Programmabegroting 2023-2026 DEF
Tekst van het document
1.3.3.1 Afvalstoffenheffing We gaan extra activiteiten ontplooien naast de campagne voor gedragsbeïnvloeding, extra toezicht op het Grondstoffenplein en narijden hotspots (waarvoor eerder extra geld is begroot). We doen dit om de hoeveelheid restafval te verminderen door het inzetten van de mobiele milieustraat, schone buurtcoaches, extra scheiden van grof huishoudelijk afval (afkomstig van het Grondstoffenplein en draaien van pilots die bij gebleken resultaat worden geïmplementeerd). We evalueren het huidige afvalbeleid en de samenwerking met Cyclus. We onderzoeken hoe de afvalinzamelaar een extra bijdrage kan leveren aan het bereiken van onze circulaire doelstellingen. In totaal zijn de meerkosten inclusief het nieuw beleid € 365.000. In totaal zal er € 158.000 ten laste wordt gebracht in 2023 van de egalisatievoorziening afval. De definitieve hoogte van de Afvalstoffenheffing wordt in december vastgesteld. De onderhandelingen over de dienstverleningsovereenkomst voor 2023 zijn nog niet afgerond.
40 Lokale heffingen
Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrote opbrengsten: 2022
2023
2024
2025
2026
Afvalstoffenheffing
4.447
4.795
5.045
5.045
5.045
Totaal Bedragen x € 1.000
4.447
4.795
5.045
5.045
5.045
De berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing ziet er voor 2023 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing Kosten afvalverwerking inclusief omslagrente
-4.175
Inkomsten afvalverwerking exclusief heffingen
117
Netto kosten afvalverwerking
-4.058
Toe te rekenen kosten afvalverwerking: Overhead
-176
BTW
-719
Totale kosten afvalverwerking
-4.953
Opbrengst afvalstoffenheffing
4.795
Onttrekking aan de egalisatievoorziening tarieven afvalstoffenheffing
158
Totale opbrengst afvalverwerking
4.953
Dekkingspercentage Bedragen x € 1.000
100%
Het verwachte verloop van de egalisatievoorziening is als volgt begroot: Verwachte
stand
Egalisatievoorziening
2022
2023
2024
2025
2026
420
262
229
196
163
afvalstoffenheffing per 31-12 Bedragen x € 1.000
1.3.3.2 Rioolheffing In 2020 is het Gemeentelijk waterplan 2021-2025 door de raad vastgesteld. Hierin wordt ook een inzicht gegeven in de tariefsontwikkeling. Het volgende overzicht geeft inzicht in de
2022
2023
2024
2025
2026
Rioolheffing
2.817
3.180
3.180
3.180
3.180
Totaal Bedragen x € 1.000
2.817
3.180
3.180
3.180
3.180
ontwikkeling van de begrote opbrengsten:
41 Lokale heffingen
De berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing ziet er voor 2023 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing Kosten rioleringstaak inclusief omslagrente
-2.745
Inkomsten rioleringstaak exclusief heffingen
2
Netto kosten rioleringstaak
-2.743
Toe te rekenen kosten rioleringstaak: Overhead
-355
BTW
-375
Totale kosten rioleringstaak
-3.474
Rioolheffing
3.180
Onttrekking aan de egalisatievoorziening tarieven rioolrechten
294
Totale opbrengst rioolheffing
3.474
Dekkingspercentage
100%
Bedragen x € 1.000
Verwachte
stand
Egalisatievoorziening
2022
2023
2024
2025
2026
1.674
1.381
1.012
587
82
tarieven rioolrechten per 31-12 Bedragen x € 1.000
1.3.3.3 Begraafrechten In januari 2022 is het beheerplan begraafplaatsen 2022-2026 vastgesteld. De opbrengsten/tarieven van de begraafrechten worden in 2023 gehandhaafd op het niveau van 2022. Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrote opbrengsten: 2022
2023
2024
2025
2026
Begraafrechten
359
366
373
381
381
Totaal Bedragen x € 1.000
359
366
373
381
381
De berekening van de kostendekkendheid van de begraafrechten ziet er voor 2023 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de begraafrechten Kosten begraafplaats inclusief omslagrente
-314
Inkomsten begraafplaats exclusief heffingen
-
Netto kosten begraafplaats
-314
Toe te rekenen kosten begraafplaats: Overhead
-97
Totale kosten begraafplaats
-411
Begraafrechten
366
42 Lokale heffingen
Onttrekking aan de egalisatievoorziening begraafplaatsen
44
Totale opbrengst begraafplaats
411
Dekkingspercentage
100%
Bedragen x € 1.000 Het verloop van de egalisatievoorziening ziet er als volgt uit: Verwachte
stand
Egalisatievoorziening
2022
2023
2024
2025
2026
325
281
237
200
164
begraafplaatsen per 31-12 Bedragen x € 1.000
1.3.4. Leges De begrote kostendekkendheid van de leges is als volgt: Kostendekkendheid van leges Titel I Hoofdstuk
Lasten
Baten
Kostendekking %
Huwelijk
-32.655
33.113
101,40%
Persoonsdocumenten
-328.648
310.236
94,40%
Verstrekkingen en Nasporingen
-23.271
17.866
76,77%
-0
0
0,00%
Handel en (APV-)vergunningen
-4.082
2.232
54,67%
Telecommunicatie
-14.326
18.420
128,58%
Verkeer en vervoer
-15.732
4.154
26,40%
Rioolaansluiting
- 1.584
2.388
150,73%
-420.298
388.409
92,41%
Lasten
Baten
Kostendekking %
Bouwvergunningen
-796.000
796.000
100,00%
Totaal
-829.000
829.000
100,00%
Hoofdstuk
Lasten
Baten
Kostendekking %
Horeca
-2.571
2.313
89,96%
Organiseren evenementen of markten
-4.997
3.290
65,83%
-
-
-
-7.568
5.603
74,04%
Huisvesting
Totaal
Kostendekkendheid van leges Titel II Hoofdstuk
Kostendekkendheid van leges Titel III
Brandbeveiligingsverordening Totaal
43 Lokale heffingen
1.4. Kwijtscheldingsbeleid Bij de beoordeling van een verzoek tot kwijtschelding is de betalingscapaciteit bepalend. Onder betalingscapaciteit wordt verstaan het positieve verschil tussen het netto-besteedbare inkomen en de door het Rijk genormeerde kosten van bestaan. Het netto-besteedbare inkomen is het inkomen dat resteert na de betaling van de huur (na aftrek van huursubsidie) en de premie voor de ziektekostenverzekering. De genormeerde kosten van bestaan bedragen, aldus het rijk, 90% van de bijstandsuitkering. Het staat de gemeente echter vrij dit percentage te verhogen tot 100%, waarbij ervan uitgegaan wordt, dat van een bijstandsuitkering geen gemeentelijke belastingen betaald kunnen worden. In Waddinxveen is dit, net als in het overgrote deel van de andere gemeenten in Nederland, dan ook gebeurd. Indien bij de beoordeling van een kwijtscheldingsverzoek blijkt dat belastingplichtige niet beschikt over betalingscapaciteit, wordt kwijtschelding verleend. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor afvalstoffenheffing. Voor kwijtscheldingen hebben we in deze begroting een structureel bedrag van € 114.000 opgenomen.
