Programmabegroting 2023-2026 DEF
Tekst van het document
Eigen vermogen aan begin en einde begrotingsjaar
Vreemd vermogen aan begin en einde begrotingsjaar
Verwachte omvang financiële resultaat
Omvang risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
Veiligheidsregio Hollands Midden (Leiden)
College Openbaar lichaam
01-01-2023: € 5.037.132 31-12-2023: € 5.037.132 01-01-2023: € 9.098.000 31-12-2023: € 9.298.000
01-01-2023: € 58.541.000 31-12-2023: € 73.258.181 01-01-2023: € 66.589.000 31-12-2023: € 72.689.000
€0
Het weerstandsvermogen bedraagt in 2023 € 2.137.990. De risico’s zijn bepaald op € 932.000.
HECHT (voorheen Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg) (Leiden)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 2.220.000
1 collegelid 2 stemmen
€0
Het weerstandsvermogen van Hecht wordt bepaald door de omvang van de reserves. Het weerstandsvermogen bedraagt in 2022 € 6.688.000. De risico’s zijn bepaald op € 2.630.000.
Regio Midden-Holland (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 51.552
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen
01-01-2023: € 371.000 31-12-2023: € 371.000
01-01-2023: € 687.000 31-12-2023: € 687.000
€0
De Regio Midden-Holland beschikt over een weerstandscapaciteit van € 100.000, conform de hierover in het Algemeen Bestuur gemaakte afspraak.
Omgevingsdienst MiddenHolland (Gouda)
College Openbaar lichaam
€ 1.657.466
2 collegeleden stemverhouding 16/183e
01-01-2023: € 2.280.000 31-12-2023: € 2.126.000
01-01-2023: € 9.459.000 31-12-2023: € 9.421.000
€0
De risico’s zijn € 1.693.201, het weerstandsvermogen € 1.402.500.
Werkvoorzieningschap Promen (Gouda)
College Openbaar lichaam
€ 2.091.000
1 collegelid
01-01-2023: € 3.214.000 31-12-2023: € 3.442.000
01-01-2023: € 7.149.000 31-12-2023: € 7.164.000
€0
Het weerstandsvermogen bedraagt in 2023 € 2.300.000. De risico’s zijn bepaald op € 2.400.000.
Streekarchief MiddenHolland (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 195.718
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen
01-01-2023: € 290.219 31-12-2023: € 287.667
01-01-2023: € 295.672 31-12-2023: € 276.960
€0
De risico’s zijn gekwantificeerd op € 180.000 en het weerstandsvermogen is € 94.462.
1 collegelid 1 van 19 stemmen
62 Verbonden partijen
Grondbank RZG Zuidplas (Den Haag)
College Openbaar lichaam
€0
2 collegeleden 2 van de 40 stemmen (= 5%)
01-01-2023: € 16.825.000 31-12-2023: € 3.000.000
01-01-2023: € 94.500.000 31-12-2023: € 95.500.000
€0
Het weerstandsvermogen van de Grondbank is nihil. Op 1 juli 2021 is er een bestuurlijke overeenkomst en koopovereenkomst getekend tussen de GR Grondbank, Provincie Zuid-Holland en gemeente Zuidplas. Met deze overeenkomst is er duidelijkheid gekomen over de toekomst van de GR Grondbank. Alle gronden worden bij het opheffen van de GR Grondbank eigendom van de gemeente Zuidplas. De GR Grondbank heeft een looptijd tot 31 december 2024. Op grond van de afspraken is de vermogenspositie van de Grondbank veiliggesteld. De verliesvoorziening is op grond van deze afspraken in 2021 ingelopen. De GR Grondbank heeft een looptijd tot 31 december 2024. De gemeente Waddinxveen betaalt vanaf 2021 ook niet meer voor de samenwerking (deelnemersbijdrage).
Bedrijvenschap Regio Gouda (Gouwe Park) (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€0
2 collegeleden
01-01-2023: €0 31-12-2023: €0
01-01-2023: €0 31-12-2023: €0
€0
De gemeente Waddinxveen is voor 1/3 aandeelhouder van het Bedrijvenschap. Vanaf 2020 is de GR gestart met winstuitkeringen aan de deelnemers. In 2020 en 2021 was dit voor Waddinxveen per jaar €1,0 mln. Het restant zal in 2022 opgedeeld worden onder de deelnemers. De exploitatie en GR zullen per 31-12-2022 beëindigd worden.
Groenalliantie MiddenHolland en omstreken (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 230.600
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen
01-01-2023: € 8.321.000 31-12-2023: € 8.238.000
01-01-2023: € 1.862.000 31-12-2023: € 2.177.000
€0
Er is een gekwantificeerd risico van 309.000. Daarnaast zijn er een aantal ongekwantificeerde risico’s. Het weerstandsvermogen van Groenalliantie is € 3.000.000. Financiering exploitatie tekort door uittreding provincie ZuidHolland vanaf 2026 (aanname is 25% of meer).
Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (Leiden)
College Openbaar lichaam
€ 539.743
1 collegelid 3,77% van stemrecht
het
01-01-2023: € 695.000 31-12-2023: € 695.000
01-01-2023: € 5.748.000 31-12-2023: € 5.643.000
€0
De risico’s zijn gekwantificeerd. Het totaal aan risico’s in geld bedraagt € 1.200.000. Het weerstandsvermogen is niet voldoende om al deze risico’s indien ze tegelijk voordoen, te kunnen afdekken.
63 Verbonden partijen
Vennootschappen
Rechtsvorm
Bestuurlijk belang (vertegenwoordiging en stemverhouding in AB)
N.V.
Financieel belang (omvang deelnemersbij drage) N.v.t.
BNG Bank
Verwachte omvang financiële resultaat
Risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
1 collegelid in de AVA. 17.823 aandelen.
N.v.t.
N.v.t.
De bank heeft een laag risicoprofiel, hetgeen ook blijkt uit de ratings.
N.v.t.
Gezien de aanhoudende onzekerheden doet de bank hier geen uitspraken over. N.v.t
Oasen
N.V.
N.v.t.
N.v.t.
Cyclus
N.V.
N.v.t
1 collegelid in de AVA 27 van de 748 aandelen 1 collegelid in de AVA 5,5% van de aandelen
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t
Het College geeft Cyclus NV opdracht om het afval op te halen. Het College spreekt af dat Cyclus NV in Waddinxveen afval ophaalt. Voor 2023 spreken we met Cyclus nieuwe prijzen af voor het werk dat Cyclus doet.
N.v.t
De kosten zijn gedekt door de afvalstoffenheffing. Triangel
C.V./B.V.
Stichtingen en Verenigingen
Rechtsvorm
Stichting Greenport regio Boskoop
Stichting
N.v.t.
Financieel belang € 3.250
1 collegelid en 1 directielid in de AVA 50 % van de aandelen
Bestuurlijk belang (vertegenwoordiging en stemverhouding in AB) 1 collegelid 1 stem per lid
CV begin: € 10.563.300 CV Einde: € 10.563.300
CV begin: € 19.338.200 CV Einde: € 15.322.300
BV begin: € 18.000 BV einde: € 18.000
BV begin: € 192.900 BV einde: € 192.000
N.v.t.
N.v.t.
Verwacht resultaat totale deelneming circa € 4 mln.
De GEM CV heeft zelf een uitgebreide risicoparagraaf. Daarnaast zijn in de gemeentelijke grondexploitatie gekwantificeerde risico’s opgenomen.
Verwachte omvang financiële resultaat N.v.t
Risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
Er zijn geen risico’s. De stichting is als het ware een overlegorgaan.
64 Verbonden partijen
Paragraaf 7 Grondbeleid 7.1 Inleiding In deze paragraaf geven we een financieel totaalbeeld van de portefeuille van de Grondbedrijfsfunctie (GBf). Dit doen we op basis van de per 1 juli 2022 geactualiseerde grondexploitaties en recente beoordelingen van de lopende facilitaire projecten. De effecten van deze actualisaties hebben een directe invloed op de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG), de voorzieningen en de weerstandscapaciteit. In deze paragraaf grondbeleid wordt een verdere toelichting gegeven op de mutaties. Vanaf 2023 wordt ook ingezet om de formatie van grondzaken met 1 fte te vergroten om zo te kunnen blijven voldoen aan de invulling van de verdere ambities van de gemeente. Daarnaast is in de begroting ook extra budget opgenomen voor de uitwerking en actualisatie van de Nota kostenverhaal en de Nota Grondbeleid.
