 54 53 1 52 2 002 7,5 54 54 0 52 2 003 1,5 57 57 0 56 1 003 4,5 58 58 0 57 1 003 7,5 59 59 0 58 1 004 1,5 56 55 1 55 1 004 4,5 58 57 1 57 1 004 7,5 58 58 0 57 1 005 1,5 55 55 0 53 2 005 4,5 56 56 0 55 1 005 7,5 57 56 1 55 2 006 1,5 57 56 1 56 1 006 4,5 58 58 0 57 1 006 7,5 58 58 0 57 1 007 1,5 59 59 0 58 1 007 4,5 60 60 0 60 0 007 7,5 61 61 0 60 1 008 1,5 50 50 0 50 0 008 4,5 51 51 0 51 0 008 7,5 51 51 0 51 0 009 1,5 50 50 0 49 1 009 4,5 51 51 0 50 1 009 7,5 51 51 0 50 1 010 1,5 57 57 0 57 0 010 4,5 58 58 0 58 0 010 7,5 58 58 0 58 0 011 1,5 56 56 0 55 1 011 4,5 57 57 0 57 0 011 7,5 58 57 1 57 1 012 1,5 53 53 0 52 1 012 4,5 54 54 0 53 1 012 7,5 54 54 0 54 0 013 1,5 55 55 0 54 1 013 4,5 56 56 0 55 1 013 7,5 56 56 0 56 0 014 1,5 56 56 0 56 0 014 4,5 57 57 0 57 0 014 7,5 58 57 1 57 1
Bijlage 2 Gecumuleerde geluidsbelasting zacht bodemgebied Vredenburghzone Effect op Lcum van geluidswal van 1 meter langs VBL en geluidswal langs N451 VBL 1 m N451 N451 wal 1m wal 2m wal Punt Hoogte Lden Lden verschil Lden verschil 001 1,5 53,5 53,5 0 53,5 0 001 4,5 54,9 54,9 0 54,9 0 001 7,5 55,5 55,5 0 55,5 0 002 1,5 52,1 52,1 0 52,1 0 002 4,5 53,5 53,5 0 53,5 0 002 7,5 54,1 54,1 0 54,1 0 003 1,5 56,7 56,7 0 56,7 0 003 4,5 58 58 0 58 0 003 7,5 58,6 58,6 0 58,6 0 004 1,5 55,3 55,3 0 55,2 0 004 4,5 57,4 57,4 0 57,4 0 004 7,5 57,9 57,9 0 57,9 0 005 1,5 54,5 54,5 0 54,5 0 005 4,5 56 56 0 56 0 005 7,5 56,3 56,3 0 56,3 0 006 1,5 56,4 56,4 0 56,4 0,1 006 4,5 57,9 57,8 0 57,8 0,1 006 7,5 58,2 58,2 0 58,1 0,1 007 1,5 58,7 58,6 0,1 58 0,7 007 4,5 60,1 60 0 59,6 0,5 007 7,5 60,6 60,6 0 60,4 0,2 008 1,5 50,3 50,3 0 50,3 0 008 4,5 51,1 51,1 0 51,1 0 008 7,5 51,3 51,3 0 51,3 0 009 1,5 50,2 50,2 0 50,1 0 009 4,5 51 51 0 51 0 009 7,5 51,2 51,2 0 51,2 0 010 1,5 57,1 57,1 0 57,1 0 010 4,5 58 58 0 58 0 010 7,5 58,3 58,3 0 58,3 0 011 1,5 55,6 55,6 0 55,6 0 011 4,5 57 57 0 57 0 011 7,5 57,5 57,5 0 57,5 0 012 1,5 52,9 52,9 0 52,9 0 012 4,5 54 54 0 54 0 012 7,5 54,2 54,2 0 54,2 0 013 1,5 54,6 54,6 0 54,5 0,1 013 4,5 55,6 55,6 0 55,6 0,1 013 7,5 55,9 55,9 0 55,8 0,1 014 1,5 56 56 0 55,9 0,2 014 4,5 57,1 57,1 0 57 0,2 014 7,5 57,4 57,4 0 57,3 0,1
Bijlage 2 Gecumuleerde geluidsbelasting zacht bodemgebied Vredenburghzone Effect op Lcum van geluidswal van 2 meter langs VBL en geluidswal langs N451 VBL 2 m N451 N451 wal 1m wal 2m wal Punt Hoogte Lden Lden verschil Lden verschil 001 1,5 53,3 53,3 0 53,3 0 001 4,5 54,7 54,7 0 54,7 0 001 7,5 55,3 55,3 0 55,3 0 002 1,5 50,3 50,3 0 50,3 0 002 4,5 51,7 51,7 0 51,7 0 002 7,5 52,2 52,2 0 52,2 0 003 1,5 56,2 56,2 0 56,2 0 003 4,5 57,5 57,5 0 57,5 0 003 7,5 58,1 58,1 0 58,1 0 004 1,5 54,5 54,5 0 54,5 0 004 4,5 56,8 56,8 0 56,7 0 004 7,5 57,1 57,1 0 57,1 0 005 1,5 53,2 53,2 0 53,2 0 005 4,5 54,7 54,7 0 54,7 0 005 7,5 55 55 0 55 0 006 1,5 55,7 55,6 0 55,5 0,1 006 4,5 57,1 57,1 0 57 0,1 006 7,5 57,4 57,3 0 57,3 0,1 007 1,5 58,2 58,1 0,1 57,5 0,7 007 4,5 59,7 59,7 0 59,2 0,6 007 7,5 60,2 60,2 0 60 0,2 008 1,5 50,1 50,1 0 50,1 0 008 4,5 50,9 50,9 0 50,9 0 008 7,5 51 51 0 51 0 009 1,5 49,6 49,6 0 49,6 0 009 4,5 50,5 50,5 0 50,5 0 009 7,5 50,6 50,6 0 50,5 0 010 1,5 57 57 0 57 0 010 4,5 57,9 57,9 0 57,9 0 010 7,5 58,2 58,2 0 58,2 0 011 1,5 55,4 55,4 0 55,4 0 011 4,5 56,8 56,8 0 56,8 0 011 7,5 57,3 57,3 0 57,3 0 012 1,5 52,5 52,5 0 52,5 0 012 4,5 53,5 53,5 0 53,5 0 012 7,5 53,7 53,7 0 53,6 0 013 1,5 54,3 54,3 0 54,2 0,1 013 4,5 55,4 55,3 0 55,3 0,1 013 7,5 55,6 55,6 0 55,5 0,1 014 1,5 55,9 55,8 0 55,7 0,2 014 4,5 57 56,9 0 56,8 0,2 014 7,5 57,3 57,3 0 57,1 0,1
Bijlage 3 Gecumuleerde geluidsbelasting half zacht bodemgebied Vredenburghzone Effect op de Lcum met geluidswal van 1 en 2 meter langs Vredenburghlaan (VBL) VBL geen VBL VBL wal 1m wal 2m wal Punt Hoogte Lden Lden verschil Lden verschil 001 1,5 55 55 0 55 0 001 4,5 56 56 0 56 0 001 7,5 57 56 1 56 1 002 1,5 55 54 1 52 3 002 4,5 56 55 1 53 3 002 7,5 56 55 1 53 3 003 1,5 59 58 1 58 1 003 4,5 59 59 0 59 0 003 7,5 60 60 0 59 1 004 1,5 58 57 1 56 2 004 4,5 59 59 0 58 1 004 7,5 59 59 0 58 1 005 1,5 57 57 0 55 2 005 4,5 58 57 1 56 2 005 7,5 58 58 0 56 2 006 1,5 59 58 1 57 2 006 4,5 59 59 0 58 1 006 7,5 60 59 1 58 2 007 1,5 60 60 0 60 0 007 4,5 61 61 0 61 0 007 7,5 62 62 0 61 1 008 1,5 51 51 0 51 0 008 4,5 52 52 0 51 1 008 7,5 52 52 0 51 1 009 1,5 52 51 1 51 1 009 4,5 52 52 0 51 1 009 7,5 52 52 0 51 1 010 1,5 58 58 0 58 0 010 4,5 59 58 1 58 1 010 7,5 59 59 0 58 1 011 1,5 58 57 1 57 1 011 4,5 58 58 0 58 0 011 7,5 59 59 0 58 1 012 1,5 55 54 1 54 1 012 4,5 55 55 0 54 1 012 7,5 55 55 0 54 1 013 1,5 56 56 0 56 0 013 4,5 57 57 0 56 1 013 7,5 57 57 0 56 1 014 1,5 57 57 0 57 0 014 4,5 58 58 0 58 0 014 7,5 58 58 0 58 0
