Programmabegroting 2022-2025
Tekst van het document
Soort regeling/ rechtsvorm
Financieel belang (omvang deelnemersbijdrage)
Bestuurlijk belang (vertegenwoordiging en stemverhouding in AB)
Eigen vermogen aan begin en einde begrotingsjaar
Verwachte omvang financiële resultaat
Omvang risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
01-01-2022: € 5.623.000 31-12-2022: € 5.473.000 01-01-2022: € 6.281.000 31-12-2022: € 6.580.000
Vreemd vermogen aan begin en einde begrotingsjaar 01-01-2022: € 48.868.000 31-12-2022: € 53.527.000 01-01-2022: € 40.630.000 31-12-2022: € 39.877.000
Veiligheidsregio Hollands Midden (Leiden)
College Openbaar lichaam
€ 1.556.000
1 collegelid 1 van 19 stemmen
€0
Het weerstandsvermogen bedraagt eind 2022 € 932.000. De risico’s zijn bepaald op € 932.000. Het weerstandsvermogen is in 2022 dus 1,00 Het weerstandsvermogen bedraagt eind 2022 €3.133.000. De risico’s zijn bepaald op €5.150.000. De weerstandscapaciteit is in 2022 dus 60%.
Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg (Leiden)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 2.059.000
1 collegelid 2 stemmen
Regio Midden-Holland (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 51.552
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen
01-01-2022: € 332.000 31-12-2022: € 332.000
01-01-2022: € 788.000 31-12-2022: € 788.000
€0
De Regio Midden-Holland beschikt over een weerstandscapaciteit van € 100.000, conform de hierover in het Algemeen Bestuur gemaakte afspraak.
Omgevingsdienst MiddenHolland (Gouda)
College Openbaar lichaam
€ 1.603.671
2 collegeleden stemverhouding 16/183e
01-01-2022: € 2.317.000 31-12-2022: € 2.220.000
01-01-2022: € 8.592.000 31-12-2022: € 8.457.000
€0
De risico’s zijn € 1.574.000, het weerstandsvermogen € 1.403.000. Dit is 89% dekking van de risico’s.
Werkvoorzieningschap Promen (Gouda)
College Openbaar lichaam
€ 1.982.000
1 collegelid
01-01-2022: € 2.451.000 31-12-2022: € 3.214.000
01-01-2022: € 6.939.000 31-12-2022: € 7.149.000
€0
Het weerstandsvermogen bedraagt eind 2020 € 2.300.000. De risico’s zijn bepaald op € 2.400.000 Het weerstandsvermogen is 0,96 en wordt hiermee als voldoende beschouwd.
€0
65 Paragraaf 6 Verbonden partijen
Streekarchief MiddenHolland (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 157.871
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen
01-01-2022: € 290.219 31-12-2022: € 283.380
01-01-2022: € 263.902 31-12-2022: € 247.960
€
De risico’s zijn gekwantificeerd op € 200.000, het weerstandsvermogen is € 80.330. Dit is 45% van het gewenste weerstandvermogen van €180.000
Grondbank RZG Zuidplas (Den Haag)
College Openbaar lichaam
€ 0,-
2 collegeleden 2 van de 40 stemmen (= 5%)
01-01-2022: € 16.825.000,31-12-2022: € 16.825.000,-
01-01-2022: € 93.000.000,31-12-2022: € 94.500.000,-
€ 0,-
Op 1 juli 2021 is er een bestuurlijke overeenkomst en koopovereenkomst getekend tussen de GR Grondbank, Provincie Zuid-Holland en gemeente Zuidplas. Hiermee is er een concreet ontwikkelperspectief ontstaan. De verliesvoorziening zal de komende tijd afbouwen van € 21,0 mln. naar € 0,-. De deelnemersbijdrage is vanaf 1 januari 2021 vastgesteld op €0,-.
Bedrijvenschap Regio Gouda (Gouwe Park) (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 0,-
2 collegeleden
01-01-2022: € 5.306.500,31-12-2022: € 0,-
01-01-2022: € 0,31-12-2022: € 0,-
€0
De gemeente Waddinxveen is voor 1/3 aandeelhouder van het Bedrijvenschap. Vanaf 2020 is de GR gestart met winstuitkeringen aan de deelnemers. In 2020 en 2021 was dit voor Waddinxveen per jaar €1,0 mln. Het restant zal in 2022 opgedeeld worden onder de deelnemers. De exploitatie en GR zullen dan beëindigd worden.
Groenalliantie MiddenHolland en omstreken (Gouda)
Gemengd Openbaar lichaam
€ 222.600
2 collegeleden 2 van de 10 stemmen
01-01-2022: € 6.766.000 31-12-2022: € 6.874.000
01-01-2022: € 2.557.000 31-12-2022: € 2.835.000
€0
Er is een gekwantificeerd risico van 457.000. Daarnaast is er een aantal ongekwantificeerde risico’s. Het geschatte totaal van gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s is minder dan 2.000.000 en daarmee minstens ‘voldoende’.
Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (Leiden)
College Openbaar lichaam
€ 509.215
1 collegelid 3,99% van het stemrecht
01-01-2022: € 665.000 31-12-2022: € 480.000
01-01-2022: € 5.746.000 31-12-2022: € 5.854.000
€0
Financiering exploitatie tekort door uittreding provincie Zuid-Holland vanaf 2026 (aanname is 25% of meer). De risico’s zijn gekwantificeerd, het totaal aan risico’s in geld bedraagt € 1.200.000. Het weerstandsvermogen is niet voldoende om al deze risico’s indien ze tegelijk voordoen, te kunnen afdekken.
66 Paragraaf 6 Verbonden partijen
Vennootschappen
Rechtsvorm
Financieel belang (omvang deelnemersbijdrage)
Bestuurlijk belang (vertegenwoordiging en stemverhouding in AB)
Verwachte omvang financiële resultaat
Risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
BNG Bank
N.V.
N.v.t.
1 collegelid in de AVA. 17.823 aandelen.
Gezien de aanhoudende onzekerheden doet de bank hier geen uitspraken over.
De bank heeft een laag risicoprofiel, hetgeen ook blijkt uit de ratings.
Oasen
N.V.
N.v.t.
1 collegelid in de AVA 27 van de 748 aandelen
Cyclus
N.V.
€
1 collegelid in de AVA 5,5% van de aandelen
€
Het College geeft Cyclus NV opdracht om het afval op te halen. Het College spreekt af dat Cyclus NV in Waddinxveen afval ophaalt. Voor 2022 spreken we met Cyclus nieuwe prijzen af voor het werk Cyclus doet.
01-01-2022: € 31-12-2022: €
01-01-2022: € 31-12-2022: €
De kosten zijn gedekt door de afvalstoffenheffing.
Triangel
C.V./B.V.
€
1 collegelid en 1 directielid in de AVA 50 % van de aandelen
Stichtingen en Verenigingen
Rechtsvorm
Financieel belang (omvang deelnemersbijdrage)
Bestuurlijk belang (vertegenwoordiging en stemverhouding in AB)
Stichting Greenport regio Boskoop
Stichting
€ 3.250
1 collegelid 1 stem per lid
CV begin: € 10.000.000 CV Einde: € 10.000.000 BV begin: € 18.000 BV einde: € 18.000
N.v.t.
CV begin: € 22.300.000,-CV Einde: € 24.800.000,-BV begin: € 92.900 BV einde: € 192.300
N.v.t.
Verwacht resultaat totale deelneming circa € 0,8 mln.
De GEM CV heeft zelf een uitgebreide risicoparagraaf. Daarnaast zijn in de gemeentelijke grondexploitatie gekwantificeerde risico’s opgenomen.
Verwachte omvang financiële resultaat €
Risico’s (i.r.t. weerstandsvermogen)
Er zijn geen risico’s. De stichting is als het ware een overlegorgaan.
67 Paragraaf 6 Verbonden partijen
Paragraaf 7 Grondbeleid 7.1 Inleiding In deze paragraaf geven we een financieel totaalbeeld van de portefeuille van de Grondbedrijfsfunctie (GBf). Dit doen we op basis van de per 1 juli 2021 geactualiseerde grondexploitaties en recente beoordelingen van de lopende facilitaire projecten. De effecten van deze actualisaties hebben een directe invloed op de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG), de voorzieningen en de weerstandscapaciteit. In deze paragraaf grondbeleid wordt een verdere toelichting gegeven op de mutaties.
7.2 Visie en uitvoering grondbeleid in relatie tot doelstellingen uit programma’s Het grondbeleid van de gemeente is geen doel op zich, maar een middel om ruimtelijke doelstellingen te bereiken. In de Structuurvisie Waddinxveen 2030, beleidsnota’s en bestemmingsplannen is vastgelegd hoe we ruimtelijk ontwikkelen. Vanuit risicobeheersing doen we dit primair vanuit facilitair grondbeleid, we geven de ruimte om andere partijen te laten ontwikkelen binnen de gestelde kaders. Echter de gemeente heeft de mogelijkheid om actief grondbeleid te voeren als dat vanuit een strategisch belang gewenst is. Daarnaast voert de gemeente grondbeleid uit via een deelname in Verbonden partijen. Facilitaire projecten. Zoals hiervoor is aangegeven streven wij in principe de vastgestelde doelstellingen na, door middel van facilitair grondbeleid. We geven bij facilitaire projecten de ruimte aan andere partijen om te ontwikkelen binnen de gestelde kaders. De aankoop en uitgifte van gronden wordt bij facilitair grondbeleid uitgevoerd voor rekening en risico door andere partijen. De invloed van de gemeente Waddinxveen loopt dan niet via het grondeigendom, maar via bestemmingsplannen, overeenkomsten en/of een exploitatieplan. In de volgende tabel, tabel 1, zijn facilitaire projecten aangegeven die bij opmaak van deze paragraaf in ontwikkeling zijn in de gemeente Waddinxveen.
