Programmabegroting 2024 - 2027
Tekst van het document
De rente aan een grondexploitatie actief grondbeleid wordt toegerekend over de boekwaarde van de actieve grondexploitaties per 1 januari van het betreffende boekjaar. Er wordt gekozen voor een stabiel rentepercentage in de meerjarenprognose actief grondbeleid. Bij een afwijking van 0,5% van dit rentepercentage moet volgens de Notitie Grondexploitaties 2019 het percentage worden bijgesteld. Het doorberekende rentepercentage aan actief grondbeleid is met ingang van 2021 berekend op 1,50%. Rente over eigen vermogen Met ingang van 2017 komt in de gemeente Waddinxveen in principe alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie. Enige uitzondering vormt de Reserve Bovenwijkse voorzieningen, waarbij wél een rentevergoeding plaatsvindt. Doorberekende rente aan taakvelden De aan de taakvelden (programma’s en overzicht Overhead), als onderdeel van de kapitaallasten (Staat van vaste activa) toe te rekenen rente is de sluitpost van de renteomslag. Er mag in de renteomslag sprake zijn van een renteresultaat maar dit is maximaal een afwijking van 0,5% van de aan de taakvelden toegerekende rente. Dit saldo blijft achter op Onderdeel 6.3 Treasury inclusief aandelen en dividend van deze begroting.
Met deze maximale afwijking van 0,5% wordt de mogelijkheid geboden om de toegerekende rente aan de taakvelden op basis van de Staat van activa in de (meerjaren)begroting te stabiliseren. De rente van de vaste activa is net als in 2023 gehandhaafd op een structureel percentage van 1,50% voor de jaren 2024 – 2027. Voor alle genoemde jaren wordt binnen de bandbreedte van 0,5% gebleven.
4.3. Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De Wet fido heeft een gezonde financiering van openbare lichamen, waaronder gemeenten, als centrale bedrijfseconomische doelstelling. Naast het beheersen van de financieringsrisico’s kent de Wet fido ook een macro-budgettaire doelstelling. Dit betreft de beheersing van de grenswaarde van het zogenoemde EMU-tekort van 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP).
4.4. Wet Houdbare overheidsfinanciën De wet Hof regelt in essentie twee zaken die voortvloeien uit Europese verplichtingen. De eerste is dat het nationale systeem van begrotingsvoorbereiding en de toepassing van vaste uitgavenkaders wettelijk worden vastgelegd. Ten tweede worden gemeenten gebonden aan een maximaal begrotingstekort (macronorm) op kasbasis. Gemeenten mogen een tekort hebben van 0,3%.
4.5. Risicobeheer Voor het risicobeheer worden als risico’s onderscheiden het renterisico van de korte termijnfinanciering, het renterisico voor de lange termijnfinanciering en het kredietrisico voor uitgezette gelden. In de Wet fido zijn voor het beperken en beheersen van de genoemde risico’s concrete normen opgenomen, te weten de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Deze worden in het vervolg verder uitgewerkt. - Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie – dit is de mate waarin op korte termijn (ten hoogste 12 maanden) aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan – is de kasgeldlimiet van belang. Dit is het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Vooral bij kortlopende financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de korte rente direct een relatief grote invloed op de rentelasten hebben. De Wet fido stelt daarom grenzen aan de omvang van korte financieringen. Voor 2024 - 2027 zien de verwachtingen voor de kasgeldlimiet er als volgt uit:
59 Financiering
Kasgeldlimiet Omvang begroting per 1 januari (=grondslag)
Bedragen per jaar 2025 2026 122.759 114.051
2024 112.741
2027 113.018
(1) Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag - in bedrag
8,5 % 9.583
8,5 % 10.435
8,5 % 9.694
8,5 % 9.607
(2) Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
10.747 27.170 0 0
10.747 39.993 0 0
10.747 35.442 0 0
10.747 37.726 0 0
(3) Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar
300 0 13.510
300 0 13.510
300 0 13.510
300 0 13.510
24.407 9.583 -14.824
36.930 10.435 -26.495
32.379 9.694 -22.685
34.663 9.607 -25.056
Toets kasgeldlimiet (4) Totaal netto vlottende schuld (2) – (3) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+) / Overschrijding (-); (1) – (4) Bedragen x € 1.000
- Renterisiconorm De rentegevoeligheid – het renterisico – kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van een jaar of langer. Om de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de gemeente te beperken stelt de Wet fido een limiet aan dat deel van de vaste schuld waarover het rentepercentage in een zeker jaar moet worden aangepast aan de dan geldende markttarieven. Dergelijke aanpassingen doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening. De renterisiconorm volgens de Wet fido heeft als uitgangspunt om voldoende spreiding in de (rente-)looptijden van lange leningen aan te brengen. Zoals eerder beschreven is de huidige leningenportefeuille een zogenaamde ‘dakpanconstructie’ waardoor het renterisico ‘gespreid’ is in de tijd. Voor de begroting 2024 – 2027 is de renterisiconorm voor Waddinxveen als volgt: Renterisiconorm 1. Renteherziening op vaste schuld o/g
2024
2025
2026
2027
0
0
0
0
2. Te betalen aflossingen
375
7.375
375
375
3. Renterisico op vaste schuld (1 + 2)
375
7.375
375
375
4. Renterisiconorm (zie onderstaande berekening)
22.548
22.548
22.548
22.548
5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
22.173
15.173
22.173
22.173
5b. Overschrijding renterisiconorm (3>4) Bedragen x € 1.000 Berekening renterisiconorm 2024 (bedragen x € 1.000): 4a Begrotingstotaal (lasten) jaar 2024 112.741 4b Percentage regeling 20% 4 Renterisiconorm o.b.v. 22.548 (4a x 4b/100) De renterisiconorm kan worden gezien als een nuttig instrument bij het beheersen van lange termijn renterisico’s. Dit betekent niet dat deze norm alle renterisico’s van de organisatie bestrijkt. Bijvoorbeeld de risico’s op nieuw af te sluiten leningen voor zover deze niet worden aangegaan om andere leningen af te lossen, maken geen deel uit van de berekening van de renterisiconorm. De renterisiconorm wordt in de begrotingsperiode 2024-2027 niet overschreden.
60 Financiering
Paragraaf 5 Bedrijfsvoering Wat is bedrijfsvoering? De gemeente Waddinxveen speelt in op vragen en ontwikkelingen binnen de gemeente en levert producten en diensten voor onze inwoners, bedrijven en instellingen. Bedrijfsvoering zorgt dat deze processen en taken zo goed mogelijk kunnen worden uitgevoerd.
We zorgen dat onze organisatie toekomstbestendig is en blijft In de afgelopen jaren is de gemeente Waddinxveen sterk gegroeid voor wat betreft het aantal inwoners en uitbreiding van de bebouwde omgeving. Onze organisatie groeit mee in het kielzog van de toename van het aantal inwoners. Deze groei zal in de komende jaren doorzetten. Naast de groei zien we diverse maatschappelijke en technologische ontwikkelingen die inzet vragen van onze organisatie. Informatie-uitwisseling gaat steeds sneller, actuele vraagstukken volgen elkaar in rap tempo op en worden minder voorspelbaar. En de opgaven waarvoor gemeenten staan worden steeds complexer als gevolg van bijvoorbeeld de eerdere decentralisaties in het sociaal domein of de verantwoordelijkheden die gemeenten hebben gekregen rondom de energietransitie, duurzaamheid, maar ook vluchtelingenhuisvesting. Randvoorwaarden en hulpstructuren binnen de organisatie moeten op orde zijn en blijven, zodat medewerkers hun werk goed kunnen (blijven) doen en we ambities uit het coalitieakkoord nu en in de toekomst kunnen verwezenlijken. Zoals in de Kaderbrief 2024-2027 aangekondigd zijn we daarom begonnen met een heroriëntatie op de inrichting en samenstelling van de ambtelijke organisatie. Het is op dit moment nog te vroeg om de financieel structurele gevolgen te kwantificeren, maar een aanzienlijke impuls lijkt nodig.
Daarom is in het overzicht nieuw beleid, bijlage 1, een PM-post ‘gevolgen heroriëntatie ambtelijke organisatie’ opgenomen. Zodra de heroriëntatie heeft plaatsgevonden en de omvang hiervan valt te ramen in budget en/of formatieplaatsen komen we hierop terug, naar verwachting in de 2 e Bestuursrapportage 2023. Dit traject wordt in 2024 voortgezet.
