CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

T Suyt II Toelichting 2

Besluitvormende raadsvergadering 15 december 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Bestemmingsplan 't Suyt II18.654 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan T Suyt II vastgesteld

bestemmingsplan Toelichting

T Suyt II vastgesteld

bestemmingsplan T Suyt II

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke karakteristiek 2.2 Functionele beschrijving

11 11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verkeer en parkeren 3.3 Duurzaamheid

13 13 15 17

Hoofdstuk 4 Beleid 4.1 Nationaal beleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

19 19 22 23

Hoofdstuk 5 Water 5.1 Beleidskaders 5.2 Het plangebied

27 27 29

Hoofdstuk 6 Milieu- en omgevingsaspecten 6.1 Geluid 6.2 Luchtkwaliteit 6.3 Bedrijven en milieuzonering 6.4 Externe veiligheid 6.5 Bodem 6.6 Ontplofbare oorlogsresten 6.7 Archeologie 6.8 Ecologie 6.9 Lichthinder 6.10 Milieueffectrapportage

31 31 37 41 45 46 48 49 51 54 56

Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 Algemeen 7.2 De bestemmingen

59 59 59

Hoofdstuk 8

61

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Vooroverleg 9.2 Communicatie

63 63 63

3

bestemmingsplan T Suyt II

4

bestemmingsplan T Suyt II

Toelichting

5

bestemmingsplan T Suyt II

6

bestemmingsplan T Suyt II

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Waddinxveen heeft het voornemen om maximaal 160 woningen te realiseren in het gebied gelegen tussen de voetbalvereniging aan de Toernooiweg en de Onderweg. Deze ontwikkeling is slechts gedeeltelijk geregeld met het geldende bestemmingsplan. Om het doel te bereiken dient de ontwikkeling, juridisch-planologisch te worden vastgelegd. Door het project in een bestemmingsplan vast te leggen wordt het mogelijk gemaakt om het plan tot uitvoering te brengen.

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de kern Waddinxveen. Het plangebied ligt ingesloten tussen de Onderweg, de woonwijken 't Suyt fase I en Zuidplas en de voetbalvereniging. Op de onderstaande afbeeldingen zijn de begrenzing en de ligging van het plangebied weergegeven.

Ligging plangebied 't Suyt II in Waddinxveen

7

bestemmingsplan T Suyt II

Begrenzing plangebied 't Suyt II

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied geldt een aantal verschillende bestemmingsplannen. In de eerste plaats gelden ter plaatse de bestemmingsplannen 't Suyt Waddinxveen'(20 B) en 'Zuidplas Noord' (2013). Daarnaast geldt het parapluplan 'Archeologie en Parkeren'(2018). Daarnaast geldt ter plaatse het parapluplan 'Biomassa-installaties' vastgesteld op 14 oktober 2020. Binnen het plangebied gelden de volgende enkelbestemmingen: 'Agrarisch', 'Groen', 'Water' en 'Woongebied - Uit te werken'. Op basis van het paraplubestemmingsplan 'Archeologie en Parkeren' geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen ter plaatse weergegeven.

Uitsnede vigerende bestemmingsplannen. Plangebied rood omlijnd.

8

bestemmingsplan T Suyt II

Situatie plangebied Het voorgenomen initiatief, de realisatie van maximaal 160 woningen, past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het voorgenomen plangebied valt voor een deel buiten het huidige bestemmingsplan. Het initiatief komt hierdoor deels op bestemmingen te liggen waarin de realisatie van 160 woningen niet is geregeld. Tevens biedt de huidige bestemming 'Woongebied' ruimte voor maximaal 120 woningen. Om deze reden is een herziening van het bestemmingsplan ter plaatse noodzakelijk.

1.4

Leeswijzer

In Hoofdstuk 2 van de toelichting wordt ingegaan op de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving, waarbij een beschrijving wordt gegeven van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied en de belangrijkste uitgangspunten voor het bestemmingsplan. In Hoofdstuk 4 komt het relevante provinciale, regionale en gemeentelijke beleid aan de orde. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In Hoofdstuk 6 wordt aandacht besteed aan de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 7 betreft de juridische toelichting. In de hoofdstukken 8 en 9 wordt aandacht besteed aan de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

9

bestemmingsplan T Suyt II

10

bestemmingsplan T Suyt II

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke karakteristiek

Het plangebied ligt in de Zuidplaspolder, aan de westzijde van Waddinxveen. De Zuidplaspolder wordt hier gekenmerkt door grote, rechthoekige kavels. Ten noorden van de locatie ligt de zogenaamde Kleikade, een landscheiding tussen twee polders. Aan de voet van deze kade loopt de Onderweg. De Kleikade heeft, gezien de hoogte, een sterke uitstraling naar de omgeving. Het plangebied is gelegen aan de dorpsrand van Waddinxveen. Het is omsloten door brede watergangen waarlangs opgaand wilgenschot groeit. Naast het plangebied ligt een schapenveldje dat grenst aan de achterzijde van de woningen aan de Plasweg. Dit landelijke karakter past bij de dorpsrand van Waddinxveen en wordt door omwonenden zeer gewaardeerd. Ten zuiden van het plangebied ligt 't Suyt fase I. Deze ontwikkeling is door de gemeente Waddinxveen overwegend uitgegeven als vrije kavels en recent afgerond. De nieuwe wijk de Meander grenst aan de oostzijde aan het plangebied. De laatste kavels van deze ontwikkeling zijn op dit moment in aanbouw. De voetbalvereniging Be Fair is omzoomd met een forse bomenrij en watergangen. De entree naar de voetbalvereniging is gelegen naast het plangebied. Het verkeer komt via de Plasweg en de Florijnlaan naar de voetbalvereniging.

2.2

Functionele beschrijving

Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als grasland en wordt doorsneden door enkele watergangen.

Watergang aan noordzijde plangebied

11

bestemmingsplan T Suyt II

Toegangshek tot plangebied 't Suyt II

Grens plangebied met 't Suyt I

12

bestemmingsplan T Suyt II

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Nieuwe situatie

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van maximaal 160 woningen. In het vigerende bestemmingsplan 't Suyt is deze ontwikkeling voor een deel voorzien van een uit te werken bestemming wonen. Het nieuwe plan bestrijkt een groter gebied dan in dit bestemmingsplan was voorzien. De strook grond die wordt toegevoegd, is in eigendom van de gemeente. Door de reststrook mee te nemen in de ontwikkeling kan het gebied als één gebied met een zelfde uitstraling worden ontwikkeld. Daarnaast wordt met de uitbreiding van het plangebied meer openheid in het gebied gecreëerd, het aantal woningen per hectare neemt af. Deze openheid kan gebruikt worden voor het realiseren van groen, water en speelmogelijkheden. De leefkwaliteit in de wijk neemt hierdoor toe. Tenslotte zorgt het meenemen van deze strook in de huidige ontwikkeling voor zekerheid voor de toekomstige bewoners en omwonenden. Het volledige gebied is na afronding van 't Suyt II ingericht. De onderliggende landschapslijnen en structuren van de polder zijn een inspiratie voor de vormgeving en identiteit van een nieuwe, bijzondere duurzame woonwijk. Er zijn drie lagen leidend geweest voor het ontwerp: 1.