Deze facilitaire projecten lopen veelal door in 2021 en verder. Tabel 1 Facilitaire projecten in ontwikkeling R.6810 Locatie Postkantoor (Kerkweg Oost 161)
R.6820 Noordeinde 65
R.8802 Plasweg 39 - 41
R.0801 PostNL locatie
R.6811 Noordpark
R.6824 GEM Triangel
R.9802 Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a
R.0804 Middelburgseweg 5
R.6812.1 Glasparel+ fase 2
R.6825 Esdoornlaan 26
R.9803 Noordeinde 74, 122a en 134
R.0805 Bredeweg 7-11
R.6813 Noordpunt Triangel
R.7801 Pluimveehouderij Zesde Tochtweg tegenover 6
R.9816 Zorgboerderij Noordkade 108
R.0806 OverslagwegTruckparking
R.9814 Matrix Locatie Roskam
R.7809 Kerkweg-Oost 214-216
R.9817 Kanaaldijk 6
Actieve gemeentelijke projecten. Naast de bovengenoemde facilitaire projecten zijn ook projecten in ontwikkeling genomen die onder 100% regierol van de gemeente Waddinxveen worden ontwikkeld, Hierbij hebben wij een actieve rol waarbij we voor eigen rekening en risico ruimtelijke plannen ontwikkelen. Actief grondbeleid wordt alleen gevoerd indien dit van strategisch belang is voor de gemeente, in een dergelijk geval verwerven en ontwikkelen wij zelf de benodigde gronden. Per 1 juli 2021 bestaan de volgende gemeentelijke actieve grondexploitaties: het Centrum, het Sleutelkwartier, Coenecoop III, ’t Suyt fase I en II en Park Triangel. In het boekjaar 2021 is een nieuwe grondexploitatie, De Dreef, hieraan toegevoegd. In 2021 zal tevens de exploitatie van ’t Suyt fase I worden afgesloten.
68 Paragraaf 7 Grondbeleid
Verbonden partijen. Naast facilitaire projecten en gemeentelijke grondexploitaties maken we binnen het GBf deel uit van een drietal Verbonden Partijen. Verbonden Partijen zijn organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en/of een financieel belang heeft. De drie Verbonden Partijen zijn: 1. Grondbank RZG Zuidplas, 2. GEM CV Park Triangel en 3. Bedrijvenschap Regio Gouda (Gouwe Park 1). Nota kostenverhaal. Nieuwe ontwikkelingen brengen kosten met zich mee. Daarom heeft de gemeente de ‘Nota Kostenverhaal 2019’ opgesteld. In deze nota is uiteengezet hoe om wordt gegaan met: Plankosten, Bovenplanse kosten Bijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen en Bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen. De Nota kostenverhaal zal in samenhang met de invoering van de nieuwe Omgevingswet worden herzien medio 2022. De omgevingswet wordt ingevoerd per 1 juli 2022.
7.3. Prognose resultaten Grondbedrijfsfunctie Portefeuillerisico Voor de portefeuillebeheersing van de GBf is het noodzakelijk een inschatting te maken van de risico’s die zich in de verschillende portefeuilleonderdelen en totale portefeuille kunnen voordoen. De risico’s worden op het niveau van de gehele portefeuille alsmede op het niveau per onderdeel in beeld gebracht. Prognoses per portefeuilleonderdeel Bij het opstellen van de begroting en de jaarstukken worden de grondexploitatiebegrotingen geactualiseerd en de projecten facilitair grondbeleid tegen het licht gehouden, ook worden de resultaten en risico’s bij de verbonden partijen beoordeeld. Hier wordt beoordeeld of de resultaten in financieel opzicht en qua voortgang moeten worden bijgesteld. In deze paragraaf worden de mutaties, voorzieningen en risico’s per onderdeel beschreven. Risico’s De belangrijkste overkoepelende risico’s vloeien voort uit de woningbouwprogrammering versus de raming van de woningbehoefte. In de behoefteraming van de provincie was tot voor kort alleen de lokale behoefte opgenomen. Hierdoor hadden wij als Waddinxveen een over-programmering. Nu wordt er in de provinciale behoefteramingen ook rekening gehouden met bovenregionale groei. Ook is het mogelijk om meer te programmeren dan de behoefte door planuitval en planvertraging.
Hierdoor hebben we lokaal geen overprogrammering meer en lopen we voor de huidige lopende projecten geen risico. Echter maakt de bovenregionale opgave van de Zuidplaspolder onderdeel uit van de laatste behoefteramingen. Deze werd hier voorheen los van gezien. Doordat de Zuidplaspolderontwikkelingen nu getoetst moeten worden aan de behoefteramingen, brengt dit het risico met zich mee dat andere plannen in de regio Midden-Holland niet kunnen worden gerealiseerd. Dit geldt dus ook voor nieuwe Waddinxveense plannen, plannen die nog niet regionaal zijn afgestemd. Onze huidige grondexploitaties lopen hierdoor geen gevaar. Als Regio Midden-Holland gaan we het gesprek met de provincie aan om te kijken naar een passende oplossing. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan in welke mate de gemeente in staat is om nadelige gevolgen van niet-afgedekte risico’s op te vangen en welke grootte de ABG moet hebben om risico’s in de portefeuille te kunnen dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in en benodigde weerstandscapaciteit en beschikbare weerstandscapaciteit: Benodigde weerstandscapaciteit is het totaal van de financiële vertaling van alle projectspecifieke en conjuncturele of generieke risico’s die voor deze begroting in beeld zijn gebracht.