1.5. Lokale lastendruk We willen volgens ons collegeprogramma de laagste woonlasten in de regio Midden-Holland. We verhogen de opbrengsten onroerendezaakbelastingen woningen en niet woningen (excl. areaaluitbreiding) voor het jaar 2023 niet. De opbrengsten rioolheffing zijn voor 2023 en volgende jaren reeds gebaseerd op het Gemeentelijk waterplan 2021 - 2025. Dit is ook van toepassing op de opbrengsten begraafrechten die voor 2023 en volgende jaren gebaseerd zijn op het Beheerplan Begraafplaats Thijmhof 2022 - 2026. De opbrengsten afvalstoffenheffing 2023 worden ten opzichte van 2022 verhoogd met het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. Voornaamste oorzaak is de inzet op het hergebruik van restafval door de transitie circulaire economie uit de duurzaamheidskoers, zoals opgenomen onder het nieuw beleid 2023 – 2026. Onderstaande tabellen geven inzicht in de belastingdruk in 2022 in de gemeente Waddinxveen ten opzichte van omliggende gemeenten in de regio. Tarief afvalstoffenheffing
Tarief rioolheffing
0,1018% 0,1162% 0,0942% 0,1082% 0,0995% 0,1040%
350 330 327 316 277 320
209 328 500 192 257 297
WOZ-waarde 250.000
WOZ-waarde 275.000
WOZ-waarde 300.000
Waddinxveen 935 827 Bodegraven - Reeuwijk 1.154 1.011 Gouda 1.140 1.076 Zuidplas 940 791 Krimpenerwaard 921 808 Gemiddelde 1.018 903 Bron: Coelo Atlas van de lokale lasten 2022 en Waarderingskamer
852 1.040 1.099 818 833 928
878 1.069 1.123 845 858 955
Gemeente
Waddinxveen Bodegraven - Reeuwijk Gouda Zuidplas Krimpenerwaard Gemiddelde
Gemiddelde WOZTarief OZB waarde woningen eigenaren
282.000 352.000 245.000 317.000 295.000 298.200
Totale belastingdruk bij regiogemeenten in 2022: Gemeentelijke Gemeente woonlasten meerpersoons
44 Lokale heffingen
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het beleid voor het risicomanagement is vastgesteld op 5 juli 2017. In het beleidskader zijn de volgende doelen opgenomen: 1. Kaderstelling raad en formuleren van beleidsuitgangspunten: De raad is verantwoordelijk voor een sluitende begroting. De raad heeft een kaderstellende, budgetterende en controlerende taken. Vanuit deze rollen geeft de raad de kaders met betrekking tot het weerstandsvermogen en het risicomanagement aan en stelt de raad hiervoor het beleid vast waarbinnen de gemeente Waddinxveen dient te opereren. 2. Voldoen aan wet- en regelgeving: Beleid over weerstandsvermogen en risicomanagement wordt via wet- en regelgeving (BBV, Gemeentewet en Financiële verordening) verplicht gesteld. Door het vaststellen van deze nota en een actualisatie hiervan voldoet de gemeente Waddinxveen aan wet- en regelgeving 3. Verhogen van het risicobewustzijn: Risico’s meer inzetten als tool voor bestuur en management met als doel het verhogen van het risicobewustzijn. 4. Borgen van aandacht voor het managen van risico’s door het nemen van beheersmaatregelen: Het signaleren van de risico´s is de eerste stap. Maar vervolgens moeten de maatregelen worden benoemd die genomen worden om de risico´s zo veel mogelijk te beheersen. Op deze manier wordt er proactief met risico’s omgegaan, in plaats van reactief.
Meer terugkijken en leren van het effect van de beheersmaatregelen. 5. Zorgen voor beter bestuur en voor vertrouwen in bestuur: Een goed risicomanagement zorgt ervoor dat de burgers vertrouwen hebben in de gemeente en haar bestuurders, want zij hechten belang aan een goedwerkende gemeente. Er moet worden gezorgd dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarbij beoordeelt de gemeente het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente mogelijke risico’s op kan vangen zonder dat de continuïteit van beleid of bedrijfsvoering in gevaar komt. Risicomanagement is het samenspel van activiteiten om de nadelige gevolgen van risico’s zoveel mogelijk binnen de grenzen te houden. Het is een dynamisch proces. De raad bepaalt de grenzen en de spelregels. Deze liggen vast in het beleidskader. Gedurende het jaar worden de risico’s en beheersmaatregelen geactualiseerd. Er moet worden gezorgd dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarbij beoordeelt de gemeente het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente mogelijke risico’s op kan vangen zonder dat de continuïteit van beleid of bedrijfsvoering in gevaar komt. Hierover wordt gerapporteerd in de jaarstukken en in de programmabegroting.
In het proces van risicobeheersing worden steeds de volgende stappen doorlopen: identificeren, analyseren, beoordelen, maatregelen ontwerpen en implementeren en als laatste evalueren en rapporteren. Volgens het beleid zijn de risico’s van het grondbedrijf niet in deze paragraaf opgenomen wegens de geheel eigen methodiek. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 7 Grondbeleid. Wel is het weerstandsvermogen van het grondbedrijf gecorrigeerd op de beschikbare weerstandscapaciteit van de algemene dienst, zodat het beschikbare weerstandsvermogen, opgenomen in deze paragraaf, een totaalbeeld geeft. Deze paragraaf is als volgt opgebouwd. Allereerst rapporteren we over de risico-inventarisatie. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Daarnaast hebben we de beschikbare weerstandscapaciteit in kaart gebracht. Op basis van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit wordt het weerstandsvermogen berekend. Tenslotte worden de kengetallen over de financiële positie van de gemeente weergegeven.
Risico-inventarisatie Het risicoprofiel omvat 48 risico’s. Vanuit het risicomanagement systeem zijn alle risico’s geactualiseerd. Hieronder staan de financiële risico´s met een gewogen risico vanaf € 100.000. Daarbij hebben we ook – conform de nota – de beheersmaatregel weergegeven. De berekeningswijze is conform de spelregels in het beleidskader. Hieruit komt de volgende top 4 naar voren. Deze golden ook al bij de vorige risico-inventarisatie. De bij dit risico genoemde investeringsbedragen betreffen – conform de afgesproken systematiek - de kalenderjaren 2023 en 2024.
45 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het ‘gewogen risicobedrag’ geeft de vermenigvuldiging van kans en financieel gevolg weer. Dit is het bedrag waar in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit rekening mee wordt gehouden. Positie
Risico
Kans (in %)
Financieel gevolg (in €)
Gewogen risicobedrag
Programma risico
1
Hogere uitgaven dan geraamd voor het sociale domein
20%
3.875.000
794.000
Participatie in samenhang
Beheersmaatregel: Monitoring uitgaven Inzet op preventie en vroegsignalering Kostenreductie in het kader van de landelijke hervormingsagenda jeugd
2
Deelneming van € 4.900.000 via Commandiet Triangel B.V. in C.V. Triangel.
10%
4.900.000
490.000
Algemeen (Treasury)
320.000
Algemeen (Treasury)
150.000
Algemeen (Treasury)
Beheersmaatregel: Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer BV. Resultaten vanuit gemeente nauwlettend gevolgd. 3
Mogelijk beroep op gemeentegarantie bij de ingebrekestelling terugbetaling € 15 miljoen (kredietfaciliteit) door C.V. Triangel aan BNG.
4%
8.000.000
Beheersmaatregel: 50% contragarantie BPD. Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer BV. Resultaten vanuit gemeente nauwlettend gevolgd. 4
Schending van de AVG; zoals Data-lekken, een onjuiste grondslag, onzorgvuldigheden of het niet naleven van het recht van betrokkene.
30%
500.000
Beheersmaatregel: Privacy beleidskader en verwerkingsregister opgesteld. Er zijn verwerkersovereenkomsten afgesloten. Protocollen opgesteld voor bijvoorbeeld een data-lek. Cyberverzekering afgesloten.
