CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

T Suyt II Toelichting 2

Besluitvormende raadsvergadering 15 december 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Bestemmingsplan 't Suyt II18.654 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

33

bestemmingsplan T Suyt II

Gecumuleerde geluidsbelasting in Lden in dB

Milieukwaliteitsmaat MKM

< 50

Goed

50-55

Redelijk

55-60

Matig

60-65

Tamelijk slecht

65-70

Slecht

> 70

Zeer Slecht

6.1.2

Industrielawaai, niet Wgh

Industrielawaai wat niet afkomstig is van de Wet geluidhinder wordt behandeld onder 'bedrijven en milieuzonering', paragraaf 6.3.2. 6.1.3

Wegverkeerslawaai

Het bouwplan ligt in de wettelijke zones van de Bentwoudlaan en de Onderweg (60 km/u deel). Verder liggen twee zogenaamde 30 km/u wegen in de directe omgeving van het plangebied te weten de Onderweg en de Plasweg. Verkeersgegevens De gehanteerde verkeersgegevens (verkeersintensiteit, voertuigverdeling, maximumsnelheid en wegdekverharding) zijn afkomstig uit het Regionale Verkeers- en milieumodel Midden-Holland (RVMH versie 3.2) met een prognose voor 2030. Bentwoudlaan Ter bepaling van de geluidsbelasting als gevolg van de Bentwoudlaan is gebruik gemaakt van de resultaten uit de rapportage van Movares “Akoestisch onderzoek N207-Zuid Bijlage bij het Provinciaal Inpassingsplan N207-Zuid” d.d. 20 april 2020 – concept – Versie 0.4 met referentie A20-JVE-KA-1906729/Proj.nr.006148/Concept/Versie 0.4/30 maart 2020. In de akoestisch rapportage van Movares is aangegeven dat in de ontwikkeling van de Bentwoudlaan maatregelen genomen worden waardoor binnen het plangebied 't Suyt II de geluidsbelasting als gevolg van de Bentwoudlaan niet uitkomt boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In dit onderzoek is de 48 dB binnen 't Suyt II als vaste waarde meegenomen. Resultaten wegverkeerslawaai Resultaten Bentwoudlaan Figuur 6.1.2 geeft een overzicht van de geluidsbelasting, contouren, als gevolg van de Bentwoudlaan inclusief aftrek ex. artikel 110g Wgh.

34

bestemmingsplan T Suyt II

Figuur 6.1.2: Lden in dB ten gevolge van de Bentwoudlaan inclusief aftrek

Uit figuur 6.1.2 blijkt dat binnen het plangebied als gevolg van de Bentwoudlaan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Resultaten Onderweg, 60 km/u deel Figuur 6.1.3 geeft een overzicht van de geluidsbelasting, contouren, als gevolg van de Onderweg (60 km/u deel) inclusief aftrek ex. artikel 110g Wgh.

Figuur 6.1.3: Lden in dB ten gevolge van de Onderweg, 60 km/u deel, inclusief aftrek

35

bestemmingsplan T Suyt II

Uit figuur 6.1.3 blijkt dat binnen het plangebied als gevolg van de Onderweg (60 km/u deel) de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Cumulatie wegverkeerslawaai De voorkeursgrenswaarde ten gevolge van het wegverkeerslawaai (te weten 48 dB) wordt niet overschreden. Derhalve is de beoordeling van de gecumuleerde geluidsbelasting in het kader van de Wet geluidhinder niet aan de orde. 6.1.4

Woon- en leefklimaat

Naast de cumulatie in het kader van de Wet geluidhinder dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening de cumulatie van alle bronnen, ook bronnen die niet onder de Wgh vallen, te worden beschouwd. Het geluidsniveau van alle geluidsbronnen samen geeft een indicatie van de te verwachten geluidshinder. De milieukwaliteit binnen het plangebied is bepaald met de gangbare rekenmethode 'Miedema' (verder: MKM). Bij deze methode wordt de geluidsbelasting geclassificeerd en beoordeeld op basis van klassen van 5 dB. Omdat de Wgh niet van toepassing is wordt bij de toetsing van de geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai de aftrek conform artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 niet in rekening gebracht. Voor de berekening van de MKM zijn de volgende bronnen meegenomen: Bentwoudlaan. Onderweg, 60 km/u deel. Onderweg, 30 km/u deel. Plasweg 30 km/u. CVV Be Fair ten gevolge van wedstrijddagen op zaterdag waarbij geen muziekgeluid ten gehore wordt gebracht. Dit omdat muziekgeluid alleen kort ten gehore wordt gebracht. Van Vliet Bedrijven B.V. Figuur 6.1.4 geeft een overzicht van de MKM binnen het plangebied.

Figuur 6.1.4: Overzicht MKM binnen het plangebied

Uit figuur 6.1.4 blijkt dat het woon- en leefklimaat binnen het grootste deel van het plangebied als goed kan

36

bestemmingsplan T Suyt II

worden aangemerkt (= 50 dB). Aan de randen bij het sportpark en de Bentwoudlaan is de geluidsbelasting binnen het plangebied lager of gelijk aan 50 dB. Aan de noordoostzijde ter hoogte van de Onderweg (30 km/u deel) is de geluidsbelasting binnen een klein deel hoger dan 50 dB en kan het woon- en leefklimaat als redelijk worden aangemerkt (50 – 55 dB). 6.1.5

Conclusie

Wegverkeerslawaai, Wgh Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen de ontwikkeling van woningbouw binnen het plangebied. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt niet overschreden waardoor geen hogere waarde procedure nodig is. Woon- en leefklimaat Het woon- en leefklimaat binnen het grootste deel van het plangebied kan worden aangemerkt als goed. Slechts langs de noordoost rand van het plangebied is het woon- en leefklimaat redelijk. Gevelwering Dit akoestisch onderzoek geeft geen uitsluitsel over de gevelwering in het kader van afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. Een door derden uit te voeren akoestisch-bouwtechnisch onderzoek moet hierover uitsluitsel bieden. Voor deze berekeningen dient uitgegaan te worden van de berekende gecumuleerde geluidsbelasting van 50 dB, exclusief aftrek ex. artikel 110g Wgh (zie figuur 6.1.4).

6.2

Luchtkwaliteit

6.2.1

Wet- en regelgeving

Als mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen: Wet luchtkwaliteit), het Besluit niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen) en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen grenzen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De meest kritische stoffen ten gevolge van het verkeer zijn stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (PM10 ). De grenzen voor deze stoffen zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2.1: Grenswaarden Wet luchtkwaliteit stof

jaargemiddelde uurgemiddeld e

24-uursgemiddelde Opmerkingen

NO2

40 µg/m3

200 µg/m3

n.v.t.

Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden

n.v.t.

50 µg/m3

24-uursgemiddelde mag 35x per jaar worden overschreden

PM10 40 µg/m3

Ten aanzien van tabel 2.1 wordt opgemerkt dat PM2,5 niet is beoordeeld in dit onderzoek. Dit omdat: Wanneer voldaan wordt aan de grenswaarde voor PM10 over het algemeen eveneens wordt voldaan aan de grenswaarde voor PM2,5 . De NIBM-rekentool geen berekening voor PM2,5 geeft. Wet luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat een ruimtelijk plan of project doorgang kan vinden als:

37

bestemmingsplan T Suyt II

a. b. c.

d.

een project niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt; de luchtkwaliteit ten gevolge van het project (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht (De NIBM bijdrage is gedefinieerd als een toename van de concentraties van zowel fijn stof (PM10 ) als stikstofdioxide (NO2 ) met minder dan 3% van de grenswaarde of wel 1,2 µg/m3 PM10 of NO2 jaargemiddeld); een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). (Het programma bevat een pakket maatregelen dat erop gericht is om grote ruimtelijke projecten tijdig aan de grenswaarden te laten voldoen.)