7.2 Visie en uitvoering grondbeleid in relatie tot doelstellingen uit programma’s Het grondbeleid van de gemeente is geen doel op zich, maar een middel om ruimtelijke doelstellingen te bereiken. In de Structuurvisie Waddinxveen 2030, beleidsnota’s en bestemmingsplannen is vastgelegd hoe we ruimtelijk ontwikkelen. Vanuit risicobeheersing doen we dit primair vanuit facilitair grondbeleid, we geven de ruimte om andere partijen te laten ontwikkelen binnen de gestelde kaders. Echter de gemeente heeft de mogelijkheid om actief grondbeleid te voeren als dat vanuit een strategisch belang gewenst is. Daarnaast voert de gemeente grondbeleid uit via een deelname in Verbonden partijen. Facilitaire projecten. Zoals hiervoor is aangegeven streven wij in principe de vastgestelde doelstellingen na, door middel van facilitair grondbeleid. We geven bij facilitaire projecten de ruimte aan andere partijen om te ontwikkelen binnen de gestelde kaders. De aankoop en uitgifte van gronden wordt bij facilitair grondbeleid uitgevoerd voor rekening en risico door andere partijen. De invloed van de gemeente Waddinxveen loopt dan niet via het grondeigendom, maar via bestemmingsplannen, overeenkomsten en/of een exploitatieplan. In de volgende tabel, tabel 1, zijn facilitaire projecten aangegeven die bij opmaak van deze paragraaf in ontwikkeling zijn in de gemeente Waddinxveen.
Deze facilitaire projecten lopen veelal door in 2022 en verder. Tabel 1 Facilitaire projecten in ontwikkeling R.6810 Locatie Postkantoor (Kerkweg Oost 161)
R.6820 Noordeinde 65
R.8802 Plasweg 39 - 41
R.0801 PostNL locatie
R.6811 Noordpark
R.6824 GEM Triangel
R.9802 Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a
R.0804 Middelburgseweg 5
R.6812.1 Glasparel+ fase 2
R.6825 Esdoornlaan 26
R.9803 Noordeinde 74, 122a en 134
R.0805 Bredeweg 7-11
R.0806 OverslagwegTruckparking
R.7801 Pluimveehouderij Zesde Tochtweg tegenover 6
R.9816 Zorgboerderij Noordkade 108
R.9814 Matrix Locatie Roskam
R.7809 Kerkweg-Oost 214-216
R.9817 Kanaaldijk 6
Een project dat zich nog in de voorbereidende fase bevindt en waarbij de keus nog niet is gemaakt of dit meer een facilitair project wordt dan wel een eigen grondexploitatie of mix daartussen is de ontwikkeling van de Noordkade. Met twee van de drie grootste eigenaren in het gebied is een intentieovereenkomst gesloten. De derde wil eerst meer zekerheid ten aanzien van de nieuwe locatie (Businesspark Vredenburgh fase 2) voordat zij zich door middel van een overeenkomst willen vastleggen. De intentieovereenkomst beslaat de periode tot en met december 2022 waarin is vastgelegd hoe de haalbaarheidsonderzoeken worden uitgevoerd. In december 2022 wordt dan door iedere eigenaar de haalbaarheid op 65 Grondbeleid
basis de stedenbouwkundige visie bepaald. De gemeente laat momenteel een mobiliteitsonderzoek uitvoeren en op termijn een kostenopstelling voor het openbaar gebied. Vanaf januari 2023 start het proces wijziging bestemmingsplan. Een deel van de kavel met adres Staringlaan 14 is aangekocht en weer doorverkocht aan een derden. Hiermee is de aanhechting van de infrastructuur op de Staringlaan en een deel van de woningbouw conform de stedenbouwkundige visie veiliggesteld. Tevens is er WVG gevestigd op een aantal kavels. Op korte termijn zal een voorbereidingsbesluit worden genomen voor de gehele ontwikkeling van het gebied Noordkade. Actieve gemeentelijke projecten. Naast de bovengenoemde facilitaire projecten zijn ook projecten in ontwikkeling genomen die onder 100% regierol van de gemeente Waddinxveen worden ontwikkeld, Hierbij hebben wij een actieve rol waarbij we voor eigen rekening en risico ruimtelijke plannen ontwikkelen. Actief grondbeleid wordt alleen gevoerd indien dit van strategisch belang is voor de gemeente, in een dergelijk geval verwerven en ontwikkelen wij zelf de benodigde gronden. Per 1 juli 2022 bestaan de volgende gemeentelijke actieve grondexploitaties: het Centrum, het Sleutelkwartier, Coenecoop III, ’t Suyt fase II, de Dreef en Park Triangel. Verbonden partijen.
Naast facilitaire projecten en gemeentelijke grondexploitaties maken we binnen het GBf deel uit van een drietal Verbonden Partijen. Verbonden Partijen zijn organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en/of een financieel belang heeft. De Verbonden Partijen zijn: 1. GEM CV Park Triangel en 2. Bedrijvenschap Regio Gouda (Gouwe Park 1). Nota kostenverhaal. Nieuwe ontwikkelingen brengen kosten met zich mee. Daarom heeft de gemeente de ‘Nota Kostenverhaal 2019’ opgesteld. In deze nota is uiteengezet hoe om wordt gegaan met: Plankosten, Bovenplanse kosten Bijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen en Bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen. De Nota kostenverhaal zal in samenhang met de invoering van de nieuwe Omgevingswet worden herzien in het 1 e kwartaal van 2023. De omgevingswet wordt ingevoerd per 1 januari 2023.
7.3. Prognose resultaten Grondbedrijfsfunctie Portefeuillerisico Voor de portefeuillebeheersing van de GBf is het noodzakelijk een inschatting te maken van de risico’s die zich in de verschillende portefeuilleonderdelen en totale portefeuille kunnen voordoen. De risico’s worden op het niveau van de gehele portefeuille alsmede op het niveau per onderdeel in beeld gebracht. De belangrijkste risico’s vloeien voort uit de woningbouwprogrammering versus de woningbehoefte-raming op langere termijn. De gemeente heeft een forse woningbouwprogrammering ten opzichte van de woningbehoefteraming die door de provincie Zuid-Holland is opgesteld. In de Regionale Agenda Wonen en de bijbehorende woningbouwprogrammering worden hier regionaal afspraken over gemaakt. De huidige projecten zijn allemaal afgestemd met de regio. Prognoses per portefeuilleonderdeel Bij het opstellen van de begroting en de jaarstukken worden de grondexploitatiebegrotingen geactualiseerd en de projecten facilitair grondbeleid tegen het licht gehouden, ook worden de resultaten en risico’s bij de verbonden partijen beoordeeld. Hier wordt beoordeeld of de resultaten in financieel opzicht en qua voortgang moeten worden bijgesteld. In deze paragraaf worden de mutaties, voorzieningen en risico’s per onderdeel beschreven.
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan in welke mate de gemeente in staat is om nadelige gevolgen van niet-afgedekte risico’s op te vangen en welke grootte de ABG moet hebben om risico’s in de portefeuille te kunnen dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in en benodigde weerstandscapaciteit en beschikbare weerstandscapaciteit. Benodigde weerstandscapaciteit is het totaal van de financiële vertaling van alle project specifieke en conjuncturele of generieke risico’s die voor deze begroting in beeld zijn gebracht. Beschikbare weerstandscapaciteit, de ABG, geeft aan in hoeverre de benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) hieruit gedekt kan worden. In onderstaand schema is de geprognosticeerde weerstandscapaciteit van de GBf weergegeven. De stand van de ABG minus de risico’s geeft het weerstandsvermogen weer. 66 Grondbeleid
Tabel 2 Stand weerstandscapaciteit2
Begroting 2022-2025
Jaarrekening 2021
Begroting 2023-2026
ABG
2.504
2.325
4.764
Risico’s Actief Grondbeleid
6.167
3.332
4.178
Risico’s Verbonden Partijen
0
0
0
-3.663
-1.007
586
Weerstandscapaciteit Bedragen x € 1.000
Weerstandsvermogen Ná vaststelling van de begroting 2023 - 2026 door de gemeenteraad bedraagt de geprognosticeerde beschikbare weerstandscapaciteit (het saldo van de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG) ná aftrek van eventuele generieke en project specifieke risico’s) per 1 januari 2026 circa € 0,6 mln. De ontwikkeling van het totale weerstandsvermogen, waar het ABG-onderdeel van uit maakt, blijft de komende jaren voldoende om de ingeschatte risico’s te kunnen afdekken. Actief Grondbeleid
Parameters Jaarlijks worden de grondexploitaties bij jaarrekening en begroting geactualiseerd. Dit betekent dat de grondexploitaties marktconform worden gemaakt zodat we in staat zijn de te verwachten investeringen te kunnen plegen. Ook wordt opnieuw gekeken naar de te verwachten opbrengsten als tegenhanger van de te verwachten investeringen. Om de investeringen en opbrengsten in de toekomstige jaren vanaf 1-1-2022 op peil te houden worden deze bedragen geïndexeerd (Tabel 3 Parameters per 1-1-2022 Investeringen). De toe te passen indexatie betreft een percentage welke “parameters” worden genoemd. De toe te passen parameters zijn indexcijfers voor kosten- en opbrengststijging, rentekosten en -opbrengsten en de verplicht te hanteren discontovoet (voorschrift Commissie Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). Ten aanzien van de te verwachten investeringen is met name gekeken naar de nog te investeren budgetten van eventueel te verwerven gronden, plan- en overige kosten vanaf 1-1-2022. Ook is beoordeeld of de beschikbare budgetten voor de te verwachten civieltechnische kosten voldoende aanwezig zijn om de te verwachten werken te kunnen uitvoeren. Met betrekking tot de opbrengsten zijn in de rekentechnische uitgangspunten 2022 de te hanteren grondprijzen opgenomen die zijn verwerkt in de actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties per 1-1-2022.