2. 3.

De bestaande landschappelijke structuren en het polderlandschap. Waterrijke oevers, natuurlijke beplanting en het samenvoegen van bebouwing en landschapsstructuren zijn een uitgangspunt geweest voor de ontwikkeling. De bebouwing voegt zich naar de landschapsvormen en het landschap voegt zich naar de bebouwing waardoor een interactie tussen de twee ontstaat. De openbare ruimte is toegankelijk en aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers.

De drie lagen in het ontwerp zijn de ingrediënten om de ambitie van een aantrekkelijke groene woonbuurt waar te maken. In het ontwerpproces zijn continu afwegingen gemaakt om de juiste balans tussen de bebouwing, het landschap en de toekomstige bewoners te vinden. Daardoor is een ontwerp ontstaan, waarin de landschappelijke structuren leidend zijn voor de vorming van de woonbuurten. Het landschap loopt als een structuur dwars door het plangebied heen. De bestaande watergang wordt verbreed en natuurlijker gemaakt en omgeven door een robuuste groenstructuur. Deze watergang heeft vijf groene vingers het gebied in. De meeste woningen zijn dus ook direct geadresseerd aan het openbaar groen of hebben er direct toegang toe via wandelpaden. De onderstaande afbeelding geeft een indruk van het flexibele groene raamwerk waarbinnen bouwvelden gerealiseerd kunnen worden.

13

bestemmingsplan T Suyt II

Het openbaar gebied komt daarmee tot aan de voordeur, met als gevolg een autoluwe woonbuurt waarin een groene woonomgeving centraal staat, met veel openbare ruimte. Voor de wijk is het volgende woningbouwprogramma opgesteld: circa 30% sociale woningbouw circa 12% middeldure huurwoningen circa 10% goedkope koopwoningen circa 10% middeldure koopwoningen circa 38% dure koopwoningen (vrijstaand/2-onder-1 kap) De onderstaande afbeelding geeft een beeld van een mogelijke verkaveling. De exacte uitwerking van de verkaveling wordt deels overgelaten aan de markt. Om deze reden is een bestemmingsplan opgesteld dat de belangrijkste uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan borgt, maar daarbij ruimte biedt voor flexibiliteit. Het stedenbouwkundig plan fungeert tevens als het beeldkwaliteitskader waar de welstandscommissie op toetst. De belangrijkste uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan zijn: Het groene landschap staat centraal en het landschappelijk raamwerk van de woonvelden is flexibel, waardoor variatie en keuze in het woonprogramma mogelijk is;

14

bestemmingsplan T Suyt II

Het plan biedt ruimte aan maximaal 160 woningen; De voorkanten van de woningen staan zoveel mogelijk aan het groene landschap; Het parkeren is uit het zicht aan de achterzijde van de woningen; Twee ontsluitingen (Onderweg en Florijnlaan) ; Duurzaamheid wordt in alle onderdelen van het plan doorgevoerd (zie ook 3.3); In hoofdstuk 7 wordt nader ingegaan op de vertaling naar de juridische regeling.

Proefverkaveling stedenbouwkundig plan

Het volledige stedenbouwkundige plan is opgenomen in Bijlage 1

3.2

Verkeer en parkeren

Ontsluiting De entrees en buurtontsluitingswegen bevinden zich aan de rand van het plangebied. Het plangebied kent twee ingangen: een aan de Onderweg en een via de Florijnlaan/Plasweg. Door Royal Haskoning DHV is onderzoek gedaan naar de verkeersstromen op de omliggende wegen ten gevolge van de ontwikkeling 'Suyt II (zie voor een uitgebreide beschrijving Bijlage 3 en Bijlage 4). Hieruit komt naar voren dat het verkeer via de bestaande wegen kan worden afgewikkeld. Zowel de Florijnlaan als de Onderweg kunnen deze verkeersstromen verwerken. Er is geen expliciete noodzaak om een alternatieve ontsluiting aan te leggen. Om een goede en veilige afwikkeling van het verkeer te waarborgen, worden de in het onderzoek benoemde maatregelen aan de omliggende wegen getroffen. Onderweg In combinatie met de lange rechtstand zonder snelheidsremmende maatregelen, is het aan te bevelen om

15

bestemmingsplan T Suyt II

extra snelheidsremmende maatregelen te treffen. We stellen voor om op de rechtstand drie nieuwe plateaus te plaatsen. De voorgestelde snelheidsremmende maatregelen zijn geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Wanneer plateaus of drempels een probleem vormen vanwege mogelijke trillingsoverlast, kan ook gekozen worden om deze visueel aan te leggen of met een flauwe hellingshoek of, als alternatief, het toepassen van eenzijdige wegversmallingen. Deze moeten dan worden geplaatst aan de zuidzijde van de Onderweg, om het parkeren niet te hinderen. Het snelheidsremmende effect van een eenzijdige versmalling is wel lager dan van een plateau of drempel. Verkeer vanuit het oosten kan dan immers ongehinderd doorrijden. Gezien de wegbreedte van 4 meter, kan de versmalling circa 0,5 meter breed worden uitgevoerd om 3,5 meter rijbaan over te houden. Kruispunt Onderweg – Plasweg – Dorpstraat – Ieplaan – Sniepweg: Het kruispunt Onderweg – Plasweg – Dorpstraat – Ieplaan – Sniepweg wordt als verkeersonveilig ervaren, waarbij men een toename van verkeer (in het scenario wanneer Bentwoudlaan niet of later wordt aangelegd) vanwege verkeersveiligheid ongewenst acht. Omdat er toch ongevallen hebben plaatsgevonden is het advies om het plateau te controleren op snelheidsremmend effect.

Zo is er komend vanaf de Dorpstraat geen verticaal verschil tussen wegvak en kruispunt aanwezig en ook op de andere takken lijkt het plateau beperkt verhoogd. Mogelijk kan er toch met te hoge snelheid het plateau opgereden worden, wat tot de ongevallen heeft geleid. Indien blijkt dat het plateau te flauw is vormgegeven, dient deze te worden aangepast, passend bij een 30 km/uur vormgeving. De link met het woningbouwplan en het extra verkeer is hierin niet sterk aanwezig. Het kruispunt zou dan in de huidige situatie ook dienen te worden aangepast. Parkeerplaatsen De parkeerplaatsen worden gerealiseerd in de hoven achter de woningen. Deze hoven worden bereikt via de buurtontsluitingsweg. In de parkeerhoven is voldoende manoeuvreerruimte. De parkeerplaatsen worden op openbaar terrein of op eigen terrein van de woningen gerealiseerd. De parkeerplaatsen worden qua aantallen conform de normen van het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen gerealiseerd. In de onderstaande tabel is hiervan een berekening weergegeven.