Beschikbare weerstandscapaciteit, de ABG, geeft aan in hoeverre de benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) hieruit gedekt kan worden.
In onderstaand schema is de geprognosticeerde weerstandscapaciteit van de GBf weergegeven. De stand van de ABG minus de risico’s geeft het weerstandsvermogen weer.
69 Paragraaf 7 Grondbeleid
Tabel 2 Stand weerstandscapaciteit2
Begroting 2021-2024
Jaarrekening 2020
Begroting 2022-2025
ABG
1.593
2.424
2.504
Risico's
3.695
5.112
6.167
Weerstandscapaciteit
-2.102
-2.688
-3.663
Bedragen x € 1.000 Weerstandsvermogen Ná vaststelling van de begroting 2022 - 2025 door de gemeenteraad bedraagt de geprognosticeerde beschikbare weerstandscapaciteit (het saldo van de Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijfsfunctie (ABG) ná aftrek van eventuele generieke en project specifieke risico’s) per 1 januari 2022 circa -/- € 2.7 mln. De ontwikkeling van het totale weerstandsvermogen, waar het ABG onderdeel van uit maakt, blijft de komende jaren voldoende om de ingeschatte risico’s te kunnen afdekken. Actief Grondbeleid
Parameters Jaarlijks worden de grondexploitaties bij jaarrekening en begroting geactualiseerd. Dit betekent dat de grondexploitaties marktconform worden gemaakt zodat we in staat zijn de te verwachten investeringen te kunnen plegen. Ook wordt opnieuw gekeken naar de te verwachten opbrengsten als tegenhanger van de te verwachten investeringen. Om de investeringen en opbrengsten in de toekomstige jaren vanaf 1-1-2020 op peil te houden worden deze bedragen geïndexeerd (Tabel 3 Parameters per 1-1-2020 Investeringen). De toe te passen indexatie betreft een percentage welke “parameters” worden genoemd. De toe te passen parameters zijn indexcijfers voor kosten- en opbrengststijging, rentekosten en -opbrengsten en de verplicht te hanteren discontovoet (voorschrift Commissie Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). Ten aanzien van de te verwachten investeringen is met name gekeken naar de nog te investeren budgetten van eventueel te verwerven gronden, plan- en overige kosten vanaf 1-1-2020. Ook is beoordeeld of de beschikbare budgetten voor de te verwachten civieltechnische kosten voldoende aanwezig zijn om de te verwachten werken te kunnen uitvoeren. Met betrekking tot de opbrengsten zijn in de rekentechnische uitgangspunten 2021 de te hanteren grondprijzen opgenomen die zijn verwerkt in de actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties per 1-1-2021.
De grondprijzen per 1-1-2020 zijn geïndexeerd met 2% opbrengstenstijging. Dit percentage wordt de komende jaren in de actualisatie toegepast (Zie tabel 4 Parameters per 1-1-2021 Grondopbrengsten). Bij actualisatie van de gemeentelijke grondexploitaties wordt rekening gehouden met de volgende parameters: Tabel 3 Parameters per 1-1-2021 Investeringen Totaal beeld parameters
2021
2022
2023 en verder
1
Verwerving, civiele kosten en plankosten
1,50%
2,00%
2,00%
2
Rente over de te verwachten kosten en opbrengsten (o.b.v. BBV richtlijnen)
1,50%
1,50%
1,50%
3
Opbrengsten woningbouw en bedrijventerreinen
2,00%
2,00%
2,00%
4
Discontovoet ten behoeve van netto contant maken van de eindwaarde per 1-1-2020 conform BBV- regelgeving
2,00%
2,00%
2,00%
2 Conform de systematiek bij paragraaf 2, worden bij deze paragraaf nu ook de geactualiseerde risico’s van dit moment afgezet tegen
de reserve aan het einde van de begrotingsperiode. 70 Paragraaf 7 Grondbeleid
Tabel 4 Parameters per 1-1-2021 Grondopbrengsten
1 2
Opbrengstensoort
2021
2022
2023
2024 en verder
Woningbouw Bedrijven
2% 2%
2% 2%
2% 2%
2% 2%
De te hanteren parameters zijn begin 2021 door ons college van burgemeester & wethouders vastgesteld via het document “Rekentechnische uitgangspunten ten behoeve van actualisatie Grondexploitaties gemeente Waddinxveen per 1-1-2021” en verwerkt in alle gemeentelijk te actualiseren grondexploitatiebegrotingen per 1-1-2021. De actualisatie van de parameters vindt plaats bij het opstellen van de jaarrekening 2021. Voor een nadere analyse, onderbouwing en detaillering van bovengenoemde parameters en te hanteren grondprijzen per 1-1-2021 verwijzen wij naar de “Rekentechnische uitgangspunten ten behoeve van actualisatie Grondexploitaties gemeente Waddinxveen per 1-1-2021”.