De tabel hierboven biedt, in lijn met het vastgestelde beleidskader rondom risicomanagement, inzicht in de top 4 risico’s, die gezamenlijk voor driekwart het gewogen risico van alle risico’s totaal bepalen. Er is een aantal onderwerpen waarvoor (nog) geen financieel gevolg bij de risico-inventarisatie is meegenomen, maar die wel van belang zijn om als risico te herkennen. Dit neemt niet weg dat er geen aandacht is voor de overige risico’s. De belangrijkste daarvan hebben betrekking op: 1.
2.
Er is nog een aantal beleidsvoornemens op het gebied van circulaire economie en biodiversiteit waarbij nog geen wettelijk kader beschikbaar is en/of ondersteunende rijksmiddelen zijn toegekend. Wel heeft Waddinxveen in 2015 ambitieuze doelen geformuleerd op deze onderwerpen, waarbij met de kennis van vandaag actualisatie van dat beleid verklaarbaar en noodzakelijk is. Omdat er voor wat betreft het wettelijk kader en rijksmiddelen nog geen duidelijkheid is, zijn de financiële risico’s ten opzichte van het geformuleerde beleid niet opgenomen in de tabel. CAO ontwikkelingen gemeenten: de CAO loopt af op 1 januari 2023. Momenteel lopen er onderhandelingen tussen de VNG en de bonden. De onderhandelingen voor de cao gemeenten 2023 starten na half september met als doel voor het einde van het jaar een nieuwe cao af te sluiten. In onze begroting hebben wij rekening gehouden met een loonontwikkeling van 3,6% vanaf 2023. Er is dus een risico aanwezig dat de werkelijk te betalen salarissen vanaf 2023 hoger uitvallen dan de ruimte in onze begroting. In de risicoparagraaf nemen wij dit risico mee, maar met de kwalificatie laag. Dat houdt 46
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
3. 4.
verband met het principe dat CAO ontwikkeling macro gezien deels worden gecompenseerd in de Algemene Uitkering. De invoering van de Omgevingswet per 1-1-2023 kan ertoe leiden dat het bedrag aan leges wat in de meerjarenraming is opgenomen, niet volledig wordt gerealiseerd, terwijl de kosten die daartegenover staan (capaciteit) niet direct zijn af te bouwen. In de Paragraaf verbonden partijen worden ook de risico’s voor de verbonden partijen weergegeven. Deze analyse leidt niet tot de opneming van gewogen risico-bedragen van meer dan € 100.000 in de risico-inventarisatie.
Benodigde weerstandscapaciteit Financieel gevolg De ontwikkeling van het aantal risico’s en het totaal aan maximaal financieel gevolg is als volgt. (bedragen x € 1.000)
Begroting 2022-2025
Jaarrekening 2021
Begroting 2023-2026
48
48
48
27.586
20.478
20.635
Aantal geïnventariseerde risico’s Maximaal financieel gevolg alle risico’s
Risicosimulatie Natuurlijk zullen de risico´s zich niet allemaal tegelijk voordoen. Van alle risico´s is de kans bepaald dat het risico zich zal voordoen. Volgens een statistische berekening kan vervolgens bepaald worden welk bedrag nodig is om de risico´s af te dekken. Met een zekerheid van 90% kunnen de risico's worden afgedekt met een bedrag van € 3.830.000 (benodigde weerstandscapaciteit). Dit was bij inventarisatie van de vorige begroting € 3.941.000. (bedragen x € 1.000)
Begroting 2022-2025
Jaarrekening 2021
3.941
3.831
Benodigde weerstandscapaciteit
Begroting 2023-2026 3.830
Beschikbare weerstandscapaciteit Incidentele en structurele weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit kan worden onderscheiden in incidentele weerstandscapaciteit (vermogen om eenmalige financiële gevolgen van risico’s op te vangen) en structurele weerstandscapaciteit (vermogen om structureel de financiële gevolgen van risico’s op te vangen). We gebruiken in eerste instantie de incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Indien zich gedurende een jaar structurele tegenvallers voordoen, zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan worden deze eerst incidenteel afgedekt vanuit de incidentele weerstandscapaciteit. Vervolgens wordt hiervoor bij de samenstelling van de eerstvolgende begroting structurele dekking gezocht binnen de structurele begrotingsruimte. Indien dit niet lukt dan kan de structurele weerstandscapaciteit ingezet worden als dekkingsmiddel. Incidentele weerstandscapaciteit De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan incidentele middelen van de algemene dienst vermeerderd met het saldo in de incidentele weerstandscapaciteit van het grondbedrijf. Dit wordt hieronder weergegeven. Met ingang van de 1e Burap 2020 wordt er bij de bepaling van de hoogte van de algemene bedrijfsreserve rekening gehouden met toekomstige beslagen tot en met het einde van de begrotingsperiode.
47 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is als volgt: Begroting 2022-2025
Elementen incidentele weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000)
Vrije algemene bedrijfsreserve algemene dienst
Jaarrekening 2021
Begroting 2023-2026
18.412
19.101
19.742
Algemene bedrijfsreserve Zwembad
-
-
-
Post onvoorzien (met ingang van 2020 € 1)
-
-
-
10
10
10
Totale incidentele weerstandscapaciteit algemene dienst
18.422
19.111
19.752
Saldo weerstandscapaciteit Grondbedrijf, zie Par. 7 Grondbeleid
-3.663
-1.007
507
Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit
14.759
18.104
20.259
Stille reserve
In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is opgenomen dat ook stille reserves in de beschikbare weerstandscapaciteit wordt meegenomen. De mogelijke stille reserves zijn onderzocht. De stille reserves betreffen het positieve verschil tussen de directe verkoopwaarde (actuele waarde) en de boekwaarde (waardering). Het kan hierbij gaan om materiële bezittingen en/of financiële bezittingen (deelnemingen). Van een stille reserve in materiële bezittingen kan pas worden uitgegaan als de bijbehorende activa niet duurzaam aan de bedrijfsuitoefening zijn verbonden en dat de activa vrij verhandelbaar zijn. Voor de gemeente doet dat zich alleen voor bij onroerende zaken die in eigendom zijn van de gemeente en niet meer benodigd zijn voor de bedrijfsuitoefening. De stille reserves zijn geactualiseerd met de jaarrekening 2021. Er is 1 kleine stille reserve. Een aantal gebouwen is in het kader van het IHP niet meer voor onderwijs in gebruik en toegevoegd aan de voorraad ‘(strategisch) vastgoed’. Mogelijk zijn hier stille reserves. Maar gezien de hoge mate van onzekerheid van toekomstig gebruik en bijbehorende waarde, zijn deze niet in de weerstandscapaciteit opgenomen. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit van onze gemeente wordt toegelicht in de paragraaf Kengetallen.