De grondprijzen per 1-1-2021 zijn geïndexeerd met 2% opbrengstenstijging. Dit percentage wordt de komende jaren in de actualisatie toegepast (Zie tabel 4 Parameters per 1-1-2022 Grondopbrengsten). Bij actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties wordt rekening gehouden met de volgende parameters: Tabel 3: Parameters per 1-1-2022 Investeringen Totaal beeld parameters
2022
2023
2024 en verder
1
Verwerving, civiele kosten en plankosten
3,00%
3,00%
2,00%
2
Rente over de te verwachten kosten en opbrengsten (o.b.v. BBV richtlijnen)
1,50%
1,50%
1,50%
3
Opbrengsten woningbouw en bedrijventerreinen
5,00%
3,00%
2,00%
4
Discontovoet ten behoeve van netto contant maken van de eindwaarde per 1-1-2020 conform BBV- regelgeving
2,00%
2,00%
2,00%
2 Conform de systematiek bij paragraaf 2, worden bij deze paragraaf nu ook de geactualiseerde risico’s van dit moment afgezet tegen
de reserve aan het einde van de begrotingsperiode. 67 Grondbeleid
Tabel 4 Parameters per 1-1-2022 Grondopbrengsten
1.1 1.2 2
Opbrengstensoort
2022
2023
2024
2025 en verder
Woningbouw Woningbouw sociaal * Bedrijven
5% 2% 3%
3% 0 2,5%
2% 0% 2,5%
2% 0% 2,5%
De te hanteren parameters zijn begin 2022 door het college van burgemeester & wethouders vastgesteld via het document “Rekentechnische uitgangspunten ten behoeve van actualisatie Grondexploitaties gemeente Waddinxveen per 1-1-2022” en verwerkt in alle gemeentelijk te actualiseren grondexploitatiebegrotingen per 1-1-2022. Voor een nadere analyse, onderbouwing en detaillering van bovengenoemde parameters en te hanteren grondprijzen per 1-1-2022 verwijzen wij naar de “Rekentechnische uitgangspunten ten behoeve van actualisatie Grondexploitaties gemeente Waddinxveen per 1-1-2022”.
Mutaties Algemeen Er is destijds gekozen voor het hanteren van een stabiel rentepercentage in de meer-jarenprognose van ons actief grondbeleid. Bij een afwijking van 0,5% van dit rentepercentage moet volgens de Notitie Grondexploitaties 2016, welke in de augustus 2019 is aangescherpt, aangevuld en extra toegelicht, van de Commissie BBV het percentage worden bijgesteld. Het doorberekende rentepercentage voor actief grondbeleid is 1,5% zoals ook in tabel 3 hiervoor is opgenomen. Dit percentage is gerelateerd aan het percentage van de vreemd vermogen portefeuille. De gehanteerde jaarlijkse kostenindexatie is aangepast van 2,0% naar 3,0% voor 2022 als gevolg van de stabilisatie van het kostenniveau in de GWW-sector in 2022. De verwachting is dat die indexering ook voor 2023 dient te worden toegepast. Vanaf 2024 is gekozen om het jaarlijks te hanteren kostenindexcijfer van 2,0% weer toe te passen. Zie ook tabel 3 “Parameters per 1-1-2022 Investeringen”. Nadere toelichting actieve grondexploitaties Op dit moment lopen er zeven actieve grondexploitaties (BIE): 1. het Centrum, 2. Coenecoop III, 3. ’t Suyt fase II, 4. De Dreef 5. Peter Zuidlaan 6. Gemeentelijk deel Park Triangel 7. Sleutelkwartier Centrum In de centrumontwikkeling volgen nog drie delen: 23 spoorwoningen (fase 1b), appartementencomplex in plaats van kantoor (fase 1b) en fase 2.
In 2021 is gestart met de bouw van de 23 spoorwoningen aan het Spoorpad. Op 16 juni 2021 is de raad akkoord gegaan met de aanpassing van de uitgangspunten voor de kantoorkavel. Hiermee is het bouwvolume vergroot en is het aantal woningen van 38 naar ca. 50 woningen gegaan. Deze veranderende uitgangspunten zorgen voor een aanpassing van de grondexploitatie. Deze veranderingen zijn in de jaarrekening 2021 doorgevoerd. Voor fase 2 heeft contractpartij ASR aangegeven te willen ontbinden en heeft contractpartij MRP aangegeven het ontwikkelrecht voor fase 2 over te willen nemen. In 2021 is zowel de ontbindingsovereenkomst met ASR als de overeenkomst met MRP over de nieuwe uitgangspunten voor fase 2 besproken. Deze nieuwe uitgangspunten zorgen voor een aanpassing van de grondexploitatie. In februari 2022 zijn deze uitgangspunten ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. De financiële gevolgen zijn tevens verwerkt in de actualisatie jaarrekening 2021. Het totaal financieel resultaat van de grondexploitatiebegroting Centrum betreft circa € 5.465.000. (eindwaarde per 3112-2026) negatief/ nadelig. Bij de administratieve afsluiting (2025) van de grondexploitatie dient de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 742.000, alsnog via een resultaatbestemming plaats te vinden.
Gezien het feit dat er sprake is van een negatief resultaat, komt deze bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen ten laste van de ABG.
68 Grondbeleid
Coenecoop III In 2021 zijn 5 kavels verkocht waarvan 4 kavels al zijn geleverd. De 5e verkochte kavel wordt, na het verstrekken van de omgevingsvergunning, in 2022 geleverd. De resterende 3 kavels zijn in optie genomen. De verwachting is dat in 2022 deze resterende 3 kavels worden verkocht en geleverd. De optanten hebben hun plannen al uitgewerkt, deze worden beoordeeld door het ODMH. De civieltechnische werkzaamheden worden uitgevoerd in relatie tot de verkoop van de kavels. Begin 2019 is mede ten behoeve van de nog te verkopen kavels binnen het bedrijventerrein Coenecoop III door een daartoe deskundig bureau een grondprijsadvies opgesteld. De in dit rapport aangegeven grondprijzen zijn verwerkt in de grondexploitatie. In de huidige situatie is vanuit de gebruikers aangegeven dat er mobiliteitsknelpunten zijn. Na verkoop van alle kavels en ingebruikname van de gerealiseerde bedrijfspanden wordt beoordeeld of er aanvullende maatregelen getroffen moeten worden voor het oplossen van deze knelpunten. Het totaal financiële resultaat van de grondexploitatie Coenecoop III bedraagt € 590.000 (eindwaarde per 31-12-2023) positief. Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 283.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats.