Regeling NIBM De Ministeriële Regeling NIBM geeft een uitwerking aan het Besluit NIBM en een getalsmatige invulling van de NIBM-grens. Voor een aantal categorieën van projecten kan met zekerheid worden gesteld dat de 3%-grens niet zal worden overschreden. Het betreft onder andere de onderstaande gevallen, waarbij een luchtkwaliteitsonderzoek niet meer nodig is: Woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg. Woningbouw: = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Kantoorlocaties: = 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Ook is in het Besluit NIBM, art.5 een anticumulatiebepaling opgenomen, die zegt dat de effecten van beoogde ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied moeten worden meegenomen in de beoordeling van het betreffende plan. Hiermee wordt voorkomen dat verschillende NIBM-projecten samen toch in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. In de overige gevallen, die niet in het Besluit NIBM genoemd worden, zal op een andere manier bijvoorbeeld door middel van berekeningen aannemelijk gemaakt moeten worden dat de bijdrage niet in betekenende mate is of dat de grenswaarden niet worden overschreden.

Beoordelingspunten De luchtkwaliteit langs wegen wordt volgens de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit (Rbl, 2007) op een representatief punt, op een afstand van maximaal 10 m vanaf de rand van de weg beoordeeld. In verband met het blootstellingcriterium opgenomen in artikel 22 van de Rbl en het toepasbaarheidsbeginsel opgenomen in artikel 5.19 van de Wm is het mogelijk om in een aantal situaties van deze afstand af te wijken. Volgens het blootstellingcriterium wordt de luchtkwaliteit op locaties beoordeeld waar mensen aan de hoogste concentraties blootgesteld kunnen worden gedurende een periode die significant is ten opzichte van de middelingtijd van de betreffende grenswaarde. Zo wordt bij de jaargemiddelde NO2 grenswaarde getoetst daar waar langdurige blootstelling plaats kan vinden (vergeleken met de middelingtijd van een jaar) – bijvoorbeeld aan de gevel van woningen. Terwijl bij de 24-uurgemiddelde grenswaarde van PM10 zijn plaatsen als tuinen bij woningen en sportcentra relevant, waar mensen blootgesteld kunnen worden gedurende een periode vergeleken met de middelingtijd van een dag. Het toepasbaarheidsbeginsel geeft aan waar de luchtkwaliteit niet beoordeeld hoeft te worden – bijvoorbeeld “locaties waar leden van het publiek geen toegang hebben en waar geen vaste bewoning is”.

Luchtkwaliteit en goede ruimtelijke ordening Naast de bovenstaande bepalingen wordt in de Wet Luchtkwaliteit een relatie gelegd met de Wet Ruimtelijke ordening en de Wet Publieke Gezondheid, in de zin van dat bij een nieuwe ontwikkeling er sprake moet zijn van een “goede ruimtelijke ordening”. Een dergelijke afweging wordt uiteindelijk gemaakt in samenspraak met de andere milieuaspecten. Gekeken naar het aspect luchtkwaliteit kan gesteld worden dat de huidige grenswaarden geen absolute bescherming bieden – ook onder de normen kunnen, vooral bij gevoelige groepen gezondheidseffecten optreden. In het algemeen geldt voor een goede luchtkwaliteit -

38

bestemmingsplan T Suyt II

hoe verder van een drukke weg (de belangrijkste bron van luchtvervuiling) hoe beter. Daarom adviseert de GGD (“GGD-richtlijn medische milieukunde: luchtkwaliteit en gezondheid, dec. 2008 “) om geen nieuwe gevoelige bestemmingen (waaronder bij uitstek woningen), binnen de zones van minimaal 300 meter afstand tot de rijkswegen (minder dan 100 meter wordt sterk afgeraden) en minimaal 50 meter afstand tot de provinciale wegen te realiseren. Langs drukke binnenstedelijke wegen, met meer dan 10.000 voertuigen per etmaal, wordt vanwege praktische overwegingen geen afstand geformuleerd. Geadviseerd wordt geen gevoelige bestemmingen in de eerste lijn bebouwing direct langs een drukke binnenstedelijke weg te bouwen. 6.2.2

Onderzoek

Bijdrage t.g.v. het plangebied Het plan 't Suyt II omvat de realisatie van ten hoogste 160 woningen. Het valt daarmee binnen de grenzen van bovengenoemde categorieën uit de Regeling NIBM. Om toch een indruk te krijgen van de bijdrage van het plan op de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de zogenaamde NIBM-tool 2019. In deze tool worden jaarlijks de Grootschalige Concentraties in Nederland (GCN) en de emissiefactoren (wegverkeer) verwerkt. Voor dit onderzoek is ervan uitgegaan dat elke woning per dag 6 voertuigbewegingen voortbrengt (personenauto's) en 1 % hiervan als extra zwaar verkeer. Het aantal voertuigbewegingen komt hierdoor uit op: 960 personenauto's. 10 vrachtwagens. Tabel 2.2: Resultaten NIBM-rekentool

NSL-monitoringstool In Nederland zijn de overheden samen verantwoordelijk voor een goede luchtkwaliteit. Veel overheden, waaronder Waddinxveen, werken samen aan dat doel. Zij doen dat in een samenwerkingsprogramma: het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Bentwoudlaan De Bentwoudlaan is nog niet gerealiseerd en is een toekomstige ontwikkeling. In het kader van goede ruimtelijke ordening wordt dit wel meegenomen in de beoordeling.

39

bestemmingsplan T Suyt II

Figuur 6.2.1 geeft een overzicht van de totaal concentratie NO2 uit de NSL-monitoringstool.

Figuur 6.2.1: Totaalconcentratie NO2

Uit 6.2.1 blijkt dat de totaalconcentratie NO2 direct langs de Bentwoudlaan ten hoogste 13,3 µg/m3 bedraagt. De bijdrage van 't Suyt II (zie tabel 2) bedraagt 0,78 µg/m3 . De totale concentratie bedraagt 14,08 µg/m3 en is ruim onder de grenswaarde van 40 µg/m3 . Figuur 6. 2.2 geeft een overzicht van de totaal concentratie PM10 uit de NSL-monitoringstool.

40

bestemmingsplan T Suyt II

Figuur 6. 2.2: Totaalconcentratie PM10

Uit figuur 6. 2.2 blijkt dat de totaalconcentratie PM10 direct langs de Bentwoudlaan ten hoogste 15,8 µg/m3 bedraagt. De bijdrage van 't Suyt II (zie tabel 2) bedraagt 0,15 µg/m3 . De totale concentratie bedraagt 15,95 µg/m3 en is ruim onder de grenswaarde van 40 µg/m3 . 6.2.3

Conclusie

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat het plan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De totale concentratie NO2 en PM10 (inclusief plan) blijft voor beide ruim onder de grenswaarde van 40 µg/m3 .