Bijlage 3 Gecumuleerde geluidsbelasting halfzacht bodemgebied Vredenburghzone Effect op Lcum van geluidswal van 1 meter langs VBL en geluidswal langs N451 VBL 1 m N451 N451 wal 1m wal 2m wal Punt Hoogte Lden Lden verschil Lden verschil 001 1,5 55 55 0 55 0 001 4,5 56 56 0 56 0 001 7,5 56,5 56,5 0 56,5 0 002 1,5 54,2 54,2 0 54,2 0 002 4,5 55 55 0 55 0 002 7,5 55,5 55,5 0 55,5 0 003 1,5 58,3 58,3 0 58,3 0 003 4,5 59,2 59,2 0 59,2 0 003 7,5 59,7 59,7 0 59,7 0 004 1,5 57,2 57,2 0 57,2 0 004 4,5 58,8 58,8 0 58,8 0 004 7,5 59,2 59,2 0 59,2 0 005 1,5 56,6 56,6 0 56,5 0 005 4,5 57,4 57,3 0 57,3 0 005 7,5 57,6 57,6 0 57,6 0 006 1,5 58,3 58,2 0 58,1 0,1 006 4,5 59 59 0 58,9 0,1 006 7,5 59,3 59,3 0 59,2 0,1 007 1,5 60,3 60,2 0,1 59,6 0,7 007 4,5 61,2 61,1 0,1 60,6 0,6 007 7,5 61,7 61,7 0 61,5 0,2 008 1,5 51,2 51,2 0 51,2 0 008 4,5 51,8 51,8 0 51,8 0 008 7,5 51,8 51,8 0 51,8 0 009 1,5 51,5 51,5 0 51,5 0 009 4,5 52,1 52,1 0 52,1 0 009 7,5 52,1 52,1 0 52,1 0 010 1,5 57,7 57,7 0 57,7 0 010 4,5 58,4 58,4 0 58,4 0 010 7,5 58,6 58,6 0 58,6 0 011 1,5 57,4 57,4 0 57,4 0 011 4,5 58,3 58,3 0 58,3 0 011 7,5 58,7 58,7 0 58,7 0 012 1,5 54,4 54,4 0 54,4 0 012 4,5 55,1 55,1 0 55 0 012 7,5 55,1 55,1 0 55,1 0 013 1,5 56 56 0 55,9 0,1 013 4,5 56,6 56,6 0 56,5 0,1 013 7,5 56,7 56,7 0 56,6 0,1 014 1,5 57,2 57,2 0 56,9 0,3 014 4,5 57,9 57,9 0 57,7 0,2 014 7,5 58,1 58,1 0 57,9 0,2
Bijlage 3 Gecumuleerde geluidsbelasting halfzacht bodemgebied Vredenburghzone Effect op Lcum van geluidswal van 2 meter langs VBL en geluidswal langs N451 VBL 1 m N451 N451 wal 1m wal 2m wal Punt Hoogte Lden Lden verschil Lden verschil 001 1,5 54,7 54,7 0 54,7 0 001 4,5 55,7 55,7 0 55,7 0 001 7,5 56,3 56,3 0 56,3 0 002 1,5 52,2 52,2 0 52,2 0 002 4,5 53 53 0 53 0 002 7,5 53,4 53,4 0 53,4 0 003 1,5 57,7 57,7 0 57,7 0 003 4,5 58,6 58,6 0 58,6 0 003 7,5 59,1 59,1 0 59,1 0 004 1,5 56,3 56,3 0 56,3 0 004 4,5 58 58 0 58 0 004 7,5 58,3 58,3 0 58,3 0 005 1,5 55 54,9 0 54,9 0 005 4,5 55,8 55,8 0 55,8 0 005 7,5 56 56 0 56 0 006 1,5 57,3 57,2 0 57,1 0,2 006 4,5 58 58 0 57,9 0,1 006 7,5 58,2 58,2 0 58,1 0,1 007 1,5 59,8 59,6 0,1 59 0,8 007 4,5 60,8 60,7 0,1 60,1 0,7 007 7,5 61,2 61,2 0 61 0,2 008 1,5 50,8 50,8 0 50,8 0 008 4,5 51,4 51,4 0 51,4 0 008 7,5 51,4 51,4 0 51,4 0 009 1,5 50,7 50,7 0 50,7 0 009 4,5 51,3 51,3 0 51,3 0 009 7,5 51,2 51,2 0 51,2 0 010 1,5 57,5 57,5 0 57,5 0 010 4,5 58,2 58,2 0 58,2 0 010 7,5 58,4 58,4 0 58,4 0 011 1,5 57,2 57,2 0 57,2 0 011 4,5 58 58 0 58 0 011 7,5 58,5 58,5 0 58,4 0 012 1,5 53,7 53,7 0 53,7 0 012 4,5 54,3 54,3 0 54,3 0 012 7,5 54,4 54,4 0 54,4 0 013 1,5 55,5 55,5 0 55,4 0,1 013 4,5 56,1 56,1 0 56 0,1 013 7,5 56,3 56,2 0 56,1 0,1 014 1,5 56,9 56,9 0 56,6 0,3 014 4,5 57,6 57,6 0 57,4 0,2 014 7,5 57,8 57,8 0 57,6 0,2
Bijlage 4 Gecumuleerde geluidsbelasting hard bodemgebied Vredenburghzone Effect op de Lcum met geluidswal van 1 en 2 meter langs Vredenburghlaan (VBL) VBL geen VBL VBL wal 1m wal 2m wal Punt Hoogte Lden Lden verschil Lden verschil 001 1,5 57 57 0 56 1 001 4,5 57 57 0 57 0 001 7,5 58 58 0 57 1 002 1,5 58 57 1 55 3 002 4,5 57 57 0 54 3 002 7,5 58 57 1 55 3 003 1,5 61 60 1 59 2 003 4,5 61 60 1 60 1 003 7,5 61 61 0 60 1 004 1,5 60 60 0 58 2 004 4,5 61 60 1 59 2 004 7,5 61 61 0 60 1 005 1,5 60 59 1 57 3 005 4,5 60 59 1 57 3 005 7,5 60 59 1 57 3 006 1,5 61 61 0 59 2 006 4,5 61 60 1 59 2 006 7,5 61 61 0 59 2 007 1,5 63 62 1 62 1 007 4,5 63 63 0 62 1 007 7,5 63 63 0 62 1 008 1,5 53 52 1 52 1 008 4,5 53 53 0 52 1 008 7,5 53 53 0 52 1 009 1,5 54 53 1 52 2 009 4,5 54 53 1 52 2 009 7,5 54 53 1 52 2 010 1,5 59 59 0 58 1 010 4,5 59 59 0 59 0 010 7,5 59 59 0 59 0 011 1,5 60 60 0 59 1 011 4,5 60 60 0 59 1 011 7,5 60 60 0 60 0 012 1,5 57 56 1 55 2 012 4,5 57 56 1 55 2 012 7,5 57 56 1 55 2 013 1,5 58 58 0 57 1 013 4,5 58 58 0 57 1 013 7,5 58 58 0 57 1 014 1,5 59 59 0 58 1 014 4,5 59 59 0 58 1 014 7,5 59 59 0 59 0
Bijlage 4 Gecumuleerde geluidsbelasting hard bodemgebied Vredenburghzone Effect op Lcum van geluidswal van 1 meter langs VBL en geluidswal langs N451 VBL 1 m N451 N451 wal 1m wal 2m wal Punt Hoogte Lden Lden verschil Lden verschil 001 1,5 56,9 56,9 0 56,9 0 001 4,5 57,1 57,1 0 57,1 0 001 7,5 57,5 57,5 0 57,5 0 002 1,5 56,7 56,7 0 56,7 0 002 4,5 56,7 56,7 0 56,7 0 002 7,5 57 57 0 57 0 003 1,5 60,3 60,3 0 60,3 0 003 4,5 60,5 60,5 0 60,5 0 003 7,5 60,9 60,9 0 60,9 0 004 1,5 59,6 59,6 0 59,6 0 004 4,5 60,4 60,4 0 60,3 0 004 7,5 60,7 60,7 0 60,7 0 005 1,5 59,1 59,1 0 59,1 0 005 4,5 59 59 0 59 0 005 7,5 59,1 59,1 0 59,1 0 006 1,5 60,5 60,5 0 60,3 0,2 006 4,5 60,5 60,4 0 60,3 0,2 006 7,5 60,6 60,5 0 60,4 0,1 007 1,5 62,3 62,2 0,2 61,5 0,9 007 4,5 62,6 62,5 0,1 61,8 0,8 007 7,5 63 63 0 62,7 0,3 008 1,5 52,3 52,3 0 52,3 0 008 4,5 52,6 52,6 0 52,6 0 008 7,5 52,5 52,5 0 52,5 0 009 1,5 53,1 53,1 0 53 0 009 4,5 53,4 53,4 0 53,4 0 009 7,5 53,2 53,2 0 53,2 0 010 1,5 58,5 58,5 0 58,5 0 010 4,5 59 58,9 0 58,9 0 010 7,5 59 59 0 59 0 011 1,5 59,6 59,6 0 59,6 0 011 4,5 59,8 59,8 0 59,8 0 011 7,5 60,1 60,1 0 60,1 0 012 1,5 56,4 56,4 0 56,4 0,1 012 4,5 56,5 56,4 0 56,4 0 012 7,5 56,3 56,3 0 56,3 0 013 1,5 57,8 57,8 0 57,6 0,2 013 4,5 57,8 57,8 0,1 57,6 0,2 013 7,5 57,7 57,7 0 57,5 0,2 014 1,5 58,9 58,8 0,1 58,4 0,5 014 4,5 58,9 58,9 0,1 58,6 0,3 014 7,5 58,9 58,9 0 58,7 0,3