’t Suyt Fase II In 2021 is het bestemmingsplan in procedure gegaan. Op 15 december 2021 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig plan als addendum op de welstandsnota vastgesteld. Daarnaast is in 2021 gewerkt aan het inrichtingsplan. Het college heeft dit plan op 29 oktober 2021 vastgesteld. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project ’t Suyt fase 2 bedraagt circa € 1.300.000 positief (eindwaarde per 31 december 2026). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 896.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats De Dreef In juni 2021 is de grondexploitatie voor De Dreef vastgesteld. De afgelopen maanden is gestart met de voorbereidende werkzaamheden op de aanbesteding. Doel van deze aanbesteding is om een gebiedsontwikkelaar te selecteren die met de gemeente de planvorming gaat maken voor De Dreef. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project De Dreef bedraagt circa € 1.263.000 positief (eindwaarde per 31 december 2027). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 458.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats.
Peter Zuidlaan In kwartaal 1 van 2022 is de grondexploitatie Peter Zuidlaan vastgesteld. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project Peter Zuidlaan bedraagt circa € 89.000 positief (eindwaarde per 31 december 2026). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 29.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats. Gemeentelijk deel Park Triangel Bij een voorspoedige voortgang zou de afronding van de gehele bouwlocatie kunnen plaatsvinden in het jaar 2028. Het resultaat van Park Triangel is op eindwaarde nu bepaald op een bedrag van €13.569.000. Hierbij is uitgegaan van een financiële en administratieve afronding ultimo 2028. Ten opzichte van de jaarrekening 2021 is het resultaat op eindwaarde heel licht afgenomen met name door de aanpassing van de fasering van de afname van de gronden en aangepaste rente. Sleutelkwartier Afgelopen jaar is deelgebied passage (locatie 7/8/9) verder uitgewerkt. Deze uitwerking is voor de zomer van 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze actualisatie is deze uitwerking verwerkt in de grondexploitatie. Binnen de exploitatie wordt voorzien in de bouw van circa 190 woningen.
De grondexploitatie bestaat uit vier deelexploitaties, per deellocatie wordt een doorkijk gegeven naar 2022 en verder: •
Overall (plankosten en hoofdinfrastructuur): In 2022 wordt naar verwachting een gedeelte van het ontwerp openbare ruimte opgeleverd, de Beukenhoflocatie. Daarnaast zijn er in 2021 fors meer plankosten gemaakt dan begroot in de grondexploitatie. Deze overschrijding was voorzien omdat er veel inzet is geleverd in 2021. Bij deze actualisatie van de begroting 2023 is een geactualiseerde plankostenraming worden opgenomen. 69
Grondbeleid
•
Locatie 3 Oude gemeentehuis: In 2021 wordt gestart met de bestemmingsplanprocedure, in 2022 wordt deze naar verwachting afgerond.
•
Locatie 4 Kerkweg oost 222: In 2022 is gestart met de bouw van de vier woningen.
•
Locatie 6 Beukenhof: In 2021 wordt gestart met de bestemmingsplanprocedure, in 2022 wordt deze afgerond. Daarnaast is in deze actualisatie het definitieve programma en de definitieve grondwaarde opgenomen.
•
Locatie 7/8/9 Passage: In 2022 is gestart met de bestemmingsplanprocedure. Daarnaast is er in 2022 een verdere uitwerking geweest van dit deelgebied. Deze uitwerking is in kwartaal 2 van 2022 in de gemeenteraad vastgesteld en is bij deze actualisatie verwerkt.
Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project Sleutelkwartier bedraagt circa € 5.183.000 negatief (op eindwaarde per 31 december 2024). Bij administratieve afsluiting (2024) van de grondexploitatie dient de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 107.000, alsnog via een resultaatbestemming plaats te vinden. Gezien het feit dat er sprake is van een negatief resultaat, komt deze bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen ten laste van de ABG. Boekwaarde en resultaat Tabel 5: Boekwaarde grexen Overzicht boekwaarde mutaties/ contante waarde per 31-12-2021 (x € 1.000) exclusief tussentijdse winstneming Project
boekwaarde per 1-1-2022 in €
V/N
Centrum
9.867
N
Coenecoop III
175
V
Triangel gemeente
2.225
N
Sleutelkwartier
3.700
N
’t Suyt fase II
5.023
N
De Dreef
0
Peter Zuidlaan
0
Totaal
20.640
N
Tabel 6: Resultaat grexen Samenvattend overzicht resultaat contant en op eindwaarde grexen (x € 1.000) Project
Centrum
Begroting 2023 – 2026 Saldo contante waarde per 01-01-2022 4.950
Jaarrekening 2021
V/N
Eind Datum
N
2026
Saldo contante waarde per 01-01-2021 4.950
Verschil
V/N
Eind Datum
N
2025
Saldo contante waarde per 31-12-2021 0
V
2023
0
Eindwaarde V/N
Resultaat op eindwaarde
V/N
5.465 590
N V
Coenecoop III Triangel gemeente Sleutelkwartier
568
V
2023
568
12.226
V
2028
12.248
V
2028
22
N
13.569
V
4.884
N
2024
5.173
N
2024
289
V
5.183
N
’t Suyt fase II
1.173
V
2026
1.173
V
2026
0
1.295
V
De Dreef
1.121
V
2027
1.121
V
2027
0
1.263
V
83
V
2026
5.337
V
Peter Zuidlaan Totaal
n.v.t 5.001
n.v.t V
83
V
90
V
372
V
6.159
V
Het in de tabel gepresenteerde eindwaarde resultaat per grondexploitatie is exclusief de correctie van de boekhoudkundige tussentijdse winstnemingen. De tussentijdse winstnemingen worden bepaald op basis van het saldo per jaar in relatie tot de procentuele voortgang van het project. Vanzelfsprekend maken de tussentijdse winstnemingen gedurende de looptijd de winst aan het einde van de grondexploitatie, zoals hierboven in tabel 6 weergegeven, kleiner.
70 Grondbeleid
Tussentijdse winstneming In de Notitie Grondexploitatie 2016 en nog eens aangescherpt in de notitie van het BBV in juli 2019 is aangegeven op welke wijze rekening gehouden moet worden met tussentijds winst nemen bij positieve grondexploitatiecomplexen. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat (drie criteria). Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van het grondexploitatiecomplex. Voor het berekenen van de tussentijdse winstneming geldt de “percentage of completion methode” (POC-methode): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd moet tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Dit is mogelijk wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen die aan het project zijn verbonden naar de gemeente zullen toevloeien. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: 1. het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én 2. de grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én 3. de kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).
Volgens het realisatiebeginsel dient in die gevallen de winst ook te worden genomen. Voor de grondexploitaties binnen de gemeente Waddinxveen geldt dat de navolgende tussentijdse winstneming worden geprognosticeerd bij de jaarrekening: Tabel 7 Tussentijdse winstneming (bedragen x € 1.000) Project Centrum
Cumulatieve winstneming tot en met 31/12/2021 0
Vermeerdering winstneming in 2022 0
Cumulatieve winstneming t/m 31/12/2022 0
399
56
455
8.163
0
8.163
Sleutelkwartier
0
0
0
’t Suyt fase II
0
0
0
De Dreef
0
0
0
8.562
56
8.618
Coenecoop III Triangel gemeente
Totaal
Bij bepaling van de hoogte van tussentijdse winstneming is de eindwaarde gebruikt waarbij tevens rekening is gehouden met de tussentijdse winstneming in voorgaande jaren. De BBV-richtlijnen (bladzijde 50 van de Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019) van juli 2019 op bladzijde 44 in paragraaf 6.2.) geeft aanwijzingen hoe hier mee om te gaan. Voorzieningen en risico’s Vanuit het BBV bestaat de verplichting om voorzieningen te treffen voor grondexploitaties met een geprognotiseerd verlies. Bij de projecten van de gemeente Waddinxveen geldt dit voor de grondexploitatie Centrum (circa € 5,5 mln.) en voor Sleutelkwartier (circa € 5,2 mln.). Ten opzichte van de jaarrekening 2021 is de verliesvoorziening met € 0,3 mln. verlaagd. Bij de projecten actief grondbeleid maken we onderscheid in generieke (conjuncturele) risico’s en project specifieke risico’s. In totaal zijn project specifieke risico’s toegenomen met circa € 0,5 mln. Met name de risico’s voor de projecten Centrum, Sleutelkwartier en de Dreef zijn aangepast op basis van nieuwe risico inschattingen Daarnaast zijn de risico’s van de nieuwe grondexploitatie Peter Zuidlaan toegevoegd. Vennootschapsbelasting (Vpb) Vanaf 1 januari 2016 zijn gemeenten conform de “Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen” verplicht om vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen over winstgevende activiteiten.
