CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening Sociaal Domein gemeente Waddinxveen 2020.docx

Besluitvormende raadsvergadering 20 januari 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Verordening Sociaal Domein Gemeente Waddinxveen 202021.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

17 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

4. Gezond en veilig opgroeien Jeugdigen moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van hun ouders en hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op hulp van de gemeente. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jeugdige en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop. Met jeugdigen bedoelen we in deze verordening kinderen en tieners tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

Kernwaarden: 

De jeugdige moet gezond en veilig kunnen opgroeien.

De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.

De inwoner zoekt samen met de gemeente naar een oplossing voor de problemen van de inwoner.

De gemeente biedt hulp aan inwoners om problemen zo vroeg mogelijk op te lossen.

De gemeente stemt de hulp af op de inwoner en zorgt voor goede aansluiting met andere hulp.

Vrij toegankelijke hulp gaat voor hulp-op-maat.

[Jeugdwet]

4.1

Algemene voorzieningen jeugd

De gemeente zorgt ervoor dat jeugdigen zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken zijn in ieder geval de volgende algemene voorzieningen beschikbaar: a. informatie en (opvoed)advies door het CJG; b. algemeen maatschappelijk werk; c. jeugdgezondheidszorg; d. opvoedondersteuning; e. integrale crisisdienst; f. vertrouwenspersoon; g. kindertelefoon; en h. schoolmaatschappelijk werk. Deze hulp is vrij toegankelijk. De jeugdige of zijn ouders heeft hiervoor geen verwijzing of een besluit van de gemeente nodig.

4.2

Individuele voorzieningen (Hulp-op-maat)

De volgende individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar : a. Jeugdzorg plus; b. Jeugdbescherming; c. Jeugdreclassering; d. Jeugd en opvoedhulp, waaronder:  ambulante jeugdhulp;  dagbesteding,  dagbehandeling,  verblijf pleegzorg,  verblijf 24- uurs zorg,

18 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

 spoedeisende zorg (ambulant en verblijf),  vervoer  en ernstig enkelvoudige dyslexie zorg; e. Jeugd GGZ, tweedelijns met en zonder verblijf. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De jeugdige of zijn ouders heeft daarvoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig.

4.3 Overgang van 18- naar 18+ 1.

2.

3. 4.

De gemeente is er verantwoordelijk voor dat jeugdigen uit de jeugdhulp ondersteund blijven worden als ze 18 jaar worden. Dat wil zeggen dat de gemeente of zorgaanbieder voor een plan zorgt voor de jeugdige op alle belangrijke leefgebieden. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen: a. scholing, werk of participatie; b. wonen; c. inkomen; d. zorg en ondersteuning; e. vrije tijd; f. het netwerk van de jeugdige. Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan verlengd worden tot en met maximaal het 23e levensjaar. De jeugdhulp moet gestart zijn voor het 18e levensjaar. Als sprake is van pleegzorg, dan kan deze worden ingezet tot de dag dat de jeugdige 21 jaar wordt. De jeugdzorg kan eventueel worden verlengd totdat de jeugdige 23 jaar wordt.

4.4 Kinderopvang om sociaal-medische redenen (SMI) 1.

2. 3.

Een inwoner kan een bijdrage krijgen voor de kosten van kinderopvang voor een thuisinwonend kind van maximaal 12 jaar (dan wel de laatste groep van de basisschool), indien is vastgesteld dat: a. één of meer lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperkingen van de ouder opvang van het kind of de kinderen noodzakelijk maken, en b. kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het kind noodzakelijk is, en c. voor zover voorliggende voorzieningen of eigen netwerk geen passende oplossing kunnen bieden. De bijdrage kan verstrekt worden voor maximaal twaalf weken en voor maximaal twee dagdelen van 4 uur per week. Overige voorwaarden zijn te vinden in de Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie.

19 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving Inwoners met een beperking en/of met langdurige psycho-sociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om inwoners te helpen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente moet ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen (zelfredzaamheid). De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de gemeente aan deze inwoners kan geven. Kernwaarden: 

De inwoner en de gemeente zoeken samen naar een langdurige oplossing voor de problemen van de inwoner.

Inwoners met een beperking moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en leven.

De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.

De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.

De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.

[Wmo]

5.1 Uitgangspunten De gemeente zet zich ervoor in, dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren. Inwoners kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen, als ze voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.3.2. Ook moet die hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren, zodat inwoners zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen.

5.2 Zelfstandig en veilig wonen 5.2.1 1.

2.

3.

4.

Geschikte woning

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is (woonvoorziening). De hulp-op-maat houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt. Voor het bezoekbaar maken van de woning als een cliënt in een intramurale setting verblijft verstrekt de gemeente een geldbedrag. Deze vergoeding is gelijk aan de verhuiskostenvergoeding. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door de gemeente en is terug te vinden in het tarievenoverzicht. Als de kosten van de woonvoorzieningen gelijk zijn aan of hoger zijn dan de verhuiskostenvergoeding, verwacht de gemeente dat de inwoner verhuist naar een geschikte woning. De inwoner kan dan een geldbedrag krijgen voor de verhuizing en de inrichting van de nieuwe woning. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door de gemeente en is terug te vinden in het tarievenoverzicht. De gemeente verstrekt geen woonvoorzieningen in de volgende situaties: a. De beperkingen van de inwoner zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt. b. De inwoner verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerwoonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waarvoor de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen. c.

De inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een complex voor ouderen, en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners.

20 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

d.

5.

Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw en renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden. e. Het gaat om voorzieningen die reeds afgeschreven zijn en nog niet vervangen zijn. f. De inwoner is, zonder dringende reden, verhuisd vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. g. De inwoner heeft een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg. h. De inwoner is verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om de beperkingen van de inwoner te verminderen of weg te nemen, tenzij de gemeente daar toestemming voor heeft verleend. Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt, als: a. de eerder verstrekte woonvoorziening technisch is afgeschreven, of b. de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om.