6.3

Bedrijven en milieuzonering

6.3.1

Wet- en regelgeving

Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). Deze brochure geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van het bedrijf te verwachten. Bij de beoordeling worden ook normen uit de Wet milieubeheer en Activiteitenbesluit milieubeheer betrokken. De richtafstanden in de richtlijn Bedrijven en Milieuzonering 2009 van de VNG gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bijvoorbeeld bedoeld met de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype “gemengd

41

bestemmingsplan T Suyt II

gebied” kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. Dit omgevingstype en bijbehorende systematiek zullen dan wel in het bestemmingsplan moeten worden vastgelegd. In tabel 3.1 zijn de richtafstanden uit de VNG richtlijn opgenomen voor een rustige woonwijk en gemengd gebied. Milieucategorie van bedrijf

Richtafstand rustige woonwijk (meter)

Richtafstand gemengd gebied (meter)

1

10

0

2

30

10

3.1

50

30

3.2

100

50

Tabel 3.1 richtafstanden volgens VNG richtlijn

6.3.2

Onderzoek

In het plangebied 't Suyt fase II worden nieuwe milieugevoelige activiteiten mogelijk gemaakt (woningen). Rondom het plangebied zijn een aantal milieubelastende activiteiten gelegen waarvoor op basis van de VNG brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' richtafstanden gelden: Richtafsta Daadwerkelijke afstand tot plangebied nd t.o.v. (meter) rustige woonwijk (meter)

Bedrijf

Adres

Sportvelden cvv Be Fair (cat. 3.1)

Toernooiweg 50 101

25

Van Vliet Hoveniers (cat. 3.1)

Onderweg 12

50

25

Bouwbedrijf Van Vliet (cat.3.2)

Onderweg 91A

100

15

Tabel 3.2 Omliggende bedrijven Voor deze locatie wordt uitgegaan van een rustige woonwijk. In de figuur hieronder worden de bedrijven met de bijbehorende afstanden in kaart weergeven:

42

bestemmingsplan T Suyt II

Figuur 6.3.1 Richtafstanden van de milieubelastende activiteiten ten opzichte van de nieuwe woningen van 't Suyt fase II. Van Vliet Hoveniers Het bedrijf dat gevestigd is aan de Onderweg 12 betreft een hoveniersbedrijf. Dit bedrijf wordt in de VNG brochure “bedrijven en milieuzonering” aangemerkt als een '- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²' waar een milieucategorie 3.1 bij hoort. De richtafstand die daarbij hoort vanaf de grens van de bestemming is 50 meter en heeft betrekking op het aspect geluid. De feitelijke afstand is 25 meter. Omdat de ontwikkelingen binnen de richtafstand valt van het bedrijf, is een onderzoek nodig waarbij wordt aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Bouwbedrijf Van Vliet Het bedrijf dat gevestigd is aan de Onderweg 91A betreft een aannemer in weg- en waterbouw, waarbij de activiteiten ter plaatse hoofdzakelijk bestaan uit het stallen en onderhouden van machines, alsmede metaalbewerking. Dit bedrijf wordt in de VNG brochure "bedrijven en milieuzonering" aangemerkt als een bouwbedrijf algemeen b.o. > 2.000 m2 met een maximale hindercontour van 100 meter. De toetsingsafstand van 100 meter heeft betrekking op het aspect geluid. De feitelijke afstand is 15 meter.

Omdat de ontwikkelingen binnen de richtafstand valt van het bedrijf, is een onderzoek nodig waarbij wordt aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Akoestisch onderzoek naar industrielawaai niet-Wet geluidhinder voor van Vliet bedrijven Door Cauberg-Huygen is een rapportage opgesteld "Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan 't Suyt fase II te Waddinxveen; in het kader van een goede ruimtelijke ordening" d.d. 30 juni 2021 met referentie 07040-53619-07. Op basis van een inventarisatie van de nu aanwezige geluidsbronnen bij Van Vliet Bedrijven B.V. is een rekenmodel opgesteld voor Van Vliet Bedrijven en de directe omgeving. Met behulp van dit model zijn conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai de geluidsniveaus berekend binnen het plangebied. Op basis van de berekeningen wordt in de rapportage van Cauberg-Huygen geconcludeerd dat ter plaatse van de beoogde woningen binnen 't Suyt fase II door Van Vliet Bedrijven B.V., wordt voldaan aan de normstelling uit stap 2 van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Vervolgens is door de ODMH onderzoek gedaan naar eventuele beperkingen voor mogelijke toekomstige uitbreidingen van Van Vliet bedrijven die ontstaan door de bouw van woningen. Als uitgangspunt hierbij is

43

bestemmingsplan T Suyt II

genomen dat ten aanzien van de bestaande woningen aan de Onderweg, Kleikade en Nooitgedacht rekening gehouden dient te worden met de normen uit het Activiteitenbesluit. Op basis hiervan zijn geluidbronnen ingevoerd verspreid over het terrein van beide bedrijven. Dit leidt tot de volgende conclusies: Voor het hoveniersbedrijf is het mogelijk om, na het nemen van een maatwerkbesluit (conform artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit), van de maximaal mogelijke planologische invulling van het terrein gebruik te maken. Maatwerk is dan nodig, en mogelijk, voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de dag-, avond- en nachtperiode en voor de maximale geluidsniveaus in de dagperiode. Verruiming van de maximale geluidsniveaus in de avond- en nachtperiode is niet mogelijk omdat bestaande woningen dit nu al niet mogelijk maken. Voor het bouwbedrijf is het mogelijk om, na het nemen van een maatwerkbesluit (conform artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit), van de maximaal mogelijke planologische invulling van het terrein gebruik te maken. Maatwerk is dan nodig, en mogelijk, voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de dag-, avond- en nachtperiode en voor de maximale geluidsniveaus in de dagperiode.

Verruiming van de maximale geluidsniveaus in de avond- en nachtperiode is niet mogelijk omdat zowel bestaande woningen als het gebruik van het terrein dit nu al niet mogelijk maken. Voor beide bedrijven geldt dat de bouw van nieuwe woningen binnen 't Suyt II niet leidt tot beperking van de huidige en de mogelijk toekomstige bedrijfsvoering. Voor beide bedrijven kunnen maatwerkvoorschriften worden opgesteld ten behoeve van een hogere geluidbelasting. Om de bestaande onbenutte planologische uitbreidingsruimte te borgen wordt in de regels een zone opgenomen waarbinnen een hogere maximale gevelbelasting wordt toegestaan. Voetbalpark aan Zevende Tochtweg Aan de zevende tochtweg is een voetbalcomplex gevestigd. De activiteiten is te vergelijken met een 'veldsportcomplex' uit de VNG-brochure “bedrijven en milieuzonering” waar een milieucategorie 3.1 bij hoort. De richtafstand is in dit geval 50 meter vanaf de grens van de bestemming voor het aspect geluid. Omdat de ontwikkelingen binnen de richtafstand van het sportcomplex vallen, is een onderzoek nodig waarbij wordt aangetoond dat alsnog sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het moederplan heeft het mogelijk gemaakt dat binnen deze contour gevoelige objecten (woningen) kunnen worden opgericht.

