Programmabegroting 2024 - 2027
Tekst van het document
Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Lasten
-144
-442
-2.114
-2.604
-2.602
-2.586
Baten
62 -25
-20
-15
-15
Bestaand beleid
Nieuw beleid Lasten Baten Saldo voor bestemming
-83
-442
-2.139
-2.624
-2.618
-2.601
-83
-442
-2.139
-2.624
-2.618
-2.601
Bestaand beleid Stortingen Onttrekkingen Nieuw beleid Stortingen Onttrekkingen Saldo na bestemming
Bedragen x € 1.000 Toelichting Voor een toelichting op het nieuw beleid en beleidskeuzes, inclusief financiële gevolgen, verwijzen we naar de betreffende onderdelen van de begroting. Hieronder worden de lasten 2024 specifiek toegelicht omdat vergelijken met 2023 geen informatieve waarde heeft. Stelpost prijspeil kosten derden (inclusief indexering subsidies) In deze begroting is een aparte structurele stelpost voor prijsontwikkeling opgenomen van circa € 1.279.000. Stelpost loonstijgingen In deze begroting is voor cao gemeenten 2024 en volgende jaren een structurele stelpost voor loonontwikkeling opgenomen van € 867.000. Deze stelpost is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de loonvoet sector overheid in 2024 (volgens Meicirculaire 2023) van +/+ 5,2%. Stelpost onderuitputting afschrijvingen In deze begroting wordt rekening gehouden met een stelpost voor de te verwachten lagere afschrijvingen op investeringen in 2024, omdat het achterblijven van het investeringsvolume hier aanleiding toe geeft. Stelpost onvoorzien Deze stelpost is met ingang van 2020 gesteld op € 1 per jaar. Stelpost garantiebanen De middelen die met ingang van 2024 structureel beschikbaar zijn voor garantiebanen zijn € 200.000. Stelpost kantoorkosten De structurele stelpost voor kantoorkosten bedraagt vanaf 2024 € 176.000 aflopend tot € 125.000 in 2027.
Overhead De definitie van overhead in het BBV is duidelijker gemaakt en moet het voor de vergelijkbaarheid afzonderlijk zichtbaar worden gemaakt. Overhead is “het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. De kosten van overhead bestaan uit kosten voor personeel, huisvesting, ICT en verbonden partijen die overheadtaken uitvoeren. In een apart hoofdstuk van de begroting en jaarrekening staan alle bedrijfskosten verzameld op het taakveld overhead. Het is niet mogelijk deze kosten direct toe te rekenen aan een programma.
38 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
De totale kosten voor overhead in de jaren 2024-2027 zijn begroot op: 2024 Totale overhead -11.505
2025
2026
2027
-11.514
-11.359
-11.331
Bedragen x € 1.000 Toelichting Investeringen, grondbedrijf en groot onderhoud Aan investeringen, het grondbedrijf en groot onderhoud dat ten laste komt van een voorziening (beheerplannen) is een deel van de overhead toegerekend. In dit hoofdstuk staan de kosten vermeld die worden toegerekend aan deze producten. De toerekening van overhead vindt plaats door overheadtoeslag op het aantal direct productieve uren dat aan de producten wordt besteed. De berekening is, de totale begrote kosten van overhead gedeeld door het aantal begrote productieve uren voor besteding van externe producten. Het tarief uit deze berekening is vermenigvuldigd met het aantal begrote uren voor de specifieke producten waarvoor toerekening nog mogelijk is. Hieruit komen bedragen die aan de producten zijn toegerekend. Het gaat hierbij om de volgende bedragen: Overhead toegerekend aan beheerplannen, investeringen en het grondbedrijf - Groot onderhoud ten laste van de voorziening
2024
2025
2026
2027
-287
-287
-287
-287
- Investeringen
-
-
-
-
- Grondbedrijf
-308
-308
-308
-308
Totaal Bedragen x € 1.000
-595
-595
-595
-595
Na aftrek van de overhead, die wordt toegerekend aan de hierboven genoemde producten, blijven onderstaande begrote bedragen over op het taakveld overhead. Dit is de overhead die in de betreffende jaren ten laste komt van de exploitatie van de algemene dienst.
Saldo overhead op taakveld overhead Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
-10.910
-10.919
-10.764
-10.736
Producten met een kostendekkende heffing De inkomsten uit de rioolheffing, afvalstoffenheffing en begraafrechten mogen de kosten die voor deze producten gemaakt worden maximaal voor honderd procent dekken. De kosten van overhead mogen bij de berekening van de kostendekkendheid meegenomen worden. Voor de berekening van overhead die wordt meegerekend als kosten van de genoemde producten gebruiken we dezelfde methodiek als eerder is beschreven voor investeringen, het grondbedrijf en groot onderhoud. Dit geeft de volgende kosten van overhead voor kostendekkende producten: Overheadkosten kostendekkende producten
2024
2025
2026
2027
- Rioolheffing
-359
-359
-359
-359
- Afvalstoffenheffing
-246
-246
-246
-246
- Begraafrechten
-96
-96
-96
-96
Totaal
-701
-701
-701
-701
Bedragen x € 1.000
Indicator
Jaar
Formatie Bezetting Apparaatskosten
2023 2023 2023
Externe inhuur
2023
Overhead
2023
Eenheid fte per 1.000 inwoners fte per 1.000 inwoners kosten per inwoner % van totale kosten personeel % van totale lasten
8,4 7,4 € 715
Trend meerjarig 8,3 7,4 2024: € 696
13,08%
2024: 8,14%
11%
2024: 9,7%
W'veen
39 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Verbonden Partijen Streekarchief Midden-Holland (SAMH) Het Streekarchief Midden-Holland is werkzaam als het historisch documentatiecentrum voor de aangesloten gemeenten. Het streekarchief verleent een complete dienst bij het opvragen van informatie voor inwoners en andere belangstellenden. De Programmabegroting 2024 - 2027 van Streekarchief Midden-Holland heeft een tweetal speerpunten: het duurzaam bewaren van de digitale overheidsinformatie en het e-depot vergroten met de digitale dienstverlening aan burger en deelnemende gemeentes. Financieel overzicht met toelichting Programma 6.5
Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Lasten
-10.590
-12.063
-10.877
-10.886
-10.764
-10.736
Baten
223 -34
-34
-12.063
-10.910
-10.919
-10.764
-10.736
-12.063
-10.910
-10.919
-10.764
-10.736
Bestaand beleid
Nieuw beleid Lasten Baten Saldo voor bestemming
-10.367
Bestaand beleid Stortingen Onttrekkingen
13
Nieuw beleid Stortingen Onttrekkingen Saldo na bestemming
-10.355
Bedragen x € 1.000 Toelichting Cao gemeenten De totale lasten overhead 2024 laten een sterke daling zien ten opzichte van 2023. Dit is geen reële vergelijking, omdat bij de 2e Burap 2023 de hogere salarislasten door de hogere Cao gemeenten 2023 zullen worden doorbelast naar de verschillende programma’s en nu in overhead staan. Formatie Het in de Kaderbrief 2024-2027 gepresenteerde nieuw beleid en formatiegroei Waddinxveen resulteert in een uitbreiding van de formatie in 2024 met 5 fte, waarvan 3 structureel.
Wet Vennootschapsbelasting (Vpb) Vanaf 1 januari 2016 is de Vennootschapsbelasting (Vpb) voor overheden ingevoerd. De Vpb-last wordt verwacht vanuit de grondbedrijfsfunctie. Financieel overzicht met toelichting Programma 6.6
Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
180
-15
-15
-15
-15
-15
180
-15
-15
-15
-15
-15
180
-15
-15
-15
-15
-15
Bestaand beleid Lasten Baten Nieuw beleid Lasten Baten Saldo voor bestemming Bestaand beleid Stortingen Onttrekkingen Nieuw beleid Lasten Baten Saldo na bestemming
Bedragen x € 1.000 Toelichting Op basis van de huidige berekeningen zal er naar verwachting in de jaren 2024-2027 nagenoeg geen vennootschapsbelasting worden betaald. 40 Overige algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Paragrafen
Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1.