We zorgen dat we over voldoende talentvolle medewerkers beschikken Als gevolg van de zeer krappe arbeidsmarkt is het (veel) moeilijker om talentvolle medewerkers aan te trekken. Ook moeten we zorgen dat talentvolle medewerkers niet na korte tijd onze organisatie verlaten. We hebben immers energie in hun ontwikkeling gestopt. En zonder voldoende medewerkers kunnen (nieuwe) taken niet of onvoldoende worden uitgevoerd. Daarom zorgen we dat onze plaats als werkgever op de (gemeentelijke) arbeidsmarkt sterker wordt. Ook willen we dat medewerkers langere tijd bij ons blijven werken. Daarom zorgen we dat medewerkers hun talenten zo kunnen ontwikkelen en inzetten, dat zowel medewerker als organisatie hiervan profiteren. Werk dat aansluit bij talenten en interesses van medewerkers zorgt voor een duurzame arbeidsrelatie. Door te investeren in de duurzame inzetbaarheid van huidige medewerkers voorkomen we uitstroom. Duurzame inzetbaarheid zorgt dat medewerkers nu en in de toekomst fysiek, mentaal en sociaal gezond waardevol werk kunnen blijven doen dat past bij hun talenten, ambities en mogelijkheden.
We zijn open en transparant De Wet open overheid (Woo) vervangt sinds 1 mei 2022 de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Een transparante overheid maakt de informatie waarover zij beschikt zo veel mogelijk actief openbaar. Dat vinden wij belangrijk. Daarom maakt dit deel uit van het collegeprogramma 2022-2026. En volgens artikel 3.5 Openbaarheidsparagraaf van de Woo zijn we ook verplicht om:
in de jaarlijkse begroting de aanpak voor de uitvoering van deze wet te delen; in de jaarlijkse verantwoording verslag te doen van deze aanpak.
Actieve openbaarmaking We werken al grotendeels volgens de Woo. Volgens de fasering van de Woo maken we in 2024 op onderdelen een verdere verbeterslag, zetten waar nodig de spreekwoordelijke puntjes op de i en maken deze actief openbaar: documenten die de raad heeft gekregen; documenten en verslagen van vergaderingen van de raad; agenda en besluiten van het college; adviezen van commissies; 61 Bedrijfsvoering
jaarplannen en jaarverslagen; overzicht van gegeven subsidies; Woo-vragen.
Actieve openbaarmaking betekent dat we informatie uit eigen beweging publiceren en voor iedereen toegankelijk maken. Ook is het belangrijk dat de openbaar gemaakte informatie goed vindbaar is en toegankelijk voor een breed publiek. Passieve openbaarmaking We handelen een Woo-vraag nog steeds binnen vier weken af. Bij een groot of ingewikkeld verzoek kan de periode met maximaal twee weken worden verlengd.
We werken nog slimmer en meer digitaal We verbeteren telkens onze processen en gebruiken daarbij goede programma’s en betrouwbare gegevens. Medewerkers kunnen altijd en overal werken.
We vinden de bescherming van persoonsgegevens en de veiligheid van alle informatie belangrijk We beschermen de persoonsgegevens Per proces zorgen we voor goede maatregelen. We maken personen die ermee te maken hebben duidelijk waarom privacy belangrijk is. Op onze website laten we zien welke persoonsgegevens we gebruiken en waarom. We beveiligen alle informatie We controleren altijd ons netwerk op dreigingen en vreemde gegevens en gebeurtenissen. Informatie die niet bekend mag worden, is alleen bereikbaar met de juiste toestemming. We leggen onze maatregelen en hoe we ons houden aan de regels van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) uit aan de organisaties die ons controleren.
We verduurzamen onze catering Omdat we onze bedrijfsvoering willen verduurzamen gaan we in 2024 onze catering verduurzamen. Uiteindelijk kunnen we aantonen op welke wijze en hoeveel verduurzaming er binnen onze bedrijfsvoering is bereikt.
We verbeteren en verduurzamen onze inkoop Voor Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) werken we ons actieplan MVOI bij met de doelstellingen en beoogde resultaten voor de periode 2024-2025. We leggen de processen van contractmanagement vast in een daarvoor aangeschaft programma. Zo kunnen we de prestaties van onze leveranciers beter beoordelen en waar nodig zorgen dat deze verbeteren . We borgen het circulair inkopen1 in het inkoop- en aanbestedingsproces. In 2024 doorlopen we als proef twee aanbestedingstrajecten op het gebied van circulair inkopen.
1
Circulair inkopen betekent het inkopen van materialen van hergebruikt materiaal of van producten die gemakkelijk hergebruikt kunnen worden. 62 Bedrijfsvoering
Doelstellingen en inspanningen Onderwerp Personeel Verzuim
Toelichting
Doelstelling 2024
In het kader van duurzame inzetbaarheid zetten we blijvend in op het verminderen van verzuim. Dit doen we met gerichte acties, met name bij teams of aandachtsgebieden, waar het verzuim hoger is dan de gestelde norm.
5,5%, conform gemeentelijke verzuimnorm. Het verzuim bij gemeenten van dezelfde gemeentegrootteklasse bedroeg over 2022 6,5%.
Om onze doelen rondom dienstverlening, participatie, bedrijfsvoering en het nieuwe werken te halen, is het noodzakelijk dat we computers, programma’s en netwerk steeds kunnen gebruiken.
De computers, programma’s en het netwerk zijn voor 99,5% beschikbaar. Met uitzondering van vooraf gepland onderhoud.
Zorgvuldig juridische proces
We handelen zorgvuldig, zoals de samenleving van ons verwacht en zorgen daarmee ook dat extra kosten worden voorkomen.
In elke juridische procedure (bezwaar, beroep, hoger beroep) geldt dat maximaal 20% gegrond wordt verklaard.
Verminderen bezwaarprocedures
Wij willen het aantal bezwaarschriften terugdringen door de kwaliteit van de primaire besluitvorming op inhoud te verbeteren en door het houden van informele gesprekken.
In minimaal 20% van de ingekomen bezwaarschriften voeren we informele gesprekken, waarbij we in minimaal 30% het geschil oplossen en de bezwaarprocedure stopt.
Informatie Beschikbaarheid van computers, programma’s en netwerk
Juridisch advies
63 Bedrijfsvoering
Paragraaf 6 Verbonden partijen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor de taken die zij door verbonden partijen laat uitvoeren. Het is daarom van belang de bijdrage van verbonden partijen aan de realisatie van de programma’s en daarmee gepaard gaande risico’s te kunnen beoordelen. In de programma’s is beschreven hoe de verbonden partijen bijdragen aan de realisatie van de programma’s. Om te kunnen sturen op hoe verbonden partijen bijdragen aan de realisatie van de programma’s is ook de financiële positie van belang. In deze paragraaf is per verbonden partij vermeld op welke wijze de gemeente financieel en bestuurlijk is verbonden. Ook is opgenomen of er sprake is van risico’s voor de gemeente waarvoor geen maatregelen bij de verbonden partij zijn getroffen, maar die wel van materiële betekenis zijn voor de financiële positie. De ‘Leidraad sturing en grip op verbonden partijen 2017’ schetst de wijze waarop raad, college en ambtelijke organisatie – ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid – zorgen voor sturing en grip. Gegevens per verbonden partij Gemeenschappelijke regelingen
Soort regeling/ rechtsvorm
Veiligheidsregio Hollands Midden (Leiden)
College Openbaar lichaam
Financieel belang (omvang deelnemersbij drage) € 1.947.947
HECHT (voorheen Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg) (Leiden)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 2.487.000
Regio Midden-Holland (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 60.990
Omgevingsdienst MiddenHolland (Gouda)
College Openbaar lichaam
€ 1.776.854
Werkvoorzieningschap Promen (Gouda)
College Openbaar lichaam
€ 2.112.000
Bestuurlijk belang (vertegenwoordigi ng en stemverhouding in AB) 1 collegelid 1 van 19 stemmen
Eigen vermogen aan begin en einde begrotingsjaar 01-01-2024: 5.807.000 31-12-2024: 5.548.000 01-01-2024: 4.044.000 31-12-2024: 3.994.000
€
01-01-2024: 301.000 31-12-2024: 301.000
€
2 collegeleden stemverhouding 16/183e
01-01-2024: 2.280.000 31-12-2024: 2.236.000
€
1 collegelid
01-01-2024: 3.442.000 31-12-2024: 3.491.000
€
1 collegelid 2 stemmen
2 collegeleden 2 van de stemmen
10
€ € €
€
€
€
Vreemd vermogen aan begin en einde begrotingsjaar
Verwachte omvang financiële resultaat
Omvang risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
01-01-2024: € 68.831.000 31-12-2024: € 72.676.000 01-01-2024: 46.514.000 31-12-2024: 46.948.000
€0
Het benodigde weerstandsvermogen bedraagt in 2024 € 920.000. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 920.000. Huidige weerstandsvermogen is 1 en daarmee toereikend. Het weerstandsvermogen van Hecht wordt bepaald door de omvang van de reserves. Het weerstandsvermogen bedraagt in 2024 € 3.994.000. De risico’s zijn bepaald op € 2.610.000. Huidige weerstandsvermogen is 1,53 en daarmee toereikend.