Voor dit moederplan is daarom een akoestisch onderzoek' uitgevoerd, om te zien of de belangen van het sportpark niet worden geschaad en of ter plaatse van de geplande woningen een acceptabel woon- en leefklimaat geldt. Voor dit bestemmingsplan is door de Omgevingsdienst Midden-Holland een rapportage opgesteld “Akoestisch onderzoek naar de geluidsimmissie t.g.v. CVV Be Fair in Waddinxveen” d.d. februari 2021 met referentie 2020159754. Op basis van de berekeningsresultaten blijkt dat de situaties waarbij muziek ten gehore wordt gebracht, rond wedstrijden van het eerste team en tijdens toernooien, de bepalende geluidssituaties zijn. Tijdens deze situaties kan niet aan de normstelling uit van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering worden voldaan. Op basis van het omgevingsgeluid bepaald volgens de methode Miedema volgt dat stap 3 uit de VNG-publicatie mogelijk is. Op basis van de rapportage van de ODMH is voor CVV Be Fair maatwerk geluid (2020259895) opgesteld zodat de voetbalvereniging binnen voorwaarden muziek ten gehore kan blijven brengen rond wedstrijden van het eerste team en tijdens toernooien.

6.3.3

Conclusie

Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan. Het voldoet uit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

44

bestemmingsplan T Suyt II

6.4

Externe veiligheid

6.4.1

Wet- en regelgeving

Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico's op voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen op dit moment het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico's. Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden vastgelegd. Door het stellen van eisen aan afstanden tussen de activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen, etc.) worden de eventuele gevolgen van deze risico's zoveel mogelijk beperkt. Plaatsgebonden risico (PR) Als “harde” afstandseis voor externe veiligheid geldt een contour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6), die wordt aangegeven als een afstand ten opzichte van de activiteit met gevaarlijke stoffen (risicobron). Binnen deze PR 10-6 contour mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden geprojecteerd. Groepsrisico (GR) Afhankelijk van de aard van de risicobron is er sprake van een bepaald invloedsgebied. Binnen dit invloedsgebied moet worden onderzocht hoe groot de kans per jaar is dat een groep van ten minste 10 (zich binnen dit invloedsgebied bevindende) personen overlijdt ten gevolge van een ramp of zwaar ongeval met de betreffende risicobron.

De hoogte van het GR moet door middel van een bestuurlijke afweging worden verantwoord. Als binnen het invloedsgebied (beperkt) kwetsbare bestemmingen worden geprojecteerd, geldt ook voor de hiermee samenhangende toename van het GR een bestuurlijke verantwoordingsplicht. 6.4.2

Onderzoek

Ter voorbereiding van de planlocatie II is onderzocht of er risicobronnen binnen of nabij het plangebied liggen die hierop van invloed zijn (zie figuur 6.4.1). Mogelijke risicobronnen zijn inrichtingen, waar activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden of transportmodaliteiten bestemd voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals (spoor-, vaar-)wegen en buisleidingen. 6.4.3

Rekenresultaten

Inrichtingen Binnen of in de nabijheid van het plangebied liggen geen andere inrichtingen die in het kader van externe veiligheid mogelijk van invloed zijn op het plangebied. Transport over de weg In de omgeving van het plangebied liggen geen routes waarover relevante hoeveelheden gevaarlijke stoffen vervoerd worden. In de toekomst wordt mogelijk de Bentwoudlaan aangelegd ten noordwesten van het plangebied. Het gestelde hierover in het moederplan 't Suyt is nog actueel. De verwachting is nog steeds dat het aantal transporten van gevaarlijke stoffen laag zal zijn (als de weg al wordt aangewezen als route voor gevaarlijke stoffen). Het groepsrisico zal naar verwachting van ook niet boven de 0,1 maal de oriëntatiewaarde uitkomen. Wel adviseren we zowel vanuit het oogpunt van EV, geluid en gezondheid afstand te bewaren van de noordwestelijke grens van het plangebied. Transport over het spoor In de omgeving van het plangebied liggen geen spoorwegen. Transport over het water

45

bestemmingsplan T Suyt II

In de omgeving van het plangebied liggen geen vaarwegen. Transport per buisleiding Binnen of in de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen buisleidingen die in het kader van externe veiligheid relevant zijn voor het plangebied.

Figuur 6.4.1 Uitsnede EV relevante risicobronnen in nabijheid van het plangebied

6.4.4

Conclusie en advies

Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied liggen geen inrichtingen, spoor(wegen), vaarwegen of buisleidingen die in het kader van externe veiligheid een beperking vormen.

6.5

Bodem

6.5.1

Wettelijk kader

Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft (Wbb): Niet saneren Indien de verontreiniging voor het beoogde doel niet hoeft te worden gesaneerd kan het ruimtelijke plan voor wat betreft deze verontreiniging zonder meer doorgang vinden. Saneren Indien de verontreiniging moet worden gesaneerd dient een saneringsplan te worden opgesteld en ingediend bij de Omgevingsdienst Midden-Holland. In sommige gevallen kan worden volstaan met het indienen van een BUS-melding (Besluit Uniforme Saneringen). Na goedkeuring door het bevoegd gezag kan de sanering doorgang vinden. Na afloop dient de sanering te worden geëvalueerd en ook dit verslag dient ter goedkeuring te worden voorgelegd. Tijdens de saneringsprocedure kan de ruimtelijke procedure worden voortgezet. Echter, een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen kan pas

46

bestemmingsplan T Suyt II

inwerking treden nadat is vastgesteld dat er geen sprake is van een ernstige en spoedeisende sanering (art. 6.2. c. Wabo). Een onderzoeks- en saneringstraject heeft soms grote financiële consequenties voor de beoogde plannen. Enerzijds omdat de kosten van sanering hoog kunnen zijn, anderzijds omdat deze trajecten van grote invloed kunnen zijn op de planning. In het kader van de Grondexploitatiewet dienen deze kosten tijdig in kaart te worden gebracht. Het is daarom aan te bevelen reeds in een vroeg stadium van planvorming (historisch-) bodemonderzoek voor het hele plangebied uit te voeren. Deze bodemonderzoeken zijn ook noodzakelijk bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. 6.5.2

Onderzoek

Voor het plangebied zijn in 2004 en 2005 bodemonderzoeken uitgevoerd. Tijdens deze bodemonderzoeken werden binnen het plangebied geen noemenswaardige bodemverontreinigingen aangetoond. Het gebied werd geschikt geacht voor de toekomstige ontwikkelingen. Omdat deze bodemonderzoeken ouder zijn dan vijf jaar zijn voor het plangebied 't Suyt fase II twee actualiserende historisch bodemonderzoeken uitgevoerd. Het eerste bodemonderzoek is uitgevoerd door Antea Group (projectnummer 0452762.100, d.d. 18 maart 2019, revisie 01). Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 5. Nadat het plangebied is uitgebreid is een tweede bodemonderzoek uitgevoerd door Unihorn (documentnummer 3905-20035-28-RAP-HO-01, d.d. 16 oktober 2020). Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 6. 6.5.3

Bevindingen actualiserende bodemonderzoeken

Uit de onderzoeken blijkt het volgende: Binnen het plangebied zijn geen ondergrondse tanks aanwezig (geweest). Binnen het plangebied hebben geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Binnen het plangebied zijn op dit moment geen bedrijven gevestigd. Binnen het plangebied liggen enkele gedempte sloten. Uit voorgaand bodemonderzoek blijkt dat deze sloten niet noemenswaardig verontreinigd zijn. Meer bodemonderzoek was niet noodzakelijk. Tijdens de voorgaande bodemonderzoeken zijn binnen het plangebied geen verhogingen aangetoond die aanvullend en/of nader onderzocht moeten worden. De locatie is niet verdacht ten aanzien van asbest. Tijdens de terreininspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen die aanvullend onderzocht dienen te worden. De gemiddelde bodemkwaliteit binnen plangebied is vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart. De gemiddelde kwaliteit van de bovengrond (0,0-0,5 m -mv) en ondergrond (0,5-2,0 m -mv) voldoet aan de klasse Landbouw/natuur. 6.5.4

Conclusie en advies

Uit de bodemonderzoeken blijkt dat de bodem binnen het plangebied niet verdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. De bodem is voldoende onderzocht en is geschikt voor de toekomstige bestemming en het gebruik (wonen met tuin). Met betrekking tot een aanvraag van een omgevingsvergunning in het kader van de bouw, geldt voor het plangebied een vrijstelling voor bodemonderzoek tot 1 april 2024.