Inleiding
In het Europees Handvest voor Lokale autonomie, waaraan ook Nederland zich heeft gebonden, is bepaald, dat lokale overheden ten minste voor een deel van hun inkomsten dienen te beschikken over een eigen belastinggebied. Dit belastinggebied wordt gevormd door heffingen die een belangrijk onderdeel vormen van de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente (onroerendezaakbelasting en toeristenbelasting) en heffingen die een belangrijk onderdeel vormen van de specifieke dekkingsmiddelen van de gemeente (afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges). De “Paragraaf lokale heffingen” bevat de beleidsvoornemens voor de lokale heffingen en een overzicht in hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen, een toelichting op de opbouw van heffingen die maximaal kostendekkend mogen zijn, een duiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
1.2.
Beleidskaders
In het kader van het beleid voor lokale heffingen zijn onder andere de volgende onderwerpen van belang: druk van de lokale belastingen en heffingen. kostendekkendheid. kwijtscheldingsbeleid.
1.3 .
Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen
In dit onderdeel wordt de ontwikkeling van de geraamde opbrengsten van de onroerendezaakbelastingen, de toeristenbelasting, de precariobelasting, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de begraafrechten nader toegelicht. Daarnaast wordt gekeken naar de kostendekkendheid van de heffingen en leges waarop dit van toepassing is, dit als gevolg van de vernieuwing van het BBV. Kostendekkendheid leges Vanaf 1 januari 2013 wordt gestreefd naar een kostendekkingsgraad van 99% per leges titel. Uit de tabellen bij onderdeel 1.3.4. blijkt dat dit uitgangspunt in deze begroting niet volledig wordt gerealiseerd. Dit heeft onder andere te maken met de tarieven van persoonsdocumenten, deze tarieven worden vastgesteld door het Rijk. Toerekening kosten straatreiniging In 2020 is het Gemeentelijk Riolerings Plan geactualiseerd (dit heet hierna Gemeentelijk Waterplan (GWP)). Naar aanleiding van dit plan is de toerekening van kosten straatreiniging geactualiseerd. Van straatvegen wordt 50% naar riolering en 50% naar de afval doorbelast. De kosten voor verzorgend onderhoud wegen wordt gelijkmatig verdeeld tussen riolering, afval, wegen en groen.
1.3.1. Precariobelasting Precariobelasting op ondergrondse kabels en leidingen De precariobelasting op ondergrondse kabels en leidingen van nutsbedrijven is per 1 juli 2017 afgeschaft. Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hadden vastgesteld voor de precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022, zodat gemeenten in deze periode de effecten van de inkomstenderving kunnen opvangen. De gemeente Waddinxveen voldoet hieraan. Onder de overgangsregeling van 5 jaar kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016, de datum waarop het wetsvoorstel voor afschaffing van de precariobelasting is aangekondigd. De gemeente Waddinxveen heft deze precariobelasting in volledige vorm tot en met het begrotingsjaar 2021. Vanaf 2022 valt in de periode 2022-2026 de reservering cumulatief vrij dalend met 10%. In 2024 valt 30% vrij aflopend naar 10% in 2026.
41 Lokale heffingen
1.3.2. Onroerendezaakbelastingen en toeristenbelasting Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de opbrengsten onroerendezaakbelastingen: 2023
2024
2025
2026
2027
Woningen eigenaren
4.328
4.328
4.328
4.328
4.328
Niet-woningen gebruikers
1.948
1.948
1.948
1.948
1.948
Niet-woningen eigenaren
2.729
2.729
2.729
2.729
2.729
Totaal Bedragen x € 1.000
9.005
9.005
9.005
9.005
9.005
De Waddinxveense ondernemersverenigingen werken mee aan het ondernemersfonds met ingang van het begrotingsjaar 2023 is er een extra opslag op de OZB niet woningen opgenomen. De opslag bedraagt € 30 per € 100.000 WOZ-waarde. De opbrengsten Onroerendezaakbelastingen en de gevolgen voor de algemene uitkering wijzigen in 2024 niet ten opzichte van 2023. De actualisatie van 2023 en de gevolgen voor 2024 en verder zullen worden meegenomen in de 2e Burap 2023. Het tarief voor de toeristenbelasting in Waddinxveen bedraagt met ingang van 2024 € 1 per persoon per overnachting. We blijven daarmee onder het landelijk gemiddelde van € 3,07 en hebben in de regio het laagste tarief. De bovenstaande ramingen zijn gebaseerd op een statische begroting. Dit betekent dat hierin voor de jaren 2024 tot en met 2027 nog geen rekening is gehouden met opbrengsten uit areaaluitbreidingen.
1.3.3. Heffingen die onderdeel vormen van de specifieke dekkingsmiddelen De gemeente Waddinxveen heeft als uitgangspunt dat de tarieven voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en begraafrechten 100% kostendekkend dienen te zijn. Indien deze tarieven al 100% kostendekkend zijn, worden de tarieven niet automatisch gecorrigeerd voor inflatie. Dit is op grond van de Gemeentewet niet toegestaan. De tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn inclusief compensabele BTW op de kosten van derden. Om schoksgewijze tariefsaanpassing over de jaren te voorkomen zijn voor de heffingen die onderdeel uitmaken van de specifieke dekkingsmiddelen egalisatievoorzieningen in het leven geroepen. Overhead wordt door de vernieuwing van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) met ingang van 2017 niet meer doorbelast naar externe producten, maar mag voor de heffingen nog wel extracomptabel als last worden meegerekend bij de berekening van de kostendekkendheid.
1.3.3.1 Afvalstoffenheffing We monitoren de effecten van de ingezette activiteiten. En sturen bij, om de afname van de hoeveelheid afval en de overlast van afvaldumpingen te maximaliseren. We starten samen met andere aandeelhoudende gemeenten een demontagehal. Om nog meer waardevolle grondstoffen uit grof huishoudelijk afval te halen. We beheren het nieuwe contract dat is afgesloten met Cyclus NV. Het nieuwe contract is de basis voor de Dienstverleningsovereenkomst 2024. De kosten van het DVO stijgen ten opzichte van 2023 met € 140.000. Dit wordt veroorzaakt door marktwerking, gevolgen van de wijziging van de cao van medewerkers Cyclus NV. En Cyclus zal overgaan op een milieuvriendelijke brandstof voor brandstof aangedreven voertuigen. De extra kosten worden gedekt uit de egalisatiereserve en een stijging van het vaste en variabele tarief van de afvalstoffenheffing. De definitieve hoogte van de afvalstoffenheffing wordt in december vastgesteld. Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrote opbrengsten: 2023
2024
2025
2026
2027
Afvalstoffenheffing
4.715
5.341
5.341
5.341
5.341
Totaal Bedragen x € 1.000
4.715
5.341
5.341
5.341
5.341
42 Lokale heffingen
De berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing ziet er voor 2024 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing Kosten afvalverwerking inclusief omslagrente
-4.792
Inkomsten afvalverwerking exclusief heffingen
380
Netto kosten afvalverwerking
-4.412
Toe te rekenen kosten afvalverwerking: Overhead
-176
BTW
-832
Totale kosten afvalverwerking
-5.420
Opbrengst afvalstoffenheffing
5.341
Onttrekking aan de egalisatievoorziening tarieven afvalstoffenheffing
79
Totale opbrengst afvalverwerking
5.420
Dekkingspercentage Bedragen x € 1.000
100%
Het verwachte verloop van de egalisatievoorziening is als volgt begroot: Verwachte stand Egalisatievoorziening
2023
2024
2025
2026
2027
504
425
346
267
188