Mutaties Algemeen Er is destijds gekozen voor het hanteren van een stabiel rentepercentage in de meer-jarenprognose van ons actief grondbeleid. Bij een afwijking van 0,5% van dit rentepercentage moet volgens de Notitie Grondexploitaties 2016, welke in de augustus 2019 is aangescherpt, aangevuld en extra toegelicht, van de Commissie BBV het percentage worden bijgesteld. Het doorberekende rentepercentage voor actief grondbeleid is 1,5% zoals ook in tabel 3 hiervoor is opgenomen Het doorberekende rentepercentage voor actief grondbeleid is 1,5% zoals ook in tabel 3 hiervoor is opgenomen. Dit percentage is gerelateerd aan het percentage van de vreemd vermogen portefeuille. De gehanteerde jaarlijkse kostenindexatie is aangepast van 3,0% naar 1,5% voor 2021 als gevolg van de stabilisatie van het kostenniveau in de GWW-sector in 2021. De verwachting is dat de stabilisatie zal doorzetten vanaf 2022. Echter is er voorzichtigheidshalve voor gekozen om vanaf 2022 een jaarlijks te hanteren kostenindexcijfer van 2,0% op te nemen.. Zie ook tabel 3 “Parameters per 1-1-2021 Investeringen”. Nadere toelichting actieve grondexploitaties Op dit moment lopen er zeven actieve grondexploitaties (BIE): 1. het Centrum, 2. Coenecoop III, 3. Park Triangel, 4. Sleutelkwartier, 5. ’t Suyt fase I, 6. ’t Suyt fase II, 7. Oude Dreef. 1.
Centrum De gemeente heeft met ontwikkelaar ASR en met ontwikkelaar MRP een overeenkomst, waarin de resterende realisatie van het centrum is vastgelegd. Het centrum bestaat uit 3 fases, te weten: • Fase 1A (reeds gerealiseerd), • Fase 1B programma: 23 spoorwoningen en ca. 4.700 m² b.v.o. appartementencomplex (ter plaatse van het beoogde kantoor), (MRP) • Fase 2 programma in grondexploitatie: 108 woningen (ASR) Fase 1B De 23 spoorwoningen zijn verkocht en op dit moment wordt er gebouwd. De verwachting is dat de woningen rond de zomer 2022 worden opgeleverd. De gemeenteraad heeft op 23 juni 2021 haar akkoord gegeven voor een wijziging in de uitgangspunten voor het kantoor naar het appartementencomplex. De financiële effecten volgend uit deze wijziging zijn verwerkt in de jaarrekening 2020. De verwachting is dat in 2022 wordt gestart met de bestemmingsplanprocedure. In 2023 start de bouw van de woningen. Fase 2 Voor fase 2 is middels de vaststellingsovereenkomst met ASR (vastgesteld door gemeenteraad in februari 2019) het volgende bepaald. Er komt geen ruimte voor detailhandel voor fase 2. Het woningaantal wordt verhoogd van 64 woningen naar 108 woningen. 71 Paragraaf 7 Grondbeleid
De gemeente is met ASR in gesprek over ontbinding van de overeenkomst. Verwachting is dat in 2021 de overeenkomst ontbonden wordt en in 2022 wordt gestart met de nieuwe fase 2. Het totaal betreft het financieel resultaat van de grondexploitatiebegroting Centrum circa € 5.089.000,- mln. (eindwaarde per 31-12-2025) negatief/ nadelig. Bij de administratieve afsluiting (2025) van de grondexploitatie dient de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 742.000, alsnog via een resultaatbestemming plaats te vinden. Gezien het feit dat er sprake is van een negatief resultaat, komt deze bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen ten laste van de ABG. 2. Coenecoop III In 2020/ 2021 is er 1 kavel geleverd die in 2019 is verkocht. Er zijn 5 kavels verkocht waarvan 3 kavels al zijn geleverd. De 2 andere verkochte kavels worden naar verwachting ook in 2021 geleverd. De resterende 3 kavels zijn in optie genomen. De verwachting is dat in 2021/2022 deze resterende 3 kavels ook worden verkocht en geleverd. De optanten hebben hun plannen al uitgewerkt, deze worden beoordeeld door het ODMH. De civieltechnische werkzaamheden worden uitgevoerd in relatie tot de verkoop van de kavels. Begin 2019 is mede ten behoeve van de nog te verkopen kavels binnen het bedrijventerrein Coenecoop III door een daartoe deskundig bureau een grondprijsadvies opgesteld.
De in dit rapport aangegeven grondprijzen zijn verwerkt in de grondexploitatie. In de huidige situatie is vanuit de gebruikers aangegeven dat er mobiliteitsknelpunten zijn. Na verkoop van alle kavels en ingebruikname van de gerealiseerde bedrijfspanden wordt beoordeeld of er aanvullende maatregelen getroffen moeten worden voor het oplossen van deze knelpunten. Het totaal financieel resultaat van de grondexploitatie Coenecoop III bedraagt circa € 680.000 (eindwaarde per 31-122023) positief. Bij administratieve afsluiting (2023) van de grondexploitatie wordt ten laste van het resultaat de bijdrage ten gunste van de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 283.000, via een resultaatbestemming geboekt. 3. Gemeentelijk deel Triangel De ontwikkeling van Park Triangel vordert gestaag. De bouwproductie in 2021 is met circa 300 woningen fors. Daarnaast is in het voorjaar van 2021 gestart met de bouw van in totaal 127 woningen in deelplan F (Parkzicht). Ook in de deelplannen H en I ten zuiden van de Maaltocht, de tweede fase van Park Triangel, worden inmiddels de eerste woningen gebouwd. De verwachting is dat het huidige bouwtempo gehandhaafd kan blijven, ondanks de stijgende vrij op naam prijzen (VONprijzen) van de woningen.
