CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022-2025

Besluitvormende raadsvergadering 10 november 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Programmabegroting 2022-202532.792 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

41 Ov. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Wet Vennootschapsbelasting (Vpb) Vanaf 1 januari 2016 is de Vennootschapsbelasting (Vpb) voor overheden ingevoerd. De Vpb-last wordt verwacht vanuit de grondbedrijfsfunctie. Financieel overzicht met toelichting Programma 6.6

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

-6

-10

-10

-10

-10

-10

-6

-10

-10

-10

-10

-10

-6

-10

-10

-10

-10

-10

Lasten Baten Nieuw beleid Lasten Baten Saldo voor bestemming Stortingen Onttrekkingen Saldo na bestemming Bedragen x € 1.000

Toelichting Op basis van de huidige berekeningen zal er naar verwachting in de jaren 2022-2025 nagenoeg geen vennootschapsbelasting worden betaald.

42 Ov. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Paragrafen

Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1.

Inleiding

In het Europees Handvest voor Lokale autonomie, waaraan ook Nederland zich heeft gebonden, is bepaald, dat lokale overheden ten minste voor een deel van hun inkomsten dienen te beschikken over een eigen belastinggebied. Dit belastinggebied wordt gevormd door heffingen die een belangrijk onderdeel vormen van de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente (onroerende-zaakbelasting en toeristenbelasting) en heffingen die een belangrijk onderdeel vormen van de specifieke dekkingsmiddelen van de gemeente (afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges). De “Paragraaf lokale heffingen” bevat de beleidsvoornemens voor de lokale heffingen en een overzicht in hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen, een toelichting op de opbouw van heffingen die maximaal kostendekkend mogen zijn, een duiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

1.2.

Beleidskaders

In het kader van het beleid voor lokale heffingen zijn onder andere de volgende onderwerpen van belang:  druk van de lokale belastingen en heffingen.  kostendekkendheid.  kwijtscheldingsbeleid.

1.3 .

Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen

In dit onderdeel wordt de ontwikkeling van de geraamde opbrengsten van de onroerende-zaakbelastingen, de toeristenbelasting, de precariobelasting, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de begraafrechten nader toegelicht. Daarnaast wordt gekeken naar de kostendekkendheid van de heffingen en leges waarop dit van toepassing is, dit als gevolg van de vernieuwing van het BBV. Kostendekkendheid leges Vanaf 1 januari 2013 wordt gestreefd naar een kostendekkingsgraad van 99% per leges titel. Uit de tabellen bij onderdeel 1.3.4. blijkt dat dit uitgangspunt in deze begroting niet volledig wordt gerealiseerd. Dit heeft onder andere te maken met de tarieven van persoonsdocumenten, deze tarieven worden vastgesteld door het Rijk. Toerekening kosten straatreiniging In 2020 is het Gemeentelijk Riolering Plan geactualiseerd (dit heet hierna Gemeentelijk Waterplan (GWP)). Naar aanleiding van dit plan is de toerekening van kosten straatreiniging geactualiseerd. Van straatvegen wordt 50% naar riolering en 50% naar de afval doorbelast. De kosten voor verzorgend onderhoud wegen wordt gelijkmatig verdeeld tussen riolering, afval, wegen en groen.

1.3.1. Precariobelasting Precariobelasting op ondergrondse kabels en leidingen De precariobelasting op ondergrondse kabels en leidingen van nutsbedrijven is per 1 juli 2017 afgeschaft. Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hadden vastgesteld voor de precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022, zodat gemeenten in deze periode de effecten van de inkomstenderving kunnen opvangen. De gemeente Waddinxveen voldoet hieraan. Onder de overgangsregeling van 5 jaar kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016, de datum waarop het wetsvoorstel voor afschaffing van de precariobelasting is aangekondigd. De gemeente Waddinxveen heft deze precariobelasting in volledige vorm tot en met het begrotingsjaar 2021. Vanaf 2022 valt in de periode 2022-2026 de reservering cumulatief vrij dalend met 10%. In 2022 valt 50% vrij aflopend naar 10% in 2026.

43 Paragraaf 1 Lokale heffingen

1.3.2. Onroerende zaakbelastingen en toeristenbelasting Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de opbrengsten onroerende zaakbelastingen: 2021

2022

2023

2024

2025

Woningen eigenaren

3.977

3.977

3.977

3.977

3.977

Niet-woningen gebruikers

1.564

1.564

1.564

1.564

1.564

Niet-woningen eigenaren

2.340

2.340

2.340

2.340

2.340

Totaal Bedragen x € 1.000

7.881

7.881

7.881

7.881

7.881

De Waddinxveense ondernemersverenigingen hebben zich eind 2014 bereid verklaard mee te werken aan het oprichten van een ondernemersfonds. Ondernemers dragen hier zelf aan bij door middel van een financiële inbreng van jaarlijks in totaal € 50.000. De Onroerendezaakbelastingen opbrengsten en de gevolgen voor de algemene uitkering zijn gelijk in 2022 ten opzichte van 2021 in deze Programmabegroting. De actualisatie van 2021 en de gevolgen voor 2022 en verder zullen meegenomen worden in de 2e Burap 2021. We verhogen het tarief voor de toeristenbelasting in Waddinxveen met ingang van 2022 van € 0,79 naar € 1,00 per persoon per overnachting. We blijven daarmee onder het landelijk gemiddelde van € 2,70 en blijven in de regio de gemeente met het laagste tarief. De bovenstaande ramingen zijn gebaseerd op een statische begroting. Dit betekent dat hierin voor de jaren 2022 tot en met 2025 nog geen rekening is gehouden met opbrengsten uit areaaluitbreidingen.

1.3.3. Heffingen die onderdeel vormen van de specifieke dekkingsmiddelen De gemeente Waddinxveen heeft als uitgangspunt dat de tarieven voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en begraafrechten 100% kostendekkend dienen te zijn. Indien deze tarieven al 100% kostendekkend zijn, worden de tarieven niet automatisch gecorrigeerd voor inflatie. Dit is op grond van de Gemeentewet niet toegestaan. De tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn inclusief compensabele BTW op de kosten van derden. Om schoksgewijze tariefsaanpassing over de jaren te voorkomen zijn voor de heffingen die onderdeel uitmaken van de specifieke dekkingsmiddelen egalisatievoorzieningen in het leven geroepen. Overhead wordt door de vernieuwing van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) met ingang van 2017 niet meer doorbelast naar externe producten, maar mag voor de heffingen nog wel extracomptabel als last worden meegerekend bij de berekening van de kostendekkendheid.

1.3.3.1 Afvalstoffenheffing In de kadernota hebben we €99K aangevraagd om het gedrag van onze inwoners te veranderen. Op het Grondstoffenplein is extra controle nodig. We begroten daarnaast nog €100K extra. Dit doen we om Waddinxveen schoon te houden. Extra inzet bestaat uit dagelijks narijden hotspots, verwijderen dumpingen en apart ophalen van verkeerd PMD. Ook is er nog een aantal onzekere factoren. De kwaliteitseisen voor ingezameld GFT, PMD en papier/karton worden steeds strenger. Er bestaat een risico op afkeur. De definitieve hoogte van de Afvalstoffenheffing wordt in december vastgesteld. De onderhandelingen over de DVO met Cyclus zijn nog niet afgerond.