47

bestemmingsplan T Suyt II

6.6

Ontplofbare oorlogsresten

6.6.1

Wet- en regelgeving

Uit ervaring blijkt dat circa 10 tot 15% van de munitie uit de Tweede Wereldoorlog niet tot de gewenste uitwerking kwam en als blindganger in de bodem is achtergebleven. Op grond van Arbowetgeving moet in alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van de werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten een oriënterend onderzoek worden gedaan voordat werkzaamheden kunnen starten. Op basis hiervan kan vervolgens weer meer onderzoek nodig zijn. 6.6.2

Onderzoek

Uit eerder uitgevoerd grootschalig vooronderzoek blijkt dat het plangebied deels verdacht is voor het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten. Het betreft een klein stukje perceel bij de noordoostelijke grens van het plangebied nabij het bedrijfsperceel van de Onderweg 12. Wanneer er feitelijk grondwerkzaamheden gaan plaatsvinden dient hier rekening mee te worden gehouden.

Figuur 6.6.1 verdachte locaties in het rood Het opsporen van ontplofbare oorlogsresten waaronder ook detectieonderzoek is voorbehouden aan gecertificeerde bedrijven. Voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten moet een projectplan worden opgesteld. De initiatiefnemer zorgt voor afstemming met de gemeente. De gemeente moet een afschrift ontvangen van het proces-verbaal van oplevering van het project. 6.6.3

Conclusie en advies

Het aspect ontplofbare oorlogsresten staat het vaststellen van het bestemmingsplan niet in de weg. In de uitvoeringsfase van het plan moet een projectplan worden opgesteld voor het opsporen van ontplofbare oorlofsresten nabij de noordoostelijke grens van het plangebied.

48

bestemmingsplan T Suyt II

6.7

Archeologie

6.7.1

Wet- en regelgeving

Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als zeer waardevol beschouwd: archeologisch erfgoed betreft onvervangbaar onderdeel van ons cultureel erfgoed. De Erfgoedwet legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. De taken in het kader van de Erfgoedwet behelzen o.a. het meewegen van archeologie in de besluiten op het gebied van de Ruimtelijke Ordening (zoals omgevingsvergunning) en de koppeling tussen bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen. De Erfgoedwet verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De feitelijke bescherming daarvan krijgt gestalte door het opnemen van voorschriften in het bestemmingsplan ten aanzien van de afgifte van een omgevingsvergunning voor bodem verstorende activiteiten in die gebieden die als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. Deze voorschriften kunnen betrekking hebben op archeologisch vooronderzoek dat de aanvrager van de vergunning moet laten uitvoeren. Aan de vergunning zelf kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden, met als uiterste de verplichting tot plan aanpassing of het laten verrichten van een opgraving.

Na de vaststelling van het moederplan van 't Suyt in 2013 is op 19 september 2019 het nieuwe bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' vastgesteld. Hierin zijn de archeologische verwachtingswaarden in het plangebied gewijzigd. Uit dit bestemmingsplan blijkt dat ter plaatse van het plangebied twee archeologische verwachtingen voorkomen (zie onderstaande afbeelding figuur 6.7.1): 4.

5.

Het overgrote deel van het plangebied kent een middelhoge archeologische verwachting, vanwege de aanwezigheid van een oude rivierloop in de diepere ondergrond. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bouw- en/of graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 2,5 meter beneden maaiveld en tevens een oppervlak van 1.000 m2 of meer beslaan. Aan het westelijkste puntje van het plangebied is een lage archeologische verwachtingswaarde gekoppeld. Dit deel is vrijgesteld van archeologisch onderzoek.

Buiten het plangebied komen zones voor met een zeer hoge en hoge archeologische verwachting (zie onderstaande figuur 6.7.1). De zeer hoge archeologische verwachting beperkt zich tot de oude kern van Waddinxveen waar sporen vanaf de Middeleeuwen verwacht worden. De zones met een hoge verwachting betreffen een oude veendijk en een voormalige Duitse stelling uit de Tweede Wereldoorlog.

49

bestemmingsplan T Suyt II

Figuur 6.7.1: Archeologische verwachting in en rondom het plangebied 't Suyt II (blauw kader).

6.7.2

Onderzoek

Binnen het plangebied 't Suyt fase II hebben al verschillende archeologische onderzoeken plaatsgevonden. Zo zijn de resten van een tankgracht uit de Tweede Wereldoorlog door middel van een booronderzoek en een opgraving voldoende onderzocht. Daarom zijn de overige resten van de tankgracht niet meer opgenomen in het paraplubestemmingsplan. In het moederplan is al geconcludeerd dat er archeologisch kansrijke afzettingen van een stroomgordel binnen het plangebied aanwezig zijn. Een grootschalig booronderzoek (adviesbureau ADC, rapport 563, 2006) heeft aangetoond dat deze afzettingen zich bevinden op een diepte tussen 2,6 en 3,9 m beneden het maaiveld. Grote archeologische vindplaatsen zijn waarschijnlijk niet aanwezig, kleine vindplaatsen kunnen nooit uitgesloten worden. Op basis van de stedenbouwkundig plan kan aangenomen worden dat binnen de ontwikkeling van 't Suyt fase II geen diepe graafwerkzaamheden plaatsvinden. De kans is erg klein dat graafwerkzaamheden deze afzettingen bereiken. De verstorende werking van heipalen binnen de kavels op de archeologisch kansrijke afzettingen is gering, gezien de lage dichtheid van de heipalen en het ontbreken van palenmatrassen. Daarom wordt, ondanks dat het plangebied buiten de vrijstellingsgrenzen van de dubbelbestemming valt, een archeologisch vervolgonderzoek niet nodig geacht. 6.7.3

Conclusie en Advies

Het aspect archeologie staat het vaststellen van het bestemmingsplan niet in de weg. Voor de huidige ontwikkelingen binnen 't Suyt fase II is het plangebied voldoende archeologisch onderzocht. De bodemingrepen zijn dusdanig gering van aard, dat eventueel aanwezige diepgelegen archeologische resten niet of nauwelijks verstoord worden. Ter bescherming en het behoud van archeologische waarden moet de dubbelbestemming Waarde-Archeologie opgenomen worden, gebaseerd op de zonering zoals weergegeven op de archeologische waardenkaart van de gemeente. In het algemeen geldt bij graafwerkzaamheden in ieder geval het volgende: ook als archeologisch onderzoek niet verplicht is of nodig geacht wordt, kunnen archeologische resten toch nog aanwezig zijn.