Gemeenten zijn onder de nieuwe wet in principe Vpb-plichtig voor alle werkzaamheden, die als ondernemingsactiviteit kunnen worden aangemerkt. Voor de begroting 2023 – 2026 is de gemeente uitgegaan van de meest actuele data uit de grondexploitaties (1-7-2022). De getallen geven een indicatie aan van de te verwachten Vpb-last hetgeen aangemerkt kan worden als een voorlopig te betalen bedrag in het kader van de vigerende wetgeving Vpb. Bij opmaak van deze paragraaf 7 Grondbeleid voor de jaarrekening 2021 is een definitieve aangifte gedaan voor de boekjaren 2016, 2017 en 2018. De aangifte voor het boekjaar 2019 staat gepland voor het 3 e kwartaal 2022. De beide aangiften voor de boekjaren 2016 en 2017 waren negatief. Gezien het incidentele karakter van de GBf wordt de Vpbdruk gedekt uit de ABG. De onderstaande tabel is exclusief het aandeel van de Vpb druk van de C.V. Triangel (Vpb 71 Grondbeleid
transparant). Over het boekjaar 2018 is Vpb verschuldigd. Over het jaar 2019 wordt een fors fiscaal verlies geleden, wat inhoudt dat het fiscaal verlies verrekend kan worden met de Vpb-last over het boekjaar 2018. Per saldo is er dan geen VPB verschuldigd. Tabel 8: Vpb-last Boekjaar Vpb
2022
2023
2024
2025
2026
0
0
0
0
0
Bedragen x € 1.000 Vanuit de berekende voorlopige getallen op basis van de laatst gehanteerde uitgangspunten van de fiscus is te zien dat conform de laatste berekeningen over de periode 2016 t/m 2021 geen Vpb verschuldigd is. Dit is thans gebaseerd op de voorlopige verwachtingen en keuze in uitgangspunten. Facilitair Grondbeleid Mutaties Conform de richtlijnen van de commissie BBV dienen alle kosten die bij facilitaire projecten worden gemaakt en welke niet kunnen worden verhaald direct te worden afgeboekt. Op het moment dat er aanvullende kosten gemaakt worden, dienen deze in het jaar dat ze worden gemaakt ten laste te worden gebracht van de ABG. Dit is het saldo van projectverliezen en voordelige projectresultaten. Verbonden partijen In deze paragraaf is slechts beperkt ingegaan op de financiële resultaten van de drie verbonden partijen die betrekking hebben op het gemeentelijke grondbeleid. Verdere informatie is opgenomen in Programma 4 – Dorp in ontwikkeling en Paragraaf 6 – Verbonden Partijen. 7.4 Cijfermatige samenvatting voorzieningen en risico’s In dit hoofdstuk worden de totalen weergegeven van de voorzieningen zoals opgenomen in tabel 9. Eventuele mutaties zijn eerder in de paragraaf toegelicht. Tabel 9 Voorzieningen Portefeuilleonderdeel Actief Grondbeleid
Jaarrekening 2021
Begroting 2023 - 2026 10.959
10.648
10.959
10.648
Verbonden Partijen (Grondbank) Totaal
0
Bedragen x € 1.000
72 Grondbeleid
Paragraaf 8 Duurzaamheid (klimaatactie en biodiversiteit) 8.1 Concrete maatregelen, met aandacht voor haalbaarheid en betaalbaarheid We lezen het dagelijks in de krant: de groeiende wereldbevolking en het snel toenemende verbruik van grondstoffen stellen ons voor enorme uitdagingen. Deze uitdagingen ontstaan doordat economische groei, verdeling van welvaart en de toenemende druk op onze ecosystemen niet in balans zijn. We leven op een ‘te grote voet’. De ontwikkeling van de mensheid is de afgelopen eeuw ten koste gegaan van natuur en milieu. Ook Waddinxveen wil bijdragen aan de omslag naar een samenleving die beter in balans is. We doen dit door over te gaan op andere vormen van energie en warmte (de energietransitie, waaronder de warmtetransitie) en aan een overgang naar hergebruik van grondstoffen (circulaire economie). En door rekening te houden met de verandering van ons klimaat (klimaatadaptatie) en onze natuur te herstellen (biodiversiteitsherstel). Dit noemen we de 4 transities. Op 26 januari 2022 heeft de raad het document “Koers naar Duurzaam Waddinxveen – (her)verbinden met de natuur” vastgesteld. In dit document bespreken we de opgave waar we in Waddinxveen voor staan. We beginnen hoog-over en vertalen het naar onze eigen gemeente. Het koersdocument is daarmee de basis voor het Collegeprogramma 2022 – 2026 en hoe het uitwerkt in de Programmabegroting.
8.2 Missie voor duurzame toekomst De missie voor de duurzaamheidskoers is: Waddinxveen wordt uiterlijk in 2050 een circulaire en groene gemeente met schone energie waarbij we gelijktijdig blijven doorwerken aan het behoud en versterken van een goede sociale basis. In 2030 zijn we op de helft van deze opgave en overgang.
8.3 Wat willen we bereiken? We willen deze periode flinke stappen zetten in het realiseren van de doelstellingen uit het koersdocument Duurzaamheid De transities op het gebied van warmte en energie, klimaatadaptie, biodiversiteit en grondstoffengebruik zijn ingrijpend voor iedereen. De doelen die eraan verbonden zijn, zijn ambitieus en eisen veel van de inwoners, het bedrijfsleven en alle overheden. De vraagstukken zijn moeilijk en kennen verschillende mogelijke oplossingen met erbij horende onzekerheden. Wie doet wat? Is marktwerking de oplossing? Of is een zware rol van de gemeente als aanjager en (mede-)investeerder nodig? Een inzet op alle vier de transities is belangrijk want ze versterken elkaar. We vertalen de doelen uit het koersdocument naar duidelijke maatregelen, uitgezet in de tijd. Of het te halen en te betalen is voor de inwoners is van groot belang. De rol van de gemeente, bedrijven en inwoners bij het waarmaken van de daarbij horende doelen maken we duidelijk.
73 Duurzaamheid
In het koersdocument zijn voor de inwoners, ondernemers en gemeente zelf duidelijke resultaten benoemt. Als we deze resultaten halen, dan blijven we op koers liggen naar 2050. Deze beoogde resultaten gebruiken we om belangrijke initiatieven in de programma’s te sturen en door middel van monitoring te kijken naar de voortgang.
8.4 Hoe gaan we ermee om? De 4 transities zijn 1 Een transitie is een blijvende verandering van de maatschappij. De 4 transities zijn 1 grote overgang. De veranderingen zijn niet alleen technisch. Ze gaan vooral over veranderingen in de samenleving. Zo draait het bij energie niet alleen om de vervanging van aardgas voor schone energie. De opwekking van energie door nieuwe bronnen, zoals zon en wind, nemen meer ruimte in beslag dan nu. Deze zitten op daken van huizen, bedrijven, in weilanden of groenstroken. Zo krijgen inwoners direct te maken met de energievoorziening. Maatschappelijke overgangen zijn nauwelijks stuurbaar, maar wel beïnvloedbaar. Vanuit de gemeente kijken we hoe we de gewenste richting op gaan en waar nodig versterken. Dat kan met subsidies, verordeningen, vergunningen, bestemmingsplannen, inkoop- en aanbestedingsbeleid of aanvullend beleid. Als we voor 1 van de transities aan de slag gaan, kijken we ook naar de mogelijkheden voor de andere transities. We nemen hier de mogelijkheden voor inwoners en bedrijven mee. Zo kunnen we bij een reconstructie van een straat of een buurtaanpak voor schone energie, ook meteen in gesprek met de inwoners over de tegels in hun eigen tuin. Iedereen moet kunnen meedoen De gevolgen zijn niet voor iedereen gelijk. Sommige inwoners of buurten zijn meer kwetsbaar of hebben minder voordeel bij kansen.