44 Paragraaf 1 Lokale heffingen

Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrote opbrengsten: 2021

2022

2023

2024

2025

Afvalstoffenheffing

4.145

4.447

4.450

4.447

4.451

Totaal Bedragen x € 1.000

4.145

4.447

4.450

4.447

4.451

De berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing ziet er voor 2022 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing Kosten afvalverwerking inclusief omslagrente

-3.690

Extra afschrijvingslast oude afvalbrengstation

-111

Inkomsten afvalverwerking exclusief heffingen

117 3.684

Netto kosten afvalverwerking Toe te rekenen kosten afvalverwerking: Overhead

-228

BTW

-646

Totale kosten afvalverwerking

-4.558

Opbrengst afvalstoffenheffing

4.447

Onttrekking aan de egalisatievoorziening tarieven afvalstoffenheffing

0

Dekking Algemene bedrijfsreserve algemene dienst (oude afvalbrengstation)

111

Totale opbrengst afvalverwerking

4.558

Dekkingspercentage Bedragen x € 1.000

100%

Het verwachte verloop van de egalisatievoorziening is als volgt begroot:

Verwachte stand Egalisatievoorziening

2021

2022

2023

2024

2025

86

86

86

86

86

afvalstoffenheffing per 31-12 Bedragen x € 1.000

1.3.3.2 Rioolheffing In 2020 is het Gemeentelijk waterplan 2021-2025 door de raad vastgesteld. Hierin wordt ook een inzicht gegeven in de tariefsontwikkeling Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrote opbrengsten: 2021

2022

2023

2024

2025

Rioolheffing

2.545

2.722

2.899

3.076

3.076

Totaal Bedragen x € 1.000

2.545

2.722

2.899

3.076

3.076

De berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing ziet er voor 2022 als volgt uit:

45 Paragraaf 1 Lokale heffingen

Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing Kosten rioleringstaak inclusief omslagrente

-2.648

Inkomsten rioleringstaak exclusief heffingen

2

Netto kosten rioleringstaak

-2.646

Toe te rekenen kosten rioleringstaak: Overhead

-340

BTW

-286

Totale kosten rioleringstaak

-3.272

Rioolheffing

2.722

Onttrekking aan de egalisatievoorziening tarieven rioolrechten

550

Totale opbrengst rioolheffing

3.272

Dekkingspercentage

100%

Bedragen x € 1.000

Verwachte stand Egalisatievoorziening tarieven

2021

2022

2023

2024

2025

1.779

1.229

775

431

7

rioolrechten per 31-12 Bedragen x € 1.000

1.3.3.3 Begraafrechten Op het moment van schrijven van de Programmabegroting wordt een nieuw beheerplan begraafplaatsen opgesteld. Dit zal aan de raad worden aangeboden. De eventuele gevolgen voor de tarieven worden bij de vaststelling van de legesverordeningen 2022 meegenomen. De opbrengsten/tarieven van de begraafrechten zijn in 2022 vooralsnog opgenomen op het niveau van 2021. Het volgende overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de begrote opbrengsten: 2021

2022

2023

2024

2025

Begraafrechten

300

300

300

300

300

Totaal Bedragen x € 1.000

300

300

300

300

300

De berekening van de kostendekkendheid van de begraafrechten ziet er voor 2022 als volgt uit: Berekening van kostendekkendheid van de begraafrechten Kosten begraafplaats inclusief omslagrente

-285

Inkomsten begraafplaats exclusief heffingen

-

Netto kosten begraafplaats

-285

Toe te rekenen kosten begraafplaats: Overhead

-92

BTW

-

46 Paragraaf 1 Lokale heffingen

Totale kosten begraafplaats

-377

Begraafrechten

300

Onttrekking aan de egalisatievoorziening begraafplaatsen

77

Totale opbrengst begraafplaats

377

Dekkingspercentage

100%

Bedragen x € 1.000 Het verloop van de egalisatievoorziening ziet er als volgt uit:

Verwachte

stand

2021

2022

2023

2024

2025

250

173

141

90

37

Egalisatievoorziening

begraafplaatsen per 31-12 Bedragen x € 1.000

1.3.4. Leges De begrote kostendekkendheid van de leges is als volgt: Kostendekkendheid van leges Titel I Hoofdstuk

Lasten

Baten

Kostendekking %

Huwelijk

-28.422

27.262

95,92%

Persoonsdocumenten

-263.349

253.810

96,38%

Verstrekkingen en Nasporingen

-15.031

12.854

85,51%

-0

0

0,00%

Handel en (APV-)vergunningen

-3.888

2.203

56,66%

Telecommunicatie

-13.570

18.040

132,94%

Huisvesting

Verkeer en vervoer

-2.100

-

0,00%

Rioolaansluiting

- 1.556

2.340

150,36%

-327.916

316.509

96,52%

Lasten

Baten

Kostendekking %

Bouwvergunningen

-829.000

829.000

100,00%

Totaal

-829.000

829.000

100,00%

Hoofdstuk

Lasten

Baten

Kostendekking %

Horeca

-1.985

1.683

84,78%

Organiseren evenementen of markten

-4.536

3.114

68,65%

-

-

-

-6.521

4.797

73,56%

Totaal

Kostendekkendheid van leges Titel II Hoofdstuk

Kostendekkendheid van leges Titel III

Brandbeveiligingsverordening Totaal

47 Paragraaf 1 Lokale heffingen

1.4. Kwijtscheldingsbeleid Bij de beoordeling van een verzoek tot kwijtschelding is de betalingscapaciteit bepalend. Onder betalingscapaciteit wordt verstaan het positieve verschil tussen het netto-besteedbare inkomen en de door het Rijk genormeerde kosten van bestaan. Het netto-besteedbare inkomen is het inkomen dat resteert na de betaling van de huur (na aftrek van huursubsidie) en de premie voor de ziektekostenverzekering. De genormeerde kosten van bestaan bedragen, aldus het rijk, 90% van de bijstandsuitkering. Het staat de gemeente echter vrij dit percentage te verhogen tot 100%, waarbij ervan uitgegaan wordt, dat van een bijstandsuitkering geen gemeentelijke belastingen betaald kunnen worden. In Waddinxveen is dit, net als in het overgrote deel van de andere gemeenten in Nederland, dan ook gebeurd. Indien bij de beoordeling van een kwijtscheldingsverzoek blijkt dat belastingplichtige niet beschikt over betalingscapaciteit, wordt kwijtschelding verleend. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor afvalstoffenheffing. Voor kwijtscheldingen hebben we in deze begroting een structureel bedrag van € 114.000 opgenomen.

1.5. Lokale lastendruk Onderstaande tabellen geven inzicht in de belastingdruk in 2021 in de gemeente Waddinxveen ten opzichte van de gemeenten in de regio Midden-Holland.

Gemeente

Waddinxveen Bodegraven - Reeuwijk Gouda Zuidplas Krimpenerwaard Gemiddelde

Gemiddelde taxatiewaarde

278.500 351.600 246.000 314.700 292.600 296.700

Tarief OZB woningen eigenaren 0,1129% 0,1225% 0,1045% 0,1060% 0,1069% 0,1106%

Totale belastingdruk bij regio Midden-Holland gemeenten in 2021: Gemeente Totale belastingdruk Waarde 250.000 Waddinxveen 863 846 Bodegraven - Reeuwijk 1.063 1.088 Gouda 1.071 996 Zuidplas 845 787 Krimpenerwaard 818 793 Gemiddelde 932 902 Bron: Coelo Atlas van de lokale lasten 2021 en Waarderingskamer

Tarief afvalstoffenheffing

Tarief rioolheffing

353 316 314 302 253 308

195 316 500 210 252 295

Waarde 275.000

Waarde 300.000

874 1.027 1.114 814 820 930

902 1.058 1.140 840 847 957

48 Paragraaf 1 Lokale heffingen

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2017 bevat de kaders voor het risicomanagement. Er moet worden gezorgd dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarbij beoordeelt de gemeente het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente mogelijke risico’s op kan vangen zonder dat de continuïteit van beleid of bedrijfsvoering in gevaar komt. Risicomanagement is een dynamisch proces. Gedurende het jaar worden de risico’s en beheersmaatregelen geactualiseerd. Hierover wordt gerapporteerd in de jaarstukken en in de programmabegroting. Risico’s met financiële effecten nemen we mee bij de bepaling van het weerstandsvermogen. Deze risico-inventarisatie heeft ook plaatsgevonden tijdens het opstellen van de rekening. De resultaten zijn opgenomen in deze paragraaf. Volgens het beleid zijn risico’s van het grondbedrijf niet in deze paragraaf opgenomen wegens de geheel eigen methodiek. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 7 Grondbeleid. Wel is het weerstandsvermogen van het grondbedrijf gecorrigeerd op de beschikbare weerstandscapaciteit van de algemene dienst, zodat het beschikbare weerstandsvermogen, opgenomen in deze paragraaf, een totaalbeeld geeft. Deze paragraaf is als volgt opgebouwd.