Bijlage 4 Gecumuleerde geluidsbelasting hard bodemgebied Vredenburghzone Effect op Lcum van geluidswal van 2 meter langs VBL en geluidswal langs N451 VBL 1 m N451 N451 wal 1m wal 2m wal Punt Hoogte Lden Lden verschil Lden verschil 001 1,5 56,4 56,4 0 56,4 0 001 4,5 56,7 56,7 0 56,7 0 001 7,5 57,2 57,2 0 57,2 0 002 1,5 54,6 54,6 0 54,6 0 002 4,5 54,5 54,5 0 54,4 0 002 7,5 54,6 54,6 0 54,6 0 003 1,5 59,5 59,5 0 59,5 0 003 4,5 59,7 59,7 0 59,7 0 003 7,5 60,2 60,2 0 60,1 0 004 1,5 58,5 58,5 0 58,5 0 004 4,5 59,4 59,4 0 59,4 0 004 7,5 59,6 59,6 0 59,6 0 005 1,5 57,1 57,1 0 57 0,1 005 4,5 57 57 0 57 0,1 005 7,5 57,2 57,2 0 57,1 0,1 006 1,5 59,3 59,2 0,1 59 0,3 006 4,5 59,2 59,1 0,1 58,9 0,3 006 7,5 59,2 59,2 0,1 59 0,2 007 1,5 61,7 61,5 0,2 60,7 1 007 4,5 62 61,9 0,1 61,1 0,9 007 7,5 62,5 62,5 0 62,1 0,3 008 1,5 51,7 51,7 0 51,7 0 008 4,5 52 52 0 52 0 008 7,5 51,9 51,9 0 51,9 0 009 1,5 51,8 51,8 0 51,8 0 009 4,5 52,2 52,2 0 52,1 0 009 7,5 52 52 0 52 0 010 1,5 58,1 58,1 0 58,1 0 010 4,5 58,5 58,5 0 58,5 0 010 7,5 58,6 58,6 0 58,6 0 011 1,5 59,2 59,2 0 59,2 0 011 4,5 59,4 59,4 0 59,4 0 011 7,5 59,7 59,7 0 59,7 0 012 1,5 55,3 55,3 0 55,2 0,1 012 4,5 55,3 55,3 0 55,2 0,1 012 7,5 55,3 55,2 0 55,2 0,1 013 1,5 57,1 57 0,1 56,8 0,3 013 4,5 57,1 57 0,1 56,8 0,3 013 7,5 57 57 0 56,8 0,2 014 1,5 58,4 58,3 0,1 57,9 0,5 014 4,5 58,5 58,4 0,1 58,1 0,4 014 7,5 58,5 58,5 0,1 58,2 0,3
Bijlage 5 Lden t.g.v. Vredenburghlaan met zacht bodemgebied Vredenburghzone
Effect op 1,5 meter hoogte
55
Lden in dB
50
45
40
35 001
002 003 004 005 1,5 m: zonder wal
006 007 008 009 010 011 012 1,5 m: 1 meter wal 1,5 m: 2 meter wal
013
014
013
014
013
014
Effect op 4,5 meter hoogte
Lden in dB
55 53 51 49 47 45 43 41 39 37 35 001
002 003 004 005 4,5 m: zonder wal
006 007 008 009 010 011 012 4,5 m: 1 meter wal 4,5 m: 2 meter wal
Effect op 7,5 meter hoogte
60 55
Lden in dB
50 45 40 35 001
002 003 004 005 7,5 m: zonder wal
006 007 008 009 010 011 012 7,5 m: 1 meter wal 7,5 m: 2 meter wal
Bijlage 6 Lden t.g.v. Vredenburghlaan met half zacht bodemgebied Vredenburghzone
Effect op 1,5 meter hoogte
60
Lden in dB
55 50 45 40 001
002 004wal005 1,5 006m: 007 008 010m: 2 011 012 1,5 m:003 zonder 1 meter wal 009 1,5 meter wal 013
014
Effect op 4,5 meter hoogte
60
Lden in dB
55 50 45 40 001
002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 4,5 m: zonder wal 4,5 m: 1 meter wal 4,5 m: 2 meter wal
014
Effect op 4,5 meter hoogte
60 58 56 54
Lden in dB
52 50 48 46 44 42 40 001
002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 7,5 m: zonder wal 7,5 m: 1 meter wal 7,5 m: 2 meter wal
014
Bijlage 7 Lden t.g.v. Vredenburghlaan met hard bodemgebied Vredenburghzone
Effect op 1,5 meter hoogte Lden in dB
60 55 50 45 40 35 001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 1,5 m: zonder wal
1,5 m: 1 meter wal
1,5 m: 2 meter wal
Effect op 4,5 meter hoogte Lden in dB
60 55 50 45 40 35 001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 4,5 m: zonder wal
4,5 m: 1 meter wal
4,5 m: 2 meter wal
Effect op 7,5 meter hoogte Lden in dB
60 55 50 45 40 35 001 002 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 7,5 m: zonder wal
7,5 m: 1 meter wal
7,5 m: 2 meter wal
Bijlage 3 Quickscan deelgebied 1
58/119 - vastgesteld - NL.IMRO.0627.BPVredenburghzone-0401 -
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING NIEUWE RANDWEG WADDINXVEEN
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING NIEUWE RANDWEG WADDINXVEEN Kenmerk: Versie: Datum:
20220797/rap01 1 4 juli 2022
Auteur: Projectleider: Veldwerk: Kwaliteitscontrole: Opdrachtgever:
D.D. (Daphne) Heuzen B. (Bastiaan) van de Wetering D.D. (Daphne) Heuzen B. (Bastiaan) van de Wetering Gemeente Waddinxveen Postbus 400 2740 AK Waddinxveen Dhr. F. (Frank) Eikenaar
Contactpersoon:
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. De afbeeldingen in deze rapportage zijn in het bezit van ATKB behalve daar waar een andere bron vermeld wordt.