€
€0
€
01-01-2024: 645.000 31-12-2024: 645.000
€
01-01-2024: 10.225.000 31-12-2024: 10.061.000
€
01-01-2024: 6.458.000 31-12-2024: 6.209.000
€
€0
De Regio Midden-Holland beschikt over een weerstandscapaciteit van € 100.000, conform de hierover in het Algemeen Bestuur gemaakte afspraak.
€0
Het Algemeen Bestuur van ODMH wenst een weerstandsvermogen te hebben van 90% (verdeeld over 13% voor BWT en 31% voor milieu en overheadrisico’s van in totaal 56%). De risico’s bedragen € 1.531.515 en de weerstandscapaciteit is € 1.402.500. Het weerstandsvermogen is 91,6% en daarmee toereikend.
€0
De weerstandscapaciteit bedraagt in 2024 € 2.300.000. De bedrijfsrisico’s zijn gekwantificeerd op € 2.400.000. Het weerstandsvermogen is daarmee 96%.
€
€
€
64 Verbonden partijen
Streekarchief MiddenHolland (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 209.589
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen
01-01-2024: 258.375 31-12-2024: .282.364
Grondbank RZG Zuidplas (Den Haag)
College Openbaar lichaam
Groenalliantie MiddenHolland en omstreken (Gouda)
Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (Leiden)
€
€0
2 collegeleden 10 leden, 2 leden per deelnemende gemeente
01-01-2024: € 0 31-12-2024: € 0
Gemengd Openbaar lichaam
€ 248.200
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen
01-01-2024: 9.791.000 31-12-2024: 9.633.000
€
College Openbaar lichaam
€ 609.640
1 collegelid 3,77% van het stemrecht
01-01-2024: 782.000 31-12-2024: 782.000
€
€
01-01-2024: 280.635 31-12-2024: 289.060
€ €
01-01-2024: € 0 31-12-2024: € 0
€
€
€0
€0
01-01-2024: 2.236.000 31-12-2024: 2.349.000
€
01-01-2023: 5.675.000 31-12-2023: 5.513.000
€
De risico’s zijn gekwantificeerd op € 180.000 en de weerstandscapaciteit is € 109.675. Geconcludeerd kan worden dat de berekende aanwezige weerstandscapaciteit 60,9% van het gewenste weerstandvermogen bedraagt. Het weerstandsvermogen van de Grondbank is nihil. Op grond van artikel 12, lid 2 van de Verordening Financieel Beleid en Beheer Grondbank RZG Zuidplas werden in het verleden jaarlijks de aangekochte gronden representatief getaxeerd. Op grond van de gemaakte afspraken in de Overeenkomsten is dit niet meer noodzakelijk. Op grond van de afspraken is de vermogenspositie van de Grondbank veiliggesteld. De verliesvoorziening is op grond van deze afspraken in 2021 ingelopen. In artikel 27 van de gemeenschappelijke regeling is de risicoverdeling van de deelnemers aan de Grondbank geregeld, waaronder 5% voor Waddinxveen. Per 31 december 2024 zal de Gemeenschappelijke Regeling beëindigd worden.
€0
De gekwantificeerde risico bedragen € 1.200.000. De weerstandscapaciteit van Groenalliantie is € 2.500.000. Hiermee is het weerstandsvermogen >2 en daarmee uitstekend te noemen.
€0
Niet alle risico’s zijn gekwantificeerd. Het totaal aan risico’s in geld bedraagt € 750.000. Het weerstandsvermogen is niet voldoende om al deze risico’s indien ze tegelijk voordoen, te kunnen afdekken.
€
€
Op grond van artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking GouweRijnland zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BSGR te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken.
Vennootschappen
Rechtsvorm
Financieel belang (omvang deelnemersbij drage)
Bestuurlijk belang (vertegenwoordigi ng en stemverhouding in AB)
Eigen vermogen aan begin en einde begrotingsjaar
Vreemd vermogen aan begin en einde begrotingsjaar
Verwachte omvang financiële resultaat
Risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
65 Verbonden partijen
BNG Bank
N.V.
N.v.t.
1 collegelid in de AVA. 17.823 aandelen.
01-01-2022: € 5.062 mln. 31-12-2022: € 4.615 mln. (Bron: JR 2022)
01-01-2022: € 143.995 mln. 31-12-2022: € 107.459 mln. (Bron: JR 2022)
Oasen
N.V.
N.v.t.
1 collegelid in de AVA 27 van de 748 aandelen
EV 31-12-2022: € 125.600 (Bron: JR 2022)
VV 31-12-2022: € 221.955 (Bron: JR 2022)
€ 300 mln. (Bron: JR 2022)
De bank heeft een laag risicoprofiel, hetgeen ook blijkt uit de ratings.
In 2022 is Oasen gaan werken volgens het, in december 2021 vastgestelde, integraal risicomanagementbeleid. Het integraal risicomanagementbeleid is gebaseerd op het RAVC (Risk Appetite Value Chain) vier kwadratenmodel. Hiermee beschikt Oasen over een raamwerk dat past bij de organisatie. Risicomanagement is onderdeel van de planning- en control cyclus van Oasen. Per kwartaal wordt aan de directie en het managementteam, de auditcommissie en RvC gerapporteerd over risico’s en het bestaan en werking van de beheersmaatregelen. Eén keer per jaar wordt aan de auditcommissie en RvC gerapporteerd over de opzet en werking van het risicomanagementsysteem waarbij eveneens wordt aangegeven of er verbeteringen zijn doorgevoerd. Het College geeft Cyclus NV opdracht om het afval op te halen. Het College spreekt af dat Cyclus NV in Waddinxveen afval ophaalt. Voor 2023 spreken we met Cyclus nieuwe prijzen af voor het werk dat Cyclus doet. De kosten zijn gedekt door de afvalstoffenheffing.
Cyclus
N.V.
N.v.t.
1 collegelid in de AVA 5,5% van de aandelen
01-01-2024: € 10.562.00 31-12-2024: € 11.712.000
01-01-2024: € 22.633.000 31-12-2024: € 23.498.000
€ 1.988.000
Triangel
C.V./B.V.
N.v.t.
1 collegelid en 1 directielid in de AVA 50 % van de aandelen
CV begin: € 11.603.000 CV Einde: € 12.334.000
CV begin: € 18.691.000 CV Einde: € 19.279.000
Verwacht resultaat totale deelneming circa € 3 mln.
De GEM CV heeft zelf een uitgebreide risicoparagraaf. Daarnaast zijn in de gemeentelijke grondexploitatie gekwantificeerde risico’s opgenomen.
BV begin: € 18.000 BV einde: € 18.000
BV begin: € 194.600 BV einde: € 193.000 Verwachte omvang financiële resultaat
Risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
Stichtingen en Verenigingen
Rechtsvorm
Stichting Greenport regio Boskoop
Stichting
Financieel belang (omvang deelnemersbij drage) € 4.225
Bestuurlijk belang (vertegenwoordigi ng en stemverhouding in AB) 1 collegelid 1 stem per lid
01-01-2022: € 19.442 31-12-2022: € 24.079 (Bron: JR 2022)
01-01-2022: € 268.127 31-12-2022: € 237.702 (Bron: JR 2022)
Er zijn geen risico’s. De stichting is als het ware een overlegorgaan.