5.2.2 1. 2. 3.

4.

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen als hij zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden als gevolg van een beperking. De hulp op maat houdt in dat de inwoner schoonmaakhulp aangeboden krijgt. Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan kan de hulp-op-maat ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke hulp voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. De normen zoals deze zijn beschreven in de handreiking indicatiestelling hulp bij het huishouden van KPMG zijn het uitgangspunt voor de bepaling van de aard en de frequentie van de te verrichten taken en hoeveel tijd hiermee gemoeid is.

5.2.3 1.

2.

2.

Beschermd wonen

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van beschermd wonen. De inwoner moet deze woonvorm nodig hebben als gevolg van psychische of psychosociale problemen. Beschermd wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helpt om zichzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving. Voor inwoners die hulp-op-maat in de vorm van de beschermd wonen nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening van de gemeente Gouda.

5.2.4 1.

Een schone en leefbare woning

Maatschappelijke opvang

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en de opvang nodig heeft omdat de inwoner zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld. Voor inwoners die hulp-op-maat in de vorm van de maatschappelijke opvang nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening van de gemeente Gouda, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Gouda, op 25 oktober 2017.

5.3 Mantelzorg 5.3.1

Ondersteuning mantelzorger

De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die mantelzorg geven, hulp-op-maat kunnen krijgen als het voor een korte periode niet meer lukt om de mantelzorg vol te houden en de mantelzorg niet overgenomen kan worden door vrijwilligers. De hulp-op-maat houdt in dat de mantelzorg wordt overgenomen door een professional.

21 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

5.3.2

Mantelzorgwaardering

De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking die wonen in de gemeente Waddinxveen. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om het belang van mantelzorgers te onderstrepen.

5.3.3 1.

2. 3.

Voorwaarden mantelzorgwaardering

Een mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd door degene die mantelzorg ontvangt. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. de mantelzorger in ieder geval voor een periode van drie maanden en voor ten minste gemiddeld acht uur per week en onbetaald voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, familielid, kind of vriend(in) zorgt. b. degene die wordt verzorgt inwoner van de gemeente Waddinxveen is. De mantelzorgwaardering moet worden aangevraagd voor 1 november. De inwoner kan slechts voor één persoon een mantelzorgwaardering aanvragen.

22 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

6. Vervoer naar school

Ieder kind heeft recht op onderwijs dat bij zijn talenten en mogelijkheden past en dat aansluit bij de levensovertuiging of godsdienst van de ouders. Soms is de afstand van huis naar school groot voor het kind, of kan het kind vanwege zijn beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan vaak een beroep doen op leerlingenvervoer, zodat de vrijheid van onderwijs gerealiseerd kan worden. In dit hoofdstuk is geregeld hoe de gemeente ouders ondersteunt bij het vervoer van hun kind naar school. Kernwaarden: 

Kinderen hebben recht op onderwijs dat bij hun talenten en mogelijkheden past.

Kinderen moeten veilig kunnen reizen naar de school die aansluit bij de levensovertuiging en godsdienst van de ouders.

Ouders zijn verantwoordelijk, de gemeente ondersteunt.

De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner.

[Llv]

6.1 Uitgangspunten 1.

2.

3. 4.

De gemeente ondersteunt ouders als dat nodig is, bij het vervoer van hun kind naar school. De hulp is erop gericht dat kinderen naar de school kunnen gaan die past bij hun talenten en mogelijkheden, en die aansluit bij de levensovertuiging en godsdienst van de ouders. Ouders kunnen hulp krijgen bij het vervoer van hun kind als voldaan is aan de voorwaarden van dit hoofdstuk. Deze hulp heet een vervoersvoorziening. Het kan gaan om een bijdrage in de reiskosten of om aangepast vervoer dat wordt geregeld door de gemeente, zoals een taxibusje. Het is mogelijk dat ouders van kinderen op de (speciale) basisschool een deel van de kosten zelf moeten betalen. Dat is de eigen bijdrage. Ouders zijn er zelf verantwoordelijk voor dat het kind naar school gaat. De gemeente beoordeelt op aanvraag van de ouders of een vervoersvoorziening voor het kind nodig is. Als het kind meerderjarig is geworden, wordt een vervoersvoorziening aan het kind verstrekt en niet langer aan de ouders. Dat kan alleen als het kind dan zelf aan de voorwaarden voldoet.

6.2 Onderzoek 1.

2.

3. 4.

De gemeente onderzoekt of ouders hulp nodig hebben bij het vervoer van hun kind naar school. Als er hulp nodig is gaat de gemeente na welke hulp er nodig is. De gemeente onderzoekt dan met welk vervoermiddel het kind kan reizen en welke route naar school de kortste veilige route is en met welk vervoermiddel het kind kan reizen. Ook onderzoekt de gemeente of er begeleiding nodig is bij het reizen. Voor het bepalen van de route naar school maakt de gemeente gebruik van de actuele routeplanner van de ANWB. De gemeente berekent wat de afstand van de woning of opstapplaats van het kind is tot de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind. De gemeente betrekt bij het onderzoek het ondersteuningsplan voor het kind. Dit plan is vastgesteld door het samenwerkingsverband van scholen, na overleg met de gemeente. Gaat het kind naar de basisschool, dan onderzoekt de gemeente ook hoe hoog het inkomen van de ouders is. Dat is nodig om te bepalen of de ouders een eigen bijdrage moeten betalen.

6.3 Voorwaarden 1.

De gemeente verstrekt aan ouders een vervoersvoorziening, als het kind: a. minimaal vier jaar oud is, of minimaal drie jaar oud is als het om dove of slechthorende kinderen gaat die speciaal onderwijs volgen b. in de gemeente Waddinxveen woont;

23 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

c. d. 2.