afvalstoffenheffing per 31-12 Bedragen x € 1.000
1.3.3.2 Rioolheffing In 2020 is het Gemeentelijk waterplan 2021-2025 door de raad vastgesteld. Hierin wordt ook een inzicht gegeven in de ontwikkeling van het tarief. Het volgende overzicht geeft inzicht in de
2023
2024
2025
2026
2027
Rioolheffing
3.180
3.275
3.275
3.275
3.275
Totaal Bedragen x € 1.000
3.180
3.275
3.275
3.275
3.275
ontwikkeling van de begrote opbrengsten:
43 Lokale heffingen
De berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing ziet er voor 2024 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing Kosten rioleringstaak inclusief omslagrente
-2.836
Inkomsten rioleringstaak exclusief heffingen
2
Netto kosten rioleringstaak
-2.833
Toe te rekenen kosten rioleringstaak: Overhead
-346
BTW
-390
Totale kosten rioleringstaak
-3.569
Rioolheffing
3.275
Onttrekking aan de egalisatievoorziening tarieven rioolrechten
294
Totale opbrengst rioolheffing
3.569
Dekkingspercentage
100%
Bedragen x € 1.000
Verwachte stand Egalisatievoorziening
2023
2024
2025
2026
2027
1.876
1.583
1.546
1.102
582
tarieven rioolrechten per 31-12 Bedragen x € 1.000
1.3.3.3 Begraafrechten In januari 2022 is het beheerplan begraafplaatsen 2022-2026 vastgesteld. De opbrengsten/tarieven van de begraafrechten worden in 2024 gehandhaafd op het niveau van 2023. Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrote opbrengsten: 2023
2024
2025
2026
2027
Begraafrechten
366
373
381
381
381
Totaal Bedragen x € 1.000
366
373
381
381
381
De berekening van de kostendekkendheid van de begraafrechten ziet er voor 2024 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de begraafrechten Kosten begraafplaats inclusief omslagrente
-332
Inkomsten begraafplaats exclusief heffingen
-
Netto kosten begraafplaats
-332
Toe te rekenen kosten begraafplaats: Overhead
-96
Totale kosten begraafplaats
-427
Begraafrechten
373
44 Lokale heffingen
Berekening van kostendekkendheid van de begraafrechten Onttrekking aan de egalisatievoorziening begraafplaatsen
54
Totale opbrengst begraafplaats
427
Dekkingspercentage
100%
Bedragen x € 1.000 Het verloop van de egalisatievoorziening ziet er als volgt uit: Verwachte
stand
Egalisatievoorziening
2023
2024
2025
2026
2027
295
242
196
150
110
begraafplaatsen per 31-12 Bedragen x € 1.000
1.3.4. Leges De begrote kostendekkendheid van de leges is als volgt: Kostendekkendheid van leges Titel I Hoofdstuk
Lasten
Baten
Kostendekking %
Huwelijk
-46.342
41.981
90,59%
Persoonsdocumenten
-445.344
406.419
91,26%
Verstrekkingen en Nasporingen
-22.394
16.831
75,16%
-0
0
0,00%
Handel en (APV-)vergunningen
-4.082
2.232
54,67%
Telecommunicatie
-33.335
42.202
126,60%
Verkeer en vervoer
-15.674
3.304
21,08%
Rioolaansluiting
- 1.920
2.448
127,50%
-569.091
515.417
90,57%
Lasten
Baten
Kostendekking %
Bouwvergunningen
-772.030
772.030
100,00%
Totaal
-772.030
772.030
100,00%
Hoofdstuk
Lasten
Baten
Kostendekking %
Horeca
-2.258
2.316
102,57%
Organiseren evenementen of markten
-7.779
5.484
70,50%
-
-
-
-10.037
7.800
77,71%
Huisvesting
Totaal
Kostendekkendheid van leges Titel II Hoofdstuk
Kostendekkendheid van leges Titel III
Brandbeveiligingsverordening Totaal
45 Lokale heffingen
1.4. Kwijtscheldingsbeleid Bij de beoordeling van een verzoek tot kwijtschelding is de betalingscapaciteit bepalend. Onder betalingscapaciteit wordt verstaan het positieve verschil tussen het netto-besteedbare inkomen en de door het Rijk genormeerde kosten van bestaan. Het netto-besteedbare inkomen is het inkomen dat resteert na de betaling van de huur (na aftrek van huurtoeslag) en de premie voor de ziektekostenverzekering. De genormeerde kosten van bestaan bedragen, aldus het rijk, 90% van de bijstandsuitkering. Het staat de gemeente echter vrij dit percentage te verhogen tot 100%, waarbij ervan uitgegaan wordt, dat van een bijstandsuitkering geen gemeentelijke belastingen betaald kunnen worden. In Waddinxveen is dit, net als in het overgrote deel van de andere gemeenten in Nederland, dan ook gebeurd. Indien bij de beoordeling van een kwijtscheldingsverzoek blijkt dat belastingplichtige niet beschikt over betalingscapaciteit, wordt kwijtschelding verleend. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor afvalstoffenheffing. Voor kwijtscheldingen hebben we in deze begroting een structureel bedrag van € 150.000 opgenomen.
1.5. Lokale lastendruk We streven naar de laagste woonlasten in de regio Midden-Holland. We verhogen de opbrengsten onroerendezaakbelastingen woningen en niet woningen (excl. areaaluitbreiding) voor het jaar 2024 niet. De opbrengsten rioolheffing zijn voor 2024 en volgende jaren reeds gebaseerd op het Gemeentelijk waterplan 2021 2025. Dit is ook van toepassing op de opbrengsten begraafrechten die voor 2024 en volgende jaren gebaseerd zijn op het Beheerplan Begraafplaats Thijmhof 2022 - 2026. De opbrengsten afvalstoffenheffing 2024 worden ten opzichte van 2023 verhoogd met het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. Voornaamste oorzaak is de inzet op het hergebruik van restafval door de transitie circulaire economie uit de duurzaamheidskoers, zoals opgenomen onder het nieuw beleid 2023 – 2026. Onderstaande tabellen geven inzicht in de belastingdruk in 2023 in de gemeente Waddinxveen ten opzichte van omliggende gemeenten in de regio. Gemeente
Waddinxveen Bodegraven - Reeuwijk Gouda Zuidplas Krimpenerwaard Gemiddelde
Gemiddelde WOZTarief OZB waarde woningen eigenaren
319.000 381.000 276.000 347.000 331.000 330.800
Totale belastingdruk bij regiogemeenten in 2023: Gemeentelijke Gemeente woonlasten meerpersoons
Tarief afvalstoffenheffing
Tarief rioolheffing
0,0892% 0,1260% 0,0841% 0,1022% 0,0858% 0,0975%
368 354 373 322 269 337
209 337 477 197 269 298
WOZ-waarde 275.000
WOZ-waarde 300.000
WOZ-waarde 325.000
Waddinxveen 963 834 857 Bodegraven - Reeuwijk 1.306 1.101 1.133 Gouda 1.175 1.094 1.115 Zuidplas 1.006 811 837 Krimpenerwaard 925 795 817 Gemiddelde 1.075 927 952 Bron: Coelo Atlas van de lokale lasten 2023, Waarderingskamer en Waarstaatjegemeente.nl.
879 1.164 1.136 862 838 976
46 Lokale heffingen
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het beleid voor het risicomanagement is vastgesteld op 5 juli 2017. In het beleidskader zijn de volgende doelen opgenomen: 1. Kaderstelling raad en formuleren van beleidsuitgangspunten: De raad is verantwoordelijk voor een sluitende begroting. De raad heeft een kaderstellende, budgetterende en controlerende taken. Vanuit deze rollen geeft de raad de kaders met betrekking tot het weerstandsvermogen en het risicomanagement aan en stelt de raad hiervoor het beleid vast waarbinnen de gemeente Waddinxveen dient te opereren. 2. Voldoen aan wet- en regelgeving: Beleid over weerstandsvermogen en risicomanagement wordt via wet- en regelgeving (BBV, Gemeentewet en Financiële verordening) verplicht gesteld. Door het vaststellen van deze nota en een actualisatie hiervan voldoet de gemeente Waddinxveen aan wet- en regelgeving 3. Verhogen van het risicobewustzijn: Risico’s meer inzetten als tool voor bestuur en management met als doel het verhogen van het risicobewustzijn. 4. Borgen van aandacht voor het managen van risico’s door het nemen van beheersmaatregelen: Het signaleren van de risico´s is de eerste stap. Maar vervolgens moeten de maatregelen worden benoemd die genomen worden om de risico´s zo veel mogelijk te beheersen. Op deze manier wordt er proactief met risico’s omgegaan, in plaats van reactief.