Benodigde versus beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, wordt een relatie gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening maakt het mogelijk om een ratio voor het weerstandsvermogen te bepalen. Om de ratio van het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van normen die ontwikkeld zijn in samenwerking met de Universiteit Twente en bij meerdere gemeenten worden toegepast. ratio
>2.0
Betekenis
uitstekend
1.4-2.0 ruim voldoende
1.0-1.4
0.8-1.0
Voldoende
matig
0.6-0.8
<0.6
onvoldoende
ruim onvoldoende
Begroting 2022-2025
Jaarrekening 2021
Begroting 2023-2026
Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit
14.759
18.104
20.259
Benodigde weerstandscapaciteit
3.941
3.831
3.830
(bedragen x € 1.000)
Ratio weerstandsvermogen Ratio betekenis
3,7
4,7
5,3
uitstekend
Uitstekend
uitstekend
Kengetallen financiële positie De kengetallen moeten worden opgenomen in deze paragraaf om de raad in onderlinge samenhang eenvoudig inzicht te verschaffen in de financiële positie van de gemeente en daarmee een bijdrage te leveren aan de (verdere) invulling van de kaderstellende en controlerende rollen van de raad. Ze moeten inzichtelijker maken over hoeveel (financiële) ruimte een gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Door de Provincie Zuid-Holland zijn normen gedefinieerd, die in het vervolg als referentie worden 48 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
gebruikt. De kleuren van de verschillende ratio’s per kengetal zijn groen, oranje (volgens website geel) en rood (volgens website oranje). Bij de toelichting op de kengetallen worden de ratio’s per kengetal verklaard. Het verloop van de kengetallen kan als volgt worden samengevat: Begroting 2022
JR 2021
B 2023
B 2024
B 2025
B 2026
Netto schuldquote
78%
55%
101%
90%
94%
95%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
78%
54%
100%
90%
93%
94%
Solvabiliteitsratio
37%
41%
35%
38%
39%
40%
Grondexploitatieratio
15%
22%
19%
3%
-5%
-15%
Structurele exploitatieruimte
3,6%
0,3%
6,0%
5,6%
6,4%
1,4%
Belastingcapaciteit
106%
107%
103%
103%
103%
103%
Kengetallen
Toelichting: Netto schuldquote Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de schuld. Daarmee kan een oordeel worden gevormd over de mate waarin de baten, exclusief reservemutaties, van de gemeente toereikend zijn om de schuldverplichtingen te voldoen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het percentage komt tot stand door de aangetrokken gelden minus de uitgezette gelden te delen door de jaarinkomsten. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 90% groen, bij 90% - 130% oranje (volgens website geel) en bij > 130% rood (volgens website oranje). De schuldquote is de verhouding tussen schulden en het totaal van de baten. De netto schuldquote was in 2021 sterk verbeterd, maar vanaf 2023 verslechterd de schuldquote aanzienlijk door het aantrekken van leningen in samenhang met Bijlage 3 – Meerjareninvesteringsprogramma 2023 - 2026, gecombineerd met lagere baten door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf. De rentelasten voor de aan te trekken langlopende geldleningen zijn onderdeel van de exploitatie saldi 2023 – 2026 in deze begroting. Zie hiervoor ook Paragraaf 4 - Financiering. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Bij dit kengetal worden de doorgeleende gelden van de financiële activa gecorrigeerd op de netto schuldquote.
Verder is de toelichting op de netto schuldquote van toepassing, inclusief referentiewaarden. Solvabiliteitsratio Kengetal dat weergeeft in hoeverre het totaal van de activa is gefinancierd vanuit het eigen vermogen. De ratio wordt berekend door het Eigen Vermogen (de reserves) te delen door het balanstotaal. Volgens de website “staatvan.zuid-holland.nl” is de kleur bij een ratio van > 50% groen, bij 20% - 50% oranje (volgens website geel) en bij < 20% rood (volgens website oranje). De oplopende Netto schuldqoute heeft door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf nauwelijks invloed op het balanstotaal. Omdat ook het eigen Vermogen redelijk gelijk blijft, is de solvabiliteit de komende jaren vrij stabiel. Grondexploitatieratio Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de voorraad bouwgrond en de stand van het onderhanden werk bouwgrondexploitatie. De balanswaarde hiervan minus de voorzieningen voor negatieve grondexploitaties wordt gedeeld door de jaarinkomsten om tot deze ratio te komen. De hoogte van dit kengetal geeft aan wat het terugverdienrisico is op de grondexploitaties ten opzichte van de totale inkomsten van de gemeente. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 20% groen, bij 20% - 35% oranje (volgens website geel) en bij > 35% rood (volgens website oranje).
Volgens de eerdergenoemde website is de bandbreedte van deze ratio bij de diverse gemeenten groot. Of een gemeente een beheers- of een ontwikkelgemeente is heeft een grote invloed op deze ratio. De ratio daalt omdat de boekwaarde van de grondexploitaties zich ontwikkelt van negatief naar positief door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf. Een positieve boekwaarde geeft aan dat het cumulatief saldo baten hoger is dan het saldo lasten. Dit geeft in 2026 een ratio van -/- 14%. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting/jaarrekening is, afgezet tegen de inkomsten. Dit kengetal brengt de structurele weerstandscapaciteit of robuustheid van de meerjarenbegroting tot uitdrukking. De structurele exploitatieruimte heeft een positieve invloed op de solvabiliteit als hiermee het eigen vermogen wordt versterkt. Volgens de website ‘staatvan.zuidholland.nl’ is de kleur bij een ratio van > 0% groen, 0% oranje (volgens website geel) en bij < 0% rood (volgens website oranje). De score blijft positief, al daalt de structurele exploitatieruimte in 2026 aanzienlijk.
49 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk (jaar t) in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde (jaar t-1). Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 95% groen, bij 95% - 105% oranje (volgens website geel) en bij > 105% rood (volgens website oranje). De tarieven zijn bij de gemeente Waddinxveen hoger dan gemiddeld in Nederland. Financiële kengetallen begroting 2023 – 2026 in samenhang De gemeente Waddinxveen is een ontwikkelgemeente. Wel lopen de activiteiten van het grondbedrijf terug. Dit wordt zichtbaar in de ontwikkeling van de Grondexploitatieratio. De gemeente Waddinxveen is ook een investerende gemeente. Dit is te zien in Bijlage 3 – Meerjareninvesteringsprogramma 2023– 2026 in deze begroting. Deze investeringen worden gedeeltelijk gefinancierd door het aantrekken van langlopende geldleningen, hetgeen invloed heeft op de negatieve ontwikkeling van de Netto schuldquote. Dit is gelukkig van beperkte invloed op de verhouding tussen het Eigen Vermogen en het Vreemd Vermogen waardoor de Solvabiliteitsratio redelijk stabiel blijft. De rentelasten voor de aan te trekken langlopende geldleningen zijn als lasten opgenomen in de Structurele Exploitatieruimte, die aflopend positief is.
De Structurele Exploitatieruimte heeft ook een positieve invloed op het Eigen Vermogen als onderdeel van de eerder genoemde Solvabiliteitsratio. Bij de ratio Belastingscapaciteit wordt in de Paragraaf 1 - Lokale heffingen de lokale belastingdruk 2023 ook vergeleken met omliggende gemeenten. Hierbij heeft de gemeente Waddinxveen de op één na laagste belastingdruk.
50 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.1. Inleiding Kapitaalgoederen maken een groot deel uit van het kapitaal van een gemeente. De kapitaalgoederen in eigendom van de gemeente Waddinxveen bestaan uit wegen, bruggen, openbare verlichting, openbaar groen en bomen, speelplaatsen, het rioolstelsel, watergangen, sportvelden, gemeentelijke gebouwen en begraafplaats Thijmhof. De gemeente heeft de taak deze kapitaalgoederen in stand te houden. De kwaliteit en het onderhoud van onze kapitaalgoederen is bepalend voor de (jaarlijkse) lasten. Om het beoogde beheerniveau te waarborgen, stellen we voor de verschillende kapitaalgoederen beheerplannen op. Bij het in stand houden van de kapitaalgoederen maken we een onderscheid tussen jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De budgetten voor jaarlijks onderhoud zijn per jaar op een gelijkblijvend niveau opgenomen binnen de exploitatiebegroting van het programma. Deze paragraaf richt zich op het groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Groot onderhoud vindt plaats om de levensduur van een kapitaalgoed te verlengen. Om het groot onderhoud zonder fluctuaties te bekostigen treffen we voorzieningen. Jaarlijks wordt een evenredig bedrag gestort in de voorzieningen vanuit de exploitatie. De uitgaven voor groot onderhoud in een bepaald jaar onttrekken we uit de voorzieningen.