Allereerst rapporteren we over de risico-inventarisatie. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Daarnaast hebben we de beschikbare weerstandscapaciteit in kaart gebracht. Op basis van de benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit wordt het weerstandsvermogen berekend. Tenslotte worden de kengetallen over de financiële positie van de gemeente weergegeven.

Risico-inventarisatie Het risicoprofiel omvat nu 48 risico’s, dit is 2 risico’s minder dan bij de vorige inventarisatie bij de Programmabegroting 2021-2024. Er zijn 3 risico’s verwijderd. Dit zijn twee kleinere risico’s waarvoor nu een verzekering geldt. De derde is het vervallen van het risico van het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs, omdat dit project nagenoeg afgerond is. Een nieuw risico is opgenomen voor de tertiaire borgstelling voor leningen van Woonpartners. Omdat het risico zeer klein is, is het wel als risico voor de volledigheid opgenomen, maar niet in een financieel risico verwerkt. Hieronder staan de financiële risico´s met een gewogen risico vanaf € 100.000. Daarbij hebben we ook – conform de nota – de beheersmaatregel weergegeven. Er zijn 4 risico’s met een gewogen risico vanaf € 100.000. Deze golden ook al bij de vorige risico-inventarisatie, alleen is het bedrag in een aantal gevallen geactualiseerd. De bij dit risico genoemde investeringsbedragen betreffen – conform de afgesproken systematiek - de kalenderjaren 2022 en 2023. Het ‘gewogen risicobedrag’ geeft de vermenigvuldiging van kans en financieel gevolg weer. Dit is het bedrag waar in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit rekening mee wordt gehouden. Positie

1

Risico

Hogere uitgaven dan geraamd voor het sociale domein

Kans (in %)

Financieel gevolg (in €)

Gewogen risicobedrag

20%

3.935.000

786.900

Programma risico

Participatie in samenhang

Beheersmaatregelen Een behoudende raming in de begroting dekt een deel van de risico’s al af. Bestuurlijke invloed verbonden partijen Heldere contractafspraken met uitvoerders Interne beheer op uitgaven sociale domein Zo nodig beleidskader en/of regelingen aanpassen

49 Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

2

Deelneming van € 4.900.000 via Commandiet Triangel B.V. in C.V. Triangel.

10%

4.900.000

490.000

Algemeen (Treasury)

320.000

Algemeen (Treasury)

300.000

Algemeen (Treasury)

Beheersmaatregel: Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer BV. Resultaten vanuit gemeente nauwlettend gevolgd. 3

Mogelijk beroep op gemeentegarantie bij de ingebrekestelling terugbetaling € 15 miljoen (kredietfaciliteit) door C.V. Triangel aan BNG.

4%

8.000.000

Beheersmaatregel: 50% contragarantie BPD. Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer BV. Resultaten vanuit gemeente nauwlettend gevolgd. 4

Mogelijk beroep op 4% 7.500.000 gemeentegaranties bij de ingebrekestelling terugbetaling € 15 miljoen (geldleningen) door C.V. Triangel aan BNG. Beheersmaatregel: 50% contragarantie BPD. Invloed via Deelneming Triangel GEM beheer BV. Resultaten vanuit gemeente nauwlettend gevolgd.

De 4 risico´s vanaf € 100.000 bepalen gezamenlijk voor driekwart het gewogen risico van alle risico’s totaal. Er is een aantal onderwerpen waarvoor (nog) geen financieel gevolg bij de risico-inventarisatie is meegenomen, maar die wel van belang zijn om als risico te herkennen. 1.

2.

3.

4.

Na de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs 2016 zijn er nog drie belangrijke projecten met betrekking tot de onderwijshuisvesting: de vervangende nieuwbouw Coenecoop College, de realisatie van aanvullende gebouwelijke capaciteit (incl. gymnastieklokaal en kinderopvang) voor de scholen in Park Triangel en de aanvullende ruimtebehoefte Th Thijssenschool. Hiervan zijn de risico’s nog niet goed in te schatten. Een belangrijk risico bij deze projecten is dat de ruimtebehoefte duidelijk lager of hoger komt te liggen dan eerder aangenomen. Andere risico’s zijn de ontwikkelingen in de markt (indexeringen) . Er is nog een aantal beleidsvoornemens op het gebied van circulaire economie en biodiversiteit waarbij nog geen wettelijk kader beschikbaar is en/of ondersteunende rijksmiddelen zijn toegekend. Wel heeft Waddinxveen in 2015 ambitieuze doelen geformuleerd op deze onderwerpen, waarbij met de kennis van vandaag actualisatie van dat beleid verklaarbaar en noodzakelijk is. Omdat er voor wat betreft het wettelijk kader en rijksmiddelen nog geen duidelijkheid is, zijn de financiële risico’s ten opzichte van het geformuleerde beleid niet opgenomen in de tabel. In het kader van de uitvoering van de duurzaamheidsvisie gaat het in 2021 om duurzame woningen en de opwek van duurzame energie.

Hier wordt intensief aan gewerkt in de vorm van de Regionale Energie Strategie en de Transitievisie Warmte. We stellen samen met de andere gemeenten en partners de Regionale Energie Strategie 1.0 op. Lokaal stellen we in samenwerking met partners en inwoners de Transitievisie Warmte op. Beide hebben een grote ruimtelijke én maatschappelijke impact. Het is thans nog niet duidelijk of er financiële risico’s zijn – en zo ja- welke omvang deze hebben. Nu een grote meerderheid van de bevolking gevaccineerd is en de coronamaatregelen steeds meer worden losgelaten, verwachten we dat corona steeds meer naar de achtergrond zal verdwijnen. Mocht er toch een nieuwe golf zich voordoen, dan is het moeilijk om een inschatting te maken wat de financiële gevolgen zouden zijn van een nieuwe golf. Doordat er nu meer ervaring is met corona en de bijbehorende lockdowns, kunnen de financiële gevolgen van een nieuwe lockdown enigszins beperkt worden. Bovendien is onze verwachting dat gemeentes, net zoals in 2020 en 2021, (gedeeltelijk) door het Rijk worden gecompenseerd als er nieuwe coronamaatregelen zouden worden getroffen. Eventuele langetermijngevolgen van de coronacrisis, zoals een stijging van het aantal inwoners met een uitkering, zijn in aparte risico’s meegenomen.

In de Paragraaf verbonden partijen worden ook de risico’s voor de verbonden partijen weergegeven. Deze analyse leidt niet tot de opneming van gewogen risico-bedragen van meer dan € 100.000 in de risicoinventarisatie.