3. 4.

naar de basisschool gaat, speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs volgt; en vanwege een langdurige beperking niet zelfstandig met het OV of met de fiets kan reizen, maar begeleiding of aangepast vervoer nodig heeft. De gemeente verstrekt aan ouders ook een vervoersvoorziening, als het kind: a. minimaal vier jaar oud is; b. naar de basisschool gaat of speciaal onderwijs volgt; en c. de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind, meer dan zes kilometer van de woning of de opstapplaats van het kind afligt; of d. het kind naar een school gaat die verder weg is gelegen dan die dichtstbijzijnde passende school, en de ouders in een brief aangeven dat ze ernstige bezwaren hebben tegen die dichterbij gelegen school. Ouders krijgen geen vergoeding voor het vervoer van hun kind, als het kind meereist met een andere ouder die van de gemeente een vergoeding krijgt voor het vervoer van zijn eigen kind. De gemeente verstrekt aan ouders een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als hun kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en de ouders voor dit kind een vervoersvoorziening kunnen krijgen.

6.3.1 Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer 1.

2.

De gemeente verstrekt aan ouders die een vervoersvoorziening krijgen voor een kind dat speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, ook een vervoersvoorziening voor: a. het weekendvervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie. b. het vakantievervoer van het kind van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders en terug, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school worden genoemd. De regels uit dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer, behalve artikel 6.4 lid 2, onderdeel a.

6.4 Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening 1.

2.

3. 4.

5.

De gemeente stemt de vervoersvoorziening af op de goedkoopste manier van reizen. Als het kind naar school kan fietsen, kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het gebruik van de fiets. Kan het kind niet fietsen naar school, dan kunnen de ouders een vergoeding krijgen voor het openbaar vervoer (OV). Ouders kunnen gebruikmaken van aangepast vervoer als dat nodig is. Maar ouders kunnen er in dat geval ook voor kiezen om het kind zelf te vervoeren. Dan hebben zij recht op een vergoeding die gebaseerd is op de kosten van vervoer met eigen auto. Gaat het kind naar de basisschool, dan betalen de ouders de reiskosten soms zelf (zie artikel 6.4.1). Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties: a. Het kind is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% van de reistijd met het OV. b. OV naar school ontbreekt en het kind kan niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding). c. Het kind kan niet begeleid worden door de ouders of anderen, of begeleiding heeft grote nadelen voor het gezin en een andere oplossing is niet mogelijk. d. Het kind heeft langdurige beperkingen waardoor hij niet met het OV kan reizen (ook niet met begeleiding). Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan beperkt de gemeente de vergoeding tot de reiskosten van één begeleider.

De hoogte van een vergoeding van de gemeente is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind, via de kortste veilige route op basis van de routeplanner van de ANWB. Als de ouders recht hebben op andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten van het kind, trekt de gemeente deze vergoedingen af van de vergoeding die de gemeente geeft. Bij aangepast vervoer brengt de gemeente dan een bedrag (de eigen bijdrage) bij de ouders in rekening.

24 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

6. 7.

De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor dat vervoermiddel, afgeleid van de Reisregeling binnenland. Als ouders meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoeren, dan verstrekt de gemeente eenmaal de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

6.4.1 Bijzondere regeling vervoer naar basisschool 1.

2.

3. 4. 5.

Is het inkomen van de ouders hoger dan € 26.550,- dan trekt de gemeente per kind de kosten voor de eerste zes kilometer met het OV af van de vergoeding aan de ouders. Het gaat om de kosten voor het gebruik van een OV-chipkaart of een andere OV-betaalmogelijkheid door het kind en een eventuele begeleider. Ook als er geen OV beschikbaar is of als er geen gebruik wordt gemaakt van het OV, trekt de gemeente dit bedrag af van de vergoeding. Bij aangepast vervoer moeten de ouders dit bedrag aan de gemeente betalen (eigen bijdrage). Is de reisafstand meer dan 20 kilometer? Dan betalen ouders per kind de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf (eigen bijdrage). Als de gemeente zorgt voor aangepast vervoer, dan betalen de ouders de eigen bijdrage aan de gemeente. Als het kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die de ouders van de gemeente krijgen. De hoogte van de eigen bijdrage wordt per kind per schooljaar berekend en hangt af van het inkomen van de ouders. De gemeente past de bedragen van de inkomensgrenzen (zie tarievenoverzicht) jaarlijks aan. De gemeente volgt daarbij de wijzigingen die de VNG aan de gemeente doorgeeft. De gemeente stopt de vervoersvoorziening als ouders de eigen bijdrage niet (langer) betalen aan de gemeente.

Voor ouders van kinderen die vanwege langdurige beperkingen niet zelfstandig met het OV kunnen reizen geldt de regeling in dit artikel niet. Zij betalen geen eigen bijdrage.

6.5 Ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening Een vervoersvoorziening gaat in op de door de ouders aangegeven datum. Deze datum mag niet liggen vóór de datum waarop de gemeente de aanvraag heeft ontvangen. Voor aangepast vervoer geldt dat de vervoersvoorziening zo snel mogelijk na het besluit van de gemeente ingaat.

25 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

7. Inkomen en schulden Voor inwoners die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, heeft de gemeente een financieel vangnet: een maandelijkse bijstandsuitkering. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Ook worden er enkele basisregels gegeven voor de hulp die de gemeente kan bieden bij een schuldenprobleem. Kernwaarden: 

De inwoner en de gemeente zoeken samen naar een langdurige oplossing voor de problemen van de inwoner.

De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.

De gemeente neemt maatregelen, die de inwoner helpen om problemen zo vroeg mogelijk op te lossen.

De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.

Iedereen doet mee aan de samenleving.

De gemeente helpt de inwoner om de zelfredzaamheid te vergroten.