Als kapitaalgoederen aan het eind van de levensduur zijn, vindt een vervangingsinvestering plaats. De kosten van de vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven met ingang van het jaar na realisatie op basis van de levensduur van het nieuwe kapitaalgoed. Openbare Ruimte We beheren en onderhouden onze kapitaalgoederen in de openbare ruimte volgens gedifferentieerde beheerniveaus We zetten in op kwalitatief goed beheer en onderhoud van onze kapitaalgoederen voor de disciplines wegen, groen en riolering. De kwaliteit van onze kapitaalgoederen moet zo goed zijn dat we ze kunnen blijven gebruiken. We beheren en onderhouden de openbare ruimte daarom volgens gedifferentieerde beheerniveaus, zoals vastgesteld in de Visie Beheer Openbare Ruimte. Dit zijn de verschillende niveaus waarop de kapitaalgoederen bijgehouden worden. Hierbij spelen we in op de wensen van onze partners en voldoen we aan onze zorgplichten. De beheerniveaus zijn als volgt onderverdeeld: Centra
Hoofdwegen
Woonwijken
Bedrijven
Buitengebied
Jaarlijks onderhoud
A
B
B
B
C
Groot onderhoud
A
B
B
B
C
Vervangingsinvesteringen
A
B
B
B
C
Deze beheerniveaus kunnen als volgt worden toegelicht: Code
Kwaliteit
Technische staat
Verzorging
A
Hoog
Weinig op aan te merken
Schoon
B
Basis
Lichte schade, een en ander op aan te merken
Matig schoon, niet storend
C
Laag
Duidelijke schade, veel op aan te merken
Vuil, storend
We geven uitvoering aan het Projectenboek Openbare Ruimte 2021-2024 In het projectenboek staat de planning van onze integrale projecten. Integrale projecten zijn projecten waar verharding, groen en riolering zo veel mogelijk op hetzelfde moment worden opgeknapt. We delen deze planning met onze partners. Zo kunnen we werkzaamheden afstemmen en waar mogelijk combineren. Ook kiezen we bij onze integrale projecten een passend participatietraject met betrokkenen. Waar mogelijk verwerken we de wensen in de nieuwe inrichting.
51 Onderhoud kapitaalgoederen
Gemeentelijke Gebouwen In 2023 wordt een nieuw Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan opgesteld Voor het beheer en onderhoud van onze gebouwen wordt eens in de vier jaar een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Hiervoor worden de gebouwen geïnspecteerd en de gegevens ingevoerd in het onderhoudsprogramma, waarbij het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ uit de NEN2767 wordt aangehouden. Duurzaamheid wordt een belangrijk onderdeel bij het opstellen van het MJOP 2024 – 2027. Begraafplaats Thijmhof Een kwalitatief goede begraafplaats draagt bij aan het welzijn van onze samenleving Gemeente Waddinxveen beheert en exploiteert de algemene begraafplaats Thijmhof, gelegen aan de Alberdingk Thijmlaan 8. Door de begraafplaats in kwalitatief goede staat te houden, dragen we bij aan het welzijn van onze samenleving. Voor de begraafplaats geldt daarom het beheerniveau A.
3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Binnen de kapitaalgoederen zijn onze beheerdisciplines onderverdeeld in wegen, groen, riolering, gemeentelijke gebouwen en begraafplaatsen. Om de kapitaalgoederen te beheren en onderhouden stellen we beheerplannen op. De disciplines wegen, groen en riolering hebben we verwerkt in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024. Voor de discipline gemeentelijke gebouwen en begraafplaatsen gebouwen hanteren we een meerjaren onderhoudsplan. Wegen Beleidskader Onder de beheerdiscipline wegen vallen de disciplines wegen, civieltechnische kunstwerken, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. We beheren en onderhouden deze disciplines op basis van het beleid uit de Visie Beheer Openbare Ruimte. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de richtlijnen die worden opgesteld door het CROW, zoals de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Ook het politiekeurmerk Veilig Wonen is een richtlijn die we voor openbare verlichting hanteren. Het beheer van deze disciplines is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024. Wegen (x € 1.000) 1 Groot onderhoud (Vervangings)Investeringen Totaal
B2022 1.858 4.688 6.546
2023 1.221 2.448 3.669
2024 1.146 2.453 3.599
2025 1.146 2.553 3.699
2026 1.146 2.535 3.681
Groen Beleidskader Onder de beheerdiscipline groen vallen de disciplines openbaar groen, spelen en buitensport. We beheren en onderhouden deze disciplines op basis van het beleid uit de Visie Beheer Openbare Ruimte. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de richtlijnen uit het Handboek Bomen 2018 van het Norminstituut Bomen. Ook hanteren we voor onze speeltoestellen de eisen van het Warenbesluit Attractie- en speeltoestellen. Voor spelen geldt dat veiligheid leidend is en niet de beeldkwaliteit. Voor buitensport geldt een minimale cultuurtechnische en sporttechnische kwaliteit met betrekking tot de buitensportvelden. Het beheer van deze disciplines is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024. Groen (x € 1.000) 1 Groot onderhoud (Vervangings)Investeringen Totaal Groen
B2022 1.154 3.048 4.202
2023 145 767 912
2024 145 767 912
2025 145 767 912
2026 145 767 912
Riolering Beleidskader Voor het beheer en onderhoud van de riolering sturen we op twee aspecten, namelijk de technische staat en de afvoercapaciteit. Beheer op basis van een verschillende beheerniveaus is dan ook niet aan de orde. We beheren en onderhouden de riolering op basis van het beleid uit het Gemeentelijk Waterplan (GWP). In het GWP wordt voor de periode 2021-2025 ingegaan op manier waarop we invulling geven aan onze zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. In dit plan is tevens op hoofdlijnen beschreven hoe we ons rioolstelsel in stand houden. Het beheer van ons rioolstelsel is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR).
1 De bedragen voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen zijn inclusief de overhevelingen uit 2021.
52 Onderhoud kapitaalgoederen
Riolering (x € 1.000)1 Groot onderhoud (Vervangings)Investeringen Totaal
B2022 4.166 4.166
2023 1.908 1.908
2024 1.908 1.908
2025 1.908 1.908
2026 1.908 1.908
Gemeentelijke Gebouwen Beleidskader Voor het beheer en onderhoud van onze gebouwen hanteren we het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) 20202023. Hiervoor zijn de gebouwen geïnspecteerd en de gegevens ingevoerd in het onderhoudsprogramma, waarbij het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ uit de NEN2767 is aangehouden. Door de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Vastgoed zijn in 2024 en 2025 renovaties gepland voor de sportzalen Groenswaard en De Duikelaar. Als gevolg van deze geplande renovaties zullen beschikbare middelen spaarzaam en alleen indien noodzakelijk worden ingezet, waardoor enige achterstand in het onderhoud kan ontstaan. Dit heeft geen gevolgen voor het aan te houden beheerniveau. Sinds oktober 2021 hebben we de tennishal in eigendom, wat betekent dat deze deel uitmaakt van het gemeentelijk vastgoed. Deze tennishal wordt op dit moment gebruikt als opvanglocatie voor vluchtelingen. Uiterlijk eind maart 2023 zal de tennishal worden ingezet voor de binnensport. De bouw van de Gouwehal heeft enige vertraging opgelopen doordat we langer dan gebruikelijk hebben moeten wachten op de omgevingsvergunning. De verwachting is dat we in het eerste kwartaal van 2023 kunnen starten met de bouw. De Mauritslaan 55 wordt momenteel gerenoveerd. Als alles volgens plan verloopt, wordt dit pand in de zomer van 2023 opgeleverd.
