CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening Sociaal Domein gemeente Waddinxveen 2020.docx

Besluitvormende raadsvergadering 20 januari 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Verordening Sociaal Domein Gemeente Waddinxveen 202021.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

9.4.2 Terugvordering voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Gemeentewet, Burgerlijk Wetboek] 1.

2.

Als de gemeente een besluit om een voorziening toe te kennen heeft ingetrokken omdat de inwoner opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, dan kan de gemeente de geldswaarde van de voorziening die ten onrechte is verstrekt, terugvorderen van de inwoner. Als de gemeente een besluit om een voorziening in eigendom of in bruikleen toe te kennen heeft ingetrokken, dan kan deze voorziening van de inwoner worden teruggevorderd.

39 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

9.5 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 9.5.1 Controle 1.

2. 3. 4.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente controleert na toekenning regelmatig of de inwoner recht heeft op een uitkering of voorziening. Zij controleert of de inwoner de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangt en of hij zich aan de verplichtingen houdt. De gemeente kan daarvoor gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet; b. heimelijke waarnemingen: medewerkers van de gemeente verzamelen gegevens over de inwoner zonder dat de inwoner hierover vooraf is geïnformeerd; c. bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; d. samenwerking met andere organisaties, zoals UWV, maatschappelijke organisaties en andere gemeenten; e. signalen en tips van organisaties of particulieren; f. andere passende onderzoeksmethoden. De controle is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgt de gemeente ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd.

Bij beëindiging van de uitkering of voorziening, onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging. De gemeente gaat ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.

9.5.2 Voorkomen van fraude 1.

2.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente stelt alles in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. De gemeente doet aangifte bij het Openbaar Ministerie, als de inwoner door fraude teveel uitkering heeft ontvangen en er aangifte moet worden gedaan volgens de regels die daarvoor gelden.

9.5.3 Beleidsplan en beleidsverslag 1. 2.

3.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente stelt een beleidsplan vast. In dat plan legt de gemeente vast hoe zij fraudebestrijding aanpakt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). In het beleidsplan staat in ieder geval: a. wat de gemeente precies met fraudepreventie bedoelt; b. wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting); c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan. De gemeente stelt na afloop van de looptijd van het beleidsplan een beleidsverslag vast. Daarin beschrijft de gemeente of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd.

9.5.4 Privacy 1.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente stelt voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast protocollen op. Het gaat in ieder geval om protocollen voor de inzet van huisbezoeken en buurtonderzoeken.

40 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

2. 3.

De protocollen moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van inwoners plaatsvindt. De gemeente maakt de protocollen openbaar. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.

9.5.5 Toezichthouders [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Awb] De gemeente wijst in een openbaar besluit een of meer ambtenaren aan als toezichthouder, met de taak erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.

41 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

10. Inwoners en gemeente in gesprek Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. De gemeente gaat dan graag in gesprek met haar inwoners. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken, een vertrouwenspersoon te spreken of er via een mediationgesprek samen uit te komen. Daarbij is aangesloten bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Met de ervaringen van de inwoners, zowel positief als negatief, kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. Inwoners kunnen hiervoor gevraagd en ongevraagd advies over geven via vertegenwoordigers in de Participatie Advies Raad, de PAR. Ook zijn er vormen van inspraak mogelijk die in dit hoofdstuk worden weergegeven.

Kernwaarden: 

De gemeente gaat zorgvuldig om met de inwoner.

De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus.

De gemeente zorgt voor mogelijkheden voor de inwoner om op een eenvoudige manier zijn mening te geven.

10.1 Inwoners betrekken bij beleid 1.

2.

3. 4.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. Ook betrekt de gemeente inwoners bij de voorbereiding van nieuw beleid binnen het sociaal domein. Hiervoor zijn een aantal documenten van toepassing: a. De regels van de ‘Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraak- en communicatieverordening)’. b. de “Verordening participatieadviesraad sociaal domein Waddinxveen 2015”. Door de Raad van de Gemeente vastgesteld op 16 december 2015. c. de ´Leidraad samenlevingsparticipatie 2019-2022´, vastgesteld in de raad van 12 juni 2019. De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. via de participatieadviesraad; b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; of c. op andere passende manieren. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft. De gemeente doet dit bij voorkeur in overleg met de Participatie Advies Raad. Volgens de regels uit de ‘Verordening participatieadviesraad sociaal domein Waddinxveen 2015’ zorgt de gemeente er in ieder geval voor dat de Participatie Advies Raad: a. op tijd advies kan geven. b. deskundig ondersteund wordt. c.

voldoende middelen krijgt om goed inspraak te kunnen geven, en d. regelmatig met de gemeente in gesprek kan gaan over nieuw beleid.