7.1 Armoedebeleid [PW, Gemeentewet] In deze paragraaf wordt beschreven waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken van beleid om armoede en schulden in de gemeente te voorkomen en tegen te gaan.

7.1.1 Wat wil de gemeente? 1.

2.

3.

4. 5. 6. 7.

De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving. De gemeente neemt maatregelen om armoede en schulden te voorkomen (preventie). De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of die schulden hebben, hulp aan bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die hulp is, dat inwoners blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven van inwoners en organisaties, die zijn gericht op het tegengaan van armoede en schulden. De gemeente legt het armoedebeleid vast in een beleidsplan. De gemeente geeft daarbij aan welke groepen kwetsbare inwoners op welke manier financieel worden ondersteund. De gemeente richt het armoedebeleid zo in, dat inwoners met een laag inkomen voldoende ondersteund worden en dat het starten met betaald werk niet leidt tot een armoedeval. De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. De gemeente zorgt ervoor dat voorzieningen die per maand of per jaar worden verstrekt, na afloop van die periode op een eenvoudige manier opnieuw aangevraagd kunnen worden.

7.2 Bijzondere bijstand [PW] Bijzondere bijstand is een hulpmiddel waarmee de gemeente inwoners kan helpen om noodzakelijke kosten te kunnen betalen die door bijzondere omstandigheden zijn ontstaan. Deze kosten kunnen niet uit eigen middelen of aanvullende toeslagen betaald worden. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand.

26 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

7.3 Individuele Studietoeslag [PW] Studenten met een beperking hebben soms extra hulp nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met de individuele Studietoeslag krijgt de student een zetje in de rug omdat het inkomen wordt aangevuld. De regeling is bedoeld om een student, die door zijn beperking naast zijn studie niet kan werken, te compenseren. In deze paragraaf geeft de gemeente aan voor welke studenten de studietoeslag is bedoeld, welk bedrag toegekend kan worden en hoe dat wordt uitbetaald.

7.3.1 1.

Doelgroep

Het UWV bepaalt wie er tot de doelgroep behoort. De studietoeslag is bedoeld voor de student die aan de volgende voorwaarden voldoet: a. de student moet 18 jaar of ouder zijn; b. beschikt niet over een goede financiële buffer; c. een MBO- HBO- of WO-opleiding volgt; d. een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen en e. wel kan werken, maar door een beperking niet het wettelijk minimumloon kan verdienen.

7.3.2

Vaststellen beperking

Nadat de student een aanvraag heeft ingediend, onderzoekt de gemeente of de beperking van de student zo groot is dat hij niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. De gemeente doet dat aan de hand van gegevens die zij van de student of van andere instanties heeft gekregen. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een deskundige om een advies te geven.

7.3.3 1. 2.

Hoogte en duur van de toeslag

De hoogte van de inkomenstoeslag is te vinden op de website van de gemeente Waddinxveen. Als de student niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de studietoeslag beëindigd vanaf de volgende maand.

7.4 Individuele Inkomenstoeslag [PW] Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de individuele inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat eens per 12 maanden kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de individuele inkomenstoeslag bedoeld is en aan welke aanvullende voorwaarden er moet worden voldaan.

7.4.1

Doelgroep

De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor inwoners van 21 jaar of ouder, maar jonger dan de AOW-leeftijd, die in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen hebben gehad, dat niet hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm. Studenten komen niet in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag.

7.4.2 1. 2. 3.

Hoogte van de toeslag

De hoogte van de inkomenstoeslag kan jaarlijks wijzigen door indexering. De bedragen zijn te vinden op de website van de gemeente Waddinxveen en in het tarievenoverzicht in de bijlage. Deze bedragen worden jaarlijks aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt.

27 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

7.5 Bijdrage voor maatschappelijke kosten [Gemeentewet] Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Enkele groepen inwoners met een laag inkomen kunnen een bijdrage krijgen om te sporten en om mee te doen aan culturele en maatschappelijke activiteiten, of een bijdrage in de schoolkosten, als het om ouders met kinderen gaat. De bijdrage voor maatschappelijke kosten is bedoeld voor inwoners uit de volgende groepen: a. Kinderen tot 18 jaar; b. Inwoners die de pensioengerechtigde leeftijd hebben; en c. Inwoners van 18 jaar of ouder, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die chronisch ziek zijn of een beperking hebben.

7.5.1

Bijdrage maatschappelijke kosten

Een inwoner die valt onder de doelgroep kan een bijdrage krijgen als hij: a. bij de aanvraag in het kalenderjaar een inkomen heeft dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm; b. geen goede financiële buffer heeft; en c. kosten maakt op het gebied van sport, cultuur, recreatie of andere maatschappelijke activiteiten.

7.5.2 1. 2. 3. 4.

Aanvraag

De inwoner moet bij de aanvraag verklaren dat de bijdrage wordt gebruikt om kosten voor maatschappelijke activiteiten of schoolkosten te betalen, en instemmen met een controle van de besteding. Een bijdrage voor een kind moet worden aangevraagd door de ouder of verzorger bij wie het kind woont en staat ingeschreven. Een aanvraag dient betrekking te hebben op kosten gemaakt in het lopende kalenderjaar. De gemeente is bevoegd nadere regels te stellen inzake kosten voor maatschappelijke activiteiten of schoolkosten. De gemeente kan er voor kiezen om de bijdrage door een derde partij te laten verstrekken.

7.5.3 Hoogte van de bijdrage 1. 2.

3. 4.