50

bestemmingsplan T Suyt II

Mocht blijken bij de uitvoering van de werkzaamheden dat deze aanwezig zijn, dient het bevoegd gezag (zijnde gemeente Waddinxveen) meteen op de hoogte gesteld te worden en een beslissing te nemen over hoe om te gaan met de resten. Dit conform paragraaf 5.4, artikel 5.10 van de Erfgoedwet.

6.8

Ecologie

6.8.1

Wettelijk kader

Om natuurwaarden in Nederland te beschermen gelden de volgende landelijke wetten: de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Deze wetgeving is voor een deel verwerkt in provinciaal beleid, te weten: Omgevingsverordening (2020); natuurbeheerplan 2020; Beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 en de verordening Wet natuurbescherming provincie Zuid-Holland. Indien beschermde natuurwaarden aanwezig zijn in een plangebied dient middels een quickscan (combinatie van bureauonderzoek en één veldbezoek) te worden vastgesteld of het voornemen redelijkerwijs uitvoerbaar is, en: Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing soortbescherming Wnb); Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (toetsing aan Wnb gebiedsbescherming, ook wel voortoets genoemd); Er wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) aangetast worden, maar ook of provinciaal compensatiebeleid met betrekking tot door de provincie aangewezen 'belangrijke weidevogelgebieden' aan de orde is. Indien deze beschermde natuurwaarden niet worden aangetast, wordt het project conform de eerder genoemde regelgeving toelaatbaar geacht. In dat geval dient rekening te worden gehouden met de algemeen geldende zorgplicht (artikel 1.11) van de Wnb.

De zorgplicht bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor flora of fauna veroorzaakt, verplicht is maatregelen te nemen die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Volgens verwachte planning in 2022 zal tijdens de geldigheid van het op te stellen uitwerkingsplan de Omgevingswet worden ingevoerd. In deze wet zullen Wro en Wnb tezamen met vele andere wet- en regelgeving gebundeld worden. Dit kan nog gevolgen hebben voor activiteiten die uitgevoerd zullen worden in het plangebied na de wetswijziging Wnb. In juli 2021 is de wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) ingevoerd (zie BIJ12.nl). Deze wet regelt de nieuwe werkwijze voor vergunningverlening. Er wordt een vrijstelling van vergunningplicht voor eenmalige bouwactiviteiten ingevoerd. De wijzigingen moeten nog worden verwerkt in de beleidsregels van de provincie Zuid-Holland die beschrijft hoe vergunningen moeten worden aangevraagd. Het nieuwe beleid van de overheid stuurt op het schoon maken van materieel met behulp van subsidies. Regulering wordt gezien als een minder effectief sturingsinstrument. In het beleid monitort de minister de voortgang van het opschonen van bouwmaterieel. 6.8.2

Onderzoek

Ten behoeve van de uitwerkingsplicht van het bestemmingsplan zijn vier ecologische onderzoeken uitgevoerd in opdracht van Omgevingsdienst Midden-Holland. Het betreft de volgende onderzoeken: Quickscan ecologie 't Suyt fase 2 Waddinxveen, kenmerk 2019201219, d.d. 21-03-2019 (hierna: quickscan Bijlage 10 Ecologisch onderzoek); Aanvullend onderzoek platte schijfhoren 't Suyt Waddinxveen, kenmerk 2020159754, d.d. 14-09-2020 (hierna: nader onderzoek Bijlage 11 Notitie Platte Schijfhoren ); Stikstofdepositieberekening, opgesteld door ingenieursbureau Land, kenmerk B01-77878.24-JVO, d.d. 04-02-2021 (hierna: stikstofberekening Bijlage 13 Stikstofdepositie ) “Ecologisch onderzoek rugstreeppadden bouwlocatie ’t Suyd Waddinxveen”, opgesteld door Bureau Schildwacht met kenmerk 2133, d.d. 14-07-2021 (hierna: aanvullend onderzoek Bijlage 12 Onderzoek

51

bestemmingsplan T Suyt II

Ruggestreeppad); In de ecologische quickscan en het nader onderzoek is onderzocht of het voornemen in het kader van natuurwetgeving redelijkerwijs uitvoerbaar is. Hieronder is een samenvatting opgenomen van de belangrijkste resultaten, die invloed hebben op de uitwerkingsplicht van het bestemmingsplan. 6.8.3

Resultaten

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied is gelegen aan de rand van de bebouwde kom. In figuur 6.8.1 is de ligging ten opzichte van in de omgeving aanwezige beschermde gebieden weergegeven. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein' ligt op grotere afstand van ruim 7 kilometer ten oosten van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op een veel grotere afstand, zodat directe verstorende effecten op deze gebieden op voorhand uitgesloten kunnen worden. Bij dit project is er geen sprake van permanente effecten, waarbij habitat van de aangewezen doelsoorten smient, slobeend, krakeend en kleine zwaan verdwijnt. Het projectgebied vormt geen geschikt onverstoord foerageergebied voor smienten en ook geen brede watergangen die de eenden gebruiken om te foerageren. Verstorende effecten op ruim 6 kilometer als gevolg van geluid, trilling, licht en beweging, die bij de bouwactiviteiten plaatsvinden, kunnen worden uitgesloten vanwege de afstand. De afstand tot de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden 'Nieuwkoopse Plassen en de Haeck' en (de nog aan te wijzen) Polder Stein is groter dan 7 kilometer. Een berekening van de voorgenomen ontwikkeling in het programma Aerius Calculator moet uitwijzen of stikstofdepositie op deze gebieden kan worden uitgesloten.

Uit de stikstofberekening blijkt dat in de bouwfase een stikstofdepositie van 0,01 mol/ha/jaar voor zowel Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen en De Haeck als Natura 2000-gebied Polder Stein wordt verwacht. Het betreft een tijdelijke toename van stikstofdepositie (< 2 jaar). Omdat per juli niet langer een vergunningplicht geldt voor de bouwfase, alleen nog voor de gebruiksfase, is er verder geen juridisch gevolg. De gebruiksfase levert altijd een lagere uitstoot op bij woningbouwprojecten dan de bouwfase. De huidige berekeningen in de bijlage laten dat ook zien. Voor deze fase geldt op basis van het onderzoek al dat deze niet tot significant negatieve effecten leiden op natuurgebieden. Hoewel dus geen vergunningplicht optreedt kan het project wel met intern salderen een bijdrage leveren aan het verminderen van een stikstofeffect in de bouwfase. Door inzet van stikstofemissiearm bouwmaterieel kan het stikstofeffect nog worden teruggebracht. Dat is in lijn met het nieuwe landelijke beleid om bij alle bouwprojecten aandacht te besteden aan emissiearm bouwen.