Het aspect Verkeer en parkeren leidt niet tot belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

16

bestemmingsplan T Suyt II

3.3

Duurzaamheid

Duurzaamheid vormt een belangrijk onderdeel van het plan en wordt in alle onderdelen doorgevoerd. Op 20 april 2015 heeft de gemeenteraad de Duurzaamheidsvisie 2015–2025 vastgesteld. In het collegeprogramma 2018– 2022 wordt het belang van duurzaamheid bekrachtigd. Tegelijk met het stedenbouwkundig plan is een duurzaamheidsrapport opgesteld waarin de ambitie op het gebied van duurzaamheid voor ´t Suyt II in diverse thema´s wordt uitgewerkt (Bijlage 14). Duurzaamheid laat zich vertalen in 3 pijlers: Duurzaamheid leeft! In ’t Suyt II is duurzaamheid zichtbaar en tastbaar. Omdat het leeft: in de vorm van de natuurlijke look and feel van de woningen. Maar ook door de betrokkenheid van de bewoners, die dankzij de zonnepanelen op de woningen bijdragen aan lokale energieopwekking, en dankzij minimale verharding in hun tuinen Waddinxveen een stukje klimaatbestendiger maken. Energie om te delen Nul-op-de-meter woningen maken van ’t Suyt II een woonwijk met een ‘state-of-the-art’ energieconcept. Natuurrijk wonen Door een integrale visie op het thema duurzaamheid wordt ’t Suyt II een plek met aandacht voor biodiversiteit en toekomstbestendigheid op het gebied van klimaatverandering.

In het bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan duurzaamheid op de volgende wijze: Het plan voorziet in een landschappelijk raamwerk waarin veel ruimte bestaat voor groen en water; Het in gebruik nemen van woningen is gekoppeld aan een verplichting om het robuuste landschappelijke raamwerk zoals opgenomen in het stedenbouwkundig plan aan te leggen en in stand te houden. De belangrijkste inrichtingskenmerken van het landschappelijk raamwerk zijn vastgelegd in een inrichtingsplan dat als bijlage bij de regels is opgenomen. Hiermee kan ook worden gestuurd op het type groen dat wordt gerealiseerd. In alle bestemmingen zijn duurzame energievoorzieningen toegestaan welke maximaal vallen onder milieucategorie 1 of 2. Bijbehorende bouwwerken dienen verplicht te worden voorzien van een groen dak en/of zonnepanelen. Er is een regel opgenomen ten behoeve van een maximaal oppervlak aan verharding in tuinen Duurzaamheid zal ook een belangrijke rol spelen bij de afspraken die worden gemaakt bij de gronduitgifte. Daarnaast zal het openbaar gebied in eigendom blijven van de gemeente en houdt de gemeente op die wijze sturing op inrichting en beheer van groen, water en verblijfsgebied.

Duurzaamheidsaspecten die worden meegenomen in de planvorming, maar die niet worden geregeld in het bestemmingsplan betreffen: plaatsing van laadpalen voor elektrische auto's ontwerpen van een groene afscheiding aan de achterzijde van de woningen. Hierover worden afspraken vastgelegd bij de gronduitgifte. aanleg van parkeerplaatsen in halfverharding.

17

bestemmingsplan T Suyt II

18

bestemmingsplan T Suyt II

Hoofdstuk 4

Beleid

4.1

Nationaal beleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, vormt de nieuwe, overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. In de SVIR 'Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig' is de inhoud van een groot aantal beleidsstukken, waaronder de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit en diverse planologische kernbeslissingen, opgenomen. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Alleen in de stedelijke regio’s rond de mainports Amsterdam en Rotterdam maakt het Rijk afspraken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk los.

Er is enkel nog sprake van een 'ladder' voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de 'SERladder'), die zal worden vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. In het mobiliteitsbeleid komt de gebruiker centraal te staan en wordt de samenhang tussen de verschillende modaliteiten en tussen ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit versterkt. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In totaal zijn dertien onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen.

Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, ruimte voor klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur. Deze belangen zijn vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Conclusie Het initiatief is niet strijdig met de belangen welke genoemd worden in de SVIR.

19

bestemmingsplan T Suyt II

4.1.2

Nationale Omgevingsvisie (ontwerp)

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI wordt ingegaan op urgente opgaven die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Deze opgaven omvatten onder andere klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Het uitgangspunt in de aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Er zijn vier nationale belangen waar het Rijk op wil sturen en richting geven: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkelingen van het land. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.

Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Uitvoering De NOVI bevat ook een Uitvoeringsagenda. Daarin wordt niet alleen inzichtelijk gemaakt welke inzet Rijk en regio nu al plegen, maar ook welke (gezamenlijke) acties de NOVI daaraan toevoegt. Daarbij zijn de kansen en risico’s uit de plan MER betrokken. Bedoeling is dat de NOVI zich aan nieuwe ontwikkelingen kan aanpassen, in een permanent en cyclisch proces. Voorliggend bestemmingsplan maakt een nieuwe woonwijk mogelijk. Binnen de verstedelijkingsstrategie is aangegeven dat de behoefte aan ruimte voor wonen, werken en voorzieningen bij voorkeur geaccommodeerd wordt binnen bestaand stedelijk gebied, door onderbenutte ruimte te ontwikkelen en verouderde (of in onbruik geraakte) gebieden te transformeren.

Onderhavige ontwikkeling past daarbinnen. 4.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) trad op 30 december 2011 in werking. Het Barro stelt niet alleen regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Conclusie Aangezien de voorliggende ontwikkeling een stedelijke ontwikkeling betreft, is een toetsing aan de Ladder

20

bestemmingsplan T Suyt II

voor duurzame verstedelijking noodzakelijk. Deze toetsing vindt plaats in paragraaf 4.1.4. Voor het overige is de voorgenomen ontwikkeling niet strijdig met het Barro. 4.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking

In artikel 3.1.6, tweede lid Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder) opgenomen. Op 1 juli 2017 is 'de Ladder' gewijzigd in werking getreden. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. De onderbouwing aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt in deze paragraaf uitgewerkt. Deze toetsing vindt plaats door het beantwoorden van een aantal vragen. Hieronder worden de vragen en de toetsing verder uitgewerkt. In het kader van het opstellen van dit bestemmingsplan is een Ladderzoek uitgevoerd. (Bijlage). In het kader van dit onderzoek worden een aantal vragen gesteld. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? In de eerste instantie moet de vraag beantwoord worden of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling met woningen wordt als dusdanig aangemerkt wanneer er sprake is van een ontwikkeling van 12 woningen of meer.

Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 160 woningen. 120 woningen zijn reeds voorzien in het huidige plan. De ontwikkeling voorziet daarmee in een ontwikkeling van 40 woningen en is daarmee een stedelijke ontwikkeling. Voor de ontwikkeling wordt grond gebruikt welke nu niet voor deze functie is voorzien. Al met al is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? In de tweede plaats dient uitgewerkt te worden wat het ruimtelijk verzorgingsgebied is van de ontwikkeling. In de woonvisie van de gemeente Waddinxveen is opgenomen dat Waddinxveen kan voorzien in een deel van de grondgebonden woningen die niet in Den Haag of Rotterdam gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast worden er ook woningen voor de eigen inwoners en inwoners uit de directe omgeving gebouwd. De ontwikkeling kent een (boven)regionaal verzorgingsgebied. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De behoefte aan deze ontwikkeling wordt aangetoond in de woonvisie van de gemeente Waddinxveen. De woonvisie wordt verder uitgewerkt in paragraaf 4.3.2. Uit deze paragraaf blijkt dat er een behoefte is aan de ontwikkeling. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De voorgenomen ontwikkeling ligt op basis van de provinciale verordening niet in het bestaand stedelijk gebied van Waddinxveen.

Omdat er binnen het bestaande stedelijk gebied van Waddinxveen onvoldoende ruimte is om deze woningen te realiseren is het noodzakelijk dit buiten het bestaand stedelijk gebied te doen. In de Structuurvisie is in het hele gebied reeds een stedelijke ontwikkeling voorzien, in het bestemmingsplan is een bestemming Woongebied opgenomen waarin rekening wordt gehouden met 120 woningen. Het gebied waar de 40 extra woningen worden gerealiseerd ligt ingesloten tussen nieuw gerealiseerde woongebieden en vormt daarmee een logische afronding van Waddinxveen. Conclusie Het plangebied biedt ruimte voor de ontwikkeling van 160 woningen in een groenstedelijk milieu. De combinatie van een groene woonomgeving en relatief dicht bij voorzieningen is uniek. Elders in bestaand stedelijk gebied in de gemeente Waddinxveen zijn ontwikkelingen op deze schaal en tijdsspanne niet mogelijk. De eindconclusie is dat de woningbouwplannen op locatie 't Suyt voldoen aan de eisen van de Ladder. De geplande ontwikkeling is daarmee gebaseerd op een zorgvuldig gebruik van de ruimte.

21

bestemmingsplan T Suyt II

4.1.5

Toetsing rijksbeleid

Het planvoornemen betreft een kleine ontwikkeling die geen invloed heeft op nationale belangen. Wel draagt het plan indirect bij aan de hoofddoelen die het Rijk heeft geformuleerd: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur en het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat. Zo bezien voldoet dit plan aan het Rijksbeleid en vormt het Rijksbeleid geen belemmering voor het onderhavige planvoornemen.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Op 20 april 2019 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De provincie geeft dit beleid vorm door middel van 6 ambities. Deze ambities zijn hieronder weergegeven: Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving De ambities vinden hun grondslag onder andere in de historie en de geografische kenmerken van Zuid-Holland. Per ambitie zijn er een aantal opgaven gedefinieerd die de provincie graag wil realiseren. Voor het plangebied is behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van belang. De kwaliteiten van het gebied zijn door de provincie in overleg met de gemeente vastgelegd in het gebiedsprofiel Bentwoud. Rottemeren en Zuidplas. Het plangebied behoort tot de droogmakerijen. Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling.

Eventuele nieuwe ontwikkelingen dienen rekening te houden met de bestaande structuren van het landschap. 4.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

Gelijktijdig met de Omgevingsvisie is ook de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De Omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de provincie Zuid-Holland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van onder andere ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. In het hoofdstuk Ruimte van deze verordening zijn regels opgenomen met betrekking tot onder andere wonen, bedrijvigheid, glastuinbouw, veehouderij, grond- en drinkwater, natuur en landschap en energie. Voor het plangebied zijn geen specifieke regels opgenomen. 4.2.3

Planstudie N207-Zuid

De provinciale weg N207 en de wegen ten westen van de N207 worden steeds voller, met name in Waddinxveen, Boskoop en Hazerswoude-Dorp. De provincie Zuid-Holland en betrokken gemeenten willen de bereikbaarheid en leefbaarheid van het gebied verbeteren en het belangrijke tuinbouwgebied Greenport Boskoop beter ontsluiten. Planstudie N207 Zuid De N207 is de langste provinciale weg in Zuid-Holland en loopt van Gouda/Bergambacht in het zuiden tot Hillegom in het noorden. De komende jaren werkt de provincie aan de bereikbaarheid en de doorstroming op en rond de hele N207. Om de verkeersknelpunten van de N207 in het gebied tussen Gouda en Alphen aan den Rijn op te lossen, hebben de provincie en de gemeenten Alphen aan den Rijn en Waddinxveen verschillende onderzoeken uitgevoerd. Al deze onderzoeken bij elkaar

22

bestemmingsplan T Suyt II

wordt de planstudie N207 Zuid genoemd. Inmiddels hebben gemeente Alphen aan den Rijn, gemeente Waddinxveen en Provinciale Staten het Uitvoeringsbesluit N207 Zuid genomen. Daarmee gaat het project de volgende fase in: de voorbereiding van de aanleg van de Bentwoudlaan, Verlengde Beethovenlaan, Verlengde Bentwoudlaan en de aanpassing van de verkeersstructuur in Hazerswoude-Dorp (N209). De stappen die volgen staan in het teken van nadere uitwerking van de ontwerpen en een milieueffectrapportage (MER). De uitkomsten hiervan worden meegenomen in een provinciaal inpassingsplan (PIP) voor de nieuwe wegen. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar regiobrede maatregelen voor een meer robuuste infrastructuur voor de langere termijn. 4.2.4

Toetsing provinciaal beleid

Ten aanzien van de Omgevingsvisie Zuid-Holland geldt dat dit planvoornemen overeenkomt met de in de omgevingsvisie gestelde doelen in de visie. Ten aanzien van de doelstellingen horend bij de Ruimtelijke kwaliteit dient het initiatief een goede wisselwerking te creëren tussen de ontwikkeling en de gebiedskwaliteit. Om deze reden is een beeldkwaliteitsparagraaf noodzakelijk. Het initiatief bevindt zich buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. Om deze reden dient een toetsing plaats te vinden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Zoals paragraaf 4.1.4 aantoont, wordt voldaan aan artikel 2.1.1 (Ladder voor duurzame verstedelijking). Aan sub a van het artikel wordt voldaan waardoor een toetsing aan de overige subleden niet noodzakelijk is. Vanwege de bovenstaande redenen past dit planologische voornemen in het provinciale beleid en kan het planvoornemen op dit onderdeel als uitvoerbaar worden geacht.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Waddinxveen 2030 (2012)