De gemeente levert per persoon per kalenderjaar tot een maximaal bedrag een bijdrage in de kosten voor maatschappelijke activiteiten. In aanvulling op het eerste lid, vergoedt de gemeente voor inwoners tot 18 jaar ook het lidmaatschap voor één sport of één cursus per kalenderjaar. Voor inwoners van 18 jaar of ouder vergoedt de gemeente 50% van de kosten per persoon per kalenderjaar. Voor de bijdrage geldt een maximum bedrag. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het sportlidmaatschap en het cultureel lidmaatschap. De kosten voor zwemles voor het diploma A, B en C worden voor kinderen vanaf 4 jaar volledig vergoed. Voor alle bijdragen genoemd in lid 2 geldt dat er per persoon per kalenderjaar maximaal voor één lidmaatschap een vergoeding kan worden aangevraagd bij de gemeente. De gemeente vergoedt de schoolkosten tot een maximaal bedrag per kind per kalenderjaar. De bedragen zijn opgenomen in het tarievenoverzicht en worden jaarlijks aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.

7.6 Zorgkosten [Wmo, PW] Voor inwoners met een inkomen op maximaal 130% van de bijstandsnorm en veel medische kosten heeft de gemeente de volgende voorzieningen: a. b.

Een collectieve zorgverzekering; Een bijdrage voor chronisch zieken en gehandicapten.

7.6.1 Collectieve zorgverzekering [PW]

28 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

1. 2. 3.

De gemeente biedt een collectieve zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen aan. Die verzekering biedt een lagere premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekeringen. De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die geen goede financiële buffer heeft en moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm. Inwoners die al verzekerd zijn bij Zorg en Zekerheid kunnen zich tijdens het kalenderjaar aanmelden om mee te doen aan de collectieve zorgverzekering. Inwoners die ergens anders verzekerd zijn kunnen pas het volgende kalenderjaar meedoen. Zij moeten zich voor 31 december van het lopende kalenderjaar aanmelden. Inwoners met een betalingsachterstand in de zorgpremie kunnen niet overstappen naar de collectieve zorgverzekering.

7.6.2 1.

2.

Bijdrage voor mensen met een chronische ziekte of beperking

Een inwoner die een chronische ziekte of een beperking heeft, kan van de gemeente een bijdrage krijgen. Deze bijdrage is bedoeld voor de extra kosten die een inwoner heeft, door zijn ziekte of beperking. Het gaat om de inwoner die geen goede financiële buffer heeft en moet rondkomen van een inkomen, dat lager is dan 130% van de bijstandsnorm. De inwoner kan een bijdrage krijgen als hij: a. een uitkering voor arbeidsongeschiktheid van het UWV heeft (WIA, WAO, WAZ of Wajong); b. hulp-op-maat op grond van de Wmo ontvangt van de gemeente; c. een indicatie van het CIZ heeft, die langer dan zes maanden geldig is; d. een verklaring van een onafhankelijk indicatie-orgaan heeft, waaruit blijkt dat de inwoner een chronische ziekte of beperking heeft.

7.7 Schuldhulpverlening [Wgs] De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het zoeken naar een oplossing voor hun schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd, die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen. De gemeente is bevoegd nadere regels te stellen inzake de schulhupverlening. Aanvullende informatie is terug te vinden in de beleidsregels.

7.7.1

Doelgroep

Alle inwoners van 18 jaar en ouder kunnen zich bij de gemeente aanmelden voor schuldhulpverlening. De gemeente sluit geen enkele volwassen inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft.

7.7.2 1. 2. 3. 4.

Toegang tot schuldhulpverlening

De gemeente biedt schuldhulpverlening laagdrempelig aan. Hoe eerder inwoners zich melden met financiële problemen, hoe makkelijker deze problemen doorgaans zijn op te lossen. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. De gemeente informeert inwoners over de hulp die zij kan aanbieden en zorgt ervoor dat die hulp op korte termijn beschikbaar is. De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische schulden opbouwen, of om er voor te zorgen dat de situatie verslechtert.

7.7.3

Aanbod voor schuldhulpverlening

Inwoners hebben via het preventieteam laagdrempelig toegang tot een financieel specialist. De financieel specialist geeft ondersteuning aan inwoners die moeite hebben met rondkomen of al schulden hebben. De financieel specialist kan bijvoorbeeld ondersteunen bij het op orde brengen van het budget of het treffen van betalingsafspraken met schuldeisers. Naast de diensten van de financieel specialist kunnen inwoners via het sociaal team ook gebruik maken van de ondersteuning van een schuldregelaar. Zodra de situatie van de inwoner

29 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

voldoende stabiel is en een schuldregeling gewenst en noodzakelijk is, kan de schuldregelaar ondersteuning geven bij dit vervolgtraject.

7.7.4 1. 2.

Besluit

De gemeente informeert de inwoner die hulp kan krijgen over de manier waarop de hulp wordt gegeven. De gemeente stuurt iedere inwoner die geen hulp kan krijgen bij het regelen van zijn schulden een beschikking waarin staat waarom er geen hulp wordt gegeven.

30 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

8. De vorm van de hulp De hulp die de gemeente geeft, is in principe ‘in natura’: de gemeente zorgt ervoor dat er hulp wordt ingezet. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een woningaanpassing) of in bruikleen (een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan de inwoner kan vragen voor Wmo-hulp. Kernwaarden: 

De hulpvraag van de inwoner staat centraal.

De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.

De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.

De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar.

De gemeente helpt inwoners om hun zelfredzaamheid te vergroten.

8.1 Hulp in natura [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Gemeentewet] De inwoner die hulp van de gemeente krijgt, ontvangt de hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen of in eigendom verstrekt.

8.2 Hulp in geld 1.

2.

3.

4. 5. 6.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Wko,Awb] De inwoner kan hulp van de gemeente krijgen in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Het geld moet wel worden terugbetaald als: a. in de wet of in deze verordening iets anders is bepaald, en b. dit aansluit bij de persoonlijke situatie van de inwoner. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven, tenzij het doel van de betaling alleen maar op een andere manier kan worden bereikt. Dan kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm betalen of aan een andere persoon betalen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een aanbieder of een betaling in contant geld, als de inwoner geen bankrekening heeft. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering), als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van dezelfde wet. De gemeente kan een besluit nemen om betalingen te doen, zonder dat de inwoner daar met een brief over wordt geïnformeerd. De gemeente kan een voorschot verstrekken op een vergoeding voor kosten die de inwoner maakt, als dat nodig is om de kosten te kunnen betalen.