© ATKB voor natuur en leefomgeving. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Foto's: ATKB, naam medewerker
INHOUD Inleiding Aanleiding Wet natuurbescherming Overige gebiedsbescherming Doel Kwaliteitsborging Leeswijzer
2 2 2 4 4 5 5
Huidige en toekomstige situatie Beschrijving huidige situatie Werkzaamheden en toekomstige situatie
6 6 7
Methode quickscan soortenbescherming Opzet onderzoek Literatuuronderzoek Veldonderzoek
9 9 9 9
Resultaten literatuur- en veldonderzoek quickscan soortenbescherming Flora Broedvogels cat. 1 t/m 4 Broedvogels cat. 5 Algemene broedvogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Amfibieën Reptielen Vissen Ongewervelden Samenvatting resultaten
12 12 12 13 14 14 15 16 16 17 17 17
Effectenanalyse en maatregelen Inleiding Algemene broedvogels Grondgebonden zoogdieren Amfibieën Reptielen Vissen Ongewervelden Aanvullende maatregelen (t.a.v. zorgplicht en pioniersoorten)
19 19 19 20 20 20 20 21 21
Gebiedenbescherming Natura 2000 Planologische gebiedsbescherming
22 22 23
Conclusies en aanbevelingen Soortenbescherming Gebiedenbescherming
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
24 24 26
1 van 29
INLEIDING AANLEIDING De gemeente Waddinxveen heeft het voornemen om langs de Nieuwe Randweg Waddinxveen (N457) tussen de Beijerincklaan en de Plasweg een grondwal aan te leggen. Hierbij worden onder andere bomen en struiken geplant en water gecreëerd. Om te bepalen of de voorgenomen plannen (mogelijk) leiden tot een overtreding van de huidige natuurwetgeving, is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd.
WET NATUURBESCHERMING 1.2.1 SOORTENBESCHERMING
Algemeen Via de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van diverse inheemse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wnb), geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk: • • • •
vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn); overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen); nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10).
Het is volgens de Wnb niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten. Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden1. Vrijstelling binnen provincie Zuid-Holland Provincies hebben de bevoegdheid om middels een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling. In het geval van de provincie Zuid-Holland worden de volgende nationaal beschermde soorten vrijgesteld: Bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. (Bron: Provinciale omgevingsverordening provincie Zuid-Holland, d.d. 20 februari 2019)
1
In artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming wordt meerdere malen gesproken over het verbod tot opzettelijke handelingen (o.a. opzettelijke doding, verstoring en vernieling). Binnen de Wet natuurbescherming omvat de term ‘opzettelijk’ tevens voorwaardelijk opzet, waardoor (evenals onder de voormalige Flora- en faunawet) een groot aantal handelingen onder de verbodsbepalingen vallen. In verband met de leesbaarheid wordt de term ‘opzettelijk’ in voorliggende rapportage niet meer aangehaald. Uiteraard wordt dit (in de situaties waarvoor dit van toepassing is) wel bedoeld.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
2 van 29
Voorzorgsmaatregelen Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb is soms te voorkomen door (voorafgaand aan de werkzaamheden) voorzorgsmaatregelen te treffen. Deze voorzorgsmaatregelen zijn gericht op het behoud van de functionaliteit van de groeiplaats van flora en de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaats van fauna. Daarnaast voorkomen de voorzorgsmaatregelen de negatieve gevolgen van een activiteit op individuen (o.a. doding en verwonding). Ontheffingsplicht Een ontheffingsplicht (artikel 3.3, 3.8 en 3.10 uit de Wnb) is van toepassing als een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb niet kan worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Het is mogelijk om met een goed onderbouwd projectplan een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag. In deze bij de uitvoerende instantie is Omgevingsdienst Haaglanden van de provincie Zuid-Holland. De provincie toetst de aanvraag vervolgens aan drie criteria: • • •
Voldoet het planvoornemen aan één van de in de wet genoemde belangen? Is een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk? Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?
1.2.2 BESCHERMING NATURA 2000-GEBIEDEN
Via de Wnb is tevens de bescherming van Natura 2000-gebieden vastgelegd. De Wnb stelt dat het verboden is om zonder vergunning van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Voor projecten die een significant negatief effect kunnen hebben op de doelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied, dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Naast projecten in of nabij Natura 2000-gebieden, kunnen ook projecten op grotere afstand van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten op kwalificerende habitats en/of soorten tot gevolg hebben: •
Projecten kunnen (ook op relatief grote afstand van Natura 2000-gebieden) nadelige effecten hebben door toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000gebieden. Hierbij is van belang dat vanaf 1 juli 2021 de nieuwe Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) van kracht is. In deze nieuwe wet is een partiële vrijstelling voor de bouwsector van de natuurvergunningsplicht als bedoeld in artikel 2.7 van de Wnb opgenomen. Deze vrijstelling is partieel, omdat deze alleen geldt voor tijdelijke stikstofdemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg (“aanlegfase”) en niet voor de structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk (“gebruiksfase”). Bovenstaande betekent dat voor aanlegfases die wél stikstofdepositie veroorzaken op een Natura 2000-gebied een beroep gedaan kan worden op de partiële vrijstelling en geen vergunning meer nodig is. Dit betekent dat een stikstofdepositieberekening van de aanlegfase onder de Wsn niet verplicht is. Een berekening van de gebruiksfase is (bij stikstofemitterende bronnen in de gebruiksfase) te allen tijde noodzakelijk. Een toename van meer dan 0,00 mol N/ha/jr in de gebruiksfase vraagt om een nadere ecologische beoordeling van de gevolgen.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
3 van 29
•
Plannen kunnen een negatief effect hebben op (leefgebied van) kwalificerende soorten buiten een Natura 2000-gebied, waardoor nadelige effecten optreden op de doelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied. Dit kan het geval zijn wanneer het foerageergebied van een kwalificerende soort van een Natura 2000-gebied binnen het plangebied ligt. Effecten op het foerageergebied kunnen leiden tot afname van aantallen binnen het Natura 2000-gebied (bijvoorbeeld bij bruine kiekendief, kleine zwanen, ganzen).
1.2.3 BESCHERMING HOUTOPSTANDEN
Volgens artikel 4.2 Wnb is het verboden een houtopstand buiten de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te vellen zonder melding bij het bevoegd gezag. Bovendien geldt een herplantplicht. Een houtopstand beslaat 10 are of meer of is een rijbeplanting van meer dan 20 bomen en moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Voor een aantal gevallen geldt een uitzondering, bijvoorbeeld voor houtopstanden op erven, fruitbomen voor productie of grienden en hakhout (zie voor de volledige lijst art. 4.1 van de Wnb). Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom is de Wnb niet van toepassing, maar geldt het beleid van de gemeente waarbinnen de projectlocatie gelegen is. Er worden geen bomen gekapt in dit project, waardoor de werking van Wnb-art. 4.2 (en het gemeentelijk beleid ten aanzien van boomkap) niet van toepassing is.
OVERIGE GEBIEDSBESCHERMING Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS) geldt het ‘Nee, tenzij’beschermingsregime. Significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN (per saldo) is niet toegestaan, tenzij sprake is van een groot openbaar belang en er geen alternatieven zijn. De wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN zijn onder andere bodemkenmerken, landschappelijke waarden en natuurwaarden. Eventuele schade moet worden gemitigeerd, of (indien mitigatie niet mogelijk is) worden gecompenseerd. Naast de bescherming van het NNN zijn in sommige provincies tevens weidevogelgebieden (ook wel belangrijke weidevogelgebieden, weidevogelleefgebieden en weidevogelkerngebieden genoemd) aangewezen. Binnen dergelijke gebieden geldt doorgaans (evenals het geval is voor het NNN) het Nee, tenzijregime. Binnen de provincie Zuid-Holland zijn belangrijke weidevogelgebieden aangewezen. Echter, voor dit project is toetsing aan de planologisch beschermde gebieden niet van toepassing, omdat het plangebied buiten dergelijke gebieden ligt.