Meer terugkijken en leren van het effect van de beheersmaatregelen. 5. Zorgen voor beter bestuur en voor vertrouwen in bestuur: Een goed risicomanagement zorgt ervoor dat de burgers vertrouwen hebben in de gemeente en haar bestuurders, want zij hechten belang aan een goedwerkende gemeente. Wij achten het wenslijk om de risico’s die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar temaken. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarbij beoordeelt de gemeente het weerstandsvermogen van onze organisatie. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente mogelijke risico’s op kan vangen zonder dat de continuïteit van beleid of bedrijfsvoering in gevaar komt. Risicomanagement is het samenspel van activiteiten om de nadelige gevolgen van risico’s zoveel mogelijk binnen de grenzen te houden. Het is een dynamisch proces. De raad bepaalt de grenzen en de spelregels. Deze liggen vast in het beleidskader. Gedurende het jaar worden de risico’s en beheersmaatregelen geactualiseerd. Hierover wordt gerapporteerd in de jaarstukken en in de programmabegroting. In het proces van risicobeheersing worden steeds de volgende stappen doorlopen: identificeren, analyseren, beoordelen, maatregelen ontwerpen en implementeren en als laatste evalueren en rapporteren.
Volgens het beleid zijn de risico’s van het grondbedrijf niet in deze paragraaf opgenomen wegens de geheel eigen methodiek. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 7 Grondbeleid. Wel is het weerstandsvermogen van het grondbedrijf gecorrigeerd op de beschikbare weerstandscapaciteit van de algemene dienst, zodat het beschikbare weerstandsvermogen, opgenomen in deze paragraaf, een totaalbeeld geeft. Deze paragraaf is als volgt opgebouwd. Allereerst rapporteren we over de risico-inventarisatie. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Daarnaast hebben we de beschikbare weerstandscapaciteit in kaart gebracht. Op basis van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit wordt het weerstandsvermogen berekend. Tenslotte worden de kengetallen over de financiële positie van de gemeente weergegeven.
Risico-inventarisatie Het risicoprofiel omvat 47 risico’s. Vanuit het risicomanagement systeem zijn alle risico’s geactualiseerd. Hieronder staan de financiële risico´s met een gewogen risico vanaf € 100.000. Daarbij hebben we ook – conform de nota – de beheersmaatregel weergegeven. De berekeningswijze is conform de spelregels in het beleidskader. Hieruit komt de volgende top 4 naar voren. Deze golden ook al bij de vorige risico-inventarisatie. Het ‘gewogen risicobedrag’ geeft de vermenigvuldiging van kans en financieel gevolg weer. Dit is het bedrag waar in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit rekening mee wordt gehouden.
47 Weerstandvermogen en risicobeheersing
Positie
Risico
Kans (in %)
Financieel gevolg (in €)
Gewogen risicobedrag
Programma risico
1
Tegenvallende lasten voor het sociale domein
20%
3.935.000
786.900
Participatie in samenhang
Beheersmaatregelen Een behoudende raming in de begroting dekt een deel van de risico’s al af. Bestuurlijke invloed verbonden partijen Heldere contractafspraken met uitvoerders Interne beheer op uitgaven sociale domein Zo nodig beleidskader en/of regelingen aanpassen 2
Deelneming van € 4.900.000 via Commandiet Triangel B.V. in C.V. Triangel.
10%
4.900.000
490.000
Algemeen (Treasury)
Beheersmaatregel: Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer BV. Resultaten worden vanuit gemeente nauwlettend gevolgd. 3
Mogelijk beroep op gemeentegarantie bij de ingebrekestelling terugbetaling € 15 miljoen kredietfaciliteit door C.V. Triangel aan BNG.
4%
8.000.000
320.000
Algemeen (Treasury)
280.000
Algemene (Treasury)
Beheersmaatregel: 50% contragarantie BPD. Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer BV. Resultaten vanuit gemeente nauwlettend gevolgd. 4
Stijgende kosten door aanhoudende werkzaamheden betreffende WKB en geen dekkingsmogelijkheden vanwege lagere legesinkomsten.
70%
400.000
Beheersmaatregel: Blijven volgen van de implementatie van de wet en de gevolgen die eruit komen. Deze resultaten worden vanuit de gemeente nauwlettend gevolgd. De implementatie van de nieuwe omgevingswet is verschoven naar 1-1-2024. In de loop van 2024 zal meer duidelijkheid hieromtrent komen. De gemeente Waddinxveen heeft een buffer in de vorm van een egalisatievoorziening om dit soort tegenslagen op te vangen. 5
Schending van de AVG; zoals Data-lekken, een onjuiste grondslag, onzorgvuldigheden of het niet naleven van het recht van betrokkene.
30%
500.000
150.000
Algemeen (Treasury)
Beheersmaatregel: Privacy beleidskader en verwerkingsregister opgesteld. Er zijn verwerkersovereenkomsten afgesloten. Protocollen opgesteld voor bijvoorbeeld een data-lek. Cyberverzekering afgesloten. De tabel hierboven biedt, in lijn met het vastgestelde beleidskader rondom risicomanagement, inzicht in de top 5 risico’s, die gezamenlijk voor driekwart het gewogen risico van alle risico’s totaal bepalen. Er is een aantal onderwerpen waarvoor (nog) geen financieel gevolg bij de risico-inventarisatie is meegenomen, maar die wel van belang zijn om als risico te herkennen. Dit neemt niet weg dat er geen aandacht is voor de overige risico’s. De belangrijkste daarvan hebben betrekking op: 1.
In de Paragraaf verbonden partijen worden ook de risico’s voor de verbonden partijen weergegeven. Het risico is algemeen geformuleerd voor meerdere verbonden partijen omdat geen invloed uitgeoefend kan
48 Weerstandvermogen en risicobeheersing
worden op de handelingen of besluiten van partners. Deze analyse leidt niet tot de opneming van gewogen risico-bedragen van meer dan € 100.000 in de risico-inventarisatie. 2. In het koersdocument Duurzaam Waddinxveen staat dat Waddinxveen uiterlijk in 2050 een circulaire en groene gemeente met schone energie wordt. Daarbij blijven we gelijktijdig doorwerken aan het behoud en versterken van een goede sociale basis. In 2030 zijn we op de helft van deze opgave en transitie. Een risico is dat er een tekort aan draagvlak of financiële middelen is om genoeg opwekking in onze gemeente te realiseren. Uit de voortgangsrapportage van juni 2023 bleek dat de regio momenteel niet op schema ligt. Het gebrek aan draagvlak of het niet rendabel worden van een business case kan ertoe leiden dat er niet genoeg energie opgewekt wordt in 2030 en 2050. Echter, als dit niet snel genoeg gaat om de ambitie van de gemeente te realiseren zal de gemeente zelf capaciteit en/of financiële middelen moeten inzetten om (samen met de initiatiefnemer) deze ambitie te halen. Doordat de duurzaamheidsvisie nog in de kinderschoenen staat is het moeilijk om te bepalen welk omvang deze kosten kunnen bedragen. 3. Gehanteerde index is onvoldoende om de stijging van prijzen op te vangen.