50 Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Benodigde weerstandscapaciteit Financieel gevolg De ontwikkeling van het aantal risico’s en het totaal aan maximaal financieel gevolg is als volgt. Begroting 2021-2024

Jaarrekening 2020

Begroting 2022-2025

48

50

48

€ 23.805.000

€ 24.736.000

€ 27.586.000

Aantal geïnventariseerde risico’s Maximaal financieel gevolg alle risico’s

Risicosimulatie Natuurlijk zullen de risico´s zich niet allemaal tegelijk voordoen. Van alle risico´s is de kans bepaald dat het risico zich zal voordoen. Volgens een statistische berekening kan vervolgens bepaald worden welk bedrag nodig is om de risico´s af te dekken. Met een zekerheid van 90% kunnen de risico's worden afgedekt met een bedrag van € 3.364.000 (benodigde weerstandscapaciteit). Dit was bij inventarisatie voor de begroting € 3.380.000. Begroting 2021-2024

Jaarrekening 2020

€ 3.396.000

€ 3.864.000

Benodigde weerstandscapaciteit

Begroting 2022-2025 € 3.941.000

Beschikbare weerstandscapaciteit Incidentele en structurele weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit kan worden onderscheiden in incidentele weerstandscapaciteit (vermogen om eenmalige financiële gevolgen van risico’s op te vangen) en structurele weerstandscapaciteit (vermogen om structureel de financiële gevolgen van risico’s op te vangen). We gebruiken in eerste instantie de incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Indien zich gedurende een jaar structurele tegenvallers voordoen, zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan worden deze eerst incidenteel afgedekt vanuit de incidentele weerstandscapaciteit. Vervolgens wordt hiervoor bij de samenstelling van de eerstvolgende begroting structurele dekking gezocht binnen de structurele begrotingsruimte. Indien dit niet lukt dan kan de structurele weerstandscapaciteit ingezet worden als dekkingsmiddel. Incidentele weerstandscapaciteit De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan incidentele middelen van de algemene dienst vermeerderd met het saldo in de incidentele weerstandscapaciteit van het grondbedrijf. Dit wordt hieronder weergegeven. Met ingang van de 1 e Burap 2020 wordt er bij de bepaling van de hoogte van de algemene bedrijfsreserve rekening gehouden met toekomstige beslagen tot en met het einde van de begrotingsperiode.

De beschikbare incidentele weerstandscapaciteit is als volgt: Elementen incidentele weerstandscapaciteit Vrije algemene bedrijfsreserve algemene dienst

Begroting 2021-2024

Jaarrekening 2020

Begroting 2022-2025

15.908.000

17.441.000

18.412.000

262.000

262.000

-

€ -

-

-

20.000

10.000

10.000

Totale incidentele weerstandscapaciteit algemene dienst

16.190.000

17.713.000

18.422.000

Saldo weerstandscapaciteit Grondbedrijf, zie Par. 7 Grondbeleid

-1.630.000

-2.688.000

-3.663.000

Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit

14.560.000

15.025.000

14.759.000

Algemene bedrijfsreserve Zwembad Post onvoorzien (met ingang van 2020 € 1) Stille reserve

51 Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is opgenomen dat ook stille reserves in de beschikbare weerstandscapaciteit wordt meegenomen. De mogelijke stille reserves zijn onderzocht. De stille reserves betreffen het positieve verschil tussen de directe verkoopwaarde (actuele waarde) en de boekwaarde (waardering). Het kan hierbij gaan om materiële bezittingen en/of financiële bezittingen (deelnemingen). Van een stille reserve in materiële bezittingen kan pas worden uitgegaan als de bijbehorende activa niet duurzaam aan de bedrijfsuitoefening zijn verbonden en dat de activa vrij verhandelbaar zijn. Voor de gemeente doet dat zich alleen voor bij onroerende zaken die in eigendom zijn van de gemeente en niet meer benodigd zijn voor de bedrijfsuitoefening. De stille reserves zijn geactualiseerd met de jaarrekening 2020. Er is 1 kleine stille reserve. Een aantal gebouwen is in het kader van het IHP niet meer voor onderwijs in gebruik en toegevoegd aan de voorraad ‘(strategisch) vastgoed’. Mogelijk zijn hier stille reserves. Maar gezien de hoge mate van onzekerheid van toekomstig gebruik en bijbehorende waarde, zijn deze niet in de weerstandscapaciteit opgenomen. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit van onze gemeente wordt toegelicht in de paragraaf Kengetallen.

Benodigde versus beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, wordt een relatie gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening maakt het mogelijk om een ratio voor het weerstandsvermogen te bepalen. Om de ratio van het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van normen die ontwikkeld zijn in samenwerking met de Universiteit Twente en bij meerdere gemeenten worden toegepast. ratio

>2.0

Betekenis

uitstekend

1.4-2.0 ruim voldoende

1.0-1.4

0.8-1.0

Voldoende

matig

0.6-0.8

<0.6

onvoldoende

ruim onvoldoende

Begroting 2021-2024

Jaarrekening 2020

Begroting 2022-2025

Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit

14.560.000

15.025.000

14.759.000

Benodigde weerstandscapaciteit

3.396.000

€ 3.864.000

3.941.000

4,3

3.9

3,7

uitstekend

Uitstekend

uitstekend

Ratio weerstandsvermogen Ratio betekenis

Kengetallen financiële positie De kengetallen moeten worden opgenomen in deze paragraaf om de raad in onderlinge samenhang eenvoudig inzicht te verschaffen in de financiële positie van de gemeente en daarmee een bijdrage te leveren aan de (verdere) invulling van de kaderstellende en controlerende rollen van de raad. Ze moeten inzichtelijker maken over hoeveel (financiële) ruimte een gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Door de Provincie Zuid-Holland zijn normen gedefinieerd, die in het vervolg als referentie worden gebruikt. De kleuren van de verschillende ratio’s per kengetal zijn groen, oranje (volgens website geel) en rood (volgens website oranje). Bij de toelichting op de kengetallen worden de ratio’s per kengetal verklaard.

52 Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het verloop van de kengetallen kan als volgt worden samengevat: Begroting 2021

JR 2020

B 2022

B 2023

B 2024

B 2025

Netto schuldquote

72%

70%

78%

96%

106%

98%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

72%

69%

78%

95%

105%

97%

Solvabiliteitsratio

38%

34%

37%

36%

36%

35%

Grondexploitatieratio

27%

37%

15%

3%

-4%

-12%

Structurele exploitatieruimte

1,1%

1,1%

3,6%

2,1%

0,9%

0,4%

Belastingcapaciteit

107%

111%

106%

106%

106%

106%

Kengetallen

Toelichting: Netto schuldquote Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de schuld. Daarmee kan een oordeel worden gevormd over de mate waarin de baten, exclusief reservemutaties, van de gemeente toereikend zijn om de schuldverplichtingen te voldoen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het percentage komt tot stand door de aangetrokken gelden minus de uitgezette gelden te delen door de jaarinkomsten. Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 90% groen, bij 90% - 130% oranje (volgens website geel) en bij > 130% rood (volgens website oranje). De netto schuldquote is in 2020 verbeterd. De schuldquote is de verhouding tussen schulden en het totaal van de baten. De schuldquote is in 2022 vergelijkbaar met de jaarcijfers 2020. Maar daarna verslechtert de quote door het aantrekken van leningen in samenhang met Bijlage 3 – Meerjareninvesteringsprogramma 2022 - 2025, gecombineerd met lagere baten door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf. De rentelasten voor de aan te trekken langlopende geldleningen zijn onderdeel van de exploitatie saldi 2022 – 2025 in deze begroting. Zie hiervoor ook Paragraaf 4 Financiering.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Bij dit kengetal worden de doorgeleende gelden van de financiële activa gecorrigeerd op de netto schuldquote. Verder is de toelichting op de netto schuldquote van toepassing, inclusief referentiewaarden. Solvabiliteitsratio Kengetal dat weergeeft in hoeverre het totaal van de activa is gefinancierd vanuit het eigen vermogen. De ratio wordt berekend door het Eigen Vermogen (de reserves) te delen door het balanstotaal. Volgens de website “staatvan.zuid-holland.nl” is de kleur bij een ratio van > 50% groen, bij 20% - 50% oranje (volgens website geel) en bij < 20% rood (volgens website oranje). De oplopende Netto schuldqoute heeft door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf nauwelijks invloed op het balanstotaal. Omdat ook het eigen Vermogen redelijk gelijk blijft, is de solvabiliteit de komende jaren vrij stabiel. Grondexploitatieratio Kengetal dat een indicatie geeft van de hoogte van de voorraad bouwgrond en de stand van het onderhanden werk bouwgrondexploitatie. De balanswaarde hiervan minus de voorzieningen voor negatieve grondexploitaties wordt gedeeld door de jaarinkomsten om tot deze ratio te komen. De hoogte van dit kengetal geeft aan wat het terugverdienrisico is op de grondexploitaties ten opzichte van de totale inkomsten van de gemeente.

Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 20% groen, bij 20% - 35% oranje (volgens website geel) en bij > 35% rood (volgens website oranje). Volgens de eerdergenoemde website is de bandbreedte van deze ratio bij de diverse gemeenten groot. Of een gemeente een beheers- of een ontwikkelgemeente is heeft een grote invloed op deze ratio. De ratio daalt omdat de boekwaarde van de grondexploitaties zich ontwikkelt van negatief naar positief door de teruglopende activiteiten van het grondbedrijf. Een positieve boekwaarde geeft aan dat het cumulatief saldo baten hoger is dan het saldo lasten. Dit geeft in 2025 een ratio van -/- 12%. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting/jaarrekening is, afgezet tegen de inkomsten. Dit kengetal brengt de structurele weerstandscapaciteit of robuustheid van de meerjarenbegroting tot uitdrukking. De structurele exploitatieruimte heeft een positieve invloed op de solvabiliteit als hiermee het eigen vermogen wordt versterkt. Volgens de website ‘staatvan.zuidholland.nl’ is de kleur bij een ratio van > 0% groen, 0% oranje (volgens website geel) en bij < 0% rood (volgens website oranje). De score blijft positief, al daalt de structurele exploitatieruimte wel de komende jaren.

53 Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk (jaar t) in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde (jaar t-1). Volgens de website ‘staatvan.zuid-holland.nl’ is de kleur bij een ratio van < 95% groen, bij 95% - 105% oranje (volgens website geel) en bij > 105% rood (volgens website oranje). De tarieven zijn bij de gemeente Waddinxveen hoger dan gemiddeld in Nederland. Financiële kengetallen begroting 2022 – 2025 in samenhang De gemeente Waddinxveen is een ontwikkelgemeente. Wel lopen de activiteiten van het grondbedrijf terug. Dit wordt zichtbaar in de ontwikkeling van de Grondexploitatieratio. De gemeente Waddinxveen is ook een investerende gemeente. Dit is te zien in Bijlage 3 – Meerjareninvesteringsprogramma 2022 – 2025 in deze begroting. Deze investeringen worden gedeeltelijk gefinancierd door het aantrekken van langlopende geldleningen, hetgeen invloed heeft op de negatieve ontwikkeling van de Netto schuldquote. Dit is gelukkig van beperkte invloed op de verhouding tussen het Eigen Vermogen en het Vreemd Vermogen waardoor de Solvabiliteitsratio redelijk stabiel blijft. De rentelasten voor de aan te trekken langlopende geldleningen zijn als lasten opgenomen in de Structurele Exploitatieruimte, die aflopend positief is.

De Structurele Exploitatieruimte heeft ook een positieve invloed op het Eigen Vermogen als onderdeel van de eerder genoemde Solvabiliteitsratio. Bij de ratio Belastingscapaciteit wordt in de Paragraaf 1 - Lokale heffingen de lokale belastingdruk 2021 ook vergeleken met omliggende gemeenten. Hierbij heeft de gemeente Waddinxveen de op één na laagste belastingdruk.

54 Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.1. Inleiding In de openbare ruimte van onze gemeente vinden allerlei activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Onze kapitaalgoederen faciliteren deze activiteiten. Te denken valt aan wegen, bruggen, lantarenpalen, bomen, speelplaatsen, watergangen, sportvelden, het rioolstelsel en gemeentelijke gebouwen. De gemeente heeft de taak deze kapitaalgoederen te onderhouden. De kwaliteit en het onderhoud van deze kapitaalgoederen is bepalend voor de (jaarlijkse) lasten. De raad heeft op basis van de Visie Beheer Openbare Ruimte het beheerniveau en de daaraan gekoppelde financiële gevolgen vastgesteld voor alle kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Om het beoogde beheerniveau te waarborgen stellen we voor de verschillende kapitaalgoederen beheerplannen op. De beheerniveaus, zoals vastgelegd in de Visie Beheer Openbare Ruimte, zijn als volgt onderverdeeld: Centra

Hoofdwegen

Woonwijken

Bedrijven

Buitengebied

Jaarlijks onderhoud

A

B

B

B

C

Groot onderhoud

A

B

B

B

C

Vervangingsinvesteringen

A

B

B

B

C

Deze beheerniveaus kunnen als volgt worden toegelicht: Code

Kwaliteit

A

Hoog

B

Basis

C

Laag

Technische staat

Verzorging

Weinig op aan te merken Lichte schade, een en ander op aan te merken

Schoon Matig schoon, niet storend

Duidelijke schade, veel op aan te merken

Vuil, storend

Bij het in stand houden van de kapitaalgoederen maken we een onderscheid tussen jaarlijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De budgetten voor jaarlijks onderhoud zijn per jaar op een gelijkblijvend niveau opgenomen binnen de exploitatiebegroting van het programma. Deze paragraaf richt zich op het groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Groot onderhoud vindt plaats om de levensduur van een kapitaalgoed te verlengen. Om het groot onderhoud zonder fluctuaties te bekostigen treffen we voorzieningen. Jaarlijks wordt een evenredig bedrag gestort in de voorzieningen vanuit de exploitatie. De uitgaven voor groot onderhoud in een bepaald jaar onttrekken we uit de voorzieningen. Als kapitaalgoederen aan het eind van de levensduur zijn, vindt een vervangingsinvestering plaats. De kosten van de vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven met ingang van het jaar na realisatie op basis van de levensduur van het nieuwe kapitaalgoed. 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Binnen de kapitaalgoederen zijn onze beheerdisciplines onderverdeeld in wegen, groen, riolering en gebouwen. Om de kapitaalgoederen te beheren en onderhouden stellen we beheerplannen op. De disciplines wegen, groen en riolering hebben we verwerkt in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024.

Voor de discipline gebouwen hanteren we in 2022 een meer jaren onderhoudsplan met een doorlooptijd van 2020-2023. 3.2.1 Wegen Beleidskader Onder de beheerdiscipline wegen vallen de disciplines wegen, civieltechnische kunstwerken, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. We beheren en onderhouden deze disciplines op basis van het beleid uit de Visie Beheer Openbare Ruimte, slappe bodem, mobiliteit, parkeren en de Duurzaamheidvisie. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de richtlijnen die worden opgesteld door het CROW, zoals de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Ook het politiekeurmerk Veilig Wonen is een richtlijn die we voor openbare verlichting hanteren.