DOEL De quickscan is een verkennende toets om na te gaan of door uitvoering van de voorgenomen plannen mogelijk overtreding van de Wnb (soortenbescherming) optreedt. Het doel van de quickscan is geformuleerd in enkele onderzoeksvragen:
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
4 van 29
Onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming: S1. Welke Wnb-beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie? S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten? S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk2? S4. Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen? S5. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wnb aan te vragen? Onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming: G1. Ligt het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied, binnen het NNN of binnen een belangrijk weidevogelgebied? G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten? G3. Is een toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk?
KWALITEITSBORGING De quickscan is uitgevoerd door een ervaren ecoloog van ATKB. De ecoloog voldoet aan de definitie die Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) hanteert van een ter zake kundige voor het opstellen van toetsingen aan de Wnb. Daarnaast is ATKB aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB); een brancheorganisatie voor groene adviesbureaus.
LEESWIJZER In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied weergegeven en de uit te voeren werkzaamheden zijn hier benoemd. In hoofdstuk 3 wordt de methode, waarop een quickscan soortenbescherming wordt uitgevoerd, beschreven. Hoofdstuk 4 gaat in op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. In hoofdstuk 5 worden globaal de effecten bepaald van het plan op de soorten die (mogelijk) gebruik maken van het plangebied. Hier worden ook beknopt maatregelen voorgesteld om zorgvuldig te handelen ten aanzien van beschermde soorten. In hoofdstuk 6 wordt de gebiedenbescherming behandeld en tot slot wordt in hoofdstuk 7 (middels beantwoording van de onderzoeksvragen uit paragraaf 1.4) de conclusies en aanbevelingen uit voorliggend rapport op een rij gezet.
2 In sommige gevallen kan de aanwezigheid van beschermde soorten op basis van een quickscan niet worden uitgesloten. Dit aangezien sommige
beschermde soorten met een eenmalig veldbezoek lastig zijn waar te nemen of enkel in een bepaalde periode van het jaar waarneembaar zijn. Als met de quickscan de aanwezigheid van deze soorten niet valt uit te sluiten, kan een aanvullend ecologisch onderzoek noodzakelijk zijn.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
5 van 29
HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE Het plangebied bevindt zich ten westen van Waddinxveen, nabij de kruising tussen de N453 en N457 (zie Figuur 1). Het plangebied is gelegen in landelijk gebied met parallel aan de zuidwest kant de N457 en aan de noordoostkant op ongeveer 100 meter afstand bebouwd gebied. Het plangebied betreft een braakliggend stuk land welke verruigt is met hoofdzakelijk grassoorten. Over de gehele strook zijn daarnaast enkele losse lage struiken aanwezig. Er zijn geen bomen in het plangebied aanwezig. De bodem bestaat uit een zeer harde kleigrond met scheuren. Her en der lagen langs de oevers half verteerde bagger/schoonsel hopen. Bij deze locaties was de grond zachter. Rondom het gehele plangebied zijn watergangen aanwezig. Aan de zuidwestkant is deze breder (ongeveer 3 meter breed) dan aan de noordoostkant (ongeveer 1,5 meter breed). Alle watergangen zijn ongeveer 25 centimeter diep en hebben een (met riet) begroeide oever. Aan de zuidwestkant heeft de oever een flauw talud en zijn er meerdere open stukken, waar aan de noordoostkant de oever een steile kade heeft met meer stukken brede rietstroken. Het water is overal helder en bevat veel waterplanten. In Figuur 2 zijn enkele foto’s opgenomen om een algemene impressie van het plangebied te geven.
Figuur 1. Globale ligging plangebied (rood). Bron ondergrond: links GoogleMaps en rechts OpenStreetMap.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
6 van 29
Figuur 2. Impressie foto’s van het plangebied.
WERKZAAMHEDEN EN TOEKOMSTIGE SITUATIE De gemeente Waddinxveen heeft het voornemen om langs de nieuwe randweg Waddinxveen (N457) tussen de Beijerincklaan en de Plasweg een grondwal aan te leggen. Deze komt te liggen op perceel C2216. Naast het aanleggen van de grondwal bestaan de werkzaamheden uit het aanplanten van bomen en struiken en het creëren van water, zodat er een natuur- en recreatieterrein ontstaat. De grondwal beslaat een deel van het perceel en wordt maximaal 2 meter hoog. De bestaande watergangen en oevers blijven behouden en er wordt geen open verbinding tussen de nieuwe wateren op de grondwal met de huidige watergangen gecreeerd. De start van de werkzaamheden staat gepland voor januari 2023 en worden naar verwachting afgerond eind 2023.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
7 van 29
Figuur 3. Concept voorlopig ontwerp. Bron: rapport Vredenburghzone Waddinxveen, kenmerk 51823, d.d. 23 februari 2022 van Stijlgroen landscape and urban design..
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
8 van 29
METHODE QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING OPZET ONDERZOEK Een quickscan Wet natuurbescherming (onderdeel soortenbescherming) is een eenmalige beoordeling van het plangebied, waarin globaal wordt gekeken naar aanwezige en te verwachten (beschermde) soorten. Hiertoe worden een literatuur- en veldonderzoek uitgevoerd. Er wordt tijdens de quickscan een volledige beoordeling van het plangebied als leefgebied voor beschermde soorten uitgevoerd. Een quickscan is echter geen volledig ecologisch onderzoek naar alle mogelijk voorkomende soorten, in de daarvoor geschikte perioden van het jaar. Hierdoor is een quickscan vaak niet voldoende als onderbouwing van een eventuele aanvraag voor een ontheffing op de Wet natuurbescherming. Indien uit de quickscan echter blijkt dat geen noodzaak bestaat tot nader onderzoek of een ontheffing, is een quickscan een afdoende ecologische onderbouwing voor het bevoegd gezag. Dit geldt ook als de quickscan onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan. De bevindingen uit de quickscan Wet natuurbescherming zijn 5 jaar geldig, tenzij het gebied in de tussentijd dermate is gewijzigd dat er ander biotoop is ontstaan. Een (nader) onderzoek naar beschermde soorten uit de Habitatrichtlijn is 3 jaar geldig.
LITERATUURONDERZOEK Het literatuuronderzoek heeft tot doel een beeld te krijgen van (eventueel) aanwezige Wnb-beschermde soorten in (de omgeving van) het plangebied. Voor het literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF); dit is de meest complete databank in Nederland met verspreidingsinformatie van flora en fauna. Er is een zoekgebied van circa 10 kilometer rondom het plangebied gehanteerd voor flora en zoogdieren en 5 kilometer voor de overige soortgroepen. De NDFF is geraadpleegd op 31 mei 2022. Hierbij zijn waarnemingen tot 10 jaar terug ingezien. Aangezien ook de NDFF niet volledig is, is tevens gebruik gemaakt van informatie uit overige beschikbare vakliteratuur (verspreidingsatlas) en eigen soort- en gebiedskennis (expert judgement).