Het gevolg hiervan is dat er overschrijdingen binnen de begroting van Waddinxveen kan optreden en/of zal ingeboet worden op een (lager) kwaliteitniveau door de noodzaak tot bijsturing. Dit kan de imago van diverse projectgebieden schaden en daarmee ook de imago van de gemeente. 4. Schommelingen in accres en ontwikkeling maatstaven zorgen voor lagere Algemene uitkering. Deze lagere inkomsten leiden tot tegenvallers in de begroting. Om structureel tegenvallende inkomsten op te vangen moet de gemeente bezuinigen of inkomsten verhogen. 5. Onvoldoende toekenning Rijksgelden voor uitvoering gemeentebrede aanpak energiebesparing. Wat de financiële gevolgen hiervan zullen zijn, is nog niet met zekerheid te bepalen. Als gemeente kunnen we plannen indienen bij het Rijk voor een lokale, meerjarige aanpak waarin staat hoe we de koopwoningen met slechte energie labels gaan isoleren, aansluitend bij de Transitievisie Warmte en bewonersinitiatieven. Voor deze aanpak is in 2023 € 39 miljoen gereserveerd en in 2024 € 42 miljoen. De Rijksbijdrage van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) zorgt voor een grote dekkingsbijdrage aan het financieel kader van het Uitvoeringsprogramma 2022-2026. Deze Rijksbijdrage is van belang om de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma 2022-2026 te kunnen realiseren. Tegelijkertijd is de Rijksbijdrage bij lange na niet voldoende om de totale opgave te realiseren.
6. De kosten voor vluchtelingenopvang zijn hoger dan de compensatie vanuit de rijksoverheid. Er ontstaat een nadeel door hogere uitgaven aan opvang dan inkomsten uit compensatie. Maatregelen om dit effect in te dammen kan door een beter budgetbeheer op dit onderdeel ín te zetten en projectcontrol te versterken. 7. Schade aan riolering en wegen als gevolg van klimaatverandering tot maximaal € 145 miljoen euro in 2050. Doordat de duurzaamheidvisie nog in de kinderschoenen staat is het moeilijk om te bepalen welk omvang deze jaarlijkse kosten kunnen bedragen. 8. Het ontbreekt in de gemeente Waddinxveen aan structurele middelen (capaciteit, budget) om de (tussentijdse) doelstelling(en) uit de Klimaatwet te behalen om Waddinxveense woningen en gebouwen aardgasvrij te hebben in 2050. De mogelijke Rijksbijdrage is meer inzichtelijk, maar is nog niet definitief volledig beschikbaar gesteld. Het impliceert het risico dat we geen financiele dekking hebben voor meerjarige aardgasvrij projecten of de middelen hebben om nieuwe buurten te starten waar dat wel nodig is om de doelen van 2050 te realiseren. Voorts is wetgeving op dit thema in nog sterke ontwikkeling en dynamisch (denk aan Warmtewet, de wet WIGW). Dit alles brengt tot nu toe globale inzichtelijke kosten met zich mee waarvan de dekking nog niet volledig is. 9.
Eind 2029 is niet voldoende restwarmte gecontracteerd met Gasunie in gemeenten van de WSO (inclusief Waddinxveen). Gasunie doet in 2030 aanspraak op (een deel van) de garantstelling van 60.000 euro. 10. Vertraging in Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Vastgoed. Hierbij wordt gedacht aan latere sloop of verkoop, waardoor lasten langer doorlopen. Het gaat om onderhoudslasten, leegstandsbeheer en belastingen. Deze analyse leidt niet tot de opneming van gewogen risico-bedragen van meer dan € 100.000 in de risico-inventarisatie
Benodigde weerstandscapaciteit Financieel gevolg De ontwikkeling van het aantal risico’s en het totaal aan maximaal financieel gevolg is als volgt. (bedragen x € 1.000)
Aantal geïnventariseerde risico’s Maximaal financieel gevolg alle risico’s
Begroting 2023-2026
Jaarrekening 2022
Begroting 2024-2027
48
48
47
20.635
20.617
21.131
Risicosimulatie
49 Weerstandvermogen en risicobeheersing
Natuurlijk zullen de risico´s zich niet allemaal tegelijk voordoen. Van alle risico´s is de kans bepaald dat het risico zich zal voordoen. Volgens een statistische berekening kan vervolgens bepaald worden welk bedrag nodig is om de risico´s af te dekken. Met een zekerheid van 90% kunnen de risico's worden afgedekt met een bedrag van € 3.808.000 (benodigde weerstandscapaciteit). Dit was bij inventarisatie van de vorige begroting € 3.830.000. (bedragen x € 1.000)
Begroting 2023-2026
Jaarrekening 2022
3.830
3.863
Benodigde weerstandscapaciteit
Begroting 2024-2027 3.808
Beschikbare weerstandscapaciteit Incidentele en structurele weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit kan worden onderscheiden in incidentele weerstandscapaciteit (vermogen om eenmalige financiële gevolgen van risico’s op te vangen) en structurele weerstandscapaciteit (vermogen om structureel de financiële gevolgen van risico’s op te vangen). We gebruiken in eerste instantie de incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Indien zich gedurende een jaar structurele tegenvallers voordoen, zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan worden deze eerst incidenteel afgedekt vanuit de incidentele weerstandscapaciteit. Vervolgens wordt hiervoor bij de samenstelling van de eerstvolgende begroting structurele dekking gezocht binnen de structurele begrotingsruimte. Indien dit niet lukt dan kan de structurele weerstandscapaciteit ingezet worden als dekkingsmiddel. Incidentele weerstandscapaciteit De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan incidentele middelen van de algemene dienst vermeerderd met het saldo in de incidentele weerstandscapaciteit van het grondbedrijf. Dit wordt hieronder weergegeven. Met ingang van de 1 e Burap 2020 wordt er bij de bepaling van de hoogte van de algemene bedrijfsreserve rekening gehouden met toekomstige beslagen tot en met het einde van de begrotingsperiode.
De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is als volgt: Elementen incidentele weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000)
Vrije algemene bedrijfsreserve algemene dienst
Begroting 2023-2026
Jaarrekening 2022
Begroting 2024-2027
19.742
21.810
17.397
Algemene bedrijfsreserve Zwembad
-
-
-
Post onvoorzien (met ingang van 2020 € 1)
-
-
-
10
10
10
Totale incidentele weerstandscapaciteit algemene dienst
19.752
21.800
17.407
Saldo weerstandscapaciteit Grondbedrijf, zie Par. 7 Grondbeleid
507
-1.087
-2.367
20.259
20.733
15.040
Stille reserve
Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit
In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is opgenomen dat ook stille reserves in de beschikbare weerstandscapaciteit wordt meegenomen. De mogelijke stille reserves zijn onderzocht. De stille reserves betreffen het positieve verschil tussen de directe verkoopwaarde (actuele waarde) en de boekwaarde (waardering). Het kan hierbij gaan om materiële bezittingen en/of financiële bezittingen (deelnemingen). Van een stille reserve in materiële bezittingen kan pas worden uitgegaan als de bijbehorende activa niet duurzaam aan de bedrijfsuitoefening zijn verbonden en dat de activa vrij verhandelbaar zijn. Voor de gemeente doet dat zich alleen voor bij onroerende zaken die in eigendom zijn van de gemeente en niet meer benodigd zijn voor de bedrijfsuitoefening. De stille reserves zijn geactualiseerd met de jaarrekening 2022. Er is 1 kleine stille reserve. Een aantal gebouwen is in het kader van het IHP niet meer voor onderwijs in gebruik en toegevoegd aan de voorraad ‘(strategisch) vastgoed’. Mogelijk zijn hier stille reserves. Maar gezien de hoge mate van onzekerheid van toekomstig gebruik en bijbehorende waarde, zijn deze niet in de weerstandscapaciteit opgenomen. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit van onze gemeente wordt toegelicht in de paragraaf Kengetallen.