10.2 1.

Inspraak bij aanbieders

[Jeugdwet, Wmo] Aanbieders zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten of producten, inspraak te geven en daarover regels te maken. De gemeente bepaalt over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft.

42 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

2.

De gemeente controleert of de aanbieder zich houdt aan de regels voor inspraak.

10.3

Doelen klacht- en bezwaarprocedure [Awb, Gemeentewet]

1.

2.

3. 4. 5.

De gemeente ziet een klacht of bezwaar als: a. een stimulans om de hulpvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken; b. een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te maken; c. een mogelijkheid om de dienstverlening aan de inwoners te verbeteren; d. een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen; en e. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. Dit gebeurt, in de regel, niet als de gemeente inschat dat het niet zinvol is om het gesprek aan te gaan, bijvoorbeeld wanneer er een maatregel of boete wordt opgelegd. De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente uiten via een eenvoudige en effectieve klachten- en bezwaarprocedure. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt.

10.4

Klachten over de gemeente [Awb, Gemeentewet]

1.

2.

De inwoner kan bij deze medewerker een klacht indienen over: a. het gedrag van medewerkers en de bejegening van de inwoner; b. de manier waarop de gemeente meldingen en aanvragen heeft afgehandeld; c. de manier waarop de gemeente voorzieningen en diensten heeft uitgevoerd. De inwoner moet een klacht zo snel mogelijk indienen bij de gemeente. De gemeente informeert de inwoner hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt.

10.5 1.

2.

3. 4.

Klachten over andere personen of organisaties

[Awb, Gemeentewet] De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon of organisatie die hulp verleent op grond van een besluit van de gemeente, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. De gemeente controleert of de klachtenregeling van deze persoon of organisatie wordt nageleefd en doet dit door regelmatig met die persoon of organisatie te overleggen en door jaarlijks een onderzoek te doen naar de ervaringen van inwoners met deze hulpverleners. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de ingehuurde persoon of organisatie is afgehandeld, kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente. De inwoner die geraakt is door geweld of ander strafbaar gedrag van personen of organisaties die die hulp verlenen op grond van een besluit van de gemeente, kan dit melden bij de gemeente. De gemeente bepaalt hoe die melding wordt behandeld.

10.6

Vertrouwenspersoon [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Awb]

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp van de gemeente krijgt, een onafhankelijke vertrouwenspersoon kan spreken. De inwoner kan bij deze vertrouwenspersoon terecht voor een vertrouwelijk

43 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

gesprek over bijvoorbeeld ongewenste omgangsvormen, problemen, klachten en vragen in verband met de geboden hulpverlening.

10.7

Bezwaar [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wko, Awb]

Als de gemeente een besluit neemt, informeert de gemeente de inwoner over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. De inwoner die het niet eens is met een besluit dat is genomen op grond van de genoemde wetten en van deze verordening, kan daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de Algemene wet bestuursrecht. Nadat de gemeente een bezwaarschrift heeft ontvangen, neemt een medewerker contact op met de inwoner om navraag te doen of de inwoner ervoor open staat om het bezwaar te bespreken (zgn. pre-mediationgesprek). De medewerker geeft uitleg over het besluit van de gemeente en informeert bij de inwoner naar nieuwe argumenten, feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van het bezwaar. Dit gesprek is gericht op verbetering van de besluitvorming door de gemeente en om te beoordelen of alle feiten en omstandigheden bekend waren om een zorgvuldig besluit te nemen.

44 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

11. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. Kernwaarden: 

Diensten en producten van de gemeente zijn kwalitatief goed en passend bij de behoefte van de inwoner.

De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus.

De gemeente werkt efficiënt en doelgericht.

De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.

[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet]

11.1 Kwaliteit 1. 2.

3.

Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn, zodat het gewenste effect voor de inwoner wordt bereikt. De diensten en producten: a. passen bij de persoonlijke situatie van de inwoner; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard (keurmerken); d. voldoen aan de voorwaarden en kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten in de daarbij horende sector erkende keurmerken; e. respecteren de rechten van de inwoner; f. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd; g. worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld. De gemeente kan beleidsregels vaststellen waarin de kwaliteitseisen worden uitgewerkt en controleert of deze eisen door aanbieders worden nageleefd.

11.2 Inkoop en aanbesteding 1.

2.

3.

[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] De gemeente zorgt er voor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van aanbieders dat zij rekening houden met de voorwaarden uit artikel 12.1, het tweede lid. De gemeente zorgt voor een goede prijs-kwaliteitverhouding door: a. een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan voor inschrijving op een aanbesteding en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder; of b. een reële prijs vast te stellen. Die geldt dan als ondergrens voor een inschrijving en voor een daaropvolgende overeenkomst met een aanbieder. De gemeente houdt bij het vaststellen van tarieven rekening met: a. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van de beroepskracht; b. een redelijke toeslag voor overheadkosten; c. andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel; d. reis- en opleidingskosten; e. het jaarlijks aanpassen van de (reële) kostprijs in verband met stijging van de kosten;

45 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

f.

4.

5.

andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor aanbieders, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen. De gemeente zorgt ervoor dat met de tarieven diensten kunnen worden ingekocht die voldoen aan de kwaliteitseisen die gelden voor die diensten, waaronder de eisen aan de deskundigheid die aan hulpverleners worden gesteld. De gemeente kan besluiten om geen vaste of reële prijs te bepalen op basis van de genoemde kostprijselementen maar de bepaling van de hoogte van een reële prijs over te laten aan de inschrijvende partijen. De gemeente legt hierover verantwoording af aan de gemeenteraad.

46 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

12. Begrippen In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst?  Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is.  Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik.  Ook staan er voor de duidelijkheid ook enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven.  Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. Aangepast vervoer: vervoer met een besloten (school)bus, taxi, treintaxi of bustaxi; Aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de gemeente, ter uitvoering van een wettelijke verlpichting. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat.

Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan bijvoorbeeld een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. AOW-leeftijd: leeftijd waarop de AOW-uitkering ingaat. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 van de IOAW en artikel 37 van de IOAZ. . Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. Basisschool: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs. Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap, waardoor een belemmering ontstaat in het sociaal-maatschappelijk functioneren, of, als het om vervoer naar school gaat, het vervoer naar school.

Besluit: Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. CAK: Centraal administratiekantoor. Collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd).

47 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

Dichtstbijzijnde school: school die het dichtst bij de woning of opstapplaats van het kind ligt, gemeten via de kortste route waarlangs het kind veilig kan reizen. Als het kind naar een speciale basisschool gaat, dan is de dichtstbijzijnde school de school de dichtstbijzijnde speciale basisschool in het samenwerkingsverband van de basisschool dat het kind eerst bezocht, of een andere speciale basisschool binnen dit samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente goedkoper is. Effect: het resultaat of het doel. Eigen vervoermiddel: een vervoermiddel dat de inwoner zelf bezit of dat hij mag gebruiken. Daaronder valt ook een vervoermiddel dat de gebruiker ter beschikking staat, zoals een deel-, leen- of lease-auto. Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten.

Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waddinxveen. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt. Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of bijstand als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, inkomensondersteuning op grond van artikel 147 Gemeentewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs, of een vervoersvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 6 (vervoer naar school). Hulp-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening.  Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening.  Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand.  Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden.  Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft.

Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. In hoofdstuk 6 (vervoer naar school) wordt onder inkomen verstaan: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 10.1 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmo-hulp, dan betreft het de ingezetene van de

48 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

gemeente als bedoeld in artikel 1.2.1 Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente Waddinxveen meldt voor maatschappelijke opvang. Gaat het om schuldhulpverlening, dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de gemeente Waddinxveen als ingezetene is ingeschreven. Voor de toepassing van de hoofdstukken 9 en 11 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die hulp van de gemeente Waddinxveen heeft gehad maar zijn woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor hulp door de gemeente Waddinxveen. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet.

Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Llv: de wetten die regelen dat gemeenten leerlingenvervoer aanbieden, dwz. de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra. Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Openbaar vervoer (OV): openbaar toegankelijk personenvervoer dat met een vaste route en een vaste dienstregeling rijdt (of vaart). Opstapplaats: plaats die is aangewezen door de gemeente, vanaf waar het kind (de leerling) gebruik kan maken van het vervoer naar school. Ouders: ouders, voogden of verzorgers van de jongere.

Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. Pgb: persoonsgebonden budget

Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke

49 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Professionele hulpverlener: iemand die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn. PW: Participatiewet. Reistijd: de tijd tussen het moment van het verlaten van de woning en de starttijd van de school volgens de schoolgids. Van deze reistijd mag maximaal 10 minuten worden afgetrokken als het kind gewoonlijk iets voor de start van de school aankomt op school. Voor de terugreis geldt de tijd tussen de eindtijd van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning van het kind. Hierbij kan maximaal 10 minuten worden opgeteld voor een eventuele wachttijd voor OV of aangepast vervoer. Samenwerkingsverband: 1. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. School: basisschool, speciale school voor basisonderwijs, of school waar speciaal of voortgezet onderwijs wordt gegeven.

School die bij het kind past: school die past bij de levensovertuiging of godsdienst van de ouders dan wel openbaar onderwijs en het soort onderwijs geeft dat het kind nodig heeft in verband met zijn talenten en mogelijkheden. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Speciaal onderwijs: onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. SVB: Sociale verzekeringsbank. Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. Uitkeringsnorm: de maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Vavo-onderwijs: voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. Vergoeding (in het kader van hoofdstuk 6): de bekostiging van reiskosten, bedoeld in artikel 4 Wet op het primair onderwijs, artikel 4 Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4 van de Wet op de expertisecentra. Voortgezet onderwijs: onderwijs als bedoeld in de Wet op het Voortgezet Onderwijs. Voorziening: hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb, geldbedrag, of een combinatie daarvan.

50 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, de Wet op het primair onderwijs, de wet op het voortgezet onderwijs of de Wet op de expertisecentra. Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Wko: Wet op de kinderopvang. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Wmo-hulp: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo. Woning: hoofdverblijf

51 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

13. Van oud naar nieuw In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat beoordeeld wordt of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is. Kernwaarden: 

De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus.

De gemeente werkt efficiënt en doelgericht.

De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.

[Gemeentewet]

13.1 1. 2.

Onderzoek naar de werking van de verordening

De gemeente onderzoekt regelmatig of de verordening voldoende bijdraagt aan de doelen die de gemeente wil bereiken. De gemeente bespreekt een verslag van dit onderzoek en past de verordening aan als dat nodig is.

13.2

Uitvoeringsregels

De gemeente kan uitvoeringsregels opstellen over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een (nadere) regeling. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een (nadere) regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet.

13.3

Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)

De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening als toepassing van die bepaling volgens de gemeente een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van de in 1.1 genoemde wetten of de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald.

13.4

Intrekken oude verordening

De verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2018 wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat.

13.5 1.

2.

Overgangsrecht

Een maandelijkse voorziening of uitkering die op grond van een ingetrokken verordening wordt verstrekt, blijft ook na [ingangsdatum] doorlopen. Deze voorziening of uitkering loopt door totdat de gemeente een nieuw besluit over die voorziening of uitkering heeft genomen. Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór [ingangsdatum] en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze verordening. Voor een aanvraag op grond van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ die is ingediend vóór [ingangsdatum] geldt juist dat de gemeente

52 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

3.

deze afhandelt volgens de ingetrokken verordening. Maar als een besluit volgens deze nieuwe verordening gunstiger uitpakt voor de inwoner, past de gemeente deze verordening toe. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een van de bij 13.4 genoemde ingetrokken verordening, past de gemeente die ingetrokken verordening toe.

13.6 1 2

Ingangsdatum en naam Deze verordening wordt genoemd: Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020. Deze verordening treedt in werking op [ingangsdatum].

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum],

De raad van de gemeente Waddinxveen,

…………… griffier

……………. voorzitter

53 Verordening sociaal domein gemeente Waddinxveen 2020

16 december 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9444041/2