Op 3 oktober 2012 is de Structuurvisie Waddinxveen 2030 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente tot en met 2030 en vormt een integrale visie en een toetsingskader voor nieuwe initiatieven. Op basis van trends en ontwikkelingen, het bestaande gemeentelijke beleid en de projecten die spelen binnen de planperiode zijn de belangrijkste opgaven in beeld gebracht, verdeeld over vijf thema’s. In de structuurvisie zijn vier strategische keuzes gemaakt: versterken van de economische structuur, zowel door versterking van bestaande werkmilieus als door het bieden van ruimte voor nieuwe bedrijven; versterken van de bereikbaarheid, onder meer door het versterken van de regionale wegenstructuur en het beperken van extern verkeer door de bebouwde kom van Waddinxveen; inzetten op een passend woningaanbod (toevoegen van 4.250 woningen tot 2030) en voorzieningenniveau; versterken van de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid, onder andere in het gebied van station tot hefbrug. Op de integrale structuurvisiekaart is het plangebied van voorliggend bestemmingsplan aangeduid als 'wonen nieuw' en 'regionale en lokale hoofdwegen zoekgebied'. In het Mobiliteitsplan is dit zoekgebied voor een nieuwe ontsluiting komen te vervallen.

Binnen het thema 'wonen en voorzieningen' is aangegeven dat ruimtelijke kwaliteit het belangrijkste uitgangspunt is voor het gemeentelijke woningbouwprogramma, dat uitgaat van de toevoeging van 4.250 woningen tot 2030. Ontwikkelingen moeten bijdragen aan de toekomstige woon-, leef- en werkkwaliteit van Waddinxveen, waarbij een goede balans tussen inbreiding en uitbreiding van groot belang is. Er wordt onder meer ingezet op het (her)ontwikkelen van bestaande locaties in de bebouwde kom.

23

bestemmingsplan T Suyt II

4.3.2

Woonvisie 2018-2022

De gemeenteraad heeft op 13 december 2017 de Woonvisie Waddinxveen 2018-2022 vastgesteld. Het doel van deze woonvisie is richting te geven aan het beleid rondom wonen en de woningmarkt in Waddinxveen. Die richting bestaat uit een hoofddoelstelling, vier pijlers en een woningbouwprogramma. Hoofddoelstelling: prettig wonen voor iedereen Waddinxveen ligt op het grensvlak van stad en platteland. Het voorzieningenniveau is goed, de sociale cohesie is sterk, er is werkgelegenheid en de gemeente heeft een rijk verenigingsleven. Waddinxveen is goed bereikbaar. Dat maakt Waddinxveen een aantrekkelijke woongemeente. Iedereen die dat wil moet op een prettige, geschikte manier kunnen wonen in Waddinxveen. Daarom moet de woningvoorraad zo goed mogelijk aansluiten bij de markt en moeten mensen die hulp nodig hebben bij het vinden van passende huisvesting worden ondersteund. Pijler 1: beschikbaarheid en betaalbaarheid Er moet variatie zijn in het woningaanbod, zodat iedereen een geschikte woning kan vinden in Waddinxveen. De gemeente wil dan ook kwaliteit en diversiteit bieden, zowel qua woning als qua woonomgeving. Pijler 2: wonen, zorg en welzijn Prettig wonen hangt voor een groot deel ook samen met contact hebben met anderen en verzorgd worden wanneer dat nodig is en wonen in een geschikte woning.

Pijler 3: duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema in zowel de bestaande voorraad als nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan een beter woon- en leefklimaat. Pijler 4: leefbaarheid Prettig wonen hangt voor een belangrijk deel samen met leefbaarheid. Iedereen moet zich prettig en veilig kunnen voelen in de eigen directe woonomgeving. In Waddinxveen is de leefbaarheid goed. Doel is om dit zo te houden. Goede kwaliteit hangt samen met de woning zelf, maar ook met de woonomgeving. Waddinxveen kent verschillende woonmilieus. We bewaken de aanwezige variatie in woonmilieus. Daarnaast zetten we in op woonmilieus met een onderscheidend karakter ten opzichte van de woonmilieus die in ene bepaalde wijk al aanwezig zijn. Woningbouwprogramma Om aan de vraag te voldoen is het van belang inzicht te hebben in het gewenste programma voor Waddinxveen. Waddinxveen heeft veel ruimte om woningbouwplannen te realiseren. De voorliggende uitbreidingslocatie 't Suyt II is een van deze mogelijkheden. In totaal is er in de regio Midden-Holland een woningbouwopgave van 18.850 woningen tot 2030. Deze worden verdeeld tussen de vijf gemeenten in Midden-Holland. De voorliggende ontwikkeling van 't Suyt II voorziet in de realisatie van maximaal 160 woningen en draagt bij aan de genoemde behoefte.

Het plan maakt onderdeel uit van de regionale afspraken die hierover zijn gemaakt. Het woonprogramma in 't Suyt II is conform de Woonvisie 2018 – 2022, maar wijkt op onderdelen af: er worden geen meergezinswoningen in de dure sector gerealiseerd (zie ook §3.1). Een belangrijke reden voor deze afwijking is de wens om het ontwerp aan te laten sluiten op de omgeving en dus met name laagbouw te realiseren. Deze afwijking van het gemeentelijk beleid is als onderdeel van het stedenbouwkundig plan vastgesteld door de gemeenteraad op 14 oktober 2020. Conclusie

24

bestemmingsplan T Suyt II

De ontwikkeling van 't Suyt II is grotendeels in overeenstemming met het beleid genoemd in de Woonvisie van de gemeente Waddinxveen. Door de gemeenteraad is het stedenbouwkundig plan inclusief afwijking van het woonbeleid vastgesteld. 4.3.3

Duurzaamheidsvisie

Op 20 april 2015 is de Duurzaamheidsvisie door de gemeenteraad van Waddinxveen vastgesteld. De gemeente Waddinxveen hecht veel waarde aan duurzaamheid. Zij wil samen met de gemeenschap doelstellingen vaststellen en acties ondernemen om te komen tot een duurzame gemeente. De gemeente heeft de volgende doelstelling met betrekking tot duurzaamheid: 'Waddinxveen is in 2025 halverwege op de weg naar gesloten energie- en grondstofkringlopen en heeft een optimale leefomgevingskwaliteit'. De gemeente wil dit waarmaken door middel van de volgende ambities: 1. 2. 3.