50 Weerstandvermogen en risicobeheersing
Benodigde versus beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, wordt een relatie gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening maakt het mogelijk om een ratio voor het weerstandsvermogen te bepalen. Om de ratio van het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van normen die ontwikkeld zijn in samenwerking met de Universiteit Twente en bij meerdere gemeenten worden toegepast. ratio
>2.0
Betekenis
1.4-2.0
uitstekend
1.0-1.4
ruim voldoende
0.8-1.0
Voldoende
0.6-0.8
matig
<0.6
onvoldoende
ruim onvoldoende
Begroting 2023-2026
Jaarrekening 2022
Begroting 2024-2027
Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit
20.259
20.733
15.040
Benodigde weerstandscapaciteit
3.830
3.863
3.808
(bedragen x € 1.000)
Ratio weerstandsvermogen Ratio betekenis
5,3
5,4
3,9
uitstekend
Uitstekend
uitstekend
Kengetallen financiële positie De kengetallen moeten worden opgenomen in deze paragraaf om de raad in onderlinge samenhang eenvoudig inzicht te verschaffen in de financiële positie van de gemeente en daarmee een bijdrage te leveren aan de (verdere) invulling van de kaderstellende en controlerende rollen van de raad. Ze moeten inzichtelijker maken over hoeveel (financiële) ruimte een gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Door de Provincie Zuid-Holland zijn normen gedefinieerd, die in het vervolg als referentie worden gebruikt. De kleuren van de verschillende ratio’s per kengetal zijn groen, oranje (volgens website geel) en rood (volgens website oranje). Bij de toelichting op de kengetallen worden de ratio’s per kengetal verklaard. Het verloop van de kengetallen kan als volgt worden samengevat: Begroting 2023
JR 2022
B 2024
B 2025
B 2026
B 2027
Netto schuldquote
101%
46%
85%
73%
88%
91%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
100%
45%
85%
72%
88%
91%
Solvabiliteitsratio
35%
46%
40%
39%
41%
42%
Grondexploitatieratio
19%
11%
8%
1%
-10%
-15%
Structurele exploitatieruimte
6,0%
0,7%
5,3%
4,7%
0,7%
0,2%
Belastingcapaciteit
103%
108%
102%
102%
102%
102%
Kengetallen
Toelichting: Netto schuldquote Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de schuld. Daarmee kan een oordeel worden gevormd over de mate waarin de baten, exclusief reservemutaties, van de gemeente toereikend zijn om de schuldverplichtingen te voldoen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het percentage komt tot stand door de aangetrokken gelden minus de uitgezette gelden te delen door de jaarinkomsten. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 90% groen, bij 90% - 130% oranje (volgens website geel) en bij > 130% rood (volgens website oranje). De schuldquote is de verhouding tussen schulden en het totaal van de baten. De netto schuldquote was in 2022 sterk verbeterd, maar vanaf 2024 verslechterd de schuldquote aanzienlijk door het aantrekken van leningen in samenhang met Bijlage 3 – Meerjareninvesteringsprogramma 2024 - 2027, gecombineerd met lagere baten door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf. De rentelasten voor de aan te trekken langlopende geldleningen zijn onderdeel van de exploitatie saldi 2024 – 2027 in deze begroting. Zie hiervoor ook Paragraaf 4 - Financiering.
51 Weerstandvermogen en risicobeheersing
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Bij dit kengetal worden de doorgeleende gelden van de financiële activa gecorrigeerd op de netto schuldquote. Verder is de toelichting op de netto schuldquote van toepassing, inclusief referentiewaarden. Solvabiliteitsratio Kengetal dat weergeeft in hoeverre het totaal van de activa is gefinancierd vanuit het eigen vermogen. De ratio wordt berekend door het Eigen Vermogen (de reserves) te delen door het balanstotaal. Volgens de website “staatvan.zuid-holland.nl” is de kleur bij een ratio van > 50% groen, bij 20% - 50% oranje (volgens website geel) en bij < 20% rood (volgens website oranje). De oplopende Netto schuldqoute heeft door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf nauwelijks invloed op het balanstotaal. Omdat ook het eigen Vermogen redelijk gelijk blijft, is de solvabiliteit de komende jaren vrij stabiel. Grondexploitatieratio Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de voorraad bouwgrond en de stand van het onderhanden werk bouwgrondexploitatie. De balanswaarde hiervan minus de voorzieningen voor negatieve grondexploitaties wordt gedeeld door de jaarinkomsten om tot deze ratio te komen. De hoogte van dit kengetal geeft aan wat het terugverdienrisico is op de grondexploitaties ten opzichte van de totale inkomsten van de gemeente.
Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 20% groen, bij 20% - 35% oranje (volgens website geel) en bij > 35% rood (volgens website oranje). Volgens de eerdergenoemde website is de bandbreedte van deze ratio bij de diverse gemeenten groot. Of een gemeente een beheers- of een ontwikkelgemeente is heeft een grote invloed op deze ratio. De ratio daalt omdat de boekwaarde van de grondexploitaties zich ontwikkelt van negatief naar positief door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf. Een positieve boekwaarde geeft aan dat het cumulatief saldo baten hoger is dan het saldo lasten. Dit geeft in 2027 een ratio van -/- 15%. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting/jaarrekening is, afgezet tegen de inkomsten. Dit kengetal brengt de structurele weerstandscapaciteit of robuustheid van de meerjarenbegroting tot uitdrukking. De structurele exploitatieruimte heeft een positieve invloed op de solvabiliteit als hiermee het eigen vermogen wordt versterkt. Volgens de website ‘staatvan.zuidholland.nl’ is de kleur bij een ratio van > 0% groen, 0% oranje (volgens website geel) en bij < 0% rood (volgens website oranje). De score blijft positief, al daalt de structurele exploitatieruimte in 2026 aanzienlijk.
Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk (jaar t) in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde (jaar t-1). Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 95% groen, bij 95% - 105% oranje (volgens website geel) en bij > 105% rood (volgens website oranje). De tarieven zijn bij de gemeente Waddinxveen hoger dan gemiddeld in Nederland. Financiële kengetallen begroting 2023 – 2026 in samenhang De gemeente Waddinxveen is een ontwikkelgemeente. Wel lopen de activiteiten van het grondbedrijf terug. Dit wordt zichtbaar in de ontwikkeling van de Grondexploitatieratio. De gemeente Waddinxveen is ook een investerende gemeente. Dit is te zien in Bijlage 3 – Meerjareninvesteringsprogramma 2023– 2026 in deze begroting. Deze investeringen worden gedeeltelijk gefinancierd door het aantrekken van langlopende geldleningen, hetgeen invloed heeft op de negatieve ontwikkeling van de Netto schuldquote. Dit is gelukkig van beperkte invloed op de verhouding tussen het Eigen Vermogen en het Vreemd Vermogen waardoor de Solvabiliteitsratio redelijk stabiel blijft. De rentelasten voor de aan te trekken langlopende geldleningen zijn als lasten opgenomen in de Structurele Exploitatieruimte, die aflopend positief is.
De Structurele Exploitatieruimte heeft ook een positieve invloed op het Eigen Vermogen als onderdeel van de eerder genoemde Solvabiliteitsratio. Bij de ratio Belastingscapaciteit wordt in de Paragraaf 1 - Lokale heffingen de lokale belastingdruk 2023 ook vergeleken met omliggende gemeenten. Hierbij heeft de gemeente Waddinxveen de op één na laagste belastingdruk.
52 Weerstandvermogen en risicobeheersing
Paragraaf 3 Onderhoud Kapitaalgoederen 3.1. Inleiding Kapitaalgoederen maken een groot deel uit van het kapitaal van een gemeente. De kapitaalgoederen in eigendom van de gemeente Waddinxveen bestaan uit wegen, bruggen, openbare verlichting, openbaar groen en bomen, speelplaatsen, het rioolstelsel, watergangen, gemeentelijke gebouwen, sportaccommodaties en de begraafplaats Thijmhof. De gemeente heeft de taak deze kapitaalgoederen in stand te houden. De kwaliteit en het onderhoud van onze kapitaalgoederen is bepalend voor de (jaarlijkse) lasten. Om het beoogde beheerniveau te waarborgen, stellen we voor de verschillende kapitaalgoederen beheerplannen op. Bij het in stand houden van de kapitaalgoederen maken we een onderscheid tussen jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De budgetten voor jaarlijks onderhoud zijn per jaar op een gelijkblijvend niveau opgenomen binnen de exploitatiebegroting van het betreffende programma. Deze paragraaf richt zich op het groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Groot onderhoud vindt plaats om de levensduur van een kapitaalgoed te verlengen. Om het groot onderhoud zonder fluctuaties te bekostigen treffen we voorzieningen. Jaarlijks wordt een evenredig bedrag gestort in de voorzieningen vanuit de exploitatie. De uitgaven voor groot onderhoud in een bepaald jaar onttrekken we uit de voorzieningen.