66 Verbonden partijen
Paragraaf 7 Grondbeleid 7.1 Inleiding In deze paragraaf geven we een financieel totaalbeeld van de portefeuille van de Grondbedrijfsfunctie (GBf). Dit doen we op basis van de per 1 juli 2023 geactualiseerde grondexploitaties en recente beoordelingen van de lopende facilitaire projecten. De effecten van deze actualisaties hebben een directe invloed op de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG), de voorzieningen en de weerstandscapaciteit. In deze paragraaf grondbeleid wordt een verdere toelichting gegeven op de mutaties.
7.2 Visie en uitvoering grondbeleid in relatie tot doelstellingen uit programma’s Het grondbeleid van de gemeente is geen doel op zich, maar een middel om ruimtelijke doelstellingen te bereiken. In de Omgevingsvisie Waddinxveen 2025, beleidsnota’s en bestemmingsplannen (vanaf 1-1-2024: het omgevingsplan) is vastgelegd hoe we ruimtelijk ontwikkelen. In het collegeprogramma 2022-2026 hebben we opgenomen dat we meer willen inzetten op actief grondbeleid. We zetten in op actief grondbeleid als dit strategisch gewenst is. Daar waar we geen grondpositie hebben en ontwikkeling wel gewenst is, blijven we gebruik maken van facilitair grondbeleid om onze ruimtelijke doelstellingen te halen. Daarnaast voert de gemeente grondbeleid uit via een deelname in verbonden partijen. Facilitaire projecten. We geven bij facilitaire projecten de ruimte aan andere partijen om te ontwikkelen binnen de gestelde kaders. De aankoop en uitgifte van gronden wordt bij facilitair grondbeleid uitgevoerd voor rekening en risico door andere partijen. De invloed van de gemeente Waddinxveen loopt dan niet via het grondeigendom, maar via bestemmingsplannen (omgevingsplan), overeenkomsten en/of een exploitatieplan. In de volgende tabel, tabel 1, zijn facilitaire projecten aangegeven die bij opmaak van deze paragraaf en begroting 20242027 in ontwikkeling zijn in de gemeente Waddinxveen.
Deze facilitaire projecten lopen veelal door in 2024 en verder. Tabel 1 Facilitaire projecten in ontwikkeling R.6810 Locatie Postkantoor (Kerkweg Oost 161) R.6811 Noordpark
R.7809 KerkwegOost 214-216
R.1804 Abr. Kroesweg 16
R.2812 Henegouwerweg 105 en 105a
R.3805 Businesspark Vredenburgh fase 2
R.9803 Noordeinde 74, 122a en 134 R.6812.1 R.9816 Glasparel+ fase 2 Zorgboerderij Noordkade 108 R.6820 Noordeinde R.9817 Kanaaldijk 65 6
R.2801 Bredeweg achter 15,16,17
R.2813 Wilhelminakade 83
R.3806 Abraham Kroesweg 5
R.2802 Bredeweg 4
R.3807 Plasweg Hoevezone
R.6824 Triangel Bovenwijks
R.0801 PostNL locatie
R.6825 Esdoornlaan 26
R.0806 OverslagwegTruckparking
R.2805 Zuidelijke rondweg achter Akkeroord R.2811 Tweede bloksweg 54 b
R.3801 Bloemendaalseweg 19bis R3802 G. van Dort Kroonweg 1,3 en Plasweg 28 R.3803 Noordeinde 61
R.2803 Kerkstraat 19-23
R.3808 Hoek Bredeweg - Piet Stuurmansweg R.3809 Noordkade
R.3804 Zesde Tochtweg 2a
Onderdeel Sleutelkwartier De facilitaire projecten R.6810 Postkantoor (Kerkweg Oost 161), R.7809 Kerkweg-Oost 214-216 en R.0801 PostNL locatie zijn onderdeel van het overkoepelend project Sleutelkwartier. Facilitair project R.3809 Noordkade & R.3805 Businesspark Vredenburgh fase 2 Deze facilitaire projecten hebben een relatie met elkaar. Daarom wordt kort ingegaan waar deze relatie uit bestaat. Het project de Noordkade. Het is de bedoeling het huidige verouderde bedrijventerrein te (laten) transformeren naar woningbouw. Hiervoor is het noodzakelijk dat de huidige bedrijvigheid wordt verplaatst zodat de gronden vrijkomen voor deze herontwikkeling. Om dit te faciliteren heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar van businesspark Vredenburgh fase 2. Deze overeenkomst houdt in dat de gemeente gronden koopt van deze ontwikkelaar die door de grondeigenaren van de Noordkade kunnen worden gekocht van de gemeente om zo de bedrijfsactiviteiten te 67 Grondbeleid
verplaatsen van de Noordkade naar businesspark Vredenburgh fase 2. Voor het project R.3809 Noordkade geldt dat er een krediet ter hoogte van € 200.000,- beschikbaar is gesteld. Dit krediet betreft een dekking uit de algemene middelen. Actieve gemeentelijke projecten. Naast de bovengenoemde facilitaire projecten zijn ook projecten in ontwikkeling genomen die onder 100% regierol van de gemeente Waddinxveen worden ontwikkeld, Hierbij hebben wij een actieve rol waarbij we voor eigen rekening en risico ruimtelijke plannen ontwikkelen. Actief grondbeleid wordt alleen gevoerd indien dit van strategisch belang is voor de gemeente, in een dergelijk geval verwerven en ontwikkelen wij zelf de benodigde gronden. Per 1 juli 2023 bestaan de volgende gemeentelijke actieve grondexploitaties: het Centrum, het Sleutelkwartier, Coenecoop III, ’t Suyt fase II, De Dreef, Peter Zuidlaan en Park Triangel Verbonden partijen. Naast facilitaire projecten en gemeentelijke grondexploitaties maken we binnen het GBf deel uit van een tweetal Verbonden Partijen. Verbonden Partijen zijn organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en/of een financieel belang heeft. De verbonden partijen zijn: 1. GEM CV Park Triangel 2. Grondbank RZG Zuidplas Nota kostenverhaal. Nieuwe ontwikkelingen brengen kosten met zich mee. Daarom heeft de gemeente de ‘Nota Kostenverhaal 2019’ opgesteld.
In deze nota is uiteengezet hoe om wordt gegaan met: Plankosten, Bovenplanse kosten Bijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen en Bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen. De Nota Kostenverhaal wordt in samenhang met de Nota Grondbeleid en de invoering van de Omgevingswet herzien (zie programma 3).
7.3. Prognose resultaten Grondbedrijfsfunctie Portefeuillerisico Voor de portefeuillebeheersing van de GBf is het noodzakelijk een inschatting te maken van de risico’s die zich in de verschillende portefeuilleonderdelen en totale portefeuille kunnen voordoen. De risico’s worden op het niveau van de gehele portefeuille alsmede op het niveau per onderdeel in beeld gebracht. De belangrijkste risico’s vloeien voort uit de woningbouwprogrammering versus de woningbehoefte-raming op langere termijn. De gemeente heeft een forse woningbouwprogrammering ten opzichte van de woningbehoefteraming die door de provincie Zuid-Holland is opgesteld. In de Regionale Agenda Wonen en de bijbehorende woningbouwprogrammering worden hier regionaal afspraken over gemaakt. De huidige projecten zijn allemaal afgestemd met de regio. Prognoses per portefeuilleonderdeel Bij het opstellen van de begroting en de jaarstukken worden de grondexploitatiebegrotingen geactualiseerd en de projecten facilitair grondbeleid tegen het licht gehouden, ook worden de resultaten en risico’s bij de verbonden partijen beoordeeld. Hier wordt beoordeeld of de resultaten in financieel opzicht en qua voortgang moeten worden bijgesteld. In deze paragraaf worden de mutaties, voorzieningen en risico’s per onderdeel beschreven.