VELDONDERZOEK Het veldonderzoek heeft tot doel te bepalen of de beschermde soorten die in de omgeving van het plangebied (kunnen) voorkomen (deze volgen uit het literatuuronderzoek) tevens in het plangebied (kunnen) voorkomen. Op 3 juni 2022 is het veldbezoek uitgevoerd; hierbij was sprake van droog, bewolkt weer met windkracht 2 Bft uit het noordoosten en een temperatuur van 11 ⁰C. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de geschiktheid van het plangebied als groeiplaats/ verblijfplaats voor (in de omgeving aanwezige) beschermde soorten. Tevens is tijdens het veldbezoek gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten en sporen hiervan (zoals uitwerpselen, pootafdrukken, vraatsporen en aanwezige (oude) nesten / verblijfplaatsen). De bepaling van de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten is op onderstaande manier uitgevoerd:
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
9 van 29
Flora Het plangebied wordt beoordeeld op geschiktheid als habitat voor beschermde plantensoorten. Tevens wordt gelet op eventuele groeiplaatsen van beschermde plantensoorten (deze zijn echter niet jaarrond zichtbaar). Broedvogels categorie 1 t/m 4 De nesten van vogelsoorten binnen categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. Dit geldt ook voor de directe omgeving die nodig is om de jongen succesvol groot te brengen (rust- en foerageergebied). Jaarrond beschermde nesten kunnen aanwezig zijn in bomen (bijv. roofvogelhorsten) of gebouwen (bijv. gierzwaluw en huismus). Tijdens het veldbezoek bepalen we of in het plangebied vaste nesten aanwezig (kunnen) zijn. Daarnaast wordt gezocht naar sporen van jaarrond beschermde nesten, bijvoorbeeld braakballen van uilen en roofvogels, uitwerpselen op de grond/muren en territoriale aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde nesten. Tenslotte wordt beoordeeld of het plangebied mogelijk essentieel rust- en foerageergebied voor vogels van categorie 1 t/m 4 vormt. Broedvogels categorie 5 Categorie 5-broedvogels betreffen broedvogels die in principe niet jaarrond beschermd zijn, maar waarvan het ministerie van EZ wel een inventarisatie verlangt.
Deze soorten zijn enkel jaarrond beschermd als de ecologische omstandigheden dit rechtvaardigen, oftewel als verwacht wordt dat uitvoering van de plannen grote nadelige effecten zouden kunnen hebben op de lokale populatie van een soort. Tijdens het veldbezoek wordt bepaald of in het plangebied nesten van categorie 5 aanwezig (kunnen) zijn. Daarnaast zoeken we ook naar sporen van deze nesten, bijvoorbeeld braakballen, uitwerpselen op de grond of muren, territoriale aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde nesten. Algemene broedvogels Nesten van algemene broedvogels zijn enkel tijdens het broedseizoen beschermd. Tijdens het veldbezoek wordt bepaald of binnen het plangebied broedgelegenheid is voor algemene broedvogels zoals winterkoning, heggenmus en vink. Tevens letten we op aanwijzingen voor broedgevallen, zoals territoriale en/of zingende vogels, oude nesten en uitwerpselen. Vleermuizen Van alle van nature in Nederland voorkomende vleermuizen worden zowel de verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageerroutes beschermd. Voor vleermuizen wordt bepaald of gebouwen en/of bomen in het plangebied geschikt (kunnen) zijn als vleermuisverblijfplaats: •
•
Gebouwbewonende vleermuizen (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger) gebruiken vaak spouwruimten als verblijfplaats, welke zij bijvoorbeeld via een open stootvoeg of via kieren in de buitenmuur kunnen bereiken. Ook gebruiken ze regelmatig ruimtes achter daklijsten of betimmeringen als verblijfplaats. De geschiktheid van gebouwen wordt beoordeeld op basis van de aanwezigheid van dergelijke structuren; Boombewonende vleermuizen (o.a. ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis) verblijven in holtes, spleten of onder loshangend schors van bomen. Bomen worden met een verrekijker vanaf de grond beoordeeld op aanwezigheid van dergelijke kenmerken.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
10 van 29
Tevens wordt tijdens het veldonderzoek bepaald of sprake is van lijnvormige landschapsstructuren die van belang kunnen zijn als vliegroute. Hierbij wordt bepaald of sprake is van doorgaande watergangen en aaneengesloten bomenrijen. Tevens wordt (om de essentie van de vliegroute te bepalen) gelet op vergelijkbare structuren in de directe omgeving van het plangebied die als alternatief kunnen fungeren. Tenslotte wordt bepaald of sprake is van landschapsstructuren (bijvoorbeeld opgaand groen) die van belang kunnen zijn als foerageergebied. Om de essentie van het foerageergebied te bepalen, wordt tijdens het veldbezoek gelet op vergelijkbare structuren in de directe omgeving van het plangebied die als alternatief kunnen fungeren. Grondgebonden zoogdieren Het gebied wordt beoordeeld op geschiktheid als leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren (o.a. eekhoorn, das, kleine marterachtigen), waarbij wordt gelet op sporen, zoals uitwerpselen, pootafdrukken, vraatsporen, wissels, looppaadjes) en aanwezige (oude) nesten / verblijfplaatsen. Tevens worden eventuele zichtwaarnemingen genoteerd. Amfibieën Tijdens het veldbezoek wordt bepaald of het plangebied geschikt voortplantingshabitat, zomerhabitat en/of overwinteringsplekken voor beschermde amfibieën biedt.
Bij aanwezigheid van een potentieel geschikt voortplantingswater voor beschermde soorten, wordt het water steekproefsgewijs met een (RAVON)schepnet bemonsterd. Bij aanwezigheid van potentieel geschikt landhabitat wordt direct (steekproefsgewijs) gecontroleerd op de mogelijke aanwezigheid van beschermde amfibieën tussen de vegetatie en op donkere, vochtige plekken (onder stukken hout e.d.). Reptielen Tijdens het veldbezoek wordt gelet op de mogelijke aanwezigheid van geschikt habitat voor reptielen, zoals zanderige, structuurrijke plekken en schuilmogelijkheden. Indien sprake is van geschikt habitat wordt (bij uitvoering van het veldbezoek in de geschikte periode) direct (steekproefsgewijs) gecontroleerd op eventueel aanwezige individuen (onder takkenhopen e.d.). Vissen Tijdens het veldbezoek wordt bepaald of oppervlaktewater (indien aanwezig) geschikt is voor beschermde vissoorten. Hierbij wordt gelet op o.a. bodemsubstraat, helderheid, voedselrijkdom en de aanwezigheid van onderwater- en oevervegetatie. Bij ogenschijnlijke geschiktheid van de watergang voor beschermde soorten, wordt het water steekproefsgewijs met een (RAVON-)schepnet bemonsterd. Vlinders, libellen en overige ongewervelden Tijdens het veldbezoek wordt bepaald of het plangebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten vlinders, libellen en overige ongewervelden (o.a. kevers en tweekleppigen).
Hierbij wordt o.a. gelet op de aanwezigheid van waardplanten (voor vlinders), water met geschikte ei-afzetplaatsen (voor libellen) en helder water met een rijke waterbeplanting (voor platte schijfhoren). Tijdens het veldbezoek wordt direct gelet op aanwijzingen van gebruik van het plangebied door beschermde ongewervelden (o.a. poppen, vervellingshuidjes, larven, nimfen). Bij aanwezigheid van potentieel geschikte watergang/poel (voor beschermde libellen, waterkevers en platte schijfhoren) wordt het water steekproefsgewijs met een (RAVON-)schepnet bemonsterd.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
11 van 29
RESULTATEN LITERATUUR- EN VELDONDERZOEK QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING FLORA Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde soorten voorkomen: glad biggenkruid, groot spiegelklokje, kruiptijm, muurbloem, naakte lathyrus, schubvaren, smalle raai, wilde ridderspoor en wolfskers. Het plangebied is grotendeels bedekt met gras, maar heeft ook meerdere open plekken. De grond is mogelijk kalkhouden (ligt op de grens van kalkarm en kalkrijke zware kleigrond3) en naar verwachting voedselrijk doordat deze tot 2019 (bron topotijdreis.nl) in gebruik was als grasland voor grasproductie. Door deze voedselrijkdom is de aanwezigheid van glad biggenkruid, kruiptijm, smalle raai en wolfskers ondanks de mogelijk kalkhoudende grond niet aannemelijk. Het veldbezoek vond plaats gedurende de hoofdbloeiperiode van deze soorten, maar er zijn geen beschermde flora waargenomen. Dit samen maakt dat de aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied is uitgesloten. Voor groot spiegelklokje is de grond te droog en voor naakte lathyrus en wilde ridderspoor te zwaar, waardoor aanwezigheid op voorhand kan worden uitgesloten. Tevens kan de aanwezigheid van beschermde muurflora als muurbloem en schubvaren worden uitgesloten door het ontbreken van bebouwing en muren.