Als kapitaalgoederen aan het eind van de levensduur zijn, vindt een vervangingsinvestering plaats. De kosten van de vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven met ingang van het jaar na realisatie op basis van de levensduur van het nieuwe kapitaalgoed. Openbare Ruimte We beheren en onderhouden onze kapitaalgoederen in de openbare ruimte volgens gedifferentieerde beheerniveaus We zetten in op kwalitatief goed beheer en onderhoud van onze kapitaalgoederen voor de disciplines wegen, groen en riolering. De kwaliteit van onze kapitaalgoederen moet zo goed zijn dat we ze kunnen blijven gebruiken. We beheren en onderhouden de openbare ruimte daarom volgens gedifferentieerde beheerniveaus, zoals vastgesteld in de Visie Beheer Openbare Ruimte. Dit zijn de verschillende niveaus waarop de kapitaalgoederen bijgehouden worden. Hierbij spelen we in op de wensen van onze partners en voldoen we aan onze zorgplichten. De beheerniveaus zijn als volgt onderverdeeld: Centra
Hoofdwegen
Woonwijken
Bedrijven
Buitengebied
Jaarlijks onderhoud
A
B
B
B
C
Groot onderhoud
A
B
B
B
C
Vervangingsinvesteringen
A
B
B
B
C
Deze beheerniveaus kunnen als volgt worden toegelicht: Code Kwaliteit Technische staat
Verzorging
A
Hoog
Weinig op aan te merken
Schoon
B
Basis
Lichte schade, een en ander op aan te merken
Matig schoon, niet storend
C
Laag
Duidelijke schade, veel op aan te merken
Vuil, storend
We geven uitvoering aan het Projectenboek Openbare Ruimte 2021-2024 In het projectenboek staat de planning van onze integrale projecten. Integrale projecten zijn projecten waar verharding, groen en riolering zo veel mogelijk op hetzelfde moment worden opgeknapt. We delen deze planning met onze partners. Zo kunnen we werkzaamheden afstemmen en waar mogelijk combineren. De middelen die beschikbaar gesteld zijn vanuit de Impulsregeling Ruimtelijke Adaptatie worden deels ingezet in de integrale projecten conform de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, hiermee voeren we adaptatiemaatregelen versneld uit. Ook kiezen we bij onze integrale projecten een passend participatietraject met betrokkenen. Waar mogelijk verwerken we de wensen in de nieuwe inrichting. In 2024 stellen we een nieuw Projectenboek Openbare Ruimte vast voor de periode 2025 -2028.
53 Onderhoud kapitaalgoederen
Gemeentelijke Gebouwen We beheren en onderhouden gemeentelijke gebouwen op het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ Voor het beheer en onderhoud van onze gebouwen wordt eens in de vier jaar een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Hiervoor worden de gebouwen geïnspecteerd en de gegevens ingevoerd in het onderhoudsprogramma, waarbij het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ uit de NEN2767 wordt aangehouden. Duurzaamheid wordt een belangrijk onderdeel bij het opstellen van het MJOP 2024-2027. Sportaccommodaties We investeren in buitensportaccommodaties In 2024 worden 4 kunstgrasvelden gerealiseerd voor korfbalvereniging Korbis. De velden worden voor de start van het buitenseizoen 2024-2025 in gebruik genomen. Begraafplaats Thijmhof We beheren en onderhouden de begraafplaats op het beheerniveau ‘hoog’ Gemeente Waddinxveen beheert en exploiteert de algemene begraafplaats Thijmhof, gelegen aan de Alberdingk Thijmlaan 8. Door de begraafplaats in kwalitatief goede staat te houden, dragen we bij aan het welzijn van onze samenleving. Voor de begraafplaats geldt daarom het beheerniveau ‘hoog’ (A).
3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Binnen de kapitaalgoederen zijn onze beheerdisciplines onderverdeeld in wegen, groen, riolering, gemeentelijke gebouwen, sportaccommodaties en begraafplaatsen. Om de kapitaalgoederen te beheren en onderhouden stellen we beheerplannen op. De disciplines wegen, groen en riolering hebben we verwerkt in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024. Voor de discipline gemeentelijke gebouwen, sportaccommodaties en begraafplaatsen hanteren we een meerjaren onderhoudsplan. In 2024 stellen we een nieuw integraal beheerplan openbare ruimte op voor de periode 2025-2028. Wegen Beleidskader Onder de beheerdiscipline wegen vallen de disciplines wegen, civieltechnische kunstwerken, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. We beheren en onderhouden deze disciplines op basis van het beleid uit de Visie Beheer Openbare Ruimte. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de richtlijnen die worden opgesteld door het CROW, zoals de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Ook het politiekeurmerk Veilig Wonen is een richtlijn die we voor openbare verlichting hanteren. Het beheer van deze disciplines is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024.
Wegen (x €1.000)
B2023
2024
2025
2026
2027
(Vervangings)Investeringen
5.668
2.724
2.825
2.807
2.807
Groot onderhoud
2.419
1.407
1.407
1.407
1.407
Totaal
8.087
4.131
4.232
4.214
4.214
Groen Beleidskader Onder de beheerdiscipline groen vallen de disciplines openbaar groen en spelen. We beheren en onderhouden deze disciplines op basis van het beleid uit de Visie Beheer Openbare Ruimte. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de richtlijnen uit het Handboek Bomen 2018 van het Norminstituut Bomen. Ook hanteren we voor onze speeltoestellen de eisen van het Warenbesluit Attractie- en speeltoestellen. Voor spelen geldt dat veiligheid leidend is en niet de beeldkwaliteit. Het beheer van deze disciplines is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 20212024.
Groen (x € 1.000)
B2023
2024
2025
2026
2027
(Vervangings)Investeringen
1.757
844
844
844
844
Groot onderhoud
234
145
145
145
145
Totaal Groen
1.991
989
989
989
989
54 Onderhoud kapitaalgoederen
Riolering Beleidskader Voor het beheer en onderhoud van de riolering sturen we op twee aspecten, namelijk de technische staat en de afvoercapaciteit. Beheer op basis van een verschillende beheerniveaus is dan ook niet aan de orde. We beheren en onderhouden de riolering op basis van het beleid uit het Gemeentelijk Waterplan (GWP). In het GWP wordt voor de periode 2021-2025 ingegaan op manier waarop we invulling geven aan onze zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. In dit plan is tevens op hoofdlijnen beschreven hoe we ons rioolstelsel in stand houden. Het beheer van ons rioolstelsel is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR).
Riolering (x € 1.000)
B2023
2024
2025
2026
2027
(Vervangings)Investeringen
5.232
1.908
1.908
1.908
1.908
0
0
0
0
0
5.232
1.908
1.908
1.908
1.908
Groot onderhoud Totaal
Gemeentelijke Gebouwen Beleidskader Voor het beheer en onderhoud van onze gebouwen wordt in 2024 een nieuw duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) opgesteld voor de periode van 2024-2027. Dat MJOP wordt in het eerste halfjaar 2024 ter goedkeuring aan de raad voorgelegd. Hiervoor worden de gebouwen geïnspecteerd en de gegevens ingevoerd in het onderhoudsprogramma, waarbij het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ uit de NEN2767 is aangehouden. Door de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Vastgoed zijn in 2024 en 2025 renovaties gepland voor de sportzalen Groenswaard en De Duikelaar. Als gevolg van deze geplande renovaties zullen beschikbare middelen spaarzaam en alleen indien noodzakelijk worden ingezet, waardoor enige achterstand in het onderhoud kan ontstaan. Tegelijkertijd met het voorleggen van het duurzaam (MJOP) zullen deze geplande renovaties geactualiseerd worden. Dit heeft geen gevolgen voor het aan te houden beheerniveau. Voor de bouw van de Gouwehal is de aannemingsovereenkomst met de aannemer nu door beide partijen ondertekend. De bouw start in het derde kwartaal van 2023. Het streven is om de Gouwehal in september 2024 in gebruik te nemen. Sportaccommodaties Beleidskader Voor buitensport geldt een minimale cultuurtechnische en sporttechnische kwaliteit voor de buitensportvelden.