Waddinxveen heeft in 2025 een leefomgeving die gezondheid en welbevinden van mensen positief beïnvloedt. Waddinxveen is in 2025 CO2-neutraal en wekt minimaal 25 % van haar energie duurzaam op. Grondstofcycli zijn in 2025 voor 50% gesloten op een zo laag mogelijk schaalniveau.

Voor duurzaamheid in de fysieke leefomgeving heeft de gemeente de volgende ambitie: 'Waddinxveen heeft in 2025 een leefomgeving die gezondheid en welbevinden van mensen positief beïnvloedt'. Bij de inrichting van de ruimte kan daar op de volgende manier invulling aan gegeven worden: Bij de inrichting van de ruimte zijn diverse aspecten zo te regelen dat duurzaamheid wordt bevorderd. Dat betreft niet alleen verschillende hinderaspecten, zoals geluids- en lichtoverlast of luchtkwaliteit, maar ook zaken die in relatie staan tot water, groen, energie of sociale aspecten. Ook de manier om te komen tot besluiten over de ruimtelijke inrichting kan door vergroting van inputmogelijkheden van (toekomstige) betrokkenen worden verduurzaamd. Beide aspecten leiden tot een grotere leefbaarheid. Plangebied In Hoofdstuk 6 wordt aangetoond hoe rekening is gehouden met de hinderaspecten ten aanzien van de nieuw te realiseren wijk. Tevens is in het ontwerp rekening gehouden met de uitgangspunten welke zijn opgenomen in de duurzaamheidsvisie. Het plan is in overeenstemming met de duurzaamheidsvisie. 4.3.4

Mobiliteitsplan

Het "Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020" is op 26 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. In het mobiliteitsplan staan ambities: een optimaal bereikbaar Waddinxveen, verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers, stimuleren van het fietsgebruik en het optimaal benutten van het openbaar vervoer. Het doel van het mobiliteitsplan is om deze vier ambities te realiseren. Hiervoor is een routeboek opgesteld. Dit routeboek bestaat uit beleidskaders die gebruikt worden bij diverse (integrale) ontwikkelingen en maatregelen waarmee de grootste knelpunten aangepakt kunnen worden. 4.3.5

Parkeerbeleid

In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen Parkeerbeleid vastgesteld. Hierin beschrijft de gemeente hoe wordt omgegaan met parkeernormen. Het parkeerbeleid is met name gericht op de bebouwde kom. Voor de parkeernormen wordt de CROW publicatie 317 als uitgangspunt gehanteerd. De gemeente kan ervoor kiezen om gemotiveerd van de richtlijnen af te wijken.

25

bestemmingsplan T Suyt II

4.3.6

Groenstructuur en Groenbeleidsplan 'Waddinxveen Hart voor Groen'

Uit evaluatie van Groenstructuurplan 2004 kwam naar voren dat onderscheid tussen categorieën groen miste; al het groen stond aangegeven als hoofdstructuur, wat in de praktijk belemmerend werkte. Voor bomen kwam hetzelfde naar voren. Dit werkte uit in veel teleurstelling over de procedure bij verlenen van kapvergunningen. Er miste een visie op de inrichting en samenstelling van het groen. Dit is meegenomen in het Groenstructuur en Groenbeleidsplan. In mei 2016 heeft de gemeenteraad het Groenstructuur en Groenbeleidsplan 'Waddinxveen Hart voor Groen' vastgesteld. In het groenstructuur en groenbeleidsplan worden de hoofd- en wijkgroenstructuren van het gemeentelijke groen vastgelegd. Tevens worden praktische beleidskaders voor het openbaar groen verwoord. Dit om duidelijkheid en toegankelijkheid naar een brede doelgroep te bieden. Dit wordt versterkt met kaartmateriaal dat onderscheid maakt tussen hoofd- en wijkgroenstructuur. Het beleid rond de hoofdgroenstructuur geeft prioriteit aan het behouden en versterken van het groen, er is weinig mogelijk door een streng beschermingsregime. Voor wijkgroen geldt een milder beschermingsregime, voor overige groen is meer mogelijk. Voor alle categorieën geldt dat bij een ingreep/ontwikkeling groen gecompenseerd wordt. De groenstructuur en het groenbeleidsplan biedt meer ruimte voor een praktische afweging bij het kappen van bomen. 4.3.7

Toetsing gemeentelijk beleid

Het initiatief is in lijn met de structuurvisie en de woonvisie. Voor het overige beleid is het initiatief in lijn met deze beleidsstukken. Het initiatief kan daarmee verdere doorgang vinden en is in dat kader uitvoerbaar.

26

bestemmingsplan T Suyt II

Hoofdstuk 5

Water

5.1

Beleidskaders

5.1.1

Nationaal Waterplan 2016 - 2021

Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan (NWP) 2016 – 2021 vastgesteld. Het NWP is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement Nederlanders leven waterbewust. Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid.

Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. 5.1.2

Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015 (2009)

Het Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015 is op 11 november 2009 vastgesteld door Provinciale Staten. In het waterplan is de provinciale sturingsvisie voor de periode tot 2015 aangegeven. De provinciale rol in het waterveld spitst zich met name toe op kaderstelling en toezicht. Voor de provincie Zuid-Holland zijn vier kernopgaven geformuleerd, waar het provinciaal waterbeleid zich met name op richt. De vier kernopgaven zijn in het waterplan vervolgens verder uitgewerkt in diverse beleidsthema's. De vier kernopgaven zijn: waarborgen van de waterveiligheid; realiseren van mooi en schoon water; ontwikkeling van een duurzame (zoet)watervoorziening; realiseren van een robuust en veerkrachtig watersysteem. Het waarborgen van de veiligheid heeft betrekking op overstromingen en wateroverlast. Uitgangspunten zijn risicobeheersing en het voorkomen van afwenteling op andere gebieden. Hiertoe zijn onder meer afspraken gemaakt over versterking van de kustbescherming en de versterking van rivierdijken. Voor de kernopgave mooi en schoon water zijn de chemische en ecologische kwaliteit van het water van belang. Ook het behoud van een goede zwemwaterkwaliteit speelt hierbij een rol. De diversiteit en aantrekkelijkheid van het landschap in Zuid-Holland heeft veel te maken met de aanwezigheid van water.

Het ontwikkelen van een duurzame zoetwatervoorziening heeft onder meer gevolgen voor de bescherming van bestaande drinkwaterbronnen en de verdeling van het drinkwater over verschillende watergebruikers.