BROEDVOGELS CAT. 1 T/M 4 Nesten jaarrond beschermd Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende broedvogels met jaarrond beschermde nesten voorkomen: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. De zwarte wouw broed niet in Nederland. Waarnemingen van zwarte wouw in de omgeving van het plangebied betreffen derhalve migrerende exemplaren. Nestplaatsen van zwarte wouw zijn op voorhand uitgesloten. Binnen het plangebied zijn geen bomen, gebouwen en/of nestkasten aanwezig, waardoor jaarrond beschermde nestplaatsen op voorhand zijn uitgesloten. In de bomen direct ten noordoosten van het plangebied (nabij de naastgelegen boerderij) zijn geen grote nesten waargenomen en in de directe omgeving zijn geen hoge gebouwen, nestkasten en -palen aanwezig, waardoor nestlocaties van boomvalk, buizerd, havik, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer en wespendief in de directe omgeving van het plangebied zijn uitgesloten. Door het ontbreken van (snel)stromend water in/nabij het plangebied zijn nestlocaties van grote gele kwikstaart tevens uitgesloten. Door de kleinschaligheid van de werkzaamheden is verstoring ter hoogte van de bebouwing op het buurperceel (circa 45 meter afstand tot het plangebied) op voorhand uitgesloten.
De boerderij en schuren/stallen op de omliggende kavels zijn derhalve niet nader beoordeeld op geschiktheid als nestlocatie voor gierzwaluw, huismus, kerkuil en steenuil. Indien nestlocaties van deze soorten op het buurperceel aanwezig zijn, dan vormt het plangebied wel (een onderdeel van) geschikt foerageergebied. Door de grote
3 Bron: https://bodemdata.nl/basiskaarten
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
12 van 29
mate aan alternatieve foerageergebieden in de directe omgeving (zie Figuur 4), vormt het plangebied een marginaal onderdeel van een groter leefgebied waardoor een nadere effecttoetsing niet nodig is. De voorgenomen ontwikkeling vormt eerder een ecologische plus voor deze soorten.
Figuur 4. In de directe omgeving van het plangebied (rood) liggen meerdere landbouwpercelen, weilanden en verruigde percelen welke als alternatief foerageergebied kunnen dienen (blauw kader), waardoor het plangebied hooguit een niet-essentiële foerageer-functie voor aanwezige dieren heeft. Bron ondergrond: links GoogleMaps.
BROEDVOGELS CAT. 5 Nesten jaarrond beschermd als omstandigheden dit rechtvaardigen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied onder andere de volgende categorie 5-broedvogels voor (kunnen) komen: torenvalk, huiszwaluw en boerenzwaluw. Binnen het plangebied zijn door het ontbreken van bebouwing, bomen en dicht struikgewas nestplaatsen van categorie 5 broedvogels op voorhand uitgesloten. In de naastgelegen boerderij, schuren en/of stal is een populatie van boeren- en/of huiszwaluw aanwezig. Gedurende het veldbezoek zijn ongeveer vijf individuen boven deze bebouwing foeragerend waargenomen, maar door de afstand was niet met zekerheid te bepalen of het hier boeren- en/of huiszwaluwen betrof. Op ongeveer 125 meter afstand is een torenvalknestkast aanwezig in de bomenrij langs de N453. Deze was ten tijde van het veldbezoek leeg. Foeragerende en rustende dieren als blauwe reiger, torenvalk, huiszwaluw en boerenzwaluw kunnen niet worden uitgesloten doordat het plangebied zich middenin landelijk gebied bevind. Alle in de omgeving aanwezige categorie 5 soorten kunnen deze velden als foerageergebied gebruiken. In de directe omgeving van het plangebied is veel alternatief foerageergebied aanwezig (zie Figuur 4) waardoor het plangebied een marginaal onderdeel van een groter leefgebied uitmaakt en een nadere effecttoetsing niet nodig is.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
13 van 29
ALGEMENE BROEDVOGELS Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied diverse algemene broedvogels voor (kunnen) komen, waaronder: wilde eend, witte kwikstaart en kauw. Gedurende het veldbezoek zijn diverse algemene broedvogels waargenomen als diverse meeuwensoorten, kauw en een wilde eend met jongen. Door de gedeeltelijk dichtbegroeide oevers is het plangebied geschikt voor diverse oeverbroeders (bijvoorbeeld wilde eend). Door het halfopen graslandschap is het plangebied tevens geschikt als broedlocatie voor grasland- en akkerbroedvogels als scholekster.
VLEERMUIZEN Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende vleermuizen voor (kunnen) komen: bosvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, watervleermuis. 4.5.1 VERBLIJFPLAATSEN
Door het ontbreken van bomen en bebouwing zijn vleermuisverblijfplaatsen op voorhand uitgesloten. Door de kleinschaligheid van de werkzaamheden is verstoring ter hoogte van de bebouwing en bomen op het buurperceel (circa 45 meter afstand tot het plangebied) op voorhand uitgesloten. 4.5.2 VLIEGROUTES
In het plangebied zijn enkele lijnvormige structuren aanwezig in de vorm van de N-weg en de watergangen (zie Figuur 5) welke mogelijk als vliegroute kunnen dienen voor alle in de omgeving voorkomende vleermuizen. Echter, door de verlichting van de naastgelegen N-weg en de diverse alternatieve vliegroutes in de omgeving, betreft dit een niet-essentiële mogelijke vliegroute. Een nadere effecttoetsing is daarom niet nodig. 4.5.3 FOERAGEERGEBIED
Doordat het plangebied bestaat uit watergangen en groenstructuren, is deze geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. In de directe omgeving van het plangebied is veel vergelijkbaar of beter (minder verlichting door grotere afstand tot N-wegen) aanwezig (zie Figuur 5) foerageergebied aanwezig, welke goede alternatieven voor vleermuizen bieden. Hierdoor zal het plangebied slechts een marginaal onderdeel van een groter (essentieel) foerageergebied vormen. Een nadere effecttoetsing is daarom niet nodig.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
14 van 29
Figuur 5. Geschikte alternatieve vliegroutes voor vleermuizen (geel) in de vorm van watergangen en bomenrijen en alternatief foerageergebied (blauw) nabij het plangebied (rood).
GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied zowel vrijgestelde als nietvrijgestelde beschermde grondgebonden zoogdieren voor (kunnen) komen. De volgende in Zuid-Holland van bescherming vrijgestelde soorten (kunnen) voorkomen: bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel, woelrat. Voor deze soorten geldt de zorgplicht welke gewaarborgd wordt met algemene maatregelen (zie paragraaf 5.8). Om deze reden is de aanwezigheid en eventuele effecten op deze soorten niet verder bekeken in deze quickscan. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende niet-vrijgestelde beschermde grondgebonden zoogdieren voor (kunnen) komen: bever, boommarter, damhert, otter, steenmarter, waterspitsmuis. Door het ontbreken van ooibossen, brede watergangen of rivieren kan de bever op voorhand worden uitgesloten. Tevens kunnen boommarter (geen bomen met geschikte holten), damhert (geen duinvegetaties of ander geschikt natuurhabitat), otter (te weinig beschutting en te smalle en ondiepe waterpartijen) en steenmarter (geen puin- en rommelhoeken of vervallen gebouwen) op voorhand worden uitgesloten.