De gemeente kan de inwoner een bewijs vragen van de kosten waarvoor de inwoner al een vergoeding heeft gekregen.

31 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

8.3 Persoonsgebonden budget [Jeugdwet, Wmo]

8.3.1 1.

2.

3.

4.

5. 6.

In plaats van hulp in natura kan de inwoner een persoongebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen en die in deze paragraaf staan. De gemeente kent een pgb pas toe, als zij vindt, dat de inwoner (of zijn vertegenwoordiger) in staat is zijn belangen voldoende te behartigen. De inwoner moet de taken die bij de pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De gemeente kan een pgb weigeren, als: a. de inwoner een verslavingsprobleem heeft; b. de inwoner problematische schulden heeft; c. de inwoner eerder ten onrechte een pgb heeft ontvangen omdat het toekenningsbesluit van dit pgb is herzien of ingetrokken, of d. volgens de gemeente niet voldoende vaststaat dat de hulp waarvoor het pgb is bedoeld kwalitatief goed is (veilig, doeltreffend en cliëntgericht). De gemeente weigert een pgb voor een roerende woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoel in ieder geval, als te voorzien is dat de medische situatie van de inwoner zich tijdens de looptijd van het pgb ingrijpend wijzigt. Het pgb kan niet worden besteed aan kosten voor bemiddeling, tussenpersonen, belangenbehartigers, hulp bij pgb-administratie of lidmaatschap van belangenorganisaties.

De persoon die hulp geeft mag iemand uit het sociale netwerk van de inwoner zijn als deze persoon in staat is om voldoende planmatig hulp van goede kwaliteit te bieden, zodat het gewenste effect wordt bereikt. De volgende aspecten spelen daarbij een rol: a. De soort hulp; b. Hoe vaak de hulp wordt gegeven; c. Hoe lang de hulp duurt; d. Heeft de hulpverlener een opleiding nodig om passende hulp te kunnen verlenen? e. Raakt de hulpverlener niet overbelast? Gaat het om jeugdhulp, dan blijft deze hulp beperkt tot die activiteiten die het karakter hebben van gebruikelijke zorg, zoals begeleiding, dagactiviteiten, persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf en vervoer. Deze hulp komt alleen in aanmerking voor een pgb als deze in tijd, duur of intensiteit verder gaat dan wat gebruikelijk is in een huishouden.

8.3.2 1.

2.

3.

4. 5.

Voorwaarden

Hoogte en tarief pgb

De inwoner maakt een plan voor de besteding van het pgb als het gaat om de diensten begeleiding, dagbesteding en of hulp bij het huishouden. Dit is het pgb-plan. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen. De gemeente baseert de hoogte van het pgb op een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van de dienst of het product zijn (kostprijs). Met deze kostprijs moet de inwoner veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp kunnen inkopen. De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor de die dienst of dat product. De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van die offerte. Er geldt wel een maximumbedrag. Dat is het bedrag dat de gemeente zal betalen voor de hulp die nodig is (laagste hulp in natura-tarief). Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de gemeente de meerprijs niet. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. Als het gaat om een tweedehands product, dan wordt het pgb daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop het product technisch is afgeschreven.

32 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

6.

7.

Als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een niet gekwalificeerd persoon uit het sociale netwerk, niet zijnde een onbetaalde vrijwilliger, wordt een uurtarief gehanteerd dat gelijk is aan het wettelijk minimumloon en de minimumvakantiebijslag van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Het pgb-tarief dat de gemeente heeft vastgesteld blijft hetzelfde, zolang de hulp duurt.

8.3.3 1. 2.

Verantwoording pgb

De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen. Als een inwoner hulp-op-maat in de vorm van een pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die feitelijk geleverd is.

8.3.4

Opschorten pgb

De gemeente kan aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het Pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het Pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als: a. de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; b. de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die hoorden bij het ontvangen van het Pgb; of c. de inwoner het Pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt.

8.4 Bijdrage in de kosten 1.

2.

3. 4. 5.

6.

[Wmo] De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor Wmo-hulp-op-maat (maatwerkvoorziening), zolang de inwoner gebruik maakt van die hulp of voor de periode waarvoor het pgb is verstrekt. Gaat het om een product en of woningaanpassing, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het CAK. De hoogte van deze maandelijkse bijdrage is gemaximaliseerd (abonnementstarief) ongeacht of er 1 of meer Wmo maatwerkvoorzieningen zijn verstrekt, het inkomen en vermogen van client. Uitzondering geldt voor degenen die gebruik maken van bescherm wonen zorg in natura of maatschappelijke opvang. De kostprijs van hulp-op-maat in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. De kostprijs van hulpmiddelen is gelijk aan de kostprijs die de laagst gecontracteerde aanbieder berekent voor het betreffende hulpmiddel. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek), en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner. De inwoner betaalt geen bijdrage voor: a.

hulp-op-maat aan minderjarigen, met uitzondering van woningaanpassingen; b. een rolstoel en het onderhoud daarvan. De inwoner betaalt wel een bijdrage, als de rolstoel door aanpassingen geschikt gemaakt is voor het vervoer buitenshuis. c. het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV), hiervoor wordt een lagere bijdrage (ritbijdrage) aan de inwoner gevraagd.

33 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

9. Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan dit gevolgen hebben. Kernwaarden: 

De gemeente ziet de inwoner als volwaardige partner.

De hulpvraag van de inwoner staat centraal.

De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.

De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente helpt als dat nodig is.

De inwoner werkt mee aan het oplossen van zijn probleem.

9.1 Hoe gaan we met elkaar om?

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet, Awb]

9.1.1 1.