55 Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

Wegen (x € 1.000) 1 Groot onderhoud (Vervangings)Investeringen Totaal

B2021 835 1.980 2.815

2022 1.245 3.041 4.286

2023 1.221 2.418 3.639

2024 1.146 2.479 3.625

2025 1.146 2.448 3.593

3.2.2 Groen Beleidskader Onder de beheerdiscipline groen vallen de disciplines openbaar groen, spelen, stedelijk water en buitensport. We beheren en onderhouden deze disciplines op basis van het beleid uit de Visie Beheer Openbare Ruimte, Groenstructuur en groenbeleid, Speelruimteplan, Gemeentelijk Waterplan en de Duurzaamheidvisie. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de richtlijnen uit het Handboek Bomen 2018 van het Norminstituut Bomen. Ook hanteren we voor onze speeltoestellen de eisen van het Warenbesluit Attractie- en speeltoestellen. Voor spelen geldt dat veiligheid leidend is en niet de beeldkwaliteit. Voor buitensport geldt een minimale cultuurtechnische en sporttechnische kwaliteit met betrekking tot de buitensportvelden. Groen (x € 1.000)1 Groot onderhoud (Vervangings)Investeringen Totaal Groen

B2021 431 313 744

2022 150 744 894

2023 150 744 894

2024 150 744 894

2025 150 744 894

3.2.3 Riolering Beleidskader Voor het beheer en onderhoud van de riolering sturen we op twee aspecten, namelijk de technische staat en de afvoercapaciteit. Beheer op basis van een verschillende beheerniveaus is dan ook niet aan de orde. We beheren en onderhouden de riolering op basis van het beleid uit het Gemeentelijk Waterplan (GWP) en de Duurzaamheidsvisie. In het GWP wordt voor de periode 2021-2025 ingegaan op manier waarop we invulling geven aan onze zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. In dit plan is tevens op hoofdlijnen beschreven hoe we ons rioolstelsel in stand houden. Het beheer van ons rioolstelsel is verder geconcretiseerd en vastgelegd in het Integrale Beheerplan Openbare Ruimte 2021-2024. Daarnaast hanteren we de richtlijnen van onze Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Riolering (x € 1.000)1 Groot onderhoud (Vervangings)Investeringen Totaal

B2021 1.135 1.135

2022 1.908 1.908

2023 1.908 1.908

2024 1.908 1.908

2025 1.908 1.908

1 De bedragen voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen zijn inclusief de overhevelingen uit 2020.

56 Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

3.2.4 Gebouwen Beleidskader Voor het beheer en onderhoud van onze gebouwen hanteren we het Meerjaren Onderhoudsplan Gebouwen (MJOP) 2020-2023. Hiervoor zijn de gebouwen geïnspecteerd en de gegevens ingevoerd in het onderhoudsprogramma, waarbij het beheerniveau ‘sober en doelmatig’ uit de NEN2767 is aangehouden. Door de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Vastgoed zijn in 2024 en 2025 renovaties gepland voor de sportzalen Groenswaard en De Duikelaar. Als gevolg van deze geplande renovaties zullen beschikbare middelen spaarzaam en alleen indien noodzakelijk worden ingezet, waardoor enige achterstand in het onderhoud kan ontstaan. Dit heeft geen gevolgen voor het aan te houden beheerniveau. Sinds oktober 2021 hebben we de tennishal in eigendom, wat betekent dat deze deel uitmaakt van het gemeentelijk vastgoed. 3.3 Verloop voorzieningen Voorziening onderhoud openbare ruimte Om de uitgaven voor het groot onderhoud, opgenomen in het Integrale beheerplan openbare ruimte, te egaliseren is de Voorziening onderhoud openbare ruimte ingesteld. Het verloop van deze voorziening is als volgt: Voorziening onderhoud openbare ruimte (x € 1.000) Beginsaldo Storting Onttrekking Eindsaldo

2021

2022

2023

2024

2025

1.067 1.372 -1.426 1.013

1.013 1.372 -1.395 990

990 1.372 -1.371 991

991 1.372 -1.296 1.067

1.067 1.372 -1.296 1.144

Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen Om de uitgaven voor het groot onderhoud opgenomen in het MJOP 2020 - 2023 te egaliseren is de Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen ingesteld. Het verloop van deze voorziening is als volgt: Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen (x € 1.000) Beginsaldo Storting Onttrekking Eindsaldo

2021

2022

2023

2024

2025

293 255 -361 187

187 276 -66 397

397 276 -132 542

542 276 -161 656

656 276 -258 675

57 Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf 4 Financiering 4.1. Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op het rentebeleid op basis van de Notities Grondexploitaties 2019 en Rente 2017 van de commissie BBV. Het hierbij behorende rentebeleid voor de gemeente Waddinxveen is vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Waddinxveen 2017 die op 5 juli 2017 door de raad is vastgesteld. Met ingang van 2017 komt in de gemeente Waddinxveen alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie aangevuld met de rentevergoeding over de reserve bovenwijkse voorzieningen. Een goed beeld met betrekking tot de ontwikkeling van de financieringsbehoefte is hierbij noodzakelijk. Dit beeld wordt niet verkregen uit de ontwikkeling van de baten en lasten en het verloop van de financieringspositie zoals opgenomen in deze begroting, maar uit de ontwikkeling van de uitgaande en inkomende kasstromen in meerjarenperspectief. Daarom hebben we met ingang van deze begroting informatie over de ontwikkeling van de financieringsbehoefte toegevoegd aan deze paragraaf. 4.2.

Renteomslag 2022-2025 De renteomslag kan voor de begrotingsjaren 2022 – 2025 als volgt worden samengevat: Rentelasten kort- en langlopende geldleningen Rentebaten kort- en langlopende vorderingen Saldo rentelasten en baten Doorberekende rente aan grondexploitatie Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury Bedragen x € 1.000

2022 -1.873 -1.873 457 -1.416 -111 -1.527 1.852

2023 -1.924 -1.924 257 -1.667 -107 -1.774 2.104

2024 -1.947 -1.947 75 -1.872 -63 -1.935 2.313

2025 -1.963 -1.963 -12 -1.975 -51 -2.026 2.392

325

330

378

366

- Saldo rentelasten en baten Bij het opstellen van deze begroting 2022-2025 heeft er een actualisatie plaatsgevonden van de liquiditeitsprognose op basis van het investeringsvolume en de ontwikkelingen van de grondexploitatieprojecten. Op basis van deze cijfers luidt de verwachting dat al in de loop van 2022 of 2023 nieuwe financieringsmiddelen aangetrokken dienen te worden. Vanwege het grote volume aan investeringen –en de huidige achterstand in de uitvoering daarvan- is op dit moment lastig in te schatten wanneer daadwerkelijk financiering nodig zal zijn.

58 Paragraaf 4 Financiering

In samenhang hiermee ziet de ontwikkeling van de langlopende geldleningen er als volgt uit:

Bovenstaande ontwikkeling van de langlopende geldleningen is gebaseerd op de huidige bestaande leningenportefeuille. Het schuldrestant van € 62 miljoen ultimo 2025 bestaat uit 10 langlopende vastrentende fixe-geldleningen en 1 langlopende geldlening met jaarlijkse aflossing bij de BNG bank. Daarvan is € 52 miljoen het restant van de herfinanciering van € 64 miljoen uit 2015. De huidige leningenportefeuille is een zogenaamde ‘dakpanconstructie’ (looptijd geldleningen afgestemd op liquiditeitsbehoefte in meerjarenperspectief) waardoor het renterisico ‘gespreid’ is in de tijd. Bij de grondaankopen Bouwfonds Property Development (BPD) in het kader van het actief grondbeleid gemeentelijke grondexploitatie Triangel is er sprake van ‘projectfinanciering’ door een langlopende geldlening van BPD voor hetzelfde bedrag. Hiervoor wordt met ingang van 2021 een rentepercentage gehanteerd van 1,80% en de lening wordt afgelost ultimo 2023. Deze rentelast wordt doorberekend aan de gemeentelijke grondexploitatie Triangel. Bij de overige langlopende geldleningen is er sprake van ‘integrale financiering’. Bij deze vorm van financiering worden alle activa van de gemeente beschouwd bij het aantrekken van een langlopende geldlening.

In de eerste grafiek lopen de langlopende schulden af omdat deze is gebaseerd op de bestaande leningenportefeuille. In de tweede grafiek ziet u het verwachte verloop van de bestaande geldleningen inclusief aan te trekken langlopende leningen op basis van het netto financieringstekort. De berekening van het financieringstekort kunt u terugvinden in de uiteenzetting van de financiële positie. Er is rekening gehouden met de rentelasten van de nog aan te trekken langlopende leningen tegen rekenrente 1,50%. We hebben uit voorzichtigheid geen rekening gehouden met het saldo baten/lasten cumulatief vanaf 2021.