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan in welke mate we in staat zijn om nadelige gevolgen van niet-afgedekte risico’s op te vangen. Ook is van belang te weten welke grootte de ABG moet hebben om de risico’s in de portefeuille te kunnen dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in beschikbare weerstandscapaciteit en benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is het totaal van de financiële vertaling van alle project-specifieke en generieke (conjuncturele) risico’s die in beeld zijn gebracht. De beschikbare weerstandscapaciteit, de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG), geeft aan in hoeverre de benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) hieruit gedekt kan worden. In het volgende schema is de weerstandscapaciteit van de GBf weergegeven. De stand van de ABG minus de risico’s geeft het weerstandsvermogen weer.
68 Grondbeleid
Tabel 2 Stand weerstandscapaciteit2 Begroting 2023-2026 ABG Risico’s Actief Grondbeleid Weerstandscapaciteit
Begroting 2024-2027
2.504
Jaarrekening 2022 3.532
6.167
4.619
4.879
-3.663
-1.087
-2.367
2.512
Bedragen x € 1.000 Weerstandsvermogen Ná vaststelling van de begroting 2024 - 2027 door de gemeenteraad bedraagt de geprognosticeerde beschikbare weerstandscapaciteit (het saldo van de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG) ná aftrek van eventuele generieke en project specifieke risico’s) per 1 januari 2027 circa € 2,5 miljoen. De risico’s in de grondexploitatie projecten bedraagt € 4,9 miljoen. Het tekort op de weerstandscapaciteit van de grondbedrijfsfunctie wordt gecompenseerd door een overschot bij de algemene dienst. Zie hiervoor paragraaf 2.
Actief Grondbeleid Parameters Jaarlijks worden de grondexploitaties bij jaarrekening en begroting geactualiseerd. Dit betekent dat de grondexploitaties marktconform worden gemaakt zodat we in staat zijn de te verwachten investeringen te kunnen doen. Ook wordt opnieuw gekeken naar de te verwachten opbrengsten als tegenhanger van de te verwachten investeringen. Om de investeringen en opbrengsten in de toekomstige jaren vanaf 1-1-2023 op peil te houden worden deze bedragen geïndexeerd (Tabel 3 Parameters per 1-1-2023 Investeringen). De toe te passen indexatie betreft een percentage welke “parameters” worden genoemd. De toe te passen parameters zijn indexcijfers voor kosten- en opbrengststijging, rentekosten en -opbrengsten en de verplicht te hanteren discontovoet (voorschrift Commissie Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). Ten aanzien van de te verwachten investeringen is met name gekeken naar de nog te investeren budgetten van eventueel te verwerven gronden, plan- en overige kosten vanaf 1-1-2023. Ook is beoordeeld of de beschikbare budgetten voor de te verwachten civieltechnische kosten voldoende aanwezig zijn om de te verwachten werken te kunnen uitvoeren.
Met betrekking tot de opbrengsten zijn in de rekentechnische uitgangspunten 2023 de te hanteren grondprijzen opgenomen die zijn verwerkt in de actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties per 1-1-2023. Dit percentage wordt de komende jaren in de actualisatie structureel op 2% voorzien (Zie tabel 4 Parameters per 1-1-2023 Grondopbrengsten). Bij actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties wordt rekening gehouden met de volgende parameters: Jaarlijks worden de grondexploitaties bij jaarrekening en begroting geactualiseerd. Dit betekent dat de grondexploitaties Tabel 3 Parameters per 1-1-2023 investeringen
1 2 3 4
Totaal beeld parameters
2023
2024
2025 en verder
Verwerving, civiele kosten en plankosten Rente over de te verwachten kosten en opbrengsten (o.b.v. BBV richtlijnen) Opbrengsten woningbouw en bedrijventerreinen Discontovoet ten behoeve van netto contant maken van de eindwaarde per 1-1-2023 conform BBV- regelgeving
4,00% 1,75% 2,00% 2,00%
3,00% 1,75% 2,00% 2,00%
2,00% 1,75% 2,00% 2,00%
69 Grondbeleid
Tabel 4 Parameters per 1-1-2023 Grondopbrengsten
1.1 1.2 2
Opbrengstensoort
2023
2024
2025 en verder
Woningbouw vrije sector Woningbouw sociaal* Bedrijven
3% 0% 3%
3% 0% 2%
2% 0% 2%
De te hanteren parameters zijn begin 2023 door ons college van burgemeester & wethouders vastgesteld via het document “Rekentechnische uitgangspunten ten behoeve van actualisatie Grondexploitaties gemeente Waddinxveen per 1-1-2023” en verwerkt in alle gemeentelijk te actualiseren grondexploitatiebegrotingen per 1-1-2023. Voor een nadere analyse, onderbouwing en detaillering van bovengenoemde parameters en te hanteren grondprijzen per 1-1-2023 verwijzen wij naar de “NT01.v02 20230307 1815 Advies parameters Waddinxveen 2023 ev”.
Mutaties Algemeen Het doorberekende rentepercentage voor actief grondbeleid is 1,75% zoals ook in tabel 3 hiervoor is opgenomen. Dit percentage is gerelateerd aan het percentage van de vreemd vermogen portefeuille. De gehanteerde jaarlijkse kostenindexatie is aangepast naar 4,0% voor 2023 als gevolg van de inflatie op bouwmaterialen van het kostenniveau in de GWW-sector in 2023. De verwachting is dat de stijging zal afvlakken vanaf 2024 (3%) en naar 2% voor 2025 en verder. Vanwege de instabiele marktomstandigheden worden deze indexen scherper in de gaten gehouden. Centrum In het centrum worden er de komende jaren nog twee deellocaties uitgegeven: het appartementencomplex fase 1b (Waddix) en fase 2. Voor fase 1 b loopt de bestemmingsplanprocedure. Voor fase twee is het onzeker of het beoogde uitgifte jaar 2025 haalbaar is. Hier wordt komende periode verder over gesproken met de ontwikkelaar. Voor nu is het beoogde uitgifte jaar verschoven naar 2026 waardoor de einddatum van de GREX ook een jaar opschuift. Het totaal financieel resultaat van de grondexploitatiebegroting Centrum betreft circa € 5.822.000 (eindwaarde per 31-122027) negatief/ nadelig. Bij de administratieve afsluiting (2027) van de grondexploitatie dient de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 742.000, alsnog via een resultaatbestemming plaats te vinden.
Gezien het feit dat er sprake is van een negatief resultaat, komt deze bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen ten laste van de ABG Coenecoop III Kavel 20 is in de eerste helft van 2023 geleverd. Naar verwachting zullen de laatste 2 kavels (kavel 7 en kavel 8) in de tweede helft van 2023 worden geleverd. De optanten hebben hun plannen al uitgewerkt, deze worden beoordeeld door het ODMH. De civieltechnische werkzaamheden worden uitgevoerd in relatie tot de verkoop van de kavels. De kostenstijging 2022 in de Grond- Weg- en Waterbouw-sector (GWW) was hoog. De resterende budgetten zijn opnieuw geraamd op basis van de huidige inzichten. In de huidige situatie is vanuit de gebruikers aangegeven dat er mobiliteitsknelpunten zijn. Na verkoop van alle kavels en ingebruikname van de gerealiseerde bedrijfspanden wordt beoordeeld of er aanvullende maatregelen getroffen moeten worden voor het oplossen van deze knelpunten. Het totaal financiële resultaat van de grondexploitatie Coenecoop III bedraagt € 488.000 (eindwaarde per 31-12-2024) positief. Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 283.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats.
’t Suyt Fase II In de eerste helft van 2023 is het bestemmingsplan onherroepelijk van kracht geworden. De uitvoeringskosten zijn op basis van het inrichtingsplan recentelijk geraamd. De te verwachten grondopbrengsten van vrije sector woningtypes zijn naar boven bijgesteld. De opbrengsten zaten er in het verleden behoudend in en zijn naar boven bijgesteld. Daarnaast is de looptijd van de exploitatie met een jaar verlengd als gevolg van de langere beroepsprocedure van het bestemmingsplan. Tot slot is de fasering van uitgifte gebaseerd op het uitgifteplan 2023. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project ’t Suyt fase 2 bedraagt circa € 2.626.000,- positief (eindwaarde per 31 december 2027). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt 70 Grondbeleid
de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 896.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats Op Dreef In juni 2021 is de grondexploitatie voor Op Dreef vastgesteld. Er wordt een voorstel voorbereid om de gronden later uit te geven en de huidige gebouwen van het Coenecoop College en de sporthal te blijven exploiteren. Omdat dit nu het meest realistische scenario is, is dit verwerkt in de grondexploitatie van de begroting 2024-2027. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project Op Dreef bedraagt circa € 485.000,- positief (eindwaarde per 31 december 2029). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, van circa € 452.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats. Gemeentelijk deel Park Triangel Bij een voorspoedige voortgang zou de afronding van de gehele bouwlocatie kunnen plaatsvinden in het jaar 2028. Het resultaat van Park Triangel is op eindwaarde nu bepaald op een bedrag van € 14.430.000,--. Hierbij is uitgegaan van een financiële en administratieve afronding ultimo 2028. Ten opzichte van de jaarrekening 2022 is het resultaat op eindwaarde toegenomen met name door de aanpassing van de fasering van de afname van de gronden en aangepaste rente.