2.

De rol van de gemeente

De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. De gemeente zorgt voor het volgende: a. voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. b. De inwoner kan zijn hulpvraag bespreken met een medewerker. c. De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. d. De gemeente maakt zoveel mogelijk gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. e. Afspraken met een inwoner legt de medewerker vast in een document dat voor de inwoner leesbaar en toegankelijk is. De gemeente reageert op een professionele manier op gedrag van de inwoner dat ontoelaatbaar is. De gemeente zorgt voor het volgende: a. De inwoner wordt geïnformeerd over:  zijn rechten en plichten;  wat er van hem wordt verwacht;  welk gedrag niet deugt;  wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet deugt; en  waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt. b. De gemeente geeft de inwoner de kans om zijn mening te geven vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren. c.

De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij:  de ernst van het gedrag;  de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden; en  de persoonlijke situatie van de inwoner. d. De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk dat hij het gedrag moet aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente eventueel de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).

34 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

9.1.2 1.

2.

De rol van de inwoner

De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn hulpvraag. De gemeente kijkt samen met de inwoner naar mogelijkheden om tot een oplossing van de hulpvraag te komen, al dan niet met inschakeling van het sociale netwerk. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf heeft om zijn probleem op te lossen. b. Als de gemeente hulp verleent werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn probleem. c. De inwoner doet wat nodig is om de hulp van de gemeente zo kort mogelijk te laten duren. d. De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend. b. De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft van de inwoner. c. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente.

9.2 Afspraken en verplichtingen over uitkeringen 9.2.1

Afstemming op houding en gedrag van de inwoner [PW, IOAW, IOAZ]

1. 2.

3.

De gemeente verlaagt een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij de houding of het gedrag van de inwoner. Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houdt de gemeente rekening met: a. de ernst van het gedrag; b. de mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden; en c. de persoonlijke situatie van de inwoner. Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft de gemeente de inwoner de kans om zijn mening te geven. De inwoner kan dat op de volgende manier doen:  schriftelijk  in een gesprek met de medewerker op het gemeentehuis;  via e-mail

9.2.2 Geen schuld en verjaring [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente verlaagt de uitkering niet als het gedrag van de inwoner meer dan een jaar voor het nemen van een besluit heeft plaatsgevonden of als het gedrag hem niet te verwijten is.

9.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging [PW, IOAW, IOAZ] 1.

2.

De gemeente maakt het besluit tot verlaging schriftelijk aan de inwoner bekend. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. De verlaging kan eerder ingaan als de uitkering over die voorgaande maand staat opgeschort en nog niet is uitbetaald. Soms kan de gemeente de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd. Dan zal de gemeente het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen als de inwoner binnen een jaar na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.

35 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

9.2.4 Berekening verlaging [PW, IOAW, IOAZ] De verlaging is een percentage van de uitkeringsnorm die van toepassing is op de inwoner.

9.2.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen PW [PW] 1.

2. 3.

4.

De gemeente verlaagt de uitkering een maand als de inwoner een arbeidsverplichting uit artikel 18, vierde lid met uitzondering van artikel 18 lid 4 sub b van de Participatiewet, niet voldoende nakomt. Die verlaging is 100% van de uitkeringsnorm. De verlaging wordt ingehouden over de maand van oplegging en de twee daaropvolgende kalendermaanden, als er volgens de gemeente sprake is van bijzondere omstandigheden. Als de inwoner binnen een jaar na de datum van een besluit tot verlaging opnieuw een arbeidsverplichting uit artikel 18, vierde lid PW niet nakomt, wordt de uitkering voor drie maanden verlaagd met 100% van de bijstandsnorm. De gemeente kan een verlaging voor drie maanden tussentijds op verzoek van de inwoner herzien, als uit zijn houding en gedrag blijkt dat hij alsnog de verplichtingen nakomt.

9.2.6 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen PW en IOAW/IOAZ [PW, IOAW, IOAZ] 1.

2.

3.

De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 50% van de uitkeringssnorm voor het volgende gedrag: a. het niet voldoende meewerken aan het afleggen van een taaltoets als bedoeld in artikel 18b van de Participatiewet; b. het niet voldoende leveren van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; c. bij de alleenstaande ouder: het geen gebruik willen maken van een voorziening die de kans op werk kan vergroten, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 100% van de uitkeringsnorm als de inwoner: a. onvoldoende meewerkt bij het vinden van een baan; b. aangeboden werk niet aanvaart; c. zich niet houdt aan gemaakte afspraken en gestelde verplichtingen. De gemeente verlaagt de uitkering een maand met 50% van de uitkeringsnorm voor het volgende gedrag: a. het niet voldoende gebruik maken van een door de gemeente aangeboden voorziening; b. het niet meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden om te werken; c. het niet voldoende leveren van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; d.

bij de alleenstaande ouder: het onvoldoende gebruik willen maken van een voorziening die de kans op werk kan vergroten, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet.

9.2.7 Onacceptabel gedrag [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren. De uitkering wordt drie maanden verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm als het gaat om lichamelijk geweld tegen personen, en één maand met 50% van de uitkeringsnorm als het gaat om lichamelijk geweld tegen zaken of bedreiging van personen.

36 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

9.2.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid [PW] 1.

2.

3.

4.

De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich te weinig realiseert dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft betaald of zou gaan betalen (benadelingsbedrag). De verlaging wordt vastgesteld op 20% van de uitkeringsnorm, als de inwoner zijn eigen middelen onverantwoord heeft besteed en daardoor eerder bijstand heeft aangevraagd. De verlaging duurt maximaal net zolang als de periode waarover de inwoner geen beroep op bijstand had hoeven doen, als hij zijn middelen verantwoord had besteed. De verlaging wordt vastgesteld op 100% van de uitkeringsnorm, als de inwoner een andere voorziening had kunnen aanspreken in plaats van een bijstandsuitkering om in zijn levensonderhoud te voorzien. De verlaging duurt maximaal 3 maanden. De verlaging wordt vastgesteld op 100% voor maximaal drie maanden als de inwoner voorafgaand aan zijn aanvraag ontslag heeft genomen uit een diensbetrekking waarmee hij in zijn levensonderhoud kon voorzien.