Tevens wordt in 2023 een nieuw duurzaam MJOP opgesteld voor de periode 2024-2027. Begraafplaats Thijmhof Beleidskader Het Beheerplan Begraafplaats Thijmhof 2022-2026 is opgesteld vanuit de behoefte aan een meerjarenperspectief op het beheer en onderhoud van begraafplaats Thijmhof. Met dit beheerplan geven we inzicht in de capaciteit op onze begraafplaats, waarbij we rekening houden met de groei van ons inwonersaantal, het sterftecijfer en landelijke trends. Het beheerplan bevat de kosten die nodig zijn om te voldoen aan de Wet op de Lijkbezorging. Begraafplaats Thijmhof (x € 1.000)1 Groot onderhoud (Vervangings)Investeringen Totaal
B2022 53 277 330
2023 53 143 196
2024 53 0 53
2025 53 0 53
2026 53 0 53
3.3 Verloop voorzieningen Voorziening onderhoud openbare ruimte Om de uitgaven voor het groot onderhoud, opgenomen in het Integrale beheerplan openbare ruimte, te egaliseren is de Voorziening onderhoud openbare ruimte ingesteld. Het verloop van deze voorziening is als volgt: Voorziening ruimte (x € 1.000) Beginsaldo Storting Onttrekking Eindsaldo
onderhoud
openbare
B2022
2023
2024
2025
2026
773 1.372 -1.395 750
750 1.372 -1.371 751
751 1.372 -1.296 827
827 1.372 -1.296 904
904 1.372 -1.296 980
Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen Om de uitgaven voor het groot onderhoud opgenomen in het MJOP 2020 - 2023 te egaliseren is de Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen ingesteld. Het verloop van deze voorziening is als volgt: Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen (x € 1.000) Beginsaldo Storting Onttrekking Eindsaldo
B 2022
2023
2024
2025
2026
324 283 -156 451
451 283 -136 598
598 283 -226 655
655 283 -267 671
671 283 -289 664
53 Onderhoud kapitaalgoederen
Paragraaf 4 Financiering 4.1. Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op het rentebeleid op basis van de Notities Grondexploitaties 2019 en Rente 2017 van de commissie BBV. Het hierbij behorende rentebeleid voor de gemeente Waddinxveen is vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Waddinxveen 2017 die op 5 juli 2017 door de raad is vastgesteld. Met ingang van 2017 komt in de gemeente Waddinxveen alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie aangevuld met de rentevergoeding over de reserve bovenwijkse voorzieningen. Een goed beeld met betrekking tot de ontwikkeling van de financieringsbehoefte is hierbij noodzakelijk. Dit beeld wordt niet verkregen uit de ontwikkeling van de baten en lasten en het verloop van de financieringspositie zoals opgenomen in deze begroting, maar uit de ontwikkeling van de uitgaande en inkomende kasstromen in meerjarenperspectief. Daarom hebben we informatie over de ontwikkeling van de financieringsbehoefte toegevoegd aan deze paragraaf. 4.2.
Renteomslag 2023-2026 De renteomslag kan voor de begrotingsjaren 2023 – 2026 als volgt worden samengevat: Rentelasten kort- en langlopende geldleningen Rentebaten kort- en langlopende vorderingen Saldo rentelasten en baten Doorberekende rente aan grondexploitatie Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury Bedragen x € 1.000
2023 -1.897 -1.897 193 -1.704 -81 -1.785 2.386
2024 -2.324 -2.324 159 -2.165 -36 -2.201 2.568
2025 -2.185 -2.185 34 -2.151 -28 -2.179 2.639
2026 -2.277 -2.277 -91 -2.368 16 -2.352 2.737
601
367
460
385
Saldo rentelasten en baten Bij het opstellen van deze begroting 2023-2026 heeft er een actualisatie plaatsgevonden van de liquiditeitsprognose op basis van het investeringsvolume en de ontwikkelingen van de grondexploitatieprojecten. Op basis van deze cijfers luidt de verwachting dat al in de loop van 2023 of 2024 nieuwe financieringsmiddelen aangetrokken dienen te worden. Vanwege het grote volume aan investeringen –en in de uitvoering daarvan- is op dit moment lastig in te schatten wanneer daadwerkelijk financiering nodig zal zijn.
54 Financiering
In samenhang hiermee ziet de ontwikkeling van de langlopende geldleningen er als volgt uit:
Bovenstaande ontwikkeling van de langlopende geldleningen is gebaseerd op de huidige bestaande leningenportefeuille. Het schuldrestant van € 62 miljoen eind 2026 bestaat uit 10 langlopende vastrentende fixe-geldleningen en 1 langlopende geldlening met jaarlijkse aflossing bij de BNG bank. Daarvan is € 52 miljoen het restant van de herfinanciering van € 64 miljoen uit 2015. De huidige leningenportefeuille is een zogenaamde ‘dakpanconstructie’ (looptijd geldleningen afgestemd op liquiditeitsbehoefte in meerjarenperspectief) waardoor het renterisico ‘gespreid’ is in de tijd. Bij de grondaankopen Bouwfonds Property Development (BPD) in het kader van het actief grondbeleid gemeentelijke grondexploitatie Triangel is er sprake van ‘projectfinanciering’ door een langlopende geldlening van BPD voor hetzelfde bedrag. Hiervoor wordt met ingang van 2021 een rentepercentage gehanteerd van 1,80% en de lening wordt afgelost ultimo 2023. Deze rentelast wordt doorberekend aan de gemeentelijke grondexploitatie Triangel. Bij de overige langlopende geldleningen is er sprake van ‘integrale financiering’. Bij deze vorm van financiering worden alle activa van de gemeente beschouwd bij het aantrekken van een langlopende geldlening.
In de eerste grafiek lopen de langlopende schulden af omdat deze is gebaseerd op de bestaande leningenportefeuille. In de tweede grafiek ziet u het verwachte verloop van de bestaande geldleningen inclusief aan te trekken langlopende leningen op basis van het netto financieringstekort. De berekening van het financieringstekort kunt u terugvinden in de uiteenzetting van de financiële positie. Er is rekening gehouden met de rentelasten van de nog aan te trekken langlopende leningen tegen rentepercentage van 2,50%. We hebben uit voorzichtigheid geen rekening gehouden met het saldo baten/lasten cumulatief vanaf 2022. - Doorberekende rente aan grondexploitatie Het in de grondexploitaties actief grondbeleid te hanteren rentepercentage wordt bij ‘integrale financiering’ bepaald uit het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen. Hierbij blijven de eerdergenoemde langlopende geldlening BPD en de uitgestelde betalingsregeling Centrum dus buiten beschouwing. 55 Financiering
De rente aan een grondexploitatie actief grondbeleid wordt toegerekend over de boekwaarde van de actieve grondexploitaties per 1 januari van het betreffende boekjaar. Er wordt gekozen voor een stabiel rentepercentage in de meerjarenprognose actief grondbeleid. Bij een afwijking van 0,5% van dit rentepercentage moet volgens de Notitie Grondexploitaties 2019 het percentage worden bijgesteld. Het doorberekende rentepercentage aan actief grondbeleid is met ingang van 2021 berekend op 1,50%. - Rente over eigen vermogen Met ingang van 2017 komt in de gemeente Waddinxveen in principe alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie. Enige uitzondering vormt de Reserve Bovenwijkse voorzieningen, waarbij wél een rentevergoeding plaatsvindt. - Doorberekende rente aan taakvelden De aan de taakvelden (programma’s en overzicht Overhead), als onderdeel van de kapitaallasten (Staat van vaste activa) toe te rekenen rente is de sluitpost van de renteomslag. Er mag in de renteomslag sprake zijn van een renteresultaat maar dit is maximaal een afwijking van 0,5% van de aan de taakvelden toegerekende rente. Dit saldo blijft achter op Onderdeel 6.3 Treasury inclusief aandelen en dividend van deze begroting.