We willen deze overgang op een rechtvaardige wijze, haalbaar en betaalbaar, laten plaatsvinden. Zo kan iedereen meedoen. Natuurlijke momenten benutten Voor inwoners, bedrijven en de gemeente, zijn er diverse natuurlijk momenten waarvan we gebruik kunnen maken om een verandering te realiseren. Dat zijn momenten waarop we iets nieuws aanschaffen, verhuizen, onze woning onderhouden, enz. Dit zijn momenten die we kunnen en moeten benutten. Groeiende beweging als sleutel De vier transities raken iedereen. We moeten allemaal ons gedrag aanpassen. We hebben iedereen nodig. Een maatschappelijke verandering begint altijd bij diegene die het willen en die ervoor openstaan. En start vaak al lang voordat we het een transitie noemen. In het klimaatakkoord (2019) heeft de gemeente de regierol gekregen bij de energietransitie om het proces op gang te brengen en te houden. Maar er wordt ook bewust ingezet op participatie. Inzichten uit de klimaatpsychologie en gedragsbeïnvloeding leren dat we inwoners een stem moeten geven, en hun mening moeten meewegen. We moeten inwoners informeren, maar ook inspireren, stimuleren en bovenal: helpen bij en zichtbaar maken van wat inwoners en bedrijven nu al kunnen doen. We willen een beweging in gang zetten waarbij meer inwoners en ondernemers gaan meedoen en zij ook elkaar gaan helpen.
74 Duurzaamheid
8.5 Prioriteiten tot 2030; focus tot 2026 Alle wettelijke en (inter)nationale doelen hebben 2050 als eindpunt. Het jaar 2030 ligt al dichterbij in de toekomst en dat jaar wordt voor veel (inter)nationale acties als tussendoel gebruikt. De belangrijkste prioriteiten tot 2030 zijn als volgt. Het zijn ook de onderwerpen waarop we ons focussen tot 2026 Circulaire economie Kennisontwikkeling en kennis delen Circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen Circulaire verdienmodellen op en tussen bedrijventerreinen in Waddinxveen en in de regio Circulair leven Energietransitie Verduurzamen van de glastuinbouw Opwekken van schone energie Stimuleren van schone mobiliteit Energiebesparing realiseren Aardgas vrij maken van woningen Klimaatadaptatie Bepalen en oplossen van de meest kwetsbare situaties in de openbare ruimte en bij individuele inwoners en ondernemers/bedrijventerreinen Onttegelen en vergroenen van woningen en daken Beleid maken voor Klimaat-adaptief bouwen en deze toepassen Biodiversiteit Onttegelen en vergroenen van woningen en daken Verbinden van stukjes natuur (inclusief tuinen) tot grotere natuureenheden (Beleid voor en toepassen van) Natuur inclusief bouwen Bomen planten; bomen leggen CO2 vast, houden water vast, helpen hittestress te voorkomen en zuiveren de lucht.
Overall Door participatie en communicatie de transities op gang krijgen Ervoor zorgen dat er meer koplopers en ambassadeurs voor duurzaamheid komen
8.6 Wat gaan we ervoor doen in 2023? Deze transities kan de gemeente niet alleen uitvoeren. Het is een gezamenlijke opgave voor inwoners, ondernemers en overheid. We zullen de handen ineen moeten slaan om de gezondheid van ons allemaal en de leefbaarheid voor de toekomst veilig te stellen. En ervoor zorgen dat generaties die na ons komen ook een goed leven kunnen hebben. We gebruiken bij al ons handelen duurzaamheid als basis. Een duurzaam, toekomstbestendig Waddinxveen is de basis voor alle ontwikkelingen in de gemeente. De duurzaamheidskoers wordt in de begroting vertaald naar uitvoering en projecten in de diverse programma’s. Het betekent dat in alle inhoudelijke programma’s de 4 transities de basis zijn voor nieuwe ontwikkelingen en het herstel van niet duurzame situaties. We ontwikkelen een uitvoeringsagenda die zich aanpast aan veranderende omstandigheden Het koersdocument Duurzaam Waddinxveen beschrijft de klimaat- en biodiversiteitsopgaven en de bijbehorende 4 transities. Dit vraagt een programmatische transitie aanpak. We maken met alle beleidsvelden een uitvoeringsagenda bij het Koersdocument Duurzaamheid. We leren in de projecten en passen projecten en waar nodig ook de uitvoeringsagenda aan. Dit is nodig voor het kunnen omgaan met de snel veranderende omstandigheden en ontwikkelingen.
We nemen in college- en raadsvoorstellen de gevolgen voor duurzaamheid op We borgen bij alle besluiten dat we de juiste keuzen maken voor toekomstige generaties voor een toekomstbestendige samenleving en leefomgeving. We voorzien alle college- en raadsvoorstellen van een inzicht in de gevolgen van het voorstel op de duurzaamheidskoers. Dit is vergelijkbaar met de generatietoets in het landelijk regeerakkoord. We gaan de financiële risico’s van klimaatverandering opnemen in de risicoparagraaf De gevolgen van de onontkoombare opwarming laten zich lastig vertalen zich naar financiële risico’s. Bij het opstellen van begrotingen en jaarrekeningen gaan we daar meer aandacht aan besteden. Zo willen we betere afwegingen maken. 75 Duurzaamheid
We nemen beleidsmatige belemmeringen bruikbaar weg Om doelen te halen staat oud beleid soms haaks op nieuw beleid. We zoeken naar bruikbare oplossingen om de belemmeringen weg te nemen (vooruitlopend op actualisatie van deze beleidsdocumenten) We bouwen verder aan de beweging De 4 transities zijn niet alleen technische transities, maar bovenal sociale transities. Om alle inwoners betrokken te krijgen bij de transities werken we het in de duurzaamheidskoers aangehaalde aanpak ‘bouwen aan de beweging’ verder uit. Zo moet het aantal actief betrokken inwoners bij de 4 transities groeien. We monitoren integraal de voortgang en organiseren een jaarlijks transitiegesprek met de gemeenteraad Transities gaan niet vanzelf en kennen veel onzekerheden. We ontwikkelen stapsgewijs een instrument om de voortgang te volgen (monitoring). We monitoren de voortgang van de 4 transities. We blijven in gesprek met de gemeenteraad of wij en de samenleving verder komen in de transities. Periodiek beoordelen of de gekozen rol nog het beste past. Waar we negatieve ontwikkelingen zien (zoals energiearmoede) stellen we beleidsmaatregelen voor of haken we in op landelijke maatregelen.
8.7 Financiële gevolgen Een structureel sluitende (meerjaren)begroting hebben we als uitgangspunt. De financiële gevolgen van de koers, zoals opgenomen in deze begroting, zijn ingrijpend. Daarbij zijn de doelen voor de energietransitie in 2022 verhoogd, en deze zijn nog niet vertaald naar deze begroting. Door het rijk zijn in de Meicirculaire 2022 voor 2023 en volgende jaren nog geen middelen opgenomen die bijdragen aan de realisatie van de duurzaamheidskoers. Daarom hebben we bij de verwerking van de financiële gevolgen in deze begroting gekozen voor een terughoudende toekomstbestendige aanpak waarin we wel stappen voorwaarts gaan zetten. Hierin komt de door ons gevoelde verantwoordelijkheid duidelijk tot uitdrukking. In bijlage 1 Nieuw beleid in deze Programmabegroting kan u ook de financiële gevolgen van de duurzaamheidskoers volgen en in welk programma ze terug te vinden zijn.
76 Duurzaamheid
Financiële begroting
Staat van baten en lasten Staat van baten en lasten Lasten Begroting Rekening 2022 (na 2021 wijz.)
Baten
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting Rekening 2022 (na 2021 wijz.)
Begroting 2023
Saldo
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting Begroting Rekening 2022 (na 2026 2021 wijz.)