In de grondexploitatie is vanuit het voorzichtigheidsbeginsel echter een genuanceerder bouwtempo opgenomen, waarbij de afronding van de gehele bouwlocatie wordt voorzien in het jaar 2028. Door verdere aanpassingen van de rente over de in te brengen gronden en een aangepaste fasering is het resultaat op eindwaarde ten opzichte van de jaarrekening 2020 iets afgenomen tot € 13.669.000,--(op eindwaarde 31-12-2028), afname van € 9.000,--. 4. Sleutelkwartier Binnen de exploitatie wordt voorzien in de bouw van circa 125 woningen. De grondexploitatie bestaat uit zeven deelexploitaties, per deellocatie wordt een doorkijk gegeven voor 2022: • Overall (plankosten en hoofdinfrastructuur): In 2022 wordt naar verwachting een gedeelte van het ontwerp openbare ruimte opgeleverd, de Beukenhoflocatie. • Locatie 3 Oude gemeentehuis: In 2021 wordt gestart met de bestemmingsplanprocedure, in 2022 wordt deze afgerond. • Locatie 4 Kerkweg oost 222: In 2022 is gestart met de bouw van de woningen. • Locatie 6 Beukenhof: In 2021 wordt gestart met de bestemmingsplanprocedure, in 2022 wordt deze afgerond. • Locatie 7/8/9 Passage: In 2022 wordt gestart met de bestemmingsplanprocedure. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project Sleutelkwartier bedraagt circa € 5.636.000 negatief (op eindwaarde per 31 december 2024).
Bij administratieve afsluiting (2024) van de grondexploitatie dient de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 107.000, alsnog via een resultaatbestemming plaats te vinden. Gezien het feit dat er sprake is van een negatief resultaat, komt deze bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen ten laste van de ABG. 5. ’t Suyt fase I Het project is afgerond en de grondexploitatie wordt per 31 december 2021 afgesloten. In de risicobijlage van de grondexploitatie is een risico opgenomen dat betrekking heeft op fiscaalvriendelijke overdracht van een vijftal gronden (vrije kavels). De belastingdienst onderzoekt of de gemeentelijke zienswijze van deze overdracht op de juiste manier is gebeurd. De verwachting is, als dit risico zich voordoet, dat de grondexploitatie al gesloten is. De eventuele naheffing zal dan ten laste komen van de ABG.
72 Paragraaf 7 Grondbeleid
Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project ’t Suyt fase 1 bedraagt circa € 2.030.000 positief (eindwaarde per 31 december 2021). Bij administratieve afsluiting (2021) van de grondexploitatie wordt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 311.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming geboekt. 6. ’t Suyt fase II De grondexploitatie is in oktober 2020 vastgesteld. Op dit moment loopt de bestemmingsplanprocedure voor het plan. Naar verwachting wordt deze begin 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. Op basis van de reacties op het voorontwerpbestemmingsplan bestaat het risico dat er beroep wordt ingediend op het bestemmingsplan. Dit betekent een vertraging in het project van circa 9 tot 12 maanden. Dit is verwerkt in de risicobijlage van de grondexploitatie. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project ’t Suyt fase 2 bedraagt circa € 1.129.000,- positief (eindwaarde per 31 december 2026). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 896.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats. 7. Oude Dreef Op 23 juni 2021 is zowel het programma van eisen als de grondexploitatie voor de ontwikkeling van de Dreef vastgesteld.
Doel van deze ontwikkeling is het creëren van een circulair, groen, gemengd woongebied met 175 woningen. In het najaar van 2021 zal gestart worden met de voorbereidingen voor de aanbesteding, waarmee de markt gevraagd zal worden om met een plan te komen voor de gebiedsontwikkeling. De verwachting is dat in 2022 de aanbesteding wordt uitgevoerd. Volgens de huidige verwachtingen zullen in het najaar van 2024 de eerste woningen gebouwd worden. Het financieel resultaat van de grondexploitatie van project De Dreef bedraagt circa € 1.251.000,- positief (eindwaarde per 31 december 2027). Bij beëindiging en financieel administratief afsluiten van de grondexploitatie vindt de bijdrage aan de Reserve bovenwijkse voorzieningen, groot circa € 471.000 ten laste van dit financieel resultaat, alsnog via een resultaatbestemming plaats. Boekwaarde en resultaat Tabel 5: Boekwaarde grexen Overzicht boekwaarde mutaties/ contante waarde per 31-12-2020 (x € 1.000) exclusief tussentijdse winstneming Project boekwaarde per 1-1-2021 in €
V/N
Centrum
N
Coenecoop III
10.450 982
N
‘t Suyt
2.105
V
Triangel gemeente
17.958
N
Sleutelkwartier
3.302
N
’t Suyt fase II
4.015
N
Oude Dreef
0
V
34.602
N
Totaal
73 Paragraaf 7 Grondbeleid
Tabel 6 Resultaat grexen Samenvattend overzicht resultaat contant en op eindwaarde grexen (x € 1.000) Proiect
Begroting 2022 – 2025 Saldo contante waarde per 01-01-2021
Jaarrekening 2020 V/N
Eind datum
N
2023
V
2023
0
2021
4.609 641 1.991
Saldo contante waarde per 31-12-2020 0
V
2021
V
2028
11.936
V
2028
5.207
N
2024
5.207
N
2024
913
V
2026
990
V
2026
Oude Dreef
1.089
V
2027
n.v.t.