Sleutelkwartier Binnen de exploitatie wordt voorzien in de bouw van circa 186 woningen, ten opzichte van 2022 is een verdichting doorgevoerd van 63 woningen in het Sleutelkwartier (in de Passage). De grondexploitatie bestaat uit zeven deelexploitaties, per deellocatie wordt een doorkijk gegeven voor 2023: • Overall (plankosten en hoofdinfrastructuur): In 2022 zijn er fors meer plankosten gemaakt dan vooraf begroot, dit komt mede door de extra inzet om de verdichting in De Passage mogelijk te maken. De nog resterende plankosten zijn geactualiseerd. Daarnaast is sprake geweest van forse kostenstijgingen (GWW) in 2022, de ramingen zijn hierop aangepast. •
Locatie 3 Oude gemeentehuis: Op het moment dat het bestemmingsplan onherroepelijk wordt, wordt gestart met de bouw van de woningen. Het budget voor bouw- en woonrijp maken was niet toereikend genoeg en is opgehoogd. Het definitieve benodigde budget is nog niet helder. In september 2023 worden hier nieuwe civiele ramingen voor gemaakt.
•
Locatie 4 Kerkweg oost 222: In 2022 is gestart met de bouw van de woningen. De woningen zijn opgeleverd.
•
Locatie 6 Beukenhof: In 2021 is gestart met de bestemmingsplanprocedure, in 2023 wordt deze afgerond. De start bouw van de woningen is naar verwachting in 2024.
•
Locatie 7/8/9 Passage: In 2022 is gestart met het opstellen van het bestemmingsplan. Daarnaast is met een raadsbesluit in 2022 besloten om het gebied fors te verdichten (65 woningen extra). Het nu opgenomen programma sluit aan op het stedenbouwkundig plan. De hieruit voortkomende opbrengsten en extra kosten zijn verwerkt in de grondexploitatie.
Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project Sleutelkwartier bedraagt circa € 7.328.000 negatief (op eindwaarde per 31 december 2026). Bij administratieve afsluiting (2026) van de grondexploitatie dient de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 107.000, alsnog via een resultaatbestemming plaats te vinden. Gezien het feit dat er sprake is van een negatief resultaat, komt deze bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen ten laste van de ABG. Peter Zuidlaan In 2022 is de grondexploitatie voor Peter Zuidlaan vastgesteld. Vervolgens is gestart met de voorbereidende werkzaamheden. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project Peter Zuidlaan bedraagt circa € 46.000 positief (eindwaarde per 31 december 2026). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 29.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats.
71 Grondbeleid
Overzicht boekwaarde, exclusief winstneming actieve grondexploitaties Tabel 5 Boekwaarde per 31-12-2022 (Bedragen x € 1.000) Boekwaard Winstneming e t/m 2021*) excl. Project Winstnemi V/N ng t/m 31-122022 N 0 Centrum 10.043 N 0 Sleutelkwartier 5.322 V 399 Coenecoop III 374 Triangel gemeente 7.166 V 8.163 ’t Suyt fase II
Winstneming 2022*)
Winstneming totaal t/m 2022*)
Boekwaarde ná winstneming t/m 31-122022
V/ N
0
0
10.043
N
0
0
5.322
N
-35
364
10
V
2.457
10.620
3.454
N
5.279
N
0
0
0
5.279
N
De Dreef
316
N
0
0
0
316
N
Peter Zuidlaan
44
N
0
0
0
44
N
13.464
N
8.562
2.422
10.984
24.448
N
Totaal *) afgerond
Hierna treft u de tabellen 6 aan waarbij de grex per 1-1-2023 (begroting 2024-2027) wordt vergeleken met de gegevens van de grex bij opmaak jaarrekening 2022. Tabel 6 Eindwaarde (Bedragen x € 1.000) Project
Begroting 2024 – 2027
Jaarstukken 2022
Verschil
Eindwaarde begroting 2024-2027
Saldo contante waarde per 01-01-2023
V / N
Eind datum
Saldo contante waarde per 01-01-2023
V / N
Eind datum
Saldo contante waarde
V / N
Resultaat op eindwaarde
V/N
Centrum
5.273
N
2024
5.222
N
2026
51
N
5.822
N
Sleutelkwartier
6.770
N
2026
6.740
N
2026
30
N
7.328
N
Coenecoop III
469
V
2024
469
V
2024
0
V
488
V
Triangel gemeente
13.003
V
2028
13.003
V
2028
0
V
14.430
V
’t Suyt fase II
2.378
V
2027
2.401
V
2027
23
N
2.626
V
De Dreef
422
V
2029
507
V
2028
85
N
485
V
Peter Zuidlaan
43
V
2026
34
V
2026
9
V
46
V
4.272
V
4.452
V
180
N
4.925
V
Totaal Tussentijdse winstneming
In de Notitie Grondexploitatie 2016 van het BBV welke in augustus 2019 geactualiseerd, is aangegeven op welke wijze rekening gehouden moet worden met tussentijds winst nemen bij positieve grondexploitatiecomplexen. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van het grondexploitatiecomplex. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode (POC-methode): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd moet tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Dit is mogelijk wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen die aan het project zijn verbonden naar de gemeente zullen toevloeien. Voor de grondexploitaties binnen de gemeente Waddinxveen zijn de navolgende tussentijdse winsten genomen tot en met jaarrekening 2022 (zie tabel 7):
72 Grondbeleid
Tabel 7 Tussentijdse winstneming (Bedragen x € 1.000)
Centrum
0
Vermeerdering winstneming in 2022 (de winstneming in het jaar 2022*) 0
Sleutelkwartier
0
0
0
Coenecoop III
399
-35
364
8.163
2.457
10.620
’t Suyt fase II
0
0
0
De Dreef
0
0
0
8.562
2.422
10.984
Project
Cumulatieve winstneming tot en met 31/12/2021*)
Triangel gemeente
Totaal
Cumulatieve winstneming 31/12/2022 (zie ook tabel 5)*) 0
*) afgerond Voorzieningen en risico’s Vanuit het BBV bestaat de verplichting om voorzieningen te treffen voor grondexploitaties met een geprognotiseerd verlies. Bij de projecten van de gemeente Waddinxveen geldt dit voor de grondexploitatie Centrum (circa € 5,8 mln.) en voor Sleutelkwartier (circa € 7,3 mln.). De verliesvoorziening van € 13,0 mln. op eindwaarde bij de actualisatie jaarrekening 2022 is verhoogd naar € 13,1 mln. op eindwaarde respectievelijk 2026. Bij de projecten actief grondbeleid maken we onderscheid in generieke (conjuncturele) risico’s en project specifieke risico’s. De risico’s in de grondexploitaties Centrum en Coenecoop zijn gelijk gebleven, Bij de projecten ’t Suyt fase 2, Dreef en Peter Zuidlaan is een aanvullend risico opgenomen m.b.t. de grondwaarde van de middeldure huurwoningen. In totaliteit nemen de risico’s t.o.v. de jaarrekening 2022 toe met ca. € 260 K. Vennootschapsbelasting. Vanaf 1 januari 2016 zijn gemeenten conform de “Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen” verplicht om vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen over winstgevende activiteiten. Gemeenten zijn onder de nieuwe wet in principe Vpb-plichtig voor alle werkzaamheden, die als ondernemingsactiviteit kunnen worden aangemerkt.