Met deze maximale afwijking van 0,5% wordt de mogelijkheid geboden om de toegerekende rente aan de taakvelden op basis van de Staat van activa in de (meerjaren)begroting te stabiliseren. De rente van de vaste activa is net als in 2022 gehandhaafd op een structureel percentage van 1,50% voor de jaren 2023 – 2026. Voor alle genoemde jaren wordt binnen de bandbreedte van 0,5% gebleven. 4.3. Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De Wet fido heeft een gezonde financiering van openbare lichamen, waaronder gemeenten, als centrale bedrijfseconomische doelstelling. Naast het beheersen van de financieringsrisico’s kent de Wet fido ook een macro-budgettaire doelstelling. Dit betreft de beheersing van de grenswaarde van het zogenoemde EMU-tekort van 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). 4.4. Wet Houdbare overheidsfinanciën De wet Hof regelt in essentie twee zaken die voortvloeien uit Europese verplichtingen. De eerste is dat het nationale systeem van begrotingsvoorbereiding en de toepassing van vaste uitgavenkaders wettelijk worden vastgelegd. Ten tweede worden gemeenten gebonden aan een maximaal begrotingstekort (macronorm) op kasbasis.
Gemeenten mogen een tekort hebben van 0,3%. 4.5. Risicobeheer Voor het risicobeheer worden als risico’s onderscheiden het renterisico van de korte termijnfinanciering, het renterisico voor de lange termijnfinanciering en het kredietrisico voor uitgezette gelden. In de Wet fido zijn voor het beperken en beheersen van de genoemde risico’s concrete normen opgenomen, te weten de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Deze worden in het vervolg verder uitgewerkt. - Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie – dit is de mate waarin op korte termijn (ten hoogste 12 maanden) aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan – is de kasgeldlimiet van belang. Dit is het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Vooral bij kortlopende financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de korte rente direct een relatief grote invloed op de rentelasten hebben. De Wet fido stelt daarom grenzen aan de omvang van korte financieringen. Voor 2023 - 2026 zien de verwachtingen voor de kasgeldlimiet er als volgt uit:
56 Financiering
Kasgeldlimiet Omvang begroting per 1 januari (=grondslag)
Bedragen per jaar 2024 2025 108.146 103.014
2023 106.810
2026 95.959
(1) Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag - in bedrag
8,5 % 9.079
8,5 % 9.192
8,5 % 8.756
8,5 % 8.157
(2) Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
9.916 28.197 0 0
9.916 25.778 0 0
9.916 31.493 0 0
9.916 32.386 0 0
(3) Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar
299 0 12.612
299 0 12.612
299 0 12.612
299 0 12.612
Toets kasgeldlimiet (4) Totaal netto vlottende schuld (2) – (3) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+) / Overschrijding (-); (1) – (4)
25.202 9.079 -16.123
22.783 9.192 -13.591
28.498 8.756 -19.742
29.391 8.157 -21.234
Bedragen x € 1.000 - Renterisiconorm De rentegevoeligheid – het renterisico – kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van een jaar of langer. Om de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de gemeente te beperken stelt de Wet fido een limiet aan dat deel van de vaste schuld waarover het rentepercentage in een zeker jaar moet worden aangepast aan de dan geldende markttarieven. Dergelijke aanpassingen doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening. De renterisiconorm volgens de Wet fido heeft als uitgangspunt om voldoende spreiding in de (rente-)looptijden van lange leningen aan te brengen. Zoals eerder beschreven is de huidige leningenportefeuille een zogenaamde ‘dakpanconstructie’ waardoor het renterisico ‘gespreid’ is in de tijd. Voor de begroting 2023 – 2026 is de renterisiconorm voor Waddinxveen als volgt: Renterisiconorm 1. Renteherziening op vaste schuld o/g
2023
2024
2025
2026
0
0
0
0
2. Te betalen aflossingen
2.323
375
7.375
375
3. Renterisico op vaste schuld (1 + 2)
2.323
375
7.375
375
4. Renterisiconorm (zie onderstaande berekening)
21.362
21.362
21.362
21.362
5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
19.039
20.987
13.987
20.987
5b. Overschrijding renterisiconorm (3>4) Bedragen x € 1.000 Berekening renterisiconorm 2023 (bedragen x € 1.000): 4a Begrotingstotaal (lasten) jaar 2023 106.810 4b Percentage regeling 20% 4 Renterisiconorm o.b.v. 21.362 (4a x 4b/100) De renterisiconorm kan worden gezien als een nuttig instrument bij het beheersen van lange termijn renterisico’s. Dit betekent niet dat deze norm alle renterisico’s van de organisatie bestrijkt. Bijvoorbeeld de risico’s op nieuw af te sluiten 57 Financiering
leningen voor zover deze niet worden aangegaan om andere leningen af te lossen, maken geen deel uit van de berekening van de renterisiconorm. De renterisiconorm wordt in de begrotingsperiode 2023 – 2026 niet overschreden.
58 Financiering
Paragraaf 5 Bedrijfsvoering Wat is bedrijfsvoering? De gemeente Waddinxveen speelt in op vragen en ontwikkelingen van het dorp en levert producten en diensten voor het dorp. Bedrijfsvoering zorgt dat onze processen en taken zo goed mogelijk kunnen worden uitgevoerd.
We zorgen dat onze organisatie toekomstbestendig is en blijft Onze omgeving is steeds vaker onvoorspelbaar, onzeker en ingewikkeld. En verandert snel. Daarom zorgen we dat onze organisatie daarop is ingericht en toegerust. En dat ook blijft. Onder ingericht verstaan we: denken en werken als één organisatie. Onder toegerust verstaan we het kunnen sturen op 4 manieren. Soms ligt de nadruk bij dit sturen op rechtmatigheid. Soms op het resultaat. Soms op samenwerken met anderen. Of op het versterken van anderen. En vrijwel altijd is het een combinatie hiervan. We zorgen dat onze cultuur, medewerkers, leiderschap, organisatie en systemen daarmee in de pas (blijven) lopen. Alleen zo kunnen we publieke waarde blijven toevoegen.
We zorgen dat we voldoende talentvolle medewerkers vinden en houden We zorgen dat onze plaats als werkgever op de (gemeentelijke) arbeidsmarkt sterker wordt. We zorgen dat toekomstige medewerkers zien wat onze organisatie uniek maakt en wat onze sterke punten zijn. We ontwikkelen nieuwe manieren waarop we vacatures, nu én in de toekomst, gaan vervullen. Iedere medewerker beschikt over unieke talenten. We willen deze talenten zo ontwikkelen en inzetten, dat zowel medewerker als organisatie hiervan profiteren. Werk dat aansluit bij talenten en interesses van medewerkers zorgt voor een duurzame arbeidsrelatie. Uiteindelijk streven we ernaar dat medewerkers ten minste 5 jaar bij ons willen blijven werken.
We zorgen dat onze medewerkers duurzaam inzetbaar zijn en blijven Medewerkers zijn duurzaam inzetbaar als ze kunnen en willen werken tot hun pensioenleeftijd. Daarbij gaat het om gezond blijven, en houden van kennis en ervaring. Werkeisen en energiebronnen in het werk hebben grote invloed op duurzame inzetbaarheid. Daarom zorgen we voor een positieve balans tussen deze werkeisen en energiebronnen. Dit is het geval wanneer het werk medewerkers meer energie oplevert dan dat het ze kost. We zorgen voor zelfstandigheid, afwisseling in taken en steun van leidinggevenden en collega’s. We stimuleren meer ’zelfleiderschap’ bij medewerkers. Dit door gerichte cursussen en het ontwikkelen van eigentijdse vaardigheden. We zetten in op ’bevlogen leiderschap’. Dit is gericht op het versterken, verbinden, enthousiast maken en ontwikkelen van medewerkers. Uiteindelijk zorgt dit dat medewerkers ‘bevlogen’ worden. Bevlogen medewerkers zijn enthousiast en krijgen energie van hun werk. Ze ervaren een positieve band met hun werkomgeving.