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Programma's 1 Juiste zorg voor iedereen 2 Ruimte voor iedereen 3 Groeiende gemeente 4 Aantrekkelijke gemeente 5 Slagvaardige gemeente
-28.640 -9.012 -27.026 -13.023 -5.387
-30.200 -10.714 -29.667 -14.095 -6.109
-27.647 -11.671 -22.730 -14.994 -6.176
-27.392 -12.745 -24.683 -15.371 -6.129
-26.850 -12.733 -17.556 -15.378 -6.144
-26.801 -12.634 -17.356 -15.596 -6.155
7.628 2.544 29.423 9.323 621
6.428 2.545 27.656 8.696 572
6.143 2.401 17.960 9.119 612
6.143 2.376 20.364 9.326 612
6.235 2.376 13.464 9.382 612
6.236 2.376 13.653 9.462 612
-21.012 -6.468 2.397 -3.700 -4.766
-23.772 -8.169 -2.011 -5.399 -5.537
-21.504 -9.270 -4.770 -5.875 -5.564
-21.248 -10.369 -4.319 -6.045 -5.517
-20.615 -10.357 -4.092 -5.995 -5.531
-20.565 -10.258 -3.703 -6.134 -5.543
Totaal van de programma's
-83.088
-90.785
-83.219
-86.320
-78.660
-78.542
49.538
45.897
36.236
38.822
32.070
32.339
-33.550
-44.888
-46.983
-47.498
-46.590
-46.203
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 6.1 Lokale heffingen 6.2 Algemene uitkering 6.3 Treasury, aandelen en dividend 6.4 Ov alg dekkingsmiddelen en onvoorzien 6.5 Overhead 6.6 Vennootschapsbelasting Totaal Alg. dekkingsmidd/onvoorzien
-390 0 -1.889 -429 -9.757 -27 -12.493
-427 0 -1.974 -607 -10.540 -15 -13.562
-457 0 -2.094 -2.550 -10.264 -15 -15.380
-457 0 -2.547 -2.603 -9.863 -15 -15.485
-457 0 -2.402 -2.585 -9.845 -15 -15.305
-457 0 -2.496 -2.581 -9.746 -15 -15.295
8.357 46.313 2.111 305 246 0 57.330
8.353 52.741 2.163 0 0 0 63.257
8.353 54.048 2.821 0 0 0 65.223
8.353 54.834 2.997 0 0 0 66.184
8.353 54.992 2.936 0 0 0 66.281
8.353 50.173 2.912 0 0 0 61.438
7.967 46.313 222 -124 -9.511 -27 44.838
7.926 52.741 189 -607 -10.540 -15 49.696
7.895 54.048 727 -2.550 -10.264 -15 49.843
7.896 54.834 449 -2.603 -9.863 -15 50.699
7.896 54.992 534 -2.585 -9.845 -15 50.977
7.896 50.173 416 -2.581 -9.746 -15 46.144
Totaal (vóór winstbestemming)
-95.581
-104.347
-98.599
-101.804
-93.964
-93.836
106.869
109.155
101.459
105.006
98.351
93.777
11.288
4.808
2.860
3.201
4.386
-59
Mutaties in reserves: 1 Juiste zorg voor iedereen
stortingen
onttrekkingen
Saldo
2 Ruimte voor iedereen 3 Groeiende gemeente 4 Aantrekkelijke gemeente 5 Slagvaardige gemeente 6.2 Algemene uitkering 6.4 Ov alg dekkingsmiddelen en onvoorzien 6.5 Overhead 6.6 Vennootschapsbelasting Totaal mutaties in reserves
-1.210 -6.548 -6.057 -485 0 -517 -228 0 0 -15.045
-61 -494 -5.599 -2.455 -19 0 0 0 0 -8.627
0 -1.925 -4.636 -1.650 0 0 0 0 0 -8.211
0 -2.898 -3.444 0 0 0 0 0 0 -6.342
0 -3.452 -5.598 0 0 0 0 0 0 -9.050
0 -25 -2.098 0 0 0 0 0 0 -2.123
261 6.659 1.781 241 52 369 107 49 0 9.519
109 1.679 1.322 2.873 0 0 0 13 0 5.995
1 1.213 4.126 1.945 0 0 0 0 0 7.285
0 2.458 2.599 409 0 0 0 0 0 5.467
0 2.544 4.678 255 0 0 0 0 0 7.477
0 1.685 1.261 200 0 0 0 0 0 3.146
-949 111 -4.276 -244 52 -148 -121 49 0 -5.526
48 1.185 -4.277 418 -19 0 0 13 0 -2.632
1 -712 -510 295 0 0 0 0 0 -926
0 -440 -844 409 0 0 0 0 0 -875
0 -908 -920 255 0 0 0 0 0 -1.573
0 1.660 -837 200 0 0 0 0 0 1.023
Saldo na winstbestemming
-110.626
-112.974
-106.810
-108.146
-103.014
-95.959
116.387
115.150
108.744
110.473
105.828
96.923
5.762
2.176
1.934
2.327
2.813
964
77 Financiële begroting
Toelichting op het overzicht van baten en lasten Inleiding De Programmabegroting 2023 – 2026 is de eerste begroting in deze raads-/collegeperiode. Het begrotingsjaar 2023 is een overgangsjaar. Bijvoorbeeld bij de groei van de maatschappelijke voorzieningen door groei van de gemeente hebben we op dit moment nog geen inzicht in de incidentele en structurele financiële gevolgen. Hiervoor moeten we in 2023 eerst verkenningen en onderzoeken uitvoeren. Daarnaast zijn er andere onzekerheden en risico’s die we in het Voorwoord van deze begroting beschrijven. Volgens ons collegeprogramma 2022 – 2026 is een structureel en reëel evenwichtig sluitende (meerjaren)begroting het voornaamste uitgangspunt voor het financieel beleid. Daarbij zien we in de saldi van deze begroting het zogenaamde ‘ravijnjaar’ 2026. Oorzaak hiervan is dat het kabinet Rutte IV nog geen uitspraken heeft willen doen over de bekostiging uit het gemeentefonds (algemene uitkering) ná 2025. Onze gemeente blijft voor het jaar 2023 op basis van deze begroting ongewijzigd onder ‘repressief toezicht’ van de financieel toezichthouder, de Provincie Zuid-Holland. Bij deze vorm van toezicht is geen goedkeuring van raadsbesluiten met financiële gevolgen door de provincie nodig.
Begrotingsuitgangspunten 2023 - 2026 Statische begroting 2024 - 2026 De begroting 2023 – 2026 is evenals voorgaande jaren een zogenaamde statische begroting voor de jaren 2024 - 2026. Dit betekent dat we alleen voor het begrotingsjaar 2023 de structurele gevolgen van prijs-, loonontwikkeling en groei van de gemeente verwerken. Dit naar de inzichten tijdens de samenstelling van deze begroting. De jaren 2024 – 2026, inclusief de algemene uitkering, ramen we dus in constante prijzen/lonen en zonder groei. Algemene uitkering De ramingen van de baten algemene uitkering hebben we gebaseerd op de Meicirculaire 2022 en de op dat moment bekende areaal gegevens. Dit inclusief onze verwachting van het aantal woningen en inwoners per 1 januari 2023. Over de gevolgen van deze circulaire voor de begrotingsjaren 2022 – 2026 hebben we de raad in een memo bij de 1e Burap 2022 geïnformeerd. De VNG, het IPO en het rijk hebben daarna verdere afspraken gemaakt over de verwerking van de Hervormingsagenda jeugdzorg in de begrotingsjaren 2024 tot en met 2026.
Ze hebben het volgende afgesproken: Gemeenten mogen hun aandeel in de rijksbijdrage op basis van de hervormingsagenda van macro respectievelijk € 1.265 miljoen, € 758 miljoen en € 367 miljoen voor 100% verwerken via een stelpost in de algemene uitkering en Gemeenten mogen hun aandeel in de besparing in de lasten jeugdzorg volgens het Regeerakkoord Rutte IV van respectievelijk € 100 miljoen, € 500 miljoen en € 500 miljoen verwerken via een stelpost onder de lasten jeugdzorg. We hebben de gevolgen voor de gemeente Waddinxveen verwerkt in deze begroting. De hiermee samenhangende stelposten in deze begroting voor de jaren 2024 tot en met 2026 zien er als volgt uit: Stelpost baten algemene uitkering respectievelijk € 1.608.000, € 964.000 en € 467.000 en Stelpost besparing lasten jeugdzorg respectievelijk € 127.000, € 636.000 en € 636.000. Hierdoor is de stelpost van 75% rijksbijdrage op basis van de hervormingsagenda in de algemene uitkering van respectievelijk € 1.302.000, € 1.199.000 en € 827.000, uit de begroting 2022 – 2025, komen te vervallen. Deze is niet meer actueel. In de meicirculaire en deze begroting zijn ook de herverdeeleffecten van de herijking verdeling gemeentefonds en de gevolgen voor de algemene uitkering vanaf 2023 verwerkt. Dit inclusief het bijbehorend ingroeipad.