59 Paragraaf 4 Financiering

- Doorberekende rente aan grondexploitatie Het in de grondexploitaties actief grondbeleid te hanteren rentepercentage wordt bij ‘integrale financiering’ bepaald uit het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen. Hierbij blijven de eerdergenoemde langlopende geldlening BPD en de uitgestelde betalingsregeling Centrum dus buiten beschouwing. De rente aan een grondexploitatie actief grondbeleid wordt toegerekend over de boekwaarde van de actieve grondexploitaties per 1 januari van het betreffende boekjaar. Er wordt gekozen voor een stabiel rentepercentage in de meerjarenprognose actief grondbeleid. Bij een afwijking van 0,5% van dit rentepercentage moet volgens de Notitie Grondexploitaties 2019 het percentage worden bijgesteld. Het doorberekende rentepercentage aan actief grondbeleid is bijgesteld in de 1e burap 2021 van 1,25% naar 1,50% vanaf 2021. - Rente over eigen vermogen Met ingang van 2017 komt in de gemeente Waddinxveen in principe alleen nog maar het saldo rentelasten dat samenhangt met het vreemd vermogen tot uitdrukking in de exploitatie. Enige uitzondering vormt de Reserve Bovenwijkse voorzieningen, waarbij wél een rentevergoeding plaatsvindt.

- Doorberekende rente aan taakvelden De aan de taakvelden (programma’s en overzicht Overhead), als onderdeel van de kapitaallasten (Staat van vaste activa) toe te rekenen rente is de sluitpost van de renteomslag. Er mag in de renteomslag sprake zijn van een renteresultaat maar dit is maximaal een afwijking van 0,5% van de aan de taakvelden toegerekende rente. Dit saldo blijft achter op Onderdeel 6.3. Treasury inclusief aandelen en dividend van deze begroting. Met deze maximale afwijking van 0,5% wordt de mogelijkheid geboden om de toegerekende rente aan de taakvelden op basis van de Staat van activa in de (meerjaren)begroting te stabiliseren. De rente van de vaste activa is –gezien de berekeningen over 2020 en 2021- is verhoogd van 1,25% naar een structureel percentage van 1,50% (1e Burap 2021) voor de jaren 2021 – 2025. Voor alle genoemde jaren wordt binnen de bandbreedte van 0,5% gebleven. 4.3. Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De Wet fido heeft een gezonde financiering van openbare lichamen, waaronder gemeenten, als centrale bedrijfseconomische doelstelling. Naast het beheersen van de financieringsrisico’s kent de Wet fido ook een macro-budgettaire doelstelling.

Dit betreft de beheersing van de grenswaarde van het zogenoemde EMU-tekort van 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). 4.4. Wet Houdbare overheidsfinanciën De wet Hof regelt in essentie twee zaken die voortvloeien uit Europese verplichtingen. De eerste is dat het nationale systeem van begrotingsvoorbereiding en de toepassing van vaste uitgavenkaders wettelijk worden vastgelegd. Ten tweede worden gemeenten gebonden aan een maximaal begrotingstekort (macronorm) op kasbasis. Gemeenten mogen een tekort hebben van 0,3%. 4.5. Risicobeheer Voor het risicobeheer worden als risico’s onderscheiden het renterisico van de korte termijnfinanciering, het renterisico voor de lange termijnfinanciering en het kredietrisico voor uitgezette gelden. In de Wet fido zijn voor het beperken en beheersen van de genoemde risico’s concrete normen opgenomen, te weten de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Deze worden in het vervolg verder uitgewerkt. - Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie – dit is de mate waarin op korte termijn (ten hoogste 12 maanden) aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan – is de kasgeldlimiet van belang. Dit is het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten.

Vooral bij kortlopende financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de korte rente direct een relatief grote invloed op de rentelasten hebben. De Wet fido stelt daarom grenzen aan de omvang van korte financieringen.

60 Paragraaf 4 Financiering

Voor 2022 - 2025 zien de verwachtingen voor de kasgeldlimiet er als volgt uit: Kasgeldlimiet Omvang begroting per 1 januari (=grondslag)

Bedragen per jaar 2023 2024 93.781 84.206

2022 104.258

2025 95.822

(1) Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag - in bedrag

8,5 % 8.862

8,5 % 7.971

8,5 % 7.157

8,5 % 8.145

(2) Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

9.413 13.971 0 0

9.413 18.807 0 0

9.413 19.837 0 0

9.413 29.191 0 0

(3) Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar

299 0 13.216

299 0 13.216

299 0 13.216

299 0 13.216

9.869 8.862 -1.007

14.705 7.971 -6.734

15.735 7.157 -8.578

25.089 8.145 -16.944

Toets kasgeldlimiet (4) Totaal netto vlottende schuld (2) – (3) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+) / Overschrijding (-); (1) – (4) Bedragen x € 1.000 - Renterisiconorm

De rentegevoeligheid – het renterisico – kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van een jaar of langer. Om de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de gemeente te beperken stelt de Wet fido een limiet aan dat deel van de vaste schuld waarover het rentepercentage in een zeker jaar moet worden aangepast aan de dan geldende markttarieven. Dergelijke aanpassingen doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening. De renterisiconorm volgens de Wet fido heeft als uitgangspunt om voldoende spreiding in de (rente)looptijden van lange leningen aan te brengen. Zoals eerder beschreven is de huidige leningenportefeuille een zogenaamde ‘dakpanconstructie’ waardoor het renterisico ‘gespreid’ is in de tijd. Voor de begroting 2022 – 2025 is de renterisiconorm voor Waddinxveen als volgt: Renterisiconorm 2022

2023

2024

2025

0

0

0

0

2. Te betalen aflossingen

5.514

3.674

375

7.375

3. Renterisico op vaste schuld (1 + 2)

5.514

3.674

375

7.375

4. Renterisiconorm (zie onderstaande berekening)

20.852

20.852

20.852

20.852

5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3)

15.338

17.178

20.477

13.477

1. Renteherziening op vaste schuld o/g

5b. Overschrijding renterisiconorm (3>4) Bedragen x € 1.000 Berekening renterisiconorm 2022 (bedragen x € 1.000):  4a Begrotingstotaal (lasten) jaar 2022  104.258  4b Percentage regeling  20%  4 Renterisiconorm o.b.v. 20.852 (4a x 4b/100) De renterisiconorm kan worden gezien als een nuttig instrument bij het beheersen van lange termijn renterisico’s. Dit betekent niet dat deze norm alle renterisico’s van de organisatie bestrijkt. Bijvoorbeeld de risico’s op nieuw af te sluiten leningen voor zover deze niet worden aangegaan om andere leningen af te lossen, maken geen deel uit van de berekening van de renterisiconorm. De renterisiconorm wordt in de begrotingsperiode 2022 – 2025 niet overschreden.

61 Paragraaf 4 Financiering

Paragraaf 5 Bedrijfsvoering Wat is bedrijfsvoering? De gemeente Waddinxveen speelt in op vragen en ontwikkelingen van het dorp en levert producten en diensten voor het dorp. Bedrijfsvoering zorgt dat deze taken zo goed mogelijk kunnen worden uitgevoerd.

Meer zicht en grip op onze werkzaamheden Vanaf 2021 werken we met een planning voor de hele organisatie, de z.g. ‘concernplanning’. Deze helpt ons om beter aan de voorkant te sturen en te bepalen aan welke belangrijke onderwerpen we aandacht en voorrang geven.

We werken aan een organisatie die toekomstbestendig is De samenleving verwacht een goede en betrouwbare gemeentelijke organisatie. Onze omgeving verandert snel en is onvoorspelbaar, onzeker en ingewikkeld. Om hier goed mee om te gaan, denken en werken we als één organisatie. Dus niet als aparte organisatieonderdelen. Zodat we medewerkers inzetten waar ze nodig zijn. En we meebewegen met de samenleving. Onze organisatie is “klaar” als we bij elke ontwikkeling de juiste vorm van sturen kiezen. En daarmee de juiste route en partners. Soms ligt de nadruk daarbij op rechtmatigheid. Soms op het resultaat. Soms op samenwerken met anderen. Of op het versterken van anderen. En bijna altijd in combinatie. Iedere vorm vereist specifieke kwaliteiten, hulpmiddelen en aanpakken. In kleine stappen kiezen we steeds de juiste combinaties. Zo blijven we publieke waarde toevoegen.