De getallen geven een indicatie aan van de te verwachten Vpb-last hetgeen aangemerkt kan worden als een voorlopig te betalen bedrag in het kader van de vigerende wetgeving Vpb. Bij opmaak van deze paragraaf 7 Grondbeleid voor de jaarrekening 2022 is een definitieve aangifte gedaan voor de boekjaren t/m 2020. De onderstaande tabel is exclusief het aandeel van de Vpb druk van de C.V. Triangel (Vpb transparant). Tabel 8 Vennootschapsbelasting (Bedragen x € 1.000) Boekjaar Vpb
2023
2024 0
2025 0
2026 0
2027 0
0
Vanuit de berekende voorlopige getallen op basis van de laatst gehanteerde uitgangspunten van de fiscus is te zien dat conform de laatste berekeningen over de periode 2017 t/m 2022 geen Vpb verschuldigd zal zijn. Dit is thans gebaseerd op de voorlopige verwachtingen en keuze in uitgangspunten.
Facilitair Grondbeleid Mutaties Conform de richtlijnen van de commissie BBV dienen alle kosten die bij facilitaire projecten worden gemaakt en welke niet kunnen worden verhaald direct te worden afgeboekt. Op het moment dat er aanvullende kosten gemaakt worden, dienen deze in het jaar dat ze worden gemaakt ten laste te worden gebracht van de ABG. Dit is het saldo van projectverliezen en voordelige projectresultaten. Cijfermatige samenvatting voorzieningen en risico’s In dit hoofdstuk laten wij de totalen zien voor de voorzieningen en de risico’s. Eventuele mutaties zijn eerder in de paragraaf toegelicht.
73 Grondbeleid
Voorzieningen Tabel 9 Voorzieningenoverzicht (Bedragen x € 1.000) Portefeuilleonderdeel Actief Grondbeleid voorzieningen
Begroting 2024 2027*) 13.150
Jaarrekening 2022*)
Verschil*) 12.949
201
Actief Grondbeleid risico’s
4.879
4.619
260
Totaal
18.029
17.568
461
*) afgerond
74 Grondbeleid
Paragraaf 8 Duurzaamheid (klimaatactie en biodiversiteit) 8.1 Concrete maatregelen, met aandacht voor haalbaarheid en betaalbaarheid We lezen het dagelijks in de krant: de groeiende wereldbevolking en het snel toenemende verbruik van grondstoffen stellen ons voor enorme uitdagingen. Deze uitdagingen ontstaan doordat economische groei, verdeling van welvaart en de toenemende druk op onze ecosystemen niet in balans zijn. We leven op ‘te grote voet’. De ontwikkeling van de mensheid is de afgelopen eeuw ten koste gegaan van natuur en milieu. Ook Waddinxveen wil bijdragen aan de omslag naar een samenleving die beter in balans is. We doen dit door over te gaan op andere vormen van energie en warmte (de energietransitie, waaronder de warmtetransitie) en aan een overgang naar hergebruik van grondstoffen (circulaire economie). En door rekening te houden met de verandering van ons klimaat (klimaatadaptatie) en onze natuur te herstellen (biodiversiteitsherstel). Dit noemen we de 4 transities. Op 26 januari 2022 heeft de raad het document “Koers naar Duurzaam Waddinxveen – (her)verbinden met de natuur” vastgesteld. In dit document bespreken we de opgave waar we in Waddinxveen voor staan. We beginnen hoog-over en vertalen het naar onze eigen gemeente. Het koersdocument is daarmee de basis voor het Collegeprogramma 2022 – 2026 en hoe het uitwerkt in de Programmabegroting.
De missie voor de duurzaamheidskoers is: Waddinxveen wordt uiterlijk in 2050 een circulaire en groene gemeente met schone energie waarbij we gelijktijdig blijven doorwerken aan het behoud en versterken van een goede sociale basis. In 2030 zijn we op de helft van deze opgave en overgang.
8.2 Hoe gaan we met de duurzaamheidstransitie om? De 4 transities zijn 1 Een transitie is een blijvende verandering van de maatschappij. De transities op het gebied van warmte en energie, klimaatadaptie, biodiversiteit en grondstoffengebruik zijn ingrijpend voor iedereen. De 4 transities zijn 1 grote overgang. De veranderingen zijn niet alleen technisch. Ze gaan vooral over veranderingen in de samenleving. Zo draait het bij energie niet alleen om de vervanging van aardgas voor schone energie. De opwekking van energie door nieuwe bronnen, zoals zon en wind, nemen meer ruimte in beslag dan nu. Deze zitten op daken van huizen, bedrijven, in weilanden of groenstroken. Zo krijgen inwoners direct te maken met de energievoorziening. Maatschappelijke overgangen zijn nauwelijks stuurbaar, maar wel beïnvloedbaar. Vanuit de gemeente kijken we hoe we de gewenste richting op gaan en waar nodig versterken. Dat kan met subsidies, verordeningen, vergunningen, bestemmingsplannen, inkoop- en aanbestedingsbeleid of aanvullend beleid. Als we voor 1 van de transities aan de slag gaan, kijken we ook naar de mogelijkheden voor de andere transities. We nemen hier de mogelijkheden voor inwoners en bedrijven mee. Zo kunnen we bij een reconstructie van een straat of een buurtaanpak voor schone energie, ook meteen in gesprek met de inwoners over de tegels in hun eigen tuin.
Iedereen moet kunnen meedoen De gevolgen zijn niet voor iedereen gelijk. Sommige inwoners of buurten zijn meer kwetsbaar of hebben minder voordeel bij kansen. We willen deze overgang op een rechtvaardige wijze, haalbaar en betaalbaar, laten plaatsvinden. Zo kan iedereen meedoen. Natuurlijke momenten benutten We gebruiken bij al ons handelen de duurzaamheidsopgaven als basis. En we zorgen voor bewuste besluitvorming door ervoor te zorgen dat college- en raadsvoorstellen inzicht bieden in de effecten van het voorstel op de duurzaamheidskoers. De duurzaamheidsopgaven gaan we verwerken in onze werkprocessen van gebiedsontwikkeling en gebiedsreconstructie. Voor inwoners, bedrijven en de gemeente, zijn er diverse natuurlijke momenten waarvan we gebruik kunnen maken om een verandering te realiseren. Dat zijn momenten waarop we iets nieuws aanschaffen, verhuizen, onze woning onderhouden, enz. Deze momenten kunnen en moeten we benutten. Groeiende beweging als sleutel De 4 transities raken iedereen. De 4 transities zijn niet alleen technische transities, maar bovenal sociale transities. We moeten allemaal ons gedrag aanpassen. We hebben iedereen nodig. Een maatschappelijke verandering begint altijd bij 75 Duurzaamheid
diegenen die het willen en die ervoor openstaan. En start vaak al lang voordat we het een transitie noemen. In het klimaatakkoord (2019) heeft de gemeente de regierol gekregen bij de energietransitie om het proces op gang te brengen en te houden. Maar er wordt ook bewust ingezet op participatie. Inzichten uit de klimaatpsychologie en gedragsbeïnvloeding leren dat we inwoners een stem moeten geven en hun mening moeten meewegen. We moeten inwoners informeren, maar ook inspireren, stimuleren en bovenal: helpen bij en zichtbaar maken van wat inwoners en bedrijven nu al kunnen doen. We willen een beweging in gang zetten waarbij meer inwoners en ondernemers gaan meedoen en zij ook elkaar gaan helpen. Om alle inwoners betrokken te krijgen bij de transities werken we de in de duurzaamheidskoers aangehaalde aanpak ‘bouwen aan de beweging’ verder uit. Transities gaan niet vanzelf en kennen veel onzekerheden. We ontwikkelen stapsgewijs een instrument om de voortgang te volgen (monitoring). We blijven in gesprek met de gemeenteraad of wij en de samenleving verder komen in de transities. Periodiek beoordelen we of de gekozen rol nog het beste past.