27

bestemmingsplan T Suyt II

Door droogte en/of verzilting kan een tekort ontstaan aan zoet water. De opgave is een duurzame situatie te creëren, waarin het watersysteem en de ruimtelijke functies zodanig op elkaar zijn afgestemd dat waterbeheer 'zo eenvoudig mogelijk' is. Voor het realiseren van een robuust en veerkrachtig watersysteem ziet de provincie met name toe op goed operationeel waterbeheer door de waterschappen. Het oppervlaktewatersysteem in Zuid-Holland is een uniek systeem dat het resultaat is van eeuwenlang 'polderen' in het deltalandschap. Het systeem functioneert nog steeds, maar staat onder druk en vraagt aanpassingen en meer ruimte om ook op termijn goed te kunnen blijven functioneren. De toenemende verstedelijking heeft gevolgen voor de afvoer van water, waardoor aanpassingen van het watersysteem noodzakelijk zijn. 5.1.3

Hoogheemraadschap van Rijnland

Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerplan HHSK 2010-2015, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, peilbesluiten en de leggers. Het HHSK streeft ernaar om samen met gemeenten als partners op te trekken. Er moet worden ingezet op intensief overleg met gemeentebesturen voor het kunnen realiseren van projecten. De ruimtelijke ordening en de waterhuishouding moeten in onderlinge relatie worden ontwikkeld. Op basis van ervaring en deskundigheid adviseert HHSK over de mogelijkheden voor een duurzaam watersysteem. De laatste jaren is het inzicht gegroeid dat op een duurzamer wijze met het stedelijk waterbeheer dient te worden omgegaan, mede gezien de klimaatveranderingen. Aandachtspunten voor het duurzame stedelijk waterbeheer zijn het minimaliseren van wateroverlast, het realiseren van voldoende waterberging waarbij zoveel mogelijk een ecologische inrichting wordt nagestreefd, het verantwoord afkoppelen van verhard oppervlak en het voorkomen van diffuse verontreinigingen door toepassing van duurzame bouwmaterialen.

De visie is uitgewerkt in een concreet maatregelenplan: Het woongenot, de belevingswaarde en de recreatieve mogelijkheden op en in het water voor burgers nemen toe; De waterkwaliteit voldoet tenminste aan de algemene milieukwaliteitseisen; Het waterhuishoudkundig systeem kent goede aan- en afvoermogelijkheden, waarbij de doorspoelbaarheid en de mogelijkheid om onder normale omstandigheden het waterpeil binnen zekere marges te handhaven, voldoende worden gewaarborgd; Het watersysteem is zo ingericht dat het de ontwikkeling van biologisch gezond water bevordert. Voor ontwikkelingen is het waterbeheerplan van HHSK 2010 – 2015 van het hoogheemraadschap van belang. Ontwikkelingen gaan vaak gepaard met een toename van het verharde oppervlak. In het waterbeheerplan van HHSK 2010 – 2015 is beschreven hoe het hoogheemraadschap omgaat met het bergen van oppervlaktewater bij een toenemende verharding van het oppervlak. In zijn algemeenheid geldt verder dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het Hoogheemraadschap vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de Keur. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanleg van overstorten, van de hemelwaterafvoer op het oppervlaktewater, het dempen en graven van water en het aanbrengen van verhard oppervlak.

De Keur maakt het mogelijk dat het Hoogheemraadschap haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren.

28

bestemmingsplan T Suyt II

5.1.4

Waterplan Boskoop en Waddinxveen

De gemeenten Waddinxveen en Boskoop hebben, in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, in 2010 een gezamenlijk waterplan opgesteld. Voor de gemeenten is het zorgvuldig omgaan met water van groot belang, onder andere vanwege de ligging in het waterrijke landschap van de veenpolders. Het waterplan bevat een gezamenlijke visie en een maatregelenplan. De beoogde resultaten van de visie zijn ‘droge voeten’, schoon water en een aantrekkelijker Waddinxveen en Boskoop. Op de visiekaart zijn de hoofdstructuren van het watersysteem (die fungeren als belangrijke ruimtelijke dragers), de ecologische verbindingszones en de landschappelijke elementen weergegeven. Bij herontwikkeling kunnen deze elementen dienen als basis voor de planvorming. In de visie is aan de hand van vier thema’s het bestaande (water)beleid vertaald naar een optimaal watersysteem in 2030: veiligheid en wateroverlast: In 2030 is het watersysteem veilig voor wateroverlast, duurzaam en robuust. Lokaal betekent dit dat de veenkades veilig zijn en dat er ruimte is voor waterberging, zodat bij hevige buien de overlast zoveel mogelijk wordt beperkt. waterkwaliteit en ecologie: Het water in Waddinxveen is in 2030 helder met een gevarieerde planten- en dierenwereld. De randvoorwaarde daarvoor is een goede (ecologische) waterkwaliteit.

De bronnen die dit beletten worden zoveel mogelijk aangepakt. gebruik en beleving: In 2030 is een hoge belevingswaarde en een optimale benutting op en rond het water bereikt. De verbeteringen zijn zoveel mogelijk gecombineerd met (recreatieve) ontwikkelingen. Hiervoor zijn zoveel mogelijk duurzame bouwmethoden toegepast en zijn de (cultuur)historische waarden zoveel mogelijk hersteld. beheer en onderhoud: Het onderhoud en beheer van het oppervlaktewater is in 2030 afgestemd op de gebruiksfuncties van het water (en de oevers). Het hoogheemraadschap en de gemeente werken efficiënt samen, waardoor de totale kosten zo laag mogelijk zijn. Om de visie in 2030 te bereiken, zijn maatregelen benoemd voor de komende vijf jaar. Het waterplan zet vooral in op de verbetering van de waterkwaliteit en ecologie. De bedoeling is meer oevers natuurvriendelijk in te richten en hier werk van te maken zodra lokaal groot onderhoud van oevers nodig is. Met de aanleg van natuurvriendelijke oevers wordt de waterkwaliteit in Waddinxveen verbeterd. Tegelijk wordt een onderzoek gestart naar de oorzaken van de slechte/ matige waterkwaliteit om de waterkwaliteit verder te kunnen verbeteren. Hierbij wordt samengewerkt met de hoogheemraadschappen.

5.2

Het plangebied

Het initiatief voorziet in de realisatie van maximaal 160 woningen. Gelet op de aard en omvang van dit initiatief heeft de gemeente het plan afgestemd met het waterschap. In dit kader heeft de gemeente een waterplan ten aanzien van het initiatief opgesteld. Dit waterplan is te vinden in Bijlage 2. Zoals reeds beschreven in Hoofdstuk 3, gaat het plan uit van bouwvelden binnen een landschappelijk raamwerk bestaande uit groen en water. Binnen dit raamwerk is voldoende ruimte om de benodigde watercompensatie te realiseren. Het waterplan beschrijft waar en op welke manier de watercompensatie plaats zal vinden. Het waterschap heeft haar akkoord gegeven op dit waterplan. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de benodige watercompensatie te borgen. Het aspect water vormt geen verdere belemmering voor het initiatief.