9.2.9 Tijdelijke of blijvende weigering IOAW/IOAZ [PW] Als de inwoner verwijtbaar werkloos is, wordt de IOAW- of IOAZ-uitkering geweigerd. De uitkering wordt dan geweigerd naar de mate waarin de inwoner inkomen zou hebben kunnen ontvangen als hij niet verwijtbaar werkloos was geworden of gebleven. De uitkering wordt tijdelijk geweigerd, als de inwoner: a. op staande voet is ontslagen, of b. een dienstverband heeft beëindigd, zonder dat er grote bezwaren waren verbonden aan de voortzetting. De uitkering wordt blijvend geweigerd, als de inwoner: a. een aanbod voor een dienstverband heeft afgewezen, of b. door zijn houding of gedrag geen dienstverband verkrijgt.

9.2.10 Niet nakomen van verplichtingen PW/ IOAW/IOAZ [PW] 1. 2.

3.

4.

De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die een aanvullende opgelegde verplichting, als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, niet voldoende nakomt. De verlaging is 20% van de uitkeringsnorm voor een maand als het gaat om: a. verplichtingen in verband met bijstand die in een bepaalde vorm (bijvoorbeeld in natura) of voor een specifiek doel wordt verstrekt; De verlaging is 40% van de uitkeringsnorm voor een maand als het gaat om: a. een opgelegde verplichting om een noodzakelijke medische behandeling te volgen; b. verplichtingen die zijn gericht op vermindering van de bijstand. De verlaging is 100% van de uitkeringsnorm voor een maand als het gaat om verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de bijstand.

37 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

9.2.11 Samenloop van gedragingen [PW, IOAW, IOAZ] 1.

2.

Gedrag waardoor de inwoner meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet nakomt, leidt tot één verlaging. De hoogste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt dan, en ook de duur die bij die verlaging hoort. Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.

9.2.12 Herhaling (recidive) [PW, IOAW, IOAZ] Als binnen een jaar na de datum van een besluit tot verlaging opnieuw tot een verlaging wordt besloten wegens het niet nakomen van de zelfde verplichting, dan wordt de duur van de verlaging verdubbeld. De duur wordt ook verdubbeld als de gemeente de eerdere verlaging vanwege dringende redenen van de inwoner heeft vastgesteld op € 0,- (nihil). Voor herhaling bij het niet nakomen van de wettelijke arbeidsvoorwaarden heeft artikel 9.2.5 een afwijkende regeling

9.2.13 Boete bij niet nakomen inlichtingenplicht

[PW, IOAW, IOAZ] Als de inwoner de aan de uitkering verbonden inlichtingenplicht niet nakomt en er daardoor teveel of onterecht bijstand is verstrekt, legt de gemeente een boete op. De hoogte van de boete wordt met toepassing van landelijke regels afgestemd op a. het bedrag dat door het niet nakomen van de verplichting teveel is uitbetaald; b. de mate waarin de gedraging de inwoner kan worden verweten; c. de financiële situatie van de inwoner. Bij een eerste schending van de inlichtingenplicht kan de gemeente in plaats van een boete een waarschuwing geven. Bij herhaling binnen een termijn van vijf jaar wordt de boete verhoogd naar 150%. De gemeente kan afzien van een boete als daarvoor dringende redenen zijn. Financiële gevolgen horen bij een boete en vormen geen dringende redenen.

9.3 Herzien, intrekken en beëindigen voorziening 9.3.1 Herzien [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet] De gemeente kan een besluit tot verstrekking van een voorziening herzien: a. met terugwerkende kracht als de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en het recht op de voorziening of de uitkering anders vastgesteld zou zijn als de juiste gegevens bekend waren geweest; b. voor de toekomst als omstandigheden die van belang zijn voor de vaststelling van het recht op een voorziening of voor de aard of de hoogte van de voorziening, wijzigen.

38 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

9.3.2 Intrekken [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet] De gemeente kan een besluit tot verstrekking van een voorziening intrekken als: a. als de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en het verstrekken van de juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot afwijzing van de aanvraag of beëindiging van het recht op de voorziening of de uitkering; b. het om een Pgb gaat en het Pgb niet binnen zes maanden na uitbetaling is gebruikt om een voorziening te betalen waarvoor het Pgb is toegekend.

9.3.3 Beëindigen [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet]

De gemeente kan de verstrekking van een voorziening of uitkering beëindigen als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; c. de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; d. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; e. de ontvanger van de voorziening geen inwoner van de gemeente meer is; f. het gaat om Wmo-hulp en de inwoner langer dan 13 weken verblijft in een Wlz-instelling of een instelling in het kader van de Zorgverzekeringswet.

9.4 Terugvorderen 9.4.1 Terugvordering en invordering [PW, IOAW, IOAZ] 1. 2. 3. 4.

5.

De gemeente vordert een uitkering terug en verhaalt een uitkering op anderen in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doet dat volgens de regels van de wet. De gemeente vordert niet terug en verhaalt niet als dit onaanvaardbare gevolgen heeft voor de inwoner of voor degene op wie de kosten worden verhaald. Bij een klein bedrag kan de gemeente besluiten om niet terug te vorderen of te verhalen, tenzij de wet iets anders voorschrijft. Bij het invorderen of het verrekenen met een lopende uitkering zorgt de gemeente ervoor dat de inwoner een inkomen blijft houden dat past bij de persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval niet lager dan de beslagvrije voet. De gemeente heeft beleidsregels gemaakt voor terugvordering en verhaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9444041/2