Totaal
6.952
V
V/N
Eind datum
N
2023
V
2023
t Suyt fase I Triangel gemeente Sleutelkwartier
4.609 641 1.991
V
12.134
’t Suyt fase II
Centrum Coenecoop III
Saldo contante waarde per 01-01-2021
Verschil
n.v.t. 5.742
V
Eindwaarde Resultaat op eindwaarde
V/N
n.v.t
5.089 680
N V
0
n.v.t
2.030
V
198
V
13.669
V
0 n.v.t.
5.636
N
77
N
1.029
V
1.089
V.
1.251
V
1.210
V
7.934
V
V/N n.v.t
Het in tabel gepresenteerde eindwaarde resultaat per grondexploitatie is exclusief de correctie van de boekhoudkundige tussentijdse winstnemingen. De tussentijdse winstnemingen worden bepaald op basis van het saldo per jaar in relatie tot de procentuele voortgang van het project. Vanzelfsprekend maken de tussentijdse winstnemingen gedurende de looptijd de winst aan het einde van de grondexploitatie, zoals hierboven in tabel 6 weergegeven, kleiner.
Tussentijdse winstneming In de Notitie Grondexploitatie 2016 en nog eens aangescherpt in de notitie van het BBV in juli 2019 is aangegeven op welke wijze rekening gehouden moet worden met tussentijds winst nemen bij positieve grondexploitatiecomplexen. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat (drie criteria). Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van het grondexploitatiecomplex. Voor het berekenen van de tussentijdse winstneming geldt de “percentage of completion methode” (POC-methode): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd moet tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Dit is mogelijk wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen die aan het project zijn verbonden naar de gemeente zullen toevloeien. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: 1. het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én 2. de grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én 3. de kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).
Volgens het realisatiebeginsel dient in die gevallen de winst ook te worden genomen. Voor de grondexploitaties binnen de gemeente Waddinxveen geldt dat de navolgende tussentijdse winstneming worden geprognosticeerd bij de jaarrekening 2020: Tabel 7 Tussentijdse winstneming (bedragen x € 1.000) Cumulatieve winstneming tot en met 31/12/2020 0
Vermeerdering winstneming in 2021 0
Cumulatieve winstneming t/m 31/12/2021
Coenecoop III
360
102
462
’t Suyt fase I
1.978
53
2.031
Triangel gemeente
5.756
1.672
7.428
Sleutelkwartier
0
0
0
’t Suyt fase II
0
0
0
Oude Dreef
0
0
0
8.094
1.828
9.921
Project Centrum
Totaal
0
Bij bepaling van de hoogte van tussentijdse winstneming is de eindwaarde gebruikt waarbij tevens rekening is gehouden met de tussentijdse winstneming in voorgaande jaren. De BBV-richtlijnen (bladzijde 50 van de Notitie Grondbeleid in 74 Paragraaf 7 Grondbeleid
begroting en jaarstukken (2019) van juli 2019 op bladzijde 44 in paragraaf 6.2.) geeft aanwijzingen hoe hier mee om te gaan. Voorzieningen en risico’s Voorzieningen Vanuit het BBV bestaat de verplichting om voorzieningen te treffen voor grondexploitaties met een geprognosticeerd verlies. Bij de projecten van de gemeente Waddinxveen geldt dit voor de grondexploitaties Centrum en Sleutelkwartier. De verliesvoorziening voor de grondexploitaties Centrum en Sleutelkwartier zijn ten opzichte van de jaarrekening 2020 gelijk gebleven In tabel 6 “Resultaat grexen “ zijn de resultaten op eindwaarde, waar de verliesvoorziening op is gebaseerd, weergegeven. Het totaal van de verliesvoorzieningen (op eindwaarde) bedraagt € 10,7 mln. Risico’s Bij de bouwgrond in exploitatie (BIE) complexen die worden ontwikkeld via het actief grondbeleid maken we onderscheid in conjuncturele of generieke risico’s en projectspecifieke risico’s. De risico’s in de grondexploitaties Coenecoop III, Centrum Sleutelkwartier, Suyt fase 1 en Suyt fase 2 zijn gehandhaafd ten opzichte van de jaarrekening 2020. Daarnaast is in Q2 van 2021 de nieuwe GREX de Dreef vastgesteld. Voor deze GREX zijn diverse nieuwe risico’s opgenomen. Voor een specificatie van de risico’s wordt verwezen naar de geheime risicobijlage.