52

bestemmingsplan T Suyt II

Figuur 6.8.1: beschermde natuur rondom het plangebied (blauwomlijnd). De afstand tot NNN gebied is circa 37 m richting het westen van het plangebied naar de aan te leggen ecologische verbindingszone en bijna 1900 m naar het oosten waar belangrijk weidevogelgebied ligt in de polder Bloemendaal, terwijl op ruim 7 kilometer ten oosten Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein (Natura 2000) is gelegen.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt buiten het NNN, waarvan in de nabije omgeving binnen 40 meter afstand ten westen van het plangebied een aan te leggen verbindingszone loopt. Verder is naar het noordoosten de Voorofsche polder (een weidevogelreservaat) gelegen. Compensatie is niet aan de orde, omdat er geen oppervlakteverlies optreedt. Er ligt bovendien een brede watergang tussen plangebied en EVZ, die ervoor zorgt dat bijvoorbeeld honden niet zo makkelijk de natuur daar kunnen gaan verstoren. Belangrijk weidevogelgebied Een belangrijk weidevogelgebied ligt op ruim 2500 meter ten oosten van het plangebied in de polder Bloemendaal. Compensatie voor die terreinen is niet aan de orde, omdat er geen oppervlakteverlies optreedt. De regelgeving omtrent belangrijke weidevogelgebieden is niet relevant bij dit project. Het hierboven genoemde weidevogelreservaat Voorofsche polder ligt op nog grotere afstand. Soortenbescherming Algemeen Het is belangrijk rekening te houden met algemene broedvogels en rugstreeppadden tijdens de werkzaamheden. Alle vogelnesten die in gebruik zijn, zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. In de plangebieden kunnen nesten van algemene broedvogels worden aangetroffen. Daarnaast zijn in de directe omgeving van de plangebieden waarnemingen van rugstreeppadden bekend.

Deze soort kan zich in plangebieden vestigen als de omstandigheden geschikt worden voor deze soort. Om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen, is het belangrijk de volgende werkwijze aan te houden: Werk buiten het vogelbroedseizoen (het broedseizoen loopt grofweg van half maart tot half juli), of na inspectie van de locatie op broedende vogels tijdens het broedseizoen. Voer de werkzaamheden uit bij daglicht, om lichtverstoring voor vleermuizen te voorkomen. Neem de zorgplicht in acht, door de op het terrein voorkomende algemene soorten de gelegenheid te geven om weg te vluchten, of deze te verplaatsen naar naastgelegen geschikt gebied waar geen werkzaamheden worden uitgevoerd. Uit het nader onderzoek naar platte schijfhoren blijkt dat deze soort niet aanwezig is in de

53

bestemmingsplan T Suyt II

watergangen die met de herontwikkeling worden gedempt of vergraven. Schade aan de platte schijfhoren kan worden uitgesloten. Een ontheffingsaanvraagprocedure is niet aan de orde. Gedurende het planproces heeft de rugstreeppad zich in het plangebied gevestigd. Dit heeft geleid tot het uitvoeren van het aanvullend onderzoek naar rugstreeppad in het gebied. De gemeente heeft de conclusies van dit onderzoek voorgelegd aan het bevoegd gezag (Omgevingsdienst Haaglanden) en een ontheffing soortenbescherming voor de rugstreeppad is in voorbereiding. Met de ontheffing worden aanvullende maatregelen tijdens de uitvoering toegepast die het voortbestaan van de populatie borgen. 6.8.4

Conclusie en advies

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt geen schade aan beschermde soorten voorzien, mits aan de hierboven genoemde werkwijzen wordt gehouden. Voor gebiedsbescherming kan worden uitgesloten dat de vergunningplicht geldt voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden als de vergunningaanvraag voor bouwactiviteiten na juli 2021 wordt ingediend. De Aerius berekening van de bouwfase laat zien dat het project mogelijkheden biedt om intern te salderen en met het toepassen van emissiearm bouwmaterieel stikstofeffecten kunnen worden verminderd. Het is niet uit te sluiten dat de regels later dit jaar opnieuw moeten worden aangepast als gevolg van een politiek stikstofakkoord bij de kabinetsformatie. Daarom moet mogelijk bij de feitelijke vergunningaanvraag nog een nieuwe Aeriusberekening worden aangeleverd. Onder het toetskader van de Wsn geldt per 1 juli geen vergunningplicht.

6.9

Lichthinder

6.9.1

Wet- en regelgeving

Verlichtingsinstallaties kunnen hinder opleveren voor de omgeving. Deze hinder kan worden veroorzaakt door directe lichtinstraling of door indirecte verlichting. Hinder van directe lichtinval kan optreden als verlichtingsbronnen ruimten waar mensen verblijven aanstralen. Directe aanstraling kan ook hinder veroorzaken voor weggebruikers. Bij indirecte verlichtingshinder is de omgeving verlicht door reflectie en/of directe aanstraling waarmee de lichtsterkte in de (woon)omgeving toe neemt. Op een (sport)inrichting is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) van toepassing. Voor wat betreft lichthinder staat in de voorschriften van dit Besluit onder andere dat tussen 23.00 en 07.00 uur en indien geen sport wordt beoefend, de verlichting ten behoeve van sportbeoefening moet zijn uitgeschakeld. Tevens is in het zorgplichtartikel van dit Besluit vermeld dat lichthinder moet worden voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is, het tot een aanvaardbaar niveau moet worden beperkt. In het Activiteitenbesluit zijn geen normen met betrekking tot lichthinder opgenomen. Voor de toetsing van lichthinder wordt in de nota van toelichting verwezen naar de richtlijnen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). 6.9.2

Onderzoek

In de nabijheid van de sportvelden is woningbouw gepland. De sportvelden zijn voorzien van sportveldverlichting. Deze verlichting kan lichthinder voor de omgeving veroorzaken. De installatie voor veldverlichting van de velden 2, 3 en 4 is in 2020 vervangen door een nieuwe installatie met LED armaturen. De armaturen die hinder kunnen veroorzaken zijn voorzien van lichtkappen om uitstraling naar de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen. Voor het vaststellen van lichthinder wordt getoetst aan lichtnormen als gesteld in de Richtlijn lichthinder, Ede, maart 2020 3e herziene druk van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). De NSVV onderscheidt voor de normstelling vier gebiedstypen. De gebiedstypen en de normstelling zijn in tabel 10.2.1 weergegeven.

54

bestemmingsplan T Suyt II

Tabel 10.2.1

Gebiedstypen omgevingshelderheid

Zone

Omschrijving

E0

Intrinsiek duistere gebieden In het algemeen UNESCO sterrenlicht reservaten, IDA-duisternisgebieden en belangrijke optische astronomische observatoria

E1

Gebieden met een zeer lage omgevingshelderheid In het algemeen natuurgebieden en landelijke gebieden ver van woonkernen

E2

Gebieden met een lage omgevingshelderheid In het algemeen buitenstedelijke en landelijke (woon)gebieden

E3

Gebieden met een gemiddelde omgevingshelderheid In het algemeen stedelijke (woon)gebieden

E4

Gebieden met een hoge omgevingshelderheid In het algemeen stedelijke gebieden met nachtelijke activiteiten, zoals uitgaanscentra en industriegebieden

Plangebied 't Suyt fase II valt in gebiedstype Zone E3. Aan elk gebiedstype is een norm verbonden. Deze normen zijn in onderstaande tabel 10.2.2 weergegeven. Gebiedstype E0 is niet van toepassing. Omgevingszone Te hanteren parameter

Tijdsperiode (uur)

E1 Natuurgebied

E2 Landelijk gebied

E3 Stedelijk gebied

E4 Stadscentrum/ Industriegebie d

VerlichtingsSterkte Ev (lx) op de gevel

Dag en avond 07:00- 23:00

2 lx

5 lx

10 lx

25 lx

Nacht 23:00-07:00

1 lx

1 lx

2 lx

5 lx

Dag en avond 07:00- 23:00

2500 cd

7500 cd

10000 cd

25000 cd

Nacht 23:00-07:00

0 cd

500 cd

1000 cd

2500 cd

Lichtsterkte l (cd) van elk armatuur

Tal 10.2.2 Normen per gebiedstype

De grenswaarden voor lichtimmissie worden op vensteropeningen in een gevel gemeten. De normen uit tabel 2 onder E3 in de periode 07:00-23:00 zijn van toepassing. Op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer is sportveldverlichting niet toegestaan in de nacht (23:00-7:00 uur). 6.9.3

Conclusie en advies

De nieuw geplaatste installatie is voorzien van lichtkappen. Hierdoor is geen onaanvaardbare lichthinder voor omwonenden te verwachten en vormt lichthinder geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

55

bestemmingsplan T Suyt II

6.10 Milieueffectrapportage 6.10.1

Wet- en regelgeving

De wet- en regelgeving voor milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in de AMvB Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet milieubeheer zijn vooral de procedurele verplichtingen opgenomen. In Besluit m.e.r. is opgenomen wanneer een m.e.r. verplicht is. Globaal zijn er 3 soorten m.e.r. 1.