Inflatoire ontwikkelingen 2023 Volgens het collegeprogramma nemen we jaarlijks in de begroting realistisch onderbouwde ramingen op voor prijs-, loonontwikkeling en groei van de gemeente. Voor het opvangen van de verwachte prijs- en loonontwikkeling 2023 is de structurele bijdrage inflatoire ontwikkeling 2023 in de Meicirculaire 2022, in afwijking van voorgaande begrotingen, niet meer toereikend. De bijdrage hierin is in de meicirculaire voor 2023 structureel gemiddeld € 861.000 (circa 50%). -
Prijsontwikkeling 2023 volgens Meicirculaire 2022
De verwachte prijsontwikkeling 2023 is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de Nationale consumentenprijsindex (cpi) in de Meicirculaire 2022. In de Meicirculaire is een verwachting voor 2023 opgenomen van +/+ 2,4%. We nemen een structurele stelpost prijsontwikkeling voor 2023 in deze begroting op van € 1.100.000. 78 Financiële begroting
-
Loonontwikkeling 2023 volgens Meicirculaire 2022
De huidige Cao gemeenteambtenaren loopt tot 1 januari 2023. Daarom is de verwachte loonontwikkeling 2023 gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de Loonvoet sector overheid in de Meicirculaire 2022. In de meicirculaire is een verwachting voor 2023 opgenomen van +/+ 3,6%. We nemen een structurele stelpost loonontwikkeling voor 2023 in deze begroting op van € 600.000. -
Prijs- en loonontwikkeling verwachtingen augustus 2022
We zien dat in augustus 2022 de verwachte Nationale consumentenprijsindex (cpi) voor 2023 is gestegen van +/+ 2,4% naar +/+ 4,3%. De verwachte Loonvoet sector overheid is gedaald van +/+ 3,6% naar +/+ 3,0%. Hierdoor zou de stelpost prijsontwikkeling voor 2023 moeten worden verhoogd met € 900.000. De stelpost loonontwikkeling voor 2023 zou moeten worden verlaagd met € 100.000. Per saldo een structureel nadeel van € 800.000. We nemen, rekening houdend met een verwachte 50% bijdrage uit de algemene uitkering (zie voorgaand) in deze begroting een aanvullende stelpost prijs- en loonontwikkeling op van per saldo € 400.000. Dit vooruitlopend op de Septembercirculaire 2022. -
Subsidies
We handhaven in 2023 de indexering van subsidies voor de looncomponent als compensatie voor gestegen loonkosten (en loongerelateerde kosten) die een gevolg zijn van Cao-afspraken. Voor de bepaling van de hoogte van deze indexering sluiten we aan bij de Nationale consumentenprijsindex (cpi). Vanwege de uitzonderlijke situatie op de energiemarkt handhaven we in 2023 ook de indexering van subsidies voor de gestegen energiekosten. Ook hierbij sluiten we aan bij de consumentenprijsindex. De gevolgen van de indexeringen dekken we uit de in het voorgaande toegelichte stelpost prijspeilontwikkeling 2023. Verbonden partijen De ramingen voor de verbonden partijen, waaronder gemeenschappelijke regelingen, hebben we gebaseerd op de begrotingen 2023 – 2026 van deze partijen. Hierbij is voor een aantal gemeenschappelijke regelingen in het samenwerkingsgebied Hollands-Midden een financiële kaderstelling voor de prijs- en loonontwikkeling 2023 als uitgangspunt vastgesteld. Dit betreft de volgende gemeenschappelijke regelingen: Veiligheidsregio Hollands-Midden (VRHM); Regio Midden-Holland; Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH); Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg (RDOG) en Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). De begrotingen 2023 – 2026 van de verbonden partijen zijn in de raad van 1 juni 2022 voorzien van zienswijzen.
Deze begrotingen zijn vervolgens door de besturen van de verbonden partijen vastgesteld. De gevolgen van de loon- en prijsontwikkeling 2023 in deze begrotingen zijn vanaf 2023 € 161.000 per jaar. Deze hebben we in deze begroting gedekt uit de in het voorgaande toegelichte stelpost prijsontwikkeling 2023. Overige ontwikkelingen zijn verwerkt in de saldi van deze begroting. Groei en formatie We zien het aantal woningen en inwoners van onze gemeente hard groeien. Dit heeft gevolgen voor de formatie voor de uitvoering van de bestaande taken. Daarom hebben we in deze begroting een bijstelling van de formatie voor deze taken opgenomen van per saldo +/+ 5,25 formatieplaats met ingang van 2023. Hiervan komt 1 formatieplaats, door de tijdelijkheid, weer te vervallen met ingang van 2026. Voor de financiële gevolgen hebben we (gedeeltelijke) dekkingsmiddelen gevonden binnen de begroting. Daardoor is er sprake van een beperkte toename van de lasten vanaf 2023 met € 165.000 per jaar, dalend naar € 74.000 per jaar vanaf 2026. Dit is exclusief de bijstelling van de raming voor opleidingskosten. Beheerplannen (onderhoud kapitaalgoederen) De in deze begroting opgenomen financiële gegevens van de beheerplannen hebben we gebaseerd op de door de raad vastgestelde beheerplannen voor onder andere openbare ruimte en gemeentelijk vastgoed. Zoals eerder toegelicht groeit onze gemeente hard.
Dit is zichtbaar in de groei van de gemeentegegevens en de baten algemene uitkering. Maar ook onder andere in de groei van de te onderhouden arealen in het kader van het beheerplan openbare ruimte. In de volgende bijstelling van de beheerplannen openbare ruimte zullen de structurele financiële gevolgen hiervan zichtbaar worden. Vooruitlopend hierop is in de Programmabegroting 2019 - 2022 besloten om vanaf 2019 jaarlijks 50% van de financiële groei van de algemene uitkering die samenhangt met de woningen en inwoners als structurele stelpost te reserveren voor de actualisatie van de beheerplannen. In deze begroting hebben we dit aangepast. We hebben een aansluiting gezocht bij de ontwikkeling van het bijbehorende (oude) cluster in de algemene uitkering. In deze begroting hebben we op basis hiervan een structurele stelpost areaaluitbreiding openbare ruimte van € 196.000 voor 2023 opgenomen.
79 Financiële begroting
Door de herijking verdeling gemeentefonds vanaf 2023 en de wijziging van de clusterindeling in de algemene uitkering zal de basis voor de bepaling van de structurele stelpost areaaluitbreiding openbare ruimte vanaf de begroting 2024 – 2027 opnieuw moeten worden bepaald. Onvoorzien In het kader van de ombuigingen in de begroting 2020 – 2023 is deze stelpost m.i.v. 2020 gesteld op € 1 per jaar voor de gehele gemeente. Precariobelasting De overgangstermijn voor de afschaffing van de precariobelasting voor nutsnetwerken is in 2017 verkort van 10 naar 5 jaar. Gemeenten mochten tot uiterlijk 1 januari 2022 nog precariobelasting op nutsnetwerken heffen. We hebben deze precariobelasting in volledige omvang tot en met het begrotingsjaar 2021 geheven, waarbij niet meer is geïndexeerd. Met ingang van 2017 is van de opbrengst precariobelasting jaarlijks cumulatief 10% gestort in een Reserve afbouw precariobelasting. Dus 2017 10% oplopend naar 50% in 2021. Deze reservering valt in periode 2022 - 2026 cumulatief dalend met 10% vrij, dus 2022 50% aflopend naar 10% in 2026. Hiermee is toch een overgangstermijn van 10 jaar gerealiseerd in de begroting. Nieuw beleid Het in de begroting opgenomen nieuw beleid 2023 – 2026 is nagenoeg volledig gebaseerd op ons collegeprogramma 2022 – 2026, inclusief de hierin opgenomen wettelijke en onvermijdelijke ontwikkelingen.
De dekking voor de structurele gevolgen van het nieuw beleid komt uit: ‘oud voor nieuw’, de groei van de algemene uitkering door groei van de gemeente (voor zover niet ingezet voor hiermee samenhangende lasten bestaand beleid) en de reële groei van de accressen van de algemene uitkering (voor 2022 tot en met 2025 vanaf de Meicirculaire 2022 bevroren). De financiële gevolgen van het incidenteel nieuw beleid 2023 – 2026 hebben we in deze begroting gedekt uit structurele begrotingsoverschotten. Duurzaamheidskoers In ons collegeprogramma 2023 – 2026 staat dat we overgedragen en/of uitgebreide taken ‘voor zover’ mogelijk incidenteel in de (meerjaren)begroting opnemen. Dit zolang de financiële ondersteuning vanuit het rijk niet beschikbaar is. De financiële gevolgen van de onder het nieuw beleid opgenomen duurzaamheidskoers zijn ingrijpend. Door het rijk zijn in de Meicirculaire 2022 voor 2023 en volgende jaren nog geen middelen opgenomen die bijdragen aan de realisatie van de duurzaamheidskoers. Daarom hebben we bij de verwerking van de financiële gevolgen in deze begroting gekozen voor een terughoudende toekomstbestendige aanpak. Hierin komt de door ons gevoelde verantwoordelijkheid duidelijk tot uitdrukking.