Vennootschapsbelasting (Vpb) Algemeen Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen in principe belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna te noemen Vpb). Dit is geregeld in de wet “Modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen”. Gemeenten worden hierbij aangemerkt als overheidsonderneming. Voor de fiscale winstbepaling is ten aanzien van het begrip “grondexploitaties” aangesloten bij de definitie zoals deze voor bouwgrond in exploitatie (BIE) vanaf 2016 is gaan gelden. Het gaat hierbij om lopende actieve (operationele) complexen waarbij grond en eventueel aanwezige opstallen worden omgevormd naar bouwgrond die wordt verkocht of in erfpacht uitgegeven. Alle daarmee samenhangende kosten en opbrengsten worden in de fiscale winstbepaling betrokken (bron: Notitie Grondbeleid begroting en jaarstukken (2019) van de Commissie BBV juli 2019). Toepassing Vpb gemeente Waddinxveen De gemeente Waddinxveen is Vpb-plichtig. Voor de begroting 2022-2025 is in de berekening voor fiscale winstbepaling uitgegaan van de per 1-7-2020 geactualiseerde grondexploitaties. Op basis van deze resultaten is de verwachting dat voor de periode tot en met 2024 geen fiscale Vpb-last ontstaat op basis van de gecalculeerde grondexploitatieresultaten. Vpb-betaling blijft dan ook achterwege. Mocht in de toekomst wel een fiscale Vpb-druk ontstaan dan wordt deze gedekt uit de ABG.
In tabel 8 “Vpb-last” is aangegeven met welke Vpb-last de gemeente Waddinxveen te maken krijgt in de periode 2021 tot en met 2025. Tabel 8 Vpb-last Boekjaar Vpb
2021
2022
2023
2024
2025
0
0
0
0
0
Bedragen x € 1.000 Vpb-aangifte 2016 en 2017 en 2018 Inmiddels is over de boekjaren 2016, 2017 en 2018 de Vpb definitief aangegeven en wordt in 2021 de Vpb over het boekjaar 2019 definitief aangegeven. Verrekening van verliezen Verliezen kunnen worden verrekend met belastbare winsten van het voorafgaande jaar en de zes volgende jaren. De verliezen en winsten die daarvoor in aanmerking komen, dienen wel te zijn ontstaan in een belastingplichtige periode. Voor overheidsorganen, waar de gemeente dus ook onder valt, die per 1-1-2016 vennootschapsbelastingplichtig zijn geldt derhalve dat zij met verliezen uit voorgaande jaren van vóór 2016 geen rekening houden.
75 Paragraaf 7 Grondbeleid
Facilitair Grondbeleid Mutaties Conform de richtlijnen van de commissie BBV dienen alle kosten die bij facilitaire projecten worden gemaakt en welke niet kunnen worden verhaald direct te worden afgeboekt. Op het moment dat er aanvullende kosten gemaakt worden, dienen deze in het jaar dat ze worden gemaakt ten laste te worden gebracht van de ABG. Er wordt in het begrotingsjaar 2022 klein voordelig saldo verwacht. Dit is het saldo van projectverliezen en voordelige projectresultaten. Verbonden partijen In deze paragraaf is slechts beperkt ingegaan op de financiële resultaten van de drie verbonden partijen die betrekking hebben op het gemeentelijke grondbeleid. Verdere informatie is opgenomen in Programma 4 – Dorp in ontwikkeling en Paragraaf 6 – Verbonden Partijen. 7.4 Cijfermatige samenvatting voorzieningen en risico’s In dit hoofdstuk worden de totalen weergegeven van de voorzieningen zoals opgenomen in tabel 9 en de risico’s conform tabel 10. Eventuele mutaties zijn eerder in de paragraaf toegelicht. Tabel 9 Voorzieningen Portefeuilleonderdeel
Jaarrekening 2020
Actief Grondbeleid Verbonden Partijen (Grondbank) Totaal
Begroting 2022 - 2025 10.725
10.725
863
863
11.588
11.588
Bedragen x € 1.000 Tabel 10 Risico’s Portefeuilleonderdeel
Jaarrekening 2020
Begroting 2022 - 2025
Verschil
Actief Grondbeleid
2.662
3.717
1.015
Verbonden Partijen (Grondbank)
2.450
2.450
0
Totaal
5.112
6.167
1.015
Bedragen x € 1.000 Voor de samenstelling van de bovengenoemde risico’s wordt verwezen naar de geheime bijlage. Een aanvulling op bovenstaande risico’s is de uitspraak van de Raad van State (RvS) inzake het stikstofbesluit dat op 20 mei 2019 is genomen. De uitspraak van de RvS, die is genomen in beroepzaken tegen Natura 2000-vergunningen, geeft aan dat onderzoek dient plaats te vinden naar projecten die in aanmerking komen om nader te worden beoordeeld ten aanzien van mogelijke negatieve effecten als gevolg van de gedane uitspraak. De focus ligt op het inzichtelijk maken van mogelijke ruimtelijke en financiële consequenties voor de diverse, nog nader te benoemen, projecten. Thans wordt onderzocht of en wat mogelijke consequenties van dit besluit kunnen zijn voor de grondexploitatiebegrotingen van de BIE-complexen. Omdat het onderzoek nog niet is afgerond is een en ander nog niet uitgedrukt in geld.
76 Paragraaf 7 Grondbeleid