Een plan-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-) m.e.r. noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-) m.e.r. noodzakelijk is. Dit zijn de activiteiten die genoemd zijn in kolom 1 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Voor een activiteiten uit Bijlage D geldt de plan-m.e.r. plicht direct als ze groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2. Als ze kleiner is dan die drempelwaarden, wordt de plan-m.e.r. plicht bepaald door de vormvrije m.e.r.-beoordeling. b. De activiteiten in het bestemmingsplan leiden tot mogelijk significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (passende beoordeling noodzakelijk).

Bij een plan-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 3 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. 2.

3.

Een project- of besluit-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. De activiteit genoemd is in Bijlage C van het Besluit m.e.r. b. De initiatiefnemer of het bevoegd gezag besloten hebben dat voor een activiteit uit Bijlage D van het Besluit m.e.r. een milieueffectrapport opgesteld wordt, c.q. moet worden. Bij een project- of besluit-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage C of D va het Besluit m.e.r. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan dat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een m.e.r.-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een bedrijf (met aanzienlijke milieugevolgen). Een m.e.r.-beoordeling is wettelijk verplicht voor de activiteiten in kolom 1 van Bijlage D van het Besluit m.e.r.

Als de activiteit groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D dient de in de wet milieubeheer beschreven m.e.r.-beoordelingsprocedure beschreven te worden. Als de activiteit kleiner is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D dient beoordeeld te worden of er nadelige gevolgen zijn voor het milieu. Deze beoordeling wordt beschreven in een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage 4 van het Besluit m.e.r. 6.10.2

Onderzoek

De activiteit valt onder categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. (stedelijk ontwikkelingsproject), maar onder de aangegeven drempels van kolom 2. Er zal daarom met een vormvrije m.e.r. beoordeling beoordeeld moeten worden of er, op basis van de criteria uit Bijlage III van de m.e.r. richtlijn, sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Deze criteria betreffen de 1. 2. 3.

kenmerken van het project, plaats van het project, de kenmerken van het potentiële effect.

Hieronder worden deze drie criteria besproken: Kenmerken van het project De omvang van het project betreft de realisatie van maximaal 160 woningen. Het is een combinatie van grondgebonden woningen en gestapelde bouw. Dit aantal ligt ruim onder de verplichting

56

bestemmingsplan T Suyt II

m.e.r.-beoordelingsdrempel van 2.000 woningen. Cumulatieve effecten met andere projecten zijn niet aanwezig. Effecten ten gevolge van het verkeer (wegverkeerslawaai, luchtkwaliteit) ten gevolge van dit project zijn beperkt, zoals blijkt uit de overige paragrafen en bijhorende onderzoeken van dit milieuadvies. Dit geldt ook voor de aspecten externe veiligheid en bodem. Hinder voor de nieuwe woningen ten gevolge van het naastgelegen sportpark is voorstelbaar. Hiertoe is een aanvullend onderzoek uitgevoerd voor geluidshinder. Uit dit onderzoek is gebleken dat de hinder voor de omliggende (nieuwe) woningen op een aanvaardbaar niveau ligt. Aspecten als gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen en risico van ongevallen spelen maar in zeer beperkte mate. Plaats van het project Met betrekking tot de plaats van het project zijn de aspecten archeologie en ecologie relevant. Het plangebied ligt in een gebied met deels een middelhoge- en een lage archeologische verwachtingswaarde. De verstorende werking van heipalen binnen de kavels op de archeologische kansrijke gronden is echter gering. Het plangebied is niet gelegen in door de Wnb of NNN-gebieden, zoals Natura 2000-gebieden en 'belangrijke weidevogelgebieden'. Wel is er vlak buiten de plangrens ten westen een ecologische verbindingszone, behorende tot het Natuurnetwerk Nederland, voorzien.

Directe verstoring bij de woningbouwactiviteiten zijn niet aan de orde. De gebieden zoals Broekvelden, Vettenbroek & polder Stein liggen op ruim 7 kilometer afstand, waardoor verstoring door licht, zicht, trillingen, geluid, verdroging of vernatting e.d. kunnen worden uitgesloten. Externe werking kan nog door stikstofdepositie plaatsvinden. Een kleinschalig woningbouwproject op meer dan 11 km tot het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied 'Nieuwkoops Plassen en polder Haeck' is niet significant. Kenmerken van potentiële effecten Er zal geen sprake zijn van potentiële aanzienlijke effecten, zoals in het vorenstaande is aangetoond 6.10.3

Conclusie en advies

Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Een m.e.r. procedure wordt niet noodzakelijk geacht.

57

bestemmingsplan T Suyt II

58

bestemmingsplan T Suyt II

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische toelichting

Algemeen

Het bestemmingsplan ‘T Suyt II’ bestaat uit drie delen: een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting bevat een motivatie en verantwoording van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt. Daarnaast zijn in de toelichting onder andere het vigerende beleid en diverse milieuaspecten beschreven. Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen de bestemmingsvlakken zijn op een aantal gronden functieaanduidingen opgenomen die onder andere bepalen waar afwijkende functies zijn toegestaan. De op de verbeelding opgenomen bouwvlakken en bouwaanduidingen maken duidelijk op welke locaties en tot welke hoogte mag worden gebouwd. In beginsel mag slechts worden gebouwd binnen het bouwvlak. In een aantal bestemmingen (waaronder de bestemming ‘Woongebied’) mogen ook buiten het bouwvlak aan- en bijgebouwen worden gerealiseerd. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels.

Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 7.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn onder andere de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouw- en gebruiksregels en algemene afwijkingsregels opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. Toelichting De toelichting van een bestemmingsplan heeft geen bindende werking en maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. De toelichting heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

7.2

De bestemmingen

In deze paragraaf wordt per bestemming een korte toelichting gegeven op de bestemmingsregeling. In voorliggend bestemmingsplan komende volgende bestemmingen voor: Woongebied De regeling is erop gericht om enerzijds te waarborgen dat een robuust landschappelijk raamwerk met groen en water wordt gerealiseerd zoals opgenomen in het stedenbouwkundig plan en anderzijds flexibiliteit te behouden bij de detaillering van het plan. Dit heeft geleid tot de volgende opzet van de regels: Het grootste deel van het plangebied heeft de bestemming Woongebied gekregen. Binnen deze bestemming mogen maximaal 160 woningen worden gerealiseerd. Binnen deze bestemming zijn ook groen, water, erftoegangswegen en parkeren toegestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10801943/1