We werken nog slimmer en meer digitaal We verbeteren telkens onze processen en gebruiken daarbij de beste programma’s en betrouwbare gegevens. Medewerkers kunnen altijd en overal werken.
We vinden de bescherming van persoonsgegevens en de veiligheid van alle informatie belangrijk We beschermen de persoonsgegevens Per proces zorgen we voor goede maatregelen. We maken personen die ermee te maken hebben duidelijk waarom privacy belangrijk is. Op onze website laten we zien welke persoonsgegevens we gebruiken en waarom. We beveiligen alle informatie We controleren altijd ons netwerk op dreigingen en vreemde gegevens en gebeurtenissen. Informatie die niet bekend mag worden, is alleen bereikbaar met de juiste toestemming. We leggen onze maatregelen uit aan de organisaties die ons controleren.
We werken aan een open en toegankelijke gemeente We maken documenten en gegevens actief openbaar. Zoals regels, afspraken, raadsstukken, bestuursstukken, plannen, verslagen, Woo-verzoeken, onderzoeken, beslissingen en klachten. Dit gebeurt in fases, we houden ons aan de wettelijke fasering. Ook voor mensen met beperkingen. Zodat iedereen kan zien wat wij doen en wat wij weten. 59 Bedrijfsvoering
Burgers en bedrijven kunnen ook op een makkelijke manier elektronisch berichten naar ons sturen en aanvragen doen. En als wij elektronisch berichten sturen, geven we duidelijke informatie en controleren we of deze berichten zijn ontvangen. Communiceren per post, telefoon en andere kanalen blijft uiteraard ook mogelijk.
We tonen aan dat de financiële rechtmatigheid van de gemeente op orde is Vanaf boekjaar 2023 tonen we via de rechtmatigheidsverantwoording (RMV) aan dat de financiële rechtmatigheid van onze gemeente op orde is. De RMV nemen we op in de jaarrekening 2023. We leggen rechtstreeks verantwoording af aan de raad over hoe we ons hebben gehouden aan wet- en regelgeving over het financiële reilen en zeilen van gemeenten. Bijvoorbeeld over voorwaarden voor subsidies en Europese aanbestedingen. Maar ook over misbruik en oneigenlijk gebruik en lasten, waarvoor nog geen dekking was opgenomen in de begroting. Voor 2023 waren we al staatsrechtelijk verantwoordelijk voor de rechtmatigheid. De accountant bracht hierover verslag uit en voerde het gesprek met de raad. Vanaf 2023 stellen we zelf deze verantwoording op en voert de raad daarover het gesprek met ons. De accountant geeft nu een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening en daarmee tevens over de RMV. In verband hiermee passen we onder andere de financiële verordening, de controleverordening en het extern controleprotocol aan. Daarna kan de raad ze vaststellen. Daarbij horen de verantwoordings- en rapportagegrenzen. We stellen voor 2023 in samenwerking met de accountant een controleplan op. Bij de uitvoering bouwen we een goed controledossier op. Zo zorgen we dat we een goedkeurende verklaring krijgen voor de z.g.
“getrouwheid” bij de verantwoording over 2023.
Doelstellingen en inspanningen Indicator Personeel Verzuim
Financiën Goed budgetbeheer
Informatie Beschikbaarheid van computers, programma’s en netwerk
Informatiebeveiliging
Juridisch advies Zorgvuldig juridische proces
Toelichting
Doelstelling / inspanning 2023
In het kader van duurzame inzetbaarheid zetten we blijvend in op het verminderen van verzuim. Dit doen we met gerichte acties, met name bij teams of aandachtsgebieden, waar het verzuim hoger is dan de gestelde norm.
5,5%, inclusief langdurig verzuim
We zijn en blijven in control. Afwijkingen zijn beperkt en worden op tijd in de bestuursrapportages (Burap) gemeld.
Maximale afwijking van € 500.000 tussen het voorspelde resultaat in de 2e Burap en de verantwoording in de jaarrekening. (exclusief resultaat op openeinde regelingen).
Voor een groot deel van ons werk is het noodzakelijk dat we computers, programma’s en netwerk kunnen gebruiken.
De computers, programma’s en het netwerk zijn voor 99,5% beschikbaar. Met uitzondering van vooraf gepland onderhoud.
We regelen dat informatie klopt en dat de toestemming voor informatie klopt. Dat leggen we uit aan de organisaties die controleren hoe we ons aan de regels van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) houden.
Voor de grootste risico’s nemen we de belangrijkste en meest dringende maatregelen.
We handelen zorgvuldig, zoals de samenleving van ons verwacht en zorgen daarmee ook dat extra kosten worden voorkomen.
In minimaal 20% van de ingekomen bezwaarschriften voeren we pre-mediation gesprekken, waarbij vervolgens in minimaal 30% het geschil wordt opgelost met pre-mediation. Premediation is een gesprek met de betrokkenen om te bekijken wat er 60
Bedrijfsvoering
Indicator
Toelichting
Juridische kwaliteitszorg
Doelstelling / inspanning 2023 speelt en of dat in een gesprek kan worden opgehelderd en het bezwaarproces kan stoppen. Onze medewerkers zijn opgeleid om de juridische kwaliteit van onze producten te verbeteren.
Inkoop Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI)
Voor Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) gaan we het actieplan MVOI bijwerken. We stellen richtlijnen voor circulariteit tijdens aanbestedingstrajecten op. Ook gaan we kennissessies voor inkopende medewerkers organiseren.
Het actieplan MVI herijken en uitbreiden met het nieuwe landelijke kader maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven. Ook circulair inkopen wordt verder in de organisatie ontwikkeld.
Contractmanagement
We stellen het proces voor contractmanagement op en zorgen voor de invoering van dit proces in de organisatie.
Het vastleggen van de processen van contractmanagement.
Programma Beter Aanbesteden
De landelijke overheid heeft het programma Beter Aanbesteden gelanceerd om lokale overheden te ondersteunen in het verder professionaliseren van hun inkoopen aanbestedingspraktijk.
We gaan medewerkers inspireren, het kennisniveau over duurzaamheid en innovatie verhogen en concrete handvatten bieden om deze kennis, methodieken en instrumenten in de praktijk toe te kunnen passen.
We voeren het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Vastgoed uit, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juli 2020.
We bouwen een nieuwe sporthal, de Gouwehal.
Vastgoed Gebouwen
De doelstellingen en beoogde resultaten worden voor de periode 2023-2025 vastgelegd in een concreet actieplan MVOI.
61 Bedrijfsvoering
Paragraaf 6 Verbonden partijen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor de taken die zij door verbonden partijen laat uitvoeren. Het is daarom van belang de bijdrage van verbonden partijen aan de realisatie van de programma’s en daarmee gepaard gaande risico’s te kunnen beoordelen. In de programma’s is beschreven hoe de verbonden partijen bijdragen aan de realisatie van de programma’s. Om te kunnen sturen op hoe verbonden partijen bijdragen aan de realisatie van de programma’s is ook de financiële positie van belang. In deze paragraaf is per verbonden partij vermeld op welke wijze de gemeente financieel en bestuurlijk is verbonden. Ook is opgenomen of er sprake is van risico’s voor de gemeente waarvoor geen maatregelen bij de verbonden partij zijn getroffen, maar die wel van materiële betekenis zijn voor de financiële positie. De ‘Leidraad sturing en grip op verbonden partijen 2017’ schetst de wijze waarop raad, college en ambtelijke organisatie – ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid – zorgen voor sturing en grip. Gegevens per verbonden partij Gemeenschappelijke regelingen
Soort regeling/ rechtsvorm
Financieel belang (omvang deelnemersbij drage) € 1.606.909
Bestuurlijk belang (vertegenwoordiging en stemverhouding in AB)