Door de flauwe oevers met ruige (oever)begroeiing en de aanwezigheid van waterplanten in de watergangen, vormt het plangebied geschikt habitat voor waterspitsmuis. De aanwezigheid van waterspitsmuis is derhalve niet op voorhand uit te sluiten.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
15 van 29
AMFIBIEËN Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied zowel vrijgestelde als nietvrijgestelde beschermde amfibieën voor (kunnen) komen. De volgende in Zuid-Holland van bescherming vrijgestelde soorten (kunnen) voorkomen: bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker. Voor deze soorten geldt de zorgplicht welke gewaarborgd wordt met algemene maatregelen (zie paragraaf 5.8). Om deze reden is hun aanwezigheid niet verder bekeken in deze quickscan. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde amfibieën voor (kunnen) komen: alpenwatersalamander en rugstreeppad. Het plangebied bevind zich buiten het natuurlijk verspreidingsgebied van alpenwatersalamander (bron verspreidingsatlas.nl). Alle waarnemingen die uit het literatuuronderzoek naar voren kwamen, betreffen individuen in tuinen in het stedelijk gebied van Waddinxveen. Naar verwachting betreft het hier dus uitgezette niet-wilde individuen en deze zijn derhalve niet beschermd. In de directe omgeving van het plangebied is ook geen geschikt winterhabitat (strooisellagen) aanwezig, waardoor de aanwezigheid van wilde alpenwatersalamander in de watergangen is uitgesloten.
Door de aanwezigheid van kale stukken grond, scheuren die vol kunnen lopen met water en het ondiepe water van de sloten, is tevens de aanwezigheid van rugstreeppad niet op voorhand uit te sluiten. Delen van het plangebied zijn vergraafbaar, waardoor voor rugstreeppad zowel winter- als voortplantingshabitat aanwezig is.
REPTIELEN Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde reptielen voor (kunnen) komen: hazelworm, muurhagedis en ringslang. Door het ontbreken van (oude) muren, steenhopen of andere stenige structuren is de aanwezigheid van muurhagedis op voorhand uitgesloten. Hazelworm heeft een dichte vegetatie met voldoende beschutting nodig en wordt derhalve vaak aan de rand van bossen en struwelen aangetroffen. De vegetatie in het plangebied is verruigd, maar geeft niet voldoende dekking voor hazelworm. De aanwezigheid van hazelworm is op voorhand uit te sluiten. Door de aanwezigheid van water en (oever)begroeiing in combinatie met open zonlocaties (stukken kale grond en naastgelegen asfaltwegen) is de aanwezigheid van ringslang niet op voorhand uit te sluiten. Binnen het plangebied zijn meerdere ingedroogde hopen schoonsel aanwezig, maar door de geringe hoogte (maximaal 30 centimeter hoog) zijn deze ongeschikt als voortplantingsplek, maar kunnen wel dienen als zomerverblijfplaats. Het plangebied is derhalve geschikt als leefgebied, maar ongeschikt als voortplantingsgebied voor ringslang. Doordat de omliggende percelen een mindere mate van verruiging en beschutting bieden, is het perceel mogelijk een essentieel onderdeel van het leefgebied van ringslang.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
16 van 29
VISSEN Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde vissen voor (kunnen) komen. Door de geringe diepte van de aanwezige watergangen, is het plangebied ongeschikt voor beschermde vissensoorten met uitzondering van grote modderkruiper. Door de geringe diepte en aanwezigheid van waterplanten, zijn de watergangen potentieel geschikt als voorplantingsbiotoop van grote modderkruiper. In de winterperiode (november tot april) bevind de grote modderkruiper zich in dieper water, welke zich niet binnen het plangebied bevind.
ONGEWERVELDEN Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde ongewervelden voor (kunnen) komen: grote vos, grote weerschijnvlinder, groene glazenmaker en platte schijfhoren. Door het ontbreken van een bos-, duin- en heidehabitat en door het ontbreken van geschikte waardplanten, is de aanwezigheid van beschermde vlinders als grote vos en grote weerschijnvlinder op voorhand uitgesloten. In de aanwezige watergangen is geen krabbescheer aangetroffen, waardoor ook de aanwezigheid van groene glazenmaker op voorhand uitgesloten is. Door de aanwezigheid van helder water met onderwaterbegroeiing, is de aanwezigheid van platte schijfhoren niet op voorhand uit te sluiten.
SAMENVATTING RESULTATEN In Tabel 1 is een overzicht gegeven van de beschermde soorten die op basis van het literatuur- en veldonderzoek (mogelijk) aanwezig zijn binnen het plangebied. Bij het planvoornemen dient men rekening te houden met de (potentieel) aanwezige beschermde soorten (Tabel 1, soorten uit kolom ‘ja’). Daarnaast dient men (in het kader van de zorgplicht) tevens rekening te houden met de (binnen de provincie Zuid-Holland) van bescherming vrijgestelde soorten (o.a. wezel en haas) en overige in het wild levende flora en fauna. Doordat reeds duidelijk is dat de beschermde soorten uit de soortgroepen flora, broedvogels categorie 1 t/m 5 en vleermuizen niet aanwezig zijn binnen het plangebied, worden deze in het vervolg van voorliggende rapportage niet verder behandeld.
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
17 van 29
Tabel 1
Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.
Soortgroep
(Kans op) aanwezigheid beschermde soorten? Ja
Nee
Flora
X
Broedvogels categorie 1 t/m 4
X
Broedvogels categorie 5
X
Algemene broedvogels
X
Vleermuizen
X
Zoogdieren (grondgebonden)
X
Amfibieën
X
Reptielen
X
Vissen
X
Ongewervelden
X
QuickScan Wet natuurbescherming Nieuwe Randweg Waddinxveen | 1 | 20220797/rap01
18 van 29
EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN INLEIDING De onderstaande effectenanalyse en de beschrijving van de maatregelen richten zich op de verbodsbepalingen ten aanzien van de beschermde soorten (Wnb-artikelen, 3.1, 3.5 en 3.10) die mogelijk hun leefgebied hebben binnen het plangebied en de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (Wnb-artikel 1.11) die mogelijk binnen het plangebied voorkomen. In paragrafen 5.2 t/m 5.6 worden per (mogelijk) aanwezige soortgroep (zie paragraaf 4.11) de mogelijke effecten op beschermde soorten en benodigde maatregelen besproken. Aan het eind van deze paragrafen worden onder 5.8 enkele aanvullende maatregelen (ten aanzien van de zorgplicht én het voorkomen van tussentijdse vestiging van beschermde soorten) beschreven.
ALGEMENE BROEDVOGELS 5.2.1 EFFECTEN
Het plangebied is onder andere geschikt voor diverse oeverbroeders (bijvoorbeeld wilde eend) en voor grasland- en akkerbroedvogels als scholekster. Zonder voldoende voorzorg kunnen nesten van algemene broedvogels worden verstoord en/of vernield. Verstoring of aantasting van nesten waarbij het broedsel mislukt vormt een overtreding van de Wnb. 5.2.2 MAATREGELEN
Middels onderstaande voorzorgsmaatregelen kan overtreding van de Wnb (als gevolg van vernieling van vogelnesten of zodanige verstoring dat de ouderdieren blijvend het nest verlaten) worden voorkomen en kunnen de werkzaamheden doorgang vinden: • •
Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart t/m augustus (dit wordt wel gezien als het globale broedseizoen). Indien de werkzaamheden in het globale broedseizoen uitgevoerd dienen te worden: o voorafgaand aan de werkzaamheden en buiten het broedseizoen de beplanting rooien. Voorafgaand aan het rooien dient men contact op te nemen met een ecoloog om te bepalen of er kans is op broedgevallen; o als de beplanting niet kan worden gerooid buiten het broedseizoen: voorafgaande aan het werk een broedvogelcontrole uitvoeren. Broedgevallen en omliggende structuren (beplanting, bebouwing, etc.) worden tijdens deze controle gemarkeerd en tijdens de werkzaamheden ontzien. o Het kan noodzakelijk zijn om gedurende de werkzaamheden periodiek controles uit te voeren op broedgevallen van vogels in plaats van een éénmalige controle. Dit is vooral van toepassing als langdurig werkzaamheden in het reguliere broedseizoen worden uitgevoerd. o Hopen snoeiafval meteen verwijderen en puin in een container plaatsen om te voorkomen dat vogels hierin nesten gaan bouwen.