8.3 Prioriteiten tot 2030; focus deze raadsperiode Alle wettelijke en (inter)nationale doelen hebben 2050 als eindpunt. Het jaar 2030 ligt al dichterbij in de toekomst en dat jaar wordt voor veel (inter)nationale acties als tussendoel gebruikt. De belangrijkste prioriteiten tot 2030 zijn als volgt. Het zijn ook de onderwerpen waarop we ons focussen tot 2026. In de programma’s is opgenomen wat we hiervoor gaan doen. Circulaire economie Kennisontwikkeling en kennis delen Circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen Circulaire verdienmodellen op en tussen bedrijventerreinen in Waddinxveen en in de regio Circulair leven Energietransitie Verduurzamen van de glastuinbouw Opwekken van schone energie Stimuleren van schone mobiliteit Energiebesparing realiseren Aardgas vrij maken van woningen Klimaatadaptatie Bepalen en oplossen van de meest kwetsbare situaties in de openbare ruimte en bij individuele inwoners en ondernemers/bedrijventerreinen Onttegelen en vergroenen van woningen en daken Beleid maken voor Klimaatadaptief bouwen en deze toepassen Biodiversiteit Onttegelen en vergroenen van woningen en daken Verbinden van stukjes natuur (inclusief tuinen) tot grotere natuureenheden (Beleid voor en toepassen van) Natuur inclusief bouwen Bomen planten; bomen leggen CO2 vast, houden water vast, helpen hittestress te voorkomen en zuiveren de lucht
Overall Door participatie en communicatie de transities op gang krijgen Ervoor zorgen dat er meer koplopers en ambassadeurs voor duurzaamheid komen.
8.4 Wat doen we voor de 4 transities We doen overkoepelend een aantal werkzaamheden voor de 4 transities. We borgen en verbeteren continu een aantal interventies die al zijn ingezet We gebruiken bij al ons handelen de duurzaamheidsopgaven als basis. En we zorgen voor bewuste besluitvorming door ervoor te zorgen dat college- en raadsvoorstellen inzicht bieden in de effecten van het voorstel op de duurzaamheidskoers. De duurzaamheidsopgaven gaan we verwerken in onze werkprocessen van gebiedsontwikkeling en gebiedsreconstructie. We bouwen verder aan de beweging De 4 transities zijn niet alleen technische transities, maar bovenal sociale transities. Om alle inwoners betrokken te krijgen bij de transities werken we de in de duurzaamheidskoers aangehaalde aanpak ‘bouwen aan de beweging’ verder uit. We verwerken dat in de diverse initiatieven genoemd in Programma 3 en 4. Zo moet het aantal actief betrokken inwoners bij de 4 transities blijven groeien. 76 Duurzaamheid
We monitoren integraal de voortgang en organiseren een jaarlijks transitiegesprek met de gemeenteraad Transities gaan niet vanzelf en kennen veel onzekerheden. We ontwikkelen stapsgewijs een instrument om de voortgang te volgen (monitoring). We blijven in gesprek met de gemeenteraad of wij en de samenleving verder komen in de transities. Periodiek beoordelen we of de gekozen rol nog het beste past. In de verschillende programma’s voeren we werkzaamheden uit We helpen inwoners die de transities niet kunnen betalen (programma 1) We verduurzamen ons vastgoed (programma 2) We gaan verder met de energietransitie (programma 3) We gaan verder met klimaatadaptatie en biodiversiteit (programma 3 en 4) We zetten de circulaire economie in beweging bij inwoners en ondernemers (programma 3)
8.5 Financiële gevolgen In bijlage 1 Nieuw beleid in deze Programmabegroting kunt u ook de financiële gevolgen van de duurzaamheidskoers volgen en in welk programma ze terug te vinden zijn.
77 Duurzaamheid
Financiële begroting
Staat van baten en lasten Staat van baten en lasten Lasten Begroting Rekening 2023 (na 2022 wijz.)
Baten
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting Rekening 2023 (na 2022 wijz.)
Begroting 2024
Saldo
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting Begroting Rekening 2023 (na 2027 2022 wijz.)
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Programma's 1 Juiste zorg voor iedereen 2 Ruimte voor iedereen 3 Groeiende gemeente 4 Aantrekkelijke gemeente 5 Slagvaardige gemeente
-30.142 -10.083 -26.232 -13.802 -7.533
-30.057 -12.543 -20.731 -15.517 -6.170
-29.828 -14.265 -21.292 -17.110 -6.907
-28.811 -14.346 -29.220 -17.023 -6.892
-28.610 -14.879 -27.795 -17.228 -7.011
-28.590 -15.281 -23.637 -17.359 -6.980
6.159 2.752 25.471 8.942 4.068
6.340 3.330 14.865 9.186 617
5.896 2.935 16.762 10.016 754
5.896 2.966 25.248 10.091 754
6.114 2.877 23.352 10.166 754
6.106 2.493 20.462 10.235 754
-23.983 -7.330 -761 -4.860 -3.466
-23.716 -9.213 -5.866 -6.331 -5.553
-23.932 -11.330 -4.530 -7.094 -6.153
-22.915 -11.380 -3.972 -6.932 -6.138
-22.496 -12.002 -4.443 -7.062 -6.258
-22.483 -12.788 -3.175 -7.124 -6.226
Totaal van de programma's
-87.792
-85.017
-89.401
-96.291
-95.523
-91.847
47.392
34.338
36.363
44.955
43.263
40.051
-40.400
-50.679
-53.038
-51.336
-52.260
-51.797
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 6.1 Lokale heffingen 6.2 Algemene uitkering 6.3 Treasury, aandelen en dividend 6.4 Ov alg dekkingsmiddelen en onvoorzien 6.5 Overhead 6.6 Vennootschapsbelasting Totaal Alg. dekkingsmidd/onvoorzien
-421 0 -1.751 -144 -10.590 180 -12.727
-457 0 -1.868 -442 -12.063 -15 -14.846
-527 0 -2.764 -2.139 -10.910 -15 -16.355
-527 0 -2.836 -2.624 -10.919 -15 -16.922
-527 0 -2.937 -2.618 -10.764 -15 -16.861
-527 0 -2.930 -2.601 -10.736 -15 -16.809
9.374 55.550 2.073 62 223 0 67.281
9.038 56.316 2.440 0 0 0 67.795
9.038 60.948 3.126 0 0 0 73.112
9.038 60.638 3.300 0 0 0 72.977
9.038 55.765 3.423 0 0 0 68.227
9.038 55.025 3.220 0 0 0 67.283
8.952 55.550 322 -83 -10.367 180 54.554
8.581 56.316 572 -442 -12.063 -15 52.949
8.511 60.948 362 -2.139 -10.910 -15 56.757
8.511 60.638 464 -2.624 -10.919 -15 56.055
8.511 55.765 486 -2.618 -10.764 -15 51.366
8.511 55.025 290 -2.601 -10.736 -15 50.474
Totaal (vóór winstbestemming)
-100.519
-99.863
-105.756
-113.213
-112.384
-108.656
114.673
102.133
109.475
117.932
111.490
107.334
14.154
2.270
3.719
4.719
-894
-1.322
Mutaties in reserves: 1 Juiste zorg voor iedereen
stortingen
onttrekkingen
Saldo
2 Ruimte voor iedereen 3 Groeiende gemeente 4 Aantrekkelijke gemeente 5 Slagvaardige gemeente 6.2 Algemene uitkering 6.4 Ov alg dekkingsmiddelen en onvoorzien 6.5 Overhead 6.6 Vennootschapsbelasting Totaal mutaties in reserves
-825 -576 -7.729 -2.455 -19 0 0 0 0 -11.604
0 -14.187 -5.605 -1.650 0 0 0 0 0 -21.442
0 -2.898 -4.087 0 0 0 0 0 0 -6.985
0 -3.452 -6.094 0 0 0 0 0 0 -9.545
0 -25 -1.642 0 0 0 0 0 0 -1.667
0 -25 -4.337 0 0 0 0 0 0 -4.362
186 1.721 3.885 2.873 0 319 0 13 0 8.997
184 13.390 4.777 1.945 0 0 0 0 0 20.297
294 2.417 2.649 409 0 0 0 0 0 5.769
107 2.551 4.289 255 0 0 0 0 0 7.202
0 2.222 672 200 0 0 0 0 0 3.094
0 2.823 2.624 144 0 0 0 0 0 5.591
-639 1.145 -3.843 418 -19 319 0 13 0 -2.607
184 -797 -828 295 0 0 0 0 0 -1.146
294 -481 -1.438 409 0 0 0 0 0 -1.216
107 -901 -1.805 255 0 0 0 0 0 -2.343
0 2.197 -970 200 0 0 0 0 0 1.427
0 2.798 -1.713 144 0 0 0 0 0 1.229