Het beheer hiervan is verder uitgewerkt en vastgelegd in het Beheerplan Buitensport 2021-2024. Voor de buitensportaccommodaties wordt een nieuw beheerplan opgesteld voor de periode 2025–2028. Begraafplaats Thijmhof Beleidskader Het Beheerplan Begraafplaats Thijmhof 2022-2026 is opgesteld vanuit de behoefte aan een meerjarenperspectief op het beheer en onderhoud van begraafplaats Thijmhof. Met dit beheerplan geven we inzicht in de capaciteit op onze begraafplaats, waarbij we rekening houden met de groei van ons inwonersaantal, het sterftecijfer en landelijke trends. Het beheerplan bevat de kosten die nodig zijn om te voldoen aan de Wet op de Lijkbezorging.
Begraafplaatsen (x €1.000)
B2023
2024
2025
2026
2027
(Vervangings)Investeringen
420
0
0
0
0
Groot onderhoud
106
53
53
53
53
Totaal
526
53
53
53
53
3.3 Verloop voorzieningen Voorziening onderhoud openbare ruimte Om de uitgaven voor het groot onderhoud, opgenomen in het Integrale beheerplan openbare ruimte, te egaliseren is de Voorziening onderhoud openbare ruimte ingesteld. Het betreft hier jaar overstijgende projecten die vaak niet binnen één begrotingsjaar gerealiseerd worden, hierdoor is het noodzakelijk de middelen mee te nemen naar het volgende begrotingsjaar. Het verloop van deze voorziening is als volgt:
Voorziening onderhoud openbare ruimte (*€ 1.000) Beginsaldo Storting
B2023
2024
2025
2026
2027
1.194 1.639
1.201 1.639
1.283 1.639
1.365 1.639
1.447 1.639
55 Onderhoud kapitaalgoederen
Voorziening onderhoud openbare ruimte (*€ 1.000) Onttrekking Eindsaldo
B2023
2024
2025
2026
2027
-1.632
-1.557
-1.557
-1.557
-1.557
1.201
1.283
1.365
1.447
1.529
Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen Om de uitgaven voor het groot onderhoud opgenomen in het MJOP te egaliseren is de Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen ingesteld. Het verloop van deze voorziening is als volgt:
Voorziening gebouwen (*€ 1.000) Beginsaldo Storting Onttrekking Eindsaldo
onderhoud
gemeentelijke B2023
2024
2025
2026
2027
516 730
1.041 295
1.078 295
1.102 295
1.065 295
-205
-258
-271
-332
-174
1.041
1.078
1.102
1.065
1.186
56 Onderhoud kapitaalgoederen
Paragraaf 4 Financiering 4.1. Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op het rentebeleid op basis van de Notities Grondexploitaties 2019 en Rente 2017 van de commissie BBV. Het hierbij behorende rentebeleid voor de gemeente Waddinxveen is vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Waddinxveen 2023 die op 31 mei 2023 door de raad is vastgesteld. Met ingang van 2017 komt in de gemeente Waddinxveen alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie aangevuld met de rentevergoeding over de reserve bovenwijkse voorzieningen. Een goed beeld met betrekking tot de ontwikkeling van de financieringsbehoefte is hierbij noodzakelijk. Dit beeld wordt niet verkregen uit de ontwikkeling van de baten en lasten en het verloop van de financieringspositie zoals opgenomen in deze begroting, maar uit de ontwikkeling van de uitgaande en inkomende kasstromen in meerjarenperspectief. Daarom hebben we informatie over de ontwikkeling van de financieringsbehoefte toegevoegd aan deze paragraaf.
4.2. Renteomslag 2024-2027 De renteomslag kan voor de begrotingsjaren 2024 – 2027 als volgt worden samengevat: Rentelasten kort- en langlopende geldleningen Rentebaten kort- en langlopende vorderingen Saldo rentelasten en baten Doorberekende rente aan grondexploitatie Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury Bedragen x € 1.000
2024 -2.493 -2.493 160 -2.333 -17 -2.350 2.653
2025 -2.562 -2.562 140 -2.422 -19 -2.441 2.844
2026 -2.635 -2.635 3 -2.632 1 -2.631 3.076
2027 -2.584 -2.584 -226 -2.810 -24 -2.834 3.048
303
403
445
214
Saldo rentelasten en baten Bij het opstellen van deze begroting 2024-2027 heeft er een actualisatie plaatsgevonden van de liquiditeitsprognose op basis van het investeringsvolume en de ontwikkelingen van de grondexploitatieprojecten. Op basis van deze cijfers, rekening houdend met het achterblijven van het investeringsvolume, luidt de verwachting dat al begin van 2024 nieuwe financieringsmiddelen aangetrokken dienen te worden. Vanwege het grote volume aan investeringen –en in de uitvoering daarvan- is op dit moment lastig in te schatten wanneer daadwerkelijk financiering nodig zal zijn.
x 1 miljoen
Liquiditeitsverloop 2022 - 2027 30
Saldo liquide middelen primo jaar
20
Limiet rekening-courant
10 -10 -20 -30 -40 -50 2022
2023
2024
2025
2026
2027
57 Financiering
In samenhang hiermee ziet de ontwikkeling van de langlopende geldleningen er als volgt uit:
x 1 miljoen
Verloop langlopende geldleningen o/g 2022 - 2027 100 Saldo langlopende schulden primo jaar 80 60 40 20
0 2022
2023
2024
2025
2026
2027
Bovenstaande ontwikkeling van de langlopende geldleningen is gebaseerd op de huidige bestaande leningenportefeuille. Het schuldrestant van € 61 miljoen eind 2027 bestaat uit 10 langlopende vastrentende fixe-geldleningen en 1 langlopende geldlening met jaarlijkse aflossing bij de BNG bank. Daarvan is € 52 miljoen het restant van de herfinanciering van € 64 miljoen uit 2015. De huidige leningenportefeuille is een zogenaamde ‘dakpanconstructie’ (looptijd geldleningen afgestemd op liquiditeitsbehoefte in meerjarenperspectief) waardoor het renterisico ‘gespreid’ is in de tijd. Bij de grondaankopen Bouwfonds Property Development (BPD) in het kader van het actief grondbeleid gemeentelijke grondexploitatie Triangel is er sprake van ‘projectfinanciering’ door een langlopende geldlening van BPD voor hetzelfde bedrag. Hiervoor wordt met ingang van 2021 een rentepercentage gehanteerd van 1,80% en de lening wordt afgelost ultimo 2023. Deze rentelast wordt doorberekend aan de gemeentelijke grondexploitatie Triangel. Bij de overige langlopende geldleningen is er sprake van ‘integrale financiering’. Bij deze vorm van financiering worden alle activa van de gemeente beschouwd bij het aantrekken van een langlopende geldlening.
x 1 miljoen
Verloop langlopende geldleningen o/g 2022 - 2027 120 Saldo langlopende schulden primo jaar 100 80 60 40 20 0 2022
2023
2024
2025
2026
2027
In de eerste grafiek lopen de langlopende schulden af omdat deze is gebaseerd op de bestaande leningenportefeuille. In de tweede grafiek ziet u het verwachte verloop van de bestaande geldleningen inclusief aan te trekken langlopende leningen op basis van het netto financieringstekort. De berekening van het financieringstekort kunt u terugvinden in de uiteenzetting van de financiële positie. Er is rekening gehouden met de rentelasten van de nog aan te trekken langlopende leningen tegen rentepercentage van 3,50%. We hebben uit voorzichtigheid geen rekening gehouden met het saldo baten/lasten cumulatief vanaf 2023. Doorberekende rente aan grondexploitatie Het in de grondexploitaties actief grondbeleid te hanteren rentepercentage wordt bij ‘integrale financiering’ bepaald uit het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen. Hierbij blijven de eerdergenoemde langlopende geldlening BPD en de uitgestelde betalingsregeling Centrum dus buiten beschouwing. 58 Financiering