29

bestemmingsplan T Suyt II

30

bestemmingsplan T Suyt II

Hoofdstuk 6 6.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Geluid

Industrie- en wegverkeerslawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van industrie- en wegverkeerslawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. In het kader van de ontwikkeling van het plangebied 't Suyt II is het van belang om de geluidsniveaus ten gevolge van bronnen in de directe omgeving goed in beeld te brengen. In de directe omgeving van het plangebied zijn de volgende relevante geluidsbronnen aanwezig: Industrielawaai 1. Bedrijven Van Vliet Bedrijven B.V.. 2. CVV Be Fair. Wegverkeer. 1. Bentwoudlaan. 2. Plasweg. 3. Onderweg. Figuur 6.1.1: overzicht van de situatie.

Figuur 6.1.1 : Overzicht situatie met de verschillende geluidsbronnen

In dit deel van de milieuparagraaf wordt industrielawaai en wegverkeer eerst separaat behandeld en vervolgens gecumuleerd om een uitspraak te kunnen doen over het woon- en leefklimaat. 6.1.1

Wet- en regelgeving

Onderzoekplicht Dit akoestisch onderzoek is onderverdeeld in de volgende twee onderdelen: Niet Wet geluidhinder (Wgh) voor industrielawaai CVV Be Fair en Van Vliet Bedrijven. Wel Wgh via artikel 77 voor wegverkeerslawaai. Industrielawaai niet Wgh

31

bestemmingsplan T Suyt II

Door de ODMH en Cauberg-Huygen zijn onderzoeken uitgevoerd naar de geluidsniveaus binnen het plangebied ten gevolge van CVV Be Fair en Van Vliet Bedrijven B.V..(zie Bijlage 7 en Bijlage 8) In beide onderzoeken is gekozen om aan te sluiten bij de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Deze methodiek maakt gebruik van richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën. De VNG-publicatie kent richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën. De methodiek kent de volgende drie stappen. Stap 1 Indien de richtafstand voor geluid niet wordt overschreden (in dit geval 50 meter) kan verder onderzoek in beginsel achterwege blijven. Is deze situatie komen er woningen binnen 50 meter uit de grens van het terrein van CVV Be Fair en is onderzoek akoestisch noodzakelijk. Stap 2 Indien stap 1 niet toereikend is: Bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal: 1. 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus; 2. 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden); 3. 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking en; Bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen in het gebiedstype gemengd gebied van maximaal: 1. 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus; 2. 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); 3. 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking; Buitenplanse inpassing is mogelijk.

Stap 3 Indien stap 2 niet toereikend is: Bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal: 1. 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus; 2. 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); 3. 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking en; Bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen in het gebiedstype gemengd gebied van maximaal: 1. 55 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus; 2. 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; 3. 65 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking; Buitenplanse inpassing is mogelijk. Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidsbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidsbelasting moet worden betrokken. Wet geluidhinder Een weg heeft in de zin van de Wgh een zone wanneer de maximaal toegestane rijsnelheid hoger is dan 30 km/u. Zogenaamde 30 km/u wegen vallen buiten het regime van de Wgh. Een weg heeft aan beide zijden een zone die zich uitstrekt vanaf de uiterste rand van de weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg in buitenstedelijk of binnenstedelijk gebied, zie artikel 74 van de Wgh.

Op grond van artikel 82 lid 1 Wgh bedraagt de voorkeursgrenswaarde op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen 48 dB. Als de berekende geluidsbelasting van de weg(en) op de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, dan moet onderzocht worden of maatregelen

32

bestemmingsplan T Suyt II

getroffen kunnen worden om de geluidsbelasting te reduceren. Als maatregelen niet mogelijk zijn of stuiten op zwaarwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard, dan is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het vaststellen van een hogere grenswaarde conform artikel 83 van de Wgh. De ten hoogste vast te stellen hogere waarde bedraagt voor deze ontwikkeling 63 dB. In artikel 110g Wgh jo artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 staat dat het berekende geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeerslawaai moet worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. De correctie is afhankelijk van de rijsnelheid en bedraagt: Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt; 1. 4 dB voor situaties waarin de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB is; 2. 3 dB voor situaties waarin de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB is; 3. 2 dB voor alle overige geluidsbelastingen. Voor alle overige wegen 5 dB. Cumulatie Bij wijziging of vaststelling van een bestemmingsplan binnen zones van meerdere geluidsbronnen dient, op grond van het gestelde in artikel 110f van de Wet geluidhinder, onderzoek te worden gedaan naar de cumulatieve geluidsbelasting vanwege de verschillende geluidsbronnen.

De berekening van de cumulatieve geluidsbelasting staat in hoofdstuk 2 van bijlage I van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De gecumuleerde geluidsbelasting moet worden bepaald wanneer er sprake is van blootstelling aan meerdere gezoneerde geluidsbronnen en/of lawaaisoorten waarvan de afzonderlijke geluidsbelasting de voor de betreffende bron geldende voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Hogere waarde en gemeentelijk hogere waardenbeleid Op 5 maart 2019 heeft de gemeente Waddinxveen de Beleidsregel Hogere waarden, 2018 Regio Midden-Holland van 8 oktober 2018 vastgesteld (verder: beleidsregel). In de beleidsregel staan voorwaarden weergegeven waaronder burgemeester en wethouders een hogere waarde mogen verlenen. In tabel 1.1 is het toetsingskader van het gemeentelijk hogere waarden beleid opgenomen (voor wegverkeerslawaai). Tabel 1.1: Toetsingskader gemeentelijk Hogere waarden beleid (t.g.v. wegverkeer) Geluidsbelasting

Voorwaarden Hogere Waarde beleid

Wegverkeer = 48 dB

Voldoet aan voorkeursgrenswaarde geen hogere waarde nodig en geen aanvullende voorwaarden vereist.

48-53 dB

Hogere grenswaarde nodig, geen aanvullende voorwaarden vereist.

53-63 dB

Hogere grenswaarden nodig én aanvullende voorwaarden zoals geluidsluwe gevel en geluidsluwe buitenruimte vereist.

Woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening is inzicht vereist in de geluidsbelasting ter plaatse van het plangebied. De cumulatieve geluidsbelasting geeft een indicatie voor de te verwachten geluidshinder. De cumulatieve geluidsbelasting is bepaald volgens de methode “Miedema”. De te verwachten hinder als cumulatieve geluidsbelasting is gekwantificeerd volgens tabel 1.2. Tabel 1.2: Milieukwaliteitsmaat (Miedema)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10801943/1