We zorgen dat onze medewerkers klaar zijn voor de toekomst Strategische Personeelsplanning (SPP) helpt ons te bepalen of onze medewerkers klaar zijn voor de toekomst en wat we moeten doen om dat zo te houden. Iedere manier van sturen vereist immers andere kwaliteiten en vaardigheden van medewerkers. Zo kunnen we bepalen wat nodig is om deze in de toekomst beschikbaar te hebben en te houden. We brengen onze HR-doelen en onderwerpen in lijn met hoe we willen sturen. Zo kijken we bij het invullen van vacatures naar de aanwezigheid van specifieke kwaliteiten en 21 -eeuwse vaardigheden van kandidaten en naar hun langere termijn inzetbaarheid. Bij zittende medewerkers werken we aan het vergroten van de duurzame inzetbaarheid. Ook besteden we aandacht aan resultaten en beoordelen. Door talentmanagement halen we het beste uit medewerkers en zetten we ze in op hun sterkten en interesses. We hebben aandacht voor ontwikkelingen in de samenleving, zoals vergrijzing, werk-privé balans en arbeidsmarkt. We vertalen de gevolgen van deze ontwikkelingen in ons HR-beleid en hulpmiddelen.

Het Nieuwe Werken vernieuwd Onze organisatie heeft door de coronacrisis geleerd, dat wat betreft digitaal- en thuiswerken, veel mogelijk is. We willen de lessen die we geleerd hebben en de voordelen van het thuiswerken in coronatijd behouden. Daarom werken we uit hoe het werken in de toekomst eruitziet. Zo kunnen we onze medewerkers op een gezonde manier ondersteunen bij het uitvoeren van hun werk. We passen bijvoorbeeld het gemeentehuis aan om dit meer geschikt te maken voor functies als ontmoeten, samenwerken en co-creëren als speciale vorm van samenwerken.

We werken nog slimmer en meer digitaal We verbeteren telkens onze processen en gebruiken daarbij de beste programma’s en betrouwbare gegevens. Medewerkers kunnen altijd en overal werken.

We vinden de bescherming van persoonsgegevens en de veiligheid van alle informatie belangrijk We beschermen de persoonsgegevens Per proces zorgen we voor goede maatregelen. We maken personen die ermee te maken hebben duidelijk waarom privacy belangrijk is. Op onze website laten we zien welke persoonsgegevens we gebruiken en waarom.

62 Paragraaf 5 Bedrijfsvoering

We beveiligen alle informatie We controleren altijd ons netwerk op dreigingen en vreemde gegevens en gebeurtenissen. Informatie die niet bekend mag worden, is alleen bereikbaar met de juiste toestemming. We leggen onze maatregelen uit aan de organisaties die ons controleren.

We werken aan een open en toegankelijke gemeente In 2022 maken we door de Wet open overheid (Woo) meer documenten actief openbaar. Daarbij kan worden gedacht aan wet- en regelgeving, organisatiegegevens, raadsstukken, bestuursstukken, stukken van adviescolleges, convenanten, jaarplannen en verslagen, Wob/Woo-verzoeken, onderzoeken, beschikkingen en klachten. Door de komst van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in 2022 moeten inwoners op een makkelijke manier berichten kunnen sturen naar de gemeente en aanvragen kunnen doen. We zorgen dat aanvragen en berichten in elk proces via een digitale manier mogelijk zijn.

Doelstellingen en inspanningen Indicator Personeel Verzuim

Financiën Goed budgetbeheer

Informatie Beschikbaarheid van computers, programma’s en netwerk

Informatiebeveiliging

Juridisch advies Zorgvuldig juridische proces

Juridische kwaliteitszorg

Toelichting

Doelstelling / inspanning 2022

Ons verzuimpercentage is vanaf 2020 onveranderd met 5,5%. Het aantal langdurig zieken is hoog. Samen met onze Arbodienst werken we aan hun terugkeer in hun werk.

5%, inclusief langdurig verzuim (2020 verzuim 5,5%, landelijk beeld 2020 5,5%)

We zijn en blijven in control. Afwijkingen zijn beperkt en worden op tijd in de bestuursrapportages (Burap) gemeld.

Maximale afwijking van € 500.000 tussen het voorspelde resultaat in de 2e Burap en de verantwoording in de jaarrekening. (exclusief resultaat op openeinde regelingen).

Voor een groot deel van ons werk is het noodzakelijk dat we computers, programma’s en netwerk kunnen gebruiken.

De computers, programma’s en het netwerk zijn voor 99,5% beschikbaar. Met uitzondering van vooraf gepland onderhoud.

We regelen ook dat informatie klopt en dat de toestemming voor informatie klopt. Dat leggen we uit aan de organisaties die controleren hoe we ons aan de regels van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) houden.

Voor de grootste risico’s nemen we de belangrijkste en meest dringende maatregelen.

We handelen zorgvuldig, zoals de samenleving van ons verwacht en zorgen daarmee ook dat extra kosten worden voorkomen.

In minimaal 20% van de ingekomen bezwaarschriften voeren we pre-mediation gesprekken, waarbij vervolgens in minimaal 30% het geschil wordt opgelost met pre-mediation. Premediation is een gesprek met de betrokkenen om te bekijken wat er speelt en of dat in een gesprek kan worden opgehelderd en het bezwaarproces kan stoppen. Onze medewerkers zijn opgeleid om de juridische kwaliteit van onze producten te verbeteren.

Inkoop 63 Paragraaf 5 Bedrijfsvoering

Indicator Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI)

Toelichting Maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI), ook wel duurzaam inkopen, betekent dat we, naast op de prijs van de producten, diensten of werken ook letten op de effecten van de inkoop op milieu en sociale aspecten.

Doelstelling / inspanning 2022 Onze inkopende medewerkers hebben kennis van MVI en circulair inkopen.

Bij circulair inkopen zorgen we ervoor dat producten of materialen aan het einde van de levens- of gebruiksduur weer kunnen worden hergebruikt. Duurzaamheid

In het Meerjaren onderhoudsplan is rekening gehouden bij investerings- en vervangingsmomenten met het uitvoeren van duurzaamheids- en energiebesparende maatregelen.

Onze vastgoedportefeuille is uiterlijk in 2025 CO2 neutraal. Hiervoor verrichten we energiebesparende maatregelen aan een aantal gebouwen. Bij de bouw van de nieuwe sporthal gebruiken we materialen uit de sloop van het oude gemeentehuis en De Boemel.

Gebouwen

We voeren het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Vastgoed uit, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juli 2020.

We bouwen een nieuwe sporthal en renoveren het gebouw Wereldwijd, Mauritslaan 55.

64 Paragraaf 5 Bedrijfsvoering

Paragraaf 6 Verbonden partijen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor de taken die zij door verbonden partijen laat uitvoeren. Het is daarom belangrijk de bijdrage van verbonden partijen aan de programma’s en eventuele risico’s te kunnen beoordelen. In de programma’s is beschreven hoe de verbonden partijen bijdragen aan de programma’s. Om te kunnen sturen op verbonden partijen is ook de financiële positie van belang. In deze paragraaf is per verbonden partij vermeld op welke wijze de gemeente financieel en bestuurlijk is verbonden. Ook is opgenomen of er sprake is van risico’s voor de gemeente waarvoor geen maatregelen bij de verbonden partij zijn getroffen, maar die wel van materiële betekenis zijn voor de financiële positie. Gemeenschappelijke regelingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10660766/1